Waw magazine

Waw magazine

Menu
  • /

“Façon Jacmin” is meer dan alleen een lijn vrouwenmode. Het is het verhaal van tweelingzussen die talent en passie met elkaar wisten te verenigen.  


De een is blond, de ander heeft bruin haar. Allebei stralen ze stijl en gratie uit. Ségolène is een extraverte doorzetter. Alexandra is ingetogen en op zichzelf. De een houdt van wiskunde, management en dagen vol verrassingen. De ander is bedachtzaam en rustig; ze houdt ervan om projecten mettertijd te zien rijpen. 

De gezusters Jacmin zijn in 1986 in de buurt van Doornik geboren, onder het sterrenbeeld Stier. Bij hun opvoeding kregen ze de ruimte om elk hun eigen talenten te ontwikkelen; ze werden niet als kopieën van elkaar behandeld! Ségolène woont in Brussel na eerder in Leuven voor ingenieur te hebben gestudeerd en een jaar in Chicago te hebben gewoond. Alexandra koos voor Oxford en daarna voor een designopleiding in La Cambre. Parijs is haar stad – en luxe is haar wereld. Ze leerde het vak bij Martin Margiela en later in de designstudio van Jean Paul Gaultier.

Van de zolder naar de markt

Als kleine meid bracht Alexandra al uren in haar eentje door, druk bezig met een nieuwe kledingcollectie voor haar poppen… of voor haar zussen. Die speelden graagvoor model en hielpen hun zusje zo vorm te geven aan haar creativiteit. Ségolène herinnert zich met een glimlach de eerste “creatie” van haar tweelingzus: een tasje gemaakt van restjes jeansstof…

Ségolène werkte in consultancy, maar op een dag realiseerde ze zich dat haar plaats elders was. Ze volgde haar intuïtie en schreef zich in voor een “Startupweekend” waarin ze twee dagen de tijd kreeg om met een idee te komen. Dat weekend vormde een keerpunt. Na afloop beloofde ze zichzelf om snel een project met haar tweelingzus te starten. Maar Alexandra is iemand die graag de tijd neemt voor dingen. Het voorstel van Ségolène werd nogal koel onthaald… Maar die liet zich niet uit het veld slaan. “Dan niet, zus!” Ze ging aan de slag als manager voor een vzw die gespecialiseerd is in de coaching van modeontwerpers.  

Een paar maanden later bracht ze met een vriendin een gamma sjaals op de markt onder de naam “Coucou”. De wollen sjaals werden in Nepal gemaakt en waren in tien kleuren verkrijgbaar.

Dit succes bleef niet zonder gevolgen. Was de nieuwsgierigheid van Alexandra gewekt of waren haar twijfels gewoon weggenomen? Wie zal het zeggen. Wat zeker is, is dat de ontwerpster haar familie op kerstavond 2015 een bijzonder cadeau schonk. Ze legde nonchalant een reeks ontwerpen op tafel waar ze zes maanden in het grootste geheim aan had gewerkt. Vervolgens stelde ze – alsof het de normaalste zaak van de wereld was – aan haar zus voor om die papieren ontwerpen samen tot realiteit te maken. – “In mei 2016 lanceren we onze lijn!” antwoordde Ségolène. Alsof ook dat de normaalste zaak van de wereld was. De zussen stelden een dossier op en vroegen en kregen een bourse de pré-activité van het Waals Gewest. De lastigste taak: het inschrijvingsformulier invullen. Maar dat was een heel belangrijke stap, want daarmee werd de oprichting van hun onderneming een feit. Om de beurs te krijgen, moest het tweetal het project op papier beschrijven, het businessplan opzetten, een sales pitch verzinnen en de positionering van het merk bepalen. Dat werd “middengamma – instap hogere gamma”.

De beurs kwam er en toen hoefden de zussen alleen nog maar op zoek naar een leverancier en een confectieatelier. Na een mislukte poging in Brussel vonden ze in Bulgarije wat ze zochten. Een werkplaats waarvan de kwaliteit van de afwerkingen al was getest en goedgekeurd door Sonia Rickiel, Pierre Balmain, Hugo Boss, Chloé… Het eerste prototype kwam eind januari 2016 uit. En vier maanden later, helemaal volgens plan, kwam de eerste collectie op de markt. Zes jeansmodellen en vier in popeline van katoen of soepele zijde

Levenspatroon 

Denim speelt de hoofdrol in de collectie. Daar zijn meerdere redenen voor. Naast een stukje nostalgie en het feit dat deze stof al generaties lang in de mode is, hebben de twee nog andere redenen voor hun voorkeur: het is een mooie stof met unieke patronen en een mooi slijtageproces. “Jeansstof”, aldus Alexandra, “wordt mettertijd mooier. De blauwe kleur maakt een eindeloze hoeveelheid gradaties mogelijk. En iedereen, in elke klasse van de samenleving, heeft een sterke band met deze stof. Het is als een tweede huid die met je mee groeit.” Ze heeft gelijk. De structuur absorbeert jaar na jaar een stukje van ons leven. Spijkerstof is in zekere zin de stille getuige van onze persoonlijke geschiedenis.

Noblesse oblige: om een jeansstof te vinden die aan hun eisen beantwoordde, moest het tweetal naar Japan. Daar krijgt de katoen acht opeenvolgende verfbaden alvorens te worden gefixeerd. Deze luxe verklaart de hoge prijs van de stof: veel leveranciers vinden vier verfbaden wel genoeg…

“Façon Jacmin” is een andere manier om naar mode te kijken, een onweerstaanbare drang om de codes te doorbreken, buiten de lijntjes te kleuren, innovatief bezig te zijn. Jurken, rokken, tops, broeken, mantels en zo verder: elk kledingstuk, ongeacht de snit, is geraffineerd, comfortabel en elegant tegelijk. Voor Alexandra is het een erezaak dat haar collectie elke vrouw goed staat: van naturel tot vurig, van lang en slank tot vol.

De Jacminvrouw, aldus Ségolène, “is een actieve vrouw die weet wat ze wil. Ze is tussen de 35 en 65 jaar oud en heeft dat beetje extra persoonlijkheid dat een vrouw uniek maakt… een vrouw die zichzelf is.”

 

De boetiek voorbij

De traditionele retail heeft het moeilijk en daarom kozen de gezusters Jacmin voor een innovatief alternatief: tweemaal per maand komt een mobiele winkel, “type verbouwde vintagecamion”, in Antwerpen en Brussel naar de klanten toe.

Daarnaast reist het merk van stad naar stad via tijdelijke winkels. Knokke, Gent, Luik en Parijs zijn binnenkort aan de beurt. De data worden regelmatig bijgewerkt op de site en op Facebook en Instagram.

De gezusters Jacmin kunnen rekenen op bijval van hun vakgenoten. Zo kregen ze van de RTBF en Paris Match de prijs voor “Best Talent 2016” in de categorie mode. Dankzij die prijs konden ze een maand lang aan de slag bij het befaamde modehuis NATAN, waar ze met drie andere jonge Belgische designers werkten aan het concept NATAN COLLECTIVE. Door zelf hun eigen arbeidsvoorwaarden te scheppen, heeft het tweetal een andere zege behaald: de zussen ontsnapten aan de paradox die Giulia Mensitieri, antropologe aan de Ecole des Hautes Etudes en Sciences Sociales in Parijs, in haar thesis beschrijft (1). Volgens haar “wordt werk des te slechter betaald naarmate het vanuit symbolisch oogpunt meer bevrediging oplevert. En andersom.” Meer hierover valt te lezen in haar boek, dat in januari 2018 door uitgeverij La Découverte zal worden gepubliceerd.


INLICHTIGEN

FAÇON JACMIN sprl
+32 474 330 255
[email protected]
www.faconjacmin.com

  • /

Onder invloed van de grote brouwerijconcerns ondergaat de consumptie van cider de laatste jaren een echte kentering, met producten die voortdurend worden vernieuwd. Ciderfabriek Stassen in Aubel is een van de wereldleiders in deze sector. Sinds 2012 is dit bedrijf het ‘Cider Innovation Center’ van de Nederlandse gigant Heineken.


Leon Stassen, die landbouwer, imker en burgemeester van Aubel is tot 1929, gebruikt de appels uit zijn boomgaarden vanaf 1895 om ambachtelijke cider voor eigen consumptie te maken. Het succes blijft niet uit, zodat hij zijn cider in de streek van Aubel begint te verkopen. Het bedrijf blijft floreren, omdat cider in die tijd een alternatief is voor champagne, een drank die te duur en te schaars is. In 1944 neemt Jean Stassen het bedrijf over. Hij verzamelt zijn drie zonen om zich heen: Jean-Pierre in 1979, Philippe in 1982 en Luc in 1983. Samen ontwikkelen ze nieuwe recepten en in 1987 introduceren ze een aantal fruitciders (o.a. perzik, lychee en bosvruchten). Onder het merk Degré Zéro brengen ze in 1991 de eerste echte alcoholvrije cider op de markt, die in verschillende varianten wordt aangeboden. Daarmee hebben ze meteen succes. Tussen 1987 en 1992 groeit de cidermarkt van 4 naar 12 miljoen liter, waarvan 65% door Stassen wordt geproduceerd!  

