Waw magazine

Waw magazine

Menu
Image (taile : 44x40px OBLIGATOIRE): 
Image rose (taile : 44x40px OBLIGATOIRE): 
  • /
  • /

Belgische Luxemburg is niet enkel een landelijk en toeristisch gebied bij uitstek, maar ook een kweekvijver van creativiteit. Als aanvulling op de traditionele sector kan die vindingrijkheid tegenwoordig profiteren van de digitalisering om ook buiten de groene provincie zelf erkend te worden. Een andere kijk op onze Ardennen.


De vele initiatieven maken het moeilijk om op enkele bladzijden verslag uit te brengen over alle actoren die vorm geven aan die creativiteit made in Ardenne. Wilt u er al een voorproefje van? Creativiteit is er overal… 


 

Creative people from South Wallonia 

Een van de eigenschappen van het grondgebied is de afzondering ervan. Men heeft dus geen andere keuze dan zich te doen opmerken en nieuwe dingen te maken. Het is toch zo gemakkelijk om uit te wijken naar grote stedelijke centra zoals Luik, Namen of Luxemburg. De ligging van het grondgebied maakt dat men wel creatief moet zijn om niet te worden vergeten. Creativiteit is vooral een uitstekende stimulans voor ontwikkeling”. Julie Hotton, coördinatrice van de ‘Green Hub’, een van de zeven Waalse creatieve hubs, deelt die visie met het vijftiental overheids en privépartners van het project. Ze is trouwens gelukkig dat het project door zo’n verscheidenheid van partners wordt gesteund. “Over creativiteit spreken, valt niet altijd in goede aarde. Men denkt dan dikwijls dat men de clown gaat uithangen, dat men gaat ‘spelen’. Voor ons is creativiteit in ondernemingen een instrument voor innovatie en ontwikkeling van het grondgebied”. De ‘Green Hub’, met zijn devies “We are creative people from South Wallonia”, is een hulpmiddel dat ter beschikking staat van alle ondernemers en dragers van projecten die gevoelig zijn voor begrippen zoals creativiteit en innovatie.

www.green-hub.be



Luxembourg Creative

Een andere organisatie trekt duidelijk en luid de aandacht op de creatieve aard van de provincie, namelijk ‘Luxembourg Creative’. Dit initiatief ontstond onder impuls van de Universiteit van Luik, via haar Interface voor ondernemingen. Het is gevestigd op de Milieucampus van Aarlen en kan rekenen op fervente supporters zoals Idelux, de Kamer van Koophandel van Belgisch Luxemburg en de WEX uit Marche-en-Famenne, een privéonderneming die gespecialiseerd is in evenementen.  

Elke maand organiseert ‘Luxembourg Creative’ voordrachten om de actoren inzake innovatie en creativiteit samen te brengen rond een gezellige lunch. De onderwerpen die er worden besproken, zijn alleszins heel gevarieerd: videogames, hydro-elektriciteit, archaïsche restaurants, goed oud worden als een gelegenheid voor innovatie... Op een verfrissende en uitgesproken optimistische wijze richt ‘Luxembourg Creative’ zich tot vakmensen die nieuwsgierig zijn en hun netwerk willen uitbreiden.  

Vanessa Hansen, de coördinatrice van ‘Luxembourg Creative’, is verheugd over de ondernemersdynamiek van de groene provincie. “Belgisch Luxemburg is een groot en versnipperd gebied… en toch hoeven we niet beschaamd te zijn over het aantal ondernemingen dat er zich bevindt. Als je het aantal firma’s vergelijkt met de bevolkingsdichtheid, dan ligt het gemiddelde in de provincie hoger dan in heel Wallonië! Paradoxaal genoeg kan de geografische spreiding de bevolking aanzetten tot een creatieve dynamiek en kan de afzondering van  sommige actoren juist een stimulans zijn om te gaan samenwerken en om creatieve projecten te ontwikkelen”.  

www.luxembourgcreative.be


 

Gare !

Het project ‘Gare!’ (Station!), dat onlangs werd bekroond met de Publieksprijs van de cultuurondersteunende Stichting Mady Andrien, valt op door zijn durf. ‘Gare!’ heeft zich gevestigd in het vroegere station van Poix-Saint-Hubert, te midden van het meest typische dat de groene Ardennen te bieden hebben. Dat station wordt omgevormd tot een ‘derde plaats’, die een evenementen– en werkruimte combineert met een verblijfplaats voor kunstenaars en een polyvalente zaal.  

De ‘derde plaats’ is een ontmoetingsruimte voor uiteenlopende personen en vaardigheden die elkaar niet noodzakelijk tegenkomen. Het is door die onwaarschijnlijke ontmoetingen dat dit soort plaatsen bijdraagt tot een rijkdom aan creativiteit. Hier gaat het om sociale innovatie. Aude Piette, de oprichtster van ‘Gare!’, die ook de ‘Gamines’ leidt (cf. WAW 32), pakt het project grondig aan en omringt zich met de beste deskundigen inzake territoriale marketing. Het was trouwens tijdens een door ‘Luxembourg Creative’ georganiseerde conferentie dat Aude een van haar partners heeft ontmoet. Initiatieven in verband met creativiteit en innovatie vullen elkaar dus aan en versterken elkaar! Creativiteit betekent ook en vooral dat men tot een blijvende samenwerking komt.

www.gare.space


 

 Midweeks in de Ardennen 

‘Midweeks.net’ is een aanbod van logies die enkel van maandag tot vrijdag beschikbaar zijn. Toen Benoît Dessaucy merkte dat hotels op weekdagen leeg staan, creëerde hij online een boekingsplatform voor liefhebbers van natuur en stilte, die ook houden van... verrassingen! ‘Midweek’klanten krijgen enkele toetjes aangeboden, zoals een fles plaatselijk bier, een verwelkomingscocktail, en rondleiding en zelfs... een exclusief concert in de kamer! Creativiteit is overal. De liefhebbers van goede plannen zullen vooral interesse hebben voor de gunstige prijzen van die ‘midweek’-verblijven van vijf dagen en vier nachten. Maar hoe ontstond dat ongewone project? Benoît Dessaucy, die een ‘geek’ in hart en nieren is, neemt graag deel aan hackatons en andere evenementen waar ontwikkelingsteams die elkaar voordien niet kenden, samenkomen om op enkele dagen tijd een project uit te bouwen. Het was tijdens de aan etoerisme gewijde hackaton van de Ardennen dat het ‘Midweek’project werd uitgevonden. “Ik neem al sinds twee jaar deel aan dat soort weekends, waar ik me heel goed vermaak. Ontwikkelaars, grafici, marketing– en businessprofielen komen daar bijeen om teams rond een idee te vormen. Het bulkt er van energie, creativiteit en mooie ontmoetingen… Er is vooral de uitdaging om een project te ontwerpen en te ontwikkelen op minder dan 48 uur tijd, met weinig of geen slaap. Elk project wordt gesteund door coaches en uiteindelijk beoordeeld door een jury. Het is een gelegenheid om ideeën te verkennen en uit te proberen. Ik leer er veel bij en dat is nuttig voor mijn beroepsleven. Ik kan die evenementen aanbevelen aan iedereen die met computers grenzen wil verleggen.

www.midweeks.net


So fashion !

De ‘Lux Fashion Week’ staat voor 1000 plaatsen die op 15 minuten worden verkocht. Modeontwerpers uit Belgisch Luxemburg staan er hoog aangeschreven. Al twee jaar verwelkomt de stad Aarlen dat grote feest voor plaatselijke ontwerpers. Om getalenteerde stilisten uit de provincie meer zichtbaarheid te geven, werd de ‘Lux Fashion Week’ in 2015 opgericht onder impuls van ‘L’Avenir du Luxembourg’, in partnerschap met de Provincie Luxemburg en de Stad Aarlen. De plaats voor de show, namelijk de vroegere NMBS-werkplaats van Stockem, werd gekozen omdat ze zo afsteekt tegen de glamour van de modewereld. Aan die in de streek nog nooit geziene modeshow nemen 300 kunstenaars, ontwerpers, modellen, kappers, grimeurs en kleedsters deel om de ogen van de 1300 toeschouwers te doen schitteren. Françoise Lutgen, die de Provincie Luxemburg vertegenwoordigt in het organisatiecomité, benadrukt de vele contacten die door het evenement tot stand komen tussen handelaars, ontwerpers, scholen, ambachtslieden, instellingen en verenigingen. Elk jaar klopt het hart van Aarlen 10 dagen lang op het ritme van de ‘Lux Fashion Week’. 

www.luxfashionweek.be


@ www.tuzzit.com

TUZZit

In het Waals betekent “tuser” nadenken over een idee. Het is precies door samen na te denken dat een vrolijk en hyperactief team, dat geboeid is door ondernemerschap en technologie, een onlineplatform heeft gemaakt, waarmee men kan samenwerken, problemen oplossen en ideeën uitwisselen. Uitwisselen, maar niet op eender welke manier! ‘TUZZit’ staat op de eerste plaats voor creatieve en visuele tools waarmee men telewerk, waar veel werknemers mee te maken krijgen, eenvoudiger en gebruiksvriendelijker kan maken. Ondernemers zullen hun tools kunnen kiezen, gaande van het Business Model Canvas tot de ‘zes denkhoedenmethode’ van Edward De Bono, een techniek die zeer veel wordt gebruikt om aan te zetten tot creativiteit. Daarmee kan men niet alleen zakenkwesties grondig onderzoeken, maar ook een persoonlijk standpunt innemen ten aanzien van die kwesties.

www.tuzzit.com


© Ressources Naturelles Développement

Wanneer ingenieurs zich vermaken… 

Als het op creatieve ideeën aankomt, blijven ingenieurs zeker niet achter. Daarvan getuigt de ‘Challenge Bois’ die al twee jaar wordt georganiseerd door ‘Ressources Naturelles Développement’ (RND), een in de provincie Luxemburg gevestigde vzw voor de promotie van hout en steen.  

Frédéric Castaings, die verantwoordelijk is voor “bos-hout”, vertelt. “Het idee ontstond uit een verlangen om het imago van de houtsector te promoten, om er een innovatieve dimensie aan te geven en om een jong publiek aan te spreken”. Na een ietwat toevallige ontmoeting met de Universiteit van Luik ontstaat “Wood to the Floche”. Wood to the Floche? Zoek het niet te ver. De ‘floche’ is gewoon een ‘floche’ of kwast. Net zoals degene die men kan aftrekken op een kermismolen. Met dat verschil dat deze ‘floche’ zich op een hoogte van 6 meter bevindt en de golden snitch is van een wedstrijd voor creatieve ingenieurs!

