Waw magazine

Waw magazine

Menu
Image (taile : 44x40px OBLIGATOIRE): 
Image rose (taile : 44x40px OBLIGATOIRE): 
  • /

Revatis, dat niet ver van Marche-en- Famenne is gevestigd, onderzoekt de mogelijkheden om stamcellen voor regeneratieve diergeneeskunde in te zetten.

 

Stamcellen uit de spieren en de vorming van een biobank zijn de speerpunten van het bedrijf. Het Novalis Business Center, een echt technologiecentrum in de streek van Marche-en- Famenne, blijkt de bakermat te zijn van de nieuwste innovaties op het gebied van life sciences. Dit vier verdiepingen tellende verzamelgebouw voor hightechbedrijven bestaat uit kantoren, laboratoria en vergaderruimtes. Sinds het complex van 7228 m² eind 2014 werd geopend, hebben verschillende ondernemingen er hun intrek genomen. En de eerste die er zich vestigde, was Revatis. Deze spin-off van de Universiteit van Luik ontwikkelt nuttige toepassingen voor het werk van een aantal universitaire afdelingen, namelijk de diergeneeskundige paardenkliniek, het Centre de l’Oxygène Recherche & Développement (CORD) voor fundamen teel onderzoek en het Centre Européen du Cheval in Vielsalm voor toegepast onderzoek. “De beste manier om de onderzoeksresultaten van de diergeneeskundige faculteit nuttig toe te passen, is het oprichten van een spin-off”, zegt Jean-Philippe Lejeune, doctor in de diergeneeskunde en Business Development Manager van Revatis. Het project van de onderneming heeft betrekking op regeneratieve paardengeneeskunde. “Wij werken hoofdzakelijk aan ziekten van het bewegingsapparaat van het paard, die de belangrijkste redenen zijn voor de afdanking van sportpaarden. Klassieke behandelingen, zoals ontstekingsremmers en pijnstillers, leiden snel tot resultaat, maar brengen soms de carrière van het dier op langere termijn in gevaar. Regeneratieve geneeskunde is er juist op gericht om beschadigde weefsels of organen te repareren door middel van functionele levende weefsels. Het gaat om een methode die rekening houdt met de lange termijn.”

 

Een preventieve benadering

Revatis biedt verschillende vormen van regeneratieve geneeskunde, waaronder matrixtherapie en therapie met groeifactoren. Maar de kernactiviteit van de spin-off betreft de nuttige toepassing van een octrooi dat voortkomt uit het onderzoek naar stamcellen uit de spieren van paarden. “Als pluripotente cellen bevorderen stamcellen in een pees bijvoorbeeld het herstel van elastisch en functioneel weefsel”, legt Jean-Philippe Lejeune uit. “Wij werken nauw samen met dierenartsen. We bieden hun een monsternameset aan, zodat ze een spierbiopt bij het paard kunnen nemen. Ons werk bestaat vervolgens uit het maken van een kweek van het spiermonster om stamcellen te ontwikkelen. Het doel is om een biobank van stamcellen te vormen, zodat elk dier in geval van nood over een voorraad beschikt. Deze preventieve benadering maakt het mogelijk om het probleem van vertraging tussen de monstername en de beschikbaarheid van de cellen op te lossen.” Als Business Development Manager bouwt Jean-Philippe Lejeune aan een netwerk van partners uit de wereld van de diergeneeskunde en de paardenhouderij. “De revalidatie van de behandelde dieren kan drie tot zes maanden duren. Daarom is het interessant om in contact te blijven met de professionals die de nazorg voor het paard leveren.” De markt voor celtherapie werkt met verschillende methoden. De stamcellen kunnen uit het vetweefsel, de navelstreng of het beenmerg gehaald worden. “Het voordeel van ons octrooi is dat de onderliggende techniek minimaal invasief is en routinematig bij een wedstrijdpaard toegepast kan worden.” Het kweken van de stamcellen gebeurt in het Novalis Business Center zelf. Revatis heeft er laboratoria die volledig aan de gezondheidsvoorschriften voldoen. “Wij wilden vooruitlopen op de wetgeving over stamcellen, die binnenkort wordt omgezet naar de diergeneeskunde. Dat is een van de redenen waarom we ervoor gekozen hebben om ons hier in Marche-en-Famenne te vestigen. Als startende onderneming wilden we niet investeren in de aanleg van zo’n dure infrastructuur.”

 

 

Aan de andere kant van de Atlantische Oceaan

Revatis, dat in november 2013 direct na een eerdere spin-off werd opgericht, heeft tegenwoordig een personeelssterkte van drie fte’s, onder wie een secretaris, een technicus en een diergeneeskundig onderzoeker. Door zich eind 2014 in het Novalis Business Center te vestigen, kon het bedrijf zijn krachten bundelen met de teams van de CER-groep. “Wij profiteren van de steun van specialisten bij het controleren van de productiekwaliteit en het research & development-werk”, merkt Jean-Philippe Lejeune op. “Onze geografische ligging voldoet bovendien aan het criterium van nabijheid ten opzichte van het moederbedrijf, want ons hoofdkantoor bevindt zich nog altijd in de Gigatoren in Luik.” De raad van bestuur van de spin-off is georganiseerd rond professor Didier Serteyn, doctor in de diergeneeskunde en een van de belangrijkste architecten van de geoctrooieerde techniek. “Wij hebben het geluk dat onze raad van bestuur gemotiveerd wordt door het resultaat van een project en niet alleen door rendementsoverwegingen”, vervolgt Jean-Philippe Lejeune. Desondanks hoopt de spin-off over twee tot drie jaar zijn break-evenpoint te bereiken. “Ons doel is om een nuttige toepassing te ontwikkelen voor ons octrooi, met name in de humane geneeskunde, maar dat kan alleen via een netwerk van partners die daarvoor zijn toegerust. We willen ons niet tot één product beperken, maar het onderzoek aan de gang blijven houden.” In België wordt de organisatie met name gesteund door de intercommunale Idelux en het Waals Gewest, dat bepaalde projecten met betrekking tot toegepast onderzoek betaalt. Maar er zijn al trans-Atlantische vooruitzichten voor het bedrijf, dat daarvoor profiteert van de steun van het Agence wallonne à l’Exportation et aux Investissements Étrangers (AWEX). “Er worden momenteel stappen ondernomen om het biobankconcept naar het buitenland te exporteren, met name naar de Verenigde Staten. In het Research Valley Innovation Center in College Station (Texas) wordt momenteel de Amerikaanse tak van Revatis opgericht. Met de FDA, het Amerikaanse geneesmiddelenagentschap, vinden de eerste gesprekken plaats om de positionering van ons product te bepalen.”

 

 

www.revatis.com

  • /

Benuts, dat gespecialiseerd is in speciale effecten en motion design, krijgt een stevige reputatie in de sector.

 

Op enkele zeldzame uitzonderingen na zijn speciale effecten altijd een wezenlijk onderdeel geweest van de filmindustrie. Voor het werk buiten de set worden talenten en middelen aangetrokken om een film te verrijken en te vervolmaken, of het nu gaat om de klassiekers van George Méliès of de nieuwste Star Wars. Sinds een jaar of twintig en de opkomst van digitale technologieën wordt een audiovisueel project nog maar zelden uitgevoerd zonder visuele effecten, zelfs wanneer het budget beperkt is.

 

Van een vliegend tapijt tot de daken van Parijs

Benuts, dat in Terhulpen is gevestigd, heeft in nauwelijks vijf jaar tijd een stevige reputatie opgebouwd op dit gebied. In de bedrijfsruimtes, waar een leger van grafisch ontwerpers, 3D animators en motion design-specialisten rondloopt, worden verschillende elementen bewerkt, uitgewist en toegevoegd om de opnames en scènes van films en tv-series echter dan echt te maken. “Het beste visuele effect is tenslotte het effect dat je niet ziet”, waarschuwt directeur Michel Denis meteen al. “Het lastige – en tegelijkertijd mooie – van ons vak is dat we een weergave willen bereiken die voldoende realistisch is, maar die in de ogen van de toeschouwer onzichtbaar wordt.” Wat is er immers beter dan een historische film in een natuurlijke omgeving opnemen? Maar hoewel dit soort locaties betrekkelijk eenvoudig te vinden is in bijvoorbeeld Europa, zijn er nog maar weinig die hetzelfde zijn gebleven als tientallen jaren geleden (of nog langer). “Bij dat soort projecten bestaat een groot deel van ons werk uit het weggummen en uitwissen van allerlei anachronismen, die het overrompelende effect van de film teniet zouden doen. We moeten dus de antennes op de daken, de dakramen en de zonnepanelen uit elke opname verwijderen. Kortom, alle elementen die de aandacht van de toeschouwer kunnen trekken en hem uit de filmillusie kunnen halen.” Dat lijkt misschien saai monnikenwerk, maar heeft als voordeel dat het veel goedkoper en praktischer is dan een directe ingreep in het eigenlijke decor. “We kunnen ons bemoeien met tal van parameters, zoals het corrigeren van decorelementen, het creëren van voorwerpen, het laten aansluiten van voorwerpen in een scène en het invoegen van acteurs tegen een groene achtergrond. Dat wordt bijvoorbeeld veel gedaan bij opnames in een auto. We kunnen ook een voorwerp waarmee een acteur interageert, van a tot z animeren.” In Les Nouvelles Aventures d’Aladin heeft het team van Michel Denis zich onder andere ingespannen om het vliegende tapijt volledig te animeren.

 

En als de film toevallig toch in de studio wordt opgenomen, kan Benuts zonder probleem het decor uitbreiden om de actie aan de kunstmatige omgeving te laten ‘ontsnappen’. “We hebben onlangs meegewerkt aan een film waarbij het verhaal zich grotendeels afspeelde op de daken van Parijs. Gezien de technische en logistieke bijkomstigheden was het veel vanzelfsprekender voor de filmploeg om de scènes in de studio op te nemen, met decors die door een gespecialiseerd team waren gemaakt. Als de opnames eenmaal zijn ingeblikt, gaan wij aan de slag om ze volgens de wensen van de regisseur samen te voegen met echte filmbeelden van de stad.” Het team van Benuts moest dus de karakteristieke daken en architectuur van Parijs reconstrueren om het verhaal geloofwaardig en realistisch te maken. Bij een ander project spande het Waalse bedrijf zich in om voor een grotere menigte te zorgen. “Om een volle zaal te filmen, heb je maar een stuk of tien figuranten nodig. Die zet je op verschillende plekken neer, waarna je ze vermenigvuldigt om de indruk te geven dat de zaal bomvol is.” Simpel en doeltreffend!