In 1992 gaat Jean Stassen met pensioen. Om zijn naamsbekendheid te vergroten en zich internationaal te ontwikkelen, besluit het bedrijf uit Aubel dan om HP Bulmers over te nemen. Dit Engelse concern is nog steeds de grootste ciderproducent ter wereld. Twee jaar later ontwikkelt Stassen een nieuw segment in de markt voor alcoholvrije dranken en introduceert het bedrijf Kidibul, het feestdrankje bij uitstek voor kinderen dat een echt topmerk zal worden.  Het overnameverhaal krijgt een vervolg in 2003, wanneer HP Bulmers wordt gekocht door de groep Scottish & Newcastle (S&N), de op twee na grootste brouwer van Europa, die op dat moment eigenaar is van Alken Maes, Foster en Kronenbourg, maar die in 2008 zelf wordt overgenomen door Heineken en Carlsberg. De familie Stassen, die getuige is van de ontmanteling van S&N door die twee giganten, koopt haar aandelen eerst terug om ze in 2012 voor 100 procent door te verkopen aan Heineken. 

Innovatie

In 2014 koopt Philippe Stassen de merken Kidibul, Vintense (alcoholvrije wijn) en Vivaro (gearomatiseerde wijn) terug van Heineken en richt hij zijn nieuwe bedrijf Neobulle op. Omdat Luc Stassen eind 2012 al is vertrokken om een handelsmaatschappij in textiel over te nemen (hoewel hij in 2016 naar het bedrijf is teruggekeerd als verpakkingsexpert), is Jean-Pierre de enige vertegenwoordiger van de familie Stassen in de ciderfabriek en wordt hij benoemd tot hoofd van het Heineken Cider Innovation Center.

“Tegenwoordig”, legt hij uit, “zijn we het Cider Innovation Center van Heineken. Bij het bedrijf in Aubel werken nu 110 mensen in de productie (tegenover 14 in 1979, toen ik erbij kwam), van wie 10 in het Innovation Center. In 2016 bedroeg de productie 45 miljoen liter, waarvan 40 miljoen liter cider.”

Het is weinig bekend, maar de activiteiten van Heineken zijn gericht op twee pijlers: bier natuurlijk, maar ook cider, dat een strategisch product is voor het Nederlandse bedrijf. Heineken bezit diverse fabrieken in de wereld die merken produceren waar iedereen wel eens van heeft gehoord en die in drie categorieën zijn ingedeeld. De eerste categorie zijn de ‘Accessible Premium’ciders, zoals Strongbow (de meest verkochte cider ter wereld) en Apple Bandit (ook wel Orchard Thieves genoemd). Dan komen de ‘Premium’ciders met Bulmers en Old Mout. De ‘Super Premium’-categorie omvat het Stassenassortiment en een reeks ciders die met gedistilleerde dranken zijn gemengd. Bijna alle recepten van deze ciders zijn afkomstig uit het laboratorium en de proeffabriek van Stassen, die vorig jaar bijna vijftig nieuwe producten hebben ontwikkeld. Twee derde daarvan wordt echt in de handel gebracht en sluit aan bij de smaakvoorkeuren in de landen van bestemming. Deze recepten worden ook gebruikt in zeven andere productiebedrijven in de wereld, onder andere in Nigeria, Zuid-Afrika en Singapore. Stassen produceert ook Strongbow voor de Verenigde Staten en Strongbow Cherry Blossom voor Taiwan.

Voor zijn productie exploiteert Stassen 150 ha boomgaarden met 350 ciderappelsoorten in Aubel, in de provincie Luik en in de Franse Ardennen. Het gaat om heel wrange appeltjes, met veel looizuur, die niet bestemd zijn om uit de hand te eten. Deze worden aangevuld met keukenappels uit boomgaarden die zich hoofdzakelijk in België en de omringende landen bevinden.


De teams van Stassen hebben acht jaar onderzoek in samenwerking met het Centre wallon de recherches agronomiques (CRW-A) gedaan om een appel met rood vruchtvlees te kweken, die het mogelijk maakt om een cider te produceren die van nature lichtroze is. De bloemen en takken van deze appelvariëteit met de naam Geneva zijn ook rood!


Terug naar de oorsprong

Terug naar de oorsprong Jean-Pierre Stassen geniet het volle vertrouwen (en de middelen) van de groep Heineken en kent persoonlijk de familie die nog steeds 52% van het kapitaal in handen heeft. Vol trots maakt hij bekend dat het bedrijf zich tegenwoordig weer op zijn oorspronkelijke product, de appel, richt. “We willen terugkeren naar de kern van het vak”, vertelt hij ons in vertrouwen, “zoals mijn overgrootvader ermee is begonnen, met een centrale rol voor de appel, en een traditionele cider van hoge kwaliteit produceren. Om deze ontwikkeling kenbaar te maken, hebben we een jaar geleden al onze etiketten vervangen door een chiquer label, dat trouwens net een gouden medaille in Florida heeft gewonnen, en ons productaanbod beperkt, vooral internationaal. De productie van de gearomatiseerde Stassen-ciders is nu trouwens gereserveerd voor België.”

Het assortiment bestaat tegenwoordig uit een Cidre Brut, een Cidre Cuvée Rosé, twee Cidres de l’Abbaye du Val-Dieu (blond en bruin), een Cidre Grand Cru du Pays d’Aubel, een Cidre de Glace (op basis van ingevroren pure vruchtensappen) en natuurlijk twee niet-mousserende ciders. Deze producten zijn te koop in de supermarkten en in cafés en restaurants. Ze zijn een echt alternatief voor koolzuurhoudende dranken met meer alcohol en vooral een hogere prijs.

www.stassen.be

HOE WORDT DE CIDER VAN STASSEN GEMAAKT?   
Cider is een drank die wordt verkregen door appelsap te laten fermenteren. In de oudheid was cider een sterkedrank, die bekend was onder de naam ‘shekbar’ en door de Romeinen in Europa werd geïntroduceerd. De Arabieren deden hetzelfde in Spanje en de Normandiërs in Groot-Brittannië, dat nog steeds het grootste ciderdrinkende land ter wereld is. De drank kende door de eeuwen heen zowel voor- als tegenspoed. In de periode tussen de twee wereldoorlogen werd zelfs in Frankrijk meer cider dan bier gemaakt. Op het moment van de oogst worden de appelbomen (3,5 tot 4 m hoog) bij Stassen geschud, waarna de vruchten naar gelang de soort mechanisch of met de hand worden verzameld. Na te zijn gereinigd, worden de appels geperst en wordt het sap in een verhouding van 8 op 1 geconcentreerd om het gemakkelijker te kunnen vervoeren en opslaan of als vers sap bij de fermentatie voor bepaalde producten gebruikt. Onder invloed van een champagnegist, die de suiker in alcohol omzet, neemt de fermentatie vervolgens een periode van 10 tot 15 dagen in beslag. De toekomstige cider wordt dan geklaard, gefilterd en opgeslagen. Vlak voor het afvullen en etiketteren wordt de cider dan geassembleerd, tot 2 °C gekoeld, opnieuw gefilterd en met koolzuurgas aangevuld. Voor sommige merken wordt het product los in tankwagens gedaan, waarna het op andere locaties in het buitenland wordt gebotteld.

 

Het Naamse bedrijf Market-IP, pionier op het gebied van geolokalisatie, combineert de kracht van telematica met cartografische gegevens om de mobiliteit van wagenparken te optimaliseren.

 

Voor veel ondernemingen is mobiliteit van levensbelang. Wanneer bedrijfswagens zich efficiënt verplaatsen en ritten in real time worden geoptimaliseerd, levert dat tijdwinst en vooral geld op. De algemene toepassing van gps betekent weliswaar een belangrijke sprong voorwaarts, maar is slechts een heel klein deel van de oplossing. Een rit van A naar B in een auto levert een schat aan gegevens op, die gereedliggen om geoptimaliseerd te worden. Gegevens vormen ook de kernactiviteit van Market-IP, een ter zake kundig mkb-bedrijf uit Namen, dat onlangs een van de exportprijzen van het Agence Wallonne à l’Exportation et aux Investissements Etrangers (AWEX) voor 2016 heeft gewonnen.

Softwareoplossingen

Het avontuur begint in 2001 wanneer Arnaud Storder, een jonge licentiaat in de geografie, zich op digitale cartografie via internet stort. Om zich van de grote jongens in de sector te onderscheiden, ontwikkelt hij Telefleet, een verzameling softwareoplossing rondom voertuiglokalisatie. Deze tool, die het mogelijk maakt om de bewegingen van elk soort voertuig op afstand te lokaliseren, ontpopt zich als een bijzonder doeltreffend hulpmiddel in geval van ‘carjacking’. Telefleet biedt ook mogelijkheden om stilstaande bedrijfswagens op afstand te onderhouden.

Na dit eerste succes verfijnt Market-IP zijn strategie door zich op het ontwerp van software toe te leggen, de kastjes door anderen te laten maken en de verkoop en inbouw van het totale apparaat in het voertuig aan partners over te laten.

In de jaren daarna introduceert het bedrijf Geoplanning, een geografische planningtool die het mogelijk maakt om ritten voor te bereiden en te optimaliseren. Dankzij een interface met hun interne managementsystemen kunnen bedrijven ook de noodzakelijke voorraden voor de herstellers optimaal beheren. Geoplanning stelt hen bovendien in staat om meer onderhoudsinterventies uit te voeren en deze eenvoudiger te factureren.

