Waw magazine

Waw magazine

Menu

Chinese investeerders vestigen een technologisch innovatiecentrum in het wetenschapspark van Louvainla-Neuve. Belgische en Chinese ondernemingen zullen daar informatie of onderzoeksprojecten kunnen uitwisselen en vanaf 2020 de voorbereidingen treffen om beide markten voor elkaar toegankelijk te maken.


Door het immense ontwikkelingspotentieel van zijn markt is China een nieuw Eldorado voor veel Belgische ondernemingen. Hetzelfde geldt voor de Chinese firma’s die aangetrokken worden door de grote Europese markt. Niettemin blijft de toegang voor beide kanten moeilijk, zowel om administratieve als om culturele redenen. Een contact-, besprekings- en uitwisselingspunt zou heel nuttig kunnen zijn. Dat is het voorstel van het toekomstige China Belgium Technological Center, dat zijn activiteiten in 2020 aanvat en waarvoor zopas de eerste grondwerken van start zijn gegaan op de site van het wetenschapspark Einstein van Louvain-la-Neuve. 

Enorme verwachtingen

Het zal een “all-in”-ondernemingscentrum zijn voor hoogtechnologische Chinese ondernemingen en voor Europese bedrijven die belangstelling hebben voor de Chinese markt. Op termijn zou er plaats zijn voor 200 ondernemingen en 1500 banen. In de eerste fase zal het vastgoedcomplex een conferentiecentrum, een samenwerkingsruimte, een zakencentrum en kantoren op maat omvatten, alsook een hotel. Het plan voor dat project gaat terug tot het bezoek van president Xi Jinping aan België, in maart 2014 en tot het ondertekenen van een eerste akkoord met de toenmalige premier, Elio Di Rupo. Aan Chinese kant zijn er enorme verwachtingen, meer bepaald in het voetspoor van het initiatief One Belt, One Road, dat ook de “Nieuwe Zijderoute” wordt genoemd en dat in 2013 door de Chinese president werd gelanceerd voor het promoten van een open economie en voor een toename van de economische en commerciële uitwisselingen tussen zijn land en de rest van de wereld.

Er bestonden contacten tussen Wallonië en de provincie Hubei, met haar hoofdstad Wuhan, waar samen met een universiteit een incubatieproject voor start-ups uit de hoogtechnologische sectoren werd aangevat. Vandaar het voorstel aan de UCL om die structuur na te maken op de ter beschikking staande gronden in het wetenschapspark.

Een volledig ecosysteem

De projectontwikkelaars hebben gekozen voor de meestbelovende sectoren, namelijk biowetenschappen, communicatietechnologieën, groene technologieën en ten slotte slimme fabricage (of smart manufacturing), een prioritaire sector voor de Chinezen, die meer geautomatiseerde, intuïtieve en duurzame fabricageprocessen willen ontwikkelen. Het CBTC zal de voornaamste Chinese incubator in Europa zijn, want degene die bestaan in Groot-Brittannië, Duitsland en Frankrijk, zijn beperkt tot één enkele bedrijfssector. “Onze eerste doelstelling”, zo zegt Dr. Zhiwei Song, business director van UI International dat het project stuurt, “is het concreet faciliteren van ontmoetingen en samenwerking tussen Belgische of Europese ondernemers en hun Chinese tegenhangers”. Voor de Chinese ondernemingen is het belang van strategische aard. Ze zullen technologische akkoorden kunnen sluiten met Belgische ondernemingen om hun producten dankzij de “Europese kwaliteit” te verbeteren en om aan een toenemende vraag op de Chinese markt te voldoen. Ze zullen ook hun producten kunnen aanpassen aan de Europese markt, waar de consumenten specifieke verwachtingen hebben en de normen en regelgevingen meestal strenger zijn.  Belgische ondernemingen die zich op de Chinese markt willen vestigen, zullen er gesprekspartners vinden om hun de toegang te vergemakkelijken door begeleiding voor recht, financiering, intellectuele eigendom, octrooien en, meer algemeen, voor de manier om zaken te doen in China. Dat geeft ook directe toegang tot een netwerk van Chinese gesprekspartners, wat heel kostbaar kan zijn, omdat handel en zakendoen ginder nog sterk relatiegebonden zijn. Zoals werd onderstreept door de aanwezigheid in het wetenschapspark, zal de incubator zich richten op spitstechnologieën. “De ondernemingen zullen worden gekozen op basis van zeer strikte maatstaven en van een echt onderzoeks- en ontwikkelingspotentieel. Alle kandidaturen moeten ter goedkeuring zowel worden voorgelegd aan het wetenschapspark als aan het CBTC. Wij leveren dan weer diensten en zorgen ervoor dat de ondernemingen voldoende kans hebben om elkaar te ontmoeten, ongeacht hun strategie en het partnerschapsniveau dat hun interesseert.” Dankzij de nabijheid van de universiteit, zal het centrum een volledig ecosysteem kunnen creëren, waarin onderwijs en onderzoek, innovatie en handel samen deelnemen aan een technologische samenwerking tussen twee continenten.

Een technologisch project

Twee jaar vóór het begin van de activiteit heeft nog geen enkele onderneming haar definitief akkoord gegeven. In China gebruikt een groep van vijf personen de officiële en professionele netwerken om de voordelen van de incubator aan te prijzen. Er werden reeds verscheidene belangrijke personen aangesproken, maar Dr. D. Song wil hun namen nog niet geven. Bij de UCL werden er al verschillende informatievergaderingen in het wetenschapspark en in bedrijfskringen belegd. “Er zijn nog vragen en men is nog bang”, verklaart Philippe Barras, DG van de UCL en verantwoordelijke voor de promotie en het beheer van de wetenschapsparken. “Maar de mensen hebben goed begrepen dat het niet gaat over ‘B to C’, maar over een technologisch project.” Philippe Barras wil zich bij voorrang richten op ondernemingen die al exportervaring hebben en die voet aan de grond willen krijgen op de Chinese markt.

We zijn gaan beseffen dat we start-ups niet de beste dienst bewijzen door ze in dat bad te gooien wanneer ze commercieel nog te zwak zijn. De Chinese bedrijven, daarentegen, hebben al verscheidene keren getoond dat ze graag willen investeren in Europese start-ups.

Voor de UCL biedt het CBTC ook indirecte voordelen op academisch niveau. Er wordt met Chinese universiteitslaboratoria samengewerkt aan onderzoeksprogramma’s, maar dat zijn geen gecoördineerde initiatieven. De universiteit is zich bewust van haar achterstand, meer bepaald tegenover de Vlaamse universiteiten, en ze heeft er dan ook een strategische prioriteit van gemaakt door een “China Desk” te openen. “Wij willen meer samen werken op academisch niveau, uitwisseling van profesoren vergemakkelijken en meer Chinese studenten op de campus krijgen. Daarvoor kan het CBTC als een hefboom werken.

Cultureel deel

De investering van UI Europe in Louvain-la-Neuve omvat ook een vastgoedgedeelte. Om veel Chinese expats te kunnen opvangen op de site, willen de CBTCbeheerders op drie plaatsen in de universiteitsstad in totaal 300 appartementen bouwen. Omdat ze hun landgenoten zo goed mogelijk willen integreren in de bevolking van Louvain-la-Neuve, wensen ze er ook een cultureel deel in op te nemen, waaraan vorm is gegeven door een bijdrage voor het renoveren van het Museum van Louvain-la-Neuve. In ruil dient het museum dan elk jaar een “Chinees” evenement te organiseren, waardoor cultuur de integratie zal helpen bevorderen.

Maar waarom eigenlijk Louvain-la-Neuve en België? Aan de argumenten voor een strategische vestiging in het centrum van Europa, voegt Dr. Song nog toe dat de overheden van beide landen tot op het hoogste niveau uitstekend samenwerken. Hij geeft ook een onverwacht en sentimenteel argument. “Zeer lang geleden, hebben de Belgen de Chinezen geholpen bij het bouwen van een spoorweg tussen Peking en Wuhan. Welnu, de directeur van het WuHan EastLake Hi-Tech Innovation Center, dat deelneemt aan het project, is afkomstig van Wuhan. Voor hem lijdt het geen twijfel dat we, om onze netwerken uit te breiden, op de eerste plaats een beroep moeten doen op wie ons vroeger al geholpen heeft.” Ten slotte voegt Dr. Song eraan toe: “De Belgen zijn een zeer pragmatisch volk. Jullie praten weinig, maar doen veel. Dat komt zeer goed overeen met de Chinese mentaliteit.”

www.baev.be


EEN REFERENTIE VOOR HET PARK
De toekomstige gebouwen van het China Belgium Technological Center zullen worden opgetrokken in het Wetenschapspark Einstein, vlak bij Louvainla-Neuve. Het project wordt door United Investment Europe gefinancierd ten belope van € 200 miljoen en zal 28.000 m² groot zijn. Het gebouwencomplex zal kantoren, laboratoria, een hotel met 160 bedden, een dienstverlenings- en conferentiecentrum omvatten, alsook logistiek en parkings. De uitvoering van de werken werd toevertrouwd aan een tijdelijke vereniging bestaande uit de Belgische aannemers Franki, CIT Blaton, en BPC, onder supervisie van het architectenbureau baev/ archipelago. De site van acht hectare ligt tussen de N4 en de E411, in een valleitje met in het midden een weg. Om een functionele eenheid te maken, zal het centrum hoger liggen op een sokkel die bestaat uit een dubbel plateau dat boven de weg wordt geplaatst. Voor de vijf gebouwen van de eerste fase van het project wordt materiaal gebruikt dat typisch is voor Louvain-la-Neuve: baksteen en beton. Een andere merkwaardige bijzonderheid van de site is, dat het regenwater volledig wordt opgevangen, opgeslagen en gerecycleerd in regentuinen waar riet en irissen zullen groeien. Zoals dat het geval is bij gelijkaardige incubatoren in China, wordt heel de site rond een openbaar plein gebouwd. “De bouwheer wil de uitwisseling tussen Belgen en Chinezen bevorderen”, verklaart Jean-Sébastien Mouthuy, projectcoördinator bij archipelago. “Het zal voor iedereen een ontmoetingsplaats zijn die hopelijk een referentie zal worden voor het wetenschapspark.”

De renovatie van het iconische Jacqmain-gebouw geeft de UCL een prachtig schrijn om een deel van haar enorme verzamelingen tot hun recht te doen komen en een beleid van openheid voor heel het publiek te voeren.


Het was “het” emblematische gebouw van een nieuwe stad die door de oprichting van de nieuwe universiteit ontstond. Het gedurfde gebouw van André Jacqmain, dat op ansichtkaarten staat en zichtbaar is vanop de autosnelweg, was een icoon van moderniteit. Het was ook de wetenschapsbibliotheek van de UCL, waar ontelbare boekenrekken de binnenruimte, lijkend op een kathedraal van wetenschappelijke kennis, verduisterden. In de loop der jaren ging het gebouw schuil achter zijn studiefunctie en werd het slechts door een deel van de studenten bezocht. 2017 wordt het jaar van de wedergeboorte. Het zal voortaan het L-Museum zijn. Sinds jaren zocht het uit zijn voegen barstende universiteitsmuseum een andere ruimte om alle werken te tonen, die wegens de vele schenkingen in de voorraden moesten worden opgeslagen.

Nadat er om financiële redenen moest worden afgezien van het ambitieuze plan (1) voor een nieuw gebouw aan de oever van het meer, voelde de directie van het museum intuïtief aan dat het Jacqmain-gebouw een uitstekend onderkomen voor haar collecties bood. Na 5 jaar ontwerpen en anderhalf jaar werken opent het nieuwe museum zijn deuren voor een nieuw publiek. Het 5000 m² grote L-Museum heeft driemaal meer tentoonstellingsruimte dan het vroegere gebouw.

