Waw magazine

Waw magazine

Menu

— Gezondheid

Zonder gaan we niet meer buiten. Het masker, dat even onontbeerlijk is om de verspreiding van het virus af te remmen en dat ons leven al sinds meer dan een jaar vergalt, veroorzaakt nogal wat ongemakken, zeker als we het vele uren aan een stuk moeten dragen. Consultant Paul Petit Jean, een ondernemer met ideeën, vond dat hij daar iets moest aan doen. “Het idee kwam de voorbije maand augustus bij me op, toen ik op bedevaart naar Compostella was. Terwijl ik meestal met een masker op neus en mond voortstapte, had ik de tijd om de ongemakken ervan onderzoeken. Die zijn hoofdzakelijk dat ze de ademhaling bemoeilijken, soms onaangename geuren voortbrengen en na enkele uren jeuk en roodheid op de huid veroorzaken.” Na zijn terugkeer in België nam hij contact op met een firma uit Bergen die gespecialiseerd is in de ontwikkeling van welzijnsproducten. “Ik wilde met essentiële oliën werken ; die zijn in de mode en ook de enige die op natuurlijke wijze aan het bestek voldoen.

Begin oktober kon hij de eerste monsters testen van een product op basis van gepeperde munt, eucalyptus en ravintsara. Na enkele weken bleken de resultaten overtuigend : het mengsel maakt de sinussen vrij, voorkomt eventuele jeuk en laat enkele goede geuren achter. Er werd een octrooi op genomen en de PureON Spray kon in productie worden genomen. Hij zou in België worden gemaakt op basis van extracten uit in Europa geproduceerde essentiële oliën. Begin oktober worden de eerste sprayflesjes van 15 milliliter tegen de prijs van 12 euro per stuk verkocht vanop de site en door enkele apotheken uit Brussel, Namen en Vresse-sur-Semois. “De reacties zijn heel positief, meer bepaald bij verplegend en medisch personeel”, stelt Paul Petit Jean met genoegen vast.

Hoewel het product op de eerste plaats is ontworpen om het dragen van een masker comfortabeler te maken, kan het ook voor andere doeleinden worden gebruikt. Sommigen spuiten het op hun hoofdkussen om goed te slapen, anderen spuiten het op fauteuils. “Ik heb een vriend die aan emfyseem lijdt en die het al niet meer kan missen. En een dame die niet kon buitenkomen zonder risico op een syncope, schept nu opnieuw plezier in wandelen …

Natuurlijk kijkt iedereen uit naar het moment waarop maskers niet meer zullen moeten, maar ondertussen kunnen we ze draaglijker maken dankzij een parfum van munt en eucalyptus. En er is veel kans dat dit een blijvertje wordt.

www.pureonspray.eu

TERUGKEER VAN DE ADELAAR

Ter gelegenheid van de twee- honderdste verjaardag van zijn dood is Napoleon levendiger dan ooit. In Luik wordt zijn heerschappij in een uitgebreide tentoonstelling, verrijkt met reconstructies en authentieke voorwerpen, in de juiste context geplaatst. Tot 9 januari 2022.


Hoe vertel je het verhaal van Napoleon ? Van deze “rockster uit de geschiedenis” zoals hij beschreven wordt door Bruno Ledoux, de verzamelaar die een groot aantal stukken heeft uitgeleend aan de tentoonstelling De mythe voorbij, die door Europa Expo in het station Luik-Guillemins is opgezet. Het bewind van deze ambitieuze visionair was doorspekt met wapenfeiten en politieke beslissingen, die soms autoritair waren. Al deze elementen zijn aanwezig in de tentoonstelling, die de tweehonderdste verjaardag viert van de dood van een politicus en militair, die zowel bewonderd als gehaat werd. Driehonderdvijftig authentieke stukken, waarvan sommige nog nooit eerder te zien waren, vertellen op bijna 3000 m² het verhaal van een uitzonderlijke lotsbestemming

© Collection Bruno ledoux

Longwood House

De regeerperiode van Napoleon was kort maar zijn invloed op Europa is enorm gebleken. Hij stierf op Sint-Helena en het is daar dat de mythe is gegroeid, gevoed door de memoires waaraan hij een groot deel van zijn laatste levensjaren wijdde. De tentoonstelling begint op dit stukje rots dat ergens in het midden van de Zuid-Atlantische Oceaan ligt. De eerste voorwerpen zijn bedoeld om het verblijf van de afgezette vorst in Longwood House op te roepen, een verblijf op een vochtig, winderig plateau waar hij en zijn gevolg een eerder comfortabel leven leidden. De hagiografische voorstellingen van de keizer die zijn memoires dicteert, worden geëvenaard door karikaturen van een man met een dikke buik, geschetst door een van zijn Engelse cipiers.

Kind van de Revolutie

Napoleon Bonaparte was nog geen 20 jaar oud toen de Revolutie uitbrak en zijn weg naar de top was het rechtstreekse gevolg van het nieuwe regime dat in 1789 werd ingesteld, en waaraan de rest van de tentoonstelling gewijd is. Het lemmet van een guillotine, dat tussen de dertig en zestig kilo woog, schittert in dit gedeelte, waar wij ook het hemd vinden dat Lodewijk XVI droeg op de dag dat hij naar het schavot werd gebracht, een indrukwekkende sleutel van de Tour du Temple, een Frygische muts en een carmagnole (wat niet alleen een dans was, het verwees ook naar een jasje met plooien en grote knopen dat door de sans-culottes werd gedragen).

De familie Buonaparte, zijn broers en zussen en hun kinderen, hielpen Napoleon de gebieden die hij met geweld veroverde onder controle te houden. Hij maakte koningen van zijn broers en zwagers en plaatste ze als strategische jetons op de kaart van Europa. Aan de hand van de tijdlijn leren we wie wie is in deze familie met ontelbare allianties.

De bezoekers duiken in een meeslepende reconstructie waar Europa Expo bekend om staat.


Een oorlogsmachine

Als we de rondleiding voortzetten, duiken we in een meeslepende reconstructie waar Europa Expo bekend om staat. Dit is de bivak van het leger. Wij doorkruisen een geplaveid erf, waar soldaten hun ratatouille opwarmen, Bonaparte en zijn adviseurs de komende troepenbewegingen plannen, de paarden rusten, een mammeluk de wacht houdt en een paar straathonden naar eten zoeken. Het leger van Napoleon, dat tot 600.000 man telde, was een echte oorlogsmachine. Alleen de officieren hadden een paard, de soldaten moesten lopen. Voor de ogen van de dorpelingen, die verdeeld waren tussen angst en bewondering, kon het voorbij-
trekken van de troepen verscheidene uren duren. Talrijke stukken van hun uitrustingen en wapens stellen het leger tijdens hun mars voor. Aan de ene kant hebben we de rugzak van de soldaat, een goede vijfentwintig kilo, aan de andere kant de velduitrusting van de keizer, met zijn opklapbed, toiletartikelen, draagbare bibliotheek, verrekijkers en landkaarten. Tussen 1792 en 1815 voerde Napoleon het zwaard en het kanon door Europa in zeven veldtochten tot de nederlaag bij Waterloo. Er zijn wapens en uniformen te zien, waaronder die van de Waalse Garde die in 1808 tegen de troepen van Napoleon vocht in de Slag bij Burgos.

Napoleon was op 30-jarige leeftijd meester van Frankrijk en werd vier jaar later tot keizer gekroond. De kroning, die onder het gewelf van de Notre-Dame plaatsvond, ging over communicatie en propaganda voor het eigen volk en voor de buitenlandse vorstenhuizen. Dit is het moment om de pracht en praal van het Keizerrijk op te roepen met het servies, de meubels en garderobe, met een mix van antieke stukken en reconstructies.

Velen zien in het Burgerlijk Wetboek en al de openbare instellingen die het oprichtte, de kwintessens van de Napoleontische erfenis. Een gedeelte is hieraan gewijd in een neo-klassiek decor dat vooral naar een gesublimeerde oudheid verwijst.

 

© Collection Bruno Ledoux

Tussen 1792 en 1815 voerde Napoleon het zwaard en het kanon door Europa in zeven veldtochten tot de nederlaag bij Waterloo.


Twee “Luikse” erelegioenen

Napoleon kwam tweemaal naar Luik, vanwaar Franse troepen in 1794 de Oostenrijkers verdreven hadden. Bij zijn terugkeer vroeg hij een jonge winnaar van de Prijs van Rome, Jean-Auguste-Dominique Ingres, om hem te schilderen in het gewaad van een consul tegen de achtergrond van de toen vervallen kathedraal Saint-Lambert. Wij vermelden ook de twee ‘Luikse’ erelegioenen. De eerste werd gegeven aan André Modeste Gretry, een musicus die Napoleon erg waardeerde en die ook eregast was bij de kroning. De tweede wordt toegeschreven aan Hubert Goffin, een bescheiden mijnwerker die met zijn 12-jarige zoon het leven redde van 70 arbeiders die door een overstroming in de val waren gelopen.

Een badkuip op het platteland

Een van de opmerkelijke stukken in deze sectie is de zinken badkuip die Jean-Jacques Dony aan Napoleon schonk. De stichter van de firma La Vieille Montagne was een kanunnik en scheikundige en had een octrooi aangevraagd voor een procedé van zinkproductie. Hij schonk de keizer deze badkuip om de waterafstotende eigenschappen en de vormbaarheid van zijn nieuwe legering aan te tonen. Hij kon de keizer overtuigen en die zou een identiek exemplaar hebben meegenomen tijdens zijn Russische veldtocht.

De tentoonstelling eindigt met tekeningen van de laatste reis van de Belle Poule, een fregat met zestig kanonnen dat in 1840 de as van Napoleon naar Frankrijk terugbracht.

Uiteindelijk zal iedere bezoeker ongetwijfeld de Napoleon vinden waarvoor hij of zij gekomen is. Bonaparte was er van meet af aan op bedacht zijn imago te controleren en begreep de propagandamogelijkheden ervan, maar de tentoonstelling bevat ook talrijke voorwerpen die helpen om het personage en zijn daden in hun historische context te plaatsen.

Van Waterloo naar Sint-Helena


Schilderij van Maurice Dubois, waarop een jong meisje bij zonsondergang bloemen legt bij de Gewonde Adelaar, het monument ter ere van de keizerlijke garde.