De nieuwste tool in de gereedschapskist van Market-IP is Drivexpert, een softwareprogramma dat het gedrag van bestuurders uit veiligheids- en verbruiks- oogpunt analyseert. De verzamelde gegevens kunnen bijzonder interessant zijn voor leasebedrijven en fleetmanagers die een zuiniger en milieuvriendelijker gebruik van bedrijfswagens willen bevorderen of voor verzekeringsmaatschappijen die zo in staat zijn om maatwerkcontracten op basis van het bestuurdersgedrag aan te bieden.

Permanente ontwikkeling

Het bedrijf heeft door zijn indirecte verdienmodel maar een beperkt aantal medewerkers (momenteel ongeveer twintig) en concentreert het grootste deel van zijn werkzaamheden in Naninne. Dankzij de samenwerking met verschillende fabrikanten kan Market-IP de eindgebruiker, naar gelang het soort voertuig en de gebruiksomstandigheden, uit zo’n zestig verschillende kastjes laten kiezen. Een vrachtwagen die de woestijn doorkruist, heeft immers niet dezelfde behoeften als een bestelwagen in de stad. Een van de sleutelwoorden van het bedrijf is aanpasbaarheid. Elke gebruiker heeft andere verwachtingen. Het team bestaat voornamelijk uit ontwikkelaars, die de producten voortdurend verder ontwikkelen. “We brengen elke week updates uit waar al onze klanten van profiteren. Het begint soms als reactie op een bepaald verzoek, maar zodra een functie interessant kan zijn voor een grotere groep gebruikers, maken we deze op grotere schaal beschikbaar”, legt marketingmanager Sarah Laval uit.

Market-IP heeft een heel platte organisatie en zeer weinig verloop. Een IT’er die als ontwikkelaar begint met programmeren, kan daarna mobiele applicaties gaan ontwikkelen als blijkt dat hij bijzondere aanleg daarvoor heeft. Om zo goed mogelijk op de behoeften van de gebruiker in te spelen, past het team van ontwikkelaars de SCRUM-methode toe. “In plaats van stapsgewijs op een zeer verkokerde manier te werken, hebben we besloten om dat iteratief en in teamverband te doen, met een dagelijkse reporting. Daardoor kunnen we de ontwikkelingen versnellen, de kwaliteit verhogen en de werkelijke behoeften van de markt op de bedrijfseisen afstemmen.” 

De updates gebeuren zowel om aan de verzoeken van gebruikers te voldoen als om de markttrends te volgen. “Sommige ontwikkelingsverzoeken kunnen ons 9 uur werk kosten, maar andere wel 20 tot 30 dagen. We differentiëren de ontwikkelingen naar gelang het belang en de mogelijkheden”, beweert Romain Olieslager, Middle East Business Developer van Market-IP. Wanneer bepaalde behoeften de intern beschikbare deskundigheid te boven gaan, kan het bedrijf zich richten tot universitaire onderzoekscentra. Zo werd het CETIC in Charleroi ingeschakeld om algoritmen te ontwikkelen en wordt misschien een beroep gedaan op het Centre de Recherche Information, Droit et Société (CRIDS) om de nieuwe Europese bepalingen op het gebied van privacybescherming te voorspellen. “We proberen zo veel mogelijk ontwikkelingswerk in eigen bedrijf te doen, vooral wanneer het verband houdt met mobiele technologie. Telkens wanneer we werk uitbesteden, verliezen we een stukje beheersing en kunnen we minder snel reageren”, verduidelijkt Sarah Laval.

Specifieke behoeften

De klanten van Market-IP zijn te verdelen in allerlei transportondernemingen, leasemaatschappijen en bedrijven die actief zijn in de oliewinning of de bouw. Market-IP breidt zijn activiteiten sinds 2007 naar het buitenland uit en is tegenwoordig aanwezig in Frankrijk, België, Nieuw-Caledonië, het Midden-Oosten (Qatar, Oman en Saoedi-Arabië) en Afrika ten zuiden van de Sahara. Elke markt heeft zijn eigen behoeften en hefbomen om marktaandeel in buurlanden te veroveren. In het sultanaat Oman is het olietransport, dat aan strenge regels is gebonden, min of meer toonaangevend voor andere sectoren als het gaat om apparatuur. “We zijn er sinds 2011 actief en hebben tegenwoordig het op één of twee na grootste marktaandeel.” In Qatar, waar Market-IP sinds een jaar commercieel actief is, had men echter nog nooit van telematicabeheer voor wagenparken gehoord. In Afrika moet rekening worden gehouden met een zeer incompleet wagenpark, dat soms uit heel oude voertuigen bestaat. Daar is brandstofdiefstal een van de zorgwekkendste problemen. “We installeren sensors in de tanks die een alarmsignaal afgeven wanneer het peil plotseling met meer dan 5% daalt”, benadrukt Romain Olieslager.

Ondanks zijn functieomschrijving zit de jonge exportmedewerker niet de hele tijd in het vliegtuig. Zolang een verblijf regelmatig plaatsvindt, hoeft het niet lang te duren. “We proberen onze partners drie à vier keer per jaar te bezoeken en zij komen ook één of twee keer naar Naninne. En anders bellen we elkaar vrijwel dagelijks. We hebben gemerkt dat een bezoek bijna altijd wordt gevolgd door een opleving van de activiteit, omdat we nieuwe ontwikkelingen laten zien en voor extra motivatie zorgen.”

Strategische aanpak

Market-IP ziet de toekomst met vertrouwen tegemoet. Het bedrijf moet veel opkomende markten verkennen en nieuwe partners zoeken om het aanbod verder te vergroten en zijn dienstverlening te intensiveren. De groei wordt ook bereikt door producten te ontwikkelen die beter op elkaar zijn afgestemd. “We beseffen dat steeds meer bedrijven transversale behoeften hebben. Om daarop in te spelen, is het waarschijnlijk veel beter als we de architectuur van onze producten wijzigen en vereenvoudigen om een geïntegreerd gebruik te stimuleren en meer aanzien bij onze klanten te verwerven”, meent Sarah Laval.

Wanneer we het over de toekomst van telematica voor geolokalisatie hebben, komt een enorme potentiële markt in beeld: die van de auto-industrie met seriematig uitgeruste voertuigen. “Dat is een lastige markt voor een mkb-bedrijf met 20 mensen. We gaan strategisch te werk om ons met geschikte partners te omringen, want alleen gaat ons dat niet lukken. Het is wel bemoedigend dat de ontwikkeling van de productarchitectuur die kant op gaat. Onze databases zijn er klaar voor: 100 of 10.000 licenties maakt voor ons niet veel verschil. Wij hebben de technologische hefboom die nodig is. We hoeven onze organisatie niet te veranderen of ons personeel sterk uit te breiden om een stap verder te gaan.”

www.market-ip.com

IN HET KORT    

In de eerste vijf jaar is de omzet meer dan verdubbeld. Op 30 juni 2016 heeft het bedrijf een omzet van meer dan € 2.000.000, die voor 43% uit export afkomstig is.
25 % groei per jaar.
21 medewerkers die in dienst zijn van Market-IP.
Geolokalisatie van meer dan 35.000 voertuigen en meer dan 8000 personen.
De software van het bedrijf is compatibel met meer dan 60 modellen telematicakastjes.
Projecten en uitgevoerde werkzaamheden in 10 landen.


Als je het indrukwekkende gebouw binnenstapt, word je bedwelmd door de zoete geur van zaagsel. In de hal staan houten speelgoed en meubels uitgestald. Aan het einde van de gang draaien de machines op volle toeren. Er wordt hard gewerkt, zowel in de kantoren als in het atelier.

Aan het hoofd van een achtkoppig team staat Pierre Maréchal, die de zaak in goede banen leidt. Deze ingenieur, voormalig directeur van een autofabriek in het Groothertogdom Luxemburg, is een echte Ardenner, die voortdurend met een voet aan de andere kant van de grens staat. Om u het beeld even te schetsen: ‘Van de Ardenners wordt gezegd dat ze gesloten, onverzettelijk en prikkelbaar zijn, dat het harde werkers zijn, maar ook een beetje koppig!’ Hij kon het zelf niet beter zeggen… In 2010 krijgt Pierre de kans in de wereld van de kmo's te duiken wanneer een onderneming in moeilijkheden een beroep op zijn expertise doet om de zaken aan te zwengelen. Zo ontstaat 4 WOOD, een bedrijf gespecialiseerd in het ontwerpen en produceren van houten displays. De panelen in mdf worden zonder ijzerwaren (zonder spijkers of schroeven) geassembleerd tegen een prijs waar geen concurrent tegenop kan. Vanuit technisch, ecologisch en logistiek oogpunt biedt deze installatie heel wat voordelen. Het is een bloeiende markt, met name in Frankrijk, waarnaar 4 WOOD 85% van zijn productie uitvoert. ‘Onze knowhow is dusdanig dat we weinig tot geen concurrenten op onze weg vinden’, zegt de ondernemer tevreden.

Zullen we spelen?

