Waw magazine

Waw magazine

Menu

Our, onlangs nog uitgeroepen tot mooiste dorp van Wallonië, biedt tal van troeven: zijn architecturale erfgoed, de beschermde kerk, zijn gastronomie, prachtige wandelingen… Niemand die eraan kan weerstaan!


Dit kleine dorpje nestelt zich diep in de Ardennen, in het hart van de gemeente Paliseul. Het ligt in een vallei, die in de loop der eeuwen door de Our werd uitgediept. De waterloop gaf zijn naam aan dit kleine plaatsje dat zopas werd bekroond met de titel van “mooiste dorp van Wallonië”. Our sluit zich dus aan bij de zeven andere dorpen in de provincie Luxemburg en de 22 andere dorpen in heel Wallonië die reeds deze erkenning te beurt viel.

Natuurlijke schoonheid

Echte schoonheid is natuurlijk. Om te worden uitgeroepen tot mooiste dorp van Wallonië, heeft het geen zin zich op te dirken. De charme komt vanzelf, zonder poespas of gedoe. Net zoals de andere bekroonde dorpen onderscheidt Our zich door zijn eigenheid, zijn karakter, zijn gastvrije onthaal…  Men zou het bestaan van het dorpje Our gemakkelijk over het hoofd kunnen zien – zo goed is het immers verstopt in de vallei van de gelijknamige rivier, omringd door bossen en een weelderige natuur. Je vindt maar zelden een meer bucolisch kader terug dan hier. En nochtans doorkruisen velen deze streek zonder ook maar even te stoppen om te kijken wat ze te bieden heeft. Jammer, want veel mooier dan hier wordt het niet.  

Het is een typisch Ardeens dorpje, met tal van huizen in natuursteen. Zijn vorm doet soms denken aan een versterkte burcht: omringd door de rivier, met de kerk die erbovenuit torent. Niets daarvan! Iedereen is welkom: steek gewoon een van de fraaie stenen bruggen met hun drie bogen en halvemaanvormige reling over!


Tijdloos 

Welkom in Our. Het dorp telt een negentigtal zielen. Men leeft er op het ritme van het water en het woud; de beslommeringen van de buitenwereld lijken ver weg. De Ardennen, die nochtans gekend staan als ruw, lijken hier bijna goedaardig. De tijd lijkt geen vat te hebben op het gehucht, dat zijn schoonheid in de eerste plaats te danken heeft aan zijn architecturale erfgoed. De lage stenen huizen, met dak in leisteen, verlenen hun karakter aan het handvol straten. De goed bewaarde en onderhouden dorpskern is mijlenver verwijderd van de moderne verkavelingen die elders het landschap overheersen. Een bezoek aan Our, dat is alsof u teruggaat in de tijd, in het hart van ons Waalse erfgoed.

Het is dan ook verrassend om amper een paar honderd meter verderop, aan de top van een van de flanken van de vallei, Thomas & Piron terug te vinden, een van de grootste moderne bouwbedrijven in Wallonië. Een groene barrière schermt het dorp echter af van het industrieterrein. Bovendien wordt overwogen om een ringweg aan te leggen zodat de rust in het dorp bewaard blijft. De baas van het bedrijf, Louis Marie Piron, werkt ook op zijn manier aan het behoud van dit unieke erfgoed. Hij heeft met name meerdere panden gerenoveerd met respect voor de lokale architecturale tradities, waarin nu horecazaken gevestigd zijn.

Genieten van de gastronomie én de natuur 

Maar Sint-Laurentius, die in 258 stierf als martelaar op een rooster in Rome, is niet enkel de genezer van brandwonden; het is ook de patroonheilige van koks en banketbakkers. Dat verklaart misschien de aanwezigheid in dit piepkleine dorp met amper 90 inwoners van meerdere uitstekende eetgelegenheden, waaronder een met een sterrenchef (zie elders). Niets wijst op een rechtstreeks oorzakelijk verband. Maar de vele toeristen in de streek zullen het beamen: de gastronomie in het dorp is een van zijn vele troeven. Daarnaast zijn er ook tal van wandel- en fietstochten die men vanuit Our kan ondernemen. Ze doorkruisen de vallei en de omliggende bossen. Our biedt u de gelegenheid om onaangetaste bossen te verkennen, die zelfs al tijdens een korte wandeling van een paar kilometer hun schoonheid prijsgeven. 


EEN BESCHERMDE KERK


Het hele dorp mag dan al Ardeense charme uitstralen, de kleine kerk met aanpalend kerkhof, die op een natuurstenen platform boven het dorp uitsteekt, is echt wel bijzonder. Ze is bereikbaar via een kleine stenen trap. Het is het meest opmerkelijke gebouw van het gehucht, en is sinds 1983 een beschermd monument. Het is noch door haar omvang noch door haar stijl dat ze indruk maakt. Deze bescheiden kerk is gewoon bijzonder charmant, ook voor de vele artiesten die ze geschilderd hebben. Het gebouw kent een eeuwenlange geschiedenis. Een eerste kapel zou zijn opgericht in 1500, door de heer de Boulin. De huidige configuratie van de kerk, met één naaf en drie traveeën, werd gebouwd vanaf 1680. De gegraveerde datum is nog altijd zichtbaar op het binnenportaal. De bouw liep door tot het begin van de 18de eeuw. In 1819 ging de kerk in vlammen op, maar ze werd het jaar daarop al herbouwd. Erfgoedliefhebbers zullen de klokkentoren met vier verdiepingen weten te appreciëren, met een vierkante basis, vervolgens een rechte verdieping met daarbovenop een achthoekige pijl in een dubbele kegel. Het is tot de dag van vandaag een bedevaartsoord. Mensen komen er met name met hun kinderen om aan de patroonheilige van het dorp bescherming te vragen tegen wat men in de Ardennen kent als “de klokjes van Sint-Laurentius”, of huiduitslag of blaren door verbranding.  

 

  • /
  • /

Belgisch Luxemburg is een vakantiebestemming. Bekend om zijn Ardennen, bossen, everzwijnen, kandidaten voor ‘Top Chef’ en de wolf die men ergens nabij Nassogne opgemerkt heeft … Of wat kunnen we u nog meer vertellen?


GALAXIA

In Transinne wordt er een park voor ruimteactiviteit ontwikkeld naast het Euro Space Center en op een boogscheut van het ESA-station in Redu. Binnenkort zal Galaxia plaats bieden aan het logistieke en onderhoudscentrum van de grondoperaties van het Galileo-programma.  

