Waw magazine

Waw magazine

Menu
  • /
  • /

Een andere belangrijke speler in de geschiedenis van de Belgische luchtvaart is SABCA, dat hoofdzakelijk in Brussel en Charleroi is gevestigd. Het bedrijf is actief in de burgerluchtvaart, de militaire luchtvaart en de ruimtevaart. Zijn beste ‘klanten’ zijn Airbussen en F-16’s. Maar het bedrijf mikt ook op een nieuwe markt: drones.


Terwijl het tempo van SABCA’s productiewerkzaamheden in Brussel gedicteerd wordt door Airbus, dat het orderboek voor minstens vijf jaar heeft gevuld, zijn het in Gosselies militaire vliegtuigen die in een strak ritme landen en weer opstijgen nadat ze door de monteurs en andere maintenancedeskundigen onder handen zijn genomen. In de vestiging Charleroi, waar het bedrijf in 1953 neerstreek om van de infrastructuur van een luchthaven te profiteren, vinden namelijk het onderhoud, de maintenance en de modernisering plaats van de F-16’s waarmee SABCA al ruim veertig jaar een soort liefdesrelatie onderhoudt. “De F-16’s vliegen bijna voortdurend af en aan in onze werkplaatsen”, zegt commercieel directeur Marc Dubois. “Voornamelijk toestellen van de Belgische luchtmacht en de US Air Force, maar ook Deense en Nederlandse F-16’s. Het totale aantal vliegtuigen dat hier een complete onderhoudsbeurt krijgt, zal tussen de twintig en dertig per jaar liggen.

De laatste maanden was er bovendien tweemaal goed nieuws: de US Air Force – voor zijn in Europa gestationeerde vliegtuigen – en de Koninklijke Luchtmacht hebben nieuwe onderhoudscontracten voor hun F-16’s gesloten met SABCA. Deze contracten, die tot 2021 lopen, tonen aan dat er veel erkenning is voor de knowhow van het Belgische bedrijf in Charleroi, waar zo’n 250 mensen werken.

Een spannende gebeurtenis

Maar de vraag die iedereen bezighoudt, is welk toestel het Belgische leger zal kiezen om het Amerikaanse jachtvliegtuig te vervangen. Hoewel het zeer waarschijnlijk is dat in België geen assemblagelijn komt vanwege de geringe omvang van de order (34 vliegtuigen) en België niet meer van grote economische voordelen kan profiteren, zoals in 1975 het geval was, trekt deze markt toch de aandacht. “De Belgische industrie zou er desondanks van kunnen profiteren”, legt Marc Dubois uit. Op grond van artikel 346 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie kunnen de lidstaten namelijk eisen dat ze betrokken worden bij activiteiten die onmisbaar zijn om hun nationale veiligheid te garanderen. In dit geval moeten deze activiteiten verband houden met de vervanger van de F-16. Het zou bijvoorbeeld kunnen gaan om opleidingssystemen voor de training van de Belgische piloten of technologieën die bestemd zijn om in de nieuwe vliegtuigen te worden ingebouwd. Voor de ontwikkeling van deze systemen of technologieën hoopt SABCA in aanmerking te kunnen komen.

DRONES, EEN NIEUWE MARKT

Hoewel de vervanging van de F-16’s nog steeds door een dichte mist wordt omgeven, is de lucht juist aan het opklaren als we naar de markt voor drones kijken. Het Belgische leger, dat al B-Hunters gebruikt voor verschillende missies, zoals de bewaking van strategische plekken om terroristische aanslagen te voorkomen en de opsporing van eventuele verontreiniging van de zee, heeft een niet-officiële aanbesteding uitgeschreven om nieuwe bewakingsdrones aan te schaffen. En vanwege zijn jarenlange ervaring met het beheer van onderhouds- en reparatieprogramma’s werd SABCA logischerwijs benaderd om te kijken hoe het bedrijf zou kunnen helpen bij de maintenanceactiviteiten. Maar het bedrijf heeft ook ambities die buiten het militaire kader vallen. In juni heeft SABCA op Le Bourget een samenwerkingsovereenkomst met het in Sint-Truiden gevestigde DronePort en met de luchthaven van Charleroi getekend. Het doel is om een expertisecentrum te ontwikkelen voor drones die commercieel en militair worden toegepast. “De bedoeling is dat we bedrijven van dienst kunnen zijn door hun drones en de nuttige lading ervan te certificeren en te valideren”, legt Marc Dubois uit. “Vandaar onze samenwerking met DronePort, dat de enige ruimte in België beheert die van de rest van het luchtverkeer is afgescheiden. De drones van onze klanten kunnen in Sint-Truiden getest worden zonder het risico van verstoring door andere luchtvaartuigen en hun kwalificatiefasen in een typische vluchtomgeving in Charleroi voltooien. Het vakbekwame personeel van SABCA legt de nuttige ladingen in de drones, controleert of deze logisch werken en aan de vluchtregels voldoen, waarna de kwalificaties aan de toestellen worden toegekend.” De potentiële klanten? Het Belgische leger met zijn nieuwe drones, maar ook bedrijven die buiten Europa zijn gevestigd en hun toestellen willen laten certificeren om boven ons werelddeel te mogen vliegen en zo toegang tot een grotere markt willen krijgen. De bewakingsactiviteiten kunnen zowel militair als civiel van aard zijn en betrekking hebben op uiteenlopende gebieden, zoals milieuvervuiling en landbouw.

