Waw magazine

Waw magazine

Menu

“Omdat een mens zonder herinnering een mens zonder leven, een volk zonder herinnering een volk zonder toekomst is.”
Franse maarschalk Ferdinand Foch

 
 

Pierre Beugnier

De architect Pierre Beugnier is de algemene coördinator van het project. Hij is de rechterhand van Jacques Smits, die de algemene leiding heeft over de renovatie van deze ruimte van 14.000 m². Door de haalbaarheidsstudie van Beugnier zijn de overheid en de financiële partners ervan overtuigd dat het een mooi en relevant project is. Het is ook dankzij zijn werk dat bepaalde delen van het gebouw beschermd worden: de twee façades, de trap aan de kant van de Sauvenière en de glazen tegels die de gevel aan de kant van Neujean versieren. “Het was moeilijk om de leiding van het gebouw ervan te overtuigen dat het mogelijk was om de ruimten met elkaar te verbinden door er andere functies aan toe te voegen dan diegene waarvoor het gebouw werd ontworpen, zonder iets af te breken maar door dingen te verbeteren en weer tot hun recht te laten komen”, legt Pierre Beugnier uit. De stad Luik draagt het gebouw over aan Mnema en Thierry Moxhet, Fabian Gerardy en Pascal Jacques beginnen de plannen uit te tekenen. Zij werken voor Triangle Architectes SCCRL, een bedrijf dat werd opgericht door Pierre Beugnier maar waar hij zich uit teruggetrokken heeft. Pierre Beugnier adviseert Mnema op technisch-artistiek niveau. Er wordt een grote ploeg samengesteld. Andere bureaus dragen hun expertise aan: een bureau gespecialiseerd in bijzondere technieken, een studiebureau dat de stabiliteit berekent, een scenograaf en een akoestisch ingenieur. Later komen er aannemers bij, aangesteld na openbare aanbestedingen volgens Europese normen. “Dit gebouw is in al zijn onderdelen een reusachtige uitdaging. Je moet misschien gek zijn om deze renovatie aan te pakken, maar je moet vooral van het gebouw houden. Het is een plek waar je je aan hecht en waarvan je wilt dat ze blijft bestaan. Bijna alles is zogoed als helemaal gesloopt, omdat het zo oud was, maar de heropbouw is in de geest van het originele gebouw gebeurd.” De tijdgeest is bewaard, maar vooral op het energetische vlak is de techniek bij de tijd: ledlampen, ventilatiesysteem, centrale verwarming met warmterecuperatie, superisolerende beglazing…

Op 17 januari 2014 gaat de Cité Miroir open voor het publiek en vanaf dan zullen er heel wat culturele evenementen worden georganiseerd.

Er zullen twee soorten events zijn: diegene die Mnema organiseert, en die van andere instellingen, die van de infrastructuur van de Cité Miroir gebruik zullen kunnen maken voor hun eigen culturele activiteiten. Er is slechts één voorwaarde: het event moet absoluut een logisch verband hebben met de f i losof ie en doelstel l ingen van Mnema. “Onze infrastructuur moet niet alleen worden gekozen om wat ze is, maar ook om wat ze vertegenwoordigt. Doordat we de dingen op die manier bekijken, worden wij geen concurrenten van de overige culturele organisaties in Luik. De activiteiten zullen zo gericht zijn op onze doelgroep, dat het alleen maar gepast en logisch kan zijn om ze in de Cité Miroir te organiseren. Wij willen bruggen bouwen tussen de verschillende publieken en het diverse culturele aanbod. Dus, geen concurrentie, maar zeker wel samenwerking”, legt Jean-Michel Heuskin uit. Praktisch gezien stelt Mnema voor wie gebruik wil maken van hun gebouw, naast de zalen ook een loket, een ticketbalie en drie verdiepingen met horecazaken ter beschikking. Er zullen ook banen worden gecreëerd. Ook op dat punt blijft de vzw trouw aan zijn principes: hij gaat al meteen voor tewerkstelling en beroepsopleiding in de cultuursector samenwerken met het plaatselijke OCMW. Maar Mnema kijkt ook verder dan de eigen streek en voorziet ook samenwerking binnen de Euregio, met op termijn opvoeringen die in het Nederlands, Duits en Engels zullen worden vertaald.

 

Op het programma

 Tijdens het open weekend van 17, 18 en 19 januari 2014 zal het publiek de mogelijkheid hebben om te investeren en zich de nieuwe ruimten toe te eigenen. Er zullen videoprojecties en een fototentoonstelling zijn over de vooruitgang van de werken, naast een aantal gratis muziekspektakels en toneelopvoeringen. Op 16 januari al zal Abdou Diouf, secretaris-generaal van de Francofonie en gewezen president van Senegal, de reeks tweemaandelijkse conferenties ‘Dialogue des Cultures’ inleiden, die onder meer zullen gaan over het probleem van de minderheden, de migratie en de interculturaliteit.

