Waw magazine

Waw magazine

Menu

Een openluchtmuseum

Op een muur aan de Boulevard du Nord kijkt een jonge man in de verte, maar hij wordt verblind door de zon, die symbool staat voor de ecologische en technologische moeilijkheden die hem nog wachten. Onderaan de nieuwe fiets- en voetgangersbrug L’Enjambée, wordt de Villa Balat versierd door een plantaardig fresco dat de plantenrijkdom en het wisselvallige humeur (!) van de Maas weergeeft. Icarius, van Jimmy Michaux, en de muurschildering van Démosthène Stellas (Drash-collectief), zijn twee van de vele fresco's die de muren van de Waalse hoofdstad sieren.

Met de online-applicatie Street art cities kunnen die fresco’s worden opgeslagen en gevolgd. Want de stad heeft samengewerkt met dit platform, dat nu al stadskunstwerken in een achthonderdtal steden in meer dan negentig landen op zijn actief heeft. Met behulp van foto's kunnen Street Art-fans de fresco's in de stad en de makers ervan vinden. Ze kunnen ook thematische routes volgen, zoals het pad met minisculpturen van Isaac Cordal, en meer ongewone plaatsen ontdekken, zoals de achterkant van een winkel, een bar of een tuin … en ze kunnen de app een “like” geven of nieuwe plaatsen voorstellen, die de moeite waard zijn.

www.namur.streetartcities.com

De heropleving van de Abattoirs de Bomel

De vroegere slachthuizen in modernistische stijl, die zich op de grens tussen Bomel en Saint-Servais bevonden, werden vlak voor de Tweede Wereldoorlog gebouwd. Na de sluiting in 1988 en vóór de sloop ervan, huisvestten ze de Ressourcerie Namuroise en de nachtopvang van de stad.

Op initiatief van het Buurtcomité Bomel hebben de Stad Namen en de Waalse Regering de site nieuw leven ingeblazen. In het centrale gebouw bevindt zich sinds 2015 het regionaal cultureel actiecentrum. Je vindt er een tentoonstellingszaal (270 m²), een voorstellingszaal met 150 zitplaatsen, een zaal voor verenigingen en acht workshops (dans, theater, muziek, filmfotografie, digitale ruimte, beeldende kunst ... ), vijf kunstresidenties en een cafetaria. En vergeet de ‘Baie des tecks’ niet, een bibliotheek met stripverhalen.

De Delta, een ontmoetingsplaats

Zeg niet langer Cultureel Huis van de Provincie Namen, maar Delta. De provincie heeft grote renovatie- en uitbreidingswerken aangevat voor de site die aan de samenvloeiing van Samber en Maas, aan de voet van de Citadel gelegen is.

Op 21 september 2019 is de Delta officieel geopend. Voor heel die renovatie werd alles opnieuw ontworpen en verbouwd als een ontmoetingsplaats. Met drie aanpasbare theaterzalen, verscheidene tentoonstellingsruimtes, drie repetitie- en opnamestudio's, evenementen- en opleidingsruimten, kunstenaarsresidenties en gezellige plekken, bevordert de Delta een interdisciplinaire aanpak. Het programma omvat zowel film als toneel, dans, animaties, muziek, beweging en beeldende kunst.

Cultuur heeft de wind in de zeilen

De opening van de Grand Manège, de renovatie van de Abattoirs de Bomel, de lifting van het Huis van Cultuur dat nu Delta heet, stedelijk kunstparcours ... Het cultureel leven is rijk en overvloedig in Namen!

 

Vroeger hoorde je er hoefgetrappel en gehinnik, het geluid van voetstappen en applaus. De Grand Manège, die in het midden van de 19e eeuw werd gebouwd, was een plaats waar ruiters met hun paarden kwamen oefenen, maar er werden ook bals, concerten, prijsuitreikingen en dergelijke meer georganiseerd. Na het einde van de kazernering, in 1977, kwam er een gemeentelijk magazijn en daarna een cultuurzaal, tot de stad in 2013 een groot renovatieproject met een budget van 15 miljoen euro aanpakte. Om het historisch karakter van de plaats te behouden, zijn de vier gevels bewaard gebleven. En vandaag herbergt de Grand Manège op een oppervlakte van 6000 vierkante meter een grote zaal (de Namur Concert Hall), de kantoren van de vereniging À Cœur Joie (die zangkoren uit Wallonië en Brussel samenbrengt), alsook het Centrum voor Vocale Kunst en Oude Muziek (CAV&MA).

De Waalse Flagey

Het centrum, dat in 1984 werd opgericht, biedt een onderkomen aan het Naamse Kamerkoor en aan twee orkesten (het Millennium Orchestra, onder leiding van Leonardo García Alarcón, en Les Agréments waarvan Guy Van Waas de dirigent is). Het leidt jonge zangers en instrumentalisten op.

In de nieuwe zaal met 800 plaatsen kunnen internationaal befaamde gezelschappen optreden.

“De Namur Concert Hall biedt een nieuwe omgeving voor muziekliefhebbers, wat een boodschap van hoop is na deze heel moeilijke maanden ! ”, zo luidt de commentaar van Jean-Marie Marchal, de artistiek directeur van CAV & MA. Met een akoestiek die doet denken aan die van de beroemde Studio 4 van Flagey en met haar 800 plaatsen, kan de nieuwe zaal internationaal befaamde ensembles verwelkomen. “Namen staat bekend voor de kwaliteit van zijn kamerkoor ; straks kunnen we zien waar de stad zich op de kaart bevindt.”

De nieuwe zaal werd op 3 september, naar aanleiding van de opening van de Grand Manège, ingewijd door het Millennium Orchestra en het Naamse Kamerkoor, dat samen met de jonge sopraan Julie Roset een Haendelconcert ten beste gaf. Wanneer de zaal afgewerkt zal zijn en het team uitgebreid, zal CAV & MA er haar nieuwe programma vanaf de lente van 2022 aanbieden. De Namur Concert Hall zal niet in lethargie verzinken, aangezien er vanaf deze herfst al een tiental concerten zijn gepland in het kader van het seizoen 2021-2022 van het Théâtre de Namur.

Een toevluchtsoord voor het Conservatorium

Eric François, de directeur van het Conservatorium van Namen, is vooral opgetogen omdat het nieuwe gebouw plaats biedt aan 70 leraren en ongeveer 1600 studenten voor muziek, dans en toneel, die voordien waren verspreid over verscheidene plaatsen en gebouwen in de stad. “Dit is goed voor interdisciplinaire projecten. Vroeger voelden dansdocenten zich een beetje eenzaam, terwijl die opleiding toch door 400 studenten wordt gevolgd. Aangezien we ons in de buurt van verschillende scholen bevinden, hopen we ons publiek te diversifiëren”.

Het nieuwe gebouw biedt plaats aan de muziekklassen, aan de danszalen en aan twee zalen voor toneel, waarvan de meeste met een volledige apparatuur (projectoren) zijn uitgerust. Een auditorium met 150 zitplaatsen zal worden gebruikt voor opvoeringen en conservatorium-examens. En er werd speciaal aandacht besteed aan de akoestiek, vooral in de slagwerkklas. “Vroeger hoorde ik het geluid van het slagwerk vanop drie verdiepingen boven mijn bureau ! ”, zegt Eric François. “Om de trillingen te dempen, werd er tapijt gelegd, werden er akoestische plafonds geïnstalleerd en panelen tegen de muren geplaatst … Als kers op de taart heeft de Stad ons toegestaan om tien keer per jaar gratis gebruik te maken van de Namur Concert Hall”.

HET ANDERE KINDJE VAN FREDDY TACHENY

Zélos. Een naam die klinkt als een klok. De naam van de Griekse god van de wedijver, de rivaliteit, de competitie. De naam van die god vinden we terug in “zeloot”. Freddy Tacheny, gewezen algemeen directeur van RTL Belgique, een zender die hij als ‘zijn kind’ beschouwde, heeft die ‘klinkende naam’ gegeven aan de onderneming die hij een tiental jaar geleden oprichtte en die nu in Namen is gevestigd.

 


Barry Baltus en Freddy Tacheny

Freddy Tacheny, die volgend jaar zestig wordt, is dus nog altijd even begeesterd door communicatie en sport. Bovendien heeft hij zijn zin voor uitdagingen niet verloren.


