Waw magazine

Waw magazine

Menu
  • /

Ze woont in Waterloo maar is geboren in Rio en droomt ervan naar haar geboortestad terug te keren en mee te doen aan de Olympische Spelen van 2016. Het ziet er goed uit. Op haar 24ste is Chloé Leurquin de nummer 1 van het Belgische golf en ze is niet van plan het daarbij te laten. Een ontmoeting met een wereldburger, die droomt van de LPGA in de Verenigde Staten, het belangrijkste circuit. 

Rio de Janeiro. Zijn stranden, zijn Suikerbrood, zijn Christus de Verlosser, maar vooral: Rio en zijn Olympische Spelen in 2016. Over iets meer dan een jaar. Deze prachtige Braziliaanse metropool is ook de geboortestad van Chloé Leurquin, momenteel de beste Belgische golfspeelster. De OS beleven in haar geboortestad? Het is meer dan een droom. Het is een doel dat in augustus 2016 wel eens werkelijkheid zou kunnen worden.

We hebben afgesproken in een etablissement in Waterloo. Bij een kop thee praat ik met deze jonge vrouw van 24 met stralende ogen. Met een enthousiasme dat haar passie verraadt, vertelt ze over haar eerste ‘drives’ op twaalfjarige leeftijd en hoe ze in maart 2013 haar debuut maakte in het professionele circuit. Deze vrouw is zowel energiek als kalm, klein en fijn, maar wel in staat om de bal meer dan 220 meter ver te slaan. Kortom, achter haar zachte blik en fragiele indruk gaat een ware atlete schuil (zie verder) die nog maar aan het begin van haar carrière staat en ondanks haar ongespeelde bescheidenheid uiterst vastberaden is.

‘Met een papa en ooms die golf spelen, kreeg ik al gauw een club in handen. Ik was twaalf en meteen verkocht. Mijn mama zette me ’s morgens aan het golfterrein af en ik bracht er de dag door,’ herinnert ze zich. ‘Ik heb altijd van balsporten gehouden. Dat heeft me wellicht ontvankelijk gemaakt, waardoor ik erg snel vorderingen heb gemaakt. Tijdens mijn eerste seizoen had ik handicap 36. Op het einde van het seizoen was die al 24 en het volgende jaar ging ik van 24 naar 8!’ Die snelle vooruitgang maakt dat Chloé al snel mag aantreden op juniorentoernooien in België. In haar leeftijdsgroep (meisjes geboren in 1990) wordt ze geconfronteerd met veel speelsters van een goed niveau. ‘Die rivaliteit is erg belangrijk geweest. De ene verhoogde het niveau van de andere. Op mijn 15de werd ik voor het eerst geselecteerd voor de nationale ploeg.’

Het meisje heeft talent: op haar 16de doet ze mee aan het Europees Kampioenschap, op haar 18de aan het WK golf in het Australische Adelaide en vier jaar later, in maart 2013, wordt ze prof. ‘Dat was niet per se een doel. Ik zat op de universiteit en dacht niet dat mijn niveau goed genoeg was voor een carrière op de greens.’ Toch slaagt de golfspeelster van Royal Waterloo erin studie en topsport te combineren. Ze studeert aan de UCL en zou dit jaar haar diploma handelsingenieur moeten behalen. Ze moet alleen nog haar eindwerk afmaken dat over fiscaliteit in de sport gaat. Nadien zal ze zich helemaal aan haar sport wijden. ‘Aangezien ik de helft van het jaar in het buitenland verbleef, moest ik me organiseren. Niet gemakkelijk, maar het was een fantastische ervaring’, erkent de protegee van Arnaud Langenaeken, haar technische coach. Chloé geeft toe dat ‘de eenzaamheid, wanneer je na een slechte dag weer in je hotel bent, soms zwaar om te dragen is. Als het niet goed gaat, als ik slecht speel, dan zou ik bij mijn familie willen zijn om mijn zinnen te verzetten.’

Topsport is dus niet alleen glitter en glamour. En ook al zijn golfspelers niet de minst bedeelden, golf is niet de kip met de gouden eieren. Voor één seizoen wordt het budget voor vliegtuigreizen en hotels op € 50.000 geraamd. ‘Bij de meisjes moet je al een toernooi winnen om zoveel geld te krijgen’, merkt de jonge vrouw op. ‘Dankzij verschillende partners red ik het momenteel.’

Bij gebrek aan middelen moet de jonge vrouw echter vaak alleen reizen. ‘Ik heb niet het geld om een caddie of een trainer mee te nemen. Ik heb trouwens geen vaste caddie. Soms is mijn zus mijn caddie, dan weer mijn coach of mijn vader… Als er niemand is, doe ik een beroep op lokale caddies. In China of India is dat altijd het geval. Tot nu toe heb ik veel geluk gehad. Ik werd steeds bijgestaan door gemotiveerde caddies die echt zin hadden om mij te helpen. Sommige meisjes hebben het wel eens slechter getroffen.’

Maar de opofferingen zijn niet vergeefs en Chloé Leurquin zou haar leven voor niets ter wereld willen ruilen. ‘Ik zie mezelf dit nog vijf of zes jaar doen. Daarna zal alles afhangen van mijn evolutie. Als ik het financieel niet red, zal ik iets anders moeten doen. Ik sta niet met lege handen, ik heb een diploma. Maar momenteel boek ik nog vooruitgang en speel ik steeds beter. Bovendien hou ik van wat ik doe.’ ‘Ik heb veel geluk’, geeft ze toe als ze het over de vele reizen heeft die van haar een wereldburger met vrienden op alle continenten maken. ‘Het is soms frustrerend om ver te reizen en de hele dag in een hotelcomplex vast te zitten, maar over het algemeen stellen de organisatoren van toernooien ons bezoekjes voor’, vertelt ze. Van de tempels in China tot de baai van Sydney over de stranden van Agadir, Chloé Leurquin kijkt zich de ogen uit. ‘Ik ben dol op Australië, Sydney. Het seizoen begint daar, in de warmte. Drie weken voor het eerste toernooi ga ik naar daar om mee te doen aan de ProAm, bij wijze van oefening. We logeren dan bij gastgezinnen. Het is veel leuker dan de officiële toernooien.’ Ze zal dus ongetwijfeld graag het zand van Copacabana onder haar voeten voelen in augustus 2016. ‘Er zullen twee golfspelers per land zijn, in totaal 60 concurrenten. Op dit moment ben ik 53ste. Als de selectie vandaag zou gebeuren, zou ik dus van de partij zijn. Ik moet goed blijven spelen om in de running te blijven. Pas in mei 2016 zullen we het weten’, legt ze uit. Eind april heeft het Belgisch Olympisch Comité laten weten dat de Belgische delegatie uit 120 atleten zal bestaan.

‘Van jongs af aan heb ik de Spelen gevolgd. Het is een fantastisch event. Al die sporters die samenkomen, dat is zo uitzonderlijk. Bovendien vinden ze plaats in Rio, een exotische plek en mijn geboorteplaats. Dat is tof. Voor elke atleet is dit een groots gebeuren.’ De aanwezigheid van Chloé op de OS zou ook goed zijn voor wat erkenning door de media. Behalve Nicolas Colsaerts zijn er weinig golfspelers die regelmatig de Belgische pers halen (nvdr: ontdek het portret van deze speler in ons nummer 21, dat online gratis beschikbaar is). ‘Sinds Nicolas heeft meegedaan aan de Ryder Cup (n.v.d.r. in 2014) krijgt golf wat meer aandacht in de pers’, zegt ze tevreden. Met een charmante ambassadrice die blijft verbeteren, kan die belangstelling alleen maar toenemen.

COMPLETE ATLETE MET EEN WINNAARSMENTALITEIT

Werd golf ooit beschouwd als een sport voor de gepensioneerde bourgeoisie, dan is daar de laatste jaren wel verandering in gekomen. Atleten zoals Tiger Woods hebben het beeld van het grote publiek bijgesteld. Het imago van de dikbuikige golfer is vervaagd en vervangen door een veel positievere voorstelling. Golfers die op hoog niveau spelen zijn complete, atletische sporters. Chloé Leurquin is daarop geen uitzondering. Ze wordt bijgestaan door een technische coach, Arnaud Langenaken, een fysieke coach, Thierry Noteboom, en binnenkort misschien ook door een mentale coach. Ze stelt alles in het werk om haar doelstellingen op middellange termijn te bereiken: toegelaten worden tot de prestigieuze LPGA (het Amerikaanse circuit) en een major winnen.

TECHNISCH

‘Mijn sterk punt is de lange afstand, de approach, de “driving”. Ik behoor tot de middengroep van de beste speelsters. Toen ik prof werd, is mijn “putting” (de korte afstand) lang een enorme zwakte geweest, maar ik heb hier hard aan gewerkt. Je kunt dus niet meer zeggen dat het een zwak punt is, maar het is ook nog geen troef. Mijn vooruitgang zal sterk afhangen van de mate waarin ik op dit gebied nog vorderingen kan maken. Ik moet nog verbeteren, want in beslissende toernooien kun je zo het verschil maken.’

FYSIEK

‘Sinds ik prof ben, ben ik sterker geworden. In de gym doe ik veel explosieve krachttraining (sprint, lopen, medicine ball, enz.). We werken op het hele lichaam, niet alleen de armen. Ook de benen moeten sterk zijn. Het is veeleisend. Kijk naar de golfspelers tegenwoordig, iedereen is fit. Ook mijn hobby’s helpen mij om in vorm te blijven. Als ik niet golf, daag ik mijn vriendinnen uit voor een tennismatch. Ik hou van lopen en wandelen, en overweeg ook yoga te gaan doen. Dat is ontspannend en erg interessant wat stretching betreft.’

