Waw magazine

Waw magazine

Menu

Op een kruispunt van wegen

 

Vroeger was het een postpleisterplaats waar men halt hield om van paarden te verwisselen en dan verder te reizen. Reeds in het midden van de 19de eeuw was er een restaurant in het Posthotel. Daar vergast de familie Pankert de reizigers al sinds drie generaties op een maaltijd. Na de jongste oorlog werd Sankt-Vith beetje bij beetje heropgebouwd. Het hotel werd pas heropend in 1950. Later, in de jaren 1970, vormden Arno en Ingrid Pankert dit relais letterlijk om tot een befaamd gastronomisch restaurant. Vandaag heeft de volgende generatie, Eric en Carina Pankert, de fakkel overgenomen.

 

Twee mentors

Eric Pankert behield in zijn DNA de basis van de sterrengerechten die hij samen met zijn vader bereidde. Met zijn echtgenote Carina zet hij het avontuur van Zur Post voort door het behoud van recepten die de faam van dit huis vestigden en door er een dosis hedendaagse creativiteit aan toe te voegen. Die originaliteit wordt wijselijk gevoed door beroepsreizen. In Manhattan was het Jean-Georges Vongerichten, een uit de Elzas stammende chef, die hem leerde hoe hij de Europese en de Aziatische keuken kon combineren. Vongerichten baat er het restaurant “Le Jojo” uit, dat nu “Le Jean-Georges” heet en drie Michelinsterren heeft. Het was ook in een relatieve mediastilte dat Eric zijn kunde ging vervolmaken bij zijn vader, die bevriend is met de driesterrenchefs Pierre Romeyer en Pierre Wynants. “In Sankt-Vith zijn we altijd ver van het licht van grote steden zoals Parijs en zelfs Brussel gebleven. Vroeger konden we niet zeggen dat de mensen uit de streek fijnproevers waren. Voor ons was het veel moeilijker om klanten en sterren aan te trekken. Je moest je elke dag bewijzen”, verzekert Eric Pankert ons. “Zelfs nu we befaamd zijn, moeten we dat trouwens nog steeds doen.” We kunnen u dit restaurant met zijn aangenaam interieur en zijn rustig en hedendaags kader alleen maar aanbevelen.

 

Ronduit heerlijk

De wijnkaart wordt samengesteld door Carina. Ze stelt ook in alle bescheidenheid de gerechten voor. “We schenken u wijn die we allebei zelf lekker vinden en die bij de kaart past.” Vanaf het voorgerecht zijn de schotels heel intelligent samengesteld, met een combinatie van wild en forel uit de streek, op de wijze van “Vitello tonnato”, gekonfijte ricotta, gefrituurde kappers, olijven uit Kalamata, met een Luxemburgse wijn van auxerredruiven die op de hellingen van Schengen groeiden. Daarna komen er geroosterde sint-jakobsvruchten, linzen met sinaasappel, pistaches en witte druiven die eer betuigen aan Bretagne. Het toppunt van de kaart? Een hert uit de Eifel, amandelsaus met gekaramelliseerde vijg, champignons en een luchtige puree van bintjes. Heerlijk! Om in schoonheid te eindigen, is er als dessert een “Waldeman”-peer op Bretons zandgebak, gezouten karamel en vanilleroomijs voor een zachte landing, waarbij een Vouvray Tendre wordt geschonken. Naast dit “Best of ”-menu (€ 89), zijn er nog twee andere formules: de lunch (€ 45) en het “Gourmand”-menu (€ 69). Tot slot zeggen we er nog bij dat het etablissement ook acht uitstekende individuele kamers heeft.

 

In het kort

Voor het geval u nog overtuigd moet worden: het restaurant Zur Post heeft nog steeds een Michelinster, 17/20 bij Gault & Millau en vier Mutsen bij Guide Delta. Kortom: een subliem adres!