Zelos telt een vijftiental bedienden. Veelzijdige mensen die de loopbaan van motor- en autocoureurs begeleiden, sportevenementen organiseren, TV-rechten beheren, clubs en federaties adviseren inzake beheer en marketing, een reclame-regie hebben …

Concreet gesproken bezit Zelos de TV-rechten voor de Grote Prijzen voor snelheidswedstrijden met motoren (Moto3, Moto2 en MotoGP) die door de RTBF worden uitgezonden. Het is ook Zelos dat instaat voor de communicatie en de commercialisering van het Circuit Jules Tacheny in Mettet, dat trots de naam draagt van zijn vader, een gewezen groot motorrenner die in 1984 op zijn 77e is overleden.

In het basketbal, ten slotte, begeleiden de financiële, marketing en juridische deskundigen van Zelos de Sharks d’Antibes (een Franse Pro B-club) bij management en beheer.

Een veelzijdige firma, zoals we schreven. Met op de eerste plaats de motorsporten via de Superbiker-organisatie uit Mettet en het beheer van de loopbaan van de jonge Barry Baltus in Moto2, van Xavier Siméon voor het wereldkampioenschap endurance en van de aan paraplegie lijdende autocoureur Nigel Bailly, die als lid van een 100 % handisport-renstal staat ingeschreven voor de 24 uur van Le Mans.

Barry heeft een contract van twee jaar bij een Nederlandse renstal. Twee jaar om te leren. Hij zal onder druk staan. Hij zal resultaten moeten voorleggen. Maar ik geloof sterk in zijn potentieel. ”


Weer een Belgische coureur in MotoGP brengen

Freddy Tacheny, die volgend jaar zestig wordt, is dus nog altijd even begeesterd door communicatie en sport. Bovendien heeft hij zijn zin voor uitdagingen niet verloren. Eén daarvan is snel weer een Belgische motorcoureur naar MotoGP brengen, de koninginnencategorie voor snelheid op motoren.

Die coureur zou wel eens Barry Baltus kunnen zijn”, erkent Didier de Radiguès, die lange tijd sportadviseur bij Zelos was, vóór hij een stap opzij zette om zich aan zijn loopbaan van kunstfotograaf te wijden. “Op zijn 17e is hij veruit de jongste coureur van Moto2, de wachtkamer van de elite. Maar ondanks zijn jeugdige leeftijd is hij helemaal niet onder de indruk van het vermogen van die bolides.

Didier de Radiguès weet waarover hij praat. Hij is immers de enige Belgische coureur die op het schavotje van de koninginnencategorie mocht staan, waar de beste zevenentwintig coureurs ter wereld het tegen elkaar opnemen. “Barry heeft een contract van twee jaar bij een Nederlandse renstal. Twee jaar om te leren. Hij zal onder druk staan. Hij zal resultaten moeten voorleggen. Maar ik geloof sterk in zijn potentieel”, zegt daarbij degene die nog steeds motoradviseur is bij de RTBF.

Een investeringsfonds om jonge piloten te helpen

Een coureur naar de top brengen, dat kost natuurlijk heel veel geld. Maar om zijn hulpprogramma voor coureurs te spijzen, kent Zelos meer dan één kneep. “Ik besefte heel vlug dat, hoe kleiner een land is, zoals België, hoe meer je de basis voor potentiële financiering moet verbreden. Daarom doet Zelos zoveel aan diversificatie”, aldus Freddy Tacheny, die meer bepaald kan steunen op de ervaring die hij opdeed met de Télévie-rally van RTL, waarvan hij een van de oprichters was. “In België vind je moeilijker geld dan in Frankrijk. Je moet je verbeelding laten werken, vooral nu Covid het ons niet gemakkelijker maakt. Bij Zelos denken wij voortdurend na. »

Inkomsten haalt Zelos niet enkel uit de klassieke TV-rechten en de reclameregie, maar zet daarvoor ook in op de ‘meet and greets’ die de firma organiseert voor klanten die uit zijn op unieke momenten en waardoor ze de beste coureurs ter wereld kunnen ontmoeten op de mooiste circuits en de races in unieke omstandigheden meemaken.

We hebben ook een investeringsfonds opgericht, de Motorcycle Investment Group, die geld heeft belegd om onze coureurs in de toekomst te helpen”, benadrukt Freddy Tacheny. “En onder de bescherming van de Koning Boudewijnstichting hebben we een programma opgesteld om coureurs te ontdekken vanaf hun 7 jaar : de BMF of Belgian Motorcycle Foundation.” En de baas van Zelos besluit : “Zo geven we de middelen om snel een Belgische kampioen bij de MotoGP te krijgen. Dat zou wel eens Barry Baltus kunnen zijn.

www.zelos.be

Namur Congrès reageert elk jaar op heel wat aanvragen van evenementenbureaus, bedrijven en  erenigingen die MICE-activiteiten in de provincie Namen willen organiseren.

 

Deze provincie, die rijk is aan valleien, tradities, cultuur en gastronomie, heeft een uitzonderlijk leefklimaat en is door haar strategische positie zeer in trek bij het bedrijfsleven. Namen ligt namelijk in het hart van Wallonië en op het kruispunt van twee belangrijke autosnelwegen (Brussel-Luxemburg en Bergen-Luik) en is om die reden een voortreffelijke bestemming voor zakelijke beslissers.

Verder willen de Namenaren zich openstellen voor veranderingen, een economische omschakeling doorvoeren en zakentoeristen ontvangen. De lokale ondernemers doen al jarenlang hun best om in te spelen op de vraag van het bedrijfsleven naar klassieke, prestigieuze of aparte-evenementenlocaties. Ze stellen alles in het werk om een originele en unieke wereld voor hun klanten te scheppen en bedenken daarvoor gedurfde concepten, variërend van luxueuze hotels en vakantiewoningen tot sprookjeskastelen, oude molens, centra voor technologisch onderzoek en tentoonstellingshallen. Hoewel de toeristische topattracties, zoals het domein van Chevetogne, de meren van de Eau d’Heure, het domein van de grotten van Han en de citadellen van Namen en Dinant, meer dan ooit vooroplopen in de strijd om de zakentoerist, worden ze tegenwoordig bijgestaan door een leger van zeer uiteenlopende ondernemers, die de regio op dat punt nog aantrekkelijker maken.

Op de volgende bladzi jden kunt u kennismaken met enkele goede MICEadressen in de provincie Namen. Deze zijn verdeeld in drie categorieën : MEET (vergaderlocaties), ENJOY (incentives) en STAY (accommodaties).


Voor meer info, hier de flipbook lezen.

“Le temps des cerises” van Charles Trenet! Zou er één lied ooit zo dikwijls zijn gezongen of gecoverd?  Er bestaan veel versies van, zoals die van Yves Montand, maar deze hymne aan de liefdesmelancholie is, althans in Frankrijk, een symbool geworden van poëzie “op de manier van vroeger” en ook van... gastronomie op Franse wijze. 

 

In België werd dat prachtige lied in Namen op twee manieren uitgevoerd. ‘Le Temps des Cerises’ was eerst een muziekfestival. In het midden van de jaren 1970 wilde Bernard Gilain, radioproducer bij de RTBF-Namen, zijn muzikale en radiohorizon verruimen. In Floreffe nodigde hij toen veel zangers en groepen uit die muzikale tradities van Wallonië en van andere Europese culturele minderheden vertolkten. Hij maakte een muziekfestival dat tot in 1979 toonaangevend zou zijn voor interculturele ontmoetingen in een haast familiale sfeer.

Maar ‘Le Temps des Cerises’ van Namen is vooral een restaurantje dat niet alleen de traditie en de geest van het chanson en van het gelijknamige festival voortzet. Het betekent voor Namen wat ‘Le Bouchon’ betekent voor Lyon, namelijk een restaurant met een typisch kader, waar men elkaar ontmoet in een ontspannen en gezellige sfeer rond een goed huisgemaakt gerecht en een lekker glas wijn van een kleine producent die de baas ergens in Frankrijk of elders gevonden heeft.