 

Permanente dialoog

De visuele effecten kunnen alleen op deze manier verzorgd worden als de opnameteams perfect op elkaar zijn afgestemd. “Een klus van deze omvang is uiteraard niet mogelijk zonder volledige samenwerking tussen ons en de diverse teams ter plaatse. Hoewel wij hoofdzakelijk na afloop van het scheppingsproces aan de slag gaan, wanneer de montage bijna rond is, zijn we vanaf de eerste opnamedagen betrokken bij de organisatie.” De rol van Benuts bestaat vooral uit het begeleiden en aan de regisseur uitleggen wat de mogelijkheden zijn van speciale effecten zonder zijn artistieke vrijheid te beperken. “We proberen zo soepel en losjes mogelijk om te gaan met de gegevenheden, zodat we de filmploeg niet in zijn bewegingsruimte belemmeren, of het nu gaat om de camerabeweging, de superpositie van elementen of de weergave.”

 

Zoals vaak in dit soort sectoren worden de grenzen niet gesteld door de machine maar door de mens. In dit geval hebben we het dan over budgetbeperkingen. “Zoals vaak is alles een kwestie van kosten. Een deel van ons werk bestaat dan ook uit het maken van een nauwkeurige raming van wat we binnen een voor de productie aanvaardbaar prijsbereik kunnen realiseren. Hoewel de sector het dankzij de tax shelter en verschillende institutionele partners betrekkelijk goed doet, kan de Frans-Belgische filmwereld op deze gebieden niet echt concurreren met het Engelse of Amerikaanse geweld.” Je moet dus de juiste formule kunnen bieden. De kracht van Benuts ligt in zijn flexibiliteit, waardoor het bedrijf meerdere grote projecten kan leiden in samenwerking met tal van freelance grafisch ontwerpers, die het team komen versterken wanneer daar behoefte aan is. “Bij bepaalde films zetten we misschien wel 30 grafisch ontwerpers in, maar bij andere films zijn het er minder. Deze flexibiliteit stelt ons in staat om ons zonder dwang aan de eisen van de regie aan te passen.” In 2015 hebben bijna vijftien films op deze manier gebruikgemaakt van de gouden handjes van Benuts. En hoewel film en tv goed zijn voor 95 % van zijn activiteiten, kan het bedrijf door een klein maar zeer opvallend uitstapje naar de muziekwereld nu een veel groter publiek bereiken. “Onze samenwerking met Stromae is echt bijzonder en inspirerend”, glimlacht Michel Denis. “In het begin hoefden we alleen een clip te maken, maar vanwege het succes werd ons daarna gevraagd om alle visuele effecten voor zijn tournee Racine Carrée te verzorgen.” Door deze prestatie kon de Belgische zanger een overwinning behalen voor de muziek met de beste show! “Vervolgens hebben we de volledige productie gedaan van een andere clip, Quand c’est, die binnen drie dagen meer dan zes miljoen keer werd bekeken!” Een klein uitstapje dus, maar wel met grote gevolgen, dat Benuts misschien op ideeën kan brengen voor toekomstige projecten.

 

www.benuts.be

 


 

DE TAX SHELTER, EEN ONMISBAAR HULPMIDDEL

 

Alle professionals uit de Belgische filmwereld weten van het bestaan ervan. Sinds de invoering in 2004 is deze fiscale stimulans rechtstreeks ten goede gekomen aan de sector als geheel. Net als andere bedrijven kon Benuts de kans aangrijpen om zijn activiteiten te ontwikkelen en de Belgische filmindustrie mee op de kaart te zetten. In de praktijk komt elk bedrijf dat in de productie van audiovisuele werken investeert, in aanmerking voor een fiscale vrijstelling van 150 % van het geinvesteerde bedrag. Een buitenkansje voor veel investeerders, die vorig jaar zo bijna € 200 miljoen in de sector hebben geinjecteerd! Deze financiele bijdrage is onmisbaar voor de gezondheid van de Belgische filmwereld, maar is uiteraard wel gebonden aan een aantal voorwaarden:

1. het productiebedrijf moet in Belgie zijn gevestigd of er een filiaal hebben;

2. de investeerder moet in Belgie wonen of er een filiaal hebben;

3. het totale investeringsbedrag mag niet hoger zijn dan 50 % van de totale productiebegroting;

4. het audiovisuele werk moet erkend zijn door de bevoegde diensten (te weten de verschillende gemeenschappen van Belgie);

5. het productiebedrijf moet minstens 150 % van de investeringen voor de productierechten op het audiovisuele werk binnen 18 maanden in Belgie uitgeven.

 

  • /

Een jonge onderneming uit Charleroi zet handig in op augmented reality om de werkelijkheid beter te begrijpen!

 

Een nog te bouwen huis bezoeken alsof je er zelf bent. Levensechte simulaties maken op de meest uiteenlopende gebieden, zoals geneeskunde en engineering. Of een virtuele brand blussen die ongekend realistisch is. De 3D-wereld is in een paar jaar tijd radicaal veranderd en biedt nu in alle genres een groter aantal toepassingen, op soms onverwachte gebieden. “We denken vaak aan videogames wanneer we het over 3D en augmented reality hebben, maar in feite zijn het de culturele, educatieve en medische sectoren die enorm op deze technologie inzetten om hun onderwijs te verbeteren of hun doelgroepen meer aan te spreken.” Boris Baghdikian en Alexandre Duforest, de gezamenlijke oprichters van de start-up Kraken Realtime, geloven rotsvast in de enorme mogelijkheden van augmented reality en in de weerslag ervan op ons dagelijks leven. Sinds hun studie voelen ze dat intuïtief aan.

 

Ongekend realistisch

Na hun studie aan de Haute École Albert Jacquard in Namen gaan de twee vrienden ieder hun eigen weg, maar op initiatief van Boris Baghdikian, die dan in Engeland gestationeerd is, vinden ze elkaar terug. “Ik voelde me een beetje gefrustreerd en benauwd in het bedrijf waar ik werkte, des te meer omdat ik vond dat je zo veel meer kon doen met die technologie. Ik heb snel weer contact gezocht met Alexandre, die mij qua profiel aanvult, en zo ontstond Kraken Realtime.” Het project wordt algauw gesteund door het Centre Héraclès, het Waalse agentschap voor digitale ontwikkeling, en Sambrinvest, dat een stimuleringskrediet verstrekt. De twee jonge ondernemers, die eigen baas zijn geworden, willen zich in verschillende sectoren wagen, zoals de architectuur en de stedenbouwkunde, waarbij ze e-learning en interactieve simulaties op de voorgrond stellen. “Dankzij de popularisering van de tools konden we een hele reeks oplossingen ontwikkelen die mensen beter laten leren door ze in een virtuele situatie te plaatsen”, legt Alexandre Duforest uit. Zo kunnen aankomende brandweerlieden in alle veiligheid de praktijkomstandigheden leren kennen door de virtuele weg te bewandelen. “Tal van onderzoeken tonen aan dat rechtstreeks leren tot allerlei prikkels leidt, waardoor de informatie beter wordt onthouden en het theoretisch onderwijs doeltreffender wordt. We laten de leerling echt als acteur in zijn eigen leerproces fungeren en niet meer als toeschouwer, zoals bij klassieke 3D of videotutorials het geval is”, vult Boris Baghdikian aan. Omdat ze ervan overtuigd zijn dat deze methode in de toekomst steeds vaker bij cursussen wordt ingezet, willen ze hun deskundigheid op dit gebied nog verder vergroten door een completere en intuïtievere methode aan te bieden. “Het voordeel van virtual reality is dat je een extra informatielaag kunt toevoegen die nuttig is voor de leerling. Anders dan een gewone video die uitlegt hoe een ingewikkelde machine werkt, kunnen wij die machine irreëel maken, er- “Het voordeel van virtual reality is dat je een extra informatielaag kunt toevoegen die nuttig is voor de leerling. Anders dan een gewone video die uitlegt hoe een ingewikkelde machine werkt, kunnen wij die machine irreëel maken, erdoorheen kijken en bepaalde elementen onder de aandacht brengen.” doorheen kijken en bepaalde elementen onder de aandacht brengen.” En dat allemaal via handelingen die fysiek (met bewegingsherkenning) en rechtstreeks door de gebruiker worden verricht. “Het spreekt vanzelf dat het speelse, participerende aspect een grotere betrokkenheid, meer interactie en dus een betere scholing mogelijk maakt. Daarnaast kunnen we het gedrag van de gebruiker vastleggen en begrijpen, en verschillende knelpunten signaleren die op een slecht begrip of een tekortkoming in een theoretische cursus kunnen wijzen.” Een methode die aanspreekt en die Kraken Realtime tot een topper op het gebied van participerende e-learning maakt.

 

 

 
Bijna tastbare virtual reality

Kraken Realtime heeft ook diepe indruk gemaakt op WorldSkills, de wereldkampioenschappen voor beroepen die in augustus in São Paulo werden gehouden. Op een tafel lag een traditionele plattegrond van Charleroi, de stad die in de race is om de wedstrijd in 2019 te organiseren. De gebruiker hoefde alleen maar een tablet op de plattegrond te richten om te zien hoe de stad eruit zou zien als de organisatie aan Charleroi werd toegewezen. “We hebben de nieuwsgierigen vrij spel gegeven en dat heeft uitstekend gewerkt!” Op de tablet wordt de stad in drie dimensies weergegeven en levert de minste beweging al een nauwkeurige reactie op. Als je wilt inzoomen, kom je dichterbij. Als je de achterkant van een gebouw wilt bekijken, loop je om de kaart heen, waarna het gevormde model nauwkeurig en zonder vertraging in beeld wordt gebracht. Kortom, een toekomstvisie in realtime!

De architectenwereld moet zich natuurlijk wel op zo’n overrompelende technologie storten. Een toekomstige klant kan voortaan rechtstreeks door de tekeningen van zijn nieuwe huis wandelen, bij een detail stilstaan, de beschikbare ruimte helemaal opmeten en eventuele veranderingen of verbeteringen rechtstreeks met zijn architect bespreken. Net als in een videogame, zoals GTA of Second Life, kan de gebruiker het gebouw haast ‘voelen’ voordat de eerste steen is gelegd, zich de inrichting gedetailleerd voorstellen en tot in de kleinste hoekjes rondkijken. “Dit is duidelijk de toekomst van de bouwkundige modelvorming. Het gaat veel verder dan wat momenteel met gewone beelden wordt gedaan. Hier kunnen we alles zien, alles verplaatsen, alles beschouwen. We kunnen zelfs eventuele constructiefouten aan het licht brengen voordat met de bouw wordt begonnen. De weergavekwaliteit wordt bovendien alleen maar beter, waardoor de overrompelende indruk verder wordt versterkt.” De toekomst binnen handbereik!

