Waw magazine

Waw magazine

Menu
Image (taile : 44x40px OBLIGATOIRE): 
Image rose (taile : 44x40px OBLIGATOIRE): 

Jo Van Hove uit Floreffe is allesbehalve een toerist. Toch is het voor toeristen dat hij iBeakens creëerde. De gecodeerde verhaaltjes staan op een site of een monument en u kunt ze lezen via uw smartphone. Er zijn er steeds meer in Wallonië en Europa. Bedoeling is om op termijn een netwerk te vormen tussen de verschillende sites en musea.

“ Het belfort van Namen is een atypisch geval tussen de Waalse belforten, omdat het aanvankelijk de belangrijkste verdedigingstoren was van de derde stadsomwalling.” Het bericht verschijnt op de smartphone van Jo Van Hove met een kleine foto van het beschermde monument, allemaal te vinden op qrwallonie.be/Namu0007. Om het te lezen hoef je alleen maar de QR-code (Quick Response) te scannen op het etiket boven aan het blauwe schild aan de voet van het belfort. Een teken dat het cultureel werelderfgoed is en beschermd wordt in geval van een gewapend conflict. Het is een van de 2.800 iBeakens die het Institut du Patrimoine Wallon (Instituut voor het Waalse Erfgoed) bij hem besteld heeft en waarvan er nu zo’n 660 geïnstalleerd zijn. Ook bestellingen van provincies, steden, parken en musea stromen stilaan binnen.

Maar wie is die Jo Van Hove? Een reiziger, een fan van nieuwe technologie en een Vlaming die naar het Waalse Floreffe is uitgeweken. Maar vooral een ondernemer die barst van de ideeën.

“Ik heb lang de wereld afgereisd op zoek naar landschappen en decors voor een bedrijf dat reclamefoto’s maakte voor de autosector”, vertelt de 47-jarige huisvader. “Zo merkte ik op dat er op die plekken vaak geen informatie te vinden was, of alleen in de taal van het land. Ik vroeg me af hoe je beter kon communiceren met de bezoekers op het terrein. Zeker omdat mensen hun reizen tegenwoordig alsmaar minder voorbereiden.”

Het was 2008 en de autosector raakte in moeilijke papieren door de economische crisis. Van Hove besliste dat het tijd was voor een nieuwe uitdaging. “Ik had al een site gemaakt die ‘locamundo’ heette en huizen verhuurde. Een soort e-commerce avant-la-lettre. Met die ervaring op zak begon ik na te denken over een manier om via een soortgelijk model informatie aan te bieden over met geschiedenis beladen plaatsen over de hele wereld. Mijn webdeveloper bezorgde me het idee om smartphones te gebruiken. Die technologie stond in die tijd nog in de kinderschoenen. Ik heb een toepassing in elkaar geknutseld en in 2009 aanvaardde de gemeente Floreffe om een test te doen op 23 toeristische sites. Ik heb hen de plaatjes met QR -codes geleverd en zij hebben palen gemaakt om ze aan vast te maken. Het was een geslaagd proefproject, dus ik besloot om de app verder te ontwikkelen. In september 2010 was de tijd rijp voor prospectie. Mijn eerste grote klant was de provincie Luxemburg. Zij bestelden iBeakens voor al hun Diensten voor Toerisme.”

Maximaal 250 woorden

Het principe is simpel. Alle organisaties (Dienst voor Toer isme, gemeente, museum…) of toeristische professionals die iBeakens willen creëren, ontvangen van Jo Van Hove een toegangscode voor het platform. Voor elke site, gebouw, monument of kunstwerk kun je een kort tekstje of een anekdote opstellen en maximaal drie foto’s toevoegen. De tekst mag niet langer dan 250 woorden zijn, “want we hebben gemerkt dat mensen anders afhaken”. Andere mogelijkheden? Daar kan een korte quiz aan worden toegevoegd om de bezoeker te stimuleren om het onderwerp verder uit te diepen of een audiofragment, in de vorm van een getuigenis, muziek of sfeergeluiden. Nadien krijgt de iBeaken een QR-code. Die dient om de tekst op te slaan, maar vooral om hem te kunnen lezen in een taal naar keuze via een hele reeks beschikbare apps op om het even welke Smartphone.

“Eigenlijk laat ik alleen de toegang tot mijn platform betalen via een abonnementsysteem dat recht geeft op een bepaald aantal iBeakens”, vertelt de ondernemer. “Daar komen gepersonaliseerde plaatjes bij die ik laat maken door een onderaannemer. Voor de vertaling doe ik een beroep op freelancers in verschillende landen. En ik werk met agenten verspreid over heel Europa. Ik heb nog geen werknemers, want ik wil het simpel houden. Ik ken concurrenten die failliet gegaan zijn omdat ze het te groots zagen.”

Een iBeaken, en nog een!

Een iBeaken, en nog een! De verkoop draait op volle toeren. “Ik heb zo’n 500 klanten wereldwijd, waarvan iets meer dan 300 in België, bijna uitsluitend in Wallonië. De iBeakens doen het minder goed in Vlaanderen om twee redenen: omdat Vlamingen minder bezig zijn met nieuwe technologie en omdat ik in Wallonië woon. Niets aan te doen, Vlaming of niet, ik raak nergens binnen.” Naast het IPW en de provincie Luxemburg mag Van Hove intussen nog heel wat anderen tot zijn klanten rekenen, bv. de provincie Luik (550 geplaatste plaatjes), de stad Namen (40 bestelde plaatjes) en het Musée de la Céramique d’Andenne, dat besloot om voor elke vitrine een plaatje te hangen.

“Het gebeurt dat dezelfde site verschillende iBeakens heeft via verschillende klanten”, zegt hij, “maar ze leggen elk een ander accent. De Saint-Martin-kerk in Aarlen heeft er bijvoorbeeld vier. Die van het IPW focust op het erfgoed, die van de stad op de geschiedenis, die van het netwerk van open kerken op de rijkdom van het interieur en die van de parochie op het standpunt van de parochianen.”


Pijlers voor de toekomst

Smartphones zijn voor Van Hove nochtans niet de toekomst van het systeem. “Klanten die een abonnement nemen, betalen niet alleen voor de plaatjes, maar voor informatie die werkt en die een aantrekkelijke vorm van marketing biedt. Ideaal zou zijn als het platform een actief netwerk van sites en musea werd. Ik zou me ook graag toeleggen op het creëren van spelen tussen musea onderling. Apple-topman Steve Jobs had dat goed begrepen: ‘Als je wilt dat iets werkt, doe het dan werken met een spel!’, zei hij. Voor mij is ook het idee van verzamelen belangrijk. Spelen en informatie verzamelen via iBeaken zijn de twee pijlers waarmee ik in de toekomst het verschil wil maken.”

www.ibeaken.com

 

Gekwalificeerd in de ‘Champions League’

Jo Van Hove straalt van trots. Hij werd zopas benaderd om deel te nemen aan een wedstrijd (www.llga.org) georganiseerd door 22 wereldsteden die kampen met groeiproblemen, zoals Barcelona, Boston, Londen, Mexico, Rio de Janeiro… “Die steden hebben een lijst gemaakt van 22 uitdagingen voor de toekomst en een van hen betreft de manier van communiceren met toeristen”, legt hij uit. “Ik heb hen mijn platform voorgesteld en ik ben geselecteerd als een van de vijf finalisten. Uiteindelijk eindigde ik net achter Metaio, een Duits bedrijf dat gespecialiseerd is in augmented reality. Maar ik vind het al fantastisch dat ik zover geraakt ben. Het is als een kleine Waalse voetbalploeg die het tot de finale van de Champions League schopt!” De ondernemer vatte alvast de koe bij de horens en nam contact op met het winnende bedrijf om te polsen naar een mogelijke samenwerking.

Het Luikse Geolives biedt meer dan 40.000 wandelingen en fietstochten aan via smartphone of tablet. Het platform SityTrail telt meer dan 140.000 gebruikers die hun oude kaarten vaarwel hebben gezegd.

U wandelt graag in de natuur maar u wilt weten waar u naartoe gaat en u hebt geen zin om een stapel kaarten mee te zeulen die kunnen scheuren of wegwaaien bij de minste windstoot? Net als iBeakens komt ook Geolives met nieuwe tools aanzetten voor de toeristische sector. Ook zij gebruiken daarvoor apps voor smartphones en tablets en ontdekten het nut van QR-codes. De mogelijkheden worden alsmaar groter, want op dit moment zijn er al bijna 40.000 wandelingen in België, Frankrijk en elders in Europa.