Dit jaar, waarin de tweehonderdste verjaardag van de dood van Napoleon Bonaparte wordt gevierd, is het Museum Memoriaal van Waterloo 1815 natuurlijk een plaats die u niet mag missen. Tot 17 oktober is er een nieuwe tentoonstelling te zien. Onder de titel Van Waterloo tot Sint-Helena, de geboorte van de legende, concentreert het zich op de cruciale periode tussen de nederlaag bij Waterloo in 1815 en de dood van Napoleon op Sint-Helena in 1821. Zes jaren om van Napoleon een legende te maken. Verbannen en zonder wapens bleef de keizer strijden met zijn woorden en zijn pen, en bracht hij zijn waarheid, zoals die in zijn beroemde memoires ‘Mémorial de Sainte-Hélène’ is opgenomen.

Het eerste deel behandelt de periode tussen de terugkeer van Napoleon in Parijs en het vertrek naar zijn eindbestemming. Een van de meesterwerken is het grote schilderij van Paul Delaroche, om precies te zijn een kopie van het doek, waarop Napoleon, gelaarsd en onderuitgezakt in een stoel, in 1814, een paar dagen voor zijn troonsafstand in Fontainebleau, overweldigd lijkt door zijn lot.

Daarna wordt zijn ballingschap op Sint-Helena getoond. Het bergachtige eiland is te zien zoals het eruitzag voor de passagiers van de HMS Northumberland, op een gravure gemaakt door een Britse scheepsofficier. Er is ook de koperen badkuip waar hij 's morgens negentig minuten in lag, en zijn beker waarmee hij zijn maagzweer behandelde en waaraan hij uiteindelijk zou bezwijken.

 

Het bronzen dodenmasker, dat zijn arts Antommarchi maakte.

Tussen de nederlaag in Waterloo in 1815 en het overlijden van Napoleon op Sint-Helena in 1821, liggen zes jaar die gaan bijdragen tot het ontstaan van de napoleontische legende.


De constructie van de mythe

De derde ruimte is gewijd aan de literaire constructie van de mythe, gevoed door zijn memoires die hij aan zijn verbanningsgenoten dicteerde. We kunnen er verschillende originele werken uit de bibliotheek van Sint-Helena zien, die door het Museum van Châteauroux uitgeleend zijn.

Het laatste gedeelte gaat over de held, toen Napoleon na zijn dood tot een mythische figuur verheven werd. De voorwerpen hier vereeuwigen de glorie van Napoleon, als keizer en martelaar. We kunnen er het bronzen dodenmasker zien, dat zijn arts Antommarchi maakte, of het beroemde schilderij van Maurice Dubois, waarop een jong meisje bij zonsondergang bloemen legt bij de Gewonde Adelaar, het monument ter ere van de keizerlijke garde. De legende was geboren …

GENEESKRACHTIGE VERGIFFEN

Alphabiotoxine in Montrœul-au-Bois beschikt over een weergaloze kennis en een catalogus met vergiffen van driehonderd verschillende soorten uit de hele wereld om de geneesmiddelen van de toekomst te bereiden.

 


© Cédric Vanbellingen
Boomvogelspin van West-Afrika

Sommige mensen hebben een afkeer van slangen, vogelspinnen, schorpioenen en andere giftige dieren, terwijl anderen ze fascinerend vinden. Het zijn dieren die we liever niet zien, omdat ze ons angst inboezemen. En omdat ze zo gevaarlijk zijn, is dat gevoel in veel gevallen terecht. Het zijn ook dieren die al sinds de oudheid worden gebruikt om geneesmiddelen voor de mens te maken. Maar pas in de 19de eeuw werd op initiatief van Pasteur en zijn volgelingen een begin gemaakt met het gebruik van vergiffen voor de productie van antigifserums.

Vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw werden vergiffen op een meer industriële schaal geproduceerd, maar de aandacht ging nog steeds uit naar slangen en antigifserums. Terwijl het dierenrijk bijna 100 000 giftige soorten telt, werd maar weinig gedaan met bijvoorbeeld schorpioenen en spinnen. Enkele decennia geleden ontstond het besef dat achter de complexe moleculen waaruit deze vergiffen bestaan, een groot aantal onontdekte therapeutische eigenschappen schuilgaan. De technologische ontwikkeling die in laboratoria plaatsvond, maakte het mogelijk om vergiffen in steeds kleinere doses van niet meer dan een picogram te extraheren.

Een uniek maar onopvallend bedrijf

Overal ter wereld zijn onderzoekslaboratoria van universiteiten en biotechnologiebedrijven tegenwoordig bezig met onderzoek op basis van vergiffen. En om enkele druppels van die kostbare vloeistoffen te bemachtigen, doen ze een beroep op een Waals bedrijf dat uniek in zijn soort is. Alphabiotoxine valt niet graag op. Het bedrijf is gevestigd in een oude boerderij opzij van een weggetje dat door het dorp Montrœul-au-Bois loopt. Daar werd het opgericht door Rudy Fourmy, een laborant met een passie voor de chemische samenstelling van vergiffen, die later versterking kreeg van de scheikundige Aude Violette. Samen beheren ze een catalogus met driehonderd vergiffen van slangen, hagedissen, spinnen, schorpioenen, kikvorsachtigen, vliesvleugeligen en enkele andere, onverwachtere soorten.

Diversiteit boven kwantiteit

Begin jaren nul volgde ik een cursus over de chemische samenstelling van vaccins in het natuurhistorisch museum van Parijs. Ik besefte toen dat de onderzoekers gefrustreerd waren omdat ze niet aan de grondstof konden komen die ze voor hun onderzoek nodig hadden”, legt Rudy Fourmy uit. Als nichespeler richt Alphabiotoxine zich meer op diversiteit dan op kwantiteit. In de gebouwen is meestal maar één exemplaar aanwezig van de soort waarvan het bedrijf het vergif aanbiedt. Er is ruimte voor maximaal tweehonderd slangen en drieduizend ongewervelden. Als de voorraad vergif van een soort voldoende is, wordt het dier toevertrouwd aan een zoölogisch instituut.

De vergiffen die Alphabiotoxine per koerier naar alle uithoeken van de wereld stuurt, zijn bestemd voor onderzoekslaboratoria en niet voor industriële productie. “Met de extractie van vergif uit dieren is het niet mogelijk om een grootschalige productie op te zetten. Een vergif is het resultaat van de verbinding van tientallen moleculen, waarvan er slechts één het werkzame bestanddeel bevat waarnaar we op zoek zijn. Zodra dit geïsoleerd is, kan het synthetisch geproduceerd worden in een industriële omgeving.


© Cédric Vanbellingen

Oog voor dierenwelzijn

Bij Alphabiotoxine worden geen grote vivaria gebruikt om de dieren te huisvesten. In plaats daarvan staan er rijen met kunststof bakken en dozen die op de grootte en behoeften van het dier zijn afgestemd. Ze vinden er een onderlaag die aan hun natuurlijke omgeving herinnert en diverse elementen die als schuilplaats dienen. Maar niet alles is verscholen. Achter de glazen wand van een reproductieterrarium is een groene mamba te bewonderen. Deze zeer giftige boomslang uit Oost-Afrika beweegt zich voort als een bijna lichtgevende groene stroom. Voor de medewerkers is dierenwelzijn een belangrijk en voortdurend aandachtspunt. “De ethische benadering is totaal anders dan aan het begin van de 20ste eeuw. Dat is de reden waarom we zo min mogelijk dieren houden. Met één of twee exemplaren van elke soort kunnen we tegemoetkomen aan alle behoeften.

De meeste dieren zijn in gevangenschap geboren. Voor de spinnen, die niet altijd gemakkelijk te identificeren zijn, speelt Alphabiotoxine op veilig door de voorkeur te geven aan eigen kweek, een proces met een hoog uitvalpercentage. Een cocon van een vogelspin kan namelijk wel duizend eitjes bevatten. Ongeveer honderdtwintig daarvan groeien uit tot vogelspinnetjes, maar slechts een stuk of veertig bereiken een geschikte grootte voor de productie.

Het slangenmelken gebeurt handmatig door zachtjes op de gifklieren te duwen. De reptielen hebben er weinig last van. De geëxtraheerde hoeveelheid is overigens indrukwekkend. Bij de schorpioenen en spinnen, die een extern skelet hebben, wordt het vergif verkregen door een korte elektrische schok, die geen pijn of letsel veroorzaakt. De hoeveelheden zijn daarentegen uiterst gering.

Het slangenmelken gebeurt handmatig door zachtjes op de gifklieren te duwen. De reptielen hebben er weinig last van. De geëxtraheerde hoeveelheid is overigens indrukwekkend.

 


© Cédric Vanbellingen

Samenwerking met universiteiten

Alle extractieprocedures zijn aan zeer strenge protocollen gebonden. In normale periodes worden de slangen om de drie weken gemolken. Maar sinds het begin van de pandemie is het tempo verlaagd om alle risico’s uit te sluiten, ook al is sinds de oprichting van het bedrijf geen enkele medewerker ooit gebeten. Maar het blijven gevaarlijke dieren. “Een slang kun je niet temmen : die moet je manipuleren”, benadrukt Aude Violette. Bij een ongeval zijn er noodplannen die het mogelijk maken om antigifserumvoorraden aan te spreken.

De extractie is slechts een deel van de veeleisende laboratoriumarbeid, want voordat het product naar de klant wordt verzonden, moet het ingevroren of gevriesdroogd worden.
Het bedrijf is heel flexibel : afhankelijk van het soort onderzoek kan het zijn productie aan de behoeften van de klanten aanpassen.

Het laboratorium verricht geen zelfstandig onderzoek, maar werkt samen met verschillende universiteiten. Met de Universiteit van Bergen aan de ontwikkeling van een diagnostische test voor zwangerschapsvergiftiging op basis van een molecule uit het gif van de reuzenpad, met de Universiteit van Luik aan neurodegeneratieve aandoeningen en met de Universiteit van Queensland (Australië) aan evolutieonderzoek. Het laboratorium was ook de voornaamste leverancier van het Europese onderzoeksprogramma Venomics, dat als doel heeft om de therapeutische mogelijkheden van het vergif van verschillende soorten te ontwikkelen.

