Waw magazine

Waw magazine

Menu
Image (taile : 44x40px OBLIGATOIRE): 
Image rose (taile : 44x40px OBLIGATOIRE): 
  • /

David, Benjamin en Ludovic vormen een trio van geniale autodidacten. Wat bindt hen? Zich samen op het bedrijfsleven storten en hun eigen onderneming stichten. In amper twee jaar tijd zijn al ruim 200.000 gebruikers wereldwijd gewonnen voor Speaky. Wat motiveert hen? Lachend opstaan, zich goed in hun vel voelen en zien dat hun project lekker loopt.

 

In de kantoren van Creative Spark, een soort kweekvijver voor start-ups, is er geen tekort aan creatieve geesten. Dagelijks leven die zich uit achter hun computerschermen. De broers David en Benjamin Defrenne, en hun vriend Ludovic Chevalier, medeoprichters van Speaky SPRL, vormen daarop geen uitzondering. Amper 25 en 26 jaar, en pas afgestudeerd aan de UCL laten de drie jonge ingenieurs (in informatica, toegepaste wiskunde en management) zich leiden door hun instinct. Ze willen een eigen zaak oprichten. Dankzij een omweg via NEST’up, een start-up accelerator, komen ze erachter welke weg ze precies moeten volgen. Het doel is zo snel mogelijk nagaan of hun idee kans op slagen heeft en het daarna op de markt brengen.

 

Een vliegende start

De spreekwoordelijke eerste steen voor hun zaak wordt gelegd op 1 september 2014. Gedurende enkele maanden kamperen de hoofdfiguren op de bank van de familieveranda. Met de steun van hun ouders vestigen ze al hun aandacht op hun project. Een maand later is het platform Speaky versie 1.0 een feit. “Als kind en als puber volgden we taallessen op school, maar we leerden ze niet echt gebruiken, legt medestichter David uit. “Toen we dan met Erasmus een uitwisselingsprogramma volgden in Sevilla, Valencia en Shanghai, beseften we alle drie vrij snel dat het makkelijker is om een vreemde taal te leren als je omgaat met plaatselijke bewoners die belang stellen in dezelfde dingen als jezelf. Spreken over een onderwerp dat je interesseert, stimuleert. Dat zijn echte situaties. Deze ervaring wilden we doen herleven via ons volledig gratis platform: in contact treden met mensen dietalen willen leren en gemeenschappelijke interesses hebben.

Uiteindelijk maakt het eigenlijke project niet zoveel uit, het ondernemerschap primeert, meer in het bijzonder de zin om een probleem op te lossen. “Als we op ons niveau geen problemen kunnen oplossen, hebben we gewoon geen bestaansreden. Dat geeft ons leven zin.” Bolt, een Spaanse start-up accelerator, selecteert hen en ze trekken naar Malaga, in Andalusië. “We bleven vier maanden ter plaatse en dat was zowel op menselijk als op professioneel vlak een geweldige ervaring. We hadden geen verplichtingen en konden ons dus dag in dag uit toeleggen op Speaky. We hebben enorm veel geleerd, grote vooruitgang geboekt, maar ook veel fouten gemaakt. En toch ging alles met rasse schreden vooruit. Mentors onderwierpen ons project aan een kritisch onderzoek, want het eindresultaat moest toch wel uitmuntend zijn.

De kmo die zich lanceert in het domein van het onderwijs krijgt in april 2015 een toelage van de Europese Unie. In ruil voor de beurs verplicht men ons om enkele jaren lang huncomputerprogramma’s te gebruiken. De deal bestaat er dus in om op de technologische producten de EU een zekere zichtbaarheid te geven. Heel toepasselijk heb ik het hier over een video chat-systeemwaarmee men kan skypen via een navigator.

Marketingverantwoordelijke Ludovic legt uit. “We zijn begonnen aan een mooie uitdaging, want we willen van ons platform een sociaal netwerk maken waarop iedereen die een taal wil leren, in verbinding kan treden met personen met hetzelfde doel. Dat is onze visie op de zaken. In theorie hebben we het hier over twee miljard mensen. De grote vraag is dus hoe we zonder financiële middelen zoveel mensen kunnen bereiken en hoe we er kunnen voor zorgen dat de website gratisblijft.” In juli 2015 wordt een overeenkomst ondertekend met Altissia, dé referentie voor online-taalcursussen en de bedenker van WallanguesSpeaky is in die zin een innovatief instrument dat alle cursisten met elkaar in contact brengt. Door de overeenkomst bezit Altissia een exclusieve licentie om Speaky te gebruiken. “Wij genereren bijgevolg geen geld met ons platform, maar wij bieden Altissiaeen licentie aan en de taaltrainer vergoedt ons daarvoor. Naast de EU-beurs beschikken we daardoor over een inkomen en kunnen we onze medewerkers betalen.

 

Een reeks kleine wendingen

Sinds de start heeft het project geen grote keerpunten gekend. De bedenkers zijn veeleer van mening dat het geleidelijk een reeks kleine wendingen genomen heeft. Er zijn geen beperkingen aan het principe van language exchange. Om zich te onderscheiden van de concurrentie hebben de drie schalkse vrienden niet veel keuze: ze moeten een groot marktaandeel bemachtigen. “Steeds meer zien we hier en daar virtuele gemeenschappen opduiken die sterk op ons gelijken. Om dat verschijnsel vóór te zijn, moeten we absoluut de besten in ons domein worden.” Logischerwijze is de tijd ook rijp om een plaatsje te veroveren op de mobiele markt en het leren van talen uit te breiden op smartphone. “Op dat vlak bezitten onze concurrenten voorsprong op Android en iOS. Onze apps werden nog maar pas gelanceerd. Het is nog heel nieuw, we zijn nog niet droog achter de oren,” relativeert David, die belast is met de ontwikkelingen op Android.

Om te voldoen aan de grote vraag hebben ze de hulp ingeroepen van Matthieu, de jongste telg van het gezin Defrenne, en van een van hun vrienden, Arnaud De Backer. De vijf jonge autodidacten vullen elkaar aan en steunen elkaar. David verduidelijkt: “In het informaticawereldje is tijd de enige beperking. Op dit moment is het aantal oplossingen en dragers nagenoeg eindeloos. Door heel veel teoefenen, leert men zijn vak in de praktijk. Door zo veel mogelijk deskundigheid bijeen te brengen binnen de groep besparen we tijd en geld, en vermijden we langdurige discussies. Op dit moment is alles wat we nodig hebben intern beschikbaar.”

Het team kan rekenen op het advies van de leden van het netwerk Ondernemen Brussel, waar het zich sinds kort heeft bij aangesloten, alsook op de andere huurders van Creative Spark“Het product maakt eigenlijk niet uit, want we hebben vaak dezelfde vragen en problemen. Door ervaringen te delen of om raad te vragen, kunnen we bepaalde stappen overslaan. Het zou echt jammer zijn om dezelfde fout te maken die iemand al eens eerder gemaakt zijn. Dat proberen we dus te vermijden.”

 

Nadruk op ontplooiing

Op 25-jarige leeftijd een carrière starten in de ondankbare, selectieve wereld van het ondernemerschap is zeker geen gemakkelijkheidsoplossing. Maar sinds de start van het avontuur lijkt het geluk de drie moedige kerels toe te lachen. “Geluk is wellicht niet het juiste woord, maar wehebben wel mooie kansen gekregen en die hebben wij op het goede moment met beide handen aangegrepen. Verder zijn we voortdurend op zoek naar opportuniteiten om het product verder te ontwikkelen. Maar voor we één kans kunnen grijpen, hebben we eerst al talloze zaken uitgeprobeerd, die allemaal op niets zijn uitgedraaid,” herinnert David zich.

In amper twee jaar tijd is er veel gebeurd, maar de motivatie is nog altijd ongeschonden en even groot. Om zich te onderscheiden van de concurrentie moet Speaky opvallen. Met dat doel voor ogen zetten alle teamleden hun beste beentje voor. Net als zijn makkers is David een sportman in hart in nieren: “Ons avontuur blijft een marathon, het is geen korte sprint. We moeten ook nog tijd hebben om uit te blazen. In het begin werkten we minstens 10 tot 12 uur per dag. Na enkele maanden tegen dat tempo kwamen we snel tot de vaststelling dat een dergelijk hoog werkritme per dag onze productiviteit afremde. Op dit moment proberen we het dan ook wat kalmer aan te doen. We startennog altijd om 7.30 u, maar stoppen vroeger, zo rond 16 u. We werken nu minder, maar toch liggen onze productiviteit en ons concentratievermogen hoger. En we zijn ook beter afgestemd op het ritme van de rest van de bevolking, meer bepaald onze vrienden. Bovendien doen we allemaal graag aan sport, in de eerste plaats aan krachttraining. Op die manier blijft er nog tijd over om ons uit te leven. Dat is onze bedrijfscultuur in een notendop,” glimlacht David. “Na gemeenschappelijk overleg besloten we om ons aan dat werkritme te houden. We praten moeiteloos over onze individuele behoeften ten opzichte van de zaak. En we streven vooral evenwicht na: wij zorgen voor onze bijdrage aan Speaky, maar Speaky brengt ons ook iets bij.” Persoonlijke ontplooiing is een cruciale factor in de ontwikkeling van de jonge onderneming en de al even jonge medewerkers die niet bang zijn voor detoekomst.

 

www.gospeaky.com 


SPEAKY, HET RESULTAAT VAN GEMEENSCHAPPELIJK OVERLEG
DAVID

“De hiërarchie die we toepassen, is zo vlak’ mogelijk. De leden van ons team worden niet onderverdeeld in ‘bazen’ en ‘werknemers’. Iedereen staat op gelijke voet. Niet iedereen bezitdezelfde graad van verantwoordelijkheid, maar toch heeft ieder van ons iets te zeggen! Als men zijn noden uitdrukt, is het heel makkelijk om te brainstormen en om oplossingen te vinden die iedereen bevallen. Zo lezen Benjamin, Ludovic en ik veel over ondernemerschap en persoonlijke ontwikkeling. We hebben alleen het beste voor met onze zaak, en daar laten we ons door leiden.”

BENJAMIN

“Op het vlak van strategische keuzes zijn alle leden van het team betrokken partij. Ieders mening telt. Dat is een essentieel element voor de samenhang en de ontwikkeling van de onderneming.”

ARNAUD

“Hiervoor werkte ik voor een bedrijf dat aan IT-consultancy deed. Ik was er gewoonsoftwareontwikkelaar. Ik wil daarmee zeggen dat men mij nooit vroeg om meer te doen dan datgene wat ik al kon – dat leek me toch ietwat simplistisch. Men liet mij niet deelnemen aan de strategische besprekingen over de software die ik installeerde. Ik had er een veel kleinere inbreng dan bij Speaky.Hier voel ik me volledig betrokken bij het project en dat was al zo van bij de start. Daardoor krijg je de indruk dat het werk dat je doet een volwaardige investering is. Ik zie mezelf groeien en elke dagopnieuw bijleren.”


SPEAKY IN Cijfers
2014
Op 6 oktober 2014 wordt het platform gelanceerd. Sindsdien is de website nog nauwelijks herkenbaar, want ze ontwikkelt zich voortdurend.
 
113
Vandaag zijn er 113 talen beschikbaar, waaronder Sanskriet, Berbers, Zoeloes, Latijn … en zelfsKlingon
 
1000
Elke dag telt Speaky circa 1000 nieuwe inschrijvingen en dat cijfer stijgt onophoudelijk.
 
200 000
Op dit moment heeft Speaky 200.000 gebruikers. Tegen eind september mikt men op maar liefst 400.000 inschrijvingen. 
 
 
  • /
  • /

ToonYou werkte sinds 2014 aan de ontwikkeling van een innovatieve animatieserie voor deallerkleinsten. Dat doel is nu moeiteloos bereikt. Maar de start-up heeft nog heel wat ambitieuzeprojecten achter de hand. We ontmoeten Alexandre Touret, de medeoprichter van het bedrijf.

 

Alexandre Touret heeft alle reden om trots te zijn. De app ‘ToonYou: My Dream Jobs’ die zijn bedrijf heeft uitgebracht, gaat het voor de wind. De eenvoudig te downloaden app, die beschikbaar is in een versie voor smartphone (iOS, Android en Windows Phone) en pc/Mac, heeft in korte tijd veel ouders voor zich gewonnen. ‘ToonYou: My Dream Jobs’ oogt als een televisieserie en geeft kinderen van 2 tot 6 jaar in elke aflevering uitleg over een ander beroep. “In de leeftijd van 2 tot 5 kijken ze samen met hun ouders naar de afleveringen, die 3 minuten duren. Als ze 5 of 6 jaar zijn, kunnen ze zelfstandig kijken”, verduidelijkt de jonge ondernemer.  

Het bijzondere van de app is dat het een tv-animatieserie is die dankzij de ouders (één of allebei) wordt gepersonaliseerd. Vóór het begin van de ‘experience’ – zoals dat in het jargon heet – kunnen ze namelijk een foto van hun gezicht en dat van hun kind uploaden.

