Waw magazine

Waw magazine

Menu
Image (taile : 44x40px OBLIGATOIRE): 
Image rose (taile : 44x40px OBLIGATOIRE): 

Ziekenhuizen zijn complexe organisaties. Informatica is onmisbaar bij het verwerken en beheren van al hun gegevens. Xperthis vond het gat in de markt: IT-oplossingen en slimme software speciaal voor de medische sector. Wij spraken met CEO Olivier Lequenne.

Olivier Lequenne staat niet alleen aan het hoofd van Xperthis. Ze zijn met zijn vieren. Xperthis is namelijk het resultaat van een vruchtbare samenwerking tussen vier grote IT-spelers uit de ziekenhuissector. Iniatiefnemer was de NRB-groep, ICTafdeling van de bank Ethias en met een omzet van bijna € 200 miljoen dé grote naam op het gebied van ICT-diensten en -oplossingen in België. Eind 2011 kwamen er nieuwe spelers bij: Polymedis (waar Olivier Lequenne deel van uitmaakt), Partezis en Xtenso. Het blijkt een geslaagde fusie. Een hele prestatie, want het is immers niet eenvoudig om vier verschillende denkwijzen en bedrijfsculturen te combineren. Om maar te zwijgen van alle juridische aspecten die bij een structurele reorganisatie komen kijken. 

Raakvlakken

Wat de vier bedrijven gemeen hebben? Hun grote interesse voor gezondheidszorg en ziekenhuizen. Ziekenhuizen staan in de top 3 van werkgevers in België. Het zijn complexe organisaties die behoefte hebben aan een efficiënte IT-structuur. Elk van de vier bedrijven kon vanuit zijn eigen ervaring een concrete bijdrage leveren aan het Xperthisproject. Het ene bedrijf was gespecialiseerd in de verwerking van patiëntgegevens, het andere was meer op de hoogte van facturatiebeheer. “We brachten ieder onze sterke punten mee in een toch wel bijzondere sector. Onze kracht is dat we de verschillende eenheden hebben weten te transformeren tot één geheel”, zegt Olivier Lequenne. De huidige CEO en CTO van Xperthis is zelf specialist in acute geneeskunde en studeerde Burgerlijk Ingenieur Informatica aan de UMons.

Xperthis levert op dit moment een breed assortiment van IT-producten aan bijna tachtig procent van de Belgische ziekenhuizen. Je vindt hun producten dan ook in de Naamse Clinique Sainte-Elisabeth, bij EpiCURA in Bergen en bij het CHU Sart- Tilman in de Luikse regio. Bij deze klanten van het eerste uur werden onlangs nieuwe namen gevoegd, zoals het CHwapi in de regio Doornik en de Clinique Saint-Luc in Bouge.

Marktleider

Uiteraard dekken deze paar voorbeelden niet de 56.000 bedden – van de 70.000 in heel België – die Xperthis in handen heeft. “In onze sector is het de gewoonte om de markt in bedden te tellen. Voor het elektronisch patiëntendossier hebben we bijvoorbeeld een derde van de Belgische bedden in handen”, vertelt Lequenne. Xperthis is nu al marktleider met zijn geautomatiseerde facturatiesysteem. Voor een zwaar proces als facturatie was de stap naar het digitale tijdperk onvermijdelijk. Alle ziekenhuizen zijn intussen dan ook uitgerust met standaardfacturatiesoftware, waarvan ze de parameters kunnen instellen naargelang de situatie. Ook het papieren patiëntendossier maakt stilaan plaats voor de elektronische versie.

IT-ziekenhuis?

Naast het patiëntendossier en de facturatie is er ook nog het financiële beheer. Welke organisatie werkt nog niet met een ERPprogramma? ERP-software coördineert de financiële aspecten van een onderneming via het voorraadbeheer, het aankoopproces enzovoort. Maar waarom alles informatiseren? Op die vraag bestaat meer dan één antwoord. Ziekenhuizen hebben vaak met heel wat administratieve rompslomp te kampen. Om rendabel te zijn, kunnen ze daarom niet anders dan IT inschakelen voor hun medische prestaties. “Simpel gezegd: hoe meer zorg ziekenhuizen bieden, hoe meer financiering ze krijgen”, stelt Lequenne. “Dankzij onze IT-oplossingen kunnen ziekenhuizen alle verstrekte zorg duidelijk aangeven aan het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering (RIZIV). Het gaat om een aanzienlijk volume, want een enkel onderzoek staat gelijk aan duizenden codes. Op papier is dat bijna ondoenlijk.” Maar het elektronische beheer biedt nog heel wat andere voordelen. Niet alleen heeft het medisch personeel makkelijker toegang tot de patiëntgegevens, het helpt ze ook bij het eenduidig maken van de voorschriften. Weinig structuren zijn zo ingewikkeld als een ziekenhuis, met de reservering van bedden, maaltijden, onderzoeken… Een logistiek hurzarenstukje, waar IT een handje bij kan helpen.