MENTAAL

‘Wat de psychologische aanpak betreft, heb ik de juiste persoon nog niet gevonden. Ik ben niet tegen. Het is misschien niet noodzakelijk, maar het zou me wellicht helpen bepaalde punten te verbeteren. Wat mijn putting betreft, heb ik last van een gebrek aan vertrouwen. Ik zou iemand moeten vinden met wie het klikt en die me echt iets bijbrengt. Ik heb geen zin om alleen maar mentale oefeningen te doen. Ik ben van nature niet gestrest. Om me te ontspannen, doe ik vaak een beroep op een fysiotherapeut of een masseur. Dat helpt me om los te laten. Ik heb vaak een dipje in het midden van het seizoen. Vorige zomer vroeg ik me af wat ik daar deed. Ik was teruggevallen tot nummer 110 in het circuit, terwijl je in de top 80 moet blijven om je plaats te behouden. Maar ik ben het seizoen goed geëindigd en haalde verschillende keren de top 20. Ik heb me hersteld. Waarschijnlijk heb ik die druk nodig.’

www.chloeleurquin.com

 

FAVORIETE ADRESJES VAN CHLOÉ LEURQUIN
  1. Kobo Resto Waterloo ‘Een echte ontdekking. Hier serveren ze de Afrikaanse keuken en dat is echt heel anders dan wat we gewoonlijk eten. Bovendien is het heerlijk. Ik heb dit adres pas onlangs ontdekt. De sfeer is er echt goed. Eigenaars en personeel zijn uiterst vriendelijk. Je bevindt je echt in een totaal andere wereld.’ Rue François Libert 4 – B-1410 Waterloo www.kobo-resto.be
  2. De bar van l’Amusoir Waterloo ‘Wanneer ik met vrienden een glas ga drinken, is het vaak in deze bar in het centrum. Cosy. Een begrip in Waterloo.’ Ch. de Bruxelles 121 –B-1410 Waterloo www.lamusoir.be
  3. La Ferme du Hameau du Roy Vieux-Genappe ‘Ik ben dol op deze bakkerij in Lasne (Vieux-Genappe). Het brood is er heerlijk, maar ik smelt vooral voor hun gebakje met frambozen.’ Chaussée de Bruxelles 70 B-1472 Vieux-Genappe www.fermeduhameauduroy.be
  4. Het terras van de Royal Waterloo Golf Club ‘Als ik in België ben, breng ik hier al mijn tijd door… en ik ben het nog steeds niet beu. Je eet hier erg lekker. De omgeving is prachtig en de sfeer in het club house ontspannen. Het is een beetje mijn tweede thuis.’ Vieux chemin de Wavre 50 B-1380 Lasne www.royalwaterloogolfclub.be
  5. La Pâte et Ose Waterloo ‘Ga er heen, proef hun beroemde trio van pasta en zeg me wat je ervan vindt!’ Ch. de Bruxelles 526 – B-1410 Waterloo www.lapateetose.be

‘We moeten plaatsen creëren die bewoond worden door gevoelens’, vertelde Alain Ducasse, de beroemde Franse chef en maker van het Carnet Gourmand. Jean-Philippe Watteyne neemt die uitdaging twee keer aan, in zijn twee restaurants in Mons. ‘Onze Jean-Phi’, die zwaar gemediatiseerd werd door het televisieprogramma Top Chef, gaat uit van een eenvoudig en vrijgevig uitgangspunt, dat helemaal geworteld is in zijn liefde voor de grond en de streek.

In januari laatstleden verhuisde Jean-Philippe Watteyne iCook, zijn bekendste restaurant, naar de lanen van Mons. De mooie villa was vroeger van een bekende dokter uit de streek. Het gebouw werd onder handen genomen door interieurarchitecte Charlotte Esquenet, die mee de vennootschap EXSUD heeft opgericht. Al bij de receptie is de eerste indruk heel hartelijk. Het gebouw heeft ook vier suites, kamers waar je hedendaagse beelden vindt van aapjes. Het zijn replica’s van de Singe du Grand Garde, het symbool van Mons dat op de gevel van het stadhuis staat en de geluksbrenger is van de stad van Doudou.

Ingericht met comfortabele zetels zijn de ruimtes heel zen. Diffuus licht zorgt voor een vertrouwelijke sfeer waarin je de heel betaalbare wijnkaart kan raadplegen. Het restaurant heeft de vorm van een glazen kubus. Een mooie grote gastentafel in helder hout, waaraan een twaalftal gasten kan zitten, staat recht tegenover de open keuken.

Puur natuur

‘Ik wil in mijn keuken in de eerste plaats aandacht besteden aan het product’, verzekert de chef ons, ver weg van alle glitter, media en kookprogramma’s op tv. Hij is een heel eenvoudige en vriendelijke chef, bijna verlegen, met een glimlach die aan Jacques Brel doet denken. Zijn liefde voor de keuken heeft hij eigenlijk van zijn grootmoeder. Als kleine jongen ontwikkelde hij al een passie voor taartjes en stoofschotels. Het is niet moeilijk om hem voor te stellen terwijl hij zijn producten kiest op het ritme van de seizoenen en volgens de goesting van de dag, of terwijl hij een recept uitwerkt aan de hand van zijn culinaire vondsten. Het product, de versheid en de geur ervan zijn de pijlers onder de emoties waarvan zijn kaart getuigt. Zijn palmares toont aan dat hij meekan op het niveau van de grootsten, maar vooral dat hij mensen gelukkig kan maken met een opmerkelijke prijs-kwaliteitverhouding.

Het restaurant heeft de vorm van een glazen kubus. Een mooie grote gastentafel in helder hout, waaraan een twaalftal gasten kan zitten, staat recht tegenover de open keuken. 


De dienst in de zaal blijft op mensenmaat, met een capaciteit van 34 couverts. De wijn wordt discreet en zonder al te veel franje gepresenteerd. Maureen, zijn vrouw, doet de bediening en wordt daarbij uitstekend bijgestaan door Frédéric en Pauline, allebei om ter vriendelijkst.

Waarom iCook verhuizen?

‘Een restaurant hebben in het centrum van de stad is goed, maar ik wou evolueren. Sommige klanten maakten af en toe een opmerking dat de omgeving niet helemaal meer overeenstemde met hun verwachtingen. Ik wou dus meer comfort, maar het moest toch eenvoudig blijven.’ iCook werd trouwens samen met een aantal vrienden, een goed team en goede leveranciers gerealiseerd. ‘Het team is heel belangrijk voor mij. En natuurlijk ook de producten. Ik wil vooral meer eerlijkheid in mijn keuken leggen. De mensen moeten hier echt goede producten kunnen eten. Ik maak het live klaar in mijn open keuken. Dat is een toneelstukje dat zo transparant Tendens en zo echt mogelijk moet zijn. Mijn leveranciers moesten medeplichtigen worden, maar ook vrienden. Zo is er Yves, mijn visboer, die me elke dag het beste van de zee levert en vooral de dagverse vangst uit Bretagne. Voor het welzijn van de klant heb je een decor en wat sfeer nodig. In die zin kan ik interieurarchitecte Charlotte Esquenet niet genoeg bedanken. Ze is een gepassioneerde vrouw, altijd bereid om te luisteren en altijd op zoek naar elegantie, naar een modern karakter en comfort.’

Oog voor detail op het bord en in de kamer

Chef Jean-Philippe was niet van plan om kost én inwoning te geven aan de gasten in zijn nieuwe etablissement. Het idee was er wel, maar dat was iets voor later. Veel later. Maar de ruimte was er toch al. Plaats zat zelfs. Bijna te veel voor de zaak op mensenmaat die hij van zijn tweede restaurant wil maken. Al snel krijgt het idee vorm, met enige aanmoediging van zijn vriendin. En jawel, na een heerlijke maaltijd op de benedenverdieping kunnen de gasten nu boven genieten van een deugddoende nachtrust.

De eerste verdieping vormt het perfecte decor voor de vier kamers, elk met een eigen badkamer en een eigen stijl. Twee van de kamers gaan terug naar de roots van de twee tortelduifjes. “La Bretonne” verwijst naar de wortels van Maureen, de vriendin van de chef. De verschillende grijstinten geven een robuuste, maar gezellige indruk. Daarnaast zijn er details in metaal zoals de geometrische verlichtingstoestellen, de koperkleurige keien en de stenen wastafels, die ook naar Bretagne verwijzen. In “La Belge” was het de beurt aan Jean-Philippe om zijn roots te eren. De ruimte is ingedeeld in verschillende kleuren, maar van een overdreven patriotisme is geen sprake. Zwart domineert, met gele en rode toetsen.

De twee andere kamers zijn geïnspireerd op belangrijke momenten in het leven van Jean-Philippe. “La Chef ” is gebaseerd op zijn verschijning in het programma Top Chef in 2013, dat een onbetwistbaar keerpunt vormde in zijn leven. Jean-Philippe geeft bescheiden toe dat het programma een echte springplank voor zijn carrière heeft betekend. Deze kamer is waarschijnlijk een van de meest gedurfde. Aan het plafond, boven het bed, hangen tientallen kookpotten en -pannen die oranje en bruin geschilderd werden en nu een immens tapijt van metaal vormen. De kranen in de badkamer werden vervangen door de industriële douchekoppen die je gewoonlijk vindt aan de wasbakken van grote keukens. Elk detail telt, net als in de gastronomie. Ook de inrichting van het restaurant werd met smaak en zin voor detail gekozen. De laatste kamer, “La tropicale”, staat symbool voor de ontmoeting tussen Jean-Philippe en zijn vriendin in Club Med. Alles in de kamer staat in het teken van rust en ontspanning. Een nachtlampje in de vorm van een vis, een bontgekleurde divan met papegaaienprint, bamboestokken die de slaapkamer scheiden van de badkamer... Hier waan je je ver weg van huis! En wie zich nog niet genoeg kan ontspannen, laat zich languit zakken in de immense badkuip met plaats voor twee personen.