 

Kinderen aandachtiger maken

Uit een enquête van Nickelodeon in 2012 bleek dat 90 procent van de kinderen hun ouders als de grootste helden beschouwen. Waarom zou je ze dan geen hoofdrol laten spelen? ‘ToonYou: My Dream Jobs wil kinderen allerlei beroepen laten ontdekken via hun eigen ouders, die de hoofdpersonen worden van de betreffende aflevering, zoals astronaut, trapezewerker, brandweerman, postbode of IT’er. Door middel van grappige en leerzame avonturen maken ze dan een ontwikkeling door. “Ons werk is gebaseerd op overleg met kinderpsychiaters en de zogeheten neurofysiologische reflex: kinderen hebben een instinct waardoor ze de unieke combinatie van neus, mond en ogen van hun ouders kunnen onthouden. Daarom luisteren ze meer naar hun ouders dan naar andere volwassenen.” Elke aflevering – er zijn er al zeventig gemaakt – biedt het kind (en de ouders) daardoor de mogelijkheid om echt in het verhaal op te gaan.

Kinderen van 2 of 6 jaar nemen de wereld natuurlijk anders waar. “Door de personalisering is de tekenfilm al interessant voor kinderen vanaf 2 jaar. Zij zien hun mama een limonadekraampje openen, waarna de ene ramp na de andere plaatsvindt. Grotere kinderen begrijpen het verband met het beroep van ondernemer, dat lastig kan blijken in het dagelijks leven.” Alexandre Touret spreekt uit ervaring, want hij heeft thuis zelf twee proefkonijnen: “Mijn kinderen zijn 2 en 5 jaar oud. Zij maakten me duidelijk dat ik een glimlach en een flinke dosis humor moest toevoegen. We hebben voor grapjes gekozen om het educatieve aspect van de serie te ondersteunen.”

 

Kinderlijke werkelijkheid

De bedenkers van ‘ToonYou: My Dream Jobs’ zochten inspiratie bij hun doelgroep. Zo keken ze naar de relatie die sommige kinderen met papier en karton hebben: deze knutselmaterialen zijn als basis voor de serie gebruikt. Ook de manier waarop de scenario’s tot stand komen, is afgekeken van kinderen. “We wilden letterlijk binnenkomen in hun wereld en verbeelding. Kinderen hebben een merkwaardige gave om elkaar verhalen te vertellen. Ze nemen twee willekeurig voorwerpen om zich heen en latendie samen spelen. Die spontaniteit wilden we weergeven door ons animatiefiguurtje te laten bewegen en buitengewone dingen te laten doen zoals alleen een kind dat kan verzinnen.”

Alexandre Touret denkt er trouwens over om de paper toys’ te ontwikkelen tot een gepersonaliseerd boek in gedrukte vorm. “De voor een deel gepersonaliseerde boeken die je in de boekhandel kunt kopen, brachten ons op dat idee. De ouders verstrekken de noodzakelijke gegevens in de app en wij sturen hun het boek dat op basis daarvan wordt gemaakt. In de Verenigde Staten heeft de site LostMy.Name miljoenen boeken verkocht door kinderen te laten spelen met hun verdwenen voornaam. De ouders voeren die naam op de site in en het kind moet hem daarna opzoeken in zijn gepersonaliseerde boek. Tegenwoordig hebben we andere tools om kinderen te amuseren, dus moeten we ze ook gebruiken!”

 

Meedogenloze concurrentie

Het succes van ToonYou is des te opmerkelijker omdat de concurrentie op de tekenfilmmarkt zeer groot is. “Een animatieserie is heel duur. De productiebehoeften zijn groot en de samenwerking aan een productie is vaak ingewikkeld. De belangrijkste bedrijven in de markt zijn echte giganten. Maar we wisten dat we voor onze doelgroep, de allerkleinsten, ook met minder middelen iets konden bieden wat tegemoetkwam aan een nieuwe verwachting.” De aanpak van ToonYou om beroepen – het centrale thema – onder de aandacht te brengen, was zeer vernieuwend. “We wilden kinderen op zijn minst nieuwsgierig maken en de beroepen vollediger en op een moderne manier uitleggen. We moesten het dus niet alleen hebben over brandweermannen, politieagenten en verpleegsters, maar ook laten zien dat de keuze veel breder en interessanter is!” Zo zet ‘ToonYou: My Dream Jobs’ ook nieuwe of minder populaire beroepen in het zonnetje, zoals dj, IT’er, leraar, chocolademaker, beeldhouwer, vredessoldaat en vuilnisophaler.

De start-up streeft ernaar om een andere vorm amusement en animatie voor kinderen aan te bieden. “Wij zijn ervan overtuigd dat er enorm veel apps zijn die kinderen overvoeren met interactie, terwijl artsen juist zeggen dat kinderen behoefte hebben aan passief amusement, waardoor ze tot rust kunnen komen. Ze worden namelijk veel meer belast dan vroeger (school, hersenoefeningen, videogames enzovoort). Wij zitten ertussenin: een passieve tekenfilm, maar wel met een menselijk accent.”

 

Een technologisch hoogstandje

De sleutels tot het succes van ToonYou zijn dus de educatieve inhoud en de visuele innovatie die het mogelijk maakt om de tekenfilm te personaliseren. Maar dat niet alleen. De bedenkers wisten dat ze innovatieve korte films voor andere media dan televisie moesten maken om bekendheid te verwerven. “Van de jonge kinderen kijkt 40 procent via een tablet of smartphone naar amusement.Daarom hebben we ons product in de vorm van een app en een website gegoten”, legt Alexandre Touret uit.

Zeven mensen hebben in totaal achttien maanden fulltime aan de app en zijn digitale verlengstuk gewerkt. “Wat is technisch mogelijk? Welk visueel procedé is geschikt? We hebben ervoor gekozen om deze serie als ‘paper toys’ en in ‘stop-motion’, naar het voorbeeld van ‘Wallace en Gromit’, te maken. Die techniek hadden we al eens gebruikt en kenden we dus. Voor de trucage hebben we gewerkt met visuele vormveranderingen, rook, wolken enzovoort.” Maar het fraaiste hoogstandje blijft de personalisatiemachine. “We hebben een personalisatiemachine ontwikkeld die meer dan honderdgezichtsuitdrukkingen maakt op basis van één geüpload portret. Daardoor kunnen we tranen, een glimlach of verbazing op het gezicht van het figuurtje laten verschijnen. Die emoties komen overeen met het verhaal en maken het echter, geloofwaardiger.”

ToonYou is nu beschikbaar op Google Play en iTunes, maar ook in de Windows Store. “We bestrijken de volledige app-markt omdat Microsoft ons heeft geholpen om een applicatie te ontwikkelen die je als een echt programma op je pc of tablet kunt installeren.” Gezien de leeftijd van de doelgroep zijn het de apparaten van de ouders die worden gebruikt. “We wilden een ATAWAD-tool (Any Time Any Where Any Device). Dat wil echter niet zeggen dat we de ouders hun verantwoordelijkheid ontnemen. Er komt een online modus die het mogelijk maakt om zonder onderbreking alle afleveringen achter elkaar te bekijken. We laten dus de ouders beslissen om te stoppen wanneer ze vinden dat hun kind voldoende tijd voor het scherm heeft doorgebracht.”

 

RTBF, Amélie Nothomb en de oprichter van Google

Om de figuren voor de tv-versie te maken, heeft ToonYou een aantal bijzondere gasten ingeschakeld.“Amélie Nothomb wilde wel haar gezicht lenen voor de aflevering over het beroep van schrijver, Larry Page, de oprichter van Google, wordt onze IT’er en we wachten nog met de bekendmaking van een andere belangrijke Amerikaanse persoonlijkheid …”zegt Alexandre Touret glimlachend.

Het eerste samenwerkingsverband van ToonYou kwam zeer vlug tot stand. “Toen we eind 2014 beseften dat het project technisch mogelijk was, hebben we ons product ontwikkeld en erover gepraat met de RTBF, die binnen de kortste keren onze partner werd. Voor de RTBF was het vanbelang dat we ons niet met gadgets bezighielden. Bij ons geen kattenanimaties of wenskaarten die je met Kerstmis naar je oma kunt sturen. Als entertainmentprofessionals bieden we hoogwaardige content met een stevig fundament, die amusement met opvoedkunde combineert.” Dankzij een uitzendovereenkomst met de RTBF verschijnen de ‘paper toys van ToonYou met hun vierkante hoofden nu tweemaal per dag op La Trois en zijn de afleveringen allemaal beschikbaar op de site van OUFtivi.

Maar dat is nog niet alles. “Bij dezelfde gelegenheid hebben we de Franse groep Lagardère, die actief is op het gebied van programmaverspreiding, ervan overtuigd om ons te vertegenwoordigen. Dat betekent dat we in hun catalogus zijn opgenomen en dat we aangekocht kunnen worden door zendersover de hele wereld.” Zo wordt ToonYou vanaf september uitgezonden door Unis/TV5 in Canada en door Majid Kids TV in het Midden-Oosten. Verder lopen er nog gesprekken met Zuid-Korea.

 

Het avontuur… begint

Daarnaast heeft ToonYou in enkele maanden diverse prijzen in de wacht gesleept, die het succes van het bedrijf bevestigen: de juryprijs tijdens MIPJunior, de grootste inkoopbeurs voor audiovisuele content in Cannes, en de Crossmedia-prijs van de Société des Auteurs et Compositeurs Dramatiques(SACD). De bedenkers zijn ook winnaars van Boost up! en zijn in de top twaalf geëindigd van de wereldwijd erkende Creative Business Cup in Kopenhagen, waar ze België te midden van honderdenconcurrenten vertegenwoordigden.

Met content die nu al in twee talen (Frans en Engels) beschikbaar is, heeft ToonYou geen gebrek aan internationale ambities, maar het bedrijf blijft zeer actief in Wallonië. “De investeringsfondsen in Wallonië zijn zeer doeltreffend en begeleiden onze strategie heel proactief door echt mee te helpen bij de ontwikkeling. We bevinden ons bovendien op een bijzondere locatie in Mont-Saint-Guibert: de‘Creative Spark’ is een soort starterscentrum met andere bedrijven, zoals ilooove.it en Speaky, waar we ons heel goed voelen”, zegt Alexandre Touret.

ToonYou heeft zich bewezen. “Naar aanleiding van de ontwikkeling en het exportsucces van de app hebben we een versie 2.0 gemaakt, die deze zomer beschikbaar zal zijn! Van de website, www.toonyou.com, hebben we net een nieuwe versie online gezet, die nog vloeiender, dynamischer en gebruiksvriendelijker is”, zegt Alexandre Touret vol trots. “En we werken al aan een vervolg: My Dream Pets’ is bestemd voor iets grotere kinderen en is gericht op dieren. Ik zal je alvast een geheim verklappen: het wordt een bijzondere serie, want elke ochtend bij het opstaan krijgt het kind de taak om zijn dagelijkse problemen op te lossen met de hulp van dieren.” Eind dit jaar organiseert ToonYoueen fundraising waaraan ook particulieren kunnen meedoen. Wordt vervolgd!

 

www.toonyou.com


De app ‘ToonYou’ is gratis en biedt Premium-toegang vanaf € 0,99. 
Beschikbaar voor iOS, Android enWindows Phone. Ook voor pc en Mac.

 

Videos

  • /
  • /
  • /

WorldSkills, dat gekend is voor zijn Beroepenolympiade, vormt het internationale uitstalraam van de manuele, technische en technologische beroepen. Maar het is veel méér dan een reekskampioenschappen...

 

Achter de algemene benaming WorldSkills schuilt om te beginnen een hele geschiedenis. Spanje organiseert in 1950 de eerste internationale beroepenwedstrijd. Dat initiatief wordt de volgende jaren overgenomen door verscheidene Europese landen, waaronder België. We moeten echterwachten tot in 2005 en de internationale wedstrijd in Helsinki, voordat de beweging zich sterk uitbreidt – het aantal deelnemende landen en mededingers is sindsdien verdubbeld – en de organisatie haar huidige vorm aanneemt.

 

Twee handen en een knap stel hersenen

De wedstrijden, die goed worden gevolgd en verslagen door de media, zijn slechts het topje van de ijsberg. Tegelijk voert WorldSkills Belgium op de achtergrond minder gemediatiseerd werk uit om duurzame steun te verlenen aan beroepsopleidingen voor de jeugd, door veel bijeenkomsten te organiseren waarop men beroepen kan ontdekken. Met de slogan “De toekomst ligt in beidehanden”, wil de vereniging niet alleen aantonen dat de wereldeconomie niet zonder geschoolde handenarbeiders kan, aan wie ze een stabiele toekomst biedt, maar ook dat manuele, technische en technologische beroepen veel persoonlijke ontplooiingskansen inhouden. Het is frustrerendopleidingen te steunen, die, ondanks hun grote toegevoegde waarde, niet altijd de verdiende faam hebben. Vooroordelen zijn taai en veel mensen denken dat je de maatschappelijke ladder enkel kan opklimmen via algemeen vormende en academische studies. WorldSkills Belgium moet jongeren er dus van overtuigen dat ze ook met een manueel beroep een geslaagd leven kunnen hebben. Maar de geesten schijnen langzamerhand te evolueren, als men ziet dat er in de Duitstalige gemeenschap van België een zeer goed ontwikkeld systeem van afwisselend (of duaal) onderricht bestaat, dat flink uitbreiding neemt. Eén voet op school en één voet in het bedrijfsleven: zou dat de oplossing zijn? Ja, dat is ondertussen al bewezen! Tegelijk werken en een algemene opleiding genieten, staat borg voor een motiverende vorming die op uitmuntendheid mikt. “Ik zou wel eens willen zien hoe een tegelzetter een nauwkeurig bestek zal opmaken, als hij niets van meetkunde kent. Hoe kun je technisch tekenaar worden en met een computer werken, als je geen in het Engels opgestelde didactische software kunt gebruiken en niet weet wat een algoritme en een integraal zijn”, vraagt Francis Hourant, directeur bij WorldSkills Belgium, zich af. Het antwoord kent hij. De kampioenen,meer bepaald de gouden-medaillewinnaars, zijn jongeren die uitstekende resultaten halen in de algemene vakken. Die vaststelling geldt ook voor het aanleren van vreemde talen, die ze volgens de mededingers veel te weinig kennen om open te staan voor de wereld.