 

IDENTITEITSBEWIJS

GEBOORTE
In 1920 wordt de Société Anonyme Belge de Constructions Aéronautiques (SABCA) opgericht. Na eerst tot de Generale Maatschappij van België te hebben behoord, komt het bedrijf eind jaren zestig in handen van de Franse groep Dassault en het Nederlandse Fokker Technologies (groep GKN), die ook nu nog 53% respectievelijk 43% van de aandelen bezitten. De rest is in handen van particulieren.
VESTIGINGSPLAATSEN
Brussel (Haren), Gosselies, Lummen (Belgisch Limburg) en Casablanca (Marokko).
WERKNEMERS
1 100
OMZET
€ 202 miljoen (2016)
HOOFDACTIVITEITEN
Burgerluchtvaart (50% van de activiteiten): vervaardiging van constructies (romp- en vleugelonderdelen), ontwikkeling van remsystemen (mechatronica). Defensie (25-30%): maintenance, reparatie en modernisering van luchtvaartuigen (activiteit die hoofdzakelijk in de vestiging Charleroi is geconcentreerd). Ruimtevaart (2025%): vervaardiging van constructies en vluchtcontrolesystemen (Europees marktleider) voor draagraketten.
VOORNAAMSTE KLANTEN
Burgerluchtvaart: Airbus en Dassault.
Defensie: Belgische en Amerikaanse leger. Ruimtevaart: Ariane en ESA.


 

  • /
  • /

Sonaca ontstond in 1931 binnen de Société Générale d’Entreprises Aéronautiques (SEGA) in Gosselies en kwam tot bloei dankzij het contract voor de levering van F-16’s aan de Belgische luchtmacht. Het bedrijf, dat onlangs de Amerikaanse reus LMI heeft overgenomen, richt zich nu hoofdzakelijk op de burgerluchtvaart. De specialiteit van Sonaca zijn vleugelvoorranden.  


In juni 2017 sloeg de onderneming twee keer toe: op 19 juni, precies op de dag dat de luchtvaartbeurs van Le Bourget werd geopend, maakte de Sonaca 200, een nieuw ontwikkeld tweezits lesvliegtuig, zijn eerste vlucht vanaf het vliegveld van Gosselies en op 27 juni kondigde haar CEO Bernard Delvaux officieel aan dat LMI Aerospace, de Amerikaanse reus (1945 werknemers verdeeld over 21 vestigingen) waarop Sonaca in februari een vriendschappelijk bod had uitgebracht, voor € 405,5 miljoen wordt overgenomen. Door deze dubbelslag kon het bedrijf uit Charleroi een nieuwe strategische positie op het wereldtoneel innemen en zich openstellen voor kleinschalige projecten.

Groeiende internationalisering

Maar hoewel alles nu gesmeerd lijkt te lopen, verkeerde de onderneming vanwege de zeer cyclische markt niet altijd in een benijdenswaardige situatie. Begin jaren negentig en – na een eerste herstel van de groei – vooral tijdens de crisis van 2008 verkeerde Sonaca duidelijk in ernstige moeilijkheden. Toen Bernard Delvaux gevraagd werd om het roer over te nemen, wachtten hem grote uitdagingen. De onderneming stond toen voor problemen die met name verband hielden met de daling van de dollar (ten opzichte van de euro), een te lage productiviteit en opdrachtgevers als Airbus die de prijzen uit concurrentieoverwegingen onder druk zetten. “De nieuwe gedelegeerde bestuurder is erin geslaagd om het bedrijf een nieuwe impuls te geven”, zegt Pierre Sonveaux, voorzitter van de raad van bestuur. “En dat komt met name doordat hij onze aanwezigheid op de buitenlandse markten heeft vergroot.”  

De cijfers bewijzen inderdaad dat de internationalisering van Sonaca een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de heropleving van het bedrijf. “In 2000 zijn we begonnen met de ontwikkeling van een activiteit in Brazilië, waar we een industrieel complex hebben gebouwd met drie fabrieken die onze bedrijven in Gosselies aanvullen. Daardoor konden we de resultaten van de onderneming verbeteren. Om ons klantenbestand te diversifiëren, hebben we vervolgens in Quebec een bedrijf gekocht dat Bombardier tot zijn klanten rekende en een dochtermaatschappij in Wichita in de Verenigde Staten had, waardoor we de NoordAmerikaanse markt konden betreden.”

Doel: Boeing

Nu moest Sonaca alleen nog een middel vinden om het volgende doel te bereiken: Boeing. Maar daarvoor moest het bedrijf wel wachten tot de gevolgen van de crisis van 2008 verdwenen en de dollar weer sterker werd. “Met LMI Aerospace deed zich in 2016 uiteindelijk een kans voor. Dat was een grote vis, maar het was een kwestie van eten of gegeten worden. Met andere woorden, we kozen liever voor de aanval dan dat we opgekocht werden en onze zeggenschap verloren. LMI was bovendien enigszins verzwakt door zijn afnemende engineeringactiviteiten. In de huidige situatie is het beter om te proberen de bestaande modellen te verbeteren en over kleinschaligere programma’s te beschikken dan nieuwe toestellen te willen bouwen. Mikken op diversificatie van klanten in plaats van producten. Door de overname van LMI heeft de groep Sonaca toegang gekregen tot de grote Amerikaanse opdrachtgever Boeing. Onze omvang is bijna verdubbeld en we worden een actieve speler op een markt die we beheersen.

