Waw magazine

Waw magazine

Menu

Hout is meer dan alleen panelen en balken. Het hoort natuurlijk ook thuis in onze interieurs. Olivier Deruyterre is een creatieve ambachtsman die als geen ander het beste – en soms het meest verrassende – uit dit materiaal weet te halen. Op de beurs is hij aanwezig op het ‘ontwerperspleintje’.

 

© Denis Vasilov

U wist natuurlijk al dat u voor hout kunt kiezen dat uit een duurzaam beheerd bos of de korte keten afkomstig is. Maar wist u ook dat u uw interieur op een milieuverantwoorde manier kunt inrichten door originele en vernieuwende materialen uit het kringloopcircuit te gebruiken? Olivier Deruyterre heeft een eigen collectie houten meubels ontworpen op basis van grof huisvuil dat in de hele provincie Namen wordt ingezameld – 15 tot 20 ton per dag! – door de Ressourcerie namuroise, een onderneming met een maatschappelijk doel die de arbeidsintegratie bevordert. Op de beurs exposeert hij tafels, stoelen en decoratieve artikelen die een tweede leven hebben gekregen door zijn creativiteit. Het zijn mooie, stijlvolle en eigentijdse voorwerpen die je wilt aanraken, waarop je wilt leunen en waarop je wilt gaan zitten. Maar voordat ze in zijn werkplaats belandden, waren het niet meer dan oude planken, resten van kozijn, stukken van tafels of deuren die niemand meer wilde hebben!

Het idee om met herfabricage te beginnen, ontstond toen ik stukken hout tegen elkaar aanzette die bij de verbouwing van mijn huis waren overgebleven”, zegt de designer, die zelf aan een tweede leven is begonnen, want voordat hij maatschappelijk ondernemer werd, zat hij in de verkoop. Hout is een materiaal dat me eenvoudig te begrijpen leek, te meer omdat je met gelijmd gelamineerd hout elk willekeurig stuk in een groter geheel kunt opnemen. Het Bureau économique de la Province de Namur (BEP) heeft me geholpen bij de ontwikkeling van mijn project. Zo kon ik een werkplaats van 400 m2 openen, die ik heb ingericht met de nodige machines en werktuigen, zoals schaafmachines, plaatwerkmachines, persen, sorteermachines en een digitaal gestuurde frees. Er werken nu vijf schrijnwerkers, terwijl ik alleen of samen met enkele externe krachten het ontwerp doe. We hebben vrijwel niets op voorraad. We werken op bestelling, op verzoek van particulieren die hun huis willen inrichten met duurzame meubels, maar we vervaardigen ook balies, toonbanken en meubilair voor bedrijven en restaurants. De Ferme du Biéreau in Louvain-la-Neuve en het Ecomusée du Bois-du-Luc in La Louvière behoren tot onze klanten.

Soms probeert Olivier zich te amuseren en laat hij zijn verbeelding de vrije loop. Zo heeft hij zich onlangs gestort op het maken van elektrische gitaren. “Wij bouwen de kast van de gitaar voor de instrumentenmaker, die vervolgens de verschillende onderdelen erop monteert. Het is heel speels, maar verhoogt tegelijkertijd het aanzien van de Ressourcerie.”

Tegen de achtergrond van de gemondialiseerde economie heeft de Waalse houtsector begrepen dat overleven niet alleen mogelijk is door op R&D in te zetten en nichemarkten met een hoge toegevoegde waarde aan te boren. Een belangrijke rol is weggelegd voor de nuttige toepassing van inlands loofhout, dat een plaats in de exterieurbouw zou kunnen veroveren.

 

© Scidus

Het Office économique wallon du bois (OEWB) leidt of coördineert diverse technische en economische onderzoeken naar innovatieve methoden, waarbij de hogetemperatuurbehandeling van hout het meest in de belangstelling staat. Bij verhitting verandert de chemische structuur van de bestanddelen, waardoor de maatvastheid en duurzaamheid van het materiaal sterk verbetert. Deze eigenschappen zijn interessant wanneer hout als bekleding (parketvloeren, terrassen en gevelbekleding) en meubilair wordt gebruikt. Dat maakt een herwaardering mogelijk van het loofhout uit de Belgische bossen, vooral beukenhout, dat uitstekende mechanische eigenschappen bezit. Te meer omdat beukenhout weliswaar het meest geoogste loofhout in Wallonië is (46% tegenover 28% eikenhout), maar nog te vaak voor de export bestemd is. Het gebruik van beukenhout voor exterieurtoepassingen zou niet alleen korte ketens bevorderen, maar ook de afhankelijkheid van tropische houtsoorten verminderen en dus de druk op de bossen in de tropen verlichten.

