Waw magazine

Waw magazine

Menu

Lutgardis waakt …

Bijna zes eeuwen lang leefde er in de abdij van Aywiers, in Couture-St-Germain, een communiteit van cisterciënzerzusters die hun eigen brouwerij hadden. In 2017 bracht die legendarische plaats de van bier bezeten broers Augustin en Victor Limauge op het idee van een gedurfd ondernemersproject met historische allures.

 

Augustin studeerde voor handelsingenieur en verbleef daarna enige tijd in China en in de Verenigde Staten, terwijl Victor marketing en bedrijfsbeheer studeerde, gevolgd door een jaar in Engeland. De broers, die behoren tot de vijfde generatie van de Limauge-familie, dewelke eigenaar is van de gebouwen van de abdijsite van Aywiers en zeer gehecht is aan die plek te Lasne, beslissen er een project op te starten.

De abdij, die uit 1215 stamt en in 1794 gedeeltelijk werd verwoest tijdens de Franse Revolutie, heeft geen kerk en geen klooster meer”, leggen ze uit. “Maar zodra je de grote toegangspoort binnengaat, zie je aan de rechterkant een gebouw waarin de vroegere brouwerij was ondergebracht. Bijna 600 jaar lang brouwden de cisterciënzerzusters er bier voor hun eigen consumptie, en verkochten er ook hun overproductie. In die tijd was het, dankzij de aseptische eigenschappen ervan, minder gevaarlijk bier te drinken dan water uit de rivier, ook al scheen dat van Aywiers goed te zijn voor de gezondheid.”

Een blond, een wit, een amberkleurig en een biologisch bier

Om de geschiedenis van de abdij weer tot leven te wekken, bestudeerden Augustin en Victor, die al amateurbrouwers waren, de Belgische markt. Ze besloten de eertijdse recepten, die weinig alcohol bevatten, niet te gebruiken, maar veeleer moderne bieren te creëren. In 2017 beginnen ze hun avontuur met de ‘Lutgarde blonde’, als verwijzing naar de meest bekende zuster van de abdij. “Ons eerste bier was licht gehopt en verfrissend. Met twee hopsoorten – Mosaic en witte Hallertau – worden de bloemen en fruittoetsen versterkt dankzij de ‘dry hopping’ of ruwe hopping. We hebben het bier uitgebracht naar aanleiding van het Feest van de Planten en de Tuin van Aywiers, dat onze moeder elk jaar organiseerde. Daarna hebben we het witbier met natuurlijke cactusextracten gemaakt. Met zijn verfijnde citroentoets en een nasmaak van appel, is het een zeer dorstlessend bier. De IPA is dan weer een amberkleurig bier met een mooi evenwicht tussen bitterheid en de smaak van citrusvruchten. De aroma’s van exotisch fruit maken er een bijzonder bier van, met een alcoholgehalte van 6,5°. Onze drie bieren werden bekroond tijdens de European Beer Challenge 2020.

Dat succes en die medailles (goud, dubbel goud en zilver) zijn beide broers niet naar het hoofd gestegen want ze blijven ondernemen. “Ons nieuwste bier is een pils, een gewaarborgd biologisch bier van hoge gisting met 5 % alcohol, dat we hebben ontworpen voor onze Brusselse bar.” ‘Chez Lutgarde’, aan het Sint-Katelijneplein, werd geopend in juli 2020, in volle Coronacrisis.We hebben in september moeten sluiten, maar we blijven onze bieren verkopen via onze gebruikelijke kanalen.

Met lokale producten

Vandaag heeft de jonge onderneming een vrij stabiele omzet, ook al werd de groei vertraagd door het sluiten van de horeca. Het duo en zijn drie medewerkers blijven optimistisch. Ze geven de voorkeur aan korte ketens en willen vooral aanwezig zijn op de Belgische markt, meer bepaald in Waals-Brabant, en zich dan ontwikkelen in Wallonië en Brussel. “We hebben sommige bieren in beperkte oplage verkocht en die gingen heel vlot van de hand. Het laatste bevatte honing van de abdijbijen. Het volgende zal gemaakt zijn met het sap van onze beuken en we willen er nog een ander brouwen met water van de abdij of met bloemen, om de dichtstbijzijnde ingrediënten te gebruiken. Op termijn willen we niet enkel onze brouwsels maken, maar – ook al vergt dat veel investeringen – onze eigen brouwerij uitbreiden en hop, mout enz. kweken. En op de site ook een winkeltje voor andere plaatselijke producten openen en zelfs evenementen organiseren om gezellige momenten met onze bieren te delen.

www.lutgarde.eu

 

Brasserie Lutgarde
Rue de l’Abbaye 14
B-1380 Lasne

+32 (0) 476 60 49 75

De heilige Lutgardis
Op het logo staat een dappere kloosterzuster, zoals de heilige Lutgardis, met de vinger op de lippen als verwijzing naar haar zwijggelofte en met op de achtergrond een ets van de abdij. De heilige Lutgardis (1182-1246), patrones van Vlaanderen, was een christelijke mystica. Toen ze 17 was, zou Christus haar zijn verschenen en haar hebben overtuigd om naar het klooster te gaan. Ze weigerde abdis te worden in Tongeren en besloot naar de abdij van Aywiers te verhuizen om daar in gebed en nederigheid te leven. De heilige Lutgardis mocht haar leven dan wel in stilte en vasten aan Christus hebben gewijd, dat verhinderde haar niet haar dorst te lessen met bier dat door haar goede zorgen was gebrouwen…

DE ZIEL VAN EEN IJSJE

Gastronomische ijsjes en sorbets op basis van groente en fruit uit de tuin, dat is de uitdaging die Baudouin Lénelle aanging met Le Glacetronome in Jambes. Gewaagd, maar geslaagd.

 


© Springtime

Baudouin Lénelle is al jarenlang in de ban van culinaire experimenten. “Koken, dat is fysica, maar vooral chemie. Voor onze ijsjes gebruiken we zowel koude als warmte voor het pasteuriseren, maar ook omdat het ijs ingrediënten bevat waarvan de smaakeigenschappen en textuur beter tot hun recht komen als ze tot op een zekere temperatuur worden gebracht. Een typisch voorbeeld is suiker. Om karamel te maken, moet die tot 175-180 graden worden verwarmd, niet meer of minder, want anders verkrijg je niet de gewenste smaak.

Bij Le Glacetronome bestaat een groot deel van het werk dan ook uit de jacht op ingrediënten, waarbij de voorkeur uitgaat naar de korte keten. “Om goede verwerkte producten te maken, heb je ook goede grondstoffen nodig. Anders kan je onmogelijk lekker ijs maken, al is er uiteraard nog wel wat meer nodig …

Tijdens zijn permanente zoektocht naar uitmuntendheid, komt deze enthousiaste ijsbereider uiteraard ook in contact met enthousiaste producenten. “De melk en room komen van een boerderij in Bouge, die aan doordachte landbouw doet, op minder dan drie kilometer hiervandaan. Michel Doens is melkveehouder en viel al meermaals in de prijzen voor de kwaliteit van zijn melk, die het hoogste proteïnegehalte heeft van de hele provincie. Wij ontwikkelden verse room met 56 % vet, die het ijs veel smeuïger maakt.” Niet alleen de kwaliteit van het product is essentieel, ook de relatie die Baudouin met zijn producenten onderhoudt, is een heus avontuur. “De twee dochters van Michel, Clarisse en Eloïse, staan regelmatig achter de toonbank van Le Glacetronome. Soms verkopen ze zelfs ijs met de melk die ze de dag ervoor zelf nog hebben helpen melken. Een kortere keten is dan ook moeilijk denkbaar ! 