 Van 2 tot 15 februari zal het festival ‘Paroles d’Hommes’ in de Cité Miroir zijn 13de editie houden. Het basisthema van het festival is de mensenrechten. Er zijn twee theateropvoeringen: Le peuple de la nuit en Un Paradis sur Terre , en een concert van Angélique Ionatos , Et les rêves prendront leur revanche.

 Op 11 februari zal het publiek opnieuw kennis kunnen maken met L’Étranger van Camus (van wie pas het honderdste geboortejaar werd herdacht), in samenwerking met het Théâtre de Liège en het festival Pays de Danses. In maart komt hierop een vervolg, deze keer in samenwerking met het CAL (Centre d’Action Laïque de la Province de Liège), met À la découverte d’Albert Camus.

 Een primeur voor Luik! Van 20 tot 22 februari wordt, in samenwerking met de Territoires de la Mémoire het toneelstuk Le Carnaval des Ombres opgevoerd. Het is een fascinerend autobiografisch verhaal, geschreven door Serge Demoulin. Het gaat over de incorporatie van de Oostkantons door nazi-Duitsland en de gevolgen die vandaag nog steeds voelbaar zijn.

 De vzw Les Grignoux organiseert de internationale Biënnale van de Fotografie met twee tentoonstellingen, van 15 tot 25 mei.

 Na Parijs, Marseille en Vaison-la-Romaine zal het festival Au Fil des Voix zijn tenten opslaan in de Cité Miroir, en drie muzikale voorstellingen brengen die de culturele diversiteit in de kijker zetten. Van 20 tot 22 maart.

 De slotavond van de wedstrijd Aux encres citoyens ! Aux encres et cetera, een initiatief van het Maison des Sciences de l’Homme van de ULg, vindt plaats op 26 april. In de herfst van 2013 werd deze wedstrijd voor leerlingen van het hoger middelbaar onderwijs gelanceerd, met als doel een podium te bieden waar jonge burgers zich kunnen uiten. Het uitgangspunt is een citaat van Amin Maalouf. Ze kunnen zelf hun uitdrukkingsvorm kiezen (slam, gedicht, pleidooi) en de laureaten van de geschreven proef zullen in het openbaar hun ideeën verdedigen.

 Vanaf januari zullen op de ‘Mercredis de Mnema’ één keer per maand theater- en poëziecreaties worden voorgesteld, zoals bijvoorbeeld op 26 februari Bien au-dessus du silence, waarin vijf personages oude of hedendaagse gedichten ten gehore brengen, waarin onze betrokkenheid bij de wereld wordt onderzocht.

 Ook film krijgt natuurlijk een plaats in de programmatie, en er is elke maand één voorstelling. De eerste vindt plaats op 28 januari, met Ce n’est qu’un début, een film over de vorming van een filosofie-atelier in een kleuterschool.

 Er is ruim plaats voor theater. Noteer alvast Le journal d’un poilu (14 maart), Têtes à claques (16 maart), Sans ailes et sans racines (4 april), La vie c’est comme un arbre  (9 mei) en Celui qui se moque du crocodile n’a pas traversé la rivière (16 mei).

 Op 23 mei wordt het seizoen afgesloten met een concert van Las Hermanas Caronni, twee tweelingzussen van Argentijnse origine, die gepokt en gemazeld zijn in de tango en de opera, en de invloeden hebben ondergaan van de Zwitserse, Italiaanse, Russische en Spaanse cultuur van hun familie.

 

Permanente tentoonstellingen

In de Cité Miroir zullen er twee permanente tentoonstellingen zijn.