Academisch en openbaar

Ik zie dat museum als een ontvangstgebouw”, zegt directrice Anne Querinjean spontaan. Om te beginnen vervingen de met de renovatie belaste architecten de kleine ingang door een grote, die uitgeeft op het plein en openstaat voor de wereld. De in het daglicht badende toegangsruimte bevestigt die nieuwe optiek door middel van een cafetaria-boetiek, een theesalon en een picknickruimte. “Het is niet enkel een museum, maar ook een ontmoetingsruimte waarin men zelfs voor slechts 20 minuten welkom is. Men kan er alle tijdschriften lezen, men kan er tekenen, documenten bekijken, praten of er gewoon een gezellige pauze houden.

Het nieuwe museum is academisch en openbaar. Het verschil ervan wordt beklemtoond door het integreren van het wetenschappelijk erfgoed in het kunstpatrimonium. “Universiteiten waren de eerste instellingen die voorwerpen verzamelden en er collecties van maakten voor studie, overdracht en kennis”, stelt rector Vincent Blondel.

Het tentoonstellingsparcours begint met een rariteitenkabinet voor de 21e eeuw: een oude wereldbol van hout, opgezette vogels, mineralen en de anatomische weergave van een paard verwijzen naar de pedagogische activiteit van de universiteit en getuigen van de wondere wereld waarin wij leven. In een laboratoriumsfeer met veel wit getuigt het werk van zes emblematische onderzoekers van de universiteit – van kanunnik Lemaître tot Christian de Duve – van de verbazing die zij ervoeren en de vragen die ze zich stelden. “We kunnen veel gelijkenissen vinden in het werk van een kunstenaar, een ambachtsman en een onderzoeker. Ze hebben hetzelfde intuïtief vermogen en dezelfde belangstelling voor het onbekende”, noteert Élisa de Jacquier, een kunsthistorica die meewerkt aan tentoonstellingen en uitgaven.

Het meesterwerk van Jacqmain 

Wanneer men naar de volgende ruimte gaat, die gewijd is aan de kunstverzamelingen, ontdekt men meer dan ooit de schoonheid en de originaliteit van het meesterwerk van Jacqmain. De ruimte is onderverdeeld in mezzanines die op elkaar aansluiten en de hoogte van drie verdiepingen in beslag nemen. De volledig open ruimte is onderverdeeld in verscheidene modules. De omvangrijke werken werden in het midden geplaatst, terwijl de mezzanines met een plafondhoogte van 2,20 meter thematische ruimten vormen. Michel le Paige en Caroline Deferière, de UCL-architecten die voor de renovatie instonden, wilden het monumentale karakter van de architectuur tot zijn recht doen komen zonder de werken in verdrukking te brengen. Tegelijk wilden ze meer vluchtpunten maken zonder afbreuk te doen aan het totaalbeeld. De aandacht werd speciaal gevestigd op het ruwe beton met zijn bogen en uitsparingen en op de koperen schachten die op insectenschilden lijken en door Jules Wabbes werden ontworpen om de verwarmingsbuizen te verbergen.

Aan de doorzichtigheid van de ruimte beantwoordt een dialoog van verschillende culturen, periodes en stijlen. Een Franse piëta uit de 16e eeuw kan er naast een Egyptisch beeldje uit het Middenrijk en een 19e-eeuwse Duitse prent staan. De scenografen, de Nederlanders van Kinkorn, beseften heel vlug dat het gebouw het voornaamste museumstuk is. “In zulk een gebouw werken, is een droom. We hebben dus besloten de bezoekers geen traject op te leggen, maar ze te laten wandelen zoals ze willen en hun nieuwsgierigheid te wekken door een reeks vragen over de verschillende afdelingen”, legt Maarten Meevis uit.

Een andere origineel aspect van het L-Museum is de aanwezigheid van drie laboratoria voor proefnemingen, waar de bezoeker naar de andere kant van de spiegel kan gaan en zich op praktische wijze vertrouwd kan maken met de technieken voor etsen, beeldhouwen en kleurenbehandeling. “Men stelt vast dat het loutere kijken naar een werk de bezoeker geen voldoening meer schenkt. Een oplossing daarvoor is een meer praktische aanpak, zoals men die in natuurhistorische musea vindt. Door hem sommige technieken uit te leggen, kan de toeschouwer dingen begrijpen en met andere ogen naar de werken kijken”, meent Emmanuelle Druart, die verantwoordelijk is voor de verzamelingen.

Cultuur is geen laagje vernis

Dat dit boeiende project tot een goed einde kon worden gebracht, is te danken aan een gemengde financiering door overheden zoals de Provincie Waals-Brabant, de Federatie Brussel-Wallonië en het Waals Gewest, in samenwerking met particuliere mecenassen, ondernemingen zoals UI Europe en Stichtingen.

De eerste uitdaging voor dit museum, dat voor iedereen openstaat, zal het aantal bezoekers zijn. Tijdelijke tentoonstellingen, zoals die van Barthélémy Toguo uit Kameroen, die het museum zal openen, zullen bijdragen tot het vernieuwen van het publiek. De wetenschappelijke gemeenschap, die toegang zal hebben tot de immense voorraden (de getoonde werken vertegenwoordigen slechts 10% van de collecties), en wetenschappelijke colloquia zouden de site een internationale uitstraling moeten geven.

Ere-vicerector Gabriel Ringlet van de UCL, die een multidisciplinair cultuurbeleid heeft uitgewerkt voor de universiteit, kan alleen maar blij zijn met dit nieuwe instrument. “Cultuur aan de universiteit is geen laagje vernis, maar ze moet centraal staan in de opleiding. Ik heb altijd gedroomd van een universiteit in de stad, die heel dicht bij de medebewoners staat. Onze samenleving moet minder gespleten zijn. Ik zou het geweldig vinden als mensen die niets met de universiteit te maken hebben, zich hier helemaal op hun gemak voelen.

De opening van het L-Museum zal op 18 en 19 november worden gevierd tijdens een groot feestweekend met bezoeken en activiteiten voor het publiek.

www.museel.be

In 2011 werd de start-up MaSTherCell opgericht. Het bedrijfje in het Biopark van Gosselies zou al snel een begrip worden in de celtherapie. De kmo is intussen geïntegreerd in de Israëlische onderneming Orgenesis en beschikt nu over alle troeven om Europa (en meer) te veroveren.


Celtherapie: wie had er 15 jaar geleden al van gehoord? Vandaag geldt celtherapie als veelbelovende tak bij uitstek in de geneeskunde. Deze zachtere, op maat geleverde therapeutische aanpak beoogt de vervanging of compensatie van zieke cellen van een orgaan of organisme door gezonde cellen, bij voorkeur stamcellen die bij de zieke zélf werden weggenomen.

Op het Biopark van Gosselies zijn meerdere bedrijven bezig met celtherapie. Samen vormen ze een heel ecosysteem dat research, opleiding, productie en diensten omvat. Een ervan is MaSTherCell dat in 2011 werd opgericht als spin-off van de ULB, met als missie de fabricagemethodes op industrieel niveau te delen en te optimaliseren. Het oprichtende management mocht hiervoor rekenen op investeringen van het Fonds Theodorus, Sambrinvest en Sofipôle. MaSTherCell – omschreven als een CDMO (Contract Development and Manufacturing Organization) – ontwikkelt zelf geen geneesmiddelen maar levert “celmaterie” aan (bio)farmaceutische groepen of bedrijven die dat wél doen. “Celtherapie is arbeidsintensief, eist zware investeringen in infrastructuur en heeft zeer dure reagensen nodig. Om commercieel levensvatbaar te zijn, moeten de kosten gedrukt worden. Efficiëntieverbetering in fabricageprocedés is een van de beste hefbomen daartoe”, analyseert general manager Denis Bedoret.

Dienstenwaaier 

MaSTherCell wil méér zijn dan dienstverlener: het wil voor zijn klanten een partner voor de lange termijn zijn. Grote troef hierbij is de combinatie van wetenschappelijke expertise van topniveau met een diepgaande kennis van alles wat een labomgeving linkt met de markt. Het bedrijf is gevestigd op twee platformen van 600 m² in een nagelnieuw gebouw in het Biopark. Administratie en verkoop zijn ondergebracht op de ene verdieping; de andere is productiezone met classificaties van D tot A volgens het vereiste isolerings- en beschermingsniveau. MaSTherCell beperkt zich niet tot louter productie maar biedt – en dat is precies zijn kracht! – een hele dienstenwaaier aan, te beginnen bij het technologie-overdrachtlab waar met de klant de overdracht van zijn technologie en zijn werkmethodes wordt geregeld. Verder is er de productiesimulatie waar de voorwaarden worden geschapen om aan industriële vereisten te voldoen. En tot slot: het lab voor kwaliteitscontrole waar monsters worden getest van elk lot dat de productiezone verlaat. Activiteit waarbij het enkel om advies gaat, is miniem. Deze gaat meestal gepaard met simulatie en daarna afhandeling van de productie. MaSTherCell heeft zijn initiële strategie vrij snel moeten aanpassen. De eerste Waalse bedrijven die zich op celtherapie toespitsten (Promethera, Bone Therapeutics en Cardio3 dat later Celyad werd), kozen ervoor (om diverse redenen) om interne productiecapaciteit te ontwikkelen.

MaSTherCell is daarom de buitenlandse markt gaan verkennen. Om zijn ontwikkeling te versnellen fuseerde MaSTherCell in 2015 met het Israëlische Orgenesis dat meerderheidsaandeelhouder werd van de Belgische kmo die nochtans haar autonomie behoudt. Het beslissingscenter blijft in Gosselies, binnen de dynamiek van de biowetenschappen, onder de koepel van Biowin.

MaSTherCell is niet de enige speler op de wereldmarkt maar behoort toch tot de twee belangrijkste in Europa en is toonaangevend wat immuuntherapie aangaat. Klanten zijn vooral Amerikaanse, Israëlische of Europese bedrijven die actief zijn op de Europese markt. “Met celmaterie ben je verplicht om je te beperken tot de omgeving van de centra waar de cellen worden afgenomen en verwerkt. Daarin verschillen we van de traditionele biofarmasector. Zo’n partijtje cellen kan soms niet langer dan een dag of zelfs slechts enkele uren opgeslagen worden.”

Terughoudendheid overwinnen

De markt evolueert snel, met uitstekende ontwikkelingsperspectieven. Het bedrijf heeft zijn omzet sinds 2013 elk jaar verdubbeld, tot ruim 10 miljoen euro in 2016. Productieverhoging is noodzakelijk om binnen redelijke termijnen te kunnen blijven voldoen aan de grote vraag. Daarom wil MaSTherCell zijn vestiging uitbreiden met een tweelingvleugel die de productieoppervlakte verdubbelt. De werken zouden in september moeten starten en een jaar duren. Het betreft een investering van 5 miljoen euro. Het bedrijf verwacht tegen 2021 een omzet van 30 miljoen euro te draaien met 225 à 250 werknemers op deze site.

MaSTherCell hoopt dat in de nabije toekomst veel jonge Waalse bedrijven toetreden tot zijn klantenkring. “Voor sommige start-ups lijken wij duur, maar onze prijs is gewoon de marktnorm. Om samen te werken met een partner moet vaak intrinsieke terughoudendheid overwonnen worden.” Vele jonge bedrijven vrezen de controle te verliezen over hun fabricageprocedé en over het product dat ze al jaren koesteren in hun laboratorium. “Er valt op dat punt helemaal niets te vrezen. Vertrouwelijkheid is de hoeksteen van ons vak. Biotherapie is in het algemeen een sector die nog niet tot maturiteit gekomen is. Wie vanaf de start miljoenen euro investeert in productietools, blokkeert enorme bedragen die ongetwijfeld op een andere, op termijn rendabelere manier geïnvesteerd hadden kunnen worden.”

In een industriesector die het van precisie en personalisering moet hebben, is het niet altijd aangewezen om productievolumes aan te halen. Denis Bedoret houdt zich op de vlakte: “Wij hebben al honderden klinische pakketten voor patiënten aangeleverd en daarmee wellicht levens gered. We staan zeer dicht bij de patiënt bij pathologieën die dodelijk zouden zijn als er niet werd ingegrepen met geavanceerde technologieën.” 