Het gevolg is dat de schuldenlast van Sonaca sterk is gedaald. Ondertussen heeft de groep zich ook in China gevestigd (2010) om er de voorranden van de Airbus A320 te assembleren en een fabriek in Roemenië geopend (2015) om tegen een concurrerend tarief te produceren. En met een nettoresultaat van € 39 miljoen in 2016 heeft de groep het 18 % beter gedaan dan in 2015. Deze nieuwe start moet Sonaca in staat stellen om uit te groeien tot een toonaangevende speler op luchtvaartgebied.

AL EEN DERTIGTAL BESTELLINGEN VOOR DE SONACA 200

Het initiatief is afkomstig van bepaalde leidinggevenden die merkten dat het voor het bedrijf van belang was om zijn producten te diversifiëren door een eigen tweezits toestel voor vliegscholen op de markt te brengen. Een nicheproduct waarnaar vraag was in de markt. Het is echter niet zo dat de Sonaca 200 een 100 % Belgisch vliegtuig is, zoals dat in de jaren vijftig het geval was met de Tipsy Nipper, die door Avions Fairey was ontwikkeld. De Sonaca 200 is namelijk ontworpen door Zuid-Afrikanen. “Het bedrijf dat het toestel heeft ontwikkeld, had noch de middelen noch de ambitie om het in Europa op de markt te brengen”, legt Pierre Sonveaux uit. “Sonaca is daarom een samenwerking aangegaan met het bedrijf en begonnen met het concept te herzien. We moesten veel aspecten verbeteren en ervoor zorgen dat het toestel door zijn prijs aantrekkelijk voor de markt zou zijn, terwijl andere aanpassingen noodzakelijk waren om het aan de strengste Europese normen te laten voldoen.” Het begin is goed, want nog voordat het vliegtuig – hopelijk in november – gecertificeerd wordt, heeft de vennootschap Sonaca Aircraft, die speciaal voor de verkoop van het toestel is opgericht, al een stuk of dertig bestellingen uit verschillende landen ontvangen. Deze exemplaren zouden in de tweede helft van 2018 geleverd moeten worden. “Na de certificering zullen de bestellingen zeker toenemen”, hoopt Pierre Sonveaux, die besluit met de woorden: “De Sonaca 200 verandert de omvang van de onderneming niet, maar helpt wel om haar imago enigszins te veranderen. Met dit toestel laten we zien dat we openstaan voor andere projecten.”

 

IDENTITEITSBEWIJS

GEBOORTE
In 1931 wordt de vennootschap Avions Fairey opgericht in Gosselies. Wanneer de Belgische regering in 1978 besluit om de vennootschap over te nemen teneinde de continuïteit van het F-16-contract te garanderen, krijgt deze de naam Sonaca.
VESTIGINGSPLAATSEN
Brazilië, Canada, China, Roemenië en Verenigde Staten.
WERKNEMERS
2400 (exclusief LMI).
OMZET
€ 345 miljoen (2016)
HOOFDACTIVITEITEN
Burgerluchtvaart: Sonaca is een wereldleider als het gaat om de ontwikkeling, vervaardiging en assemblage van onderdelen voor vliegtuigconstructies, met name vaste en mobiele vleugelvoorranden. Ruimtevaart (marginale sector): ontwikkeling van producten en diensten, productie en tests.
VOORNAAMSTE KLANTEN
Burgerluchtvaart: Airbus (van de A319 tot de A380), Embraer (regionale jets), Bombardier (met name via de CSeries) en Dassault (de zakenjet Falcon 7X). Defensie: Airbus (A400M transportvliegtuig) en B-Hunter onbemande vliegtuigen (ook wel Unmanned Air Vehicles (UAV’s) genoemd). Ruimtevaart: Ariane en ESA.


In 2011 werd de start-up MaSTherCell opgericht. Het bedrijfje in het Biopark van Gosselies zou al snel een begrip worden in de celtherapie. De kmo is intussen geïntegreerd in de Israëlische onderneming Orgenesis en beschikt nu over alle troeven om Europa (en meer) te veroveren.


Celtherapie: wie had er 15 jaar geleden al van gehoord? Vandaag geldt celtherapie als veelbelovende tak bij uitstek in de geneeskunde. Deze zachtere, op maat geleverde therapeutische aanpak beoogt de vervanging of compensatie van zieke cellen van een orgaan of organisme door gezonde cellen, bij voorkeur stamcellen die bij de zieke zélf werden weggenomen.

Op het Biopark van Gosselies zijn meerdere bedrijven bezig met celtherapie. Samen vormen ze een heel ecosysteem dat research, opleiding, productie en diensten omvat. Een ervan is MaSTherCell dat in 2011 werd opgericht als spin-off van de ULB, met als missie de fabricagemethodes op industrieel niveau te delen en te optimaliseren. Het oprichtende management mocht hiervoor rekenen op investeringen van het Fonds Theodorus, Sambrinvest en Sofipôle. MaSTherCell – omschreven als een CDMO (Contract Development and Manufacturing Organization) – ontwikkelt zelf geen geneesmiddelen maar levert “celmaterie” aan (bio)farmaceutische groepen of bedrijven die dat wél doen. “Celtherapie is arbeidsintensief, eist zware investeringen in infrastructuur en heeft zeer dure reagensen nodig. Om commercieel levensvatbaar te zijn, moeten de kosten gedrukt worden. Efficiëntieverbetering in fabricageprocedés is een van de beste hefbomen daartoe”, analyseert general manager Denis Bedoret.