© Jean-Pol Sedran

Emoties losmaken

Met achttien smaken die het hele jaar door worden verkocht, biedt Le Glacetronome klassieke smaken aan, maar dan net iets anders, zoals vanille uit Madagaskar en andere, nog originelere varianten zoals witte koffie uit Kivu en Earl Grey-thee uit de winkel ‘Fossé Fleuri’ in Namen. Behalve voor aardbei en framboos volgt Baudouin de seizoenen, en hij biedt dan ook regelmatig tijdelijke smaken aan, afhankelijk van zijn inspiratie en van wat voorradig is. “De aardbeien Notre-Dame au Bois komen uit Wépion, de kersen uit Hannêche, de pruimen uit Erpent of Beez, de zwarte bessen uit Malonne en de peren uit Temploux… We gebruiken bovendien zo weinig mogelijk suiker : hoe meer suiker er in het fruit zit, des te minder we zelf moeten toevoegen.

Over één smaak is iedereen het eens : pistache.“Tijdens de Fêtes de Wallonie kreeg een vrouw bijna de tranen in de ogen toen ze van ons ijs proefde. Ze had al overal ter wereld gewoond en pistache was altijd al haar graadmeter geweest. Ze vertelde me dat ons ijs haar deed denken aan het allerbeste ijs dat ze ooit proefde, in Rome, en dat het dat zelfs nog overtrof ! Met onze biologische pistache hebben we als het ware haar ziel geraakt en haar emoties beroerd”.

Met journalistiek kom je overal …

Baudouin Lénelle komt uit een gezin met acht kinderen en vertoonde al op erg jonge leeftijd belangstelling voor de keuken en voor desserts, en dan vooral ijs. “Ik maakte mijn eerste ijsje toen ik vijf was, en mijn moeder nadeed. Mijn vader toonde me eens hoe ik een taart moest bakken, daarna vond ik een recept en dat ben ik blijven verbeteren. Ik begon zaterdag om twee uur en om vier uur was het gebak klaar. Woensdag waren het dan Brusselse wafels.
Ik heb altijd al iets met gastronomie willen doen …
Toch zal het leven hem eerst een andere richting uitsturen. “In die tijd stond het niet goed om in het restaurantwezen te gaan werken. Toen ik thuis durfde te vertellen dat ik hotelschool wilde volgen, bleek dat geen optie te zijn. Ik ging dan maar journalistiek studeren en begon te werken in de media. Dat was geweldig ! Journalistiek is tijdrovend en stresserend, maar wel een bijzonder boeiend beroep.”
Terwijl hij actief was als adjunct-redacteur bij de krant ‘Vers l’Avenir’ volgde Baudouin een opleiding als traiteur-restaurateur om zo toegang te krijgen tot het beroep. Hij bleef vervolgens ook andere opleidingen volgen en werkte bij Belga en de VN, leidde ‘Le Soir Magazine’ en tot slot ook Canal C, de lokale Naamse televisiezender. Vlak voor hij 60 werd, besliste hij de stap te wagen, waarbij hij zich liet leiden door een coach, gespecialiseerd in de begeleiding van bedrijfsleiders. “Vanaf het ontstaan van het project wist ik dat er een brug zou komen in Jambes. Tijdens de drie daaropvolgende jaren hield ik in het oog of er daar iets te koop kwam. Tevergeefs. Tot op de dag waarop ik vernam dat er iemand zijn pand verkocht aan de voet van de brug. De gedroomde plek ! 
Zes maanden later zag Le Glacetronome het licht, dankzij onder meer een crowdfundingsactie.
Met dat geld kon het meubilair worden betaald dat op maat werd gemaakt door de Ressourcerie namuroise, een sociale onderneming actief op het vlak van gerecycleerd meubilair. “Ook al onze verpakkingen zijn recycleer- en composteerbaar ”, benadrukt Baudouin


Le Glacetronome
Rue Mazy 73
B-5100 Namur

+ 32 (0) 493 93 35 33

www.glacetronome.be


© Pep’s Studio

Onder de welluidende naam ‘Capucine à table’ biedt Stéphanie de Bellefroid eetbare verse, maar ook gedroogde bloemen aan, evenals aromatische kruiden, die ze teelt in haar wonderlijke tuin in Rosières.


Wist je dat het in onze tuin krioelt van de eetbare bloemen en planten? Uiteraard moet je goed weten welke soorten je kunt opeten en gebruiken om gerechten op te vrolijken. Cosmos, spinbloem, korenbloem, goudsbloem … er zijn tal van prachtige, heerlijke variëteiten. Sommige bloemen eet je beter zo, en andere zijn dan weer uitermate geschikt voor allerhande bereidingen. Steeds meer chefs maken dan ook gebruik van bloemen. Naast het esthetische aspect hebben ze vaak ook een interessante smaak en maken ze deel uit van het gerecht. Zo is de Oost-Indische kers bijzonder in trek, evenals het afrikaantje en de dropplant.

Heel wat kruiden hebben een geconcentreerde, maar toch subtiele smaak. Denken we maar aan de bekende klassiekers, zoals basilicum, munt, tijm, oregano, koriander en salie, maar ook de bloemen van rucola, bonenkruid, anijs, venkel, enz. Bij het begin van het seizoen zijn wilde planten als lievevrouwebedstro, moerasspirea, hondsdraf, roomse kervel, vlier, sering en viooltje een streling voor de tong en een plezier voor het oog als decoratie op het bord. Net als bloemen hebben ook aromatische kruiden bepaalde eigenschappen. Sommige kunnen zelfs als medicinaal worden omschreven. Het zijn heuse vitamineconcentraten en ze zijn ook rijk aan minerale elementen.

In Rosières werkt Stéphanie volgens het ritme van de seizoenen, en daarbij gebruikt ze geen chemische hulpmiddelen. Voor haar zijn het ritme van en het respect voor de natuur en de grond een evidentie. Bloemen zijn fragiel, en je hoeft ze dan ook niet te wassen. Ze worden na het plukken meteen opgegeten of gedroogd. De droger werd ambachtelijk vervaardigd en gebruikt geen energie, omdat hij op natuurlijke wijze opwarmt en ventileert. Van het zaaien tot het planten en het oogsten, Stéphanie doet het allemaal met passie, en maakt ook kruidendrankjes van haar gedroogde bloemen.


© Pep’s Studio

Opdrachten in het buitenland

Als kind al droomde Stéphanie ervan om bloemiste te worden. In 2009 studeerde ze af als bio-ingenieur aan de UCL in Louvain-la-Neuve, met als specialisatie natuurbeheer, water en bos. Ze begon te werken in het onderwijs en deed een stage in Kameroen. “Gedurende meer dan zes maanden lang stampte ik er als hoofdtuinder een boomkwekerij met alsems uit de grond”, vertelt ze, waarna ze op missie vertrok naar Vanuatu, een archipel in Oceanië, en vervolgens naar Montpelier, waar ze aan de slag ging in een privéonderneming die actief is op het vlak van bosbeheer in tropische landen. “Nadat ik consultancy-opdrachten had aanvaard voor de FAO (Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties) begon ik te werken bij Valbiom, een vzw gespecialiseerd in de valorisatie van biomassa. In 2017, toen mijn zoon geboren werd, had ik er stilaan genoeg van om te werken aan projecten die steeds minder concreet werden, en besliste ik uit de vereniging te stappen en een praktische opleiding te volgen in biologische groenteteelt bij de vzw voor volwassenenopleiding Crabe te Jodoigne”.

Bloemen zijn fragiel, en je hoeft ze dan ook niet te wassen. Ze worden na het plukken meteen opgegeten of gedroogd.


