- Patrimoine
Door Alain Voisot
De Condroz vouwt zijn landschappen uit over flauwe dalen en hellingen die een weids uitzicht bieden op het zuiden of het noorden. In die rustige grond liggen resten van vreselijke historische gebeurtenissen verborgen.
De wegen en de dorpen van de Luikse Condroz tussen Les Avins en Clavier worden in de lente van 1635, meer bepaald op 20 mei, overspoeld door een vloedgolf van mensen. Zwaar bewapende soldaten rukken op naar het noorden… Anderen komen uit Hoei en Luik, en trekken naar het zuiden. Verkenners te paard keren terug naar de groep ruiters die op een kleine hoogte heeft postgevat… De vijand komt, dáár is hij, aan de overkant… De strijd zal dus hier worden geleverd. Bevelen vliegen in het rond, de troepen stellen zich op in slagorde en vormen een ongeveer twee kilometer breed front. Aan de overkant draven ruiters heen en weer. Kanonnen en veldslangen worden in stelling gebracht. De piekeniers rukken in rijen op. Drieduizend man sterke infanterieformaties gaan vooruit, haakschutters en kruisboogschutters nemen hun plaatsen in.
![]() |
De infanterie wordt gegroepeerd in drie massieve blokken piekeniers met “manga’s” van haakschutters of musketiers. De Spanjaarden sturen er een voorhoede van haakschutters en musketiers opuit om de vijand in verwarring te brengen. De ruiterij bezet de flanken. Dat is het Spaanse leger van Filips IV, de koning van Spanje. Het is 14.000 man sterk en staat onder het bevel van Prins Thomas van Savoie. Aan de overkant staat het leger van Lodewijk XIII: 35.000 soldaten, met de maarschalken Brézé en Châtillon als bevelhebbers.
Door het gebruik van blanke wapens en de beperkte schootsafstand van de vuurwapens ontstaan er al vlug lijf-aan-lijfgevechten. De geschiedschrijver Olivier Chalines geeft een idee van wat de in die massa strijdende soldaten meemaken. “Wie zich in de massa bevindt, ondergaat een oorverdovend lawaai: musketsalvo’s en losse schoten, kogelregens op de harnassen en de slagen van ijzeren pieken, gehinnik, aanvalskreten en het angstaanjagende geschreeuw van soldaten die met man en macht de pieken afweren, slaan en duwen. Gereutel en gebrul van doorboorde en verpletterde lichamen.” Niemand verstaat een ander nog, horen en zien vergaan, de geur van bloed en zweet en de stank van uitwerpselen van mensen en paarden voltooien dat ijzingwekkende tafereel.
De Spaanse troepen werden in de val gelokt door het Franse leger, dat in Rochefort in tweeën was gesplitst. De Spanjaarden werden in de tang genomen en onverhoeds aangevallen door de vijand, die alleen maar zoveel mogelijk soldaten wil uitschakelen. Afgezien van de gewonden, lieten beide legers 12.000 doden achter, ongeveer 7000 aan de Spaanse kant en 5000 aan de Franse. Voor die tijd was dat enorm en monsterlijk. Een heuvelachtige plaats op het slagveld werd later de “Dodenravijn” genoemd, in het Waals “Li Xhavée des mwerts”. Die plek en die naam zouden lang in het geheugen van de plaatselijke bevolking gebrand blijven. Naar het schijnt konden de in ontbinding verkerende lijken niet worden begraven, maar werden ze in de grond geëgd! De slag van Les Avins kende geen echte winnaar. Hij diende geen ander strategisch doel dan de oorlog te verklaren en een onveilige situatie te creëren. De gevolgen van die slag waren vreselijk voor de toenmalige plaatselijke boerenbevolking, die niet enkel plunderingen en vernielingen moest ondergaan, maar ook aan haar lot werd overgelaten en weerloos ten prooi viel aan pest- en cholera-epidemieën.
Beroeps- en amateurhistorici hebben slechts luttele regels gewijd aan het verhaal van die veldslag, die uitsluitend zou dienen als oorlogsverklaring tussen het Frankrijk van Lodewijk XIII en van kardinaal Richelieu enerzijds en Spanje anderzijds. In een van de eerste zalen op de benedenverdieping van het kasteel van Versailles herinnert een groot anoniem schilderij aan de veldslag die in dat Waalse gehucht werd geleverd.