Dienstenwaaier 

MaSTherCell wil méér zijn dan dienstverlener: het wil voor zijn klanten een partner voor de lange termijn zijn. Grote troef hierbij is de combinatie van wetenschappelijke expertise van topniveau met een diepgaande kennis van alles wat een labomgeving linkt met de markt. Het bedrijf is gevestigd op twee platformen van 600 m² in een nagelnieuw gebouw in het Biopark. Administratie en verkoop zijn ondergebracht op de ene verdieping; de andere is productiezone met classificaties van D tot A volgens het vereiste isolerings- en beschermingsniveau. MaSTherCell beperkt zich niet tot louter productie maar biedt – en dat is precies zijn kracht! – een hele dienstenwaaier aan, te beginnen bij het technologie-overdrachtlab waar met de klant de overdracht van zijn technologie en zijn werkmethodes wordt geregeld. Verder is er de productiesimulatie waar de voorwaarden worden geschapen om aan industriële vereisten te voldoen. En tot slot: het lab voor kwaliteitscontrole waar monsters worden getest van elk lot dat de productiezone verlaat. Activiteit waarbij het enkel om advies gaat, is miniem. Deze gaat meestal gepaard met simulatie en daarna afhandeling van de productie. MaSTherCell heeft zijn initiële strategie vrij snel moeten aanpassen. De eerste Waalse bedrijven die zich op celtherapie toespitsten (Promethera, Bone Therapeutics en Cardio3 dat later Celyad werd), kozen ervoor (om diverse redenen) om interne productiecapaciteit te ontwikkelen.

MaSTherCell is daarom de buitenlandse markt gaan verkennen. Om zijn ontwikkeling te versnellen fuseerde MaSTherCell in 2015 met het Israëlische Orgenesis dat meerderheidsaandeelhouder werd van de Belgische kmo die nochtans haar autonomie behoudt. Het beslissingscenter blijft in Gosselies, binnen de dynamiek van de biowetenschappen, onder de koepel van Biowin.

MaSTherCell is niet de enige speler op de wereldmarkt maar behoort toch tot de twee belangrijkste in Europa en is toonaangevend wat immuuntherapie aangaat. Klanten zijn vooral Amerikaanse, Israëlische of Europese bedrijven die actief zijn op de Europese markt. “Met celmaterie ben je verplicht om je te beperken tot de omgeving van de centra waar de cellen worden afgenomen en verwerkt. Daarin verschillen we van de traditionele biofarmasector. Zo’n partijtje cellen kan soms niet langer dan een dag of zelfs slechts enkele uren opgeslagen worden.”

Terughoudendheid overwinnen

De markt evolueert snel, met uitstekende ontwikkelingsperspectieven. Het bedrijf heeft zijn omzet sinds 2013 elk jaar verdubbeld, tot ruim 10 miljoen euro in 2016. Productieverhoging is noodzakelijk om binnen redelijke termijnen te kunnen blijven voldoen aan de grote vraag. Daarom wil MaSTherCell zijn vestiging uitbreiden met een tweelingvleugel die de productieoppervlakte verdubbelt. De werken zouden in september moeten starten en een jaar duren. Het betreft een investering van 5 miljoen euro. Het bedrijf verwacht tegen 2021 een omzet van 30 miljoen euro te draaien met 225 à 250 werknemers op deze site.

MaSTherCell hoopt dat in de nabije toekomst veel jonge Waalse bedrijven toetreden tot zijn klantenkring. “Voor sommige start-ups lijken wij duur, maar onze prijs is gewoon de marktnorm. Om samen te werken met een partner moet vaak intrinsieke terughoudendheid overwonnen worden.” Vele jonge bedrijven vrezen de controle te verliezen over hun fabricageprocedé en over het product dat ze al jaren koesteren in hun laboratorium. “Er valt op dat punt helemaal niets te vrezen. Vertrouwelijkheid is de hoeksteen van ons vak. Biotherapie is in het algemeen een sector die nog niet tot maturiteit gekomen is. Wie vanaf de start miljoenen euro investeert in productietools, blokkeert enorme bedragen die ongetwijfeld op een andere, op termijn rendabelere manier geïnvesteerd hadden kunnen worden.”

In een industriesector die het van precisie en personalisering moet hebben, is het niet altijd aangewezen om productievolumes aan te halen. Denis Bedoret houdt zich op de vlakte: “Wij hebben al honderden klinische pakketten voor patiënten aangeleverd en daarmee wellicht levens gered. We staan zeer dicht bij de patiënt bij pathologieën die dodelijk zouden zijn als er niet werd ingegrepen met geavanceerde technologieën.” 

Grote structurele flexibiliteit

Technologie is uiteraard niet weg te denken in deze sector. En automatisering behoort zeker tot de ingrijpende trends voor de toekomst. Op de markt verschijnen nu de eerste uitrustingen. “Dat gaat een impact hebben op de fabricagekosten en ook op de beveiliging van de fabricageprocessen, zonder daarom het werkgelegenheidsniveau te bedreigen.”