De provincie Luxemburg staat bekend voor haar vreedzaam karakter en haar natuurlijk erfgoed. Wie van Brussel naar Luxemburg rijdt, kijkt dan ook wellicht met verbazing naar een raket naast de autosnelweg. In Transinne verwelkomt het Euro Space Center jaarlijks ongeveer 40.000 bezoekers en stagiairs die de ruimte willen verkennen. Naast die toeristische attractie ontwikkelt er zich een unieke ruimtepool in Wallonië.  

In Redu, vlak bij Transinne, heeft het Europees Ruimteagentschap (ESA) een van zijn controlestations. “Om te communiceren met de satellieten zocht het ESA indertijd naar een rustige plaats, ver van de stad en vrij van elektromagnetische vervuiling. Hoofdzakelijk daarom koos het ESA voor Redu”, vertelt Michel Ponthieu, hoofd voor Ruimte en Hoge Technologie van Idélux, de intercommunale voor de economische ontwikkeling van de provincie Luxemburg. Het ESA blijft veel activiteiten uitvoeren vanuit Redu. Zo controleert het de goede werking van de satellieten, neemt het deel aan opdrachten om de aarde te observeren en staat het borg voor telecommunicatieopdrachten op Europese schaal.

In 2008 begon Idélux Galaxia te bouwen, juist naast Euro Space, een aan de ruimte gewijd dienstverlenings– en bedrijvencentrum. Jonge of reeds gevestigde actoren uit de sector kunnen er gebruikmaken van uitgeruste en beveiligde kantoren en vergaderzalen. “Ondernemingen die actief zijn op ruimtegebied, willen wij helpen om zich te vestigen en te ontwikkelen. Ze kunnen profiteren van een geschikt ecosysteem en er andere aanwezige of op hetzelfde gebied werkende actoren ontmoeten, te beginnen met het ESA”, verzekert Michel Ponthieu. Het bedrijvencentrum van Transinne is direct via glasvezelkabel verbonden met de ESA-site. “De aanwezige ondernemingen kunnen dus gemakkelijk gebruikmaken van de per satelliet ontvangen gegevens”, licht Michel Ponthieu toe.  Galaxia is ook een kenniscentrum dat de aanwezige ondernemingen toegang verleent tot universiteiten. “Wij bieden ook programma’s voor startende ondernemingen aan in samenwerking met WSL en ESA BIC. Momenteel maken een twaalftal start-ups gebruik van een hoogwaardige begeleiding om de ontwikkeling van hun activiteit te verzekeren.” 

Die ruimtepool met zijn vele voordelen bereidt zijn intrede in een nieuwe ontwikkelingsfase voor. Dankzij de investeringen van het Waals Gewest en de Federale Staat heeft de Europese Commissie ervoor gekozen een nieuw logistiek ondersteuningscentrum voor het Europees “Galileo”-programma voor satellietnavigatie te vestigen. Vanuit een volledig nieuw gebouw zullen teams instaan voor de logistiek en het onderhoud van de 16 over de aarde verspreide Galileogrondcontrolestations en van tien andere operationele centra in Europa. Het centrum van Transinne zal 30 directe banen scheppen en evenveel indirecte. Die komen bovenop de 180 betrekkingen die reeds bestaan in de zone tussen Redu en Transinne. “Vandaag krijgt Galaxia een nieuwe dimensie. Naast het bedrijvencentrum bouwen we ook een 20 ha groot activiteitenpark dat volledig aan de ruimte zal worden gewijd”, vervolgt de verantwoordelijke van Idélux. “Galileo moet veel nieuwe diensten en toepassingen kunnen creëren. Wij willen een aantrekkingspool rond de ruimte opbouwen en actoren verwelkomen die nieuwe diensten in verband met Galileo willen ontwikkelen en die zich willen bewegen in een aan de ruimte gewijde werkomgeving.

Om te beginnen zal Idélux verbindingscentra uit de grond stampen, dat wil zeggen multifunctionele gebouwen die plaats kunnen bieden aan ondernemingen. “Naargelang hun interesse kunnen actoren hun activiteiten ter plaatse vestigen en hun eigen infrastructuur laten bouwen of gebruikmaken van onze beschikbare ruimten.



GROUPE FRANÇOIS

De Groep François, die gevestigd is in Latour, bij Virton, heeft een uniek model van kringloopeconomie ontwikkeld, dat een plaatselijke en duurzame natuurlijke rijkdom, namelijk hout, omvat en duurzaam opwaardeert. 

In 1980 begint Bernard François, samen met zijn vader Pierre, een gewezen molenaar, aan zijn houtavontuur. In Signeulx maken vader en zoon houten pallets en kisten. Sindsdien is het kleine familiebedrijf behoorlijk gegroeid. “Beetje bij beetje hebben wij heel de houtsector betrokken bij een nieuw model van kringloopeconomie. Op die manier konden we die natuurlijke rijkdom op een logische en efficiënte manier verwerken, zowel inzake milieu, als sociaaleconomisch. We zorgen ervoor dat elk stadium van de verwerking zoveel mogelijk wordt opgewaardeerd”, legt Bernard François uit. “Eens het snoeihout gekapt is, voedt het op de eerste plaats onze zagerij. Op basis van planken maken wij pallets, onze oorspronkelijke activiteit. Het resterende zaagsel wordt dan gedroogd met onze warmtekrachtkoppelingsinstallatie en vervolgens omgevormd tot houtkorrels die als brandstof dienen en verkocht worden onder de merknaam Badger Pellets.

Hout, maar ook energie

De warmtekrachtkoppelingsinstallatie, die sinds 2004 wordt gebruikt in samenwerking met de intercommunale Idélux, produceert niet enkel warmte, maar ook elektriciteit. Een derde van de groene elektriciteit wordt gebruikt voor de firma, die op deze manier volledig zelfstandig werd. Het overschot gaat naar het netwerk en levert stroom aan 11.000 gezinnen. De afgegeven warmte droogt niet alleen het zaagsel, maar behandelt ook de pallets en verwarmt de bedrijfsgebouwen. “Op onze KioWatt-site in Bissen, Luxemburg, spreken we zelfs van een drievoudig gebruik, aangezien het afval ook dient voor het koelen van het datacenter van LuxConnect”, voegt de stichter van de Groep François eraan toe. De werking van de warmtekrachtkoppelingsinstallatie wordt enerzijds gevoed door onbruikbaar houtafval van de site en anderzijds door huishoudelijk houtafval uit de containerparken van de provincie Luxemburg. In totaal gaat het om ongeveer 400.000 m3 afval per jaar. Sinds maart wordt gereinigd, gemalen en van ijzer ontdaan houtafval ook opgewaardeerd door het maken van blokjes die gebruikt worden voor de palletproductie.

