Waw magazine

Waw magazine

Menu

zonder grenzen

Het Virtual Park in Moeskroen, bedacht door twee broers met een passie voor informatica, automatisering en virtual reality, is met zijn 4000 m2 het grootste VR-park van Europa.

 

Virtual Park

In Moeskroen is er een plek die op geen enkele kaart staat. De coördinaten zijn namelijk afhankelijk van de verbeelding en bedrevenheid van degenen die het gebied verkennen. Je verplaatst je er met een boog of lasergeweer in de hand, op een lichtgevende motorfiets of op de rug van een oorlogsrobot. Je kunt er de top van de Mount Everest beklimmen of over de zeebodem lopen. Met zijn 4000 m2 is het Virtual Park het grootste attractiepark in Europa dat op virtual reality (VR) en augmented reality (AR) is gericht. Het park opende zijn deuren in maart 2019 en acht maanden later zijn er al bijna 12 000 bezoekers geweest, terwijl de weekends meerdere weken van tevoren zijn volgeboekt.

Eerste test in Doornik
Dit innovatieve project is opgezet door Frédéric en Jean-Louis Verbaert, twee broers met een passie voor VR, die ervan overtuigd zijn dat deze technologie enorme mogelijkheden biedt in de recreatiesector.

Om hun idee te testen, openen ze in januari 2017 Virtual Cabs in Doornik. Achter de deur van deze voormalige wasserij aan de Rue des Clarisses bevinden zich vier lege game rooms van ongeveer 15 m2. Met een bril op zijn hoofd en een draadloze controller in elke hand kan de speler zich door tien verschillende virtuele werelden bewegen zonder risico om van een klif te vallen, op de bodem van de oceaan te verdwalen of tegen de muren aan te lopen. Het is meteen een succes. Terwijl de beschikbare VR-brillen en -hardware voor particulieren nog erg duur zijn, maakt Virtual Cabs geavanceerde technologie toegankelijk tegen een schappelijke prijs.

Door dit succes kon het duo bij investeerders aankloppen en een nog grootser project verdedigen. “Als een technologie zich ontwikkelt, moet je ooit de kans aangrijpen en iets op de markt brengen wat nog niet bestaat. Wij hadden vertrouwen in een technologie die we beheersen en konden vaststellen dat het publiek grote verwachtingen had”, merkt Frédéric Verbaert op. Dankzij de steun van WAPInvest en particuliere middelen via een win-winlening konden ze de benodigde 1 miljoen euro bijeenbrengen. “Desondanks heeft het ons twee jaar gekost. Het was een hele uitdaging om met niets te beginnen. De sector van de nieuwe technologieën kon niet altijd op de interesse van investeerders rekenen, maar dat is nu aan het veranderen.” De Intercommunale d’Etude et de Gestion (IEG) heeft aan de rand van Moeskroen een groot gebouw met een doorlopende ruimte zonder pilaren aan de broers ter beschikking gesteld om het Virtual Park te huisvesten.

Maximaal 300 bezoekers per dag
De wereld van VR en digitale technologie is lang beschouwd als een aangelegenheid van nerds, waar alleen een nichepubliek voor te vinden is. Het Virtual Park wil die trend omkeren door zich ook op gezinnen te richten. De bezochte werelden worden niet bevolkt door zombies en andere bloeddorstige monsters. Wanneer je in teamverband je domein tegen indringers moeten verdedigen, gebeurt dat zonder bloedvergieten. Het accent ligt op het verkennen van een andere omgeving. Je hoeft niet vertrouwd te zijn met draadloze controllers om bij het Virtual Park naar binnen te stappen. De bediening van de accessoires is eenvoudig en voor iedereen bereikbaar. En mocht dat niet het geval zijn, dan zijn er altijd medewerkers aanwezig om hulp en advies te verlenen.