Wanneer hij bij de oprichting van 4 WOOD zijn businessplan opstelt, voorziet Pierre voor alle zekerheid in minstens één andere activiteit dan displays. Het team handhaaft het assemblagesysteem zonder spijkers of schroeven – hun handelsmerk – en denkt na over verschillende mogelijkheden om het afval van de displays te hergebruiken. Waarom geen educatief spel, met een label 100% Made in Belgium? Bijgestaan en aangemoedigd door Macovi, een bedrijf dat zich specialiseert in het op de markt brengen van spellen, komen ze eerst met het idee om auto’s te construeren, gevolgd door gebouwen, om ten slotte te ‘ontsporen’ in burchten. Er blijkt een markt te zijn voor dit soort speelgoed, dat er mooi uitziet, een aantrekkelijke prijs heeft en ecologisch verantwoord is (enkel uit hout, geschilderd met een lak op waterbasis die speciaal voor hen werd gecreëerd).

Het merk Ardennes Toys is geboren. Na amper twee weken zijn de eerste 150 kastelen al verkocht. Eind 2012, vier maanden na het begin van de productie, is de voor- raad van 480 dozen geheel uitverkocht. Het daaropvolgende jaar wint Ardennes Toys totaal onverwacht de prijs Speelgoed van het Jaar in de categorie Bouw & Constructie. Het directe gevolg is dat klanten vechten om deze nieuwigheid en de verkoop in 2013 tot 3650 dozen stijgt. In 2014 staat de teller op meer dan 5000 verkochte dozen, een record, verdeeld over een twintigtal verkooppunten.

Vanaf het begin volgt dit project de logica van de korte keten: lokaal kopen, regionale grondstoffen gebruiken, de werkgelegenheid in de Ardennen bevorderen. ‘Ik heb me gerealiseerd dat heel wat mensen diezelfde waarden delen. We werken bijvoorbeeld nauw samen met het Atelier protégé des Hautes Ardennes te Vielsalm dat gespecialiseerd is in verpakken. Deze positieve maatschappelijke impact heeft een menselijke meerwaarde, zowel voor hen als voor ons.’ De klanten van Ardennes Toys zijn vaak bewuste jonge ouders die worden gedreven door diezelfde gedachte van terugkeren naar de essentie en zoeken naar alternatieve oplossingen. Als vader van drie kinderen die bezorgd is over de wereld waarin zij leven, wil Pierre Maréchal al zijn energie en kennis ten dienste van de maatschappij stellen door te participeren in het lokale economische circuit.

De sleutel van het succes? ‘Het innovatieve en het feit dat we uitgebreid communiceren over onze waarden. Een echte boodschap van authenticiteit en integriteit.’ Wat communicatie betreft, heeft Ardennes Toys een goudmijn aangeboord: een vloerkleed van 3 x 5 m waarop medewerkers, inclusief de baas, en kinderen op hun knieën zitten en allemaal samen een kasteel bouwen. ‘De ouders kijken toe en komen er vervolgens bij zitten. We vragen niets aan niemand, het gebeurt allemaal spontaan.’ Een niet-agressieve communicatievorm die perfect past bij het imago van eenvoud van de onderneming, een uitzonderlijke exposure biedt en ook nog eens iedereen amuseert.

En ze leefden nog lang en gelukkig…

Het ontwerp- en productieteam van 4 WOOD en Ardennes Toys bestaat in totaal uit acht fulltime mede- werkers. ‘Uiteraard willen we ons niet tot die acht beperken, nu we dit alles hebben opgebouwd.’ Zo’n twaalf vertegenwoordigers bewerken de markt, voornamelijk in Wallonië en Frankrijk. In Vlaanderen, Nederland en Luxemburg groeit de vraag geleidelijk. Andere landen tonen onverwacht ook belangstelling: Italië, Spanje, Griekenland, Duitsland, Oekraïne en zelfs Panama. ‘Contacten die uit de lucht komen vallen! Het zijn zij die ons opzoeken. Eerlijk gezegd weet ik niet eens hoe ze ons vinden’, lacht de bedrijfsleider. Thuis blijven de kastelen van Ardennes Toys nooit lang in hun doos. Vooral ook omdat je met een doos een oneindig aantal gebouwen kunt bouwen. Dat zowel de creativiteit van het kind wordt bevorderd als de manier waarop het naar zichzelf kijkt, is een echte meerwaarde. ‘We hebben een goede positie in de markt van het houten speelgoed veroverd. Ons product is uniek en werkelijk innovatief. We hebben dus geen rechtstreekse concurrent.’ Zouden er nog mooie dagen in het verschiet liggen voor 100% Ardens speelgoed en displaymateriaal? We wensen het hen van harte toe.

Ardennes Toys
La Chaussée, 55
B-6637 Malmaison (Fauvillers)
+32 (0) 61 41 48 88
www.ardennestoys.com

 

DE LUXEMBURGSE GREEN HUB, EEN VISIE OP CREATIVITEIT

In het kader van het programma Creative Wallonia, dat initiatieven wil helpen ontplooien, wordt elke Waalse provincie gevraagd een eigen project voor te stellen. Net zoals de andere provincies ging Luxemburg de uitdaging aan en richtte een creatief platform op dat Green hub werd genoemd, een naam die verwijst naar de kleuren van het omliggende landschap. De bedoeling is een actieprogramma op te stellen dat de creativiteit op alle niveaus stimuleert en de actoren met elkaar in verbinding brengt, over alle sectoren heen. Zoals voorzitter Laurent Briou benadrukt: ‘Creativiteit en innovatie zijn noodzakelijk om in de huidige markt te overleven; dat is de filosofie van de Luxemburgse hub. Er wordt beweerd dat stilstand achteruitgang is. Wie niet innoveert en vasthoudt aan zijn verworvenheden, moet op tijd in de achteruitkijkspiegel kijken, anders zouden de andere actoren je wel eens snel kunnen inhalen. De uitdaging bestaat erin de concurrentiekloof te verkleinen of te behouden, naargelang de situatie.’

Dit programma werd begin 2014 opgestart voor een duur van vijf jaar en staat nog in de kinderschoenen. Alle voorstellen zijn welkom. Voor het eerste werkingsjaar kreeg de vzw een budget van € 160.000. 50% gaat naar verschillende activiteiten, opleidingen of congressen. De andere helft is bedoeld voor financiële ondersteuning om bepaalde projecten een duwtje in de rug te geven en synergie mogelijk te maken. Komaan, Luxemburgers, begin maar te innoveren!

green-hub.be

Jean-Philippe Darcis is een goedlachse veertiger, afkomstig uit het Land van Herve. Hij maakt van chocolade een luxeproduct. Zijn passie? Adembenemende smaakcombinaties creëren. Een bron van puur geluk!

Darcis’ avontuur gaat van start in 1996, wanneer hij en zijn echtgenote hun eerste winkel openen. ‘Waarom in Verviers? Omdat Verviers altijd bekend heeft gestaan voor haar patissiers en chocolatiers. En op dat moment was er niet echt een bijzondere patissier meer in de streek.’ De zaak is een succes. Ze investeren in een grotere ruimte en installeren er een mooie winkel met een degustatiesalon en een grote werkplaats. Volgens Darcis heeft hij het succes te danken aan zijn deelname aan tal van prestigieuze wedstrijden. In 2001 wint hij de Trophée Prosper Montagné als beste patissier- chocolatier van België. Hij wordt Ambassadeur van de Belgische chocolade. Er volgen nog andere competities, de wereldbeker patisserie en de wereldkampioenschappen. ‘ Dankzij die wedstrijden kon ik naast mijn professionele carrière blijven bijleren over het vak, vooral door het contact met andere grote namen. Ik kreeg de kans om met topmensen samen te werken en ging tegelijk voluit voor het ondernemerschap. Je moet je grenzen blijven verleggen. Zin om te ondernemen, dat heb je of je hebt het niet. Ik heb het van mijn vader, die altijd een harde werker was. Net als hij wil ik altijd verder gaan, iets bereiken in het leven.’

Een passie voor ondernemen

In 2002 krijgt Darcis het lumineuze idee om zijn eigen chocolade te creëren. ‘Patisserie en chocolade zijn producten die elkaar aanvullen. Vroeger haalde ik mijn chocolade bij leveranciers. Maar het is altijd frustrerend om producten te verkopen die je zelf niet gemaakt hebt. Als je passie hebt voor je product en de zaken grondig wilt aanpakken, dan doe je graag alles zelf.’ Het vervolg laat niet op zich wachten. Vanaf 2005 opent Darcis een reeks winkels en corners in Wallonië en Brussel. Later volgen ook Vlaanderen, en zelfs Spanje en Japan. Zijn merk omvat een scala aan voedingswaren: brood, patisserie, Parijse ‘makarons’, pralines in talloze varianten en zelfs ijs in de zomer. Het bedrijf in Verviers vervaardigt alle producten en draait op volle toeren. Bakkers, patissiers, makaroniers en chocolatiers werken er dag en nacht. Het familiebedrijf heeft intussen zo’n veertig werknemers in dienst, onder wie arbeiders, verkopers, bezorgers enz. ‘Die drukte is niet van vandaag op morgen gekomen. Je hebt ongelooflijk veel ervaring en inzet nodig om er te geraken. Dat is de betekenis van echt ondernemerschap! Zaakvoerder zijn is een boeiende job en gaat veel verder dan het bedenken van producten. Alle dagen ben ik rond 5 uur in de werkplaats. Ik heb een blind vertrouwen in mijn mensen, maar ik hou toch graag een oogje in het zeil,’ vertelt de meester-chocolatier.

