Waw magazine

Waw magazine

Menu

een maatschappelijke aanpak

In Namen wordt de overgang transversaal aangepakt om de acties en projecten in één dienst onder te brengen en er zo meer efficiëntie en zichtbaarheid aan te geven. Een model op basis van burgerparticipatie.

 

Zoals de tragische gebeurtenissen van juli er ons aan hebben herinnerd, is de ecologische overgang, als reactie op de klimaatverandering, een van de grootste uitdagingen van onze eeuw. De overheid moet in de tijd op duurzaamheid inzetten door transversaal te handelen. Daarom heeft het Naamse stadsbestuur in 2018 besloten een schepenambt voor ecologische overgang te creëren.

“We moeten alleszins onze leefomgeving, onze manieren van reizen, consumeren en eten aanpassen. Als we niets veranderen, gaan we regelrecht de vernieling in”, bevestigt men van de kant van het nieuwe kabinet. Terwijl die materies vóór de creatie van dit schepenambt werden behandeld door gespecialiseerde diensten en afdelingen (zo werd de meting van de luchtkwaliteit vroeger bijvoorbeeld beheerd door de dienst voor het wegennet) en er slechts één persoon halftijds ter beschikking stond voor het overgangsbeleid, kan de Stad nu rekenen op bijna zes voltijdse equivalenten om projecten in verband met die materie uit te voeren.

Lucht, klimaat en energie vergen een maatschappelijke aanpak

Als die krachtenbundeling tot een grotere bestuurlijke doelmatigheid leidt, zal ze ook leiden tot een betere herkenbaarheid van en tot meer begrip voor die acties bij de bevolking. Bewustmaking en participatie vormen de kern van de aanpak van de ecologische overgang. Dat is een van de doelstellingen van de nieuwe Lucht, Klimaat en Energiedienst (Service Air, Climat et Energie - S.A.C.É). Om het toekomstige Lucht-, Klimaat- en Energieplan voor 2030 (Plan Air, Climat, Energie à l’horizon 2030 - PACE 2030) te helpen opstellen, zal het College de mening vragen van een burgerpanel dat uit twintig inwoners van Namen bestaat. “Om zo dicht mogelijk bij het dagelijks leven te blijven van de mensen die als eersten met die veranderingen te maken krijgen, zal de leeftijdsgroep van 18 tot 35 jaar het meest vertegenwoordigd zijn.” In het najaar zal er een oproep worden gedaan om zich kandidaat te stellen. Voor de rekrutering en de leiding van de negen geplande werkgroepen zal de vzw Namur Ecoconso instaan. Het departement wil hand in hand werken met verschillende burgerinitiatieven die al bestaan, zoals de Naamse Energiekring (Ceinture Énergétique Namuroise - CEN), dat is de plaatselijke afdeling van de burgercoöperatie voor nuluitstoot, die de lokale productie van hernieuwbare wind, water en zonne-energie stimuleert.

Een nieuwe “duurzame wijk” in Jambes

Aangezien ruimtelijke ordening een van de hefbomen is van de ecologische overgang, werd de daarvoor bevoegde dienst nauw betrokken bij de nieuwe bestemming van het voormalige terrein van de Geniekazerne in Jambes. In maart werd dat voor een bedrag van
25,5 miljoen euro verkocht aan de Waalse vastgoedreus Thomas & Piron. Het project voorziet in het bouwen van 445 woningen op een oppervlakte van 8,7 hectare, dus met een kleinere woningdichtheid dan in een stedelijk kader gebruikelijk is. De wil is dat die wijk wordt ontwikkeld als een bewoond park. In het kader van die verkoopprocedure hebben we zeer specifieke eisen gesteld, die gebaseerd zijn op de vijfentwintig doelstellingen van de Waalse referentietekst voor duurzame wijken.

Lokale producenten steunen

Duurzame voeding is een ander thema waaraan de schepen sinds het begin van de legislatuur werkt. Ze stelde voor en maakte het mogelijk om een bezinningskader te creëren, namelijk de Duurzame Naamse Voedingsmiddelenindustrie (Conseil Agro-alimentaire Durable Namurois - CADNamurois), die bestaat uit zestien burgers uit de acht categorieën van het voedselsysteem, van producenten tot consumenten, met inbegrip van de verwerkers en de verkopers.

Binnen het kader van CADNamurois wil men plaatselijke producenten helpen om hun waren te verkopen, zodat ze er kunnen van leven en zodat duurzaam voedsel binnen eenieders bereik komt. Een van de partners op het terrein is de Naamse Voedingsmiddelenkring (Ceinture Alimentaire Namuroise - CAN), een structuur voor studie, bewustmaking, netwerking en ondersteuning van de belanghebbenden uit de sector.
“Een van onze activiteiten is het bestuderen van de verschillende ketens voor kaas, brood en groenten, om te komen tot een zo juist mogelijk evenwicht tussen vraag en aanbod”, zegt opdrachthoudster Geneviève Malherbe. Volgend jaar wil die kring een netwerk vormen om de zes stedelijke gemeenschapskeukens te bevoorraden met tuinbouwproducten voor 2500 maaltijden per dag !

Voedselautonomie omvat méér dan spectaculaire acties en bestaat ook uit kleine initiatieven die kunnen bijdragen tot een andere manier van produceren en consumeren. Dat is het geval met de operatie On a maraîché sur la terre (We kweekten groenten op eigen bodem), die zoekt naar stukken land die er doelloos bijliggen omdat de eigenaars geen zin, mogelijkheid of tijd hebben om ze te bewerken, en die dan worden aangeboden aan jonge tuiniers die op zoek zijn naar land om iets op te verbouwen.

Om Namen veerkrachtiger te maken op het gebied van voeding en energie, moeten we andere gewoonten en levenswijzen aankweken en iedereen daaraan doen meewerken.

digitaal en vriendelijk

Door een deel van haar digitale data ter beschikking te stellen van de burgers, wil de stad Namen het openbaar bestuur transparanter maken, de inwoners beter informeren en de beleidsmensen helpen om beslissingen te nemen.

 

Welke wegenwerken zijn er voltooid of in uitvoering? Hoeveel kinderdagverblijven of lagere scholen zijn er in elk van de zesenveertig districten van het grondgebied? Hoeveel eenoudergezinnen of kinderen tussen 5 en 18 jaar zijn er? Welke graven zijn er geregistreerd op de dertig openbare begraafplaatsen van de entiteit? Waar bevinden zich de bibliotheken, de openbare vuilnisbakken? Waar zijn de opmerkelijke gebouwen en sites die men op oude foto's en ansichtkaarten aantreft ?

Dat zijn slechts enkele van de 173 geanonimiseerde datasets uit dertien thema's en honderd trefwoorden, die op de stadssite van Namen te vinden zijn. “Hoe meer data we hebben, hoe beter we ons grondgebied kunnen begrijpen en hoe beter we er gebruik zullen kunnen van maken”, stelt Samuel Nottebaert, geomaticaspecialist en sitemanager.

Namen is een van de eerste steden in België die sinds juni 2018 een Open Data-platform (of portaal) heeft. Het wil daarmee de informatiezoekende burger bijstaan, het stadsbestuur helpen bij het nemen van beslissingen en datzelfde bestuur ook doorzichtiger maken. Het is een transversaal project dat niet aan één afdeling gebonden is. Al die gegevens stonden reeds ter beschikking van de verschillende diensten en lokale besturen. “Andere steden hebben die informatie in de vorm van Excel-tabellen. Wij wilden ze echter toegankelijker maken door ze te combineren met de cartografie.