Samenwerking met chefs

Stéphanie bezocht exploitaties en volgde stages. Haar liefde voor bloemen flakkerde weer op in de tuinen van het sterrenrestaurant ‘L’air du temps’ waar haar project vorm kreeg. “Ik wilde graag de tuin zijn die de chefs thuis niet hebben.” Na een marktonderzoek en verschillende gesprekken met chefs, kreeg Stéphanie de bevestiging dat er wel degelijk vraag naar is. Nadat ze uit Crabe was gestapt en terwijl ze een stage volgde bij een groentekweker waar ze haar eigen gewassen verbouwde, richtte ze ‘Capucine à table’ op. Eerst in Waver, en vervolgens in Rosières, waar ze een stuk grond vond en ze zich in de loop van 2019 vestigde, samen met Magali, die op haar beurt ‘Les fleurs de Mag’ oprichtte. Sindsdien werkt Stéphanie samen met chefs van verschillende gastronomische restaurants in Waals-Brabant.

Ik heb een clientèle op mensenmaat, en er vindt heel veel uitwisseling plaats. De chefs komen naar het veld en bespreken hun menu. Met sommigen van hen heb ik al kruidenthees getest, mengsels van gedroogde bloemblaadjes om gerechten te aromatiseren of gebak te versieren, boter en andere derivaten zoals azijn met verse bloemen en zout. Dankzij dat unieke contact kunnen we samen evolueren”. Al heeft ze al tal van vaste klanten, toch droomt ze ervan de directe verkoop aan particulieren nog uit te breiden, via team building of workshops rond de ontdekking van bloemen en kruiden.

rockmuziek IN het bloed 


© JC Guillaume

De getalenteerd rockster Gaëlle Mievis fladdert vrij door het leven. Op het programma van haar band, "The Banging Souls”, staat het volgende: rock, bier ... en een vleugje revolutie !


Ook al werd Gaëlle in Brussel geboren, toch voelt ze zich vooral thuis in Namen. Ze woonde er van de kleuterschool tot de middelbare school. Ze begon als danseres, maar haar passie lag toch bij het zingen. Op 16-jarige leeftijd richtte ze haar eerste project “Velvet Shine” op met “LUD Et PITT”, een rockband vol boze tieners met wie ze op tournee ging in cafés en op festivals in België. Drie jaar later trad ze toe tot de groep “La Teuf” onder leiding van Alec Mansion en maakte ze haar eerste opnames in studio's, op tv en op de radio.

Ze leidt dit trio met Ludwig Pinchart en Pierre Abras, met wie ze al 20 jaar bevriend is en met wie ze haar eerste scènes en haar eerste composities deelde.


Beverly Jo Scott

In 2002, na het behalen van haar diploma public relations, stelde Beverly Jo Scott aan Gaëlle voor om zich aan te sluiten bij haar koor. “Ik werk nog steeds samen met deze grote zangeres die me alles heeft geleerd, van het correct gebruiken van mijn stem tot de artistieke intentie. Ik heb nooit notenleer gevolgd, maar door op het ritme te slaan en op mijn dijen te tikken, heeft ze me naar de drums geleid. Ik heb haar begeleid op de tournee van het Franse album ‘Dix vagues’. Het is dankzij haar dat ik dit instrument heb ontdekt. Ik heb mezelf ook keyboard en gitaar leren spelen, waarop ik
trouwens mijn liedjes componeer.
” Joe Cocker, Toto,
Sinclair … Gaëlle kan terugdenken aan heel wat openingsacts op mythische plekken (Olympia, Bataclan …), maar ook aan fantastische artistieke ontmoetingen en prachtige ervaringen.

In 2010, na een ontmoeting die geregeld werd door haar goede vriendin BJ Scott, kwam er een keerpunt in het leven van Gaëlle : samen met de twee Franse artiesten Claire Joseph en Skye vormde ze het ruige maar elegante trio “Sirius Plan”. Na drie albums, concerten in België, Frankrijk en de Verenigde Staten, samenwerkingen met Rick Hirsch, Sophie Tith, Aldebert, openingsacts voor Laurent Voulzy, Emmanuel Moire, Bertignac en Alex Lutz, stopte “Sirius Plan” in 2018. Gaëlle ging alleen verder.

Een album “Rock'n Roll Terroir”

Daarnaast neemt Gaëlle als zangeres ook deel aan vele projecten voor de televisie (The Voice Belgium, Télévie) ; ze is ook de stem van vele jingles op onze radio's en probeerde het zelfs als Belgische columniste op TV5 Monde voor het Franse programma “300 millions de critiques”.

Vandaag kunnen we haar met “The Banging Souls” horen of op het podium zien. Ze leidt dit trio met Ludwig Pinchart en Pierre Abras, met wie ze al 20 jaar bevriend is en met wie ze haar eerste scènes en haar eerste composities deelde. Hun muziek gaat over loslaten, over de gevechten die we in ons eentje voeren, over de kalmte na de storm, over revolutie, over de schoonheid die in ieder van ons zit. Hun eerste album Rich to the bone, is echt “Rock'n Roll Terroir”.


© JC Guillaume

Rock en hop

Elke titel verwijst naar een moment, een anekdote overgoten met hop die geassocieerd wordt met een ambachtelijk Belgisch bier.

De bandleden zijn gek op bier. Een frisse pint mag zeker niet ontbreken wanneer ze elkaar zien. Het is dan ook niet meer dan normaal dat de band Madame in hun LP wou opnemen. Elke titel verwijst naar een moment, een anekdote overgoten met hop die geassocieerd wordt met een ambachtelijk Belgisch bier. “Brouwers zijn ambachtslieden zoals wij, het zijn dromers en enthousiastelingen”, zegt Gaëlle. Tien Belgische bieren, tien rocknummers en evenveel anekdotes, hier leest u er twee.

De eerste CO2-neutrale groep in België

“The Banging Souls” houden zich niet alleen bezig met het verdedigen van alles wat lokaal is, ze zijn ook uitgeroepen tot de eerste koolstofneutrale Belgische groep. “In augustus 2019 hebben we met behulp van de CO2 Strategy, die bedrijven en gemeenschappen aanspoort om een actieplan op te stellen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, besloten om na de release van ons album onze ecologische voetafdruk te berekenen. We hadden bijna 12 ton CO2 uitgestoten, wat overeenkomt met twee keer de wereld rondrijden, vijf retourvluchten van Brussel naar New York of 17.700 pinten bier van 25 cl ! Deze CO2-voetafdruk heeft ons geholpen te begrijpen wat belangrijk is als we onze uitstoot willen verminderen. Maar we wilden nog verder gaan en de planeet teruggeven wat we haar hebben afgenomen. Twaalf ton CO2 komt overeen met wat 1.400 bomen kunnen opnemen. Het planten hiervan, via de NGO "Graine de vie", compenseert onze CO2-uitstoot.”


• Seeds

La IV Saison
(Brasserie de Jandrain Jandrenouille)

We delen dit nummer met Beverly Jo Scott die de meter van de band is ! We zijn beiden heel rechtuit en draaien niet rond de pot, net als dit natuurlijk blond bier van 100 % gerstemout, ongefilterd, ongepasteuriseerd, enkel gebrouwen met de vier basisingrediënten (water, mout, hop, gist) en verkozen tot favoriet van het Belgische label “La Bière des Femmes”. Alexandre, die de brouwerij in het Waals-Brabantse Jandrain runt, is een kunstenaar die echt een bezoekje waard is. We denken nog vaak terug aan ons uitzonderlijk concert in zijn schuur, vlak naast de vaten ! 

