Waw magazine

Waw magazine

Menu
  • /

Deep in the wood

Het schitterende ‘Deep in the woods’ in Hastière is al aan zijn tiende editie toe. Nu al ! In augustus 2010 was het festival nog een mysterieuze en beloftevolle nieuwkomer. Dat is het over de verschillende edities heen ook gebleven. Dit festival in de volle natuur is nog steeds intimistisch en ademt een tijdloze sfeer. Was het al maar het eerste weekend van september ! 

 

“ Alles begon met het verlangen van een aantal mensen die actief waren binnen de muziekwereld om een speciaal evenement op te starten, iets helemaal anders dan de gebruikelijke megafestivals”, vertelt Marc Steens, die onlangs de leiding van het festival overnam. Het project is geïnspireerd op de Engelse festivals, waar mensen in kleine huisjes logeren om naar nieuwe muzikale projecten te luisteren. Want de fans van ‘Deep in the woods’ zijn pioniers die niet bang zijn van het onbekende. Elk jaar weer wordt de knappe programmatie bekroond door een grote verrassing. Vorig jaar was dat Balthazar. Dit jaar moet je zelf maar eens gaan kijken als je wil weten wie het wordt. Een aantal namen zijn al bekend : The Germans, STADT, DjeuhDjoah & Lieutenant Nicholson of STIJN. Zegt dat je niets ? Maakt niet uit, je kunt blind vertrouwen op de programmatie : “De artistieke kwaliteit is belangrijker dan de faam van de artiesten”, vindt Marc Steens. We selecteren groepen die niet noodzakelijk bekend zijn, maar waarin we geloven. Die keuze moet ook overeenstemmen met het festival : genres als metal of drum and bass zijn niet echt onze stijl. Wij willen eerder aansluiten bij de natuur, met veel respect voor duurzaamheid. We werken met herbruikbare bekers, vermijden afval en bieden lokale producten aan”. Gezelligheid blijft het sleutelwoord voor ‘Deep in the woods’. “Mensen creëren hun eigen wereldje en blijven drie dagen lang op het terrein. Ze komen met hun gezin. Wij bieden activiteiten in de bomen aan, en kinderen zijn dan ook van harte welkom. Er heerst een heel warme sfeer”, vertelt de verantwoordelijke. En tot slot – speciaal en sympathiek tegelijk : “Het is een echt Belgisch festival. Het festival bestaat voor twee derde uit Nederlandstaligen. Dat heeft te maken met het feit dat het festival plaatsvindt in het Domaine de Massembre, in Heer-sur-Meuse, een plek die de Vlamingen goed kennen, omdat ze eigendom is van de Christelijke Mutualiteit”. Ook in de organisatie zitten mensen uit beide landsdelen. “En het zijn allemaal vrijwilligers, zelfs de programmatoren”, benadrukt Marc Steens..

 

Deep in the wood

Van 6 tot 8 september

https://deepinthewoods.be

LES AUTRES RENDEZ-VOUS

Bucolique Ferrières
Op 23 augustus
Les rencontres inattendues
van 30 augustus tot 1 september in Doornik
Uzine Festival
van 7 tot 8 september in Marchienne-au-Pont

 

 

DOCHTER VAN DE MAAS EN MOEDER VAN ADOLPHE SAX

Dinant, de stad van de beroemde uitvinder van de saxofoon, biedt een hele waaier toeristische activiteiten. Aan merkwaardige sites is er geen gebrek, zoals (van boven naar onder) de citadel, de Maas en de grot ‘La Merveilleuse’. Liefhebbers van erfgoed en geschiedenis zullen genieten van de omliggende kastelen, terwijl avontuurlijke bezoekers hun gading zullen vinden in de afwisselende en overvloedige natuur.


Een cruise op de Maas


© Maison du Tourisme Vallée de la Meuse Namur-Dinant

Aangezien Dinant een van de meest trotse dochters van de Maas is, mag u zeker geen begeleide of thematische cruise op de stroom missen, ofwel tussen de sluizen van Anseremme en Bouvignes, ofwel tot aan het kasteel van Freÿr. De ‘Croisières Mosanes’ bieden een formule met citadelbezoek aan, terwijl ‘Dinant Evasion’ zowel groepscruises als intiemere uitstappen met elektrische boten (zonder vaarbewijs) aanbiedt.