 

Inlichtingen:
Hotel Zur Post
Hauptstrasse 39
B-4780 Saint-Vith
+32 (0)80 228 027

‘We moeten plaatsen creëren die bewoond worden door gevoelens’, vertelde Alain Ducasse, de beroemde Franse chef en maker van het Carnet Gourmand. Jean-Philippe Watteyne neemt die uitdaging twee keer aan, in zijn twee restaurants in Mons. ‘Onze Jean-Phi’, die zwaar gemediatiseerd werd door het televisieprogramma Top Chef, gaat uit van een eenvoudig en vrijgevig uitgangspunt, dat helemaal geworteld is in zijn liefde voor de grond en de streek.

In januari laatstleden verhuisde Jean-Philippe Watteyne iCook, zijn bekendste restaurant, naar de lanen van Mons. De mooie villa was vroeger van een bekende dokter uit de streek. Het gebouw werd onder handen genomen door interieurarchitecte Charlotte Esquenet, die mee de vennootschap EXSUD heeft opgericht. Al bij de receptie is de eerste indruk heel hartelijk. Het gebouw heeft ook vier suites, kamers waar je hedendaagse beelden vindt van aapjes. Het zijn replica’s van de Singe du Grand Garde, het symbool van Mons dat op de gevel van het stadhuis staat en de geluksbrenger is van de stad van Doudou.

Ingericht met comfortabele zetels zijn de ruimtes heel zen. Diffuus licht zorgt voor een vertrouwelijke sfeer waarin je de heel betaalbare wijnkaart kan raadplegen. Het restaurant heeft de vorm van een glazen kubus. Een mooie grote gastentafel in helder hout, waaraan een twaalftal gasten kan zitten, staat recht tegenover de open keuken.

Puur natuur

‘Ik wil in mijn keuken in de eerste plaats aandacht besteden aan het product’, verzekert de chef ons, ver weg van alle glitter, media en kookprogramma’s op tv. Hij is een heel eenvoudige en vriendelijke chef, bijna verlegen, met een glimlach die aan Jacques Brel doet denken. Zijn liefde voor de keuken heeft hij eigenlijk van zijn grootmoeder. Als kleine jongen ontwikkelde hij al een passie voor taartjes en stoofschotels. Het is niet moeilijk om hem voor te stellen terwijl hij zijn producten kiest op het ritme van de seizoenen en volgens de goesting van de dag, of terwijl hij een recept uitwerkt aan de hand van zijn culinaire vondsten. Het product, de versheid en de geur ervan zijn de pijlers onder de emoties waarvan zijn kaart getuigt. Zijn palmares toont aan dat hij meekan op het niveau van de grootsten, maar vooral dat hij mensen gelukkig kan maken met een opmerkelijke prijs-kwaliteitverhouding.

Het restaurant heeft de vorm van een glazen kubus. Een mooie grote gastentafel in helder hout, waaraan een twaalftal gasten kan zitten, staat recht tegenover de open keuken. 


De dienst in de zaal blijft op mensenmaat, met een capaciteit van 34 couverts. De wijn wordt discreet en zonder al te veel franje gepresenteerd. Maureen, zijn vrouw, doet de bediening en wordt daarbij uitstekend bijgestaan door Frédéric en Pauline, allebei om ter vriendelijkst.

Waarom iCook verhuizen?