“Een kwestie van gezond verstand”

Alle activiteiten in verband met hout gebeuren op één en dezelfde plaats, meer bepaald in de industriezone van Latour. Dankzij die integratie dalen de transportkosten en de weerslag op het milieu, kan men heel de keten beheersen en de kwaliteit van de aangeboden producten verzekeren. Natuurlijk is die ongelooflijke kringloop niet in een oogwenk tot stand gekomen. “Elke dag proberen we onze processen te verbeteren met het oog op meer duurzaamheid, zowel voor onze onderneming als voor onze medewerkers, ons milieu en de komende generaties”, verzekert Bernard François. “Het is een lange weg, een grondige intellectuele aanpak, op basis van respect voor de grondstof. Want de uitdaging bestaat erin de natuurlijke rijkdom op een evenwichtige manier te gebruiken en er zorg voor te dragen. Tegenwoordig gebeuren er te veel investeringen die geen rekening houden met de natuurlijke omgeving van die rijkdommen en die niet voor het voortbestaan ervan zorgen. Het is van essentieel belang dat er een overeenkomst bestaat tussen de beschikbaarheid van het materiaal op lange termijn en de activiteit die men wil uitoefenen. Dat is een kwestie van gezond verstand.” In die optiek heeft de Groep François ervoor gekozen enkel snoeihout te gebruiken dat voortkomt uit duurzaam beheerde bossen binnen een straal van 0 tot 300 km.

Een strategie

We moeten ervoor zorgen dat hernieuwbare energie morgen echt belangrijk wordt. Ook politici moeten daarvoor een onomkeerbare duurzame strategische visie ontwikkelen voor ons land, voor Wallonië”, gaat de baas verder. De Groep François zorgt daarvoor. Op basis van plaatselijke en hernieuwbare natuurlijke rijkdom produceert hij op zijn site van Virton elk jaar 2,5 miljoen pallets en 50.000 ton Badger Pellets. De groep telt een tiental firma’s, gevestigd in Thimister-Clermont, in de provincie Luik, en in Bissen, in het Groothertogdom; de groep telt 250 werknemers. Sinds haar oprichting kan de onderneming uit de Gaumestreek bogen op een voortdurende groei met een aantrekkelijk en inspirerend sociaal, economisch en ecologisch model.

Benoît Greindl onderneemt, van de Ardennen tot het Zwitserse kanton Wallis en na een omweg langs China. Hij woont in Zwitserland, waar hij met Montagne Alternative een uniek hotelconcept ontwikkelt in een ongerepte natuur, maar blijft gehecht aan de Ardennen, waar hij geboren is. Hij werd ook voorzitter van de raad van bestuur van Libramont Exhibition & Congress. Via die twee projecten bepleit hij een terugkeer naar de natuur en een herstel van de band tussen mens en omgeving.

‘Ik ben een ondernemer’, stelt Benoît Greindl zichzelf voor. ‘Ik heb gedurende vijftien jaar meegewerkt aan de ontwikkeling van een bedrijf in België. We hebben dat in 2004 verkocht en zijn dan naar China getrokken, om er een ander bedrijf op te richten. Dat was gespecialiseerd in hulp bij projectmanagement voor westerse bedrijven in China. Mijn gezin was heel enthousiast bij de gedachte dat we een nieuwe cultuur zouden ontdekken, nieuwe uitdagingen en plezier. We hebben er vijf jaar gewoond en zijn dan terug naar Europa gekomen, in de hoop op gezondere en duurzamere ritmes en waarden’. Zowel in China als in België toonde Benoît Greindl hoe hij kon omgaan met succes, door trouw te blijven aan een citaat van Winston Churchill, die dit stelde: ‘Succes is van de ene mislukking naar de andere gaan, zonder je enthousiasme te verliezen’. Een van de merkwaardigste verwezenlijkingen van Realys Group, het bedrijf dat hij in China had opgestart, was de bouw van het Belgisch paviljoen op de wereldtentoonstelling van Shanghai, samen met Interbuild.

Terug naar de essentie

Hij kende succes in Azië maar koos er toch voor om terug te keren naar Europa. ‘We wilden onze wortels terugvinden, onze cultuur, onze familie en onze vier kinderen iets anders aanbieden dan het opwindende maar ook flamboyante universum dat we in China gevonden hadden’, verduidelijkt hij. Uiteindelijk streek het gezin Greindl niet in de Ardennen neer, zelfs niet in Wallonië. Ze kwamen een paar honderd kilometer daarvandaan terecht, in Wallis, tussen de bergtoppen. Benoît zag zijn neef Ludovic Orts terug, die ergens achter een bergweggetje een authentiek dorp gevonden had, het gehucht Commeire, helemaal geïsoleerd en op het punt om te verdwijnen. Ludovic speelde met het idee om daar een immobiliënproject te ontwikkelen. Met de hulp van Benoît, en een gedeelde drang om andere waarden te promoten, is een totaal andere activiteit ontstaan. ‘Wij zijn altijd gefascineerd geweest door deze natuur. We wilden die passie, deze ruimte in de bergen met zoveel mogelijk mensen delen. Tot dan toe werd er in het dorpje Commeire alleen maar aan landbouw gedaan’, legt Benoît Greindl uit. ‘We kozen ervoor om een gedeelte te herwaarderen. Elf van de 35 huizen werden omgebouwd naar het hotelconcept back-to-basics, terug naar de natuur, naar de schoonheid van de landschappen, met natuurlijk nog altijd het comfort waarop de klant recht heeft’. Zo is het project Montagne Alternative ontstaan. Het dorpje heeft een nieuwe functie gevonden, zonder dat het daardoor veranderd is. Het project waakt erover om het authentieke, eeuwenoude karakter van de gebouwen en de omgeving te bewaren. De twee mannen stellen hun gasten voor om opnieuw die link te leggen met de natuur, ver van het lawaai, ver van de steden en zelfs van het kabaal van de mechanische kabelliften dat op alle hellingen van Wallis zo aanwezig is. Het aanbod wil vooral inspelen op een sterke tendens, een echte vloedgolf die zich laat voelen in het hart van de maatschappij: de behoefte om terug te keren naar de essentie, de kalmte en de rust, naar het gezond verstand, waar het milieu beschermd wordt en de voeding gezond is. Het hele jaar door komen particulieren hier naartoe, maar ook bedrijven die hun werknemers in het groen willen zetten. ‘Onze benadering is een alternatief voor wat doorgaans wordt voorgesteld door de hotelindustrie’, verduidelijkt de CEO van Montagne Alternative. ‘Geen sleeplift, geen auto, alleen maar 35 authentieke woningen, opgetrokken uit lariksbomen met respect voor de architectuur, om onze gasten te ontvangen, plus daarbij de weelderige natuur. Het restaurant van Montagne Alternative gaat opnieuw voor gezonde voeding, natuurlijk en met streekproducten’.

