Waw magazine

Waw magazine

Menu
© Sergine Laloux

De kruissprongen
VAN Michèle noiret

  • Culture
  • / Bekende Waal
Bruxelles  / Bruxelles

Door Bernard Roisin

Al bijna 40 jaar reist de beroemde danseres en choreografe Michèle Noiret langs de theaters die onze wereld rijk is, op zoek naar persoonlijke ontmoetingen en technologische inspiratie.

U hebt in uw leven verschillende belangrijke ontmoetingen gehad: eerst die met Maurice Béjart, later die met Trisha Brown.
Michèle Noiret — Ja, en elk van die ontmoetingen heeft me op heel verschillende manieren gestimuleerd. Trisha Brown ben ik tegengekomen tijdens een stage in New York en daarna opnieuw in Brussel. Zij had vooral invloed op de choreografische compositie van mijn werk. De ontmoeting met Béjart was in Brussel, toen ik studeerde aan de Mudra, de dansschool die hij heeft opgericht. Het was een internationale en multidisciplinaire school en ik werd er al gauw opgemerkt door componist Karlheinz Stockhausen, met wie ik daarna jarenlang heb samengewerkt. Al heel snel danste ik voor hem in de grootste operazalen, zoals het Concertgebouw van Amsterdam, La Scala in Milaan en Covent Garden in Londen. Ik was amper twintig jaar en het was een fantastische ervaring. Het duurde niet lang voor ik me bewust werd van de hoge eisen die het beroep stelt, van het niveau van professionaliteit waarop je je voortdurend moet bewijzen, en van de verantwoordelijkheid die je hebt als vertolker. Ik zat in een wereld van musici en moest me in mijn eentje zien te redden, vooral op praktisch gebied. Al vlug voelde ik de behoefte om mijn eigen projecten vorm te geven en niet lang daarna heb ik mijn eigen gezelschap opgericht. Maar ook toen ben ik blijven samenwerken met Karlheinz Stockhausen.

Als je je zo jong moet weten te redden, ontwikkel je ook een totaalvisie op projecten.
M.N. — Zeker. Dat heeft me onafhankelijk gemaakt, daardoor ben ik de zaken op zo’n manier gaan aanpakken dat mijn kunst er baat bij heeft. Een danser moet dagelijks zijn of haar lichaam trainen. Ik moest daarnaast mijn hele leven organiseren, en dat terwijl ik me niet kon aansluiten bij een dansgezelschap want daarvoor nam mijn werk met Stockhausen te veel tijd in beslag. Vandaar dat ik mijn eigen projecten ben gaan opzetten. Onderzoek heeft me altijd geboeid: dingen uitvinden, je niet beperken tot het keer op keer herhalen van dezelfde stijl, nieuwe deuren openen. Ik wil mijn vocabulaire blijven vernieuwen. Soms gebruik ik technologische hulpmiddelen en worden decorontwerpen medespelers. De projecten die ik leid zijn vaak heel verschillend, omdat ik voor mezelf altijd nieuwe uitdagingen aanga.

Onderzoek heeft me altijd geboeid: dingen uitvinden, je niet beperken tot het keer op keer herhalen van dezelfde stijl, nieuwe deuren openen. Ik wil mijn vocabulaire blijven vernieuwen. Soms gebruik ik technologische hulpmiddelen en worden decorontwerpen medespelers…

 

Een erfenis van uw vader, medeoprichter van de Cobra-beweging, die voor totale vrijheid stond?
M.N. — Ik had het geluk geboren te worden in een omgeving waar kunst en creativiteit heel belangrijk waren, en bij ouders die altijd een luisterend oor hadden. Ons gezin was heel open en ongedwongen en daar heb ik als jong meisje heel veel aan gehad. Door de activiteiten van mijn vader kregen we dichters, schrijvers, schilders en beeldhouwers over de vloer. En die waren allemaal gek van muziek, jazz vooral. De vernissages, de tentoonstellingen, film, creativiteit, al die dingen maakten onlosmakelijk deel uit van mijn leven. Ik heb altijd willen dansen. De dag dat ik als leerling begon met dansen, die heb ik nooit losgelaten, en mijn ouders hebben me altijd gesteund – maar wel op voorwaarde dat ik mijn verantwoordelijkheid zou nemen. Toen ik me op mijn zestiende inschreef aan de Mudra moest ik stoppen met school. Die keuze was niet eenvoudig voor hen, maar we hebben hem samen gemaakt.

Muziek speelt een heel belangrijke rol in uw leven.
M.N. — Nadat ik met Stockhausen had gewerkt en mijn eigen stukken begon op te zetten, wilde ik... stilte! (lacht) Ik wilde het innerlijke ritme vinden, de muzikaliteit van beweging. Ik ben me al vroeg gaan oriënteren op componisten van elektronische of elektroakoestische muziek die componeerden met het oog op choreografie. Zo kon mijn gebarentaal zich volgens haar eigen ritme ontplooien, zonder dat ze een klassiek muzikaal tempo moest volgen. Stockhausen was een pionier op het gebied van elektronische muziek, een wereld die me altijd heeft geboeid.