“Geolives is gebaseerd in Luik en werkt samen met Star-Apic, een bedrijf dat Europese software ontwikkelt voor het in kaart brengen van terrein en infrastructuur”, vertelt directeur Yves Peeters. “We hebben het opgericht voor het grote publiek in maart 2008. Tot dan verkochten we voornamelijk materiaal zoals kaarten, cd’s en dvd’s. De komst van de iPhone betekende voor ons een nieuw begin. Voor je op vakantie vertrekt, kun je onze app SityTrail downloaden, ofwel via de AppStore als je een iPhone of iPad hebt, ofwel op Google Play als je een smartphone of tablet met Android hebt. Je kunt een maand- of jaarabonnement nemen. Met de app kun je dan wandelingen of fietstochten zoeken die andere leden aanbieden. De SityTrail-gemeenschap telt in 5 jaar tijd al bijna 140.000 gebruikers. Zodra je je keuze gemaakt hebt, scan je de tocht(en) via de QR -codes en ter plaatse hoef je alleen maar de aanwijzingen te volgen. De routebeschrijvingen zijn heel nauwkeurig aangezien ze gebaseerd zijn op de kaarten van IGN , onze partner in België, Frankrijk, Zwitserland en sinds afgelopen zomer ook Nederland.”

Gratis wandelgidsen

Het succes van SityTrail ging niet onopgemerkt voorbij. SityTrail France sleepte in 2012 immers de Géoportail-prijs van IGN in de wacht in de categorie ‘vrije tijd en cultuur’. Daarna ontwikkelde Geolives een tweede app, SityTour, waarmee toeristische operatoren zelf wandelingen met commentaar kunnen publiceren in de vorm van wandelgidsen. “Dan gaat het om meer uitgewerkte wandelingen, met aandachtspunten met tekst, foto’s, audiobestanden… Je hoort een signaal als je in de buurt van zo’n punt komt”, legt Peeters uit. De tochten worden aangeboden door groepen van gemeentes (GAL), Diensten voor Toerisme of verenigingen. Het Commissariaat-Generaal voor Toerisme stelt zo wandelingen in de kijker in de gemeenten Marche-en-Famenne, Rochefort, Durbuy, Hotton, Nassogne en Somme- Leuze, die ze gegroepeerd hebben om het Land van Famenne te promoten. In december 2012 beslisten de gemeentes Spa, Jalhay, Stavelot, Theux en Trois-Ponts om hetzelfde te doen voor le Pays des Sources met een honderdtal wandelingen. Ook Natura 2000 heeft een uitgebreide catalogus opgesteld om de troeven van heel Wallonië uit te spelen.

Het grote voordeel van SityTour is dat de app en de kaarten gratis zijn voor het grote publiek. Het zijn immers de operatoren die het systeem financieren. Bovendien hebben bezoekers geen internet meer nodig zodra de app gedownload is. Als je nog niet weet waar naartoe voor je thuis vertrekt, kun je altijd nog een keuze maken uit de tochten van de Dienst voor Toerisme. Een smartphone en wi f i z i in da n genoeg. Ideaa l voor Nederlandse toeristen, die zo dol zijn op onze Ardennen.

informatie

Centre de développement Geolives
Liège Science Park
Avenue du Pré Aily 24
B-4031 Angleur
+32 (0)4 361 47 42
www.geolives.be

 
nBeschrijving van de app

• Download bij de toeristische operatoren de wandelingen met de daarbij behorende kaarten en multimediale inhoud.
• Na het downloaden kun je zonder internetverbinding de wandelingen volgen.
• De aandachtspunten worden automatisch opgestart en de teksten kunnen gelezen worden met tekst-naar-spraak omzetting.
• Bij afwijking van de gevolgde route krijg je een geluidssignaal.
• Informatie beschikbaar in verschillende talen.
• Beschikbaarheid van een Google routeplanner naar een aandachtspunt of vertrekpunt van een wandeling.
• Bekijk op OpenStreetMap de wandel- en fietsnetwerken van de toeristische operatoren. In Wallonië zijn dat bijvoorbeeld het RA VeL-netwerk en het fietsnetwerk van het Pays de Famenne.
• Herkenning van de QR-codes van SityTour om rechtstreeks een digitale gids te downloaden of van de QR-codes die toegang bieden tot webpagina’s.
• Toegang tot toeristische informatie via plaatsbepaling per satelliet: artikelen in Wikipedia, logies, restaurants, musea, bezienswaardigheden… 
 Raadpleeg de weersvoorspellingen voor de komende vier dagen volgens jouw positie op de kaart.
• Bewaar jouw eigen herkenningspunten op de kaart.
• …

Het dataverkeer in de industrie blijft toenemen. Hoe sorteer je die gegevens in het hart van de big data? DATAmaestro®, een intelligent analyse- en databeheerprogramma biedt het antwoord.

In 2002 richtte Philippe Mack het bedrijf PEPITe op, dat de grote industriëlen sindsdien helpt om hun informaticagegevens optimaal te benutten. DATAmaestro®, het superintelligente softwareprogramma dat PEPITe ontwikkelde, stelt ons in staat om in databases de witte raaf, de edelsteen, de goudklomp (pépite) terug te vinden. De analyse van de immense hoeveelheid big data brengt aan het licht welke verbeteringen mogelijk zijn in het productieproces. Hierdoor kunnen kosten worden bespaard op het gebied van arbeidstijd, grondstoffen en energie.

Philippe Mack is ingenieur elektromechanica, afgestudeerd aan de Universiteit van Luik. Voor zijn afstudeerproject bedenkt hij het softwareprogramma PEPITO®, waarvan hij een model opstelt, bouwt en test. Het is de voorloper van DATAmaestro®. In de eerste plaats ontwerpt hij het softwareprogramma voor een mkb-bedrijf uit Verviers dat gespecialiseerd is in beeldproductie, maar later test hij het in de onderzoekslaboratoria van de universiteit.

Aan het eind van zijn doctoraat (2002) richt hij het bedrijf PEPITe op, een spin-off van de universiteit. Op dit moment werken er tien mensen in het kantoor in Luik en twee in het bijkantoor in het Canadese Montreal. Ook werken er in verschillende landen lokale agenten aan de internationale commerciële uitbouw van ENERGYmaestro®, een afgeleid product van DATAmaestro®.

Duizend miljard kilobytes

Tegenwoordig heeft iedereen het over big data. We kenden al kilobytes en gigabytes. Vandaag de dag worden data gemeten in petabytes, oftewel duizend miljard kilobytes. Die exponentiële massa aan gegevens ontstaat enerzijds uit de diverse activiteiten van een bedrijf, maar komt ook voort uit het ongelooflijke aantal informatie-uitwisselingen binnen het bedrijf zelf, en tussen het bedrijf en zijn klanten, leveranciers en partners. We maken een bijna dramatische toename van digitale informatie mee, die niet of nauwelijks wordt geëxploiteerd. Uit dat idee is data mining voortgekomen, een zeer geavanceerde methode die het mogelijk maakt om grote volumes data automatisch te analyseren.

DATAmaestro® steunt op deze technologie. Dat is ook het geval voor ENERGYmaestro ®, het kleine ecologische broertje van het programma. “Je zou het idee kunnen vergelijken met een auto waarvan de boordcomputer aangeeft hoe je moet rijden om zo weinig mogelijk brandstof te verbruiken en toch even efficiënt en met evenveel vermogen en wegligging te rijden. ENERGYmaestro® laat het bedrijf zien wat ze moeten wijzigen of aanpassen aan hun manier van ‘rijden’ en op welk moment ze van versnelling moeten veranderen”, legt Philippe Mack uit. Het is een krachtig beeld en Philippe heeft het al vaak aangehaald.

Het systeem is gebaseerd op DATAmaestro ®, maar ook - en vooral - op meer dan tien jaar ervaring in de industrie en is perfect afgesteld op de markt. Het gaat niet alleen om een product of software, maar om een totaaloplossing: een dienst die voor het bedrijf op maat is gemaakt. Binnen het bedrijf neemt het project drie maanden in beslag, opgesplitst in verschillende fasen. In de eerste fase is er een ‘flash’-audit: gedurende vijf dagen worden de data die het bedrijf bij het productieproces genereert permanent geanalyseerd. In een tweede fase wordt er gebrainstormd over deze processen. “Die meetings zijn superbelangrijk, omdat ze de mensen die het productieproces sturen het project helpen te doorgronden en te begrijpen waarom zij hun manier van werken moeten aanpassen”, legt Philippe Mack uit. De operatoren krijgen dan opdrachten en er worden realtime meetmodules geïnstalleerd. Meteen al zijn de resultaten zichtbaar, en de besparingen op de energiefactuur zijn indrukwekkend. Klanten als Prayon, Arcelor, Total of Valeo hebben ervaring met de PEPITe-oplossing en hebben er jaar na jaar profijt van.