⇒ De eerste, Plus jamais ça ! Parcours dans les camps nazis, is een creatie van Territoires de la Mémoire en is sinds haar ontstaan in 2000 een enorm succes. Het is een bewust sober parcours dat alle fases schetst die een gevangene in een naziconcentratiekamp doorliep, van de arrestatie tot de overvolle wagons, van de dwangarbeid tot de verbrandingsovens. Het is een symbolisch parcours dat gebaseerd is op de ervaringen van drie belangrijke stichtende leden van Territoires de la Mémoire: René Deprez, Guy Melen en Paul Brusson, die alledrie de kampen overleefden. Meer dan 200.000 bezoekers in 10 jaar, en zoals Jacques Smits graag opmerkt, ‘een plek die op natuurlijke wijze respect oproept bij alle generaties, want er is nog nooit één spoor geweest van vandalisme of vernieling.’ Een nieuwe plek nodigt uit tot een aanpassing, en de tentoonstelling wordt uitgebreid met twee nieuwe stations die de aberraties van andere, helaas recentere, dictatoriale en genocidale regimes in het licht stelt. We mogen ook de ‘grijze zone’ niet vergeten, waarin de bezoeker zich af kan vragen wat hij of zij in dezelfde situatie gedaan zou hebben. Het is een fundamentele vraag waar geen oordeel of wrok op volgt, maar die nodig is om je bewust te worden van de soms nauwelijks zichtbare mechanismen die ertoe leiden dat ‘normale’ mensen beulen worden. 

 De tweede tentoonstelling, Entre galeries et forges. Histoires d’une émancipation, gaat over de sociale verworvenheden. We volgen een familie over verschillende generaties heen, van de industriële revolutie tot onze tijd. Het algemene stemrecht, betaalde vakanties, het recht op staken, de sociale zekerheid: … het zijn allemaal voordelen die door actie zijn afgedwongen en in sommige landen nog niet bestaan. Als je leert dat er voor deze rechten strijd moest worden geleverd, kun je ze beter waarderen, maar word je je ook bewust van rechten die nog niet verworven zijn.

 

De overdracht van herinneringen als studieobject

Philippe Raxhon is hoogleraar Geschiedenis aan de Université de Liège en bestuurslid van Territoires de la Mémoire. Hij werkt aan de oprichting van een studie- en onderzoekscentrum over de overdracht van herinneringen. Dit centrum, dat op hetzelfde moment als Mnema boven de doopvont wordt gehouden, heeft het geheugen als studieproject. De missie: de mechanismen en de uitdagingen van het geheugen begrijpen en wetenschappelijke analysetools ontwikkelen om een expertise bij te dragen aan de projecten in dit domein, o.a. het herdenkingstoerisme, een toekomstgerichte sector. Het centrum is ontstaan aan de afdeling Hedendaagse geschiedenis van de ULg, maar wil interuniversitair en interdisciplinair werken. Er zullen universitaire experts meewerken van de Fédération Wallonie- Bruxelles die gespecialiseerd zijn in verschillende domeinen van de menswetenschappen. Philippe Raxhon vertelt: “Het centrum zal een plaats zijn die openstaat voor de maatschappij en de wereld, waar we samenkomen om aan projecten te werken met een maatschappelijke maar ook een wetenschappelijke insteek.” Het zal eveneens een leerplek zijn, met theoretische opleidingsmodules maar ook een praktischer aanpak die zijn expertise uit de werking van het geheugen haalt. “De tijdgeest is rijp voor zo’n centrum. We komen in een ‘Momentumperiode’, met een aantal grote herdenkingen zoals die van het begin van de Eerste Wereldoorlog (100 jaar geleden in 2014), en in 2015 de Bevrijding (70 jaar geleden), en de Slag bij Waterloo (200 jaar geleden). Het zijn gebeurtenissen die Europa fundamenteel veranderd hebben en die allemaal in Wallonië hebben plaatsgevonden. Onze regio is een echte route voor Europese invasies, op het geografische en geopolitieke kruispunt van de grote conflicten, waardoor we een rijke en pijnlijke geschiedenis hebben. Het is dus niet zonder betekenis dat dit centrum hier het licht ziet.” Naast deze gebeurtenissen is er ook het gunstige effect van het ‘décret mémoire’ dat de regering van de Franstalige Gemeenschap in 2009 heeft goedgekeurd en dat heeft geleid tot de oprichting van een ‘Raad voor de overdracht van de herinnering’, die wordt voorgezeten door Ph. Raxhon. Van 10 tot 12 maart 2014 organiseert het nieuwe centrum in de Cité Miroir een inauguraal wetenschappelijk colloquium, Persécution et résistance en Italie. De la période fasciste à l’invasion nazie (Vervolging en verzet in Italië. Van de fascistische periode tot de invasie door de nazi’s), waarin de oorsprong van het fascisme wordt bestudeerd. Met medewerking van Belgische en Italiaanse specialisten.

 

Amis et citoyens de Mnema

Zowel bedrijven als individuen kunnen een bijdrage leveren waardoor ze ‘volwaardig burger’ van Mnema worden. Wie een financiële participatie neemt, verbindt zich met het project en geniet tal van voordelen op de activiteiten.
www.mnema.be

De keuze voor een plek om de Cité Miroir te huisvesten, moest in de lijn liggen van de meest fundamentele waarden van Mnema: vorming, herinnering, cultuur, burgerschap en democratie.

