Waw magazine

Waw magazine

Menu
© Province de Liège

Mijnaperitief

  • Dossier
Liège  / Blegny

Door Carole Depasse

Kennismaken met de geschiedenis van een steenkoolmijn en met het werk van de kompels door 60 meter onder de grond liggende galerijen te bezoeken, is verre van banaal. Maar in Blegny kan dat bezoek bovendien met de ontdekking van nieuwe smaken gecombineerd worden.

 

 

De gemeente Blegny ligt ten noordoosten van Luik, aan het begin van het Land van Herve, in het gebied van de Benedenmaas. De steenkoolmijn van Argenteau-Trembleur is een van de belangrijke Waalse mijnsites die, onder de naam «Blegny-Mine», door de Unesco is erkend als Werelderfgoed. Jacques Crul, de directeur ervan, geeft enthousiast en dynamisch leiding aan een toegewijd team dat deze laatste mijnconcessie uit de streek tot haar recht wil doen komen en, onder de hoede van de Provincie, de originele reconversie ervan tot toeristisch domein en gedenkplaats tot een goed einde wil brengen.

Aangezien de site de enige in België is waarvan de ondergrondse gangen nog via een oorspronkelijke schacht toegankelijk zijn voor bezoekers, kan deze mysterieuze en fascinerende wereld heel authentiek worden getoond tijdens boeiende rondleidingen. Ongewoon toerisme ? Zeker en vast, maar echt origineel wordt het pas wanneer de smaakpapillen betrokken worden bij de dorst naar kennis. De eerste vrijdag van elke maand (tot oktober) biedt «Blegny-Mine» immers een «Mijnaperitief» aan, waarvoor men dient te boeken. 

Afdalen in een kooi

Om dit mooie avontuur mee te beleven, sluiten we ons aan bij een groepje. We krijgen eerst een film te zien over de geschiedenis van en het leven op de plaats. Dan komt het grote ogenblik. De kleine Thomas (8 jaar) houdt de hand van zijn mama wat steviger vast. Valérie, die al bijna 12 is, kijkt ernstig maar is ook een beetje bang. Een bejaard koppel vraagt zich af of heup, knieën en enkels het wel zullen uithouden. Maar de gesprekken verstommen al. De bezoekers trekken de felgekleurde jassen aan en zetten de helmen op. Alles is klaar om met een «mijnkooi» af te dalen naar de ingewanden der aarde, eerst tot 30 en vervolgens tot 60 meter diep... Geen geluid meer in deze gedenkplaats, waar men ons deskundig en met een vleugje humor onbekende plekken toont : steengangen, lange mijngangen, pijlers en vooral het lawaai van de machines, het afmattende werk van de kompels.

Het bier van de «Houyeux» en de «Hèrtcheûses»

 

Het is in die boeiende wereld, die alle recht doet aan de rol en het lijden van de mensen in die onherbergzame omgeving, dat er enkele streekproducten worden aangeboden tijdens twee versnaperingspauzes om weer op adem te komen… Op het menu : kazen van de Fromagerie du Vieux Moulin (zie kaderstuk), heerlijke ambachtelijke vleeswaren van de Waide-hoeve in Blegny en bieren van de Houyeux en de Hèrtcheûses (die speciaal werden gemaakt door de brouwerij van de Abbaye du Val-Dieu). 

 

Zodra onze groep, nog nauwelijks van zijn emotie bekomen, weer het daglicht ziet, kan hij de weg volgen die de steenkool aflegde naar de sorteer  en waseenheden. Alle stappen worden getoond. Men valt van de ene verbazing in de andere verrukking bij het zien van die gebouwen, die nog in alle authenticiteit en eenvoud de geest van weleer uitstralen. En op het gezicht van de «mijnwerkers van één dag» verschijnt een glimlach…

In de mijn opgelegde wijn  

Sinds een jaar is er een duizendtal flessen Château du Coureau (een Graves-wijn uit Bordeaux) opgelegd in de ondergrondse gangen van de mijn en in het zich onder water bevindende deel van de Put. Die wijn werd «Rouge de la Mine» gedoopt en werd dus opgelegd in speciale omstandigheden (buiten het bereik van licht, lawaai en thermische schokken, bij constante temperatuur). Men kan er de wijn proeven en kopen. Dankzij dat unieke experiment op initiatief van de gespecialiseerde wijnbouwer Franck Labeyrie, verkrijgt men een wijn met unieke kenmerken, die zeer op prijs wordt gesteld door vinologen en ervaren kenners: een mooie neus van zwarte vruchten, een volle mond en een mooie lange afdronk.

 

Een klompje geluk

Het Land van Herve bestaat uit weiden, heggenlandschappen en beken. De koeien grazen er vreedzaam. Daar ontstond in de 13e eeuw de authentieke en hoogwaardige Hervekaas. In 1996 kende de Europese Commissie enkel aan de Hervekaas een «beschermde oorsprongsbenaming» toe. Dat BOB-label beschermt «de naam van een product waarvan de productie, de verwerking en de uitwerking plaats moeten vinden binnen een bepaalde geografische zone en met een erkende en vastgestelde knowhow.»

De onnavolgbare bijzonderheid van het erfgoedsymbool is te danken aan het klimaat en de aard van het weidegras : een smaak die de aroma’s ervan onthult. Hij heeft een krachtige geur, karakter en persoonlijkheid. Zijn opvallende smaak verleent hem een plaats op de beste kaasschotels. 

Volledig in de lijn van de traditie wordt Hervekaas heel eenvoudig met Luikse siroop op een snee brood gesmeerd. Daarbij kan men een goede kop koffie drinken (ine clapante jate di neur cafè), een halfzachte witte wijn, of een streekbier. Hij wordt hermetisch verpakt in de koelkast bewaard, waaruit hij één uur vóór de maaltijd wordt gehaald om hem zachter en romiger te maken. De Fromagerie du Vieux Moulin wordt geleid door Madeleine Hanssen-Polinard, die instaat voor de productie en de distributie van Hervekaas van ruwe melk, die wordt gemaakt zoals vroeger, maar dan met de technieken van vandaag.

 

 
Blegny-Mine
Rue Lambert Marlet 23 
B - 4670 Blegny 
+32 4 387 43 33
domaine@blegnymine.be


www.blegnymine.be

Your opinion counts