“La Chef ” is gebaseerd op zijn verschijning in het programma Top Chef in 2013. een echte springplank voor zijn carrière, dat geeft Jean-Philippe bescheiden toe. Deze kamer is waarschijnlijk een van de meest gedurfde. Aan het plafond, boven het bed, hangen tientallen kookpotten en -pannen die oranje en bruin geschilderd werden en een immens tapijt van metaal vormen.


De klanten van het restaurant zullen ongetwijfeld de bijzondere inrichting van de kamers op prijs stellen. Genieten van een lekkere maaltijd, eventueel met de nodige wijn, en je niet druk hoeven te maken over de terugrit... heerlijk!

 

informatie

iCook
Avenue Reine Astrid, 31
B-7000 Mons
+32 (0)65 33 40 33
www.restaurant-icook.be

 

BIO EXPRESS

 Afgestudeerd aan de hotelschool Ilon Saint Jacques in Namen in 1997
 Twee keer finalist van de Prosper Montagné in 2010 en 2011
 Finalist van de wedstrijd Meilleur Artisan-Cuisinier van België 2012
 Kandidaat bij het programma Top Chef in 2013. Datzelfde jaar publiceerde hij het boek iCook for you samen met culinaire fotograaf Anthony Florio. In dit boek staan recepten van Jean-Philippe Watteyne en vijf vrienden: Florent Ladeyn (‘Le Vert Mont’), Christophe Thomaes (‘Château du Mylord’), Sang-Hoon Degeimbre (‘L’Air du Temps’), Pierre- Yves Gosse (‘La Cinquième Saison’) en Chi Tien-Chin (‘L’Esprit Bouddha’).
Gouden Garde voor de meest inventieve chef (Gids van LeVif 2013-2014)
Een koksmuts en 14/20 in de Gault & Millau 2015

 

À LA CARTE

Er staan mooie gerechten op de kaart. Zo heb je makreelfilets in escabèche, met een trio van uitjes (pickles van rode ui, gebrande ui en een crème van ui met karamel). Sint-jakobsnootjes van Erquy in de pan gebakken, met twee bereidingen van dezelfde groente: gekonfijte prei en een granité van dezelfde plant. Op de kaart vind je ook de zogeheten ‘plats canailles’, echte volkse schotels: een mooie gehaktschotel van rundswangen, of een varkensborst die 24 uur gestoofd werd met een ratatouille van oma’s andijvie, of een waterzooi van vis met groentjes. Alles op een schitterende manier klaargemaakt. Subliem. Laten we zeker ook de zoete gerechten niet vergeten, zoals de méringuebol, de tiramisu of het dessert met bietjes en manjarichocolade uit Madagaskar.

 

DE GOEDE ADRESJES EN TIPS VAN JEAN-PHILIPPE

La Cinquième Saison

‘Pierre-Yves Gosse is zowat mijn geestelijke vader en mijn coach. Hij heeft me begeleid in het programma Top Chef, maar hij is vooral een vriend. Hij kan kortaf zijn, maar ook heel verdraagzaam. Hij legt alles goed uit’. La Cinquième Saison, vlak bij de Grote Markt, blijft inderdaad een van de beste restaurants van Mons. Lekkerbekken werpen een blik op de gevel met een fantastisch uitzicht op de keuken.

Rue de la Coupe, 25
B-7000 Mons
+32 (0)65 72 82 62

Mimolette Cacahuète

‘Een klein, leuk plekje. Stéphanie Deghilage, mijn kaasboerin, is ook een van die medeplichtigen. Zij rijpt zelf sommige kazen, vooral Belgische, maar ze kan ook op bestelling werken en levert me dan bijvoorbeeld een prachtig blokje Comté.’ Dit is een mooi adresje voor lekkerbekken waar Stéphanie Deghilage de kaasliefhebber in Mons al bijna vijftien jaar lang verwent. Ze heeft een mooi assortiment kazen, fijne vleeswaren, mosterd, confituur en lekker in een houtskooloven gebakken brood van bij Jean- Sébastien Demeyer waarvan je geweldige boterhammen kan maken. En ze maakt ook nog eens fantastische dagsoepen.

Rue des Fripiers, 15
B-7000 Mons
+32 (0)65 84 54 00

Le 44 Rue des Fripiers

‘Ik hou van de sfeer en van de chef, die ook Jean-Philippe heet. Dit restaurant heeft een heel coole kant. Het is een mooie ontmoetingsplaats, waar je met vrienden afspreekt, al dan niet gasten die ook in het vak staan’. De zaak van Chef Ransquin ligt in het historische hart van Mons. Wijn is hier erg belangrijk, want de baas is een grote liefhebber van deze godendrank. Aanvankelijk was hij hier begonnen met een wijnbar waar ook tapas geserveerd werden, om dan later meer aandacht te gaan schenken aan een uitgebreidere restauratie.

Rue des Fripiers, 44
B-7000 Mons
+32 (0)65 31 37 94

Esprit Bouddha

‘Tien Chi is een vriend geworden. Hij is trouwens bevriend met vele restauranthouders. We wisselen geregeld recepten uit: hij voor Aziatische culinaire bereidingen en ik voor de desserts. Af en toe gebeurt het dat we samen iets klaarmaken.’ Het restaurant L’Esprit Bouddha, het vroegere Palais Impérial, opende zijn deuren in september 2002. Het werd overgenomen door Tien-Chin Chi en Ajing Xiang, de dochter van de vorige eigenaars. Tien Chi kreeg zijn opleiding in de CERIA in Anderlecht, en is de derde generatie van een familie van restauranthouders. Hij kiest de beste producten. Het restaurant heeft een heel degelijke wijnkelder en ook een grote keuze aan whisky’s en verschillende theesoorten. Dit is een uitverkoren plekje omwille van de loungy sfeer van dit restaurant.

Place des Martyrs, 30
B-6041 Gosselies
+32 (0)71 37 22 05

Maga-Vins

‘Wijnspecialist Didier Gendarme staat aan het hoofd van de firma Maga-Vins in Marcinelle. Hij komt hier vaak langs om me mee te laten genieten van zijn ontdekkingen. Dan laat hij een selectie wijnen uit de noordelijke Rhônevallei of van elders proeven. Hij is bezeten van goede flessen en hij telt ook nogal wat vrienden onder de restauranthouders.’

Rue Constantin Meunier, 115
B-6001 Marcinelle
+32 (0)71 37 25 30

Génération W is het beste wat Wallonie op dit moment te bieden heeft op culinair vlak. Van de tien chef-koks stellen we u hier Maxime Collard en Pierre Résimont voor, die achter hun fornuis de meest sublieme Waalse streekgerechten verzinnen.

Maxime Collard

 Geboren in Paliseul op 24 maart 1984
⇒ Familie van leerkrachten
 Hotelschool van Libramont
 Stage bij Les Forges du Pont d’Oye (Habay-la-Neuve)
 Opleiding bij De Karmeliet (Brugge – 3 Michelinsterren)
Ongehuwd
 2009: opening van La Table de Maxime (Our)
 November 2010: een ster in de Michelingids

Pierre Résimond

 Geboren in Mettet op 12 mei 1965
Ouders: wasserijarbeiders
 Hotelschool van Namen
 Opleiding bij Michel Guérard, Eric Lekeux en in Frankrijk
 Gehuwd met Anne, 2 kinderen
 1990: opening van l’Eau Vive
 December 1994: een ster in de Michelingids
 November 2010: twee sterren in de Michelingids


MAXIME 
COLLARD Eén en al discretie

Paliseul is een charmante plattelandsgemeente in het zuiden van Belgisch Luxemburg. Bossen, weiden en huizen vormen er een landelijk decor waar het rustig wonen is. Maxime Collard werd hier geboren op 24 maart 1984 in een familie van leerkrachten. Hij gaat naar de lagere school in Opont, een gehucht vlakbij, maakt een tussenstop in Bertrix en schrijft zich dan in aan de hotelschool van Libramont. De school staat bekend om haar strenge, maar degelijke opleiding. De toekomstig chef-kok leert er de kneepjes van het vak. Het duurt dan ook niet lang of hij opent zijn eigen restaurant, La Table de Maxime, dat al snel succes oogst bij fijnproevers.

Van jongs af aan kijkt Maxime verlangend naar het fornuis van zijn moeder en grootmoeder. Zijn ouders merken al snel welke kant hij op wil. Ze moedigen hem aan om zijn hart te volgen. Hij werkt als souschef bij Forges du Pont d’Oye (Habay-la-Neuve) en bij driesterrenrestaurant Karmeliet in Brugge. Daar voldoet hij vijf jaar lang aan de hoge eisen van chef-kok Van Hecke.

Collard is gepassioneerd door zijn beroep. Hij bewondert de grote Franse chef Michel Bras en diens naslagwerk. De Ardense chef weet hoe hij zijn team (vijf tot zes personen) moet leiden. Opmerkingen aanvaardt hij met plezier, zowel van zijn medewerkers als van zijn klanten, want daar kan hij alleen maar nog beter van worden.

Hij is tevreden wanneer alles op wieltjes loopt, de sfeer ontspannen is en hij zijn trouwe klanten kan verwennen met zijn kookkunst.

Hij zou graag in de Provence wonen, maar hij blijft een grote liefde voor zijn land koesteren en vooral voor de lokale streekproducten. Zijn vlees en wild haalt hij bij slagerij Poncelet, voor groenten is Daniel Leblond zijn vaste leverancier en ook voor andere producten kan hij terecht bij lokale producenten. Nieuwelingen in de keuken stimuleert hij om de collega’s te leren kennen en om goed en kritisch te leren proeven. Hij is trots op zijn welverdiende Michelinster, maar kan het zich daardoor ook niet meer veroorloven om teleur te stellen. Hij blijft zeer kritisch voor zichzelf.