‘Een restaurant hebben in het centrum van de stad is goed, maar ik wou evolueren. Sommige klanten maakten af en toe een opmerking dat de omgeving niet helemaal meer overeenstemde met hun verwachtingen. Ik wou dus meer comfort, maar het moest toch eenvoudig blijven.’ iCook werd trouwens samen met een aantal vrienden, een goed team en goede leveranciers gerealiseerd. ‘Het team is heel belangrijk voor mij. En natuurlijk ook de producten. Ik wil vooral meer eerlijkheid in mijn keuken leggen. De mensen moeten hier echt goede producten kunnen eten. Ik maak het live klaar in mijn open keuken. Dat is een toneelstukje dat zo transparant Tendens en zo echt mogelijk moet zijn. Mijn leveranciers moesten medeplichtigen worden, maar ook vrienden. Zo is er Yves, mijn visboer, die me elke dag het beste van de zee levert en vooral de dagverse vangst uit Bretagne. Voor het welzijn van de klant heb je een decor en wat sfeer nodig. In die zin kan ik interieurarchitecte Charlotte Esquenet niet genoeg bedanken. Ze is een gepassioneerde vrouw, altijd bereid om te luisteren en altijd op zoek naar elegantie, naar een modern karakter en comfort.’

Oog voor detail op het bord en in de kamer

Chef Jean-Philippe was niet van plan om kost én inwoning te geven aan de gasten in zijn nieuwe etablissement. Het idee was er wel, maar dat was iets voor later. Veel later. Maar de ruimte was er toch al. Plaats zat zelfs. Bijna te veel voor de zaak op mensenmaat die hij van zijn tweede restaurant wil maken. Al snel krijgt het idee vorm, met enige aanmoediging van zijn vriendin. En jawel, na een heerlijke maaltijd op de benedenverdieping kunnen de gasten nu boven genieten van een deugddoende nachtrust.

De eerste verdieping vormt het perfecte decor voor de vier kamers, elk met een eigen badkamer en een eigen stijl. Twee van de kamers gaan terug naar de roots van de twee tortelduifjes. “La Bretonne” verwijst naar de wortels van Maureen, de vriendin van de chef. De verschillende grijstinten geven een robuuste, maar gezellige indruk. Daarnaast zijn er details in metaal zoals de geometrische verlichtingstoestellen, de koperkleurige keien en de stenen wastafels, die ook naar Bretagne verwijzen. In “La Belge” was het de beurt aan Jean-Philippe om zijn roots te eren. De ruimte is ingedeeld in verschillende kleuren, maar van een overdreven patriotisme is geen sprake. Zwart domineert, met gele en rode toetsen.

De twee andere kamers zijn geïnspireerd op belangrijke momenten in het leven van Jean-Philippe. “La Chef ” is gebaseerd op zijn verschijning in het programma Top Chef in 2013, dat een onbetwistbaar keerpunt vormde in zijn leven. Jean-Philippe geeft bescheiden toe dat het programma een echte springplank voor zijn carrière heeft betekend. Deze kamer is waarschijnlijk een van de meest gedurfde. Aan het plafond, boven het bed, hangen tientallen kookpotten en -pannen die oranje en bruin geschilderd werden en nu een immens tapijt van metaal vormen. De kranen in de badkamer werden vervangen door de industriële douchekoppen die je gewoonlijk vindt aan de wasbakken van grote keukens. Elk detail telt, net als in de gastronomie. Ook de inrichting van het restaurant werd met smaak en zin voor detail gekozen. De laatste kamer, “La tropicale”, staat symbool voor de ontmoeting tussen Jean-Philippe en zijn vriendin in Club Med. Alles in de kamer staat in het teken van rust en ontspanning. Een nachtlampje in de vorm van een vis, een bontgekleurde divan met papegaaienprint, bamboestokken die de slaapkamer scheiden van de badkamer... Hier waan je je ver weg van huis! En wie zich nog niet genoeg kan ontspannen, laat zich languit zakken in de immense badkuip met plaats voor twee personen.

“La Chef ” is gebaseerd op zijn verschijning in het programma Top Chef in 2013. een echte springplank voor zijn carrière, dat geeft Jean-Philippe bescheiden toe. Deze kamer is waarschijnlijk een van de meest gedurfde. Aan het plafond, boven het bed, hangen tientallen kookpotten en -pannen die oranje en bruin geschilderd werden en een immens tapijt van metaal vormen.