Bijna 5000 bezoeken per maand

In drie jaar tijd is de lijst met beschikbare datasets flink gegroeid. Vandaag wordt de site 4000 tot 5000 keer per maand geraadpleegd. Veel architecten downloaden bijvoorbeeld 3D-informatie uit Namen om hun projecten beter te visualiseren in hun directe omgeving. Veel van het materiaal dat online wordt geplaatst, is een reactie op de vraag van het publiek. Zo is het naar aanleiding van een verzoek van een burger dat er GPS-coördinaatbestanden zijn toegevoegd aan de kaarten van natuurwandelingen en routes. “We weten niet hoe ver we met die gegevens kunnen gaan. We willen het hergebruik ervan op een creatieve manier promoten, zowel bij de burgers als bij het bestuur en het onderwijs.

Voor de toekomst van de site blijven alle mogelijkheden open. Samuel Nottebaert wil graag meer communicatie met de burgers om feedback van hen te krijgen en om beter te zien welke gegevens nuttig zijn voor de economische ontwikkeling.

In dienst van de mobiliteit

Als we een dienst aangeboden krijgen, raken we eraan gewend. En we kunnen die heel vlug niet meer missen. In september 2020 lanceerde de stad haar intelligent vervoerssysteem. Een op kunstmatige intelligentie gebaseerde methode voor het bevorderen van de mobiliteit, die sinds januari 2019 werd uitgetest. In het zichtbare deel bestaat het uit een reeks panelen die langs de acht invalswegen van de stad en de boulevards rond de Corbeille staan opgesteld. Die lichtpanelen geven informatie over de verkeerssituatie, stellen andere routes voor, geven inlichtingen over de parkeerruimte in het stadcentrum en bieden multimodale alternatieven aan. De gegevens zijn afkomstig van zeventien omgevingscamera's die de reistijd op verschillende trajecten berekenen. “Ze voeren metingen uit en stellen statistieken over de evolutie van de reistijden op, doch ze maken geen voorspellingen”, aldus Michael Petit, hoofd van de gemeentelijke mobiliteitsdienst. Er zou bijvoorbeeld ook informatie moeten worden aan toegevoegd over de beschikbaarheid van plaatsen voor personen met beperkte mobiliteit.

Met dat systeem willen we een volledig beeld van de mobiliteit bieden ; het dient dan ook niet uitsluitend voor het autoverkeer. In de drukste bushokjes krijgt men informatie over de wachttijden voor de bussen. Fietsers krijgen ook inlichtingen over fietsparkeerplaatsen, fietsvoorzieningen en fietsroutes. Voor het ogenblik hebben de systeembeheerders besloten geen speciale toepassing ter beschikking te stellen, maar de gebruikers liever naar de portaalsite te verwijzen. “Het systeem is nog volop in ontwikkeling, maar zou zich binnen zes tot twaalf maanden moeten stabiliseren met meer realtime data. Op langere termijn zouden we voorspellingen moeten kunnen maken.

Binnenkort intelligente verlichting

Ook voor de verlichting van wegen zijn er veranderingen op til. Maar zelfs als er sensoren zijn aangebracht, kunnen we de verlichting nog niet aanpassen aan de drukte van het autoverkeer. Het stadsbestuur opteerde liever voor een veralgemeende dimming van de verlichting tussen 22 uur en 6 uur, wat nu dankzij de nieuwe LED-lampen al een besparing van 50 % mogelijk maakt. Uiteindelijk zou een beperkt aantal plaatsen, zoals de site van de Confluence en die van de Citadel, moeten worden uitgerust met een verlichting met variabele intensiteit op basis van het aantal wandelaars.

Het NID, om nieuwe ideeën te doen ontluiken

 

Hoewel de hoofdstad van Wallonië bekend staat om haar erfgoed, zoals de citadel en het belfort, om haar folklore, haar culturele rijkdom en haar autovrije centrum, toch ondergaat ze een voortdurende metamorfose. Evenzeer geeft ze blijk van creativiteit, zoals u op de volgende pagina’s kunt lezen, om een innovatieve dimensie toe te voegen aan haar aantrekkelijke en gezellige kant.

 

De toekomst van Namen ? Die loopt zeker langs het NID. Of je van een oever van de Maas of van de Samber komt, of je over de fiets en voetgangersbrug l’Enjambée loopt of uit de lucht valt, je zult niet naast het futuristische gebouw aan de Confluence kunnen kijken, dat het nieuwe uitstalraam van de Waalse hoofdstad is.

NID betekent “Namur intelligente et durable” (IDN of Intelligent en Duurzaam Namen). Symbolisch staat dat nieuwe gebouw voor een ontmoetings-, bezinnings- en gespreks- plaats, waar burgers kunnen discussiëren over de toekomst van hun stad. Een broedplaats voor de “architecten” van het nieuwe Namen. Om er meer over te vernemen, spraken we met Sophie Marischal, het jonge hoofd van het NID.

Hoe ontstond het NID?

Vanaf 2008 beseften we tijdens de weken over duurzame ordening dat de burgers graag in debat zouden gaan over de toekomst van hun stad. In 2015 hebben we een paviljoen voor stadsplanning opgericht, dat een ontmoetingsplaats was in het Stadhuis zelf. Dat instrument bleek echter een maatje te klein. Tegelijkertijd werd er een wedstrijd uitgeschreven voor het heraanleggen van de Grognon-site, die de Espace Confluence is geworden. Een emblematische plek, aangezien ze de wieg van Namen en de zetel van het Waals parlement is. Het lag dus voor de hand dat we daar een debatruimte voor de burgers zelf zouden creëren en van de site het uitstalraam van een intelligente en innovatieve stad maken.

Welke functies heeft dat gebouw?

Het NID heeft twee bouwlagen. Op het gelijkvloers, ter hoogte van de kaden van Samber en Maas, bevindt zich al een café-restaurant dat op de korte ketens is gericht. Maar de verdieping, die op het niveau van de esplanade ligt, zal binnenkort een voor de burgers bestemde ruimte krijgen, die aan intelligente en duurzame innovatie is gewijd. Die bestaat uit drie delen. Een ontvangstruimte waar aan de bezoekers uitleg zal worden gegeven over verschillende universele thema’s zoals de klimaatverandering en de nieuwe technologieën, om hun te tonen dat de steden verantwoordelijk zijn voor veel klimaatverstoringen, maar dat we kunnen reageren. Zo komen ze in het tweede gedeelte, waar het gaat over thema’s die om de twee jaar zullen veranderen. Nu bespreekt men er stadsontwikkeling in de ruime zin. Met behulp van een interactieve en ludieke scenografie zullen de bezoekers er kennismaken met de mobiliteitsproblemen in de stad, met de kosten voor stadsspreiding, alsook met digitale en menselijke intelligentie en met veerkracht. Door middel van virtuele werkelijkheid zullen ze zelf hun stad kunnen opbouwen door keuzes te maken. De derde ruimte is een debatruimte over het Namen van morgen, waar ze in een virtuele werkelijkheid kunnen rondgaan in het Namen van gisteren en van morgen, opdat ze zouden kunnen begrijpen waarom en hoe de stad is geëvolueerd.

Welke zijn de voornaamste uitdagingen waarvan de stad haar bevolking bewust wil maken?