MaSTherCell heeft momenteel 85 mensen aan het werk op zijn site in Gosselies. Het bedrijf heeft de ambitie om tegelijk met zijn ontwikkeling ook zijn Waalse verankering veilig te stellen en te versterken. De sleutel voor de groei ligt vooral bij het personeel van wie een grote structurele flexibiliteit wordt verwacht. De teams worden per project ingedeeld en passen zich aan de technologieën en de procedés van de klant aan. “Wij werken graag met mensen die oog voor het algemeen belang delen met de nodige soepelheid om te kunnen samenwerken met mensen van andere afdelingen. Ieder voegt daarbij zijn eigen specificiteit toe om in dezelfde richting te evolueren.” Een andere sleutel voor succes is alert te blijven voor wat leeft en beweegt, en dit op drie niveaus. Om te beginnen flexibiliteit en tevredenheid van het personeel; daarnaast oog blijven hebben voor de concurrentie en de marktevoluties; en tot slot de evolutie in de technologie, dankzij permanent contact met universitaire labs en met de belangrijkste fabrikanten van uitrusting. Rekrutering vormt tot nu geen bijzonder probleem in een Waalse context waar er geen gebrek is aan gekwalificeerd personeel. “Wij stellen onze eisen maar hebben ook een fijne werksfeer te bieden waar respect en transparantie de samenwerking bevorderen. Een uitdaging voor de toekomst is die hartelijke sfeer te handhaven ondanks de groei, door ervoor te zorgen dat al onze medewerkers altijd hun plaats vinden in het geheel.”

www.masthercell.com


 

Univercells, dat in Gosselies is gevestigd, ontwikkelt revolutionaire platforms om vaccins te produceren. De start-up geniet sinds kort het vertrouwen van de Bill & Melinda Gates Foundation, die op de knowhow van het bedrijf rekent om zeer goedkope vaccins voor ontwikkelingslanden te produceren.

 

Bill Gates lijkt onze knowhow te waarderen. Enkele jaren geleden won GIM uit Gembloux een internationale wedstrijd die zijn stichting had georganiseerd. Dankzij de kennis van dit bedrijf om satellietbeelden te herkennen, was het mogelijk om de kleinste nederzettingen in de afgelegen gebieden van Nigeria te lokaliseren en er medische teams naartoe te sturen, zodat men de inwoners kon inenten tegen polio (zie WAW van december 2016).

Hoewel polio zo goed als uitgeroeid is, zijn er nog steeds gebieden, met name in Pakistan en Afghanistan, waar de ziekte standhoudt. Om polio de genadeslag te geven, deed de Bill & Melinda Gates Foundation in september 2015 een nieuwe oproep tot het indienen van projectvoorstellen. Het doel: de wereldwijde toegang tot belangrijke vaccins drastisch verbeteren. De uitdaging: een productiesysteem ontwerpen dat het mogelijk maakt om de kosten van een dosis te verlagen tot minder dan 0,15 dollar (tegenover 2 dollar nu).

En het project van Univercells, een start-up die zijn kantoren en laboratoria heeft in een incubator in het Biopark van Charleroi, kwam als beste van de 155 voorstellen uit de bus, met een subsidie van $12 miljoen in het vooruitzicht! Voor het bedrijf uit Charleroi, dat vorig jaar net een beurs van € 466.500 van het Waals Gewest had ontvangen, maakt deze nieuwe erkenning het mogelijk om door te blijven gaan met gebruikmaking van nieuwe technologieën.

Twee elkaar aanvullende talenten

Univercells dankt dit succes aan twee getalenteerde mannen, die al meer dan vijftien jaar een goede verstandhouding hebben als het gaat om biotechnologie: technisch directeur José Castillo en gedelegeerd bestuurder Hugues Bultot. Hun inzet: de sector van de biologische geneesmiddelen ingrijpend veranderen en de weg effenen voor nieuwe productieoplossingen die geneesmiddelen toegankelijk maken voor iedereen.

Omdat ze merkten dat de verouderde en te duur geworden productieprocessen in de sector geoptimaliseerd zouden worden, besloten de twee mannen in 2005 tot de oprichting van Artelis, een bedrijf gespecialiseerd in de ontwikkeling van bioreactoren voor eenmalig gebruik en met een hoge dichtheid voor de productie van vaccins en monoklonale antilichamen. “Helaas hadden we ons ertoe beperkt om een klein deel van de productieketen te ontwikkelen”, geeft Hugues Bultot toe. “Daarmee hebben we de hoeveelheid biologische geneesmiddelen en de prijs ervan dus niet echt beïnvloed. Onze scope was niet breed genoeg!

In 2013 stichtte het duo Univercells om het nog eens te proberen door een systeem te ontwerpen waarmee ze de productie volledig konden beheersen. José Castillo had als taak om te onderzoeken welke technologieën de efficiëntie van het hele proces zouden kunnen garanderen. “Dat omvat circa tien elementen, maar we hebben besloten om zelf alleen de twee of drie elementen te ontwikkelen die ons minder sterk leken. De andere elementen, die hun efficiëntie hadden bewezen, hebben we ontleend aan wat al bestond en bijeengebracht in ons bedrijf. Dat was een manier om smart (intelligente) en cost-effective (voordelige) engineering te combineren.