De citadel


©WBT - S. Wittenbol

Dit monument heeft sinds de 11e eeuw verscheidene levens gekend, maar het uitzicht ervan dateert van de wederopbouw tussen 1818 en 1821, tijdens de Nederlandse bezetting. De bezoekers kunnen er naartoe gaan langs de parking aan de achterkant van de site of gebruik maken van de kabelbaan (of van de trap met 408 treden !). Het uitzicht is uniek. De citadel is een wapen en geschiedenismuseum en de sterke momenten zijn het bezoek aan de kazematten van de soldaten uit de Eerste Wereldoorlog en dat aan een loopgraaf via een ingestorte schuilplaats. Na uw terugkeer op de begane grond, kunt u een wandeling maken door de stad en een bezoek brengen aan de kapittelkerk, aan het Huis van Mijnheer (Adolphe) Sax (vrije toegang) en aan het Huis van de Patafonie (op afspraak). Wanneer u voldoende cultuur en geschiedenis hebt gehad, kunt u naar de ‘croisette’ gaan om er te genieten van een Dinantse preitaart, een Caracole-bier of een Dinantse koek.

De RAVeL van de Molignée en de abdij van Maredsous


© FT Province de Namur

De uitstap begint op een vlak stuk van de RAVeL van de Maas, maar in de vallei van de Molignée moet men al steviger trappen om naar Maredsous te klimmen. De tocht gaat langs de slakkenkwekerij van Warnant, de ruïnes van het kasteel van Montaigle, het dorp Sosoye (een van de Mooiste Dorpen van Wallonië) en natuurlijk met de befaamde draisines langs de RAVeL van Warnant naar Maredsous via het vroegere station van Falaën. Wanneer u de abdij hebt bereikt, kunt u er een plaatselijk bier drinken en/of boterhammen met kaas eten. Indien u langs Maredret terugkeert, ga dan eens naar de abdijwinkel om te kijken naar de illumineringen die door de abdis en de benedictijnerzusters worden gemaakt en die internationale faam genieten.

Uitstappen met een elektrische step


© Trot-e-fun - Jean-Pol Sedran

Zoekt u een leuke gezins- of groepsactiviteit ? In Anseremme biedt ‘Trot-e-Fun’ elektrische steps aan om de streek te verkennen ; dat zijn een soort mountainbikes zonder zadel, die speciaal aangepast zijn aan het reliëf van de Maasstreek. De trajecten worden uitgestippeld naargelang de vraag bij vertrek uit verschillende plaatsen (Dinant, Anseremme, Bouvignes …). Deze activiteit duurt ongeveer 1,5 uur en wordt omkaderd door een monitor. Op afspraak, natuurlijk.

Afdaling van de Lesse per kajak


© WBT _ Denis Closon

Dit is de ‘must’ van de streek, voor gezinnen en voor groepen. U kunt kiezen tussen de halve afdaling vanuit Gendron (12 km) en de volledige vanuit Houyet (21 km). Die activiteit wordt georganiseerd door ‘Dinant Evasion’, in Anseremme, dat formules aanbiedt waarbij de afdaling van de Lesse wordt gecombineerd met aan andere sportieve activiteit, zoals de Ardenne-challenge, een tocht tussen bomen en rotsen met oversteken op bruggen van touw of planken en het maken van dieptesprongen terwijl men aan kabels hangt !

Toeristische Dienst van de Maasvallei Namen-Dinant

Avenue Colonel Cadoux 8
5500 Dinant
+32 (0) 82 22 28 70

valleedelameuse-tourisme.be

  • /

Men zondigt met smaak

Op een steenworp van de abdij van Leffe ligt Le Confessionnal, een restaurant waarvan de keuken en zaalinrichting uit het verleden lijken te komen. De chef, Philippe Gérard, sublimeert er traditionele, eenvoudige en rijkelijke gerechten zoals onze grootmoeders die maakten.

 

Philippe Gérard

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Als we heel eerlijk zijn, worden we eerder blij van een stevige maaltijd dan stilletjes op een houten bankje onze zonden op te biechten. Het restaurant ligt aan de poort van Dinant en wordt vandaag geleid door Philippe Gérard. Het dankt zijn naam aan de nabijheid van de abdij van Leffe die aan de andere kant van de weg ligt.  De zaak is gevestigd in twee voormalige werkhuizen, waarvan er één de schoenmaker was. Wanneer je de deur openduwt, lijk je wel een antiekwinkel binnen te gaan. De kleine houten tafels met een geruit tafellaken zijn omringd door een hoop door de tijd gepatineerde voorwerpen: kaasstolpen nestelen zich in de buurt van een meerkleurig sinterklaasbeeld, de schilderijen van een boerenerf hangen naast een eigenaardige voorganger van de typemachine.

In 2016 nam Philippe Gérard de zaak over, die een paar jaar eerder door Alain Blondiaux werd opgericht. Het grootste deel van de renovatie was al voltooid. De nieuwe chef-kok heeft een persoonlijkere sfeer gecreëerd met voorwerpen die je op rommelmarkten en markten vindt. Daarna brachten de klanten ze zelf mee: een oude soepterrine, een oud kookboek of een houten monnikshoofd.