“Dodo”, Fanny en Benoit…

De baas, dat is “Dodo” alias Dominique Renson! Een kloeke kerel, een en al glimlach en spotternij, die eerst houthakker was en pas later aan het fornuis is gaan staan. Nu houdt hij de teugels van het “kersenhuis” stevig in de hand. Kersenrode gevel en vitrine, rood en wit geblokte tafelkleden, allemaal elementen die wandelaars naar die hartelijke en gezellige plaats lokken. Bewijs daarvan zijn de handtekeningen en de getuigenissen – op de muren! – van beroemde klanten zoals Marcel Amont, Marie-Paule Belle, Charlotte Rampling, Cécile de France, Murielle Dacq, Niels Arestrup, Philippe Vauchel, de betreurde Bernard Giraudeau, Fanny Ardant, Steve Houben, Olivier Gourmet, Benoît Poelvoorde en andere kunstenaars uit binnen en buitenland, die soms van een bezoek aan de Koninklijke Schouwburg van Namen of aan het Internationaal Festival van de Franstalige Film profiteren om hier eens lekker te gaan eten!

© Daniel Pierret

 De kaart van ‘Le Temps des Cerises’ is van hetzelfde gehalte. Ze straalt de authenticiteit van de streek uit en waagt zich zelfs aan wat gastronomische humor. Zo kan de varkenssnuit, die natuurlijk heel lekker is, bij sommige “gevoelige” zielen wel eens afkeer wekken wanneer hij wordt opgediend met twee frieten in de neusgaten en mayonaise die daar uitstroomt... Lachen gegarandeerd! En dan zijn er die (heerlijk geroosterde) worstjes van ingewandsvlees, die gebraden hammetjes met of zonder Samber-en-Maassaus, die Naamse wijngaardslakken, die visgerechten volgens de vangst van de dag, die huisgemaakte kalfskop in tomatensaus enz.

Dodo maakt altijd een streekgebonden keuken – die “Franse keuken” wordt genoemd in de ‘Guide du Routard’ waarin hij elk jaar staat – maar het allerbeste is voorbehouden aan enkele “promotierecepten”. Wanneer bijvoorbeeld zijn vriend, de brouwer François Tonglet, een uitstekend kriekenbier zoals de ‘Triek’ maakt, zorgt hij voor een (sublieme) schotel “karbonaden met Triek” om dat nieuwe bier te promoten en enkele fijnproevers te plezieren. Als die tenminste op het juiste moment langskomen, want de kaart varieert naargelang de jaargetijden en volgens wat er verkrijgbaar is.

Geuren naar druiven

De ‘Bouchon’-sfeer in ‘Le Temps des Cerises’ wordt nog versterkt door die “gastentafel” naast de keuken, waar Dodo graag enkele bekende of toevallige klanten laat aanschuiven. En dan schenkt hij hun een van die goede wijnen die hij ontdekte in een kelder in de Languedoc, de Jura, langs de Loire of in de streek van Mâcon.

Bij gastronomische producten of traditionele gerechten uit Wallonië of andere streken die hij graag promoot, schenkt Dominique Renson altijd een wijn die hij zelf ontdekte. Zo trekt deze rasechte motorrijder er af en toe op uit naar een of andere streek om kleine wijnen te zoeken die, in tegenstelling tot wat hij “bocht” noemt, lekker geuren naar druiven en het gehemelte strelen!

Als goede Waal die altijd de haan op de omslag van zijn voorschoot draagt, besluit Dodo de maaltijd van zijn gasten meestal met een glaasje pékèt (jenever) “van bij ons”... Zo zijn de klanten van ‘Le Temps des Cerises’ uit Namen mettertijd meer gasten dan klanten en meer vrienden dan voorbijgangers geworden. In alle geval zijn het lekkerbekken die van heerlijke momenten aan een welgedekte tafel genieten!


Le Temps des Cerises
Rue des brasseurs, 22
B-5000 Namur
+32 (0)478 21 00 99
[email protected]
http://cerises.be

  • /

Samen met de Citadel, de SintAlbinuskathedraal, de Sint-Lupuskerk en het Arsenaal is de Koninklijke Schouwburg van Namen een van de parels van de Waalse hoofdstad. Een prachtig instrument dat – omwille van zijn gevel, zijn foyer en de vergulde delen van zijn grote zaal – naar aanleiding van de restauratie in 1993 verheven werd tot een belangrijk openbaar burgerlijk erfgoedstuk van Wallonië.

 

Het op enkele stappen van de place d’Armes gelegen gebouw valt vooreerst op door zijn indrukwekkende gevel met klassieke, neoklassieke, barokke en zelfs Dorische elementen. Achter deze gevel van eclectische maar toch harmonieuze stijl ligt een van de mooiste zalen van België. Die is het werk van architect-ingenieur Julien Rémont, aan wie we ook de inrichting van de Koninklijke Schouwburg van Luik (de Koninklijke Opera) te danken hebben. “Het is een prachtig instrument, een stradivarius!”, zegt directeur Patrick Colpé. “Maar ik ben er al zo lang aan gewend, dat ik soms vergeet hoeveel geluk ik heb!

Heel oud is het gebouw niet, aangezien het van 1868 dateert. Kort daarvoor, in 1824, werd er op dezelfde plaats een eerste schouwburg gebouwd op de site van het vroegere klooster van de annonciaden, dat van twee eeuwen vroeger dateerde. Zoals men weet, heeft de Franse Revolutie van 1789 niet veel kerkelijke gebouwen en sites overeind laten staan. De door die systematische vernieling vrijgekomen ruimten werden om beurten gebruikt voor nieuwe stedelijke uitrustingen (schouwburgen, kiosken, banken, parken enz.). In Namen werd in 1824 een door de Regentschapsraad gebouwd theater volledig en uitsluitend gewijd aan toneel en muziek. Die schouwburg was kleiner dan de huidige en omvatte een toneelzaal, een foyer en een balzaal, waarin ook concerten werden gegeven.

Drie branden op acht jaar tijd!

In een tijd waarin de brandbeveiliging meestal slechts bestond uit een pomp en enkele met water gevulde kuipen in de zaal – niet te verwarren met de ‘badkuipen’, namelijk de loges die een beetje hoger lagen dan de parterre! – kwamen veel toneelzalen op tragische wijze aan hun einde. Zo was de breuk in een leiding van de gasverlichting de oorzaak van een eerste brand, in 1860. In 1862 was de wederopbouw amper begonnen of de bliksem veranderde de bouwplaats in een vuurzee. In 1863, toen nieuwe renovatiewerken weer glans aan het gebouw gaven, hoopte men het onheil bezworen te hebben,
maar ook dat nieuwe avontuur ging in vlammen op toen, in 1867, een derde brand de zaal volledig in de as legde na een opvoering van de opera Faust van Gounod. (1)

Een Italiaanse zaal in Franse stijl

Het stond als het ware in de sterren geschreven dat de heropbouw van de schouwburg het meest gespeelde stuk van het Naamse repertoire zou worden. Julien Rémont, die zich zoveel mogelijk baseerde op de structuur van het vroegere gebouw, stelde in 1867 voor de twee zijgevels uit te lijnen op de voorgebouwen om de zaal breder te maken. Hij liet ook een inkomportiek van Dorische oorsprong toevoegen om de passagiers van de koetsen beter te kunnen ontvangen. Het toneel zelf paste de Luikse architect aan de eisen van de komische opera en aan de behoeften van de opera seria aan, waarbij hij achteraan een ruimte toevoegde voor de kunstenaarsloges. De hoefijzervorm van de zaal is een van de kenmerken van de Italiaanse schouwburgen, zoals de Scala van Milaan, maar doordat de zaal geen loges bevat, beantwoordt ze meer aan de Franse stijl. “In Italië gingen de mensen in gezinsverband naar de schouwburg en bleven ze in de intimiteit van hun loge. In Frankrijk gingen ze naar het theater om zich te laten zien en die “m’as-tu-vu”-kant kwam tot uitdrukking in de tegenover elkaar opgestelde zetels in de galerij”, verklaart Olivier Stoffels, die verantwoordelijk is voor de promotie en de externe betrekkingen van de schouwburg. “In Namen, waar de zetels op de balkons een beetje naar het toneel zijn gericht, kan men dus spreken van een Italiaanse zaal die werd ontworpen in Franse stijl.