De mobiliteit in het centrum van Namen en op de invalswegen, de klimaatverandering en de voedselautonomie zijn heel reële problemen, die het stadsbestuur hebben aangezet om samen te werken met panels van bewustgemaakte burgers. Er werd onderzoek gedaan naar plaatselijke oplossingen, zoals naar het autovrij maken van straten en de kwetsbaarheden van het Naamse grondgebied ten aanzien van de klimaatverandering. En de bewoners deden concrete voorstellen of zullen dat doen. Over het algemeen kan men zeggen dat we vooral moeten leren zien hoe Namen de overgang kan maken door er de inwoners bij te betrekken en door een beroep te doen op solidariteit. In dat opzicht werkt het NID echt als een interface tussen de burger en het beleid. Tegen midden oktober zou het volledig moeten ingericht zijn.

Het Paviljoen en de Kikk

Een andere emblematische plaats en een ander gebouw dat morgen een eersterangsrol zal spelen te Namen, is het vroegere paviljoen voor de Wereldtentoonstelling in Milaan uit 2015. Het werd door de Naamse architect Patrick Genard ontworpen in natuurlijke en flexibele materialen en won een prijs voor zijn ecologisch design. Dat gebouw met een oppervlakte van 2500 m2 werd door de Stad Namen aangekocht en weer opgetrokken op de esplanade van de Citadel, waar het een tweede leven begint, aangezien het nu helemaal gewijd is aan de digitale overgang. Via een ludieke aanpak, met een combinatie van kunst, wetenschap en technologie, zal het Paviljoen tentoonstellingen, workshops en voordrachten aanbieden. Het werd deze lente ingewijd met de tentoonstelling “Humans/Machines”, maar nu is het weer gesloten om de inrichting ervan af te werken en om de instellingen te optimaliseren met het oog op de grote opening in 2022.. Het permanente tentoonstellingscentrum verkeert in goede handen, aangezien het beheer ervan werd toevertrouwd aan de vzw Kikk, die het al tien jaar opneemt tegen de heersende opvattingen over creativiteit, en digitale technologieën, en wel via een samenwerkingsruimte die voorzien is van een Fab Lab, een platform voor kunstproductie, en natuurlijk via het Kikk Festival, waarvan de tiende uitgave gepland is voor 4 tot 7 november 2021.

 

 

Van de woonwagen in Louvain-la-Neuve
naar Barcelona

Voor Patrick Genard begint architectuur waar het bouwwerk eindigt. Deze multidimensionale bouwer uit Namen verweeft over de hele wereld het humanisme en het milieu in zijn projecten.Een buitengewone ontmoeting.

 

Norman Foster, Louis Kahn, Renzo Piano, Glenn Murcutt, Niels Torp, Ricardo Bofill, Manuel Nuñez, Peter Zumthor … We hebben het over deze grote architecten die de ruimte beeldhouwen en onze leefomgeving ontwerpen, deze verspreiders van welzijn die, zoals de Amerikaanse architect Louis Kahn (1901-1974) zei, de kunst van licht en stilte beoefenen. Onder hen Patrick Genard, een architect die enkele jaren geleden in België gekend raakte toen deze inwoner van Namen gevraagd werd om het Belgisch paviljoen te ontwerpen op de Wereldtentoonstelling van Milaan in 2015. Dit is slechts een van de stappen die hij heeft gezet sinds zijn verhuizing naar Barcelona.

De carrière van Patrick Genard kreeg vorm in 1978, een mijlpaaljaar waarin hij niet alleen zijn studies als ingenieur-architect aan de UCL op briljante wijze afrondde, maar ook toetrad tot de studio Taller de Architectura van Riccardo Bofill, een van de grootste namen in de architectuur. Hij bleef er vijftien jaar om het vak te leren. “Ik ontdekte Bofill in 1975, tijdens mijn studies in Louvain, herinnert de inwoner van Namen zich. Ik was gefascineerd door hem. En ik had het geluk dat ik met hem in Barcelona mocht samenwerken. Ik ging van mijn woonwagen in Louvain-la-Neuve naar een prestigieus atelier, aan de zijde van een grootmeester in de architectuur, bijna van de ene dag op de andere. Bofill is helemaal mens. Zodra hij je zijn vertrouwen geeft, is het totaal. Ik was nog maar net in zijn studio aangekomen toen hij me meteen naar Algerije stuurde om aan een heel groot project te werken. Ik was 24 jaar oud ! ”

Groen … met de Toearegs

Dit was nog maar het begin ! De jonge architect zette zijn leerperiode voort bij andere grote projecten in Zweden, Marokko en Japan. Met regelmatige uitstapjes naar het platteland, waar "de meester" het geheim van bezat. “Bofill is een echte teammanager. Op een dag nodigde hij ons allemaal uit in zijn villa op Ibiza om een paar dagen te praten over de vooruitzichten van de studio, toekomstige projecten en de filosofie daarachter … waarbij hij zijn team samensmeedde rond de diverse aspecten van het vak. Daarna bracht hij ons naar de streek van Tamanrasset, in het zuiden van Algerije, waar wij tien dagen lang midden in de woestijn woonden, met de Toearegs. Een onvergetelijke menselijke ervaring !” Dit menselijke en professionele avontuur heeft Patrick Genard in staat gesteld geleidelijk zijn eigen filosofie te smeden, die hij zowel in de mens als in de ruimte verankerd wil zien. “In werkelijkheid verbeeldt en ontwikkelt de architect uitwendige ruimtes, opdat de bewoners deze zo aangenaam mogelijk kunnen binnentreden ; dit is de kunst van de tegenspraak, aangezien deze uitwendige ruimtes kunnen worden weerspiegeld door het inwendige geluk. Het gaat er dus om de leegte te creëren, zodat die door de mensen kan worden opgevuld…”

Leonardo da Vinci, zijn leermeester?

Deze filosofie maakt deel uit van de lessen die uit de Oostenrijkse architectuur van de jaren tachtig zijn getrokken. In het hart van de Oostenrijkse deelstaat Vorarlberg, nodigde een groep architecten de inwoners uit tot een uitgebreide bezinning die hen ertoe bracht een leefomgeving met duurzame ontwikkeling te ontwerpen, verankerd zowel in de natuur van de plaatsen als in het leven van de burgers. “Deze verworvenheid is het resultaat van de toepassing van drie fundamentele en elkaar aanvullende beginselen : Moderne architectuur moet esthetisch wenselijk, bouwkundig redelijk en maatschappelijk verantwoord zijn. Men zou met een metafoor kunnen zeggen dat deze filosofie voor de architectuur zelf is wat de Man van Vitruvius [Leonardo da Vinci's beroemde tekening van een man binnen een cirkel en een vierkant n.v.d.r.] is voor de menselijke architectuur.”

Dit doet ons denken aan wat Patrick Genard in 2014 op de website Architectura vertelde : “Ik was graag in Italië geboren tijdens de Renaissance en had graag Leonardo da Vinci als leermeester gehad ! ”

De jonge architect, Patrick Genard (met groene jas) in Barcelona, naast Ricardo Bofill, de architect die hem het vak leerde.

«Moderne architectuur moet esthetisch wenselijk, bouwkundig redelijk en maatschappelijk verantwoord zijn.»