Aan de overheid legde Francis Hourant indertijd als volgt uit wat de kracht van deskundigheid is: “Mijnheer de Minister, u kunt een windmolen laten ontwerpen door de beste ingenieurs ter wereld, maar zonder lasser, kraanmachinist en elektromechanicus, zal uw windmolen slechts op papierbestaan”.

 

Zeg niet meer automonteur, maar mechatronicus

WorldSkills International heeft ambitie, net zoals zijn mededingers. Het wil de internationale “hub” of uitwisselingsplaats worden voor informatie over beroepen en beroepsopleidingen. De competities vormen een kostbaar instrument om dat doel te bereiken, aangezien ze kunnen doen nadenken over de evolutie van die beroepsopleidingen. Dat is precies zoals op de Olympische Spelen, waar nieuwe sporten opduiken, terwijl er andere verdwijnen omdat ze niet meer worden beoefend. “Wij stellen dezelfde vraag. Welke nieuwe beroepen zijn representatief voor de economische behoeftes? Zodat we die in onze wedstrijden kunnen opnemen. Uit een Forem-onderzoek blijkt dat 50 % van de kinderen die nu worden geboren, een beroep zal uitoefenen dat vandaag nog niet bestaat. Dat is van belangvoor jongeren die een studierichting zoeken. Ik geef u een voorbeeld. Een jongere die vandaag steenhouwer of drukker wil worden, moet beseffen dat hij waarschijnlijk meer in een artistieke richting zal evolueren. Als hij zich wil toeleggen op mechanica en engineering, zal hij geen automonteur meer zijn, maar een elektromechanicus of mechatronicus. Beroepen verdwijnen en maken plaats voor andere”.

WorldSkills ontdekt dergelijke trends, die beantwoorden aan de huidige en toekomstige economische behoeften. Die informatie zou idealiter in de scholen moeten worden verspreid, onder meer dankzij het werk van de deskundigen van de vereniging (leraars, opleiders, zelfstandigen). In België trachten wij de beroepsopleidingen te informeren en te laten profiteren van de technische en pedagogischeervaring die de experts opdeden dankzij de contacten die ze, naar aanleiding van de wedstrijden, zowel in België als in het buitenland hebben. Dat lukt nog niet zoals we het zouden willen, maar er is beterschap”.

 

Op de hoogste trede van het podium

Finland is ongetwijfeld het land dat alles wat opvoeding en opleiding aangaat, het best begrepen heeft. De Finnen hebben een Academie opgericht om de WorldSkillswedstrijden te gebruiken als pedagogisch instrument. Zo worden de Finse deskundigen die de finalisten begeleiden op EuroSkillsof WorldSkills, verzocht uit te kijken naar wat er in het buitenland voor interessants gebeurt inzake de opleiding voor manuele beroepen, om dan hun eigen opvoedingsysteem aan te passen en teverbeteren. WorldSkills Belgium wil het systeem van de Finse communicerende vaten in België invoeren. Volgens Francis Hourant moet er de vier volgende jaren naar gestreefd worden dat de deskundigen en juryleden hun ervaring in hun wederzijdse specialiteiten met elkaar zouden delen. “Wij hebben veel te bieden aan ons onderwijssysteem. Dankzij onze internationale uitwisselingsdynamiek kunnen wij onze deskundigheden inzake vakkennis voortdurend evalueren en verbeteren”.

 

Belgian Team EuroSkills 2016

Op naar Göteborg! Na de Beroepenolympiade 2015 in São Paulo, is dit jaar volgens het afwisselingsprincipe gewijd aan de regionale kampioenschappen. Er is dus een EuroSkills-competitie gepland voor de geselecteerden van het Belgian Team 2016. Aan het einde van een langeliminatieproces, krijgen 25 jongeren een ticket voor Zweden. Een onverbiddelijke selectie, want er hadden zich liefst 752 kandidaten ingeschreven voor de preselecties. De 90 finalisten van de Startech’s Days (drie medailles: goud, zilver en brons, voor 30 beroepen) kregen niet enkel een unieke technische opleiding van de deskundigen, maar voor de eerste keer in de geschiedenis van de competitie kregen ze ook een vorming inzake soft skills, dat wil zeggen in persoonlijk management. Kunnen zijn is even belangrijk als kunnen doen. De motivering, het vermogen en de wil om te leren, de technische vorderingsmarge, stressmanagement, teamgeest... allemaal factoren die door de teamleiders werden geëvalueerd en waarmee rekening werd gehouden om de onder de 90medaillewinnaars diegene te kiezen, die België en hun beroep zullen vertegenwoordigen in Göteborg.

En het is niet noodzakelijk de winnaar van een gouden medaille, die zal vertrekken. De tijdens de opleiding verworven uitmuntendheid is één ding, lichamelijk en mentaal standhouden ten aanzien van de eisen van een competitie is een ander. Interessant om weten is overigens dat uit een bij de finalisten gehouden enquête blijkt dat 90 % van de finalisten van de Startech’s Days zich daarvoor inschreven om bijkomende professionele en menselijke ervaring op te doen en niet op de eerste plaats om naar het buitenland te kunnen gaan. Een jongere die aan het nationale beroepenkampioenschap deelneemt, wint trouwens één tot twee jaar aan ervaring. Indien hij voor Europa of voor de wereld wordt geselecteerd, maakt hij een kwalitatieve sprong voorwaarts van vijf jaar. In één keer!

 

Gaan de technische beroepen voldoende digitaal?

In Namen zal er in 2017 een internationale conferentie plaatsvinden om de impact te benadrukken die de digitale maatschappij heeft op de opleiding en op de technische beroepen. Een uitwisseling van de opvattingen en ervaringen van de leden van WorldSkills met die van onze regionale actoren, op een symbolische plaats, het kasteel van Namen, een praktijkschool die met de hotelschool van de Provincie verbonden is.

 

INLICHTINGEN: 
WorldSkills Belgium
Square Masson, 1/15
B-5000 Namur
+32 (0)81 40 86 10
 

www.worldskillsbelgium.be


BARTHÉLÉMY DEUTSCH “dekt opnieuw de tafel”

Barthélémy is de kampioen van de zaaldienst. Hij wil vooruitkomen en heeft de door WorldSkillsgeboden kansen gegrepen om heel ver te gaan... In 2013 won hij goud op de Startech’s Days. Toen hij 20 was, nam hij deel aan de Olympiade in Leipzig. Hij won geen medaille, maar werd opgemerkt door het beroemde Engelse restaurant ‘The Fat Duck’, dat hem in dienst nam. Ironisch genoeg slaagde Barthélémy niet in Leipzig, omdat hij de Engelse instructies niet begreep! Hij werd perfect tweetalig (en rangkelner) en doorkruiste de wereld om nog meer bij te leren. Hij wordt 23 en mist decompetitie. Opnieuw neemt hij deel aan de Startech’s Day 2016, wint weer goud en hoopt voor deEuroSkills in Göteborg te worden geselecteerd (n.v.d.r.: de beslissing wordt verwacht wanneer wij terperse gaan). Winnaar is hij al. “Dit jaar won ik niet alleen een medaille, maar kreeg ik ook eenbuitengewone opleiding die mijn bekwaamheden tot buiten mijn beroep aanscherpen. MetDominique Bal, onze deskundige, hebben we deelgenomen aan de Belgische cocktailfinale. Zo leerden we nieuwe technieken aan, en werken met producten en onze kennis op vlak van smakenverbeteren. We werden opgeleid door de vroegere hoofdkelner van het koninklijk paleis, die ons leerde wat het protocol was en hoe we een tafel perfect moeten dekken. In het restaurant ‘Comme chez soi’ was het mijnheer Jacques die ons uitlegde hoe we goed met de klanten moeten omgaan. Dat zijn onschatbare zaken, die van mij een betere mededinger en vakman zullen maken”. Negen kampioenen uit alle werelddelen, die door WorldSkills worden gekozen op basis van eenkandidaatsdossier, zijn twee jaar lang de internationale ambassadeurs van het WorldSkills-project.Barthélémy Deutsch maakt deel uit van die WorldSkills Champions Trust en krijgt als bonus internationale opleidingen. Zijn doel? De waarden van WorldSkills hier en elders doorgeven. 

 

ANAÏS PIRARTeen inspiratiebron

Haar school, de Provinciale Middelbare School van Andenne, is trots op haar. Anais is (terecht) ooktrots op zichzelf. Maar vooral omdat ze “goud heeft gewonnen op het nationaal kampioenschap‘haarkappen’ en het de leerlingen van de lagere klassen motiveert”, zegt ze in alle eenvoud. Anais, dienaar het Europees kampioenschap hoopt te mogen gaan, is echter geen vedette, maar een voorbeelddat kan worden nagevolgd door jongeren die aan de Startech’s Days willen deelnemen om hun beroep tot zijn recht te doen komen. De 19–jarige Anais volgt het laatste jaar haarkappen. Toen ze 17 was, had ze al eens deelgenomen aan de nationale selectie. “Een eerste wedstrijd, een eerste ervaring waardoor ik gegroeid ben. Ik hou van wedstrijden want die motiveren me”. Anais heeft zopas het vormingsweekend voor soft skills gevolgd en ze wacht nu rustig de beslissing van WorldSkills Belgium af. Naar Göteborg of niet? “Ik geloof erin, maar als ik niet word geselecteerd voor het Belgian Team, is dat niet erg. Ik heb zelfvertrouwen opgebouwd en geleerd dat werken altijd resultaten oplevert”.

 


WORLDSKILLS, EEN STRUCTUUR MET DRIE NIVEAUS

01. Wereld: WorldSkills International (WSI) telt 75 lidstaten die wereldwijd verspreid zijn over vijf regio’s. De organisatie vertegenwoordigt 70 % van de wereldbevolking.

02. Regionaal: de lidstaten van WSI zijn verspreid over vijf regio’s (Europa, Amerika, Oceanië, Azië ende landen aan de Arabische Golf). Het is de bedoeling binnenkort een zesde regio op te richten, namelijk de Afrikaanse. België behoort tot de Europese regio, WorldSkills Europe (WSE), die 28 landen telt.

03. Nationaal: elke lidstaat wordt vertegenwoordigd door een op internationaal en regionaal niveau geaccrediteerde organisatie. WorldSkills Belgium is in België de officiële vertegenwoordiger van WorldSkills International en WorldSkills Europe.

Goud, zilver en brons 

De kampioenschappen worden op de drie niveaus van de structuur georganiseerd. België organiseert elk jaar een nationaal beroepenkampioenschap, de Startech’s Days. Het Belgian Team (dat gekozen wordt uit de medaillewinnaars van de Startech’s Days) neemt afwisselend deel aan het Europees kampioenschap (EuroSkills) tijdens de pare jaren (elke lidstaat neemt deel in zijn eigen regio) en aan de mondiale Beroepenolympiade (Worldskills) tijdens de onpare jaren. Elke nationale finalist mag maar één keer deelnemen aan een regionale competitie en aan een wereldwijde, binnen de leeftijdsgrens (maximum 25 jaar in het jaar van de Europesewedstrijd en 22 jaar voor de wereldwijde). EuroSkills Göteborg (Zweden) zal van 29 november tot 1 december 2016 het Belgian Team 2016 verwelkomen. In oktober 2017 zal de 44e Beroepenolympiade in Abu Dhabi worden georganiseerd.


ON NOTICE

Een beroep is on notice, dat wil zeggen ‘in gevaar’, wanneer minder dan twaalf landen zich daarmee voor een competitie inschrijven op wereldvlak en minder dan zeven op regionaal vlak. Wanneer de toestand zich opnieuw voordoet bij de volgende competities, verdwijnt het beroep. Dat is het geval voor het drukkersberoep, dat op Europees vlak al verdwenen is. Aan de Beroepenolympiade 2015 inSao Paulo nemen slechts elf beroepen aan de competitie deel. Het beroep van drukker is dus on notice en over het lot ervan zal in 2017 worden beslist naar aanleiding van de volgende Olympia, in Abu Dhabi. Steenhouwen bevindt zich in hetzelfde geval. Daarentegen proberen nieuwe beroepen zich te doen gelden, bijvoorbeeld logistiek management, aquatronic (water management) en game development (het creëren van videospellen).