Sinds het begin van zijn avontuur maakt Darcis er een erezaak van om uitsluitend grondstoffen van hoge kwaliteit te gebruiken. Niet verwonderlijk dus dat hij van plan is om binnenkort zijn eigen chocolade te maken van cacaobonen die rechtstreeks van de landbouwers komen. ‘In België zijn er maar zes chocolatiers die op die manier werken. Die beweging wordt bean to bar (van boon tot chocolade) genoemd en bestaat nog niet zo lang. Professionals die hun product van A tot Z willen creëren, gebruiken de methode steeds meer. Zo kunnen ze hun chocolade echt een persoonlijke toets geven. Ik heb er een jaar over gedaan om tot de verfijnde chocolade te komen die ik wou. Er is tijd nodig om het product te maken dat bij je past, in de lijn van wat je al deed en waarin je gelooft. Het is die aanpak die ons interesseert.’

Levensproject

De jaren verstrijken en het bedrijf blijft groeien. Resultaat: de huidige werkplaats is te klein geworden om nog te kunnen beantwoorden aan de vraag. Op naar iets groters dus, maar met behoud van de familiale structuur en de ambachtelijke traditie. Eind 2015, na zes jaar denkwerk, opent ‘La Chocolaterie, Belgium chocolate factory by Darcis’ haar deuren voor lekkerbekken in het hart van de Euregio. Het hedendaagse gebouw is grotendeels opgetrokken uit glas, beslaat 2.800 m² en telt vier verdiepingen, die stuk voor stuk in het teken van chocolade staan. Jean-Philippe Darcis glimlacht en is duidelijk tevreden. ‘La Chocolaterie is mijn levensproject. In 18 jaar tijd ben ik gegroeid van een kleine benedenverdieping van 35 m² naar een immense, multifunctionele ruimte. Eindelijk is daar het project waar ik altijd al van droomde: reusachtig en uniek, maar toch op mensenmaat.’

Sinds het begin van zijn avontuur maakt Darcis er een erezaak van om uitsluitend grondstoffen van hoge kwaliteit te gebruiken.


Het gebouw bevindt zich op de Esplanade de la Grâce in Verviers, strategisch gelegen tussen winkelcentrum Crescendo en Hotel Verviers. Met het hotel wordt een samenwerking opgestart voor workshops, teambuildings, stages, seminaries over chocolade en andere activiteiten voor bedrijven, culinaire professionals en uiteraard ook voor particulieren van alle leeftijden. ‘Mensen willen zien, aanraken, ontdekken. En voor de chocolatiers is het een hele eer om hun werk te kunnen tonen en zo het vertrouwen van de mensen te winnen.’ Alle chocolade, makarons en patisserie zullen ter plaatse bereid worden. Bezoekers vinden er een luxueuze winkel, een degustatiesalon en een interactief en kleurrijk didactisch parcours van de hand van een decorontwerper. Op het programma: branden en bakken, geuren, melanges, ganache, de artistieke kant, cacaobonen en tal van andere ontdekkingen. Oh, en probeer maar niet om die heerlijke geur te weerstaan, dat is verloren moeite…

 

informatie

Darcis Chocolat et Pâtisserie SPRL
Crapaurue, 121-123
B-4800 Verviers
+32 (0)87 33 98 15
[email protected]
www.darcis.com

Limelette, rakend aan het bos van Lauzelle. Een ruraal dorpje met prachtige wandelpaden en verrassend veel kerken en boerderijen, misschien wel de mooiste van de hele streek. En waar Lhoist is gevestigd, de grootste producent van kalk en dolomiet ter wereld. Het familiebedrijf heeft wereldwijd ruim 5.500 werknemers en een omzet van € 1,9 miljard, maar is nagenoeg onbekend bij het grote publiek.

Wie voor een dubbeltje geboren is, zal nooit een kwartje worden. Zijn het niet de mooiste verhalen, die laten zien dat het spreekwoord niet altijd klopt? Waargebeurde sprookjes die bewijzen dat je niet met een gouden lepel in de mond geboren hoeft te worden. Dat je met hard werken, inzet en doorzettingsvermogen heel ver kunt komen, verder nog dan de meeste kwartjes. Van ‘rags to riches’, van lompen naar rijkdom, zoals de Amerikanen zeggen. De geschiedenis van Lhoist begint met precies zo’n verhaal.

Hyppolyte, roepnaam Léon

De wortels van Lhoist Group reiken terug tot het einde van de 19de eeuw. In 1861 werd Hippolyte, roepnaam Léon, Dumont geboren in een gezin van zeven kinderen. Na slechts twee jaar lagere school begon hij te werken in de steengroeven van Chainaye en Lhoist. Op zijn twintigste was hij al opgeklommen tot voorman en in 1886 nam hij de exploitatie van de gemeenschappelijke steengroeve van Ampsin voor zijn rekening, het plaatsje waarvan hij later burgermeester werd. In 1889 trouwde hij een jonge hoedenmaakster genaamd Caroline Wautier. In datzelfde jaar stichtte hij de steengroeve die hun beider naam droeg: Carrières et Fours à Chaux (steengroeven en kalkovens) Dumont-Wautier.

Clairette, één van de dochters van het echtpaar, trouwde in 1920 met een telg uit het geslacht Lhoist. Inderdaad, de steenhouwers die ook de groeve bezaten waar Dumont zijn eerste werkervaring opdeed. Toen Dumont daar begon met werken, gunde de familie Lhoist hem – een knulletje van lage komaf en met slechts twee jaar lagere school – waarschijnlijk nog geen blik waardig. Maar nu trouwde zijn dochter met een Lhoist! Tegenwoordig is dat misschien moeilijk voor te stellen, maar in de vooroorlogse klassenmaatschappij moet dat behoorlijk wat indruk hebben gemaakt. En de maatschappelijke opmars die Dumont had ingezet begon pas.

Met 90 productie-installaties in 24 landen en een omzet van 1,9 miljard euro is het bedrijf uit het kleine Limelette internationaal marktleider in kalk- en dolomietproducten.

 

OP WEG NAAR ’S WERELDS GROOTSTE

Deze schoonzoon Léon Lhoist richtte in 1924 een steengroeve op die hij naar zichzelf noemde en die de directe voorloper is van de huidige Lhoist Group. Twee jaar later breidde hij al uit naar Frankrijk. De depressie van de jaren 30 ging over in de Tweede Wereldoorlog en voorlopig kwam de expansie tot een halt. Dit veranderde onder leiding van de jonge Lhoist, net als zijn vader en opa Léon genaamd. In 1981 raakte de internationale groei op stoom met de overname van de Amerikaanse groep Chemical Lime uit Texas. In hoog tempo volgden uitbreidingen naar Oost-Europa, Duitsland, Mexico, Engeland, Brazilië, Maleisië, Rusland en Oman. Tegenwoordig zijn mensen van 30 verschillende nationaliteiten werkzaam bij Lhoist. Met 90 productie-installaties in 24 landen en een omzet van 1,9 miljard euro is het bedrijf uit het kleine Limelette internationaal marktleider in kalk- en dolomietproducten. Wereldwijd heeft het net zoveel werknemers als Limelette inwoners heeft: ruim 5.500. Hiermee is het waargebeurde sprookje dat begon in 1861 met de geboorte van Hyppolite Dumont tot een voorlopig hoogtepunt gekomen.

KUNST OM TE VERBINDEN

Lhoist Group staat bekend om zijn ongeëvenaarde discretie: Lhoist communiceert nooit naar buiten. Zo kan het gebeuren dat één van de grootste Belgische privémultinationals zo goed als onbekend is bij het publiek. Wat we wel weten van Lhoist Group is dat het een grote sponsor is van culturele en sociale activiteiten. In de jaren 90 begon de jonge Lhoist met de aanleg van een belangrijke collectie foto’s en beeldhouwwerken. De kunstverzameling, die helaas niet toegankelijk is voor het publiek, heeft als doel de werknemers van Lhoist te verbinden. De speciale website van de collectie meldt: ‘Kunst is een geweldige manier om de wereld om ons heen op andere wijze te bekijken. Met onze collectie, de tentoonstellingen en de culturele bezoeken die we organiseren voor onze collega’s en hun kinderen, streeft Lhoist naar een meer ruimdenkende en cultureel gevoelige organisatie.’

De kunstwerken worden niet alleen tentoongesteld in het hoofdkantoor in Limelette, maar ook in verschillende regionale kantoren. Iedere werknemer mag zijn of haar kantoor opfleuren met een kunstwerk uit de collectie en zo vaak als gewenst een nieuw werk kiezen. Jaarlijks organiseert een bekende persoonlijkheid uit de kunstwereld een expositie op basis van de collectie. Voor alle medewerkers van het bedrijf, van arbeider tot directielid, en hun gezin zijn er daarnaast geregeld culturele evenementen. Hier brengen medewerkers uit verschillende landen en lagen van het bedrijf op informele wijze de dag met elkaar door en leren zij elkaar kennen in een educatieve context.