In 2016, tijdens het Batimoi-salon in de WEX van Marche-en-Famenne, wedijveren 10 teams van 3 studenten met elkaar in vindingrijkheid om de ‘floche’ binnen 24 uur te bereiken. Ze bevindt zich op een hoogte van 6 meter, met een deel boven de lege ruimte van 4 meter. De uitdaging ligt op verschillende vlakken: een voldoende stevige structuur ontwerpen, ze zo voordelig mogelijk bouwen, het ontwerp optimaliseren en... de ‘floche’ in kwestie vastgrijpen!  

Aangezien er tijdens het salon een massa bezoekers rond de constructies samendromde, kan men de opdracht als geslaagd beschouwen voor het RnD-team. Als er nog een beetje stof achterbleef op het imago van de houtsector, dan is dat er zeker afgewaaid, even zeker als het feit dat de studenten de ‘floche’ hebben kunnen pakken!  Begin 2017 vond er dus een tweede uitgave van de ‘Challenge’ plaats, waaraan, naast de teams van de ULg (Universiteit van Luik), werd deelgenomen door drie studententeams van de HELMo (Vrije Hogeschool van het Maasland, uit Luik). Het thema was “Woody wood poker”. Ditmaal moest men met een budget van € 150 een loopbrug van 8 meter lang bouwen en er, zoals bij poker, op gokken dat ze genoeg gewicht kon dragen. Strategie en spanning!  

Frédéric Castaings is verbluft door de verscheidenheid van de oplossingen. “Met een budget van € 150, zijn de methodes fundamenteel verschillend. Het is verbazend! Er is geen gemeenschappelijke basis en men blijft verre van het eenheidsdenken. De jeugd drukt zich uit, ze innoveert, ze vermaakt zich met hout”. Natuurlijk zal er volgend jaar een nieuwe uitdaging worden bedacht. Woodstock, Woody Allen of misschien Robin Wood? Waardoor zullen de organisatoren zich dan laten inspireren? 

www.rnd.be


Toerisme, bos en innovatie 

Onder impuls van de Gedeputeerde voor Economie, Toerisme en Natuurlijke Rijkdommen van de provincie Luxemburg lanceerde de vzw ‘Ressources Naturelles Développement’ (RND) onlangs een originele wedstrijd voor het promoten van vrijetijdsactiviteiten in het bos. Een creatief idee om de bossen op te waarderen door de collectieve intelligentie van de bewoners van het grondgebied. “Bos-landschap”-manager MarieCaroline Detroz verheugt zich over het succes van het initiatief. “Er werden 15 projecten ingediend door vakmensen uit de toerismesector en het bosbeheer, maar ook door organisaties die de belangstelling voor het milieu willen bevorderen. Wegens hun kwaliteiten, werden al die projecten opgenomen in een ‘witboek’. We hopen dat ze zullen worden uitgevoerd, als ze kunnen worden gefinancierd”. Beeldhouwen, trektocht met bivak, schilderen in het bos, opwaarderen van legendes... Van de ingediende projecten zal als eerste “La forêt, un e-regard pluriel” (Een meervoudige ekijk op het bos) worden uitgevoerd. Dat voorziet in wandelingen naar keuze aan de hand van de nieuwe technologieën. Dat project wordt gesteund door de toeristische dienst van Vielsalm en biedt het voordeel dat het gemakkelijk kan worden toegepast op alle bossen, zonder dat daarvoor speciale uitrustingen nodig zijn.

  • /
  • /

Belgisch Luxemburg is een vakantiebestemming. Bekend om zijn Ardennen, bossen, everzwijnen, kandidaten voor ‘Top Chef’ en de wolf die men ergens nabij Nassogne opgemerkt heeft … Of wat kunnen we u nog meer vertellen?


GALAXIA

In Transinne wordt er een park voor ruimteactiviteit ontwikkeld naast het Euro Space Center en op een boogscheut van het ESA-station in Redu. Binnenkort zal Galaxia plaats bieden aan het logistieke en onderhoudscentrum van de grondoperaties van het Galileo-programma.  

De provincie Luxemburg staat bekend voor haar vreedzaam karakter en haar natuurlijk erfgoed. Wie van Brussel naar Luxemburg rijdt, kijkt dan ook wellicht met verbazing naar een raket naast de autosnelweg. In Transinne verwelkomt het Euro Space Center jaarlijks ongeveer 40.000 bezoekers en stagiairs die de ruimte willen verkennen. Naast die toeristische attractie ontwikkelt er zich een unieke ruimtepool in Wallonië.  

In Redu, vlak bij Transinne, heeft het Europees Ruimteagentschap (ESA) een van zijn controlestations. “Om te communiceren met de satellieten zocht het ESA indertijd naar een rustige plaats, ver van de stad en vrij van elektromagnetische vervuiling. Hoofdzakelijk daarom koos het ESA voor Redu”, vertelt Michel Ponthieu, hoofd voor Ruimte en Hoge Technologie van Idélux, de intercommunale voor de economische ontwikkeling van de provincie Luxemburg. Het ESA blijft veel activiteiten uitvoeren vanuit Redu. Zo controleert het de goede werking van de satellieten, neemt het deel aan opdrachten om de aarde te observeren en staat het borg voor telecommunicatieopdrachten op Europese schaal.

In 2008 begon Idélux Galaxia te bouwen, juist naast Euro Space, een aan de ruimte gewijd dienstverlenings– en bedrijvencentrum. Jonge of reeds gevestigde actoren uit de sector kunnen er gebruikmaken van uitgeruste en beveiligde kantoren en vergaderzalen. “Ondernemingen die actief zijn op ruimtegebied, willen wij helpen om zich te vestigen en te ontwikkelen. Ze kunnen profiteren van een geschikt ecosysteem en er andere aanwezige of op hetzelfde gebied werkende actoren ontmoeten, te beginnen met het ESA”, verzekert Michel Ponthieu. Het bedrijvencentrum van Transinne is direct via glasvezelkabel verbonden met de ESA-site. “De aanwezige ondernemingen kunnen dus gemakkelijk gebruikmaken van de per satelliet ontvangen gegevens”, licht Michel Ponthieu toe.  Galaxia is ook een kenniscentrum dat de aanwezige ondernemingen toegang verleent tot universiteiten. “Wij bieden ook programma’s voor startende ondernemingen aan in samenwerking met WSL en ESA BIC. Momenteel maken een twaalftal start-ups gebruik van een hoogwaardige begeleiding om de ontwikkeling van hun activiteit te verzekeren.” 

Die ruimtepool met zijn vele voordelen bereidt zijn intrede in een nieuwe ontwikkelingsfase voor. Dankzij de investeringen van het Waals Gewest en de Federale Staat heeft de Europese Commissie ervoor gekozen een nieuw logistiek ondersteuningscentrum voor het Europees “Galileo”-programma voor satellietnavigatie te vestigen. Vanuit een volledig nieuw gebouw zullen teams instaan voor de logistiek en het onderhoud van de 16 over de aarde verspreide Galileogrondcontrolestations en van tien andere operationele centra in Europa. Het centrum van Transinne zal 30 directe banen scheppen en evenveel indirecte. Die komen bovenop de 180 betrekkingen die reeds bestaan in de zone tussen Redu en Transinne. “Vandaag krijgt Galaxia een nieuwe dimensie. Naast het bedrijvencentrum bouwen we ook een 20 ha groot activiteitenpark dat volledig aan de ruimte zal worden gewijd”, vervolgt de verantwoordelijke van Idélux. “Galileo moet veel nieuwe diensten en toepassingen kunnen creëren. Wij willen een aantrekkingspool rond de ruimte opbouwen en actoren verwelkomen die nieuwe diensten in verband met Galileo willen ontwikkelen en die zich willen bewegen in een aan de ruimte gewijde werkomgeving.

Om te beginnen zal Idélux verbindingscentra uit de grond stampen, dat wil zeggen multifunctionele gebouwen die plaats kunnen bieden aan ondernemingen. “Naargelang hun interesse kunnen actoren hun activiteiten ter plaatse vestigen en hun eigen infrastructuur laten bouwen of gebruikmaken van onze beschikbare ruimten.



GROUPE FRANÇOIS

De Groep François, die gevestigd is in Latour, bij Virton, heeft een uniek model van kringloopeconomie ontwikkeld, dat een plaatselijke en duurzame natuurlijke rijkdom, namelijk hout, omvat en duurzaam opwaardeert. 

In 1980 begint Bernard François, samen met zijn vader Pierre, een gewezen molenaar, aan zijn houtavontuur. In Signeulx maken vader en zoon houten pallets en kisten. Sindsdien is het kleine familiebedrijf behoorlijk gegroeid. “Beetje bij beetje hebben wij heel de houtsector betrokken bij een nieuw model van kringloopeconomie. Op die manier konden we die natuurlijke rijkdom op een logische en efficiënte manier verwerken, zowel inzake milieu, als sociaaleconomisch. We zorgen ervoor dat elk stadium van de verwerking zoveel mogelijk wordt opgewaardeerd”, legt Bernard François uit. “Eens het snoeihout gekapt is, voedt het op de eerste plaats onze zagerij. Op basis van planken maken wij pallets, onze oorspronkelijke activiteit. Het resterende zaagsel wordt dan gedroogd met onze warmtekrachtkoppelingsinstallatie en vervolgens omgevormd tot houtkorrels die als brandstof dienen en verkocht worden onder de merknaam Badger Pellets.

Hout, maar ook energie

De warmtekrachtkoppelingsinstallatie, die sinds 2004 wordt gebruikt in samenwerking met de intercommunale Idélux, produceert niet enkel warmte, maar ook elektriciteit. Een derde van de groene elektriciteit wordt gebruikt voor de firma, die op deze manier volledig zelfstandig werd. Het overschot gaat naar het netwerk en levert stroom aan 11.000 gezinnen. De afgegeven warmte droogt niet alleen het zaagsel, maar behandelt ook de pallets en verwarmt de bedrijfsgebouwen. “Op onze KioWatt-site in Bissen, Luxemburg, spreken we zelfs van een drievoudig gebruik, aangezien het afval ook dient voor het koelen van het datacenter van LuxConnect”, voegt de stichter van de Groep François eraan toe. De werking van de warmtekrachtkoppelingsinstallatie wordt enerzijds gevoed door onbruikbaar houtafval van de site en anderzijds door huishoudelijk houtafval uit de containerparken van de provincie Luxemburg. In totaal gaat het om ongeveer 400.000 m3 afval per jaar. Sinds maart wordt gereinigd, gemalen en van ijzer ontdaan houtafval ook opgewaardeerd door het maken van blokjes die gebruikt worden voor de palletproductie.