DE WORLDSKILLSCOMPETITIES, DAT IS EEN BEETJE HET LEVEN IN HET KORT

Jean-Claude Raskin is al een twintigtal jaar een specialist inzake persoonlijke ontwikkeling. Alsmentale coach begeleidt hij het Belgian Team op het vlak van algemene communicatie, vanstressmanagement en van motivering van de jongeren vóór en na de competities. “De wedstrijd gaat op de eerste plaats tegen jezelf. Wat ik de jongeren vraag, is dat ze zich zouden overtreffen, niet om de anderen te verpletteren, maar om trots te kunnen zijn op zichzelf. Ongeacht de uitslag, kunnen ze dankzij die houding niet (te zeer) ontgoocheld zijn, wanneer ze niet op het podium mogen staan.Voor het selecteren van de medaillewinnaars van de Startech’s Days helpen mijn collega’s en ikzelf de technische deskundigen om, in geval van twijfel, de jongeren te identificeren die aan de regionale ofwereldwijde competitie zullen deelnemen. Het kan zijn dat een jongere die uitblinkt in zijn beroep, naeen weekend vol sportieve, mentale en psychologische proeven heel slecht tegen druk blijkt te kunnen”. Of geen tucht kan verdragen!

Videos

  • /
François in Singapore, Aurore in Montreal en anderen in steden als Tokio of Sydney hebben als doel om wereldwijd kennis te maken met het beroepsleven. Het programma ‘Explort’ biedt hun die mogelijkheid. 

 

Het Explort-programma betreft in de eerste plaats studenten (uitsluitend studenten die binnen de Franstalige Gemeenschap van België zijn ingeschreven.) van opleidingen die een link hebben met de internationale handel. Dit project van het Agence wallonne à l’Exportation et aux InvestissementsEtrangers (AWEX) biedt hun een stage in het buitenland, echte beroepservaring, een training met begeleiding door oude rotten in het vak en financiële bijstand. Met € 1.300 per maand voor een periode van maximaal twee maanden en een tegemoetkoming van 50% in de kosten van de vliegtickets gaan de internationale deuren open voor de meest wilskrachtige jongeren.

 

Fantastische ervaring

Toen tweedejaarsstudent François Collinet van de masteropleiding aan de Hogeschool voor Bedrijfskunde van de Universiteit van Luik (HEC-ULg) in 2012 naar Singapore mocht, stortte hij zich in het avontuur. “Ik had anderhalf jaar daarvoor meegedaan aan het Erasmusprogramma en miste die ervaring alweer. Mijn eerste criterium bij het kiezen van een stageplaats was dus de mogelijkheid om te reizen. Met Explort deed zich een mooie gelegenheid voor om mijn koffers te pakken en dus ben ik ervoor gegaan!” Zonder dat enthousiasme had François niet van die buitenkans kunnen profiteren. “Om te beginnen, moet je een behoorlijk lijvig inschrijvingsformulier van meerdere bladzijdeninvullen. Daarop moet je allerlei gegevens verstrekken, een beschrijving geven van je plannen, aangeven waar je over tien jaar denkt te staan, op welke prestatie je het meest trots bent enzovoort. Ik ken verschillende mensen die het formulier nooit hebben ingeleverd. Het is inderdaad een eerste motivatietest, maar gezien de ervaring die je te wachten staat, is het echt de moeite waard om er een paar uur werk in te steken!”

Een van de belangrijkste voorwaarden voor de acceptatie van een aanvraag is dat de student de Engelse taal voldoende beheerst. Het vereiste niveau komt overeen met B1 volgens het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen. “Ik ben zonder moeite geslaagd voor de Engelse toets bij de Forem in Luik, waardoor ik naar de volgende fase mocht. Een vrouwelijke manager van AWEX in Luik heeft me opgeroepen voor een motivatiegesprek, dat heel ontspannen verliep. Na afloop zei ze tegen me dat AWEX zich opnieuw zou melden met voorstellen voor bestemmingen. Singapore stond niet op de basislijst, maar op het laatste moment deed zich een gelegenheid voor. Ze hebben me dus gebeld met dit voorstel en ik heb geen seconde geaarzeld. Enkele dagen later kreeg ik een telefoontje van de handelsattaché die daar werkte. We hebben ruim twintig minuten in het Engels gepraat over mijn levensloop, over wat ik daar zou moeten doen enzovoort. Hij heeft me ook veel informatie gegeven over Singapore. Hij wilde dat ik goed wist waar ik aan begon”, zegt François glimlachend. Vervolgens moest de stagiair een zomercursus van enkele dagen volgen in het gebouw van HECULg. Toen in september daarna het nieuwe studiejaar begon, zat hij in het vliegtuig naar Azië. Een zeer leerzame ervaring, waaraan hij alleen maar goede herinneringenbewaart. “Ik had echt geluk dat ik daarnaartoe mocht voor een stage! Singapore is een van de meest dynamische plekken ter wereld, vooral op economisch gebied. Het is een stadstaat met een goede naam en een heel interessant economisch model.” François benadrukt dat deze stage hem in menselijk en professioneel opzicht heeft verrijkt. “Ik heb internationale kansen gekregen waarvan ik het bestaan niet eens had geweten zonder het Explort-programma. Ik heb meegedaan aan netwerkbijeenkomsten met mensen die letterlijk uit alle delen van de wereld kwamen. In dat soort situaties pas je je aan, leer je veel en maak je kennis met nieuwe mensen, nieuwe culturen en andere manieren van communiceren. Voor de intermenselijke relaties is dat ontzettend belangrijk!”

 

Afgestudeerde zoekt werk in de hele wereld

De tweede versie van het Explort-programma is gericht op afgestudeerden die interesse hebben in buitenlandse handel. Binnen de Franstalige Gemeenschap van België krijgen werkzoekenden die een willekeurige hogere opleiding hebben gevolgd, de kans om de wereld te verkennen. AWEX biedt hun coaching, een beroepsgerichte stage en € 1.300 tot € 1.800 aan financiële bijstand per maand naar gelang de bestemming. Ze hebben als taak om de handel van een Waals bedrijf in het buitenland te ontwikkelen. Anders dan het programma voor studenten kenmerkt het programma voor afgestudeerden zich door rechtstreekse samenwerking met bepaalde bedrijven en een welomlijnd doel.

Aurore Duijsens is een actrice van dertig jaar die deze uitwisseling heeft geprobeerd. Door als beginneling gratis haar diensten aan te bieden voor het Waalse bedrijf OncoDNA, kreeg ze een training die haar uiteindelijk een baan opleverde. “Na een niet-afgemaakte rechtenstudie van drie jaar heb ik twee jaar de Cours Florent in Parijs gedaan, waarna ik twee jaar als actrice in Barcelonaheb gewerkt. Op 25-jarige leeftijd ben ik om persoonlijke redenen teruggekomen naar België, zonder precies te weten wat voor werk ik wilde doen. Ik kreeg snel een baan als handelsvertegenwoordigervoor het jonge farmaceutische bedrijf VISTA-Life Pharma. Daar ben ik een jaar gebleven, maar daarna voelde ik de behoefte om me te ontplooien en te reizen. Ik zocht voortdurend, praatte met iedereen die ik tegenkwam en stuitte uiteindelijk op het Explort-programma. Ik had niet echt ervaring op het gebied van internationale handel en export, maar had wel een interessante taalkundige achtergronden enkele relevante beroepskwaliteiten. Daarom heb ik mijn kans gewaagd! Nadat ik online het dossier had ingevuld, de Engelse toets had gemaakt en enkele informatiebijeenkomsten had gevolgd, werd ik door drie coaches opgeroepen voor een gesprek. Volgens mij wilden ze dat ik mijn motivatie aantoonde.” Waarom wil je dit programma volgen? Over welke competenties beschik je? Op welk gebied denk je later te gaan werken? De vragen die werden gesteld, klonken zo vanzelfsprekend voor Aurore dat ze het gesprek blij en vol vertrouwen afsloot. “Ik denk dat ik echt alles heb laten zien wat ze van me verwachtten tijdens dat interview. Ik pas me heel gemakkelijk aan nieuwe situaties en culturen aan. Ik ben in zekere zin een kameleon, waardoor geen enkele situatie me angst inboezemt. Ik ben een heethoofd en vind het vreselijk als mensen nee tegen me zeggen!” zegt ze lachend. “Later hebben ze me trouwens verteld dat het kwam door de manier waarop ik de kamer binnenkwam endoor het feit dat ik heel consequent bleef in mijn antwoorden. Ze hebben gezien dat ik wist wat ik wilde en waar ik naartoe ging. Het feit dat ik echt voor de ervaring koos en alles zou geven wat ik te bieden had, heeft hen denk ik gerustgesteld.”

Zo bemachtigde Aurore in januari 2015 haar ticket voor Montreal. Twee maanden lang moest ze in Quebec nieuwe investeerders zoeken voor het farmaceutisch bedrijf OncoDNA. Voor Aurore was de keuze van het bedrijf belangrijker dan de bestemming van de stage. “Ik had geen duidelijk idee van de plaats waar ik naartoe wilde, dat was helemaal geen argument. Ik ben trouwens midden in januari vertrokken, tijdens de strengste winter die Montreal in jaren had meegemaakt”, zegt de jonge vrouw glimlachend. “Beroepsmatig was het voor mij een echte leerschool. Omdat de kantoren daar erg klein waren, werkte ik veel bij mij thuis. Ik maakte afspraken met verschillende potentiële medewerkers die ik op het spoor was gekomen. Ik legde met zo veel mogelijk mensen contact en bracht regelmatig verslag uit aan AWEX. Aan het einde van mijn verblijf heb ik een belangrijk contract gesloten voor OncoDNA. Toen mijn taak volbracht was, ben ik teruggekomen.”

 

Na Explort

Aan zijn stage heeft François Collinet vooral goede relationele vaardigheden overgehouden. “Tegenwoordig werk ik als analist in de telecomsector. Dat betekent dat ik met alle hiërarchische niveaus in mijn bedrijf moet communiceren. Ik moet me zowel tot de eenvoudigste medewerkers als tot de belangrijkste managers richten. Het is dus belangrijk dat ik in staat ben om mijn houding, mijn manier van praten, van boodschappen overbrengen, aan te passen. En dat is echt iets wat ik tijdens mijn stage in Singapore heb geleerd.”

Aurore is begonnen aan een ‘success story’, want ze is naar België teruggekomen met de belofte van een nieuwe baan. Een echte. En wel direct. “Zodra ik terug was, heeft het bedrijf me een business development-functie aangeboden. Als ik niet het Explort-programma had gevolgd, was een dergelijke baan ondenkbaar geweest, aangezien ik geen diploma en geen echte ervaring had.” Minder dan eenjaar later is ze al weer opgeklommen bij OncoDNA“Ik ben nu degene die de patiënten en de oncologen ontmoet en doe de rechtstreekse klantenwerving voor mijn afdeling. Daardoor kan ik veel reizen”, zegt de jonge dertiger die geen zitvlees heeft verheugd.

 

www.explort.be

  • /

Het Naamse mkb-bedrijf Vésale Pharma gokt op probiotica als nieuwe vorm van geneeskunde

en streeft ernaar om over enkele jaren de nummer één van de wereld te zijn.

 

Ze zijn met honderdduizend miljard en gaan ons hele leven met ons mee, voornamelijk voor ons eigen bestwil. We noemen ze probiotica. Deze bacteriën, die de meeste van onze organen bevolken, zouden het begin kunnen zijn van een ingrijpende verandering op therapeutisch en preventief gebied. Een jong Waals mkb-bedrijf heeft zich opgeworpen als hun voorvechter en wil over drie jaar de nummer één van de wereld zijn. Om kennis te maken met Vésale Pharma, moeten we de trap op naar het bordes van het kasteel van Noville-sur-Mehaigne, bij Éghezée, een heel andere omgeving dan de hightechcomplexen waarin jonge biofarmabedrijven zich meestal ontwikkelen.

 

Een ongekend procedé

Jehan Liénart begon met Vésale Pharma in 1996, toen hij Bacilac, het eerste probioticum tegen diarree, op de Belgische markt bracht. “Ik was opgeleid als econoom en kwam uit de reclamewereld. Ik ben bijna per toeval in de farmaceutische industrie gerold, maar had meteen een vermoeden van de enorme mogelijkheden van probiotica. Een fascinerende wereld, waarin ik ben meegesleept.” In 2007 komt het bedrijf echt van de grond wanneer het al zijn activiteiten op probiotica concentreert en met onderzoeksprogramma’s begint. En in 2011 schakelt het mkb-bedrijf een versnelling hoger met de octrooiaanvraag voor Intelicaps®, een ongekend procedé voor de micro-inkapseling van bacteriën. Voor deze levende organismen is het een uitdaging om onbelemmerd hun doel te bereiken, zonder uitgedund te worden door spijsverteringssappen en dergelijke. Dankzij een beschermend membraan op basis van algen kunnen de probiotica, die oraal worden ingenomen, hun reis in het lichaam vervolgen en zich in de dikke darm in een duizendvoud aan levende en gezonde bacteriën ontvouwen. Het procedé beschermt de kwetsbare probiotica ook tegen vocht en warmte, wat een extra voordeel is bij de opslag en het transport. Dankzij deze uitvinding die Vésale Pharma van de concurrentie onderscheidt en de verschillende bacteriestammen die al zijn geoctrooieerd, heeft het bedrijf de middelen om een eigen identiteit te ontwikkelen. “Wij besteden 25 procent van onze middelen aan onderzoek”, verduidelijkt de CEO. “We hebben vier interne onderzoekers, maar werken nauw samen met de laboratoria van de universiteiten van Luik en Gent, en het Institut Pasteur in Lille.” Vésale Pharma is inmiddels een belangrijke speler in de markt voor probiotica met een aanbod van zeer gerichte producten op het gebied van dermatologie, vrouwengezondheid, pediatrie, spijsvertering en immuniteit.