Scidus innoveert in Etalle

Zo heeft het OEWB de recente omschakeling van zagerij Scidus in Etalle, in het zuiden van de provincie Luxemburg, welwillend gadegeslagen. Achter die naam gaat een heel oud familiebedrijf uit de regio schuil, namelijk zagerij Dusausoit, die in 2015 werd overgenomen door Mobic, een in Harzé (Aywaille) gevestigde groep die gespecialiseerd is in het ontwerpen en produceren van geprefabriceerde houtskeletelementen. Om de toekomst van de zagerij veilig te stellen, besloot de Luikse onderneming om tegelijkertijd een omvangrijk R&D-programma op touw te zetten. Mobic wilde daarmee een twintigtal eindproducten of halffabricaten ontwikkelen en zo een deel van de tweede verwerking overnemen die voorheen door haar klanten werd gedaan. Dit heeft geleid tot de aanschaf van een warmtebehandelingsoven om loofhout tegen schimmels en insecten te beschermen.

© Scidus

We gebruiken voornamelijk gewone beuk, want dat is hardhout, met een zeer hoge dichtheid en dus sterkte”, zegt Marc Wilmet, de directeur van de zagerij. Je moet wel weten hoe je het bewerkt, van het zagen en drogen tot de afwerking en uiteindelijke aanbrenging door middel van spijkers of lijm. Met beukenhout is het proces lastiger te beheersen dan met zachtere houtsoorten. Dat hout wordt niet voldoende benut, maar we zijn ervan overtuigd dat er enorm veel afzetmogelijkheden zijn. Als het thermisch is behandeld, trekt het zich samen, waardoor het bijna geen vocht meer opneemt en geen voedsel meer biedt aan insecten. Dat zogeheten ‘gebrande’ hout wordt dan ideaal voor het leggen van terrassen en is een geweldige concurrent van exotisch hout. Maar het kan ook voor CLT-constructies worden gebruikt in de vorm van massieve platen die je heel eenvoudig kunt monteren om scheidingswanden te maken. Tegelijkertijd doen we onderzoek om vanuit Europa de technische goedkeuring te krijgen die het gebruik van beukenhouten panelen mogelijk maakt bij de constructie van gebouwen met meerdere verdiepingen.”

Waals eikenhout als troefkaart

Dat inlands loofhout bezig is om zich geleidelijk een plaats op de markt voor terrassen te verwerven en exotisch hout tot zijn herkomstgebieden terug te dringen, blijkt uit het feit dat Belgisch eikenhout uit duurzaam beheerde en PEFC-gecertificeerde bossen in 2014 werd geselecteerd om 600 m2 azobé te vervangen op het Place des Sciences in Louvain-la-Neuve. Dit plein, dat veertig jaar eerder in het centrum van de nieuwe vestigingsplaats van de Université catholique de Louvain (UcL) werd aangelegd, begon op pijnlijke wijze het gewicht van de jaren en de studenten te voelen.

Hoewel je voor terrassen gewoonlijk niet aan eiken denkt, is deze houtsoort toch perfect geschikt voor dat soort toepassingen. Maar bij de uitvoering moesten wel bepaalde voorzorgsmaatregelen worden genomen. Zo kwamen de experts die in opdracht van de UcL werkten op het ingenieuze idee om een metalen rooster als dragende structuur voor de vloer te gebruiken. Deze methode maakt een perfecte ventilatie onder het beschot mogelijk en voorkomt dat het hout in aanraking komt met de grond en stagnerend water.

©Hout Info Bois
Het plein is volledig heringericht door het Naamse bedrijf De Graeve, dat de opdracht voor de renovatie van de wijk Grognon in de wacht heeft gesleept, en ziet er weer mooi uit, met behoud van zijn unieke aanzicht aan de voet van de voormalige Bibliothèque des sciences appliquées, een beeldbepalend gebouw van architect André Jacqmain dat tegenwoordig dienst doet als museum.
Zie WAW nr. 38 (herfst 2017)

 

Accoya® in Nederland en Kebony® in Noorwegen

Om externe afzetmarkten aan te boren, hebben sommige bedrijven innovatieve technologieën ontwikkeld om hout duurzamer te maken. Zo is Accoya® in Nederland een gepatenteerde houtbehandeling door middel van acetylering met azijnzuur, terwijl Kebony® in Noorwegen de naam is van een soort hout waarvan de celwanden zijn gewijzigd door middel van furfurylering op basis van alcohol uit plantaardig afval. “Deze behandelingsmethoden door middel van schone chemie zijn milieuvriendelijk en bieden tot wel 50 jaar garantie”, zegt Dominique Wibrin, die een franchiseovereenkomst heeft gesloten met Grad, de Elzasser specialist in houten terrassen, om diens knowhow en producten te mogen verkopen in Mont-Saint-Guibert in Waals-Brabant, waar hij in 2010 het bedrijf DomiWood heeft opgericht.