“Een kwestie van gezond verstand”

Alle activiteiten in verband met hout gebeuren op één en dezelfde plaats, meer bepaald in de industriezone van Latour. Dankzij die integratie dalen de transportkosten en de weerslag op het milieu, kan men heel de keten beheersen en de kwaliteit van de aangeboden producten verzekeren. Natuurlijk is die ongelooflijke kringloop niet in een oogwenk tot stand gekomen. “Elke dag proberen we onze processen te verbeteren met het oog op meer duurzaamheid, zowel voor onze onderneming als voor onze medewerkers, ons milieu en de komende generaties”, verzekert Bernard François. “Het is een lange weg, een grondige intellectuele aanpak, op basis van respect voor de grondstof. Want de uitdaging bestaat erin de natuurlijke rijkdom op een evenwichtige manier te gebruiken en er zorg voor te dragen. Tegenwoordig gebeuren er te veel investeringen die geen rekening houden met de natuurlijke omgeving van die rijkdommen en die niet voor het voortbestaan ervan zorgen. Het is van essentieel belang dat er een overeenkomst bestaat tussen de beschikbaarheid van het materiaal op lange termijn en de activiteit die men wil uitoefenen. Dat is een kwestie van gezond verstand.” In die optiek heeft de Groep François ervoor gekozen enkel snoeihout te gebruiken dat voortkomt uit duurzaam beheerde bossen binnen een straal van 0 tot 300 km.

Een strategie

We moeten ervoor zorgen dat hernieuwbare energie morgen echt belangrijk wordt. Ook politici moeten daarvoor een onomkeerbare duurzame strategische visie ontwikkelen voor ons land, voor Wallonië”, gaat de baas verder. De Groep François zorgt daarvoor. Op basis van plaatselijke en hernieuwbare natuurlijke rijkdom produceert hij op zijn site van Virton elk jaar 2,5 miljoen pallets en 50.000 ton Badger Pellets. De groep telt een tiental firma’s, gevestigd in Thimister-Clermont, in de provincie Luik, en in Bissen, in het Groothertogdom; de groep telt 250 werknemers. Sinds haar oprichting kan de onderneming uit de Gaumestreek bogen op een voortdurende groei met een aantrekkelijk en inspirerend sociaal, economisch en ecologisch model.

  • /

De Belgen hebben altijd veel plezier beleefd aan hun striphelden. Het digitale tijdperk opent niet alleen nieuwe verhaalwerelden voor de fans, maar ook voor de populaire stripfiguren van de toekomst. R/O neemt de uitdaging aan om dit voor elkaar te krijgen en zorgt zo voor een revolutie in de stripwereld.

 

Het stripverhaal, dat als een volwaardige kunstvorm wordt beschouwd, doet de harten in België al bijna een eeuw sneller kloppen. De geboorte van het onsterfelijke Kuifje in 1929 vervult het land van trots. Enkele jaren later schenkt de school van Marcinelle het leven aan Robbedoes. De grote meester Jijé, maar ook Franquin, Morris, Will, Peyo, Uderzo en Goscinni volgen elkaar op bij uitgeverij Dupuis in Charleroi. Helden als Guust Flater, de Marsupilami, Lucky Luke, de Smurfen en Asterix worden daar geboren. Dat hele erfgoed vormt het artistieke DNA van de Belgen. Maar hoelang nog? Die vraagde stelde zich François Pernot, sinds een aantal jaren CEO van de Pôle Image van Média-Participations, algemeen bestuurder van Dupuis en algemeen directeur van uitgeverij Dargaud-Lombard. Hij realiseerde zich dat België achterblijft. “We moeten ons aanpassen aan de nieuwe technologieën. We zijn heel goed in strips. We hebben figuren bedacht die nooit verouderen, maar om onze striphelden in leven te houden, is het absoluut noodzakelijk dat we ons aanpassen aan de nieuwe manieren van consumeren,” zegt Stéphanie Thirion, projectleidster. “Het publiek kan tegenwoordig zelf bepalen wat, wanneer en hoe het wil consumeren. We moeten ons ervan bewust worden dat het stripverhaal van de nieuwe generaties anders zal worden benaderd. We moeten onze verhalen op andere manieren gaan vertellen.” De oplossing die François Pernot heeft bedacht, is een primeur. R/O, waarvan de uitspraak in het Frans ongeveer klinkt als ‘héros’ (held), is een opleiding die auteurs met de noodzakelijke hulpmiddelen leert werken om hun verhalen via verschillende mediaplatforms te vertellen. Maar wat betekent dat concreet?

 

Transmedia

Om een verhaal over te brengen via nieuwe technologieën, is het niet voldoende om te weten hoe je een 3D-bril of Augmented Reality-helm draagt. Het doel van R/O is om verhalen anders te leren vertellen, met verschillende ingangspunten en via meerdere platforms, zoals boeken, televisie, bioscoop, internet, videogames en apps. En daar komt transmedia om de hoek kijken. Transmedia wordt beschouwd als het opdelen van content in de tijd, in de verhaalruimte en via verschillende mediaplatforms. Daarbij worden lineaire en non-lineaire gedachtegangen gecombineerd om het publiek in staat te stellen zo veel mogelijk in de wereld van het verhaal op te gaan. Dat klinkt een beetje abstract, maar kort gezegd kunnen helden dankzij transmedia al dan niet simultaan op meerdere apparaten bestaan. De verschillende platforms waarop het verhaal zich afspeelt, vormen één symbiotisch geheel, dat de ervaring verrijkt. De R/O-opleiding is dus bedoeld om auteurs te leren hun verhalen en werelden direct in samenhang met verschillende platforms te bedenken. In de tekenfilm zijn bijvoorbeeld flashbacks opgenomen die niet in het stripverhaal zitten, terwijl in de tekstballonnen van het stripverhaal bepaalde codes van de videogame te vinden zijn.

 

Cultuur als economische motor

Wat deze ontwikkeling tot nu heeft tegengehouden, is niet het talent van de auteurs, maar een gebrek aan technische kennis. Dat is het grote probleem. “Ze beschikken nog niet over alle competenties. Met R/O willen we hun de hulpmiddelen bieden om over andere platforms te kunnen nadenken. Momenteel zien we dat de technologieën zich snel ontwikkelen, maar dat de content niet wordt aangepast. Dat zouden we bij de striptekenaars willen aanmoedigen”, verklaart Stéphanie Thirion. En om de toekomst van al die knowhow veilig te stellen, is R/O niet krenterig!

De Smurfen van tegenwoordig zijn goed voor een omzet van 1,6 miljard euro, waaraan het stripverhaal in papieren vorm minder dan één procent bijdraagt. Volgens accountantsbureau Ernst & Young schept de culturele sector wereldwijd meer banen dan de auto-industrie. Hoewel boze tongen het tegendeel beweren, kan cultuur dus ook in de 21ste eeuw nog een echte economische motor zijn! En dat argument is duidelijk aangekomen bij François Pernot, die het R/O-concept heeft gecombineerd met een aantal particuliere en publieke investeringen: 1,6 miljoen euro uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO), 3 miljoen euro als onderzoeksondersteuning en 4 miljoen euro van aandeelhouders, zoals uitgeverij Dupuis, de RTBF en Wallimage. Het Waals Gewest heeft ditmaal geen subsidie gegeven, maar aandelen in het project gekocht. Het volledige financiële en commerciële beheer van het innovatiecentrum nieuwe stijl is in handen van Belgian Heroes S.A. Deze vennootschap brengt de aandeelhouders bijeen, zorgt voor de uitvoering van de projecten en financiert R/O Institute en R/O Lab, de twee praktische opleidingsinstituten.

 

 

Op zoek naar zeldzame parels

Erkende of aankomende talenten uit de hele wereld die aan de eerste editie van het omvangrijke R/O-project willen meedoen, kunnen zich tot september aanmelden. “We hebben veel aanmeldingen gekregen en daarover zijn we echt tevreden. De grote zomerfestivals hebben ons de mogelijkheid geboden om verschillende auteurs te ontmoeten en evangelisatiewerk te verrichten met betrekking tot striphelden”, legt Stéphanie Thirion uit. “We zijn op zoek naar projecten met een goed verhaal, veel potentieel, dichtheid en een verleidelijke storyworld.” Na deze eerste oproep tot het indienen van projecten wordt een voorselectie gemaakt van veertig ideeën, waaruit er tien worden gekozen. De betreffende auteurs worden dan toegelaten tot de R/O-opleiding. Tijdens dit lesprogramma gaan de talenten naar het R/O Institute en het R/O Lab om getraind en begeleid te worden bij het uitwerken van hun ideeën. Aan het einde van het eerste jaar wordt een aantal projecten uitgekozen om geproduceerd, gedistribueerd en verkocht te worden door alle partners van het concept. “Op dat moment kunnen we het succes van R/O concreet evalueren. Het wordt gemeten aan de hand van het resultaat na één jaar opleiding. Als er sprake is van een verhaal dat werkt en duurzame intellectuele eigendom die banen kan scheppen, kunnen we zeggen dat het concept is geslaagd! Het zou ideaal zijn als enkele van de 75 projecten die we in de eerste vijf jaar begeleiden, tot grote successen leiden”, voegt de projectleidster eraan toe. Als het concept werkt, is het de bedoeling om het op termijn in andere landen te kopiëren, zodat misschien weer een Belgisch merk ontstaat dat de wereld voor zich wint.

 

www.ro.institute


De drie onderdelen van R/O

Het concept van François Pernot steunt op drie pijlers om gezamenlijk de nodige competenties en technieken te ontwikkelen.