 

Wetenschappelijke nauwgezetheid

Maar al te veel probiotica die tegenwoordig worden verkocht, zijn gemaakt door wat Jehan Liénart de ‘cowboys’ van de sector noemt: bedrijven die stammen in onvoldoende hoeveelheden of niet-geïdentificeerde stammen in hun producten verwerken. En juist op dat punt wil Vésale Pharma zich onderscheiden door de wetenschappelijke nauwgezetheid van zijn onderzoek volgens innovatieve galenische methoden te benadrukken. Het bedrijf is uitvinder van de eerder genoemde Intelicaps®, van zakjes met korrels die direct zonder water in de mond oplossen en van een originele formule tegen vaginale ongemakken op basis van een lactobacillus-stam die normaal heel moeilijk te reproduceren is. Het bedrijf is al houder van vijf octrooien en heeft nog drie aanvragen lopen, waaronder een behandeling tegen spruw (witte schimmel in de mond) en een product waarvan veel wordt verwacht, namelijk het eerste probioticum tegen obesitas. “Er zijn al tests gedaan met muizen en de effecten zijn verbluffend. We mogen redelijkerwijs aannemen dat dit bij de mens ook zo is”, zegt Jehan Liénart verheugd.

 

 

Drie dochterondernemingen

Vésale Pharma verkoopt zijn producten nu al in dertig landen. Via beurzen en salons heeft het mkb-bedrijf in vijf jaar een indrukwekkend internationaal netwerk van agenten opgebouwd die belast zijn met het zoeken naar distributeurs. “Het begint zoals gebruikelijk met een eerste contactpersoon, die een tweede persoon kent enzovoort”, benadrukt communicatiedirecteur Éric Poskin. Het mkb-bedrijf is heel snel gegroeid zonder over een internationale cultuur te beschikken. “Van hieruit kun je doorgroeien naar tien landen, maar geen dertig of meer.” Vésale heeft daarvoor mensen in dienst genomen als Pierre Iweins, een oudgediende van Kraft Foods, die voor de internationale ontwikkeling zorgt. De volgende stap in de verovering van de wereld door het Naamse bedrijf is de oprichting van drie dochterondernemingen in evenzoveel werelddelen. De eerste wordt in oktober 2016 in São Paulo geopend, het jaar daarop moet een joint venture in Shenzhen (China) zijn gerealiseerd en in 2018 moet een samenwerkingsverband met de Texas A&M University de wetenschappelijke geloofwaardigheid in Noord-Amerika versterken. Om de verwachte groei van de vraag op te vangen, is sinds begin juni een industrieel productiebedrijf in Ghlin (provincie Henegouwen) operationeel. Als de ontwikkeling zich voortzet, heeft Vésale al plannen voor een volgende uitbreiding op een andere locatie in 2019. Jehan Liénart wil duidelijk korte metten maken met de angst die de internationalisering van zijn bedrijf teweeg kan brengen. “Op termijn zou een deel van de productie in de dochterondernemingen kunnen gebeuren, maar onze voornaamste troef, Intelicaps®, blijft hoe dan ook in Wallonië.” En namaak vreest hij evenmin. “Het is een zeer complexe technologie”, zegt hij glimlachend, “die afhankelijk is van een bijzondere machine waarop we eveneens octrooi hebben.”

 

Cultuuromslag

Probiotica zijn geen geneesmiddelen en worden (nog) niet als zodanig erkend. In de eerste plaats omdat de wet- en regelgeving voor geneesmiddelen uitgaat van chemicaliën en niet van levende organismen. In de tweede plaats omdat geneesmiddelen bedoeld zijn om te genezen, terwijl probiotica zowel een preventieve als een genezende werking hebben. De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft besloten dat probiotica als voedingssupplementen en niet als geneesmiddelen worden beschouwd en dat daarom geen beweringen over gezondheidseffecten mogen worden gedaan. Begin deze eeuw, toen iedereen van alles op de markt bracht, was dat begrijpelijk, maar tegenwoordig zitten aanbieders als Vésale Pharma daardoor in een lastig parket. Samen met de andere ‘serieuze’ aanbieders uit de sector pleit het bedrijf voor een wetsaanpassing, die bovendien moet samengaan met een cultuuromslag. “Europa blijft duidelijk achter. Wij hebben een allopathische en geen preventieve cultuur, in tegenstelling tot Azië, waar probiotica sterk gaan groeien”, voorspelt Éric Poskin. Jehan Liénart maakt er zich niet ongerust over. Driemaal per jaar volgt hij een maandkuur op basis van bifidobacteria en rhamnosus. En hij is ervan overtuigd dat er beweging begint te komen. “Zelfs nu schrijft 90% van de artsen nog probiotica voor zonder de middelen te kennen, maar er is een verandering aan de gang. In de academische wereld worden elke dag vijf tot zes belangrijke artikelen over het onderwerp gepubliceerd. En het bedrijfsleven blijft niet achter, want met name in de Verenigde Staten zien we dat de farmaceutische sector onwaarschijnlijke bedragen aantrekt voor het onderzoek naar probiotica.”

 

Ten behoeve van de dikke darm

“De chemie heeft haar grenzen bereikt en we zijn een nieuwe geneeskunde aan het ontdekken dankzij een betere kennis van de bacteriën in onze organen en hun grote effect op de gezondheid”, zegt dr. Jean-Pol Warzée, voorzitter van de Europese Wetenschappelijke Liga voor Preparaten op basis van Lactobacillen, Bifidobacteriën (EWLP). Ieder mens heeft een eigen microbiota (vroeger darmflora genoemd). Dit kapitaal dat we bij onze geboorte hebben meegekregen, kan door de voeding worden beïnvloed. Elke unieke bacteriestam van onze microbiota heeft een bepaald profiel en een bepaalde competentie. Tot voor kort kenden we maar 20 procent van de micro-organismen die onze organen bevolken. Dankzij de technologische revolutie van de genoomsequentiebepaling en de vorderingen van de bio-informatica heeft onze kennis aanzienlijke sprongen gemaakt.

In 1908 had Ilya Metsjnikov al een vermoeden van de immunologische kwaliteiten van de melkzuurbacterie in de maag, maar pas in 2001 publiceerde de Wereldgezondheidsorganisatie de officiële definitie van probiotica.

Sinds een jaar of tien versnelt het tempo en tonen tal van onderzoeken de invloed van bacteriën op ons zenuwstelsel en immuunsysteem aan. Het is bewezen dat de dunne darm, waar deze bacteriën zich ophouden, een eigen zenuwstelsel heeft met miljoenen neuronen die onderling en met de hersenen communiceren. Het begrip tweede brein wordt steeds vaker genoemd wanneer het over de dikke darm gaat. Sommigen noemen het zelfs het eerste brein, omdat de dikke darm evolutionair gezien ouder is dan de hersenen. Bijna dagelijks ontdekken onderzoekers nieuwe interacties tussen de hersenen, het immuunsysteem en de bacteriën. Zo heeft men vastgesteld dat we voor de synthese van serotonine grotendeels afhankelijk zijn van deze micro-organismen.

We zien ook dat muizen die in een steriele omgeving zijn gekweekt, angstig worden en omgekeerd dat bij normale muizen de kwantiteit en kwaliteit van de microbiota veranderen wanneer ze aan stress worden blootgesteld. De hersen-darmas, zoals deze wordt genoemd, werkt dus twee kanten op.

“We ontdekken ook dat veel ontstekingen van het spijsverteringsstelsel de oorzaak kunnen zijn van verschillende ziekten, zoals obesitas, bepaalde vormen van diabetes, depressie en misschien zelfs alzheimer.” De hoop bestaat dat we oplossingen vinden voor ziekten die tot voor kort ongeneeslijk waren. “Deze ziekten hebben één ding gemeen: ze houden allemaal verband met immuundefecten. De interactie, de dialoog, tussen het immuunsysteem en de micro-organismen van de dunne darm is daarom cruciaal voor de behandeling van deze ziekten”, verduidelijkt Pierre Bélichard, president-directeur van het Franse bedrijf Enterome Bioscience.

De behandeling met probiotica wekt ook veel hoop in de diergeneeskunde, waar we de verwoesting kunnen vaststellen die antibiotica hebben aangericht. Het staat vast dat onze darmflora na een antibioticakuur twee tot zes weken nodig heeft om weer in evenwicht te komen. Met probiotica is dat allemaal niet aan de orde! We stellen juist vast dat ze de immuniteit van het dier stimuleren en de assimilatie van de voeding optimaliseren. “We komen uit een situatie waarin we niets wisten en zijn de eerste aanzet van een nieuwe geneeskunde aan het ontdekken. De komende jaren hebben nog mooie verrassingen voor ons in petto”, besluit Jean-Pol Warzée.

 

www.vesalepharma.com


 

VÉSALE PHARMA IN CIJFERS
6 850 000

Omzet in 2015 (voor 2016 zijn de verwachtingen ruim € 9.000.000 en voor 2020 € 60.000.000)

2 300 000

Exportcijfer in 2015 (hetzij een stijging van 53 %). De voorziene exportcijfers voor 2016 zijn € 4.200.000

2 800 000

Investeringen en Research & Development in 2014-2015 (waarvan 60 % geinvesteerd door het Waals Gewest)

51

Voorziene banen in 2016 (R&D en export inbegrepen)

  • /

Carat Duchatelet, een specialist in de bepantsering, verlenging en interieuraanpassing van luxewagens, is een sieraad voor de stad Luik.

De strategie van de oorspronkelijke oprichter wordt tegenwoordig voortgezet door de ondernemer Jean-Paul Rosette.

De reputatie van dit schitterende bedrijf berust op een hoge ballistische bescherming, ambachtelijke kwaliteit en bijna volmaakt maatwerk.

 

Wie zijn blik laat rusten op de auto’s die in de Luikse fabriek staan, ziet geen verschil met de oorspronkelijke modellen. Pas als je van dichterbij kijkt, besef je de omvang van het werk dat is verricht. Zo is een Mercedes S 600 eerst gedemonteerd en daarna volledig opnieuw opgebouwd. De auto is daarbij 60 cm langer en 10 cm hoger gemaakt. De ruiten zijn 50 mm dikker geworden. Als de banden van het type Michelin Pax lek raken, kan de auto nog 80 tot 100 km doorrijden om aan zijn belagers te ontkomen. De luxueuze interieuraanpassing en nieuwe technologieën zorgen voor een optimaal comfort. De Mercedes, die voor € 60.000 was gekocht, is dankzij deze voorzieningen nu € 700.000 waard. Binnenkort gaat hij op transport naar het Midden-Oosten.

 
©DOC Carat Duchatelet
Vakwerk

De hele ‘customizing’, van demontage tot assemblage, wordt in eigen huis gedaan. Dertien specialismen werken onder één dak samen op het gebied van ontwerp, techniek, metaalbewerking en bepantsering (chassis en portieren), lakwerk, elektriciteit, elektronica, schrijnwerk, paneelwerk, leren bekleding, keuze van composietmaterialen en aanpassingen. Echt edelsmeedwerk. Het is trouwens lastiger om goede vaklui te vinden dan het orderboek vol te krijgen.

Frédéric Duchatelet, oprichter en momenteel adviseur voor de Aziatische markt, heeft wel geprobeerd om samen te werken met onderaannemers, maar de vereiste mate van precisie en kwaliteit is niet voor iedereen haalbaar. “In de loop der jaren heb ik specialisten aangetrokken om alles in eigen huis te kunnen maken. Dat is een sterk punt ten opzichte van onze concurrenten, die wel werk uitbesteden. Zo bereiken we een hoog kwaliteitsniveau.” De grootste concurrenten zijn overigens voornamelijk autofabrikanten. “Onze afwerking is perfect, de bepantsering volgt precies de vorm van de wagen”, verzekert Jean-Paul Rosette, de huidige president-directeur van Carat Duchatelet. Dat verklaart waarom het vier tot zes maanden duurt voordat een wagen gereed is. Hier wordt beslist niet aan de lopende band gewerkt. Alles is mogelijk volgens de wensen van de klant, maar de auto’s blijven altijd onopvallend: er is geen sprake van uiterlijk vertoon.

 ©DOC Carat Duchatelet

Kogelwerende betrouwbaarheid

Deze verfijnde juweeltjes zijn voornamelijk bestemd voor regeringsleiders, staatshoofden en leden van koninklijke families in Azië, Afrika en het Midden-Oosten. Deze bijzondere klanten, die als VVIP’s (Very Very Important Persons) worden aangeduid, nemen geen loopje met hun veiligheid en bezuinigen daarom niet op de kosten. Het bedrijf biedt een hoge mate van ballistische bescherming. “Carat Duchatelet loopt voorop als het om precisie gaat”, verzekert Frédéric Duchatelet. De kogelwerende materialen worden door en door getest. Een schietbaan maakt het mogelijk om de werkzaamheid ervan te controleren. Een ruit die bestand is tegen pantserdoorborende kogels, heeft een gewicht van 47 kg, terwijl een normale ruit niet meer dan 3 kg weegt.

