Waw magazine

Waw magazine

Menu

Beeldende kunstenares


© Karl_Delandsheere
La nageuse

Océane voelt zich aangetrokken door reizen, cultuur en ontmoetingen. Toen ze haar opleiding aan de École Supérieure des Arts de Saint-Luc in Luik voltooid had, vertrekt ze dan ook naar Brazilië en Argentinië. Onderweg heeft ze een veelvoud aan zeer rijke artistieke ontmoetingen, zoals met Koralie en Supakitch, Fafie, Mambo, Shepard Fairey en met nog veel andere kunstenaars. Ze schildert en maakt collages op straat. Ze probeert daarbij ook nieuwe technieken uit.

Sindsdien maakt ze onder de schuilnaam “Whoups” grafische gedichten vol symbolen, waarin ze zowel gevoelens als materialen met elkaar vermengt. Schilderkunst, dans, zeefdruk en naaiwerk zijn maar enkele van haar uitdrukkingsmiddelen. Voor haar creaties gebruikt ze allerlei dragers, zoals papier, glas en muren. Haar passie is een groot speelveld waar ze geen enkele grens aan stelt en waarop ze dus naar hartenlust kan experimenteren.

Haar artistieke wereld is het resultaat van een instinctieve aanpak, waar de inspiratie die ze opdoet door de natuur, de omgeving, de beweging en door organische structuren en schaduw en licht, het leven schenkt aan een grafische poëzie die je niet leest, maar bekijkt .


© Kurt Bosmans
Skate Park Hasselt - Street Art Festival

 

En zo’n verjaardag moeten we vieren. Het hele jaar door zullen er allerhande evenementen zijn, zoals het weekend van 6 mei, dat we vrijhouden voor families.

Stilstaand beeld

Het Fotografiemuseum - Centrum voor Hedendaagse Kunst van de Franse Gemeenschap Wallonië-Brussel - in Charleroi, ging in 1987 open in het voormalige karmelietenklooster van Mont-sur-Marchienne. Vandaag is het het grootste en een van de belangrijkste fotografiemusea in Europa. Het heeft een collectie van 80.000 foto’s, waarvan er 800 permanent tentoongesteld worden. Er worden ook 3 miljoen negatieven bewaard.

In juni 2008 is er aan het klooster een nieuwe vleugel gebouwd, met een gedurfde architectuur. Die versterkt het klooster in zijn moderniteit , funct ional iteit en gebruiksvriendelijkheid. De Belgische fotografie is goed vertegenwoordigd in de collectie, maar de internationale fotografie neemt toch ook een ruime plaats in. De keuzes voor de collectie werden bepaald door de wil om een overzicht van de geschiedenis van de fotografie te bieden, maar ook door de buitenkansen die geboden werden tijdens ontmoetingen en uitwisselingen. Er zijn elke vier maanden drie wisselende tentoonstellingen, die het mogelijk maken om essentiële bakens voor de geschiedenis van dit medium uit te zetten, maar vooral ook om de dynamiek van de hedendaagse creaties te laten zien. Het museum is uitgerust met een gespecialiseerde bibliotheek met meer dan 10.000 werken, een zaal voor conferenties en projecties, kinderateliers, een ‘artshop’ en een ‘Museumcafé’ met mooi uitzicht op het park.

Het Musée de la Photographie is toegankelijk van dinsdag tot zondag, tussen 10 en 18u. Op maandag is het gesloten.

Deze gelegenheid is te mooi om niet te vieren!

Het Musée de la Photographie nodigt u in familieverband uit om zijn 25 lentes te vieren. Het wordt dé gelegenheid voor een wervelend en swingend feest voor iedereen, met de fotografie als centrale gast. In het weekend van 5 en 6 mei staat er u een stortvloed aan verrassingen te wachten. Om dit evenement op te luisteren, krijgt onder anderen de Belgische fotografe Véronique Vercheval een ereplaats. Zij heeft ons met kennis van zaken en dynamisme geholpen om voor u een nietalledaags fototoestel te ontwerpen, waarmee we binnentreden in het fabelachtige universum van de Camera Obscura. Voor wie bezeten is van de fotografie gaat het plezier verder tijdens het ‘na de opname’- feest, wat wel eens zou kunnen uitmonden in een gezellige drukte: muziek, carrousel, popcorn, lekkernijen, ballonnen… je zult niet weten waar eerst te kijken. Als fotografie een spel is, wordt het ontdekken ervan een plezier!

Georges Vercheval - L’ordre des choses
(foto's 1958-1988)

Toen in 1987 het Musée de la Photographie werd opgericht, waren de fotograaf Georges Vercheval en zijn vrouw Jeanne daar nauw bij betrokken. Daardoor werd zijn eigen fotografische oeuvre, dat aangevat werd in het begin van de jaren zestig, enigszins overschaduwd. Weinig mensen hebben het in zijn totaliteit kunnen zien en vaak had men slechts een fragmentarisch beeld van sommige hoofdstukken, zoals de reeksen Terrils of Fenêtres. Het oeuvre van Georges Vercheval is dan wel thematisch opgebouwd, maar toch vormt het geen onsamenhangend geheel. Deze reeksen zijn vormelijk coherent en getuigen van een originele benadering, of het nu gaat over de blik op het landschap of op de stedelijke ruimte, het geometrisch benaderen van het object of het vastleggen van de tijd. Een overvloedig geïllustreerd boek van 160 pagina’s, met teksten van Pool Andries, Xavier Cannone, Emmanuel d’Autreppe en Christine De Naeyer, wordt ter gelegenheid van deze tentoonstelling uitgegeven.

