- Business
- / Dossier
- / Économie
- / Innovation
Door Sébastien Lambotte
Belgisch Luxemburg is een vakantiebestemming. Bekend om zijn Ardennen, bossen, everzwijnen, kandidaten voor ‘Top Chef’ en de wolf die men ergens nabij Nassogne opgemerkt heeft … Of wat kunnen we u nog meer vertellen?
GALAXIA
In Transinne wordt er een park voor ruimteactiviteit ontwikkeld naast het Euro Space Center en op een boogscheut van het ESA-station in Redu. Binnenkort zal Galaxia plaats bieden aan het logistieke en onderhoudscentrum van de grondoperaties van het Galileo-programma.
De provincie Luxemburg staat bekend voor haar vreedzaam karakter en haar natuurlijk erfgoed. Wie van Brussel naar Luxemburg rijdt, kijkt dan ook wellicht met verbazing naar een raket naast de autosnelweg. In Transinne verwelkomt het Euro Space Center jaarlijks ongeveer 40.000 bezoekers en stagiairs die de ruimte willen verkennen. Naast die toeristische attractie ontwikkelt er zich een unieke ruimtepool in Wallonië.
In Redu, vlak bij Transinne, heeft het Europees Ruimteagentschap (ESA) een van zijn controlestations. “Om te communiceren met de satellieten zocht het ESA indertijd naar een rustige plaats, ver van de stad en vrij van elektromagnetische vervuiling. Hoofdzakelijk daarom koos het ESA voor Redu”, vertelt Michel Ponthieu, hoofd voor Ruimte en Hoge Technologie van Idélux, de intercommunale voor de economische ontwikkeling van de provincie Luxemburg. Het ESA blijft veel activiteiten uitvoeren vanuit Redu. Zo controleert het de goede werking van de satellieten, neemt het deel aan opdrachten om de aarde te observeren en staat het borg voor telecommunicatieopdrachten op Europese schaal.
In 2008 begon Idélux Galaxia te bouwen, juist naast Euro Space, een aan de ruimte gewijd dienstverlenings– en bedrijvencentrum. Jonge of reeds gevestigde actoren uit de sector kunnen er gebruikmaken van uitgeruste en beveiligde kantoren en vergaderzalen. “Ondernemingen die actief zijn op ruimtegebied, willen wij helpen om zich te vestigen en te ontwikkelen. Ze kunnen profiteren van een geschikt ecosysteem en er andere aanwezige of op hetzelfde gebied werkende actoren ontmoeten, te beginnen met het ESA”, verzekert Michel Ponthieu. Het bedrijvencentrum van Transinne is direct via glasvezelkabel verbonden met de ESA-site. “De aanwezige ondernemingen kunnen dus gemakkelijk gebruikmaken van de per satelliet ontvangen gegevens”, licht Michel Ponthieu toe. Galaxia is ook een kenniscentrum dat de aanwezige ondernemingen toegang verleent tot universiteiten. “Wij bieden ook programma’s voor startende ondernemingen aan in samenwerking met WSL en ESA BIC. Momenteel maken een twaalftal start-ups gebruik van een hoogwaardige begeleiding om de ontwikkeling van hun activiteit te verzekeren.”

Die ruimtepool met zijn vele voordelen bereidt zijn intrede in een nieuwe ontwikkelingsfase voor. Dankzij de investeringen van het Waals Gewest en de Federale Staat heeft de Europese Commissie ervoor gekozen een nieuw logistiek ondersteuningscentrum voor het Europees “Galileo”-programma voor satellietnavigatie te vestigen. Vanuit een volledig nieuw gebouw zullen teams instaan voor de logistiek en het onderhoud van de 16 over de aarde verspreide Galileogrondcontrolestations en van tien andere operationele centra in Europa. Het centrum van Transinne zal 30 directe banen scheppen en evenveel indirecte. Die komen bovenop de 180 betrekkingen die reeds bestaan in de zone tussen Redu en Transinne. “Vandaag krijgt Galaxia een nieuwe dimensie. Naast het bedrijvencentrum bouwen we ook een 20 ha groot activiteitenpark dat volledig aan de ruimte zal worden gewijd”, vervolgt de verantwoordelijke van Idélux. “Galileo moet veel nieuwe diensten en toepassingen kunnen creëren. Wij willen een aantrekkingspool rond de ruimte opbouwen en actoren verwelkomen die nieuwe diensten in verband met Galileo willen ontwikkelen en die zich willen bewegen in een aan de ruimte gewijde werkomgeving.”
Om te beginnen zal Idélux verbindingscentra uit de grond stampen, dat wil zeggen multifunctionele gebouwen die plaats kunnen bieden aan ondernemingen. “Naargelang hun interesse kunnen actoren hun activiteiten ter plaatse vestigen en hun eigen infrastructuur laten bouwen of gebruikmaken van onze beschikbare ruimten.”