Ziekenhuizen hebben vaak met heel wat administratieve rompslomp te kampen. Om rendabel te zijn, kunnen ze daarom niet anders dan IT inschakelen voor hun medische prestaties.


Schaaluitbreiding

Naast de verwerking van patiëntgegevens en de facturatie investeert Xperthis ook in andere, nog complexere gebieden zoals de bovengenoemde logistiek. Streefdoel op lange termijn is immers om ziekenhuizen een geïntegreerde totaaloplossing te kunnen bieden. “We willen ons blijven richten op ziekenhuizen die IT-oplossingen nodig hebben en tegelijk willen we het verschil maken met leveranciers die de ziekenhuissector niet noodzakelijk even goed kennen als wij.” Xperthis streeft ernaar om een antwoord te geven op alle problemen die een ziekenhuis op IT-vlak maar kan hebben en is daarmee de perfecte partner. Na België hoopt Xperthis ook de buitenlandse markt te veroveren. Frankrijk is de eerste stap. Met hun ervaring in Belgische ziekenhuizen mag dat geen probleem zijn. “Als het hier gelukt is, kunnen we het in het buitenland ook”, stelt Lequenne. De Belgische markt is niet oneindig, maar de wereld is groot genoeg voor wie ambitie heeft.

 

IT verkoopt!

Xperthis werd eind 2011 opgericht en groeide in korte tijd uit tot een belangrijke ICT-speler in de zorgsector. Initatiefnemer NR B-groep wist met fusiepartners Partezis, Polymedis en Xtenso al meteen een mooi resultaat neer te zetten. Op dit moment is het jonge bedrijf de op twee na grootste onderneming in de gecombineerde Belgische ICT-sector (software, hardware, IT-diensten enzovoort). Xperthis weet een antwoord te bieden op de ICT-noden van complexe structuren als ziekenhuizen en levert hun menselijke en logistieke middelen, slimme oplossingen en software die speciaal is ontwikkeld voor medische doeleinden. In juli 2013 boekte het bedrijf een omzet van € 25 miljoen tegen € 197 miljoen voor NR B, de belangrijkste aandeelhouder. Een knap economisch model, waarmee Xperthis zich kan blijven focussen op een echte nichemarkt en waarmee ze ook Europa proberen te veroveren. De sleutel van hun succes is misschien wel de liefde voor het vak, zegt Olivier Lequenne, technisch en commercieel directeur van Xperthis voor het zuiden van België: “ICT is een van de grote uitdagingen van een ziekenhuis. Ons werk is zo boeiend omdat het rechtstreeks effect heeft op mensen. We doen iets nuttigs voor de maatschappij en dat idee voegt een extra dimensie toe en geeft zin aan wat we doen.”

 

informatie

XPERTHIS. Committed to care
Mons Office
Boulevard Initialis, 30
B-7000 Mons
www.xperthis.be

Op zoek naar de stemmen van Captel! In dat zeer succesvolle Luikse callcenter maken zo’n honderd werknemers het leven makkelijker voor kleine en grote bedrijven. Van medisch secretariaat tot telemarketing, een telefoontje en het is gefikst. Wij hadden een gesprek in alle toonaarden met zaakvoerster Anne Dimmers.

BIO EXPRESS

1962 — Geboren in Ougrée.

1980 — Zet haar eerste stappen in het callcenter als jobstudente.

1981 — Eerste voltijdse job in hetzelfde callcenter.

1997 — Anne neemt het bedrijf over.

2008 — Oprichting van filiaal Captis.

2013 — Opening van opleidingscentrum in Ibiza.

“Vorige week heb ik 7 mensen aangeworven, en vandaag neem ik er nog een aan.” Gedelegeerd bestuurder Anne Dimmers tekent heel wat nieuwe arbeidsovereenkomsten bij Captel en dat ligt niet aan het hoge personeelsverloop in de wereld van de callcenters. In tegendeel: haar werknemers worden in de watten gelegd en blijven het liefst hun hele carrière in de kantoren in het Luikse shoppingcenter Médiacité. Haar geheim om hen beter te begrijpen is simpel: ooit was ze net als hen, jarenlang. Ze weet dus beter dan wie ook hoe ze hen kan helpen omgaan met de stress van uren telefoneren met de klanten. De 50-jarige Anne Dimmers groeide op in Flémalle-Haute, waar haar vader een verzekeringskantoor had geopend als zelfstandige. Op haar 17,5 neemt ze een studentenjob aan in een Luiks callcenter. Het is het allereerste callcenter van België, dat zijn deuren opende in 1974, toen kantoren nog niet eens computers hadden. De jonge vrouw geeft haar enthousiasme en energie door aan de klanten en krijgt al snel de smaak te pakken. Zes maanden later, wanneer ze net 18 is, begint ze voltijds te werken op de plek waar ze als jobstudente begon.