Hoewel het serieuze concurrenten zijn voor exotische houtsoorten als ipé uit het Amazonegebied, is voor deze producten geen sprake van het Bois local-keurmerk. De houtsoort die bij deze twee technieken wordt gebruikt, is montereyden, afkomstig uit gecontroleerde bosbouw in Nieuw-Zeeland. “Ons loofhout is te hard om via acetylering of furfurylering te doordringen”, benadrukt de specialist, die heeft gemerkt dat zijn klanten steeds vaker het regelmatig onderhoud vermijden. De mensen zijn op zoek naar kwaliteit, zelfs als daar een prijskaartje aan hangt.”

In 2015, toen consumenten steeds gevoeliger begonnen te worden voor thema’s als korte ketens en milieubescherming, introduceerde de Waalse houtsector het merk ‘Bois local’, een initiatief dat aandacht vraagt voor de natuurlijke rijkdommen van Wallonië en de knowhow van haar ondernemingen, of ze nu enkelvoudige producten (bv. gezaagd hout, panelen, gevelbekleding, vloeren, paaltjes, houtblokken, pellets) of samengestelde producten (bv. meubels, kozijnen, deuren, bouwelementen, kisten en verpakkingen) vervaardigen. ‘Bois local’ garandeert zo dat deze producten gemaakt zijn door ondernemingen die hun hoofdkantoor in Wallonië hebben en met hout dat afkomstig is uit bossen die zich dicht bij de plaats van verwerking bevinden.

Het merk benadrukt de knowhow van deze ondernemingen en hun belang voor de regionale economie via de rijkdom en werkgelegenheid die ze creëren. Het sluit bovendien volledig aan bij de logica van de korte ketens, wat niet alleen wil zeggen dat de vervoersafstanden worden verkort, maar ook dat er transparant wordt gehandeld in een korte keten die producenten en consumenten dichter bij elkaar brengt.

Ondersteuning voor de loofbomen

“Dit initiatief is voornamelijk op touw gezet om de loofbomen te ondersteunen”, zegt Emmanuel Defays, directeur van het Office économique wallon du bois (OEWB). “Terwijl een groot deel van de naaldbomen uit de bossen in het zuiden van België op Waalse bodem wordt verwerkt, is datzelfde lot namelijk voor slechts een kwart van het zaagbare hout van onze loofbomen weggelegd. Het merk is zo een soort reactie op de toenemende export van een grondstof waarvan alle toegevoegde waarde verloren gaat en een aanmoediging om meer lokale houtsoorten, zoals eiken, te gebruiken in toepassingen die meestal aan hun exotische concurrenten zijn voorbehouden.”

Door hun handtekening onder de licentieovereenkomst te zetten, beloven de deelnemers dat ze zich aan de toetsingscriteria houden en zich aan controles onderwerpen. Ze mogen dan het merk ‘Bois local’ op hun producten, verpakkingen en reclamemateriaal zetten, waardoor ze gemakkelijk herkenbaar zijn voor de consument. Iets meer dan twee jaar na de start van dit initiatief zijn er ongeveer 25 gecertificeerde ondernemingen actief in de bouwsector, waarvan de helft zagerijen.

Het Office économique wallon du bois
Het Office économique wallon du bois (OEWB), dat op 1 januari 2012 werd opgericht, heeft als belangrijkste doel om gunstige voorwaarden voor de economische ontwikkeling en werkgelegenheid in de houtsector in Wallonië te scheppen. Het OEWB is met name verantwoordelijk voor het opstellen van een ontwikkelingsstrategie voor de nuttige toepassing en het gebruik van hout om zo veel mogelijk toegevoegde waarde door het Waalse bedrijfsleven te genereren.

Wel hout kopen, maar niet met de ogen dicht. In het kader van duurzame ontwikkeling willen consumenten een verantwoorde keuze kunnen maken en dus geïnformeerd worden. Het internationale PEFC-label waarborgt dat het hout afkomstig is uit een duurzaam beheerd bos.

 

Het Programme for Endorsement of Forest Certification Schemes (PEFC), dat in de tropen is ontstaan, garandeert de kwaliteit van het bosbeheer in de wereld. Het is een veilig en transparant systeem, waarmee de houtstroom van het bos tot de consument gevolgd kan worden. PEFC-certificaten worden op twee manieren toegekend: aan boseigenaren (bosbeheercertificaat) en aan bedrijven die hout verwerken (controleketencertificaat).