PEPITe In cijfers

Green impact

Grote industriële concerns breken zich nog niet vaak het hoofd over energiebesparingen. Heel vaak is de enige manier om de energie- uitgaven te meten de factuur die ze ontvangen. Ze kunnen hun productieprocessen dus niet aanpassen aan de hand van maandelijkse of kwartaalaudits. “Er wordt niet genoeg gepraat over mogelijke besparingen. Energiebesparingen hebben een directe impact op de industriële rentabiliteit”, benadrukt Philippe Mack.

Als er over energie wordt nagedacht, wint de ecologische gevoeligheid het vaak van financiële besparingen. Het lijkt op het eerste gezicht meer ecologisch om een windmolenpark te bouwen dan om het energieverbruik te verminderen. Maar een windmolen produceert maar 10% van de tijd energie en de investering is enorm hoog. Verstandig energie verbruiken is een heel jaar door doeltreffend en de resultaten zijn het eerste jaar al merkbaar. Philippe Mack: “Economisch gezien hebben de grote lobby’s er natuurlijk geen belang bij dat er minder energie wordt geconsumeerd. Maar de industriëlen wel.”

PEPITe is redelijk uniek op de markt van big data en data mining. Het bedrijf vindt steeds meer nieuwe klanten en partners en vaart mee op de golf van greenpower om zijn topproduct te ontwikkelen. Sinds de oprichting in 2002 is PEPITe constant gegroeid, van een omzet van € 100.000 in 2003 tot € 1,2 miljoen in 2013. De Waalse economie is een goudmijn voor technologische innovatie en PEPITe is daar maar weer eens een bewijs van.

 

Oh ! Green

Het adviesbureau McKinsey & Company toonde in 2009 in een studie aan dat de mogelijke energiebesparing in België aanzienlijk is. In 2005 bedroeg het bruto binnenlands energieverbruik 368 miljoen BOE; voor de industrie alleen al was dat 144 miljoen BOE. Volgens McKinsey kan er 75 miljoen BOE (of 28%) energie worden bespaard, wat voor België neerkomt op een besparing van € 5,2 miljard op de energierekening tegen 2030.

 

PRAYON : een schoolvoorbeeld

Het Luikse bedrijf Prayon is al meer dan een eeuw wereldleider op het gebied van de productie van voedingsfosfaten. Het productieproces is enorm energieverslindend. Het is dan ook niet verwonderlijk dat hun energiefactuur in de duizenden euro’s loopt. In 2010 verminderde de hoofdvestiging in Engis de ecologische voetafdruk aanzienlijk: het verbruik van gas en elektriciteit werd beperkt, het verbruik van olie werd geëlimineerd en de CO2-uitstoot werd verminderd. Het waren bevredigende resultaten, maar ze wilden meer en deden een beroep op PEPITe. In amper zes maanden ging de energiefactuur van de vestiging in Engis met € 250.000 naar beneden. Het heeft maar drie maanden geduurd om ENERGYmaestro® te implementeren en het heeft geen extra investering gekost. Op dit moment bespaart Prayon bijna € 1 miljoen per jaar.

 

informatie

PEPITe
Avenue de l'Obervatoire, 347
B-4000 Liège
+32 (0) 4 225 58 10
www.pepite.be

In de industriezone van Noville-les-Bois kent familiebedrijf Beal International steeds meer succes. Met Mortex hebben ze een echt topproduct in huis: het decoreert en beschermt tegelijk!

Het bedrijf zag het licht in 1974, tussen de oude muren van een v i erkant shoeve in Meu x (La Bruyère). Daar kregen Jean- Bernard Thiry en Véronique Wahlen het idee om kalk en mortel speciaal voor vochtwering en reparaties te produceren en distribueren. Vandaag draait Beal International met zijn waterdichte producten een jaaromzet van € 4 miljoen en komen de klanten uit tal van Europese landen (Frankrijk, Spanje, Nederland, Zwitserland), maar ook uit Marokko, Japan, Indonesië…

Waarom leggen professionals uit de bouw honderden of zelfs duizenden kilometers af om de showroom van Beal in Noville-les- Bois te bezoeken en er een bestelling te doen? Dat heeft niet alleen te maken met de vakkennis van de Waalse onderneming, maar vooral met hun topproduct, Mortex, dat een flinke reputatie heeft opgebouwd. In heel wat woningen komt men inmiddels Mortex tegen. Op de vloer, de muur, de meubels of de trap. De coating beschermt niet alleen, maar geeft ook reliëf en kleur. Ideaal als decoratie dus. Het product bestaat in verschillende vormen, waarvan Mortex Étanche en Mortex Color de bekendste zijn. “Mortex Étanche is een vochtwerende coating om zwembaden, kelders en zelfs metro’s waterdicht te maken”, zegt Véronique Wahlen. “De coating heeft steeds meer succes doordat je er heel mooi mee kunt decoreren. Mortex Color is een multifunctionele coating. Deze coating wordt veel gebruikt om vloeren, muren, waterpartijen, werkbladen en meubels te maken met een effect van gepolijst beton.”

Een blik op de nieuwe showroom overtuigt ons van de talrijke mogelijkheden qua gebruik, verwerking en afwerking. Zelfs de kinderhoek is afgewerkt met een coating in vrolijke kleuren. Elke element is zorgvuldig uitgekozen, persoonlijk, in harmonie met het geheel. “Deze showroom is ons visitekaartje. Hij is volledig gemaakt door erkende stukadoors”, vertelt managing director Wahlen. “We hechten veel belang aan de manier waarop onze producten worden aangebracht. Het is een soort ambacht en je hebt er de nodige bedrevenheid voor nodig. Daarom organiseren we ook een opleiding voor onze zakelijke klanten. Die opleidingen worden gegeven door onze vakmensen, decorateurs en stukadoors. Ze vinden hier in Fernelmont plaats of in een andere regio van het land: Aarlen, Malmedy, Doornik, Harelbeke enzovoort. Aan die meerwaarde zijn natuurlijk kosten verbonden. In de winkel kost Mortex € 20 tot € 25 per vierkante meter. Inclusief aanbrengen stijgt de prijs naar € 100 tot € 120!”

“We hechten veel belang aan de manier waarop onze producten worden aangebracht. Het is een soort ambacht en je hebt er de nodige bedrevenheid voor nodig. Daarom organiseren we ook een opleiding voor onze ondernemersklanten.”


Wereldwijd exclusieve rechten op de Mortex-productlijn

De productie- en opslagruimte werd onlangs vergroot van 450 naar 1.500 m². Kalk en cement komen binnen via silo’s en ondergaan een hele reeks technische handelingen. Daarbij worden ze ook gemengd met andere materialen, maar die methode blijft geheim. Het Belgische bedrijf heeft wereldwijd de exclusieve rechten op de Mortexproductlijn maar ook op andere bekende producten die ontwikkeld worden in Fernelmont, zoals de Bealstone, een bindmiddel in poedervorm dat gemengd kan worden met andere materialen: stenen, spiegelscherven en kwarts. Je kunt het droog op vloeren en muren aanbrengen. Heeft Beal International eigenlijk concurrenten in België? “Niet echt ”, antwoordt Wahlen. “Onze mortels hebben specifieke eigenschappen, die echte USP’s vormen. Ze zijn waterbestendig, kunnen aangebracht worden op tal van ondergronden en zijn beschikbaar in een brede waaier kleuren. Dankzij onze kennis en ervaring kunnen we ook de afwerking verzorgen, waardoor het echte decoratieve elementen worden.”

Het huis heeft wereldwijd de exclusieve rechten op het Mortex-gamma, maar ook op andere bekende producten die ontwikkeld worden in Fernelmont, zoals de Bealstone, een bindmiddel in poedervorm dat gemengd kan worden met ander materiaal zoals stenen, spiegelscherven, kwarts.. Je kunt het droog op vloeren en muren aanbrengen. 