Kunstige screensaver

Ook leuk en origineel is de screensaver die op de computer van iedere werknemer is geïnstalleerd. Door middel van de screensaver worden foto’s uit de kunstverzameling getoond wanneer de computer een vijftal minuten niet in gebruik is. Iedere foto bevat een geschreven commentaar. De beelden worden op alle computers wereldwijd tegelijkertijd getoond, natuurlijk alleen als een medewerker op dat moment niet bezig is. Medewerkers die zich op verschillende continenten bevinden en totaal verschillende functies hebben, worden zo verbonden door de foto’s die op hetzelfde moment op hun beeldscherm verschijnen.

Naast de kunstcollectie is Lhoist als sponsor betrokken bij een scala aan culturele evenementen. Een mooi voorbeeld hiervan is de ondersteuning van vereniging Entr’Ages, coördinator van de tweede editie van het Festival du Film Intergénérationnel (FFI) in Louvain-La-Neuve, het filmfestival waarover u elders in deze WAW kunt lezen. Deze kalk- en dolomietgigant kan met recht een grote vriendelijke reus genoemd worden.

www.lhoist.com

 

Lhoist, kort samengevat

Wat produceert Lhoist Group?

Lhoist Group bezit mijnen in 24 landen waar het kalk en dolomiet delft. De 90 productie-installaties van het bedrijf zetten deze grondstoffen om in verschillende producten. De ruwe grondstof wordt verwerkt tot poeder of brokken van verschillende groottes. Deze brokken worden bij temperaturen boven 900 °C omgevormd tot ongebluste kalk. Dit wordt bijvoorbeeld bij de fabricage van staal gebruikt om verontreinigingen uit het erts te verwijderen. Door water aan ongebluste kalk toe te voegen, ontstaat een poeder dat gebluste kalk heet. Dit is een ingrediënt van cement, maar bijvoorbeeld ook van was- en voedingsmiddelen. Als er nog meer water wordt toegevoegd, ontstaat kalkmelk waarmee de zuurgraad en hardheid van drinkwater wordt geregeld.

Kalk en dolomiet: belangrijker dan u denkt

Kalk is toch niet interessant? En dolomiet, wat is dat eigenlijk? Dit zijn begrijpelijke vragen. We staan in ons dagelijks leven niet vaak stil bij de grondstoffen waarmee de moderne wereld is gebouwd. De vele toepassingen van deze bouwstoffen zullen u verrassen.

Dolomiet of bitterspaat is een vorm van kalk die ontstaat in kalksteen met een bepaald gehalte aan magnesium. Het wordt onder meer gebruikt als natuursteen en als grondstof voor cement. Kalk wordt gebruikt in het fabricageproces van staal, papier en tal van chemische producten. Het is de basis van een mengsel dat Portlandcement wordt genoemd, wat wordt gebruikt voor geprefabriceerd beton en onderwaterbeton. Dus eigenlijk zijn kalk en dolomiet een essentieel onderdeel van vrijwel ieder bouwwerk. Door klei en leem te vermengen met kalk wordt de bodem verstevigd. Hierdoor wordt deze geschikt gemaakt voor bouwplaatsen en als fundering van bebouwde terreinen en wegen. Ook baggerspecie van uitgebaggerde waterwegen en slib uit afvalwaterzuiveringen kunnen zo op milieuvriendelijke wijze worden hergebruikt. Naast de bouw wordt kalk ook toegepast in de landbouw. Het neutraliseert kwalijke zuren in de bodem en voorkomt zo plantvergiftiging. Verder zorgt het ervoor dat planten gemakkelijker voedingsstoffen kunnen opnemen. Kalk wordt ook gebruikt in schoorstenen van industriële installaties om de rook te zuiveren zodat het milieu bespaard blijft.

Essentieel voor drinkwater

Zoals de bovenstaande voorbeelden laten zien, hebben kalk en dolomiet zeer belangrijke toepassingen in de industrie en landbouw. Maar de belangrijkste toepassing is misschien wel drinkwater. De hoeveelheid kalk die drinkwater bevat – dit wordt de hardheid genoemd – is wettelijk vastgelegd. Een te hoge hardheid, te veel kalk in het drinkwater, is schadelijk voor apparaten en het milieu. Een te lage hardheid heeft tot gevolg dat bijvoorbeeld giftige stoffen gemakkelijker in het drinkwater kunnen oplossen. Om deze nadelige gevolgen te voorkomen, wordt te hard drinkwater onthard en te zacht drinkwater juist aangevuld met kalk.

Achter ieder succesvol man staat een sterke vrouw. Bij L’Air du Temps draait het niet om rangorde. Carine staat niet achter of voor, maar aan de zijde van culinaire tovenaar San Hoon Degeimbre. Een verhaal van liefde voor elkaar en voor de gastronomie, maar dan achterwaarts verteld.

Epiloog: Het einde is slechts het begin

Zaakvoerster Carine Degeimbre doet een stap terug uit het tweesterrenrestaurant. Spijt heeft ze niet. Over haar deel in het succes van chef en echtgenoot San wordt weinig geschreven, maar zij weet hoe het zit. In de horeca geraak je er niet alleen. Het koppel startte in 1997 met z’n tweeën en werkt nu met een team van vijftien mensen. Carine staat in voor de administratie en de boekhouding van een onderneming die blijft evolueren. De combinatie van hoogstaande gastronomie, streekproducten, gastvrijheid en het streven naar verbetering staan garant voor een ware explosie van plezier. Voor de spontane Carine was het een hele stap om de service in de zaal niet meer te doen. Ze houdt immers van het contact met de mensen. Maar het was de opoffering waard. In de keuken werkt San rustig verder, het huis wordt ten volle benut en de facturen worden op tijd betaald. En die bijzondere momenten met de klanten zal Carine niet lang moeten missen. Boven in het huis openden zij en haar man immers een B&B met vijf kamers. In de lente kunnen de gasten aanschuiven aan het ontbijt en Carine zal er persoonlijk op toezien dat het hen aan niets ontbreekt.

2013: De droom, Liernu

Een traditionele vierkantshoeve, een eigen stek op het platteland, een charmant bijgebouw om naar hartenlust te relaxen… Vijftien jaar lang koesterden San en Carine die droom temidden van al hun harde werk.

Om die droom te kunnen realiseren, moesten ze vast heel wat kilometers afleggen tussen de tafeltjes van hun eerste, kleinschalige restaurant. Maar bij Degeimbre wordt niet geteld, daar wordt gewerkt. “Ik denk dat ik een uitstekende commis ben.” In de technische en nederige woordenschat van Carine betekent ‘commis’ zoveel als ‘uitvoerder zonder verantwoordelijkheid’ of ‘keukenhulp’. Hard werken is geen schande. Toen San op verplaatsing ging naar Melbourne, wou Carine hem vergezellen. “Als je meekomt, vervang je een man”, kreeg ze te horen. Zo ontdekte Carine de keukens van Melbourne en leerde ze er werken als een man. De weg naar Liernu liep dus echt niet over rozen. Is het restaurant van hun dromen in Liernu een eindpunt? Carine zou wel willen, maar gelooft het niet echt. Uiteindelijk is het San die beslist. Zijn vrouw zegt het zo: “San is de versneller en ik ben de rem. Maar dat betekent niet dat ik er niet voor wil gaan. We wisten niet altijd waar we zouden uitkomen, maar we hebben altijd samen beslist om de sprong te wagen.”

1997-2013: La Voie lactée, Novillesur- Mehaigne

Het is een heldere uitspraak van een vrouw zonder kapsones. Als ze San niet ontmoet had, was ze waarschijnlijk gestopt met de horeca en was ze misschien in het onderwijs gestapt. Het lot heeft anders beslist. Toen San in 1997 de muren op zich voelde afkomen, was het tijd om te vertrekken. Bye bye Charleroi. Carine heeft er vertrouwen in en zegt haar baan op. Het jonge koppel koopt een huis op de steenweg in Noville en opent ziin eerste restaurant. “We hadden niet enorm geïnvesteerd, dus we waren niet bang.” Carine is de maître d’hôtel en daarnaast de objectiefste officiële “proever”.

Drie jaar later vertelt een journalist hen aan de telefoon dat San zijn eerste Michelinster binnen heeft. “We stonden plots in de gids, mét een ster. Ik was toen zwanger van Émilie en van de ene dag op de andere kon je hier over de koppen lopen. We stonden maar met twee mensen in de zaal. Ik was kapot. Het nieuws ging rond als een vuurtje: een klein restaurant dat er niet uitziet, met slechts twintig couverts, zonder salon, dat in de prijzen is gevallen voor zijn keuken.” Acht jaar later volgde een tweede bevestiging. L’Air du Temps maakt naam en dat is welverdiend. Het cliënteel wordt diverser, luxueuzer ook. Carine houdt het hoofd koel en “bedient iedereen even hartelijk”. De kiem voor Liernu wordt gezaaid.

