Waw magazine

Waw magazine

Menu
  • /

Chassepierre

Het Festival International des Arts de la Rue de Chassepierre, in Florenville, weet elk jaar weer te verrassen. Met artiesten die je bij de hand nemen, je laten bewegen of lachen, dansen of rillen, is Chassepierre een zonnig evenement om de maand augustus mee af te sluiten.

 

We leggen onszelf geen vast thema op”, vertelt Charlot te Charles-Heep, directeur en programmator van deze 46ste editie. We creëren een bepaalde stemming op de 17 locaties van het festival, en dat verloopt allemaal heel spontaan”. Weiland wordt gebruikt voor het circus, de stad voor straatanimatie en theater en de dans loopt overal doorheen. “Dit jaar staat het bewegende lichaam centraal, met veel dans en circus”. En wie bewegend lichaam zegt, zegt bewogen lichaam. “Voorstellingen waardoor je geraakt wordt en met elkaar in botsing komt, subtiel jonglerend, met oog voor de relatie tussen objecten en protagonisten die elkaar proberen te begrijpen”, onthult Charlotte Charles-Heep mysterieus. Op het programma staan komedies, als die van de twee skiërs die hun weg zoeken en het publiek daarbij om hulp vragen, spectaculaire voorstellingen met koorddansers, live rock met Les Filles du Renard Pâle (FR), barokke acrobatie met Les P’tits Bras (BE/FR), vrouwen bezaaid met slakken van het gezelschap La Passante (FR) en nummers die letterlijk ‘bij het haar getrokken zijn’, terwijl de Cie Libertivore (FR) experimenteert met optische illusies.

Alle voorstellingen zijn gericht op gezinnen, en als kinderen en volwassenen er iets anders in zien, dan is dat bijzonder interessant. Voor de allerkleinsten is er een manege, zeecarrousel en houten spelen die ook populair zijn bij volwassenen! ”.

Het festival is gratis voor kinderen jonger dan 8 en tussen 8 en 12 jaar genieten ze van een voorkeurstarief. Er is ook een aangepast programma voor slechthorenden, slechtzienden en mensen in een rolstoel. “Twee voorstellingen worden vertaald door een doventolk en krijgen audiodescriptie”, vertelt Charlotte Charles-Heep nog. “En bij verschillende voorstellingen wordt een koptelefoon aangeboden”.

Om je weg te vinden in dit duizelingwekkende aanbod werd een speciale mobiele app ontwikkeld. Maar als je liever zelf op ontdekking gaat in Chassepierre, dan is dat ook een heel fijne manier om dit vrolijke festival te beleven…

 

Festival de Chassepierre

17 en 18 augustus 2019

www.chassepierre.be

DE ANDERE AFSPRAKEN

Festival des Tchafornis

Van 5 tot 7 juli in Engis

Festival sur Scène

Op 11 augustus in Grand-Rechain

Rue du Bocage

De 24 en 25 augustus in Herve

 

950 jaar geleden begon de geschiedenis van een van de meest emblematische abdijen van België, namelijk die van Orval. De cisterciënzerabdij die in Villers-devant-Orval, een weelderige vallei, is gelegen, is niet enkel wereldwijd gekend voor haar heerlijk bier, maar heeft ook een rijk verleden. Een kijk op bijna tien eeuwen geschiedenis.


Men moet tot het jaar 1070 teruggaan om de eerste sporen van de abdij van Orval te vinden in een akte die bewaard wordt in het Staatsarchief. Dat document zegt dat graaf Arnould van Chiny gronden schonk aan een groepje benedictijnermonniken die uit het Italiaanse Calabrië kwamen. Die monniken bouwden toen een kerk en een priorij. Toen de Italiaanse monniken vier decennia later besloten om zich terug te trekken, werden ze door Othon, de zoon van Arnould, vervangen door een kleine gemeenschap van kanunniken, die de door haar voorgangers aangevatte bouwwerken tot een goed einde kon brengen. Zo ontstond de abdij van Orval 
in 1124.

Vijf eeuwen van discreet bestaan

De kanunnikengemeenschap, die het economisch moeilijk had, wilde zich al vlug aansluiten bij de in volle expansie verkerende Orde van Cîteaux. Zeven cisterciënzermonniken van de abdij van Trois-Fontaines, in Champagne, kwamen toen aan onder de leiding van Constantin. Bijna vijf eeuwen lang en ondanks een brand die in 1252 een groot deel van de gebouwen verwoestte, konden veel monniken er een tamelijk discreet leven leiden.