De Naamse schouwburg bleef gespaard tijdens de Eerste Wereldoorlog, maar had tijdens de W.O. II zwaar te lijden onder de bombardementen van augustus 1944. Daardoor moesten er grote renovatiewerken worden uitgevoerd aan wat de Grote Schouwburg of de Stadsschouwburg werd genoemd – tot koning Albert I in 1933 toestemming gaf om hem “Koninklijke Schouwburg” te noemen. Die werken werden aangevat in 1948. Maar het was pas in 1993 dat men aan de grote restauratiecampagne begon die er de huidige stradivarius van zou maken: een prachtige zaal met 800 plaatsen, die aangepast is aan de moderne technologieën en die wordt aangevuld met twee kleinere ruimten onder het toneel, namelijk het amfitheater en de studio.

De Abdij van Malonne en de Slachthuizen van Bomel

Tot het seizoen 2014-2015, beschikte de Koninklijke Schouwburg van Namen met de 400 m verder in de rue Rogier gelegen Manège over een tweede infrastructuur, die een ruwe ruimte, een rustiekere esthetiek en een kleinere capaciteit (300 plaatsen) bood, die meer geschikt was voor modernere voorstellingen en aan toneelspelers die minder gewend waren aan grote zalen. Maar die in 1856 op vraag van de Minister van Oorlog gebouwde ruimte, die eerst diende voor oefeningen van militaire ruiters (lansiers en later jagers te paard) en die nadien een garage en dan een opslagplaats werd, wordt momenteel gerenoveerd en kan dus niet worden gebruikt tot in 2019. Gelukkig beschikt het Cultureel centrum - Naamse Schouwburg vandaag met de Muzikale Abdij van Malonne over een zaal met een uitstekende akoestiek, zodat daar concerten kunnen worden gegeven. En de niet ver van het station gelegen Slachthuizen van Bomel hebben pas gerenoveerde gebouwen die geschikt zijn voor de activiteiten van zijn Culturele-Actiepool en zijn Expressie en Creativiteitscentrum.

Drie beloningen in 2016

De Naamse Schouwburg is ook een dramacentrum en dus een creatieve plek”, vervolgt de directeur. “Bij gebrek aan financiële middelen moeten we ons echter beperken tot één of twee stukken per jaar. Verleden jaar waren dat ‘Une veillée’ van Gary Kirkham en ‘Élisabeth II’ van Thomas Bernhard. Dit seizoen zijn het twee coproducties: ‘Tristesses’ (met de Luikse Schouwburg) en ‘Tableau d’une exposition’ (met de vzw Les gens de bonne compagnie).” In datzelfde register hebben de verantwoordelijken redenen om trots te zijn, aangezien de Naamse Schouwburg drie keer beloond werd op de ‘Prix de la Critique 2016’: ‘Tristesses’ kreeg de prijs voor de beste voorstelling, het duo Alexandre Trocki en Denis Lavant die voor de beste acteur in ‘Élisabeth II’ en in ‘Cold Blood’ van Jaco Van Dormael, en Michèle Anne De Mey en Thomas Gunzig die voor de beste artistieke en technische creatie. Een verrassende uitslag voor een team dat speelt in de... laagste afdeling!

Théâtre de Namur
Place du Théâtre, 2
B-5000 Namur
+32 (0)81 226 026
www.theatredenamur.be

EEN ECLECTISCHE PROGRAMMERING DIE 5000 ABONNEES VERLEIDT   
“De steden Charleroi, Bergen en vooral Luik krijgen veel meer culturele subsidies dan Namen. Hoewel wij slechts evenveel subsidie trekken als een kleine Brusselse schouwburg, slagen we er toch in om in eredivisie te spelen, want wij compenseren het tekort door veel bijdragen vanuit het publiek. Met zijn 5000 abonnementen en zijn 65.000 toeschouwers per jaar, staat de Naamse Schouwburg inzake bezoekersaantallen in de top 5 van de Federatie Wallonië-Brussel.” Patrick Colpé, de algemeen directeur van het Cultureel Centrum - Naamse Schouwburg, geeft toe dat hij dat te danken heeft aan een trouw publiek waarmee hij in de loop der jaren een bevoorrechte dialoog is aangegaan. “Sinds mijn aantreden in 1998 hebben wij er een gewoonte van gemaakt naar een 80-tal huizen in de streek te gaan om daar ons seizoen voor te stellen aan de abonnees en om er naar hun mening te luisteren. Wij zijn de enige schouwburg die dat doet. Terwijl het publiek toentertijd erkende dat het niet goed kon oordelen over toneel, is het nu zeer rijp geworden. Het heeft ons duidelijk laten weten dat het geen vedetten vraagt, maar afwisselende opvoeringen van goede kwaliteit.”

 

OPGELEID DOOR ARMAND DELCAMPE

 

Patrick Colpé werd in het vak opgeleid door Armand Delcampe, de directeur van het Atelier Théâtre Jean Vilar (Louvain-la-Neuve) en werkte 13 jaar samen met zijn leermeester. Hij voelt zich evenzeer op zijn gemak in het socioculturele milieu als bij het beroepstoneel. Hij geeft toe dat hij bij het programmeren slechts één leidraad volgt, namelijk eclecticisme. Zo brengt de Naamse Schouwburg elk seizoen een gevarieerd aanbod van bijna 70 voorstellingen en concerten. En wel voor alle smaken. “Het zou jammer zijn indien we slechts één kleur in de programmering hadden, want we zijn allemaal dissonant”, stelt de man uit Jambes. “We kunnen van thrillers houden, maar ook van humor. Van sociale drama’s en tegelijk van circus of dans. Daarom trachten we de genres af te wisselen. Zo hebben we in het begin van dit seizoen ‘Tristesses’ op het programma gezet, een tamelijk hard stuk van Anne-Cécile Vandalem, tussen het optreden van James Thierrée – de kleinzoon van Charlie Chaplin – en drie korte stukken van Feydeau, waarna we verder gaan met ‘La femme rompue’ van Simone de Beauvoir, met Josiane Balasko.“ Voor het seizoen 2017-2018 hebben de directeur en zijn team een voorlopig programma opgemaakt met verscheidene stukken over grote actuele kwesties zoals immigratie, vrije handel, milieu, oorlog, moordpartijen in scholen... “Maar we zoeken nog opvoeringen die mensen samenbrengen, die geestdrift kunnen wekken, zoals de stukken van Molière, de creaties van Jaco Van Dormael, het circus…” In de loop der seizoenen heeft de Naamse Schouwburg bevoorrechte relaties aangeknoopt met enkele artiesten en regisseurs zoals de Belgen Anne-Cécile Vandalem en Fabrice Murgia, de Zwitser James Thierrée, de Franse Aurore Fattier, de Libanese Canadees Wajdi Mouawad en de Brit Declan Donnellan. De instelling heeft ook vriendschap gesloten met de partners van het eerste uur, zoals het Canadese circus Eloize en het Franse circus Plume, dat in mei 2019 naar Namen zal komen met zijn laatste programma vóór het ermee stopt – toevallig zal die voorstelling samenvallen met het afscheid van Patrick Colpé.

 

  • /
  • /
  • /

WorldSkills, dat gekend is voor zijn Beroepenolympiade, vormt het internationale uitstalraam van de manuele, technische en technologische beroepen. Maar het is veel méér dan een reekskampioenschappen...

 

Achter de algemene benaming WorldSkills schuilt om te beginnen een hele geschiedenis. Spanje organiseert in 1950 de eerste internationale beroepenwedstrijd. Dat initiatief wordt de volgende jaren overgenomen door verscheidene Europese landen, waaronder België. We moeten echterwachten tot in 2005 en de internationale wedstrijd in Helsinki, voordat de beweging zich sterk uitbreidt – het aantal deelnemende landen en mededingers is sindsdien verdubbeld – en de organisatie haar huidige vorm aanneemt.