Door de week is het attractiepark geopend voor bedrijven, die welkom zijn voor teambuildingsessies of andere ‘corporate’ evenementen. Ze krijgen dan de beschikking over het Virtual Park met een begeleidingsprogramma op maat, dat op hun specifieke budget en wensen is afgestemd.

De capaciteit is opzettelijk beperkt tot 300 mensen per dag. “Je moet kijken naar de belevingskwaliteit. Als je duizend mensen tegelijk toelaat, wordt de wachttijd drie keer zo lang. Wij zijn niet bereid die kwaliteit te verminderen om meer winst te maken.” Het Virtual Park werkt met toegangsprijzen voor een hele of een halve dag, zodat het publiek volledig kan profiteren van zijn virtuele ervaring op hoog niveau. De formule lijkt gewaardeerd te worden door de bezoekers, die vaak afkomstig zijn uit Vlaanderen en Noord-Frankrijk, maar ook uit Nederland en Duitsland.

Samenwerking met de Universiteit van Bergen
De technologieën waarop de attracties van het park berusten, zijn niet origineel, maar daar staat tegenover dat de uitvoering ongeëvenaard is. “We hebben geen kant-en-klare pakketten gekocht, maar alles eigenhandig gemaakt. De technologie die we gebruiken, is een soort monster van Frankenstein op basis van dingen die al bestonden, maar die we hebben aangepast.” Zo is de motion capture die voor de game Arena 42 wordt gebruikt, bewerkt om de beweging in realtime vast te leggen. Voor de content is een samenwerking aangegaan met het Franse bedrijf SmartVR. Het Virtual Park kan rekenen op een interne R&D-afdeling met twee ingenieurs, die ondersteund worden door een groot aantal externe samenwerkingspartners, met name de Universiteit van Bergen. “Wat we niet hebben, proberen we zelf te maken. We proberen een coherente synergie tot stand te brengen om deze technologie hier in België vooruit te helpen.

Een jong team
Het project is voor 100% eigendom van de twee broers, die ook de volledige leiding in handen hebben. Frédéric Verbaert is ervan overtuigd dat het attractiepark zijn succes in de eerste maanden zowel te danken heeft aan de originele content – veel buitenlandse bezoekers bevestigen nog nooit zoiets te hebben gezien – als aan het bedrijfsmodel op basis van een beperkt aantal multifunctionele medewerkers. “We hebben een heel goed team gevormd, bestaande uit jonge mensen. Wij kunnen op hen rekenen en zij kunnen op ons rekenen.

Het Virtual Park heeft momenteel geen concurrent met dezelfde ambities. Die komt er waarschijnlijk wel, maar de broers Verbaert zijn vastbesloten om de koppositie te behouden. “Na het succes van de Virtual Cabs in Doornik hebben we enkele initiatieven zien ontstaan die daarop zijn gebaseerd, maar dat blijft beperkt tot een zeer lokaal niveau.

De komende maanden maakt het Virtual Park zich gereed om in een hogere versnelling te schakelen met een nieuwe ontwikkeling waarover het duo verder niets kwijt wil. Virtual reality blijft ons verbazen.