Georges Vercheval werd in 1934 geboren in Charleroi en studeerde fotografie in het Zwitserse Vevey en tekenen en schilderen aan de Académie des Beaux-Arts van Charleroi. Hij werkt enkele jaren als fotograaf en is erg actief op het artistieke vlak, met talrijke tentoonstellingen in België en het buitenland. Vanaf 1961 doceert hij fotografie en later fotografiegeschiedenis aan de Ecole d’art van Maredsous, de Académie des Beaux-Arts van Doornik, het Institut des Arts de Diffusion van Brussel, de Académie des Beaux-Arts van Charleroi en de Ecole nationale supérieure des Arts visuels La Cambre in Brussel. In 1979 richt hij de vereniging Photographie Ouverte op en sticht hij het Musée de la Photographie in Charleroi. Dat leidt hij tot in maart 2000. Georges Vercheval is lid van de Association européenne pour l’Histoire de la Photographie, van Oracle, van de Libre Académie de Belgique en van Culture et Démocratie.

De daling van het tentoonstellingsritme als gevolg van de opgelegde besparingen ontzegt fotografen de ontmoeting met het publiek. Om het effect van deze lacune te verzachten, kunt u vanaf nu in La Boîte Noire het werk ontdekken van een door ons geselecteerde fotograaf. Op de eerste verdieping zal zijn werk getoond worden op een projectiescherm. Voor deze eerste editie is onze keuze gevallen op Régis Defurnaux. Reden te meer om het museum te bezoeken!

RÉGIS DEFURNAUX
Maiko no hikari
TE ZIEN TOT 17 MEI 2015

 

MEER INFO

Maiko no hikari is een werk van zes jaar over de wereld van de leerling-Geisha’s van Kyoto, de Maiko. Gevangenen van de clichés verbonden met de wereld van de prostitutie en gezien als instrumenten met toeristische doeleinden, zijn deze jonge vrouwen iets totaal anders: het zijn volwaardige artiesten.

Inderdaad, deze vrouwen getuigen van zeer oude artistieke vaardigheden (dans, zang, voordracht, instrumenten) die intens verbonden zijn met de seizoenen – en daardoor zelfs met de cycli van de plantaardige wereld. Zij voeren ons eveneens mee tot de animistische oorsprong van de Japanse samenleving, door hun wortels onder te dompelen in de hoofse kunst, het kabuki-toneel en de verzoeningsdansen uit het landleven.

Als levende kunstwerken bevinden zij zich nochtans op de voorposten van de Japanse vrouwelijkheid door het statuut van de vrouw binnen het sociaal weefsel te herdefiniëren via het model van onafhankelijkheid dat zij incarneren. Ver boven de simplistische tegenstelling tussen traditie en moderniteit zijn het moderne vrouwen op zoek naar een ander leven. Maiko no hikari kan vertaald worden als het licht van de leerling-geisha’s, maar het licht (hikari) kan ook gezien worden als hoop. Om die reden toont deze fotoreeks op een heel aparte wijze de aan de gang zijnde evolutie binnen de kunstvormen in Japan en de manier waarop dat zo bijzondere land zijn identiteit weer samenstelt in de vroege 21ste eeuw.

Sterk verbonden met de geleidelijk aan verdwijnende wereld van de bloemen, stellen deze jonge vrouwen onze condition humaine in vraag: een levend evenwicht tussen een intieme sensatie van directheid en een vreemd gevoel van bestendigheid – zoals in de fotografie.

Nieuwe tentoonstellingen in het museum tot 20 januari 2013

Dave Anderson - Charleroi

Na zijn tentoonstelling ‘Rough Beauty’, gewijd aan Vidor, een onbemind stadje in Texas (VS), heef t het Musée de la Photographie, in samenwerking met het OCMW van Charleroi, aan Dave Anderson voorgesteld een fotoreportage over Charleroi te maken. Deze past in het kader van de fotografieopdrachten waartoe het museum het initiatief heeft genomen, met als doel een spoor te bewaren van een stad in totale verandering.

In tegenstelling tot Bernard Plossu, aangetrokken door de ring en het stedelijke decor, heeft Dave Anderson zich gericht op de rijkdom van Charleroi, zijn bewoners en de mozaïek die ze uitmaken, maar ook op de plaatsen en werken die getuigen van deze beslissende overgangsjaren voor de stad aan de Samber.

Een doeltreffende en directe humanistische blik, zonder vooroordeel of valse schijn, met een grote beheersing van kleur en compositie; een fotoreportage die blijk geeft van een grote tederheid en hoop voor een boeiende stad die een tweede adem zoekt. Bijna 120 foto’s geven vorm aan deze tentoonstelling.

Een catalogus van 120 bladzijden vergezelt deze tentoonstelling. De tekst is van Pascal Laurent.

Dave Anderson (geboren in 1970) heeft altijd al gefotografeerd, maar pas rond zijn 30ste heeft hij zich ernstig toegelegd op het medium. Na een korte opleiding aan het International Center for Photography ziet hij af van een schitterende loopbaan in de media en de politiek, om fotograaf te worden. Zijn werk kent al snel een internationale erkenning. In 2005 wint ‘Rough Beauty’ de nationale wedstrijd van het Santa Fe Center for Photography. Dave Anderson wordt in het Duitse tijdschrift fotoMA GAZIN omschreven als ‘een van de veelbelovende talenten van de Amerikaanse fotograf ische scene’. Hij is vertegenwoordigd in meerdere openbare en particuliere collecties, meer bepaald in het Museum voor Schone Kunsten van Houston, het Ogden Museum of Southern Art, het Worcester Art Museum en het George Eastman House. A nderson heeft gewerkt voor de tijdschriften Esquire, Stern en ESPN. Hij is afkomstig van East Lansing in Michigan en woont in Little Rock, Arkansas.