Rudy Fourmy en Aude Violette beheren samen een catalogus met driehonderd vergiffen van slangen, hagedissen, spinnen, schorpioenen, kikvorsachtigen, vliesvleugeligen en enkele andere, onverwachtere soorten.

 


© Cédric Vanbellingen
Estuariene steenvis

Op zoek naar een vogelbekdier

Alphabiotoxine heeft zich met eigen middelen ontwikkeld en gaandeweg een unieke kennis van originele producten verworven. Het bedrijf exporteert 95 % van zijn productie, waarvan 70 % in Europa. Remy Fourmy en Aude Violette zijn de twee enige fulltimemedewerkers. Afhankelijk van de behoeften krijgen ze ondersteuning van een handvol externe krachten met zeer specifieke profielen.

Zo is het bedrijf op kruissnelheid gekomen. “We proberen niet om de vergiffen van zeshonderd in plaats van de huidige driehonderd soorten aan te bieden. We maken liever datgene rendabel wat we nu produceren en wat al heel divers is.” De groei zal eerder technologisch van aard zijn. Zo zijn ze van plan om op middellange termijn nieuwe technieken te ontwikkelen, met name om het vergif van mariene organismen te extraheren.

Rudy Fourmy weet dat er nog veel te onderzoeken valt in de wereld van de vergiffen en dat er nog veel onontdekte dieren zijn. Als hij een droom mocht verwezenlijken, zou hij de kans willen krijgen om een vogelbekdier van dichtbij te observeren. Niet iedereen weet dat dit een van de weinige giftige zoogdieren is. Het mannetje heeft een stekel op zijn achterpoten waarmee hij een vergif afscheidt dat een menselijk been kan verlammen of zelfs een hond kan doden. Het vogelbekdier is een schuw nachtdier, dat in het wild alleen nog in een aantal afgelegen gebieden in Oost-Australië voorkomt. De kans om deze bedreigde en beschermde soort te ontmoeten, is erg klein, maar deze droom herinnert ons eraan dat Alphabiotoxine geen doorsnee bedrijf is.

www.alphabiotoxine.com

 

— Gezondheid

Sunrise analyseert onze slaap

Uit een onderzoek in 2018 op basis van gegevens die in zestien landen waren verzameld, bleek dat 936 miljoen mensen aan slaapapneu lijden. Deze aandoening, die wordt gekenmerkt door periodes van ademstilstand tijdens de slaap, kan ernstige gevolgen hebben voor de gezondheid. Tot voor kort was het stellen van de diagnose een lijdensweg. De patiënten werden namelijk aangesloten op allerlei apparaten en moesten dan één of twee nachten in het ziekenhuis blijven. Voor verreweg de meeste mensen met slaapapneu was dat een zodanige belemmering dat ze er liever van afzagen. Maar dat zou weleens kunnen veranderen dankzij een revolutionair en zeer weinig belastend hulpmiddel dat door het Naamse mkb-bedrijf Sunrise is ontwikkeld.

Dit bedrijf, dat in 2015 werd opgericht door Laurent en Pierre Martinot, heeft een sensortje ontwikkeld dat slaapapneu kan opsporen. Daarmee sluiten de broers aan bij het werk van hun vader, die arts en slaapspecialist was. Het sensortje, dat nauwelijks drie gram weegt, wordt op de kin geplaatst en meet daar de microbewegingen die tijdens de slaap ontstaan. Deze worden vervolgens geanalyseerd met een computerprogramma.

Pierre en Laurent Martinot hebben ervoor gekozen om hun bedrijf met eigen vermogen te ontwikkelen. Eind 2019 haalde de start-up een bedrag van 1 miljoen euro bij verschillende investeerders op. Sunrise werkt samen met de UCL, de Universiteit van Namen en het Imperial College London. Klinische studies hebben bevestigd dat de metingen meer dan 90 % nauwkeurig zijn. Gesterkt door dit succes heeft Sunrise eind vorig jaar zijn eerste hulpmiddel op de markt gebracht. Het bedrijf claimt nu al meerdere duizenden exemplaren te hebben verkocht. “Door zijn gebruiksgemak kan het ook als trigger dienen”, verduidelijken de bedrijfsleiders. “Je kunt het in de apotheek kopen (1) om de test te doen. Als je een probleem vaststelt, kun je via onze tussenpersoon of op eigen initiatief contact opnemen met een arts die gespecialiseerd is in slaapaandoeningen.

Nu zijn hulpmiddel het CE-keurmerk heeft gekregen en binnenkort door de sociale zekerheid in Frankrijk wordt vergoed, is Sunrise zijn organisatie aan het versterken om zich duurzaam in verschillende markten te vestigen. Daarbij wordt voorrang gegeven aan de Verenigde Staten, waar de vraag zeer groot is. Het aantal werknemers zou daardoor kunnen groeien van twaalf tot ongeveer twintig tegen het einde van het jaar.

www.sunrise-sleep.com

(1) Het hulpmiddel voor eenmalig gebruik is voor 119 euro te koop.

— Covid 19

Eurogentec geselecteerd om 

Eurogentec, gevestigd in het Liège Science Park in Seraing, begon zijn activiteiten in 1985 als spin-off van de Universiteit van Luik. Als onderaannemer heeft Eurogentec een groot aantal op maat gesneden diensten ontwikkeld om producten en bestanddelen voor onderzoekslaboratoria en de farmaceutische industrie te leveren. Daarnaast vervaardigt het bedrijf de producten en reagentia die voor de PCR-tests worden gebruikt. Sinds een jaar of vijftien ontwikkelt Eurogentec industriële procedés om plasmiden in grote hoeveelheden te vervaardigen. Omdat deze DNA-moleculen in staat zijn zichzelf te vermeerderen en informatie over te dragen, vormen ze een van de essentiële onderdelen van veel gen- en celtherapieën, met name op het gebied van immuuntherapie en vaccintechnologie. In 2010 werd Eurogentec overgenomen door het Japanse chemiebedrijf Kaneka, waarna de Luikse vestiging uitgroeide tot een centrum van farmaceutische innovatie. Tegenwoordig is Eurogentec wereldleider in de massaproductie van plasmiden.

Deze knowhow trok de aandacht van het Amerikaanse biotechnologiebedrijf Inovio, dat Kaneka Eurogentec vroeg om zich aan te sluiten bij zijn consortium voor de productie van een vaccin tegen het coronavirus SARS-CoV-2. Dit vaccin met de naam INO-4800 is het enige met een DNA dat langer dan een jaar stabiel blijft bij omgevingstemperatuur. Het hoeft dus niet ingevroren bewaard en vervoerd te worden, wat een aanzienlijk voordeel is bij massavaccinatie. De productie van dit vaccin kan beginnen zodra de tests van fase III in de Verenigde Staten zijn afgesloten. Dit gebeurt in de nieuwe installaties van het bedrijf in Luik, waar dankzij een fermentor van 2200 liter grote hoeveelheden vaccin gemaakt kunnen worden.

In Seraing werken momenteel 360 mensen, maar om de groei van zijn productie op te vangen, wil het bedrijf 80 nieuwe medewerkers aannemen.

Kaneka Eurogentec, dat aan klanten in België, Europa, de Verenigde Staten en Japan levert, wil in de naaste toekomst zijn positie als leider in de grootschalige productie van plasmiden versterken, maar ook nieuwe installaties voor de productie van messenger-RNA (mRNA) ontwikkelen. Bij de preventie en behandeling van onder meer pandemieën, weesziekten, kanker, infectieziekten en erfelijke aandoeningen zal mRNA een steeds belangrijkere rol gaan spelen.

www.eurogentec.com

op een zee van kwetsbaarheden

Sinds juni beschikt Luik over een nieuw museum om werk van kustenaars met een mentale handicap te tonen. Het Trinkhall Museum ligt in het midden van het Avroy-park en doet speciaal werk, volgens een speciale aanpak die meer dan 40 jaar geleden werd ingevoerd door het Créahm.

 


© Trinkhall Museum

Het is een piratenschip dat met volle zeilen uitvaart. Het bestaat uit reepjes karton, kurken en stukjes touw. In de vuurmonden kun je tekeningen zien. In die fantastische ark heeft Alain Meert alles bijeengebracht waarvan hij houdt : mensen, muziek en beeldende kunst.

De kunstenaar, die al lang kind aan huis is in de ateliers van het Créahm, heeft, samen met zijn begeleider Patrick Marczewski, heel het jaar 2019 gewerkt aan een antwoord op de vraag Wat is een museum ? Zijn ideale museum is een kwetsbaar, ongewoon, opgewekt, solidair en open werk, dat zich niet bekommert om grenzen en tegenslagen, wat ook blijkt uit de werken in het Trinkhall Museum, waarvan hij de tewaterlating viert. Het nieuwe museum ging in juni jongstleden open in het centrum van het Avroy-park en wil het door het Créahm geïntroduceerde artistieke werk met mentaal gehandicapte personen voortzetten. Het Créahm – waarvan de naam staat voor creativiteit en mentale handicap – werd in 1979 opgericht door Luc Boulangé een jonge kunstenaar met een visie. Het kaderde in een internationale beweging die na mei ’68 vragen stelde bij de psychiatrie en de kijk op mentale handicaps. Hij opende een creatief atelier voor mentaal gehandicapte personen, maar wilde niet dat dit als tijdverdrijf of therapie zou worden gezien, zoals het toen gebruikelijk was in woon- en zorgcentra, maar louter als een artistiek gebeuren.

Nu berusten zowel het kloppende hart als de bestaansreden van het museum op zijn rijke verzameling van meer dan 3000 tekeningen, etsen, schilderijen en beeldhouwwerken.