 

 

www.krakenrealtime.com 


 

WAT IS AUGMENTED REALITY?

Bij augmented reality, een term die vaak te pas en te onpas wordt gebruikt, wordt een virtuele laag aan de zichtbare werkelijkheid toegevoegd. De term is echter een beetje misleidend, want niet aan de werkelijkheid maar aan onze gewaarwording ervan wordt iets toegevoegd. Augmented reality kan dus worden beschouwd als een interface, een informatiefilter tussen de onbewerkte wereld en virtuele gegevens die deze wereld verrijken, aanvullen en zelfs extrapoleren. De technologie wordt in onze omgeving geïntegreerd dankzij alledaagse hulpmiddelen, zoals tablets en smartphones, ook al denken we bij augmented reality onvermijdelijk aan de beroemde Google Glass, die binnenkort in een andere vorm op de markt zal komen. De Oculus Rift, die minder algemeen is dan een bril, laat de gebruiker bijna volledig opgaan in zijn omgeving. Deze futuristisch ogende helm biedt een ongeëvenaarde virtuele sensatie. En hoewel de makers van videogames vooroplopen en al veel projecten ontwikkelen, is dit niet de enige sector die zich hiervoor interesseert. Ook de geneeskunde, de luchtvaarttechniek en de filmwereld proberen namelijk alle toegestane mogelijkheden van deze technologie te benutten. En omdat de verwachte financiële opbrengsten zo groot zijn, is de pornoindustrie eveneens van de partij…

 


 

WORLDSKILLS

In augustus van dit jaar verdedigde Charleroi in Sao Paulo zijn kandidatuur voor de organisatie van WorldSkills, de wereldkampioenschappen voor ambachtelijke beroepen. De stad nam het daarbij op tegen Parijs en Kazan (Rusland). Om dezelfde redenen als de Olympische Winterspelen van 2014 en het Wereldkampioenschap voetbal van 2018 – om maar een paar voorbeelden te noemen – gingen de kansen van Charleroi en Parijs in rook op door de Russen. Maar de twee jonge Belgen hebben de eer van hun land hooggehouden tijdens de Braziliaanse editie van WorldSkills.

 

  • /

Geolokalisatie, geomatica, cartografie, verkokering, GIP… zegt u dat niet veel? Het is niettemin het stokpaardje van Olivier Dubois, de CEO van OSCARS.

Deze gepassioneerde ondernemer heeft zijn activiteiten onlangs overgebracht naar Andenne, de stad waar hij is opgegroeid. En daarmee is de kous nog niet af!

 

Olivier Dubois is overduidelijk een nerd. Tijdens zijn informaticastudie interesseert hij zich sterk voor geografische informatiesystemen (GIS), dat wil zeggen cartografie, en voor geomatica, dat wil zeggen informatica in verband met geografie. Zijn stages geven hem de kans om zich vertrouwd te maken met de databases van de softwarereus Oracle, meer bepaald met de component Oracle Spatial. Nadat hij in 2000 zijn diploma heeft gehaald, wordt hij in dienst genomen door de Brusselse vestiging van Oracle. Enkele jaren later beseft de informaticus, die inmiddels de nodige ervaring heeft opgedaan, dat Oracle Spatial nog leemtes vertoont. Als geboren ondernemer met veel contacten besluit hij zijn eigen bedrijf op te richten, dat het gebruik van cartografie in de moderne informatica wil verbeteren. Hij geeft het de gewichtige naam Oracle Spatial Consulting and Resourcing Services, afgekort OSCARS.

 
Oracle's headquarters in Redwood City, California

 

OSCARS 1.0

In 2007 ontstaat in Luxemburg de eerste versie van het bedrijf, dat voornamelijk projecten in Frankrijk uitvoert. “In het begin gaf ik trainingen in het gebruik van Oracle Spatial en verleende ik service. Ik werkte veel met Franse instellingen, zoals grote steden (Lille Métropole, gemeente Bordeaux) en departementsraden, en vervolgens aan een nieuw project voor een luchthaven.” Een van zijn klanten, Aéroports de Paris, kent hem de Oracle Spatial Excellence Award 2012 toe in de categorie ‘beste partner’. Hij wordt uitgenodigd om zijn prijs op te halen in Washington. “Dat eerste succes heeft het hele beeld van het bedrijf bevestigd. Ik had OSCARS opgericht om de beste in mijn vak te zijn. Mijn eerste doel had ik dus bereikt, maar hoe kon ik het bedrijf tot ontwikkeling brengen en laten groeien?”

Door de ervaring met Aéroports de Paris komt hij op het idee om een speciaal product te ontwikkelen. “De meeste bestaande applicaties voor geolokalisatie (d.w.z. het volgen van objecten) leveren eenvoudig gezegd een scherm waarop punten bewegen. Deze applicaties slaan de gegevens op en analyseren ze pas één of twee dagen later. Maar het is niet mogelijk om realtime beslissingen te nemen op basis van de positie van een object. Zo ben ik op het idee gekomen om het Geo Intelligent Platform (GIP) te ontwikkelen, een systeem dat geolokalisatie gebruikt om mensen te waarschuwen en realtime beslissingen te laten nemen.”

 

 
Aéroport de Roissy-Charles-de-Gaulle

 

Liever een voorbeeld dan een lang verhaal

Terug naar de winter van 2010: een periode van strenge vorst gaat gepaard met zware sneeuwval. Olivier Dubois, die vastzit op een van de Parijse luchthavens, weet dan niet dat hij door deze gebeurtenis aan het denken wordt gezet. “De weersomstandigheden hadden grote gevolgen. Hoewel de luchthaveninfrastructuur wel tegen zo’n situatie is opgewassen, was er een samenloop van omstandigheden waardoor de complete luchthaven een hele tijd (te) slecht functioneerde. De belangrijkste reden hiervoor was dat er onvoldoende informatie werd uitgewisseld tussen de verschillende betrokkenen bij een crisissituatie, zoals die periode van zware sneeuwval. Er werd weliswaar gediscussieerd en vergaderd, maar kleine dingen zagen ze over het hoofd. Er was bijvoorbeeld net een vliegtuig geland, dat zich aan het einde van de landingsbaan bevond en daar niet weg kon, omdat de toegewezen parkeerplaats wegens gebrekkige communicatie niet sneeuwvrij was gemaakt. Dat soort kleine details hadden de operationele leiders van de verschillende afdelingen niet opgemerkt. Kortom, één enkel vliegtuig verlamde een tijdlang bijna de hele luchthaven, want op dezelfde baan bleven maar vliegtuigen landen, waardoor een lange rij ontstond.”

Het is een feit dat luchthavens extreem verzuild zijn, zelfs binnen hun eigen infrastructuur. Met andere woorden, degenen die voor de bagage zorgen, zorgen alleen voor de bagage. Hetzelfde geldt voor de catering, de ticketing, de refuelling enzovoort. En hogerop is er heel weinig coördinatie. Het GIP-systeem wil een samenwerking tussen deze zuilen (in vakjargon ‘kokers’ genoemd) tot stand brengen en de organisatie ‘ontkokeren’.

“Door de verkokering bestaan er 36 applicaties, die door 36 mensen worden bekeken. Op drukke momenten wordt het dan erg ingewikkeld om beslissingen te nemen wanneer die mensen vier schermen in de gaten moeten houden, zelf de link moeten leggen dat een vliegtuig naar een bepaalde parkeerplaats moet taxiën, dat de parkeerplaats in kwestie niet sneeuwvrij is gemaakt en dat dit niet op een eenvoudige manier te zien is. Met ons product maken we dat zichtbaar met meldingen als: ‘Let op, u hebt een vliegtuig aan een niet sneeuwvrij gemaakte parkeerplaats toegewezen’, waardoor ze worden gewaarschuwd voordat het te laat is.” Het GIP-systeem voegt de informatie dus samen en verrijkt zo de huidige informatiekanalen van de luchthaven. Het voegt informatie aan alle bestaande applicaties toe, waarbij het bestaande systeem niet vervangen maar verrijkt wordt. Dat gebeurt door verschillende informatiebronnen te crosschecken die meestal niet worden gecrosscheckt, die niet samen worden gebruikt. Het gaat daarbij niet zozeer om realtime actie dan wel om proactiviteit. “Veel bedrijven zijn in staat om informatie te crosschecken, maar onze meerwaarde is dat we daarnaast weten waar de dingen op het moment zelf gebeuren en hoe ze volgens hun positie moeten verlopen”, benadrukt Olivier Dubois.

 

 

Een kopje koffie terwijl u wacht?

Wat is eigenlijk het nut hiervan? De geografische ruimte rond een luchthaven kan niet oneindig worden uitgebreid. De enige manier voor zo’n organisatie om meer geld te verdienen, is het vergroten van het aantal passagiers. Dat komt neer op meer vluchten en dus meer vliegtuigen die afgehandeld moeten worden*. Het gaat met andere woorden om procesverbetering. Het GIPsysteem helpt de luchthaven om het beheer te verbeteren, optimaal te functioneren en gelijktijdige beslissingen te nemen, met name dankzij een betere communicatie tussen de kokers.

De passenger experience is ook een beslissende factor waarbij het GIP-systeem een rol kan spelen. “Elke luchthaven heeft twee of drie concurrenten in een straal van 150 km. Om zich van elkaar te onderscheiden en hun klanten aan zich te binden, moeten de luchthavendirecties hun service proberen te verbeteren. De vluchten moeten op tijd zijn, de interne organisatie moet efficiënt zijn, de sfeer moet prettig zijn, de bewegwijzering in de parkings moet kloppen en je moet geen uren in de rij staan. Het GIP-systeem kan informatie in realtime integreren om bijvoorbeeld berichten over wachtrijen te versturen en daarbij iets extra’s te bieden om de servicekwaliteit te verhogen.” Olivier Dubois licht zijn woorden toe met een grapje: “Uw vliegtuig heeft 30 minuten vertraging. Onze vriend Georges Clooney nodigt u persoonlijk uit om zijn nieuwe koffie met korting te komen proeven … en daarvoor hebt u alle tijd.” Hij vervolgt zijn verhaal: “De passagiers moeten weten dat er bij de luchthavenorganisatie mensen werken die aan hun comfort denken en de informatie over een vertraagde vlucht misschien willen gebruiken om een bezigheid of dienst aan te bieden. Het gaat erom dat deze werkers aan het welzijn van de passagiers bij elkaar worden gebracht.” Informatie die je van de een hebt gekregen, gebruiken om de ander in staat te stellen zijn marketingboodschap te verkondigen. Het is een grappig voorbeeld van ontkokering, een manier om bruggen te slaan tussen twee mensen die op dezelfde luchthaven werken, maar die niet of te weinig met elkaar praten. Het doel van het GIPsysteem is om deze zeer complexe handeling gaandeweg te organiseren om uiteindelijk tot een smart airport** te komen, waar iedereen tevreden is, de vluchten op tijd zijn en mensen graag terugkomen.