Virtual Park

Zeven werelden om te ontdekken in het Virtual Park
Arena 42. In een arena komen twee teams van vier spelers tegen elkaar uit met de planeet Mars als grandioze achtergrond. De bewegingen van de compleet opgetuigde spelers worden vastgelegd in motion capture. “Dit is de eerste attractie die de bewegingen van de spelers zo nauwkeurig weergeeft in een virtuele modus.
Team 51. Nog steeds op Mars, maar dan voor een samenwerkingsmissie waarbij vier tot zes spelers een vooruitgeschoven post te hulp moeten komen waarvan niets meer is vernomen. Opgelet, de buitenaardse wezens zijn nooit ver weg!
Robot Ring. Twee spelers nemen het tegen elkaar op door robotjes te bedienen met behulp van hun smartphone. Wat de robots zien, wordt in realtime op het scherm van hun smartphone weergegeven. Bestemd voor grote en kleine kinderen.
VR Box. Tien individuele cabines, vergelijkbaar met die waarop het succes van Virtual Cabs is gebaseerd. Er zijn een stuk of vijftien games en werelden beschikbaar. Ideaal om vertrouwd te raken met VR. “Ze bieden optimale omstandigheden om, afhankelijk van je stemming, dingen actief te beleven of juist meer te beschouwen.
V-Race. Twee spelers zitten op een futuristische motorfiets voor een dolle rit door werelden waarvoor de film Tron als inspiratiebron diende.
The Playground. Dankzij AR reageert deze intelligente ruimte in realtime op het gedrag en de interacties van de spelers. Deze plek is een combinatie van amusement, creativiteit en lichamelijke conditie.
Tower Defense. Dit is de laatste activiteit tot nu toe. Met behulp van zijn boog en virtuele laser moet de speler zijn dorp verdedigen tegen de aanvallen van orks. In de twee controllers en de bril zitten sensors waarmee de speler zijn positie in de virtuele ruimte in realtime kan aanpassen met een foutmarge van minder dan een millimeter. Na elk succes krijgt de speler toegang tot een van de vier in elkaar schuivende werelden. 

 
Virtual Park 
Rue des Bengalis 4
7700 Moeskroen

www.virtualpark.eu

 Delsaux werd officieel opgericht in 1885, maar was al in 1858 actief in de verpakkingssector in Lille. In 1924 verhuisde het bedrijf naar Moeskroen, waar het tegenwoordig een hal van 5500 m2 op het industrieterrein in gebruik heeft. Na België vormt Nederland zijn belangrijkste markt.

 

Paul Delsaux is de oprichter van dit industrieel-ambachtelijke familiebedrijf, dat zijn knowhow steeds van de ene op de andere generatie heeft overgedragen. Elk product is anders en het resultaat van kunstzinnige schepping op basis van volmaakt technisch meesterschap. Elke bestelling doorloopt een traject van ontwerp tot vervaardiging. De eerste halte is het ontwerpbureau, dat binnen de technische beperkingen verantwoordelijk is voor de esthetische vormgeving. De ontwikkelingssoftware en plotters maken het mogelijk om unieke prototypes in het gewenste formaat te maken en met patronen te bedrukken. De klant kan zich zo een duidelijk beeld vormen van de afmetingen en het visuele aspect van zijn project. “Voor een ambachtelijke chocolatier werken we op dezelfde manier als voor een fabrikant van luxecosmetica. Wij kunnen bestellingen van honderd tot 200.000 stuks aannemen. Dat is het sterke punt van ons bedrijf”, zegt gedelegeerd bestuurder Charles Delsaux.

Knowhow ontstaan uit bonbondoosjes

In België vindt deze knowhow misschien wel zijn oorsprong in de vermaarde bonbondoosjes. Prachtige verpakkingen voor levensmiddelen zijn een traditie die teruggaat tot 1857, toen de firma Neuhaus zich in Brussel vestigde. Elke stap in het proces, van aanbesteding tot ontwerp, maquette, kostenraming, bestelling, productie en levering – is gezien de wereldwijde concurrentie een uitdaging. En elke creatie is bestemd om als referentie te dienen. Het is te vergelijken met een voorstelling of een show. Dat geldt met name voor cosmetica, parfums en monstercollecties. Daarbij streefde men altijd al naar een enscenering die voor een juiste afspiegeling van het product zorgt. De verpakking is onderdeel van het product en wordt de kern ervan.

“Wij doen veel op het gebied van verkoopbevorderende enscenering via monstercollecties. Daarbij kun je denken aan tapijten, stoffen, verf en zelfs blauwe hardsteen”, verduidelijkt Charles Delsaux. “We ontwikkelen kleurenwaaiers, geschenksets en monstercatalogi. Het uiterlijk en de aanraking zijn hulpmiddelen voor het verkoopgesprek. De presentatie van een uitmuntend product moet overeenkomen met wat het belooft. Voor de verkoop moet de enscenering geloofwaardig en authentiek zijn.”