De eerste tentoonstelling in 1981

In 1981, naar aanleiding van het Internationaal Jaar van de Gehandicapten, zocht hij contact met instellingen die in andere landen soortgelijke initiatieven namen, om te vragen dat ze hem werken zouden opsturen, die in het atelier door mentaal gehandicapte kunstenaars werden gemaakt. Verbluft als hij was door de kwaliteit van het grote aantal tekeningen, schilderijen en beeldhouwwerken dat hij ontving, besloot hij een tentoonstelling te organiseren en vroeg aan de Stad Luik om daarvoor het in haar bezit zijnde maar leegstaande Trinkhall-gebouw te mogen gebruiken. Hij kreeg die toestemming en hoewel de tentoonstelling geen groot publiek trok, werd ze toch goed ontvangen door de kunstcritici. Na een chaotisch periode van gedwongen bezetting, verleende de Stad aan het Créahm een erfpachtovereenkomst die nog steeds geldig is voor het huidige museum. “Dat is van belang, want het betekent dat er stevige banden bestaan tussen het Créahm, het museum en de Stad. Ons museum is een openbare dienstverlening die uitdrukking geeft aan een stedelijk beleid om cultuur te beschouwen als een emanciperende factor”, stelt Carl Havelange, de artistiek directeur van het museum.


Carl Havelange, de artistiek directeur van het museum.

Meer dan 3000 werken uit België en het buitenland

Nadat de Trinkhall korte tijd plaats had geboden aan de ateliers, werd ze een centrum voor uiteenlopende kunsten, dat in 1982 tot ‘MADmuseum’ werd omgedoopt. Toen in 2008 bleek dat de staat en de aard van de ruimten het museumteam niet meer toelieten er zijn activiteiten te ontplooien, schreef de Stad een architectuurwedstrijd uit voor een nieuw museum. Er waren twaalf jaar vol verwikkelingen nodig om dat plan ten uitvoer te brengen. Nu berusten zowel het kloppende hart als de bestaansreden van het museum op zijn rijke verzameling van meer dan 3000 tekeningen, etsen, schilderijen en beeldhouwwerken uit de ateliers van het Créahm, maar ook uit andere, zowel Belgische als buitenlandse ateliers voor gehandicapten.

Uit de rijkdom en de diversiteit van de museumcollectie blijkt dat er geen standaarddefinitie of eigen esthetica van toepassing is op mentale handicaps. “Het eerste wat een bezoeker aan onze tentoonstellingen kan vaststellen, is de uitzonderlijke kwaliteit van de werken. Je kunt die niet een beetje meewarig bekijken met de achterliggende gedachte dat zelfs een gehandicapte kunst kan maken. Het enige gemeenschappelijke dat ik zie bij alle kunstenaars aan wie wij plaats bieden in de collectie, is hun kwetsbaarheid, in de zin dat ze meestal veel psychische of mentale moeilijkheden in verband met hun handicap hebben gekend. Maar aangezien we allemaal kunstenaars zijn, is kwetsbaarheid geen teken van zwakheid, maar veeleer van expressieve kracht.

 
© Michel Petiniot                                                                                                                   
© Pascal Duquenne

Een springplank naar de kunstwereld

Elk seizoen zal de Trinkhall een speciale thematiek verkennen aan de hand van werken uit de eigen verzameling en van die van enkele hedendaagse kunstenaars die daarvoor worden uitgenodigd. Omdat het niet de bedoeling is om de enen met de anderen te vergelijken, maar om de electieve emoties en affiniteiten van de verschillende werken aan te voelen, bestaat er geen enkel kartel om ze te identificeren. Voor meer informatie verwijst het museum naar de zeer volledige bezoekersgids. Dankzij het systeem van mobiele ophanglijsten kan men de ruimte aanpassen en nieuwe bezoektrajecten uitwerken naargelang de ophanging.

De eerste thematiek die tot in september 2021 wordt ontwikkeld, is die van Gezichten / Grenzen. Meer dan 80 werken die de duizelingwekkende identiteit verkennen in gezichten die veranderen, zich opsplitsen, vervagen en ons vragen stellen. Op de benedenverdieping is er een monografische zaal gewijd aan het werk van een atelierkunstenaar die nog niet de bekendheid geniet waarop hij recht heeft. Het is een soort springplank naar de kunstwereld. De eerste kunstenaar die werd uitgenodigd om gebruik te maken van die zaal, is Jean-Michel Wuilbeaux, van ‘La Pommeraie’, een atelier uit Ellignies-Sainte-Anne (Beloeil). Het is een oeuvre met gulzige lijnen, kleuren en woorden, die rechtstreeks ingegeven zijn door zijn kindertijd in een arbeidersmilieu aan de Belgisch-Franse grens. De Trinkhall is meer dan een museum en wil een plaats worden voor onderzoek, ontmoeting en uitwisseling, die ook andere activiteiten ontplooit in partnerschap met verschillende operatoren. Zo werkt men aan een transcriptie van de teksten van Jean-Michel Wuilbeaux, die het voorwerp zullen uitmaken van een opvoering waar de woorden van de kunstenaar zullen worden uitgesproken door een toneelspeler en begeleid door livemuziek die wordt gespeeld door Steve Houben.

De Trinkhall heeft haar trossen losgegooid en nodigt met haar kolossale artistieke lading het publiek aan boord uit voor ontdekkingsreizen en ontmoetingen.

Een Trinkhalle in de Duitse kuuroorden

Oorspronkelijk was de Trinkhalle het ontmoetingspunt in de Duitse kuuroorden, waar de kuurgasten elkaar ontmoetten om van het bronwater te nippen of drank te kopen. Toen het Avroy-park in 1880 in Luik werd geopend, maakte men in het centrum ervan een lust- en ontmoetingsoord met een drankgelegenheid en een biljartzaal. Men noemde die plaats de Trink-Hall. Het was een gebouw van glas en staal in Moorse stijl, dat voorzien was van twee met koper beklede koepels. In 1885 zouden er de eerste filmvoorstellingen in de Vurige Stede hebben plaatsgevonden. Een brand en twee wereldoorlogen leidden echter tot de ondergang van het gebouw, dat al zijn glans verloren had en waarvan de oosterse bouwstijl met zijn voluten niemand meer interesseerde. Het gebouw werd gesloopt en in 1963 vervangen door een moderne constructie van beton en steen, een gebouw met standing waarin men huwelijksfeesten, dansavonden en zakelijke ontmoetingen organiseerde. Het café op de benedenverdieping en de voor de wandelaars vrij toegankelijke terrassen waren nog steeds gezellige ontmoetingplaatsen. Die modernistische Trinkhall verloederde op haar beurt, werd verlaten en kruiste uiteindelijk het pad van het Créahm. Vandaag is het oude gebouw uit de jaren ’60 onder een klok geplaatst, die werd bedacht door de architecten Aloys Beguin en Brigitte Massart en die 600 m2 tentoonstellingsruimte biedt.

 

Trinkhall Museum
Parc d’Avroy
B-4000 Luik

www.trinkhall.museum

 

opent de deur naar de ruimte

Het Euro Space Center is een unieke plaats, die een combinatie vormt van amusement, wetenschap en pedagogie in verband met de verovering van de ruimte. Er werd een jaar gewerkt om het in het nieuw te steken en er de bezoekers weer een reis vol verrassingen te laten maken.

 

 

Mars en de maan zijn nooit zo dichtbij geweest. Om zich daarvan te vergewissen, hoeven astronauten in de dop slechts het Euro Space Center van Transinne binnen te gaan. Het centrum is een jaar gesloten geweest, maar kan nu opnieuw bezoekers verwelkomen. Het centrum ging open in juni 1991 en biedt een weergaloze combinatie aan van pedagogie en amusement in verband met de verovering van de ruimte. Bijna dertig jaar lang deed het ons dromen, heeft het de ruimtewetenschappen binnen ons bereik gebracht en zich omringd met een hele reeks aan de ruimte gewijde activiteiten. En de magie van de ruimte heeft niets aan kracht ingeboet. Toen bijvoorbeeld astronaut Thomas Pesquet het in 2018 bezocht, waren de 1200 beschikbare plaatsen, die om middernacht voor boeking werden opengesteld, binnen enkele uren uitverkocht.
Hoewel de belangstelling tijdens drie decennia niet verminderde, had het centrum toch een opknapbeurt nodig. Het grootste deel van de investering ging naar de gebouwen. De isolatie, de verwarming en het onderkomen voor de jonge ruimtevaarders werden grondig aangepakt. Voor de financiering stond de intercommunale Idelux in, die eigenaar is van de infrastructuur. Om de interactiviteit te vergroten, werd de inhoud zelf opnieuw bestudeerd en verrijkt door het intern pedagogisch team. “Vandaag mogen de bezoekers iets anders verwachten. We zijn geen pretpark of museum; we zoeken de gulden middenweg, maar zorgen ervoor dat al onze informatie juist is en dat we geen verschillende dingen door elkaar halen”, aldus Yvan Fonteyne, die verantwoordelijk is voor de communicatie.

Voorbereidende tests

Aan het verkennen van de ruimte komt geen improvisatie te pas. Elke ruimtevaarder moet een topspecialist zijn. Na het toegangssas, komt de bezoeker terecht in de ruimtehub, waar hij een hele reeks proeven kan afleggen, die gebaseerd zijn op die voor de toekomstige ruimtevaarders van het Europees Ruimtevaartagentschap. Op het menu staan tests van het geheugen en van het ruimtelijk vorminzicht, een kleurenblindheidstest waarbij men cijfers tegen een gekleurde achtergrond moet herkennen en een evenwichtstest op een bewegend platform. Ook al zijn die proeven niet voor iedereen even gemakkelijk, toch mogen alle bezoekers naar het volgende deel overgaan, waar de ernstige zaken beginnen.
Wie heeft er niet van gedroomd om in het spoor van Neil Amstrong over het maanoppervlak te wandelen? Het toestel om op de maan te stappen, dat gebaseerd is op het oefenmaterieel van de NASA, was vroeger al een van de grote attracties van het Euro Space Center. Het werd nu aangevuld met een gelijkaardig toestel om op Mars te lopen. Iedereen die in een aan een veer opgehangen stoel gaat zitten, kan voelen dat hij zesmaal minder weegt op de maan en driemaal minder op Mars. Dankzij het kijktoestel van Oculus, word je bovendien in een levensechte maan of Marsomgeving geplaatst.
Vlak daarnaast kun je proeven van de Free Fall Slide, een eenvoudig toestel waarmee je, tijdens het afglijden van een roetsjbaan, eventjes kunt ondervinden wat gewichtloosheid betekent. De kandidaten voor die oefening krijgen een geschikt pak en helm, klampen zich met beide handen vast aan een stang die hen acht meter hoog zal optrekken en ze dan loslaat. Gedurende enkele seconden zullen ze het gevoel hebben door de ruimte te glijden, maar dan, tot hun verbazing, landen op een dubbele laag matrassen.