 

Aurore Dal Mas - Ultima

In 2010 werden de kunstenaarsresidenties op het eiland Comacina (Italië), onder leiding van ‘Wallonie-Bruxelles International’, volledig vernieuwd. Hierna verbleven er opnieuw kunstenaars van juni tot september 2011. De Belgische fotografe Aurore Dal Mas was een van de geselecteerde auteurs. Zij laat ons nu het resultaat van haar werk zien: ‘Ultima’.

Over de reeks Ultima vertrouwt Aurore Dal Mas ons toe: ‘De foto’s van de reeks Ultima sluiten de personages, de aanwijzingen van tijd, plaats en het anekdotische uit, om te komen tot meer universele, ja zelfs archetypische beelden. Hun punt van overeenkomst is dat zij landschappen laten zien die superieur zijn aan de mens, of het nu de grootte, de tijd of de kracht betreft. Afgezien van het esthetische zijn ze een reflectie op de diepzinnige aard van de mens, een vorm van meditatieve metafoor.’ En verder: ‘Ultima is het zich op één lijn plaatsen met de zin van het leven: veeleisend, authentiek, spontaan – bijna onmenselijk, in wat het voor onbekends inhoudt.’

Aurore Dal Mas behaalde in 2005 een Master in de fotografie en in parafotografische opzoekingen aan La Cambre (B).

Via fotografie, schrift, video en installaties probeert zij innerlijke, individuele en universele originele beelden aan de oppervlakte te brengen. Haar werk wordt, en dat in gelijke mate, gevoed door haar metafysische lectuur, belangstelling voor de Italiaanse schilderkunst, constante onderzoek naar het zelfportret, de trage films van de Portugees João Cesar Monteiro, evenals door haar ervaringen met de werking van de stem en haar experimenten met de energetische stromen van het lichaam.

Deze tentoonstelling geniet de steun van ‘Wallonie-Bruxelles International’.

 

Magali Koenig - Milieu de rien

Het oeuvre van Magali Koenig wordt opgebouwd naargelang van haar reizen. Georgië, Siberië, Rusland, Cuba en heel wat andere streken krijgen een ritme zoals verhalen, haar beelden van het dagelijkse leven die zij, sinds bijna 30 jaar, archiveert en verzamelt.

In verband met het werk van Magali Koenig schrijft Nicolas Couchepin: ‘De foto’s van Magali Koenig laten zelden mensen zien. En nochtans zou men bijna kunnen zeggen dat het portretten zijn. Ongetwijfeld komt daar iemand langs, net vóór het afdrukken. Die plaatsen die net verlaten lijken te zijn, die ruimtes gewijd aan de ontgoocheling, die landschappen, tegelijk immens en vol van schuilplaatsen, zijn bekleed met de hele emotie van het leven dat zich, buiten beeld, afspeelt, juist ervoor, juist erna.’ En over de reeks ‘Milieu de rien’ vervolgt hij: ‘De foto’s van Magali Koenig tonen heel wat nabije en verafgelegen plaatsen. Ze hebben alle gemeenschappelijk dat ze tegelijkertijd vertrouwd en verlaten zijn, en dat ze onbeduidende werelden laten zien die je terugvoeren naar ‘the middle of nowhere’. Men treedt er binnen, men valt erin, men heeft de indruk te vliegen, men ruikt de geur van de zon op pluimen, men zegt bij zichzelf dat er ons iets overkomt, en ten slotte weet men niet meer of geluk stoelt op nostalgie, of omgekeerd.’

Magali Koenig werd in 1952 geboren in Lausanne. Ze woont en werkt in Vevey. Ze behaalde haar diploma aan de ‘Ecole supérieure de la photographie’ van Vevey. In 1986, 1990 en 1992 ontving ze een federale beurs voor Toegepaste Kunsten.

Te zien in het Musée de la Photographie tot 12 mei 2013.

Onder de titel “Variaties. Dit werk is een aaneenschakeling van leugens. In Brussel regent het”, toont de Belgische fotograaf Charles Paulicevich zijn gehechtheid aan België. Hij begon zijn demarche vier jaar geleden in Brussel. Deze is rijk aan beelden die de banaliteit overstijgen, beelden die anekdotisch noch ironisch zijn, en die, ondanks het feit dat ze geankerd zijn in de realiteit, vals lijken. De fotograaf wordt graag geconfronteerd met zijn eigen vooroordelen.

Het onderwerp van de vrouw lijkt de kern uit te maken van de foto’s die op dit ogenblik in het museum tentoongesteld worden. De diverse gezichten van de vrouw… Of het nu de vrouw is die leven schenkt, of de vrijgevochten vrouw, de vrouw als ‘object’ of als ‘femme fatale’, zij neemt steeds een andere vorm aan in de diverse variaties van Paulicevich.

Wij wilden weten waarom het vrouwelijke personage altijd terugkeert in zijn foto’s. Hij vertelde ons het volgende…

“Op een mooie dag zegt [mijn geliefde en tedere] Louise bij het zien van mijn foto’s:
Zeg kerel. Heb je al gemerkt dat je heel weinig vrouwen fotografeert en dat als je het doet, dat steeds is vanuit de invalshoek van ‘de vrouw als object’?