Ook de Arabieren zijn enthousiast

Hoewel de netwerken heel goed functioneren, maakt Cartonnages Delsaux ook gebruik van vakbeurzen om op zijn basismarkten aanwezig te blijven. “Dat geeft ons de kans om onze positie te bestendigen en nieuwe klanten te ontmoeten die op zoek zijn naar een bedrijf als dat van ons: een allrounder die zijn sporen heeft verdiend op het gebied van chocolade, snoepgoed en koekjes, maar ook parfums en cosmetica”, zegt Charles Delsaux.

Met zijn vestiging op de grens van Wallonië en Frankrijk, vlak bij een aantal autosnelwegknooppunten, laat het bedrijf duidelijk zien dat het internationaal georiënteerd is. “We kunnen nu zeggen dat 50% van onze bestellingen wordt geëxporteerd, hoofdzakelijk naar Frankrijk en Nederland, dat onze op één na belangrijkste markt is. We hebben ook een netwerk van klanten in Engeland en Duitsland. En we beginnen zelfs klanten in de Perzische Golf te krijgen.”

Goed om te weten: Cartonnages Delsaux produceert zijn dozen op een milieuvriendelijke manier. Het bedrijf heeft namelijk 1295 m2 zonnepanelen op zijn dak geïnstalleerd. Met deze 800 panelen kan 180.000 kWh groene stroom worden opgewekt, wat overeenkomt met het gemiddelde jaarverbruik van ongeveer 52 huishoudens.

Cartonnages Delsaux
Boulevard du Textile 13
B-7700 Mouscron
+32 (0) 56 33 12 78
[email protected]
www.cartonnagesdelsaux.com 

 

Het zal een fietsjaar zijn of het zal geen jaar zijn.

Deze oud topsporter heeft van fietsen zijn leven gemaakt.

Tot een tijd geleden in de competitie, vandaag in de mobiliteit en gezondheid.

De vroegere profrenner zet zich in opdat sport er voor allen zou zijn, zowel voor competitiebeesten als voor gezinnen. Voor elk wat wils.

 

De ‘Lacs de l’Eau d’Heure’ bieden een dertigtal activiteiten aan, wat er het voornaamste toeristisch centrum van Wallonië van maakt. Een statuut dat nog versterkt wordt, aangezien het natuurgebied tussen Charleroi en Chimay een tandje bijsteekt met de opening van het fietscentrum ‘Centre de cyclisme Jean-Luc Vandenbroucke’. Het is de kampioen zelf die zich al maanden met hart en ziel inzet om er een ‘Bike Park’ van te maken, dat zijn naam waardig is. “Het opent einde maart en zal officieel worden ingehuldigd op 17 juni”, zegt de Moeskroenenaar met groot enthousiasme. Uiteraard ging hij akkoord om er zijn naam aan te geven. “Dat is een hele eer voor mij en ik ben daar trots op! Ik had lucht gekregen van dat fietsproject, maar had niets concreets naar boven zien komen. Toen algemeen directeur Vincent Lemercinier me het voorstelde, omdat hij het wilde toevertrouwen aan iemand die uit het wielrennen kwam, was ik verrast door de omvang van dat centrum, dat het aanbod van de site zal vervolledigen. Het heeft vijf jaar geduurd vóór het er stond, maar het resultaat mag er zijn!