Authentieke ervaring

Vlak na de oorlog telde Commeire een honderdtal inwoners. De laatste jaren bleef als gevolg van de plattelandsvlucht maar een tiental mensen over. ‘We hebben nauw samengewerkt met bedrijven, lokale besturen en de inwoners van het dorp en van de vallei om geleidelijk het dorp te hervormen. We hebben veel moeten communiceren, het concept uitleggen, het nodige vertrouwen opbouwen zodat de inwoners zich volledig bij het idee zouden aansluiten. Wij verkochten een “culturele ervaring”, een “authentieke Alpijnse ervaring”. Bovendien wilden we met ons hele concept de lokale economie bevorderen en opwaarderen’, legt Benoît Greindl uit. ‘We werken voornamelijk met plaatselijke producenten. Alles is volledig gebouwd door echte vakmensen, hoog gekwalificeerd in alle domeinen van de bouw. We profiteerden ook van moderne technologie en alternatieve energiebronnen om aan onze behoeften te voldoen’.

We werken voornamelijk met plaatselijke producenten. Alles is volledig gebouwd door echte vakmensen, hoog gekwalificeerd in alle domeinen van de bouw. We profiteerden ook van moderne technologie en alternatieve energiebronnen om aan onze behoeften te voldoen.’


Het LEC en de Zwitserse echo

Toch is het een heel ander project dat Benoît Greindl naar zijn wortels terugvoerde. Toen hij terugkeerde uit China kreeg de ondernemer een seintje van het LEC, het Libramont Exhibition & Congress. Dat is het congrescentrum dat gebouwd is op het terrein van de landbouwbeurs van Libramont. Greindl is nu voorzitter van de raad van bestuur van het LEC, het koosnaampje voor dit monumentale gebouw. Deze pakketboot, die ingebed staat op dat terrein van de jaarmarkt, werd drie jaar geleden ingehuldigd. Hier kunnen zowel kleine groepen terecht als manifestaties met een grote uitstraling. Het LEC barst van ambitie. ‘Ik heb me bij dit project aangesloten want het ontwikkelt zich als een soort echo van de waarden waar we ook in Zwitserland voor staan. Het LEC wordt vandaag gedragen door professionele, gedreven mensen die ambitie hebben voor hun streek, die vasthouden aan hun sociale waarden en die dicht bij de natuur staan. Het zijn die waarden die altijd hoog in het vaandel werden gedragen door de vereniging van het Ardens trekpaard bij hun grootste evenement, de Landbouw- en bosbeurs van Libramont’, vertelt Benoît Greindl. Op een buitengewone manier is de landbouwbeurs een van die zeldzame evenementen waarbij grenzen geen rol meer spelen, waar particulieren en beroepsmensen op af komen, waar de economische realiteit samengaat met maatschappelijke bezorgdheid, met aandacht voor menselijk contact dat in de natuur verankerd is. Kortom: voortaan zowel binnen als buiten. ‘De natuur en dit stuk van de Ardennen waar ik zo van hou, bieden met het Libramont Exhibition & Congress een unieke mogelijkheid aan de sector van beurzen en tentoonstellingen. Het is ongetwijfeld alleen maar op deze plaats dat zo een marketingpositie mogelijk is. Alle industrieën en ook de maatschappij in brede zin moet zich verzoenen met de natuur en die natuur meenemen als de rekening gemaakt wordt van de prijs van ontwikkeling. Dat moet. Dat is een van de belangrijkste streefdoelen van de 21ste eeuw. Midden in de natuur en niet in de stad bijeenkomen om te debatteren over deze doelen, ligt meer in de lijn van de evenementen die door het LEC georganiseerd worden’, gaat de voorzitter van de raad van bestuur verder. ‘Binnen het LEC zijn dit sterke waarden, waar we het hele jaar door blijk van willen geven vanuit Libramont.’

Intelligentie gekoppeld aan natuur

Het LEC verwelkomt voortaan beurzen en tentoonstellingen van januari tot december. De Landbouwbeurs blijft het belangrijkste evenement van het jaar, met 250.000 bezoekers. Toch vinden ook andere evenementen hier een speelruimte (zie kader). ‘De maatschappelijke veranderingen waarmee ik te maken heb via Montagne Alternative raken aan alle vlakken van de maatschappij en dus ook van de bedrijfswereld, de economische ontwikkeling, van vrije tijd tot industrie. Als we geen intelligente koppeling maken met het milieu, botst heel onze maatschappij tegen een muur. In die context wil het LEC de katalysator zijn voor de verandering die zich afspeelt, zowel bij de mensen als in de industrie. Dit is een plaats die bijeenbrengt en die werkt aan betere relaties tussen mens en natuur’, verduidelijkt Benoît Greindl. Het hele jaar door ontvangt het congrescentrum van Libramont met zijn seminarie- en receptiezalen privé-evenementen, tentoonstellingen, conferenties, vergaderingen. Libramont ligt langs de E411, met een station op de lijn Brussel-Luxemburg op gelijke afstand van de luchthavens van Charleroi, Brussel, Luxemburg en Bierset. Het ligt in het hart van een regio met een belangrijk economisch potentieel − de Grande Région − een zone die haar natuurlijke omgeving heeft weten te bewaren. Het is dus niet meer dan normaal om hier, midden in de natuur, vlak bij een van de dichtste bossen van het koninkrijk, de beweging in gang te zetten die maakt dat morgen iedereen in een gezondere wereld zal wonen, in harmonie met zijn omgeving, genietend van een economie die gebaseerd is op respect en gezond verstand. Dat is vandaag de wens van Benoît Greindl, waaraan hij met al zijn projecten wil bijdragen.