Grote structurele flexibiliteit

Technologie is uiteraard niet weg te denken in deze sector. En automatisering behoort zeker tot de ingrijpende trends voor de toekomst. Op de markt verschijnen nu de eerste uitrustingen. “Dat gaat een impact hebben op de fabricagekosten en ook op de beveiliging van de fabricageprocessen, zonder daarom het werkgelegenheidsniveau te bedreigen.”

MaSTherCell heeft momenteel 85 mensen aan het werk op zijn site in Gosselies. Het bedrijf heeft de ambitie om tegelijk met zijn ontwikkeling ook zijn Waalse verankering veilig te stellen en te versterken. De sleutel voor de groei ligt vooral bij het personeel van wie een grote structurele flexibiliteit wordt verwacht. De teams worden per project ingedeeld en passen zich aan de technologieën en de procedés van de klant aan. “Wij werken graag met mensen die oog voor het algemeen belang delen met de nodige soepelheid om te kunnen samenwerken met mensen van andere afdelingen. Ieder voegt daarbij zijn eigen specificiteit toe om in dezelfde richting te evolueren.” Een andere sleutel voor succes is alert te blijven voor wat leeft en beweegt, en dit op drie niveaus. Om te beginnen flexibiliteit en tevredenheid van het personeel; daarnaast oog blijven hebben voor de concurrentie en de marktevoluties; en tot slot de evolutie in de technologie, dankzij permanent contact met universitaire labs en met de belangrijkste fabrikanten van uitrusting. Rekrutering vormt tot nu geen bijzonder probleem in een Waalse context waar er geen gebrek is aan gekwalificeerd personeel. “Wij stellen onze eisen maar hebben ook een fijne werksfeer te bieden waar respect en transparantie de samenwerking bevorderen. Een uitdaging voor de toekomst is die hartelijke sfeer te handhaven ondanks de groei, door ervoor te zorgen dat al onze medewerkers altijd hun plaats vinden in het geheel.”

www.masthercell.com


 

Een Waalse kmo ontwikkelt – met een innovatieve aanpak  via het eigen immuunsysteem van de patiënt – een vaccin tegen een hersenkanker die tot vandaag niet behandelbaar was.


Glioblastoma multiforme is een uiterst kwaadaardige tumor die verantwoordelijk is voor 60% van alle hersenkankers. Curatieve behandelingen via chirurgie, chemotherapie en radiotherapie blijken grotendeels ondoeltreffend: 75% van de patiënten sterft in de 18 maanden na de diagnose. Zonder behandeling is de fatale termijn meestal zelfs korter dan drie maanden

De afweer stimuleren 

Er is echter hoop! De Waalse kmo ERC Belgium ontwikkelt een behandeling op basis van immuuntherapie die de eigen immunorespons van de patiënt moet stimuleren. Alles begon bij de briljante intuïtie van Apostolos Stathopoulos die neurochirurgie studeerde aan de universiteit van Luik. Tijdens een operatie waarbij hij assisteerde, kreeg hij pardoes een straal kankercellen in zijn ooghoek. Na de eerste paniekreactie verwierp hij het idee dat hij de ziekte zomaar op die manier kon oplopen: hij rekende intuïtief op het vermogen van zijn immuunsysteem om deze vreemde kankercellen af te blokken. En precies dát zette hem aan het denken. Enkele jaren later bracht de piepjonge arts enkele beroemde specialisten inzake immuunreacties en kanker bijeen in Parijs, om na te denken over het stimuleren van het eigen afweersysteem. Twee principes stonden daarbij voorop: enerzijds kon het haast niet anders dan dat ons complexe, performante immuunsysteem, vrucht van miljoenen jaren evolutie, bekwaam zou zijn om ons te genezen van kanker; anderzijds was er de eigenschap van ons lichaam om vreemde elementen af te stoten.

In 2008 richtte dr. Stathopoulos zijn bedrijfje ERC op (Epitopoietic Research Corporation). Zijn intuïtie was intussen concreet bevestigd door de eerste testen op dieren: glioblastoma multiforme is wel degelijk te bestrijden door injecties met het product Gliovac. Dit vaccin verbindt kankercellen van de patiënt met cellen die werden afgenomen bij minstens drie andere patiënten. Door hierbij verschillende allogene tumoren in te schakelen, wordt rekening gehouden met de variabiliteit van kanker en wordt een krachtige immuunreactie uitgelokt die zich ook op de tumorcellen van de patiënt zal richten. De complete behandeling duurt twee jaar, met 12 injectiecycli van drie weken. In het begin volgen deze cycli elkaar snel op; vanaf de zesde maand wordt het interval groter. Het gaat om één injectie per keer, zodat de behandeling niet zwaar noch invasief is. 

Een “schrijnende gevallen”-behandeling

Het product wordt nu klinisch onderzocht in Irvine (universiteit van Californië, VS). Hier worden 84 patienten dubbelblind behandeld. “Indien de resultaten aansluiten op onze verwachtingen, vragen we een voorwaardelijke commercialisering aan”, vertelt communicatiedirecteur Paul Petit Jean. Dit kankertype behoort tot de “weesziekten” met slechts 3 à 5 slachtoffers op een populatie van 100.000 mensen, zodat de farmasector niet staat te trappelen om te investeren in onderzoek. Wegens het zeer hoge sterftecijfer door het glioblastoom en het ontbreken van bevredigende therapeutische oplossingen wordt het gebruik van Gliovac echter toegestaan – met toestemming van de bevoegde lokale autoriteiten – in het kader van de “schrijnende gevallen”-regeling. Zo zijn alvast zeer bemoedigende eerste resultaten geboekt bij patiënten in heel de wereld. “Er werden nog geen bijwerkingen genoteerd behalve migraineopstoten, die veeleer te maken hebben met de tumor, en erythema’s (rode plekken op de huid). Mensen die niet meer konden spreken, kregen hun spraak terug; bij anderen zagen we hun mobiliteit spectaculair verbeteren.”

Een van de missies van Paul Petit Jean is de wereld rond te reizen om diverse lokale medische autoriteiten te briefen over de revolutionaire behandeling. Waar mogelijk sluit hij akkoorden voor een “schrijnend geval”-behandeling. “In een ziekenhuis in Carthagena (Colombia) sprak ik met een gerenommeerde neurochirurg. Hij vroeg me of een behandeling mogelijk was voor de jonge eigenaar van een scootergarage.” Toen de behandeling startte, was hij al hervallen en had zijn echtgenote hem net verteld dat ze in verwachting was… Dankzij Gliovac heeft hij zijn kind geboren zien worden en was hij zelfs getuige van de eerste stapjes. “Wij behandelen voorlopig slechts een zeer beperkt aantal patiënten, maar als we iemand een kans kunnen geven tegenover een ongeneeslijke ziekte, doen we dat.” Deze openheid wekt enorm veel hoop, maar de behandeling is niet altijd mogelijk. Dat heeft vaak meer te maken met administratieve en wettelijke dan met medische redenen.

Vandaag, nu fase 1 wordt afgerond, erkent iedereen alvast dat Gliovac geen enkel gevaar vormt voor de volksgezondheid. De behandeling is echter nog te nieuw om al te kunnen garanderen dat het organisme, zodra het macrofage systeem alle kankercellen vernietigd heeft, op lange termijn die veerkracht tegenover de ziekte zal kunnen handhaven.

Tumorenbank 

ERC Belgium voerde zijn eerste pre-researchtests uit in wetenschapspark Crealys in Gembloers (Gembloux) en onderzoekt daar nu ook de effecten op pancreas-, long-, eierstok- en andere kankers. Voor de productieactiviteiten moeten we 200 km noordelijker zijn, in Schaijk (Nederland). ERC Nederland herbergt er zijn tumorenbank en de entiteit die het vaccin produceert. De tumoren die bij patiënten worden weggenomen, worden naar hier gestuurd om een persoonlijk vaccin te prepareren. Het hele proces, van tumorverwijdering tot bezorging van het vaccin, duurt ongeveer twee weken. Kwaliteitscontrole staat hierbij altijd en overal centraal. “Dit is een tijdelijke oplossing. Het is onze bedoeling om de productiesite na de testfase in Wallonië te vestigen”, preciseert Paul Petit Jean.

ERC telt momenteel slechts 8 werknemers (5 in België en 3 in Nederland). De wetenschappelijke medewerkers en de executives werken met een “inverdienregeling” (uitgestelde vergoeding). “Een andere mogelijkheid was er niet. Omdat deze mensen overtuigd zijn van de toekomst van deze behandeling, zijn ze bereid een pak tijd op het spel te zetten om de onderneming te laten profiteren van hun ervaring. Iedereen wil dat het lukt.”

ERC kan weliswaar rekenen op continue ondersteuning vanuit het Waals Gewest, maar blijft contacten leggen om fondsen te verzamelen die nodig zijn om het klinisch onderzoek af te ronden. “Zodra dit geld op tafel ligt, kunnen we het klinisch onderzoek binnen 18 maanden voltooien; daarna volgen enkele administratieve obstakels voor de gedeeltelijke commercialisering van het vaccin, te beginnen met de VS.” De kmo heeft nu al filialen in de VS, Canada, Italië en Australië, en verzorgt daarnaast haar aanwezigheid in diverse Europese en LatijnsAmerikaanse landen.

De wind is gekeerd 

ERC kijkt met vertrouwen naar de toekomst en maakt zich niet te veel zorgen over concurrentie. “Onze technologie is zeer specifiek en is vervat in een brevet voor 30 jaar. Geen enkele concurrent beheerst onze globale aanpak die tot stand is gekomen met integratie van andere oplossingen die deels bevredigend waren.” Toen dr. Stathopoulos zijn onderzoekswerk startte, geloofden weinigen in medische kringen in de immuuntherapie. “Als het écht zou werken, zouden we dat wel weten”, was de standaardcommentaar. Een totaal in vergetelheid geraakte Engelse arts beschreef nochtans al in de 19de eeuw het belang van deze methode om kanker te behandelen… De wind is intussen gekeerd. Immuuntherapie geldt als een techniek met toekomst, maar er blijft nog veel werk te doen. Ook andere Waalse bedrijven (Iteos, Celyad) ontwikkelen immuunbehandelingen tegen kanker. ERC vervolgt intussen zijn onderzoek tot bestrijding van diverse tumortypes en bereidt zich voor op de commercialisering van zijn vaccin tegen glioblastoma. De toekomst van het gevecht tegen deze ziekte bestaat uit kleine en grote overwinningen, maar geactiveerd van binnenuit…

www.erc-immunotherapy.com

© iStock

In 2017 is het thema voor het Waalse Erfgoedjaar ‘Waterwegen, landwegen en spoorwegen — Erfgoed en RaVeL’. Een prima gelegenheid om een selectie te maken uit de vele plaatsen en activiteiten rond twee fietstochten van RaVeL die aandacht besteden aan waterwegen. 