  1. Het R/O Institute wordt gevestigd in Charleroi om een geavanceerde opleiding voor de tien voorgeselecteerde projecten te bieden. Trainers en deskundigen uit de hele wereld presenteren theoretische, technologische en praktische hulpmiddelen aan de auteurs. “We hebben een hele lijst van experts en professionals op het gebied van transmedia geraadpleegd”, zegt Stéphanie Thirion verheugd. Het zijn lesprogramma’s die vorm moeten krijgen in samenhang met de projecten die zijn geselecteerd.” Zo wordt het programma van het R/O Institute opgesteld in samenwerking met de beroemde tekenschool Les Gobelins in Parijs.
  2. Het R/O Lab stelt de allernieuwste technologische hulpmiddelen ter beschikking van de auteurs. Het R/O Lab, moet een vernieuwend laboratorium worden dat de auteurs in staat stelt om content en technologie op elkaar af te stemmen. Het is het technologieplatform om de werelden en verhalen uit te werken die de auteurs tijdens hun lesprogramma aan het R/O Institute hebben bedacht.
  3. Belgian Heroes S.A. is verantwoordelijk voor alle zakelijke aspecten van de twee bovengenoemde instellingen. Hoewel momenteel nog geen Belgische markt voor transmediaprojecten bestaat, is Belgian Heroes toch van plan om van R/O een onvermijdelijk onderdeel van het internationale cultuurlandschap te maken.

 


Belangrijke data

22 december 2015: via een persconferentie wordt bekendgemaakt dat R/O officieel met overheidssteun van start gaat.

17 mei 2016: op het Filmfestival van Cannes wordt opgeroepen om projectvoorstellen in te dienen.

Oktober 2016: de veertig projecten die het beste bij het concept aansluiten, worden door middel van voorselectie aangewezen. In de herfst begint dan het bootcamp, dat tot in december een bijscholingsweek organiseert op het gebied van marketing, storytelling, transmedia enzovoort.

Januari 2017: de eigenlijke R/O-opleiding gaat van start met een tiental projecten die na afloop van het bootcamp zijn uitgekozen.

Juli 2017: de eerste editie van R/O eindigt en heeft hopelijk een aantal veelbelovende projecten opgeleverd die de markt kunnen veroveren.

 

  • /

De virtual reality-bril die Frédéric Lilien en zijn bedrijf Immersia Films hebben ontworpen, maakt een buitengewone, volledig overrompelende ervaring mogelijk, waarvoor je niet eens de deur uit hoeft. Zet de VR-bril op en het avontuur kan beginnen.

 

Het verhaal van Frédéric Lilien uit Verviers doet denken aan de American Dream. Op 23-jarige leeftijd verlaat hij zijn geboortestreek Wallonië om in New York te gaan wonen. Daar heeft hij een beslissende ontmoeting, die zijn leven verandert: de schitterende roodstaartbuizerd Pale Male, die grote beroemdheid geniet in New York, vliegt zijn gezichtsveld binnen. Frédéric Lilien, een groot liefhebber van natuurdocumentaires, ziet er een teken in. “Ik kwam de vogel onverwachts tegen in Central Park. Ik moest steeds een ander baantje zoeken om rond te komen en op dat moment dacht ik: ‘Hier ligt misschien een kans!’ Ik heb de vogel een aantal jaren gevolgd en gefilmd voordat ik mijn eerste film maakte. Ik heb me ontwikkeld door een fotograaf te helpen. Van hem heb ik alles geleerd.”

 

You’re gonna make it

Langzamerhand leert hij Pale Male kennen. De geschiedenis van deze roofvogel, die een ware autoriteit is in New York, is nauw verbonden met de stad en zijn inwoners. En de magie doet haar werk op deze plek in de wereld waar alles mogelijk is. “Een natuurfilm is voor mij zoiets als een liefdesgeschiedenis. Het verhaal van Pale Male is bijzonder en innemend. Dat was de magie van New York. Ik heb veel steun gekregen en interessante mensen ontmoet, zoals Nora Ephron, die onder andere When Harry met Sally en You’ve Got Mail heeft gemaakt. Zij heeft de deuren van haar studio voor me geopend.”

Voor Frédéric Lilien komt een jeugddroom uit. Hij herinnert zich nog dat in Central Park op een dag iemand tegen hem zegt: “You’re gonna make it.” En dat is ook gebeurd. Hij vertelt het verhaal van Pale Male eerst in een 43 minuten durende documentaire voor PBS in 2002. In 2009 doet hij dat nog eens met The Legend of Pale Male, een documentaire van 85 minuten, die maar liefst vijftien prijzen wint op diverse festivals over de hele wereld. “Ik heb veel steun gekregen. Ik had geen diploma, ik was verlegen en ik had geen zelfvertrouwen. Je moet doen wat nodig is en een gladde tong hebben om succes te behalen. Ze hebben tegen me gezegd dat ik van mijn fouten moest leren. En dat heb ik gedaan.”

 

 

Totaal overrompeld

De professionele loopbaan van Frédéric Lilien krijgt een nieuwe wending wanneer hij zijn speelfilm aan de Cornell-universiteit vertoont. Hij werkt mee aan een bijzonder experiment. “Ik ging een studio binnen die in volledige duisternis was gehuld. Ze lieten me luisteren naar een geluidsopname in 360°. Een kudde olifanten kwam de jungle uit om te gaan drinken. Ik was totaal overrompeld en zei tegen mezelf: Dat wil ik gaan doen en dan beelden toevoegen aan het 360°-geluid.” Frédéric Lilien zegt dat hij zich een beetje naïef in het avontuur heeft gestort. Hij komt op het idee van draaiende koepels, maar er doen zich ernstige technische en financiële problemen voor.

In 2012 hoort hij praten over de Kickstarter-financieringscampagne voor Oculus Rift, de bril die voor een VR-ervaring zorgt. Voor de man uit Verviers is dit systeem niet meer zo gebruiksvriendelijk als een bioscoopzaal, maar biedt het wel de mogelijkheid van een overrompelende ervaring. Een vriend uit New York bouwt dan voor hem een systeem bestaande uit zes Go Pro-actiecamera’s die een gezichtsveld van 360° bestrijken. Dankzij de Oculus Rift-bril en een smartphone kan de overrompelende ervaring beginnen. “Iedereen wordt een potentiële klant. Je hoeft alleen maar een smartphone te hebben, zoals de Samsung S6, en een VR-bril, dat is alles. Met 700 euro voor de telefoon en 100 euro voor de bril is dat minder duur dan een koepel. En de prijs-kwaliteitverhouding is goed. Het is een economisch haalbaar plan.” Na een onderzoeks- en ontwikkelingsfase, waarin hij alle mogelijke en denkbare situaties filmt, sticht hij in maart 2015 het bedrijf Immersia Films.

 

Onbekende situaties beleven

Immersia Films is de eerste in België die een concrete toepassing bedenkt voor de overrompelende ervaring die virtual reality teweegbrengt. Daarvoor is een stereoscopisch systeem van zestien camera’s nodig, dat je als kijker een 3D-indruk geeft. Net als bij een traditionele film worden de beelden vervolgens gemonteerd met behulp van gewone panoramasoftware.

Spa is snel gecharmeerd van het initiatief. In april 2015 zet het stadje een nieuw promotiemiddel in waarmee zijn bezoekers een overrompelende ervaring kunnen ondergaan. Gezeten in een eivormige stoel en met een VR-bril op zijn hoofd ontdekt de toerist in een oogwenk hoe mooi de streek van Spa is, terwijl hij in een raceauto op volle snelheid over het circuit van Francorchamps raast, aan boord van een heteluchtballon door de lucht zweeft of tussen de Blancs-Moussis van Stavelot danst.

De toeristische ervaringen volgen elkaar daarna op voor Immersia Films: het bureau voor de toeristische promotie van Wallonië en Brussel, wildpark Forestia enzovoort. “Het is waar dat toerisme de eerste toepassing is van virtual reality. Het is niet per se een sector waar veel geld zit, maar de technologieën ontwikkelen zich”, legt Frédéric Lilien uit.

In juni 2015 krijgt Immersia Films de gelegenheid om de tweehonderdste herdenking van de Slag bij Waterloo te beleven. Een overrompelende ervaring!

Voor sommige mensen is het misschien een onbereikbare droom om bij een voetbaltraining van Standard Luik aanwezig te zijn, maar Immersia Films is eind april de uitdaging aangegaan. Met behulp van de VR-bril kun je een onvergetelijk moment beleven, alsof je er zelf bij was. “Je ziet meteen de kleinste details en beleeft een exclusief moment met de spelers. De kracht zit echt in het gevoel van aanwezigheid”, zegt de man uit Verviers.

 

 

Experience Brussels Virtual Reality Festival

In juni van dit jaar werd in Brussel het eerste VR-festival gehouden. Vier dagen lang konden de talrijke bezoekers een stuk of dertig innovatieve toepassingen testen, zoals de Slag bij Waterloo, de Apollo 11, de Masaicultuur en Pearl. Deze tekenfilm van Google, die 2D, 360°-video en virtual reality combineert, werd voor het eerst in België vertoond. “We praatten al negen maanden met Juan Bossicard, de oprichter van het Screen.Brussels-cluster, over het idee om een festival te organiseren. In Galeries Cinéma hebben we een partner gevonden om het festival van de grond te krijgen. Het heeft een zeer goed beeld gegeven van wat tegenwoordig mogelijk is op dit gebied. De ontwikkelingen gaan heel snel en je kunt meteen alle kanten op”, zegt Frédéric Lilien, die niet in de gamingwereld terecht wil komen en zich liever bij documentaires houdt. “In werkelijkheid is de bewegingsruimte beperkt. Je moet het doen met de middelen die je hebt. Je moet keuzes maken en een eigen scenario schrijven. Het wow-effect is er. Maar daarna? Je moet erin geloven.”

Het verschijnsel virtual reality lijkt nog in de kinderschoenen te staan. Er zijn allerlei mogelijkheden, zoals de kijker in beweging brengen en het gebruik van drones (met toestemming). Hoewel het op het eerste gezicht om een eenvoudige technologie gaat, moeten bepaalde voorwaarden aanwezig zijn om het beste resultaat te garanderen. “Je moet veel tests doen. Dat zeg ik ook tegen de klanten. Je moet de hele tijd experimenteren. Het is een leerproces: hoe meer je werkt, hoe meer je leert.”

