- Portrait
Door Joéllie Sprumont
« Als was dit de eerste dag!»
Hij fietst al meer dan twintig jaar langs de routes van RAVeL, hij reist naar het einde van de wereld om Belgen te ontmoeten die daar het geluk hebben gevonden, hij is de bezieler van Belgodyssee, een reportagewedstrijd voor jonge journalisten, Franstalige en Nederlandstalige… Adrien Joveneau neemt veel hooi op zijn vork en hij denkt niet aan minderen. Een ontmoeting met een presentator en radiomaker die verliefd is op het leven, passioneel, als was dit zijn eerste dag.
©RTBF
U bent al sinds 1985 verbonden aan de RTBF. Hoe kwam u bij de radio terecht?
A.J. — Als tiener waren paarden mijn passie. Eerst wilde ik rijinstructeur worden, later werd dat veearts. Tot mijn leraar Frans voor de laatstejaars van de humaniora een voorstelling organiseerde rond de Franse dichter Jacques Prévert en ik de presentatie mocht doen. Na de voorstelling heb ik tegen mijn ouders gezegd: “Ik ga niet naar de veeartsenijschool, ik wil op een podium staan.” Hun antwoord was: “Jij bent goed gek, dat is geen echt beroep!” Uiteindelijk zijn we tot dit compromis gekomen: communicatiewetenschappen. Aan het eind van het middelbaar was het zo ineens beslist. Toen ik dan eind jaren 70 aan het IHECS begon, was dat de tijd van de vrije radio. Ik wist direct: dat wil ik doen, dat is mijn ding, daar wil ik mijn beroep van maken! De radio en ik, we hebben elkaar sindsdien nooit meer losgelaten.
Wat trok er u zo aan in de vrije radio ?
A.J. — Dat was de verboden vrucht. Vrije radio’s zonden illegaal uit op FM. Die piraterij, dat rebelse kantje beviel mij wel. Samen met enkele vrienden kochten we een zender en deden iets wat nog niet was gedaan. Die pioniersspirit heb ik altijd hooggehouden. Ik durf te denken dat ik ook bij de RTBF uitzendingen maak die eruit springen. Ik ben nog altijd die doordouwer van toen.
Na de vrije radio bent u overgestapt naar de RTBF.
A.J. — Het was niet gemakkelijk om bij de RTBF binnen te geraken. Het was mijn droom om van mijn passie te leven, maar bij de vrije radio betaalde ik om radio te maken. In het begin had ik geen vaste job. Ik deed hier en daar opdrachten. Ik werkte als opvoeder, later als leraar. Ik was ook zes maanden animator in een vakantieclub in Griekenland. Tot dan was ik een bedeesde en introverte kerel, die job heeft me van mijn complexen verlost. Het heeft me een zeker zelfvertrouwen gegeven, ik voelde me bevrijd. Toen ik dan terug naar België kwam, kreeg ik eindelijk een contract bij de RTBF.
In het begin was je een beetje een manusje-van-alles?
A.J. — Een jaar of twee was ik een soort van ‘huurling’, ja. Ik deed alle mogelijke - en onmogelijke - vervangingen. Ik presenteerde in de vroege uurtjes op Liège Matin, Hainaut Matin… eigenlijk overal waar RTBF zat. Ik was die kerel die ja zei tegen alles. Uiteindelijk heb ik dan toch mijn eigen kans gekregen: in december 1985 bood men mij een contract aan bij RTBF Namur, de ochtendradio. Daar ben ik eindelijk echt professioneel presentator geworden.
Het was toen, ondertussen dertig jaar geleden, dat uw eerste radioprogramma de ether inging: Les Belges du Bout du Monde.
A.J. — In ruil voor een kleine compensatie zou ik zes dagen per week werken. Ik wilde één dag per week buiten de muren van de studio radio maken. Ik wilde gaan waar de luisteraars vroeg opstaan, naar een bakkerij bijvoorbeeld, naar een boerderij of een postkantoor. Mijn sponsor Belgacom, toen nog RTT, vroeg me om een reportage te maken vanuit hun vestiging in Lessive. Ze hadden me gezegd: “Je mag telefoneren naar waar je wilt, het is gratis.” Tja, dan kon ik maar beter interna tionaal bellen, toch? Ik heb op antenne dan een oproep gelanceerd: “Hebt u een oom in Amerika, een zoon in Australië? Laat het mij weten en ik bel hen op.” En zo is Les Belges du Bout du Monde in 1986 van start gegaan. Dit jaar vieren we dus het dertigjarige bestaan.