 

Twee handen en een knap stel hersenen

De wedstrijden, die goed worden gevolgd en verslagen door de media, zijn slechts het topje van de ijsberg. Tegelijk voert WorldSkills Belgium op de achtergrond minder gemediatiseerd werk uit om duurzame steun te verlenen aan beroepsopleidingen voor de jeugd, door veel bijeenkomsten te organiseren waarop men beroepen kan ontdekken. Met de slogan “De toekomst ligt in beidehanden”, wil de vereniging niet alleen aantonen dat de wereldeconomie niet zonder geschoolde handenarbeiders kan, aan wie ze een stabiele toekomst biedt, maar ook dat manuele, technische en technologische beroepen veel persoonlijke ontplooiingskansen inhouden. Het is frustrerendopleidingen te steunen, die, ondanks hun grote toegevoegde waarde, niet altijd de verdiende faam hebben. Vooroordelen zijn taai en veel mensen denken dat je de maatschappelijke ladder enkel kan opklimmen via algemeen vormende en academische studies. WorldSkills Belgium moet jongeren er dus van overtuigen dat ze ook met een manueel beroep een geslaagd leven kunnen hebben. Maar de geesten schijnen langzamerhand te evolueren, als men ziet dat er in de Duitstalige gemeenschap van België een zeer goed ontwikkeld systeem van afwisselend (of duaal) onderricht bestaat, dat flink uitbreiding neemt. Eén voet op school en één voet in het bedrijfsleven: zou dat de oplossing zijn? Ja, dat is ondertussen al bewezen! Tegelijk werken en een algemene opleiding genieten, staat borg voor een motiverende vorming die op uitmuntendheid mikt. “Ik zou wel eens willen zien hoe een tegelzetter een nauwkeurig bestek zal opmaken, als hij niets van meetkunde kent. Hoe kun je technisch tekenaar worden en met een computer werken, als je geen in het Engels opgestelde didactische software kunt gebruiken en niet weet wat een algoritme en een integraal zijn”, vraagt Francis Hourant, directeur bij WorldSkills Belgium, zich af. Het antwoord kent hij. De kampioenen,meer bepaald de gouden-medaillewinnaars, zijn jongeren die uitstekende resultaten halen in de algemene vakken. Die vaststelling geldt ook voor het aanleren van vreemde talen, die ze volgens de mededingers veel te weinig kennen om open te staan voor de wereld.

Aan de overheid legde Francis Hourant indertijd als volgt uit wat de kracht van deskundigheid is: “Mijnheer de Minister, u kunt een windmolen laten ontwerpen door de beste ingenieurs ter wereld, maar zonder lasser, kraanmachinist en elektromechanicus, zal uw windmolen slechts op papierbestaan”.

 

Zeg niet meer automonteur, maar mechatronicus

WorldSkills International heeft ambitie, net zoals zijn mededingers. Het wil de internationale “hub” of uitwisselingsplaats worden voor informatie over beroepen en beroepsopleidingen. De competities vormen een kostbaar instrument om dat doel te bereiken, aangezien ze kunnen doen nadenken over de evolutie van die beroepsopleidingen. Dat is precies zoals op de Olympische Spelen, waar nieuwe sporten opduiken, terwijl er andere verdwijnen omdat ze niet meer worden beoefend. “Wij stellen dezelfde vraag. Welke nieuwe beroepen zijn representatief voor de economische behoeftes? Zodat we die in onze wedstrijden kunnen opnemen. Uit een Forem-onderzoek blijkt dat 50 % van de kinderen die nu worden geboren, een beroep zal uitoefenen dat vandaag nog niet bestaat. Dat is van belangvoor jongeren die een studierichting zoeken. Ik geef u een voorbeeld. Een jongere die vandaag steenhouwer of drukker wil worden, moet beseffen dat hij waarschijnlijk meer in een artistieke richting zal evolueren. Als hij zich wil toeleggen op mechanica en engineering, zal hij geen automonteur meer zijn, maar een elektromechanicus of mechatronicus. Beroepen verdwijnen en maken plaats voor andere”.

WorldSkills ontdekt dergelijke trends, die beantwoorden aan de huidige en toekomstige economische behoeften. Die informatie zou idealiter in de scholen moeten worden verspreid, onder meer dankzij het werk van de deskundigen van de vereniging (leraars, opleiders, zelfstandigen). In België trachten wij de beroepsopleidingen te informeren en te laten profiteren van de technische en pedagogischeervaring die de experts opdeden dankzij de contacten die ze, naar aanleiding van de wedstrijden, zowel in België als in het buitenland hebben. Dat lukt nog niet zoals we het zouden willen, maar er is beterschap”.

 

Op de hoogste trede van het podium

Finland is ongetwijfeld het land dat alles wat opvoeding en opleiding aangaat, het best begrepen heeft. De Finnen hebben een Academie opgericht om de WorldSkillswedstrijden te gebruiken als pedagogisch instrument. Zo worden de Finse deskundigen die de finalisten begeleiden op EuroSkillsof WorldSkills, verzocht uit te kijken naar wat er in het buitenland voor interessants gebeurt inzake de opleiding voor manuele beroepen, om dan hun eigen opvoedingsysteem aan te passen en teverbeteren. WorldSkills Belgium wil het systeem van de Finse communicerende vaten in België invoeren. Volgens Francis Hourant moet er de vier volgende jaren naar gestreefd worden dat de deskundigen en juryleden hun ervaring in hun wederzijdse specialiteiten met elkaar zouden delen. “Wij hebben veel te bieden aan ons onderwijssysteem. Dankzij onze internationale uitwisselingsdynamiek kunnen wij onze deskundigheden inzake vakkennis voortdurend evalueren en verbeteren”.

 

Belgian Team EuroSkills 2016

Op naar Göteborg! Na de Beroepenolympiade 2015 in São Paulo, is dit jaar volgens het afwisselingsprincipe gewijd aan de regionale kampioenschappen. Er is dus een EuroSkills-competitie gepland voor de geselecteerden van het Belgian Team 2016. Aan het einde van een langeliminatieproces, krijgen 25 jongeren een ticket voor Zweden. Een onverbiddelijke selectie, want er hadden zich liefst 752 kandidaten ingeschreven voor de preselecties. De 90 finalisten van de Startech’s Days (drie medailles: goud, zilver en brons, voor 30 beroepen) kregen niet enkel een unieke technische opleiding van de deskundigen, maar voor de eerste keer in de geschiedenis van de competitie kregen ze ook een vorming inzake soft skills, dat wil zeggen in persoonlijk management. Kunnen zijn is even belangrijk als kunnen doen. De motivering, het vermogen en de wil om te leren, de technische vorderingsmarge, stressmanagement, teamgeest... allemaal factoren die door de teamleiders werden geëvalueerd en waarmee rekening werd gehouden om de onder de 90medaillewinnaars diegene te kiezen, die België en hun beroep zullen vertegenwoordigen in Göteborg.

En het is niet noodzakelijk de winnaar van een gouden medaille, die zal vertrekken. De tijdens de opleiding verworven uitmuntendheid is één ding, lichamelijk en mentaal standhouden ten aanzien van de eisen van een competitie is een ander. Interessant om weten is overigens dat uit een bij de finalisten gehouden enquête blijkt dat 90 % van de finalisten van de Startech’s Days zich daarvoor inschreven om bijkomende professionele en menselijke ervaring op te doen en niet op de eerste plaats om naar het buitenland te kunnen gaan. Een jongere die aan het nationale beroepenkampioenschap deelneemt, wint trouwens één tot twee jaar aan ervaring. Indien hij voor Europa of voor de wereld wordt geselecteerd, maakt hij een kwalitatieve sprong voorwaarts van vijf jaar. In één keer!

 

Gaan de technische beroepen voldoende digitaal?

In Namen zal er in 2017 een internationale conferentie plaatsvinden om de impact te benadrukken die de digitale maatschappij heeft op de opleiding en op de technische beroepen. Een uitwisseling van de opvattingen en ervaringen van de leden van WorldSkills met die van onze regionale actoren, op een symbolische plaats, het kasteel van Namen, een praktijkschool die met de hotelschool van de Provincie verbonden is.