 

Een schitterende gedaanteverwisseling

Frédéric Duchatelet heeft altijd al een passie gehad voor prestigewagens. Als eigenaar van een plaatwerk- en spuitbedrijf en getalenteerd monteur begint hij in de jaren 1960 te knutselen aan een oude Porsche, die hij zowel van binnen als van buiten volledig renoveert. Hij blaast de auto nieuw leven in. Omdat hij trots is op zijn werk, wijdt hij de Porsche in gezelschap van een vriend in aan de Côte d’Azur. Hij besluit de auto voor grote hotels in Cannes en Saint-Tropez te parkeren, naast exclusieve Ferrari’s en Rolls-Royces. Zijn bijzondere werk wekt de aandacht en bewondering van voorbijgangers. “Het was een enorm succes en ik zei tegen mijn vriend dat ik daar absoluut iets mee moest doen. Ik heb een stuk of dertig Porsches onder handen genomen en nog meer veranderingen en aanpassingen doorgevoerd”, vertelt de oprichter van het Luikse bedrijf in vertrouwen. Er is dus een gat in de markt voor exclusieve, op maat gemaakte luxeauto’s.

Tijdens een zakenreis naar het Midden-Oosten krijgt hij een nieuw idee. In die tijd werd de Mercedes S-klasse, die minder prestigieus was dan een Porsche, een Rolls of een Bentley, als ‘de beste reisauto ter wereld’ beschouwd. Sommige klanten gebruikten door de week de Mercedes voor hun werk, terwijl ze in het weekend de Rolls uit de garage haalden. Frédéric Duchatelet besluit daarom de Mercedes te personaliseren om er een superde- luxe auto van te maken. Hij presenteert zijn eerste resultaat eind jaren 1970 op de Autosalon van Genève. Daar ontdekt hij ook dat er een levendige belangstelling bestaat voor nieuwe diensten, namelijk het pantseren en verlengen van auto’s. “Ik wilde wagens met een zekere klasse bouwen voor klanten die een bijzondere maar onopvallende auto wilden. Ik voerde aanpassingen door die Mercedes destijds niet deed.” Frédéric Duchatelet boorde als pionier een nieuwe markt aan, waar daarna ook anderen zich op begaven. “Ik wil niet opscheppen, maar die hadden niet dezelfde strategie. Onze strategie gaat uit van kwaliteit en klanttevredenheid. Op die manier heb ik het imago van Carat Duchatelet opgebouwd.” En daarbij heeft het merk een internationale uitstraling gekregen.

 J-P Rosette, PDG, et F. Duchatelet, fondateur - ©DOC Carat Duchatelet

Continuïteit

Vlak na de eeuwwisseling verkoopt de oprichter zijn bedrijf aan een groot Amerikaans concern, dat slecht op de zaak past, waarna de Luikse onderneming in mei 2014 failliet wordt verklaard. Via zijn bedrijf Capital People begint de Luikse zakenman Jean-Paul Rosette aan een reddingspoging. Met name dankzij de inbreng van overheidsgeld en de steun van het Waals Gewest via de Société de gestion et de participation (Sogepa) komt Carat Duchatelet weer in goede en bovendien Waalse handen.

De overname van Carat Duchatelet is voor Jean- Paul Rosette een “grote kans”. Als autosportfanaat en snelheidsliefhebber vergelijkt hij mooie auto’s met kunstvoorwerpen. Als ondernemer heeft hij al ervaring met de overname van bedrijven in moeilijkheden. Zijn bedrijf FleXos Holding heeft eind 2011 het Franse softwarehuis ClariLog overgenomen. In het zakenleven bestaan volgens hem geen wonderen. “Door de problemen die de onderneming had gekend, moesten we van voren af aan beginnen. Sommige mensen geloofden er niet in, ik was vrijwel de enige. Als je succes wilt hebben, moet je erin geloven en vertrouwen hebben in de mensen met wie je werkt. Je moet je bewust zijn van je verantwoordelijkheden.” Frédéric Duchatelet is erg opgetogen over het management. “De nieuwe eigenaren volgen de strategie waarmee ik Carat Duchatelet groot heb gemaakt in de hele wereld. Dat was daarvoor niet het geval. Het geeft mij veel voldoening om met dit nieuwe team samen te werken.”

“Het opstijgen is gelukt, nu moeten we hoogte blijven winnen”, zegt Jean-Paul Rosette. Bijna twee jaar na de overname staat de onderneming er dus zeer goed voor nu ze haar activiteiten in twee richtingen wil diversifiëren. Naast de auto’s die op bestelling worden gemaakt, wil het bedrijf een voorraad gepantserde wagens uit het topsegment aanleggen om het effect van de lange productietijd te verzachten. Daarnaast keert Carat Duchatelet terug naar de eerste liefde van zijn oprichter: het restaureren en aanpassen van bijzondere oude auto’s.

De lijn ‘Carat Duchatelet Classic’ is bedoeld om Belgische eigenaren – en Europese eigenaren in het algemeen – te laten profiteren van de knowhow waarmee de onderneming een wereldwijde reputatie heeft opgebouwd. Jean-Paul Rosette licht de werkwijze van het huidige management toe: “Zo kunnen we ook de taken stroomlijnen en werk verschaffen aan het personeel wanneer er gaten in de planning zijn. De lijn is gericht op eigenaren van waardevolle auto’s met een zekere standing.” Sommige eigenaren willen een oldtimer op exact dezelfde wijze laten restaureren, maar anderen geven liever meerwaarde aan hun auto. Het doel is dus om van de klassieke basis uit te gaan en er een ‘neo-retro’ look aan te geven. Het model wordt opnieuw geïnterpreteerd in de stijl van Carat Duchatelet, legt de ambitieuze president-directeur uit. Voorlopig wordt er nog gewerkt aan de kleuren, de bedrukte stoffen en de materialen voor de interieuraanpassing om met name het Luikse karakter te beklemtonen.

Het bedrijf uit Luik klimt dapper en vastberaden uit het dal en beschikt over de middelen om zijn ambities waar te maken. Het orderboek is al gevuld tot het einde van het jaar. Van de € 16.000.000 omzet die voor 2016 wordt verwacht, is al € 12.000.000 binnengehaald. Tussen nu en 2020 hoopt Carat Duchatelet uit te komen op een omzet van € 50.000.000 en een winst van € 5.500.000.

 ©DOC Carat Duchatelet

www.caratbyduchatelet.com


 

ANEKDOTE: DE AUTO VAN ALBERT

Herinnert u zich nog het huwelijk van prins Albert van Monaco en Charlene Wittstock in juli 2011? Het ultramoderne prinselijk paar had in plaats van een koets gekozen voor een Lexus Hybride. Dankzij de LS 600h Landaulet uit de werkplaats van Carat Duchatelet konden de tortelduifjes door het vorstendom paraderen. Een bijzonder kenmerk van de auto was vooral het afneembare dak van plexiglas, dat ontworpen was voor als het zou regenen.


 

CARAT DUCHATELET IN ENKELE CIJFERS
13

Specialismen onder één dak: ontwerp, techniek en productie

49

Bij de overname werden 29 mensen in dienst genomen. Na 21 maanden werken er momenteel 49 mense

120

Aanpassing van wagens tot 120 cm in de lengte en 10 cm in de hoogt

1 000 k

Een auto kost gemiddeld € 1.000.000

20

Het duurt 4 tot 10 maanden om een wagen te maken Per jaar verlaten ongeveer 20 auto’s de fabriek

  • /

Door regen en wind, over vals plat of hellingen van 10°, Jérôme Robert en Olivier Bringard bezorgen uw pakjes per fiets.

De ene heeft zijn uitvalsbasis in Namen en de andere in Bergen, maar allebei staan ze symbool

voor een Waalse economie in volle verandering naar ondernemerschap en duurzaamheid.

Een ontmoeting met twee fietsgekken.

 

Wanneer zijn jullie met deze activiteiten begonnen en hoe kwamen jullie op het idee?

Jérôme — Ik ben leraar van opleiding en al enkele jaren lid van een vereniging die de aandacht wil vestigen op het milieu. Tegelijk wilde ik mijn beroepsleven een andere wending geven. Nadat ik verscheidene maanden had nagedacht over het concept van de ‘Coursier mosan’, besloot ik in 2011 een onderneming op te richten. In 2012 werd ik echt zelfstandig.

Olivier — Door de media hoorde ik spreken over Jérôme. In 2013 hebben we mekaar ontmoet. In die tijd was ik adviseur van zelfstandigen. Ik wilde zelf iets ondernemen en uiteindelijk zelf op het terrein staan. Toen ik klein was, fietste ik al graag. Bijgevolg wilde ik me wel wagen aan dat project van ‘Coursier montois’! Het is natuurlijk een andere manier van fietsen, want we zitten meer in de transportsector dan in die van het fietsen…

Jullie wilden al heel vlug gaan samenwerken. Welke voordelen biedt dat?

J. — De transportsector blijkt heel concurrentieel te zijn. Twee zelfstandigen die met twee kleine structuren begonnen, hadden er alle belang bij hun krachten te bundelen. We zijn al vlug onze producten gaan standaardiseren en hebben onze tarieven en onze communicatie aangepast om professioneler over te komen en dus beter gezien te worden door de markt. Maar voor mij was het vooral doorslaggevend vanuit een menselijk standpunt, namelijk mekaar steunen. Zonder die onderlinge steun versnippert men zijn krachten en zou ik ongetwijfeld gestopt zijn...

O. — Samenwerken binnen een structuur biedt ook de mogelijkheid om zaken te financieren via crowdfunding of een beurs te verkrijgen voor een haalbaarheidsstudie via de SAW-B* en haar Impulcera-programma. De ‘Coursier wallon’ maakt ons beter zichtbaar en laat ons toe als lid aan te sluiten bij structuren zoals ‘Logistics in Wallonia’, de Waalse competitiviteitspool voor de sector transport en logistiek. Zo worden we een volwaardige speler in de sector en nemen we deel aan de evolutie ervan.

De mentaliteit inzake goederenvervoer veranderen, maakt dat ook deel uit van jullie aanpak?

O. — Absoluut, maar de aanpak is niet noodzakelijk ‘enkel’ ecologisch. In feite was het efficiëntie die ons bij onze keuze en die van onze eerste klanten geleid heeft. Een fiets is op de eerste plaats een efficiënt instrument, dat heel geschikt is voor mobiliteit in de stad. Je glipt overal door, je improviseert een B-traject en je vermijdt gemakkelijk opstoppingen. Namen en Bergen lijken sterk op elkaar qua structuur, met een historisch centrum waar het toerisme aan belang won. Mobiliteit moet zichzelf opnieuw uitvinden. Dat is de tweede reden voor onze keuze: meewerken aan het verbeteren van de stedelijke omgeving door minder geluids‑ en gezichtshinder te veroorzaken dan grote voertuigen. Ik hou veel van het idee om de mensen opnieuw zin te geven om in de stad te komen wonen, om er een meer plaatselijke en stedelijke economie te bedrijven, waarin ‘sympathieke’ kleine handelszaken opnieuw worden geïntegreerd, in plaats van de grote handelscentra aan de stadsrand. In praktisch opzicht gaat het om een veelbelovende activiteit die weinig investeringen vergt… En persoonlijk houd ik van de vrijheid die fietsen biedt.

En u moderniseert een oud beroep!

O. — Ja, men is het een beetje vergeten, maar fietsen zijn eigenlijk uitgevonden voor vervoer! In Kopenhagen heeft men nogal wat foto’s van oude koeriersfietsen ontdekt. Daar heeft de infrastructuur die fietsfunctie in stand kunnen houden**. Maar ook bij ons hebben we dienstverlening nodig in de steden. De ‘Coursier wallon’ biedt een echt alternatief aan en trekt de kaart van de nabijheid. Men spreekt gemakkelijker een koerier op de fiets aan dan een chauffeur-besteller. Zo kunnen we onze klanten kostbare informatie verstrekken.

Welke klanten doen een beroep op jullie?

O. — Handelaars, die er soms alle belang bij hebben in hun winkel te blijven terwijl wij leveren aan hun klanten. Vrije beroepen, waarvoor we documenten vervoeren. Apothekers enz. Over het algemeen begrijpen onze klanten dat het goedkoper is met professionals te werken, dan leveringen te laten doen door hun eigen personeel. En particulieren en traiteurs stellen onze op maat gesneden diensten en onze flexibiliteit zeer op prijs.

J. — Amnesty International laat ons al 2 jaar de kaarsen van hun jaarlijkse campagne leveren. Dat is een mooie blijk van vertrouwen. We zouden overigens graag meer bestellingen krijgen van de medische en academische sector, alsook van gemeenten, van de provincie en van het gewest, die in Bergen en Namen veel vestigingen hebben en onze diensten zouden waarderen.

Wat is een standaarddag van een ‘Coursier wallon’?

J. — Wij doen alles! ‘De baas zit op de fiets’, is ons leidmotief. We moeten onvermijdelijk tijd besteden aan het beheer, maar in Namen heb ik gelukkig regelmatig één of zelfs meer medewerkers. Maar om te weten waarover je praat, moet je op de fiets zitten en daar zoveel mogelijk blijven...

O. — Er zijn eigenlijk geen twee vergelijkbare dagen. We passen ons steeds aan en elke ochtend zien we beetje bij beetje de vrucht van ons werk. Op onze manier maken we een stad met meer welzijn. Dat is een van de meeste verrijkende kanten van mijn beroepsleven. We krijgen dikwijls gunstige commentaar en aanmoedigingen. We voelen ons echt gesteund door de burger.