• Rage Racer

La Houppe
(Brasserie L’Echasse, in Namur)

We konden dit album niet maken zonder in één van onze liedjes te verwijzen naar een bier uit onze woonplaats, La Houppe. Het is een blond bier met koperen accenten en een alcoholgehalte van 7,5°. La Houppe staat synoniem voor finesse, perfect dus om Rage Racer te illustreren. François Collard, die de brouwerij runt, is een echte muziekliefhebber en een groot fan van rock en vinyl. Achter dit bier ontdekten we een geweldige kerel die klaar staat om het lokale talent te verdedigen ; hij werd onze partner voor onze ‘Rock 'n beers home sessions’, concerten die we thuis organiseren en waarbij we lokale producten en natuurlijk ook bier proeven.


© Mitch

“ Tijdens de coronacrisis voelde ik het leed van de culturele gemeenschap. De geannuleerde contracten, het gebrek aan zichtbaarheid, de onzekerheid over onze toekomst, het gevoel dat we in de steek worden gelaten door de overheid ... 


Solidariteit tussen artiesten

Als geëngageerd milieuactiviste is Gaëlle ook begaan met haar eigen sector die momenteel in gevaar is. Tijdens de coronacrisis voelde ik het leed van de culturele gemeenschap. De geannuleerde contracten, het gebrek aan zichtbaarheid, de onzekerheid over onze toekomst, het gevoel dat we in de steek worden gelaten door de overheid ... Ik moest gewoon iets doen. Ik maakte een video op YouTube waarin ik artiesten opriep om solidair met elkaar te zijn, elkaar te ontdekken, zich te abonneren op elkaars accounts. Karin Clercq deed dit al, ze deelde één Belgische artiest per dag op haar Facebook-pagina. Van het ene op het andere moment besloten we een gemeenschap te creëren die we ‘Solidarité entre artistes’ hebben genoemd.

www.facebook.com/solidariteentreartistes


© Laurent Henrion

Maxime Zimmer woont sinds september 2018 in Comblain-au-Pont, waar hij samen met zijn partner Erika het restaurant ‘Un Max de Goût’ uitbaat. In de Guide Belux 2019 van Gault&Millau werd hij bekroond tot ‘Jeune Chef de l’Année pour la Wallonie’. Het verhaal van een roeping.


Interesse voor koken gaat vaak over van generatie op generatie, en in het geval van Maxime Zimmer was het bovendien een heuse roeping. Al toen hij 9 was, stond hij tijdens het weekend regelmatig samen met zijn vader in de keuken. “Ik at graag en ging dolgraag op restaurant. Ik kon met gemak drie uur aan tafel blijven zitten, terwijl dat voor de meeste kinderen niet vanzelfsprekend is. Al gauw wilde ik me aan dat beroep wijden. Daar bleef ik bij. Toen ik 13 was, stelde mijn vader me voor om samen met een van zijn vrienden-restauranthouders een paar dagen in de keuken door te brengen, zodat ik zou beseffen hoe zwaar het beroep wel is. Je begint heel vroeg, werkt tot laat en het is niet makkelijk te combineren met een gezin … Maar uiteindelijk sterkte me dat alleen maar in mijn overtuiging : ik wilde het nog meer ! Koken, dat is een roeping voor mij.

In september 2018 besliste hij samen met zijn partner om het restaurant te verhuizen naar ‘Les Roches Grises’ in Comblain-au-Pont.


Zes jaar in Sprimont

Tijdens zijn studie aan de hotelschool in Luik, optie keuken en zaal, liep hij stage in het drie-sterrenrestaurant van Georges Blanc in Vonnas, Frankrijk. Zodra hij zijn diploma op zak had, werkte hij twee jaar in ‘La Vita è Bella’, in Tilff, een restaurant gericht op de Italiaanse keuken, en ging vervolgens helpen in de zaal in een restaurant in Sprimont. “Ik was nog maar 21 toen de eigenares besliste om haar restaurant door te verkopen, en ik stelde haar voor het handelsfonds over te nemen en het gebouw te huren. Daar opende ik ‘Un Max de Goût’ en ik ben er zes jaar lang gebleven. Ik ontmoette er ook Erika, die een leercontract had en in de zaal werkte.

In september 2018 besliste hij samen met zijn partner om het restaurant te verhuizen naar ‘Les Roches Grises’ in Comblain-au-Pont. Alles ging heel snel, en op het eind van het jaar al kreeg Maxime Zimmer de titel ‘Jeune Chef de l’Année pour la Wallonie’ van de Guide Belux 2019 van Gault&Millau. Hij ontving tevens de Delta d’Or Wallonie in de Guide Delta 2019 en werd bovendien ‘Young Master 2019’. “Dat zorgt inderdaad wel voor een grotere zichtbaarheid, des te meer daar we nog maar pas onze intrek hadden genomen in Comblain. De grootste beloning blijft toch het cliënteel, trouwe klanten of nieuwe klanten, die over ons vertellen en weer terugkomen. Zonder hen zou het helemaal anders zijn, want de beste reclame is mond-tot-mondreclame. De andere onderscheidingen strelen uiteraard ons ego en zijn een beloning voor de talloze werkuren.

Een wedstrijd, een crisis, een kind

Toen Maxime eind 2019 werd gecontacteerd door de productie van ‘Top Chef’ stapte hij zonder al te veel enthousiasme mee in het verhaal. “Eerst wilde ik niet echt deelnemen. Vervolgens nam ik deel aan de ‘praktische’ casting in Parijs, en dat liep heel vlot. Op hetzelfde moment vernam ik dat ik vader zou worden. Dat ik wekenlang niet bij mijn partner kon zijn, vond ik dus uiteraard niet fijn.” Hij valt al gauw af en keert terug naar België, waar hij een maand later dan weer wordt geconfronteerd met een ongeziene crisis, maar ook met een nieuw leven.

Toen de eerste maatregelen en de lockdown werden aangekondigd, vond ik dat erg moeilijk. Ik maakte me bijzonder veel zorgen … Maar we hadden geen keuze, en na twee weken van intense stress ging ik het anders bekijken. Omdat mijn kind bijna geboren werd, probeerde ik alles te relativeren en te genieten van die periode. Maar Louis, onze zoon, bleef liever lekker warm in mama’s buik zitten en uiteindelijk heb ik hem niet zoveel kunnen zien als ik had gehoopt, omdat ik weer moest beginnen te werken …”. Het koppel begon de gevolgen van de crisis immers hard te voelen. De beloofde hulp volgde niet en de facturen bleven binnenkomen … “Ik besliste dan ook om te beginnen met afhaalmaaltijden, hoewel ik gezworen had dat niet te zullen doen. Ik kook voor het moment, en mijn gerechten laten zich niet echt in dozen opdienen. Maar we hebben enorm hard gewerkt, met minder personeel, omdat het financieel niet mogelijk was om het anders te doen. Nauwelijks twee weken na de geboorte van onze zoon kwam mijn vrouw me weer helpen in de zaak. Ook mijn familie en schoonfamilie staken een handje toe.


© Laurent Henrion

Franse keuken met Japanse toetsen

Maxime Zimmer laat zich inspireren door chefs als Peter Goossens (‘Hof van Cleve’) en is aanhanger van de filosofie van Sang Hoon Degeimbre (‘L’Air du Temps’). Hij staat voor een Franse keuken met Japanse toetsen en lokale producten, met name groenten, specerijen (kruiden en bloemen), vlees van een Vlaamse slager en producten uit de Noordzee. Hij geeft de voorkeur aan verantwoordelijke leveranciers die hij kent, zoals Walter, bij wie Max kreeften aankoopt en langoustines uit Bretagne, waarmee hij bijzonder graag werkt.