À ces qualités s’ajoute la souplesse. L’entreprise belge entretient des rapports directs et personnalisés avec ses clients, ce qui lui permet de s’adapter aisément aux demandes et de répondre aux desiderata de chacun. « Nous n’hésitons pas à nous remettre en question face aux entrepreneurs, explique la responsable. On peut donc dire que nous évoluons encore et toujours au contact de notre clientèle. » Un sens du contact et une ouverouverture qui sont fort appréciés et qui finissent par créer des liens durables. Les entrepreneurs japonais, par exemple, sont clients de Beal depuis plus de dix ans. Et malgré la crise, la société enregistre chaque année une hausse de son chiffre d’affaires de l’ordre de 20 %. « Cette croissance nous permet d’envisager l’avenir avec confiance et de continuer à engager du personnel qualifié. Ainsi, début 2014, nous engagerons un chimiste, un responsable show-room et deux techniciens, l’un issu de la construction, l’autre de l’artisanat. » 

Ook flexibiliteit staat hoog op de agenda bij Beal. Het bedrijf heeft persoonlijk contact met zijn klanten, waardoor ze snel en eenvoudig kunnen inspelen op vragen en een antwoord kunnen bieden op ieders wensen. “We staan open voor opmerkingen van de aannemers”, vertelt Wahlen. “Dankzij het contact met onze klanten blijven we bijleren.” Dat persoonlijke contact en die openheid worden sterk op prijs gesteld en smeden een duurzame band. Japanse bouwondernemers bijvoorbeeld zijn al meer dan tien jaar klant bij Beal. En ondanks de crisis ziet het bedrijf zijn omzet elk jaar stijgen met 20%. “Die groei geeft ons het nodige vertrouwen om de toekomst positief tegemoet te treden en om gekwalificeerd personeel te blijven aannemen. Begin 2014 komen er een chemicus, een showroommanager en twee technici bij, een uit de bouw, een andere uit de ambachtskunst.”

Beal IN CIJFERS

Joomla, Java, php… Bij Tesial weten ze alles van het ontwikkelen van webplatforms. Pascal Alberty en Jean-Marc Peterkenne namen ontslag als consultant bij BEWEB met slechts één doel voor ogen: een eigen bedrijf beginnen.

 

Een webplatform, wat is dat?

Voor alle duidelijkheid: een webplatform is geen site. Het is veel meer dan dat. Het is een toolbox waarvan de website zelf alleen de drager is. Je kunt het vergelijken met Gmail, de berichtendienst van Google. Wie die gebruikt, beschikt over verschillende instrumenten: e-mail, het sociale netwerk Google+, opslagruimte, enz.

 

Het idee om ondernemer te worden, ontstond toen ze een reclameformat ontwikkelden voor hun werkgever. BEWEB, gespecialiseerd in de online verkoop van reclameadvertenties, was op zoek naar een IT-team. Tijdens de realisatie van het format beseften ze dat er veel toekomstmuziek zat in het maken van webplatforms. Pascal Alberty, een van de oprichters, vertelt: “In het begin waren we met z’n drieën, maar nu zijn we nog maar met z’n tweeën. De derde persoon is weer in loondienst gegaan. Samen hebben we onze baan opgezegd bij BEWEB en vervolgens Tesial opgericht.” Het platform Click Box is ontstaan uit die samenwerking. Het product is vooral bedoeld om reclame te maken op websites van de grote Belgische uitgevers. Zo kunnen adverteerders de statistieken bekijken en kan de regie de advertenties controleren en valideren of een campagne opzetten.

Maar het bleef niet bij Click Box. Tesial breidde het platform uit met Proxistore, een reclametool met geolocatie. “In plaats van te adverteren op alle sites, kijkt Proxistore waar je je bevindt. Zo krijg je alleen reclame te zien van bedrijven in je buurt. We plaatsen lokale advertenties op grote sites van uitgevers met een nationaal publiek, zoals La Libre Belgique, La Dernière Heure, enz. Zo stemmen we advertenties op de lokale sector af ”, legt Pascal Alberty uit.

CrawlForMe

De bedrijven die zich door Tesial laten adviseren, komen hoofdzakelijk uit de mediahoek, de (online) reclame en de retailsector. Een van hun opmerkelijke klanten is consumentenorganisatie Test-Aankoop. De marketingafdeling deed een beroep op hun diensten. Test-Aankoop merkte immers dat er een aantal zaken fout liepen op hun website: ontbrekende beelden, de bekende Not Found-melding die soms op het scherm opdook. Alberty legt uit hoe ze te werk gingen: “We hebben een geautomatiseerd scenario ingeschakeld om te zien of de gebruikers zich correct konden inschrijven. Daarbij wordt er een rapport verstuurd als er iets fout gaat. We hebben ook een instrument ontworpen waarmee je de volledige site kan doorlopen, alsof iemand voor zijn plezier alle links aanklikt.” Het lijkt zo simpel, maar die fouten vormden een groot probleem omdat de site niet beschikbaar was.

Het platform op maat voor Test-Aankoop groeide uit tot een volwaardig product. CrawlForMe werkt als een octopus die zijn tentakels uitstrekt. De tool verkent alle lagen van een website om de gebreken op te sporen die een goede werking in de weg kunnen staan. Volgens Alberty is het van groot belang om een site in topconditie te houden. “Zoekmachines houden niet van sites die fouten vertonen. Als er veel zijn, scoort de site niet hoog op de Google-ranking.” Tesial heeft de tool ook aangepast voor een andere klant.

Die wilde geen fouten, maar informatie opsporen op de site van het Centrum voor Informatie over de Media, dat de kijkcijfers meet. Het bedrijf gebruikte een aangepaste CrawlForMe om na te gaan of de code van het CIM op alle pagina’s van de website stond. IT is overal

De juiste oplossing vind je door de tijd te nemen om er achter te komen wat je echt nodig hebt. Tesial heeft dat goed begrepen. Hun filosofie? De klant begeleiden van A tot Z. En hem uitleggen dat het daarbij cruciaal is om zijn behoeftes opnieuw te bekijken. “We hebben methodes ontwikkeld om de klant opnieuw te laten ontdekken wat hij echt mist. We volgen en begeleiden de klant van dichtbij, zodat hij luistert naar zijn behoeftes. Afhankelijk van het project kan dat enkele weken tot enkele maanden duren”, aldus een van de medeoprichters. Gelukkig hoeven ze niet elke keer van nul opnieuw te beginnen. Het bedrijf ontwikkelde een framework, een soort gereedschapskist die als gemeenschappelijke basis dient om makkelijker van start te gaan. En die verandert met de ervaring.

Wanneer we vragen of Tesial last heeft gehad van de crisis, is het antwoord nee. Het gaat de kleine onderneming vanaf de start voor de wind. Intussen zijn ze al bijna acht jaar bezig en staan er steeds weer nieuwe projecten op stapel. Je kunt tegenwoordig dan ook niet zonder informatica. De stroom aan vacatures in de IT-sector lijkt niet op te drogen. Het bedrijf wil aantonen dat het echt de moeite loont om sommige instrumenten te automatiseren en dat de klant er alleen maar bij kan winnen – tijd en dus ook geld.

 

RueDuWeb: een collectief van internetfans

Tesial is gehuisvest in het collectief RueDuWeb. Zo’n vijftig mensen zitten op een verdieping van 600 m² in het Axisparc van Mont-Saint- Guibert. Het zou een coworkingruimte kunnen zijn, maar dat is het niet. Het is wel degelijk een collectief, waarbij iedereen zijn kennis en ervaringen met elkaar deelt. Iedereen is aandeelhouder en verantwoordelijk voor het beheer ervan. De cvba ontstond in 2009 in Court-Saint-Etienne uit de samenwerking tussen drie bedrijven: Akimedia, JournalisteWeb.be en Tesial. Ze merken dat ze samen grootse dingen kunnen doen. Ieder heeft zijn eigen specialisatie op het gebied van internet, zodat ze elkaar dus perfect aanvullen. Door nauw samen te werken, kunnen ze hun klanten een gemeenschappelijk aanbod doen. Op basis van dezelfde gedachte werd in mei 2010 Tweetwall Pro geboren. Dat is een webapplicatie waarmee je tijdens een evenement de berichten op sociale netwerken rechtstreeks op een scherm kunt projecteren. Intussen werken er al zo’n tien medewerkers aan het project van Akimedia en Tesial dat al op bijna alle continenten wordt gebruikt.

Volgende bedrijven en zelfstandigen maken deel uit van het collectief :

Akimedia, Alin1, Auctelia, Café Numérique, Catcheur.be, Lexicom, NOW.be, Orchestraaa, PointBen, Secretaire on web, Selinko, Tesial, Tweetwall Pro, Wekipa en Steve Fontaine. Tesial / 2 oprichters: Pascal Alberty en Jean-Marc Peterkenne / 2 werknemers

CMI, of hoe je in Seraing je omzet verdrievoudigt en 18% meer mensen aanneemt in de staalindustrie.

