Waw magazine

Waw magazine

Menu

Langs trage wegen

  • Découverte
  • / Patrimoine
Wallonie

Door Gilles Bechet

Of ze nu van water, grond of ijzer zijn, trage wegen brengen u tot de verste uithoeken van Wallonië om onbekende of miskende plaatsen te leren kennen,  die wel degelijk tot ons erfgoed behoren.

 

DE RUST VAN HET OUDE KANAAL

Antoing – Henegouwen

In 1826 besloot de Nederlandse koning Willem I, die toen ons land bestuurde, een kanaal te bouwen tussen Pommerœul en Antoing, om de steenkool uit de Borinage naar de Schelde te voeren, zonder de hoge door Frankrijk geëiste heffingen te betalen. Door de toename van het ruimteprofiel van de binnenschepen werd het oude kanaal onbruikbaar. Honderdvijftig jaar later werd het vervangen door een nieuwe waterweg, die toegankelijk is voor schepen tot 1350 ton. Het buiten gebruik gestelde kanaal werd een geliefkoosde plek voor wandelaars die van frisse lucht en rust hielden. De uitstap begint aan de Koninklijke brug, waar hij ook eindigt na een lusvormige wandeling van 5 km. De oude metalen constructie die het kanaal overbrugt, werd in 1924 gebouwd voor treinen die er nooit gekomen zijn. Uiteindelijk geraakte ze zo vervallen en verroest, dat ze moest worden gesloopt. Het plaatselijke verweercomité, dat vastbesloten was een duurzaam in het landschap van Maubray gevestigde constructie te behouden, slaagde erin het gemeentebestuur te overtuigen om de brug op identieke wijze weer op te bouwen.

In de richting van Callenelle loopt de wandeling langs het
volledig door gras bedekte jaagpad waarin soms netels en distels opduiken, alsook waterweegbree met haar brede hartvormige bladeren. Er heerst totale rust. Een oude sluis onderaan de brug maakt pleziervaart onmogelijk. Boven de onbeweeglijke groene rand groeien de langere takken van de loofbomen soms door elkaar om een gewelfboog te vormen. Het beboste talud dat het kanaal van de hoger gelegen weg scheidt, wordt geregeld onderbroken door trapvormige afvoergoten voor het regenwater in geval van hevige neerslag.

In het gehucht Grand Camp keren we terug langs de andere oever, over een hogere weg die is afgezoomd met door klimop omgroeide bomen. De ontwerpers van het kanaal hadden de taluds voorzien van groepen loofbomen om de mensen en de paarden op het jaagpad te beschermen tijdens hun zware werk. Vandaag bieden die bomen de wandelaars een zeer aangename afscherming, zelfs als het heel warm is.

Info: +32 69 44 17 29
tourisme.antoing@skynet.be
www.antoing.net


PRUISISCH SEINHUIS

Robertville – Luik

De wandelaars die vandaag gebruik maken van de RAVeL tussen Aken en Troisvierges, de «Vennbahn» zoals de Duitstaligen zeggen, zullen zeker dit charmante ouderwetse gebouw opmerken, dat ons terugvoert naar de spoorwegen van weleer.

Kenners zullen zien dat de groene verf die het vakwerk bedekt, ongebruikelijk is bij de Belgische spoorwegen. En met reden, want toen dat seinhuis in 1907 in dienst werd genomen, behoorde het tot de Pruisische spoorwegen. Als gevolg van het Verdrag van Versailles ging het gebouw in 1921 deel uitmaken van het Belgische spoorwegnet, waar het gebruikt werd tot 1995, met een onderbreking gedurende de Tweede Wereldoorlog, toen het tijdelijk opnieuw Duits werd. Om te beseffen hoe origineel en belangrijk dit erfgoed is, moet men naar de eerste verdieping gaan. Daar ziet men nog heel de oorspronkelijke uitrusting van het seinhuis. In het midden staat de rij hefbomen die met kabels zorgde voor de manuele bediening van de signalen en de wissels in de omgeving. Aan de achterkant van de toestellen bevindt zich de schakeltafel, een vernuftig mechanisme dat het systeem beveiligde voor het geval de seingever een verkeerde handeling zou doen. De uitrusting is bovendien voorzien van een «telefoonblok» waardoor men in verbinding kon treden met andere stations, seinhuizen en overwegposten om de «beweging» van een trein al dan niet toe te staan. Men ziet er ook verscheidene posters en documenten die getuigen van het leven van het seinhuis. In een hoek bevindt zich een gietijzeren stationskachel met het opschrift «SNCB». De aanwezigheid van twee summiere slaapplaatsen kan verbazing wekken; het gaat echter niet om het oorspronkelijke meubilair, maar om een nieuwe functie die werd bedacht door de VZW 881, die aan de basis van de redding en de restauratie van het gebouw lag. Het seinhuis heeft niet enkel museum- waarde, maar dankzij een stortbad en een chemisch toilet kan het ook als onderkomen voor wandelaars dienen. Enkele meter van het seinhuis staat een holle ronde constructie met een diameter van 16 meter, die bekleed is met rode baksteen. Dat is alles wat er nog rest van een draaischijf om locomotieven over 180° te keren, wat nodig was omdat stoomlocomotieven slechts één stuurpost hadden. Dat door de gemeente Waimes herstelde overblijfsel is kostbaar, omdat dergelijke uitrustingen zeer zeldzaam zijn geworden op de rest van het Belgisch spoorwegnet.

