Waw magazine

Waw magazine

Menu
© Thierry Strickaert
© Thierry Strickaert
© Thierry Strickaert
© Thierry Strickaert
© Thierry Strickaert
© Thierry Strickaert
© Thierry Strickaert
© Thierry Strickaert
© Thierry Strickaert

Bernard Depoorter maakt dromen waar

  • Tendance
  • / Portrait
Brabant wallon  / Wavre

Door Aristide Padigreaux

"Ik heb mijn eigen wereld gecreërd, mijn eigen bolwerk om me op mijn creaties te kunnen storten, mijn huis is mijn laboratorium."

Dat instinct kwam al in zijn kindertijd te boven. “Ik hield van de geur en het gevoel van de stukjes satijn die mijn moeder op mijn teddyberen naaide. Rond mijn negende was ik in de ban van kastelen en sierlijk geklede dames. In mijn zoektocht op zolder stuitte ik op kleren en foto’s van mijn overgrootmoeder Léonie, een bijzonder elegante vrouw.” Ook op school zat hij elders met zijn gedachten. In zijn rapporten staat vaak te lezen dat “Bernard zit te dromen”. Gelukkig leert hij in een zeven jaar durende opleiding voor knippen, naaien en kleding aan het Institut de la Providence in Waver het virus koesteren dat al sinds zijn prille adolescentie in hem sluimert zodat hij zich helemaal kan toeleggen op zijn passie. In zijn schriften creëert hij al zijn eigen haute-couturecollecties. Tijdens zijn laatste jaar organiseert hij een modeshow en vindt hij een stijl tussen mystiek en soberheid en zijn muze ‘Sissi’, keizerin Elisabeth van Oostenrijk. En dan? Omdat hij zich niet in een vorm wil laten persen door een academie, trekt Bernard Depoorter met zijn schetsboeken naar Parijs, vastbesloten om aan alle deuren aan te kloppen. En het geluk lacht hem toe… of misschien is het gewoon zijn lef dat de deur voor hem opent. Na een tijdje te hebben gewerkt als assistent in de haute-couturestudio van Dominique Sirop belandt hij bij Stéphane Rolland van modehuis Jean-Louis Scherrer. Daarna volgt hij een stage in borduurwerk en prêt-à-porter bij Stella Cadent. Op zijn weg ontmoet hij prinses Anna van Bourbon-Beide Siciliën die hem voorstelt om haar naam te verbinden aan zijn eerste defi lé in Parijs. Bernard Depoorter bouwt een groot - en nuttig - netwerk uit van relaties in de wereld van de bekendheden en de aristocratie. Intussen doet hij ervaring op en ontwikkelt hij zijn kritische geest. “De wereld van de haute couture heeft een magische kant met zijn enorme podia en zijn schitterende decors… Het is heel bijzonder om te kunnen binnenstappen in het atelier van Lesage, de planken te horen kraken en die miljoenen parels en lovertjes te zien die daar liggen te wachten om gebruikt te worden. Maar het is ook een heel gesloten en individualistische wereld waar het moeilijk is om een plaatsje in de zon te bemachtigen. Een groot modehuis ontvangt dagelijks tussen 300 en 1000 cv’s!”  

Mijn wortels liggen in Waver

Na vier jaar bij de crème van de Parijse modewereld te hebben doorgebracht, keert Bernard Depoorter terug naar huis met een rijke ervaring. Zijn wortels liggen in Waver, in het grote landgoed dat al generaties lang in handen van zijn familie is. Het was achtereenvolgens een begijnhof, een stadsboerderij van de nonnen van het karmelietenklooster en een hotel. Ten slotte was het bedrijf Charlier-Niset er gevestigd: een soort grot van Ali Baba waar je terecht kon voor ansichtkaarten, servies, linnengoed en houten speelgoed. De ongebruikte gebouwen bieden plaats aan de zware rollen met stoffen, de traditionele naaimachines (met een ongeëvenaarde precisie) en de oude hoedenvormen die de jonge stylist bij antiquairs op de kop tikt. De hele familie zet zich in voor het kleine bedrijfje met vader die de geldzaken regelt, moeder die de public relations verzorgt, de oudere zus die de defi lés organiseert en de jongere zus achter de camera. Zelfs oude nichten komen lovertjes op de jurken naaien… “Ik hou van Parijs, dat me de droom, het zelfvertrouwen en de wil heeft gegeven; ik heb er de zeer gesloten wereld van de haute couture ontdekt en de extravagante luxueuze leefwereld van de klanten. In Waver heb ik mijn eigen wereld gecreëerd, mijn eigen bolwerk om me op mijn creaties te kunnen storten. Mijn huis in de Rue du Béguinage is mijn laboratorium.”  