Boseigenaren die voor een PEFC-certificaat in aanmerking willen komen, zijn verplicht om hun bos te beheren volgens strenge regels die in een charter voor vijf jaar zijn vastgelegd. Enkele voorbeelden van deze verplichtingen zijn diversificatie van het bos door soorten, leeftijden en structuren te combineren, geen gebruik van kunstmest, bescherming of zelfs herstel van gebieden met een bijzonder biologisch belang (bv. bosranden, open plekken, poelen, vijvers) en toegang onder voorwaarden en met respect voor de bosecosystemen tot privéwegen voor culturele, educatieve, ontspannings- of recreatieactiviteiten. Er worden regelmatig controles uitgevoerd door onafhankelijke certificeringsinstanties. Uit de resultaten hiervan blijkt duidelijk dat in Wallonië, waar 50% van de bossen in handen van de overheid en 50% in handen van particulieren is, werkelijk de wil aanwezig is om bossen duurzaam te beheren, vooral bij het Département Nature et Forêts (DNF), dat de openbare bossen beheert. De overgrote meerderheid hiervan is namelijk PEFC-gecertificeerd, net als 11% van de privébossen. In de regio’s Vlaanderen en Brussel, die voor het FSC-label (Forest Stewardship Council) hebben gekozen, is slechts 15% van de bossen gecertificeerd.

Een commercieel voordeel

Houtverwerkende bedrijven (bv. bosbouwers, zagerijen, meubelfabrieken, houthandels, importeurs, papierfabrieken, drukkerijen) die in aanmerking willen komen voor een certificaat, krijgen ook bezoek van een onafhankelijke controleur. Deze gaat eerst na of het gekochte hout zelf PEFC-gecertificeerd is en controleert dan het toezicht op de administratieve procedures, met name het toezicht op de hout-/papierstromen. Als de bedrijven voor deze jaarlijkse controle slagen, mag hun hout of papier onder het PEFC-label worden verkocht. Als alle schakels in de keten gecertificeerd zijn, heeft de eindafnemer dan de garantie dat het product afkomstig is uit duurzaam beheerde bossen. In 2017 waren 376 bedrijven in de Belgische houtsector in het bezit van dit label. Een niet te verwaarlozen commercieel voordeel!

Wij houden erg van hout, maar proberen het niet tegen elke prijs in onze projecten te integreren. We prijzen het alleen aan als het meerwaarde oplevert. André Lecomte is een van de drie oprichters van hélium3, een Luiks bureau van bouwkundig ingenieurs en architecten die bijna tien jaar geleden hun kennis bundelden om gebouwen met positieve effecten voor mens en milieu te ontwerpen. Het bureau heeft zich gespecialiseerd in wooncomplexen, bejaardentehuizen, bedrijfsgebouwen en openbare gebouwen. Deze projecten hebben met elkaar gemeen dat criteria voor duurzame ontwikkeling een belangrijke rol spelen. Hout maakt daarom vanaf het begin deel uit van de plannen van hélium3.

We kiezen het type materiaal natuurlijk volgens de wensen van onze klanten, maar ook op basis van de kennis die onze ingenieurs hebben van de eisen, zoals op het gebied van stabiliteit, akoestiek en brandwerendheid. Als beton of metselwerk zich beter leent voor een project, kiezen we voor dat materiaal. Maar als er redenen zijn om hout de voorkeur te geven, aarzelen we evenmin.” De ingenieur noemt als voorbeeld de uitbreiding van een crèche in Momalle (Remicourt), waarmee hélium3 in de prijzen is gevallen tijdens de architectuurwedstrijd die de beurs Bois & Habitat had georganiseerd. Deze crèche moest absoluut open blijven tijdens de werkzaamheden. We hebben dus voor houtskeletbouw gekozen, omdat we met deze techniek de bouwtijd konden verkorten en geluidshinder, rommel en vocht konden beperken.”

Hout geïntegreerd in andere materialen

Bij de meeste projecten waar we uitgaan van hout, passen we ook andere materialen toe”, benadrukt André Lecomte. Houtskeletbouw en in mindere mate de CLT-techniek kennen namelijk het probleem van oververhitting. Om dat tegen te gaan, moet je massa aan de constructie geven met zware elementen, zoals metselwerk of beton, zodat je de juiste inertie krijgt.”

En morgen? Volgens de ingenieur biedt hout nieuwe mogelijkheden, omdat het een goede katalysator is om materialen van biologische oorsprong aan toe te voegen. Met kalkhennepbeton kun je vocht goed reguleren, terwijl isolatiematerialen als ingeblazen cellulose of stro het houtskeletsysteem doeltreffend aanvullen. Die methoden kosten misschien geld, maar bieden kandidaat-bouwers wel de mogelijkheid om ecologische samenhang te krijgen in hun denkwijze.”