 

KANALEN, STROMEN & RIVIEREN
www.ravel.be

Leers-Noord → Doornik 23 KM

De kathedraal van Doornik
Vijf torens reiken naar de hemel. De Onze-LieveVrouwkathedraal, met haar romaans schip en transept, en een gotische beuk, is een meesterwerk van de  middeleeuwse architectuur. Sinds 2000 staat ze op de werelderfgoedlijst van de Unesco. 
www.visittournai.be

 

Doornik → Peruwelz 22 KM

Kalkovens
Langs de Schelde rijzen deze indrukwekkende gebouwen op uit het groen, dat er iets geheimzinnigs en poëtisch aan geeft. Ze zijn ook getuigen van de vroegere industriële activiteit, namelijk de productie van natuurlijke waterkalk op basis van kalksteen. Sinds verscheidene jaren ontwikkelt de vereniging van doorgevers van herinneringen een artistiek project om die gedachtenis te bewaren.
www.famawiwi.com 

 

Peruwelz → Bergen 30 KM

Het natuurreservaat van Harchies
De vogels kennen het veel beter dan wij. De moerassen van Harchies strekken zich over 150 ha uit in de Hainevallei en herbergen talloze vogelsoorten die er heel het jaar blijven of er langskomen tijdens hun trek. Het CRIE van Harchies organiseert bezoeken op de eerste en de derde zaterdag van de maand.
www.oiseauxmaraisdharchies.be 

 

Bergen → La Louvière 19 KM

Scheepsliften van het Centrumkanaal
Van de acht hydraulische scheepsliften die er tussen het einde van de 19de en het begin van de 20ste eeuw werden gebouwd, blijven er nog vier in hun oorspronkelijke staat van werking over. Ze zijn wonderen van de menselijke vindingrijkheid en een lofzang op de traagheid. Minstens eens in zijn leven moet men er zich mee verplaatst hebben. In het kader van het Erfgoedjaar 2017, kunnen er in Houdeng-Goegnies elektrische boten worden gehuurd van 01/04 tot 14/04, van dinsdag tot zondag, van 10 tot 17 uur.
voiesdeau.hainaut.be 

 

La Louvière → Charleroi 45 KM

Kaai 10
In de vroegere modernistische gebouwen van de Nationale Bank in Charleroi ontplooit zich voortaan een nieuwe plek die gewijd is aan tekenfilms, films en video’s. Met haar vijf bioscoopzalen, haar gamingspace, haar café-restaurant en haar onthaalplaats voor ondernemingen, is dit een nieuwe stedelijke ruimte, een ruimte om te leven aan de oever van de Samber.
www.quai10.be 

 

Charleroi → Anhée 49,5 KM

Het ReGareinterpretatiecentrum van Fosses-la ville
In het oude station van Fosses-la-Ville hebben de uurroosters van de spoorwegen en het gefluit plaats gemaakt voor de heilige Feuillanus, voor de Chinels en voor alle figuren uit de geschiedenis en het erfgoed van Fosses. Je vindt er sporen van de Ierse monnik die de stad stichtte, je leert er wat de geheimzinnige Limotche is en nog veel meer. Het is niet zozeer een museum als wel een ontmoetingsplaats, waar voorwerpen verhalen vertellen en je zin geven om er meer over te weten. 
www.regare.be

 

 


TOCHT NAAST HET WATER
www.ravel.be

Chaudfontaine → Hoei 43,5 KM

Op stap, burgers!
Het geheugen opfrissen om beter naar het heden te kunnen kijken, dat is het doel van deze maatschappelijke tocht rond Hermalle-sous-Argenteau. Een smartphone-toepassing en erfgoedplaatsen of alledaagse plekken om het te hebben over onderwerpen zoals democratie, vrije meningsuiting, onderwijs en geheugenwerk. In het kader van het Erfgoedjaar 2017 kan men dit traject afleggen tot 14/04. 
www.territoires-memoire.be

 

Hoei → Namen 32,5 KM

De Sint-Lupuskerk
De Sint-Lupuskerk in het centrum van het oude Namen wordt beschouwd als een van de mooiste Belgische barokgebouwen uit de 17de eeuw. Het prachtige gewelf van tufkrijtsteen uit Maastricht, het fijn gebeeldhouwde houtwerk en de indrukwekkende zuilen van zwart marmer uit Mazy en van rode “jaspe” uit Rochefort verheerlijken het sacrale. In het kader van het Erfgoedjaar 2017, kan de kerk elke zaterdag om 15 uur worden bezocht tot 14/04.
www.eglise-saint-loup.be



Namen → Charleroi 47,5 KM

Sambreville, de paden van Arsimont
In dit landelijke dorpje kunnen bezoekers en bewoners wandelen op de Rousse-, Violettes- en Mousse-paden. Die paden ontstonden omdat men de kinderen naar school wilde laten gaan, zonder dat ze langs drukke verkeerswegen moesten lopen. Zo werden er zes paden vrijgemaakt en bewegwijzerd met de hulp van de Koning Boudewijnstichting. Oude namen werden vanonder het stof gehaald en nieuwe werden aangebracht door de kinderen van het dorp. 
www.cracs.eu


Charleroi → Thuin 21 KM

À s’naise su la Sambe?
Is de Boven-Samber een streek voor riviertoerisme aan het worden, net zoals het Canal du Midi en de Bourgondische kanalen? Dat is in alle geval de wens van Sambre Tourisme, met zijn twee boten. De ‘Lord Josef’ biedt plaats aan 2 tot 10 personen, terwijl de ‘Helix’, een verre neef van de ‘Petit Baigneur’ van Louis De Funès, er 6 tot 20 aan boord kan nemen.
www.sambre-tourisme.be

 


Thuin → Erquelinnes 19,5 KM

Solre-sur-Sambre
De burcht van deze landbouwgemeente is een van de mooiste voorbeelden van middeleeuwse versterkte gebouwen in Henegouwen. Tijdens een wandeling door het dorp kan men ook de gotische SintMedarduskerk, de Clocherhoeve met haar portiektoren en de ruïnes van de Thure-abdij bewonderen.

 

 

www.journeesdupatrimoine.be
ravel.wallonie.be

Door een passieve koeltechniek zonder ventilator of pomp te ontwikkelen, brengt Calyos een baanbrekende innovatie op de markt die het bedrijf veelbelovende vooruitzichten biedt.

 

Las Vegas, januari 2017. De Consumer Electronics Show (CES) is dé ontmoetingsplaats voor nerds uit alle delen van de wereld die op zoek zijn naar de gadgets van morgen. In stand 26904 zorgt de revolutionaire technologie van een Belgisch mkb-bedrijf voor opwinding. Nog nooit heeft iemand zoiets gezien of gehoord. De technologie, die meestrijdt in de categorieën ‘Gaming’ en ‘Computer Hardware’, eindigt in beide gevallen op de eerste plaats. Niet slecht voor een start-up waar twaalf maanden eerder nog maar vijftien mensen werkten. De reden voor deze beroering is een pc voorzien van een passief koelsysteem dat geen enkel geluid maakt en dat zonder water in een gesloten kringloop functioneert.

Dit ongelooflijke avontuur begint enkele jaren daarvoor met Olivier De Laet. Met een ingenieursdiploma van de ULB op zak werkt hij mee aan de oprichting van Euro Heat Pipes (EHP), een spin-off waar SABCA zijn afdeling voor temperatuurregeling onderbrengt. Het doel is om een technologie voor koeling zonder lucht of motor te benutten die al jaren bij de vliegtuigcascobouwer in een la ligt. De beoogde markt is de ruimtevaartsector met zijn extreme omstandigheden, die betrouwbare en energiezuinige oplossingen vereisen om alle ingebouwde elektronica te koelen. Hierbij valt met name te denken aan het gebrek aan lucht waar satellieten in een baan om de aarde mee te maken hebben. Met de oprichting van Calyos in 2011 richt Olivier De Laet zich op ‘aardse’ toepassingen. De knowhow en technologie van EHP, die vanaf dat moment perfect onder controle zijn, maken het mogelijk om innovatieve en goedkope technologische oplossingen voor nieuwe sectoren aan te bieden. Het bedrijf richt zich in de eerste plaats op de productie van spoorwegmaterieel, wat uitmondt in een samenwerking met Alstom die gestalte krijgt in een koelsysteem voor de Parijse metrostellen. Maar ook andere sectoren, zoals datacenters en pc-fabrikanten, zien er veelbelovend uit.

Een afgesloten systeem

Wat valt er te zeggen over deze technologie die de kern vormt van de innovatie bij EHP en later Calyos? Het begon allemaal met een octrooi dat in de jaren 1970 door een Russische ingenieur werd aangevraagd en waarvoor Stephen Fried, technologiedirecteur van het computerbedrijf Microway, in de jaren 1980 toepassingen aanvroeg in de Verenigde Staten. Deze technologie kwam lange tijd niet vooruit, omdat het niet lukte om ze op een overtuigende manier aan te wenden. Het principe van de Loop Heat Pipe (LHP) berust op een afgesloten koelsysteem bestaande uit een verdamper en een condensator die via twee slangen met elkaar zijn verbonden. De LHP bevat een gas dat verdamping en vervolgens condensatie mogelijk maakt van de warmte die door een mechanisch of elektronisch systeem wordt afgegeven. De beslissende sprong vooruit is de verdamper, die in zekere zin de zwarte doos van het systeem is. Bij Calyos kennen slechts drie mensen de precieze samenstelling ervan en de bedenkers wilden geen octrooi op het procedé aanvragen om geen schriftelijke sporen na te laten. “In het bedrijfsleven waren veel mensen sceptisch”, zegt marketingmanager Elisa Wolf. “Alle eerdere pogingen waren namelijk om de een of andere reden mislukt. Stephen Fried, die nu heel oud is, heeft ons groen licht gegeven. Hij was heel blij dat zijn uitvinding in praktijk werd gebracht en dat hij zo kon aantonen dat hij geen naïeve dromer was!”

Een belangrijke markt

De koeling is een van de belangrijkste punten van zorg voor de beheerders van datacenters. De servers en storage arrays moeten op een temperatuur van 20 °C worden gehouden. Elke over
verhitting leidt tot hogere energiekosten en een mogelijke aantasting van de onderdelen van het systeem. De koelelementjes bevinden zich in laden die op regelmatige afstanden in de wanden van het datacenter zijn aangebracht. In een groot datacenter gaat het om enkele duizenden. “Het is een belangrijke markt”, benadrukt Elisa Wolf. “Onze technologie is volledig in orde. De warmte die door de elektronische componenten wordt afgegeven, voeren we af en koelen we in de radiator zonder lucht rond te blazen en al helemaal geen water te laten circuleren. Daardoor kunnen we de uiteindelijke prijs van het energieverbruik met een factor drie of vier verlagen.” De klanten laten zich door twee soorten argumenten verleiden. Er zijn klanten die hun elektriciteitsverbruik willen verlagen en er zijn klanten die een grotere rekenkracht in hun servers willen ontwikkelen terwijl de bedrijfstemperatuur hetzelfde blijft. Hoewel de technologie bestaat en bewezen heeft goed te functioneren, moet ze aan elke omgeving worden aangepast, wat een vrij langdurig proces is. “Wil dat rendabel zijn, dan moet je alles veranderen, maar daarmee is een enorme investering gemoeid. Zolang het gebruik niet rendeert, blijven bedrijven terughoudend. Dat is het probleem waar alle baanbrekende technologieën tegenaan lopen.” Calyos heeft contact met enkele grote beheerders van datacenters, maar blijft in dit stadium liever discreet als het om hun identiteit gaat.


De koeling is een van de belangrijkste punten van zorg voor de beheerders van datacenters. De servers en storage arrays moeten op een temperatuur van 20 °C worden gehouden. Elke oververhitting leidt tot hogere energiekosten en een mogelijke aantasting van de onderdelen van het systeem.  


 

Een scherp gehoor

De belangstelling voor die andere grote markt, namelijk de pc-markt, begon met de presentatie van een eerste ‘zelfgemaakt’ prototype op een beurs in Duitsland. “Om de voordelen van onze passieve technologie tot hun recht te laten komen, leek het ons praktischer om een werkende pc te laten zien die was samengesteld op basis van in de handel verkrijgbare elektronische onderdelen.” Dat eerste prototype woog 35 kilo, maar kreeg meteen heel wat aandacht vanwege zijn stille werking en zeer geringe warmteafgifte in verhouding tot de krachtige grafische kaart, die bijzonder veel energie vrat. Bij gebrek aan een pomp kan de passieve pc van Calyos op dat punt niet defect raken en omdat er geen lucht in beweging wordt gebracht, is er ook geen stof. Wat als eerste opvalt, is de afwezigheid van het kenmerkende ventilatorgeluid. “Sommige gebruikers hebben me desondanks verteld dat ze het gekraak van de elektronische onderdelen hoorden!” Maar dan moet je echt een scherp gehoor hebben.

De eerste positieve reacties van pc-fabrikanten en technologiefreaks stimuleerden Calyos om zich met een compactere machine, de NSG-S0, in Las Vegas te presenteren. De naam, het resultaat van urenlang brainstormen, is een acroniem van Never Stop the Game en benadrukt de lange levensduur van de machine wanneer je er een game op speelt.