VDB gebruikt dus het groot verzet op de laatste rechte lijn. Een echte ‘tijdrit’ om van dat partnerschap tussen de ‘Lacs de l’Eau d’Heure’ en de Koninklijke Belgische Wielrijdersbond een uitmuntendheidscentrum te maken. “Er zullen omlopen zijn met een traject over de weg en terreintrajecten die familiaal zullen zijn, alsook een RAVeL (autonoom wandel en fietspad) van 17 km rond het meer. En voor de allersportiefsten zal er Trial, Big Air Bag (waarbij men met zijn fiets op een reusachtig kussen belandt), een Bump Zone, een Pump… zijn. Iedereen zal dus kunnen fietsen op de manier die hem of haar het best bevalt. Zelfs wielerploegen zullen er hun plaats kunnen vinden.” Onze gesprekspartner is zich er van bewust hoe belangrijk het is om evenementen te organiseren en zo de zichtbaarheid ervan te vergroten. “Dat zal de gelegenheid zijn om de kampioenschappen van België te verlengen tot in 2018. Dat jaar zal het op de weg zijn voor elites met contract en voor dames-elites. Ik heb onze kandidatuur al ingediend om een rit van de Ronde van Frankrijk naar hier te krijgen. Daarvan werd akte genomen door Christian Prudhomme, directeur van de Ronde.

 

Wij waren de dwangarbeiders van de weg

Voor wie in de drukte langs de dranghekken stond of niet van zijn televisie was weg te slaan, was Jean-Luc degene die het hart deed bonzen, tot hij in 1988 zijn profloopbaan beëindigde. Deze bescheiden man is echter niet verdwenen uit de fietswereld. Hij werd onmiddellijk sportdirecteur bij Lotto (waar hij meer bepaald leiding gaf aan zijn betreurde neef Frank) en trad later op als consultant. Maar het wiel draait verder... “Toen ik me bezighield met beginnelingen, vroegen sommigen me: ‘Mijnheer Vandenbroucke, hebt u zelf gekoerst?’” Nou, en of! De sportman “met zijn ronde en soepele pedaalslag, die een instinct heeft voor een goede aanval”, zoals Jean- Marie Leblanc hem beschreef, won 220 trofeeën bij de beginners, de jongeren en de liefhebbers, vóór hij in 1973, op zijn 18e aan zijn eerste internationaal avontuur begon in München. In 1975 startte hij bij Peugeot een beroepsloopbaan met een mooi maandloon van 2750 Franse frank. Die carrière duurt 13 jaar, tijdens dewelke hij zijn kuiten kan doen werken in acht Rondes van Frankrijk, dertien Milaan-San Remo’s en evenveel Parijs-Nice’s, waarbij we ook niet de Giro, de Vuelta, de Ronde van Vlaanderen, de Franco-Belge... mogen vergeten. Een sterk moment met het idool uit zijn jeugd, bij wie hij om handtekeningen bedelde, deed zich voor bij het vertrek. “In 1976, op de Via Roma in San Remo, was ik alleen met Eddy Merckx op de mooiste laan ter wereld. Merckx is de sterkste Europese sportman, de vleesgeworden volmaaktheid. Ik had het geluk dat het begin van mijn loopbaan en het einde van de zijne elkaar tweeënhalf jaar lang overlapten. Men vergeet het soms, maar ik heb ook gereden met Poulidor, Roger De Vlaeminck...

Jean-Luc is ook een man van verrassingen, meer bepaald wanneer hij vele kilometers wegmaalt met een bolletjestrui aan! Was hij de beste klimmer van de Tour? “Ik was geen slechte klimmer, maar ik was meer een ‘strijkijzer’, iemand die op de vlakke weg wint. Ik heb van die eervolle trui geprofiteerd... tot in de Pyreneeën.” Het was een andere tijd. “Toen ik aan de Ronde van Frankrijk begon, was ik al versleten. Tussen 1975 en 1988 hadden we 120 tot 140 koersdagen per jaar. Er waren enorm veel criteriums. Het valies stond altijd open. We waren de dwangarbeiders van de weg, we reden elke week, van februari tot oktober. De enige onderbreking was gedwongen rust wegens ziekte. Vandaag hebben de renners er een zeventigtal en ze verdienen veel meer – hun loon stoort me niet – maar het is veel gestructureerder. Dat is beter. Ik stopte met rennen op mijn 33e, gezond van lichaam en geest, maar mentaal versleten. Vandaag zou ik, met mijn kwaliteiten, de Ronde uitrijden bij de eerste vijftien.” Het vervolg zal hij rechtstreeks meemaken als ploegleider. Iets helemaal anders. “Als renner ben je heel egoïstisch: je rijdt in een ploeg, maar wel individueel. Niet iedereen kan daarna mensen gaan leiden, luisteren naar jongeren die soms onder vier ogen over hun problemen willen praten...” En tot besluit: “Heel weinig mensen kunnen zeggen dat ze van hun hobby hun beroep hebben gemaakt, temeer daar ik er alle aspecten van heb gekend: supporter, prof, manager, consultant en vandaag hoofd van het centrum”.