Een Marsdorp

Terwijl we over Mars vroeger enkel konden dromen en daarbij aan groene mannetjes denken, wordt de planeet nu wetenschappelijk bestudeerd. Plannen om Mars te veroveren worden steeds maar concreter. Nadat er verscheidene robots naar de rode planeet werden gestuurd, zijn sommigen er zeker van dat er nog vóór het einde van de eeuw mensen zullen op landen.
Maar kennen we Mars echt? Het Marsdorp is een van de succesnummers van Euro Space Center 2020. Met zijn vier themaruimten wil het alle beschikbare kennis over Mars meedelen en populariseren. Aan de ingang wordt met behulp van lichten getoond hoe ver Mars zich van ons bevindt. Die afstand schommelt naargelang de omwenteling van beide hemellichamen rond de zon en verklaart waarom men moet wachten op een geschikte periode om een raket af te schieten. Aan de hand van quizvragen en informatieschermen worden verscheidene aspecten van het dagelijks leven tijdens de reis uitgelegd: wat men eet, hoe men slaapt en hoe men zicht tegen het zonlicht beschermt. De aankomst van het ruimteschip op Mars zal van doorslaggevend belang zijn. Terwijl men dankzij de verschillende verkenningsrobots ervaring heeft kunnen opdoen met valschermen en remraketten, komen er bij een menselijk team andere problemen kijken, die nu nog worden bestudeerd door de verschillende ruimtevaartagentschappen. Het laatste deel van de reis naar Mars is echter het ludiekste. De bezoekers kunnen over acht stuurposten beschikken voor een verkenningsopdracht. Met een joystick zoals op videoconsoles, moeten ze hun voertuig over het grillige oppervlak van de planeet sturen, met één oog op het controlescherm en het andere op achter de ruit zichtbare landschap.

Het Marsdorp is een van de succesnummers van Euro Space Center 2020. Met zijn vier themaruimten wil het alle beschikbare kennis over Mars meedelen en populariseren.


Een vluchtsimulator

Een andere nieuwigheid is de vluchtsimulator Space Flight Unit. Hij ziet eruit als een motorfiets waarop je gaat liggen met de armen vooruit, en die op de minste beweging van de bestuurder reageert. Je beschikt over slechts enkele minuten om een vertrouwelijke opdracht uit te voeren. Dankzij de Oculus-bril voel je je helemaal in de omgeving ondergedompeld. Je ziet hoe je het in een baan rond Mars blijvende ruimteschip verlaat, dwars door een asteroïdengordel naar de rode planeet vliegt en langs de steile canyons scheert tot aan de kristalmijnen, om ten slotte terug te keren naar het ruimteschip.

Er werd ook een nieuw gebouw opgetrokken voor de Space Rotor, waar de jonge ruimtevaarder de centrifugaalproef kan ondergaan. Vierentwintig deelnemers, die tegen de wand gedrukt worden terwijl de vloer onder hun voeten wegzinkt, kunnen er ondervinden wat een 3G-kracht betekent. Het toestel kan ook een 1G-kracht opwekken, waardoor meer bepaald de jongste deelnemers de rotatie kunnen voelen zonder helemaal uit hun evenwicht te geraken.

Of die nieuwe inrichting de nieuwsgierigheid opwekt ? De ruimtevaartklassen voor de jongste zes weken van 2020 zijn al volzet en de boekingen voor 2021 zijn van start gegaan.

 
De Space Rotor, waar de jonge ruimtevaarder de centrifugaalproef kan ondergaan.

Om roepingen te wekken



Het Euro Space Center is al 18 jaar rendabel en heeft in 2018 een omzet van 3 miljoen euro geboekt en 58.000 bezoekers verwelkomd. Het succes ervan berust op het onderscheid maken tussen klanten en doelgroepen. De weekends zijn voor het grote publiek, terwijl de weekdagen voorbehouden zijn aan stages voor scholen. In 2018 kwamen 17.000 leerlingen op ruimtevaartklas en konden er overnachtten dankzij de 240 beschikbare bedden. De activiteiten werden zoveel mogelijk afgestemd op de leerprogramma’s van de Franse Gemeenschap. “Steeds meer scholen nemen het bestuderen van de ruimte op in de lessen natuurkunde en scheikunde. Dat heeft zeker gezorgd voor een toename met 10 tot 15 % van het leerlingenpubliek sinds zeven of acht jaar”, meent Yvan Fonteyne. Maar de Belgische scholieren zijn niet de enige deelnemers aan onze opleidingsstages. Meer dan dertig nationaliteiten hebben al gebruik kunnen maken van de installaties, zowel jongeren uit veel Europese landen, maar ook uit andere ruimtevaartnaties zoals India. Met de centra te Houston in de VSA en te Ankara in Turkije, is het Euro Space Center een van de weinige ruimteopleidingscentra die openstaan voor burgers. En voor de jongeren die er ruimtelessen komen volgen, is het soms het begin van een levenslang avontuur. “Er zijn vroegere stagiairs die nu bij het Europees Ruimtevaartagentschap werken, bij SABCA of bij het Studiecentrum voor Kernenergie in Mol. Uit die stages komen veel roepingen voort, wat een beloning is voor ons en onze teams.”


Euro Space Center
Rue devant les Hêtres 1
6890 Transinne
+32 (0) 61 65 64 65

www.eurospacecenter.be


©Mabamiro

De Ferme du Biéreau in Louvain-la Neuve is een muziekcentrum voor Waals-Brabant en ver daarbuiten, en heeft net twee nieuwe zalen en een volledig gerenoveerde binnenplaats in gebruik genomen. Dankzij deze veelzijdige uitbreiding bevestigt de Ferme du Biéreau haar bijzondere status in het Franstalige cultuurlandschap.


Biéreau is met zijn oude 18e eeuwse boerderij, waarvan de oudste delen teruggaan tot de 12eeuw, sinds meer dan 15 jaar de ontmoetingsplaats geworden voor alle muziekliefhebbers. De site ligt vlakbij het centrum van de universiteitscampus en verwelkomt zijn publiek dit najaar met twee nieuwe zalen en een volledig gerenoveerde binnenplaats. De twee afzonderlijk ontwikkelde projecten werden gelijktijdig uitgevoerd en dat heeft de nodige voordelen opgeleverd.

De binnenplaats, een geplaveide ruimte van 1200 m², bevond zich nog in de oorspronkelijke staat. De renovatie was dus zeker nodig. “We kunnen de binnenplaats het best vergelijken met een stadsplein. We willen er een gastvrije plek van maken, maar ook een plek die gebruikt kan worden voor evenementen”, zegt Gabriel Alloing, directeur. Men koos deze keer niet voor de ouderwetse manier van bestrating met “halsbrekende” straat-stenen, maar voor een eigentijdse bekleding met zeventig cortenstaal platen die uit silhouetten van muziekinstrumenten zijn gehouwen. Deze platen zijn niet alleen mooi om te zien, ze dienen ook als ondersteuning van een originele crowdfunding. De platen kunnen namelijk gesponsord worden door particulieren of bedrijven. Elke donateur, of in het Frans “articulteur”, kon een instrument kiezen dat op de plaat gegraveerd werd. Op de binnenplaats staat er trouwens een paneel met alle namen van de donateurs erop. De historische straatstenen worden gelukkig niet helemaal vergeten, ze worden nu gebruikt in de rand die de metalen platen omkadert.

Twee zalen in de oude stallen

De stallen waarin vroeger al evenementen werden georganiseerd, zijn nu uitgerust met twee zalen. Op de begane grond bevindt zich een ruimte met gewelfd plafond en onder de daken ligt een tweede, meer intieme ruimte die wordt gekenmerkt door een indrukwekkend 17e eeuws gebint. Deze multifunctionele ruimtes, die respectievelijk plaats bieden aan 180 en 60 personen, worden ook ter beschikking gesteld van het publiek voor evenementen, recepties, concerten, voorstellingen of dansfeesten. “Dit is het antwoord op een reële vraag van private, publieke en semipublieke ondernemingen of particulieren.” Dankzij de transformaties die van meet af aan in samenwerking met de technische teams zijn ontworpen, is het mogelijk om ruimte te besparen en tegelijkertijd het comfort van het publiek te verbeteren. In de onderste kamer, onder de emblematische bakstenen gewelven, blijven de prachtige voederbakken in blauwe hardsteen aanwezig, evenals de ruiven die de bedrading op een slimme manier verbergen.

Een crowdfundingcampagne

De twee renovatieprojecten werden uitgevoerd in samenwerking met de stad Ottignies-Louvain-la-Neuve en de UCL, met de steun van de provincie Waals-Brabant en het Waals Gewest. Op een totaal budget van 1,25 miljoen euro heeft de Ferme du Biéreau 250.000 euro uit eigen middelen en uit de crowdfundingcampagne bijgedragen. Een financiële draagkracht die wordt gevoed door een goed beheer, maar vooral door de unieke plaats die de Ferme du Biéreau inneemt in het Franstalige cultuurlandschap. “We worden erkend als culturele dienstverlener. Ongeveer 45 % van onze omzet is afkomstig uit subsidies, terwijl de resterende 55 % uit eigen vermogen wordt gehaald zoals ticketverkoop, zaalverhuur, de marge op coproductie van shows en sponsoring. Het is een systeem van gemengde economie in een KMO-dynamiek, maar dan wel met doelstellingen op het gebied van openbare dienstverlening en bijbehorende subsidies.

Men koos deze keer niet voor de ouderwetse manier van bestrating met “halsbrekende” straatstenen, maar voor een eigentijdse bekleding met zeventig cortenstaal platen die uit silhouetten van muziekinstrumenten zijn gehouwen.