Na 15 jaar bij hetzelfde bedrijf, dat toen uit 7 personen bestond, dacht Anne op een bepaald moment dat ze haar baan kwijt was. Niet omdat de klanten ontevreden waren, want het bedrijf had een stevige reputatie opgebouwd. Wel door problemen met de administratie. “Ik zei tegen mezelf dat ik onze jobs kon redden door het bedrijf over te nemen. Alle succesfactoren waren immers aanwezig”, vertelt Dimmers. De jonge onderneemster volgt een heel aantal opleidingen en zet zwaar in op kwaliteit. Eerst en vooral de kwaliteit van de service, dankzij softwarepakket Estel, dat Captel zelf ontwikkelde. Hiermee kunnen de operatrices of ‘secretaresses’ hun antwoord afstemmen op de klant “alsof ze de vaste secretaresses zijn van de klanten die ze vertegenwoordigen”.

“Ik delegeer al wat ik niet zelf moet doen. Dat geeft me tijd om nieuwe dingen te ontwikkelen.”


Captel staat ook voor kwalitatieve jobs. “We doen er alles aan opdat de secretaresses zich goed voelen”, vertelt Dimmers. “Ze moeten de hele dag dynamisch en opgewekt zijn, ook als de klanten slechtgehumeurd zijn of als ze zich moeten schikken naar moeilijke uurroosters, als ze ’s nachts moeten werken of in het weekend, of met eindejaar… Daarom probeer ik hen te verwennen en hen geen extra stress te bezorgen. Zo hebben ze ieder een eigen parkeerplaats, zodat ze de dag niet gejaagd hoeven te beginnen met het zoeken naar een plek voor hun auto. Maandag- en vrijdagochtend staat er vers sinaasappelsap klaar op hun bureau, om de week goed te beginnen en af te sluiten. Twee keer per jaar laat ik ook een mas seuse komen die hen een rugmassage geeft. Ik geef iedere werkneemster een geschenk voor hun verjaardag, en er is ook een strijkatelier. Daar kunnen ze hun was binnenbrengen, die gestreken wordt door onze werkvrouw. Aan het eind van de dag ligt alles weer voor hen klaar.” En dan zijn er nog het sinterklaasfeest voor de kinderen, opleidingen, barbecues, eindejaarsfeestjes… “Wij kunnen onze klanten niet dezelfde prijs bieden als de callcenters in Marokko bijvoorbeeld. Maar wat ik hen aanbied, is een service op maat, en iemand met een goed humeur aan de andere kant van de lijn. Die opgewektheid en die ervaring maken het verschil. Dat is onze toegevoegde waarde.”

Een beproefd recept

Toen Dimmers het bedrijf overnam, werkten er zeven mensen. Dat werden er al snel twintig. Ondertussen telt haar Captel 110 werkneemsters, of eerder ‘werknemers’, want bij die 110 is er één man… “In het begin zocht ik vooral klanten met een laag belvolume”, zegt Dimmers. “In Marokko heb je een plateau met 400 werknemers voor 20 bedrijven. Zodra je één bedrijf verliest, moet je al personeel ontslaan. Bij ons was het het tegenovergestelde. Voor 20 werknemers waren er 400 klanten. Op die manier moest ik geen mensen ontslaan als er een klant wegviel.”

Captel blaast volgend jaar 40 kaarsjes uit en heeft intussen een trouwe klantenkring opgebouwd. De Franstalige dierenbescherming bijvoorbeeld is er al een kwarteeuw klant. In het weekend en ’s nachts beheert Dimmers’ bedrijf de noodoproepen voor een dierenambulance. Ze doen ook permanentie voor Techspace Aéro, tal van artsen en onderhoudsbedrijven die dag en nacht moeten klaarstaan.

Vijf jaar geleden kwam er echter een klant met een groot belvolume aankloppen, Lampiris. “Ik wou de bestaande structuur behouden en dezelfde structuur opnieuw opbouwen, alleen voor die klant”, vertelt de bazin. Dankzij Lampiris en andere nieuwe klanten groeide het personeel op 5 jaar tijd van 25 naar 110 werknemers.

Op haar lauweren rusten is er nog niet meteen bij. De self-made-woman heeft al een nieuw concept op poten gezet in het Spaanse Ibiza, waar een groot deel van haar familie woont. “Ik had een opleiding van enkele dagen gevolgd samen met mijn vennoot”, herinnert Dimmers zich. “Maar het was geen goede opleiding, het hotel was niet comfortabel, en het was echt rotweer… We telden de uren af voor we terug naar onze kinderen konden. Een goede opleiding, in combinatie met een verblijf waarbij je je contacten onderhoudt, kan nochtans erg nuttig zijn. Ik ken heel wat trainers en de 600 klanten van Captel kunnen allemaal wel een goede opleidingsplek gebruiken.” En zo opende afgelopen lente opleidingscentrum Can Basso de deuren, in een gerestaureerde hoeve op het platteland, op 10 minuutjes van het strand. Bijleren was nog nooit zo leuk!