Collard vestigde zijn restaurant in een knap gerenoveerde dorpswoning in Our. De eetkamer kijkt uit op het groen, dat via een licht terras binnenvalt in het restaurant. Voor wie graag blijft slapen, zijn er zes comfortabele kamers voorzien. Beter een goed bed dan een gevaar op de weg…

Le Pré Maho

Hout staat centraal in de Fabrique de Pré Maho. Het hotel biedt modern comfort en verfijning in vier luxekamers vlak bij het restaurant. Binnenkort volgt ook Jardins de Maxime: vier kamers die uitlopen in een groene ruimte en een brasserie.

Het bedrijf Thomas & Piron is gevestigd in hetzelfde dorp en nam de bouw van de verschillende constructies op zich. Eigenaar Louis-Marie Piron is een gepassioneerd gastronoom. Zijn smaak en kennis van tafelen en zijn ervaring in de bouw vormen de perfecte combinatie. De hele streek vaart wel bij die vernieuwde dynamiek.

Achter zijn fornuis goochelt de jonge chef met persoonlijke creaties. Daarin krijgen kwaliteitsproducten uit de streek een ereplaats. Vormen, kleuren, smaken en combinaties verleiden ogen en smaakpapillen. Een jong en enthousiast team staat voor u klaar en vergast u op zuiver gastronomisch genot. De lunch bestaat uit drie gangen (€ 32). Het seizoensmenu verspreidt zijn charmes over vier, vijf of zes gangen (€ 40, € 50 en € 65). Zo is er een jachtmenu met mousse van houtduif, scholfilet en gerookte paling, zoetwaterkreeftjes met Ardense ham… De reebok is vergezeld van braambessen, champignons en een fijne saus met Rochefort. Kers op de taart is een geroosterde vijg.

informatie

La table de maxime
Our, 23
B-6852 Our (Paliseul)
+32 (0)61 23 95 10
www.tabledemaxime.be

PIERRE RÉSIMONT Een vuurwerk van smaken

In een kleine molen uit de 17de eeuw aan de rivier Burnot in Arbre openden Pierre en Anne Résimont hun restaurant l’Eau Vive. De mooie plek ligt aan de rand van het bos. In het salon kozen ze voor resoluut hedendaags meubilair in bruine en rode tinten. Kleuren en stoffen zijn opvallend harmonieus op elkaar afgestemd. Het is er comfortabel en gezellig zitten voor een aperitief, digestief of koffie. Anne komt de bestellingen opnemen. Ze geeft uitleg over de specialiteiten van de chef en begeleidt je naar de veranda, met zicht op het mooie terras, dat uitloopt op een ruisende waterval. Op reservatie kan de chef je ook uitnodigen om plaats te nemen aan de gastentafel, waar je de keuken kunt zien. Je kunt er in het oog houden hoe je maaltijd klaargemaakt wordt en de nieuwe apparatuur van de koks bewonderen.

Pierre beschrijft zijn keuken als “een zoektocht naar een bepaalde emotie, een evenwicht tussen krokant, zuur en vet, een constante evolutie met respect voor de producten.” De chef is een perfectionist die levendigheid en inventiviteit vermengt tot een vuurwerk van heel persoonlijke smaken. Hij tovert met originele bereidingen op basis van streekproducten. Zijn keuken is inventief en deinst niet terug voor gedurfde combinaties. Bij het ‘ontdekkingsmenu’ hebben de zes gangen telkens nieuwe schatten in petto, die ons hart wat sneller doen slaan. De Gillardeauoesters worden lauw opgediend met snijbiet, tomaten en lomo. De tongfilet krijgt een garnituur van grijze garnalen en een toets van yuzu. Een mooie, perfect gebakken snee foie gras krijgt het gezelschap van vijgen en citroen op peperkoek. De verfijnde reerug wordt begeleid door peren en bieten. Je hebt de keuze tussen een uitgebreide, geurige kaasschotel of een sorbet. Het dessert is een subtiele combinatie van karamel, appel en citroen. En dat alles met een gracieuze en efficiënte vrouwelijke service.

De chef is een perfectionist die levendigheid en inventiviteit vermengt tot een vuurwerk van heel persoonlijke smaken. Hij tovert met originele bereidingen op basis van streekproducten.

 

Pierre Résimont werd geboren op 12 mei 1965 in een familie van wassers, die de roeping van de jongeman al snel begrepen en hem naar de hotelschool in Namen stuurden. Als kind was hij vol bewondering voor de kookkunst van zijn moeder en grootmoeder: brood, taart, kwartels en niertjes kenden geen geheimen voor hen. Hij doet ervaring op in prestigieuze restaurants en bij gerenommeerde chefs, die hem de kneepjes van het vak leren. In 1990 opent hij l’Eau Vive en in 1994 krijgt hij zijn eerste Michelinster. Zijn tweede ster komt eraan in 2010. Hij heeft samen met Anne twee kinderen geadopteerd. Er wordt nog niet gesproken over de overname van het restaurant, maar de interesse bij de kinderen is er alvast.

Pierre werkt uiterst nauwgezet, maar hij staat altijd open voor opmerkingen van zijn vrouw of personeel. Ook interessante suggesties van klanten vergeet hij niet zomaar. Hij vindt dat een kok open moet staan voor de buitenwereld en zich niet mag terugtrekken in een ivoren toren. Ervaringen zijn er om uitgewisseld te worden. Hij strooit ook zelf gul met advies. Rust in zijn dagelijkse omgeving is volgens hem essentieel om het uiteindelijke doel te bereiken, de voldoening van de klant. Alain Ducasse is de chef die hem geïnspireerd heeft met zijn geschriften en de manier waarop hij zijn bedrijf leidde. Pierre schoolt zich graag bij hem bij. Zijn favoriete maaltijd is balletjes in tomatensaus met frieten en echte mayonaise. Couscous is dan weer niet zijn ding. Hij zou graag Sophie Marceau eens te gast hebben, in het gezelschap van Asterix. Zijn inox tang en zijn vork met twee tanden zijn zijn lievelingsinstrumenten. Gezellige, vrolijke momenten met vrienden zijn heel belangrijk in zijn leven. Hij zou graag in Quebec wonen, want hij vindt de mensen daar fantastisch.

Op 5 minuten van het restaurant ligt Espace Medissey. De vertrekken stralen met hun vloeiende lijnen en harmonieuze lichtval een bijzondere sereniteit uit. Ondertussen bestaat ook de Comptoir de l’Eau Vive al een jaar. In Erpent bij Namen kunt u er in een ontspannen sfeer genieten van brasseriegerechten aan tafel of aan de toog.

informatie

L'eau vive

Route de Floreffe, 37
B-5170 Arbre (Profondville)
+32 (0) 81 41 11 51
www.eau-vive.be
Gesloten op zaterdagmiddag, dinsdag en woensdag



Génération W

Wallonië herwaarderen vanuit gastronomische hoek

Tien emblematische chefs uit de vier streken van Wallonië hebben zich verenigd in een collectief. Samen willen ze de gastronomie in Wallonië opnieuw op de kaart zetten. En dat liefst over de landsgrenzen heen. In het collectief zitten chef-koks, ondernemersrestauranthouders, scheppers van smaak die een ding gemeenschappelijk hebben: de wens om het echte gezicht en de grootheid van ons gastronomisch erfgoed te laten zien. Het zijn moderne koks, met hun eigen persoonlijkheid, dynamiek en overtuiging, die laten zien dat er wat beweegt in Wallonië. Génération W wil onze streek promoten, via de gastronomie en de creativiteit van zijn chef-koks. Ze betrekken ook kunstenaars en ambachtslieden die van ver of dichtbij te maken hebben met het plezier van tafelen als erfgoed. Verder willen ze de streekproducten en hun producenten opwaarderen dankzij de kennis van hun leden, en de gastronomie en het Waalse Gewest bekendmaken in binnenen buitenland. Restauranthouders die hun kandidatuur willen stellen, moeten beantwoorden aan enkele criteria. De oprichters van het ambitieuze project rekenen op positieve reacties, zodat ze binnenkort een versnelling hoger kunnen schakelen. Zo plannen ze om een boek uit te geven met portretten – van de koks, maar ook van producenten – en recepten. In maart 2014 is Génération W te gast op de Horecatelbeurs in Marche. De ideale gelegenheid om kennis te maken met het publiek en om een nieuwe wind te laten waaien in de georganiseerde wedstrijden.

De weg naar de sterren

Gepassioneerde chef-koks, met hun eigen persoonlijkheid en overtuigingen, die deel uitmaken van het economisch weefsel, werkgelegenheid creëren en bron van inspiratie zijn voor al wie hun prachtige beroep wil leren.Maxime Collard (Table de Maxime, Our), Sang Hoon Degeimbre (Air du temps, Liernu), Mario Elias (Cor de chasse, Wéris), Eric Martin (Lemonnier, Lavaux Sainte-Anne), Arabelle Meirlaen (Arabelle Meirlaen, Marchin), Christophe Pauly (Coq aux champs, Soheit-Tinlot), Clément Petitjean (Grappe d’or, Torgny), Pierre Résimont (Eau vive, Arbre), Jean-Baptiste Thomaes (Château du Mylord, Ellezelles), Laury Zioui (Éveil des sens, Montigny-le-Tilleul).

 

De charme van wijn

Het beroep van sommelier was lange tijd een mannenbastion. Gelukkig duiken er stilaan ook meer vrouwelijke sommeliers op. Bij l’Eau Vive valt het talent van Anouk Fransolet meteen op. Ze weet wat goede service is en geeft correcte informatie. Pierre Résimont laat haar volledig vrij, zodat ze haar eigen weg kan zoeken en vooral anderen de weg kan tonen. Anouk werkt graag met iemand, en niet voor iemand. De verstandhouding tussen haar en de chef is dan ook optimaal. Haar gevoel voor gezelligheid en verfijning kon ze volop ontwikkelen in Le Darville in Wierde, voor ze bijna twee jaar geleden bij het team van Résimont terechtkwam. De Guide Le Vif reikte haar een welverdiende Fouet d’or uit van beste sommelière. La Table de Maxime speelt Anissa Body uit als troef. Ze is amper twintig jaar, komt uit de hotelschool in Namen en volgde een intensief zevende jaar in oenologie. Samen met twee andere meisjes uit haar klas won ze de wedstrijd Val de Loire. Ze werkt nu zes maanden bij Maxime en geeft daar blijk van heel wat talent. Ze geeft klanten enthousiast en met de glimlach advies om het beste evenwicht te vinden met de bereidingen van de chef. 

