- Business
- / Knowhow
Door Jean Fauxbert
Ze heten ‘Flying Star’, ‘Symphonie’, ‘Renoir’, ‘Tomi Ungerer’… Het zijn drijvende hotels die de Antillen bevaren, of de Maas, de Rijn, de Donau, de Douro of de lagune van Venetië. Al deze driemasters of cruiseschepen zagen het daglicht op de scheepswerven Meuse et Sambre.
Dit bedrijf, het enige nog in zijn soort in België, ontstond in 1906 toen een aantal families uit Namen en Hoei zich wilden inzetten voor het gebruik en de ontwikkeling van de Waalse waterwegen. Destijds was deze regio een van de rijkste en welvarendste ter wereld. Zijn ingenieurs reisden de wereld rond en richtten overal bouwwerken op. Dat gebeurde vooral onder impuls van Jean Jadot die − ondanks de Bokseropstand − in het begin van de 21ste eeuw de eerste spoorlijn in China aanlegde over 1.200 kilometer tussen Peking en Hankow.
Van Beez tot de Antillen...
In die tijd bouwt men aan de oevers van de Maas, in Beez (Namen), boten die de zeven wereldzeeën zullen bevaren: duwschuiten, aken, speedboten voor het Belgisch leger of voor de douane, ferryboten, of de rompen van twee grote klippers met drie masten zoals de Flying Star die naar de Antillen zal varen onder de vlag van een Zweedse reder. In de jaren zestig worden de scheepswerven van Beez overgekocht door de Brusselse groep Chanic, waarna ze blijven uitbreiden, tot aan de grote crisissen van de jaren zeventig en tachtig. In 1988 verkoopt Chanic zijn aandelen aan de holding Belgian Shipbuilders Corporation (BSC), een Vlaamse industriële groep die daarmee een aantal Belgische bedrijven in die branche rond zich wil verzamelen. Maar in 1995 is het over met de BSC en dreigt ook de Naamse werf ten onder te gaan.
Maar de reputatie en knowhow van Meuse et Sambre en de ontwikkeling van het scheepvaarttoerisme in Europa maken dat verschillende private investeerders belangstelling tonen om te participeren in een managementbuy- out. Daarop worden in opdracht van het bedrijf ‘Alsace Croisières’ drie cruiseschepen besteld en gebouwd in Beez. Dat is meteen het begin van een prachtig nieuw leven voor de Naamse onderneming, die intussen vier afdelingen heeft in Wallonië (Luik, Namen, Andenne en Charleroi) en op regelmatige basis vijftig mensen werk verschaft. Dat aantal kan zelfs verdubbelen als de nood hoog is. Ze hebben al meer dan dertig cruiseschepen gebouwd, echte drijvende paleizen. Ondertussen hebben ze ook honderden aken ingericht. ‘En dat allemaal terwijl we heel waakzaam zijn en trachten vooruit te kijken naar wat er in de sector gebeurt, want de concurrentie is heel groot in landen in het Oosten, maar ook in China of Turkije’, bevestigt Thierry Van Frachen, directeur van de scheepswerf.
Van Waulsort tot Visé
De meeste van die schitterende boten, met namen als Renoir, Symphonie, Cyrano de Bergerac of Belle de Cadix, klieven door de Seine, de Douro, de Rijn, de Neckar, de baai van Venetië en de Donau, terwijl andere de Maaslanders en de toeristen blij maken. Het watertoerisme kent immers ook in onze Maasvallei een explosieve groei. We tellen gemakkelijk meer dan veertig boottochtprogramma’s over de 450 kilometer van het hele Waalse waterwegennet of delen ervan. Of zoals Arthur Rimbaud al zei over de Maas en andere rivieren: ‘Rivieren hebben me altijd naar de plaatsen gebracht waar ik wou zijn.’
We tellen maar liefst zeventien jachthavens in Wallonië en in Brussel. Van Antoing tot Laken, van Hastières/Waulsort tot Visé, over Mons, Hoei, Dinant en Namen. Elk jaar verwelkomen ze duizenden ‘watertoeristen’ die erop gebrand zijn om de charmes van een vallei op een andere manier te ontdekken dan langs de weg. Vanop het water bewonderen ze de rotsen en het kasteel van Freÿr, aanschouwen ze het groen van de heuvels van Waulsort, proeven ze de charme van de waterpartij in Profondeville die aan Saint-Tropez doet denken, of de prachtige rotsen van Néviau in Wépion.
40 We tellen meer dan veertig boottochtprogramma’s over de 450 kilometer van het hele Waalse waterwegennet of delen ervan.
EEN HECHTE BEMANNING
Met dertig cruiseschepen die vandaag de rivieren van heel Europa bevaren, heeft de scheepswerf de slechte herinneringen aan de jaren tachtig opzij kunnen zetten. Eén man staat aan de basis van de vernieuwing: directeur Thierry Van Frachen, die naar Beez is gekomen toen het Vlaamse bedrijf BSC de boel achterliet. Van Frachen is een burgerlijk ingenieur die gespecialiseerd is in scheepsbouw – hij is trouwens een van de laatsten die dat nog gestudeerd heeft aan de UCL – en altijd op zoek is naar nieuwe ontwikkelingen in zijn sector. Maar hij is ook bijzonder bescheiden als het gaat om zijn successen. Zijn leuze zou best kunnen zijn: ‘Een onopvallend leven is een gelukkig leven.’
Nu ja, jammer voor die bescheidenheid, maar hij is wel een van de belangrijkste actoren die heeft bijgedragen tot het succes van een onderneming die sinds 2014 en na de overname van de Werf Vankerkoven (in 2011), vandaag de dag uniek is in Wallonië. Ze telt vier vestigingen: in Luik (Monsin), Namen (Beez), Andenne (Seilles) en Charleroi (Pont-de-Loup). Op die scheepswerven worden boten van 800 tot 1.200 ton en van 100 tot 135 meter gebouwd, ingericht of hersteld. Elke tewaterlating van alweer een schip in Beez doet Thierry Van Frachen en zijn team deugd. Eenmaal afgewerkt zijn dit echte kunstwerken: eenvoudige staalplaten die omgetoverd werden tot drijvende viersterrenhotels of toprestaurants. En zoals het altijd gaat met kunst, zijn ook deze projecten, van een eenvoudige tekening tot de uiteindelijke tewaterlating. Thierry Van Frachen is een echte teamspeler. Alle successen worden dagelijks gedeeld met alle medewerkers. Hun internetsite is trouwens een echt familiealbum, dat het leven op een scheepswerf toont aan de hand van de projecten die er worden gerealiseerd.