 

Captel in cijfers

 

informatie

Captel
Rue Grétry, 50/96
B-4000 Liège
[email protected]
www.captel.be

Wellicht hebt u ze al gezien. Op alle denkbare plaatsen zet BHS Promotion displays vol flyers en mini-kaarten die je laten kennismaken met interessante plekken. Het netwerk bestrijkt de volledige Benelux en Frankrijk!

Jean-Yves Beeckman mag terecht trots zijn. In 18 jaar tijd is de afgevaardigd bestuurder van BHS Promotion erin geslaagd een uitgebreid netwerk voor affichering en culturele en toeristische promotie uit te bouwen. De displays van BHS zijn aanwezig op drukbezochte toeristische plekken in België, Frankrijk, het Groothertogdom Luxemburg en Nederland, en laten de bezoekers op een snelle manier kennismaken met andere interessante plekken.

Het uitgangspunt is heel eenvouding. Een toeristische bezienswaardigheid vestigt de aandacht op andere waardevolle plekken. Dat gaat zo. We hebben een bekende trekpleister als het Domein van de Grotten van Han. Daar komen jaarlijks duizenden bezoekers een kijkje nemen*. We plaatsen een display op een opvallende plek. En daarin stoppen we smaakvol promotiemateriaal. Daardoor heeft men meteen een bijzonder doeltreffend systeem om aan communicatie te doen. De bezienswaardigheden promoten elkaar en er is geen sprake van onderlinge concurrentie, want ze hebben dezelfde doelgroep voor ogen.

* Jaarlijks 265 000 à 400 000 bezoekers

“Het is voor iedereen een makkelijk medium,” zegt een tevreden Jean-Yves Beeckman, overigens een groot liefhebber van autoracen. “Vooreerst voor de bezoeker die snel een reeks ludieke ontspanningsmogelijkheden in de regio wil vinden (zoals musea, schouwburgen, eetgelegenheden, pretparken, hotels en campings). En vervolgens ook voor de adverteerders die zich tegen een concurrentiële prijs bekendmaken bij de juiste doelgroep, al heeft die al a priori belangstelling.”

Productlijn

In enkele jaren tijd hebben Jean-Yves Beeckman en zijn rechterhand Christophe Denis het aantal beschikbare communicatiedragers fiks uitgebreid: Wallonie Passion, Brussels Passion en Vlaanderen Passie voor de displays met brochures; Visite Passion voor de borden met mini-kaarten en Vison- Visu voor de affiches. “Men staat voor een display en kan een brochure meenemen,” leggen ze uit. “Maar daarnaast ook een mini-kaart. Maar zowel de brochure als de mini-kaart maakt promotie voor een bepaalde plaats.” Wat is dan het verschil? Welnu, de display is groter en staat op een toeristische plek, terwijl de kleinere borden met mini-kaarten veeleer te vinden zijn in hotels en restaurants. En, in tegenstelling tot de bezienswaardigheden, maakt een etablissement uiteraard geen reclame gemaakt voor een collega uit dezelfde categorie. Logisch, niet? Nog verschillen? De displays blijven het hele jaar staan, terwijl de borden alleen tijdens het zomerseizoen, van 1 april tot 1 oktober, aanwezig blijven (uitgezonderd in Brussel).

Daarnaast is BHS Promotion ook Vison- Visu, een professioneel affichenetwerk voor de promotie van culturele evenementen en voorstellingen in België, Nederland (Maastricht), Duitsland (Aachen), Noord- Frankrijk, de Rivièra en het Groothertogdom Luxemburg.

Zwitserland, Spanje en Canada in het vizier

BHS Promotion stelt alles in het werk om de productie van de diverse communicatiedragers eenvoudiger te maken. Zo neemt het bedrijf de lay-out, het drukwerk en uiteraard de verspreiding voor zijn rekening. De adverteerder kan ook een kortingsbon inlassen in de brochure, iets wat overigens vaak gebeurt. De plaatsen waar men de f lyers en mini-kaarten uitstalt, worden zorgvuldig geselecteerd. BHS promotion zorgt ervoor dat elke publieke communicatie van de opdrachtgever gebeurt in the right place at the right time.

Het principe lijkt te werken. Nemen we opnieuw het voorbeeld van de Grotten van Han, die op jaarbasis de beste resultaten laten optekenen. In zes maanden tijd keerden 2000 bezoekers terug, wat helemaal niet slecht is, toch? “We hopen dat we verder kunnen doorgaan op de ingeslagen weg,” verduidelijkt Jean-Yves Beeckman. “Er werden al contacten gelegd in Zwitserland, Spanje en Canada.” In dit verhaal mogen de nieuwe communicatietechnologieën uiteraard niet ontbreken, zoals blijkt uit de nieuw mobiele app Visite Passion die in zes talen gratis beschikbaar is in de App Store en op Google Play!