Mengeling van tijdperken, culturen en beschavingen

In zijn ‘laboratorium’ creëert de jonge modeontwerper – die nooit om ideeën verlegen zit – een klassieke stijl met een sobere, stijlvolle snit en een vleugje raffiement. Zijn creaties belanden wel 1000 keer weer op zijn werktafel. Zijn modellen zijn vrouwen met een koninklijke houding, fragiel, sober, een beetje mystiek, met een ingesnoerd middel en eindeloos lange benen. Hij kiest zijn kleurenpalet zorgvuldig uit oude, nevelige, subtiele en rijke tinten: paars, grijsgroen, olijfgroen, geoxideerd zilver, honing, brons, cognac, kastanjeglans… en zwart, zijn lievelingskleur. Natuurlijke stoffen – satijn, zijdefluweel, mousseline, brokaat, wol, Brugse kant… – worden gecombineerd met kristal, haaienleer, Corduaans leer, parels en passement. De jonge stylist mengt culturen, religies, tijdperken en beschavingen. Hij haalt zijn inspiratie uit uniformen – van militairen en dienstmeisjes – maar ook uit antieke beschavingen, charlestonjurken, art nouveau, art deco, de glamour van de Hollywoodsterren van de jaren 30, de sobere snit van de Hitchcock- actrices uit de jaren 50… Hij koestert het mysterieuze en maakt rijkelijk gebruik van symbolen: kruisen, rozen, tulpen, amuletten… “Ik vind mijn inspiratie overal en op elk moment van de dag, zowel overdag als ‘s nachts: een vrouw die op straat wandelt, het smeedwerk van een balkon, een tegelvloer, een sierlijst, de sensualiteit van een stof, de weerspiegeling in een glas water, films (‘The Piano’, ‘La banquière’), muziek, reizen, vlinders, oude foto’s… Ik stel mijn eigen rariteitenkabinet samen, ik verzamel kunstboeken, ik zie schoonheid in lelijkheid zoals de subtiele kleuren van een rotte appel. Alles kan het begin van een collectie betekenen.” 

Combinatie van haute couture, erfgoed en ambachtskunst

Hij showt zijn collecties in defi lés die vaak op schitterende locaties worden gehouden: in het kasteel van Chimay, met de steun van prinses Elisabeth de Riquet, zijn ‘Belgische meter’, in het kasteel van Terhulpen… Op die manier combineert hij haute couture en erfgoed. En regelmatig laat hij zich vergezellen door kunstenaars of ambachtslieden. “Haute couture is ook mecenaat. Ambachten en ambachtslieden die aan het verdwijnen zijn, moeten geherwaardeerd worden. Het is onmogelijk om in België bijvoorbeeld nog iemand te vinden die veren versieringen kan maken of leer op een ambachtelijke manier kan bewerken.” In het buitenland zijn Londen, Deauville, Monaco, Genève en Rome enkele van de steden waar Bernard Depoorter zijn collecties voorstelde. Er staan ook al andere projecten op stapel, zoals een defilé onder de koepel van het Domaine Hélécine in het kader van de tweede editie van ‘Créations en Brabant wallon’ op 25 oktober. De Waverse ontwerper zal er acht jurken uit zijn nieuwe haute-couturecollectie voor het eerst voor-stellen. In 2009 staat een defi lé voor haute couture en prêt-à-porter in Brussel op het programma (met de steun van een lid van de koninklijke familie) en een in Parijs, gesteund door prinses Anne van Bourbon-Beide Siciliën, en ten slotte een in Milaan. Voorts zijn er privédefi lés in het kader van grote evenementen. “Ik ga touren, een beetje zoals zangers.”  

Visitekaartje

Bernard Depoortere brengt ook een semicouturecollectie uit, ‘van Brussel tot Parijs’, en een prêt-à-portercollectie, ‘Depoorter Prestige’, die in Europa wordt gemaakt en die zal worden verkocht in Parijs, Milaan, misschien vooraf in Waver, en in Antwerpen, Luxemburg, Monaco en Genève. “Haute couture is een visitekaartje, ze geeft de ontwerper en andere vaklieden (bijvoorbeeld een antiquair die een element van het decor leent) de kans om naam te maken maar brengt niet op. Het duurt tien jaar om de kosten te dekken en een clientèle op te bouwen. Haute couture en prêt-à-porter vullen elkaar dan ook aan. In mijn prêt-à-portercollectie komen alle elementen uit mijn werk terug, maar tegen een betaalbare prijs en in klassiekere varianten. Ik wil dat elke vrouw met beperkte financiële middelen zich elegant kan kleden. Eigenlijk maak ik dromen waar.” Met zijn 27 jaar koestert Bernard Depoorter nog een andere droom: de oude familiewoning, waar hij zijn atelier, zijn woonruimte en zijn ontvangstzaal heeft ondergebracht, in haar vroegere luister herstellen. Onder de betontegels van de binnenplaats liggen nog stenen uit de 18de eeuw en de keuken, die uit het einde van de 19de eeuw dateert, is de laatste tegelkeuken van Waver. De ontwerper zou er graag een ‘klein luxecentrum’ inrichten met een showroom voor prêt-à-porter, een decoratielijn en een haute-coutureatelier. “Het is mijn droom om ambachtslieden de oude pleisteren plafonds opnieuw te laten maken. Ik zou er regelmatig mijn deur openzetten en er handelaars en andere kunstenaars en vakmensen samenbrengen. Zoals een beeldhouwster die dat doet met het huis Cremers, de oudste kaarsenmaker in België. Mensen met talent samenbrengen tijdens evenementen om hen de kans te geven bekend te worden en elkaar te ontmoeten.”

 

À lire aussi

Your opinion counts