Waw magazine

Waw magazine

Menu

SUR LES MURS, LA LITTÉRATURE

  • Dossier
Hainaut

Door Christian Sonon

Er kruipt een zin door een stad. Muren worden een boek in de openlucht. De geesten van Verlaine, Dumont, Verhaeren en Bervoets spoken over de gevels. Een waanzinnig project van Karelle Ménine.

In de hele reeks culturele evenementen in de programmatie van Mons 2015 heeft uiteraard ook de literatuur een plaats in het kapittel. Een zeventigtal projecten vinden plaats in en rond het Maison Losseau, dat voor de gelegenheid wordt omgebouwd tot een literaire kroeg. Om dat alles te coördineren, om het geheel kracht en cohesie te geven, werd er een beroep gedaan op een Franse artieste die haar sporen al verdiende met grote samenwerkingsprojecten en die gewerkt heeft rond taal door middel van installaties, theaterproducties en verschillende publicaties. Karelle Ménine is geboren in de Tarn, in Frankrijk, studeerde economie in Montpellier, oude geschiedenis in Toulouse en journalistiek in Parijs. Ze richtte haar eigen gezelschap, Fatras Production, op in Zwitserland en werd meermaals uitgenodigd op het Theaterfestival van Avignon. Ze woonde tussen 2009 en 2013 in België toen ze residentieel kunstenaar was in het Brusselse Théâtre de l’L. Uit haar brein ontsproot het waanzinnige project om gedachten van auteurs uit Mons op de muren van de stad te schrijven: in een enkele zin, tien kilometer lang, woord na woord, dag na dag, van 14 december 2014 tot 19 december 2015. We hadden een ontmoeting met het hoofd van de literatuurprojecten van Mons 2015. Karelle Ménine, u bent Française, u heeft uw eigen theatergezelschap opgericht in Zwitserland, u verdeelt uw tijd tussen Genève en Brussel. Waar komt dat idee vandaan om gedurende een jaar op de muren van Mons te schrijven? k.m. —Ik zit in de huid van een Franstalige Europese. En ik heb een mooie liefdesrelatie met België. Ik vind dit een boeiend, complex, warm land. Ik kende Mons niet eens toen ze me dit project kwamen voorstellen. Ik wou dus eerst de inwoners ontmoeten en hen beter leren kennen. Ik stelde vast dat ze een heel emotionele band hebben met hun stad. Het artistieke doel en het vooruitzicht om omringd te worden door een mooi team hebben me over de streep getrokken. Daarna heb ik me over de literatuur van deze stad gebogen. Was me dat een schok. Ik heb een enorm intellectueel en literair erfgoed ontdekt. Mons is een stad geweest met een overvloed aan ideeën, discussies, enthousiasme en samenkomsten van tal van grote schrijvers. Voornamelijk op dat scharniermoment tussen de 19de en de 20ste eeuw.

Wie zijn dan die schrijvers en schrijfsters die in Mons gewoond hebben of die erover geschreven hebben?

k.m. —Ten eerste de Henegouwse surrealisten, Fernand Dumont en Achille Chavée. Daarna natuurlijk Paul Verlaine, die hier twee jaar in de gevangenis heeft gezeten. Dan is er de Vlaamse dichter Émile Verhaeren, die zijn vrienden ontving in zijn huis in Roisin, een deelgemeente van Honnelles. En ook de jonge lerares en verzetsheldin Marguerite Bervoets. Hun literair werk bestaat voornamelijk uit poëzie en brieven. Aan de ene kant waren ze erg gehecht aan hun geboortegrond, maar aan de andere kant hadden ze een heel weidse blik. Zo ontstond er een ongelooflijk netwerk tussen die schrijvers, hun vrienden en correspondenten waarbinnen ideeën werden uitgewisseld. Ik heb het dan over Stefan Zweig, André Gide, Victor Hugo, Simone de Beauvoir. Het verbaasde me dat Dumont, die in 1942 in Mons gevangenzat, en Eluard ook, maar dan aan de andere kant van Frankrijk, allebei gelijksoortige teksten schreven over de vrijheid, als het ware op het ritme van eenzelfde melodie. Wat me ook getroffen heeft, is dat Dumont en Bervoets, die allebei tragisch aan hun einde zijn gekomen, in dezelfde periode in Mons woonden. Die moeten elkaar ontmoet hebben. Denk eens aan al die verbanden...

En u heeft besloten om al die mensen hun geschriften in één zin samen te vatten?

k.m. — Het idee is om de literatuur weer naar de stad te brengen, om te schrijven op basis van het literaire materiaal uit Mons, maar ook op basis van herinneringen, ontmoetingen, of archieven. Het gaat hier niet om slogans, maar het is echt een samenhangende zin die wordt samengesteld uit woorden van schrijvers die je van begin tot einde zal kunnen lezen. Het is de bedoeling om te spelen met woorden, op muren, uitstalramen, voetpaden... Het zal heel mooi worden, want de letters worden aangebracht door twee grafische kunstenaars, Ruedi Baur en Anouck Fenech. De woorden worden op een beschermlaag aangebracht zodat ze ook weer gemakkelijk kunnen verwijderd worden.

Hoe zal die zin door Mons lopen?

k.m. — Hij doorkruist het centrum van de stad door vier geografische ruimtes. De eerste, in het noorden, is verbonden met Verlaine en loopt van het station van Mons tot de gevangenis waar Verlaine gevangenzat. De tweede richt zich op de ‘Kilomètre culturel’ en begeleidt de surrealisten van de groep Rupture van aan de gevangenis tot aan de Grote Markt langs het gerechtshof en de rue de Nimy. De derde ruimte is verbonden met Marguerite Bervoets en ligt in het zuiden, van de rue Havré tot aan de Carré des Arts. De vierde ruimte, ten slotte, is gewijd aan Verhaeren en brengt de reizigers weer naar het station.