Is de uitzending over de jaren geëvolueerd ?
A.J. — Natuurlijk! Maar we zitten nog altijd op zondagochtend, dat wel. Ik ben een gelukkig mens. Dit programma geeft me de kans om de wereld rond te reizen, om plekken te ontdekken waar ik anders, met een ‘normale’ baan, nooit zou komen. Ik ben net terug van de Savoie, voor Francodyssée, volgende week vertrek ik naar Portugal. Een beroep zo boeiend, zo fantastisch als dit, met zoveel verscheidene ontmoetingen en ervaringen, ik had dit nooit durven te dromen. Dit voelt nog altijd als mijn allereerste dag op mijn allereerste job!
Op Twitter gebruikt u vaak de hashtag #ilovemyjob in uw tweets. Uw beroep is echt uw passie, niet?
A.J. — Ik zou het misschien niet mogen zeggen want het zou verkeerd kunnen worden geïnterpreteerd, maar ik zeg het toch: ik zou zelfs betalen om deze job te mogen doen! Ik ben een ongelofelijke gelukzak dat ik hier geld voor krijg. Dit is magnifiek, de perfecte job! Maar ook mijn andere baantjes, als leraar, opvoeder, animator in een club, deed ik altijd met passie. Toen ik als tiener met paarden bezig was, was het niet anders. Ik ben gedreven, iemand die tot het uiterste gaat!
RAVeL du bout du monde au Cameroun - ©FRÉDÉRIQUE THIÉBAUT
U houdt ervan om mensen te ontmoeten.
A.J. — Absoluut. Mensen ontmoeten aan de andere kant van de wereld was niet toevallig mijn eerste programma. Met Le Beau Vélo de RAVeL ga ik dan weer op zoek naar mensen van hier, dichtbij. Ook al heb ik het geluk te mogen reizen, het avontuur is niet noodzakelijk ver weg. Aan het eind van mijn straat, in mijn dorp, in mijn provincie, in mijn land wonen ook fantastische mensen.
U noemde daarnet uw radioprogramma Le Beau Vélo de RAVeL. Hoe kwam u op het idee daarvoor?
A.J. — In 1995 startte ik met Marie-Pierre Mouligneau, nu van het weerbericht, een reeks uitzendingen met als titel Les Rayons de l’Été. Dat was ook een fietsprogramma, het is zowat de voorloper van Le Beau Vélo de RAVeL. Ik zag toen op de autosnelwegen grote affiches met als titel ‘Roulez RAVeL’. Het Réseau Autonome de Voies Lentes was een project van het Waals Gewest. Ik ben bij die mensen langsgegaan en ik heb hen gezegd dat ik het echt een tof project vond, maar dat het niet op die manier was dat de mensen zouden begrijpen waar RAVeL voor stond. Ik heb hen gezegd: “Geef mij het budget van een tiental van die affiches en ik maak u een radioprogramma. Dán gaan de mensen zin krijgen om RAVeL te komen ontdekken.” Ze hebben me dat budget toegezegd. Op zondag had ik afspraak met de luisteraars in de Cantine des Italiens, voor de eerste uitzending. We waren met 83. Ik was verrast. De week erna waren we met 150, en daarna met 300. Het was echt een sneeuwbaleffect. Nu, zo’n twintig jaar later, staan we op zondag met 5000 aan de start van een fietstocht. Het is fantastisch hoe het leeft. Eén grote familie is het en die wordt week na week groter, het is hartverwarmend. Het is ook een manier om te laten zien hoe mooi ons land wel is.
Ontdekt u zelf nog nieuwe plekjes? België is niet zo groot...