Potten op tafel

De keuken weerspiegelt die warme en drukke sfeer. “Wanneer de gasten me zeggen: “Ik heb gegeten zoals bij mijn oma.”, dan is dat het mooiste compliment dat ik kan krijgen”, zegt de chef-kok. Op de menukaart staan enkel lokale gerechten die de tafels van de meeste restaurants geleidelijk aan hebben verlaten. In de oven geroosterd beenmerg met toast, kalfszwezerik met cantharellen of boeuf bourguigon. “We koken eenvoudig zonder gedoe. We zetten de potten op tafel want het is gezelliger en je kan porties delen.” Er zijn slechts 20 zitplaatsen bij Le Confessionnal. Philippe Gérard staat alleen achter het fornuis maar hij krijgt hulp voor de zaal en voor de afwas. Alles wordt ter plekke klaargemaakt, van begin tot eind. “Voor de stoofpot koop ik het stuk kalfsvlees dat ik zelf heb gesneden voordat ik het klaarmaak. Daarna proeven we dat omdat er nog stukjes kraakbeen te vinden zijn, terwijl het vlees van industriële blanquettes helemaal vezelig is.” Hetzelfde geldt voor de koninginnenhapjes die geen kipbereidingen zijn, zoals overal, maar bereid worden op basis van kip die lang heeft gesudderd.

‘s Middags en ‘s avonds volzet

Met zijn beperkt aantal plaatsen is het restaurant vol voor de lunch en het diner, verschillende dagen van tevoren. 's Middags schakelt Philippe Gérard vaak het antwoordapparaat aan in plaats van altijd te moeten antwoorden dat er geen plaats meer is, zodat hij zich op zijn pannen kan concentreren. De klanten zijn lokale mensen en stamgasten, waaronder sterrenchefs die hij vaak zijn authentieke keuken heeft horen prijzen. “De enige klacht die ik heb gehoord is dat het te rijkelijk is.”

In tegenstelling tot het gastronomisch correcte, is de keuken van Le Confessionnel niet voor kleine eters. “Als je op dieet bent, kom je niet naar hier. Ik zie ook dat mensen die op hun lijn letten als eerste het mes in de boter zetten. Omdat ik nooit reclame maak, komen gasten die hier al geweest zijn terug met vrienden want ze weten dat ze het lekker zullen vinden.”

Philippe Gérard is gepassioneerd door zijn werk en heeft echt geen dikke nek. Volgens hem is er niets meer uit te vinden in de keuken, we passen gewoon het oude aan. “Neem nu koken op lage temperaturen, het is niet nieuw. Als je een steelpan op de rand van een fornuis laat sudderen, heb je lage temperaturen. Voor keukenapparatuur is het net hetzelfde. Er is gewoon een motor toegevoegd en overal plastic omheen geplaatst.”

Dat wil niet zeggen dat de man tegen verandering is. “Niets staat vast, we moeten niet denken dat we alles weten”. Zo zag hij bij het begin van een film op internet dat de chef-kok Jean-Pierre Bruneau zijn stuk kalfsvlees voor de blanquette bereidde voordat hij het sneed en hij nam het idee over.

Het mooiste beroep ter wereld

Hoewel hij alleen werkt, heeft hij nooit een leerjongen gewild. Hij heeft wel geprobeerd, maar de meest ijverige kandidaat werd na een maand bedankt. “Ik kan geen jongere vinden die gepassioneerd genoeg is. Ze zijn al moe zodra ze beginnen en hun grootmoeder kan drie keer sterven als er excuses moeten worden gevonden. Ik heb geen tijd om tien keer hetzelfde uit te leggen. Ik wil werken zonder gestresseerd te zijn.”

Spreek hem niet over Top Chef en alle succesvolle kookprogramma's. Philippe Gerard heeft geen televisie meer sinds hij 9 jaar geleden Le Confessionnal overnam. “Wanneer zou ik ernaar kijken? Ik heb geen tijd. Ik sta om 7 uur op en ga rond middernacht naar bed. Top Chef is niet realistisch. Mijn televisie zijn de mensen. Aan het einde van de avond ga ik graag de zaal in om met de klanten te praten.”