Tevens een coproductielocatie

Sommigen kennen de Ferme du Biéreau van de concerten in de grote schuur en het tien jaar partnerschap met “D6bels On Stage”. Maar de Ferme du Biéreau is meer dan dat. De oude boerderij produceert geluiden, ritmes en melodieën in al hun vormen. Afhankelijk van het project wordt het gebruikt om te creëren of voor opnames van optredens of uitzendingen. Bovendien wordt de Ferme du Biéreau gebruikt voor de coproductie van muziekshows. “Vlaanderen telt een tiental culturele spelers, wij zijn de enige Franstalige die dit soort activiteiten ontwikkelt.” Tot de meest recente creaties behoort NinaLisa, van Thomas Prédour, over de relatie tussen Nina Simone en haar dochter Lisa, of Peter en de Wolf, van Prokofjev, verteld door Alex Vizorek en live geïllustreerd door Karo Pauwels. “Natuurlijk werken we niet alleen, we zijn eerder een uitvoerend producent of lijnproducent zoals we dat zien in de filmwereld.

“ Om echt te kunnen begrijpen hoe het is om als kunstenaar aan de slag te zijn, is het altijd beter om er zelf ook één te zijn.”
 

© Samuel Szepetiuk

Gabriel Alloing, de directeur van de Ferme du Biéreau

Theater in het bloed

Gabriel Alloing werd geboren in Avignon, maar verhuisde op jonge leeftijd met zijn ouders naar Louvain-la-Neuve, meegesleept door de unieke sfeer die er in de universiteitsstad heerste. Hij zag de stad groeien terwijl hij er opgroeide. Hij studeerde voor burgerlijk ingenieur en toonde interesse voor theater, met name tijdens de Son-Corps-Voix workshops van Jean Mastin. Hij had zelfs toen al gebruik gemaakt van de stallen van de Ferme du Biéreau voor een experimentele versie van Ruy Blas waarbij hij aan een ruif hing. Achteraf gezien een bijzondere speling van het lot. Nadat hij was afgestudeerd, werkte hij twee jaar als ingenieur. Maar tijdens zijn missie in Thailand kwam zijn liefde voor theater weer naar boven. Hij besloot terug te keren naar België om zich in te schrijven aan het Koninklijk Conservatorium van Luik in de richting acteur-ontwerper. Zijn profiel wekte al snel interesse en hij kreeg verschillende voorstellen om een cultureel centrum te runnen. Hij wees ze allemaal af tot hij in 2008 werd gevraagd om de Ferme du Biéreau onder zijn hoede te nemen. “Dit project kwam op een interessant moment in mijn carrière en het was vooral een plek waar alles nog moest worden uitgevonden.” Twaalf jaar later is hij er nog steeds en zit zijn hoofd vol met projecten. Hij heeft een hekel aan routine en regels. “Zolang er nieuwe uitdagingen moeten worden ontwikkeld, blijf ik hier. Maar wanneer dat wegvalt, geef ik de fakkel liever door.

Hij is een echte workaholic en heeft het podium nog zeker niet verlaten. Hij verdeelt zijn tijd tussen zijn werk als acteur, regisseur en auteur. "Ik moet gewoon kunnen creëren, dan pas voel ik me goed. Ik zou nooit een kantoorjob kunnen doen.” Hij ziet het ook als een onmisbare aanvulling op zijn culturele managementactiviteiten. “Om echt te kunnen begrijpen hoe het is om als kunstenaar aan de slag te zijn, is het altijd beter om er zelf ook één te zijn.

Inhuldiging op 8 oktober

De Ferme du Biéreau is permanent in ontwikkeling en de renovatie is nog lang niet afgerond. Gabriel Alloing droomt van een uitbreiding en het openen van een foyer van 100 vierkante meter groot aan beide zijden van de parkeerplaats. “Het is de eerste ruimte die mensen zien als ze aankomen en het zou dus mooi zijn als we een hedendaagse architecturale parel zouden kunnen maken die perfect bij het geheel past.” Het hoofdgebouw van 800 m² zal nog gerenoveerd worden wanneer de middelen daarvoor beschikbaar zijn. De invulling ervan moet nog vastgelegd worden maar het is zeker dat het een combinatie zal zijn van horeca, opslag en repetitieruimte.

Voorlopig kunt u op 8 oktober de nieuwe ruimtes van de Biéreau ontdekken tijdens een vierdaags minifestival. Het programma blijft trouw aan zijn principes en draait om eclecticisme, met in het bijzonder de iconische “Gangsters d'Amour”, nu onder leiding van Philippe Résimont, en een akoestische siësta met “La Crapaude”, het vrouwelijke polyfone kwartet dat traditionele poëtische liederen uit Wallonië herinterpreteert en weer vanonder het stof haalt.

 
La Ferme du Biéreau
Place Polyvalente
B-1348 Louvain-la-Neuve
+32 (0) 70 22 15 00

 

 

De beroemde blauwe figuurtjes van Peyo vieren de zestigste verjaardag van hun verschijnen met een tentoonstelling met immersieve evenementen in Brussels Expo. Vooraleer een reis rond de... blauwe planeet te maken.

Pitufos heten ze in Madrid, Strumpar in Reykjavik, Siriner in Istanboel, Smurfs in Los Angeles en Lan Jing Ling in Peking, maar veranderen doen ze nooit. Ze zijn altijd drie (blauwe) turven hoog en onder hun witte muts vertegenwoordigen ze heel de diversiteit van de menselijke komedie.

Zestig jaar na hun eerste optreden in een album van Johan en Pirrewiet, hebben de Smurfen de wereld veroverd. Peyo was een van de eerste Europese stripauteurs die besefte hoe belangrijk marketing en producten onder licentie waren om zijn personages meer bekendheid te geven. Vandaag vormt de strip nog maar 4% van de inkomsten van IMPS, de nog steeds in Genval gevestigde firma die de rechten, het imago en de ontwikkelingen van de blauwe dwergjes beheert. De avonturen van de Smurfen tref je nu aan op veel media, in tekenfilms, films, videogames, pretparken en nu ook in de “Smurf Experience”, die tot 27 januari 2019 plaatsvindt in Brussels Expo. Op een oppervlakte van 1.500 m2 voert een immersief en interactief traject de bezoeker door de magische wereld van de Smurfen en nodigt hem uit om negen opeenvolgende ruimten te doorlopen om de plannen van hun eeuwige vijand Gargamel te doen mislukken; die heeft immers een helse machine gemaakt om het klimaat boven het paddenstoelendorp in de war te sturen.

 Leven als een Smurf

Je hoeft slechts een reusachtig kader uit een stripverhaal opzij te schuiven om je onder te dompelen in een magische wereld, waar de nieuwe interactieve technologieën samengaan met de traditionelere technieken van de levende kunsten. Tijdens de tocht zie je acteurs die vermomd zijn of gigantische Smurf-marionetten in beweging brengen. Dankzij de facelifttechnologie kun je in een spiegel ook jouw virtuele dubbelganger met het hoofd van een Smurf zien of interactieve beelden doen verschijnen op schermen. “We hebben alle tot onze beschikking staande middelen gebruikt om een mooi verhaal te vertellen en een leuke ervaring te doen beleven,” aldus scenograaf Marcos Viñals Bassols. “De dramatische effecten en vooral de sfeerscheppende decors blijven heel doelmatig. Iedereen weet wel dat ze niet echt zijn, maar wil graag het tegendeel geloven. Vooral kinderen, die nog niets verloren hebben van hun vermogen tot verwondering.

Die kinderen, die de belangrijkste doelgroep van de Smurf Experience zijn, werden vooraf ondervraagd om te zien hoeveel ze van de Smurfen weten, maar ook om hun verwachtingen te leren kennen. “Wat ze wilden, dat was het dorp ontdekken, leven zoals een Smurf en Gargamel uitdagen. En dat natuurlijk met alle magie en toverkunst die het zo fascinerend maakt.

© Ingrid Otto

We verklappen geen geheim als we onthullen dat dit verhaal goed afloopt voor de Smurfen en hun bezoekers. Een laatste formaliteit vóór je naar de mensenwereld terug kunt keren, is dat je moet ontsnappen aan de verachtelijke tovenaar. En wat kan je daar beter bij helpen dan een ooievaar, die met alle plezier voor luchttaxi speelt? Dankzij de magie van de virtuele werkelijkheid, kun je op de rug van de grote vogel klimmen en ongehinderd het Smurfen-dorp bereiken na een vlucht over berglandschappen en stinkende moerassen en langs de bomen van een dicht woud, om uiteindelijk te landen op het dorpsplein, waar je een groot vreugdevuur verwacht. “In pretparken komen tegenwoordig veel attracties met virtuele werkelijkheid voor. Maar nadat je de bril hebt afgezet, blijft daar meestal niet veel van over. Wij hebben echter een sterk verhaal te vertellen, iets dat een mens normaal gesproken niet kan doen. Zonder virtuele werkelijkheid kun je niet op de rug van een ooievaar gaan zitten en evenmin over een Smurfen-dorp vliegen.

 

Door de UNO bekrachtigde waarden

Het wereldwijde succes van de Smurfen heeft er universele mascottes van gemaakt, waarin alle rassen zich kunnen herkennen. Dat is ongetwijfeld de reden waarom de Verenigde Naties ze in 2016 hebben gekozen als ambassadeurs voor de zeventien Doelstellingen inzake Duurzame Ontwikkeling die door 195 landen werden goedgekeurd. Die doelstellingen moeten tegen 2030 worden verwezenlijkt om de armoede uit te roeien, de planeet te beschermen en welvaart voor iedereen te garanderen. Over heel het traject van de “Smurf Experience” zijn er in het decor zeventien voorwerpen verwerkt, die vorm geven aan elk van die doelstellingen. Een wasdraad om gendergelijkheid te illustreren, een koffer als teken van het verdwijnen van de armoede, een deegrol om het verminderen van de sociale ongelijkheid te symboliseren. Ze zijn vergezeld van schriftelijke toelichtingen en van een pedagogisch dossier in drie talen voor het leerlingenpubliek. “De leidraad van het verhaal is een metafoor voor de schade die de mens aan het klimaat toebrengt. Vandaag is het duidelijk dat de publieke opinie en het opvoedingssysteem in onze westerse landen ervoor zorgen dat die waarden inzake natuurbehoud en gelijkheid tussen mannen en vrouwen gangbaar en algemeen aanvaard zijn, maar met deze tentoonstelling kan men andere landen bezoeken, waar die doelstellingen niet vanzelfsprekend zijn. Het is dus een goede zaak dat de Smurfen daar komen aanzetten met hun door de UNO goedgekeurde waarden, opdat die plaats zouden krijgen in het hart van die kinderen, die de beslissers van morgen zijn.