Het is goed voorstelbaar dat de grenzen van de technologie nog verder worden verlegd door bijvoorbeeld de landingsbanen niet meer de hele tijd te verlichten, maar alleen op het moment dat een vliegtuig voorbijkomt. Het doel is om de piloot te begeleiden en de complexiteit en het inherente gevaar te verkleinen. “Als je weet waar het vliegtuig zich bevindt, naar welke parkeerplaats het zich moet begeven, kun je de weg ernaartoe verlichten naar gelang het vliegtuig zich voortbeweegt. Technisch gezien kunnen we de baanvakken uiteindelijk één voor één beheren. Een soort gps op de grond, zou je kunnen zeggen.”

 

 
© design by Agence Expansion
 
OSCARS 2.0

Olivier Dubois zit vol met ideeën, maar zonder financiële middelen bestaat zijn innovatieve product niet. De ondernemer heeft behoefte aan publieke en private investeerders en vooral aan adviseurs. Hij wendt zich eerst tot Erik Maes, die samen met zijn vrouw het bedrijf Père Olive in Andenne heeft opgericht. “Ik heb hem mijn idee voorgelegd en uitgelegd dat mijn bedrijf al bepaalde doelen had bereikt, maar dat ik op zoek was naar adviezen, wat geleid heeft tot een investering van zijn kant. Om mijn dossier te laten bevestigen, wilde ik toch per se langsgaan bij Namur Invest. Het dossier is goedgekeurd met steun van WSL als start-upbegeleider en van het Waals Gewest en AWEX om de ontwikkeling van het bedrijf tot een goed einde te brengen.”

Eind 2013 wordt het dossier goedgekeurd door het innovatiecentrum ESA BIC in Redu onder voorwaarde dat het platform in België wordt ontwikkeld. “In eerste instantie werd me gevraagd of ik me in Redu wilde vestigen. Ik heb toen duidelijk gezegd: als ik uit Luxemburg terugkom, wil ik geen grote afstanden meer rijden. Ik vestig me dicht bij huis!” Na al die verloren uren in de auto heeft Olivier Dubois ook persoonlijke redenen om in de buurt te blijven van zijn woonplaats: als jonge vader wil hij namelijk meer tijd overhouden voor zijn twee zoontjes. “Andenne ligt tenslotte vrij centraal in Wallonië: tussen de luchthavens van Luik, Charleroi en Brussel, dicht bij alle klanten en andere lokale instellingen in het Waals Gewest en ook dicht bij de Waalse hoofdstad. Ze hebben me al gevraagd waarom we niet naast de luchthaven van Luik zitten. Maar je kunt de burgemeester van Andenne heel goed voorstellen om een luchthaven bij zijn stad te bouwen [lacht]! Mijn zeven medewerkers en ik hebben hem trouwens onlangs ontmoet. Als demonstratie hebben we toen een virtuele luchthaven naast de autosnelweg gebouwd bij de uitrit Andenne. Omdat we een start-up vol ideeën en humor zijn, mogen we ons best een beetje amuseren!”

 

Olivier Dubois (2e à gauche) et quelques membres de son équipe

 

Sinds 2010 reist de jonge CEO regelmatig naar de Verenigde Staten om OSCARS te promoten. Maar dat verandert steeds meer in een samenwerking met Oracle om kennis te nemen van de nieuwe functies van het moederbedrijf die hij in het GIP-systeem kan integreren. Tijdens zijn verblijf in Washington, San Francisco en Nashua doet Olivier Dubois sinds twee jaar interessante ontwikkelingsvoorstellen om zijn netwerk uit te breiden, zodat Oracle vertrouwen in hem krijgt en deze technologische innovatie op zijn beurt kan promoten. Dankzij de vele internationale partners gaat de export van het GIP-systeem de goede kant op. De eerste landen die van de oplossing profiteren, zijn België en Frankrijk, maar er wordt ook gemikt op Nederland (Schiphol), Duitsland (Flughafen München), Groot-Brittannië (Birmingham Airport), Ierland en Denemarken. Voor OSCARS 2.0, de nieuwe ontwikkelingstak van het bedrijf, moest een marktspecifiek businessplan opgesteld worden. Olivier Dubois besloot wijselijk om zijn activiteit op luchtvaartbeheer te richten. “Op het ogenblik zijn we werkzaam op dat gebied, maar de principes van het platform (d.w.z. gegevens gebruiken en crosschecken op basis van hun positie) kunnen net zo goed op andere gebieden worden toegepast, zoals logistiek, scheepvaart en spoorwegen. Er zitten geen grenzen aan. Daarnaast zetten we de dienstverlening aan onze huidige klanten voort met behoud van onze deskundigheid, die we ook voor de luchthavens kunnen inzetten. Met deze tak van het bedrijf kunnen we in het product blijven investeren, terwijl we de reputatie van OSCARS op andere gebieden (o.a. stedenbouw/ kadaster, nutsbedrijven en transport) vergroten.”

De vaart zit er goed in. De omschakeling van het bedrijf is vlot verlopen, zodat binnen een paar maanden al acht medewerkers zijn aangenomen. Omdat de markt veel belangstelling voor het GIP-systeem heeft, is de kans groot dat nog meer mensen in dienst worden genomen. Sinds het begin van het avontuur slaagt Olivier Dubois erin om nauwe banden met voortreffelijke partners te smeden. Hij maakt indruk door met name 100% Belgische stripverhalen – een van zijn passies – aan zijn klanten te geven en wenskaarten van de hand van diezelfde tekenaars te versturen. Op deze ‘belgitude’ laat hij zich duidelijk voorstaan in het buitenland. “De ondernemersgeest in Wallonië ontwikkelt zich duidelijk in de goede richting. Dat is ook een van de redenen waarom ik terug wilde naar mijn geboortestreek. We genieten een degelijke reputatie, want we zijn gewend om in meerdere talen te werken, we luisteren naar de klant en kunnen zijn behoeften vertalen, we zijn pragmatisch en nauwkeurig, we hebben oog voor de menselijke kant van het werk en we nemen onszelf niet altijd au sérieux.” Met een brede glimlach op zijn gezicht zegt Olivier Dubois tot besluit: “De ontwikkeling van tegenwoordig komt ongetwijfeld meer overeen met mijn persoonlijke criteria voor het bedrijf. En het feit dat ik mijn kantoor in Andenne heb gevestigd, is een groot geluk!” Een gelukkige ondernemer telt immers voor twee, nietwaar?

 

 

www.oscars-sa.eu

 


 

IN DE VOETSPOREN VAN PÈRE OLIVE

Erik Maes en zijn vrouw Christine richtten Père Olive meer dan 25 jaar geleden op in Andenne. Op een dag belt een jongeman uit hun dorp, Strud in de gemeente Gesves, aan hun deur. Hij komt deze ervaren ondernemers, die hij met eigen ogen heeft zien groeien, onbevangen om advies vragen. “Omdat we geraakt zijn door zijn onschuldige vrijmoedigheid, besluiten we naar hem te luisteren en hem een kans te geven. Hij had behoefte aan advies, wij hebben onze ervaring met hem gedeeld. Maar het is een feit dat je zonder geld niet verder komt, vandaar dat we hebben geïnvesteerd. Dat hebben we niet gedaan om hem een dienst te bewijzen, maar omdat we in zijn project, in hemzelf, geloofden. Olivier is een ondernemer met een goed plan, veel ideeën en potentieel. Hij kan delegeren, verzamelt goede mensen om zich heen en staat open voor kritiek. En het feit dat hij zijn bedrijf in Andenne heeft gevestigd, is een verstandige beslissing, zowel voor zijn gezin als voor de ontwikkeling van onze stad.” Zo mogen we het horen!

 

Het is een feest om François Dethier te horen praten over het bier dat hij samen met zijn vriend Renaud Pirotte heeft gecreëerd. En hun bier is dat ook, als we de geluksvogels mogen geloven die de ‘Curtius’, die in september in productie is gegaan, al hebben geproefd. De brouwerij bevindt zich in de… Brouwerijstraat. Dat kan geen toeval meer zijn.

In Luik komen de industriële genen na een paar generaties soms weer bovendrijven. Denk maar aan de avonturen van Krugger, de fabrikant van motorfietsen – wereldkampioen in zijn categorie! – die de fakkel heeft overgenomen van de ontwerpers van ‘F.N.’, ‘Gillet’ of ‘Saroléa’.* Denk ook eens aan de uitdaging die Yves Toussaint en zijn team zijn aangegaan toen ze een nieuwe ‘Imperia’** bouwden, een solide roadster met hybride motor die het merk, dat in 1922 de eerste Grand Prix van Spa won, weer op de wereldkaart zette. En nu zijn er de ‘erfgenamen’ van Jean-Théodore Piedboeuf, in 1853 de oprichter van de brouwerij met dezelfde naam die nu behoort aan INBEV, de grootste brouwerijgroep ter wereld. Ze heten Renaud Pirotte (23 jaar) en François Dethier (25 jaar), twee brouwers die zich zich op de productie van de Curtius hebben gericht.

* WAW Wallonie Magazine nr 14
** WAW Wallonie Magazine nr 15

De smaak van de vriendschap

Het is een mooi verhaal, over een jongeman die in Achouffe werd geboren en een beetje zoals Obelix en zijn toverdrankje, ‘in de ketel viel toen hij nog klein was.’ ‘Renaud heeft van nabij het mooie verhaal van de Chouffe gevolgd’, legt zijn vriend François Dethier uit, ‘want hij woonde vlak naast de brouwerij. Daardoor heeft hij natuurlijk de smaak van dat heerlijke product te pakken gekregen, maar ook de zin om verder te gaan, om te weten hoe het wordt geproduceerd en, waarom niet, om zelf een bier te creëren.’

François Dethier, die uit Verviers komt, deelt in hoge mate diezelfde passie. Een passie die groeit terwijl de twee studeren aan het Provinciaal Instituut voor Agronomische Studies in La Reid. ‘We hebben er niet alleen studies gevolgd waarmee we de ingrediënten van bier en de manier waarop je ze kunt gebruiken leerden kennen’, vertelt de jonge ondernemer, ‘maar ook geleerd over bedrijfsvoering en management. Meer nog, we hebben zelfs de kans gehad om te leren hoe je in theorie een minibrouwerij begint.’ Het mag ons dan ook niet verbazen dat met een dergelijke bagage de drang om het zelf te doen snel begon te… gisten.