Schreef u de zin vooraleer u de muren zocht om hem door de stad te leiden?

k.m. — Helemaal niet. Ik ben uitgegaan van het principe dat je niet op een stad mag schrijven, maar wel mèt haar. Ik heb dus contact opgenomen met de zeshonderd eigenaars van de gebouwen op het parcours, heb hen de bedoeling van het project uitgelegd en gevraagd of ze wilden meedoen. We hebben over literatuur en over de schrijvers gepraat, ik heb geluisterd naar de mensen, naar wat ze leuk vonden aan die schrijvers, of net niet. Op basis van die ontmoetingen, van de anekdotes en de herinneringen heb ik dan mijn woorden gekozen.

Hoe reageerden die mensen?

k.m. — Toen ze de bedoeling begrepen, heeft de grote meerderheid aanvaard dat we op hun gevels schreven. Sommigen wilden de woorden wel vooraf lezen. Anderen waren zo ingenomen met het concept dat ze ons vroegen om rechtstreeks op de steen te schrijven, zonder beschermlaag zodat de woorden nog lang na dit evenement zullen blijven spreken en pas door de sleet van de tijd zullen worden uitgewist. Er zijn zelfs winkeliers die hun uitstalramen willen schikken zodat ze aansluiten bij wat er op de gevels geschreven staat.

Hoe hoopt u dat de voorbijgangers zullen reageren?

k.m. — Deze zin zal langzaam vorderen, want elke dag, tot december 2015 wordt er een klein stuk toegevoegd. Hij zal in beweging zijn. Mensen zullen hem kwijtraken en weer terugvinden. Het zal me iets doen als de mensen zullen stilstaan om de woorden te lezen. Ik hoop dat er ontmoetingen uit ontstaan, uitwisselingen, emoties. Dat deze zin een debat opent over kunst. Dat men hem zal ontdekken en smaken. Bij het begin, aan het station, zal hij in het streekdialect van de 17de eeuw worden geschreven. Een dialect zonder politieke betekenis, maar die de politiek soms toch raakt en er dan mee spot. Ik heb bijvoorbeeld graag het woord ‘chambourlette’ gebruikt, wat zowel een gast is bij het feest van Doudou, maar ook zinspeelt op ‘balletjes’. Wie die grapjes erin ontdekt kan er extra plezier aan beleven.

CARL NORAC LAAT ZIJN ‘ZWARTE KWARTIERTJES’ LOS OP HET PUBLIEK

Samen met toneelschrijver Wajdi Mouawad, choreograaf Frédéric Flamand, stylist Jean-Paul Lespagnard, zanger Marc Pinilla en de polyvalente Fanny Bouyagui is Carl Norac een van de handlangers van Mons 2015 die hun talent mee in de weegschaal gooien. Deze dichter en schrijver uit Mons schreef meer dan 60 kinderboeken die in verschillende talen vertaald zijn. Hij doorkruist de streek met zijn ‘Zwarte kwartiertjes’. Dat is de naam die de mijnwerkers gaven aan het moment waarop de mama’s verhaaltjes aan hun kinderen vertelden in het pikkedonker. Een rol die dit kind van de streek op het lijf geschreven is. Zijn eerste literaire ervaring was toen zijn grootmoeder hem verhaaltjes van Pompier Camember vertelde. “Toen ik klein was, heb ik vaak in de volkswijken van Mons rondgelopen en toen ik hier later kwam wonen, ben ik dikwijls inspiratie gaan zoeken in de donkere straatjes”, legt de schrijver uit. Hij was erg ontroerd dat men aan hem gedacht had om hier een actieve rol te spelen, terwijl hij in Orléans woont en de rest van de wereld verkent. “Om de Zwarte kwartiertjes te vertellen en om de traditie te laten herleven zal ik het publiek op verschillende plaatsen in Mons onderhouden, maar ook in een bos in Cuesmes, een kasteel in Ghlin, aan de oever van een rivier in Saint- Denis... Ik hoop dat ze alle lichten doven als ik mijn verhaaltjes vertel. Die trouwens niet donker zijn, maar eerder vrolijk”, benadrukt de man die achtereenvolgens leraar Frans is geweest, rondreizende bibliothecaris, journalist en prof literatuurgeschiedenis aan het Koninklijk Conservatorium van Mons voordat hij van zijn pen kon gaan leven en daarmee verschillende literaire prijzen wegkaapte. Zoals de Grand Prix de la Société des Gens De Lettres de France (SGDL).

Carl Norac is nog bij andere evenementen van Mons 2015 aanwezig. Tot 22 november stelt hij in de bibliotheek van Jemappes zijn privécollectie tentoon van illustraties van de 19de eeuw tot nu met werk van Benjamin Rabier, Charles Dickens, Art Spiegelman, Terry Gilliam, enzovoort. “Om aan de kinderen de magie van afbeeldingen te tonen”. Deze zoon van de Waalse schrijver en dichter Pierre Coran, ondertussen een tachtiger, wordt ook hoofdredacteur van het driemaandelijks tijdschrift L’Impertinente. Dat zal een schalkse blik werpen op de programmatie. “Het eerste nummer heeft Van Gogh als thema. Ik geef het woord aan verschillende bekende mensen die iets over die schilder willen zeggen.

Your opinion counts