Er werd dus niet alleen voor de Baden van La Sauvenière gekozen omdat ze beschikbaar waren en veel ruimte is. Dat speelde een grote rol, maar er werd ook veel belang gehecht aan de grote symbolische waarde van het gebouw.

Een van de eerste elementen die tot de keuze van dit gebouw hebben geleid, was trouwens de persoon die er het initiatief toe had genomen. In 1936 wilde Georges Truffaut, de schepen van Openbare Werken van Luik, zijn stadsgenoten de kans bieden om zich te emanciperen door middel van sport en hygiëne. Met de hulp van de gemeenteraad gaf hij het startschot voor de bouw van een complex met zwembaden, sportzalen en openbare baden. Naast zijn wens om de Luikenaars dit gebouw met vooruitstrevende ambities en infrastructuur te bieden, was hij ook een verzetsstrijder tegen de Duitse bezetters, wat zijn ideeëngoed en dat van Mnema op één lijn brengt. Hij sneuvelde in 1942 in Engeland helaas in de strijd, zodat hij nooit heeft kunnen zien hoe zijn schitterende project in datzelfde jaar werd ingehuldigd.

De prachtige ligging van het gebouw heeft de oprichters van Mnema natuurlijk ook een duwtje gegeven toen ze een keuze moesten maken. Het Cité Miroir bevindt zich pal in het centrum van Luik, letterlijk op twee passen van het bekende en drukbezochte Carré, de buur van grote cultuurhuizen zoals de Opera, het nieuwe Théâtre de Liège en de bioscoop Sauvenière, dicht bij scholen, de universiteit en handelszaken. Zowel Luikenaars als bezoekers zullen een bezoek aan het gebouw aan het charmante Xavier Neujeanplein op hun agenda moeten zetten.

Op architecturaal vlak is het gebouw zelf ook een symbool van verzet. Georges Dedoyard, de architect, ontwierp het in Bauhaus-stijl, een artistieke stroming die door het naziregime als ontaard werd beschouwd en vanaf 1933 werd verboden. Het was dezelfde Georges Dedoyard die, eveneens in Bauhaus-stijl, in Bastenaken (Bastogne) het Mémorial du Mardasson ontwierp, het monument ter nagedachtenis van de bekende Slag om de Ardennen.

In het woord ‘cité’ vind je ook ‘citoyen’ (burger) terug. De twee woorden ontstaan samen in Griekenland en vinden later ook ingang in het oude Rome. Uit hun samenhang komt het idee voort van deelname aan de ‘publieke zaak’ (res publica) om de ‘politiek’ vorm te geven. Met andere woorden, de uitdrukking van de rationele vermogens van de mensen om hun eigen leven te organiseren en, via debat en gezamenlijke beslissingen, tot een weloverwogen akkoord te komen. Aristoteles heeft er een definitie van ontwikkeld, die uit drie elementen bestaat. Het eerste, de vrijheid van de burger, stelt deze in staat om zelf beslissingen te nemen. Het tweede element gaat over een ‘gemeenschappelijk goed’, dat de belangen van het individu overstijgt. Het derde element ten slotte, houdt rekening met de gelijkheid die alle burgers de kans geeft om bij te dragen aan de vorming van wetten en ze ook onderwerpt aan bepaalde verplichtingen.

In ‘miroir’ (spiegel) gaat een grote symboliek schuil. Een spiegel is een plat en gepolijst vlak waarin een beeld weerspiegeld kan worden. Een spiegel nodigt uit tot introspectie. Wie in een spiegel kijkt, stelt zich vragen, geeft zijn zwaktes toe, leert nederig te zijn. Hij of zij aanvaardt ook dat hij zich blootgeeft voor de blik van een ander, laat hem of haar zien dat hij ze vertrouwt, door een stap in hun richting te zetten.

De ‘Cité Miroir’ wil dus een plaats zijn voor reflectie, waar de weerspiegeling van het verleden de burger van vandaag bereikt, die daardoor de toekomst tegemoet kan gaan, gewapend met de tools van reflectie en kritische analyse. Daarmee kan hij op een bewuste en verantwoorde manier handelen.

De Cité Miroir bevindt zich in het hart van Luik, in een schrijn van beton en glas. Op 14 januari 2014 opent het officieel de deuren. De verovering van een plek!

Aan de oorsprong ligt de vzw Les Territoires de la Mémoire, die sinds de oprichting in 1993 een heus educatief cordon sanitaire wil optrekken rond de hernieuwde opkomst van extremistische partijen. Alle middelen en inspanningen gaan naar de vorming van de burgers en de democratie.