 

Een breed spectrum van mogelijkheden

Je zou kunnen zeggen dat het Immersia Films voor de wind gaat. Het bedrijf heeft verschillende projecten lopen, waaronder een bewustmakingscampagne met betrekking tot milieubescherming. “Ik heb het erg druk tot oktober. Binnenkort vertrek ik trouwens naar Polen om te helpen bij een massabijeenkomst van Vikingen voor National Geographic! Daar ga ik geluidsopnamen in 360° testen.” Eén ding is zeker: er is een mooie toekomst weggelegd voor nieuwe technologieën.

 

+32 (0)479 66 13 72
 

  Facebook investeert in Virtual Reality

Vanwege het enorme potentieel van virtual reality neemt internetgigant Facebook in maart 2014 het bedrijf Oculus VR over voor het bescheiden bedrag van twee miljard dollar. Sindsdien zijn de investeringen in de augmented reality-sector verdrievoudigd. Oculus Rift werkt met Samsung, maar Sony (PlayStation), Google en HTC zijn niet achtergebleven en hebben soortgelijke systemen ontwikkeld. In juni van dit jaar heeft Facebook de mogelijkheid geïntroduceerd om foto’s in 360° te publiceren. Gebruikers kunnen hiermee panoramafoto’s op hun smartphone maken en via sociale media delen. Wie een iPhone vanaf versie 4S of Samsung Galaxy bezit en iedereen die in staat is om panoramafoto’s te maken, kan het proberen.


Toepassingen
Reclame- en verkoopscampagnes
Campagne voor sociale media
Tentoonstellingen
Media en pers
Exposities
  • /

Thomas Castro, Laurent Wéry en Charlee Jeunehomme hebben de ambitie om hun product Slidenjoy wereldwijd te verkopen. Dit lichte hulpmiddel, dat het mogelijk maakt om één of twee extra schermen aan een laptop te bevestigen, verhoogt het comfort en de productiviteit van werknemers. Zou er een revolutie aan de gang zijn?

 

De website van Slidenjoy is alleen in het Engels te bekijken en kenmerkt zich door een vloeiende interface, een beknopte presentatie en minimalistische foto’s. Je hoeft zeker niet vaak te klikken om je te laten overtuigen door de knop ‘Order Now’, die je aanzet om het product te kopen, net als de 6000 mensen over de hele wereld die al een Slidenjoy vooruit hebben besteld.

Maar wie zit er achter Slidenjoy? Ondanks de marketinguitstraling van een start-up uit Silicon Valley is 120 Pixels SPRL gewoon in Gerpinnes (Henegouwen) gevestigd! Laurent Wéry, een vijftiger die een zaak in verpakkingsmaterialen voor luxemerken had, Thomas Castro en Charlee Jeunehomme, twee jonge ondernemers met IT-kennis, zijn de grondleggers van dit project, dat in minder dan twee jaar al flink is gegroeid en wereldwijd furore maakt.

 

Het idee in Thomas’ hoofd

Het begon allemaal toen Thomas Castro als fotograaf en Laurent Wéry als promotor gingen samenwerken aan het Tender2-project met als doel om pop-uphotels op het strand van Knokke en onder het Atomium te plaatsen. Laurent vertelt: “We gingen een jaar of twee met elkaar om en raakten bevriend. Thomas kwam op het idee van een dubbel beeldscherm, stelde me aan Charlee voor en vroeg me om hen te steunen. Het heeft een jaar geduurd voordat ik akkoord ging. Het was echt een waagstuk, maar begin 2015 hebben we het idee dan eindelijk omarmd.” Het ontwikkelen van het product, het aanvragen van de octrooien en het bouwen van de prototypes kon beginnen.

Volgens Microsoft zijn werknemers tot 50% productiever als ze een tweede beeldscherm tot hun beschikking hebben. Dit wordt bevestigd door degenen die al een desktopcomputer op die manier gebruiken: multiscreening (d.w.z. het gelijktijdige gebruik van meerdere schermen) kan uitermate nuttig zijn. Maar met een laptop die je naar gelang je werk moet verplaatsen, wordt het lastig en zelfs onmogelijk om dit voor elkaar te krijgen. Slidenjoy komt mensen op dat punt te hulp met één of twee schermen die ze eenvoudig in combinatie met een laptop kunnen gebruiken en vervoeren. Thomas kwam op het idee toen hij zelf comfortabel op zijn bank zat, maar niet verder kon omdat hij maar één scherm had.

Het slimme van Slidenjoy is dat het hulpmiddel met magneten aan de achterkant van het laptopscherm wordt bevestigd, waardoor je links en rechts één of twee zelfdragende schermen kunt uitklappen. Vervolgens kun je de hoek van die schermen aanpassen en ze zelfs 180° laten draaien, zodat mensen om je heen kunnen zien wat je doet. Daarmee wordt de traditionele projector naar de muurkast verbannen (of alleen nog in grote zalen gebruikt). De schermen kunnen het beeld niet alleen verdubbelen of verdrievoudigen, maar ook panoramisch weergeven.

De doelgroepen waarop wordt gemikt, zijn vooral zakenmensen, grafische vormgevers, web developers, architecten en dj’s, maar ook particulieren die het hulpmiddel privé willen gebruiken. De dunne, lichte schermen zijn in drie maten (13, 15 en 17 inch) en verschillende kleuren verkrijgbaar. Een eigen voedingskabel, die alleen maar in de weg zou zitten, is niet nodig: Slidenjoy wordt rechtstreeks via een USB-poort met de laptop verbonden. Het bedrijf benadrukt dat zijn systeem zowel op Windows als op OS X draait.

 

 

Indrukwekkende crowdfunding

Na de conceptontwikkeling gaat het project een cruciale fase in wanneer in juli 2015 een crowdfunding-campagne op het Amerikaanse Kickstarter-platform wordt opgezet. Het toppunt is dat Laurent nog nooit van crowdfunding had gehoord, terwijl Slidenjoy het meeste geld weet in te zamelen van alle Belgische start-ups op Kickstarter. “Ik wist dat het idee van Thomas een gouden vondst was, maar ik wist ook dat het in de kiem zou worden gesmoord door de grote merken, waarmee we niet konden wedijveren.” Kickstarter is de enige manier om de grote jongens te vlug af te zijn. “Zodra ik begreep waar het om ging, wist ik dat we er helemaal voor moesten gaan. Thomas en Charlee zijn vier maanden bij mij komen wonen. We hebben alles gedeeld: eten, werk en slapeloze nachten.”

Het succes op Kickstarter is overweldigend: in 33 dagen (“We hadden voor een heel korte termijn gekozen, omdat we iedereen om de tuin wilden leiden”) wordt 600.000 euro opgehaald. Maar niet alles loopt zoals verwacht. Op het moment van schrijven is het bedrijf nog niet eens begonnen met de leveringen die voor eind 2015 waren gepland. Die zijn nu uitgesteld tot november 2016. Wat is er gebeurd? “Niks bijzonders”, legt Laurent Wéry uit, “84% van de projecten van meer dan 1 miljoen dollar op Kickstarter heeft 12 tot 24 maanden vertraging. In ons geval zijn er dat 12.”

Een bittere pil om te slikken? Van de 1626 investeerders op Kickstarter hebben de meesten wel begrip, maar dat geldt niet voor iedereen. “Ons antwoord is dat ze een beter product krijgen dan ze hadden besteld. We krijgen leuke en aanzienlijk minder leuke reacties, maar we kunnen ermee omgaan.” In juni van dit jaar heeft het team namelijk een community manager aangesteld, die als voornaamste taak heeft om ongeduldige investeerders – in maar liefst drie talen – te woord te staan en op een positieve manier over de productieontwikkelingen te communiceren.

 

Een ‘unicorn’ met een potentiële miljardenomzet

Naast crowdfunding vormt grootschalige distributie een nog veel grotere uitdaging. “Sinds het begin van het project hebben we meer dan 300 distributieaanvragen uit de hele wereld ontvangen zonder dat we zelf ooit contact hadden gelegd.” De mannen achter Slidenjoy maken zich geen zorgen over de belangstelling voor en expansiemogelijkheden van hun product. “Volgens onze gegevens hebben wereldwijd één miljard mensen een laptop van minder dan een jaar oud. Ons doel is om binnen twee jaar 1% van die mensen te bereiken, wat volgens ons heel goed mogelijk is. Op grond daarvan verwachten we een omzet van 5 miljard dollar per jaar.” Volgens sommige commentatoren moeten deze torenhoge ramingen met een korreltje zout worden genomen, al hoef je er alleen maar in te geloven.

Laurent Wéry gelooft rotsvast dat Slidenjoy zal uitgroeien tot een zogeheten ‘unicorn’ (een start-up met een waarde van meer dan 1 miljard dollar, waarvan er wereldwijd ongeveer honderd zijn). Enkele grote namen uit het bedrijfsleven en de start-upwereld volgen hem met belangstelling. “Albert Frère heb ik meerdere malen ontmoet. En we hebben ons kapitaal opengesteld voor Oussama Ammar van The Family in Parijs om een wereldwijde marketingcampagne op te zetten. We worden als een goudklompje beschouwd door iemand die al verschillende start-ups voor honderden miljoenen euro’s heeft verkocht. Dat is niet niks.”

Een contract met Saturn (het moederbedrijf van Media Markt) voorspelt in elk geval veel goeds. Voor 200 winkels van dat bedrijf zijn 45.000 stuks besteld, die eind 2016 geleverd moeten worden. Volgens Saturns eigen inschatting zouden die in drie weken uitverkocht moeten zijn. “Daarmee is 17 miljoen euro gemoeid, maar de waarde van ons wereldwijde contract is veel groter.” De Media Markt in Gosselies behoort tot de eerste vestigingen waaraan wordt geleverd.

 

 

 

Belgische assemblage dankzij gevangenisarbeid

Heeft het project ook steun gekregen van het Waals Gewest? “Nee. We waren een beetje boos op elkaar, maar sindsdien zijn we allemaal van mening veranderd. Ik verweet hun dat ze inefficiënt waren. Het duurde langer om 50.000 euro via hun tussenpersoon aan te vragen dan het dubbele op te halen via crowdfunding. De procedure was langzaam en netelig, maar ze hebben hun huiswerk overgedaan en het subsidiesysteem vereenvoudigd. Tegenwoordig is het veel efficiënter.” Die ontwikkeling is vooral het gevolg van de publiciteit op Kickstarter.