De specifieke eigenschappen van hout vragen om gerichte deskundigheid. In Namen wil houtonderzoeksbureau Ney & Partners WOW architecten, bedrijven, projectontwikkelaars en opdrachtgevers helpen om hun houtbouwprojecten tot een goed einde te brengen.

 

© Ney & Partners – Specimen Architects

Dat het Naamse dochterbedrijf van het Brusselse stabiliteitsonderzoeksbureau Ney & Partners in 2013 besloot om zich in hout te specialiseren, hangt samen met de bewustwording van het belang van een deskundige stabiliteitsingenieur bij het ontwerpen van houten constructies. Hout maakt constructieve en architecturale oplossingen zonder weerga mogelijk, maar vereist een specifieke scholing die nog te weinig deel uitmaakt van de algemene ingenieursopleiding, die wel aandacht besteedt aan andere traditionele materialen, zoals staal en beton. De directie van het bureau vindt dat deze tekortkoming belangrijke gevolgen heeft voor het gebruik en het imago van het materiaal, want ofwel stelt de ingenieur of architect wegens gebrek aan kennis liever een stalen of betonnen variant voor aan zijn klant, ofwel riskeert hij ontwerpfouten ten koste van de veiligheid, kwaliteit en duurzaamheid van het project te maken. 

De ingenieurs van het houtonderzoeksbureau willen hier iets aan doen door hun kennis aan te bieden om zo goed mogelijk tegemoet te komen aan de architecturale ambities en actuele eisen van de projectontwikkelaars. Op die manier willen ze hout de plaats geven die het materiaal verdient in eigentijdse constructies.

© Ney & Partners – Specimen Architects

“We wilden een rol spelen in deze ontwikkeling, omdat de markt in België achterblijft”, zegt Alexandre Rossignon, een van de managers van het Naamse bureau. Dan hebben we het niet over de markt voor eengezinswoningen, waar hout nu is ingeburgerd, maar over de nieuwe markt voor meergezinswoningen, kantoorpanden en openbare gebouwen, zoals scholen en crèches. Voor die grotere en complexere gebouwen is een stabiliteitsbureau met hout als specialisatie essentieel om de constructie, bestanddelen en verbindingen volledig en gedetailleerd te onderzoeken. Zo bieden we onze diensten momenteel aan architecten aan. Tijdens de hele onderzoeksfase van het project, van de schets en het aanbestedingsdossier tot en met de follow-up van de uitvoering, zorgen we voor begeleiding.”

Technische hoogstandjes in het centrum van Namen

Een voorbeeld van een lastige constructie waarbij de projectontwikkelaar het aandurfde om hout te gebruiken? Alexandre Rossignon noemt graag Ki-Etudes, een gebouw aan de Rue de l’Inquiétude, midden in het centrum van Namen, waarvoor zijn bureau het volledige onderzoek heeft uitgevoerd. We hebben samengewerkt met architectenbureau Specimen, dat ook in Namen is gevestigd en dat een geplooide gevel met overstekende delen op elke verdieping had ontworpen. Het stabiliteitsonderzoek was dus ingewikkeld. Een andere moeilijkheid was dat dit appartementencomplex van vijf verdiepingen in de bocht van een doodlopende straat moest worden gebouwd. Met onze partners hebben we gekozen voor de CLT-techniek, die een snelle montage mogelijk maakt.”

© Stabilame

Ongeveer 40% massieve platen, 30%-35% palen-balkensysteem en de rest houtskelet- of houtmassiefbouw. Dat zijn de marktaandelen van de verschillende bouwsystemen die worden gebruikt door Stabilame, een in Mariembourg (Couvin) gevestigd familiebedrijf, dat geen keuze heeft gemaakt, maar juist alle technieken wil beheersen om aan de meest uiteenlopende wensen te kunnen voldoen. De bouwonderneming heeft daarvoor een troef achter de hand. Stabilame kwam begin jaren zeventig voort uit het industriële houtbewerkingsbedrijf Riche en bezit dus eigen productiewerkplaatsen, die zich voortdurend aan de technologische ontwikkelingen hebben aangepast, van het besturen van digitaal bediende machines op basis van 3D-tekeningen tot het gebruik van drones om terreinhoogten tussen twee gebouwen te kunnen opmeten.

“Terwijl anderen hun materialen laten aanleveren en ermee volstaan om ze in elkaar te zetten, vervaardigen wij ze zelf naar gelang de vraag van onze klanten. “Dat geeft ons meer flexibiliteit en stelt ons in staat om hout te besparen”, zegt Bruno Riche, wiens onderneming tot het uiterste is gegaan om verliezen te vermijden door machines aan te schaffen waarmee zaagsel en ander afval omgezet kunnen worden in brandstofbriketten.