 

informatie

Wallonie Passion
Voie du Belvédère, 6 
B-4100 Seraing
+32 (0)4 231 30 33 
[email protected] 
www.bhs-promotion.com 
www.culture-promotion.com
www.vison-visu.com
www.zoomoa.be

Amerikanen, Fransen en Duitsers zijn er al helemaal voor gewonnen: sportwedstrijden filmen zonder cameraman of regisseur. De technologie is bedoeld voor internet en tablets en zou de wereld van de sportopnames wel eens op zijn kop kunnen zetten. Dat belooft wat!

Keemotion werd opgericht in maart 2012, na drie jaar onderzoek en ontwikkeling. CEO Georges Caron is terecht trots op zijn project. De 39-jarige telecomingenieur met een MBA van de Solvay Business School weet dat hij een product met potentieel in handen heeft. Hij werkte vier jaar bij Mobistar en stond aan de wieg van drie kleine start-ups, waaronder Citendo, een outsourcingbedrijf voor de telecomsector. Maar zijn liefde voor sport en video gaf de doorslag. Nu maakt hij zijn dromen waar.

Dankzij hun ‘gepatenteerde en volstrekt unieke’ methode – aldus de gedelegeerd bestuurder – levert Keemotion verrijkt, realtime beeldmateriaal van sportwedstrijden. Met een unieke technologie en slechts drie kleine HD-camera’s kan het bedrijf spelmomenten vastleggen en ze omvormen tot specifieke instrumenten voor fans (Keecast) en sportcoaches (Keecoach). De dynamische cameravoering spoort automatisch de gebeurtenissen tijdens de wedstrijd op. Het resultaat moet op het eerste gezicht niet onderdoen voor het werk van professionele technici. “Met dit systeem kun je automatisch wedstrijden opnemen in realtime. Het is zo intelligent dat het de belangrijke momenten uit een wedstrijd kan halen en er persoonlijk commentaar aan kan toevoegen.”

Een revolutie?

Keemotion is het resultaat van het werk van twee onderzoekers aan de Université Catholique de Louvain. Christophe De Vleeschouwer, hoogleraar wiskunde met een specialisatie in informatica, ontwikkelde een algoritme voor geautomatiseerde beeldproductie. Damien Delannay, ingenieur en onderzoeker aan de UCL, maakte voor zijn onderzoeksproject een prototype van de toepassing. Een kleine structuur van zo’n 50 centimeter, waarop een digitale camera rust, eenvoudiger kan het niet. Het vernieuwende van het Keemotion-product springt niet meteen in het oog. Toch zou het de komende jaren wel eens een revolutie kunnen betekenen voor sportopnames en voor coaching bij teamsporten. Basketbal is daarbij de eerste doelmarkt.

Veelbelovend of niet, spin-offs zonder efficiënte marketingstrategie komen niet ver. Dat beseffen de twee wetenschappers maar al te goed. Ze gingen dan ook in zee met een kenner van het bedrijfsleven om hun ‘kindje’ te laten floreren. “Ik heb Christophe De Vleeschouwer bij toeval ontmoet op een interuniversitaire bijeenkomst. Hij vertelde me over zijn project. Het stond toen nog maar in de kinderschoenen, maar ik was meteen overtuigd van het potentieel van het concept. We hebben een businessplan opgesteld en Keemotion was geboren”, vertelt Georges Caron.

De stap ‘van het lab naar de markt’ kreeg een duwtje in de rug van het Louvain Technology Transfer Office (LTTO) en van industriële sponsors. Voor de grote test liet Keemotion zijn oog vallen op de Spiroudôme, thuishaven van de Spirous uit Charleroi, een van dé Belgische basketbalploegen. Christophe De Vleeschouwer wilde graag beginnen met een sportdiscipline die hij goed kent. Als basketballiefhebber lag de keuze dus voor de hand. Intussen is de Spiroudôme al ruim een jaar uitgerust met drie vaste camera’s, die vanaf september fulltime gebruikt zullen worden. Ze zijn verbonden met een server, die specifieke, vooraf bepaalde handelingen kan opsporen (driepunters, fouten, positiespel…) of een bepaalde speler kan volgen. De nieuwigheid, die beschermd is met een patent, schuilt in de algoritmes die het beeld analyseren en verwerken om daarna de verschillende bewegingen te reconstrueren. De voorgeprogrammeerde beelden zijn in realtime te zien via internet of op een tablet.

“Met een dergelijk systeem kunnen trainers tijdens de pauze makkelijk bepaalde spelmomenten tonen aan de spelers om fouten te analyseren of tactische opties te bespreken”, vertelt Georges Caron enthousiast. “Keemotion is een onmiskenbare troef voor coaches. Vanaf dit seizoen zullen onze trainers de beelden gebruiken bij de wedstrijden. Charleroi is een echte pionier”, zegt een verheugde Jacques Stas, general manager van de Spirous met een welbekend verleden als internationale speler.

De technologie van het bedrijf uit Louvainla- Neuve is niet alleen eenvoudig te installeren, maar ook relatief goedkoop. Een gewone videoproductie met materiaal en mensen (technici, cameramannen, regisseurs) kost voor een basketbalwedstrijd al snel € 15.000. Met de Keemotion-technologie zijn die kosten aanzienlijk lager. Voor een investering van € 8.000, materiaal inbegrepen, kan een basketbalcoach de Keecoach-tool een heel seizoen gebruiken.