Een ander interessant vooruitzicht voor Calyos is dat het Amerikaanse bedrijf Supermicro de Walen heeft benaderd voor de bouw van een compacte pc. Deze pc, die zich nu nog in het prototypestadium bevindt, is in het beste geval na september 2017 via de distributiekanalen voor het grote publiek beschikbaar.

Beperkte productie

Dichter bij huis maakt Calyos zich gereed voor een Kickstarter-campagne om de productie in beperkte aantallen van de ster van Las Vegas, de NSG-S0, te financieren. “Op termijn wil het bedrijf geen rechtstreekse verkoop aan consumenten. Maar veel mensen vinden het lastig om te begrijpen dat we geen pc’s verkopen. De markt staat nog in de kinderschoenen. Deze Kickstarter-campagne beoogt de interesse van een nichepubliek te testen en de fabrikanten in de sector gerust te stellen. We willen ons positioneren als intermediair tussen de fabrikanten en de assembleurs. Onze naam is trouwens gedoemd om volledig van de producten te verdwijnen.” De productie zal niet meer dan 1000 stuks bedragen. Deze pc’s, die voor een prijs van ongeveer € 1.500 worden verkocht, zijn computers voor in de woonkamer, die vooral bestemd zijn voor gaming, videostreaming en recreatieve activiteiten. “Vanwege onze andere projecten en orders proberen we wat betreft tevredenheid de gulden middenweg te vinden tussen alle mensen die dagelijks contact met ons opnemen om de pc te kopen die we op de CES hebben gepresenteerd en onze B2B-klanten, zoals Supermicro of spelers uit de datacenterwereld die ons orders gunnen.”

Multifunctionele teams

Sinds augustus 2017 heeft Calyos een nieuwe vestiging in Jumet. Een hagelwit gebouw van één verdieping, waar het bedrijf het onderzoek, de ontwikkeling en de productie van zijn unieke technologie concentreert. In de hal prijken de machines die voor een sensatie zorgden in Las Vegas en het prototype van de NSG-Cube die Calyos samen met Supermicro ontwikkelt. Je kunt er ook het systeem bewonderen dat in de metro van Parijs is toegepast en waarop Alstom vijftig jaar garantie geeft!

Calyos heeft nu ongeveer dertig mensen in dienst, van wie de helft ingenieur is. De teams zijn multifunctioneel en passen zich aan de prioriteiten van de klanten aan. Een grote ruimte aan de achterkant van het gebouw is gereserveerd voor de productielijnen, die nog precies afgesteld moeten worden om hun kruissnelheid te bereiken. Voor zijn financiering kwam Calyos in aanmerking voor iets meer dan € 1 miljoen aan R&D-investeringen door het Waals Gewest, aangevuld met ongeveer € 500.000 aan investeringssteun. Het bedrijf wordt ook gesteund door particuliere middelen en het AWEX.

Tussen nu en 2018 verwacht Calyos 10.000 koelcircuits per jaar te produceren. Het bedrijf gaat alle onderdelen uitbesteden waaraan het zelf geen waarde toevoegt. Bij Calyos zien ze de toekomst met vertrouwen tegemoet, ook al weten ze dat ze door anderen in de gaten worden gehouden. Hun enige echte concurrent is Master Coolers, een Chinese zwaargewicht in deze sector. “Omdat we op zo’n tien jaar ontwikkeling kunnen bogen, hebben we toch veel voorsprong.” Het mkb-bedrijf wil echter voorzichtig blijven en bekijkt de ontwikkeling stap voor stap. Het is duidelijk dat de deelname aan de CES de situatie heeft veranderd. “We hebben meerjarenplannen gemaakt. Het doel is om koelsystemen aan industriële klanten te verkopen, niet aan het grote publiek. Maar we moeten alert blijven, want we zijn niet gevrijwaard van een totale reorganisatie. Misschien dat we over een jaar toch pc’s gaan verkopen.” Calyos draait niet alleen de gebruikelijke economische stromen om door zijn technologie naar computerproducerende landen te exporteren, maar staat misschien ooit aan de wieg van de eerste Waalse pc!

www.calyos-tm.com


Calyos heeft nu ongeveer dertig mensen in dienst, van wie de helft ingenieur is. De teams zijn multifunctioneel en passen zich aan de prioriteiten van de  klanten aan. Een grote ruimte aan de achterkant van het gebouw is gereserveerd voor de productielijnen, die nog precies afgesteld moeten worden om hun kruissnelheid te bereiken. 


 

Het Naamse bedrijf Market-IP, pionier op het gebied van geolokalisatie, combineert de kracht van telematica met cartografische gegevens om de mobiliteit van wagenparken te optimaliseren.

 

Voor veel ondernemingen is mobiliteit van levensbelang. Wanneer bedrijfswagens zich efficiënt verplaatsen en ritten in real time worden geoptimaliseerd, levert dat tijdwinst en vooral geld op. De algemene toepassing van gps betekent weliswaar een belangrijke sprong voorwaarts, maar is slechts een heel klein deel van de oplossing. Een rit van A naar B in een auto levert een schat aan gegevens op, die gereedliggen om geoptimaliseerd te worden. Gegevens vormen ook de kernactiviteit van Market-IP, een ter zake kundig mkb-bedrijf uit Namen, dat onlangs een van de exportprijzen van het Agence Wallonne à l’Exportation et aux Investissements Etrangers (AWEX) voor 2016 heeft gewonnen.

Softwareoplossingen

Het avontuur begint in 2001 wanneer Arnaud Storder, een jonge licentiaat in de geografie, zich op digitale cartografie via internet stort. Om zich van de grote jongens in de sector te onderscheiden, ontwikkelt hij Telefleet, een verzameling softwareoplossing rondom voertuiglokalisatie. Deze tool, die het mogelijk maakt om de bewegingen van elk soort voertuig op afstand te lokaliseren, ontpopt zich als een bijzonder doeltreffend hulpmiddel in geval van ‘carjacking’. Telefleet biedt ook mogelijkheden om stilstaande bedrijfswagens op afstand te onderhouden.

Na dit eerste succes verfijnt Market-IP zijn strategie door zich op het ontwerp van software toe te leggen, de kastjes door anderen te laten maken en de verkoop en inbouw van het totale apparaat in het voertuig aan partners over te laten.

In de jaren daarna introduceert het bedrijf Geoplanning, een geografische planningtool die het mogelijk maakt om ritten voor te bereiden en te optimaliseren. Dankzij een interface met hun interne managementsystemen kunnen bedrijven ook de noodzakelijke voorraden voor de herstellers optimaal beheren. Geoplanning stelt hen bovendien in staat om meer onderhoudsinterventies uit te voeren en deze eenvoudiger te factureren.

De nieuwste tool in de gereedschapskist van Market-IP is Drivexpert, een softwareprogramma dat het gedrag van bestuurders uit veiligheids- en verbruiks- oogpunt analyseert. De verzamelde gegevens kunnen bijzonder interessant zijn voor leasebedrijven en fleetmanagers die een zuiniger en milieuvriendelijker gebruik van bedrijfswagens willen bevorderen of voor verzekeringsmaatschappijen die zo in staat zijn om maatwerkcontracten op basis van het bestuurdersgedrag aan te bieden.

Permanente ontwikkeling

Het bedrijf heeft door zijn indirecte verdienmodel maar een beperkt aantal medewerkers (momenteel ongeveer twintig) en concentreert het grootste deel van zijn werkzaamheden in Naninne. Dankzij de samenwerking met verschillende fabrikanten kan Market-IP de eindgebruiker, naar gelang het soort voertuig en de gebruiksomstandigheden, uit zo’n zestig verschillende kastjes laten kiezen. Een vrachtwagen die de woestijn doorkruist, heeft immers niet dezelfde behoeften als een bestelwagen in de stad. Een van de sleutelwoorden van het bedrijf is aanpasbaarheid. Elke gebruiker heeft andere verwachtingen. Het team bestaat voornamelijk uit ontwikkelaars, die de producten voortdurend verder ontwikkelen. “We brengen elke week updates uit waar al onze klanten van profiteren. Het begint soms als reactie op een bepaald verzoek, maar zodra een functie interessant kan zijn voor een grotere groep gebruikers, maken we deze op grotere schaal beschikbaar”, legt marketingmanager Sarah Laval uit.

Market-IP heeft een heel platte organisatie en zeer weinig verloop. Een IT’er die als ontwikkelaar begint met programmeren, kan daarna mobiele applicaties gaan ontwikkelen als blijkt dat hij bijzondere aanleg daarvoor heeft. Om zo goed mogelijk op de behoeften van de gebruiker in te spelen, past het team van ontwikkelaars de SCRUM-methode toe. “In plaats van stapsgewijs op een zeer verkokerde manier te werken, hebben we besloten om dat iteratief en in teamverband te doen, met een dagelijkse reporting. Daardoor kunnen we de ontwikkelingen versnellen, de kwaliteit verhogen en de werkelijke behoeften van de markt op de bedrijfseisen afstemmen.” 

De updates gebeuren zowel om aan de verzoeken van gebruikers te voldoen als om de markttrends te volgen. “Sommige ontwikkelingsverzoeken kunnen ons 9 uur werk kosten, maar andere wel 20 tot 30 dagen. We differentiëren de ontwikkelingen naar gelang het belang en de mogelijkheden”, beweert Romain Olieslager, Middle East Business Developer van Market-IP. Wanneer bepaalde behoeften de intern beschikbare deskundigheid te boven gaan, kan het bedrijf zich richten tot universitaire onderzoekscentra. Zo werd het CETIC in Charleroi ingeschakeld om algoritmen te ontwikkelen en wordt misschien een beroep gedaan op het Centre de Recherche Information, Droit et Société (CRIDS) om de nieuwe Europese bepalingen op het gebied van privacybescherming te voorspellen. “We proberen zo veel mogelijk ontwikkelingswerk in eigen bedrijf te doen, vooral wanneer het verband houdt met mobiele technologie. Telkens wanneer we werk uitbesteden, verliezen we een stukje beheersing en kunnen we minder snel reageren”, verduidelijkt Sarah Laval.

Specifieke behoeften

De klanten van Market-IP zijn te verdelen in allerlei transportondernemingen, leasemaatschappijen en bedrijven die actief zijn in de oliewinning of de bouw. Market-IP breidt zijn activiteiten sinds 2007 naar het buitenland uit en is tegenwoordig aanwezig in Frankrijk, België, Nieuw-Caledonië, het Midden-Oosten (Qatar, Oman en Saoedi-Arabië) en Afrika ten zuiden van de Sahara. Elke markt heeft zijn eigen behoeften en hefbomen om marktaandeel in buurlanden te veroveren. In het sultanaat Oman is het olietransport, dat aan strenge regels is gebonden, min of meer toonaangevend voor andere sectoren als het gaat om apparatuur. “We zijn er sinds 2011 actief en hebben tegenwoordig het op één of twee na grootste marktaandeel.” In Qatar, waar Market-IP sinds een jaar commercieel actief is, had men echter nog nooit van telematicabeheer voor wagenparken gehoord. In Afrika moet rekening worden gehouden met een zeer incompleet wagenpark, dat soms uit heel oude voertuigen bestaat. Daar is brandstofdiefstal een van de zorgwekkendste problemen. “We installeren sensors in de tanks die een alarmsignaal afgeven wanneer het peil plotseling met meer dan 5% daalt”, benadrukt Romain Olieslager.

Ondanks zijn functieomschrijving zit de jonge exportmedewerker niet de hele tijd in het vliegtuig. Zolang een verblijf regelmatig plaatsvindt, hoeft het niet lang te duren. “We proberen onze partners drie à vier keer per jaar te bezoeken en zij komen ook één of twee keer naar Naninne. En anders bellen we elkaar vrijwel dagelijks. We hebben gemerkt dat een bezoek bijna altijd wordt gevolgd door een opleving van de activiteit, omdat we nieuwe ontwikkelingen laten zien en voor extra motivatie zorgen.