Toen ze eenmaal waren afgestudeerd, begonnen Renaud en François aan hun avontuur, maar niet halsoverkop. ‘We hebben eerst geprobeerd de kenmerken te bepalen die we ons product wilden geven’, legt François uit. ‘We zijn na een aantal pogingen uitgekomen op een blond bier, een tripel, met de rijkdom van tarwe toegevoegd aan de gerst en de hop, wat het een beetje de zachtheid van een witbier geeft. De bitterheid wordt dus verzacht. Dat maakt van de Curtius een bier om echt te proeven met een rijke en bloemige smaak. Hij is lichtjes fruitig.’ Het is alsof je een vinoloog over een Château Cheval Blanc 1990 hoort praten.

Financiële steun uit verschillende hoeken

Een marktstudie bevestigde de intuïtie van de twee vrienden: er was vraag naar een dergelijk product. Maar er was ook nog het financiële aspect en de verschillende types van economische steun waarop elk jong Waals bedrijf een beroep kan doen. ‘We wisten wel dat we een goed idee hadden en bezaten ook de kennis. Verder hadden we het product dat in de smaak ging vallen en waarin we geloofden en nog steeds, meer en meer’, vertelt François. ‘We moesten alleen nog de Curtius bekend maken en de financiering vinden om te kunnen fabriceren. En daar hebben we een mooie opsteker gekregen voor een vliegende start.’ François heeft het over ‘Starter’, de uitzending van de Waalse tv-zender RTBF die nieuwe ondernemingen wil ondersteunen en die onze twee slimme kerels in april onder de aandacht brachten. ‘De bank Belfius was één van de partners van het programma. Ze hebben voorgesteld om ons te steunen in het kader van het garantieakkoord dat het Europese Investeringsfonds hen had verleend. We zijn opgenomen in het programma dat het voor starters makkelijker wil maken om een financiering te krijgen. Tegelijkertijd konden we ook rekenen op steun van het Agentschap voor Economische Stimulatie van het Waalse gewest (A.S.E.). Zij hebben ons een beurs verleend om materiaal te kopen.’

En dan moesten ze alleen nog een plek vinden om te fabriceren. ‘We wilden allebei dat het in Luik was,’ vertelt François. ‘Luik is in de eerste plaats dé bierstad, maar we hebben ons product ook de naam van een bekend Luiks personage gegeven. Curtius was een hele grote industrieel die onder het Spaanse bewind de Luikse industrie en knowhow in heel Europa bekend heeft gemaakt. We hebben een leeg industriegebouw gevonden dat eigendom is van de ‘Société Provinciale d’Industrialisation’, in de Brouwerijstraat… Je begrijpt wel dat we niet lang hebben getwijfeld’, vertelt de jonge industrieel met een glimlach.

Het is een ideale plek voor het publiek waar ze in eerste instantie op mikken. In september komen de eerste vaten en de eerste flessen op de markt. Ze krijgen een stop van kurk, want het is dan wel geen luxeproduct, maar toch een degustatiedrank en het design van de fles is heel apart. ‘Een bevriende ontwerper heeft ons geholpen om een stijl te vinden die een beetje ingaat tegen de huidige tendens met veel kleuren en versieringen. Wij wilden een pure en sobere stijl met een zekere elegantie. Deze filosofie zie je ook in de vorm van de fles terug, zodat de consument zijn Curtius kan proeven zoals hij dat met een goede champagne doet.’

Een veelbelovend onthaal

In afwachting van de productie in de eigen brouwerij, werd het bier in de zomer al op verschillende lokale feesten, maar vooral in Luik, de wieg van de Curtius, aan het publiek voorgesteld. ‘Ja’, bevestigt François, ‘we willen echt graag dat de Luikenaars zich herkennen in ons bier, dat ze het opnemen in hun culturele erfgoed. Dat wordt onze eerste doelgroep. Later pakken we andere markten aan. We hebben nu al interessante orders, want er zijn al grote merken die contact met ons hebben opgenomen. Maar we willen het behoedzaam doen en stap voor stap zetten.’

De twee vrienden volgen al vanaf het begin die filosofie van de weg der geleidelijkheid. Als we met Renaud Pirotte willen praten, zegt François met spijt: ‘Hij is op zijn werk. Ik ben op dit moment het enige personeelslid van ons nieuwe bedrijf. Renaud houdt zijn baan voorlopig nog aan. Hij komt er zo snel als mogelijk is bij.’

In de zomer werd er meer dan 3.000 liter gebrouwen in de brouwerij van een partner. Daardoor kon de Curtius in Luik en omstreken bekend worden. ‘We willen in het eerste jaar zo’n 500 hectoliter brouwen’, vertelt François Dethier tot slot. ‘Daarna willen we de positie die we eventueel op de markt hebben ingenomen versterken en dingen verbeteren als dat nodig is. En dan drijven we het tempo op’, zegt hij lachend. En wat François niet hardop zegt, nadien willen ze andere producten brouwen om zo tot een heel scala uit te bouwen. Met deze twee ondernemende heren zal de reputatie van de Luikse bieren niet snel ver vagen. Jean-Théodore Piedboeuf kan trots zijn op zijn twee jonge ‘erfgenamen’. Zoals ze zeggen in restaurants: ‘Geniet ervan.’ Met mate, dat spreekt, maar denk er toch maar aan.

 

informatie

La Curtius
Rue de la Brasserie, 8
B-4000 Liège
www.lacurtius.com

Het Domaine du Ry d’Argent, in Bovesse op het Naamse platteland, is op de eerste plaats een succes dankzij de vechtlust van Jean-François Baele. Die heeft niet alleen talent als wijnbouwer, maar beschikt ook over een scherp commercieel inzicht. Een ontmoeting met een ondernemer die ver vooruitkijkt.

Van generatie op generatie hield zijn familie een hoeve met akkers en melkkoeien. Maar Jean- François Baele zag de toekomst anders. Hij woonde vlak naast de wijngaard van Philippe Grafé, waar hij tijdens zijn opleiding landbouwkunde stage liep. Die ervaring bracht hem op inspirerende ideeën en in 2003 plantte hij zijn eigen wijngaard aan ‘Ik zat toen in het eerste jaar van de landbouwschool en begon over de dingen na te denken. In 2005 maakte ik mijn eindscriptie over Chenoy, met als onderwerp de grootschalige aanplanting van een wijngaard in Wallonië. Het boeide me enorm daarmee bezig te zijn.’

In 2005 plant hij de eerste hectare druiven aan. Net als zijn buurman kiest hij voor de druivensoort Regent, een kruising van variëteiten die beter dan klassieke soorten bestand is tegen ziekten. In 2006 komen er nog twee hectaren bij met Cabernet-Jura voor de rode wijn en Solaris, een andere kruising, voor de witte. In 2007 volgen nog twee hectaren, deze keer met Dornfelder. ‘In België zijn er maar drie professionele wijnbouwers die voor deze kruisingen hebben gekozen: mijn buurman Philippe Grafé, Vanessa en Andy Wyckmans in Bioul en ik. Onlangs is de coöperatieve vereniging Vin de Liège daar nog bij gekomen.’

De eerste drie jaar van de aanplant bleef het bij de jonge ondernemer Jean-François Baele uiteraard niet bij ‘het kijken hoe de druiven groeiden.’ In die tijd oefende hij een ander beroep uit, buiten de boerderij. Maar toen ‘de tijd rijp was’ nam hij ontslag om zich volledig op Ry d’Argent toe te kunnen leggen. ‘Nu staat alles en kan het gamma evolueren. In 2008-2009 ben ik voor één rode wijn op vier begonnen met rijping op eiken vaten, nu zijn dat er twee. Dit jaar vertienvoudig ik de productie van de rosé schuimwijn die in 2011 is ontwikkeld. We gaan daarmee van 1.500 naar 15.000 flessen!’

Momenteel produceert Jean François 45.000 f lessen wijn en 15.000 f lessen schuimwijn. De verkoop loopt via verschillende kanalen. Een deel is bestemd voor de groothandel. En het andere deel wordt ter plaatse of op beurzen en privéproeverijen verkocht. Is het beroep wijnbouwer in België dan rendabel? ‘Ik kan ervan leven’, vertrouwt Jean-François ons toe. ‘Het is rendabel, maar we hebben nog een lange weg te gaan om bekend te worden. Sommige restauranthouders zijn nog sceptisch over de kwaliteit van Belgische wijn. Die vooroordelen moeten de wereld uit. Belgische wijn moet dezelfde naam en faam krijgen als Belgisch bier of Belgische bonbons. Belgische wijn moet erkend en bekend worden. Vooral dat laatste. Want bekend maakt bemind.’

In juni van dit jaar is de Association professionnelle des Vignerons de Wallonie (beroepsvereniging van Waalse wijnbouwers - zie kader) opgericht. Een professionele organisatie die volgens Jean-François bepaalde tekortkomingen gedeeltelijk zal oplossen. ‘Dankzij de vereniging kunnen we ons niet alleen beter voorbereiden op de toekomst. De vereniging beschermt ons ook en helpt ons nog professioneler te worden in de wijnbouw. Bovendien zullen we - net zoals bijvoorbeeld aardappelproducenten - echte proeven kunnen doen.’

‘Ik kan ervan leven. Het is rendabel, maar we hebben nog een lange weg te gaan om bekend te worden. Sommige restauranthouders zijn nog sceptisch over de kwaliteit van Belgische wijn. Die vooroordelen moeten de wereld uit. Belgische wijn moet dezelfde naam en faam krijgen als Belgisch bier of Belgische bonbons. Belgische wijn moet erkend en bekend worden. Vooral dat laatste. Want bekend maakt bemind.’


De familie Baele heeft vertrouwen in de toekomst en deed in 2011 grote investeringen. Nu willen ze zich op de ontvangst van bezoekers gaan richten. Met de aankoop van een druivenplukmachine, waar verschillende wijnbouwers nu al om vechten, heeft onze ondernemende ondernemer bovendien een extra troef in huis gehaald. ‘Alle druiven voor de schuimwijn pluk ik nog steeds met de hand, dan heb je het over ongeveer 1 à 1,5 hectare. Maar de rest doe ik met de machine. Dat gaat met een snelheid van een hectare per uur. Dat zegt genoeg. Doe je dat met de hand, dan ben je met 40 mensen 2 dagen bezig. Aangezien het zo snel gaat, ga ik met mijn druivenplukmachine ook langs bij andere wijnboeren. Ik maak geen reclame, maar dat gaat als een lopend vuurtje. Zodra de wijnpluk start, begint mijn telefoon te rinkelen… Voor de rest doe ik het tot ten minste half 2013 rustig aan. Want ik moet ook nog tijd overhouden voor mijn privéleven!’ Onze man is rijper geworden, dat is zeker…

 

informatie

Domaine du Ry d’Argent
Rue de la Distillerie 51 à 5081 Bovesse
+32 (0)81 56 65 45
www.domainedurydargent.com

 

Association des Vignerons de Wallonie

Drie jaar na zijn Vlaamse tegenhanger werd op 30 mei jongstleden de ‘Association des Vignerons de Wallonie’ in het leven geroepen. Momenteel hebben nog maar 18 van de 30 professionele Waalse wijnbouwers zich bij de vereniging aangesloten en nog niemand van de honderd amateurwijnbouwers uit de regio. Toch is deze stap heel erg belangrijk. Want de vereniging behartigt de belangen van de wijnbouwers en zorgt dat de beroepsgroepl de aandacht en ondersteuning krijgt die het verdient.