 

informatie

Montagne Alternative
Commeire — 1937 Orsières
+41 27 783 21 34
[email protected]
www.montagne-alternative.com

Libramont Exhibition & Congress
Rue des Aubépines, 50
B-6800 Libramont
+32 (0)61/ 23 04 04
[email protected]
www.libramont-exhibition.com

 

OUTDOOR SHOW, EEN NIEUW BELOFTEVOL EVENEMENT

Het LEC is meer dan alleen maar de Landbouwbeurs van Libramont. Ook andere evenementen ontstaan vandaag en geven gestalte aan reële ambities. Op 25 en 26 april stelt het LEC de Outdoor Show voor. Dat is een evenement dat volledig gewijd is aan ontspanningsactiviteiten in de openlucht. Het evenement past in de filosofie van het LEC. Het richt zich tot particulieren die op zoek zijn naar amusement en sensatie voor een weekend. Het brengt vooral beroepsmensen bijeen die bezig zijn met vrijetijdsbesteding die dicht bij de natuur staat. Een veertigtal actoren van de outdoorwereld en het actieve toerisme zullen hier aanwezig zijn. Men vindt er meer bepaald Hélène Diving Belgium. De Outdoor Show Belgium vindt plaats op hetzelfde moment als Job & Life Up, een hardloopwedstrijd voor ploegen die zich vooral richt tot bedrijven en verenigingen. Deze bijzondere activiteit wordt al voor de derde keer georganiseerd in Libramont. Al vanaf de eerste editie trekt deze leuke koers 2.000 deelnemers aan, op één dag. Naast de Outdoor Show en de Landbouwbeurs presenteert het LEC ook Les Naturales de Libramont van 2 tot 4 oktober. Dat is een tentoonstelling van duurzame nieuwigheden die gericht zijn op een beter gebruik van de hulpbronnen die we nodig hebben voor ons bestaan.

Virginie Harzé is productiehoofd in de brouwerij van de abdij Notre-Dame du Val-Dieu in het Land van Herve. De jonge vrouw van 33 is landbouwkundige van opleiding en steekt haar liefde voor kwaliteitsbieren niet onder stoelen of banken.

De abdij van Notre-Dame du Val- Dieu houdt haar schatten goed verborgen, ook de bieren die ontspringen uit het hart van de brouwerij. Schattenbewaakster van dienst is Virginie Harzé. Ze is dol op haar vak en beschikt over een diploma van meester- brouwer, maar noemt zich liever “productiehoofd”. Ze waakt zorgvuldig over de bierproductie en let erop dat de recepten nauwkeurig worden gevolgd. Sinds een paar jaar vallen ook steeds meer consumenten voor de charmes van de kwaliteitsbieren.

Controle over de elementen

Het productieproces van de bieren van Val- Dieu heeft geen geheimen meer voor haar. Blonde, Brune, Triple, Grand-Cru of kerstbier, ze kent ze allemaal op haar duimpje. We ontmoeten haar op een winterse dag. Ze is al van zes uur ’s morgens in de weer en checkt hier en daar bij de mannen in de brouwerij of alles goed verloopt. Het hele productieproces moet immers goed gevolgd worden, van het beslaan van de mout tot het brouwen en het afvullen in flessen of vaten. “Bier wordt geproduceerd op basis van een recept. Elk bier heeft zijn eigen recept en dat moet je respecteren”, legt ze uit. “Maar bier is een levend product. Er spelen verschillende elementen tijdens de productie. En er is altijd wel iets dat de kwaliteit kan aantasten of de smaak kan wijzigen. Je moet jongleren met de basisingrediënten mout, hop, water en gist, en daarna waken over de verschillende productiefases, zoals de temperatuur tijdens het brouwen of de correcte fermentatie van het bier in de gistkuip.” Bier brouwen op zich is misschien niet zo moeilijk, maar altijd hetzelfde bier maken, dat is een ander verhaal. Alle meester-brouwers zullen dat bevestigen. “We proberen voortdurend om de kwaliteit van het bier te verbeteren zonder de smaak of de kleur te veranderen”, zegt Harzé. “Dat maakt ons beroep net zo boeiend.”

Liever bier dan chocolade

De dynamische Virginie startte acht jaar geleden in de brouwerij van Val-Dieu. Met haar opleiding landbouwkunde wilde ze graag aan de slag in de voedingsmiddelensector. “Eigenlijk twijfelde ik tussen bier en chocolade. Toen ik in mijn laatste jaar een stage moest zoeken, koos ik een brouwerij omdat ik de chocoladesector al redelijk goed kende”, vertelt ze. Het was een beslissend moment. “Ik raakte gefascineerd door het product, het ingewikkelde proces, al die factoren waarmee je rekening moet houden om een goed bier te maken. Ik ontdekte er een heel bijzonder product. Je moet weten dat ik daarvoor totaal geen bierdrinker was. Maar in de brouwerij ontdekte ik ook de warme en gezellige sfeer die rond bier hangt.. Ik kan u verzekeren dat ik intussen mijn schade ruimschoots ingehaald heb”, lacht ze.

“Ik raakte gefascineerd door het product, het ingewikkelde proces, al die factoren waarmee je rekening moet houden om een goed bier te maken. Ik ontdekte er een heel bijzonder product.”

 

Na haar studie kwam Virginie terecht in een bedrijf dat niets met bier te maken had. Maar al snel kwam ze op haar stappen terug. Ze begon als laborante bij een grote Belgische brouwerij en controleerde er de kwaliteit van het bier. “Het was een heel andere manier van werken dan hier, in een kleine brouwerij. Bij mijn vorige werkgever gebeurde alles op grote schaal. In de brouwerij van Val-Dieu gaat het er heel anders aan toe. Hier kom ik met alle fases van het productieproces in aanraking en dat is heel verrijkend.”

