- Patrimoine
Door Thierry Desiraut
Zonder te verloochenen of te vergeten dat ze een gedenkplaats is, opent de Bois du Cazier-mijn een nieuwe cyclus, waarin ditmaal het lot van de mijnwerkers uit de hele wereld centraal zal staan, gaande van de veiligheid op het werk in het algemeen tot het leven van de huidige gastarbeiders. De fouten die tot de ramp hebben geleid, en de lessen die de overheden uit het drama hebben getrokken, zetten aan tot bezinning over en observatie van wat er zich elders in de wereld afspeelt.
De Bois du Cazier blijft eerst en vooral een gedenkplaats. Na de herdenkingen van de catastrofe van 8 augustus 1956, die 262 mijnwerkers in bijzonder dramatische omstandigheden het leven kostte, wordt er vandaag een nieuwe bladzijde geschreven in de geschiedenis van de Bois du Cazier. Het noodzakelijke herinneringswerk is voltooid met de redding van de mijnsite in 2006. Een tweede bladzijde werd geschreven met de renovatie ervan en de omvorming tot herdenkingsplaats en levend museum. De derde fase werd in 2016 voltooid met de opening van een nieuwe ruimte voor de redders en de evenementen die gepaard gingen met de zestigste verjaardag van de ramp.
Naar aanleiding van de herdenkingen werd er een nieuwe ruimte geopend, de “reddings”-ruimte die conservator Alain Forti ons laat zien. “Ditmaal hebben we eer willen betonen aan de redders, die op gevaar voor hun eigen leven alles hebben gedaan om de overlevenden te vinden – als bij wonder hebben ze er drie aangetroffen – en vooral om de lijken van hun kameraden naar boven te brengen. Een uiterst langdurig en afmattend werk. Het laatste lichaam dat werd gevonden, zou pas in december worden geborgen. En waarmee kan men hun beter eer betuigen, dan met een van de vrachtwagens die daar op de dag van het drama waren? Die prachtige rode vrachtwagen heeft nog in een steenkoolmijn gediend tot in 1984 en werd daarna jarenlang gebruikt door de ‘Flambeurs’, een folkloristische groep uit Verviers. Ongelooflijk, maar waar! Hij werd van de sloop gered door een gulle verzamelaar, die hem ons cadeau deed. De grondig gerestaureerde vrachtwagen staat nu te midden van vele andere voorwerpen die de redders gebruikt hebben. Foto’s, getuigenissen en filmuittreksels tonen welke rol ze tijdens de catastrofe hebben gespeeld.”

De mijnwerker in de huidige wereld
Meer dan ooit is de Bois du Cazier verankerd in de werkelijkheid van de moderne wereld en wil ze de jonge generaties tonen hoeveel weg er in het bedrijfsleven is afgelegd inzake arbeidsvoorwaarden en veiligheid. “We hebben willen zien wat er in de steenkoolmijnen in andere landen was veranderd sinds de ramp”, legt Alain Forti uit. “We merken dat er nog altijd dezelfde uitbuiting van mannen, vrouwen en kinderen is, hetzelfde gebrek aan veiligheid en hetzelfde misprijzen voor mensenlevens. Als voorbeeld namen we de ramp die zich in 2014 voordeed in Soma, Tunesië. We beseften dat de foto’s die op het Internet rondgingen, precies dezelfde waren als die van Marcinelle, maar dan in kleur! Toen hebben we gezegd dat we daarmee echt aan de slag moesten. We hebben onderzoek gedaan en op de tentoonstelling ziet men verscheidene mijnsites van overal ter wereld, met foto’s, video’s en uitspraken van mijnwerkers die juist hetzelfde zeggen als die uit 1956: we dalen in de mijn af om onze kinderen een toekomst te geven…” Het zijn dikwijls aangrijpende documenten, zoals die getuigenis van een mijnwerker uit de Andes, die met eenvoudige woorden vertelt hoe gruwelijk zijn dagelijks leven is, en die foto van een 7‑ of 8‑jarig meisje dat een enorme blok steenkool op haar hoofd draagt. Die zeer goed gedocumenteerde, zeer didactische en zeer goed opgezette tentoonstelling is op zichzelf al een omweg waard.

Een absolute must
Een andere tentoonstelling, “Le mineur, ce héros” – of de mijnwerker als held – is ook een bezoek waard. Het idee ontstond uit een discussie over foto’s en herinneringen en, vooral, over de waarden die mijnwerkers gemeen hebben met de superhelden uit stripverhalen: moed, kracht, solidariteit en zelfverloochening. Didier Ocula, die het boek “Charleroi, black country, white spirit” schreef, heeft de leerlingen van de Albert Jacquard-hogeschool en befaamde tekenaars, die meewerkten aan prestigieuze producties van Disney en Pixar of aan Star Wars, overtuigd om een twintigtal platen over dat onderwerp te maken, met als leidraad de rode halsdoek die in alle tekeningen opduikt. Een andere, ludieke en ontroerende kijk op de mijnwerkerswereld. Deze tentoonstelling loopt tot 11 december op de tweede verdieping van de losvloer, de centrale plaats van de mijn, waar alle gewonnen steenkool langskwam.