© Stabilame

Na twintig jaar lang zijn houtbewerkingskennis te hebben toegepast door eerst woningen te bouwen via de houtskelettechniek, vervolgens via het houtstapelsysteem en tot slot via het palen-balkensysteem, staat het bedrijf in 2007 op een keerpunt wanneer een nieuwe ontwikkeling vanuit Duitsland de voordelen aantoont van massieve wanden, die met name betere geluids- en warmteprestaties mogelijk maken.

Eerste fabrikant van massieve verlijmde platen in de Benelux

Wij willen onze materialen altijd zelf vervaardigen op basis van lokaal ruw hout en met behulp van regionale arbeid. In 2017 hebben we daarom € 5 miljoen geïnvesteerd om nieuwe machines voor de CLT-techniek aan te schaffen. Afgelopen zomer zijn we zo het eerste bedrijf in de Benelux geworden dat massieve platen vervaardigt op basis van planken die door verlijming zijn verbonden. We produceren er 10.000 m3 per jaar van, zowel voor onze eigen constructies als voor de verkoop aan professionals. Deze platen worden natuurlijk veel gebruikt voor grote constructies, maar ook voor het renoveren en met name het verhogen van gebouwen. Zo hebben we onlangs boven op de Caméo-bioscoop in Namen kantoren onder de dakconstructie gebouwd.”

Om de verschillende technische uitdagingen het hoofd te bieden en afhankelijk van het budget de beste oplossing te kiezen, beschikt Stabilame over een eigen ontwerpbureau, waar twee ingenieurs en tien technici werken. “Zo kunnen we technische begeleiding bieden voor de onafhankelijke architecten die hier met hun projecten komen, want er zijn niet veel 

 


© Stabilame

In Achêne (Ciney) heeft de bouwonderneming Chimsco ook besloten om zich naast de fabricage van industriële constructies, carports en tuinhuisjes op houtskeletwoningen te richten. Sinds de oprichting in 2009 realiseert de afdeling ‘Maisons Bois Meunier’ van het bedrijf gemiddeld vijftien eengezinswoningen en bijna dertig uitbreidingen in houtskeletbouw per jaar. Houtskeletbouw heeft een groot marktaandeel, vandaar dat we ervoor hebben gekozen om ons op deze techniek te richten”, zegt Xavier Michaux, directeur van de Chimsco-groep. En omdat energiezuinigheid tegenwoordig bij meer dan 90% van de aanvragen een centraal aandachtspunt is, hebben we ons gespecialiseerd in dat soort huizen. In 2008 hebben we in Attert overigens het eerste gecertificeerde passief huis van Wallonië gebouwd.

Maar het bedrijf ontwikkelt nog een ander product, dat één op de vier huizen betreft en dus eveneens populair is. Het gaat om zelfbouw of bouwen met hulp. “Er is veel vraag naar deze manier van bouwen, want mensen willen niet alleen geld besparen, maar ook hun hele ziel leggen in de bouw van hun huis. De klant kan kiezen uit het klassieke pakket, met gedetailleerde tekeningen en technische ondersteuning tijdens de hele bouw, of het voorgemonteerde pakket, waarbij een van onze ervaren timmermannen hem helpt om de wanden van het skelet in elkaar te zetten.” Het spreekt voor zich dat deze methoden bedoeld zijn voor klussers. Mensen met twee linkerhanden kunnen er beter niet aan beginnen!

Houtskeletbouw, palen-balkensysteem, systeem met massief houten platen (CLT) en houtmassiefbouw (1). Van deze vier systemen is houtskeletbouw veruit het meest wijdverbreid: 80% van de houten gebouwen berust op deze techniek. Maar voor grote gebouwen wordt de voorkeur gegeven aan CLT.

© Maisons Paquet

 

Door de prefabricagemogelijkheden, het vervoers- en hanteringsgemak en het isolatiepotentieel is houtskeletbouw de ideale techniek om vrijstaande huizen te bouwen, te meer omdat de flexibele en modulaire constructie het mogelijk maakt om de woning eenvoudig aan de veranderende behoeften van gezinnen aan te passen. De grote fabrikanten van ‘sleutelklare’ woningen, zoals Jumatt, Maisons Paquet en TomWood, de houtspecialist van Thomas & Piron, hebben daarom voor deze techniek gekozen.