Strategische aanpak

Market-IP ziet de toekomst met vertrouwen tegemoet. Het bedrijf moet veel opkomende markten verkennen en nieuwe partners zoeken om het aanbod verder te vergroten en zijn dienstverlening te intensiveren. De groei wordt ook bereikt door producten te ontwikkelen die beter op elkaar zijn afgestemd. “We beseffen dat steeds meer bedrijven transversale behoeften hebben. Om daarop in te spelen, is het waarschijnlijk veel beter als we de architectuur van onze producten wijzigen en vereenvoudigen om een geïntegreerd gebruik te stimuleren en meer aanzien bij onze klanten te verwerven”, meent Sarah Laval.

Wanneer we het over de toekomst van telematica voor geolokalisatie hebben, komt een enorme potentiële markt in beeld: die van de auto-industrie met seriematig uitgeruste voertuigen. “Dat is een lastige markt voor een mkb-bedrijf met 20 mensen. We gaan strategisch te werk om ons met geschikte partners te omringen, want alleen gaat ons dat niet lukken. Het is wel bemoedigend dat de ontwikkeling van de productarchitectuur die kant op gaat. Onze databases zijn er klaar voor: 100 of 10.000 licenties maakt voor ons niet veel verschil. Wij hebben de technologische hefboom die nodig is. We hoeven onze organisatie niet te veranderen of ons personeel sterk uit te breiden om een stap verder te gaan.”

www.market-ip.com

IN HET KORT    

In de eerste vijf jaar is de omzet meer dan verdubbeld. Op 30 juni 2016 heeft het bedrijf een omzet van meer dan € 2.000.000, die voor 43% uit export afkomstig is.
25 % groei per jaar.
21 medewerkers die in dienst zijn van Market-IP.
Geolokalisatie van meer dan 35.000 voertuigen en meer dan 8000 personen.
De software van het bedrijf is compatibel met meer dan 60 modellen telematicakastjes.
Projecten en uitgevoerde werkzaamheden in 10 landen.


De eeuwenoude ruïnes van de abdij van Villers-la-Ville kregen onlangs een nieuw bezoekerscentrum en een nieuwe toegang tot de site, waardoor men heel de grootsheid van deze gotische parel in zijn natuurlijk schrijn kan ontdekken.

 

Deze ruïnes behoren ongetwijfeld tot de mooiste van de christelijke wereld en vormen de volledigste cisterciënzersite van Europa. De abdij van Villers, die Victor Hugo fascineerde, kwam aan het einde van de 19de eeuw opnieuw onder de aandacht dankzij de romantische belangstelling voor ruïnes. Deze ruïnes, die zo ambivalent zijn als de ijdelheid, getuigen evenzeer van de verwoestende tand des tijds als van de weerstand daartegen.

Onder impuls van de heilige Bernardus van Clairvaux beginnen de cisterciënzermonniken in 1146 een romaanse abdij te bouwen in de Thylevallei. De pragmatische pijdragers beslissen zich boven de waterloop te vestigen, in plaats van op een van de oevers ervan, zodat de abdij het stromend water kan gebruiken voor haar huishoudelijke behoeften en haar werkplaatsen. In de 13de eeuw beleeft de abdij een eerste bloeitijd, op het hoogtepunt van de gotische pracht. In de 18de eeuw worden de middeleeuwse gebouwen in neoklassieke stijl gerenoveerd en worden het abtenhuis en de tuinen eraan toegevoegd. De abdij, die toen door 100 monniken en 300 lekenbroeders werd bewoond, beleefde een nieuw hoogtepunt, dat echter bruusk werd afgebroken door de Franse Revolutie. In 1796 werd het domein in drie kavels verkocht. De eerste kavel bevat de resten van de abdij, de tweede de bijgebouwen met de molen en de vijver, en de derde de heuvel en de hoeve. Die splitsing gaat duren tot in de moderne tijd, waarin de ruïnes nog steeds eigendom zijn van de federale staat, terwijl de andere kavels toebehoren aan het Waals Gewest. Een typisch Belgische toestand, die het beheer van de hele site gelukkig niet te veel bemoeilijkt.

 

 

Anders denken

Een van de voornaamste problemen van de site is de lange asfaltweg die er van het ene uiteinde naar het andere doorheen slingert. Die nog uit de tijd van de Franse Revolutie daterende weg doet afbreuk aan het homogene karakter van het geheel en is een element van onveiligheid voor de bezoekers. “Er wordt al twintig jaar gesproken over het omleggen van de weg, maar dat bleek niet doenbaar om budgettaire redenen en wegens de vele onteigeningen die daarvoor nodig zouden zijn. Daardoor zijn we op den duur anders gaan denken”, zegt Corinne Roger, Directrice van de dienst Vastgoedopdrachten van het Waalse Erfgoedinstituut. Beetje bij beetje werd duidelijk dat het bouwen van een loopbrug over de weg om de verschillende delen met elkaar te verbinden, de beste manier zou zijn om de site op te waarderen en om de zichtbaarheid ervan en de veiligheid van het publiek te verbeteren.

Voortaan is de site toegankelijk via een nieuw Bezoekerscentrum dat werd ondergebracht in de oude molen, een gebouw dat in de loop der eeuwen veel veranderingen onderging, maar sinds de 13de eeuw altijd in gebruik is gebleven. Daarin bevinden zich nu de kantoren van de vzw Abdij van Villers-la-Ville, twee didactische zalen en de onthaalboetiek.

Toen men afkwam met het voorstel voor een loopbrug, stond ik een beetje weigerachtig tegenover het idee om zo'n breuk te maken in een oud gebouw. Maar het is waar dat de molen in de tijd van de monniken veel kleiner was en dat hij pas later grondig werd verbouwd. Die loopbrug vertrekt vanuit een verdieping die niet bestond in de tijd van de abdij. Ze maakt de verbinding met de heuvel en biedt een weergaloos uitzicht op de site”, vernemen we van Michel Dubuisson, historicus en adjunct-directeur van de vzw.

Eerst komt men langs het onthaal en de bijbehorende boetiek, die uitpuilt van artikelen en producten die in cisterciënzer‑ en andere abdijen werden gemaakt. Van daaruit gaat men naar de twee zalen op de hogere verdiepingen. Deze vleugel van het gebouw was buiten gebruik sinds 1858, maar onderging aan het einde van de 19de eeuw een eerste reeks conservatiewerken, waarbij architect Charles Licot al van plan was er een museum in onder te brengen! De renovatie met haar verfijnde lijnen doet de panelen van cortenstaal, het natuurlijke hout en de eerbiedwaardige muren van afgebikte baksteen, heel sober op elkaar aansluiten. In de eerste zaal krijgt men een inleiding tot de cisterciënzerwereld. Zo ziet men er de ligging van de abdijen in Europa, het plan en het organogram voor de werking ervan, alsook het verbazend ingewikkelde uurrooster dat het leven van de monniken naargelang de jaargetijden regelde. Met behulp van een reeks aanraakschermen kan men die informatie verder uitdiepen. De tweede zaal wordt bijna helemaal in beslag genomen door een groot leistenen schaalmodel van de abdij in haar glorietijd. Het materiaal verwijst natuurlijk naar de steen waaruit de abdij voor 95 % werd opgetrokken en die gewonnen werd in twee nabijgelegen steengroeven. Vóór de herinrichting van de oude molen werden er verscheidene restauratie‑, uitrustings‑ en landschapswerken uitgevoerd, waarbij in 2010 de deur van de hoeve en de schuur met de huidige technische werkplaatsen werden gerestaureerd, en in 2011-2012 de wasserij waarin nu een ambachtelijke microbrouwerij is ondergebracht.

 

 

Alles sober houden

Vóór ze het eens werden over de definitieve inrichting van het bezoekerscentrum, hebben Michel Dubuisson en andere leden van de vzw enkele van de 200 Europese cisterciënzersites bezocht om er ideeën op te doen. Een van de markantste was de abdij van Fountains in Yorkshire. “Na die bezoeken waren we vastbesloten alles sober te houden en ons niet te bezondigen aan een overdreven scenografie. De inleiding mocht niet belangrijker worden dan het bezoek. Wat telt, is dat de bezoekers alle sleutels in handen hebben wanneer ze op de site zelf rondgaan.

De heuvel bestaat uit een soort natuurlijke opeenvolging van terrassen. Van daaruit heeft men uitzicht op het hele domein en beseft men dat de monniken de site echt in de diepte van het dal hebben gebouwd. “Men ziet veel beter heel de natuurlijke omgeving en veel mensen hebben me al gezegd dat ze bij het doorlopen van de ruïnes niet beseften hoe groot de site eigenlijk is.” Sinds 1146 is de heuvel altijd een levendig landbouwgebied geweest. Ook vandaag nog ziet men er schapen en paarden grazen in de weiden die tot aan de top reiken, wat past in de conserveringsprogramma’s die perfect aansluiten op het erfgoedkarakter van de site. In de eveneens gerestaureerde hoeve bevindt zich nu een integratie- vzw en een natuurcentrum. De beheerders van de site hebben ook geprofiteerd van de aanleg van het nieuwe parcours en van de inrichting van het bezoekerscentrum om de bewegwijzering en de weinige informatiepanelen langs het parcours op te frissen en te harmoniseren. Nadat men de ruïnes vanuit de hoogte heeft gezien, is men nog gevoeliger voor de verheven schoonheid ervan. Hier en daar zijn er enkele discrete moderne ingrepen zichtbaar: een muurtje, een betonnen koker met daarin een lift voor personen met beperkte mobiliteit. De altijd even indrukwekkende middenbeuk doet de mensen omhoog kijken. Ze getuigt van de restauratiewerken van Charles Licot, die aan het einde van de 19de eeuw zonder aarzelen trouw bleef aan de gotische stijl. Hier staat een zuil om een stuk muur te ondersteunen; daar zien we boven ons twee van de drie gewelven die niet van monastieke oorsprong zijn.

Ik geloof dat Villers uniek is om drie redenen”, gaat Michel Dubuisson verder. “Vooreerst heeft de abdij de suggestieve kracht van een romantische ruïne. Vervolgens heeft ze een wateropvangsysteem dat in die tijd uniek was. Ten slotte en vooral treft men heel zelden op één en dezelfde site sporen aan van de plaatsen waar de monniken leefden en werkten rond het kloostervierkant.

www.villers.be


Mikken op 60.000 bezoekers

Een nieuw parcours, een nieuwe dynamiek, nieuwe ambities! Tegenwoordig trekt de site van Villers 35.000 tot 40.000 bezoekers per jaar aan. Wanneer men daar nog evenementen bij optelt, zoals de zomervoorstellingen, de Koornacht en de Circusnachten, komt men aan 100.000. “We willen ons niet vastpinnen op becijferde doelstellingen, maar we denken toch dat we 60.000 bezoekers per jaar kunnen halen”, voert Michel Dubuisson aan. “Daarvoor moeten we geregeld de belangstelling weer opwekken door nieuwe dingen aan te bieden.” Gesloten zones werden weer geopend, zoals het netwerk van kelders dat uit de 18de eeuw stamt en zich uitstrekt onder het abtenpaleis. Begin 2017 zullen de bezoekers gebruik kunnen maken van een videogids met een reconstructie van de abdij in aangevulde werkelijkheid.


Mirakel in de kapel

Op de hoogten van de Garenneheuvel, die achter de bogen van de spoorweg oprijst, staat de kapel van Onze-Lieve-Vrouw van Scherpenheuvel. Naar aanleiding van de 400ste verjaardag van de wijding ervan, komt een tentoonstelling terug op enkele buitengewone gebeurtenissen. In 1614 werd Robert Henrion, de 48ste abt van Villers, naar de “abbaye du Verger” in de buurt van Douai geroepen om er voorzitter te zijn van een heksenproces waarbij zes ongelukkige monialen op de brandstapel eindigden. De voortvarende leiding van de abt werd achteraf bekritiseerd. Gelukkig voor hem werd, na zijn terugkeer in Villers, de Scherpenheuvelkapel het toneel van verscheidene mirakels, zoals een klok die uit zichzelf begon te luiden om middernacht. Een teken van God? Men zou van minder staan te kijken, te meer daar er 400 jaar later een ogenschijnlijk gezonde boom vlak naast de kapel uit zichzelf omviel…

“Mirakels en toverij in de Abdij…”

tot 30 december 2016 in de tuinen van de abt


Herfst in de Abdij
 
24 en 25.09
Festival van de microbrouwerijen “Carrément Bières”
 
09.10
Planten‑ en Gezondheidsworkshop
U leert er volgens recepten van de middeleeuwse geneeskunde een siroop, een zalf en een alcoholisch plantenaftreksel maken.
 