Begin jaren 2000 wordt de vereniging een beetje het slachtoffer van haar eigen succes en groeit ze uit haar kantoor aan de Boulevard d’Avroy. Na een beslissing van de Raad van Bestuur gaat de directeur, Jacques Smits, op zoek naar de ideale plek om de organisatie verder te ontwikkelen. In het centrum van Luik valt zijn oog op een leegstaand groot gebouw: de oude badinrichting van La Sauvenière. En sindsdien heeft hij een doel dat hij vastberaden nastreeft: de renovatie van dit emblematische Luikse gebouw. In het begin krijgt hij op zijn heldentocht de hulp van architect Pierre Beugnier, aan wie hij in 2003 de haalbaarheidsstudie van het project toevertrouwt. Spoedig kan hij ook de historische partners van Territoires de la Mémoire over de streep halen. Ethias Verzekeringen, het ‘Centre d’Action Laïque de la Province de Liège’, Solidaris en het ‘Maison des Syndicats’ sluiten zich al gauw bij de beweging aan. Op 10 december 2004, de Internationale Dag van de Mensenrechten, wordt de vzw Mnema opgericht, die de leiding krijgt over de verbouwing. Korte tijd later sluiten de stad en de provincie Luik, de Univer siteit van Luik, de MOC (Christelijke Arbeidersbeweging) en Etopia zich bij de oorspronkelijke kern van partners aan, samen met vertegenwoordigers van de voornaamste democratische partijen. Zo geeft de stad Luik het gebouw voor 50 jaar in erfpacht aan Mnema, zodat die het project in goede banen kan leiden. Vanaf 2005 beginnen de moeilijke financiële onderhandelingen, die ertoe leiden dat het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling en het Waalse Gewest (Gesubsidieerde Werken en Erfgoed), de provincie en de stad subsidies toekennen. De vzw Mnema en haar partners betalen het niet-gesubsidieerde saldo. Totaal budget: € 21.751.801!

De eerste stappen worden gezet om een nieuwe cité in de cité te creëren, een Cité Miroir in de Cité ardente.

 

Het werk van Mnema

Mnema is Grieks voor geheugen. In één woord wordt de roeping van de vzw met die naam samengevat: de burgers aanzetten om hun mnema, of hun geheugen te gebruiken. “De toekomst van de mensheid wordt gebouwd op haar verleden. Onze wortels zitten vervat in gebeurtenissen en omgevingen. Niet zolang geleden zijn er momenten geweest waarop we zover gegaan zijn in de vernieling van de mensheid, dat we die niet mogen vergeten. Wat niet betekent dat we verlamd moeten zijn van angst. Met Mnema volgen we de lijn die de vzw Les Territoires de la Mémoire al 20 jaar volgt. We spreken trouwens niet over de plicht om ons dingen te herinneren, maar over het geheugenwérk. Die nuance is belangrijk. Het woord ‘werk’ impliceert een concrete en doordachte actie, maar ook een enthousiasme en de moed om ‘nee’ te durven zeggen. Als we de fouten uit het verleden willen vermijden, moeten we de mechanismen bestuderen die hebben geleid tot bepaalde moordzuchtige rampen en die ook begrijpen, om ervoor te zorgen dat ze niet meer worden herhaald.” (Jacques Smits, afgevaardigd bestuurder van Mnema)

De Luikse start-up Modalisa Technology staat nu al bekend als een van de 50 meest vernieuwende bedrijven ter wereld. En dat is nog maar het begin…

Hun diploma, hun onstilbare honger naar kennis en een brein met een voortdurende stroom aan briljante invallen. Meer hadden Tony Ciccarella (38) en Frédéric Maréchal (28) niet gemeen. De stichters van Modalisa Technology volgden dezelfde opleiding aan het Montefiore Instituut van de Universiteit van Luik en waren allebei IT-gek… met tien jaar verschil. Ze kwamen elkaar toevallig tegen in het café, raakten aan de praat en ontdekten al snel dat ze heel veel gemeen hadden. De twee mannen werden vrienden en spraken regelmatig af. Het ene idee leidde tot het andere en zo stelden ze vast dat er nog geen goed systeem bestond om een geheel van complexe processen in kaart te brengen. Toen, in 2006, werd de eerste stap naar de Modatech-technologie gezet.

