Waw magazine

Waw magazine

Menu
© Fred Guerdin

Pierre Rion - Brengt bedrijven in beweging

  • Portrait
Brabant wallon  / Gembloux

Door Marc Vanel

In februari heeft het Instituut Jules Destrée Pierre Rion verkozen tot ‘Waal van het jaar’. Deze hyperactieve man met tal van bezigheden heeft vier belangrijke activiteiten, die allemaal in dienst staan van Wallonië zodat de regio misschien weer wordt wat hij in de jaren 50 was.  Een portret.

Pierre Rion

Pierre Rion is geboren in Charleroi in 1959, als burgerlijk ingenieur elektronica en informatica afgestudeerd in Luik in 1982, woont in Thorembais-les-Béguines en heeft zijn ‘hoofdkwartier’ in Gembloux. We kunnen dus wel stellen dat hij Wallonië goed kent. Hij doorkruist het overigens bijna dagelijks om zijn vele openbare en particuliere mandaten tegen betaling of als vrijwilliger uit te oefenen. Zijn dagen beginnen om 5 uur ‘s ochtends en eindigen ‘s avonds laat. “Ik weet dat het misschien een beetje uit de hoogte klinkt,” legt hij uit, “maar ik ben nooit moe of ziek. Genetisch gezien heb ik duidelijk een uitzonderlijke gezondheid! Zo werk ik bijna 100 uur per week. Als ik die tijd zou omzetten in een normale werkweek, besteed ik ongeveer zes weken per jaar aan elk van mijn mandaten.” En mandaten, daar heeft hij er veel van. Als hij een verkozen politicus was, had hij al lang een uitbrander gekregen.

In 1991 was hij mede-oprichter van het informaticabedrijf IRIS Group, gespecialiseerd in elektronische tekenherkenning. Hij introduceert het bedrijf in 1999 op de beurs en besluit om een jaar later ‘Business Angel’ te worden. Zijn missie? Zijn vaardigheden, tijd en geld ter beschikking stellen van jonge bedrijven bij hun opstart, of van andere bedrijven die moeten heroriënteren of herstructureren. “Sinds mijn vertrek bij IRIS bestaat mijn leven uit vier hoofdstukken,” vervolgt Pierre Rion. “Eerst en vooral is er mijn activiteit als Business Angel en als coach. Onlangs heb ik zo Cluepoints (informatica-farmaceutica), BelRobotics (robotmaaiers) en Progecoo (passieve gebouwen) bijgestaan met management en kapitaal, en meer recent heb ik DLA3 (architectuurconsultancy), AXIS71 (design) en Granaline (granaatappelsap) gecoacht. Daarnaast ben ik onafhankelijk bestuurslid (soms vergoed) van een tiental bedrijven zoals de bank CPH (waarvan ik sinds dit jaar de Raad van Bestuur voorzit), Maxel (verzekeringen en vermogensbeheer), IPM (uitgever en pers), Onelife (biofilms) en Akknato (communicatie).

10 keer voorzitter

Naast die dubbele rol bouwt Pierre Rion, die in juli 2016 door de koning verheven werd tot baron met toegekende erfelijkheid, een derde leven uit als ‘(vrijwillig) dienaar van het Waals Gewest’, waarbij hij eveneens een reeks mandaten opneemt. Hij is vooral trots om sinds 2015 de Digitale Raad te kunnen voorzitten, de instelling die Wallonië ondersteunt bij de overgang naar een digitale maatschappij in het kader van het Marshallplan 4.0. Hij stond ook mee aan de wieg van het WING-fonds, dat, zoals de naam doet vermoeden, opgericht is om innoverende projecten van digitale Waalse start-ups vleugels te geven. Gedurende vijf jaar zal er ongeveer 50 miljoen euro ter beschikking staan. Sinds de lancering van het fonds zijn er al 400 kandidaturen ingediend. Listminut (dienstverleners in de buurt) en Neveo (creatie van een digitale krant voor grootouders) zijn de eerste twee begunstigden van WING. De originaliteit van het fonds bestaat erin dat er echte professionals in de jury zitten die perfect op de hoogte zijn van de nieuwste ontwikkelingen in de digitale sector. Daarnaast is hij een van de oprichters van TWIST, een mediacluster die als missie heeft om de innovatie en de groei van de digitale Waalse industrie in dienst van de media te versterken.