Omdat er kleine productie-units gebouwd kunnen worden waar de behoefte het meest dringend is, zoals in Latijns-Amerika, Azië en Afrika, hoeft het vaccin niet meer geproduceerd te worden in grote fabrieken in een aantal geïndustrialiseerde landen.


Continugieten, net als in de ijzer- en staalindustrie

Om beter te begrijpen wat de innovatie inhoudt, moeten we eerst de redenering volgen van de technisch directeur, voor wie de traditionele productie van biologische geneesmiddelen te vergelijken is met een 18de-eeuwse laagoven voor de productie van ijzer. Een groot vat waarin alle grondstoffen worden verzameld, vormt het middelpunt van beide processen. In het ene geval gaat het om gesmolten metalen en in het andere geval om cellen in wording op een voedingsbodem. “De productie van auto’s is gemakkelijker geworden en de kosten ervan zijn gedaald toen dat vat werd vervangen door een systeem in fasen dat het mogelijk maakte om ruwijzer via continugieten te produceren. Die principes van de chemische technologie heeft Univercells toegepast. Door gebruik te maken van revolutionaire processen, hebben we een gesloten lus ontworpen die gekoppeld is aan een bioreactor (het vat) met een hoge dichtheid. Van de celkweek (upstreamfase) tot de zuivering (downstreamfase) kunnen we met dit innovatieve proces continu vaccins en monoklonale antilichamen produceren.

Verdichting van de processen

Onze andere troef is het verkleinen van de processen”, vervolgt Hugues Bultot. “Vanwege de geringe dichtheid van de cellen moeten de reactoren in de farmaceutische industrie tegenwoordig 2000 en zelfs 15.000 liter kunnen bevatten. Voeg daar nog eens alle leidingen aan toe en je kunt je voorstellen welke kathedralen je moet bouwen om zover te komen! Het is ons gelukt om het proces te intensiveren, zodat de cellen in heel beperkte ruimtes kunnen groeien. We zijn erin geslaagd om de bevolking van de Siberische steppen in Tokio te huisvesten. Door die cellen te verdichten, konden we de inhoud van de bioreactoren terugbrengen tot 25 liter. We zijn er ook in geslaagd om de omvang van de zuiveringsinstallaties te verkleinen. Deze verkleining van de voetafdruk heeft gevolgen voor de kosten van een productie-unit, want terwijl de traditionele platforms tussen de € 100 miljoen en € 1 miljard kosten, is voor onze platforms een tien keer zo kleine investering nodig. De prijs van de vaccins kan daardoor dalen tot onder de grens die door de Bill & Melinda Gates Foundation wordt geëist.

Kleine units die meerdere producten maken

Omdat er kleine productie-units gebouwd kunnen worden waar de behoefte het meest dringend is, zoals in Latijns-Amerika, Azië en Afrika, hoeft het vaccin niet meer geproduceerd te worden in grote fabrieken in een aantal geïndustrialiseerde landen. Deze kleine units kunnen zo in recordtijd op poten worden gezet en een flexibele productie op grote schaal mogelijk maken. “Deze units kunnen meerdere producten maken”, verduidelijkt de gedelegeerd bestuurder, “want als we de roestvrijstalen reactoren vervangen door kunststof reactoren, die gemakkelijker leeg en schoon te maken zijn, kan hetzelfde platform, naar gelang de vraag, afwisselend meerdere soorten vaccins produceren. Onze marktpenetratiestrategie is vooral gericht op vaccins tegen kinderziektes, zoals waterpokken, mazelen en de bof. De fabrieken die deze vaccins produceren, werken ofwel op volle capaciteit ofwel tegen exorbitante prijzen. Het vaccin tegen hondsdolheid heeft ook onze interesse, want de vraag is heel groot, met name in India, en de prijs is nog hoog.

Aan het hoofd van een consortium

Hoe kon een klein bedrijf als Univercells, dat geen echte ervaring heeft, de voorkeur krijgen van de Bill & Melinda Gates Foundation? Het antwoord is meerledig. In tegenstelling tot zijn mededingers, die een fragmentarische aanpak voorstelden, legde het bedrijf uit Charleroi een totale oplossing op tafel. Een kant-en-klaar productiesysteem, dat op alle punten aan het doel van de stichting voldoet. “Ten opzichte van andere infrastructuurbedrijven hebben wij het voordeel dat we midden in een professioneel netwerk zitten dat bekendheid en geloofwaardigheid geniet. We bevinden ons op enkele tientallen kilometers van GSK en op minder dan 800 kilometer van Sanofi. Dat ecosysteem in de vaccinwereld heeft de stichting zeker beïnvloed.” De strategie van Univercells heeft ook geloond. Het bedrijf heeft namelijk besloten om niet solistisch op te treden, maar uit bescheidenheid aan te haken bij twee meer ervaren ondernemingen, te weten Batavia Biosciences (vaccinontwikkelaar, Nederland) en Natrix Separations (filtermembranen, Canada). Dat consortium heeft de wedstrijd gewonnen en mag dus het bedrag van $12 miljoen verdelen. “Maar we zijn wel gegroeid tijdens deze aanbesteding”, verduidelijkt Hugues Bultot. “De stichting had gezien dat het innovatievermogen van ons afkomstig was en heeft ons daarom bevorderd tot leider van ons consortium. Daarnaast heeft ze haar subsidies naar boven bijgesteld, omdat ze zich bewust was van het ambitieuze karakter van ons project. Dit is de eerste keer dat een dergelijke bedrag is toegekend.” En José Castillo voegt eraan toe: “De vaccinmarkt is een oligopolie. Het aanbod is in handen van een aantal grote producenten, maar de vraag komt vanuit de hele wereld. Consortiums zoals wij dat hebben gevormd, helpen de Bill & Melinda Gates Foundation om dit monopolie gedeeltelijk te doorbreken. De stichting ziet het als een uitdaging om elk land of farmaceutisch bedrijf in staat te stellen over een eigen productie-unit te beschikken.