Meer dan software

Modalisa Technology is volledig bedacht door Ciccarella en Maréchal. Het is niet zomaar een softwarepakket, maar een complex platform dat bestaat uit applicatiecomponenten: dertig modules waarmee een bedrijf een realtime-model kan ‘modelleren’ van zijn diensten. (Vandaar de naam, en dus niet als verwijzing naar Leonardo Da Vinci.) Het u l t ieme doel van Moda l i sa Technology? CEO’s in staat stellen om in een oogopslag alle activiteiten van hun bedrijf te volgen op hun tablet of smartphone en op elk moment in te kunnen grijpen. Het Modalisaplatform is bewust zo gebruiksvriendelijk mogelijk gemaakt. Daardoor kan een bedrijfsleider makkelijk processen wijzigen, nieuwe prioriteiten stellen, taken opnieuw toewijzen, afhankelijk van de drukte meer of minder mensen inzetten, enz. Hij kan ook gewaarschuwd worden via sms of push notification als een taak nog niet uitgevoerd is of de deadline nadert. De mogelijkheden zijn onbegrensd.

De processen bestaan uit een aantal taken, onderworpen aan voorwaarden, en stuk voor stuk gelinkt aan een persoon of een rol. Met het platform kun je menselijke diensten en machines perfect volgen, van dichtbij of in een overzicht.

Hele grote bedrijven hebben vaak al systemen om hun procedures in goede banen te leiden. Meestal gebeurt dat in de vorm van Virtuele Private Netwerken (VPN). De business analyst giet alles in een model en programmeert de applicaties. Een gemodelleerd proces aan de ene kant, applicaties aan de andere en een hiërarchisch doolhof als kers op de taart. Voor de kleinste wijziging moet er altijd wel iemand toestemming geven, en dat kan soms maanden duren. Een beslissing wordt dus pas maanden later doorgevoerd. In een markt waar de ontwikkelingen elkaar snel opvolgen, loop je dan al snel achter de feiten aan. De modules van Modalisa Technology bieden daarvoor de oplossing.

Het Institut Montefiore

Beide oprichters hebben een specialisatie die goed van pas komt bij Modalisa. Tony is ingenieur informatica en vond al snel zijn weg in de financiële en industriële wereld. Frédéric is gespecialiseerd in complexe constructies en real time oplossingen. Die opleiding volgden ze aan het Montefiore Instituut van de Universiteit van Luik, waar ze nog vaak aan terugdenken. En in het bijzonder aan Pierre Wolper, Vice-Rector van Onderzoek aan de Ulg, en professor Guy Leduc, gespecialiseerd in netwerken. “Je kunt ze allebei beschouwen als onze mentors”, vertelt Ciccarella. Deze heren stimuleerden ze om te blijven leren, innoveren en creëren. Eerst als hoogleraren, daarna hielpen ze Tony en Frédéric bij de uitwerking van Modalisa Technology. Ze betrokken onderzoekers en doctorandi bij het project, stelden lokalen ter beschikking en gaven goede raad. “Het Montefiore Instituut stimuleert initiatief en creativiteit bij studenten, zonder ze belemmeringen op te leggen. Onze afdeling Onderzoek en Ontwikkeling is erg belangrijk”, zegt prof. Pierre Wolper. “Hun opleiding heeft ze echt gelanceerd.”

Na de eerste fase kon het platform uitgetest worden in het onderzoekslab van de Universiteit van Harvard. De contacten van prof. Wolper hadden daar zeker iets mee te maken. In het lab blijkt Modalisa heel wat te kunnen: beter gestructureerde analyses, resultaten in real time, respect voor de normen op dat vlak, uniformering van de talen, controle van de levensduur van een staal, enz.

Modalisa Technology werkt op dit moment aan een sociaal netwerk, gebaseerd op het model van het Modalisa-platform. Het buitenland lonkt!


The Valley

Het concept groeide uit tot een product. Het harde werk op Harvard leverde zelfs een onderscheiding op. En wel bij het prestigieuze TiE50 Awards Program op de ‘TiECON 2013’-conferentie afgelopen juni in het hart van Silicon Valley. Van de 1.400 geselecteerde bedrijven is Modalisa de enige Belgische onderneming in de top 50 van de meest innoverende bedrijven ter wereld. Het ultieme bewijs dat ze de juiste keuzes gemaakt hebben. En een ideale gelegenheid voor de Luikse start-up om contact te leggen met invloedrijke mensen uit het milieu. Internationaal gaan, dat is immers het streven van beide mannen. “Op dit moment bestaat ons kapitaal uitsluitend uit eigen fond sen, en daar willen we verandering in brengen. We hebben dus buitenlandse investeerders nodig”, zegt Ciccarella. “Alleen dan zijn we geloofwaardig op het internationale vlak en kunnen we nieuwe klanten aanspreken.” En het blijft niet bij woorden. Het business plan werd al onder de loep genomen. Eind 2014 wordt hun kantoor waarschijnlijk in Silicon Valley zelf geopend. Tegen 2016 is de opening gepland van een ander kantoor in Singapore, aangezien er nu al Aziatische investeerders geïnteresseerd zijn in hun platform. Maar ook Europa staat op de agenda. De jonge ontwikkelaars willen ook vestigingen opstarten in Luxemburg en in andere Europese landen. Welke? Dat hangt sterk af van de investeerders die op de kar willen springen. De eerste gesprekken staan deze herfst al op stapel.