Uiteraard ging het er mij om geen gezichtsverlies te lijden en een mythe, die aan de basis ligt van onze geschiedenis, in stand te houden:
Wel… uiteraard heb ik dat opgemerkt. Nee zeg, voor wie neem je mij wel?

Ik moet toegeven dat Louise niet van gisteren is en haar antwoord was tegelijkertijd precies en scherp:
Ja ja… weet je wat? Je gaat je toestel nemen en je stilletjes concentreren op de vertegenwoordigsters van mijn soort. Want jouw visie begint mij angst aan te jagen!

— …

En zo heb ik mij geconcentreerd op vrouwelijke personages. Ik heb veel beelden gemaakt en heb er enkele uitgekozen.”

Nieuwe tentoonstellingen in het Musée de la Photographie tot 15 september 2013

Nikon Press Photo Awards 2013

Via deze wedstrijd wil Nikon de mooiste persfoto’s van Belgische persfotografen of van persfotografen die in België resideren, op de voorgrond stellen. De Nikon Press Photo Awards is bedoeld voor professionele persfotografen die in het bezit zijn van een officiële perskaart en die hun activiteit kunnen bewijzen door middel van een commerciële publicatie. Dit jaar kunnen de deelnemers kiezen uit vier categorieën: actualiteit, sport, portret en stories. Voor deze editie van 2013 zal de Nikon Press Photo Awards meer fotografen bekronen. Behalve de Nikon Press Photo Award, de traditionele eerste prijs, zal de jury enerzijds de Promising Young Photographer Award toekennen aan de meest talentvolle fotograaf die jonger is dan 30 jaar. Anderzijds zal Nikon in elke categorie die foto bekronen die het best de filosofie en de kwaliteit van deze Awards weerspiegelt. De diverse prijzen zullen bestaan uit Nikon-materiaal: voor de laureaat van de Nikon Press Photo Award ter waarde van ongeveer € 6.000 en ongeveer € 2.000 voor de winnaar van de Promising Young Photographer Award. De prijzen toegekend in elke categorie zullen een waarde hebben van ongeveer € 1000.

Nikon Press Photo Awards is een organisatie van Nikon Belux in samenwerking met het FotoMuseum Antwerpen [www.fotomuseum.be] en het Musée de la Photographie in Charleroi [www.museephoto.be].

Jens Olof Lasthein - Charleroi

Na de tentoonstelling ‘White Sea, Black Sea’ in 2010 stelde het Musée de la Photographie aan Jens Olof Lasthein voor een fotoreportage te maken over Charleroi. Daarmee werd hij de volgende fotograaf in de reeks van fotografieopdrachten die het museum geeft om een stad in verandering in beeld te brengen.

De Zweedse fotograaf Jens Olof Lasthein maakte twee reizen en bracht weken door in Charleroi om de stad en haar omgeving te doorkruisen. Hij ontmoette de inwoners, deelde hun dagelijkse leven met hen en legde de belangrijke momenten vast.

Van deze onderdompeling in de stad van de Carolorégiens levert hij ons, in een veertigtal panorama’s in kleur, een opmerkelijke reeks scènes uit het dagelijkse leven. Sterke beelden, getint door melancholie, triestheid en ernst, waarmee hij getuigenis aflegt van het dagelijkse leven van eenvoudige mensen. Het licht verrast en Lasthein toont zich een compositorisch meester. Mannen, vrouwen en kinderen vertellen hun verhaal, al dan niet geposeerd, in de bocht van een straat, op een braakliggend terrein of in een bistro. Het is een verhaal dat niemand onverschillig zal laten.

En Xavier Cannone voegt eraan toe: “De panoramische visie, die het handelsmerk van Lasthein is en aanleunt bij het filmische verhaal, maakt van elk van zijn foto’s middeleeuwse schilderijen waarin elk detail telt, waarin van links naar rechts, vooraan en in de achtergrond, verhalen worden geschetst. Verhalen die verteld moeten worden in een landschap waarin ze naadloos opgaan en dat ze samenbrengt.”

CV

Jens Olof Lasthein werd in 1964 in Zweden geboren en groeide op in Denemarken. Vandaag woont en werkt hij in Stockholm. Hij doceert occasioneel fotografie in Zweden, terwijl hij voortdurend persoonlijke projecten uitwerkt en persopdrachten uitvoert.

Een fotoboek vergezelt deze tentoonstelling.

Met de steun van Ores, de Stad Charleroi, Wallonië en de Fondation Mons 2015

 

Frédéric Pauwels - L’envers du décor (De achterkant van het decor)

leven in een precaire omgeving. Ze hebben geen aanzien, de wetgeving is vaag en er rust een taboe op hun beroep. Daardoor worden ze ondergedompeld in een paradoxaal ‘no man’s land’. Dat is de reden waarom de vereniging ‘Espace P…’ vecht om hun rechten te laten erkennen, om aan de prostituees een wettelijk beschermingskader te bieden, maar eveneens om de publieke opinie en de politici op de problemen te wijzen. Via 43 foto’s, gepresenteerd en afgedrukt met een heel nieuw procédé, richten Frédéric Pauwels, fotojournalist, en de ‘Espace P…’ de spots op het milieu van de Belgische prostitutie. Frédéric Pauwels wil het beroep niet met schande overladen of de consumenten van deze ‘economie’ aan de kaak stellen. Hij heeft zich in het milieu begeven en het vertrouwen gewonnen van een aantal prostituees. Het resultaat is een respectvol en gevoelig werk dat de focus minder richt op de prostituee dan op de vrouw die dit beroep uitoefent. De getuigenis is des te sterker omdat ze de steun geniet van sommigen onder hen, die niet alleen bereid waren duidelijk herkenbaar gefotografeerd te worden, maar zich ook uitspraken over hun intieme verhouding tot de prostitutie. Een sociaal beroep, diep menselijk voor de enen, onaanvaardbare overlevingsstrategie voor de anderen. Hun woorden zijn sterk, onverwacht, en brengen ons in de war. Anderzijds is er ook de soms gore realiteit van vrouwen die door de stedelijke herinrichting werden verdreven en verplicht worden te werken in echte zwijnenstallen, waar de vloer bezaaid ligt met vuilnis en condooms. In dit verband heeft ‘Espace P...’ eveneens de getuigenissen van verschillende vrouwen gebundeld. De bezoeker kan die, als hij dat wil, ontdekken in een boekje dat ter beschikking ligt tijdens de tentoonstelling.