Het bedrijf CMI in Seraing heeft een lange geschiedenis, die nu al bijna twee eeuwen duurt. Een geschiedenis die ons onderdompelt in een verleden met zwarte gezichten waar het zweet afdruipt, knowhow en trots. In 1817 werd de Engelsman John Cockerill door Willem I van Oranje belast met de uitbouw van de industrie in de Luikse regio. Hij kocht de oude zomerresidentie van de prinsen van Luik in Seraing, aan de oever van de Maas. “Zet onbevreesd uw grote ondernemingen voort en weet dat de koning der Nederlanden altijd geld heeft ten dienste van de industrie”, vertelde de vorst hem, die in die tijd het gezag uitoefende in de provincie Luik. Cockerill was een ambitieus en visionair man. Hij bouwde eerst de machinebouw en later de staalindustrie uit in wat de Stad van IJzer werd, en werd legendarisch toen hij er de eerste rails, wagons en locomotieven van België bouwde. In 1835 werd hier ‘le Belge’ gebouwd, de allereerste stoomlocomotief op het Europese continent.

In de 19de eeuw breidde het concern Cockerill zijn activiteiten uit: de bouw van hoogovens, de productie van een eerste kanon, de perfectionering van dieselmotoren voor hun locomotieven en ga zo maar door. In 1800 was Seraing een groot dorp met niet meer dan 1818 inwoners. Onder invloed van de energieke Engelsman werd het omgevormd tot de hoofdstad van de industriële revolutie en bleef er niets van het oude dorp over. In 1842 schreef Victor Hugo: “Het was alsof er een vijandelijk leger door het land was getrokken, en er twintig dorpen had geplunderd, die u in deze droefgeestige nacht alle facetten en alle fasen van een brand laten aanschouwen: hier verzengend, daar vol rook en elders gloeiend. Dit oorlogstafereel speelt zich in vredestijd af; dit afgrijselijke evenbeeld van een verwoesting wordt door de industrie voortgebracht. U aanschouwt gewoon de hoogovens van de heer Cockerill.”

In de 20ste eeuw werden de productie van elektrische apparatuur uitgebouwd en kwamen er onderhoudsdiensten bij. In 1982 werd de afdeling Construction Mécanique de Cockerill een zelfstandige dochteronderneming van Cockerill Sambre. Deze dochteronderneming ging verder onder de naam Cockerill Mechanical Industries, afgekort tot CMI. Twintig jaar later verkocht Usinor, een aandeelhouder van Cockerill Sambre, CMI aan een private investeerder. Deze is vandaag nog steeds de eigenaar van de onderneming. Ze behielden de afkorting CMI, maar noemden het bedrijf Cockerill Maintenance & Ingénierie: “Om op die manier de nadruk te leggen op onze twee basisactiviteiten, engineering en onderhoud, die we ten volle willen exploiteren.” In het eerste decennium als zelfstandig bedrijf heeft CMI zijn omzet en orderboekje verdrievoudigd en in Luik 850 mensen aangenomen. Dat is een toename van het aantal Luikse arbeiders met 18%. Dit aanzienlijke succes is een sprankje hoop in een industrieel landschap dat voor de rest in verval is.

De dirigent van dit succesverhaal is Bernard Serin, die toevallig een naam heeft die je net zo uitspreekt als de naam van zijn geliefde stad. Serin is afkomstig uit het Noord-Franse Metz en heeft carrière gemaakt in de staalindustrie. Altijd heeft hij naar risicospreiding gestreefd. “Toen ik hier in 2002 arriveerde, had CMI twee decennia van sociale, commerciële en financiële problemen achter de rug”, herinnert de baas zich. “De engineeringactiviteiten hebben een cyclisch karakter, en dat had een te grote invloed op onze resultaten. Daarom hebben we besloten onze service- en onderhoudsactiviteiten nog verder uit te breiden.”

Diversificatie

Om die reden heeft CMI Services zijn horizon verbreed op het gebied van windmolens, petrochemie en kerncentrales. Het heeft onder andere Total Petrochemicals, Electrabel, Segal en Techspace-Aero als klant. Maar Bernard Serin heeft ook ingezet op een technologische en geografische diversificatie. “Ondanks de crisis hebben we ook geïnvesteerd in onze drie engineeringmarkten (defensie, energie en staal) en hebben we een marktaandeel verworven in milieutechnieken. Op die manier hebben we de conjunctuur tot nu toe het hoofd kunnen bieden”, legt hij uit. CMI heeft in België meer dan 1.250 medewerkers, waarvan duizend in Luik.

In deze mondiale economie moeten de industriële concerns ook over de grens durven te kijken. Sommigen doen dat ten koste van de Waalse werkgelegenheid, maar CMI heeft, met vestigingen in de VS, Luxemburg, Duitsland, Rusland, India, China en Brazilië, tot nu toe een mooi evenwicht kunnen bewaren tussen de geografische uitbouw en het behoud, zelfs de toename van het aantal werknemers in Europa. “CMI is op wereldniveau een ambassadeur geworden van de Waalse knowhow”, vertelt de man die de teugels in handen heeft.

In mei dit jaar heeft CMI Energy een contract binnengehaald voor de levering van een staande boiler voor warmterugwinning aan het Tunesische Sousse. In augustus tekende CMI Industry een contract met de Verenigde Arabische Emiraten voor de levering van een nieuwe pletwals en galvaniseerlijn en voltooide CMI Services de renovatie van twee treinlocomotieven voor Ivoorkust. “Door internationaal te gaan, kunnen we inspelen op orders uit de hele wereld”, voegt de baas eraan toe. Maar Wallonië wordt daarbij niet vergeten. In tien jaar tijd heeft CMI niet minder dan € 55 miljoen geïnvesteerd in zijn activiteiten, gebouwen, machines en meubilair. Dat omvatte de uitbreiding van het hoofdkantoor in Seraing, de historische vestigingsplaats. Op die manier legde CMI – zoals wel vaker – de verbinding tussen het verleden en het heden.

 

In cijfers

CMI telde in 2012 3.677 werknemers, vooral in Europa (62%), India (17,8%), Brazilië (13%) en de Verenigde Staten (5%). 38% van het personeel is arbeider en 62% servicemedewerker. De meeste werknemers vinden we in België (1.271), Frankrijk (896) en ten slotte India (654).

In 2012 had CMI een omzet van € 792,8 miljoen. Alleen al in 2012 nam het bedrijf wereldwijd 762 nieuwe werknemers aan. Daarvan kwamen er 118 uit de Luikse regio.

Jonge onderzoekers uit alle hoeken van de wereld werken aan een nieuw type supersonische raket. Aan het hoofd van het project staat een jonge ingenieur uit Ghlin, bij Bergen.

Misschien droomde Sandy Tirtey er als kind al van om raketten te bouwen. Hij behoort in ieder geval tot de microkosmos van mensen die erin geslaagd zijn. De 34-jarige jongeman leidt een team van onderzoekers en ingenieurs bij een enigszins geschift project: een functioneel alternatief bedenken voor de huidige raketten. Tirtey is gespecialiseerd in vloeistofmechanica en studeerde aan de polytechnische faculteit van de Universiteit in Bergen. Na zijn doctoraat aan het Von Karman-Instituut in Brussel trok hij naar de Universiteit van Queensland in Australië. Wetenschappelijk directeur prof. Russel Boyce schakelde hem in voor een proefproject met een supersonische stuwstraalmotor. Zes maanden lang werkte hij er alleen aan, tot er versterking kwam. Een aërodynamicus en een systeemingenieur kwamen hem helpen, waarna ze samen meer dan een jaar verder werkten aan de ontwikkeling van het prototype. “We moesten aan onze partners bewijzen dat het project haalbaar was. Ons eerste ontwerp overtuigde ze ervan dat we op de goede weg waren. Toen pas hebben we de rest van het team kunnen aannemen”, legt hij uit. De groep bestaat uiteindelijk slechts uit een tiental mensen, maar die kunnen rekenen op de hulp van tal van doctoraalstudenten over de hele wereld. Drie jaar later werd het project concreet: tekentafels en rekenbladen maakten plaats voor het eerste prototype, waarna de eerste vlucht volgde.

Begin september ging het volledige team naar Andoya in het uiterste noorden van Noorwegen, boven de noordpoolcirkel. Daar werd de raket voor het eerst op ware grootte gelanceerd. “Het was niet de bedoeling om een lange vlucht naar een bepaalde bestemming te maken, maar om onze theorieën uit te testen en zo veel mogelijk gegevens te verzamelen over het gedrag van de raket tijdens de vlucht”, vertelt de technisch directeur van het project.