 

Het Belgisch paviljoen op de Wereldtentoonstelling van Milaan

Na als conceptueel directeur projecten te hebben geleid voor Ricardo Bofill, besloot de Naams-Catalaanse architect in 1994 zijn eigen architectuurstudio op te richten, omdat hij vond dat de tijd gekomen was om op zijn eigen benen te staan. Het eerste project van de jonge studio Patrick Genard & Asociados was de bouw van een hotel in Marokko, in Essaouira. Daarna volgden tweelingtorengebouwen in Casablanca, andere in Abidjan en Guinee, een hotel voor de Mansour-keten in Marokko … Hoewel het concept van duurzame milieuarchitectuur vandaag erg in de mode is, ging Patrick Genard in 2015 tot het uiterste toen hij het Belgische paviljoen voor de Wereldtentoonstelling van Milaan ontwierp. Een ‘zero waste’paviljoen ontworpen volgens het architectonische principe van de ‘kwab’-stad, waarin het stedenbouwkundig plan architectuur wordt, met de woonwijken als de gebouwde massa's van het paviljoen. Licht en uitzicht op de buitenomgeving vloeien tussen hen in… Zes jaar later werd dit paviljoen, dat in Milaan zeer goed werd onthaald, opnieuw opgebouwd zoals het oorspronkelijk was, op de esplanade van de Citadel van Namen. “Het is prachtig voor mij, want ik heb het grootste deel van mijn jeugd op deze plek gewoond,” lacht de architect, trots op het resultaat.

Het Belgisch paviljoen op de Wereldtentoonstelling van Milaan

Patrick Genard, intra(Na)muros

Namen ? Voor mij is het vooral de Citadel ! ” Dit is de hartenkreet van Patrick Genard, de Catalaanse architect, wanneer hij terugkeert naar de plaats van zijn kindertijd en jeugd. En hij kan niet stoppen met praten over dit magische woord. “De Citadel ? Daar heb ik over mijn eerste rotonde onderhandeld, toen ik 5 of 6 jaar oud was, in een trapauto op het circuit van de Koningin Fabiola-vlakte. Toen ik verkenner was in de scoutsgroep Pic, bevond ons gebouw zich in een oud fort op de Citadel. Het was ook daar, tegenover het kasteel van Namen, dat ik tenniste, na vijf kilometer fietsen vanuit Flawinne ! En toen ik 18 was, organiseerde ik in een kamer op dezelfde speelplaats mijn eerste feesten als diskjockey. Tot slot was het daar dat ik 50 jaar geleden mijn eerste ‘novia guapissima’ (allermooiste vriendin, nvdr) Cecile Mertens ontmoette, nu de echtgenote van Michel Leconte. We zijn goede vrienden geblevenen ik zie hen elke keer als ik naar Namen ga …” Onnodig te zeggen dat anekdotes het gesprek overspoelen wanneer de vrienden samenkomen..

Bekroond door de stad Barcelona

In feite, waar is Patrick Genard het meest trots op ? Op zijn carrière ? Op zijn succes ? “Vijftien jaar geleden ontwierp ik een villa voor een particulier. Toen ik hem onlangs weer zag, zei hij tegen mij : “Mijnheer Genard, elke morgen ben ik blij dat ik in dit huis wakker word ! Ik denk dat is waar ik het meest trots op ben. De droom van een eigenaar te hebben kunnen delen en hem gelukkig te hebben gemaakt in een omgeving die hem gelukkig maakt, dat is prachtig ! ” De architect is even gelukkig als trots dat hij in 2009 de prijs voor architectuur en stedenbouw van de stad Barcelona heeft gekregen voor de bouw van het hoofdkantoor van Mediapro, het audiovisuele centrum van de stad en van haar universiteit. “Voor een ‘allochtone’ architect in Catalonië, was dat geweldig !”

.

Het was voor dit gebouw, waar zich het audiovisueel centrum en de universiteit van de stad bevindt, dat Patrick Genard de Prijs voor Architectuur en stedenbouw van de Stad Barcelona ontving.

BIO EXPRESS

  • 1954: Geboren in Namen
  • 1978: Afgestudeerd als burgerlijk ingenieur-architect aan de Université Catholique de Louvain. Na een stage van zes maanden in het architectenbureau van Ricardo Bofill in Barcelona, leert hij 15 jaar lang het vak bij hem. Hij werd zijn associé als project manager.
  • 1989: Bouw van de Swift-kantoren in Terhulpen, als medewerker van het atelier van Ricardo Bofill
  • 1994: Hij richtte het architectuurbureau Patrick Genard & Asociados op in Barcelona. Talrijke woningbouw-, openbare en commerciële projecten over de hele wereld
  • 2009: Hij ontwierp het hoofdkantoor van de televisiegroep Mediapro in Barcelona, waarvoor hij de prijs voor Architectuur en Stedenbouw van de stad kreeg
  • 2014: Hij won de wedstrijd voor het Belgisch paviljoen op de Wereldtentoonstelling van Milaan in 2015, in samenwerking met architect Marc Belderbos en aannemer Besix-Vanhout
  • 2020: Dit paviljoen wordt herbouwd op de esplanade van de Citadel van Namen

 

Mijn grootste passie

Ik werd in Namen geboren en ben 45 jaar. Mijn graduaatsdiploma fotografie haalde ik bij Sint-Lucas in Luik. Ik begon als zelfstandig persfotograaf voor verscheidene kranten en werkte later voor het Brusselse persagentschap Isopress. Daar maakte ik vooral foto’s van politici en van de koninklijke familie. Ik heb ook veel portretten gemaakt, meer bepaald voor economische tijdschriften.

Drie jaar geleden begon ik me toe te leggen op toeristische fotografie, waardoor ik opnamen van landschappen kon maken, mijn grootste passie. Ik heb ook verscheidene licenties behaald voor het besturen van drones. Ik ben er dol op in de ochtend met mijn fototas de natuur in te trekken.

Ik beschouw mezelf als een schepper van beelden, foto’s en video’s voor de communicatie van grote en kleine ondernemingen, voor particulieren en voor overheidsdiensten.

Ik werk eigenlijk nog alleen in Wallonië, een mooie en diverse streek, waar ik heel veel van hou.



FRANSTALIGE VROUW VAN HET JAAR

Marie du Chastel, de energieke curator van het Naamse festival KIKK, het trefpunt voor digitale kunstenaars, ontving in Tunis de Prijs voor de Franstalige vrouw van het jaar 2020. Ze koesterde altijd al een passie voor creatie en wijdt zich nu met hart en ziel aan verschillende culturele projecten en verenigingen.

 


© Simon Fusillier

U beheert het KIKK-festivalprogramma sinds eind 2011. Hoe begon u aan dit avontuur ?

Ik was de eerste medewerkster van de vzw die door Gilles Bazelaire en Gaëtan Libertiaux werd opgericht. Ik leerde hen kennen toen ik voor Getyoo werkte, een start-up die interactieve systemen voor evenementen ontwierp. Zij nodigden mij uit als spreker bij WIF, de voorloper van KIKK. Enkele maanden later, kort na de eerste editie van het festival, werd ik lid van het team. Ik had geen achtergrond als kunstcurator maar was altijd geboeid geweest door technologie en kunst.

Het festival is uitgegroeid tot een groot internationaal evenement …

Zijn DNA en filosofie zijn hetzelfde gebleven. De onderwerpen die behandeld worden zijn met het bedrijf mee- geëvolueerd en we gebruiken ondertussen meer media. Van een lokale bijeenkomst op basis van lezingen, een paar workshops en een hackathon die 500 mensen bereikte, zijn we uitgegroeid tot een festival met 30 000 deelnemers uit vijftig landen. Naast lezingen bieden wij nu ook een rondleiding langs artistieke installaties door Namen met KIKK in town, workshops voor kinderen, feestjes… Er zijn zo'n twintigtal plaatsen tot leven gewekt. Ook het gedeelte Pro, waar gemiddeld 3000 ontwerpers, kunstenaars, ontwikkelaars en onderzoekers aan deelnemen, is uitgebreid.