Max hoopt dat de toekomst er mooier zal uitzien dan het heden, en denkt daarbij vooral aan zijn kind. “Wij, restauranthouders, moeten heel wat hygiëneregels respecteren. Mensen zijn soms bang om op restaurant te gaan, terwijl het even gevaarlijk – of nog gevaarlijker – kan zijn om boodschappen te doen in een warenhuis waar heel veel volk rondloopt en iedereen alles aanraakt …” De chef besluit : “De kleine zelfstandigen worden het zwaarst getroffen. Door de crisis moesten we de capaciteit van ons restaurant verlagen van 34 tot 26 couverts. En omdat we met weinig personeel werken, moest ik soms de keuken verlaten om in de zaal te gaan helpen … Maar laten we positief blijven : we houden van onze job en hebben het geluk dat onze structuur klein is en ons cliënteel trouw.

Maxime Zimmer laat zich inspireren door chefs als Peter Goossens (‘Hof van Cleve’) en is aanhanger van de filosofie van Sang Hoon Degeimbre (‘L’Air du Temps’). Hij staat voor een Franse keuken met Japanse toetsen en lokale producten.

 


© Laurent Henrion

Un Max de Goût
Quai de l’Ourthe 17
4170 Comblain-au-Pont
+32 (0) 4 369 17 08

www.maxdegout.be

Gastronomie aan het water

Een idyllisch uitzicht op het meer, het water aan je voeten, een goede fles wijn binnen handbereik, een heerlijk gerecht op tafel, bereid door een jonge gepassioneerde en getalenteerde chef… ‘Genval.Les.Bains’ is het restaurant van Martin’s Château du Lac, en maakt deel uit van de groep Martin’s Hotel.

 

Het meer van Genval ligt pal op de taalgrens: het noordelijke gedeelte op het grondgebied van de gemeente Overijse, het andere op dat van de gemeente Rixensart. Het strekt zich uit over de provincies Vlaams- en Waals-Brabant en is een kunstmatig meer dat zowel omwonenden als Brusselaars aantrekt. Het is een bijzonder populaire wandellocatie en een topbestemming in de streek.

Rondom deze prachtige waterpartij liggen restaurants, watersportinfrastructuur en aan de Franstalige oever het niet te missen Château du Lac. Dit vijfsterrenhotel beschikt over een wellness- en fitnesscenter, maar ook een loungerestaurant met unieke bar: Genval.Les.Bains. Een ideale locatie voor een gastronomisch moment met idyllisch uitzicht, een gastvrij team en de inventieve keuken van een jonge, getalenteerde chef, Nicolas Mottart. Hij maakt de grote klassiekers uit de Belgische en Europese gastronomie klaar en voegt er heel wat inventiviteit, moderniteit maar ook Aziatische invloeden aan toe. “Ik heb heel wat gereisd en op die manier ook andere culturen leren waarderen”, legt hij uit. Ik ben een beetje gek en wil mijn gasten graag nieuwe producten en smaken laten ontdekken. Ik ga bij mijn leveranciers op zoek naar originele ingrediënten en baseer me daarop. Ik deel veel met mijn koks. Zo liet ik me voor een bepaald dessert inspireren door een recept van een keukenhulp die Oscar heet. Een chef kan niet alles alleen doen, het is teamwerk. Iedereen draagt zijn steentje bij en het is die samenwerking die tot een goed gerecht leidt.

‘Huisbereide’ gerechten

Nicolaas is autodidact, streng en epicuristisch en weet een bord zo te sublimeren dat het de liefde voor het mooie, lekkere en uitmuntende weerspiegelt. De voorgerechten, hoofdgerechten en desserts op de kaart zijn gevarieerd en creatief, zoals de gebakken foie gras op tartaar van ree, de crumble met bosbessen, de vinaigrette met truffel, sint-jacobsvruchten met zwarte champignons, geparfumeerd met een krachtige bouillon op Thaise wijze, edamame-schuim met koriander, of de tong ‘Genval.Les.Bains’ met sneeuwkrab, gegratineerd met doodtrompetten en appeltjes met champignons, langoustinesoep met kokosmelk: heerlijk! ’s Middags biedt het restaurant een zakenlunch aan met een alternatief voor vegetariërs, en ’s avonds staan er altijd een aantal suggesties op het menu. Met een mooie wijnkaart en advies van het vriendelijke personeel is dit gastronomische moment aan de oever van het meer beslist een omweg waard! “Ik probeer zoveel mogelijk met verse producten te werken”, vertelt de jonge chef, die een heel uiteenlopende clientèle ontvangt, gaande van toeristen (kort of lang verblijf) tot zakenmannen of -vrouwen en buurtbewoners die even willen komen genieten.

Belgisch design in de kijker

Aan de andere kant van de hotellobby bevindt zich ‘The Kingfisher’, een combinatie van traditionele bar en ambiance club, die de gasten in een totaal andere sfeer onderdompelt. Dat is de uitdaging die de keten Martin’s Hotels aanging met ‘Genval.Les.Bains’: een unieke plek creëren, met een restaurant, bar, salon, galerie-lounge, coffee-tea-room, terrassen voor de mooie dagen en een haard tijdens de winter. Alles oogt verfijnd en straalt een uitgepuurd design uit, met als bonus natuurlijk het prachtige uitzicht op het meer van Genval en het croquetgazon.

Het loungerestaurant, waarvan de oorspronkelijke architecturale elementen behouden bleven – waaronder de romaans aandoende bogen en gewelven –ademt een koloniale, luchtige en verfijnde sfeer. Alle ramen die uitkijken op het meer zijn uitgerust met een guillotinesysteem zodat er bij warme temperaturen gezonde buitenlucht binnen kan. In de rustige omgeving gaat alle aandacht naar een hele reeks creaties ‘made in Belgium’: de fraaie zetels JNL van leder en wengé, de prachtige lineaire haard van De Puydt of de terrasstoelen van Manutti met gevlochten vezels.

Nicolas Mottart, een blitzcarrière

 

Gepassioneerd door het koksvak besloot Nicolas Mottart al van kindsbeen af dat hij van de keuken zijn toekomstige beroep zou maken. Hij is afkomstig uit Waterloo, studeerde aan het Institut Cardinal Mercier in Eigenbrakel en zette zijn eerste stappen in het restaurant ‘Alter Ego’. Hij werkte met chefs uit sterrenrestaurants, die op een bepaald moment allemaal beslisten om een andere koers te varen en zich op hun restaurant te focussen, eerder dan op eventuele bekroningen. “Ze werkten allemaal met verse producten, en ik heb ontzettend veel van hen geleerd”, vertelt hij.

Acht jaar geleden begint hij als keukenhulp in het restaurant Genval.Les.Bains bij chef Olivier Grégoire, waarna hij snel opklom op de professionele ladder en eerste chef de partie werd. De erkenning voor zijn werk opende voor hem de deuren van restaurant Icones bij Martin’s Brussels EU, waar hij aan de slag ging als tweede keukenchef en chef-kok.

Sinds een jaar staat hij aan het hoofd van restaurant Genval.Les.Bains.

Genval.Les.Bains

Avenue du Lac 87

B-1332 Rixensart

+32 (0) 2 655 73 73

www.martinshotels.com

Via de schilderkunst, beeldhouwkunst en sinds kort ook het schrijven, wil Isabelle Nell als het ware een artistiek universum met ons delen. Ontmoeting in Chaumont-Gistoux met deze spirituele ‘engel’.

 Al vanaf haar kindertijd werd Isabelle Nell aangetrokken door de schilderkunst en de kunst in het algemeen. Ze herinnert zich hoe ze urenlang naast haar vader zat, naar hem keek en naar zijn advies luisterde. “Ik bewonderde zijn werk. In mijn allereerste herinneringen had ik altijd een potlood, pen of penseel in de hand. Ik ben zowel links- als rechtshandig en vond het leuk om omgekeerd te schrijven, een techniek die ook Leonardo da Vinci beoefende”.