Het labyrint is een thema dat altijd terugkeert in uw oeuvre.
M.N. — In mijn ogen is het leven een labyrint, net als de schepping, waarvan we niet weten waar ze ons naartoe zal leiden. Je moet je in het ongewisse durven begeven, vertrouwen hebben in je intuïtie. De schepping is een parcours door een labyrint, net als het leven. Om in zo’n doolhof binnen te gaan, moet je het risico aandurven om verkeerd te lopen. Je moet los durven laten. Je komt er altijd verrast en verbaasd uit. Dat houdt je nieuwsgierig en vindingrijk. Wanneer projecten ontstaan moet je in afzondering kunnen werken, maar naarmate het werkproces vordert is het broodnodig dat je samenwerkt met andere creatieve mensen, zoals de decorbouwer, de videokunstenaar en de lichtontwerper. De componist Todor Todoroff bijvoorbeeld, met wie ik al meer dan vijftien jaar samenwerk, heeft een opleiding tot ingenieur gehad. Door zijn technische kennis kan hij interactieve objecten maken die ik me nooit had kunnen indenken. Als ik bij zulke mensen ben, voel ik weer de verplichting om een nieuwe taal te bedenken en een andere manier van werken te proberen. Dat vergt veel tijd, maar het is altijd boeiend.

Op dit moment werken we aan onze volgende creatie, Hors-champ (Buiten beeld) genaamd. Met dit project wil ik de ‘danscinema’ uitdiepen die ik al een tijdje aan het ontwikkelen ben. Het gaat er niet om cinema en dans samen te voegen, ik wil uit die twee kunstvormen elementen gebruiken die elkaar kunnen versterken, waardoor een nieuwe vorm ontstaat. Je kunt er nooit zeker van zijn dat het avontuur lukt en je hebt misschien enige onbezonnenheid nodig om niet terug te vallen op wat je al kent, op je zekerheden te teren en vervolgens veroordeeld te zijn tot het herhalen daarvan. Zulke risico’s nemen, dat is wat me stimuleert, wat me doet groeien.

Wanneer projecten ontstaan moet je in afzondering kunnen werken, maar naarmate het werkproces vordert, is het broodnodig dat je samenwerkt met andere creatieve mensen, zoals de decorbouwer, de videokunstenaar en de lichtontwerper.

 

Het belang van cinema, maar ook van nieuwe technologieën.
M.N. — Sinds het begin van deze eeuw, met de stukken In Between en daarna Twelve Seasons, ben ik me intensiever gaan bezighouden met nieuwe technologieën, klank en beeld. Ik ben meer research gaan doen en daardoor is in mijn scenografie ruimte ontstaan voor interactieve beeld- en klanktechnologieën. Die zijn echt heel belangrijk in mijn creatieproces vanwege de enorme mogelijkheden die ze bieden om percepties te ontregelen en de architectuur van de toneelruimte om te vormen. Ze bieden me de gelegenheid om de eigenaardigheid en menselijkheid van de wezens die zich over het toneel bewegen verder uit te diepen. Maar ze maken de verhouding met de creatie ook ingewikkelder en ze veranderen de rol en de functie van de vertolker. Uiteindelijk zit je wel nog steeds in een keurslijf als je video integreert in een live-spektakel. Je blijft altijd met allerlei beperkingen zitten en vaak blijken de budgetten onhaalbaar, al zijn we er bliksemsnel op vooruitgegaan in vergelijking met de periode waarin ik begon met het gebruiken van die technieken. Maar het blijft een ambachtelijk proces. Elk van ons legt zich op andere dingen toe en de productie profiteert van ieders individuele deskundigheid en kennis. Je moet altijd proberen te gaan voor één concreet idee. Plots borrelt dat op en komt er een onverwachte vorm bovendrijven.

Relaties tussen mensen zijn belangrijk voor u, in dans en ook in het algemeen.
M.N. — Menselijke relaties zijn fundamenteel. Boven alles interesseert mij het menselijke avontuur. Niet alleen mezelf wat beter proberen te begrijpen, maar ook anderen en de wereld. Via voorstellingen, via de mensen die ik ontmoet en met wie ik omga en via de onderwerpen die ik aanpak en waarover mensen nadenken. Het menselijke aspect zal voor mij altijd centraal staan. Ik heb nooit het soort abstracte danskunst beoefend waarbij de persoon het onderspit moest delven voor een beeld, een vorm of esthetiek. Als ik me aan dat soort choreografie waag, heb ik altijd het gevoel dat ik iets mis.

Waaruit respect blijkt voor uw dansers.
M.N. — Respect is de grondslag van het samen leven. Je ziet wat ervan komt als het respect weg is. Wat mij betreft draait een live-voorstelling om een goede verstandhouding en samenwerking, en dat gaat natuurlijk ook de dansers zelf aan. Ik functioneer niet in een conflictsituatie. Dat maakt me verdrietig en dan loop ik vast. Ik heb medewerkers en dansers nodig die stralen, zodat ze het beste van zichzelf kunnen geven. Die er zijn omdat ze er zin in hebben en omdat ze voelen dat ze iets persoonlijks bijdragen aan het project.

 

Bio express

1976 : Michèle Noiret begint aan de Mudra-school van Maurice Béjart, waar ze drie jaar studeert.
1982 : Ze vertrekt naar New York waar ze onder de indruk raakt van de ‘contactdans’ en geïnspireerd wordt door ontmoetingen met dansers uit het gezelschap van Trisha Brown.
1986 : Ze keert terug naar België, waar ze haar eigen gezelschap opricht.
Depuis 1997 : Michèle introduceert interactieve klank- en beeldtechnologieën in haar choreografische research en daagt zo onze perceptie van tijd en ruimte uit.
Depuis 2006 : Artist in residence bij het Théâtre National van de Franse Gemeenschap van België en lid van de Koninklijke Academie van België.

 www.michele-noiret.be

Your opinion counts