 

INLICHTINGEN: 
WorldSkills Belgium
Square Masson, 1/15
B-5000 Namur
+32 (0)81 40 86 10
 

www.worldskillsbelgium.be


BARTHÉLÉMY DEUTSCH “dekt opnieuw de tafel”

Barthélémy is de kampioen van de zaaldienst. Hij wil vooruitkomen en heeft de door WorldSkillsgeboden kansen gegrepen om heel ver te gaan... In 2013 won hij goud op de Startech’s Days. Toen hij 20 was, nam hij deel aan de Olympiade in Leipzig. Hij won geen medaille, maar werd opgemerkt door het beroemde Engelse restaurant ‘The Fat Duck’, dat hem in dienst nam. Ironisch genoeg slaagde Barthélémy niet in Leipzig, omdat hij de Engelse instructies niet begreep! Hij werd perfect tweetalig (en rangkelner) en doorkruiste de wereld om nog meer bij te leren. Hij wordt 23 en mist decompetitie. Opnieuw neemt hij deel aan de Startech’s Day 2016, wint weer goud en hoopt voor deEuroSkills in Göteborg te worden geselecteerd (n.v.d.r.: de beslissing wordt verwacht wanneer wij terperse gaan). Winnaar is hij al. “Dit jaar won ik niet alleen een medaille, maar kreeg ik ook eenbuitengewone opleiding die mijn bekwaamheden tot buiten mijn beroep aanscherpen. MetDominique Bal, onze deskundige, hebben we deelgenomen aan de Belgische cocktailfinale. Zo leerden we nieuwe technieken aan, en werken met producten en onze kennis op vlak van smakenverbeteren. We werden opgeleid door de vroegere hoofdkelner van het koninklijk paleis, die ons leerde wat het protocol was en hoe we een tafel perfect moeten dekken. In het restaurant ‘Comme chez soi’ was het mijnheer Jacques die ons uitlegde hoe we goed met de klanten moeten omgaan. Dat zijn onschatbare zaken, die van mij een betere mededinger en vakman zullen maken”. Negen kampioenen uit alle werelddelen, die door WorldSkills worden gekozen op basis van eenkandidaatsdossier, zijn twee jaar lang de internationale ambassadeurs van het WorldSkills-project.Barthélémy Deutsch maakt deel uit van die WorldSkills Champions Trust en krijgt als bonus internationale opleidingen. Zijn doel? De waarden van WorldSkills hier en elders doorgeven. 

 

ANAÏS PIRARTeen inspiratiebron

Haar school, de Provinciale Middelbare School van Andenne, is trots op haar. Anais is (terecht) ooktrots op zichzelf. Maar vooral omdat ze “goud heeft gewonnen op het nationaal kampioenschap‘haarkappen’ en het de leerlingen van de lagere klassen motiveert”, zegt ze in alle eenvoud. Anais, dienaar het Europees kampioenschap hoopt te mogen gaan, is echter geen vedette, maar een voorbeelddat kan worden nagevolgd door jongeren die aan de Startech’s Days willen deelnemen om hun beroep tot zijn recht te doen komen. De 19–jarige Anais volgt het laatste jaar haarkappen. Toen ze 17 was, had ze al eens deelgenomen aan de nationale selectie. “Een eerste wedstrijd, een eerste ervaring waardoor ik gegroeid ben. Ik hou van wedstrijden want die motiveren me”. Anais heeft zopas het vormingsweekend voor soft skills gevolgd en ze wacht nu rustig de beslissing van WorldSkills Belgium af. Naar Göteborg of niet? “Ik geloof erin, maar als ik niet word geselecteerd voor het Belgian Team, is dat niet erg. Ik heb zelfvertrouwen opgebouwd en geleerd dat werken altijd resultaten oplevert”.

 


WORLDSKILLS, EEN STRUCTUUR MET DRIE NIVEAUS

01. Wereld: WorldSkills International (WSI) telt 75 lidstaten die wereldwijd verspreid zijn over vijf regio’s. De organisatie vertegenwoordigt 70 % van de wereldbevolking.

02. Regionaal: de lidstaten van WSI zijn verspreid over vijf regio’s (Europa, Amerika, Oceanië, Azië ende landen aan de Arabische Golf). Het is de bedoeling binnenkort een zesde regio op te richten, namelijk de Afrikaanse. België behoort tot de Europese regio, WorldSkills Europe (WSE), die 28 landen telt.

03. Nationaal: elke lidstaat wordt vertegenwoordigd door een op internationaal en regionaal niveau geaccrediteerde organisatie. WorldSkills Belgium is in België de officiële vertegenwoordiger van WorldSkills International en WorldSkills Europe.

Goud, zilver en brons 

De kampioenschappen worden op de drie niveaus van de structuur georganiseerd. België organiseert elk jaar een nationaal beroepenkampioenschap, de Startech’s Days. Het Belgian Team (dat gekozen wordt uit de medaillewinnaars van de Startech’s Days) neemt afwisselend deel aan het Europees kampioenschap (EuroSkills) tijdens de pare jaren (elke lidstaat neemt deel in zijn eigen regio) en aan de mondiale Beroepenolympiade (Worldskills) tijdens de onpare jaren. Elke nationale finalist mag maar één keer deelnemen aan een regionale competitie en aan een wereldwijde, binnen de leeftijdsgrens (maximum 25 jaar in het jaar van de Europesewedstrijd en 22 jaar voor de wereldwijde). EuroSkills Göteborg (Zweden) zal van 29 november tot 1 december 2016 het Belgian Team 2016 verwelkomen. In oktober 2017 zal de 44e Beroepenolympiade in Abu Dhabi worden georganiseerd.


ON NOTICE

Een beroep is on notice, dat wil zeggen ‘in gevaar’, wanneer minder dan twaalf landen zich daarmee voor een competitie inschrijven op wereldvlak en minder dan zeven op regionaal vlak. Wanneer de toestand zich opnieuw voordoet bij de volgende competities, verdwijnt het beroep. Dat is het geval voor het drukkersberoep, dat op Europees vlak al verdwenen is. Aan de Beroepenolympiade 2015 inSao Paulo nemen slechts elf beroepen aan de competitie deel. Het beroep van drukker is dus on notice en over het lot ervan zal in 2017 worden beslist naar aanleiding van de volgende Olympia, in Abu Dhabi. Steenhouwen bevindt zich in hetzelfde geval. Daarentegen proberen nieuwe beroepen zich te doen gelden, bijvoorbeeld logistiek management, aquatronic (water management) en game development (het creëren van videospellen).


DE WORLDSKILLSCOMPETITIES, DAT IS EEN BEETJE HET LEVEN IN HET KORT

Jean-Claude Raskin is al een twintigtal jaar een specialist inzake persoonlijke ontwikkeling. Alsmentale coach begeleidt hij het Belgian Team op het vlak van algemene communicatie, vanstressmanagement en van motivering van de jongeren vóór en na de competities. “De wedstrijd gaat op de eerste plaats tegen jezelf. Wat ik de jongeren vraag, is dat ze zich zouden overtreffen, niet om de anderen te verpletteren, maar om trots te kunnen zijn op zichzelf. Ongeacht de uitslag, kunnen ze dankzij die houding niet (te zeer) ontgoocheld zijn, wanneer ze niet op het podium mogen staan.Voor het selecteren van de medaillewinnaars van de Startech’s Days helpen mijn collega’s en ikzelf de technische deskundigen om, in geval van twijfel, de jongeren te identificeren die aan de regionale ofwereldwijde competitie zullen deelnemen. Het kan zijn dat een jongere die uitblinkt in zijn beroep, naeen weekend vol sportieve, mentale en psychologische proeven heel slecht tegen druk blijkt te kunnen”. Of geen tucht kan verdragen!

Videos

In februari 2015 werd op de spits van de Citadel, op de Papenmuts, een monumentaal bronzen beeldhouwwerk van de hand van Jan Fabre geplaatst. Het heet Searching for Utopia, maar staat in Namen beter bekend als “de schildpad”. Het werk is trouwens het embleem geworden van de tentoonstelling Facing time. Rops / Fabre, die op 30 augustus jongstleden werd afgesloten in het Félicien Ropsmuseum. Op enkele maanden tijd verwierf het werk van deze kunstenaar een uitgelezen plaats in de Waalse hoofdstad. Zozeer zelfs, dat de stad en haar inwoners het werk willen behouden. En nu is het officieel: de schildpad maakt voortaan deel uit van het Naamse landschap! Ze blijft veel toeristen en gezinnen intrigeren. Een ding is zeker: Rebecca Evrard, een amateurfotografe uit de streek, heeft ze niet gemist... tot ons groot genoegen!