Rue des Scieries (kruising van de RAVeL)
B-4950 Robertville
+32 473 99 06 59
ou +32 496 93 36 89


LUIK ALS WATERSTAD 

Luik

De Vurige Stede is een kind van de Maas en heeft altijd van het potentieel van bevaarbare waterwegen gebruik gemaakt voor haar ontwikkeling. Door het aanleggen van het kanaal tussen Luik en Antwerpen wilde koning Albert I de moderne tijd inluiden en de banden tussen het noorden en het zuiden van het land versterken.

Tussen het begin van de werken in 1930 en de voltooiing ervan in 1939, heeft Luik twee wereldtentoonstellingen gekend, waarvan men tijdens een wandeling de resten kan bekijken en inzien hoe belangrijk de activiteit van de 80 jarige haven is. In 1939 lagen de terreinen van de zogenaamde Waterwereldtentoonstelling rond een waterpartij van meer dan 30 ha op beide Maasoevers en op de punt van het eiland Monsin. De rest van die landtong van meer dan twee kilometer, die was opgehoogd met het puin van de grondwerken voor het kanaal, was gewijd aan de industriële activiteiten die ook nu nog bestaan.

De enige nog overblijvende resten in duurzaam materiaal zijn het vroegere permanente Grote Paleis van de stad Luik, alsook de vuurtoren en het standbeeld van Albert I op de punt van het eiland Monsin. Het indrukwekkende en logge paleis, dat werd ontworpen door Jean Moutschen, de Luikse stadsarchitect, is typisch voor de toenmalige functionele architectuur. De buitenbekleding ervan bestaat uit platen van aardewerk waarvan de kleur, die aanvankelijk vanaf de onderkant tot aan de top van het gebouw varieerde van donkerpaars tot lichtrood, tegenwoordig een eenvormige baksteenkleur heeft. Boven de hoofdingang bevindt zich een fresco in art-decostijl van Alphonse Hansard, dat de kunst, de wetenschap en de industrie van de Vurige Stede uitbeeldt. Nadat er verscheidene decennia lang een schaatsbaan was in ondergebracht, moest het gebouw volledig worden gerenoveerd om deel uit te maken van de toekomstige Ecowijk van Coronmeuse.

Via de Marexhe-brug komen we op het eiland Monsin, waar we het aan het Albertkanaal gewijde fresco kunnen bewonderen. De punt, die vandaag een wandelpark is, blijkt heel winderig, wat er een ideaal terrein om te vliegeren van maakt. Langs het jaagpad loopt RAVeL 1, die naar Maastricht gaat.

Quai de Wallonie 3 (parc Astrid)
B-4000 Liège
+32 497 44 33 90 ou +32 497 06 39 49
algaliege@gmail.com

Bezoekprogramma op algatourisme.jimdo.com


EEN KUNSTENAARSKASTEEL

Mettet – Namen

Dit was het onderkomen van Félicien Rops. Zijn kasteel. Daar schilderde, schreef en tekende hij, gaf hij etslessen, plantte hij bomen en bloemen en ontving hij bevriende kunstenaars. Het onzichtbaar in het weelderige park verborgen kasteel van Thozée is een ondefinieerbaar gebouw in een stijl die de kunstenaar «koddig» noemde.