Het succes van Slidenjoy is te danken aan het feit dat het een grote technologische vooruitgang is: “Media Markt noemt Slidenjoy de belangrijkste technologische uitvinding sinds de smartwatch.” Een complexe technologie, die veel octrooien en vooral veel ingenieurswerk vergde. “We hebben het product laten ontwikkelen door het Luikse ingenieursbureau IOL. De ingenieurs die eraan hebben gewerkt, hebben ons heel wat geld gekost, maar ze waren erg goed. Zo werkt het nu eenmaal.”

Voor het product dat in België is ontwikkeld, zijn onderdelen uit verschillende landen nodig. “De beeldschermen komen uit China, de technologie uit Engeland en Duitsland, en de scharnieren uit Duitsland. Het monteren duurt zes minuten per stuk. Dat doen we in Charleroi, omdat we zelf een oogje in het zeil willen houden.” Op de vraag hoeveel banen er zijn geschapen, draait Laurent Wéry een beetje eromheen, maar in Le Soir was te lezen dat de pre-assemblage door gevangenen wordt gedaan. “Dat kost ons 2 euro in plaats van 50 cent als we het in China lieten doen. Maar dat werk houden we liever in eigen land.”

 

Nieuwe projecten in het vizier

Maar is er niet toch een effect voor de Waalse economie als Slidenjoy van de grond komt? “Als we het bedrijf niet verkopen, zal het enkele tientallen banen opleveren. Maar als er voorstellen worden gedaan, moeten we daarmee instemmen. Tegen sommige dingen kun je gewoon geen nee zeggen. Je moet verkopen en aan iets nieuws beginnen.” Gezien de voorstellen die blijkbaar al binnenstromen, is het niet zeker of Slidenjoy lang Belgisch blijft. En de grondleggers van Slidenjoy hebben hun ogen al op de volgende gezamenlijke projecten gericht. “We hebben nog een stuk of vijftien andere ideeën, waarvan er vijf het even goed zouden kunnen doen als Slidenjoy.” Ze bedoelen dan met name een revolutionaire technologie om de inhoud van bloedzakken te vergroten, maar voorlopig krijgen we niet meer te horen.

 

www.slidenjoy.com


 

Belangrijkste cijfers

300 voorstellen van distributeurs

700 artikelen in de wereldpers

Meer dan 35.000 likes op sociale media

Meer dan 6000 vooruitbestellingen

600.000 euro opgehaald via Kickstarter

Bijna 2 miljoen euro aan voorverkoop

95 % omzet via export


 

Laurent Wéry

Met de 3000 Belgische franken die zijn vader hem heeft gegeven, begint hij zijn eerste bedrijf, dat verpakkingsmaterialen voor luxemerken maakt. Zijn arbeidskrachten zijn dan gevangenen. Maar uiteindelijk verkoopt hij zijn zaak en stapt hij in de evenementenbranche. Hij bedenkt een concept voor pop-uphotels met de naam Tender2. Zijn gevoel voor zaken en zijn onbeschroomdheid dragen in belangrijke mate bij aan het succes van Slidenjoy, waarvan hij eigenaar is.

Thomas Castro

Hij is een ‘ideeënmachine’ en vertrouwt op de hulp van zijn twee kornuiten om die ideeën te ordenen. Nadat hij in 2014 zijn studie managementinformatica aan de HELHa heeft afgerond, zet hij in 2015 met vrienden uit Charleroi de eerste digitale coworking space op. Eerst werkt hij als fotograaf mee aan het Tender2-project (pop-uphotels) van Laurent Wéry, waarna hij aan Laurent en Charlee voorstelt om met Slidenjoy te beginnen.

Charlee Jeunehomme

Ook hij doorloopt de HELHa, waar hij in 2012 een diploma in web development haalt. In 2010 zorgt hij voor een ‘buzz’ door een Facebook-app te ontwikkelen waarvoor in nauwelijks één dag 806.000 inschrijvingen binnenkomen. Twee jaar later levert zijn cv op Twitter hem tientallen sollicitatiegesprekken op. Volgens zijn compagnons heeft hij een flexibele persoonlijkheid en is hij een ideale collega.

  • /

EASI, dat in 2015 en 2016 werd uitgeroepen tot Best Workplace, is het bedrijf waar werknemers zich het gelukkigst voelen. Navraag leert dat (materieel) welzijn en geluk op het werk hier niet met elkaar worden verward. Zou dat de sleutel zijn tot arbeidsontplooiing? CEO Salvatore Curabaonthult ons de ingrediënten van zijn succes.

 

Zijn kantoor is helemaal van glas en even groot als dat van zijn medewerkers. De deur staat altijd open. Salvatore Curaba is de oprichter en baas van EASI, het bedrijf waar een formele dresscode samengaat met een vriendelijke sfeer. Wanneer hij over zijn levensloop en de geschiedenis van zijn bedrijf vertelt, laat de CEO meerdere malen het woord ‘geluk’ vallen. Een begrip waarover hij blijkbaar lang heeft nagedacht. “Het is beslist een aandachtspunt, maar vooral een vorm van beschaafdheid. Ik zou niet willen dat het als berekening wordt gezien. Ik redeneer niet in de trant van:als ik gelukkige werknemers heb, zijn ze productiever, win ik wedstrijden enzovoort. Zo zit ik niet in elkaar. Voor mij is het gewoon belangrijk om gelukkig te zijn en met gelukkige mensen te werken.”

 

De pijlers  

Maar wat maakt de werknemers van EASI zo gelukkig? “Twee jaar geleden had ik die vraag niet kunnen beantwoorden. Ik wist niet waarom mijn werknemers gelukkig waren en evenmin waarom wij zo’n goed presterend bedrijf waren.” Salvatore Curaba, die tal van lezingen over dit onderwerp heeft gegeven en onlangs nog een gesprek met koning Filip had, heeft zijn eigen succes onderzocht om een theorie te formuleren. Hij schrijft het toe aan de vijf pijlers waarop EASI rust.

De eerste pijler wordt gevormd door menselijke waarden. “Ik wil vooral werken met mensen die onze waarden delen: respect (voor anderen of voor je verplichtingen), positiviteit en gelijkheid. Ik zou niet kunnen werken met mensen die alleen problemen zien of met directeuren die zich beter voelen dan anderen. Het is net als met voetbal: het heeft geen zin om een speler te contracteren die 30 goals kan maken als hij daarnaast de sfeer in de ploeg verziekt.”

De tweede pijler is de organisatie. “Omdat EASI een ontzettend gestructureerd bedrijf is, lijden we aan organisatiezucht. Alles moet onder controle zijn. We hebben overal procedures voor, maar zijn tegelijkertijd flexibel en bieden de mogelijkheid om het systeem ter discussie te stellen. Dat behoorttrouwens tot de diensten die we aan onze klanten verlenen.” Dat lijkt misschien tegenstrijdig, want de gangbare definitie van geluk op het werk is gebaseerd op het concept van de ‘bevrijde onderneming’, maar volgens Salvatore Curaba kan vrijheid, die onontbeerlijk is voor geluk (zoals we verderop zullen zien) zich alleen ontwikkelen binnen een duidelijk afgebakend kader.

Het vermogen om inspanningen te leveren wanneer dat nodig is, vormt de derde pijler. “Mensen moeten verantwoordelijkheidsgevoel hebben, deadlines respecteren, tot het uiterste gaan zonder dat hun dat gevraagd hoeft te worden. Dat moet vanzelfsprekend zijn. Net als in de sport behaal je geen resultaten als je niet hard werkt.”

De vierde pijler is delen. “In een bedrijf moet je de zaken zo organiseren dat er enorm veel kennis en ervaring wordt gedeeld. Altijd andere mensen helpen. Dat is het enige waar mijn directeuren voor dienen: de werknemers tot ontwikkeling brengen. En ik om mijn directeuren tot ontwikkeling te brengen.” De grote baas heeft zo geleerd om een stapje opzij te doen. “Ik wil geen werkgever zijn die zijn bedrijf afremt, want dat gebeurt vaak wanneer een CEO denkt dat hij overal aanwezig moet zijn en dat alles via hem moet lopen. Ik moet zorgen dat mijn directeuren zich kunnen ontwikkelen en moet het lef hebben om op de achtergrond te blijven, zodat zij nog hoger kunnen klimmen.”

Welzijn en geluk

De vijfde pijler is natuurlijk het geluk zelf, waarvoor om te beginnen een goed definitie nodig is. “Geluk wordt vaak verward met welzijn, dat verband houdt met de beschikbaarheid van diensten en materieel comfort (bv. verlichte kantoren, een bedrijfsrestaurant met een breed aanbod). Bij EASI is dat welzijn er voor de werknemers. We organiseren volop activiteiten en hebben speel- en ontspanningsruimtes. Dat is goed, maar het blijft oppervlakkig en onvoldoende, want om mensengelukkig te maken, moet je tegemoetkomen aan behoeften die veel dieper zitten.”

Voor Salvatore Curaba lijken die behoeften vanzelfsprekend. Het gaat allereerst om erkenning. “Erkenning is een universele levensbehoefte van de mens. Hoe vaak zeggen we dankjewel tegen onze medewerkers? Bij ons bedanken en feliciteren we elkaar voortdurend. Er heerst een echte erkenningscultus, die we bewust in stand houden via een jaarlijkse ceremonie.” Vervolgens gaat het om vrijheid. “We willen allemaal op een vrije en zelfstandige manier werken en laten zien wat we kunnen zonder de hele tijd gecontroleerd te worden. Managementtechnieken die uitgaan van controle, zijn volledig achterhaald en ondoeltreffend. In een gestructureerde omgeving met zeer duidelijke procedures heeft iedereen bij ons de vrijheid om zijn capaciteiten te ontwikkelen, initiatieven te ontplooien en verantwoordelijkheid te dragen.”

 

Geheimen en mislukkingen bestaan niet

De derde behoefte is transparantie. “Iedere werknemer heeft de behoefte om toekomstplannen te maken. Wat betreft salaris, moet hij weten wat hij kan doen om meer te verdienen en die weg moet duidelijk en objectief zijn. Wat betreft ondernemingsplannen, moet hij weten of zijn bedrijf het goed doet, of er een overname aan zit te komen enzovoort. Als de directie niet transparant communiceert, begint iedereen zich vragen te stellen, ontstaat er wantrouwen en neemt het vertrouwen af. Je komtdan in een negatieve spiraal, die het geluk aantast.” Bij EASI bestaan er geen taboes tussen personeel en directie. Elke derde donderdag van de maand organiseert Salvatore Curaba een vergadering waarop hij de resultaten van EASI presenteert en de nieuwe plannen bekendmaakt aan alle werknemers, die gerust vragen mogen stellen.