Philippe Gérard is ervan overtuigd dat hij het mooiste werk ter wereld heeft. Toen hij Le Confessionnal overnam, was hij 54 jaar. Omdat hij nog aarzelde om nog aan zo'n avontuur te beginnen, ging hij naar zijn eerste baas, Jean Ureel, die nu La Ferme du Faubourg in Quenast heeft. Met 77 lentes was hij nog altijd aan de slag in de keuken. “Het heeft mijn perspectief veranderd en ik heb er geen spijt van. De dag dat ik zucht bij het idee van het werk dat me te wachten staat als ik opsta, stop ik. Op dit moment vind ik het nog steeds zo leuk. Als ik mensen met een grote glimlach naar mijn zaak zie komen, weet ik dat ik niet beter kan dromen.”

« Ik hou van verandering »

In 1978 studeerde Philippe Gérard af aan de hotelschool van Namen, de stad waar hij opgroeide. Een opleiding die hij koos uit luiheid, geeft hij toe met een glimlach. “Mijn broer en zus hadden geneeskunde of farmacie gestudeerd en dat zag ik mezelf niet doen. Toen ik op school begon, kon ik geen peterselie van een kervel onderscheiden!” Heel snel kreeg de passie voor het beroep de bovenhand. In het weekend, als hij geen verplichtingen had, ging hij op stage. Na zijn vuurdoop in de Auberge de Basse-Cabecque (Rebecq-Rognon), ging hij naar Brussel om te werken in het Ecailler du Palais Royal. Altijd nieuwsgierig naar nieuwe ervaringen, ging hij naar de Côte d'Azur, naar Le Couloubrier (Le Muy), voordat hij terugkeerde naar de Moulin de Lisogne (Dinant). Gedurende 15 jaar bood hij een cateringservice aan. Aangezien het kriebelde, ging hij verder naar de Art de Vivre (Barvaux) en het Quartier Latin (Marche-en-Famenne). Daarna, na een verandering van omgeving met de keukens van de Belgische ambassades (4 jaar in Londen en 3 jaar in Rome), keerde hij terug naar het Quartier Latin om eindelijk het roer van Le Confessionnal over te nemen. “Ik hou van verandering, dat is waar. Alle mensen met wie ik heb samengewerkt, hebben een spoor nagelaten en zijn vaak vrienden geworden voor wie ik graag kook.”

 

Le Confessionnal

Rue Rémy Himmer 4

B-5500 Dinant

+32 (0) 82 22 45 22

www.leconfessionnal.be

Dit is niet de titel van een boulevardklucht of van een schelmenroman uit de 19de eeuw, maar de naakte waarheid, sinds een aanhanger van het taoïsme en de tao-filosofie besloot om in een deel van het oude kapucijnenklooster van Dinant een complex met baden en lichaamsbehandelingen in te richten.

Het oude klooster van Bethlehem, gesticht in de 17de eeuw, heeft avontuurlijke tijden doorstaan en tal van bestemmingen gehad. De gebouwen werden ten tijde van de Franse Revolutie verkocht, maar in 1807 teruggekocht door de bisschop van Metz.

In 1831 stichtte de bisschop van Namen er een Klein Seminarie, vervolgens kwam er een museum en daarna een hotel, dat nog steeds bestaat en de locatie deelt met de Bains de Dinant, een wellnesscentrum gesticht door de vader van Zelf Goosens, de huidige eigenaar en uitbater van het etablissement. Vandaag bevinden de Bains de Dinant zich op deze site van 5 ha met uitzicht op de Maas en de Citadel van Dinant. Een rustgevende omgeving voor lichaam en geest, bevestigt Zelf Goosens. ‘Wij hebben een Romeins zwembad met water van 34 °C, een Turkse hamam, een zoutsauna, een sunshower, een waterval met ijswater en een tuin met blotevoetenpad. En dat allemaal binnen de muren van het oude klooster.’

Het taoïsme predikt het evenwicht tussen yin (vrouwelijk principe, maan, koud) en yang (mannelijk, zon, warm). Door het evenwicht tussen en de afwisseling van die twee principes ontstaan alle natuurfenomenen. De huidige uitbater is zelf geen aanhanger van het taoïsme, maar wil wel de geest levendig houden die zijn vader op deze reeds spirituele plek wilde invoeren.

Hij wil deze plaats, die altijd deel heeft uitgemaakt van de geschiedenis van Dinant, opnieuw tot haar recht laten komen. Vlak naast de baden kun je ook La Merveilleuse ontdekken, een uitgebreid complex van ondergrondse grotten van 300 tot 400 miljoen jaar voor onze tijdrekening. De grot werd pas in 1904 ontdekt tijdens de aanleg van een spoorweglijn. De naam is gebleven, maar op de plek vonden allerlei activiteiten plaats. Een klooster werd een hotel, een bekend restaurant en sinds kort is het Maison Leffe er gehuisvest, een museum gewijd aan het bekende bier waarover we in een vroeger nummer van WAW al eens hebben geschreven

 

www.lesbainsdedinant.be  

Your opinion counts