1987-1997: Le Berceau, Charleroi

Op 7 september 1987 wordt Carine twintig jaar. Met haar diploma van de hotelschool in Fleurus op zak, tekent ze dezelfde dag haar eerste contract bij La Bruxelloise, een restaurant in Charleroi. Op dat moment werkt San voor dezelfde baas, in dezelfde stad maar in een ander restaurant. Ze moeten elkaar wel ontmoeten. San barst van de ideeën en legt de lat hoog. Hij heeft ambitie voor twee en streeft naar perfectie. Carine moedigt hem aan en is bereid om hem te volgen. Waarom zouden ze niet dezelfde kwaliteit kunnen bieden in een eigen restaurant? San is een goede sommelier. Koken doet hij nog niet, maar door geduldig te observeren heeft hij zich een duidelijk idee gevormd van hoe hij het wil aanpakken. Samen gaan ze op zoek naar een gebouw om hun restaurant in onder te brengen, en waar ze ook kunnen wonen. Estelle is zes jaar, Carine is hoogzwanger van Manon (de naam is een eerbetoon aan de pralines waar haar mama dol op is). Ze zoeken een huis dat goed zichtbaar is en makkelijk toegankelijk, want ze nemen liever niet te veel risico’s. Hun keuze valt op Noville. Het is geen liefde op het eerste gezicht, maar een praktische en strategische beslissing. Het succes komt onverwacht. Het wordt het begin van een bijzonder verhaal.

 

Bio-express

September 1987: Eerste job, Carine is net 20 jaar.
Maart 1991: Estelle wordt geboren.
September 1993: Carine ontmoet San in Charleroi.
Mei 1997: Manon wordt geboren.
Juli 1997: Eerste restaurant gaat open in Noville-sur-Mehaigne.
Januari 2000: Eerste Michelinster.
Juni 2000: Émilie wordt geboren.
November 2008: Tweede Michelinster.
Januari 2013: L’Air du Temps gaat open in Liernu.

 

informatie

L’Air du temps
Rue de la Croix Monet 2
B-5130 Liernu (Éghezée)
+32 (0)81 81 30 48
[email protected]
www.airdutemps.be

 

Rijzende sterren

San ontdekte hen in zijn met sterren bezaaide hemel. Zij sprongen eruit, dus hij moest wel met hen in zee gaan. “Zij”, dat zijn de ambachtslieden en producenten met wie L’Air du Temps samenwerkt. Wij spraken met twee van hen.

De bakken talent van Ben

Ben is een fantastische meid met een innemend gezicht. Ze steekt van wal door te zeggen dat “draaien” haar leven heeft gered. Meer komen we niet te weten, maar het volstaat om te begrijpen dat de pottenbakster een diepe liefde koestert voor de klei, die ze bewerkt tot gebruiksvoorwerpen. Haar echtgenoot volgt les aan de San’ School en liet eens vallen dat “Ben fantastische dingen maakt”. Sans nieuwsgierigheid was geprikkeld en hij ging een kijkje nemen in het atelier. Het klikte meteen tussen de twee artiesten. Kommen, platte en diepe borden, klassieke of Koreaans geïnspireerde vormen… Vaatwerk in alle soorten komt tot stand onder Bens handen en staat te pronken op Sans tafel. Zoals de koffiedoos, die “de doos van L’Air du Temps” gedoopt werd, en die de genodigden verrast aan het eind van de maaltijd. Het idee komt van San, de interpretatie van Ben en het chamottehoudende steengoed uit Argilières Hins in Saint-Aubain (Florennes). Keramiek met een gevoelige toets.

De nieuwe passie van Véronique

Vroeger had ze een ander leven, maar dat is ze vergeten. Nu denkt ze alleen nog aan L’Air du Temps. Design-, meubel- en decoratiebeurzen, Véronique schuimt ze allemaal af op zoek naar hedendaagse meubelen, objecten of accessoires “die je nergens anders ziet”. Voor haar heel bijzondere winkel, maar ook voor het restaurant van haar vrienden. Meer dan wie ook kent ze de smaak van San en Carine. Zij was het die de meeste meubelen gevonden heeft voor de zaak in Liernu. Haar voorliefde voor Scandinavische trends zie je terug in het lichte hout van de lange gastentafel in een van de eetzalen. Soms vormt een origineel accessoire dat ze op de kop getikt heeft zelfs de inspiratie voor een aangepast gerecht. L’Air du Temps: een compromis tussen Aziatische verfijning en natuurlijk design.

 

informatie

Ateliers Bibenbou
Rue de la Cure, 13 - B - 1350 Jauche
+32 (0)19 63 72 96
[email protected]
www.bibenbou.be

Au détour du chemin
Véronique Lemage
Ferme de Ghlin - Rue du Village, 147
B - Noville-sur-Mehaigne
+32 (0)81 74 70 36
www.addc.be

Videos

CMI, of hoe je in Seraing je omzet verdrievoudigt en 18% meer mensen aanneemt in de staalindustrie.

Het bedrijf CMI in Seraing heeft een lange geschiedenis, die nu al bijna twee eeuwen duurt. Een geschiedenis die ons onderdompelt in een verleden met zwarte gezichten waar het zweet afdruipt, knowhow en trots. In 1817 werd de Engelsman John Cockerill door Willem I van Oranje belast met de uitbouw van de industrie in de Luikse regio. Hij kocht de oude zomerresidentie van de prinsen van Luik in Seraing, aan de oever van de Maas. “Zet onbevreesd uw grote ondernemingen voort en weet dat de koning der Nederlanden altijd geld heeft ten dienste van de industrie”, vertelde de vorst hem, die in die tijd het gezag uitoefende in de provincie Luik. Cockerill was een ambitieus en visionair man. Hij bouwde eerst de machinebouw en later de staalindustrie uit in wat de Stad van IJzer werd, en werd legendarisch toen hij er de eerste rails, wagons en locomotieven van België bouwde. In 1835 werd hier ‘le Belge’ gebouwd, de allereerste stoomlocomotief op het Europese continent.

In de 19de eeuw breidde het concern Cockerill zijn activiteiten uit: de bouw van hoogovens, de productie van een eerste kanon, de perfectionering van dieselmotoren voor hun locomotieven en ga zo maar door. In 1800 was Seraing een groot dorp met niet meer dan 1818 inwoners. Onder invloed van de energieke Engelsman werd het omgevormd tot de hoofdstad van de industriële revolutie en bleef er niets van het oude dorp over. In 1842 schreef Victor Hugo: “Het was alsof er een vijandelijk leger door het land was getrokken, en er twintig dorpen had geplunderd, die u in deze droefgeestige nacht alle facetten en alle fasen van een brand laten aanschouwen: hier verzengend, daar vol rook en elders gloeiend. Dit oorlogstafereel speelt zich in vredestijd af; dit afgrijselijke evenbeeld van een verwoesting wordt door de industrie voortgebracht. U aanschouwt gewoon de hoogovens van de heer Cockerill.”

In de 20ste eeuw werden de productie van elektrische apparatuur uitgebouwd en kwamen er onderhoudsdiensten bij. In 1982 werd de afdeling Construction Mécanique de Cockerill een zelfstandige dochteronderneming van Cockerill Sambre. Deze dochteronderneming ging verder onder de naam Cockerill Mechanical Industries, afgekort tot CMI. Twintig jaar later verkocht Usinor, een aandeelhouder van Cockerill Sambre, CMI aan een private investeerder. Deze is vandaag nog steeds de eigenaar van de onderneming. Ze behielden de afkorting CMI, maar noemden het bedrijf Cockerill Maintenance & Ingénierie: “Om op die manier de nadruk te leggen op onze twee basisactiviteiten, engineering en onderhoud, die we ten volle willen exploiteren.” In het eerste decennium als zelfstandig bedrijf heeft CMI zijn omzet en orderboekje verdrievoudigd en in Luik 850 mensen aangenomen. Dat is een toename van het aantal Luikse arbeiders met 18%. Dit aanzienlijke succes is een sprankje hoop in een industrieel landschap dat voor de rest in verval is.

De dirigent van dit succesverhaal is Bernard Serin, die toevallig een naam heeft die je net zo uitspreekt als de naam van zijn geliefde stad. Serin is afkomstig uit het Noord-Franse Metz en heeft carrière gemaakt in de staalindustrie. Altijd heeft hij naar risicospreiding gestreefd. “Toen ik hier in 2002 arriveerde, had CMI twee decennia van sociale, commerciële en financiële problemen achter de rug”, herinnert de baas zich. “De engineeringactiviteiten hebben een cyclisch karakter, en dat had een te grote invloed op onze resultaten. Daarom hebben we besloten onze service- en onderhoudsactiviteiten nog verder uit te breiden.”

Diversificatie

Om die reden heeft CMI Services zijn horizon verbreed op het gebied van windmolens, petrochemie en kerncentrales. Het heeft onder andere Total Petrochemicals, Electrabel, Segal en Techspace-Aero als klant. Maar Bernard Serin heeft ook ingezet op een technologische en geografische diversificatie. “Ondanks de crisis hebben we ook geïnvesteerd in onze drie engineeringmarkten (defensie, energie en staal) en hebben we een marktaandeel verworven in milieutechnieken. Op die manier hebben we de conjunctuur tot nu toe het hoofd kunnen bieden”, legt hij uit. CMI heeft in België meer dan 1.250 medewerkers, waarvan duizend in Luik.

In deze mondiale economie moeten de industriële concerns ook over de grens durven te kijken. Sommigen doen dat ten koste van de Waalse werkgelegenheid, maar CMI heeft, met vestigingen in de VS, Luxemburg, Duitsland, Rusland, India, China en Brazilië, tot nu toe een mooi evenwicht kunnen bewaren tussen de geografische uitbouw en het behoud, zelfs de toename van het aantal werknemers in Europa. “CMI is op wereldniveau een ambassadeur geworden van de Waalse knowhow”, vertelt de man die de teugels in handen heeft.