 

 

Belgische knowhow

Als hoedster van het oeuvre en het imago van Peyo zorgt de firma IMPS uit Genval voor het toekennen van licenties en het ontwikkelen van nieuwe projecten. Het was zij die de tentoonstelling ontwierp in samenwerking met verscheidene Belgische partners die elk zeer deskundig zijn op hun specifiek domein. De productie en het ontwerp zijn in handen van Usine à Bulles, die de leiding heeft van het International Stripverhalenfestival van Luik en die voor deze gelegenheid samenwerkt met DC & J, een nieuwe Luikse productiemaatschappij voor het ondersteunen van sterke en innoverende projecten voor toneel, dans, circus en opera. De werking van de “Smurf Experience” is in handen van Cecoforma, een communicatie‑ en evenementenfirma die, net zoals Usine à Bulles, geleid wordt door Stephan Uhoda, een evenementenorganisator en enthousiaste cultuurliefhebber.

Heel de visuele en interactieve inhoud werd gemaakt door de firma Dirty Monitor uit Charleroi, die bekend werd door de techniek van videomapping en die haar audiovisuele deskundigheid zowel uitvoert naar de Verenigde Staten als naar het Midden-Oosten. Voor de productie staat Exhibition Hub in, een Brusselse firma voor het creëren, produceren en verspreiden van tentoonstellingen, die projecten op internationale schaal ontwerpt, zoals Terracota Army, The Art of the Brick en de Van Gogh Experience.

 Het aftellen

Na Brussel zal de “Smurf Experience” vijf jaar lang rondreizen in Europa en daarbuiten. Het zal telkens dezelfde tentoonstelling zijn die opnieuw zal worden gemonteerd en zelfs gekopieerd, wat ongetwijfeld het geval zal zijn in Azië. “We zijn er heel trots op dat we al die Belgische knowhow naar buiten kunnen brengen, zegt Philippe Glorieux, directeur Marketing en Communicatie, met veel genoegen. De tijdeloze en universele Smurfen hebben succes omdat ze de kindertijd verlengen. Afgezien van het vertalen in 84 talen, hoeft er niets te worden veranderd: de sympathieke waarden van de kabouters zijn overal ter wereld dezelfde. Om iets te vinden dat kan tippen aan de alomtegenwoordigheid van de kleine personages van Peyo, zou men al naar Disney moeten kijken, maar in tegenstelling tot de in Californië gevestigde onderneming heeft IMPS geen filialen. Heel het beheer van de Smurfenwereld gebeurt in Genval, door een team van 38 personen. “We hebben een kantoor in Los Angeles gehad en ook een in Hong Kong, maar we hebben alles weer naar hier gebracht; dat vonden we rationeler. IMPS kent zijn licenties enkel toe na een grondig onderzoek van de aanvraag. Maar eens ze is toegekend, dan is het aan de licentiehouder om de fabricage en de distributie van zijn producten te beheren. Ten slotte is er nog het nijpende probleem van de namaakproducten. IMPS behandelt dat heel waakzaam, maar zonder zich veel illusies te maken.

Vandaag is China de grootste buitenlandse markt. Het was in de jaren 80 dat de Lan Jing Ling (of “blauwe gewestjes” in het Mandarijn) er hun intrede deden via een televisiereeks. Dat was trouwens de eerste buitenlandse reeks die door de communistische partij officieel werd goedgekeurd om door de nationale televisiezenders te worden geprogrammeerd. De kinderen van toen werden groot en hebben nu zelf kinderen, die ze nu meenemen naar de grote winkelcentra van het Middenrijk, waar geregeld Smurf-evenementen worden georganiseerd, die veel geld en merchandising opleveren.

Bij IMPS is het aftellen naar de lente van 2020 al begonnen. Er zal dan een nieuw hoofdstuk aan het enorme potentieel van de Smurfen-saga worden toegevoegd: een nieuwe televisiereeks. Die wordt in Frankrijk gemaakt door IMPS et Media Participation, in partnerschap met TFI. Ze zal tweemaal 52 afleveringen van 11 minuten tellen. Ze wordt volledig gemaakt van synthetische beelden en zal nieuwe personages introduceren, met een nog gluiperigere en dommere Gargamel, die echter altijd verliest. Als die nieuwe afleveringen wereldwijd evenveel succes kennen als de eerste reeks, dan zal onze planeet pas echt blauw zijn.

 www.smurfexperience.com

 

 De Smurfen in cijfers 

Boeken

120 uitgevers

90 landen

50 miljoen wereldwijd verkochte boeken

300 titels 

Televisie

272 afleveringen

uitgezonden in meer dan 100 landen

gedubd in meer dan 40 talen 

Merchandising

70 actieve licenties

100 miljoen verkochte Schleich-figuurtjes

160 miljoen Kinder-eieren

1 Smurf-gom wordt elke minuut ergens ter wereld gegeten 

Guiness Book

5000 als Smurf verklede deelnemers in 11 landen

 

© Alexandre Laurent

Het restaurant dat zich achter de Biéreau-hoeve in Louvain-la-Neuve bevindt, heeft zopas zijn tienjarig bestaan gevierd. Tot grote tevredenheid van de klanten en van de uitbater, die zijn aanbod verder wil diversifiëren met de BAB’L-ruimte, een huurzaal in de kelder die alles van een grote heeft.

 

Wie de deur van de Loungeatude opent, zal misschien wat verbaasd zijn. Een zeer ruim salon beslaat een groot gedeelte van de ruimte met zachte zetels, een goed gestoffeerde bibliotheek, een open haard en zelfs een piano. De eetzaal met de tafels bevindt zich aan de andere kant, in een even knusse sfeer.

Toen Paul van Havere in 2005 de “Scavée du Biéreau” overnam, stond dat café-restaurant er al een jaar verlaten bij. Hij wist echter precies wat hij voor zijn restaurant wilde en dat was totaal in strijd met alles wat er in de studentenstad gebeurde. “Ik herinner me dat, wanneer mijn ouders vrienden te eten ontvingen, iedereen zich netjes kleedde en de tijd nam vooraleer men aan tafel aanschoof. Het is die warme en gezellige sfeer uit ons ouderlijk huis, die ik opnieuw tot leven wil wekken”.

In het begin bleken de klanten een beetje verrast te zijn wanneer men hun voorstelde eerst naar de salon te gaan en hun tijd te nemen. Tien jaar later is het omgekeerde waar. Iedereen neemt met genoegen plaats in de salon en gaat later pas aan tafel. Op sommige avonden is er zelfs geen zetel vrij.

© Alexandre Laurent© Alexandre Laurent© Alexandre Laurent

 

Vanaf het begin heeft Paul van Havere goed nagedacht over zijn plan en mikte hij op een welbepaalde klantenkring. De universiteitsstad Louvain-la-Neuve is ook een kweekplaats voor ondernemingen en start-ups met hongerige kaderleden die maar wat blij zijn dat ze niet ver van hun kantoor een restaurant hebben dat comfort combineert met rust en gastronomie. Dankzij een handig marketingbeleid heeft de uitbater al een bestand van bijna 5000 trouwe klanten, die worden verwend met speciale aanbiedingen en boekingsfaciliteiten.

Voorrang aan korte ketens

De tevredenheidsenquête die naar aanleiding van de tiende verjaardag werd uitgevoerd, bevestigt dat de Loungeatude op het goed spoor zit. “Onze klanten hebben bevestigd dat ze dol zijn op de plek, maar ook dat ze graag een snellere formule zouden hebben, alsook speciale attenties voor de meest getrouwen.” Het antwoord kwam met het “Chrono Gourmand”-menu: een voorgerecht, een hoofdschotel en een dessert voor € 37, met daarbij een app om met drie klikken een tafel te boeken en te shoppen in de virtuele boetiek.

Geen restaurant zonder keuken. In de Loungeatude ligt de nadruk op de kwaliteit van de producten, die wordt gesublimeerd door een Franse keuken met toetsjes van creatieve fusie. De korte ketens krijgen voorrang. Het vlees komt van de Noyers-hoeve in Corroy-le-Grand, de groenten van de “aux Sources”-hoeve in Autre-Eglise en de kazen van “chez A table!” in Hannuit. Wat er op het bord ligt, is hoofdzakelijk bereid in de keuken onder de leiding van chef Pascal Marcin en de rest komt van plaatselijke ambachtslieden.

Beheerssoftware voor restaurants

Paul van Havere, die industrieel designer van opleiding is en ondernemer in hart en nieren, had geen enkele restaurantervaring. Dat was ongetwijfeld de reden waarom hij sommige gewoonten kon afschaffen en nieuwe initiatieven nemen. Toen hij het pretpark van Bellewaerde en Plopsaland beheerde, had hij een gulden regel: elke zone moest rendabel en winstgevend zijn. “Elke dag pluisden we de ontvangsten van elk profit center uit tot na de komma. Ik heb hetzelfde gedaan in de Loungeatude en moest vaststellen dat restauranthouders over geen enkel beheersinstrument beschikken.” Hij heeft dan maar zelf een beheerssoftware ontwikkeld, die Clearway werd gedoopt en die hij nu aanbiedt aan zijn collega’s restauranthouders. De komst van de witte kassa heeft de horecasector op zijn kop gezet. Doordat ze al vele jaren gewend waren aan een dubbele boekhouding, werden de restauranthouders van hun stuk gebracht door die nieuwe doorzichtigheidsverplichting. “De winstmarges zijn niet overal evident in de sector. Soms moet er worden gecompenseerd met nieuwe inkomstenbronnen, die echter de hoofdactiviteit niet in het gedrang mogen brengen. Clearway heeft het voordeel alle voor de activiteit nuttige informatie samen te brengen onder een enkele code.