Een oude techniek, in theorie

De technologie van de supersonische stuwstraalmotor of scramjet is niet nieuw. Die is al bijna vijftig jaar bekend, maar er spelen zoveel complexe factoren mee dat het tot nu toe bij experimenten bleef. “Vanuit geometrisch oogpunt is een scramjet eigenlijk best eenvoudig. Het is een simpele buis met gaten erin. Maar om die te laten werken, moet je heel wat kunnen controleren: de warmte, de weerstand aan de luchtdruk, de afvoer van de vloeistoffen. We zitten nog in een onderzoeksstadium, maar de laatste jaren hebben we flink wat vooruitgang geboekt, onder meer dankzij krachtigere berekeningen. Daardoor boeken we sneller progressie dan twintig jaar geleden.”

In tegenstelling tot de klassieke straalmotor van een raket gebruikt een scramjet de aanwezige lucht in de atmosfeer om te functioneren, zoals een auto. Alleen vindt de verbranding plaats bij supersonische snelheid (verschillende keren de snelheid van het geluid), en juist daar zit het probleem. Niet alle brandstoffen verbranden snel genoeg om een snelheid van bijna 8.000 km/u te verzekeren. Maar dat is niet alles. Er moeten ook materialen ontwikkeld worden die bestand zijn tegen de warmte die vrijkomt door de wrijving met de lucht, en dan zijn er nog een aantal mechanische vereisten. Ten slotte kan een dergelijke motor slechts werken bij een supersonische snelheid, terwijl hij die snelheid zelf niet kan bereiken. Hij moet dus gelanceerd worden door een klassieke raket en minstens Mach 5 bereiken voor hij die ongelooflijke snelheid kan houden of verhogen gedurende een lang traject.

Tot zover de technische moeilijkheden. Wat zijn dan de voordelen? Een scramjet is duidelijk sneller, maar ook stabieler, lichter, beter bestuurbaar en zuiniger. Daardoor kan hij veel langere afstanden afleggen dan een ‘normale’ raket, die zich bovendien alleen verticaal kan verplaatsen. “De technologie van de supersonische stuwstraalmotor heeft twee concrete toepassingen: satellieten in de ruimte lanceren en passagiers of goederen supersnel vervoeren.”

Klassieke raketten van het type Sojoez of Ariane, die eruitzien als vliegende wolkenkrabbers, verslinden ongelooflijk veel energie. Om een satelliet te lanceren, vreten ze tussen 200 en 250 ton brandstof. “Een raket is eigenlijk vooral een groot reservoir, want meer dan 80% van zijn gewicht komt van de brandstof. Dat betekent enorm hoge kosten, en uiteraard een vervuilende uitstoot in de atmosfeer”, voegt Sandy Tirtey toe. Het gewicht van een satelliet vormt trouwens maar een klein percentage van de totale massa van de raket. “Een satelliet kost grosso modo zijn eigen gewicht in goud. Als we erin slagen om een toestel te ontwikkelen dat het energieverbruik drastisch kan verminderen, zullen de kosten van de aandrijving even sterk dalen. Zo zouden we ook grotere raketten de ruimte in kunnen sturen.”

Concreet moet de scramjet lichter zijn, en vooral efficiënter bij het versnellen. “In de eerste fase brengt een klassieke raket de supersonische stuwstraalmotor tot een snelheid boven Mach 5, want eerder kan hij niet starten. Zodra deze het overneemt, versnelt hij in hoog tempo tot op grote hoogte, om een satelliet te lanceren of een passagiersvlucht te maken. Op die afstand van de aarde is er bijna geen lucht meer, net genoeg om de brandstof te verbranden.” En weinig lucht betekent weinig wrijving, dus ideale omstandigheden om tegen lage kosten een constante supersonische snelheid te behouden, vooral tijdens het stijgen, waarbij er veel brandstof verbruikt wordt.

Eerste verrassende test

We gaan terug naar Noorwegen voor de eerste vlucht van het prototype. Dat is twee meter lang, met een diameter van 35 cm. Vooraan is het erg zwaar; het totale gewicht is 150 kg. Het prototype is ontworpen als een pijl, met kleine vleugels aan beide kanten van de romp achteraan. Dat maakt het moeilijk om een geschikt design te ontwikkelen, maar efficiëntie heeft zijn prijs. De test op ware grootte is bedoeld om de verwachtingen van de ingenieurs te bevestigen (of net niet) en om het team een reeks gegevens te laten verzamelen die cruciaal is voor het vervolg van het avontuur. “Met de vlucht kunnen we onze methodologie bekrachtigen. We confronteren 4 of 5 jaar onderzoek met het empirische, met de verplichte overgang naar de werkelijkheid. Het is essentieel om het zuivere concept snel te toetsen aan de realiteit, want onze tijd is beperkt”, beklemtoont Tirtey.

De scramjet wordt op de derde trap van een raket geplaatst. De eerste twee trappen drijven de raket aan tot op ruim 100 km hoogte. Daar wordt de supersonische stuwstraalmotor afgeworpen. De traagheidskracht doet de rest om het hoogtepunt te bereiken, op meer dan 300 km. Daarna volgt de afdaling, waardoor de gewenste snelheid bereikt wordt om de motor aan te zetten en een vlucht van 2,5 seconden uit te voeren. Dat is genoeg om het gedrag van het toestel te beoordelen en waardevolle vluchtgegevens te registreren.

“Met de vlucht kunnen we onze methodologie bekrachtigen. We confronteren 4 of 5 jaar onderzoek met het empirische, met de verplichte overgang naar de werkelijkheid. Het is essentieel om het zuivere concept snel te toetsen aan de realiteit, want onze tijd is beperkt”

 

Tot zover de theorie, waarbij meestal alles goed gaat. In de praktijk is de vlucht helaas niet verlopen zoals voorzien. “Bij het vertrek van de raket is een deel van de eerste trap beschadigd geraakt. Daardoor werd de vlucht veel instabieler. We hebben niet de gewenste snelheid of hoogte kunnen bereiken. Na twee minuten was het toestel nog niet waar het moest zijn, maar het is toch in werking getreden en het heeft alle geprogrammeerde functies kunnen uitvoeren.” De tegenslag is niet rechtstreeks toe te schrijven aan het team van Sandy Tirtey, want de draagraket was geleverd door een industriële partner. De technisch directeur laat zich niet ontmoedigen. “We beschouwen het als een technisch succes, want het toestel heeft gefunctioneerd naar behoren. We hebben alle gewenste gegevens verkregen, en ook al beantwoordde de vlucht niet aan onze verwachtingen, ons toestel heeft zich beter gedragen dan we verwacht hadden. Het heeft beter weerstand geboden aan een snelheid en een hoogte die we niet gepland hadden.” Tijd dus om uit te zoeken waarom het toestel zo goed gewerkt heeft, tegen alle verwachtingen in, en ook om het defect te analyseren dat het opstijgen verstoord heeft. “We weten nog niet wie er verantwoordelijk is voor wat er is misgelopen, want we hebben nog niet alle gegevens bekeken, maar we wijzen niemand met de vinger aan. We zijn allemaal partners in dit project, ook al zijn we natuurlijk een beetje teleurgesteld. Om dit prototype te kunnen bouwen in een jaar tijd, hebben we alles op alles gezet. We hebben met 4 of 5 mensen meer dan 12 uur per dag gewerkt, ook in het weekend.” Doorzettingsvermogen en passie zijn hier geen holle woorden. Het team laat zich duidelijk niet zo snel ontmoedigen. De volgende vlucht is nog niet gepland, maar het lijkt onwaarschijnlijk dat het avontuur hier ophoudt. “We moeten nog heel wat dingen regelen. Je moet niet vergeten dat we nog met fundamenteel onderzoek bezig zijn. Dat is absoluut nodig voor we een commerciële activiteit kunnen overwegen. Het kan nog 20 of 25 jaar duren voor er voor het eerst materiaal of passagiers vervoerd kunnen worden.”

In de nabije toekomst zou Virgin Galactic een eerste suborbitale commerciële vlucht organiseren. De opzet en het toestel zijn dan wel verschillend (hier gaat het niet om lange reizen), maar de dynamiek rond de gebeurtenis kan de hele sector alleen maar goeddoen. “We zullen het op de voet volgen, want als het lukt, zou het enthousiasme dat ontstaat ons kunnen helpen om nieuwe fondsen te werven, en dat is van groot belang om verder te kunnen met ons project”, besluit Sandy Tirtey.