De 17e eeuw was een voorspoedige tijd voor de abdij, die in 1605 een nieuwe abt kreeg in de persoon van Bernard de Montgaillard. De communiteit stond eerst nogal weigerachtig tegenover de nieuwe sterke man, maar bezweek al vlug voor de charme van een abt onder wie Orval zijn mooiste tijd zou kunnen beleven. Hij herstelde de economie van het klooster, won opnieuw het vertrouwen van de mensen uit de streek en gaf de gemeenschap een uitstekende faam. Zo telde de abdij 43 monniken in 1619 en een eeuw later 130. De communiteit is dan de ‘grootste van heel het Keizerrijk’.

De verwoestingen van de Franse Revolutie

De volgende jaren zullen jammer genoeg gekenmerkt worden door grote drama’s voor de abdij. Nadat het jansenisme verscheidene monniken de gemeenschap had doen verlaten, sloeg de Franse Revolutie met volle kracht op het klooster toe. Op 23 juni 1793 plunderen de revolutionaire troepen de abdij en steken ze in brand. Er blijft niets van over. De communiteit wordt uiteengedreven en enkel de zwartgeblakerde muren en bouwvallen kunnen nog getuigen van de vroegere glorie.

HET BIER VAN ORVAL IS DE VEDETTE VAN DE ABDIJ

Haar populariteit heeft de abdij meer bepaald te danken aan haar voedselproducten en vooral aan haar bier. De Orval is één van de elf trappistenbieren, wat wil zeggen dat de drank wordt gebrouwen in een abdij en onder toezicht van de trappistenmonniken. Het amberkleurige Orval-bier in de zeer speciale fles wordt bijzonder op prijs gesteld door bierliefhebbers. De kaas, die ook wordt gemaakt in de abdij en onder toezicht van de monniken, geniet eveneens een uitstekende faam. Die halfharde kaas met zijn oranje korst wordt, net zoals het bier, in de vier windstreken verkocht.


De wederopstanding in de 20
e eeuw

Er zal meer dan een eeuw voorbijgaan eer het monnikenleven er wordt hervat. In 1926 schenkt de familie de Harenne de ruïnes van Orval aan de Orde van Cîteaux, die een groep monniken aanspoort om daar een nieuwe communiteit te vormen. Het reusachtige werk voor de wederopbouw wordt aangevat door Dom Marie-Albert van der Cruyssen, een monnik van de trappistenabdij van Onze-Lieve-Vrouw (tussen Parijs en Normandië). Dankzij de inkomsten van een brouwerij en een kaasmakerij die in het klooster werden opgericht, verrijst er op de funderingen van de

18e eeuwse ruïne vlug een nieuwe abdij, die werd gebouwd volgens de plannen van architect Henry Vaes. Op 8 september 1948 wordt de kerk plechtig ingewijd en verrijst de abdij, zoals we die nu kennen, uit haar assen.

Tegenwoordig is de abdij van Orval een van de populairste van het land geworden. Ondanks tien eeuwen geschiedenis, is het cisterciënzerklooster bestand gebleken tegen de slagen van het noodlot en biedt het een aangrijpend schouwspel aan de duizenden personen die het elk jaar bezoeken.

DE LEGENDE VAN MATHILDE VAN TOSCANE

Volgens een legende is het ontstaan van de abdij van Orval te danken aan Mathilde van Toscane. Toen deze gravin op doorreis was in de streek, stak ze haar hand in een opwellende bron en verloor daardoor haar trouwring. Ze smeekte God haar die terug te bezorgen, wat gebeurde met de hulp van een uit het water opspringende forel die de kostbare ring in zijn bek hield. Mathilde van Toscane riep toen : “Dit is echt een Gouden Dal (Val d’Or) ! ” Uit erkentelijkheid besloot ze toen een klooster te stichten op die gezegende plaats. De gelijknamige fontein in het centrum van de abdij, de vele verwijzingen op het kunstsmeedwerk van het klooster en de abdijproducten, alsook het beroemde glas-in-loodraam van Jean Huet, hebben die legende de eeuwen doen trotseren.


www.orval.be

UIT DE GAUME, IS EEN MEESTER VAN HET ORATORIUM

Om de verjaardag van de abdij te vieren, doet de communiteit van Orval een beroep op een regisseur uit Virton, die nu in Parijs woont, en die een oratorium – l’Or du Val (zie kaderstuk) – zal schrijven en regisseren.