 

www.museerops.be

De Naamse ‘hotelcampus’, die momenteel een opknapbeurt krijgt, zet werkelijk alle middelen in. De leerlingen beschikken er namelijk over een unieke leeromgeving, bestaande uit een prestigieus hotel en een gastronomisch restaurant.

Op 8 juli 1891 ondertekent koning Leopold II het arrest dat de Citadel als vesting declasseert en haar officieel aan de stad Namen overdraagt. De Citadel (met uitzondering van de Médiane en Terra Nova) heeft haar strategisch belang helemaal verloren en wordt gedemilitariseerd. De koning ziet reeds het toeristische potentieel van deze historische site. In 1893 stelt een Brusselse aannemer voor er een hotel met hydrotherapie te bouwen en tuinen aan te leggen. Het plaatje wordt vervolledigd door een kabelbaan en een tram die het hotel moet verbinden met enerzijds de voet van de vesting (aan de kant van de Maas) en anderzijds het station van Namen. De stad wordt belast met het aanleggen van rijwegen (Route Merveilleuse en Route des Panoramas), die elk een helling van de heuvel opklimmen. Er wordt een naamloze vennootschap opgericht, Namur Citadelle, belast met de uitvoering van de werkzaamheden en het beheer van het toeristische complex. Op 21 mei 1899 opent het Grand Hôtel de la Citadelle zijn deuren, ook al is het nog niet afgewerkt. De ‘Guide du Touriste et du Cycliste’ van die tijd schrijft : ‘Op de heuvels van de Citadel vind je een comfortabele kamer zonder al te veel luxe die veel kost maar niets toevoegt, met koud en warm water op elke verdieping en voortdurend liften…’ De middelen geraken evenwel uitgeput en de uitbater, die zich in een precaire situatie bevindt, vraagt aan de stad de concessie over te nemen. Op 8 juli 1911 wordt de verkoopakte getekend. Het hotel wordt vernieuwd en opent op 8 april 1914 opnieuw de deuren. In dat jaar luiden de doodsklokken. Op 23 augustus wordt het Grand Hôtel gebombardeerd, het zal gedurende twee volle dagen smeulen. Gedaan met het hotel, dat een van de eerste was om de Citadel in te nemen.

Hotelcampus

Pas in het jaar 1930 wordt gestart met nieuwe werkzaamheden op de plaats van het verwoeste hotel: ze luiden het begin in van wat het Château de Namur zal worden. De eigenaar van wat dan hotel Amigo heet, is beperkt in zijn uitbreidingsplannen door de architectuur van het gebouw (een onbruikbare immense overdekte ruimte) en stelt aan de enkele meters lager gelegen hotelschool voor om de ruimte te beheren. Het is de gelegenheid voor de school om een prestigieus hotel-restaurant aan de school te verbinden. Tegelijk kan Namen een goed afstaan (erfpacht) aan de provincie dat de stad veel kost. Zo ontwikkelt er zich sinds 1978 op de top van de Citadel een ‘hotelcampus’ die uniek is voor de Waalse Gemeenschap: een middelbare school met beroepsopleiding, een hogeschool voor hotelmanagement (bachelor) en een praktijkschool waar enkel stage wordt gelopen. Er is nog geen master, maar daar wordt over nagedacht. ‘Een hotelcampus die even volledig is als de onze bestaat nergens anders’, zegt de bescheiden en tegelijk trotse Cédric Vandervaeren, directeur van Château de Namur, docent in de bacheloropleiding Hotelmanagement en ex-leerling van de campus, net als Pierre Résimont van L’Eau vive in Arbre of Lionel Rigolet en Laurence Wynants van Comme chez soi in Brussel. Het zijn referenties die kunnen tellen. Alle afgestudeerden hebben tijdens hun opleiding verplicht stage gelopen in het Château de Namur. Daar houden beroepsmensen uit de horeca er een pedagogische aanpak op na die hen helpt de stagiairs op te leiden en op een coherente en optimale manier te beoordelen. ‘In het Kasteel laten we de studenten proeven van het vak. In de horeca geven veel gediplomeerden het in het eerste jaar van hun beroepsleven op. De schok is te groot. Een praktijkschool is er om dat te vermijden.’ Nog een andere troef van de praktijkschool: de kennismaking met echte klanten. ‘Château de Namur is niet het restaurant van de school. Het is een echt viersterrenhotel met een gastronomisch restaurant. We kunnen ons geen fouten veroorloven of iets opdienen dat slecht is bereid.’ De boodschap lijkt over te komen, als we de toewijding zien van de jonge mensen met witte bloes en zwarte vlinderdas. De maître d’hôtel is nooit ver weg en houdt discreet een oogje in ’t zeil.

Voor wie zijn moed wil testen

Tijdens de bacheloropleiding staat de technische vorming centraal. De vakken bedrijfsbeheer, marketing, financieel beheer en informaticasoftware voor het hotelwezen vormen de basis van de opleiding, naast personeelsmanagement en het leren van vreemde talen. Dienstverlening en menselijke contacten staan immers voorop in dit beroep. ‘Ik zet de studenten aan om creatief te zijn. In het kasteel bevonden zich ongebruikte kelders die ik zonder kosten rendabel wilde maken. Tijdens de lessen hebben we samen nagedacht en de winnende oplossing gevonden: we hebben een “deal” gesloten met een Brussels bedrijf dat gespecialiseerd is in teambuilding. Zij hebben er een infrastructuur genre Fort Boyard ingericht, Fort Bayard genoemd (we zitten dan ook in Namen).’ Alles is aanwezig: tokkelbaan, spelleiders, spinnenweb, rook… Sinds de opening is het een gigantisch succes. Maar aangezien geniale ideeën een kort leven beschoren is, breken de docent en zijn studenten zich al het hoofd over het vervolg. ‘Ik vraag me af hoe een hogeschool die niet over onze uitrusting beschikt, leerlingen in contact brengt met de realiteit. Alleen maar via boeken?’ Goede vraag!

 

Château de Namur

Avenue de l’Ermitage 1

B-5000 Namur 

+32 (0)81.72 99 00

[email protected] www.chateaudenamur.com

Aan de samenloop van Samber en Maas ligt de Citadel van Namen. Ze lijkt wel een schip in een droogdok. Haar ‘boeg’ domineert de Grognon, een zandbank vol geschiedenis. De kanonnen spuwen geen vuur meer, de rust is hersteld en de Citadel verheugt zich over de inspanningen die tegenwoordig worden gedaan om haar in stand te houden.

‘Toen ik in 2009 in dienst kwam van de Dienst Citadel was het al even geleden dat de vestingmuren nog werden gerestaureerd’, vertelt Jean-Sébastien Misson, historicus en hoofd van de Dienst Citadel. ‘Hun erbarmelijke staat was niemand ontgaan. Om een aanvraag tot tegemoetkoming van het Waalse Gewest te onderbouwen, bestelden we in 2010 bij een Parijs architectenbureau dat gespecialiseerd is in militaire architectuur een gedetailleerde studie over de staat van de muren.’ Die studie bracht 50.000 m2 muren in kaart, waarbij voor elke vestingmuur een beschrijving werd opgesteld met de maatregelen die moesten genomen worden en een kostenraming. Een fameus prijskaartje! De restauratie van een enkel stuk muur werd op 24 miljoen euro geraamd. ‘Door die diagnose kon niet alleen worden aangetoond dat de muren dringend aan herstelling toe waren, maar werd ook een algemeen renovatieprogramma voor 10 jaar vastgelegd.’ Vanaf 2011 startten omvangrijke werken, de belangrijkste sinds de Citadel als site werd beschermd (afgerond in november 2012): 5000 m2 vestingmuren werden in één keer gerestaureerd. Een tweede golf werkzaamheden van archeologische waarde volgde (afgerond in 2014) en leidde tot de restauratie van de Porte de Médiane. Een specifiek restauratieproject ontsluierde een intact gebleven deel van de burcht van de graven van Namen en maakte dat stuk ook gedeeltelijk toegankelijk: een middeleeuwse toren uit de 14de eeuw. Tijdens die werkzaamheden werden de ovens van een ondergrondse bakkerij, ingericht ten tijde van de Hollanders, ontdekt en gerestaureerd. Die bakkerij is vandaag toegankelijk bij bepaalde gelegenheden, zoals het proeven van wijnen uit Namen of door Naamse wijnbouwers gemaakt. In samenwerking met de Brasserie du Bocq wordt in een oude bunker van de Citadel een gelijksoortige activiteit georganiseerd rond bieren, waaronder het troebele witbier van Namen.