 

facebook.com/ScramspaceOne 

Waals-Brabant zet zich steeds meer op de kaart als economische regio. Startende ondernemers kunnen er alle steun gebruiken. De dertig mensen die in november 2005 de Cercle du Lac oprichtten in universiteitsstad Louvain-la-Neuve, hebben dat goed begrepen. De zin om te ondernemen staat uiteraard centraal. Daarnaast wou de vereniging bruggen slaan tussen de academische wereld, de politiek en het bedrijfsleven, uitwisseling stimuleren tussen de wereld van onderzoek, financiën en management, en een springplank bieden voor toekomstige en jonge managers. Missie geslaagd: in acht jaar tijd groeide de Cercle du Lac uit tot een echte ‘ontmoetingsplaats voor ondernemers’. Ze organiseerden meer dan 1.600 evenementen en tellen intussen meer dan 850 leden. Die komen niet alleen uit Waals-Brabant, maar ook uit Brussel, Namen enz.

Ter plaatse blijven trappelen is er echter niet bij. De lokalen van de Aula Magna werden wat te krap en daarom zocht de Cercle een nieuw gebouw. Dat kwam er in Parc Einstein, op een terrein van de UCL. De investering van 7,2 miljoen euro kreeg de steun van het Waalse Gewest en van een financiële groep. Het gebouw staat op palen en beslaat een oppervlakte van 3.260 m². Er werd gekozen voor een resoluut moderne architectuur met aandacht voor duurzaamheid. Dat is het werk van Patrick van der Straeten en Alberto Fernandez-Goas (Group Sigma, Waver).

“Het ontwerp moest aan twee eisen beantwoorden”, zegt Serge Verhaegen, voorzitter van de Cercle du Lac. “Ten eerste moest het flexibel zijn, zodat we het voor verschillende doeleinden kunnen gebruiken. Uit respect voor de natuur wilden we ook dat het over 20 of 30 jaar een tweede leven kan krijgen, mocht onze vereniging er dan niet meer zitten. Ten tweede wilden we een duidelijke scheiding tussen het ‘rumoerige’ deel en het ‘stillere’ deel. In het eerste deel is de Cercle du Lac gehuisvest, met onze administratieve kantoren, ontmoetingsruimtes, conferentiezalen en het restaurant. Het tweede deel is gewijd aan ons nieuwe zakencentrum, met werkruimtes in alle maten en volgens de laatste technologische normen, volledig uitgeruste vergaderzalen en een team dat allerlei diensten levert aan jonge ondernemers. Zo kunnen zij meteen aan de slag gaan en zich concentreren op hun projecten, zonder eerst alle administratieve rompslomp te moeten doorstaan.”

Begin november was het zakencentrum van 1.350 m² al voor 40% bezet. Het bewijs dat het initiatief beantwoordde aan een grote vraag in de regio. “Maar we zijn geen kantoorverhuurders”, verklaart de voorzitter. “Starters kunnen hier twee of drie jaar blijven, daarna is het tijd om hun eigen weg te gaan.”

Begin november was het zakencentrum van 1.350 m2 al voor 40% bezet. Het bewijs dat het initiatief beantwoordde aan een grote vraag in de regio.

 

 

Een probleem met logistiek of productie? Synthetis werkt uitsluitend voor de industriële sector en levert u in recordtijd een duurzame en pasklare IT-tool om uw productieproces nog vlotter te laten verlopen. Interview met CEO Antoine Vekemans en salesmanager Alain Bolyn.

Synthetis bestaat al meer dan twintig jaar. Tijd dus om het roer om te gooien en de positie van het bedrijf in de industriële sector opnieuw te bekijken. In twintig jaar tijd zijn de behoeften en verwachtingen van de industrie immers veranderd. Synthetis moest zich daaraan aanpassen. In 2012 kwam het bedrijf in handen van de huidig CEO’s Antoine Vekemans en Marc Mauroy, twee mannen die het bedrijf door en door kennen. Zij werden de grootste aandeelhouders. Toen werd duidelijk dat de waarde van Synthetis ’m vooral zit in de mensen die er werken en niet zozeer in de software waarop het bedrijf de rechten heeft. De mensen bij Synthetis komen uit de praktijk en kunnen met een klant praten over zijn beroep in zijn eigen vakjargon, of die nu bandenfabrikant, soepproducent of fabriekseigenaar is. De kracht van Synthetis is ook “dat we klanten kunnen geruststellen. We zijn in staat om tegen ze te zeggen: ‘We begrijpen de moeilijkheden van uw sector, we gaan ons concentreren op uw problemen en samen een simpele en praktische oplossing zoeken om uw productie in realtime te optimaliseren.’”

Een MKB-bedrijf dat u bij de hand neemt

Synthetis omschrijft zich dus niet langer uitsluitend als een softwareontwikkelaar, maar als een dienstenbedrijf dat industriële klanten kan begeleiden in de zoektocht naar pragmatische oplossingen voor hun specifieke behoeften. Het sterke van Synthetis is dat het een MKB-bedrijf is (met zo’n dertig werknemers) dat “flexibel en snel genoeg is om in te spelen op vragen van grote internationale groepen.” Voor industriëlen die kennis willen overdragen, beschikken ze over een niet onbelangrijke troef. “We maken ons nooit onmisbaar. Als de klant de IT-tool zelfstandig wil gebruiken, kan Synthetis hem op weg helpen om alles zelf te doen. Soms zeggen we klanten ook dat het geen zin heeft om hun productieproces te informatiseren als ze daar niet klaar voor zijn. We raden ze aan om eerst intern alles op orde te brengen, zodat het bedrijf ook zonder informatica kan draaien. Informatica dient altijd slechts om het beslissingsproces te versnellen, om zaken te kunnen traceren en om informatie te delen. Het doet niets meer dan wat mensen doen!”

Het paard van Troje

PeopleForce is software voor de aanstelling van personeel en een van de topproducten van Synthetis. In Europa is het de enige IT-tool voor personeelsplanning in de industriële sector (in het bijzonder de voedingsmiddelenindustrie). Zelfs in Quebec zijn er al geïnteresseerden. Het idee ontstond tijdens een gesprek met de commercieel directeur van Knorr (Unilever), marktleider in poedersoep. Zijn probleem: de dagelijkse planning van de arbeiders in een productieproces met veel verschillende stappen en vaardigheden. Wie doet wat, wanneer en hoe in de productielijn? “Het personeel regelmatig een andere taak geven zodat ze niet afgestompt raken, niet altijd dezelfde ‘toppers’ gebruiken die daardoor dure overuren opstapelen, rekening houden met de wetten en lokale regels zoals de rusttijden, vakanties, opleidingsperiodes… Dat is een moeilijke balans. Vroeger waren tabellen in Excel de enige oplossing.” Om het probleem van de personeelsbezetting op te lossen, ontstond er het computerprogramma PeopleForce. Dat kan een zo eerlijk mogelijke planning opstellen op basis van bepaalde vereisten en de meest competente persoon aanwijzen voor elke plaats in de productielijn. “Peopleforce is een soort paard van Troje voor ons.” De bedrijven die met de software werken, zijn er zo tevreden over dat ze het MKB-bedrijf hebben gevraagd om ook andere problemen op dit gebied op te lossen. Gebruikers van PeopleForce zijn onder andere de Franse champagne van Moët & Chandon, boter van Balade of banden van Goodyear en de Nederlandse drukkerij Roto Smeets. 

Een MKB-bedrijf dat zorgt dat andere bedrijven prijzen winnen

Agrana Fruit maakt de fruitbereidingen voor de verse zuivelproducten van Danone en kreeg twee keer op rij de titel ‘topleverancier’ van het bekende Franse merk. Die erkenning dankt Agrana deels aan Synthetis. Zij ontwikkelden immers voor drie van hun fabrieken (in Frankrijk en in Egypte) een tool om de productie te optimaliseren en af te stemmen op de behoeften van de voedingsindustrie. Zo kan Agrana tijd en energie winnen, de productieketen controleren op de kritieke punten (pasteurisatie, sterilisatie van de bassins…), het aantal fouten verminderen en de klanten een elektronisch partijnummer en een volledige traceerbaarheid bieden.