In 2001 is landbouw een regionale bevoegdheid geworden. Sindsdien is de landelijke overheid niet langer verantwoordelijk voor de uitvoering van het Europese landbouwbeleid , maar de Vlaamse Gemeenschap en het Waalse Gewest. Daarbij is een landelijke minister woordvoerder bij de Europese instellingen. In het zuiden van het land valt alles met betrekking tot regelgeving, landbouwsteun, promotie van producten en besluiten voor de toepassing van Europese beleidslijnen onder de bevoegdheid van het Waalse Gewest.

Voorheen werden de Belgische wijnbouwers vertegenwoordigd door de Belgische Federatie van Wijn en Gedistilleerd. Door de wetswijziging moesten er twee beroepsverenigingen worden opgericht, een Vlaamse en een Waalse. De Vlamingen reageerden het snelst, in 2009, en aarzelden niet zich ‘Belgische Wijnbouwers’ te noemen… wat de zaken niet bespoedigde. Dankzij de steun van de Fédération wallonne de l’Horticulture, waarbij de vzw vandaag is aangesloten, werd aan Waalse zijde onlangs de Association des Vignerons de Wallonië opgericht, met Henri Larsille (Domaine des Agaises) als voorzitter en Philippe Grafé (Domaine du Chenoy) als vice voorzitter.

De vereniging heeft tot doel ‘de ontwikkeling, exploitatie en bescherming van het Waalse potentieel van de wijnproductie.’ De ambitie van de vereniging is onder andere het coördineren en ondersteunen van de sector, het verspreiden van informatie over de sector, het promoten van producten en het bevorderen van het Waalse wijntoerisme. Rest alleen nog het eeuwige pijnpunt: de nodige financiële middelen vinden…

Na zijn ervaringen aan het hoofd van de pretparken Bellewaerde en Plopsaland had Paul van Havere zin in een nieuwe uitdaging. Hij begon opnieuw van voren af aan en lanceerde ‘Loungeatude’ in Louvain-la-Neuve. Het unieke restaurant in de universiteitsstad straalt gezelligheid uit en is het resultaat van een bewogen loopbaan.

Had je hem verteld dat hij ooit een kwaliteitsrestaurant zou opstarten in Louvain-la-Neuve, hij had je nooit geloofd. Voor hem was het een studentenstad met vuile straten en luidruchtige kroegentochten. Na een kort bezoek moest hij dat beeld echter bijstellen. Vandaag is Paul van Havere een enthousiaste ambassadeur van de Waals-Brabantse stad, waar studenten in de minderheid zijn en de commerciële, stedenbouwkundige, wetenschappelijke en economische ontwikkelingen duidelijk hoogtij vieren. Op deze plek stak Paul van Havere zeven jaar geleden voor de zoveelste keer de handen uit de mouwen. Als 53-jarige moet je over de nodige dosis lef beschikken om je alleen in zo’n avontuur te storten. En over de nodige strijdlust. Maar vandaag is Loungeatude – spreek uit als ‘Longitude’ – een plek waar je je met plezier neervlijt, op slechts enkele meters van de Ferme du Biéreau. ‘Ik wou niet een zoveelste doorsneerestaurant,’ vertelt hij. ‘Ik wou een sfeer creëren, een plek waar mensen niet snel hun eten opslokken, maar waar ze rustig kunnen genieten.’ Het traject dat hem tot hier bracht, is er geen van dertien-in-een-dozijn. Of wat dacht u hiervan?

Deze Franstalige Vlaming werd geboren in Waasmunster. Hij komt uit een familie die actief is in de textielindustrie en hij heeft het ondernemerschap in het bloed. Na zijn studie industrieel design aan het Saint-Luc in Luik, stort hij zich begin jaren 70 in het beroepsleven. Na een jaar bij Kleber vertrekt hij naar Philip Morris. Het zijn gouden tijden: de Amerikaanse sigarettenfabrikant heeft Weltab overgenomen, de eigenaar van de Belgische merken Visa en Armada, en wil nu Marlboro op de Belgische markt lanceren. Paul van Havere staat in voor de promotie van het rood-witte pakje. ‘Het waren ongeloof lijke jaren,’ herinnert hij zich. ‘We beschikten over heel wat middelen. Bovendien had ik een fantastische baas, Jean Célis.’

De koningen van de zandbak

Wanneer die laatste de multinational verlaat, wacht van Havere niet tot ook hij moet opstappen, zoals zo vaak gebeurt als de baas vertrekt. Hij wordt vennoot van de groep City7, die in de jaren 80 een echt fenomeen was in de reclame- en evenementensector. ‘Ook dat waren mooie tijden. We waren de koningen van de zandbak!’, lacht hij. Niet zonder reden. De groep neemt het Sportpaleis in Antwerpen over en organiseert het ECCtennistoernooi (met het beroemde gouden racket, bezet met diamanten), de Hard Cross Motorcross indoor, de Ladies European Masters (golf voor vrouwen) op het terrein van Bercuit… Maar dan slaan ze de bal mis. De overname van Donnay rackets mislukt en gaat naar een zekere Tapie. City7 laat daarna zijn oog vallen op dat andere grote Belgische tennismerk, Snauwaert, maar ook die episode loopt slecht af. Om Snauwaert nieuw leven in te blazen is er veel geld nodig en City7, dat tot dan toe altijd op eigen middelen kon rekenen, maakt zijn debuut op de beurs. Het wordt een mislukking.

Deze Franstalige Vlaming werd geboren in Waasmunster. Hij komt uit een familie die actief is in de textielindustrie en hij heeft het ondernemerschap in het bloed. Na zijn studie industrieel design aan het Saint- Luc in Luik, stort hij zich begin jaren 70 in het beroepsleven.


Van Bellewaerde naar Plopsaland...

Daarop besluit van Havere het geweer van schouder te veranderen. Gérard Constant, algemeen directeur van de Walibigroep, duidt hem aan als nieuwe directeur van Bellewaerde Park. ‘Ik nam de functie over van Luc Florizoone, de stichter van Bellewaerde. Mijn taak bestond erin om de mentaliteit te veranderen en een strategie op 5 jaar uit te werken. Een familiale bedrijfsvoering omvormen tot die van een beursgenoteerd bedrijf, dat was niet niks,’ zegt hij met enige trots. ‘Ik heb er 5 jaar over gedaan, van 1995 tot 2000. Toen ben ik vertrokken. Een mens moet trouw blijven aan zijn principes. Op een bepaald moment kun je niet langer je ziel aan de duivel verkopen.’ De duivel, hier is dat de Amerikaanse groep Six Flags, die Walibi en Bellewaerde heeft overgenomen. Hun doelstelling? ‘Geld en niets anders,’ benadrukt de oud-directeur. ‘We moesten kost wat kost de aandeelhouders tevreden houden.’ Paul van Havere pakt zijn koffers en vertrekt naar andere oorden. Hij belandt aan het hoofd van het vroegere Melipark, dat werd omgedoopt tot Plopsaland. De personages komen recht uit Studio 100 en veroveren vele harten in Vlaanderen en Nederland. Ze heten Plop en Kwebbel, Wizzy en Woppy, Big en Betsy… In tweeënhalf jaar hertekent de nieuwe directeur het volledige park, stelt een team samen waaraan hij zijn ervaring doorgeeft en doet het vuur weer branden. Missie volbracht. En nu?

… en van Groenendaal naar Louvain-la-Neuve

‘Ik had lange tijd plannen voor een project, maar uiteindelijk is dat niet doorgegaan. De NMBS had bepaalde terreinen te koop gezet, van stations die niet meer in gebruik zijn. Dat van Groenendaal en de hectare grond erbij interesseerden me wel. Ik wou er een groot indoorpark maken rond het thema “bos”. Er waren 27 kandidaat-kopers, maar ik maakte veel kans. Alleen kon de NMBS mij en mijn investeerders niet garanderen dat het terrein snel genoeg zou vrijkomen door de werken aan het GEN (Gewestelijk ExpresNet). Mijn project werd geweigerd. Als ik nu de vertraging zie die het GEN heeft opgelopen, ben ik daar niet rouwig om.’ En zo belanden we in Louvain-la- Neuve, voor het vervolg van het avontuur. ‘Een van mijn contactpersonen tijdens het Groenendaalproject was Brouwerij Moortgat, de producent van Duvel en Vedett. Zij stelden me voor om een verlaten ruimte die ze hadden in Louvain-la-Neuve nieuw leven in te blazen. Ik ben eens gaan kijken, maar verwachtte er niet veel van.’ Het vervolg is bekend.

Drie ruimtes met dezelfde sfeer

Op deze zonnige middag baadt de salon van Loungeatude in een kalme, rustige sfeer. Alsof de tijd even stilstaat. ‘We hebben alles van nul opgebouwd,’ legt de eigenaar uit. ‘Alles opnieuw bedacht. Op deze plek was vroeger het restaurant van Nino, de allereerste pizzeria van Louvain-la-Neuve. Voor de ruimte verlaten werd, had ze al een chaotisch parcours achter de rug. Die uitdaging sprak me wel aan. Toen ik een pretpark leidde, wou ik mensen gelukkig maken. Ook hier ben ik met die instelling aan de slag gegaan.’

Alles werd ontworpen met een sfeer van rust en ontspanning in gedachten: de open haard en de piano maken de salon helemaal af en in het restaurant zorgt de zorgvuldige schikking van de tafels voor een gevoel van ruimte en discretie.


En dat merk je. Als je hier komt eten of een professionele afspraak hebt, is dat ook om te genieten van het moment, in een hedendaags maar ontspannen kader: een vloer in glad beton, evenwichtige kleuren, comfortabele meubels die de patron deels zelf ontworpen heeft. Alles werd ontworpen met een sfeer van rust en ontspanning in gedachten: de open haard en de piano maken de salon helemaal af en in het restaurant zorgt de zorgvuldige schikking van de tafels voor een gevoel van ruimte en discretie. Ook hier brengt een open haard gezelligheid. In de zomer biedt het terras een warm welkom. De ruimte op de kelderverdieping doet dienst in alle seizoenen: van Havere noemde ze BAB’L (Business After Business Lounge) en voorzag ze van bar en dansvloer voor bedrijfsevents en privéfeesten. Aan de muren hangt werk van hedendaagse kunstenaars te pronken. Werkgroep of privéfeestje, beneden- of kelderverdieping, keuze genoeg om het nuttige aan het aangename te koppelen. Het motto van de ceremoniemeester is alvast niet mis te verstaan: ‘Doe alsof je thuis bent!’