De klanten van het restaurant zullen ongetwijfeld de bijzondere inrichting van de kamers op prijs stellen. Genieten van een lekkere maaltijd, eventueel met de nodige wijn, en je niet druk hoeven te maken over de terugrit... heerlijk!

 

informatie

iCook
Avenue Reine Astrid, 31
B-7000 Mons
+32 (0)65 33 40 33
www.restaurant-icook.be

 

BIO EXPRESS

 Afgestudeerd aan de hotelschool Ilon Saint Jacques in Namen in 1997
 Twee keer finalist van de Prosper Montagné in 2010 en 2011
 Finalist van de wedstrijd Meilleur Artisan-Cuisinier van België 2012
 Kandidaat bij het programma Top Chef in 2013. Datzelfde jaar publiceerde hij het boek iCook for you samen met culinaire fotograaf Anthony Florio. In dit boek staan recepten van Jean-Philippe Watteyne en vijf vrienden: Florent Ladeyn (‘Le Vert Mont’), Christophe Thomaes (‘Château du Mylord’), Sang-Hoon Degeimbre (‘L’Air du Temps’), Pierre- Yves Gosse (‘La Cinquième Saison’) en Chi Tien-Chin (‘L’Esprit Bouddha’).
Gouden Garde voor de meest inventieve chef (Gids van LeVif 2013-2014)
Een koksmuts en 14/20 in de Gault & Millau 2015

 

À LA CARTE

Er staan mooie gerechten op de kaart. Zo heb je makreelfilets in escabèche, met een trio van uitjes (pickles van rode ui, gebrande ui en een crème van ui met karamel). Sint-jakobsnootjes van Erquy in de pan gebakken, met twee bereidingen van dezelfde groente: gekonfijte prei en een granité van dezelfde plant. Op de kaart vind je ook de zogeheten ‘plats canailles’, echte volkse schotels: een mooie gehaktschotel van rundswangen, of een varkensborst die 24 uur gestoofd werd met een ratatouille van oma’s andijvie, of een waterzooi van vis met groentjes. Alles op een schitterende manier klaargemaakt. Subliem. Laten we zeker ook de zoete gerechten niet vergeten, zoals de méringuebol, de tiramisu of het dessert met bietjes en manjarichocolade uit Madagaskar.

 

DE GOEDE ADRESJES EN TIPS VAN JEAN-PHILIPPE

La Cinquième Saison

‘Pierre-Yves Gosse is zowat mijn geestelijke vader en mijn coach. Hij heeft me begeleid in het programma Top Chef, maar hij is vooral een vriend. Hij kan kortaf zijn, maar ook heel verdraagzaam. Hij legt alles goed uit’. La Cinquième Saison, vlak bij de Grote Markt, blijft inderdaad een van de beste restaurants van Mons. Lekkerbekken werpen een blik op de gevel met een fantastisch uitzicht op de keuken.

Rue de la Coupe, 25
B-7000 Mons
+32 (0)65 72 82 62

Mimolette Cacahuète

‘Een klein, leuk plekje. Stéphanie Deghilage, mijn kaasboerin, is ook een van die medeplichtigen. Zij rijpt zelf sommige kazen, vooral Belgische, maar ze kan ook op bestelling werken en levert me dan bijvoorbeeld een prachtig blokje Comté.’ Dit is een mooi adresje voor lekkerbekken waar Stéphanie Deghilage de kaasliefhebber in Mons al bijna vijftien jaar lang verwent. Ze heeft een mooi assortiment kazen, fijne vleeswaren, mosterd, confituur en lekker in een houtskooloven gebakken brood van bij Jean- Sébastien Demeyer waarvan je geweldige boterhammen kan maken. En ze maakt ook nog eens fantastische dagsoepen.