Vijftien jaar lang maakte Isabelle Nell deel uit van een hedendaags dansgezelschap, waarna ze aan de Académie Royale des Beaux-Arts de Bruxelles binnenhuisarchitectuur ging studeren met de optie design, als aanvulling op haar vorming. “De dag waarop ik mijn diploma behaalde, ging ik een winkel voor kunstenaarsbenodigdheden binnen om er klei te kopen. Ik wilde mijn eerste beeld maken. Dat zette me ertoe aan om twee jaar lang een opleiding beeldhouwkunst te volgen aan dezelfde academie. Onder het waakzame oog van mijn leraar, de beroemde beeldhouwer Martin Guyaux, verbeterde ik mijn techniek en perceptie bij het contact met de materie. Toen hij een van mijn werken moest beoordelen, kreeg ik een van de mooiste complimenten ooit. Ik had de zin, de waarde en de ziel van de man die voor de studenten poseerde, weten te capteren. Het model – naakt en tegelijk extravert en introvert – had geen andere bron van inkomsten. Dat raakte me diep”.

 

Tussen schilderkunst en beeldhouwkunst

Toen ze net dertig was, schilderde Isabelle haar eerste doek. “Ik zag het voor me toen ik naar een lege witte muur zat te kijken in het appartement waarin ik net was ingetrokken. Ik kreeg het ene creatieve idee na het andere. Stap voor stap ontstond het doek. Het moest enorm zijn en de omvang van de werken van mijn vader overschrijden. In 2000, bij mijn eerste tentoonstelling in Grez-Doiceau, besefte ik hoe lastig de afmetingen van mijn werken waren en hoe moeilijk ik ze kon vervoeren. Ik paste ze dan ook aan aan de grootte van mijn auto (lacht).

Haar schilderijen sluiten aan bij het uitgepuurde, symbolische surrealisme. Schaduw en licht, bomen en wolken begeleiden haar bij haar zoektocht naar haar wortels. Wat de beeldhouwkunst betreft omschrijft Isabelle haar stijl eerder als klassiek. Bij het schilderen of beeldhouwen werkt ze graag met materialen die vrijheid en sensualiteit mogelijk maken.

“Mijn favoriete techniek is olie op doek of paneel. Al heb ik op de academie geleerd om steen te boucharderen, toch maak ik nog uitsluitend beelden van klei, omdat ik daarmee preciezere en meer sensuele vormen kan creëren. Hoewel een aantal van mijn werken op basis van een mal in brons zijn gegoten, gebruik ik voor andere creaties dan weer de mozaïektechniek. Het bedekken van de terracotta met mozaïek is een echte puzzel die heel wat geduld en introspectie vergt. Ik volg daarbij de instructies van de beelden die in mijn dromen naar boven komen: ik verzet me er niet tegen, maar laat me erdoor leiden”.

Een nieuwe spiritualiteit

Isabelle nam haar intrek in Chaumont-Gistoux en houdt van rust. De groene omgeving inspireert haar, net als de mens… Zijn kwaliteiten, gebreken, polariteiten. Ze houdt van erg uiteenlopende kunstenaars: de talenten van Leonardo Da Vinci, René Magritte, de beelden van Salvador Dali, de ervaringen van Antoine de Saint-Exupéry, de persoonlijkheden van Alexandre Jardin en Bernard Depoorter, die ze als een genie beschouwt. “Toen ik het lawaai en de vervuiling van Brussel inruilde voor de groene omgeving van Waals Brabant, werd mijn wereld plots stukken lichter. Ook mijn spiritualiteit evolueerde na een bijna-doodervaring. Ik ben niet gelovig, maar het blauw op mijn doeken hangt er zeker mee samen. Alles wat te maken heeft met de aartsengel Michaël trekt mijn aandacht. Ik bezoek regelmatig monumenten die aan hem zijn opgedragen: zo reis ik vaak naar Normandië om de Mont-Saint-Michel te bezoeken”.

Een allereerste Bildungsroman

En dan is er nog die eerste roman die Isabelle Nell na negen maanden schrijven op de wereld zette en die in maart laatstleden werd gepubliceerd. “Mensen zeggen vaak: ‘ooit schrijf ik een boek…’. Vreemd genoeg wilde ik dat ook erg graag. Het lijkt wel of ik de wijzers van mijn horloge heb stilgezet om de tijd te krijgen om te schrijven. Ik heb me afgezonderd om die behoefte, die ik al vanaf mijn jeugd voelde, te kunnen concretiseren. ‘(R)évolution d’une rêveuse’ is een Bildungsroman die de evolutie van een personage beschrijft. De verschillende beproevingen die je ondergaat, positief én negatief, transformeren het individu. Ze zorgen ervoor dat je jezelf beter gaat begrijpen. Het hoofpersonage van mijn roman heet Angel, en ze lijkt op me. Ik hou de dingen wel graag wat mysterieus. Tussen de realiteit en de verbeelding zit slechts één stap. Volgens het Latijnse gezegde ‘verba volant, scripta manent’ (woorden vervliegen, het geschrevene blijft, nvdr) sta ik in voor de draagwijdte van mijn woorden door een spoor na te laten. Ik heb al plannen voor een nieuwe roman waarin ik een mannelijke rol zal spelen, Michel… Ondertussen wil ik evenementen organiseren om mijn artistieke universum onder de aandacht te brengen”.

Data

  • Oktober 2000: 1e belangrijke tentoonstelling in galerie ‘Au Grez des Arts’, in Grez-Doiceau.
  • Juni 2003: Nationale gouden medaille op het 33e Salon international de l’Académie européenne des Arts, voor haat volledige œuvre, in Gembloux.
  • Oktober 2003: Nationale gouden medaille van de Conseil supérieur des récompenses tijdens de internationale tentoonstelling van het Académie européenne des Arts, in Parijs.
  • April 2004: retrospectieve van tien jaar van creaties in het Château d’eau in het Ter Kamerenbos in Brussel. ‘Le Coq dans les nuages’, voor ‘Brabant wallon en fête’ komt terecht in de provinciale collectie.
  • Sinds 2005: verschillende tentoonstellingen in België (Centre Rops in Brussel, Salon wallon des Métiers d’Art, Palais abbatial de Saint-Hubert…) en in Frankrijk (Parijs, Carpentras, Saumane-de-Vaucluse, Montpellier...).
  • Sinds 2011: invoering van de "Maca d’Or", een trofee voor verdienstelijke ondernemingen uit Wavre.
  • Sinds 2012: tentoonstellingen in de Moulin d’Arenberg in Rebecq, de Abbaye de Vaucelles in Frankrijk, galerie ‘Au Grez des Arts’ in Grez-Doiceau en nog meer.

www.nellisabelle.com

 

In Chaumont-Gistoux verwelkomt Cinzia Tirone u al bijna drie jaar in haar knusse restaurant Chez Soi Chez Moi met de zonnige keuken uit de Maghreb, en uit Spanje, Italië en het Zuiden van Frankrijk.


Dankzij haar in Algerije geboren moeder en haar Siciliaanse vader, haar lange verblijven in Spanje en in Frankrijk, heeft Cinzia Tirone altijd al een passie gehad voor gastronomie. Na een opleiding in het hotelwezen, waarvan twee jaar bij het Ceria, volgde ze ten slotte een specialisatie om professor in de kookkunst te worden. Maar toen begon er een plannetje te rijpen… In Chaumont-Gistoux, waar ze met haar man Laurent en haar twee kinderen woont, opende ze op 2 juli 2015 haar eerste restaurant.