 
©Archives J-L Vandenbroucke
 
Zijn Ronde met filmgrootheden

Naast zijn acht Rondes van Frankrijk als renner heeft Vandenbroucke er ook aan deelgenomen als consultant van diverse media. Wat men minder weet, is dat hij dat ook was voor befaamde cineasten. Naar aanleiding van de honderdste verjaardag van de Ronde nam de directeur ervan hem in dienst. “Aangezien ik geen contract meer had met de Nationale Loterij, stelde Jean-Marie Leblanc me voor hen voor die avondvullende film te voeren waar ze maar wilden. Zo opende ik de deuren voor Costa-Gavras, die alle handen wilde filmen, met close-ups van de schroevendraaiers en de handen van de masseurs... Ik mocht ook met de Israëlische cineast Amos Gitaï rondrijden. Hij was geobsedeerd door de helikopters. Maar tijdens de beklimming van de Mont Ventoux heeft hij heel de tijd in de auto liggen slapen… Op de Mont Ventoux! Hoewel hun project op niets is uitgelopen, was het feit dat ik hun taak had vergemakkelijkt, een formidabele ervaring, die me ook een vreemd gevoel gaf: ik was in een ander milieu dan het wielrennen en zat toch middenin de Ronde.

In 1976 en in 1982 behaalt onze wielerheld ook een schitterende overwinning bij de ... gemeenteraadsverkiezingen in Moeskroen. Als gemeenteraadslid en als ploegleider kon de renner zijn stad tot haar recht doen komen. “Ik ben op de lijst gaan staan om iemand een plezier te doen, maar ik was helemaal geen politicus.

 

De fiets gaat nog niet aan de haak

Jean-Luc Vandenbroucke en fietsen zijn nog altijd één. Hij fietst nog elke dag en noteert dat nauwgezet in een boekje. Op de dag van ons gesprek reed de jonge zestiger nog een rit tegen... 34 km/u! “ Ik heb nog heel veel uithoudingsvermogen. Ik heb wat problemen met mijn bloeddruk en moet dus lichaamsbeweging nemen. Maar ook zonder dat mijn arts het me oplegt, heb ik behoefte aan sporten. Om de twee weken neem ik een dag waarop ik niet fiets! Ik spoor de mensen aan om wat te sporten; men voelt zich dan veel beter in zijn vel. In die zin was het een goed idee om van 2016 het ‘Jaar van de Fiets’ te maken.

©Eric Cornu


 

BIO EXPRESS

Jean-Luc Vandenbroucke werd op 31 mei 1955 geboren in Moeskroen, waar hij nog altijd woont. Hij boekte talrijke overwinningen in diverse leeftijdscategorieën en kan vandaag terugblikken op een benijdenswaardig palmares. Vervolgens werd hij ploegleider bij Lotto en daarna consultant bij de RTBF. Hij was ook wedstrijddirecteur van het Circuit Franco-Belge. Vandaag is hij manager van het naar hem genoemde Wielercentrum bij de Lacs de l'Eau d'Heure. VDB is de oom van Frank en de vader van Jean-Denis, die van 1996 tot 2000 profrenner was.

Your opinion counts