De neoklassieke gevel dialogeert heel harmonieus met de peperbusvormige torentjes en de gotische elementen. Het kasteel werd van de ondergang gered door de koppige inzet van cineast Thierry Zéno, die zijn belofte aan Féliciens kleindochter Elisabeth gestand deed. Zo ontsnapte Thozée uiteindelijk aan het vagevuur. Na een 17 jaar durende restauratie ziet het kasteel er nu prachtig uit. Dat niet alles in de haak staat, maakt het juist zo charmant. De kunstenaars die voor een verblijf worden uitgenodigd en de kinderen die er voor een stage komen, prijzen eenparig de wat warrige maar bijzonder aantrekkelijke sfeer die de plaats uitstraalt. De struiken in het park zijn bomen geworden, waarvan de woekerende wortels de trap uit zijn voegen halen. Toen de muren van het grote salon werden ontdaan van een ouderwets en oninteressant behang, trof men een schets aan die waarschijnlijk door Rops zelf werd gemaakt op de bepleistering.

Een tentoonstelling zal de salons op de benedenverdieping in beslag nemen. Ze omvat uittreksels uit brieven en kopieën van schilderijen die door het Ropsmuseum werden uitgeleend. Men ziet er het leven van de kunstenaar in Thozée en de landschappen die hij schilderde tijdens zijn vele wandelingen aan de oever van de Maas en in de omgeving van Mettet. De bibliotheek doet recht aan zijn belangstelling voor botanica en voor de tuinen van het kasteel. Zelfs toen Félicien Rops in Parijs verbleef, schreef hij een brief aan zijn zoon in Thozée om hem heel nauwkeurig uit te leggen waar de rozen, die hij hem vanuit de Lichtstad had toegestuurd, dienden te worden geplant. De vroegere spoorweglijn 150 A waarlangs Félicien Rops naar het kasteel kwam, is de Ravel Rops geworden, langs dewelke men rustig het vredige landschap kan doorkruisen en langs de boomgaard gaan, waar verdwenen gewaande appelsoorten groeien.

Buiten de activiteiten die door het Fonds Félicien Rops worden georganiseerd, is het kasteel van Thozée niet toegankelijk voor het publiek.

Rue de Thozée 12
B-5640 Mettet
+32 71 72 72 62
info@fondsrops.org
www.fondsrops.org


ALLE WEGEN LEIDEN NAAR DE GESCHIEDENIS

Enkele dorpen - Namen

In de eerste eeuw van onze tijdrekening liep er nogal wat  volk over de Romeinse heirbaan die Haspengouw doorkruiste. Lokale ambachtslieden, handelaars en landbouwers gingen daarlangs naar hun werk en soms kwam er een garnizoen voorbij, dat in gesloten gelederen naar Tongeren trok.

Aan hun rechterkant verrees de grafheuvel van een notabele. Vandaag ligt die tumulus nog steeds midden in het veld. Er staan enkele bomen op en hij is een van de voornaamste archeologische en monumentale erfgoedstukken van Braives. Enkele kilometer verder vindt men in het vroegere gerechtshof van Hosdent een tentoonstelling van resten uit het rijke verleden van de gemeente. Sinds het midden van de 19e eeuw tot aan het einde van de 20e, gebeurden er haast voortdurend opgravingen in Braives. De meeste vondsten worden bewaard in externe musea, zoals het Grote Curtius.

Tijdens de Erfgoeddagen in september jongstleden, werd de aandacht van wandelaars en fietsers gevestigd op twee uitstappen die verband houden met de trage wegen en die men natuurlijk ook vandaag nog kan doen.

In Burdinne zal uw belangstelling uitgaan naar het vroegere buurtspoorwegstation. Het werd gebouwd vanaf 1908, tot 1942 gebruikt voor reizigers en tot 1957 voor bietenvervoer. De oude sporen zijn nu bedekt door gras en door een wandelpad, maar heel het gebouw is nog perfect bewaard. Het omvat een perron en een laadkade, een gebouw voor de reizigers, waarin zich nu de gemeentebibliotheek bevindt, een locomotiefloods, een machinekamer, het lampenmagazijn waarin de kolenvoorraad werd bewaard en ten slotte een watertoren.

In Héron kunt u de nisjes bekijken langs de aan Onze-Lieve-Heer van Gembloers gewijde bedevaartweg en kruist u de lijnen van de buurtspoorweg van Envoz. In Wanze, ten slotte, zal iedereen naar het vroegere kasteel van Ramequin kijken. Van dat strategisch op de Maasoever gelegen fort schiet er slechts één van de vier vleugels over, die nu een privéwoning geworden is.

Infos : +32 85 25 16 13
info@chateaumoha.be

Your opinion counts