Het festival is één van de pijlers van KIKK vzw, wat zijn de andere ?

Het festival is slechts het topje van de ijsberg. Wij beheren ook de Trakk, een multidisciplinaire creatieve hub in het hart van het centrum, met een Fab Lab, een coworking space en een studio voor creatie. Men kan er werken, een opleiding volgen of andere projectdragers ontmoeten. Het is meer dan gewoon een fysieke locatie, het is een start-up gemeenschap. Daarnaast werd het beheer van het Paviljoen, een permanente tentoonstellingsruimte die half maart in gebruik werd genomen, aan onze activiteiten toegevoegd. Het gebouw, dat vroeger het Belgisch paviljoen was op de wereldtentoonstelling van Milaan in 2015, krijgt een tweede leven vlakbij de Citadel. Het is volledig gewijd aan de digitale overgang. Onze vierde pijler ten slotte is een productieplatform voor digitale kunstenaars uit de Federatie Wallonië-Brussel, maar ook uit het buitenland. Zij kunnen bij ons terecht voor advies, budgetten, woonplaats… Elk van deze projecten voedt de andere, en dat is de kracht van onze aanpak.

Wat is uw bijdrage aan deze verschillende activiteiten ?

Ik beheer de programmering van het festival en het Paviljoen. Verder houd ik mij bezig met de productie en de strategische oriëntaties van de vzw. Alles wat wij doen is een combinatie van kunst, wetenschap, ondernemerschap en het digitale. Een van onze doelstellingen is deze disciplines open te stellen en samen te brengen. Ons publiek bestaat uit kunstenaars, start-ups, studenten, ondernemers… Deze multidisciplinariteit en multiculturaliteit zorgen voor geweldige uitwisselingen, die op hun beurt nieuwe culturen, innovatie en inspiratie doen ontstaan.


De Trakk is een multidisciplinaire creatieve hub in het centrum van Namen.

De editie 2020 van het festival werd aan de vooravond van de lockdown in november geannuleerd, hoe wordt de editie 2021 voorbereid ?

Twee weken voor het evenement hebben wij alles moeten annuleren. We hebben overwogen om het online te laten doorgaan, maar dan hadden we het formaat opnieuw moeten bekijken. Een opname van monumentale installaties of vijfenveertig lezingen van een uur die online moesten worden overgezet, had niet veel zin. De kracht van KIKK ligt in de toevallige ontmoetingen en gesprekken bij een kopje koffie. Het is aartsmoeilijk om dat virtueel na te bootsen. Wij werken momenteel aan hybride formaten om in het geval van een nieuwe lockdown terug te kunnen veren voor de editie van 2021, tevens de tiende verjaardag van het festival. Wij richten ons op grotere zalen en meer buitenruimtes om de bezoekersstromen beter te controleren.

Wordt het thema True/False van 2020 ook het thema van 2021 ?

In 2020 was het idee om fake news aan te pakken, de invloed van sociale netwerken, influencers en zelfmarketing, alsook de absurditeit die daarmee gepaard gaat. De voorstellingen en tentoonstellingen die gepland waren, zijn niet verenigbaar met de gezondheidscrisis. Bovendien waren er dingen om aan te raken, kleine ruimtes… Wij gaan van onze verjaardag gebruik maken om in de tijd terug te gaan en al het verrichte werk te laten zien. Het wordt een stimulerende, verkennende en multidisciplinaire editie. Sommige werken kunnen, om het even waar ze zich bevinden, vanop afstand geactiveerd worden en in interactie treden met het publiek.

“ De kracht van KIKK ligt in de toevallige ontmoetingen en gesprekken bij een kopje koffie.”

 


© Philippe Pireau
Het Pavillon is een nieuwe, in maart ingewijde tentoonstellingsruimte voor digitale cultuur.

Op welk project bent u het meest trots ?

Ik vond het geweldig om mee te werken aan het project AfriKK, dat zich richt op Afrikaanse culturen en diaspora's, en dat twee jaar geleden van start is gegaan. Het idee is om de omvang van de plaatselijke verbeeldingskracht en digitale creaties te laten zien. Voor de eerste editie konden een tiental Afrikaanse artiesten naar Namen komen, maar helaas was dat in 2020 niet mogelijk. Een van de doelstellingen was de westerse visie op technologie te doorbreken. Science fiction in ons land is grotendeels gebaseerd op de film Een zwerftocht in de ruimte, met een wit, koud en zeer aseptisch universum, dat helemaal niet past bij het beeld dat Afrika ervan heeft. Verschillende creatieve stromingen, zoals het Afrocyberfeminisme of het Afrofuturisme, pakken dit onderwerp op en combineren folklore, tradities en technologie. Echt geweldig !

U bent in 2020 verkozen tot Franstalige vrouw van het jaar door de Internationale Vereniging van Franstalige Burgemeesters. Wat betekent deze titel voor u ?

Het was de stad Namen die mijn kandidatuur voorstelde, ik had helemaal niet gedacht dat ik zou winnen. De ceremonie vond plaats in Tunis in december. De pandemie was op dat ogenblik onder controle en dus kon de gebeurtenis gewoon fysiek plaatsvinden. Ik kreeg de prijs uit handen van Anne Hidalgo, een mooi moment. Ik zie het als een beloning voor het hele team. Een erkenning van al het werk van de afgelopen tien jaar en een mooi hoogtepunt voor de vzw KIKK.

Wat vindt u het leukst in uw beroep ?

Ik ben van nature nieuwsgierig en mijn rol als curator stelt mij in staat betaald te worden om mijn nieuwsgierigheid te bevredigen ! Ik hou ervan te reizen, artiesten te ontmoeten en naar festivals te gaan. De rol van curator bestaat erin een verhaal te vertellen en een dialoog tot stand te brengen. Het doel ervan is gevoelens, emoties of gevoeligheid over te brengen door middel van projecten. Met kunst kan je doen wat je wil. Er zijn geen verplichtingen wat schoonheid, middelen of eerbied voor sociale normen betreft. Cultuur biedt een enorme vrijheid en maakt het mogelijk om grenzen te overschrijden. Dat sluit perfect aan bij mijn persoonlijkheid.

 

de eerste pilotenschool in België


© EspaceDrone

EspaceDrone werd gesticht in Liernu en is nu gevestigd op het vliegveld van Namen. De school heeft al meer dan 1300 piloten opgeleid. Maar wie zijn die knotsgekke kerels met hun ... onbemande vliegtuigjes ?


Foto’s nemen op moeilijk bereikbare plaatsen, in het oog houden van gevaarlijke plekken en zones, originele opnames maken voor films en documentaires, nieuwe gezichtsvelden zoeken ... Een tiental jaar geleden was het al duidelijk dat drones heel wat mogelijkheden boden op uiteenlopende gebieden. Maar hoewel men er veel over sprak, was het gebruik ervan heel bescheiden wegens een vleugellamme wetgeving. Het koninklijk besluit van 10 april 2016 schiep klaarheid en regelde het dronegebruik, dat snel toenam dankzij het geven van vergunningen. Want terwijl eender wie in zijn tuin kan spelen met een toestelletje van een paar honderd gram, heeft men voor zware krachtige drones een vergunning nodig. En sinds de eerste Belgische school voor drone-piloten in 2014 haar deuren opende in Liernu, hebben Renaud Fraiture en zijn instructeurs er al meer dan 1300 opgeleid. We ontmoetten de baas van de school EspaceDrone, die nu in Temploux, op het vliegveld van Namen, gevestigd is.