Van 32 naar 50 medewerkers

Vanaf december 2016 heeft Univercells twee jaar de tijd om deze uitdaging tot een goed einde te brengen. José Castillo en Hugues Bultot kunnen dus pas na afloop van deze termijn Bill Gates de hand schudden, een vooruitzicht dat hun al sinds 2005 de kriebels geeft. “Die termijn is erg kort, maar onze hypotheses zijn gelukkig al gevalideerd”, benadrukt Hugues Bultot, die voor 2017 een beoogde groei van de omzet (van € 1 naar € 2,5 miljoen) en het aantal medewerkers (van 32 naar circa 50) aankondigt. “De ruimte waarover wij in de incubator van het Biopark kunnen profiteren, is gelukkig gemakkelijk aan te passen.” Een incubator – de tweede al sinds de oprichting van het Biopark in 1999 – die start-ups meer dan ooit helpt om hun vleugels uit te slaan. De ‘take-offs’ op enkele meters afstand van de luchthaven van Gosselies hebben het voordeel dat ze de rust van de omwonenden niet bedreigen. Integendeel, elke dag is hier te zien dat de hele regio Charleroi een economische en technologische herstructurering ondergaat. “We kunnen bravo zeggen tegen het Marshallplan”, besluit Hugues Bultot. “Dat leek op het eerste gezicht ondankbaar omdat de uitvoering heel lang duurde, maar deze bundeling van krachten is nuttig voor de hele regio.

www.univercells.com


WHO’S WHO

 

JOSÉ CASTILLO

Afkomstig uit Brussel, procesingenieur. Als doctor in de toegepaste wetenschappen en afgestudeerd ondernemer speelt hij een vooraanstaande rol bij grote farmaceutische bedrijven. Zijn loopbaan staat volledig in het teken van de productie van biologische geneesmiddelen. Als hoofd van de divisie Industrialisatie van Virale Vaccins bij GSK Biologicals, waar hij verantwoordelijk is voor het ontwerp en de ontwikkeling van bioprocessen, zorgt hij voor een radicaal andere manier om cellen te kweken.

 

HUGUES BULTOT

Afkomstig uit Charleroi, afgestudeerd aan het Institut européen d’administration des affaires (INSEAD, Fontainebleau) en het Massachusetts Institute of Technology (MIT). Als ‘serial entrepreneur’ lanceert hij met succes verschillende start-ups en kan hij bogen op meer dan vijftien jaar ervaring in de biotechnologische en life sciences-industrie. In 2011 werkt hij mee aan de oprichting van MaSTherCell, een dienstverlenend bedrijf gericht op het industrialiseren van celtherapieën, waar hij nog steeds leiding aan geeft. 

 

Cenaero is een centrum voor toegepast onderzoek dat constant berekeningen en simulaties maakt en tests uitvoert. De ambitie van het onderzoekscentrum is bedrijven te ondersteunen die willen vernieuwen, waardoor hun producten beter worden en ze nieuwe markten kunnen veroveren.


P
hilippe Geuzaine vat het zo samen: In alle bescheidenheid denk ik dat Cenaero voor vooruitgang kan zorgen, omdat wij bedrijven kunnen helpen betere ontwerpen te maken”. Geuzaine is de jonge algemeen directeur die de leiding heeft over 55 knappe koppen: ingenieurs, wiskundigen en fysici, van wie de helft een doctoraatsproefschrift heeft geschreven. In het Waalse ‘ecosysteem’ bevinden de centra voor toegepast onderzoek zich ergens tussen universitaire onderzoekscentra en gespecialiseerde bedrijven. Het is hun bedoeling om extra bruggen te slaan tussen de academische en de industriële wereld, om zo tot samenwerkingsverbanden met een grote toegevoegde waarde te komen. Een ministeriële verordening, die werd goedgekeurd bij de laatste zitting van het parlement voor de verkiezingen van 25 mei, zorgt voor toenadering tussen de onderzoekscentra met een verschillende ‘stamboom’. Philippe Geuzaine houdt wel van het idee om de 22 centra op vrijwillige basis hun krachten te laten bundelen om zo een gezonde en competitieve kruisbestuiving te realiseren. Cenaero werkt daarom samen met twee onderzoekscentra, het Collectief Centrum van de Belgische Technologische Industrie (SIRRIS) en het Centrum voor Metaalonderzoek (CRM), om diensten aan te bieden die beter aansluiten bij de behoeften van de industrie. In Wallonië lijkt eendracht nog altijd macht te maken.