Wortels en hulp

Natuurlijk willen de Luikenaren het hoofdkantoor van Modalisa Technology graag in Wallonië houden en dan bij voorkeur in de provincie Luik. Daar leggen ze zelf ook erg de nadruk op. Makkelijk is het echter niet om prominent te zijn in eigen land. Ze gaan de IT-geschiedenis in als de eerste Belgische finalisten van de TiECON 2013. “Met onze onderscheiding in San Francisco kunnen we een beetje zon meebrengen en laten zien dat het mogelijk is om bij de top te horen”, zegt Maréchal. “Ons kindje is geboren in Luik, het zou echt jammer zijn als we moeten vertrekken om het op te laten groeien.” Grote spelers als IBM en Cisco zijn enthousiast over hun concept en platform. Dan kan het toch niet zo moeilijk zijn om ook lokale erkenning te krijgen… De oproep is bij deze gedaan.

Grote Amerikaanse, Indische en Chinese investeerders hebben al laten blijken dat ze geïnteresseerd zijn in de start-up. Maar Ciccarella en Maréchal zijn verstandig en gunnen zich nog wat tijd. Eerst willen ze de touwtjes strak in handen hebben, de overheid overtuigen om ze te steunen en vooral om ze te volgen. Want toptechnologie kan ook bij ons ontworpen en ontwikkeld worden.

 

www.modalisa-technology.com

Op zoek naar de stemmen van Captel! In dat zeer succesvolle Luikse callcenter maken zo’n honderd werknemers het leven makkelijker voor kleine en grote bedrijven. Van medisch secretariaat tot telemarketing, een telefoontje en het is gefikst. Wij hadden een gesprek in alle toonaarden met zaakvoerster Anne Dimmers.

BIO EXPRESS

1962 — Geboren in Ougrée.

1980 — Zet haar eerste stappen in het callcenter als jobstudente.

1981 — Eerste voltijdse job in hetzelfde callcenter.

1997 — Anne neemt het bedrijf over.

2008 — Oprichting van filiaal Captis.

2013 — Opening van opleidingscentrum in Ibiza.

“Vorige week heb ik 7 mensen aangeworven, en vandaag neem ik er nog een aan.” Gedelegeerd bestuurder Anne Dimmers tekent heel wat nieuwe arbeidsovereenkomsten bij Captel en dat ligt niet aan het hoge personeelsverloop in de wereld van de callcenters. In tegendeel: haar werknemers worden in de watten gelegd en blijven het liefst hun hele carrière in de kantoren in het Luikse shoppingcenter Médiacité. Haar geheim om hen beter te begrijpen is simpel: ooit was ze net als hen, jarenlang. Ze weet dus beter dan wie ook hoe ze hen kan helpen omgaan met de stress van uren telefoneren met de klanten. De 50-jarige Anne Dimmers groeide op in Flémalle-Haute, waar haar vader een verzekeringskantoor had geopend als zelfstandige. Op haar 17,5 neemt ze een studentenjob aan in een Luiks callcenter. Het is het allereerste callcenter van België, dat zijn deuren opende in 1974, toen kantoren nog niet eens computers hadden. De jonge vrouw geeft haar enthousiasme en energie door aan de klanten en krijgt al snel de smaak te pakken. Zes maanden later, wanneer ze net 18 is, begint ze voltijds te werken op de plek waar ze als jobstudente begon.

Na 15 jaar bij hetzelfde bedrijf, dat toen uit 7 personen bestond, dacht Anne op een bepaald moment dat ze haar baan kwijt was. Niet omdat de klanten ontevreden waren, want het bedrijf had een stevige reputatie opgebouwd. Wel door problemen met de administratie. “Ik zei tegen mezelf dat ik onze jobs kon redden door het bedrijf over te nemen. Alle succesfactoren waren immers aanwezig”, vertelt Dimmers. De jonge onderneemster volgt een heel aantal opleidingen en zet zwaar in op kwaliteit. Eerst en vooral de kwaliteit van de service, dankzij softwarepakket Estel, dat Captel zelf ontwikkelde. Hiermee kunnen de operatrices of ‘secretaresses’ hun antwoord afstemmen op de klant “alsof ze de vaste secretaresses zijn van de klanten die ze vertegenwoordigen”.