 

Horecatel - Het Gastronomische Paleis     

Van zondag 9 tot woensdag 12 maart 2014 is Horecatel de place-to-be. Verspreid over 23.500 m² vind je er alle trends voor het komende seizoen. Elk jaar stellen zo’n 350 bedrijven hier hun producten en materiaal voor aan de 40.000 professionele bezoekers uit de wereld van de horeca, de grootkeukens, de catering en de gastronomie. Ze komen uit heel België en de buurlanden. Professionele verenigingen en officiële vertegenwoordigers uit de sector komen er samen om over de uitdagingen van het beroep te discussiëren tijdens rondetafelgesprekken, werkgroepen en andere informele bijeenkomsten. Jonge en ervaren chefs, gastronomen en experts komen er tijdens een wedstrijd, een demonstratie of een culinaire sessie hun talent en passie tonen aan een nieuwsgierig publiek. Sinds de opening twee jaar geleden blijft de interesse voor het gastronomische paleis groeien. De nieuwe ruimte is bedoeld als dé plaats waar chef-koks, hun leveranciers en hun producenten elkaar ontmoeten. De organisatoren bekroonden sterrenchef Éric Martin van restaurant Lemonnier in Lavaux-Sainte-Anne tot Ambassadeur 2014, als erkenning voor zijn passie voor gastronomie.

informatie

Horecatel
Wallonie Expo Parc d’activités du Wex
Rue des Deux Provinces, 1
B-6900 Marche-en-Famenne
9 tot 12 maart 2014 (van 11 tot 19 uur)
Alleen voor professionals
[email protected]
www.horecatel.be

 

Saveurs de nos Régions

Welkom bij Saveurs de nos régions. Onze nieuwsbrief bestaat intussen al zeven jaar. Maandelijks valt hij in de bus bij meer dan 37.000 liefhebbers van restaurants, speciaalzaken, streekproducten en gezellig tafelen. Onze lezers komen niet alleen uit de provincie Luik, maar uit heel Wallonië en zelfs de rest van België en daarbuiten… Luik is (nog!) niet het centrum van de wereld van de smaak.

Deze nieuwsbrief wordt opgesteld door een team specialisten onder leiding van onze medewerker Guy Delville. U vindt regelmatig artikels van zijn hand in WAW Wallonie Magazine. Al meer dan 25 jaar is hij gastronomisch recensent, maar bovenal is hij een meester in het opsporen van leuke adresjes en zet hij u met de glimlach op weg bij uw zoektocht naar een goed restaurant. In de nieuwsbrief maken we u met plezier wegwijs in alle aspecten van lekker eten en drinken en van een gastvrije ontvangst. We wijzen u op nieuwe producten, bijzondere en onbekende plaatsen, en verkennen samen de rijkdom van Wallonië. We vertellen u over nieuwe adresjes en allerhande evenementen in verband met eten en drinken. Op gastronomische wandeling verrassen we u met tal van geheime tips. Verder bespreken we een ruime selectie boeken, zodat u ook uw ogen de kost kunt geven. Met de recepten zult u vrienden en familie verbazen. Streekproducten staan altijd in de kijker en bieden u een keur aan lekkers. En dan zijn er nog de onvermijdelijke ergernissen over de domme fouten en de onbegrijpelijke vergissingen van sommigen.

Afhankelijk van ons humeur, maar altijd met de nodige humor, nemen we u mee op een onderzoek waar zelfs commissaris Maigret graag was bij geweest. We volgen de wereld van gastronomie en oenologie op de voet en laten ons graag leiden door het toeval. Guy Delville eet, proeft, vertelt, smult, bijt, knabbelt, test, vergelijkt, beschrijft en geniet het jaar rond. Een echte levensgenieter!

Bezoek zeker de website van Saveurs de nos Régions. Een abonnement op de maandelijkse nieuwsbrief is gratis. Uw mening, commentaar en zelfs kritiek is altijd welkom. Zonder vooroordelen, zonder taboes en volledig autonoom.

informatie

www.saveurs-regions.be

Videos

Marie Kremer is een elegante en frisse verschijning – een beetje zoals Wallonië. De jonge actrice kan bogen op een ruime ervaring, zowel op de planken als op het grote scherm, en is duidelijk niet bang van nieuwe uitdagingen. Ze geniet van de natuur en is gesteld op haar vrijheid. Niet het type dus om zich op te sluiten in een rol of ruimte! Tijd voor een gesprek.

Een glimlach speelt om haar lippen zodra ze het Kasteel van Terhulpen betreedt. De plek doet haar terugdenken aan haar kindertijd. Ook nu nog heeft ze iets van een dromerig, vrolijk kind wanneer ze vertelt en poseert. De hele dag blijft ze haar spontane zelf en neemt ze ons mee in haar wereld vol lichtheid en magie. Marie Kremer staat met haar voeten stevig op de grond, maar haar hoofd zweeft ergens in de wolken…

Marie, wat deed je hier in het kasteel van Terhulpen toen je klein was?
Marie Kremer — Wanneer er een huwelijksfeest was, mengde ik mij onder de gasten samen met mijn vriendinnen. We deden alsof we ook uitgenodigd waren en deden ons tegoed aan al wat er op de tafels stond! (lacht) Het kasteel van Terhulpen was ook de plek waar ik naartoe ging om alleen te zijn in de natuur. Het is niet zomaar een kasteel, het is een park dat uitloopt in het bos. Ik heb altijd de behoefte gehad om alleen de natuur in te trekken.

Je bent geboren in Ukkel, maar toch ben je blij dat je op de voorpagina van een Waals magazine mag staan. Wallonië zit in je genen, en vooral je grootvader zou trots geweest zijn…
MK — Ja, ik was dol op mijn grootvader. Hij wou dat we Waals spraken. Ik heb heel mooie herinneringen aan de tijd die ik doorbracht met mijn grootouders. Ze woonden tussen Sivry en Rixensart en ze hebben me Wallonië leren kennen. We gingen vaak nieuwe plekken bezoeken. Dan namen we onze picknick mee. Mijn grootvader was erg gehecht aan Wallonië en trots om Waal te zijn. Hij nam ons overal mee naartoe, naar Charleroi, naar Le Grand-Hornu, naar La Louvière, naar Namen om musea te bezoeken… Hij was afkomstig uit Zinnik. Mijn hele familie is Waa ls, a l leen mijn vader komt u it Luxemburg. Ikzelf ben opgegroeid tussen Limal en Terhulpen.

Tegenwoordig woon je hoofdzakelijk in Parijs, maar je komt regelmatig terug naar Terhulpen.
MK — Eigenlijk woon ik aan beide kanten, en ik ontsnap naar Brussel via Terhulpen. Ik laad er mijn batterijen weer op als ik in de natuur ben en de bomen zie. Maar het is vooral de herinnering aan mijn kindertijd die me doet terugkomen naar Terhulpen.

Van welk typisch aspect van Wallonië hou je het meest?
MK — Het accent! Mijn hele familie heeft dat typische accent dat ik nergens elders vind. En dan zijn er alle herinneringen aan mijn kindertijd. Het klinkt misschien gek, omdat velen erover klagen, maar ik hou ook van de regen, van de wolken. Alles wat typisch Belgisch is. Ook de manier van leven van de mensen.

Zijn er plekken waar je altijd naartoe gaat wanneer je in België bent, als een soort ritueel?
MK — Dit park natuurlijk, maar ook de Abdij van Villers-la-Ville. Dat is een schitterende plek!

Tien jaar geleden heb je meegespeeld in J’ai toujours voulu être une sainte (Ik heb altijd een heilige willen zijn). Zou je zelf graag een heilige zijn?
MK — Absoluut niet. En trouwens, niemand is heilig.

Gaat er achter dat engelengezicht een rebel schuil die je graag aan de buitenwereld zou tonen?
MK — Ja. Over bepaalde dingen kan ik erg kwaad worden. Die kwaadheid kanaliseer ik door te sporten en te acteren, maar ik heb nog niet de goede manier gevonden om ze er echt uit te krijgen.

Waarvoor zou je bereid zijn om te vechten als een leeuw?
MK — Voor rechtvaardigheid, voor mijn werk, voor een gezin dat ik nog moet opbouwen. Vechten om eerlijk te zijn tegenover mezelf. Pas daarna kan je stelling nemen in de wereld. Ik ben op de goede weg, ik boek vooruitgang maar soms voel ik me als een wolf…

Ben je een feministe?
MK — Nee, nu ja, het hangt ervan af. Ik ben geen feministe als dat betekent tegen mannen zijn, want ik heb hen nodig, hun raad. Ze geven me essentiële dingen die wij niet hebben. Ze zitten eenvoudig in elkaar en dat heb ik nodig. Ze zijn minder ingewikkeld dan vrouwen.

Een feministe zijn, heeft niet meer dezelfde betekenis als vroeger. Het feminisme is geëvolueerd en komt nu vooral op voor gelijkheid.
MK — In die zin ben ik wel feministisch. Ik vind dat we veel vooruitgang geboekt hebben en dat we onze rechten moeten blijven opeisen waar het nodig is. Als ik zie wat er elders gebeurt, vind ik dat we niet te klagen hebben, ook al kunnen er altijd dingen beter. We hebben het goed hier. Ik besef maar al te goed dat ik kan gaan en staan waar ik wil, me kleden zoals ik wil en doen wat ik graag doe.