Aangezien hij zich midden in de innovatie bevindt, heeft Pierre Rion zonder twijfel een beter zicht dan wie ook op de troeven van Wallonië. “Als je verliefd bent, zie je de fouten niet,” bekent hij. Ik kijk van mijn kant altijd vooruit. We moeten niet met oogkleppen oplopen. De moeilijkheden in Wallonië zijn er, maar de middelen liggen op tafel. Ik vind het spijtig dat de politieke meerderheden op het federale en het regionale niveau asymmetrisch zijn, maar ik kan zeggen dat er bij ons enorme inspanningen worden geleverd, met name dankzij het Marshallplan 4.0. Ik doe wel niet aan politiek, en dat zal ik nooit doen, want ik sta ter beschikking van iedereen die van goede wil is en van alle partijen, behalve de PVDA. Ik ben zeker rechts, maar dat neemt niet weg dat ik echte vriendschappen kan hebben met of bewondering voor politici van alle strekkingen, van Ecolo, de PS… Ik ben vooral een man met plichtsbesef. Als kleinzoon van een onderwijzer in de Ardennen heb ik altijd het goede voorbeeld moeten geven, eerste van de klas zijn, naar de mis gaan voor de hele familie, het beste rapport hebben voor godsdienst… (lacht). Tegenwoordig word ik ziek van bepaalde sociale bewegingen en van de zakenwereld. Ik zou graag hebben dat Wallonië er opnieuw uitziet als in de jaren 1950, een periode waarin een bedrijf als ACEC een leidende rol speelde. Het vond alles uit en vervaardigde alles (zelfs de besturing van een deel van de Europaraket, die later de Ariane zou worden), maar in 1989 werd het ontmanteld en in stukken overgenomen door groepen als Alstom en Alcatel. We hebben nog enorme troeven in Wallonië. Onze universiteiten zijn bij de beste ter wereld (kijk maar naar het Biopark van Charleroi), we hebben een zeer goede farmaceutische sector (die 2/3 van de wereldwijd verkochte vaccins produceert), maar we beschikken slechts over een klein grondgebied waar het moeilijk is een kritische massa te bereiken om ecosystemen te doen ontstaan. We richten mooie bedrijven op met 5, 10, 15 of 50 medewerkers, maar het gaat zelden verder dan dat. De Waalse ondernemers zijn te bescheiden. Misschien vanuit een zeker gebrek aan ambitie of een angst om te groeien. Dat de Japanners Ogeda in april hebben overgekocht voor 800 miljoen euro zegt nochtans veel over onze capaciteiten en zou ons moeten inspireren.” 

Vliegen en de wijngaard

Het laatste deel van het leven van de baron is tot slot gewijd aan… hobby’s. Want geloof het of niet, ondanks alles vindt deze man tijd om bezig te zijn met wijnbouw en privéjets. In het begin van de jaren 90 brengt Pierre Rion een honderdtal wijnstokken mee uit de Elzas en plant die in zijn tuin. Al snel gaat hij samenwerken met twee buren uit zijn dorp, Etienne Rigo, die de boerderij van Mellemont uitbaat en François Vercheval, technisch tekenaar die zich al toegelegd heeft op fruitwijnen. De drie mannen besluiten in 1994 om een hectare Pinot noir en Müller-Thurgau (of Rivaner) te planten achter de grote boerderij van Thorembais en daarna nog eens drie hectare in de loop der jaren. Vandaag produceert de wijngaard 15.000 tot 20.000 flessen per jaar. En ook al was hij niet de eerste die in Wallonië werd geplant, toch was het jarenlang het grootste Waalse wijngoed, voor er sprake was van Raymond Leroy (cuvée Ruffus) en Philippe Grafé (Domaine du Chenoy), twee wijnbouwers die echt een invloed zouden uitoefenen op een volledige jonge generatie wijnbouwers door meteen elk 10 hectare te planten.