Eerst wat uitleg over drones ...

Je kunt ze onderverdelen in twee grote groepen: de multi-copters, met hun zeer uiteenlopende omvang en gewicht, die door verscheidene motoren worden aangedreven, en de fixed wing drones, die op kleine vliegtuigjes lijken. Ze bestaan in alle maten en in alle prijzen, van speeltjes van 100 gram die 50 euro kosten, tot luchtvaartuigen met prijzen van verscheidene duizenden euro, naargelang de prestaties en de uitrustingen (bestand tegen regen en wind, geschikt voor nachtvluchten enz.). Een professionele drone kost al vlug 1500 tot 15 000 euro. Voor sommige toepassingen, zoals drones met een camera, is er een tweede speciale bediening nodig.

Welke vergunning heb je nodig en hoe kan je die verkrijgen ?

Om met een drone te spelen in je tuin of op een privé eigendom, heb je, behalve de toestemming van de eigenaar, geen enkele vergunning nodig. Maar zulk een drone moet dan minder dan één kilogram wegen en minder dan 10 meter hoog vliegen. Om een drone voor commerciële doeleinden te gebruiken, moet je eerst bij een erkende en vergunde school een opleiding volgen om een vliegbewijs te krijgen. Naargelang de speciale kenmerken van het toestel en het gebruik dat je er wilt van maken, moet dat een vergunning van klasse 1 of van klasse 2 zijn. Momenteel zijn er in België 2000 tot 2500 piloten die in het bezit zijn van een vergunning van klasse 1 – die de volledigste is – terwijl ongeveer de helft van dat aantal een vergunning van klasse 2 heeft. Er bestaan ook specialisatieopleidingen, die echter niet verplicht zijn, zoals voor thermografie (het meten van warmteverlies in gebouwen), fotogrammetrie (3D-opmeting in het kader van stedenbouwkundige projecten), video’s, onderhoud, hulpverlening …


© EspaceDrone

De regelgeving die werd vastgelegd door het Koninklijk Besluit van 10 april 2016, bepaalt ook de vliegvoorwaarden …

Die regelgeving werd opgesteld in samenwerking met het DGLV (Directoraat-Generaal Luchtvaart) en met Skeyes, de luchtverkeersleider. Om te vliegen, moet je naar een internetplatform surfen, momenteel naar droneguide.be. Naargelang de gekozen zone, zal de gebruiker zien of de daarbij horende vliegvoorwaarden overeenstemmen met die van zijn vergunning. Hij moet die natuurlijk in acht nemen. Wanneer het om een moeilijke zone gaat, bijvoorbeeld omdat ze gelegen is in de nabijheid van zones waarover niet mag worden gevlogen, kunnen de houders van een vergunning van klasse 1 een uitzondering aanvragen, die zal worden onderzocht en al dan niet toegestaan. Uit veiligheidsoverwegingen moeten piloten van klasse 1 de controleurs verwittigen wanneer ze gaan opstijgen.

En de nieuwe Europese wetgeving ?

Die wordt verwacht tegen 1 januari 2021 en ze gaat het systeem helemaal veranderen. Er werd een nieuwe luchtvaartkaart voor drones getekend en, in samenwerking met de burgemeesters, de politie, het leger, de luchtverkeersleiders, de natuurgebieden, de gevangenissen, de kerncentrales ... zal elke lidstaat open zones moeten creëren – met weinig risico op de grond en in de lucht – alsook speciale zones – met meer risico. De vereiste bekwaamheden moeten in verhouding staan tot de risico’s. Die wetgeving wil het kader eenvormig maken en het systeem liberaliseren om de business binnen de Europese Unie te bevorderen. Hoewel de classificatie heel ingewikkeld belooft te worden, zal een gebruiker die over een Europese vergunning beschikt, toch merken dat het leven hem heel wat gemakkelijker werd gemaakt. Bij EspaceDrone zijn alle opleidingen al geschoeid op de leest van die nieuwe wetgeving.

U zegt dat u al 1300 leerlingen hebt opgeleid bij EspaceDrone. Wie zijn dat ?

Ongeveer 55% van onze klanten zijn heel grote ondernemingen zoals Infrabel, RTL-TVI, RTBF en Greenpeace, alsook de diensten van het kadaster en Elia; deze laatste gebruikt drones om de staat van de elektriciteitspylonen te controleren. Tussen 40 en 45% zijn kleine KMO’s en zelfstandigen, die een drone gebruiken voor hun beroepsactiviteiten. Bijvoorbeeld installateurs van zonnepanelen om de staat van de cellen ervan na te gaan, landbouwers, landmeters, architecten, vastgoedbedrijven die de staat van gebouwen controleren met behulp van een drone … Sommige gebruiken ook drones voor het organiseren van evenementen voor ondernemingen of gezinnen. Ten slotte bestaat 2% uit particulieren voor wie drones een hobby zijn. Ze zouden zich kunnen aansluiten bij modelbouwclubs, maar dan zou hun ruimte veel beperkter zijn. Al die leerlingen worden opgeleid met onze drones met dubbele bediening en, wanneer ze hun vergunning op zak hebben, helpen we hun bij het kiezen van het product dat het meest geschikt is voor het gebruik dat zij er willen van maken. Een drone om les te geven, is natuurlijk anders dan een drone om scheurtjes op te sporen …

“ Ongeveer 55% van onze klanten zijn heel grote ondernemingen zoals Infrabel, RTL-TVI, RTBF en Greenpeace, alsook de diensten van het kadaster en Elia; deze laatste gebruikt drones om de staat van de elektriciteitspylonen te controleren.”


Hoe zit het met het vervoer van goederen ?

In België is goederenvervoer nog steeds verboden, behalve voor wie een vergunning van klasse 1 heeft en betaalt voor die uitzonderlijke toelating. Om de risico’s zoveel mogelijk te beperken, moet de gebruiker uitleggen waarom hij die aanvraag indient. Zo is het al gebeurd dat medische of hulpdiensten bloed, geneesmiddelen, defibrillatoren vervoeren en zelfs om boeien op zee af te werpen. In die gevallen is dat verantwoord, want het dient om levens te redden. Maar, gelet op het grote aantal burgerlijke en militaire vliegvelden in België, zou het daarentegen absurd zijn het luchtverkeer te willen reorganiseren om een paar schoenen of pizza’s door de lucht te kunnen vervoeren. Hoe zou men die trouwens moeten afwerpen: met een valscherm of een net?

In de Verenigde Staten heeft Wing, een dochteronderneming van Alphabet (Google), toestemming gekregen om, in samenwerking met FedEx, drones in te zetten in Virginia. Ook de Noord-Amerikaanse postonderneming UPS heeft onlangs groen licht gekregen, terwijl Amazon en Uber van ongeduld staan te trappelen om hun drones te gebruiken voor heel specifieke leveringen. Een dienstverlening die heel nuttig zou zijn geweest tijdens de lockdown …

Hoewel dergelijke aankondigingen dikwijls viraal gaan om mensen nieuwsgierig te maken, worden er in veel landen toch testen uitgevoerd en massaal aanvragen ingediend. In België kan men bubbels vormen om dat soort tests te verrichten. Zelf ben ik “provider” bij Skeyes geworden. Ik kreeg toestemming om in Liernu een geprivatiseerde bubbel met een diameter van 4 kilometer en een hoogte van 1500 voet te maken. Wanneer ik toelating krijg om die te activeren, mag er niemand (vliegtuigen, helikopters, ultra lichte vliegtuigen met motor …) meer binnen in die bubbel. Zo kan ik die zone gebruiken om drones te laten vliegen buiten het wettelijk kader, bijvoorbeeld om te vliegen tijdens de nacht of op een driemaal grotere hoogte en over langere afstanden. Ik kan er ook tests in uitvoeren, zoals voor het vervoeren en afwerpen van voorwerpen, voor verstuivingen, om iets te slepen ...