Zou je graag in een matriarchale maatschappij leven waar vrouwen het voor het zeggen hebben?
MK — Nee, absoluut niet! We hebben mannen en vrouwen nodig. Ook in de politiek is er een evenwicht nodig.

Marie Kremer onthult

Je acteert al 11 jaar, aan een stevig ritme van zo’n 4 films per jaar en toch zeg je dat je blijft twijfelen? Waarover dan?
MK — Twijfelen is belangrijk om steeds beter te worden. Je leert elke dag bij en je moet elke keer opnieuw beginnen. Elke rol is anders. En bij elke opnamesessie moet je je weer helemaal geven, maar telkens anders.

Je volgt je gevoel. Wil dat zeggen dat je alleen maar in films meespeelt die je echt aanspreken?
MK — Nee, absoluut niet. Eerst en vooral omdat ik werk nodig heb. Tegenwoordig kan ik het me veroorloven om een beetje selectiever te zijn, maar het beroep van acteur is niet gemakkelijk. Je hebt niet iedere dag werk op de plank. Rollen weigeren is een kwestie van keuzes maken, maar ik denk dat een acteur zo veel mogelijk moet werken, zolang hij maar eerlijk blijft tegenover zijn principes. Sommige mensen zeggen bijvoorbeeld dat je niet voor tv moet acteren. Ik ben het daar niet mee eens. Ik heb veel geleerd tijdens al mijn opnames. Op dit moment ben ik trouwens met opnames bezig voor de Franse tv.

Mogen we daar meer over weten?
MK — Ik speel mee in Caïn, een reeks van 8 afleveringen die wordt geregisseerd door Bertrand Arthuys en uitgezonden op France 2.

Toen je amper 17 was, zette je je eerste stappen op het toneel bij het gezelschap Baladins du miroir. Nadien deed je straattheater bij de Compagnie des Bonimenteurs in Namen. Wat doe je liever, theater of film?
MK — Allebei… Ik heb veel straattheater gedaan, maar ik ben ook blij met waar ik nu sta.

Je bent discreet en wat verlegen. Zou je uit liefde voor de film bereid zijn om ook een intieme scène te spelen?
MK — Als dat in het verlengde ligt van het verhaal, ja. Maar discretie is belangrijk in film.

Wat vind je van de Belgische film?
MK — Van een hoog niveau. We hebben goede films, zowel in Wallonië als in Vlaanderen.

Regisseur Joachim Lafosse zei op de persconferentie van de Magrittes dat films niet goed zijn omdat ze Belgisch, Waals of Vlaams zijn, maar omdat ze juist zijn. Wat is voor jou een juiste film?
MK — Hij heeft helemaal gelijk. Een juiste film is zoals een acteur die juist speelt. Het is de juiste toon vinden voor alles, ook in de boodschap die de film wil meegeven.

Wat is er belangrijk voor jou als actrice?
MK — Het is belangrijk om je met de juiste mensen te omringen, ook mensen die niet noodzakelijk hetzelfde beroep hebben. Met de voeten op de grond blijven, niet kwaad worden op het systeem, ook al is het niet eenvoudig. Jezelf blijven heruitvinden. Opkomen voor jezelf.

In november komt de dvd uit van Sous le figuier, een prachtige film van Anne-Marie Étienne. Hij werd deels voor België geproduceerd, door Tarantula production. De film benadert de dood op een tactvolle en serene manier. Denk je dat niets echt eindigt daar aan de overkant?
MK — Ik weet het niet. Ik denk dat niemand echt sterft omdat we verder leven in wat we hebben doorgegeven tijdens ons leven. Mijn grootvader bijvoorbeeld leeft verder in mij door alle schoonheid en kracht die hij mij heeft gegeven.

Is je kijk op de dood veranderd door de film?
MK — Misschien wel, ja. Selma (Gisèle Casadesus, n.v.d.r.) heeft een heel zachte, geruststellende uitstraling. Ze heeft haar eigen manier om graag te zien. Ze geeft veel.

Ze is al lang gestopt met egoïstisch zijn. Gisèle Casadesus speelt een oude dame die kaarten legt en pendelt. Geloof jij in helderziendheid?
MK — Ik denk dat sommige mensen echt dingen aanvoelen, maar je moet altijd voorzichtig blijven, want er zijn ook veel bedriegers.

Gisèle Casadesus is met haar 99 jaar de oudste Franse actrice. Wat heeft je het meest getroffen tijdens jullie samenwerking?
MK — Haar levenswijsheid, haar humor over de dingen van het leven, zelfs over seks. Ook haar blik. Ze kijkt je aan zonder frustraties, kwaadheid of minachting. Ik zou heel graag ook zo willen oud worden. Ik wil dat onthouden. Oude mensen zijn vaak getekend door het leven op een niet zo mooie manier. Maar zij straalt liefde uit.

Wat zijn je projecten voor de nabije toekomst?
MK — Er staan een aantal filmprojecten op stapel, maar die zijn nog niet heel concreet. En ik ben een kortfilm aan het schrijven die ik graag zelf zou regisseren.

 

Bio Express

15 april 1982 — Marie Kremer wordt geboren in Ukkel

2001 — start met acteerlessen aan het INSAS

Juni 2012 — Marie ontvangt de Suzanne Bianchettiprijs (SACD)

Juni 2012 — de actrice treedt in het huwelijk

 

Selectieve filmografie

Film
J’ai toujours voulu être une sainte (2002)
Saint-Jacques… La Mecque (2003)
Les Toits de Paris (2006)
Dikkenek (2006)
Soeur Sourire (2008)
Au cul du loup (2011)
Louise Wimmer (2012)
Chez nous c’est trois ! (2012)

Televisie
L’Arche de Babel (2007)
Chez Maupassant, saison 1 (2007)
Un Village français, saison 1 à 5 (2008-2013)
La Solitude du pouvoir (2011)

Hij is al dertig jaar ontwerper voor beroemdheden zoals Sharon Stone, Mickey Rourke en Amélie Nothomb. Hij ontwierp hoofddeksels voor tal van gekroonde hoofden. Elvis Pompilio, Luikenaar van Italiaanse afkomst, schakelt nog een tandje bij: hij gaat kostuums ontwerpen voor een opera en ook nog eens een tafel voor San Pellegrino. Een portret van een Waalse ondernemer met veel petten op.

Waar komt uw voornaam, Elvis, vandaan?
E.P.
— Toen ik geboren werd, was mijn moeder 42 en mijn zussen waren al tieners. Een van hen was fan van Elvis Presley. Nog een geluk dat ze me niet naar Fernandel vernoemd hebben.

Ook Elvis hield van hoeden.
E.P.
— Meer nog van petten, vooral militaire.

Als we zien hoe u werkt, valt ons aan de ene kant de volledige controle op over het hele proces, maar aan de andere kant werkt u heel veel samen
E.P.
— Het een kan niet zonder het ander. Om in de modewereld gerespecteerd te worden, moet je je eigen stijl ontwikkelen. Maar als je gevraagd wordt door Chanel of Véronique Branquinho, moet je minstens op hun niveau staan. Werken met de allergrootsten vind ik een echte uitdaging. Zeker in het begin, als dit soort ervaringen nog stressvol is, maar ook boeiend.

Zorgt zo’n samenwerking voor veel nieuwe ideeën?
E.P.
— Eerder op het vlak van persoonlijke relaties. Dat geldt ook voor de relatie met mijn klanten. Elk van hen is verschillend en ik kan hen niet allemaal op dezelfde manier ontvangen. Uiteindelijk, of het nu gaat om een evenement, de vorm van een kledingstuk of een modeshow, het belangrijkste is dat je je werk goed doet.
In de mode vormen hoeden een apart vak. Als ik hoofddeksels ontwerp, wil ik me niet beperken tot één doelgroep: hoeden voor kinderen, voor klassieke of trendy mensen, wintermutsen… Ik ken geen grenzen. Er zijn ontwerpers die alleen maar hoeden maken voor huwelijken, maar mij interesseert dat niet.

Bent u bevriend met andere hoedenontwerpers?
E.P.
— Nee. In de modewereld ontmoeten we elkaar niet zo vaak. Tenzij bij een of andere samenwerking. De mensen werken hard. Er zijn wel feesten waar we elkaar ontmoeten, maar dat wil niet zeggen dat we vrienden zijn.

Wat is voor u het belangrijkste: een hoed ontwerpen voor Madonna of voor koningin Mathilde?
E.P.
— Ze zijn allebei goede ambassadrices voor mijn vak. Al wil ik niet alleen voor sterren of prinsessen ontwerpen. Laten we zeggen dat die twee beroemdheden het me mogelijk gemaakt hebben om mijn horizon te verruimen. Ik hou ervan om de ene dag een hoed te ontwerpen voor een baby van een half jaar en de volgende dag voor een mevrouw van 102. Ik hou van afwisseling. Voor sommigen is een hoed maken voor Madonna een schan-de omdat ze vulgair overkomt. Voor anderen getuigt de creatie van een hoed voor de koningin van slechte smaak. In mijn ogen is er geen verschil. Ik beschouw het als een beloning dat ik hoeden mag maken voor mensen die wereldberoemd zijn, die veel reizen en die overal binnenkomen.

Een goede relatie is de sleutel…
E.P.
— Natuurlijk. Elke persoon is belangrijk. Over het algemeen verloopt alles altijd goed. Ik ben nogal gemakkelijk en open, ik hou van alle soorten mensen en ik pas me aan elke situatie aan. Gelukkig maar, want in dit beroep moet je mondain zijn, maar niet meteen fan worden van wie dan ook.

“In de mode vormen hoeden een apart vak. Als ik hoofddeksels ontwerp, wil ik me niet beperken tot één doelgroep: hoeden voor kinderen, voor klassieke of trendy mensen, wintermutsen… Ik ken geen grenzen. Er zijn ontwerpers die alleen maar hoeden maken voor huwelijken, maar mij interesseert dat niet.”