“Ik delegeer al wat ik niet zelf moet doen. Dat geeft me tijd om nieuwe dingen te ontwikkelen.”


Captel staat ook voor kwalitatieve jobs. “We doen er alles aan opdat de secretaresses zich goed voelen”, vertelt Dimmers. “Ze moeten de hele dag dynamisch en opgewekt zijn, ook als de klanten slechtgehumeurd zijn of als ze zich moeten schikken naar moeilijke uurroosters, als ze ’s nachts moeten werken of in het weekend, of met eindejaar… Daarom probeer ik hen te verwennen en hen geen extra stress te bezorgen. Zo hebben ze ieder een eigen parkeerplaats, zodat ze de dag niet gejaagd hoeven te beginnen met het zoeken naar een plek voor hun auto. Maandag- en vrijdagochtend staat er vers sinaasappelsap klaar op hun bureau, om de week goed te beginnen en af te sluiten. Twee keer per jaar laat ik ook een mas seuse komen die hen een rugmassage geeft. Ik geef iedere werkneemster een geschenk voor hun verjaardag, en er is ook een strijkatelier. Daar kunnen ze hun was binnenbrengen, die gestreken wordt door onze werkvrouw. Aan het eind van de dag ligt alles weer voor hen klaar.” En dan zijn er nog het sinterklaasfeest voor de kinderen, opleidingen, barbecues, eindejaarsfeestjes… “Wij kunnen onze klanten niet dezelfde prijs bieden als de callcenters in Marokko bijvoorbeeld. Maar wat ik hen aanbied, is een service op maat, en iemand met een goed humeur aan de andere kant van de lijn. Die opgewektheid en die ervaring maken het verschil. Dat is onze toegevoegde waarde.”

Een beproefd recept

Toen Dimmers het bedrijf overnam, werkten er zeven mensen. Dat werden er al snel twintig. Ondertussen telt haar Captel 110 werkneemsters, of eerder ‘werknemers’, want bij die 110 is er één man… “In het begin zocht ik vooral klanten met een laag belvolume”, zegt Dimmers. “In Marokko heb je een plateau met 400 werknemers voor 20 bedrijven. Zodra je één bedrijf verliest, moet je al personeel ontslaan. Bij ons was het het tegenovergestelde. Voor 20 werknemers waren er 400 klanten. Op die manier moest ik geen mensen ontslaan als er een klant wegviel.”

Captel blaast volgend jaar 40 kaarsjes uit en heeft intussen een trouwe klantenkring opgebouwd. De Franstalige dierenbescherming bijvoorbeeld is er al een kwarteeuw klant. In het weekend en ’s nachts beheert Dimmers’ bedrijf de noodoproepen voor een dierenambulance. Ze doen ook permanentie voor Techspace Aéro, tal van artsen en onderhoudsbedrijven die dag en nacht moeten klaarstaan.

Vijf jaar geleden kwam er echter een klant met een groot belvolume aankloppen, Lampiris. “Ik wou de bestaande structuur behouden en dezelfde structuur opnieuw opbouwen, alleen voor die klant”, vertelt de bazin. Dankzij Lampiris en andere nieuwe klanten groeide het personeel op 5 jaar tijd van 25 naar 110 werknemers.

Op haar lauweren rusten is er nog niet meteen bij. De self-made-woman heeft al een nieuw concept op poten gezet in het Spaanse Ibiza, waar een groot deel van haar familie woont. “Ik had een opleiding van enkele dagen gevolgd samen met mijn vennoot”, herinnert Dimmers zich. “Maar het was geen goede opleiding, het hotel was niet comfortabel, en het was echt rotweer… We telden de uren af voor we terug naar onze kinderen konden. Een goede opleiding, in combinatie met een verblijf waarbij je je contacten onderhoudt, kan nochtans erg nuttig zijn. Ik ken heel wat trainers en de 600 klanten van Captel kunnen allemaal wel een goede opleidingsplek gebruiken.” En zo opende afgelopen lente opleidingscentrum Can Basso de deuren, in een gerestaureerde hoeve op het platteland, op 10 minuutjes van het strand. Bijleren was nog nooit zo leuk!

 

Captel in cijfers

 

informatie

Captel
Rue Grétry, 50/96
B-4000 Liège
[email protected]
www.captel.be

Your opinion counts