Langs de steenweg naar Hoei, een beetje achterinspringend langs de weg, bevindt zich het restaurant waar u kennis kunt maken met de wereld van Cinzia. In het kleurige en gezellige interieur vindt u een bar, een hoge tafel en andere kleinere tafeltjes, bankjes met daarop zachte kussens in fleurige kleuren, die samen plaats bieden aan iets meer dan twintig personen. Vanaf de eerste mooie dagen kunt u ook genieten van het terras...

Voor de keuken heeft Cinzia een tegelijk origineel en uniek concept gekozen. In Chez Soi Chez Moi reist u naar de vier streken waarvan de Cheffin zoveel houdt: Italië, de Maghreb, Spanje en het Zuiden van Frankrijk. Of u nu kiest van het zwarte bord waarop ze de gerechten schrijft die met het seizoen en het marktaanbod veranderen, dan wel van de opzettelijk beperkt gehouden kaart met slechts een voorgerecht en drie gerechten per streek, u vertrekt voor een heel lekkere reis.

Zet u eerst aan de “Italiaanse tafels”, waar u natuurlijk pasta kunt eten, maar ook Siciliaans geïnspireerde schotels. Laat u dan verleiden door de “Oosterse warmte”, waar de gastronomie van de Maghreb en meer bepaald van Algerije aan de eer is. U zult er genieten van de heerlijke en overvloedig geserveerde tajines en couscous. Daarna komen de “Iberische lekkernijen” aan de beurt, die u typisch Spaanse gerechten zoals paëlla en empanadillas zullen leren waarderen.  Uw reis besluiten doet u met de “Provençaalse liederen” en een keuze van gerechten die lekker naar het Zuiden geuren. Dan zijn er nog de desserts, natuurlijk, waarbij u desgewenst een traditionele Marokkaanse muntthee of een pittige Italiaanse koffie kunt drinken. De kaart verandert om de drie maanden, maar bevat altijd enkele gerechten die nooit mogen ontbreken. ’s Avonds serveert Cinzia ook “all-in themamenu’s” (€ 50), maar vergeet ook de zeer voordelige (€18,50) lunch niet (enkel in de week).

De keuze om een zo gevarieerde kaart aan te bieden, kan enige verbazing wekken. Maar de Cheffin wil u echt laten kennismaken met de vier culinaire streken die haar inspireren en die ze wil delen met haar steeds trouwer wordende cliënteel. “Er is geen enkel ander concept zoals het mijne en ik wil dat mijn klanten andere keukens en verschillende specerijen ontdekken”, legt Cinzia uit. “Ik geef de klanten graag de kans om nieuwe smaken te proeven. Het is prettig om zien dat ze durven eten wat ze niet kennen”.

Hemelse wijnen

Ook de wijnliefhebbers worden verwend bij Chez Soi Chez Moi.  Laurent koos de wijnen op de kaart. U vindt er Spaanse, Italiaanse, Portugese en Franse wijnen, en hier en daar een juweeltje uit Libanon of Marokko. Naast die ontdekkingen zijn er ook enkele flessen met befaamde etiketten, om eveneens de liefhebbers van klassiekere wijnen een plezier te doen. En dat allemaal voor een vriendenprijsje.

Chez Soi Chez Moi
Chaussée de Huy 224
B-1325 Chaumont-Gistoux
+32 10 88 93 98
www.chezsoi-chezmoi.be

De in de streek van Namen gevestigde onderneming CDEL is op zeer korte tijd de bevoorrechte partner voor openbare en privéverlichting geworden in een groot aantal Waalse steden. Aan de bron ervan: François Brogniet, een man met een verlichte loopbaan.

 

 

Nadat hij ervaring inzake openbare verlichting heeft opgedaan als projectleider in de jaren 2000 bij Electrabel in Brussel (dat later Sibelga zal worden), werkt François Brogniet twee jaar als accountbeheerder bij Philips Lighting. Naast zijn technische ervaring, maakt hij zich tijdens die periode een commerciële basis eigen en zorgt voor verlichtingen zoals die van de grote bruggen van Luik (pont Kennedy, pont des Arches en pont Albert). Tegelijk is hij ook verantwoordelijk voor accounts (SPW, Netmanagement…) die bijna 6 miljoen euro omzet vertegenwoordigen. Zijn deskundigheid werd opgemerkt door Hess A.G., een Duitse onderneming uit het Zwarte Woud, die gespecialiseerd is in hoogwaardige verlichtingstoestellen en hem in dienst neemt als commercieel directeur. Hoewel Hess helemaal niet aanwezig was op Waals grondgebied, haalt de firma er na slechts drie jaar een omzet van bijna een miljoen euro.

Maar François Brogniet heeft een idee dat hem niet loslaat en neemt in december 2011 ontslag bij Hess. Hij wil projecten voor openbare verlichting aanbieden, die zo nauwkeurig mogelijk kunnen worden aangepast aan de wensen van de gemeenten, door een waaier van constructeurs voor te stellen. Toen hij CDEL oprichtte, legde de onderneming zich eerst toe op het uitwerken van projecten, het bestuderen van de plaatsing ervan (CDEL is geen studiebureau) en het leveren van het materieel.

Van de vele verwezenlijkingen die aan de firma werden toevertrouwd, zijn de voornaamste de verlichting van de Leeuw van Waterloo, van het Doyardsmeer in Vielsalm en van de speciale dorpsverlichting van Ny, alsook de renovatie van de verlichting van de kerk van Marche-en-Famenne. Maar de jaren gaan voorbij en François Brogniet doet een spijtige vaststelling, namelijk dat de voornaamste distributienetwerkbeheerders dikwijls niet willen horen van moderne verlichtingsoplossingen! Zo zal CDEL de eerste firma zijn die de gemeenten LED-verlichtingstoestellen aanbiedt. Waarom? Om de werkings‑ en de verbruikskosten te drukken. De nieuwe oplossingen die op de markt komen, maken het uiteindelijk mogelijk aan de technologische spits te staan. 

 

Intelligente openbare verlichting

In 2014 zet CDEL opnieuw een stap vooruit door in Waver een intelligente installatie voor openbare verlichting te plaatsen. Daardoor profiteren de inwoners van de “Village Expo”-wijk in Limal van een stadsverlichtingssysteem waarvan men kan zeggen dat het echt “op maat” is gemaakt (1). Die uitrusting, die in België een primeur vormt op dat vlak, biedt de mogelijkheid om de lichtsterkte automatisch aan te passen aan het soort weggebruiker dat zich op straat bevindt: voetganger, fietser, automobilist... Doordat elke verlichtingspaal onafhankelijk van de andere werkt, stelt die “intelligentie” de gemeenten – en indirect de belastingbetalers – in staat veel te besparen op energie, aangezien de verlichting slechts op verzoek werkt en de verschillende soorten weggebruikers herkent. 

Een juist tarief

Maar CDEL zit niet stil en stelt in 2017 voor alle door een gemeente benodigde diensten te leveren en wel tegen een tarief dat aanzienlijk lager ligt dan dat van de distributienetwerkbeheerders. Bovendien is er een optimale herstellingsdienst. De firma wordt in reële tijd gewaarschuwd wanneer er zich een probleem voordoet en kan de volgende dag al een ploeg sturen. Een ander voordeel is, dat de gemeente voor de openbare verlichting van CDEL ook de juiste prijs betaalt en geen forfaitair bedrag meer op basis van een benaderende raming van de in de gemeente geplaatste verlichtingspunten. De scenografische verlichting, de verlichting van overheidsgebouwen, kerken, monumenten... wordt ten laste genomen door de onderneming. Die sluit een contract met de gemeente, waardoor deze laatste gedurende 10 jaar kosteloze ingrepen op dat soort verlichting krijgt!