Rue des Fripiers, 15
B-7000 Mons
+32 (0)65 84 54 00

Le 44 Rue des Fripiers

‘Ik hou van de sfeer en van de chef, die ook Jean-Philippe heet. Dit restaurant heeft een heel coole kant. Het is een mooie ontmoetingsplaats, waar je met vrienden afspreekt, al dan niet gasten die ook in het vak staan’. De zaak van Chef Ransquin ligt in het historische hart van Mons. Wijn is hier erg belangrijk, want de baas is een grote liefhebber van deze godendrank. Aanvankelijk was hij hier begonnen met een wijnbar waar ook tapas geserveerd werden, om dan later meer aandacht te gaan schenken aan een uitgebreidere restauratie.

Rue des Fripiers, 44
B-7000 Mons
+32 (0)65 31 37 94

Esprit Bouddha

‘Tien Chi is een vriend geworden. Hij is trouwens bevriend met vele restauranthouders. We wisselen geregeld recepten uit: hij voor Aziatische culinaire bereidingen en ik voor de desserts. Af en toe gebeurt het dat we samen iets klaarmaken.’ Het restaurant L’Esprit Bouddha, het vroegere Palais Impérial, opende zijn deuren in september 2002. Het werd overgenomen door Tien-Chin Chi en Ajing Xiang, de dochter van de vorige eigenaars. Tien Chi kreeg zijn opleiding in de CERIA in Anderlecht, en is de derde generatie van een familie van restauranthouders. Hij kiest de beste producten. Het restaurant heeft een heel degelijke wijnkelder en ook een grote keuze aan whisky’s en verschillende theesoorten. Dit is een uitverkoren plekje omwille van de loungy sfeer van dit restaurant.

Place des Martyrs, 30
B-6041 Gosselies
+32 (0)71 37 22 05

Maga-Vins

‘Wijnspecialist Didier Gendarme staat aan het hoofd van de firma Maga-Vins in Marcinelle. Hij komt hier vaak langs om me mee te laten genieten van zijn ontdekkingen. Dan laat hij een selectie wijnen uit de noordelijke Rhônevallei of van elders proeven. Hij is bezeten van goede flessen en hij telt ook nogal wat vrienden onder de restauranthouders.’

Rue Constantin Meunier, 115
B-6001 Marcinelle
+32 (0)71 37 25 30

Luc Broutard is al lang de veertig gepasseerd, maar hij host nog steeds tussen zijn drie zaken als een oude krijger, terwijl hij vecht voor de uitzonderlijke producten van de zee en van het land.

Als je de Table du Boucher in Mons niet kent, kan je dat gemis snel rechtzetten. Dit is absoluut een ‘te ontdekken’ adres, hartje Mons. Treed binnen in het stulpje van Luc Broutard en je waant je meteen in het decor en de sfeer van een tijdloze brasserie met een keuken waarvan het verleden over de eetzaal hangt. Dat het beroep van gastronomisch journalist best benijdenswaardig is, blijkt al uit de opsomming van de verschillende gerechten op de kaart. Lende van Japans Wagyurundsvlees, kalfstong op de wijze van Limousin, ree, sint-jakobsnootjes uit Boulogne-sur-Mer, kaviaar op rundstartaar, melklam van de Aveyron, snoekbaars met boontjes uit Paimpol. Het water komt je in de mond bij de opsomming van al die grand cru vleessoorten die de baas zelf gekozen en verfijnd heeft: vlees uit Ierland, uit het Franse dorp Salers, of uit de Aubrac, Black Angus beef... namen en herkomsten om van te smullen. Zoals ook nog van de kalfskop in een korstje met gribichesaus, sucrinesla en een mosterdsorbet.