Houtskeletbouw heeft zich zo positief ontwikkeld dat het een must is geworden”, luidt het commentaar van Maisons Paquet (Nalinnes), een familiebedrijf dat weet waar het om gaat, omdat het al aan het einde van de Tweede Wereldoorlog begon met de bouw van houten chalets als weekendhuis. Kandidaat-bouwers zijn tegenwoordig op zoek naar energieprestaties, milieuvriendelijkheid en comfort. Maar de snelheid waarmee een houtskeletwoning wordt neergezet, is ook erg verleidelijk. Een kandidaat-bouwer betrekt zijn huis in de regel 110 dagen nadat de fundering is gelegd. Onze fabricagetechniek is erop gericht om zo veel mogelijk in de werkplaats te bouwen. Daardoor kunnen we de constructie van de woning in één dag realiseren, zodat deze aan het einde van de middag beschermd is tegen weer en wind.”

En ‘sleutelklare’ woningen zijn natuurlijk ook populair omdat ze tegemoetkomen aan de algemene wens om niet extra belast te worden op een moment dat het voor mensen niet altijd even gemakkelijk is om hun gezins- en beroepsleven in evenwicht te houden. En hoewel de kandidaat-bouwers hun droomhuis moeten uitzoeken in een min of meer samenhangende catalogus, houden de bedrijven altijd de mogelijkheid voor hen open om een persoonlijk accent aan hun woning te geven. Een ander geruststellend gegeven is dat de prijzen transparanter zijn en meestal niet voor verrassingen zorgen. Omdat de overheid het eigenwoningbezit probeert te faciliteren en de bouw van gemeenschappelijke woningen bevordert, vertonen de prijzen een dalende tendens. Maar de stedenbouwkundige, energie- en milieuregels die erbij komen, werken in tegengestelde richting. Daarom moeten we anticiperen door de energiekosten van onze woningen te verlagen.”

www.houtinfobois.be

© Maisons Paquet


Voor het wooncomfort
Na 40 jaar ervaring in de bouw is Thomas & Piron uiteindelijk ook gezwicht voor hout. Eind 2011 heeft het bedrijf uit Paliseul dus een houtskeletbouwtechniek met de naam TomWood op de markt gebracht. De gelijknamige dochteronderneming, die in Gembloers is gevestigd, biedt nu ongeveer twaalf ‘sleutelklare’ woningen aan, waarvan de gemiddelde verkoopprijs rond de € 250.000 (all-in) ligt. “De Waalse markt is relatief stabiel, maar we denken dat we ons marktaandeel kunnen vergroten met projecten voor klanten die eigen grond bezitten en dan bedoel ik vooral projecten met een zeker karakter, een gedurfdere architectuur, een strakkere look”, stelt directeur Fernando de Sousa.Hoewel de trend eerder in de richting van moderne architectuur gaat, zoals gebouwen met platte daken of uitkragingen, krijgen we vrij vaak het verzoek om een houten accentje aan de buitenkant toe te voegen. In het algemeen stellen we dan vergrijsd cederhout voor. Maar mensen kiezen vooral voor een houtskeletwoning vanwege het wooncomfort.

De vakbeurs Bois & Habitat wordt dit voorjaar alweer voor de twintigste keer gehouden in de hallen van Namur Expo. Het thema van dit jaar is ‘hout in de bouw, vroeger, nu en in de toekomst’, wat aantoont dat dit materiaal inmiddels blijvend in onze gewoonten is verankerd.


Etienne Bertrand, een ondernemer met een passie voor architectuur, is ervan overtuigd dat hout het woonklimaat kan verbeteren. In 1999 kondigt hij aan dat hij een vakbeurs wil organiseren om dit materiaal weer dezelfde rol te laten spelen als in de tijd van onze verre voorouders. De aanwezige professionals zijn stomverbaasd. Velen roepen dat hij gek is. Mensen die geboren zijn met een baksteen in hun maag en elke dag verleidelijke combinaties van beton, staal en glas voorgeschoteld krijgen, zijn moeilijk ervan te overtuigen dat hout ook interessant kan zijn. Maar Bertrand is niet gek. Hij heeft lef en een goed ontwikkeld gevoel voor communicatie. Hij houdt nog meer lezingen om de aandacht van het grote publiek te trekken en wanneer de beurs Bois & Habitat in Namen voor het eerst haar deuren opent, worden de circa zestig exposanten overweldigd door maar liefst 5000 bezoekers. Hoewel ze goed hebben aangevoeld dat deelnemen aan het evenement beter is dan wegblijven, geloven deze ‘verkenners’ er niet echt in. En de bezoekers geloven er eigenlijk niet veel meer in. Velen zijn niet gekomen met de bereidheid om zaken te doen maar met een zak vol vooroordelen: een houten huis is iets uit de Middeleeuwen, is alleen goed voor chalets en blokhutten, brandt binnen de kortste keren af en vernietigt bovendien de mooie Waalse bossen! Kortom, veel bezoekers zijn alleen uit nieuwsgierigheid afgereisd. Ze zijn ervan overtuigd dat de beurs bij de eerste tegenslag in elkaar zal storten, waar ze bij het haardvuur nog lang om zullen lachen in hun stevige betonnen bouwsels.