En de toekomst? Dankzij het door de gemeenten geschonken vertrouwen, zullen er dit jaar nog nieuwe installaties komen in Wallonië. Zo zal de stad Aat ook een intelligente openbare verlichting krijgen. De Naamse onderneming, die ook kantoren in Louvain-la-Neuve heeft, kreeg onlangs vier belangrijke projecten in Waver. En ook het noorden van Frankrijk behoort op min of meer korte termijn tot de doelstellingen.

(1) Zie WAW nr. 30 (Herfst 2015)

CEDEL
Rue de Bruyère 102
B-5300 Bonneville (Andenne)
+32 473 71 07 65
www.cdel.eu

EEN PLEK OM TE LEVEN EN TE DELEN

Chez Bobbi is vooral een uiterst veelzijdige plek. Op de markt, in de microbrouwerij, op het podium voor concerten, stand-up of improvisatie, maar ook in de ‘tap room’: overal staat de mens centraal op deze locatie in Itter, waar delen het sleutelwoord.


Cédric Gérard is een hyperactieve creatieveling die al meer dan twintig jaar actief is in de horeca- en evenementensector. Hij is oprichter van MiamStramGram (begraafplaats van Elsene), van Païdia (sportcentrum in het Zoniënwoud) en, ietwat recenter, van de Brusselse bars-restaurants CaliCheZap, Be My Stoemp, maar ook van Cali Club (Drogenbos) waar concerten en stand-up worden georganiseerd.

Tijdens zijn parcours liet het verlangen om bier te brouwen en het brouwproces van A tot Z te doorgronden hem niet los. “Nadat ik een microbrouwerij had ingericht in de Sint-Gorikshallen en er een bier had ontwikkeld, wilde ik graag meer en een grootschaliger project opstarten, dat toch de menselijke schaal bleef behouden.

Cédric ging dan ook op zoek naar een huurpand in Brussel, maar het werd uiteindelijk in Itter, waar hij nu vijf jaar woont, dat hij een hangar vond. Hij besliste er veel meer dan de zoveelste brasserie in onder te brengen : het werd een ruimte waar leven en uitwisseling centraal staan, met een markt, een podium voor concerten, stand-up en improvisatie, maar ook een ‘tap room’. “Ik wilde Itter in de eerste plaats een gezellige plaats bieden om samen te komen. Het is een geweldige gemeente, met een culturele en politieke beleving die sterk op de mens is gericht.

Deze gepassioneerde man wilde de producenten op die manier de kans bieden om in dezelfde filosofie te werken en mensen te ontmoeten. “Ik wilde hen graag kunnen uitleggen waar de producten vandaan komen en hoe ze verwerkt worden, zodat ze begrijpen waarmee ze bezig zijn. Het is voor ons essentieel om mannen en vrouwen in het middelpunt te plaatsen.

Elke dag een lokale markt

In het licht van de circulaire cultuur viel de keuze voor de dagelijkse markt dan ook vanzelfsprekend op lokale producenten. Cédric, die zich omringde met een team van acht medewerkers, vertrouwde François de selectie toe van de kruidenierwaren (in bulk of niet), groente en fruit, en ook van de kazen. Deze jongeman van
26 jaar oud weet alles van de herkomst van de producten die hij aanbiedt. Hij wil ook verspilling tegengaan. “Onze groente en fruit zijn afkomstig van een boerderij uit de buurt en andere worden aangeboden via het provinciale platform ‘Made in BW’. Als het fruit er niet al te best uitziet, geven we het weg, eerder dan het weg te gooien. Ik heb gekozen voor Belgische, Franse en Zwitserse kazen, hoofdzakelijk met rauwe melk, maar er zitten ook gepasteuriseerde kazen bij. We blijven zoveel mogelijk in België en gaan nooit buiten Europa” vertelt François.

Op de markt kan je ook eieren en melkproducten kopen, afkomstig van de naburige boerderij waar de koeien deels worden gevoed met de gerstmout van het bier dat wordt gebrouwen in de Bobbi Brewery. Van de bloemenhoning van Charles Docquir in Ramillies, over de bloem van boerderij Gala in Genappe, de spreads van Bocolibri in Tubize, de Waverse confituur met 100 % vruchten of de pasta op basis van Brabantse bloem, de klant vindt er alles wat hij nodig heeft. De slager, die ook charcutier is, fokt zelf zijn vee dat hij begeleidt tot in het slachthuis. De bakker komt uit Lillois, het buurdorp, en biedt een mooi assortiment smakelijke broodjes aan waartussen het moeilijk kiezen is. De visboer, een visser uit Bretagne, komt elke vrijdag langs met zijn bestelwagen, en deelt zijn passie met de klanten.

De gezondheidscrisis
“Chez Bobbi, dat is vooral een ruimte waar geleefd wordt, via de markt, het podium en de tap room”, vertelt Cédric. “Door corona is alles natuurlijk stilgevallen, en we hebben niemand meer gezien ! Voorstellingen mochten niet meer, catering en degustaties waren verboden, we moesten het terras sluiten … Niet alleen economisch, maar ook moreel en sociaal ging het slecht. De markt deed het daarentegen wel goed, mogelijk omdat mensen zin kregen om te koken en graag weten waar hun producten vandaan komen. Op die manier konden we de huur betalen en hielden we vol. Maar wat me vooral droevig stemt, is dat de culturele sector aan zijn lot wordt overgelaten. We mogen niet meer creëren, geen voorstellingen meer geven, dat is een ramp ! Cultuur is essentieel.”


Gerst uit Itter voor de brasserie

In deze gezellige ruimte vallen de schitterende bar bij de ingang en de grote biervaten achterin meteen op. Ook bij het brouwen van dat bier geeft Cédric Gérard voorrang aan kwaliteit boven kwantiteit. De ter plaatse gebottelde bieren worden, volgens het ritme van de seizoenen, bereid met gerst uit Hoog-Itter. Afhankelijk van de inspiratie wordt er geëxperimenteerd met nieuwe recepten, zoals pils, een van de moeilijkste bieren om te maken door de koude gisting. “Deze brasserie, vlak naast het podium, weerspiegelt op een bepaalde manier de geest van Chez Bobbi”, benadrukt Cédric. Hij legt uit: “We stellen deze ruimte ter beschikking van, de artiesten. De etiketten van de flesjes zijn voor hen een communicatiemiddel geworden. Eerst boden we de tegenetiketten aan schilders en illustratoren aan, daarna aan streetart-kunstenaars en binnenkort ook aan Dj’s, die al meer dan een jaar stilzitten. Vierentwintig Dj’s krijgen op die manier de kans zich uit te drukken via een QR-code, zodat mensen naar hun muziek kunnen luisteren terwijl ze een biertje drinken.

De ter plaatse gebottelde bieren worden, volgens het ritme van de seizoenen, bereid met gerst uit Hoog-Itter.


Welkom, kunstenaars!

Chez Bobbi, dat is ook een evenementenzaal met een enorm podium waarop in normale tijden een nauwkeurig samengestelde programmatie te bekijken valt. Het team specialiseert zich al meerdere jaren in stand-up, maar het is vooral de originaliteit van de artistieke prestaties die doorslaggevend blijkt. “We organiseren zowel concerten als improvisatie- en poëzie-optredens. We bieden bekende artiesten, maar ook nieuw talent een podium.

Op de eerste verdieping kunnen verenigingen, gezinnen of vrienden terecht in de ‘tap room’ voor vergaderingen of om samen kaart te spelen, een glas te drinken of een hapje te eten.

Chez Bobbi
Chaussée de Nivelles 37a
B-1461 Haut-Ittre
+ 32 (0) 2 343 04 52

www.chezbobbi.be

Your opinion counts