CV

Frédéric Pauwels (°1974) is een Belgische fotograaf. Als stichtend lid van het internationale collectief Luna, fotograaf in vast dienstverband bij Vif-L’Express en docent aan het atelier Contraste, heeft hij samen met Gaëtan Nerincx en Virginie Nguyen Hoang het nieuwe collectief Huma opgericht. Hij is ervan overtuigd dat de fotografie, beter dan woorden, dingen aan de kaak stelt en brengt, sinds meer dan twaalf jaar, verslag uit van de situaties die hem raken: de daklozen, het einde van de paardenrenbanen in België, muziek in het ziekenhuis, de Brusselse Noordwijk, de verwoesting van Doel voor de uitbreiding van de Antwerpse haven en het dagelijkse leven van de vrouwelijke prostituees in België. In 2008 werd hij genomineerd voor de Dexia Prijs en in 2010 was hij laureaat van de 16de Prix National Photographie Ouverte met de Prix du Patrimoine / Amis de l’Unesco. In april laatstleden heeft hij eveneens een fotoschool, waarin hij les geeft, opgericht: l’atelier Obscura. Deze tentoonstelling is het resultaat van een samenwerking tussen het Musée de la Photographie van Charleroi, Espace P… en Frédéric Pauwels.

 

Les études de Monsieur Gaspar (De studies van meneer Gaspar) - Charles Gaspar (1871-1950)

Het Musée de la Photographie is in zijn collectie ondergedoken om het werk van Charles Gaspar te ontsluieren. Charles Gaspar is een Belgische fotoamateur uit de 19de eeuw van wie de foto’s, verworven in 2003, nog nooit werden vertoond. Als lid van de ABP [Association Belge de Photographie] beoefende Charles Gaspar de fotografie tussen 1892 en 1915, waarbij hij zich aansloot bij de picturalistische stroming, aan de zijde van Belgische fotografen zoals Léonard Misonne en Gustave Marissiaux. Bij hen heeft hij zich kunnen vervolmaken, deelnemen aan talrijke salons en zijn oog van beginnend fotograaf kunnen oefenen. Hij heeft een kwaliteitsniveau bereikt waarvan het dertigtal foto’s getuigen die binnenkort in het museum te zien zullen zijn. Door met het licht te spelen en zijn foto’s manueel te verfraaien, getuigen de studies van Charles Gaspar, volledig in de lijn van de picturalisten, van een verfijnd werkstuk over compositie, licht en pose. En met het platinumprocédé (platinotypie) dat Gaspar gebruikt, goochelt hij nog meer met die begrippen dankzij de verschillende tinten grijs die deze techniek oplevert. De lelie, symbool van onschuld en zuiverheid, komt als een zuiverend thema terug in zijn foto’s, die getint zijn door prerafaëlitische invloeden, zoals de modellen met zwevende gebaren, gekleed in antieke gewaden.

Les études de Monsieur Gaspar bieden tijd voor reflectie en rust in deze tijd van het automatische gebaar en de instamatic.

 

Nieuwe tentoonstellingen in het museum van 25 januari tot 18 mei 2014

Gilles Caron
Le Conflit intérieur / Het innerlijke conflict

Gilles Caron [Frankrijk 1939-1970] heeft in enkele jaren zijn stempel gedrukt op de wereld van de fotografie. Als jonge gepassioneerde en stoutmoedige journalist heeft hij het genre van de fotoreportage vernieuwd. In 1968 richt hij, samen met Raymond Depardon, het agentschap Gamma op en valt hij zeer snel op door alle grote conflicten van die tijd te verslaan: het Nabije Oosten, Vietnam, Tsjaad, Ierland, Biafra. Hij is op alle fronten aanwezig tot 5 april 1970, dag waarop hij in Cambodja verdwijnt in een zone die in handen is van de Rode Khmer.

Caron verwierf niet alleen bekendheid als oorlogsreporter, hij slaagde er ook in op opmerkelijke wijze de geest van de jaren zestig vast te leggen. Film [de Nouvelle Vague], mode, chanson, revolterende jeugd, politiek… maken deel uit van zijn grote onderwerpen, onderwerpen die hem inspireren tot buitengewoon opmerkelijke beelden. Zijn levendig verslag van Mei 68, en meer bepaald de beroemde foto van Daniel Cohn-Bendit die een CRS uitdaagt, maakt deel uit van ons collectieve geheugen.

Het oeuvre van Gilles Caron ligt in de lijn van de grote traditie van de fotojournalistiek, maar het kondigt eveneens de beginnende crisis ervan aan. Deze crisis komt tot uiting onder vorm van een jammerlijk besef dat een kritiek inhoudt ten overstaan van het beroep. Dat ‘innerlijke conflict’ van Caron is dat van een hele generatie die zich vragen stelt over de draagwijdte van de getuigenis via beelden en meer algemeen over de zin van actie. Bij Caron bevindt de oorlog zich vóór het objectief, maar ook in de kern van het geweten van de fotograaf.