Iedereen helpt elkaar

Het lot gaf haar een duwtje in de goede richting en zo belandde ze in de cisterciënzerabdij van Val-Dieu uit 1216. Virginie wou terug naar het platteland waar ze is opgegroeid en stuurde een spontane sollicitatie naar de kleine brouwerij. “Ik was op het juiste moment op de juiste plaats. Ze zochten net iemand voor de kwaliteitscontrole en om mee te werken bij het brouwen”, vertelt ze. Dat was acht jaar geleden. De jaren die volgden, leerde ze veel bij door samen te werken met de twee vennoten van de brouwerij, Alain Pinckaers en Benoît Humblet. Pinckaers hield zich meer bezig met de commerciële groei, terwijl landbouwingenieur Humblet de verschillende recepten ontwikkelde. “Ik zat dus niet de hele dag in het laboratorium, maar kon me ook onderdompelen in het productieproces van bier. Zo zag ik hoe we de kwaliteit nog konden verbeteren. Al doende heb ik heel veel geleerd over de productie. Dat was een grote meevaller. Ook al heb ik nog vaak de indruk dat ik nog veel moet leren”, geeft ze toe. Ze leerde ook de sector beter kennen en kon de sfeer aan den lijve ondervinden. “Er is veel concurrentie in België, want ons land telt heel wat bierproducenten, maar toch zit de sfeer goed. Ik ben goed opgevangen en heb altijd veel steun gekregen.” Ook al is de brouwerijsector vooral een mannenwereld, toch vond ze er makkelijk haar draai. Ze drinkt graag een lekkere ‘spéciale’ met haar collega’s en wisselt tips met hen uit om hun bieren of productieproces nog beter te maken. “We begrijpen elkaar en steken een handje toe waar het nodig is. Dat doet deugd. In het begin was het vooral een mannenwereld, maar stilaan trekt de sector ook meer vrouwen aan.”

Twee jaar geleden verliet Benoît Humblet de brouwerij. Hij maakt nu andere bieren in de buurt van Gembloux en Virginie kreeg de verantwoordelijkheid over de productie. Naast Alain Pinckaers, die zich nu ook meer bezig houdt met de productie, heeft Virginie het meeste ervaring van het hele team. Tegenwoordig werkt ze samen met de nieuwe vennoot van de brouwerij, Michaël Peisser, de neef van Pinckaers, en met twee mensen die haar ondersteunen op het niveau van de productie. Haar werk maakte een hele evolutie door, net als de doelstellingen van de brouwerij. “We staan voor grote uitdagingen. We moeten de nieuwe werknemers opleiden, de kwaliteit van het bier voortdurend verbeteren door een goede follow-up in het lab, efficiënt brouwen en manieren zoeken om de productie op middellange termijn te verdubbelen. Dat zijn veel dingen tegelijk, maar het is ook waarom ik mijn werk zo graag doe.”

Nieuwe creatie op komst?

Op dit moment produceert de abdij van Val- Dieu 7.500 hectoliter bier per jaar. Afwisselend is dat de Blonde (met een alcoholgehalte van 6%), de Brune (8%), de Triple (9%) en de Grand-Cru (10,5% ). Rond Kerstmis wordt ook de “Val-Dieu de Noël” gebrouwen. Daarnaast is er nog een reeks gelegenheidsbieren, die 10% van de productie uitmaken. Tegen 2015-2016 streeft de brouwer ij naa r een product ie van 15.000 hectoliter. Een hogere productie heeft uiteraard gevolgen voor het productieproces. Dat moet verbeterd en uitgebreid worden, zonder de kwaliteit van het bier aan te tasten. Ook het huidige team van vijf mensen heeft versterking nodig. Geen kleine uitdagingen dus, maar Virginie Harzé en haar collega’s zijn klaar om er tegenaan te gaan.

Tijd voor het productiehoofd om haar eigen recept te creëren en te produceren? Tot nu toe werkt Harzé de recepten van Benoît Humblet uit. De productie van een eigen bier is dus een volgende stap. “Ik heb er wel zin in, ook al is het geen prioriteit. Het is een heel andere ervaring voor mij. Ik moet alles nog leren” zegt ze. In 2016 bestaat de abdij 800 jaar en dat moet gevierd worden. Wellicht het ideale moment om dat eerste bier te creëren... “We denken erover na op dit moment. Ik zou voor de gelegenheid wel willen proberen om een biobier te creëren. Maar ik ben niet de enige die daarover beslist. We zullen wel zien wat er mogelijk is.” Het eindresultaat blijft voorlopig dus een verrassing, maar ongetwijfeld zal het bier de ervaring weerspiegelen die Harzé al die jaren heeft opgebouwd. Een nieuw bier betekent een nieuwe schat voor de abdij van Val-Dieu. Gelukkig stelt die graag haar deuren open, zodat iedereen kan genieten van al haar rijkdom.

 

Een imposant geheel

De abdij van Val-Dieu dateert van 1216 en heeft een lange geschiedenis. De culturele trekpleister van het Land van Herve was vroeger een toevluchtsoord voor cisterciënzermonniken. De meeste gebouwen die er nog staan, moesten heropgebouwd worden nadat ze in 1574 geplunderd werden door calvinistische troepen. De abdijkerk zelf stortte in 1839 gedeeltelijk in. De wederopbouw duurde tot 1884. In de imposante kerk staan er nog prachtige koorstoelen uit de renaissance van een andere Luikse cisterciënzerabdij, die van Paix-Dieu in Amay.

In 2001 verlieten de laatste drie cisterciënzermonniken de abdij. Daarna kwam een lekengemeenschap op de plek wonen en zette er de christelijke waarden voort volgens de principes van de cisterciënzerorde. De abdij en de brouwerij kunnen bezocht worden op afspraak. In de molen van Val-Dieu, tegenover de abdij, schuilt een restaurant waar Belgische en buitenlandse toeristen sinds januari 2013 kunnen genieten van streekproducten. Dankzij het bier is de naam Val-Dieu immers ook buiten de landsgrenzen bekend. 30% van de productie van de brouwerij is bestemd voor export naar 17 landen: Verenigde Staten, Italië, Frankrijk, Nederland, Spanje, China, Oekraïne, Zwitserland, Engeland, Canada, Polen…

 

informatie

Abbaye du Val Dieu
Val-Dieu, 227
B-4880 Aubel
[email protected]
www.abbaye-du-val-dieu.be

Vincent en Gaëtane Manil behoren tot de laatste tabaksproducenten in de streek van de Semois. In Corbion houden ze de traditie levend. Mensen komen van ver voor hun traditionele tabak. Zelfs de New York Times publiceerde er een artikel over!