Vandaag willen jullie de activiteiten van de ‘Coursier wallon’ uitbreiden. Zijn er andere Waalse steden geïnteresseerd?

J. — Op korte termijn willen we vooral het werkvolume consolideren om onze doelstellingen inzake financiële rentabiliteit te halen. We hoeven niet meer te bewijzen dat er belangstelling bestaat voor vervoer per fiets, maar we moeten nog heel veel mensen ervan overtuigen dat ze een beroep kunnen doen op ons!

O. — 2016, het ‘Jaar van de Fiets’, zal echt een beslissend jaar zijn voor de ‘Coursier wallon’. Wij willen personeel kunnen aanwerven, onze beschikbaarheid en zichtbaarheid vergroten om meer bestellingen te kunnen krijgen, meer bepaald vanuit de e‑commerce.

 ©DOC Coursier Wallon
 

www.lecoursiermosan.be/coursier-wallon


 

* “Solidarité des alternatives wallonnes et bruxelloises” (Solidariteit van de Brusselse en Waalse alternatieven) is een pluralistische federatie van bedrijven uit de sociale economie. De sociale economie behoort niet tot de klassieke privésector en evenmin tot de overheidssector, maar ze wordt over het algemeen beschouwd als een derde sector. De acties van SAW-B zijn bedoeld om het opkomen van nieuwe structuren inzake sociale economie te steunen en om bestaande ondernemingen te helpen ontwikkelen.

** Om verder te gaan: de film “Demain”, die momenteel in onze zalen wordt vertoond, heeft het onder andere over de voordelen van mobiliteit per fiets in Kopenhagen.


 

EEN MEERVOUDIGE BELONING

Naast de beurs van Impulcera, heeft de Mercurius-prijs van de Stad Bergen ons een echte boost gegeven, dat is waar. Vervolgens is vooral het systeem van ondernemingscouveuses van Sace en van Job’in een echte hulp voor wie zich, zoals wij, aan dienstverlening waagt. We zijn lid van de European Cyclists’ Federation en elk jaar nemen we deel aan het International Cargo Bike Festival in Nijmegen, Nederland. Er zijn ook voorbeelden van goed werkende transportfietsen in La Rochelle en Monaco, waar men de vrachtwagens buiten de stad houdt, en in Nantes, waar het project ‘Les Boîtes à vélo’ zorgt voor het doorgeven van informatie tussen loodgieters, artsen, koeriers enz.”, legt Olivier uit.Door, onze partnerschappen in Brussel (Dioxyde de Gambettes), Gent, Kortrijk en Luik kunnen we een gemeenschap vormen om best practices met elkaar te delen en, later misschien, om te lobbyen.

  • /

Door een complexe en veranderlijke realiteit in vergelijking om te zetten, biedt N-Side een innovatie tool om bedrijven te ondersteunen bij het nemen van beslissingen.

 

We leven al in een andere wereld. De energiemarkt is begonnen aan een omwenteling die nog lang niet is voltooid. De opkomst van hernieuwbare energie (ook al vormt deze nog maar 27 % van het aanbod) heeft de regelmaat en omvang van de productie ingrijpend gewijzigd. Hoewel de particulier het niet echt beseft, wordt dit een essentieel gegeven voor het bedrijfsleven, dat met grote kostenschommelingen wordt geconfronteerd. 

Nog geen tien jaar geleden was de elektriciteitsproductie constant en voorspelbaar: het aanbod paste zich aan de vraag aan en de prijzen schommelden lineair. De opkomst van hernieuwbare energie heeft geleid tot een onregelmatig aanbod en weinig opslagmogelijkheden, waardoor de situatie totaal is veranderd. Als het een tijdje hard waait of erg zonnig is, wordt vrijwel zonder kosten een grote hoeveelheid energie opgewekt, die direct verbruikt moet worden. De prijs wordt aan de beschikbaarheid aangepast, wat grote gevolgen heeft voor bedrijven die heel veel energie verbruiken. Vijf jaar geleden ging het nog om dagelijkse maar matige schommelingen. Inmiddels gaat de prijs voortdurend op en neer. In de herfst van 2015 was de prijs bijvoorbeeld twintig keer hoger dan normaal als gevolg van een onverwachte weersverandering. De producenten van windenergie verwachtten veel wind, maar konden de beloofde elektriciteit niet aan hun klanten leveren, zodat ze die op de markt moesten inkopen. Deze trend kan in de toekomst alleen maar toenemen. De prijs van zonne- energie zal waarschijnlijk blijven dalen, omdat zonnepanelen steeds krachtiger en goedkoper worden. In landen waar de zon vaak schijnt, is de prijs per kWh van zonne-energie lager dan die van energie uit kerncentrales, kolencentrales of stoom- en gascentrales. “Voor het bedrijfsleven leidt deze volatiliteit van de marktprijzen tot een risico en een kans. Dankzij onze tools en analysecapaciteiten kunnen wij het risico ombuigen in een kans”, verzekert Philippe Chevalier, bestuursvoorzitter van N-SIDE. 

 

De juiste vergelijkingsvorm 

De geschiedenis van dit innovatieve bedrijf uit Louvain-la-Neuve begint in 2000, wanneer Philippe Chevalier, hoogleraar wiskunde gespecialiseerd in operationeel onderzoek aan de Louvain School of Management, en Yves Pochet, specialist op het gebied van bedrijfsfunctioneren, samen een spin-off oprichten. Het duo werkt op dat moment in het Center for Operations Research and Econometrics (CORE), dat casussen van bedrijven bestudeert op basis van concrete optimalisatiebehoeften. “Na een van die projecten meldden we ons weer bij de opdrachtgever met een code om zijn productieproces te optimaliseren. Het probleem was dat het bedrijf zelf niemand in dienst had om de software te installeren en te interpreteren. We beseften dat er een schakel tussen het onderzoek en het bedrijfsleven ontbrak om dit soort technieken toe te passen.” Hoewel operationeel onderzoek geen nieuwe wiskundige richting is, biedt de ontwikkeling van de informatietechnologie hun enorme mogelijkheden. N-SIDE behoort tot de jonge ondernemingen die van het benutten van big data hun kernactiviteit hebben gemaakt. Het idee is om verspreide kwantitatieve en meetbare gegevens te verzamelen en deze na omzetting voortdurend in een beslissingsondersteunende tool in te voeren. Omdat we met wiskundigen en IT’ers te maken hebben, berust deze ondersteuning vaak op een algoritme of vergelijkingen die op maat worden gemaakt of al beschikbaar zijn. N-SIDE is actief in de farmaceutische en staalindustrie, maar is ook maatgevend voor de Europese elektriciteitsmarkt dankzij Euphemia. Dit algoritme wordt gebruikt door de Price Coupling of Regions (PCR), een overkoepelende instelling van negentien Europese elektriciteitsbeurzen, waardoor het mogelijk is om elke dag de elektriciteitstarieven en hoeveelheden voor de komende 24 uur te berekenen voor het hele Europese net. “Onze voornaamste competentie is niet zozeer het ontwikkelen van algoritmes als wel het vermogen om een probleem te formuleren. De hoofdzaak van ons werk is dat we de behoeften van het bedrijf begrijpen en in de juiste vergelijkingsvorm omzetten”, verduidelijkt Philippe Chevalier. 

 

Enorme behoeften 

Het feit dat we nu de verplichtingen van COP 21 in praktijk moeten brengen, maakt de relevantie van de tools van N-SIDE alleen maar groter. “In 2050 zijn we naar schatting met 9 miljard mensen op aarde. Als die dezelfde levensstandaard als wij willen zonder dat er iets verandert, loopt het geheid mis. Ofwel worden we gedwongen om ‘primitiever’ te leven, ofwel hoeven we veel minder hulpbronnen te gebruiken om even comfortabel te leven. De behoeften zijn enorm, maar de technieken zijn er. We moeten alleen de sprong wagen.” De energiemarkt bevindt zich op een kruispunt. Er tekenen zich twee trends af. Ofwel hebben we lokale onderdelen waarbij de huishoudens die over zonnepanelen beschikken, meer opwekken dan ze verbruiken. Waals-Brabant zou bijvoorbeeld zelfvoorzienend en met de andere provincies verbonden kunnen zijn om plaatselijk bij te springen. Ofwel worden er grote installaties in de Afrikaanse woestijn gebouwd om hernieuwbare energie via hoogspanningslijnen naar Europa te transporteren. “Niemand weet welke trend de overhand krijgt, maar één ding is zeker: de markten worden steeds complexer en volatieler.” 

N-SIDE heeft momenteel ongeveer dertig mensen in dienst. Het personeel bestaat voor 50% uit masters in de toegepaste wiskunde of informatica, voor 25% uit civiel ingenieurs en voor 25% uit commercieel ingenieurs. Omdat die zeer specialistische medewerkers niet gemakkelijk te vinden zijn, werken er tien verschillende nationaliteiten, van wie ruim de helft is afgestudeerd aan de UCL. 

Het bedrijf is met zijn activiteiten begonnen in de staalindustrie. Het doel was om staal tegen de laagst mogelijke prijs te produceren door het verbruik van alle grondstoffen te optimaliseren en het hele industriële proces te integreren. N-SIDE heeft nu een ondersteunende tool voor strategische beslissingen ontwikkeld op basis van een geïntegreerde benadering, waarbij de technische aspecten (chemisch en thermodynamisch evenwicht) met de economische aspecten (grondstoffen-inkoop en productiekosten) worden gecombineerd. N-SIDE heeft ook nieuwe oplossingen voor het logistieke beheer bedacht die een snellere en vlottere aanpassing van de distributieketen en het voorraadbeheer mogelijk maken. Het bedrijf is ook stevig verankerd in de farmaceutische industrie en biedt voor deze sector met name wiskundige modellen om de logistiek rond klinische onderzoeken te optimaliseren. Deze oplossingen worden momenteel door twaalf van de twintig grootste farmaceutische bedrijven gebruikt. 

 

Vroege geografische expansie 

N-SIDE biedt zijn klanten drie verschillende diensten: advies op het gebied van strategische optimalisatie, ondersteuning op basis van maatwerksoftware met gebruikerssupport en gebruik van maatwerksoftware door een zelfstandig team na aanschaf van een vergunning. Het bedrijf, dat onlangs zijn vijftienjarig bestaan vierde, behaalt 90% van zijn omzet in het buitenland, waarvan 50% buiten Europa. Deze vroege geografische expansie komt zowel door een bewuste wens als door een samenloop van omstandigheden. “We begrepen al heel gauw dat we in de staalindustrie verder moesten kijken dan Charleroi en Luik. Na de publicatie van een artikel in een wetenschappelijk tijdschrift werden we benaderd door Braziliaanse staalfabrikanten, waardoor we de Amerikaanse markt konden betreden.” In de farmaceutische industrie lukte het N-SIDE om Eli Lilly and Company als eerste klant binnen te halen. Toen Lilly zich terugtrok naar de Verenigde Staten, werd het jonge Belgische bedrijf gevraagd om zijn optimalisatieprogramma op het hoofdkantoor in Indianapolis te implementeren. Lilly kon namelijk geen gelijkwaardige oplossing in eigen land vinden. Daarna volgden contracten met andere Amerikaanse ondernemingen. 

Het volgen van een wiskundige benadering om strategische beslissingen te ondersteunen, is een onontgonnen gebied, waar nog veel moet gebeuren. Gezien de goede vooruitzichten is N-SIDE niet bang voor de concurrentie, maar het bedrijf moet nog veel moeite doen om mensen over de streep te trekken. “Het is een nieuwe manier om beslissingen te nemen en sommige ondernemingen die we als klanten proberen te werven, snappen het belang er niet van.” Veel prospects twijfelen aan de kracht van cijfers en de mogelijkheid om alles in wiskundige modellen te integreren, alsof hun een beslissingselement ontgaat. Het betreft een nieuw soort diensten, waarvoor geen referenties bestaan. “We moeten de mensen nog opvoeden. Er zijn maar weinig bedrijfsleiders die meteen zeggen: ‘Ik heb een goed operationeel management nodig.’ Ons antwoord is een maatwerktool ontwikkelen, want niet alle ondernemingen werken op dezelfde manier. Dat blijkt meer voor de hand te liggen wanneer je eerst een computermodel van de onderneming maakt om de stromen te bestuderen. In sommige opzichten is deze benadering dus niet natuurlijk en ook niet goedkoop. Toch zijn de voordelen enorm en de payback is eerder in maanden dan in jaren te tellen!” 

 www.n-side.com


 

N-SIDE IN CIJFERS 
4 000 k

€ 4 miljoen omzet in 2015 met een groei van 40%. 90% internationaal, waarvan 50% buiten Europa 

 
35

In 2016 wordt gemikt op 25% groei en 35 extra personeelsleden 

 

PHILIPPE CHEVALIER BESTUURS - VOORZITTER

Afgestudeerd als civiel ingenieur in de toegepaste wiskunde (UCL) en als master in Operations Research (MIT). Hij is bestuursvoorzitter van N-SIDE, dat hij in 2000 mee oprichtte, maar blijft operationeel onderzoek doceren aan de Louvain School of Management.