BAB’L: een ruimte van 275m2

De winstposten diversifiëren, dat is wat Paul van Havere heeft gedaan door een derde ruimte in te richten. Onder een interne luifel daalt een trap af naar de BAB’L, wat staat voor Business After Business Lounge. Een polyvalente zaal met witte gecapitonneerde muren en met dezelfde knusse sfeer als de rest van het huis. Niets laat vermoeden dat dit een huurzaal is. Het meubilair is comfortabel, de dienstverlening is heel voorkomend en de muren zijn versierd met werk van de uitgenodigde kunstenaar van de maand. De onafhankelijke en perfect van het restaurant afgezonderde zaal is geschikt voor veel verschillende evenementen, zoals productintroducties, privéavonden, after works, proefavonden... “In 2010 heb ik beslist die zaal in te richten omdat ik voelde dat er behoefde aan was. Je vindt gemakkelijk zalen voor grote bijeenkomsten, maar weinig voor evenementen met 200 deelnemers.” De 275 m2 grote ruimte is volledig uitgerust. De huurprijs omvat het meubilair, de bar, de projectie‑ en geluidsinstallatie, de Wifi en het afzonderlijke sanitair. “We zijn voorzichtig met het aanvaarden van aanvragen, want we willen de activiteit van boven niet hinderen.

De drie ruimten bleken elkaar aan te vullen. De klanten van de eetzaal hebben dikwijls belangstelling voor de polyvalente zaal en omgekeerd. Paul van Havere heeft het beheer van de BAB’L toevertrouwd aan de in Louvain-la-Neuve goed bekende Haïfa Rachid. Deze dynamische en proactieve dame zal het onder de oppervlakte slapende potentieel tot leven wekken. Afspraak binnen tien jaar.

Loungeatude – Espace BAB’L
Scavée du Biéreau 2
B-1348 Ottignies Louvain-la-Neuve
+32 10 45 64 62
[email protected]
www.loungeatude.be

In oktober 2017 vierde keukeninstallateur èggo zijn tienjarig bestaan. Op tien jaar tijd is de KMO uit Profondeville opgeklommen tot de Belgische marktleider, met 53 verkooppunten, met meer dan 100.000 in het land verkochte en geplaatste keukens en met de aanzet tot internationale expansie.

 

 © Eggo

Met haar emoties, geuren en familiegewoonten, neemt de keuken een speciale plaats in ons leven in. Al meer dan 25 jaar beheerden Philippe en Frédéric Taminiaux de Waalse winkels van een keten voor huishoudtoestellen, waar ze net zo goed ingerichte keukens als stofzuigers, wasmachines, tv-toestellen en computers verkochten. Op een dag voelden ze aan dat er “iets anders kon gedaan worden”. Die intuïtie kreeg vorm naar aanleiding van een bezoek aan het “Salone del mobile” in Milaan. In de aan keukens gewijde ruimte beseften ze dat die zodanig konden worden gepresenteerd, dat ze de bijbehorende emoties en belevingen tot uitdrukking konden brengen. “De keukenwereld was altijd gericht op techniek, van de scharnieren tot de kookplaten”, stelt Frédéric Taminiaux, de CEO. “Maar wij wilden een cocon rond de keuken creëren door ze in een ander verkooppunt te plaatsen, in een gezellige sfeer die aanzet tot een bezoek en tot emoties, in plaats van tot rekenen.” Vader en zoon zetten zich aan het werk en wilden niets aan het toeval overlaten. Een jaar lang hebben architecten, interieurontwerpers en kleurenspecialisten met vereende krachten aan die cocon gewerkt, die “èggo” werd genoemd en gebaseerd was op kwalitatieve en kwantitatieve onderzoeken.

Nationale zichtbaarheid

De eerste klanten die door de rustige gangen van hun “Kitchen House” wandelden, waren verrast. Geen marketingtaal meer, maar foto’s, close-ups van gezichten, mensen die in het bos lagen. “Sommigen moeten gedacht hebben dat het zeer duur was wegens de heel kwalitatieve sfeer, terwijl onze prijzen best betaalbaar zijn.

Vanaf het begin wilde èggo mikken op volume, met een ambitieus programma van 47 winkels in drie jaar en in de drie gewesten van het land. “Dat was natuurlijk een uitdaging inzake snelheid, maar het was van belang vlug nationale zichtbaarheid te verwerven en de volledige controle te behouden over het imago en het concept.” Vanaf het begin is de onderneming gaan luisteren naar haar klanten. Eerst moesten die het nieuwe concept leren kennen en informatie krijgen over de prijzen. De kracht van het geïntegreerde netwerk is dat eender welke winkel nettoprijzen zonder verrassingen kan bieden. “Bij ons zijn er nooit kortingen en geen speciale prijzen voor speciale klanten. Ik zou dat niet normaal vinden.” Zeer vlug kwamen er ook aanvragen voor aanvullend meubilair voor wasplaatsen en dressings. “De klanten dwingen ons om ons opnieuw uit te vinden. We hebben een studiebureau gevormd dat trends analyseert en objectiveert, bijvoorbeeld door punten te geven aan beelden die rondgaan op Pinterest. We halen daaruit aanwijzingen voor het vernieuwen van onze showrooms, waar 25% van de tentoongestelde keukens elk jaar worden vervangen met streekgebonden accenten.

© Eggo 

Avalrecyclage

Om tegemoet te komen aan de belangstelling voor milieu en duurzame ontwikkeling, heeft de onderneming het “èggo life”-progamma geïntroduceerd, dat meer bepaald de steun aan ontwikkelingsprojecten voor beschermde natuurzones coördineert. Uiteraard gebruikt èggo enkel hout met een PEFC-label voor duurzaam beheer (1), maar bovendien heeft de firma een ambitieus project opgestart voor het recycleren van karton‑ en frigolietafval, die naar een centrale worden gebracht om er opnieuw te worden verwerkt en verkocht. “We zijn ervan overtuigd dat dit project binnen één of twee jaar rendabel is.

Vandaag is het web het zenuwstelsel van de handel geworden. Bij èggo is het dikwijls het eerste contactpunt met de klant geworden, die er interactieve catalogi en onlineconfiguratietools op vindt. “We ontwikkelen ook ‘My èggo’. Daarop kunnen onze klanten alle plannen en documenten in verband met hun bestelling vinden. Intern hebben we tevens planningsalgoritmen geïnstalleerd voor het optimaliseren van het beheer van het wagenpark en de montageteams.

Wanneer de klant een showroom binnenstapt, heeft hij al dikwijls zijn keuze gemaakt. Wat hij er komt zoeken is een bevestiging en een niet-virtuele ervaring, namelijk het contact met de materialen en de ruimtelijke perceptie van de volumes. Sommige klanten verwachten ook advies voor de stijl die het best bij hun interieur past. Aangezien onze verkopers een project moeten verkopen en niet alleen maar meubels, worden ze opgeleid in de ‘èggo academy’, waar zes voltijdse instructeurs hun modules inzake techniek, stijl en design aanleren.

Een Europese stijl

Nadat hij de Belgische markt heeft veroverd, werkt de keukeninstallateur vol vertrouwen voort aan zijn ontwikkeling in het buitenland. Met zijn vier winkels in Spanje begint èggo bekend te worden op het Iberisch schiereiland. “We kwamen daar aan in volle economische crisis, terwijl – op één na – alle ketens die onze concurrenten hadden kunnen zijn, zich hadden teruggetrokken. We kunnen rekenen op drie dynamische en ambitieuze managers. We hopen dat we ons tempo zullen kunnen verhogen dankzij die drie of vier jaar voorsprong.” In het Groothertogdom Luxemburg telt het èggo-netwerk al twee winkels. En in het taalverwante Nederland opent het eerste “Kitchen House” binnenkort zijn deuren. “Zelfs al moeten er van land tot land enkele aanpassingen gebeuren, zoals ook voor de gewesten in België, toch is de stijl van èggo Europees. We ervaren dezelfde emoties in Madrid als in Marche-en-Famenne.” De verscheidenheid is niet enkel geografisch. Met “èggo Pro” richt de keukeninstallateur zich op een markt en tot een klantenkring die hem tot nu toe ontsnapten. De nieuwe tussenpersonen zijn de vastgoedmakelaars. “Zo kunnen we klanten bereiken die niet naar de winkel zouden gekomen zijn. Dit is een belangrijke krachtlijn voor de ontwikkeling in het noorden van het land. Op twee jaar tijd hebben we onze verkoop verdubbeld, die nu al 10% van onze omzet vertegenwoordigt.

Het “aandeel van de mondreclame”

Wanneer we hem vragen wat het geheim van het verbluffende succes van èggo is, benadrukt Frédéric Taminiaux zonder aarzelen dat dit vooral schuilt in de kwaliteit van de medewerkers. “We investeren veel geld en energie in de aanwerving, de opleiding en de organisatie van een motiverende en aangename werkomgeving. Wanneer het personeel zich goed voelt in zijn winkel, dan is het altijd geneigd zijn eigen prestaties te overtreffen.” Frédéric Taminiaux weet waarover hij praat, want hij is niet een van die managers die zich opsluiten in hun kantoor of enkel in contact komen met leveranciers. Hij leert veel tijdens de bezoeken die hij geregeld aan de winkels brengt. In de centrale is de formule “Leef mijn leven” wijdverbreid. In dat kader vullen bedienden hun dag met hun eigen taken en verantwoordelijkheden, maar trekken ook een overall van een monteur of chauffeur aan. “De boodschap luidt: elk beroep is belangrijk. Zo krijgt men ook meer respect voor en kennis van wat de ander doet.

Wanneer je Frédéric Taminiaux vraagt hoe hij denkt dat de zaken er binnen tien jaar zullen voorstaan, zet hij in op de ontwikkeling van èggo in Europa, steeds als kampioen inzake klantenbegeleiding en ‑service. “We dromen er ook van geen marketing meer te moeten doen”, zegt hij met een glimlach. “Daar zullen onze klanten voor zorgen, want ze zijn onze beste ambassadeurs.” Vandaag zijn er al zes klanten op tien die naar een showroom komen op aanbeveling van een ander. Binnen de onderneming let men zeer goed op wat men het “aandeel van de mondreclame” noemt, namelijk het beeld dat iedereen van de onderneming geeft. “We stellen statistieken op voor de chauffeurs, de verkopers en de magazijniers. Iedereen moet de klant een buitengewoon goede ervaring geven. Het is een werk dat ons elke dag motiveert en dat nooit ophoudt!

Zie Dossier Hout & Habitat

Èggo
Rue Léon François 6-8
B-5170 Bois-de-Villers (Profondeville)
+32 81 43 24 24
[email protected]
www.eggo.be

Your opinion counts