De weg naar Corbion is even kronkelig als de meanders van de Semois. Het kleine dorp ligt op een steenworp van de middeleeuwse stad Bouillon en staat bekend bij tabaksliefhebbers. In het centrum vinden we een van de laatste fabrikanten van Semoistabak. Vincent Manil en zijn echtgenote Gaëtane begonnen tabak te branden in 1989. Daarmee willen ze de traditie van de streek voortzetten. “Het zachte, mistige klimaat van de vallei en de arme grond zijn perfect om een bijzonder soort tabak te kweken. Kenners zijn dol op de kleur en de smaak”, vertelt Gaëtane.

Een stevige reputatie

In de jaren 60 was de productie van tabak cruciaal voor de lokale economie in de mooie streek van de Semois. Tegenwoordig zijn zowel telers als fabrikanten steeds dunner gezaaid. De reputatie van de tabak wordt er echter niet minder op. Het bewijs daarvan werd de voorbije lente nog geleverd. De Semois-tabak kreeg toen een eerbetoon in de New York Times, uitgesmeerd over drie volle pagina’s. “Het is bijna niet te geloven”, zegt Vincent. “Een paar maanden daarvoor kregen we een telefoontje van een Engelstalige journalist die graag een reportage wou maken over onze tabak. Die had hij leren kennen bij een vriend in Italië en hij was er meteen weg van. Eerlijk gezegd geloofden we het niet.” Tot hun grote verbazing stond de journalist een tijdje later op de stoep. Hij bracht drie dagen in de streek door met de familie Manil en ontdekte er de geheimen van de lekkere tabak. Achteraf deed hij uitgebreid zijn verhaal aan de andere kant van de oceaan.

In de jaren 60 was de productie van tabak cruciaal voor de lokale economie in de mooie streek van de Semois. Tegenwoordig zijn zowel telers als fabrikanten steeds dunner gezaaid. De reputatie van de tabak wordt er echter niet minder op. Het bewijs daarvan werd de voorbije lente nog geleverd.


De Semois-tabak is het resultaat van een lange traditie. Vincent Manil plant en oogst de tabak niet zelf, maar hij brandt hem in zijn kelder, op de oude manier, voor hij hem verpakt of er pijptabak van maakt. Tabak branden vraagt een ruime kennis, die komt met de ervaring. “Goede tabak mag niet te droog zijn, want dan is hij niet goed om te roken, maar ook niet te vochtig, want dan bewaart hij niet goed. Tijdens het branden moet je heel goed opletten. Je moet de tabak kunnen beoordelen door eraan te voelen, zodat je hem op het juiste moment uit de oven kunt halen.” Alles is een kwestie van handigheid en precisie. En om dat bereiken heb je een grote gedrevenheid nodig – en veel tijd.

Geurige dampen

Gaëtane, Vincent en hun kinderen zijn al 25 jaar ondergedompeld in de wereld van de tabak. Nog dagen na het branden baden de winkel, het museum ernaast en hun woonruimten in de aangename dampen. De geur van de tabak die hier gemaakt wordt, is in niets te vergelijken met de geur van sigaretten die de lucht verpesten. Hier adem je met plezier in. De Semois-tabak wordt trouwens meestal heel bewust gerookt, uit passie. “Hij is absoluut niet verslavend zoals een sigaret. Het is een echt kwaliteitsproduct, dat we weer willen opwaarderen”, zegt Gaëtane. “Onze klanten roken pijp of sigaren. Roken is voor hen een zoektocht naar smaak en plezier, het genot van een levensgenieter.”

In de heuvels in Corbion, waar maar een paar tientallen mensen wonen, gaat de deur van de winkel van de familie Manil vaker open dan je zou denken. Klanten komen niet alleen uit de streek of uit de rest van het land. Sommigen leggen heel wat kilometers of om de heerlijke tabak aan te schaffen. “Twee dagen geleden hebben we nog een Parijzenaar over de vloer gehad. En begin deze week is er een Australiër onze tabak komen kopen. Er komen mensen uit alle hoeken van de wereld, uit Italië, Maleisië, China…”, vertelt de vrouw van Vincent Manil. “Tabaksliefhebbers wisselen tegenwoordig ervaringen uit op internetforums. Dat draagt veel bij aan de bekendheid van de Semois.” Uiteraard is er ook heel wat vraag uit de Verenigde Staten. Het artikel uit de Times was duidelijk niet zonder gevolgen. “We krijgen veel e-mails uit de Verenigde Staten”, vertelt Vincent. “Tot nu toe kunnen we nog geen tabak naar het buitenland opsturen. De wetgeving maakt export niet gemakkelijk. Maar we zijn ons aan het informeren om onze tabak in een of andere gespecialiseerde boetiek in New York te kunnen verkopen. Alleen de nodige toelatingen verkrijgen, loopt niet van een leien dakje.”

Een museum en een boek

Vincent en Gaëtane delen een grote liefde voor tabak en voor hun streek, waar het bijzondere product verbouwd wordt. Die traditie komt tot uiting in hun beroep en hun productie. Maar daar blijft het niet bij. In de kelder van hun winkel hebben ze een museum gecreëerd dat gewijd is aan tabak en de streek van de Semois. “Toen we tabak begonnen te maken, hadden we geen duidelijk carrièreplan. Het was voor ons één groot avontuur. Maar in de loop van de jaren zijn we steeds meer geboeid geraakt door het onderwerp. We hebben tal van voorwerpen verzameld die iets te maken hebben met tabak. We wilden onze verzameling tonen, mensen rondleiden in onze werkplaats, zodat iedereen het beroep en de traditie kan leren kennen. Daarom stellen we een ludiek en ongewoon bezoek voor om geïnteresseerden te laten proeven van onze passie.”

Naast het museum hadden Gaëtane en Vincent nog een ander idee. Ze wilden de geschiedenis van de Semois-tabak doen herleven in een boek. En zo gebeurde. Het boek is gebaseerd op hun eigen ervaringen en laat de lezer kennismaken met de bijzondere teelt aan de oevers van de Semois. Het werk beschrijft het ontstaan van tabak, van het planten tot het afgewerkte product dat klaar is om gerookt te worden. De schrijvers staan ook uitgebreid stil bij de vallei van de Semois, waar de tabak geproduceerd wordt. “Het boek is een tastbare getuige van een activiteit die aan het verdwijnen is. We hadden het gevoel dat zoiets nog ontbrak. En dus hebben we daar iets aan gedaan”, vertelt Gaëtane. Het geïllustreerde werk komt ongetwijfeld pas tot zijn volle recht onder het roken van de authentieke Semois-tabak.