29.10
Gezongen wandeling
Zangeres Marie Fripiat neemt u met middeleeuwse a‑capellaliederen mee op een wandeling vanuit het kerkkoor naar de Scherpenheuvelkapel.
 
05.12.16 > 31.03.17
Tentoonstelling over de kindertijd in de middeleeuwen
 
22, 26, 27 en 30.12
Het ongelooflijke ballet van Mijnheer Peppernote
Een paardenopvoering door de “Compagnie Tempo d’Éole”

 

  • /

Het Naamse mkb-bedrijf Vésale Pharma gokt op probiotica als nieuwe vorm van geneeskunde

en streeft ernaar om over enkele jaren de nummer één van de wereld te zijn.

 

Ze zijn met honderdduizend miljard en gaan ons hele leven met ons mee, voornamelijk voor ons eigen bestwil. We noemen ze probiotica. Deze bacteriën, die de meeste van onze organen bevolken, zouden het begin kunnen zijn van een ingrijpende verandering op therapeutisch en preventief gebied. Een jong Waals mkb-bedrijf heeft zich opgeworpen als hun voorvechter en wil over drie jaar de nummer één van de wereld zijn. Om kennis te maken met Vésale Pharma, moeten we de trap op naar het bordes van het kasteel van Noville-sur-Mehaigne, bij Éghezée, een heel andere omgeving dan de hightechcomplexen waarin jonge biofarmabedrijven zich meestal ontwikkelen.

 

Een ongekend procedé

Jehan Liénart begon met Vésale Pharma in 1996, toen hij Bacilac, het eerste probioticum tegen diarree, op de Belgische markt bracht. “Ik was opgeleid als econoom en kwam uit de reclamewereld. Ik ben bijna per toeval in de farmaceutische industrie gerold, maar had meteen een vermoeden van de enorme mogelijkheden van probiotica. Een fascinerende wereld, waarin ik ben meegesleept.” In 2007 komt het bedrijf echt van de grond wanneer het al zijn activiteiten op probiotica concentreert en met onderzoeksprogramma’s begint. En in 2011 schakelt het mkb-bedrijf een versnelling hoger met de octrooiaanvraag voor Intelicaps®, een ongekend procedé voor de micro-inkapseling van bacteriën. Voor deze levende organismen is het een uitdaging om onbelemmerd hun doel te bereiken, zonder uitgedund te worden door spijsverteringssappen en dergelijke. Dankzij een beschermend membraan op basis van algen kunnen de probiotica, die oraal worden ingenomen, hun reis in het lichaam vervolgen en zich in de dikke darm in een duizendvoud aan levende en gezonde bacteriën ontvouwen. Het procedé beschermt de kwetsbare probiotica ook tegen vocht en warmte, wat een extra voordeel is bij de opslag en het transport. Dankzij deze uitvinding die Vésale Pharma van de concurrentie onderscheidt en de verschillende bacteriestammen die al zijn geoctrooieerd, heeft het bedrijf de middelen om een eigen identiteit te ontwikkelen. “Wij besteden 25 procent van onze middelen aan onderzoek”, verduidelijkt de CEO. “We hebben vier interne onderzoekers, maar werken nauw samen met de laboratoria van de universiteiten van Luik en Gent, en het Institut Pasteur in Lille.” Vésale Pharma is inmiddels een belangrijke speler in de markt voor probiotica met een aanbod van zeer gerichte producten op het gebied van dermatologie, vrouwengezondheid, pediatrie, spijsvertering en immuniteit.

 

Wetenschappelijke nauwgezetheid

Maar al te veel probiotica die tegenwoordig worden verkocht, zijn gemaakt door wat Jehan Liénart de ‘cowboys’ van de sector noemt: bedrijven die stammen in onvoldoende hoeveelheden of niet-geïdentificeerde stammen in hun producten verwerken. En juist op dat punt wil Vésale Pharma zich onderscheiden door de wetenschappelijke nauwgezetheid van zijn onderzoek volgens innovatieve galenische methoden te benadrukken. Het bedrijf is uitvinder van de eerder genoemde Intelicaps®, van zakjes met korrels die direct zonder water in de mond oplossen en van een originele formule tegen vaginale ongemakken op basis van een lactobacillus-stam die normaal heel moeilijk te reproduceren is. Het bedrijf is al houder van vijf octrooien en heeft nog drie aanvragen lopen, waaronder een behandeling tegen spruw (witte schimmel in de mond) en een product waarvan veel wordt verwacht, namelijk het eerste probioticum tegen obesitas. “Er zijn al tests gedaan met muizen en de effecten zijn verbluffend. We mogen redelijkerwijs aannemen dat dit bij de mens ook zo is”, zegt Jehan Liénart verheugd.

 

 

Drie dochterondernemingen

Vésale Pharma verkoopt zijn producten nu al in dertig landen. Via beurzen en salons heeft het mkb-bedrijf in vijf jaar een indrukwekkend internationaal netwerk van agenten opgebouwd die belast zijn met het zoeken naar distributeurs. “Het begint zoals gebruikelijk met een eerste contactpersoon, die een tweede persoon kent enzovoort”, benadrukt communicatiedirecteur Éric Poskin. Het mkb-bedrijf is heel snel gegroeid zonder over een internationale cultuur te beschikken. “Van hieruit kun je doorgroeien naar tien landen, maar geen dertig of meer.” Vésale heeft daarvoor mensen in dienst genomen als Pierre Iweins, een oudgediende van Kraft Foods, die voor de internationale ontwikkeling zorgt. De volgende stap in de verovering van de wereld door het Naamse bedrijf is de oprichting van drie dochterondernemingen in evenzoveel werelddelen. De eerste wordt in oktober 2016 in São Paulo geopend, het jaar daarop moet een joint venture in Shenzhen (China) zijn gerealiseerd en in 2018 moet een samenwerkingsverband met de Texas A&M University de wetenschappelijke geloofwaardigheid in Noord-Amerika versterken. Om de verwachte groei van de vraag op te vangen, is sinds begin juni een industrieel productiebedrijf in Ghlin (provincie Henegouwen) operationeel. Als de ontwikkeling zich voortzet, heeft Vésale al plannen voor een volgende uitbreiding op een andere locatie in 2019. Jehan Liénart wil duidelijk korte metten maken met de angst die de internationalisering van zijn bedrijf teweeg kan brengen. “Op termijn zou een deel van de productie in de dochterondernemingen kunnen gebeuren, maar onze voornaamste troef, Intelicaps®, blijft hoe dan ook in Wallonië.” En namaak vreest hij evenmin. “Het is een zeer complexe technologie”, zegt hij glimlachend, “die afhankelijk is van een bijzondere machine waarop we eveneens octrooi hebben.”

 

Cultuuromslag

Probiotica zijn geen geneesmiddelen en worden (nog) niet als zodanig erkend. In de eerste plaats omdat de wet- en regelgeving voor geneesmiddelen uitgaat van chemicaliën en niet van levende organismen. In de tweede plaats omdat geneesmiddelen bedoeld zijn om te genezen, terwijl probiotica zowel een preventieve als een genezende werking hebben. De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft besloten dat probiotica als voedingssupplementen en niet als geneesmiddelen worden beschouwd en dat daarom geen beweringen over gezondheidseffecten mogen worden gedaan. Begin deze eeuw, toen iedereen van alles op de markt bracht, was dat begrijpelijk, maar tegenwoordig zitten aanbieders als Vésale Pharma daardoor in een lastig parket. Samen met de andere ‘serieuze’ aanbieders uit de sector pleit het bedrijf voor een wetsaanpassing, die bovendien moet samengaan met een cultuuromslag. “Europa blijft duidelijk achter. Wij hebben een allopathische en geen preventieve cultuur, in tegenstelling tot Azië, waar probiotica sterk gaan groeien”, voorspelt Éric Poskin. Jehan Liénart maakt er zich niet ongerust over. Driemaal per jaar volgt hij een maandkuur op basis van bifidobacteria en rhamnosus. En hij is ervan overtuigd dat er beweging begint te komen. “Zelfs nu schrijft 90% van de artsen nog probiotica voor zonder de middelen te kennen, maar er is een verandering aan de gang. In de academische wereld worden elke dag vijf tot zes belangrijke artikelen over het onderwerp gepubliceerd. En het bedrijfsleven blijft niet achter, want met name in de Verenigde Staten zien we dat de farmaceutische sector onwaarschijnlijke bedragen aantrekt voor het onderzoek naar probiotica.”

 

Ten behoeve van de dikke darm

“De chemie heeft haar grenzen bereikt en we zijn een nieuwe geneeskunde aan het ontdekken dankzij een betere kennis van de bacteriën in onze organen en hun grote effect op de gezondheid”, zegt dr. Jean-Pol Warzée, voorzitter van de Europese Wetenschappelijke Liga voor Preparaten op basis van Lactobacillen, Bifidobacteriën (EWLP). Ieder mens heeft een eigen microbiota (vroeger darmflora genoemd). Dit kapitaal dat we bij onze geboorte hebben meegekregen, kan door de voeding worden beïnvloed. Elke unieke bacteriestam van onze microbiota heeft een bepaald profiel en een bepaalde competentie. Tot voor kort kenden we maar 20 procent van de micro-organismen die onze organen bevolken. Dankzij de technologische revolutie van de genoomsequentiebepaling en de vorderingen van de bio-informatica heeft onze kennis aanzienlijke sprongen gemaakt.

In 1908 had Ilya Metsjnikov al een vermoeden van de immunologische kwaliteiten van de melkzuurbacterie in de maag, maar pas in 2001 publiceerde de Wereldgezondheidsorganisatie de officiële definitie van probiotica.

Sinds een jaar of tien versnelt het tempo en tonen tal van onderzoeken de invloed van bacteriën op ons zenuwstelsel en immuunsysteem aan. Het is bewezen dat de dunne darm, waar deze bacteriën zich ophouden, een eigen zenuwstelsel heeft met miljoenen neuronen die onderling en met de hersenen communiceren. Het begrip tweede brein wordt steeds vaker genoemd wanneer het over de dikke darm gaat. Sommigen noemen het zelfs het eerste brein, omdat de dikke darm evolutionair gezien ouder is dan de hersenen. Bijna dagelijks ontdekken onderzoekers nieuwe interacties tussen de hersenen, het immuunsysteem en de bacteriën. Zo heeft men vastgesteld dat we voor de synthese van serotonine grotendeels afhankelijk zijn van deze micro-organismen.

We zien ook dat muizen die in een steriele omgeving zijn gekweekt, angstig worden en omgekeerd dat bij normale muizen de kwantiteit en kwaliteit van de microbiota veranderen wanneer ze aan stress worden blootgesteld. De hersen-darmas, zoals deze wordt genoemd, werkt dus twee kanten op.

“We ontdekken ook dat veel ontstekingen van het spijsverteringsstelsel de oorzaak kunnen zijn van verschillende ziekten, zoals obesitas, bepaalde vormen van diabetes, depressie en misschien zelfs alzheimer.” De hoop bestaat dat we oplossingen vinden voor ziekten die tot voor kort ongeneeslijk waren. “Deze ziekten hebben één ding gemeen: ze houden allemaal verband met immuundefecten. De interactie, de dialoog, tussen het immuunsysteem en de micro-organismen van de dunne darm is daarom cruciaal voor de behandeling van deze ziekten”, verduidelijkt Pierre Bélichard, president-directeur van het Franse bedrijf Enterome Bioscience.