Een bijzondere loopbaan

Ik ben geboren in Bavais, in het noorden van Frankrijk. Mijn ouders waren landbouwers. We hadden ook wat koeien. Ik kreeg al snel de smaak van het koken te pakken en na een leertijd deed ik verschillende stages. Zo heb ik chef Christian Germain leren kennen in Montreuil-sur-Mer. Na mijn legerdienst bij de infanterie zou ik bij hem in de keuken gaan werken. Maar zijn kasteel was afgebrand en hij stuurde me naar Chilston Park in het Britse Lenham in het graafschap Kent.” Het was de bedoeling van het hele team om ervoor te zorgen dat dit prachtige landhuis onder de aandacht zou komen van het prestigieuze Relais & Châteaux. Daar maakte Luc kennis met uitzonderlijke producten in een keuken waar de prijs van de waren er absoluut niet toe deed. Dat waren nog eens tijden. Als hij terugkeert naar Bavais komt Luc Broutard terecht in Bagacum, een heel klassiek restaurant. Later leert hij mevrouw Cazaux kennen, die hem aanstelt als chef van de Rancho Grill in Asquilles, in de buurt van Mons. Daar zal het elf jaar duren vooraleer hij met La Table du Boucher van wal steekt.

Zonder al te veel middelen hebben we een gat in de markt gevonden, heel klassiek allemaal, vooral vlees en bereidingen op de grill. Door de naam van het restaurant alleen al wisten de klanten wat ze van ons konden verwachten. Toch heb ik al heel snel een stap hogerop willen zetten met nog betere producten. Dan heb ik het geluk gehad meneer Denaux te ontmoeten, een uitzonderlijke slager uit Sens, in de buurt van Troyes. Hij heeft me de passie bijgebracht voor het rijpingsproces van vlees. Ik kocht vlees bij hem voor het restaurant. Dat ging om serieuze bedragen. En die verandering verliep niet van een leien dakje. De klanten waren nogal gehecht aan de smaak van een redelijk klassieke keuken. Dat is een jaar lang een heel gedoe geweest, maar we hebben standgehouden. Ik ging ook hoe langer hoe meer naar de markt in Rungis waar ik dan echte beroepsmensen ontmoette, zoals topslager Olivier Metzger die dagelijks vlees levert aan artisanale slagers en aan de beste restaurants van Europa. Ik heb ook een groot aantal chefs kunnen ontmoeten die geregeld langskomen in het restaurant. Yves Mattagne bijvoorbeeld (Sea Grill**, Brussel), Pierre Résimont (L’Eau vive**, Profondeville), Lionel Rigolet (Comme chez soi**, Brussel) en vele anderen.” De erkenning door Gault&Millau in 2011 bracht nog meer bekendheid met zich mee en vele bekende chefs bezochten La Table du Boucher. Ze wisselden hun vondsten uit, hun zoektocht naar eenvoud, naar het respect voor het product, de kwaliteit van de bereiding, hun samenwerking met plaatselijke producenten. “We hebben Holsteinrunderen die bij ons in de weiden worden grootgebracht. Dat is een heel sterk ras, bijzonder geschikt voor de rijping.

Rijp vlees

Je mag rijping niet verwarren met verrotting. Bij het rijpingsproces keren we terug naar de traditionele behandeling van het vlees, met het behoud van smaak, geur en uitzicht. We willen de smaak niet verknoeien door het vlees vacuüm te verpakken zoals dat voor de warenhuizen gebeurt. Dit is een vak dat tijd vergt, knowhow en een stockage van het vlees op de juiste temperatuur. Dat is essentieel.” En als je vindt dat het vlees een onaangename geur verspreidt, dan is het te mijden omdat het dan waarschijnlijk van slechte kwaliteit is.

LUC BROUTARD BIO EXPRESS

Twee kinderen

Charles, 19, gaat voor een toekomst als kok. Baptiste, 15, wordt patissier.

Drie restaurants

La Table du Boucher, Le Comptoir de Marie, La Madeleine.

17 mensen die voor hem werken 15/20 in de Gault&Millau Bib Gourmand in de Michelin

 

La Table du Boucher

Rue d’Havré, 49

B-7000 Mons

+ 32 (0)65 31 68 38

www. latableduboucher.be

Your opinion counts