Behalve het gerestaureerde deel van de koolmijn heeft de site nog twee andere musea. Het glasmuseum bevindt zich in een nieuw, modern en uit glas en staal opgetrokken gebouw naast de lampenopslag‑ en ‑onderhoudsplaats. De verzamelingen nodigen de bezoeker uit om aan de hand van hedendaags werk terug te keren in de tijd om kennis te maken met de technieken en de evolutie van de materialen die de eerste gekende glasmakers gebruikten. Dan is er nog het industriemuseum, dat zich in de bad‑ en douchelokalen bevindt. Daar ziet men machines en verzamelingen uit de vroegere ‘Forges de la Providence’ van Marchienne-au-Pont. Verzamelingen die de geschiedenis van de industrie in Henegouwen schetsen. Men treft er een platwalsmachine uit het midden van de 19de eeuw aan, alsmede stoommachines, dynamo’s en een elektrische tram.
Er zijn ook modern uitgeruste smeed‑ en smeltateliers waarin ambachtslieden originele creaties maken. In een heel authentieke sfeer, die benadrukt wordt door het contrast tussen de zwarte machines en het vuur van de smeltovens, de scherpe steenkoolgeur en het geluid van de aambeelden, kan de bezoeker smeeddemonstraties bijwonen.
Veranderen om beter te bewaren
“Maar om aantrekkelijk te blijven, moet een ruimte zoals deze voortdurend worden vernieuwd”, verklaart Jean Louis Delaet, de directeur van de site. “Daarom hebben we de recente technieken gebruikt om een film te bestellen bij Dirty Monitor, een jonge firma uit Charleroi. De film heet ‘De la Révolution industrielle au Patrimoine mondial’ (Van industriële revolutie tot werelderfgoed). De makers, die reeds de zeer gewaardeerde videomapping voor Bergen 2015 op hun actief hadden, hebben zich nu gebogen over de industriële evolutie van de streek. Het resultaat is een film van 15 minuten met intense en boeiende computeranimaties die de bezoeker van bij het betreden van het museum onderdompelen in de wereld van machines en werk.” En om het plaatje volledig te maken, is er een nieuwe animatie die special bestemd is voor schoolkinderen. “Met een oriënteringsanimatie hebben we de jeugd willen aansporen om meer te weten over de industriële wereld. De mijnsite beslaat 24 ha en bevat nog drie slakkenbergen. Die getuigen uit het verleden zijn in de loop van de tijd geëvolueerd. Ze bevatten nu een verrassend rijke fauna en flora.” Die animatie nodigt de leerlingen uit om “op koers te blijven”. Een kaart leren lezen, verborgen bakens vinden op de vloer van de vroegere mijn. Een belangrijke toeristische site in Wallonië moet zich geregeld vernieuwen om interessant te blijven voor het publiek en vooral voor de jeugd. En deze site trok verleden jaar 60.000 bezoekers. “We hebben nog een zeer mooi project in wording”, vertelt Jean-Louis Delaet. “Alle grote steden en alle belangrijke regio’s hebben een geschiedkundig museum. Behalve Charleroi, dat nochtans zijn 350-jarig bestaan viert. We hebben dus het plan opgevat om op onze site een geschiedkundig museum over de streek van Charleroi op te richten. Een rijke en verrassende geschiedenis, die moet worden verteld met de meest geavanceerde technologieën. Het project is goed op dreef en zal een belangrijk onderdeel toevoegen aan een al zeer rijk geheel.”
Voor de directeur van de site zal de Bois du Cazier een plaats van bezinning worden, zoals het concentratiekamp van Theresiënstadt, de gevangenis van Nelson Mandela op het Robbeneiland, en het eiland Gorée, een doorgangsplaats voor de slaven die uit Afrika geroofd waren. De tragedie die zich hier heeft afgespeeld, toont hoe weinig het lot van een mens betekent voor economische belangen. En dat is nog altijd zo, overal ter wereld. “Wij moeten daarvan getuigen voor de jonge generaties. Het feit dat onze site, samen met drie andere Waalse mijnsites, in 2012 door de UNESCO werd erkend, geeft ons een opdracht en een zichtbaarheid om onze rol als getuige van het verleden te overstijgen, zonder hem ook maar in het minst te verloochenen. Er begint een nieuw leven voor de Bois du Cazier.”
De Bois du Cazier: een gedenkplaats, maar ook en vooral een boeiende plek, waar verleden en heden elkaar ontmoeten en komaf maken met de heersende opvattingen over de wereld van de mijn, onze geschiedenis en onze waarden.