- Gîtes de Wallonie
Door Christian Sonon
Het geluk van een dag en een zoete nacht
We hebben hier te maken met twee fraaie, smaakvol ingericht gastenkamers, echt cosy van stijl, zoals eigenares Monique Denef graag benadrukt. De eerste kamer, ‘Bonheur du jour’, ligt aan de straatzijde en dankt haar naam aan het geruisloos binnenvallende licht dat alles onderdompelt in zachte, natuurlijke kleuren. Nummer twee, ‘Belle de nuit’, grenst aan de prachtige tuin en kreeg iets warmere tinten. Ze liggen aan weerskanten van de overloop en zijn van elkaar gescheiden door een gang, wat bijdraagt tot de geluidsisolatie. Beide kamers hebben een aparte zitkamer en een badkamer met inloopdouche, naar verluidt tot grote vreugde van de gasten. Qua ontwerp en afmeting zijn ze precies gelijk: beide kamers bezitten een tweepersoonsbed en bijzonder aantrekkelijk, rustiek meubilair. We denken bijvoorbeeld aan de bonheur-du-jour, dat is een soort ladebureau, in de gelijknamige kamer. Of aan het gipsen leeslampje op de rand van een oude schoorsteen die van Monique een opknapbeurt kreeg. Of ook nog aan de tafeltjes en gueridons waarop enkele oude, versleten en met touw samengebonden boeken wellicht een definitief plaatsje kregen. Om maar te zeggen dat de eigenaars dol zijn op lezen en dat ook duidelijk maken aan hun gasten.
Nieuw leven voor oud meubilair
“De meeste meubelen en siervoorwerpen zijn afkomstig van rommelmarkten. Het heeft me veel tijd en moeite gekost om ze dat oude patina te geven. Nu zien ze er opnieuw stijlvol uit en hebben ze een nieuwe bestemming gekregen”, legt de dame des huizes uit. Het moet gezegd dat Monique kosten noch moeite gespaard heeft om, samen met haar handige echtgenoot, de eerste etage van de oude smederij op het Haspengouwse platteland onder handen te nemen. Het resultaat is een echt paradijsje voor iedereen die op zoek is naar een vleugje ontspanning.
“We kwamen naar Hanret-la-Vallée in 1983”, vertelt de nu gepensioneerde psychologe. “Wij huurden een woning in Mehaigne, in dezelfde gemeente, en waren op zoek naar een ruimer huis waar we samen met onze kinderen konden wonen. We vonden dit boerderijtje uit de late 19de eeuw dat opgedeeld was in twee huizen onder één kap. Het verkeerde in een zodanig vervallen staat dat het acht jaar duurde voor we alles hadden omgebouwd tot één ruime en gezellige woning. Ongeveer vijf jaar geleden kwamen we dan op het idee om twee gastenkamers in te richten boven de smederij, die vandaag dienstdoet als garage. Mijn pensioen kwam eraan en ik wou met iets nieuws beginnen. Vrienden uit de Elzas die zelf gastenkamers verhuren, gaven ons een duwtje in de goede richting. We contacteerden dezelfde architect als voor het huis en we waren opnieuw vertrokken voor twee à drie jaar verbouwingswerken…”
Over de aanpak van de werken werd goed nagedacht, want de logés hebben een eigen, aparte ingang aan de straatkant. In het verlengde van de hall met ruwe, bakstenen muren bevindt zich dan een kleine salon die grenst aan de tuin. Hier serveert Monique een uitgebreid, landelijk ontbijt. Kamers en salon werden bekroond met vier korenaren, want deze rustige ruimte in de vorm van een serre biedt een weids uitzicht op de schitterende tuinkamers. Nog zo’n realisatie waar de eigenaars heel trots op zijn…
Een toegankelijke tuin
“De tuin is inderdaad onze tweede grote liefde. We hebben ons perceel opgedeeld in verschillende ontspanningsruimten. Tijdens de zomer zitten we te midden van talloze soorten bloemen en planten, en uit onze boomgaard halen we kersen, pruimen en appelen. We hebben ook een wijngaard, linden en zelfs een notenboom die ruim honderd jaar oud is! Ik denk trouwens dat we in aanmerking komen voor het label ‘Gîte au jardin’, dat toegekend wordt door de Fédération des Gîtes de Wallonie. Daarvoor zouden we een wandelpad moeten aanleggen, en zitbanken en een waterpartij voorzien. En verder zouden we bereid moeten zijn om onze passie, evenals onze plant- en onderhoudstechnieken te delen met de bezoekers. Wat we al heel vaak doen, want men stelt ons veel vragen over de tuin.”
Het zijn vaak koppels die bij hen logeren, afkomstig uit België, Nederland en Duitsland. Ze willen steden zoals Namen of Durbuy ontdekken, maar logeren toch liever op het platteland, omdat ze graag wandelen in de natuur. In dat geval zijn ze in de rue de la Pépinière aan het juiste adres.
Rue de la Pépinière 27
B-5310 Hanret (Eghezée)
+32 (0) 495 85 14 04
www.cotejardincouleurscampagne.com
Wat is er te zien en te doen?
Puike adresjes in Namen
Monique Denef is het eens met haar gasten. Tijdens een weekend in Hanret-la-Vallée moeten ze natuurlijk tijd maken voor schitterende plekken zoals de kastelen van Fernelmont en Franc-Waret, maar toch is een bezichtiging van de stad Namen, met haar citadel, haar historisch centrum, haar Félicien Rops Museum en haar winkels, een absolute must. “En om de dag in schoonheid af te sluiten, zijn er prima restaurants zoals L’air du Temps in Liernu en L’orange rose, La Cuisine de Papa en Le Tamarin, alle drie in het centrum van Eghezée. Daar kunnen ze kennismaken met streekproducten, waaronder foie gras van Upignac uit Upigny, petits-gris (escargots) van de Ferme du Vieux-Tilleul in Bierwart en het fruit en de vruchtensappen van de Vergers de la Vallée, een bedrijf dat hier slechts 200 m verder ligt.”
Met de steun van het Algemeen Commissariaat voor Toerisme
Informatie :
http://www.gitesdewallonie.be
Aan de slag met :