 

De keuken

‘Ik hecht veel belang aan een gezonde keuken met weinig vet, aan stabiele en duurzame gerechten. Eigenlijk hou ik van een intelligente keuken waarbij zo weinig mogelijk moet worden weggegooid,’ zegt Paul van Havere. Dat verklaart waarom je hier traditionele gerechten vindt die niet op de kaart mogen ontbreken, maar dan met een originele toets.

De vaste kaart: jambonette van gevogelte met scampi’s, kokosroom en exotische risotto, carpaccio van filet pur met foie gras, sintjakobsschelp à la Tartufata…

De suggesties: ze veranderen om de 3 weken. Apart te bestellen of in een driegangenmenu.

BAB’L-ruimte: in principe zonder traiteurservice. Er is een eetformule mogelijk die garant staat voor gezelligheid, flexibiliteit, kwaliteit, creativiteit en ontspanning.

 

informatie

« Espace Loungeatude »
Place Polyvalente (achter de La Ferme du Biéreau)
1348 Louvain-la-Neuve.
+32 (0)10 45 64 62
Gesloten op zaterdagmiddag en zondag.
www.loungeatude.be

Op een steenworp afstand van het centrum van Bastenaken ligt Euro- Locks verscholen. Zonder dat we het weten, zet het bedrijf zich elke dag in voor onze veiligheid. Het verhaal van een discreet succes.

Het bedrijf is bijzonder om verschillende redenen. Het ligt bijvoorbeeld op slechts een paar honderd meter afstand van het historische hart van Bastenaken en niet op een zielloos industrieterrein aan de rand van de stad. En hoewel het zich bezighoudt met veiligheid, is het zelf niet zwaar beveiligd. Wie er even rondwandelt, merkt bovendien al snel dat de sfeer er goed is. Zorgen over de economische crisis lijken hier ver weg.

Euro-Locks is actief in de veiligheidssector, maar is op geen enkele manier verbonden aan de militaire industrie of iets van dien aard. Nee, die veiligheid slaat op de 80.000 sloten die elke dag de fabriek uit komen. Euro-Locks ontwikkelde bijvoorbeeld het UGL-slot (UpGraded Lock), dat hen naam en faam bezorgde in alle uithoeken van de wereld. Over de wereld gesproken, 95 % van de productie is bestemd voor de export. Samen met de Belgische markt was dat in 2011 goed voor een omzet van 22,5 miljoen euro en 220 banen.

Elke dag gebruiken we zonder het te weten wel een van de producten van Euro- Locks. Het concern stelt zijn knowhow namelijk beschikbaar aan verschillende bedrijven, die ons hun eindproducten verkopen. De werkplaats in Bastenaken produceert plaatjescilindersloten, sloten met een aantal dunne plaatjes die voorkomen dat het slot zomaar geopend wordt. Ze worden onder meer gebruikt voor autoaccessoires zoals fietsendragers, dakdragers en trekhaken. Maar ook voor meubels, kluizen, elektriciteitskasten, ramen en brievenbussen. En maar liefst tweederde van alle caravans is uitgerust met dit slot.

Ook fietssloten behoren sinds enige tijd tot het assortiment. ‘Dat is voor ons een nieuwe markt, die we aangeboord hebben op speciaal verzoek van onze klanten’, vertelt Daniel Ceron, Deputy Group Managing Director. ‘Je hebt natuurlijk het traditionele fietsslot, maar het succes van de elektrische fiets heeft voor ons nieuwe mogelijkheden gecreëerd. De accu’s van die fietsen zijn duur en de fietsfabrikanten willen ze dus beschermen. Daarom hebben we voor hen een slot ontworpen dat geïntegreerd is in het veiligheidsdeksel. Dat kan ook hetzelfde slot zijn als het antidiefstalslot, om het aantal sleutels te beperken. Dit type met een enkel slot hebben we ook ontwikkeld voor alle elementen die je op een auto kunt monteren, zoals een skidrager, een fietsendrager, een dakkoffer enzovoort.’

Bij Euro-Locks beseffen ze dat diversifiëren nodig is om de crisis tegen te gaan. ‘Wij ondervinden zeker hinder van de recessie, want onze producten hebben vaak te maken met autoaccessoires’, zegt commercieel directeur Stephan Wilmotte. ‘Om dat op te vangen, proberen we ons assortiment zo veel mogelijk uit te breiden naar verschillende sectoren.’

Unieke knowhow in Europa

De kracht van Euro-Locks schuilt niet alleen in de kwaliteit en de goede naam van hun producten. Het is ook de wil om te innoveren en zich daarbij te laten leiden door de behoeften van de klant. ‘Wij beschouwen al onze klanten in de eerste plaats als partners. We werken nauw met hen samen om zo te kunnen beantwoorden aan hun verwachtingen. Maar we stellen ook zelf vernieuwende maatwerkoplossingen voor’, zegt Daniel Ceron. ‘Ons UG L-slot is daar het perfecte voorbeeld van. Dat hebben we ontwikkeld om de steeds grotere vraag naar veiligheid bij onze klanten voor te zijn. Met dit nieuwe, unieke product konden we een groter marktaandeel veroveren in de Scandinavische landen, die veeleisender zijn op het gebied van veiligheid. Het demonstreert ook onze commerciële strategie: we willen niet per se tegen de laagste prijs verkopen als dat ten koste gaat van de kwaliteit. Wij mikken eerder op klanten die niet alleen naar de prijs kijken, maar die bereid zijn om een eerlijk bedrag neer te tellen voor een product dat perfect aan hun behoeften beantwoordt. Elke klant is immers uniek.’

Innoveren, anticiperen en luisteren, daar draait het om bij Euro-Locks. Ze investeren dan ook doelbewust in R&D, met als gevolg een duidelijke meerwaarde voor de Belgische vestiging. Die beschikt over een unieke knowhow in Europa. ‘Binnen de groep is Bastenaken de belangrijkste vestiging en het best uitgerust voor onderzoek naar nieuwe producten’, benadrukt Stephan Wilmotte. ‘Onze twee filialen in Frankrijk en Polen hebben geen eigen R&D-afdeling. Hier beschikken we over vier gespecialiseerde ingenieurs en een goed uitgeruste werkplaats waar we ook prototypes ontwikkelen.’ Nog een sterk punt van het bedrijf: Euro-Locks maakt zijn eigen machines voor de productie van de sloten. Deze geavanceerde apparatuur is heel specifiek en van dezelfde kwaliteit als het materieel waarmee horloges worden gemaakt.

Een familie met een visie

Maar ere wie ere toekomt: Euro-Locks behoort eigenlijk tot het Britse familiebedrijf Lowe and Fletcher, dat heel bescheiden begon in 1889. De heer Lowe en zijn schoonzoon Fletcher openden in dat jaar een kleine slotenmakerij in Willenhall, niet ver van Birmingham.

‘In de jaren zestig stond de vierde generatie aan het roer van het bedrijf en ze deden dat met een visie’, glimlacht Daniel Ceron. ‘Zij begrepen dat 30 km water een serieus obstakel is als je wilt uitbreiden en op het vasteland wilt verkopen. In die tijd zorgde het sterke Britse pond ook voor een concurrentievoordeel voor onze werknemers. Het waren andere tijden.’ Er worden contacten gelegd op verschillende plaatsen, ook in Bastenaken. Dan gaat Fabelty, een lokale fabrikant van houten speelgoed, failliet en moet de gemeente op zoek naar een nieuwe bestemming van het pand. Deze wordt gevonden in het Britse bedrijf. ‘De contacten tussen de verschillende betrokken personen – de beleidsmensen van de stad, de gouverneur van die tijd en de Britse groep – verliepen zeer hartelijk en efficiënt’, zegt Daniel Ceron. Die goede verstandhouding leidt op 1 januari 1972 tot de inhuldiging van het uithangbord van Lowe and Fletcher.

In 1974 wordt een vestiging geopend in Wi ltz, in het noordwesten van het Groothertogdom Luxemburg. De economisch woelige tijden brengen het bedrijf echter in moeilijkheden en in 1981 wordt het kantoor weer gesloten. Het aantal banen zakt van 150 naar 56. ‘Gelukkig was het een Brits bedrijf. Als het Amerikaanse bazen waren geweest, hadden ze vast met de ontslagbrieven gezwaaid’, zegt Ceron. Britten met een visie dus, want ‘ze begrepen dat de mentaliteit hier anders is dan die in grote industriesteden. Hier weten mensen wat werken is en zijn ze loyaal aan het bedrijf.’ Ze beslissen om verder te gaan, deze keer onder de naam Euro-Locks. En om te investeren, want het bedrijf richt filialen op in Frankrijk, Duitsland en Polen. Euro-Locks opent ook een kleine vestiging aan de andere kant van de oceaan, in Michigan. Het aantal banen schiet opnieuw de hoogte in.

Concurrentie uit China?

Een onvermijdelijke vraag, maar het antwoord is niet zo eenduidig – het hangt ervan af hoe je het bekijkt. ‘Sommige producten worden inderdaad vaak gekopieerd in China en wij kunnen niet meegaan met hun prijzen’, zegt Ceron. ‘Maar we beschikken over heel wat troeven: kwaliteit, ontwikkeling van producten in samenwerking met de klant, een goede service en levering op afspraak. Veruit de meeste van de klanten die ons hadden ingeruild voor Chinese leveranciers zijn teruggekomen. De Chinezen blijken niet aan hun eisen te kunnen voldoen. Eigenlijk zijn we nu veel minder bang voor China dan vijf of tien jaar geleden.’

‘Ons UGL-slot is daar het perfecte voorbeeld van. Dat hebben we ontwikkeld om de steeds grotere vraag naar veiligheid bij onze klanten voor te zijn.’


Stephan Wilmotte ziet het anders. Hij stelt vast dat de invoerrechten voor buitenlandse producten in China 14 tot 16 % bedragen, terwijl die voor Chinese producten hier slechts 2,5 % zijn. ‘Uiteindelijk komt ons dat op het vlak van werkgelegenheid en sociale zekerheid duur te staan. Ik vraag me af of onze beleidsmakers dat beseffen.’