JACQUES PRALONGUE CEO

Als civiel ingenieur (VUB) werkte hij mee aan de commerciële ontwikkeling van een aantal universitaire spin-offs (Leuven Measurement Systems, Numeca International). In 2014 trad hij in dienst van N-SIDE om er de functie van CEO te vervullen.

  • /

In de Griekse oudheid was de agora het openbare plein, dat bepalend was voor het leven in de stad.

De invulling die het Resort urbain Agora in Louvain-la-Neuve aan die bestemming en rol wil geven, gaat verder dan zijn naam suggereert.

Thibault Van Dieren, algemeen directeur van Eckelmans Immobilier, praat met ons over dit gedurfde project. 

 

Midden in het centrum van Louvain-la-Neuve is in september 2015 begonnen met een omvangrijk bouwproject. De fundamenten van het Resort urbain Agora zijn al gestort. Op de plek waar nu slechts een groot gat te zien is, verrijst op termijn, dat wil zeggen in 2018, het eerste geïntegreerde, stedelijke complex van België met hotelkamers en wooneenheden in de duurdere prijsklasse. Dit uitgesproken moderne en baanbrekende project op basis van een toegankelijk serviceaanbod is een initiatief van de groep Eckelmans Immobilier.

Aan de start van de werkzaamheden ging een lange projectontwikkeling in voorzichtige stappen vooraf. We gaan terug naar 2007. Eckelmans Immobilier, dat als specialist op het gebied van studentenhuisvesting bekend is met de situatie in Louvain-la-Neuve, stelt het universiteitsbestuur voor om een vernieuwend huisvestingsproject voor senioren te ontwikkelen. In de stad is er wel vraag maar vrijwel geen aanbod op dat gebied. Hoewel de Université Catholique de Louvain (UCL) interesse heeft, geeft ze alleen toestemming als tegelijkertijd een voordelig tweesterrenhotel wordt gebouwd voor klanten uit met name de universitaire wereld. Met andere woorden, comfortabele en praktische accommodatie voor haar onderzoekers en gasten, want ook die ontbreekt in het stadscentrum. 

 

©Eckelmans Immobilier
 
Opgescheept met een hotel

Projectontwikkelaar Eckelmans is geen hotelhouder, maar gaat toch akkoord. “We waren toen zo naïef om te denken dat we een totaalproject konden ontwikkelen. Daarin zouden we een hotel opnemen, dat we na de oplevering zouden verkopen”, legt Thibault Van Dieren uit. Nadat de eerste contacten met een aantal internationale hotelketens zijn gelegd, beseft Eckelmans Immobilier dat de hotelbranche niet meer in vastgoed investeert. Hotelbedrijven presenteren zich als managers, maar kopen geen gebouwen meer. “Dat was een tegenvaller voor ons. Wij zijn geen hotelhouders, dus wat konden we met een hotel? Naast het feit dat hotelbedrijven niet in vastgoed investeren, willen ze ook het personeel niet meer zelf in dienst nemen.” Daarmee dient zich het eerste probleem aan.

Het tweede probleem is de seniorenhuisvesting. Eckelmans Immobilier betreedt een markt waarmee men weinig bekend is. In het begin overweegt de projectontwikkelaar om een centrum te bouwen dat medische diensten levert, maar dat concept bestaat al in de regio en lijkt te veel op een traditioneel bejaardencentrum. “Zodra het om medische zorg gaat, gelden bovendien strenge wettelijke eisen en dat was niet wat we in gedachten hadden. We wilden een klantenkring van actieve senioren bereiken. De achterliggende gedachte was om een modern centrum voor zelfstandige senioren te bouwen, die van dagelijkse voorzieningen en diensten gebruik zouden maken.”

Het derde probleem is dat de UCL besluit om een jeugdherberg in de stad te vestigen. Dit nieuwe gegeven brengt het project opnieuw aan het wankelen. “Voor ons was het uitgesloten om door te gaan met een tweesterrenhotel. Jeugdherbergen zijn niet meer zoals vroeger, want tegenwoordig bieden ze leuke en goede accommodatie. Maar twee aanbieders van vergelijkbare accommodatie, dat is dodelijk in een stadje als Louvain-la-Neuve.” Om de bij voorbaat verloren concurrentiestrijd te vermijden, voegt Eckelmans Immobilier extra sterren aan zijn toekomstige hotelcomplex toe. De vastgoedgroep richt zich bovendien meer op zakelijke klanten, die talrijk zijn door de aanwezigheid van bedrijventerreinen en onderzoekscentra in de universiteitsstad en het nabijgelegen Waver. Drie problemen en drie vragen, die Eckelmans in een kans en een creatief voordeel ombuigt. 

 ©Eckelmans Immobilier

 
Uitbreiding van het voetgangersgebied 

Terug naar het universiteitsbestuur van Louvain-la- Neuve. Eckelmans Immobilier stemt in met de voorafgaande voorwaarde om een terrein te verkrijgen (het bouwen van een hotel naast seniorenhuisvesting) als dat voldoende uitgestrekt is om een ambitieus en rendabel vastgoedproject te ontwikkelen. De UCL is de projectontwikkelaar gunstig gezind en kent hem een terrein van 30.000 m2 tussen het meer, de Aula Magna en de Grand-Place toe, daar waar de betonplaat nog niet af is. Het hele voetgangersgebied in het centrum van Louvainla- Neuve bevindt zich namelijk op een plaat met parkeergarages eronder, die via liften toegankelijk zijn. De verlenging van die plaat staat al heel lang gepland en wachtte als het ware op een project als dit. Nu de plaats en de omvang van het project vastliggen, tekent zich het idee van een ‘urban resort’ af. Een originele vorm van onderdak, bestaande uit een tweeledige hotelstructuur (drie en vier sterren) en een groter wooncomplex (traditionele en seniorenappartementen) met een gemeenschappelijk serviceaanbod.

 

Belgisch en bekwaam 

“Als vastgoedbedrijf in Louvain-la-Neuve beseften we dat er een mogelijkheid was om verblijfsaccommodatie voor middellange en lange duur te ontwikkelen en dat in Waals-Brabant bijna geen professioneel aanbod op dit gebied bestond. In 2011 hebben we een stuk of tien ingerichte flats opgeleverd, die voor periodes van vijftien dagen tot een jaar werden verhuurd”, vervolgt de algemeen directeur. Alle flats worden snel verhuurd en zitten altijd vol. Op basis daarvan wordt het aanbod van het hotelcomplex, dat oorspronkelijk uitging van één driesterrenhotel, uitgebreid met een viersterren-appartementenhotel. En het beheer van het hotelcomplex Martin’s Agora wordt toevertrouwd aan de Belgische groep Martin’s Hotels. “We bespeurden aan hun kant een oprechte interesse voor het project. John Martin, die sinds 2014 bij het project betrokken is, kent Louvain-la-Neuve zelf heel goed en wilde er altijd al een hotel openen, hoewel de gelegenheid zich nooit heeft voorgedaan. Net als wij is Martin’s Hotels een Belgisch familiebedrijf.” Ook voor hen is het belangrijk om een lokaal project te verdedigen waarvoor ze hun geloofwaardigheid op het spel zetten. “Wij waardeerden hun meegaandheid in de benadering van het project. We vroegen hun niet alleen om een hotel te runnen – dat is hun vak – maar ook om service te leveren. Martin’s Hotels was de enige hotelketen die ja zei.” Martin’s Agora wordt het eerste stedelijke hotelcomplex. “In de regio is er één hotel dat belangrijker is, namelijk Dolce La Hulpe, maar dat is geen stadshotel. Ons project heeft juist zo’n sterke positionering doordat het midden in de stad ligt” De exploitatie- en investeringsmaatschappij Agora Hospitality, die voor de gelegenheid is opgericht en door Thibault Van Dieren wordt geleid, zorgt voor de financiering van het hotel en zijn dienstverlening, terwijl het commerciële en operationele management aan Martin’s Hotels is toevertrouwd. 

 

Toegankelijk voor de stad 

Het creatieve proces nadert zijn einde. Na tien jaar van intens nadenken heeft Resort urbain Agora eindelijk gestalte gekregen: een multifunctioneel project, dat een hotel‑ en een wooncomplex omvat. Beide complexen profiteren van hoogwaardige diensten (inbegrepen in de servicekosten van de huurappartementen voor senioren of op afnamebasis voor de eigenaren van de koopappartementen), zoals een conciërgeservice, lobby, restaurant, wijnbar, City Spa en mobiliteitsaanbod.

Het project moet vooral ook voorkomen dat het resort een veilige muur om zijn bewoners vormt. Hoewel ze een tuin voor privégebruik hebben gepland, willen de ontwerpers dat de diensten toegankelijk zijn voor het grote publiek. “Vooral geen getto! In de eerste plaats om economische redenen. De service-infrastructuur en exploitatie kost veel geld, dat de huurders of hotelgasten niet alleen kunnen opbrengen. Het zou bovendien niet passen bij de mentaliteit van Louvain-la-Neuve!” Het is de bedoeling dat de dienstverlening van het resort zich ook op klanten van buiten richt. “Wij willen dat onze bewoners en gasten eten, sporten en zich ontspannen in het gezelschap van zakenmensen, studenten en toeristen”, voegt Thibault Van Dieren eraan toe. Eckelmans Immobilier neemt de verantwoordelijkheid op zich om generaties en functies bijeen te brengen. 

 ©Eckelmans Immobilier

Design en personalisering 

Een andere troef van het project is dat vanaf de eerste tekeningen wordt samengewerkt met de binnenhuisarchitecten van Kyo-Co. De seniorenappartementen (merendeels gekocht door investeerders en verhuurd door bemiddeling van Eckelmans Immobilier) hebben relatief hoge huurprijzen vanwege de geleverde service. De afwerking en kwaliteit van het interieur moeten dus zeer goed zijn. De appartementen met een oppervlakte van 60 tot 80 m2 grenzen aan een terras en zijn van tevoren ingericht, maar er is voor gezorgd dat de bejaarde huurders een plekje kunnen vinden voor persoonlijke meubels waar ze aan gehecht zijn. “Voor de koopappartementen (bewoning door de eigenaar) geldt het omgekeerde, want die zijn volledig personaliseerbaar.” 

 

www.agora-resort.net

www.eckelmans.net


 DUURZAME WIJKEN 

Het Resort urbain Agora past in het kader van het referentiesysteem ‘Duurzame wijken’ van het Waals Gewest. Dat is gebaseerd op vijf thema’s, waarvoor 25 criteria zijn opgesteld. Een wijk sluit aan bij de ontwikkelingsmethode voor een ‘duurzame wijk’ als aan minstens 20 van de 25 criteria van het referentiesysteem wordt voldaan. Daartoe behoren de voorwaarde ten aanzien van de ligging van de wijk (er moet worden voldaan aan minstens twee van de eerste drie criteria, te weten treinverbinding, bus-, tram- en metroverbinding en functionele gemengdheid) en de vijf criteria die als essentieel worden beschouwd (te weten dichtheid, gemeenschappelijke muren, groene ruimtes, verbindingen van de wijk en gemengdheid van de woningen).

www.wallonie.be


 HET PROJECT IN CIJFERS 
10

het vereiste aantal jaren om het project te bedenken en te ontwikkelen (van 2007 tot 2017).

 
200

het totale aantal banen dat direct en indirect ontstaat, eerst in de bouwfase (100) en daarna in de exploitatiefase (100), hoofdzakelijk via het hotelcomplex.

 
211

het aanbod van het hotelcomplex (driesterrenhotel met 108 kamers en viersterrenappartementenhotel met 103 kamers) 450.

 
450
het aantal nieuwe bewoners op het terrein (van wie een groot deel uit het zakenleven, dat momenteel weinig vertegenwoordigd is).
 
4000 € / m2

(vaste prijs exclusief btw): de verkoopprijs van de woon- en serviceappartementen (verhuur of bewoning). “Wij voelen ons prettig bij dat bedrag, want de gemiddelde verkoopprijs in Louvain-la-Neuve bedraagt € 3.850/m2 voor een verouderende woningvoorraad”, verduidelijkt Thibault Van Dieren.

 
100 %

55% van de serviceappartementen en 45% van de traditionele appartementen zijn al verkocht, terwijl de werkzaamheden net zijn begonnen.

 

GOED OM TE WETEN 

Een bijzonderheid in Louvain-la-Neuve is dat de universiteit alle terreinen in eigendom heeft. Ze verkoopt deze terreinen nooit, maar geeft ze in erfpacht (maximaal 99 jaar). Een fundamenteel gegeven, waaraan niemand kan ontkomen. De universiteit is heer en meester over alles wat er in de stad gebeurt en wanneer een terrein wordt afgestaan, moet daar een goede reden voor zijn. Om grond in erfpacht te krijgen, is toestemming van de universiteit onvermijdelijk. Het gevolg is dat Louvain-la-Neuve zich homogeen ontwikkelt, omdat de UCL een samenhangende stedenbouwkundige toekomstvisie heeft. Een voordeel voor de stad, maar een uitdaging voor projectontwikkelaars. 


BIO EXPRESS
1970 — Hij wordt geboren in Zaïre.
1993 — Hij behaalt een diploma aan de School of Management van de UCL. 
1994 — Hij begint te werken voor de groep Eckelmans Immobilier. 
2005 — Opstart van het project Agora. 
2015 — Thibault Van Dieren wordt algemeen directeur van de nv Agora Hospitality.
Your opinion counts