De behandeling met probiotica wekt ook veel hoop in de diergeneeskunde, waar we de verwoesting kunnen vaststellen die antibiotica hebben aangericht. Het staat vast dat onze darmflora na een antibioticakuur twee tot zes weken nodig heeft om weer in evenwicht te komen. Met probiotica is dat allemaal niet aan de orde! We stellen juist vast dat ze de immuniteit van het dier stimuleren en de assimilatie van de voeding optimaliseren. “We komen uit een situatie waarin we niets wisten en zijn de eerste aanzet van een nieuwe geneeskunde aan het ontdekken. De komende jaren hebben nog mooie verrassingen voor ons in petto”, besluit Jean-Pol Warzée.

 

www.vesalepharma.com


 

VÉSALE PHARMA IN CIJFERS
6 850 000

Omzet in 2015 (voor 2016 zijn de verwachtingen ruim € 9.000.000 en voor 2020 € 60.000.000)

2 300 000

Exportcijfer in 2015 (hetzij een stijging van 53 %). De voorziene exportcijfers voor 2016 zijn € 4.200.000

2 800 000

Investeringen en Research & Development in 2014-2015 (waarvan 60 % geinvesteerd door het Waals Gewest)

51

Voorziene banen in 2016 (R&D en export inbegrepen)

  • /

Door een complexe en veranderlijke realiteit in vergelijking om te zetten, biedt N-Side een innovatie tool om bedrijven te ondersteunen bij het nemen van beslissingen.

 

We leven al in een andere wereld. De energiemarkt is begonnen aan een omwenteling die nog lang niet is voltooid. De opkomst van hernieuwbare energie (ook al vormt deze nog maar 27 % van het aanbod) heeft de regelmaat en omvang van de productie ingrijpend gewijzigd. Hoewel de particulier het niet echt beseft, wordt dit een essentieel gegeven voor het bedrijfsleven, dat met grote kostenschommelingen wordt geconfronteerd. 

Nog geen tien jaar geleden was de elektriciteitsproductie constant en voorspelbaar: het aanbod paste zich aan de vraag aan en de prijzen schommelden lineair. De opkomst van hernieuwbare energie heeft geleid tot een onregelmatig aanbod en weinig opslagmogelijkheden, waardoor de situatie totaal is veranderd. Als het een tijdje hard waait of erg zonnig is, wordt vrijwel zonder kosten een grote hoeveelheid energie opgewekt, die direct verbruikt moet worden. De prijs wordt aan de beschikbaarheid aangepast, wat grote gevolgen heeft voor bedrijven die heel veel energie verbruiken. Vijf jaar geleden ging het nog om dagelijkse maar matige schommelingen. Inmiddels gaat de prijs voortdurend op en neer. In de herfst van 2015 was de prijs bijvoorbeeld twintig keer hoger dan normaal als gevolg van een onverwachte weersverandering. De producenten van windenergie verwachtten veel wind, maar konden de beloofde elektriciteit niet aan hun klanten leveren, zodat ze die op de markt moesten inkopen. Deze trend kan in de toekomst alleen maar toenemen. De prijs van zonne- energie zal waarschijnlijk blijven dalen, omdat zonnepanelen steeds krachtiger en goedkoper worden. In landen waar de zon vaak schijnt, is de prijs per kWh van zonne-energie lager dan die van energie uit kerncentrales, kolencentrales of stoom- en gascentrales. “Voor het bedrijfsleven leidt deze volatiliteit van de marktprijzen tot een risico en een kans. Dankzij onze tools en analysecapaciteiten kunnen wij het risico ombuigen in een kans”, verzekert Philippe Chevalier, bestuursvoorzitter van N-SIDE. 

 

De juiste vergelijkingsvorm 

De geschiedenis van dit innovatieve bedrijf uit Louvain-la-Neuve begint in 2000, wanneer Philippe Chevalier, hoogleraar wiskunde gespecialiseerd in operationeel onderzoek aan de Louvain School of Management, en Yves Pochet, specialist op het gebied van bedrijfsfunctioneren, samen een spin-off oprichten. Het duo werkt op dat moment in het Center for Operations Research and Econometrics (CORE), dat casussen van bedrijven bestudeert op basis van concrete optimalisatiebehoeften. “Na een van die projecten meldden we ons weer bij de opdrachtgever met een code om zijn productieproces te optimaliseren. Het probleem was dat het bedrijf zelf niemand in dienst had om de software te installeren en te interpreteren. We beseften dat er een schakel tussen het onderzoek en het bedrijfsleven ontbrak om dit soort technieken toe te passen.” Hoewel operationeel onderzoek geen nieuwe wiskundige richting is, biedt de ontwikkeling van de informatietechnologie hun enorme mogelijkheden. N-SIDE behoort tot de jonge ondernemingen die van het benutten van big data hun kernactiviteit hebben gemaakt. Het idee is om verspreide kwantitatieve en meetbare gegevens te verzamelen en deze na omzetting voortdurend in een beslissingsondersteunende tool in te voeren. Omdat we met wiskundigen en IT’ers te maken hebben, berust deze ondersteuning vaak op een algoritme of vergelijkingen die op maat worden gemaakt of al beschikbaar zijn. N-SIDE is actief in de farmaceutische en staalindustrie, maar is ook maatgevend voor de Europese elektriciteitsmarkt dankzij Euphemia. Dit algoritme wordt gebruikt door de Price Coupling of Regions (PCR), een overkoepelende instelling van negentien Europese elektriciteitsbeurzen, waardoor het mogelijk is om elke dag de elektriciteitstarieven en hoeveelheden voor de komende 24 uur te berekenen voor het hele Europese net. “Onze voornaamste competentie is niet zozeer het ontwikkelen van algoritmes als wel het vermogen om een probleem te formuleren. De hoofdzaak van ons werk is dat we de behoeften van het bedrijf begrijpen en in de juiste vergelijkingsvorm omzetten”, verduidelijkt Philippe Chevalier. 

 

Enorme behoeften 

Het feit dat we nu de verplichtingen van COP 21 in praktijk moeten brengen, maakt de relevantie van de tools van N-SIDE alleen maar groter. “In 2050 zijn we naar schatting met 9 miljard mensen op aarde. Als die dezelfde levensstandaard als wij willen zonder dat er iets verandert, loopt het geheid mis. Ofwel worden we gedwongen om ‘primitiever’ te leven, ofwel hoeven we veel minder hulpbronnen te gebruiken om even comfortabel te leven. De behoeften zijn enorm, maar de technieken zijn er. We moeten alleen de sprong wagen.” De energiemarkt bevindt zich op een kruispunt. Er tekenen zich twee trends af. Ofwel hebben we lokale onderdelen waarbij de huishoudens die over zonnepanelen beschikken, meer opwekken dan ze verbruiken. Waals-Brabant zou bijvoorbeeld zelfvoorzienend en met de andere provincies verbonden kunnen zijn om plaatselijk bij te springen. Ofwel worden er grote installaties in de Afrikaanse woestijn gebouwd om hernieuwbare energie via hoogspanningslijnen naar Europa te transporteren. “Niemand weet welke trend de overhand krijgt, maar één ding is zeker: de markten worden steeds complexer en volatieler.” 

N-SIDE heeft momenteel ongeveer dertig mensen in dienst. Het personeel bestaat voor 50% uit masters in de toegepaste wiskunde of informatica, voor 25% uit civiel ingenieurs en voor 25% uit commercieel ingenieurs. Omdat die zeer specialistische medewerkers niet gemakkelijk te vinden zijn, werken er tien verschillende nationaliteiten, van wie ruim de helft is afgestudeerd aan de UCL. 

Het bedrijf is met zijn activiteiten begonnen in de staalindustrie. Het doel was om staal tegen de laagst mogelijke prijs te produceren door het verbruik van alle grondstoffen te optimaliseren en het hele industriële proces te integreren. N-SIDE heeft nu een ondersteunende tool voor strategische beslissingen ontwikkeld op basis van een geïntegreerde benadering, waarbij de technische aspecten (chemisch en thermodynamisch evenwicht) met de economische aspecten (grondstoffen-inkoop en productiekosten) worden gecombineerd. N-SIDE heeft ook nieuwe oplossingen voor het logistieke beheer bedacht die een snellere en vlottere aanpassing van de distributieketen en het voorraadbeheer mogelijk maken. Het bedrijf is ook stevig verankerd in de farmaceutische industrie en biedt voor deze sector met name wiskundige modellen om de logistiek rond klinische onderzoeken te optimaliseren. Deze oplossingen worden momenteel door twaalf van de twintig grootste farmaceutische bedrijven gebruikt. 

 

Vroege geografische expansie 

N-SIDE biedt zijn klanten drie verschillende diensten: advies op het gebied van strategische optimalisatie, ondersteuning op basis van maatwerksoftware met gebruikerssupport en gebruik van maatwerksoftware door een zelfstandig team na aanschaf van een vergunning. Het bedrijf, dat onlangs zijn vijftienjarig bestaan vierde, behaalt 90% van zijn omzet in het buitenland, waarvan 50% buiten Europa. Deze vroege geografische expansie komt zowel door een bewuste wens als door een samenloop van omstandigheden. “We begrepen al heel gauw dat we in de staalindustrie verder moesten kijken dan Charleroi en Luik. Na de publicatie van een artikel in een wetenschappelijk tijdschrift werden we benaderd door Braziliaanse staalfabrikanten, waardoor we de Amerikaanse markt konden betreden.” In de farmaceutische industrie lukte het N-SIDE om Eli Lilly and Company als eerste klant binnen te halen. Toen Lilly zich terugtrok naar de Verenigde Staten, werd het jonge Belgische bedrijf gevraagd om zijn optimalisatieprogramma op het hoofdkantoor in Indianapolis te implementeren. Lilly kon namelijk geen gelijkwaardige oplossing in eigen land vinden. Daarna volgden contracten met andere Amerikaanse ondernemingen. 

Het volgen van een wiskundige benadering om strategische beslissingen te ondersteunen, is een onontgonnen gebied, waar nog veel moet gebeuren. Gezien de goede vooruitzichten is N-SIDE niet bang voor de concurrentie, maar het bedrijf moet nog veel moeite doen om mensen over de streep te trekken. “Het is een nieuwe manier om beslissingen te nemen en sommige ondernemingen die we als klanten proberen te werven, snappen het belang er niet van.” Veel prospects twijfelen aan de kracht van cijfers en de mogelijkheid om alles in wiskundige modellen te integreren, alsof hun een beslissingselement ontgaat. Het betreft een nieuw soort diensten, waarvoor geen referenties bestaan. “We moeten de mensen nog opvoeden. Er zijn maar weinig bedrijfsleiders die meteen zeggen: ‘Ik heb een goed operationeel management nodig.’ Ons antwoord is een maatwerktool ontwikkelen, want niet alle ondernemingen werken op dezelfde manier. Dat blijkt meer voor de hand te liggen wanneer je eerst een computermodel van de onderneming maakt om de stromen te bestuderen. In sommige opzichten is deze benadering dus niet natuurlijk en ook niet goedkoop. Toch zijn de voordelen enorm en de payback is eerder in maanden dan in jaren te tellen!” 

 www.n-side.com


 

N-SIDE IN CIJFERS 
4 000 k

€ 4 miljoen omzet in 2015 met een groei van 40%. 90% internationaal, waarvan 50% buiten Europa 

 
35

In 2016 wordt gemikt op 25% groei en 35 extra personeelsleden 

 

PHILIPPE CHEVALIER BESTUURS - VOORZITTER

Afgestudeerd als civiel ingenieur in de toegepaste wiskunde (UCL) en als master in Operations Research (MIT). Hij is bestuursvoorzitter van N-SIDE, dat hij in 2000 mee oprichtte, maar blijft operationeel onderzoek doceren aan de Louvain School of Management.

JACQUES PRALONGUE CEO

Als civiel ingenieur (VUB) werkte hij mee aan de commerciële ontwikkeling van een aantal universitaire spin-offs (Leuven Measurement Systems, Numeca International). In 2014 trad hij in dienst van N-SIDE om er de functie van CEO te vervullen.

Your opinion counts