A.J. — Wel, ik doe dit nu al twintig jaar en nog altijd doe ik magnifieke ontdekkingen. Ons land is klein, dat is waar, maar ik ontdek nog elke week nieuwe plaatsen. Dat is gewoon fantastisch. Onlangs nog ben ik een RAVeL-traject gaan verkennen nabij Boussu (Henegouwen). Kleine wegels langs de terrils. Als je er al bent geweest en het is een jaar of tien geleden, dan is het netwerk ondertussen zeker alweer uitgebreid. Oude beddingen van treinsporen worden nieuwe paden. Ik ontdek elke keer weer nieuw aangelegde stukken, het netwerk wordt almaar groter. Je kan tegenwoordig op de fiets van Namen naar Bordeaux! Véloroute 6 loopt van Nantes naar Boedapest! Je krijgt echt grote Europese trajecten en die groeien elk jaar aan. Dit is ook goed voor de planeet, we hebben begrepen dat er andere manieren dan de auto zijn om ons te verplaatsen!
Wat is uw mooiste herinnering aan Le Beau Vélo de RAVeL?
A.J. — Voor het einde van het eerste seizoen wilde ik 1000 deelnemers bij elkaar krijgen. Ik vroeg François Walthéry, vader van de stripreeks Natacha, om een Natacha op de fiets te tekenen. We bedrukten daarmee 1000 T-shirts. Ik kondigde aan dat 1000 mensen die met ons mee kwamen fietsen zo’n exclusief T-shirt zouden krijgen, dat klinkt misschien banaal, maar we spreken van de jaren 90, RAVeL begon pas. Toen ik die 1000 fietsers zag die daar in september naar de streek van Éghezée waren afgezakt ... Ik was zo ontroerd! Sinds dan is Le Beau Vélo de RAVeL een heus bedrijfsproject geworden bij de RTBF. Het is de uitzending die de meeste teams en het meeste volk op de been brengt. De televisie is erbij gekomen, de sociale netwerken ... Wat aanvankelijk maar ‘een ideetje’ was, is een collectief avontuur geworden.
Misschien hebt u voor ons nog een leuke anekdote over Le Beau Vélo de RAVeL?
A.J. — Het was eigenlijk een weddenschap onder vrienden, maar het is wat uit de hand gelopen. Ik zat op een avond in december 1999 een pizza te eten samen met Francis Hubin, nu mijn rechterhand, dat was bij hem in Aubel. Francis is de oprichter van Les Chemins du Rail asbl. Hij vroeg me wat ik van plan was voor oudejaarsavond dat jaar. “Ik heb nog niets gepland,” zei ik, “maar met jouw enthousiasme voor RAVeL hier, lijkt een oudejaar op de fiets me wel wat.” “Deal”, zei hij en de weddenschap was een feit. En dus, op 31 december 1999 beleefden 1000 fietsers de jaarwissel naar 2000 op de fiets! Het was ongelofelijk. Over een parcours van 20 km hadden we om de 100 m een fakkel gezet, voor de kinderen waren er koetsen, op de kruispunten vertelden verhalenvertellers legenden ... François Walthéry had voor ons zelfs weer een prachtige tekening gemaakt van Natacha op de fiets, mét fakkel.
Dat was een bijzondere oudejaarsavond!
A.J. — Ja, dat evenement is zo groots geworden ... Dat was voor mij een van de mooiste professionele souvenirs, maar tegelijk ook een van de slechtste! Thomas Van Hamme en Corinne Boulangier, die nu mijn directeur is op La Première, waren voor de oudejaarsshow op RTBF naar de aankomst van Le Beau Vélo de RAVeL gekomen. Zij zitten in de Abdij van Val-Dieu in Aubel, ik sta buiten voor het vuurwerk, omringd door fietsers. We gaan beide live. Ik moet dus dat vuurwerk aansteken, maar het is vochtig buiten. Corinne en Thomas roepen: “Adrien, over naar u!”. Ik tel af: “5, 4, 3, 2, 1, 0 … Daar gaat hij!” Wat volgt is één grote stilte, geen vuurwerk, niets! Ik sta daar dus voor de camera en ik probeer die leegte te vullen. Ik kijk rond en ik zie Blabla. Ik vraag wat hij denkt dat het jaar 2000 zal brengen. Ik steek hem de micro onder de neus, stomweg. Blabla antwoordt wel, maar hij klinkt natuurlijk niet als Blabla. Het was grappig, je begreep nauwelijks wat hij zei. Voor mij was het een magnifieke belevenis met die fietsen en die toortsen. En tegelijk was het dus ook een misser. Zo is het leven. Met successen, mislukkingen, vreugde en verdriet. En toch blijven dat de tofste souvenirs. Want je ziet het, we lachen er nog mee.