Een andere behoefte is uitdaging. “Het geldt misschien niet voor iedereen, maar uiteindelijk moet je een opdracht hebben om gelukkig te zijn. We zijn namelijk niet op aarde om te werken, maar om ons te ontplooien. Sommigen willen de wereld veranderen, anderen willen de eersten zijn en kunstenaars hebben de behoefte om te scheppen. Als je mensen een uitdaging geeft, hebben ze niet meer het idee dat ze komen werken, maar dat ze een opdracht uitvoeren.” De uitdaging waar EASI op dit moment voor staat, is trouwens niet gering: met zijn nieuwe emailoplossing InboxZerowil het bedrijf Google van de troon stoten. Is dat alles? “Ik realiseer me dat het idioot klinkt, maar ergens geloof ik erin. Waarom zou ons dat niet kunnen lukken? Het is iets waar we samen van dromen en wat ons goed doet!” Maar riskeer je geen mislukking en teleurstelling wanneer je te veel droomt? “Ik zal een werknemer nooit verwijten dat hij zijn doel niet heeft bereikt, maar wel dat hij niet zijn uiterste best heeft gedaan om het te bereiken. Zolang je hebt gestreden, is er geen sprake van mislukking. Bij ons zijn we niet bang om te doen, omdat we geen mislukking hoeven te vrezen.”

 

Een gezamenlijke onderneming van werkgever en werknemers

Het is te merken dat Salvatore Curaba van zijn medewerkers houdt. “Liefde! Persoonlijk voel ik een welwillende, tribale liefde voor mijn werknemers en omgekeerd voel ik me bemind door mijn werknemers. Ik weet niet of veel werkgevers hetzelfde kunnen zeggen.” De CEO zegt ook bijzonder trots te zijn op de mensen die al lang voor hem werken. “Ik ben even trots op mijn directeuren als op mijn kinderen. Ze zijn sterker dan ik en trekken het bedrijf omhoog. Dat is puur geluk!” Tussen nu eneind 2016 gaat EASI nog 30 tot 40 mensen in dienst nemen en binnenkort telt het bedrijf 40 aandeelhouders, want alle directeuren en 5 werknemers hebben aandelen in EASI. Ongeveer 20 andere werknemers worden eerstdaags aandeelhouder van het bedrijf. “Ze krijgen die aandelen niet, maar kopen ze. Dat betekent dat ik EASI niet meer als mijn bedrijf kan beschouwen, maar dat het ons bedrijf is. Dat schept een heel sterke band. Je deelt iets met elkaar. Binnenkort heb ik trouwens nieteens meer een meerderheidsbelang en als ik stop met werken, moet ik mijn eigen aandelen weer verkopen, want alleen mensen die binnen het bedrijf actief zijn, mogen aandelen bezitten.”

EASI is dus een bedrijf waar iedereen zich belangrijk, vrij en bemind voelt en regelmatig een bedankje krijgt. Een bedrijf waar de werknemers toekomstplannen kunnen maken, mee kunnen beslissen en hun omgeving kunnen vertrouwen. “Alle stukjes vallen dan op hun plaats. Wanneer iemand tevreden is op zijn werk, is hij positiever, gedienstiger. Dat werkt als een opwaartse spiraal.”

En deze spiraalbeweging gaat maar door. “Ik heb veel vertrouwen in de middellange en lange termijn. We kunnen alleen maar groeien.” Wat valt er nog te doen voor de grote baas nu zijn directeuren geleidelijk het stokje overnemen en dezelfde filosofie uitdragen? Een boek schrijven? “Misschien voor het 20-jarig jubileum van EASI in 2019. We zullen zien.”

 

www.easi.net


 

BIO EXPRESS

Salvatore Curaba, de oprichter van EASI, is niet van plan om een eigen bedrijf te stichten wanneer hij op 20-jarige leeftijd zijn informaticadiploma behaalt. Als beroepsvoetballer combineert hij een sportieve carriere in klasse D1 met een baan in de IT-sector, waar hij 5 jaar als programmeur werkt. Op 30-jarige leeftijd is hij zowel voetbaltrainer als salesmanager bij een internationaal bedrijf. “Toen ik 35 was, zou ik algemeen directeur worden van mijn vestiging, maar vreemd genoeg was ik niet erg gelukkig. Op dat moment had ik de moed om alles op te geven en EASI te stichten.” De jonge ondernemer, die gewend is om meerdere projecten tegelijk te leiden, neemt het risico, sluit een lening af en waagt het erop. “Het was stressvol en lastig, maar wanneer je er helemaal voor gaat en op uitmuntendheid mikt, kan het niet fout gaan!”


EASI IN HET KORT

EASI is een IT-bedrijf dat sinds 1999 bestaat en nu een jaaromzet heeft van 25 miljoen euro. EASI heeft tegenwoordig 150 mensen in dienst, die werkzaam zijn in Nijvel, Leuven, Frankrijk, Luxemburg en Luik. Het bedrijf legt zich toe op vier soorten activiteiten voor middelgrote en groteondernemingen, variërend van zeer traditionele IT-werkzaamheden tot supergeavanceerde diensten. Salvatore Curaba aarzelt niet om zijn bedrijf de nummer één van de wereld op het gebied van e-mailbeheer” te noemen dankzij SmartMail (oplossing voor professionals) en InboxZero (business-toconsumer oplossing die in september uitkomt). Deze software biedt een geheel nieuwe manier om mailboxen te beheren.

EASI was finalist van de wedstrijd Onderneming van het Jaar van Ernst & Young, die de best draaiende bedrijven beloont, was acht keer Trends Gazelle en is twee keer uitgeroepen tot Best Workplace (in 2015 en 2016). Tot de klanten van EASI behoren zeer uiteenlopende bedrijven, zoals Proximus, Burger King, Exki, Honda, Groupama, Artsen zonder Grenzen en Pfizer.


BENJAMIN BARTHELEMI

Verkoopmedewerker, 7 maanden werkzaam bij EASI

“EASI is een open bedrijf. Je merkt dat er naar je geluisterd wordt, dat je steun krijgt en dat je met het bedrijf meegroeit. Dat is heel belangrijk, want daardoor kunnen we ons ontwikkelen en uiteindelijk het bedrijf ontwikkelen. Veel vrienden van me zeggen dat ze na twee jaar weggaan bij hun huidige werkgever, omdat hun toekomst daar niet ligt. Dat is bij mij niet het geval. Ik denk dat ik hier over vijf jaar nog zit, omdat ik goedetoekomstperspectieven heb. We zijn een groot bedrijf, maar hebben nog steeds een mkb-mentaliteit. We tutoyeren elkaar en zijn close met iedereen. Je kunt zonder problemen aankloppen bij de baas. We hebben niet echt een hiërarchische organisatie, maar alles is wel in hoge mate in categorieën verdeeld, gestructureerd en duidelijk. We hebben halfjaarlijkse evaluaties, zodat we onze menselijke ontwikkeling ten opzichte van de bedrijfswaarden en onze professionele ontwikkeling ten opzichte van onze doelen kunnen beoordelen. Daardoor weten we heel precies waar en hoe we ons ontwikkelen bij EASI. Daarnaast is er aandacht voor ons welzijn. Sinds kort hebben we bijvoorbeeld een stomerijservice, waar we onze kostuums kunnen afgeven. In alle opzichten wordt ervoor gezorgd dat we ons prettig voelen.”


SALVATORE CONTI 

Hoofd R&D EASI Financials, 12 jaar werkzaam bij EASI

“In 2001 kreeg ik de kans om stage te lopen bij EASI. Wat me opviel, was dat ik een lang gesprek had met de grote baas. Een werkgever die een half uur de tijd neemt om met een stagiair te praten, dat vind ik geweldig. Bij EASI voelde ik dat ze mevertrouwen wilden geven. Helaas was het een slecht jaar voor de IT-sector, waardoor ik niet werd aangenomen. Ik kwam terecht bij een ander bedrijf, waar ik snel begreep dat ik het er niet fijn zou vinden, want hoewel ik niet bijzonder streberig ben, had ik geen zin om 15 jaar lang hetzelfde te doen.Ik kwam Salvatore opnieuw tegen op een bruiloft en de maandag daarna heb ik mijn contract getekend bij EASI! Ik begon als consultant. Er was veel stress, maar de uitdaging was elke dag anders. We zijn voortdurend op zoek naar nieuwe uitdagingen voor onszelf of een ander. Is er een probleem, dan is dat ieders probleem, zonder enige hiërarchie. De waarden die we delen, vormen onze kracht. We proberen altijd samen te werken met mensen die zich daarin vinden. De enige keer dat ik iemand moest ontslaan, was dat geen verrassing voor hem en hebben we bovendien alles gedaan om een baan te vinden die beter bij hem paste. In mijn werk probeer ik eerder een leader dan een manager te zijn: samen met de anderen roeien in plaats van op de trom te slaan. Want voor mij is een gelukkige werknemer iemand die zich niet meer hoeft af te vragen wat er van hem gaat worden binnen hetbedrijf, omdat we samen met hem over zijn toekomst hebben nagedacht.”

  • /

Lood in goud of water in wijn veranderen kan helaas niet. Maar zou je wel geld kunnen maken van makarons? Een student van 23 jaar heeft dat voor elkaar gekregen. Michaël Labro, arts in opleiding en sinds zijn kinderjaren bezeten van gebak, is de hoofdpersoon van een succesverhaal dat naar amandelen smaakt.

 

Michaël Labro wordt geboren onder een gelukkig gesternte. Samen met zijn ouders, die allebei ingenieur zijn, hangt hij als kind vaak rond op een manege, waar hij al het talent heeft om zijn hobby te combineren met gevoel voor zaken. Elk weekend maakt hij zoetigheid, die hij aan de ruiters verkoopt. “Ik verkocht mijn gebakjes voor een paar euro’s. Het doel was niet om winst te maken,maar alleen om de kosten van de grondstoffen terug te verdienen, zodat ik elke week verder kon”, herinnert hij zich. In 2010 krijgt hij een FNACcadeaubon van 20 euro, die hij besteedt aan een boek over makarons. Die lekkernijen zijn een trend aan het worden, zodat Michaël een waardige uitdaging vindt voor zijn ambities. Zelf experimenteren is niet meer genoeg om een bevredigend resultaat tehalen en omdat de jonge Labro een perfectionistische durfal is, wendt hij zich tot de culinair journaliste Mercotte om zijn producten te verfijnen. De Franse gastronome, die het tv-programma ‘LeMeilleur Pâtissier’ presenteert, reageert op het verzoek van de Luikenaar en geeft hem enkele tips.