Vooruitzichten

De oorspronkelijke doelstelling was om zo’n twintig sporthallen uit te rusten met camera’s. Dat aantal is intussen voorbijgestreefd. De eerste klanten (Spirous, Antibes, Harvard, de Spurs van San Antonio) kregen al snel navolging. “Vanaf dit seizoen worden alle wedstrijden van de Franse basketbalcompetitie gefilmd door Keemotion. Dat betekent bijna 600 wedstrijden per jaar. En we hebben recent eenzelfde contract getekend met de Duitse competitie”, vertelt Caron niet zonder trots. Op dit moment lopen er onder-handelingen met de NCAA, het bekende Amerikaanse universitaire kampioenschap. “We zitten op het goede spoor met verschillende clubs”, verzekert hij ons. Bij de NBA maken ze echter geen kans. Die wordt al tot in detail opgenomen door alle aanwezige camera’s.

“We streven ernaar om competities te filmen die niet per se op tv komen. Wij voegen content toe. We zijn dus niet van plan om de concurrentie met televisie aan te gaan”, verduidelijkt Caron. Keemotion wil zich evenmin op het terrein van andere spelers begeven, zoals de Belgische broadcastspecialist EVS. De markt van Keemotion bevindt zich eerder in de ‘long tail’ van minder bekende sportevenementen. Ook richten ze zich op professionals die de beelden nodig hebben voor uiteenlopende doeleinden. “Basketbal vertegenwoordigt een potentiële markt van 5 of 6 miljard euro. We focussen ons dus eerst op wat zeker werkt”, beklemtoont de baas van Keemotion.

Het project krijgt € 1,5 miljoen financier ing van het fonds Vives II (UCL), Nivelinvest en het Waalse Gewest (in de vorm van een terugvorderbaar voorschot). Voor dit jaar gaat Keemotion uit van een omzet van € 350.000, ruim boven de oorspronkelijke doelstelling. Het bedrijf heeft tien mensen in dienst en zou een steile groeicurve moeten kennen, gezien het gebrek aan concurrentie (vooral als gevolg van het patent) en het aantal mogelijke toepassingen. Tegen eind 2014 wil Keemotion ook de voetbalwereld veroveren. Zo is er al een overeenkomst met Club Brugge. En ook volleybal, tennis en handbal staan nog op het programma.

 

informatie

Keemotion s.a.
Rue Louis de Geer, 6
B-1348 Louvain-la-Neuve
www.keemotion.com

Dame Blanche is het neusje van de zalm voor de postproductie van films. Het bedrijf biedt een totaalpakket aan Franstalige én buitenlandse regisseurs.

Op nummer 6 in de rue de la Station in Genval ligt een bijzondere plek verscholen. Een moderne, industriële en gezellige omgeving waar technici met beeld en geluid in alle rust aan de kwaliteit van een film of tv-serie kunnen schaven.

Van rockgroep tot postproductiebedrijf

Dame Blanche is het verhaal van drie studenten van het Institut des Arts de Diffusion (IAD) in Louvain-la-Neuve. Uit hun passie voor muziek ontstond Glacier George, een pop-rockgroep die op bescheiden schaal succesvol was in de jaren 80. IJsjes vonden ze altijd al lekker, en zo ontstond twintig jaar geleden Dame Blanche. Étienne Dontaine, een van de oprichters, vertelt: “Het begon als een samenwerking tussen drie zelfstandigen: componist Pierre Gillet, geluidsingenieur Philippe Van Leer en ik. We hadden een kleine studio in Brussel voor geluidseffecten. Mathieu Cox is er daarna bij gekomen als geluidstechnicus.” Later breidden de vier compagnons ook de afdeling ‘beeld’ uit in Genval door het Luikse Hoverlord over te nemen.

Dame Blanche groeide uit tot een studio voor de volledige postproductie van beeld en geluid. Alles zit onder één dak, alleen de nasynchronisatie gebeurt nog op de oorspronkelijke locatie in Brussel. Dankzij hun verhuizing naar Wallonië konden ze gebruikmaken van de steun van het fonds Wallimage-Entreprises, dat voor 20% aandeelhouder is van het bedrijf. “Hoewel we in het begin geen vastomlijnd plan hadden, zijn we van meet af aan gegroeid”, zegt Étienne Dontaine. Op dit moment telt het bedrijf 20 werknemers en werken er gemiddeld zo’n twintig freelancers.

De vier vennoten proberen hun werk ambachtelijk en kunstzinnig te houden, met de juiste persoon op de juiste plaats. Ze werven hun personeel via casting: zo kiest de regisseur een geluidstechnicus vanwege zijn talent en zijn artistieke kwaliteiten, net zoals hij een acteur kiest. “Het is geen fabriek. We proberen een goede band te hebben met iedereen”, aldus Dontaine.