© EspaceDrone

Mannelijke bij
In het Engels (en ook in het Oudnederlands) betekent “drone” mannelijke bij (of dar). In de jaren 1930 werd die bijnaam door de Engelse artillerie gegeven aan een traag vliegtuig dat als doel bij schietoefeningen werd gebruikt en waarvan het geluid op dat van een hommel leek.


U organiseert ook Drone Days voor vakmensen ?

De zesde uitgave zou op 22 oktober moeten plaatsvinden in Tour & Taxis. Ze zal gaan over de professionele wetgeving en de veiligheid, een terrein dat volop in evolutie is. Zelf leg ik me momenteel vooral toe op veiligheid en inspectie. Ik ben een partnerschap aangegaan met Engie en we zijn bezig een autonome drone te maken die voorzien is van speciale sensoren met 60 miljoen pixels voor het controleren van de wieken van windturbines, om eventuele microscheurtjes te ontdekken …

“ Maar, gelet op het grote aantal burgerlijke en militaire vliegvelden in België, zou het daarentegen absurd zijn het luchtverkeer te willen reorganiseren om een paar schoenen of pizza’s door de lucht te kunnen vervoeren. ”


www.espacedrone.be

VOOR EEN LUNCH OP HET WATER

BelRive, het bootrestaurant van Gianni Loggia, herken je aan het uithangbord in de vorm van een dikke witte bol, bevestigd op het dek. Het ligt aan de voet van de citadel van Namen, ter hoogte van de Grognon. Elk gerecht wordt gedegusteerd met op de achtergrond het zachte geklots van de Maas.


Als de ‘BelRive’ inmiddels niet meer weg te denken is uit het Naamse landschap, net als de citadel, het hospice Saint-Gilles en de beelden Djoseph en Francwès op de place d’Armes, dan was dat zeker niet het geval in 2016, toen Gianni Loggia en zijn vennote Agnès Collet dit ‘restaurant op het water’ openden. Op die manier wilden ze de rust en de charme aan de oevers van de Maas in de verf zetten. “Daarom kwam die grote witte bol er ook”, lacht Gianni. “ We wilden de aandacht van de voorbijgangers trekken met een kunstwerk dat de boot vanaf de boulevard zichtbaar maakt.

Van Givet tot Grasse en Club Med

Het parcours van de patron lag misschien niet in de lijn van een dergelijk avontuur. De familie Loggia, die zoals haar naam het aangeeft Italiaanse wortels heeft, vestigde zich in Givet, waar de kleine Gianni werd geboren. Maar … er was niet voldoende zon in het noorden voor de vader van het gezin, die dan ook mediterraner oorden opzocht. Zijn zoektocht naar de zon bracht hem in Grasse, de wereldhoofdstad van de parfums, gelegen tussen de zee en de bergen in, waar hij een café zou openen, dat zowel door zijn naam als zijn kenmerken de aandacht trok: ‘Manneken Pis’, waar meer dan 200 bieren worden opgediend, hoofdzakelijk Belgische natuurlijk!

Gianni bleef in Givet en liep school in Doische. Toen hij 15 was, reisde hij zijn vader achterna, en omdat het bloed kruipt waar het niet gaan kan, ging hij hotelwezen studeren – hij wordt sommelier – waarna hij tijdens zijn reizen professionele en persoonlijke ervaring opdeed. “Ik was seizoensmedewerker bij Club Med ”, vertelt hij. “ Ik bracht de zomers door in badplaatsen en de winters in skigebieden, met verschillende chefs. Op die manier leerde ik ontzettend veel, zowel op menselijk als op professioneel vlak. Ik leerde ook tal van smaken en culturen kennen via de verschillende keukens”.

Na tien jaar van ontdekkingen voelde Gianni de behoefte om terug te keren naar zijn wortels. Naar het Belgische deel ervan althans, want de chef en sommelier breidde zijn palet uit met de brasserie van het Casino van Dinant. Hij was tevens actief in het restaurant ‘Le Couvent du Bethleem’, ook in Dinant, en vervolgens ook in het voormalige hotel Novotel, in Wépion.


© ByCM

Op het dek in de Naamse zon

Zijn carrière nam een nieuwe wending wanneer hij toetrad tot het team van traiteur Pierre Paulus, die een woonschip in Namen had aangekocht. Dat huurde hij om er banketten te organiseren. Maar Gianni werd al snel verliefd op deze boot, die nog niet volledig was ingericht, omdat hij alleen als receptiezaak werd gebruikt. Gianni zag het potentieel er echter van in, en besloot hem om te vormen tot permanent restaurant. Op die manier werd het binnenste van de aak een polyvalente ruimte die ook voor privégebruik of vergaderingen kan worden gehuurd. Het bovendek werd ingericht als bijzonder licht en gezellig panoramisch restaurant.

Sinds mei 2016 kunnen gasten die houden van een etentje op het water genieten op het prachtige terras op de ‘pont Soleil’, met aan de ene kant de rechteroever van de Maas en de schitterende art-nouveauvilla Villa Balat en aan de andere kant het Elysette, zetel van de Waalse regering en het voormalige Hospice Saint-Gilles, waar het Waals Parlement gevestigd is.

Streekgerechten op het water

Deze filosofie komt volledig terug in de multiculturele kaart die Gianni en zijn team aanbiedt, naast de schitterende wijnen, met een Burrata Pugliese naast tartaar op Thaise wijze of kipfilet teriyaki. Dat alles tegen redelijke prijzen. “Ik probeer zoveel mogelijk te werken met lokale producten en de rijkdom van onze streek te benadrukken”, vertelt hij. “Daarom vind je bij Le BelRive nooit een overvolle kaart met 40 of 50 gerechten. Al onze gerechten worden bereid met zoveel mogelijk seizoensproducten en een tiental schotels volstaat om te genieten van een fijne maaltijd en een gezellig moment.

Le BelRive
Quai des Chasseurs Ardennais 4
B-5000 Namur
+32 (0) 81 22 65 79
www.lacuisinedubelrive.be

Terwijl toeristen die een streek willen ontdekken, vooral geïnteresseerd zijn in cultuur, bezienswaardigheden, wandelingen, gastronomie, sport en spel, zijn directeuren van bedrijven regelmatig op zoek naar voorzieningen om een vergadering, evenement of teambuildingactiviteit voor hun personeel te organiseren.

 

Binnen de Fédération du Tourisme de la Province de Namur bestaat al tien jaar een afdeling voor zakentoerisme om hen bij hun zoektocht te begeleiden. Deze afdeling genaamd Namur Congrès is een unieke gesprekspartner en waardevolle schakel tussen het aanbod en de vraag naar Meetings, Incentives, Congressen en Events (MICE).