Annah, alias Nathalie Noël, verlicht uw interieur met originele sferen. De ontwerpster uit de Gaume gaat voorbij de conventionele grenzen en mengt kleuren, stijlen en periodes. In haar creaties gaat deze traditionele knowhow een nieuw leven leiden.

Nathalie Noël ontwerpt lampenkappen. Dat is tegenwoordig een ongebruikelijke en nogal zeldzame activiteit. Maar via Annah, het merk dat ze heeft gecreëerd, geeft ze dit bijzondere ambacht zijn aanzien terug. In 2010 start ze haar bedrijfje op in Nantimont, een klein gehucht in de Gaume. Ze creërt originele koepels op maat, ontwerpt designlampen. Het idee is gerijpt in de vier jaar die ze in Burkina Faso doorbracht. Nathalie Noël en haar man werken er samen met lokale ambachtslui. “Het was de bedoeling de bevolking te helpen om, naargelang van hun mogelijkheden, artisanale producten te maken voor de export. De vrouwen van het dorp konden weven. Ze maakten prachtige geweven stoffen. We hebben toen besloten lampenkappen te maken en we hebben een collectie samengesteld. Toen zijn die objecten voor mij een passie geworden. Toen ik terug in België was, wilde ik er mijn werk van maken”, vertelt Nathalie Noël. Ze is romaniste van opleiding en is eerst als autodidact aan de slag gegaan, vooraleer ze bijzondere en oude technieken is gaan studeren in Parijs.

Op maat

Van bij het begin heeft Nathalie Noël lampenkappen ontworpen naar de vraag en behoefte van haar eerste klanten. Op dit moment ontwerpt ze voornamelijk objecten op maat. Ze vertelt: “Ik kan alle vragen naar unieke lampenkappen en herstellingen aan. Ik ben zo gepassioneerd dat ik een traditionele knowhow beheers en er originele, hedendaagse creaties mee maak. Ik leg mezelf geen beperkingen op.”

Maar al snel bleek het creëren op maat niet voldoende te zijn. Nathalie Noël had zin om zelf dingen te ontwerpen. “I k heb al snel de behoefte gevoeld om me op een andere manier, artistiek uit te drukken. Zo is een goed jaar geleden het idee ontstaan om een eerste collectie samen te stellen”, verduidelijkt de ontwerpster. ”Ik wilde belangstelling creëren voor mijn werk en emotie oproepen via mijn eigen ontwerpen.”

In haar creaties speelt Nathalie met technieken, kleuren en materiaal, van zijde tot Chinees papier. “Ik meng graag elementen, periodes en stijlen. Ik weet wat vandaag de dag in is, maar bij mijn ontwerpen probeer ik dat niet over te nemen. Naast lampenkappen ontwerp ik ook lampen. Ik denk na over nieuwe lijnen”, vertelt de ontwerpster nog.

Delicate fantasie

Om de creaties die ze op papier zet tot leven te wekken, heeft Nathalie Noël zich het talent van een designer eigen gemaakt. “Ik wil emoties losweken, zien hoe het gezicht van mijn klanten oplicht als ze mijn lampen ontdekken”, licht ze toe. Nathalie Noël zegt over haar ontwerpen dat ze ‘delicate fantasie’ zijn. “Ik ben gek op kleurige stoffen met vintagemotief die bij heel wat mensen herinneringen kunnen oproepen. Maar ik werk ook graag met wit, bijvoorbeeld met Japans papier, voor geraffineerdere stukken. Ik ontwerp hedendaagse designarmaturen en ik voeg er lampenkappen met passementwerk en barokkere elementen aan toe.” Met haar merk mengt Nathalie Noël tijdperken, stijlen en waarden. “Ik doe vooral waar ik zin in heb”, voegt ze eraan toe. “Het concept en de collectie zijn gebaseerd op associaties en mengelingen.”

In de lampen en lampenkappen van Nathalie Noël gaan fantasie, schoonheid en eenvoud hand in hand. Haar ontwerpen worden bewonderd omdat ze een eigen toets aan een interieur kunnen geven en omdat ze een sfeer creëren in het hart van een huis, een ontvangstkamer of een restaurant. Nathalie Noël heeft bij de uitbouw van haar zaak steun gekregen van het Maison du Design in Mons, waardoor ze haar zaak zo groot kon maken als ze zelf wou.

Tussen ontwerpers

“Het is mijn wens om in mijn kleine ateliertje te blijven ontwerpen, om met de hand beperkte aantallen te produceren”, vertelt de ontwerpster. Op dit moment werkt ze voor haar eerste collectie aan de uitbouw van de verkooppunten. “Mijn project past perfect in de winkels van ontwerpers, in pop-upshops waarin ambachtelijke ontwerpers op het voorplan worden gezet. Mijn klanten zijn over het algemeen mensen die op zoek zijn naar een origineel object, die willen weten wat er de geschiedenis van is en wie erachter schuilgaat”, vertelt Nathalie Noël nog.

Haar collectie past ook perfect op tentoonstellingen en ruimtes voor ontwerpers, hedendaagse en moderne kunst. In december maakt haar werk deel uit van de Marché des Créateurs van het Mudam, het Musée d’Art Moderne in het Groot-Hertogdom Luxemburg. Op 14 en 15 december is haar werk te zien op Labelle in Brussel, een expositie van creatief talent.

“Mijn project past perfect in de winkels van ontwerpers, in pop-upshops waarin ambachtelijke ontwerpers op het voorplan worden gezet. Mijn klanten zijn over het algemeen mensen die op zoek zijn naar een origineel object, die willen weten wat er de geschiedenis van is en wie erachter schuilgaat”

 

De objecten van Annah blijven verbazen. “Het ontbreekt me nooit aan inspiratie. Ik heb ideeën zat. Alles geeft me input: de natuur om me heen, de kleuren, wat ik elke dag zie, en ook de klanten die ik ontmoet en wat ze me vragen… Alles is goed om een idee op te wekken en me naar mijn kleine atelier te doen lopen. Daar ben ik bijzonder creatief”, vertelt ze tot slot.

Your opinion counts