Door zijn volharding en nieuwsgierigheid lukt het Michaël om de makarons van zijn dromen temaken. Michaëls beste vriend Antoine is helemaal weg van deze makarons en komt op het idee om ze te gaan verkopen. De jongens zitten in het laatste jaar van de middelbare school wanneer ze met hun lekkernijen langs de deuren gaan. Samen bereiden en verpakken ze de makarons, en leveren en beheren ze de bestellingen, die direct een stijgende lijn vertonen. Buren, kennissen en mensen die het van anderen hebben gehoord, zijn zodanig gecharmeerd van hun producten dat het aantal klanten in de honderden loopt.

Als gevolg van dit onverwachte succes moet Michaël Labro snel een alternatief vinden voor de ouderlijke keuken, die inmiddels te klein is geworden. Op 18-jarige leeftijd opent hij daarom in Grivegnée zijn eerste werkplaats voor de vervaardiging van makarons. In deze ruimte van 80 m², die aan alle eisen van het FAVV voldoet, kan hij enkele honderden makarons per week maken. Dat is het begin van M&A Macarons, het eigen bedrijfje van Michaël en Antoine.

 

Toekomstige arts en jonge ondernemer

Michaël is een van die zeldzame mensen bij wie altijd alles lukt. Zo doorloopt hij zonder moeite in één ruk de eerste vier jaar van zijn geneeskundestudie, terwijl hij daarnaast M&A Macaronsopbouwt. In die periode besluit Antoine uit het bedrijf te stappen, omdat hij zich volledig aan zijnstudie wil wijden. Michaël blijft echter zijn weg vervolgen, zonder te weten dat het lot hem kortdaarna opnieuw een duwtje in de rug zal geven. In 2014 erkent het college van bestuur van deUniversiteit van Luik (ULg) namelijk officieel de status van studentondernemer. Na de UniversiteitGent, die drie jaar eerder hetzelfde heeft gedaan, biedt ook de ULg bepaalde studenten op die manier de mogelijkheid om hun universitaire studie gemakkelijker te combineren met een eigen bedrijf. Dat is een zegen voor Michaël, die daardoor in aanmerking komt voor aangepaste college- en examenroosters en spreiding van zijn studie. In het academisch jaar 2015- 2016 begint hij zo aan het tweede deel van zijn artsenopleiding, die hij over twee jaar mag uitsmeren. Naast aangepaste roosters kunnen Michaël en andere studentondernemers van de ULg tegenwoordig hulp krijgen bijhun ondernemingsplan. Aan iedere ondernemer in opleiding worden tutors uit de academische wereld en het bedrijfsleven toegewezen, die hen bij hun economische en commerciële ontwikkeling helpen. Omdat Michaël voor het vervolg van zijn studie voornamelijk praktijkstages moet lopen, zet de jonge ondernemer zijn artsenopleiding voorlopig even in de ijskast. Wettelijk gezien heeft hij vijf jaar de tijd om met zijn stages te beginnen voordat zijn theoretische kennis niet meer geldig is. Hij gaat zich dus vijf jaar inzetten om M&A Macarons volledig tot ontwikkeling te brengen. En we hebben zo’n vermoeden dat hij al aardig op weg is…

 

Groot worden

Terwijl Michaël zijn derde reeks examens aan het einde van het jaar afsluit, tekent hij een samenwerkingsovereenkomst met de Belgische tak van de keten Point Chaud. Door deze voordelige zet kan zijn bedrijfje zich ontwikkelen en kan hij het productieapparaat met eigen middelen versterken. Datzelfde jaar laat Philippe Lhoest, die tot dan toe levensmiddelenadviseur is, zich doorMichaël overhalen. Samen beginnen ze in 2014 met PMSweet SPRL en brengen ze het productieapparaat over naar een groter pand. Tegenwoordig hebben ze 280 m² aan kantoren en werkplaatsen aan de rue de la Brasserie in Luik, waar dertien fulltime werknemers alle fasen van de productie verzorgen, inclusief het handmatig verpakken van de makarons.

Dankzij de inspanningen van beide partners blijft PMSweet SPRL maar groeien. Alleen al in België heeft het bedrijf momenteel zo’n honderd klanten, waaronder de keten Delhaize. Maar de Belgische markt volstaat niet meer voor de ambitieuze fijnproevers. Hongkong, China, de Verenigde Staten en het Filmfestival van Cannes – alleen dat al – vechten tegenwoordig om de makarons uit Luik. Met een orderboek dat elk jaar beter gevuld is, boekte PMSweet SPRL een omzet van 250.000 euro in 2014 en 1.300.000 euro in 2015.

 

Jezelf onderscheiden

Hoewel Michaël Labro zijn succes voor een deel te danken heeft aan zijn banketbakkerstalent, is de marketingstrategie ook belangrijk. Hij heeft er namelijk voor gekozen om als groothandel te fungeren. Zo kan hij zijn distributeurs concurrerende prijzen bieden. Hij hoeft niet voor merkbekendheid te zorgen en beperkt zich ertoe om zijn producten rechtstreeks aan te bieden aan grote internationale winkelketens, die grote hoeveelheden afnemen. Ook particulieren kunnen producten op bestelling rechtstreeks bij de werkplaats betrekken.

Wat betreft smaak en kwaliteit, onderscheiden de lekkernijen van Michaël zich van de producten die je in de supermarkt vindt. De gebruikte chocolade is rechtstreeks afkomstig van Valrhona. In plaats van jam wordt uitsluitend ganache gebruikt en er wordt alleen gewerkt met natuurlijke kleurstoffen. De eindproducten hebben allemaal een mooi formaat en met uitzondering van de speculaasmakaron worden alle varianten zonder gluten gemaakt. Maar de jonge ondernemer-banketbakker-arts heeft vooral de enige techniek ter wereld ontwikkeld die het mogelijk maakt om het suikergehalte van de makaron te verlagen. En dat is uitstekend nieuws voor de liefhebbers van zoute makarons.

 

www.macaronsma.com


STUDENTONDERNEMERS, EEN RAS IN OPKOMST

M&A MacaronsFirstFace, Easy-NoteNote Campus, Constellar en Copy Sim zijn enkele voorbeeldenvan start-ups die studentondernemers van de Universiteit van Luik sinds 2014 hebben opgericht. Zestuderen om arts, handelsingenieur, IT’er, dierenarts of boekhandelaar te worden en zetten ondertussen hun eigen bedrijfje op poten. Maar marktleider word je niet door in de schoolbanken te gaan zitten. Bijna twintig jaar geleden startte de Université catholique de Louvain (UCL) met een programma dat destijds uniek was in de wereld. Sinds 1997 verzorgt de UCL namelijk een interdisciplinaire ondernemersopleiding. En in 2011 voerde de Universiteit Gent voor het eerst inBelgië de status van studentondernemer in. De ULg volgde dit voorbeeld in 2014 en de UCL inseptember 2015. Tijdens de opening van het voorbije academische jaar heeft de UCL haar ‘Projetpour Étudiants a Profil Spécifique’ (PEPS) uitgebreid naar studentondernemers. Tot die tijd was de PEPS-status voorbehouden aan studenten die op hoog niveau aan kunst of sport deden en aan studenten die een handicap of bijzonder ernstige gezondheidsproblemen hadden. De PEPS-status bood deze studenten de mogelijkheid om hun roosters en studieprogramma’s aan hun verplichtingen en beperkingen aan te passen. Sinds september vorig jaar kent de UCL deze status dus ook toe aan studentondernemers en activiteitenontwikkelaars. Twintig studenten hebben in dit verband een concreet ondernemingsplan met een sociaal of commercieel doel gepresenteerd. Dertien van hen zijn geselecteerd voor het proefproject van het afgelopen jaar. Deze dertien ambitieuze jongeren vertegenwoordigen elf ondernemingsplannen (sommigen werken namelijk met zijn tweeën). Enkele studenten vormen bovendien teams die verdeeld zijn over Bergen en Louvain-la-Neuve, de twee locaties van de UCL.

“De keuze is gevallen op goed uitgewerkte plannen, die het stadium van idee al zijn gepasseerd”, zegt Léa Eeckhout, trainingsmanager van de UCL. “De aanvraag moet gebaseerd zijn op een activiteit die al groei vertoont. Belangrijk is ook dat wordt gekeken naar de universitaire loopbaan van elke student, zodat hij de nodige bagage heeft om eventueel iets anders te gaan doen.” Zestig verdiende studiepunten zijn dus noodzakelijk. Aan het einde van het eerste jaar constateert de UCL dat de beste ideeën afkomstig zijn van multidisciplinaire teams. “De winnende teams bestaan vaak uit meerdere studenten van verschillende faculteiten. We zijn opmerkelijke en bijzonder vernieuwende projecten tegengekomen op basis van de combinatie van zeer uiteenlopende capaciteiten”, zegt Léa Eeckhoutblij. Hoewel de studenten over het algemeen wel belangstelling hebben voor de status van studentondernemer, lijken ze vooral te streven naar officiële erkenning. Een aangepast rooster of studiespreiding is dus niet hun voornaamste doel. “Studentondernemers zijn vaak heel dapperejongeren, die hun uren niet tellen en die gemotiveerd en ambitieus zijn. Ze zijn zonder meer in staat om alles tegelijk aan te pakken. We hebben trouwens maar heel weinig studiespreidingsaanvragengekregen. Wat ze vooral willen, is erkenning van hun status, zowel door hun faculteit als door hunzakelijke contactpersonen of toekomstige werkgever”, verzekert Léa Eeckhout. De Waalse economielijkt dus mooie tijden tegemoet te gaan. Onderwijs, ambitie en goede ideeën beloven binnenkort eengeduchte drie-eenheid te vormen. En de glazen toren met 1500 makarons van Labro op hetFilmfestival van Cannes spreekt dat niet tegen.

Your opinion counts