De tentoonstelling Gilles Caron, Le conflit intérieur, samengesteld door Michel Poivert, toont in 150 beelden en documenten, afkomstig van de ‘Fondation Gilles Caron’, het ‘Musée de l’Elysée’ en private collecties, het werk van een fotoreporter die nooit opgehouden heeft de doelmatigheid van zijn engagement in twijfel te trekken. Vertrekkend van de archieven – vintage prints, negatieven, contactbladen, oude documenten – laat de tentoonstelling ons toe een van de belangrijkste figuren van de fotojournalistiek uit de tweede helft van de 20ste eeuw te herontdekken.

Jours de guerres / Oorlogsdagen

De tentoonstelling van Gilles Caron in de kapel van het Musée de la Photographie, Le Conflit intérieur is een belangrijke retrospectieve van het oeuvre van deze Franse fotoreporter die, van 1965 tot aan zijn tragische verdwijning in Cambodja in april 1970, over talrijke conflicten bericht heeft.

Analoog aan deze tentoonstelling heeft het collectiebeheer van het museum een selectie gemaakt uit zijn fondsen met het doel de fotografische praktijk van Caron te schetsen binnen de fotojournalistiek van zijn tijd.

Een fotocollectie wordt inderdaad samengesteld rond diverse thema’s en reflecties, door middel van aankopen en giften, maar ook in de loop van de ontmoetingen met diverse fotografen. De sociale documentaire en de fotojournalistiek zijn cruciaal om de geschiedenis te begrijpen, maar eveneens de geschiedenis van de fotografie. De collectie van het museum getuigt hier meer bepaald van door meer dan 150 jaar van de geschiedenis van de reportage te vertegenwoordigen, vanaf de beelden van de Krimoorlog tot de recente actualiteit, via de Parijse Commune, de twee wereldoorlogen, Vietnam, de genocide van Rwanda en zelfs de sociale conflicten.

Voor de selectie voor ‘Jours de guerre’ werd vertrokken van de plaatsen waar Caron gewerkt heeft - we denken aan Mei 68, de Zesdaagse Oorlog, de oorlog in Vietnam, de Praagse Lente - maar omvat ook de praktijkjaren van Caron en de evenementen waarover hij niet bericht heeft, zoals bijvoorbeeld de inname van Stanleystad, omdat hij in beslag werd genomen door andere conflicten.

Een twintigtal beelden van de grote namen uit de fotojournalistiek worden tentoongesteld in de kloostergang. Sommige zijn zelfs iconen geworden van de sociale bewegingen, meer bepaald de foto van Marc Riboud tijdens de anti-Vietnambetogingen, of ook nog die van Franz Pans en van Claude Dityvon in het bijzonder. Andere zijn qua emotie even krachtig, zoals die van Philip Jones Griffiths, reporter van het agentschap Magnum, met zijn getuigenissen over de oorlog in Vietnam. Nu eens worden de burgers die die oorlog ondergaan op het voorplan geplaatst, meer bepaald met Leonard Freed, dan weer wordt de aandacht gevestigd op de plaatsen zelf, zoals Craig Barber, voormalig G.I., die jaren later teruggekomen is in die verlaten dorpen. De kracht van het ogenblik is in zijn volle omvang duidelijk bij Dick Durrance, in Vietnam op het hoogtepunt van het conflict, of bij Josef Koudelka die het ontketenen van de oorlog suggereert.

Samen met de 25 jaar ‘Visa pour l’image’ in Perpignan, getuigt deze tentoonstelling in het Musée de la Photographie van de plaats die de fotojournalistiek heeft ingenomen in onze geschiedenis en in onze collectie. De meesters die tentoongesteld worden aan de zijde van Caron weerklinken als een echo van de huidige generatie, die aanwezig is in de permanente collectie van het Musée de la Photographie.

Claire Chevrier
Charleroi

Het Musée de la Photographie heeft aan Claire Chevrier voorgesteld een fotoreportage over Charleroi te realiseren. Deze kadert in de opdrachten waarvoor het museum het initiatief heeft genomen om de sporen van een stad in verandering te bewaren. Gedurende meerdere weken en tijdens vier verblijven heeft de Franse fotografe Claire Chevrier de stad en haar omgeving doorkruist. Van deze onderdompeling in Charleroi bezorgt zij ons in een dertigtal kleurenfoto’s haar visie op de stad.