Om af te sluiten, zijn er projecten die u ons zou willen onthullen?
A.J. — Een mens moet altijd plannen hebben, een man zonder plan is een man zonder leven. Ik zou het aantal Europese routes van Le Beau Vélo de RAVeL graag wat terugschroeven. Ik doe al zo’n vijftien jaar Le RAVeL du bout du monde, voortaan wil ik liever trips maken die dichter bij huis liggen. We moeten ook denken aan onze ecologische voetafdruk, in de spirit van het Franse forum rond duurzaamheid COP21. Je kan ook hele mooie fietsreizen maken zonder daarvoor naar het eind van de wereld te moeten. In september 2016 plannen we een tocht per fiets waarvan het concept nog niet helemaal vastligt, ik werk er nog aan. Daar kan ik voorlopig niets meer over vertellen, het is nog een geheim!
EN MOCHT ADRIEN JOVENEAU ZELF EEN FIETS ZIJN ...?
Ik zou best wel een Grand-Bi willen zijn, met een groot wiel vooraan en een klein achteraan. Zo elegant! Tegelijk kijk ik ook graag naar de toekomst. In de Savoie mocht ik een Fat Bike testen, met hele brede banden, een beetje zoals van een tractor. Daarmee kan je echt overal fietsen. Hij heeft bovendien elektrische assistentie. Als je daarmee rijdt, lijk je vleugels te hebben. Het is magisch, je kan er zelfs skipistes mee op. Neen, dit is een beetje alsof je een moeder naar haar favoriete kind zou vragen: het is onmogelijk om te kiezen!
BIO EXPRESS
1960 — Hij wordt geboren op 6 januari in Doornik
1988 – Start van de uitzending Les Belges du Bout du Monde op Radio Une. Tien jaar later wordt dit programma ook uitgezonden op de televisie.
1995 – Start van de uitzending Le Beau Vélo de RAVeL op La Première.
2002 – Start van de uitzending Le RAVeL du Bout du Monde op VivaCité.
2004 – Start van de uitzending Grandeur Nature (La Francodysée) op VivaCité.
2005 – Het begin van Belgodyssée, een reportagewedstrijd voor jonge Nederlandstalige en Franstalige journalisten op VivaCité.
5 FAVORIETE PLEKKEN IN WALLONIE
01. De streek van Chimay is heel erg mooi, echt een plaatje. Ik heb daar ook familie wonen. De Abdij van Chimay kan ik van harte aanbevelen. Proef er zeker de heerlijke producten. Je vindt er ook prachtige RAVeL-routes, zoals route 109. Aan de Franse kant kan je er de grens over. Ik persoonlijk houd erg van La Botte du Hainaut.
02. Mag ik wat chauvinistisch zijn? Dan beveel ik graag de streek van Namen aan. Een dag of tien geleden ontdekte ik zelf de RAVeL de la Molignée. Die vertrekt van Fosses-la-Ville en loopt naar de Abdij van Maredsous langs de Molignée, een kleine, snelstromende rivier.
03. Dan ook nog de streek van Aubel en het kleine restaurant ‘Aux Berges de la Bel’ - de Bel is een rivier. Hier ben je vlakbij de Abdij van Val-Dieu. Dit roept bij mij veel herinneringen op. Het was daar dat we Nieuwjaar 2000 vierden.
04. En mijn geboortestad Doornik natuurlijk, ooit de hoofdstad van het Frankische rijk, een magnifieke stad. Het stadscentrum is volledig vernieuwd, een groot deel is nu autovrij én fietsvriendelijk. Net als Rome is Doornik door heuvels omringd. Een schat om te ontdekken!
05. Als laatste noem ik mijn dorp Malonne bij Namen. Een comité van stuk voor stuk geniale mensen renoveerde de Église du Piroy tot een brouwerij. La Philomène wordt er gebrouwen, een heerlijk artisanaal bier. Een heel mooi burgerinitiatief is dit.