Die werkzaamheden waren het startschot om de restauratie van de Citadel nieuw leven in te blazen, een opleving die wordt geruggensteund door een raamovereenkomst van € 10.000.000. De beslissing werd eind 2013 door de Waalse regering genomen en in de lente van 2014 werd de overeenkomst getekend. Maxime Prévot, de nieuwe minister van Erfgoed en zelf afkomstig van Namen, kon niet anders dan hierop ingaan. Sindsdien volgen de werkzaamheden elkaar op, stellingen worden opgebouwd en afgebroken voor een grondige opknapbeurt van de vestingmuren en –werken van de Citadel. In 2018 zouden de werken klaar moeten zijn.

Ondergrondse gangen

Voor de goede zaak zullen de ‘Grands souterrains’, de onderaardse gangen waarvan ongeveer 600 meter kan worden bezocht, eind dit jaar worden gesloten. Er zullen noodzakelijke herstellingswerkzaamheden worden uitgevoerd voor de duurzaamheid van het monument en de veiligheid van de bezoekers. Daarbij zal ook het probleem van insijpelend water, kenmerkend voor dergelijk ondergronds netwerk, worden aangepakt. Het grootste deel van de stukken die worden bezocht, stamt uit de Nederlandse periode, maar sommige zones getuigen nog van de tijd van Vauban. Bovendien heeft het Belgische leger de ondergrondse ruimten in de periode tussen de twee wereldoorlogen getransformeerd door zones in te richten die bestand moesten zijn tegen aanvallen met irriterende gassen (zoals mosterdgas), beducht als men was voor de gevolgen ervan. De wanden van bepaalde zones werden dus gegunniteerd en er werden zelfs nieuwe ondergrondse ruimten gegraven, waarvan de muren eveneens werden gegunniteerd om ze ondoor dringbaar te maken. De resten van het ventilatiesysteem (luchtdrukregeling) bedoeld om vervuilde lucht te vervangen door verse en de gassen naar buiten af te voeren, zijn nog steeds zichtbaar. Op het einde van de restauratiewerkzaamheden van de ‘Grands souterrains’ zal een mise-en-scène worden gecreëerd, die in 2017 klaar zal zijn. Onder leiding van een gids zal de bezoeker er verschillende taferelen ontdekken die hem zullen terugvoeren naar het verleden van ‘Europa’s mierennest’ zoals Napoleon de Citadel noemde.

Reis naar het hart van 2000 jaar Naamse geschiedenis

Op 26 juni, voor de ondergrondse gangen weer bezocht kunnen worden, zal een langverwachte ruimte de deuren openen: het nieuwe bezoekerscentrum van de Citadel van Namen. Aan de hand van een ludieke, moderne enscenering zal het centrum een beeld schetsen van de totstandkoming van de site en van het Naamse landschap, evenals van 2000 jaar Naamse geschiedenis, van de Romeinse periode tot de dag van vandaag. Ook de uitdagingen op gebied van erfgoed en urbanisatie van de Citadel en de stad zullen aan bod komen. Zo’n informatiecentrum ontbrak deerlijk, sinds de site voor het publiek werd geopend.

Na de opening van deze ruimte kunnen bezoekers in de maand juli (op vrijdag-, zaterdag- en zondagavond) genieten van het klank- en lichtspel Waterloo, The day after. De show vertelt het verhaal van de terugtocht naar Frankrijk (via Namen) van de napoleontische troepen onder leiding van generaal Grouchy, na de nederlaag van Napoleon in Waterloo. Hadden we de Citadel toen kunnen zien, dan was dat een citadel in verval geweest. Na de beslissing van Jozef II in 1782 (bevestigd door Napoleon in 1801) om alle vestingsteden op zijn grondgebied te demilitariseren zodat kortere en minder dure veldslagen op open veld konden worden gevoerd in plaats van belegeringen voor hoge vestingmuren, was de Citadel van Namen immers een ruïne, een steengroeve in openlucht. Pas tijdens het Hollandse bewind (1815- 1830) werden de zaken weer aangepakt. Na de nederlaag van Napoleon bouwden de Hollanders, op basis van een door de Hertog van Wellington ingegeven plan, een verdedigingslinie op de zuidelijke grens van het nieuwe Koninkrijk der Nederlanden. Die moest Frankrijk elke expansionistische neiging ontraden. Overeenkomstig dit plan bouwden ze de Citadel weer op. De huidige Citadel is dus voor 90% een Hollandse bouwwerk uit de eerste helft van de 19de eeuw en dus helemaal geen vestingwerk van Vauban. Tot zover die mythe.

www.citadelle.namur.be

 

HISTORISCH OVERZICHT

3de eeuw Sinds de derde eeuw van onze tijdrekening al bevindt er zich een versterking op het rotsuitsteeksel dat boven de samenloop van Samber en Maas, en het Gallo-Romeinse dorpje uittorent. Van de 9de tot de 15de eeuw ontstaat er een indrukwekkende vesting, waar de graven van Namen hun hoofdverblijf maken.

15de eeuw In 1429 verwerft Filips de Goede, hertog van Bourgondië, het graafschap Namen. In 1477 trouwt Maria van Bourgondië met Maximiliaan van Oostenrijk. Als zij in 1482 sterft, behoort Namen tot het Huis Habsburg. De ontwikkelingen in de artillerie en de spanningen tussen het Habsburgse Rijk en de Franse koningen dragen verder bij tot de uitsluitend militaire bestemming van de site, die verandert in een indrukwekkende citadel.

16de eeuw Keizer Karel fi nanciert een eerste uitbreiding van de vesting tussen 1542 en 1559 (tegenwoordig de ‘Médiane’). Vanaf 1631 zetten de koningen van Spanje het werk voort met een nieuwe uitbreiding (Terra Nova). De Citadel breidt haar verdediging verder uit tijdens de confl icten tussen Lodewijk XIV en zijn buren. Ze bereikt dan haar maximale oppervlakte (80 ha).

18de eeuw In 1782 onder keizer Jozef II en in 1801 onder Napoleon geraakt de Citadel van Namen in onbruik. Na de nederlaag van Napoleon en het uitroepen van het Koninkrijk der Nederlanden in 1815 begint het Hollandse bewind een verdedigingslinie te bouwen om Frankrijk binnen zijn grenzen te houden.

19de eeuw Na de onafh ankelijkheid van België in 1831 worden die bouwwerken aangevuld met nieuwe militaire gebouwen (kazernement). In 1893, wanneer de Maasvallei zich als vakantiebestemming ontwikkelt, staat de Belgische staat de terreinen buiten de vestingstad af aan de stad Namen. Het Grand Hôtel vestigt zich op een deel ervan (zie artikel over het kasteel van Namen).

20ste eeuw In 1975 wordt na de aanpalende gronden ook de vesting (ongeveer 10 ha) door het Belgische leger aan de stad Namen overgedragen. In 1978 opent de vzw Comité Animation, die de vesting met weinig middelen beheert, voor het eerst de deuren voor het publiek. Het is wachten tot de Citadel eerst als site (1991) en vervolgens als monument (1996) wordt beschermd, en ten slotte op de lijst van uitzonderlijk onroerend erfgoed van het Waalse Gewest (1999) komt te staan, voor de stad Namen zich toelegt op de ontwikkeling ervan en een gemeentelijke dienst opricht die naast het Comité Animation Citadelle ASBL (animatie en exploitatie van de Citadel als toeristisch product) belast is met het beheer van de vesting qua materiële en fysieke aspecten − een welkome beslissing voor de oude bemoste stenen, die best wat renovatie konden gebruiken.  

Your opinion counts