Over deze opdracht heeft Claire Chevrier het volgende geschreven: “Ik ben onmiddellijk willen beginnen bij de directe omgeving van de stad, haar structuur en haar grenzen begrijpen, de wijken bekijken en de stromen begrijpen. Het was belangrijk zoveel mogelijk buiten te werken op zonnige dagen, ik wilde vooral geen donkere lezing toevoegen door middel van somberheid, maar wel dat men zich integendeel concentreert op de samenstelling van de modules die de stad vormen. Bij een tweede bezoek ben ik van de rand naar het centrum gegaan maar met dezelfde demarche. Ik wilde plaatsen observeren die gewijd waren aan de arbeid, ondernemingen in diverse sectoren, en niet binnengaan in appartementen, in de intimiteit. Het kiezen van afstanden, camera-instellingen, details… is een bevraging van de ruimte. Hoe men een ruimte bevat, hoe me een afgebakend oppervlak structureert [oppervlak van de ruimte en die van de foto], ruimtes in afwachting, waar zich verschillende geschiedenissen zouden kunnen afspelen. Generische beelden, open ruimtes, dat is wat mijn werk beoogt.” Claire Chevrier werd geboren in 1963, zij leeft en werkt in Parijs en Mayet. In 2007-2008 resideerde zij in de Villa Medicis in Rome. Zij heeft verschillende belangrijke individuele tentoonstellingen gerealiseerd : in 2005, in het Musée Nicéphore Nièpce van Chalon-sur-Saône, met haar werken die het resultaat zijn van verschillende jaren onderzoeksreizen naar diverse megapolissen [Bombay, Rio, Lagos, Cairo…]. Recent hebben er verschillende monografische tentoonstellingen plaatsgevonden : In het Centre de la photographie Île-de-France, in Pontault-Combault en in ‘la Salle Blanche’ van het Musée des Beaux- Arts van Nantes in 2009 ; de tentoonstelling ‘Connivence I’ in het Musée de l’Image in Épinal in 2011, en ‘Il fait jour’ in het Centre Régional de la Photographie van Douchy-les- Mines in 2012, evenals de tentoonstelling ‘Camminando’ in de Villa Medicis in Rome. Claire Chevrier heeft sinds 2005 eveneens deelgenomen aan verschillende groepstentoonstellingen.

Bovendien is zij sinds 2012 docente aan de École Nationale Supérieure d’Architecture van Versailles.

Met de steun van de stad Charleroi, Wallonië, de Fondation Mons 2015 en Ores.

Nieuwe tentoonstellingen inhet Museum, van 28 september 2013 tot 19 januari 2014

Marcel Mariën 
De clandestiene passagier

In 1937 breekt Marcel Mariën zijn bril en maakt hij de veren aan één enkel glas vast. Daarmee creëert hij ‘L’introuvable / Het onvindbare’ en vervult hij grotendeels de wens van zijn vriend Paul Nougé – de centrale figuur van het surrealisme in België – die dringend verzocht om ‘nieuwe gevoelens’ te creëren.

Mariën maakte heel wat collages, foto’s en assemblages, die bij de kijker een glimlach, verontwaardiging, een genoegen of een poëtische emotie opwekken en waarmee hij onvermoede mogelijkheden uit het beeld of het object haalt.

Mariën werd in Antwerpen geboren uit een Vlaamse vader en een Waalse moeder (en vice versa, preciseerde hij). Hij werkte, vanaf zijn eerste contacten met René Magritte en de Belgische surrealisten, als uitgever, fotograaf, assemblagekunstenaar, dichter, cineast en collagekunstenaar, waarbij hij bewust weigerde de voorrang te geven aan één discipline of één materiaal. Voor hem telde enkel de efficiëntie van de bedoeling, los van elke esthetische preoccupatie, van elke vormelijke concessie. Marcel Mariën getuigt van de geestkracht van de tweede generatie surrealisten. Gedurende meer dan vijftig jaar was hij de incarnatie van hun voortbestaan. Hij was er tegelijkertijd de acteur en de geschiedschrijver van, de rechter en de getuige à charge, de ondermijner ook, doordat hij de huichelaars en de usurpators bestreed.

Hij was een intieme vriend van Nougé, van wie hij koppig de geschriften verspreidde en zijn belang onderstreepte, en van Magritte. In hun geest zette hij hun werk voort. Met de schilder raakte hij gebrouilleerd door de publicatie van het pamflet Grande Baisse, dat hij samen met zijn medeplichtige Leo Dohmen opstelde.

In 1959, met beperkte middelen en met de hulp van vrijwilligers, realiseerde Mariën de enige authentieke surrealistische Belgische film, L’Imitation du cinéma, die in België gecensureerd en in Frankrijk verboden werd. Hij verbleef vervolgens in de Verenigde Staten en in communistisch China, waarvan hij bij zijn terugkeer het totalitaire karakter van het maoïstische regime hekelde.

In 1967 vond in Brussel zijn eerste individuele tentoonstelling plaats, de eerste in een lange reeks. Hij zette ondertussen zijn activiteiten voort via het tijdschrift ‘Les Lèvres nues’, opgericht in 1954, en via de uitgeverij met dezelfde naam die, behalve zijn eigen creaties, de essentiële teksten van het surrealisme in België uitgaf en het unieke ervan in het daglicht stelde. Marcel Mariën overleed twintig jaar geleden, op 19 september 1993. De tentoonstelling in het “Musée de la Photographie de la Fédération Wallonie- Bruxelles” in Charleroi wil geen retrospectieve zijn, maar zal focussen op de diverse activiteiten van Marcel Mariën en grote aandacht besteden aan zijn foto’s, waarvan de oudste lang onbekend zijn gebleven.

De tentoonstelling wordt vergezeld van de publicatie ‘Marcel Mariën, Le passager clandestin’, geschreven door Xavier Canonne, directeur van het Fotomuseum en samensteller van de tentoonstelling. Xavier Canonne was een intimus van Marcel Mariën.

Het boek, dat zal verschijnen bij uitgeverij Pandora in Antwerpen, omvat 460 bladzijden met meer dan 700 illustraties en zal in twee versies beschikbaar zijn, een Franstalige en een Engelstalige.