Een MKB-bedrijf dat de wereld verovert

Ook ArcelorMittal is klant bij Synthetis. Het MKB-bedrijf beheert de materiaalstroom en de voorraden van de fabriek. Bij de fabricatie van stalen producten worden de voorraden voortdurend aangesproken. Synthetis helpt niet alleen bij het beheren ervan, maar ook bij het traceren van het afgewerkte product. Een verkoper van ArcelorMittal die een bestelling krijgt, moet niet alleen zeker weten dat er genoeg staal in voorraad is om het product te fabriceren. Maar ook dat de stalen spoel die hij aan het eind van het productieproces op de vrachtwagen legt de juiste is. Een stalen spoel voor een auto is immers heel anders als die voor een blikje. Sinds eind 2012 heeft Synthetis voor ArcelorMittal een competentiecentrum gecreëerd waar de nodige kennis over de nieuwe instrumenten wordt doorgegeven.Voor Synthetis betekent het een grote zichtbaarheid binnen de internatonale groep in het bijzonder en binnen de staalindustrie in het algemeen. Onlangs ging Synthetis mee op handelsmissie naar Brazilië met AWEX (Waals agentschap voor export en buitenlandse investeringen). De CEO ontmoette er industriëlen die niet tot de Arcelor-groep behoorden en die geïnteresseerd waren in de tools voor het beheer van voorraden en materiaalstromen. Noord- en Zuid-Amerika zijn twee interessante markten voor het MKB-bedrijf, dat graag wil groeien, maar op een gecontroleerde manier.

De Luikse start-up Modalisa Technology staat nu al bekend als een van de 50 meest vernieuwende bedrijven ter wereld. En dat is nog maar het begin…

Hun diploma, hun onstilbare honger naar kennis en een brein met een voortdurende stroom aan briljante invallen. Meer hadden Tony Ciccarella (38) en Frédéric Maréchal (28) niet gemeen. De stichters van Modalisa Technology volgden dezelfde opleiding aan het Montefiore Instituut van de Universiteit van Luik en waren allebei IT-gek… met tien jaar verschil. Ze kwamen elkaar toevallig tegen in het café, raakten aan de praat en ontdekten al snel dat ze heel veel gemeen hadden. De twee mannen werden vrienden en spraken regelmatig af. Het ene idee leidde tot het andere en zo stelden ze vast dat er nog geen goed systeem bestond om een geheel van complexe processen in kaart te brengen. Toen, in 2006, werd de eerste stap naar de Modatech-technologie gezet.

Meer dan software

Modalisa Technology is volledig bedacht door Ciccarella en Maréchal. Het is niet zomaar een softwarepakket, maar een complex platform dat bestaat uit applicatiecomponenten: dertig modules waarmee een bedrijf een realtime-model kan ‘modelleren’ van zijn diensten. (Vandaar de naam, en dus niet als verwijzing naar Leonardo Da Vinci.) Het u l t ieme doel van Moda l i sa Technology? CEO’s in staat stellen om in een oogopslag alle activiteiten van hun bedrijf te volgen op hun tablet of smartphone en op elk moment in te kunnen grijpen. Het Modalisaplatform is bewust zo gebruiksvriendelijk mogelijk gemaakt. Daardoor kan een bedrijfsleider makkelijk processen wijzigen, nieuwe prioriteiten stellen, taken opnieuw toewijzen, afhankelijk van de drukte meer of minder mensen inzetten, enz. Hij kan ook gewaarschuwd worden via sms of push notification als een taak nog niet uitgevoerd is of de deadline nadert. De mogelijkheden zijn onbegrensd.

De processen bestaan uit een aantal taken, onderworpen aan voorwaarden, en stuk voor stuk gelinkt aan een persoon of een rol. Met het platform kun je menselijke diensten en machines perfect volgen, van dichtbij of in een overzicht.

Hele grote bedrijven hebben vaak al systemen om hun procedures in goede banen te leiden. Meestal gebeurt dat in de vorm van Virtuele Private Netwerken (VPN). De business analyst giet alles in een model en programmeert de applicaties. Een gemodelleerd proces aan de ene kant, applicaties aan de andere en een hiërarchisch doolhof als kers op de taart. Voor de kleinste wijziging moet er altijd wel iemand toestemming geven, en dat kan soms maanden duren. Een beslissing wordt dus pas maanden later doorgevoerd. In een markt waar de ontwikkelingen elkaar snel opvolgen, loop je dan al snel achter de feiten aan. De modules van Modalisa Technology bieden daarvoor de oplossing.

Het Institut Montefiore

Beide oprichters hebben een specialisatie die goed van pas komt bij Modalisa. Tony is ingenieur informatica en vond al snel zijn weg in de financiële en industriële wereld. Frédéric is gespecialiseerd in complexe constructies en real time oplossingen. Die opleiding volgden ze aan het Montefiore Instituut van de Universiteit van Luik, waar ze nog vaak aan terugdenken. En in het bijzonder aan Pierre Wolper, Vice-Rector van Onderzoek aan de Ulg, en professor Guy Leduc, gespecialiseerd in netwerken. “Je kunt ze allebei beschouwen als onze mentors”, vertelt Ciccarella. Deze heren stimuleerden ze om te blijven leren, innoveren en creëren. Eerst als hoogleraren, daarna hielpen ze Tony en Frédéric bij de uitwerking van Modalisa Technology. Ze betrokken onderzoekers en doctorandi bij het project, stelden lokalen ter beschikking en gaven goede raad. “Het Montefiore Instituut stimuleert initiatief en creativiteit bij studenten, zonder ze belemmeringen op te leggen. Onze afdeling Onderzoek en Ontwikkeling is erg belangrijk”, zegt prof. Pierre Wolper. “Hun opleiding heeft ze echt gelanceerd.”

Na de eerste fase kon het platform uitgetest worden in het onderzoekslab van de Universiteit van Harvard. De contacten van prof. Wolper hadden daar zeker iets mee te maken. In het lab blijkt Modalisa heel wat te kunnen: beter gestructureerde analyses, resultaten in real time, respect voor de normen op dat vlak, uniformering van de talen, controle van de levensduur van een staal, enz.

Modalisa Technology werkt op dit moment aan een sociaal netwerk, gebaseerd op het model van het Modalisa-platform. Het buitenland lonkt!


The Valley

Het concept groeide uit tot een product. Het harde werk op Harvard leverde zelfs een onderscheiding op. En wel bij het prestigieuze TiE50 Awards Program op de ‘TiECON 2013’-conferentie afgelopen juni in het hart van Silicon Valley. Van de 1.400 geselecteerde bedrijven is Modalisa de enige Belgische onderneming in de top 50 van de meest innoverende bedrijven ter wereld. Het ultieme bewijs dat ze de juiste keuzes gemaakt hebben. En een ideale gelegenheid voor de Luikse start-up om contact te leggen met invloedrijke mensen uit het milieu. Internationaal gaan, dat is immers het streven van beide mannen. “Op dit moment bestaat ons kapitaal uitsluitend uit eigen fond sen, en daar willen we verandering in brengen. We hebben dus buitenlandse investeerders nodig”, zegt Ciccarella. “Alleen dan zijn we geloofwaardig op het internationale vlak en kunnen we nieuwe klanten aanspreken.” En het blijft niet bij woorden. Het business plan werd al onder de loep genomen. Eind 2014 wordt hun kantoor waarschijnlijk in Silicon Valley zelf geopend. Tegen 2016 is de opening gepland van een ander kantoor in Singapore, aangezien er nu al Aziatische investeerders geïnteresseerd zijn in hun platform. Maar ook Europa staat op de agenda. De jonge ontwikkelaars willen ook vestigingen opstarten in Luxemburg en in andere Europese landen. Welke? Dat hangt sterk af van de investeerders die op de kar willen springen. De eerste gesprekken staan deze herfst al op stapel.

Wortels en hulp

Natuurlijk willen de Luikenaren het hoofdkantoor van Modalisa Technology graag in Wallonië houden en dan bij voorkeur in de provincie Luik. Daar leggen ze zelf ook erg de nadruk op. Makkelijk is het echter niet om prominent te zijn in eigen land. Ze gaan de IT-geschiedenis in als de eerste Belgische finalisten van de TiECON 2013. “Met onze onderscheiding in San Francisco kunnen we een beetje zon meebrengen en laten zien dat het mogelijk is om bij de top te horen”, zegt Maréchal. “Ons kindje is geboren in Luik, het zou echt jammer zijn als we moeten vertrekken om het op te laten groeien.” Grote spelers als IBM en Cisco zijn enthousiast over hun concept en platform. Dan kan het toch niet zo moeilijk zijn om ook lokale erkenning te krijgen… De oproep is bij deze gedaan.

Grote Amerikaanse, Indische en Chinese investeerders hebben al laten blijken dat ze geïnteresseerd zijn in de start-up. Maar Ciccarella en Maréchal zijn verstandig en gunnen zich nog wat tijd. Eerst willen ze de touwtjes strak in handen hebben, de overheid overtuigen om ze te steunen en vooral om ze te volgen. Want toptechnologie kan ook bij ons ontworpen en ontwikkeld worden.

 

www.modalisa-technology.com

Your opinion counts