Hoe kan de samenwerking tussen die centra nu ons dagelijkse leven beïnvloeden? Met andere woorden, waartoe dienen ze en wat doet Cenaero concreet? Cenaero werd in 2002 opgericht in Gosselies en ontwerpt de tools voor computersimulaties in opdracht van bedrijven die bezig zijn met technologische vernieuwing. Deze simulaties maken het mogelijk om betrouwbaar en snel nieuwe concepten goed te keuren of te verbeteren, zonder ze op echte prototypes te hoeven testen. Drie voorbeelden voor een goed begrip.

“Door onze simulatietechnieken en hulp bij het ontwerp werkt Cenaero aan de vorm van de propellers om zo het geluid van de motoren terug te dringen.”


De toekomst zal passief zijn

Met het plan Horizon 2020 wil de Europese Unie onder andere dat alle nieuwe gebouwen passief zijn of toch zo weinig mogelijk energie verbruiken. Om dat energetisch nulpunt te bereiken of te benaderen, zullen huizen in de toekomst worden uitgerust met een groot aantal innovaties die het resultaat zijn van simulaties. Voor die huizen wordt een goedkoop en efficiënt isolatiesysteem van groot belang. Hierbij speelt Cenaero een rol. In het kader van een optimaal mechanisch ventilatiesysteem hebben we berekend hoe in een standaard kamer de verluchtingsbuizen zo goed mogelijk geplaatst kunnen worden en hoe bepaalde parameters zoals de hoeveelheid lucht geregeld moeten worden om voor een optimaal comfort in huis te zorgen (zoals de temperatuur of de luchtsnelheid). Je hoeft dus niet meer eerst te bouwen en gaten in de muren te maken om dat uit te testen.” Louter op basis van wiskundige berekeningen vind je al een oplossing.

Wachten op een elektrisch vliegtuig

Een tweede voorbeeld van computerberekeningen in ons dagelijkse leven is het lawaai van vliegtuigen. In samenwerking met Techspace Aero (Safran Group) die het onderdeel maken dat zich vlak voor de motoren bevindt, heeft Cenaero een manier ontwikkeld om minder luidruchtige motoren te maken. De nieuwe generatie vliegtuigmotoren verbruikt 20% minder kerosine, maar ze maken meer lawaai. Door onze simulatietechnieken en hulp bij het ontwerp werkt Cenaero aan de vorm van de propellers om zo het geluid van de motoren terug te dringen.” In Brussel wachten ze. Hoelang nog? “Het voordeel van die berekeningen is dat we goedkoop een groot aantal mogelijkheden kunnen uittesten. Zo houden we twee of drie concepten over waar dan prototypes van gemaakt worden. Je weet vooraf al dat in die prototypes de grootste kans zit op innovatie. Daarin schuilt de kracht van berekening en simulatie. De tijd om iets te ontwikkelen wordt veel korter.”

Voorbeeld onder druk

Moeten we bang zijn voor de kerncentrales van Doel en Tihange? Zijn de barstjes in een aantal kernreactoren gevaarlijk? Voor een antwoord op die veiligheidsvragen doen de metallurgie-experts van Tractebel Engineering een beroep op Cenaero. “We hebben een aantal simulaties gedaan om beter te begrijpen of die barstjes gevaarlijk waren of niet. Nadat we de resultaten van de simulaties bekeken en onderzocht hadden, blijkt dat de barstjes geen invloed hebben op de levensduur van die kernreactoren.” Dat is een hele geruststelling, maar hoe betrouwbaar zijn die berekeningen? “Cenaero deelt geen attesten uit. Wij zijn wel in staat om te zeggen dat het risico klein is. Met alle gegevens die we hebben, kunnen we zeggen dat de aannames de best mogelijke zijn op het moment dat de simulaties zijn uitgevoerd. Wij leveren het materiaal om beter te kunnen analyseren en om beslissingen te nemen. Het is aan Tractebel om zijn verantwoordelijkheid te nemen.”

Digitale Neuronen

50 tot 70% van de activiteiten van Cenaero ligt in de luchtvaart of het transport in de brede zin van het woord. Zijn partners zijn industriële zwaargewichten zoals Techspace Aero (Luik) of Sabca Sonaca (Gosselies), wereldleider in het vervaardigen van de voorste en achterste delen van vliegtuigvleugels. Sinds een paar jaar werkt Cenaero nu ook in de bouwsector (vooral energie) en zelfs in de biomedische sector, onder meer voor IBA uit Louvain-la-Neuve en hun protontherapie. “Simulatie en hulp bij productontwikkeling zijn niet eigen aan een bepaald soort activiteiten. Die kennis beslaat alle domeinen.” Het bewijs? Cenaero werkt aan de verfijning van een systeem om zwemzones te beschermen tegen haaien. Dat is ontwikkeld door het bedrijf Offshore 45 in samenwerking met Aquatek. Grote bedrijven hebben het belang begrepen van berekeningen en simulaties. Samen met hen wil Cenaero nog een stap verder gaan: de berekeningen worden nog sneller en zorgvuldiger gemaakt op een supercomputer in Gosselies die tienduizenden processors bundelt en gedeeld wordt met de vijf Franstalige universiteiten en een aantal baanbrekende industriëlen. Om ook de KMO's warm te maken voor de mogelijkheden van die calculatietools waarmee ze nog beter kunnen innoveren en dus betere producten maken, heeft Cenaero een belangrijk project ingediend bij het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling. “Er wordt veel gesproken over digitale economie en Cenaero zet daar helemaal op in. Het is belangrijk dat Wallonië die beweging volgt.”  

Your opinion counts