Waw magazine

Waw magazine

Menu

Business in the air

Kunnen twee Luikse goochelaars de nieuwsgierigheid wekken van de retailmanagers van een van de grootste luxeconcerns ter wereld ? Dat is wat de oprichters van Levita in elk geval is overkomen. Focus op een project dat poëzie en technologie met elkaar verbindt.

 

Clément Kerstenne is 30 jaar. En Philippe Bougard 34. Beide Luikenaren hebben elkaar ontmoet in goochelclubs, waar ze regelmatig optraden naast hun studie. Hun credo, illusionisme gekoppeld aan ondernemerstalent, brengt hen ertoe om shows te verzorgen tijdens professionele of semi-professionele bijeenkomsten, maar ook om optredens te organiseren voor andere goochelaars. Met In The Air, het bedrijf dat de twee ondernemende studenten in 2012 oprichten, maken ze een spectaculaire entree in de wereld van de promotionele goochelkunst. Of het nu gaat om feestelijke openingen, productintroducties, teambuildings of video’s, ze deinzen nergens voor terug. Wil de CEO van een groot concern dat de sfeer ontspannen is op het moment dat hij de jaarlijkse ondernemingsresultaten presenteert ? Het duo krijgt het voor elkaar. In hun shows en diensten voor zowel bedrijven als particulieren maken de Luikenaren gebruik van digitale elementen, maar zonder de fout te maken van optredens zonder enig menselijk aspect.

Zwaartekrachtprincipe

Op basis van deze eerste ervaring starten Clément Kerstenne en Philippe Bougard in 2018 met Levita, een bedrijf dat zich richt op één product om het principe van de gewicht loosheid (een klassieke goocheltruc) te automatiseren. Het resultaat is een product dat overal ter wereld gebruikt kan worden, zelfs als er geen goochelaar aanwezig is. Drie jaar na de oprichting van Levita staan vier medewerkers de twee grondleggers terzijde om dit project verder te ontwikkelen. Net als In The Air heeft Levita overigens nog steeds zijn hoofdkantoor in Luik. De Gravity Display berust op een technologie die uniek is in de wereld. De Luikenaren hebben hiervoor hun eigen goocheltrucs benut, maar ook engineeringtechnieken toegepast om een met internet verbonden kastje te kunnen aanbieden : ideaal om een luxeproduct te presenteren in een winkel. In tegenstelling tot andere vergelijkbare producten bevat deze vitrine één of meer zwevende voorwerpen (een horloge, een bril, een sieraad of een smartphone). Sinds enkele maanden is het concept zodanig verbeterd dat ook zwaardere voorwerpen, zoals een champagnefles van Moët Hennessy van ongeveer één kilo, in het kastje passen.

Van Tokio tot Dubai

Dankzij de steun van het Awex is het kleine team rond Clément Kerstenne en Philippe Bougard in staat om deze Gravity Display binnen acht maanden te ontwikkelen. Alles, van het houten prototype tot de ontwikkeling van de software, is in Luik bedacht en gerealiseerd. Het product valt meteen in de smaak bij de grote namen in de wereld van de luxe, waaronder het Zwitserse horlogemerk Roger Dupuis (eigendom van de groep Richemont), dat na een eerste geslaagd experiment al veertien extra kastjes heeft besteld. Ondanks de pandemie en de winkelsluiting heeft Levita ook de aandacht getrokken van Audemars Piguet, een andere grote naam in de horlogewereld. In dit stadium is de Gravity Display het enige product van het Luikse bedrijf, maar de oprichters van Levita willen het daar niet bij laten. Hun kracht is dat ze een unieke ervaring bieden die iedereen fascineert en toch iets geheimzinnigs houdt. Wanneer Levita op internationale beurzen staat, lukt het zelfs ingenieurs niet om het geheim ervan te doorgronden. Het voorwerp bevindt zich recht voor hen. De verkoper kan het uit de vitrine halen, in zijn handen nemen en zelfs door een klant laten uitproberen. Met dit voorwerp, dat op enkele centimeters van het publiek om zijn eigen as draait, liggen de virtuele en aseptische ervaringen van het coronatijdperk dus ver achter ons.

Andere goocheltrucs

Omdat merken behoefte hadden aan een compacter product, is een miniversie van de Gravity Display uitgebracht, maar de ontwerpers willen nog andere concepten introduceren om hun aanbod te verbreden. Want niets lijkt dit kleine team te kunnen afschrikken. Het profiteert van zijn geringe afstand tot de markt en zijn grondige kennis van de goochelsector om zich succesvol te verweren tegen eventuele kopieën uit China. En dan zijn er natuurlijk nog de trucs die Clément en Philippe laten zien wanneer ze hun product presenteren aan de managers van de grote luxeconcerns. Om de magie te laten werken, proberen de ontwerpers van Levita elkaar te overtreffen in creativiteit. Zo hebben ze onlangs de Travel Box uitgebracht. Met dit product kan een voorwerp van het ene kastje naar het andere worden overgebracht op basis van teleportatie, een concept dat eveneens op mentalisme gebaseerd is.