 

Is er een verband tussen een hoedenmaker en een kapper?
E.P.
— Ze werken allebei rond het hoofd, met dit verschil dat je een hoed kan afzetten, waardoor je snel van look verandert. Een kort kapsel vereist geduld. Omdat je een hoed kan afnemen als je dat wilt, voel je je vrijer. Maar het klopt dat een hoofddeksel iets mysterieus heeft en zelfs nog in 2014 iets intimiderends. Ik heb dat sinds het begin van mijn carrière gemerkt, toen de mensen nog veel minder gewend waren een hoed te dragen dan vandaag. Laten we zeggen dat ik ze een beetje in de mode heb gebracht.

Is het hoofd een intieme plek van het lichaam?
E.P.
— Nee. De mensen laten hun hoofd zien en ze kunnen het niet verbergen.

Toch raakt een hoedenmaker het hoofd aan, net zoals een kapper.
E.P.
— Ja, maar als de mensen bij mij komen praat ik met hen, ik stel ze op hun gemak. Want een hoed blijft iets ongewoons en men aarzelt toch wat. Maar over het algemeen zijn mijn klanten al gewend aan hoeden, ze durven meer, ze zijn opener.

Moet je koppig zijn als hoedenmaker?
E.P.
— Hoeden maken en hoeden maken is twee. Ikzelf maak hoofddeksels. Een hoed maken betekent voor mij uit het niets een vorm ontwerpen die past bij een klant. Elke fase is belangrijk. Vanaf de creatie over de zorg en zelfs hoe de media reageren. Je moet alles in de hand houden. Om een bekende en erkende hoedenmaker te zijn, moet je inderdaad een beetje ‘koppig’ zijn. Maar goed, dat is zo in elk beroep.
Aan de andere kant kan je ook een kleine buurthoedenmaker zijn – let op, ik heb daar enorm veel respect voor – je koopt je basismateriaal en zet er wat fruit op. Zoiets is natuurlijk niet zo veeleisend op elk niveau.

Als je internationaal bekend bent, over heel de wereld verkoopt en je hebt overal winkels, dan gaat daar toch enorm veel werk in zitten.
E.P.
— Klopt. Ikzelf presenteer collecties waarmee je niet te vroeg maar ook niet te laat mag komen. Ze moeten er op het juiste moment zijn, en je moet voldoende voorraad hebben. Elke nieuwe collectie is telkens weer een risico: je kan je vergissen of net die dingen maken die in de smaak vallen. Echt ontwerpen wil zeggen dat je nooit trends volgt.

U heeft net ook kostuums ontworpen voor een openluchtopera, La Bohème van Puccini. Uw werkterrein wordt nog uitgebreider.
E.P.
— Ik was op dat gebied niet aan mijn proefstuk toe. Maar elke keer als ik een modedefilé opzette, en dat zijn er al heel wat, heb ik altijd de kleren en accessoires ontworpen die bij de hoeden pasten. Voor het grote publiek is dat misschien nieuw, maar ik heb altijd objecten en kleren gemaakt om als accessoires te dienen voor mijn hoeden.

Maar het centrale thema blijft de hoed?
E.P.
— Dat is uiteindelijk wat ik het beste kan. Daarin kan ik me het meest onderscheiden van andere ontwerpers en kan ik me volledig uitdrukken.

Elvis Pompilio, het eenmansorkest?
E.P.
— Ja, vooral op het vlak van de promotie van mijn producten. Laten we zeggen dat je een beetje van alles moet zijn: man van de wereld, psycholoog, harde werker. Dit beroep vergt veel kwaliteiten en ik zeg dat zonder overdrijven, want ik heb het niet over mezelf in het bijzonder.

“Natuurlijk. Luikenaars zijn Belgen op z’n Frans, minder Germaans dan de Vlamingen, met een Franse geest, revolutionair en anarchistisch. Dat is ook de reden waarom men hier nogal wat verrassende dingen durft te presenteren, met kunstenaars als Jacques Lizène of Jacques Charlier.”

 

Bent u een Italiaanse Luikenaar of een Luikenaar van Italiaanse afkomst?
E.P.
— Ik ben een Italiaan van Luik. Mijn familie is afkomstig uit de Abruzzen, om precies te zijn uit Pescara, een stad die op dezelfde hoogte ligt als Rome. Pompilio is trouwens een Romeinse naam die afgeleid is van Numa Pompilius, de tweede koning van Rome na Romulus.
Maar eigenlijk interesseren nationaliteiten of religies mij niet. Ik ben wat dat betreft een individualist en ik hou iedereen te vriend. Ik hecht dus niet veel belang aan identiteit. Maar het klopt, ik heb nog altijd een Italiaans paspoort, maar ik ben van Luik.

Een stad met een nogal anarchistische traditie. Heeft u dat beïnvloed?
E.P. — Natuurlijk. Luikenaars zijn Belgen op z’n Frans, minder Germaans dan de Vlamingen, met een Franse geest, revolutionair en anarchistisch. Dat is ook de reden waarom men hier nogal wat verrassende dingen durft te presenteren, met kunstenaars als Jacques Lizène of Jacques Charlier. Het surrealisme is Belgisch, maar niet uitsluitend Brussels. Ik heb veel in Vlaanderen gewerkt en ik durf te zeggen dat er uiteindelijk niet zoveel verschillen zijn tussen die twee gemeenschappen. Walen zijn spontaner, lachen meer, stellen zich sneller open. In Vlaanderen gaat dat stapje voor stapje. Eerst leren kennen, rustig aan doen. Maar uiteindelijk lachen Vlamingen net zo hard.

U bent trouwens een Luikenaar die in Brussel woont. Dat zie je niet vaak.
E.P. — Ja, ik ben gek op Luik en ik ben blij dat ik daar ben opgegroeid, dat ik er gestudeerd heb en dat ik er op mijn 24ste vertrokken ben. Om te doen wat ik wilde, moest ik naar Brussel uitwijken om overal dichter bij te zijn. Hier klopt het hart van de mode, meer nog dan in Antwerpen. De hoofdstad biedt een etalage op de wereld en ziet er dankzij Europa en die mengelmoes van nationaliteiten ook meer uit als een wereldstad. Dat gezegd hebbende, is de reputatie van Luik als passievolle stad zeker waar.

In Luik heerste vroeger een prins-bisschop. Heeft de hoed een katholieke oorsprong of heeft het meer te maken met macht?
E.P. — Aanvankelijk meer met macht, maar het heeft met allebei te maken, met de kerk en met de macht. Je mag trouwens nog steeds niet een kerk binnen met een hoed op. Maar eigenlijk hou ik me niet echt bezig met dat soort zaken.

Dacht u aan Magritte toen u hoeden begon te ontwerpen?
E.P.
— Ik heb plastische kunst en kunstgeschiedenis gestudeerd. Maar ik heb nooit aan één artiest in het bijzonder gedacht. Het surrealisme in het algemeen heeft me meer beïnvloed dan een bepaalde kunstenaar. En het is niet zo dat als er een hoed op een schilderij staat, me dat meer aantrekt dan een landschap. Ik probeer me niet te laten inspireren door bestaande zaken. Uiteraard zullen er verwijzingen zijn die altijd terugkeren in mijn werk, maar dat is dan onbewust.

Elvis Pompilio heeft kostuums ontworpen voor de opera La Bohème van Puccini, in het kader van een reeks openluchtopera’s, georganiseerd door de vereniging ‘Opéra pour tous’. In de zomer werden ze opgevoerd in het Prinsbisschoppelijk Paleis in Luik, in het kasteel van Bois-Seigneur- Isaac in Braine-l’Alleud en in het kasteel van Ooidonk in Oost-Vlaanderen.
www.operamobile.be

 

U staat aan het hoofd van een KMO. Denkt u dat dit de toekomst is voor Wallonië?
E.P.
— Ik hoop het, want wat blijft er anders nog over? Mensen moeten zich in beweging zetten en dit soort initiatieven nemen door KMO’s op te richten en opnieuw waarde te hechten aan bepaalde beroepen waarvan je de producten zowel in warenhuizen als op meer ambachtelijk vlak vindt. En waarvan de productie niet noodzakelijk duurder hoeft uit te vallen dan zaken die industrieel of massaal in het buitenland gemaakt zijn. Het is belangrijk om de geest te bewaren van kleine bedrijven en van het ambachtelijke.

Heeft u de indruk dat deze vorm van ondernemen aan het terugkomen is?
E.P.
— Die is nooit weggeweest, vooral dankzij Italiaanse en Portugese migranten die hier zijn komen wonen. Dit is in Italië de meest voorkomende bedrijfsvorm. Je ziet de toekomst van Europa in dit soort ondernemingen. Wat rest ons nog? Cultuur en wat mooie stenen? Het zijn dat soort verschillende initiatieven en die kwaliteit die we moeten nastreven.

Een aantal van uw werken staat in musea: Musée Grevin, het Modemuseum in Parijs. Is dat een bekroning en bestaat het gevaar niet dat zoiets verstarrend werkt?
E.P.
— Dat klopt allebei. Voor mij is het belangrijk dat de dingen blijven leven. Een hoed leeft alleen maar als hij gedragen wordt. Desondanks moet je wel aanwezig zijn in musea, want dat is een bekroning. Maar het is geen doel op zich. Net zoals de Leopoldsorde opgespeld krijgen. Dat is bevredigend, maar het verandert niets.

U werkt met beelden, met design en stijl. Welke definitie van Wallonië zou u op dat vlak geven?
E.P.
— In Wallonië zetten veel mensen zich af tegen de massa. Ze maken mooie dingen en ze zijn misschien minder arrogant dan elders, of ze nu wafels maken of hoeden. Het zijn geen opscheppers, maar misschien verkopen ze zichzelf niet genoeg.
Het verouderde beeld verdwijnt. Steden spannen zich in om iets moois en vernieuwends neer te zetten, zoals Luik met het Guilleminsstation. En het is maar goed ook dat het stadsbeeld evolueert. Dat bewijst dat er zaken in beweging zijn, dat er een wil is om te veranderen.