In 2015 wordt Pierre Rion nog maar eens voorzitter, maar deze keer van de vereniging van Waalse wijnbouwers, die drie jaar eerder is opgericht. Door zijn aanwezigheid, zijn indrukwekkende adresboekje en vooral zijn dynamiek kreeg de vereniging haar eerste subsidies te pakken en kon ze deelnemen aan grote beurzen zoals ‘C’est bon, c’est wallon’ en de Landbouwbeurs van Libramont. “De vereniging heeft de laatste tijd mooi werk geleverd met de bestekken van de Waalse oorsprongsbenamingen en is van plan om gezamenlijke activiteiten op poten te zetten met de Vlaamse zustervereniging, want druiven kennen geen (taalkundige) grenzen.

En ondanks het feit dat hij zelf nooit vakantie neemt, stijgt Pierre Rion tot slot af en toe op om met een privévliegtuig particulieren of zakenlui te vervoeren die altijd kunnen rekenen op een behouden aankomst. Er zal hem dus zeker niets kunnen tegenhouden. Het begrip ‘pensioen’ zegt hem overigens totaal niets! “Het weekend breng ik door in mijn tuin en mijn keuken waar ik die passie deel met het gezin. Ik ben een Waalse huismus. Ik weet niet waarom ik elders naartoe zou gaan terwijl ik sommige hoekjes of bepaalde tradities van bij ons nog niet ken.” 


 

WAALSE INSPIRATIE

In de industrie

Ik ben een fervente bewonderaar van grote industriëlen zoals Julien Dulait (oprichter van ACEC – mijn vader en nonkel hebben er gewerkt), Zenobe Gramme (en zijn beroemde gelijkstroomdynamo), Ernest Solvay (chemische industrie) of – en deze leeft nog – Michel Foucard (Technord in Doornik). En ik mag zeker mijn betreurde wiskundeleerkracht Raymond Poulaert (St.Jozefsinstituut Charleroi) niet vergeten, een onvermoeibare en toegewijde machine die ingenieurs bleef afleveren. Een leerkracht zoals er meer zouden mogen zijn!

In de culturele wereld

Natuurlijk de zanger Jean Vallée, van wie ik in het begin van de jaren 2000 producer was, maar ook Lara Fabian, Pierre Rapsat, Steve Houben en Jacques Chaumont. Wat films betreft, heb ik veel bewondering voor Benoît Poelvoorde en François Damiens. Op radio en televisie was ik een echte fan van Jacques Mercier. Tot slot hou ik ook van Waals theater. Ik spreek zelf de drie varianten van het Waals en ik ben gek op accenten.”

In de gastronomie

Mijn grootste bron van inspiratie is Sang Hoon Degeimbre, de chef van het fantastische tweesterrenrestaurant L’Air du Temps in Liernu. Hij heeft me vooral truffel doen ontdekken. Die ga ik nu rechtstreeks kopen in het zuiden van Frankrijk. Ik ga graag naar de Le Comptoir de l’Eau-Vive (Arbre), L’Eveil des Sens (Montigny-leTilleul), La Table de Maxime (Paliseul), Cuisinémoi (Namen), dat helaas gesloten is, Les Petits Oignons in Jodoigne, Chez Louis in Glimes en La Table du Boucher in Bergen. Aan adressen geen gebrek. In een iets andere categorie wil ik zeker niet nalaten om The Belgian Owl te vermelden, een van de beste whisky’s ter wereld, en het bier Bertinchamps.  Als het gaat om vlees, zouden Waalse veehouders een inspanning moeten doen om smaakvoller vlees te produceren dan het BWB.  Als je van vlees houdt, hou je van vet! Zonder vet, geen smaak! Tot slot doet de biosector het goed, maar nog niet goed genoeg. Als het gaat om Waalse specialiteiten heb ik een zwak voor escabeche met Chimay, boekweitpannenkoeken, balletjes op Luikse wijze, kerstgebak, fazant op Brabantse wijze, pâte gaumais of Hervekaas met Luikse siroop. Een echte trip door Wallonië…


Your opinion counts