Antoine Juliens, die eigenlijk Jean-Louis Richard heet, is een Luxemburgs boegbeeld van de levende kunst. Hij kreeg de toneelmicrobe te pakken tijdens zijn opleiding aan Saint-Luc in Brussel. “En wel dankzij een priester die, toen ik 13 of 14 jaar was, me goed heeft doen begrijpen dat mijn plaats niet in deze uithoek van de provincie Luxemburg was. Hij zei me : ‘Je moet vertrekken !’, vertelt Antoine Juliens 50 jaar later met een glimlach. “In Brussel heb ik fantastische mensen ontmoet. Ik denk bijvoorbeeld aan de professor en filosoof Henri Van Lier, die me leerde hoe ik vragen moest stellen en openstaan voor de wereld.” Dat waren lessen die nu helemaal deel uitmaken van hem. “Daarna ging ik naar het ‘Institut des Arts de Diffusion’, in Louvain-la-Neuve, en dan naar de Koninklijke Vlaamse Schouwburg, in Brussel, waar ik meer bepaald heb kunnen werken aan de zijde van Pierre Laroche. Dat was een doorslaggevende ontmoeting voor mijn aanpak van het regisseren”, geeft hij toe.


© Dominique Linel

Tussen Parijs en de provincie waarin hij geboren werd

Zijn ontmoeting met Pierre Debaude zal nog een andere wending aan zijn loopbaan geven. “Hij was het, die mijn aandacht op Bretagne vestigde. Tien jaar lang zijn Isabelle Modet en ikzelf, met het ‘Teatr’Opera’, het gezelschap dat we hadden gesticht, opgetreden in de vroegere abdij van Landevennec. Dat was een sublieme ervaring ! ”, herinnert Antoine Juliens zich. “Voortaan woon ik in Parijs, uit noodzaak, dat moet ik toegeven. Maar ik keer dikwijls naar mijn geboortestreek terug. De provincie Luxemburg wordt jammer genoeg zeer slecht bediend in cultureel opzicht. Daar moet echt nog alles gedaan worden. En toch bestaat er een echte kweekvijver voor. Dat merk ik bij de liefhebbers die ik heb ontmoet tijdens de repetities voor het oratorium. Ik zou zo graag de toneelkunst en de kunsten in het algemeen tot ontwikkeling brengen in die provincie. Ik was bijvoorbeeld heel tevreden dat ik het toneeloratorium ‘Rédemption’ mocht regisseren, dat in 2017 in Rouvroy en in Bertrix werd gecreëerd voor de honderdste verjaardag van het overlijden van Octave Mirbeau.

Laureaat van de ‘Godefroid culturel’

Drie jaar eerder was Antoine Juliens in het stadion van Virton al eens naar de bron teruggekeerd met het grote ‘Oratorium voor de Vrede’, naar aanleiding van het honderdste gedenkjaar van de Grote Oorlog. Door verscheidene evenementen in zijn geboortestreek ontving hij verleden jaar trouwens de ‘Godefroid culturel’, een beloning voor Luxemburgers die, binnen of buiten hun provincie, uitblinken op hun terrein. “Een sublieme erkenning”, geeft de man uit de Gaume toe. In afwachting van de bekroning, volgend jaar, in de abdij van Orval, een echt symbool van de streek die hij zo liefheeft ?


© Dominique Linel

‘L’OR DU VAL’ KOMT PAS IN 2021

Wegens de Covid-19-crisis worden de zes voor eind juli geplande opvoeringen van ‘L’Or du Val’ verschoven naar 24 tot 30 juli 2021. Antoine Juliens werkt al meer dan een jaar aan dat reusachtige project, in nauw contact met componist Thierry Chleide uit Jamoigne. Vier spelers, vier zangers, koren en muzikanten, ofwel bijna 90 kunstenaars zullen trachten de 650 toeschouwers te bekoren, die voor elke opvoering worden verwacht. “Het is een werk dat de geschiedenis van de abdij, de geest van de heilige Bernardus en de liefde met elkaar mengt”, aldus de regisseur, die trappelt van ongeduld om op te treden in de abdij. Die voorstelling moet bij de bron plaatsvinden, in de ruïnes. Het kader in openlucht is idyllisch. Daar komen alle elementen voor een magisch moment bijeen.

Door verscheidene evenementen in zijn geboortestreek ontving Antoine Juliens verleden jaar trouwens de ‘Godefroid culturel’, een beloning voor Luxemburgers die, binnen of buiten hun provincie, uitblinken op hun terrein.


www.orval.be

Your opinion counts