Namur Congrès verenigt en coördineert het aanbod van de ongeveer 150 MICE-bedrijven in de provincie Namen (zakenhotels en -onderkomens, conferentie- en congrescentra, evenementenlocaties, incentiveactiviteiten). Dankzij deze continu bijgewerkte database (www.namurcongres.be) en zijn grondige kennis van de sector biedt Namur Congrès logistieke hulp aan zakelijke beslissers en bestuurders van verenigingen door hen snel, gratis en efficiënt naar de plaatsen en dienstverleners te sturen die het beste aan hun verwachtingen voldoen.

Concreet gaat het team van Namur Congrès bij elke aanvraag persoonlijk te werk. De afdeling wint eerst zo veel mogelijk informatie bij de klant in om de aanvraag af te bakenen, waarna ze haar partners raadpleegt en hun beschikbaarheid controleert. De klant ontvangt zo in zeer korte tijd meerdere goede en gerichte aanbiedingen, die hij rustig kan bestuderen voordat hij een keuze maakt. Dit levert ontegenzeglijk gemak en tijdwinst op!

Namur Congrès
Fédération du Tourisme de la Province de Namur
Avenue Reine Astrid 22/2 - 5000 Namur
081/77 67 58
[email protected]
www.namurcongres.be

De vakbeurs Bois & Habitat wordt dit voorjaar alweer voor de twintigste keer gehouden in de hallen van Namur Expo. Het thema van dit jaar is ‘hout in de bouw, vroeger, nu en in de toekomst’, wat aantoont dat dit materiaal inmiddels blijvend in onze gewoonten is verankerd.


Etienne Bertrand, een ondernemer met een passie voor architectuur, is ervan overtuigd dat hout het woonklimaat kan verbeteren. In 1999 kondigt hij aan dat hij een vakbeurs wil organiseren om dit materiaal weer dezelfde rol te laten spelen als in de tijd van onze verre voorouders. De aanwezige professionals zijn stomverbaasd. Velen roepen dat hij gek is. Mensen die geboren zijn met een baksteen in hun maag en elke dag verleidelijke combinaties van beton, staal en glas voorgeschoteld krijgen, zijn moeilijk ervan te overtuigen dat hout ook interessant kan zijn. Maar Bertrand is niet gek. Hij heeft lef en een goed ontwikkeld gevoel voor communicatie. Hij houdt nog meer lezingen om de aandacht van het grote publiek te trekken en wanneer de beurs Bois & Habitat in Namen voor het eerst haar deuren opent, worden de circa zestig exposanten overweldigd door maar liefst 5000 bezoekers. Hoewel ze goed hebben aangevoeld dat deelnemen aan het evenement beter is dan wegblijven, geloven deze ‘verkenners’ er niet echt in. En de bezoekers geloven er eigenlijk niet veel meer in. Velen zijn niet gekomen met de bereidheid om zaken te doen maar met een zak vol vooroordelen: een houten huis is iets uit de Middeleeuwen, is alleen goed voor chalets en blokhutten, brandt binnen de kortste keren af en vernietigt bovendien de mooie Waalse bossen! Kortom, veel bezoekers zijn alleen uit nieuwsgierigheid afgereisd. Ze zijn ervan overtuigd dat de beurs bij de eerste tegenslag in elkaar zal storten, waar ze bij het haardvuur nog lang om zullen lachen in hun stevige betonnen bouwsels.

Tussen de 15.000 en 20.000 bezoekers

Twintig jaar later lacht niemand meer. De beurs is niet in elkaar gestort, maar trekt juist drie keer zo veel bezoekers en in sommige jaren zelfs vier keer zo veel. Dankzij dit succes is de beurs geleidelijk uitgebreid met interieurinrichting en meubilair. En omdat de 10.000 m2 grote beursvloer plaats biedt aan maximaal 180 exposanten, is in 2007 een kleinere beurs genaamd Energie & Habitat ontstaan, die in oktober op dezelfde locatie wordt georganiseerd.

De herhaalde inspanning van de beursorganisatie, de onophoudelijke informatieverspreiding door professionals, de technologische ontwikkelingen in de houtsector en de energiecrisis (waarschijnlijk het zwaarst wegende argument) hebben ertoe geleid dat hout niet meer in het verdomhoekje zit. Na drie eeuwen in de schaduw van beton en staal te zijn weggekwijnd, staat hout nu weer in de schijnwerpers. En de talrijke kwaliteiten van het materiaal lijken plotseling vanzelfsprekend. Het is een levend, gezond en warm materiaal, dat bijdraagt aan het wooncomfort. Door zijn uitzonderlijke mechanische eigenschappen zorgt hout bovendien voor zeer sterke en duurzame constructies, terwijl een grote bouwkundige flexibiliteit mogelijk blijft. Maar hout is vooral ecologisch, hernieuwbaar en recyclebaar. Het is een natuurlijk isolatiemateriaal met hogere thermische waarden dan veel andere bouwmaterialen, terwijl voor de verwerking ervan veel minder energie nodig is. Kortom, de Belgen hebben eindelijk begrepen dat het voor hun gezondheid interessant kan zijn om voor een ander materiaal te kiezen dan baksteen. Dit betekent dat één op de tien huizen tegenwoordig van hout is, zonder rekening te houden met de renovatie, aanbouw en ophoging van bestaande woningen.

© Miko Miko Studio 

Voor particulieren

Het goede idee van Etienne Bertrand is dat hij deze beurs voor het grote publiek heeft ontwikkeld en ontmoetingen tussen professionals en particulieren eraan toe heeft gevoegd”, zegt Muriel Hunin, hoofd van de beurs Bois & Habitat. “EasyFairs, dat het evenement in 2010 heeft overgenomen, volgt dezelfde koers. Wij willen de bezoekers tevredenstellen die naar de beurs komen om diensten en oplossingen in verband met wonen te vinden. Zoals elk jaar staan onafhankelijke deskundigen bij de ingang om hun vragen te beantwoorden en hen de weg te wijzen, terwijl anderen hen informeren over de opleidingen en beroepen in de houtsector. Wat de ontmoetingen betreft, komen professionals vertellen over de verschillende aspecten van de houtbouw. Er is een architectuurwedstrijd georganiseerd om de belangstelling te wekken van de ingenieursbureaus. We hebben een ‘pleintje’ ingericht voor designers die we in het zonnetje proberen te zetten. Kortom, besluit Hunin, het is een beurs met passie. Het ruikt direct bij binnenkomst al naar hout en de mensen hebben zin om de materialen aan te raken!

De houtsector is zich ten volle bewust van de verdiensten van de vakbeurs. Relatief gezien is de beurs Bois & Habitat de industriële revolutie van de houtsector geweest”, erkent Hugues Frère, directeur van Hout Info Bois, de Belgische organisatie voor technische inlichtingen over hout. En die revolutie is tweeledig, want enerzijds zijn de bezoekers niet meer blind en anderzijds rusten hun dromen op de balk die ze in hun oog hadden.

 

Salon Bois & Habitat
Namur Expo
Avenue Sergent Vrithoff 2
B-5000 Namur
+32 81 36 00 42
www.bois-habitat.be
[email protected]

Over d’Easyfairs
EasyFairs, dat in 2003 werd opgericht door de Brusselse ondernemer Eric Everard, organiseert momenteel 218 evenementen in 17 landen, waarvan 33 in de verschillende delen van België (8 bij Namur Expo). De groep heeft meer dan 750 mensen in dienst. De slogan van EasyFairs luidt: ‘Visit the future’. Ter herinnering: Eric Everard werd in 2012 uitgeroepen tot Manager van het Jaar.

Your opinion counts