GROUPE FRANÇOIS
De Groep François, die gevestigd is in Latour, bij Virton, heeft een uniek model van kringloopeconomie ontwikkeld, dat een plaatselijke en duurzame natuurlijke rijkdom, namelijk hout, omvat en duurzaam opwaardeert.
In 1980 begint Bernard François, samen met zijn vader Pierre, een gewezen molenaar, aan zijn houtavontuur. In Signeulx maken vader en zoon houten pallets en kisten. Sindsdien is het kleine familiebedrijf behoorlijk gegroeid. “Beetje bij beetje hebben wij heel de houtsector betrokken bij een nieuw model van kringloopeconomie. Op die manier konden we die natuurlijke rijkdom op een logische en efficiënte manier verwerken, zowel inzake milieu, als sociaaleconomisch. We zorgen ervoor dat elk stadium van de verwerking zoveel mogelijk wordt opgewaardeerd”, legt Bernard François uit. “Eens het snoeihout gekapt is, voedt het op de eerste plaats onze zagerij. Op basis van planken maken wij pallets, onze oorspronkelijke activiteit. Het resterende zaagsel wordt dan gedroogd met onze warmtekrachtkoppelingsinstallatie en vervolgens omgevormd tot houtkorrels die als brandstof dienen en verkocht worden onder de merknaam Badger Pellets.”
Hout, maar ook energie
De warmtekrachtkoppelingsinstallatie, die sinds 2004 wordt gebruikt in samenwerking met de intercommunale Idélux, produceert niet enkel warmte, maar ook elektriciteit. Een derde van de groene elektriciteit wordt gebruikt voor de firma, die op deze manier volledig zelfstandig werd. Het overschot gaat naar het netwerk en levert stroom aan 11.000 gezinnen. De afgegeven warmte droogt niet alleen het zaagsel, maar behandelt ook de pallets en verwarmt de bedrijfsgebouwen. “Op onze KioWatt-site in Bissen, Luxemburg, spreken we zelfs van een drievoudig gebruik, aangezien het afval ook dient voor het koelen van het datacenter van LuxConnect”, voegt de stichter van de Groep François eraan toe. De werking van de warmtekrachtkoppelingsinstallatie wordt enerzijds gevoed door onbruikbaar houtafval van de site en anderzijds door huishoudelijk houtafval uit de containerparken van de provincie Luxemburg. In totaal gaat het om ongeveer 400.000 m3 afval per jaar. Sinds maart wordt gereinigd, gemalen en van ijzer ontdaan houtafval ook opgewaardeerd door het maken van blokjes die gebruikt worden voor de palletproductie.

“Een kwestie van gezond verstand”
Alle activiteiten in verband met hout gebeuren op één en dezelfde plaats, meer bepaald in de industriezone van Latour. Dankzij die integratie dalen de transportkosten en de weerslag op het milieu, kan men heel de keten beheersen en de kwaliteit van de aangeboden producten verzekeren. Natuurlijk is die ongelooflijke kringloop niet in een oogwenk tot stand gekomen. “Elke dag proberen we onze processen te verbeteren met het oog op meer duurzaamheid, zowel voor onze onderneming als voor onze medewerkers, ons milieu en de komende generaties”, verzekert Bernard François. “Het is een lange weg, een grondige intellectuele aanpak, op basis van respect voor de grondstof. Want de uitdaging bestaat erin de natuurlijke rijkdom op een evenwichtige manier te gebruiken en er zorg voor te dragen. Tegenwoordig gebeuren er te veel investeringen die geen rekening houden met de natuurlijke omgeving van die rijkdommen en die niet voor het voortbestaan ervan zorgen. Het is van essentieel belang dat er een overeenkomst bestaat tussen de beschikbaarheid van het materiaal op lange termijn en de activiteit die men wil uitoefenen. Dat is een kwestie van gezond verstand.” In die optiek heeft de Groep François ervoor gekozen enkel snoeihout te gebruiken dat voortkomt uit duurzaam beheerde bossen binnen een straal van 0 tot 300 km.
Een strategie
“We moeten ervoor zorgen dat hernieuwbare energie morgen echt belangrijk wordt. Ook politici moeten daarvoor een onomkeerbare duurzame strategische visie ontwikkelen voor ons land, voor Wallonië”, gaat de baas verder. De Groep François zorgt daarvoor. Op basis van plaatselijke en hernieuwbare natuurlijke rijkdom produceert hij op zijn site van Virton elk jaar 2,5 miljoen pallets en 50.000 ton Badger Pellets. De groep telt een tiental firma’s, gevestigd in Thimister-Clermont, in de provincie Luik, en in Bissen, in het Groothertogdom; de groep telt 250 werknemers. Sinds haar oprichting kan de onderneming uit de Gaumestreek bogen op een voortdurende groei met een aantrekkelijk en inspirerend sociaal, economisch en ecologisch model.