 

Michel Mazzoni
White Noise

Michel Mazzoni, in 1966 geboren in Frankrijk, woont in Brussel. Hij studeerde colorimetrie en sensitometrie. In zijn artistieke praktijk, waaraan hij zich sinds 2004 wijdt, neemt hij zijn toevlucht tot de fotografie, maar gebruikt hij soms ook een video-installatie. Zijn werk is een meditatie over tijd en ruimte. Sinds 2008 heeft hij drie monografieën gepubliceerd. White Noise is zijn vierde. Zijn werk wordt geregeld getoond op biënnales, op beurzen voor hedendaagse kunst, in kunstencentra, in galeries, in België, Frankrijk, Luxemburg en Zuid-Korea. Als kunstenaar is hij docent aan de hogere cyclus fotografie van de school Condé Nancy in Frankrijk.

“Michel Mazzoni bewerkt de tijd maar ook de ruimte. Hij wijdt zich aan een queeste naar het nauwelijks waarneembare, naar die verschuiving van de tijd die wij niet kunnen waarnemen. Hij legt zich ook toe op het gebrek aan belangstelling, op de verlatenheid, op de door de mens verwaarloosde zones die geleidelijk die langzame erosie ondergaan. […] Mazzoni ontwikkelt een oeuvre over het licht. Onderbelichting en overbelichting worden met elkaar geconfronteerd, vullen elkaar aan, zetten een dialoog in gang die niet rust voordat onze visie is verstoord. Deze bewerking van de fotografische materie gebeurt uiteraard opzettelijk, afhankelijk van de omstandigheden tijdens de opname en/of in de donkere kamer, of tijdens het scannen van het beeld. Dat werk over het licht lijkt een minuscule sluier te installeren tussen de kijker en het gefotografeerde voorwerp, een scheiding op te richten, en komt dat immense gevoel niet afsluiten maar verstoren. […] Geleidelijk aan worden details, onmerkbare vormen van de dichtheid van de sluier duidelijker. De observatie wordt verfijnd en gaat die vormen waarnemen, er worden tijdens de bewerkingen kleurovergangen gevormd die a priori monochroom zijn. […] Michel Mazzoni creëert dan wel een oeuvre over het licht, maar ook over de densiteit van de dingen. Meestal vloeit er een gevoel van zwaarte voort uit zijn reeksen. […] De gefotografeerde textuur neemt de vorm van ether aan, zoals bijvoorbeeld de mist of de wolken… Een van de dingen die Mazzoni zich in die foto’s, op die plaatsen afvraagt, is daarom de plaats van de mens. […] zijn spoor blijft aanwezig door aanwijzingen, overblijfsels, of door de architectuur… Zijn spoor wordt kenbaar gemaakt door de entropie zelf, wordt gevolgd door het opeenvolgend verlaten van plaatsen die vroeger vaak gekenmerkt werden door menselijke aanwezigheid.”

Hij wordt vertegenwoordigd door de Brusselse galerie “any space”.

Uittreksels uit de tekst van Valéry Poulet “Michel Mazzoni : L’axiome de la pose B?” voor performArt augustus 2012

  

Kodachrome
Herinterpretatie van dia’s

Wat blijft er over van de Kodachrome? Een lied van Paul Simon, diapositieven en duizenden herinneringen aan de meest verkochte filmrol ter wereld. Sinds Kodak in 2009 definitief besliste de productie van de mythische film stop te zetten, is het allemaal verleden tijd, maar de souvenirs blijven.
Vandaag rest enkel nog de herinnering

aan zijn gesatureerde kleuren. Zijn dood laat sporen na en nostalgici worden verplicht zijn zo karakteristieke veroudering na te bootsen met Instagram. Er rest ons evenwel de ouderwetse charme van de projectie, waarbij we ons een veelheid aan wonderlijke geschiedenissen inbeelden in een wereld die niet de onze lijkt. De fletse kleuren spoelen onze geest en schenken die oude films terug aan onze ogen, die schitteren bij de ontdekking. Het diapositief verbindt het tijdperk dat door de chemie is vastgelegd met een andere tijd, die van de vertoning. Projectie of afdruk, de dia is positief, zowel in de letterlijke als in de figuurlijke betekenis. Hij verstart niet en verschijnt maagdelijk op zijn drager. Op het witte scherm verliezen herinneringen en vergeten zaken zich in de echo van hun tijd. Op papier geeft hij zich over aan zijn drager en gaat hij verloren, vergeelt hij of blijf hij ermee voortbestaan. In alle gevallen bieden de dia en de Kodachrome de kijker de vrijheid van de interpretatie.
De dienst Collectie is bezweken voor de

charme van dat anonieme lot, samengesteld uit Kodachromes, gefotografeerd door een Belgisch stel dat aan de Westkust van de Verenigde Staten heeft gewoond. Die beelden, gefotografeerd tussen 1949 en 1952, projecteren ons rechtstreeks naar het tijdperk waarin Jack Kerouac het continent doorkruiste en zijn beroemde On the Road schreef. We bevinden ons ver van de waanzin van Cassady en Kerouac, ver van hun constant uitgebraakte bliksems, maar zo dicht bij die traagheid en mythische schoonheid die zij grenzeloos bezingen en bewonderen. Nochtans sprong dat legendarische Amerika helemaal niet in het oog. De onderwerpen gingen verloren in dat vierkante formaat, alsof dat haast onmogelijk leek in de Verenigde Staten. Rekening houdend met de interpretatieve aard van het diapositief hebben we besloten die beelden opnieuw te kadreren, om het opzet te beperken en te wijzen op de louter cinematograf ische essentie.

Cropping America biedt, in cinemascoop, een traject langs de Westkust, waarbij iedereen zijn verlangens en droombeelden kan projecteren naar een tijdperk waarin Duke Ellington losbrak in bebop-improvisaties, waarin de heksenjacht hoogtij vierde, en waarin Marilyn Monroe haar eerste passen zette in de film…

Your opinion counts