Tussen de 15.000 en 20.000 bezoekers

Twintig jaar later lacht niemand meer. De beurs is niet in elkaar gestort, maar trekt juist drie keer zo veel bezoekers en in sommige jaren zelfs vier keer zo veel. Dankzij dit succes is de beurs geleidelijk uitgebreid met interieurinrichting en meubilair. En omdat de 10.000 m2 grote beursvloer plaats biedt aan maximaal 180 exposanten, is in 2007 een kleinere beurs genaamd Energie & Habitat ontstaan, die in oktober op dezelfde locatie wordt georganiseerd.

De herhaalde inspanning van de beursorganisatie, de onophoudelijke informatieverspreiding door professionals, de technologische ontwikkelingen in de houtsector en de energiecrisis (waarschijnlijk het zwaarst wegende argument) hebben ertoe geleid dat hout niet meer in het verdomhoekje zit. Na drie eeuwen in de schaduw van beton en staal te zijn weggekwijnd, staat hout nu weer in de schijnwerpers. En de talrijke kwaliteiten van het materiaal lijken plotseling vanzelfsprekend. Het is een levend, gezond en warm materiaal, dat bijdraagt aan het wooncomfort. Door zijn uitzonderlijke mechanische eigenschappen zorgt hout bovendien voor zeer sterke en duurzame constructies, terwijl een grote bouwkundige flexibiliteit mogelijk blijft. Maar hout is vooral ecologisch, hernieuwbaar en recyclebaar. Het is een natuurlijk isolatiemateriaal met hogere thermische waarden dan veel andere bouwmaterialen, terwijl voor de verwerking ervan veel minder energie nodig is. Kortom, de Belgen hebben eindelijk begrepen dat het voor hun gezondheid interessant kan zijn om voor een ander materiaal te kiezen dan baksteen. Dit betekent dat één op de tien huizen tegenwoordig van hout is, zonder rekening te houden met de renovatie, aanbouw en ophoging van bestaande woningen.

© Miko Miko Studio 

Voor particulieren

Het goede idee van Etienne Bertrand is dat hij deze beurs voor het grote publiek heeft ontwikkeld en ontmoetingen tussen professionals en particulieren eraan toe heeft gevoegd”, zegt Muriel Hunin, hoofd van de beurs Bois & Habitat. “EasyFairs, dat het evenement in 2010 heeft overgenomen, volgt dezelfde koers. Wij willen de bezoekers tevredenstellen die naar de beurs komen om diensten en oplossingen in verband met wonen te vinden. Zoals elk jaar staan onafhankelijke deskundigen bij de ingang om hun vragen te beantwoorden en hen de weg te wijzen, terwijl anderen hen informeren over de opleidingen en beroepen in de houtsector. Wat de ontmoetingen betreft, komen professionals vertellen over de verschillende aspecten van de houtbouw. Er is een architectuurwedstrijd georganiseerd om de belangstelling te wekken van de ingenieursbureaus. We hebben een ‘pleintje’ ingericht voor designers die we in het zonnetje proberen te zetten. Kortom, besluit Hunin, het is een beurs met passie. Het ruikt direct bij binnenkomst al naar hout en de mensen hebben zin om de materialen aan te raken!

De houtsector is zich ten volle bewust van de verdiensten van de vakbeurs. Relatief gezien is de beurs Bois & Habitat de industriële revolutie van de houtsector geweest”, erkent Hugues Frère, directeur van Hout Info Bois, de Belgische organisatie voor technische inlichtingen over hout. En die revolutie is tweeledig, want enerzijds zijn de bezoekers niet meer blind en anderzijds rusten hun dromen op de balk die ze in hun oog hadden.

 

Salon Bois & Habitat
Namur Expo
Avenue Sergent Vrithoff 2
B-5000 Namur
+32 81 36 00 42
www.bois-habitat.be
[email protected]

Over d’Easyfairs
EasyFairs, dat in 2003 werd opgericht door de Brusselse ondernemer Eric Everard, organiseert momenteel 218 evenementen in 17 landen, waarvan 33 in de verschillende delen van België (8 bij Namur Expo). De groep heeft meer dan 750 mensen in dienst. De slogan van EasyFairs luidt: ‘Visit the future’. Ter herinnering: Eric Everard werd in 2012 uitgeroepen tot Manager van het Jaar.

Your opinion counts