Iedereen doet zijn best om tot een zo natuurlijk mogelijk product te komen. Zodat de kijker er helemaal in opgaat. Valeine werkt als cutter aan het geluid van de film Morrocan Gigolos, van Ismaël Saidi. “De uitdaging is om het natuurlijk te laten overkomen. Als je het niet hoort, is het goed, ook al klinkt dat misschien tegenstrijdig. De kijker weet het niet, maar hoort het onbewust.”

De aantrekkingskracht van made in Belgium

Dame Blanche doet het goed op de Belgische markt. Alleen al voor de geluidseffecten deden meer dan 190 producenten van speelfilms een beroep op het bedrijf. Vaak zijn het Belgische producties, maar niet altijd. Zo werkte Dame Blanche aan Largo Winch 2, Le Petit Nicolas en Mr Nobody. La fée, van Abel, Gordon en Romy, was bijvoorbeeld de eerste film die een scan kreeg met 4K-resolutie, of ultra high definition, met een breedte van wel 4096 pixels. Volgens Dontaine “kun je zo sneller en fijner kleuren aanpassen”. 2K, het meest gebruikte formaat, betekent een beeld van zo’n drie miljoen pixels. 4K daarentegen heeft er maar liefst tien miljoen! 

Alleen al voor de geluidseffecten deden meer dan 190 producenten van speelfilms een beroep op het bedrijf. Vaak zijn het Belgische producties, maar niet altijd. Zo werkte Dame Blanche aan Largo Winch 2, Le Petit Nicolas en Mr Nobody.


Momenteel is het bedrijf op zoek naar exportmogelijkheden. Vooral Luxemburg en Frankrijk staan op het verlanglijstje. Le Goût des Myrtilles van Thomas De Thier is trouwens de eerste film waarvan het geluid werd verzorgd in Luxemburg. Dame Blanche zou dus graag dezelfde internationale kant op gaan als de coproducties waarmee ze samenwerken. “Het voordeel in België is dat we hier niet alleen goed en vakkundig personeel hebben, maar ook werken voor een scherpe prijs.”

 

Dame Blanche In cijfers

 

informatie

Dame Blanche
Rue de la Station, 6
B-1332 Genval
[email protected]
www.damebanche.com

 
De verschillende stappen bij postproductie

Nadat een film is opgenomen, is hij verre van klaar. Postproductie is hard werken en vormt een cruciale stap voor het succes van een film.

Beeld

35mm film wordt haast niet meer gebruikt. De opnames worden gedigitaliseerd en opgeslagen op servers. Vervolgens worden de beelden stofvrij gemaakt. De kleuren van de digitale beelden worden aangepast of er worden artistieke effecten aan toegevoegd. Dat is de basis waarmee de beeldmonteur aan de slag gaat. Samen met de regisseur kiest hij welke opnames in de film komen. Ook speciale effecten zijn mogelijk. Voor de laatste afwerking wordt het product nog eens verschillende keren nagekeken. Bij film speelt de montage een cruciale rol. Sterker nog: de montage kan een film maken of breken.

Geluid

De geluidsmonteur brengt alle geluidsopnames samen. Hij monteert ze en voegt geluidseffecten en nuances toe. Alle geluiden worden bewerkt. Een componist kan een soundtrack schrijven. Ook nasynchronisatie in een andere taal is mogelijk. Door het geluid te mixen, worden de verschillende geluiden beter op elkaar afgestemd. De regisseur en de geluidstechnicus luisteren naar het eindproduct om te horen of alles goed zit. De geluidstechnicus kan dan de geluidsband nog aanpassen. Het geluid wordt afgewerkt volgens de gebruikelijke formaten in de film- of tv-wereld

Uitgeverij Dupuis ontstond ooit op papier. Vandaag staat ‘de school van Marcinelle’ ook voor Dupuis Audiovisuel, met paradepaardjes Dreamwall en Keywall.

De Smurfen geven in de jaren 60 de aanzet naar een verbreding van het aanbod bij Uitgeverij Dupuis. Twintig jaar geleden werd Dupuis Audiovisuel opgericht in Parijs en zette de uitgeverij haar activiteiten voort met Belgische tegenhanger Belvision. In het begin werd er alleen verfilmd, maar intussen duiken er naast de traditionele audiovisuele media nog heel wat andere platforms op, zoals tablets, iPhones en andere smartphones. Een bedreiging voor het stripverhaal? Léon Pérahia, algemeen directeur bij Dupuis Audiovisuel en gedelegeerd bestuurder van Keywall: “Ik denk dat alles een deel van het geheel is, in plaats van concurrentie. De beslissing om Dreamwall en Keywall op te richten, werd genomen om ons universum ook voor dit soort dragers uit te bouwen.” Die dragers vormen trouwens de ideale manier om te communiceren met de doelgroep.