Bio Express

1961  Hij wordt geboren in Luik.

1987  Opening van zijn eerste atelier in Brussel, waar hij ontwerpt voor de modeshows van grote namen als Dior en Valentino.

1990 — Opening van zijn eerste boetiek in het centrum van Brussel. Later opent hij ook nog winkels in Antwerpen, Parijs en Londen. Zijn creaties worden eveneens verkocht in de Verenigde Staten en Japan.

2005  Elvis Pompilio eindigt op de 84ste plaats van de RTBF-uitzending ‘Le plus grand Belge’ (De grootste Belg).

2014  Elvis Pompilio ontwerpt de kostuums voor de opera La Bohème.

 

Inlichtingen

 

www.elvispompilio.com

Videos

De Franse plastisch kunstenares Fanny Bouyagui, benoemd tot ‘Medeplichtig kunstenaar’ van Mons 2015, kreeg in het kader van ‘Mons, culturele hoofdstad van Europa’ een eenvoudige opdracht: ‘de jeugd bederven’.

Als je de naam van Fanny Bouyagui leest in een of andere communicatie rond dit evenement, is die vaak verbonden met het begrip ‘priesteres’. Fanny heeft wel wat van een vrouwelijke goeroe: ze trekt meteen de aandacht omdat ze groot, zwaar en getatoeëerd is. Maar het is vooral haar persoonlijkheid en haar talent die de aandacht van het publiek trekken. Deze vrouw uit Roubaix is 54 en na zowat dertig jaar werk kan ze terugblikken – en wellicht ook vooruitblikken – op een rijk parcours waarin vele kunstvormen en vele stijlen door elkaar lopen. Om te veralgemenen en zelfs om het eenvoudig te stellen, kunnen we zeggen dat Fanny Bouyagui een plastisch kunstenares is. Toch is die term te beperkt als je ziet op hoeveel terreinen ze de voorbije jaren haar stempel gedrukt heeft: modedefilés, multimedia-installaties, performances, tentoonstellingen, enzovoort.

Levende spektakels

Eigenlijk is Fanny modeontwerpster. Ze behaalde een diploma kledingontwerp aan wat tegenwoordig bekend staat als de Hogere Kunstschool van Nord-Pas-de-Calais Dunkerque-Tourcoing. In 1991 richt ze haar vereniging Art Point M op, waarvan ze artistiek directeur wordt en dat ze vestigt in een oude stoffenopslagplaats in Roubaix. Samen met haar (momenteel) zeven medewerkers, zonder de zes mensen van de technische ploeg mee te tellen, heeft Fanny tal van artistieke projecten opgezet: voorstellingen, performances, evenementen… Een van haar grootste producties was haar deelname in 1998 in Maubeuge aan het festival Les Inattendus, een van de eerste straatkunstenfestivals, gecreëerd door Didier Fusillier, directeur van de Manege in Maubeuge en die vanaf 2002 zijn programmatie en zijn communicatie afgestemd heeft op die van de Manege in Mons. De banden met Mons zijn er dus.

Fanny speelt met de verhoudingen tussen de kijker en de acteur, ze beraamt onderzoek naar een verrassend en ontregeld universum.


Om op Fanny en Art Point M terug te komen, de ontmoetingen en projecten volgen elkaar op. In 1999 is er de multimediavoorstelling ‘Quelques Gens de Plus ou de Moins’. Die komt er na een ontmoeting met Didier Thibaut, directeur van ‘La Rose des vents’, dat is de ‘Scène nationale Lille Métropole’ in het Franse Villeneuve d’Ascq. Een vreemde voorstelling waarin het publiek rechtstreeks geconfronteerd wordt met acteurs in een bijzondere en doorgaans bevreemdende of ontroerende situatie. Dat kan een cabaretzangeres zijn, een stripteaseuse, een vrouw in een luipaardpak. En dat alles in de besloten wereld van een houten doos om de bezoeker over te laten aan zijn verlangens, zijn angsten, zijn waarheden en zijn leugens. Dit is Fanny Bouyagui ten voeten uit: ondervragen, in twijfel trekken, choqueren, maar nooit zomaar. Fanny speelt met de verhoudingen tussen de kijker en de acteur, ze beraamt onderzoek naar een verrassend en ontregeld universum. En dat doet ze allemaal terwijl ze uiteraard haar ervaring in de modewereld als steun gebruikt.

In 2001 vindt ze ‘I have a dream’ uit, met de hulp van Jean Blaise. In deze voorstelling dompelt de directrice van Art Point M de toeschouwer onder in een volledig witte omgeving met een mengeling van video’s en elektronisch geluid. Achter ramen maken vrouwen zich langzaam op als mannequin, waardoor ze de indruk geven dat ze op een podium staan, maar het kunnen ook hoeren zijn. De kijker ziet wat er gebeurt, maar hij doet zelf ook mee. Op die manier wil Fanny Bouyagui de schijnwereld en de dictatuur van de schoonheid aanklagen. ‘Ik werk veel met het lichaam en vooral met het thema van het dwangmatig gelijk maken van elk vrouwelijk lichaam. Ik werk ook geregeld rond voeding, de dictatuur van het mager zijn, de angsten voor de regels die de maatschappij ons oplegt’. Ook de muziek speelt een belangrijke rol in het werk van Fanny. In het begin van de jaren 2000 ontwikkelt ze de Laboratoire Factory, een tijdelijke elektronische club die ze uitdacht voor Rijsel 2004, culturele hoofdstad van Europa. Daaruit vloeide dan het N.A.M.E. festival voort (Nord Art Musique Electronique), dat zijn tiende editie vierde in september 2014.

Art Point M ligt eveneens aan de basis van het project ‘La Braderie de l’Art’: 24 u lang creëren artiesten en designers live kunstwerken met behulp van gerecycleerde voorwerpen en materialen.
www.labraderiedelart.com


Maar Fanny, dat is ook ‘Violences commerciales’ voor het Vijfentwintigste uur van het Festival van Avignon 2005, of de kamers van Hotel Europa in de Gare Saint- Sauveur in Rijsel in 2009, 2010 en 2011, haar samenwerking met Lille 3000 en dan vooral de openingsstoet aan de zijde van Jean-Charles de Castelbajac. Fanny is ten slotte ook ‘NAINPORTEKOI’, de grootste actie ter wereld voor de individuele aanpassing van tuinkabouters. Kortom, Fanny is niet de eerste de beste. Trouwens, voor al die creaties en nog veel meer, werd ze in 2013 benoemd tot ridder in het ‘Légion d’honneur’.

Fanny en Mons 2015

Fanny Bouyagui werd, gepokt en gemazeld door grote evenementen en goed op de hoogte van wat er in Henegouwen gebeurt, rechtstreeks door Yves Vasseur uitgenodigd om haar speciale toets te verlenen aan Mons 2015. Er werd aan haar gevraagd om de jonge generatie te inspireren om die zo naar 2016 te leiden. Van de vijf projecten die ze heeft voorgesteld, zijn er uiteindelijk drie geselecteerd. Ze wordt ambassadrice van Lille 3000 in Maison Folie, tuinbouwer van de zonnebloemen op de Grote Markt van Mons en chef van de grote poëtische manifestatie ‘Mon(s) Idéal’.

Op de openingsavond, op 24 januari vinden we haar dus terug in Maison Folie waar zij helemaal op haar eigen(- zinnige) manier een parcours zal samenstellen. ‘Het publiek zal een parcours volgen door het hele huis. Eerst in de tuin waar de bezoekers gevraagd wordt een boodschap op linten te schrijven die wij dan ophangen in de bomen. Er zullen 2015 kaarsjes branden, een universum gemaakt van spiegels, optredens en muziek. Op de eerste verdieping kunnen de bezoekers sprookjesfiguur Ezelsvel ontmoeten, is er een tentoonstelling van hedendaagse fotografie en begeleidt een reeks waanzinnige figuren hen naar de uitgang’, legt ze verder uit. ‘Voor “L’Ailleurs en Folie Lille”, heb ik gezorgd voor een kunst- en modedefilé, maar ook voor kookcursussen voor kinderen. Die kunnen dan het avondeten voor hun ouders klaarmaken. Ik organiseer ook een maaltijd met koks uit Rijsel. Plastisch kunstenaar Mimi de clown zal haar collages tegen de muren plakken’, voegt ze er nog aan toe.

Fanny zal dus ook tuinbouwer worden om de installatie te organiseren van een reusachtig labyrint van 15.000 zonnebloemen op de Grote Markt van Mons. In juli 2015 zal dat tien dagen lang toegankelijk zijn.


En dat is niet alles: Fanny zal dus ook tuinbouwer worden om de installatie te organiseren van een reusachtig labyrint van 15.000 zonnebloemen (100 meter lang en 30 meter breed) op de Grote Markt van Mons. In juli 2015 zal dat tien dagen lang toegankelijk zijn. ‘Ik werk al twee jaar aan dit project. Ik kende er niets van, maar nu weet ik heel wat over de verschillende soorten zonnebloemen, dankzij de hulp van tuinbouwers in de streek’.

Het laatste project met de stempel van Mons 2015 wordt de grote manifestatie ‘Mon(s) Idéal’. ‘Dat zal het jaar afsluiten. Dat wordt al een stap naar het Mons van na 2015. Ik nodig de jeugd van Mons uit om in een stoet door de straten te lopen met spandoeken met straffe slogans waarmee ze uiting zullen geven aan hun wensen, hun toekomstvisie, hun verwachtingen. Er komt ook nog een modedefilé, een stoet over de wereld en de groten der aarde, maar waarbij alle tijdperken door elkaar zullen lopen’.

Your opinion counts