In mei dit jaar heeft CMI Energy een contract binnengehaald voor de levering van een staande boiler voor warmterugwinning aan het Tunesische Sousse. In augustus tekende CMI Industry een contract met de Verenigde Arabische Emiraten voor de levering van een nieuwe pletwals en galvaniseerlijn en voltooide CMI Services de renovatie van twee treinlocomotieven voor Ivoorkust. “Door internationaal te gaan, kunnen we inspelen op orders uit de hele wereld”, voegt de baas eraan toe. Maar Wallonië wordt daarbij niet vergeten. In tien jaar tijd heeft CMI niet minder dan € 55 miljoen geïnvesteerd in zijn activiteiten, gebouwen, machines en meubilair. Dat omvatte de uitbreiding van het hoofdkantoor in Seraing, de historische vestigingsplaats. Op die manier legde CMI – zoals wel vaker – de verbinding tussen het verleden en het heden.

 

In cijfers

CMI telde in 2012 3.677 werknemers, vooral in Europa (62%), India (17,8%), Brazilië (13%) en de Verenigde Staten (5%). 38% van het personeel is arbeider en 62% servicemedewerker. De meeste werknemers vinden we in België (1.271), Frankrijk (896) en ten slotte India (654).

In 2012 had CMI een omzet van € 792,8 miljoen. Alleen al in 2012 nam het bedrijf wereldwijd 762 nieuwe werknemers aan. Daarvan kwamen er 118 uit de Luikse regio.

De Luikse start-up Modalisa Technology staat nu al bekend als een van de 50 meest vernieuwende bedrijven ter wereld. En dat is nog maar het begin…

Hun diploma, hun onstilbare honger naar kennis en een brein met een voortdurende stroom aan briljante invallen. Meer hadden Tony Ciccarella (38) en Frédéric Maréchal (28) niet gemeen. De stichters van Modalisa Technology volgden dezelfde opleiding aan het Montefiore Instituut van de Universiteit van Luik en waren allebei IT-gek… met tien jaar verschil. Ze kwamen elkaar toevallig tegen in het café, raakten aan de praat en ontdekten al snel dat ze heel veel gemeen hadden. De twee mannen werden vrienden en spraken regelmatig af. Het ene idee leidde tot het andere en zo stelden ze vast dat er nog geen goed systeem bestond om een geheel van complexe processen in kaart te brengen. Toen, in 2006, werd de eerste stap naar de Modatech-technologie gezet.

Meer dan software

Modalisa Technology is volledig bedacht door Ciccarella en Maréchal. Het is niet zomaar een softwarepakket, maar een complex platform dat bestaat uit applicatiecomponenten: dertig modules waarmee een bedrijf een realtime-model kan ‘modelleren’ van zijn diensten. (Vandaar de naam, en dus niet als verwijzing naar Leonardo Da Vinci.) Het u l t ieme doel van Moda l i sa Technology? CEO’s in staat stellen om in een oogopslag alle activiteiten van hun bedrijf te volgen op hun tablet of smartphone en op elk moment in te kunnen grijpen. Het Modalisaplatform is bewust zo gebruiksvriendelijk mogelijk gemaakt. Daardoor kan een bedrijfsleider makkelijk processen wijzigen, nieuwe prioriteiten stellen, taken opnieuw toewijzen, afhankelijk van de drukte meer of minder mensen inzetten, enz. Hij kan ook gewaarschuwd worden via sms of push notification als een taak nog niet uitgevoerd is of de deadline nadert. De mogelijkheden zijn onbegrensd.

De processen bestaan uit een aantal taken, onderworpen aan voorwaarden, en stuk voor stuk gelinkt aan een persoon of een rol. Met het platform kun je menselijke diensten en machines perfect volgen, van dichtbij of in een overzicht.

Hele grote bedrijven hebben vaak al systemen om hun procedures in goede banen te leiden. Meestal gebeurt dat in de vorm van Virtuele Private Netwerken (VPN). De business analyst giet alles in een model en programmeert de applicaties. Een gemodelleerd proces aan de ene kant, applicaties aan de andere en een hiërarchisch doolhof als kers op de taart. Voor de kleinste wijziging moet er altijd wel iemand toestemming geven, en dat kan soms maanden duren. Een beslissing wordt dus pas maanden later doorgevoerd. In een markt waar de ontwikkelingen elkaar snel opvolgen, loop je dan al snel achter de feiten aan. De modules van Modalisa Technology bieden daarvoor de oplossing.

Het Institut Montefiore

Beide oprichters hebben een specialisatie die goed van pas komt bij Modalisa. Tony is ingenieur informatica en vond al snel zijn weg in de financiële en industriële wereld. Frédéric is gespecialiseerd in complexe constructies en real time oplossingen. Die opleiding volgden ze aan het Montefiore Instituut van de Universiteit van Luik, waar ze nog vaak aan terugdenken. En in het bijzonder aan Pierre Wolper, Vice-Rector van Onderzoek aan de Ulg, en professor Guy Leduc, gespecialiseerd in netwerken. “Je kunt ze allebei beschouwen als onze mentors”, vertelt Ciccarella. Deze heren stimuleerden ze om te blijven leren, innoveren en creëren. Eerst als hoogleraren, daarna hielpen ze Tony en Frédéric bij de uitwerking van Modalisa Technology. Ze betrokken onderzoekers en doctorandi bij het project, stelden lokalen ter beschikking en gaven goede raad. “Het Montefiore Instituut stimuleert initiatief en creativiteit bij studenten, zonder ze belemmeringen op te leggen. Onze afdeling Onderzoek en Ontwikkeling is erg belangrijk”, zegt prof. Pierre Wolper. “Hun opleiding heeft ze echt gelanceerd.”

Na de eerste fase kon het platform uitgetest worden in het onderzoekslab van de Universiteit van Harvard. De contacten van prof. Wolper hadden daar zeker iets mee te maken. In het lab blijkt Modalisa heel wat te kunnen: beter gestructureerde analyses, resultaten in real time, respect voor de normen op dat vlak, uniformering van de talen, controle van de levensduur van een staal, enz.

Modalisa Technology werkt op dit moment aan een sociaal netwerk, gebaseerd op het model van het Modalisa-platform. Het buitenland lonkt!


The Valley

Het concept groeide uit tot een product. Het harde werk op Harvard leverde zelfs een onderscheiding op. En wel bij het prestigieuze TiE50 Awards Program op de ‘TiECON 2013’-conferentie afgelopen juni in het hart van Silicon Valley. Van de 1.400 geselecteerde bedrijven is Modalisa de enige Belgische onderneming in de top 50 van de meest innoverende bedrijven ter wereld. Het ultieme bewijs dat ze de juiste keuzes gemaakt hebben. En een ideale gelegenheid voor de Luikse start-up om contact te leggen met invloedrijke mensen uit het milieu. Internationaal gaan, dat is immers het streven van beide mannen. “Op dit moment bestaat ons kapitaal uitsluitend uit eigen fond sen, en daar willen we verandering in brengen. We hebben dus buitenlandse investeerders nodig”, zegt Ciccarella. “Alleen dan zijn we geloofwaardig op het internationale vlak en kunnen we nieuwe klanten aanspreken.” En het blijft niet bij woorden. Het business plan werd al onder de loep genomen. Eind 2014 wordt hun kantoor waarschijnlijk in Silicon Valley zelf geopend. Tegen 2016 is de opening gepland van een ander kantoor in Singapore, aangezien er nu al Aziatische investeerders geïnteresseerd zijn in hun platform. Maar ook Europa staat op de agenda. De jonge ontwikkelaars willen ook vestigingen opstarten in Luxemburg en in andere Europese landen. Welke? Dat hangt sterk af van de investeerders die op de kar willen springen. De eerste gesprekken staan deze herfst al op stapel.

Wortels en hulp

Natuurlijk willen de Luikenaren het hoofdkantoor van Modalisa Technology graag in Wallonië houden en dan bij voorkeur in de provincie Luik. Daar leggen ze zelf ook erg de nadruk op. Makkelijk is het echter niet om prominent te zijn in eigen land. Ze gaan de IT-geschiedenis in als de eerste Belgische finalisten van de TiECON 2013. “Met onze onderscheiding in San Francisco kunnen we een beetje zon meebrengen en laten zien dat het mogelijk is om bij de top te horen”, zegt Maréchal. “Ons kindje is geboren in Luik, het zou echt jammer zijn als we moeten vertrekken om het op te laten groeien.” Grote spelers als IBM en Cisco zijn enthousiast over hun concept en platform. Dan kan het toch niet zo moeilijk zijn om ook lokale erkenning te krijgen… De oproep is bij deze gedaan.

Grote Amerikaanse, Indische en Chinese investeerders hebben al laten blijken dat ze geïnteresseerd zijn in de start-up. Maar Ciccarella en Maréchal zijn verstandig en gunnen zich nog wat tijd. Eerst willen ze de touwtjes strak in handen hebben, de overheid overtuigen om ze te steunen en vooral om ze te volgen. Want toptechnologie kan ook bij ons ontworpen en ontwikkeld worden.

 

www.modalisa-technology.com

Your opinion counts