Dupuis Audiovisuel koos Parijs vanwege de financiële mogelijkheden, denk maar aan de grote Franse zenders (TF1, M6, Canal+) en hun enorme bereik. Dreamwall (2007) en Keywall (2010) vestigden zich echter in Marcinelle. Dankzij de instelling van de fiscale maatregel Tax Shelter in 2004 en met de hulp van Wallimage, besloot Dupuis, in een joint venture met de RTBF, om Dreamwall op te richten (zie WAW nr. 9, zomer 2010). Op dit moment werken er veertig mensen bij de animatie- en grafische studio. Het bedrijf heeft zich ontwikkeld tot een specialist op het gebied van 2D- en 3D-animatie, virtuele decors, 3D-visualisaties en broadcastdesign. Zo maakten ze onder meer het virtuele decor van C’est du Belge, maar bijvoorbeeld ook van Spirou (Robbedoes in het Nederlands), die dit jaar zijn 75ste verjaardag viert.

De basis

Keywall beschikt op zijn beurt over opname- infrastructuur, waaronder een studio van 450 m². “Sommige tv-zenders hebben zelf een studio, maar de onze is groter en beschikbaar voor wie wil”, vertelt Léon Pérahia. “We hopen ook buitenlandse klanten aan te trekken, aangezien onze studio de grootste virtuele decor studio met 3D- t racking is in Europa.” 3D-tracking, wat is dat? De gefilmde persoon beweegt zich eigenlijk voor een groene achtergrond, maar het fictieve decor verschijnt op vier HD-camera’s. Die zijn via sensoren verbonden met de set. Wanneer de camera beweegt, wordt zo de illusie gecreëerd dat het decor verandert, net als in het echt. Keywall heeft ook een kleinere studio, vooral bedoeld voor het weerbericht. Daarnaast beschikt het bedrijf over ruimtes voor montage en postproductie, een regiekamer, kleedkamers en een makeupruimte. Er werken vijf personen. Heel wat programma’s worden hier opgenomen, zoals Le jardin extraordinaire, Matière grise en het weerbericht van de RTBF, nog steeds de belangrijkste klant. De voornaamste troeven van een dergelijke technologie zijn de lage kosten, de tijdwinst en de creatieve vrijheid, die bij echte decors ondenkbaar zijn. Dreamwall en Keywall werken dan ook regelmatig samen.

Een audiovisuele productie combineert tenslotte heel diverse specialisaties: grafische vormgeving, geluid, speciale effecten… Elk project heeft een ander team en andere behoeften. De harde kern van Dupuis Audiovisuel bestaat uit twaalf mensen, maar voor een specifieke opdracht gaan er soms wel honderd aan de slag. Een professionele aanpak en een hoge kwaliteit staan daarbij voorop. Diversificatie van middelen, vooruitstrevende technologie en producten van hoog niveau dragen bij aan de inmiddels internationale faam van de groep. “Daardoor kunnen we talent aantrekken zoals specialisten van bijvoorbeeld Pixar. Dat stimuleert de creativiteit en creëert een gezonde wedijver. Een machine kun je kopen, maar creativiteit moet je opwekken.” Bij zo’n gelegenheid kunnen de werknemers niet alleen ervaringen uitwisselen, maar ook de verschillende teams in België samenstellen.

Nieuwe plannen?

De projecten kunnen uitgaan van de verschillende eenheden of voorgesteld worden door externe partners. Meestal hebben ze een link met de stripwereld. De verfilmde stripverhalen komen niet altijd uit de Dupuis-stal, hoewel die natuurlijk de voorkeur krijgen. Een succesvolle strip heeft vaak een streepje voor, maar dat is niet altijd voldoende. De wereld, de verhalen en de concepten van de strip moeten om te zetten zijn naar het scherm. “Guust Flater is bijvoorbeeld een fantastische strip, maar heel moeilijk te verfilmen, want de kracht van dat verhaal zit in de fantasie van de lezer.”

Een van de talloze lopende projecten is Loulou, l’incroyable secret, verfilmd door Grégoire Solotareff (in de bioscoop vanaf 18 september). Belvision is voor twintig procent producent op een totaalbudget van € 7 miljoen. Ook Astérix, goed voor € 31 miljoen, is voor twintig procent geproduceerd door Belvision en deels gerealiseerd door Dreamwall. Het zijn veelzeggende bedragen, mooi verdeeld tussen België en Frankrijk. Astérix wil een animatiefilm zijn op het niveau van Pixar en andere Universals. Andere projecten uit de Dupuis-stal zijn de verfilming van successtripverhalen Les Nombrils en Cédric. Verder wordt er gewerkt aan een proefaflevering van een verfilming van Royaume van Benoît Feroumont.

Steeds meer en steeds specifiekere kennis, geslaagde projecten, bruisende creativiteit en een groeiende reputatie dus, daar in de vroegere opslagplaatsen van Dupuis. Maar de ambitie reikt verder. Zo zijn er plannen om een traditionele opnamestudio te creëren en om, op middellange termijn, een beeldacademie op te richten. Een made in Belgium in wording!

www.keywall.be

Your opinion counts