Een hart voor anderen

Op 21 september viert Euro-Locks zijn 40ste verjaardag. Er worden gasten uit alle windstreken verwacht, niet alleen personeelsleden van alle vestigingen, maar ook politici. Daags erna wordt er een open dag georganiseerd die in het teken staat van solidariteit. De personeelsleden hebben besloten om hun loon van die dag te doneren aan een goed doel en het bedrijf zal dit bedrag verdubbelen. Hun hart zit duidelijk niet op slot.

 

informatie

Euro-Locks S.A.
Rue de la Fontaine, 8
B-6600 Bastogne
+ 32 (0)61 21 22 61
www.euro-locks.be

Limelette, rakend aan het bos van Lauzelle. Een ruraal dorpje met prachtige wandelpaden en verrassend veel kerken en boerderijen, misschien wel de mooiste van de hele streek. En waar Lhoist is gevestigd, de grootste producent van kalk en dolomiet ter wereld. Het familiebedrijf heeft wereldwijd ruim 5.500 werknemers en een omzet van € 1,9 miljard, maar is nagenoeg onbekend bij het grote publiek.

Wie voor een dubbeltje geboren is, zal nooit een kwartje worden. Zijn het niet de mooiste verhalen, die laten zien dat het spreekwoord niet altijd klopt? Waargebeurde sprookjes die bewijzen dat je niet met een gouden lepel in de mond geboren hoeft te worden. Dat je met hard werken, inzet en doorzettingsvermogen heel ver kunt komen, verder nog dan de meeste kwartjes. Van ‘rags to riches’, van lompen naar rijkdom, zoals de Amerikanen zeggen. De geschiedenis van Lhoist begint met precies zo’n verhaal.

Hyppolyte, roepnaam Léon

De wortels van Lhoist Group reiken terug tot het einde van de 19de eeuw. In 1861 werd Hippolyte, roepnaam Léon, Dumont geboren in een gezin van zeven kinderen. Na slechts twee jaar lagere school begon hij te werken in de steengroeven van Chainaye en Lhoist. Op zijn twintigste was hij al opgeklommen tot voorman en in 1886 nam hij de exploitatie van de gemeenschappelijke steengroeve van Ampsin voor zijn rekening, het plaatsje waarvan hij later burgermeester werd. In 1889 trouwde hij een jonge hoedenmaakster genaamd Caroline Wautier. In datzelfde jaar stichtte hij de steengroeve die hun beider naam droeg: Carrières et Fours à Chaux (steengroeven en kalkovens) Dumont-Wautier.

Clairette, één van de dochters van het echtpaar, trouwde in 1920 met een telg uit het geslacht Lhoist. Inderdaad, de steenhouwers die ook de groeve bezaten waar Dumont zijn eerste werkervaring opdeed. Toen Dumont daar begon met werken, gunde de familie Lhoist hem – een knulletje van lage komaf en met slechts twee jaar lagere school – waarschijnlijk nog geen blik waardig. Maar nu trouwde zijn dochter met een Lhoist! Tegenwoordig is dat misschien moeilijk voor te stellen, maar in de vooroorlogse klassenmaatschappij moet dat behoorlijk wat indruk hebben gemaakt. En de maatschappelijke opmars die Dumont had ingezet begon pas.

Met 90 productie-installaties in 24 landen en een omzet van 1,9 miljard euro is het bedrijf uit het kleine Limelette internationaal marktleider in kalk- en dolomietproducten.

 

OP WEG NAAR ’S WERELDS GROOTSTE

Deze schoonzoon Léon Lhoist richtte in 1924 een steengroeve op die hij naar zichzelf noemde en die de directe voorloper is van de huidige Lhoist Group. Twee jaar later breidde hij al uit naar Frankrijk. De depressie van de jaren 30 ging over in de Tweede Wereldoorlog en voorlopig kwam de expansie tot een halt. Dit veranderde onder leiding van de jonge Lhoist, net als zijn vader en opa Léon genaamd. In 1981 raakte de internationale groei op stoom met de overname van de Amerikaanse groep Chemical Lime uit Texas. In hoog tempo volgden uitbreidingen naar Oost-Europa, Duitsland, Mexico, Engeland, Brazilië, Maleisië, Rusland en Oman. Tegenwoordig zijn mensen van 30 verschillende nationaliteiten werkzaam bij Lhoist. Met 90 productie-installaties in 24 landen en een omzet van 1,9 miljard euro is het bedrijf uit het kleine Limelette internationaal marktleider in kalk- en dolomietproducten. Wereldwijd heeft het net zoveel werknemers als Limelette inwoners heeft: ruim 5.500. Hiermee is het waargebeurde sprookje dat begon in 1861 met de geboorte van Hyppolite Dumont tot een voorlopig hoogtepunt gekomen.

KUNST OM TE VERBINDEN

Lhoist Group staat bekend om zijn ongeëvenaarde discretie: Lhoist communiceert nooit naar buiten. Zo kan het gebeuren dat één van de grootste Belgische privémultinationals zo goed als onbekend is bij het publiek. Wat we wel weten van Lhoist Group is dat het een grote sponsor is van culturele en sociale activiteiten. In de jaren 90 begon de jonge Lhoist met de aanleg van een belangrijke collectie foto’s en beeldhouwwerken. De kunstverzameling, die helaas niet toegankelijk is voor het publiek, heeft als doel de werknemers van Lhoist te verbinden. De speciale website van de collectie meldt: ‘Kunst is een geweldige manier om de wereld om ons heen op andere wijze te bekijken. Met onze collectie, de tentoonstellingen en de culturele bezoeken die we organiseren voor onze collega’s en hun kinderen, streeft Lhoist naar een meer ruimdenkende en cultureel gevoelige organisatie.’

De kunstwerken worden niet alleen tentoongesteld in het hoofdkantoor in Limelette, maar ook in verschillende regionale kantoren. Iedere werknemer mag zijn of haar kantoor opfleuren met een kunstwerk uit de collectie en zo vaak als gewenst een nieuw werk kiezen. Jaarlijks organiseert een bekende persoonlijkheid uit de kunstwereld een expositie op basis van de collectie. Voor alle medewerkers van het bedrijf, van arbeider tot directielid, en hun gezin zijn er daarnaast geregeld culturele evenementen. Hier brengen medewerkers uit verschillende landen en lagen van het bedrijf op informele wijze de dag met elkaar door en leren zij elkaar kennen in een educatieve context.

Kunstige screensaver

Ook leuk en origineel is de screensaver die op de computer van iedere werknemer is geïnstalleerd. Door middel van de screensaver worden foto’s uit de kunstverzameling getoond wanneer de computer een vijftal minuten niet in gebruik is. Iedere foto bevat een geschreven commentaar. De beelden worden op alle computers wereldwijd tegelijkertijd getoond, natuurlijk alleen als een medewerker op dat moment niet bezig is. Medewerkers die zich op verschillende continenten bevinden en totaal verschillende functies hebben, worden zo verbonden door de foto’s die op hetzelfde moment op hun beeldscherm verschijnen.

Naast de kunstcollectie is Lhoist als sponsor betrokken bij een scala aan culturele evenementen. Een mooi voorbeeld hiervan is de ondersteuning van vereniging Entr’Ages, coördinator van de tweede editie van het Festival du Film Intergénérationnel (FFI) in Louvain-La-Neuve, het filmfestival waarover u elders in deze WAW kunt lezen. Deze kalk- en dolomietgigant kan met recht een grote vriendelijke reus genoemd worden.

www.lhoist.com

 

Lhoist, kort samengevat

Wat produceert Lhoist Group?

Lhoist Group bezit mijnen in 24 landen waar het kalk en dolomiet delft. De 90 productie-installaties van het bedrijf zetten deze grondstoffen om in verschillende producten. De ruwe grondstof wordt verwerkt tot poeder of brokken van verschillende groottes. Deze brokken worden bij temperaturen boven 900 °C omgevormd tot ongebluste kalk. Dit wordt bijvoorbeeld bij de fabricage van staal gebruikt om verontreinigingen uit het erts te verwijderen. Door water aan ongebluste kalk toe te voegen, ontstaat een poeder dat gebluste kalk heet. Dit is een ingrediënt van cement, maar bijvoorbeeld ook van was- en voedingsmiddelen. Als er nog meer water wordt toegevoegd, ontstaat kalkmelk waarmee de zuurgraad en hardheid van drinkwater wordt geregeld.

Kalk en dolomiet: belangrijker dan u denkt

Kalk is toch niet interessant? En dolomiet, wat is dat eigenlijk? Dit zijn begrijpelijke vragen. We staan in ons dagelijks leven niet vaak stil bij de grondstoffen waarmee de moderne wereld is gebouwd. De vele toepassingen van deze bouwstoffen zullen u verrassen.

Dolomiet of bitterspaat is een vorm van kalk die ontstaat in kalksteen met een bepaald gehalte aan magnesium. Het wordt onder meer gebruikt als natuursteen en als grondstof voor cement. Kalk wordt gebruikt in het fabricageproces van staal, papier en tal van chemische producten. Het is de basis van een mengsel dat Portlandcement wordt genoemd, wat wordt gebruikt voor geprefabriceerd beton en onderwaterbeton. Dus eigenlijk zijn kalk en dolomiet een essentieel onderdeel van vrijwel ieder bouwwerk. Door klei en leem te vermengen met kalk wordt de bodem verstevigd. Hierdoor wordt deze geschikt gemaakt voor bouwplaatsen en als fundering van bebouwde terreinen en wegen. Ook baggerspecie van uitgebaggerde waterwegen en slib uit afvalwaterzuiveringen kunnen zo op milieuvriendelijke wijze worden hergebruikt. Naast de bouw wordt kalk ook toegepast in de landbouw. Het neutraliseert kwalijke zuren in de bodem en voorkomt zo plantvergiftiging. Verder zorgt het ervoor dat planten gemakkelijker voedingsstoffen kunnen opnemen. Kalk wordt ook gebruikt in schoorstenen van industriële installaties om de rook te zuiveren zodat het milieu bespaard blijft.

Essentieel voor drinkwater

Zoals de bovenstaande voorbeelden laten zien, hebben kalk en dolomiet zeer belangrijke toepassingen in de industrie en landbouw. Maar de belangrijkste toepassing is misschien wel drinkwater. De hoeveelheid kalk die drinkwater bevat – dit wordt de hardheid genoemd – is wettelijk vastgelegd. Een te hoge hardheid, te veel kalk in het drinkwater, is schadelijk voor apparaten en het milieu. Een te lage hardheid heeft tot gevolg dat bijvoorbeeld giftige stoffen gemakkelijker in het drinkwater kunnen oplossen. Om deze nadelige gevolgen te voorkomen, wordt te hard drinkwater onthard en te zacht drinkwater juist aangevuld met kalk.

Your opinion counts