Gespot door LVMH

Aan het einde van de tweede lockdown werd Levita opgemerkt tijdens de Innovations Awards van het luxeconcern LVMH. En hoewel het Luikse bedrijf als een van de elf finalisten (op bijna duizend kandidaten) geen prijs won in deze wedstrijd, werd het toch geselecteerd om deel te nemen aan het Maison des Startups, een programma van LVMH om initiatiefnemers van projecten in contact te brengen met de retailmanagers van de vijfenzeventig merken van het concern. Dacht u dat de goochelwereld enigszins stoffig was ? Dat de oude goocheltrucjes last hadden van een stereotypisch en oubollig imago ? De vier medewerkers van Clément Kerstenne en Philippe Bougard zijn allemaal jonger dan 35 en helpen om van Levita een dynamische, ambitieuze en kleinschalige start-up te maken. Een start-up die met de kunstwereld flirt door zijn entree te maken in bepaalde galeries en, als alles loopt zoals verwacht, in het prestigieuze Louvre in Parijs. Een rookgordijn aanleggen. Opduiken waar je niet wordt verwacht. De grenzen van het mogelijke en het geloofwaardige verleggen, dat is het motto van Levita.

 En zelfs wanneer ze dit najaar hun producten presenteren in het Belgische paviljoen in Dubai, beperken de twee Luikenaren zich niet tot het promoten van hun magische vitrines. De bezoekers van de wereldtentoonstelling verrassen met een paar goocheltrucs en een vleugje poëzie, maakt ook deel uit van hun strategie. Een strategie die het succes van Levita verklaart : een eigentijds concept waar we zeker nog meer van zullen horen..

TERUGKEER VAN DE ADELAAR

Ter gelegenheid van de twee- honderdste verjaardag van zijn dood is Napoleon levendiger dan ooit. In Luik wordt zijn heerschappij in een uitgebreide tentoonstelling, verrijkt met reconstructies en authentieke voorwerpen, in de juiste context geplaatst. Tot 9 januari 2022.


Hoe vertel je het verhaal van Napoleon ? Van deze “rockster uit de geschiedenis” zoals hij beschreven wordt door Bruno Ledoux, de verzamelaar die een groot aantal stukken heeft uitgeleend aan de tentoonstelling De mythe voorbij, die door Europa Expo in het station Luik-Guillemins is opgezet. Het bewind van deze ambitieuze visionair was doorspekt met wapenfeiten en politieke beslissingen, die soms autoritair waren. Al deze elementen zijn aanwezig in de tentoonstelling, die de tweehonderdste verjaardag viert van de dood van een politicus en militair, die zowel bewonderd als gehaat werd. Driehonderdvijftig authentieke stukken, waarvan sommige nog nooit eerder te zien waren, vertellen op bijna 3000 m² het verhaal van een uitzonderlijke lotsbestemming

© Collection Bruno ledoux

Longwood House

De regeerperiode van Napoleon was kort maar zijn invloed op Europa is enorm gebleken. Hij stierf op Sint-Helena en het is daar dat de mythe is gegroeid, gevoed door de memoires waaraan hij een groot deel van zijn laatste levensjaren wijdde. De tentoonstelling begint op dit stukje rots dat ergens in het midden van de Zuid-Atlantische Oceaan ligt. De eerste voorwerpen zijn bedoeld om het verblijf van de afgezette vorst in Longwood House op te roepen, een verblijf op een vochtig, winderig plateau waar hij en zijn gevolg een eerder comfortabel leven leidden. De hagiografische voorstellingen van de keizer die zijn memoires dicteert, worden geëvenaard door karikaturen van een man met een dikke buik, geschetst door een van zijn Engelse cipiers.

Kind van de Revolutie

Napoleon Bonaparte was nog geen 20 jaar oud toen de Revolutie uitbrak en zijn weg naar de top was het rechtstreekse gevolg van het nieuwe regime dat in 1789 werd ingesteld, en waaraan de rest van de tentoonstelling gewijd is. Het lemmet van een guillotine, dat tussen de dertig en zestig kilo woog, schittert in dit gedeelte, waar wij ook het hemd vinden dat Lodewijk XVI droeg op de dag dat hij naar het schavot werd gebracht, een indrukwekkende sleutel van de Tour du Temple, een Frygische muts en een carmagnole (wat niet alleen een dans was, het verwees ook naar een jasje met plooien en grote knopen dat door de sans-culottes werd gedragen).

De familie Buonaparte, zijn broers en zussen en hun kinderen, hielpen Napoleon de gebieden die hij met geweld veroverde onder controle te houden. Hij maakte koningen van zijn broers en zwagers en plaatste ze als strategische jetons op de kaart van Europa. Aan de hand van de tijdlijn leren we wie wie is in deze familie met ontelbare allianties.

De bezoekers duiken in een meeslepende reconstructie waar Europa Expo bekend om staat.


Een oorlogsmachine

Als we de rondleiding voortzetten, duiken we in een meeslepende reconstructie waar Europa Expo bekend om staat. Dit is de bivak van het leger. Wij doorkruisen een geplaveid erf, waar soldaten hun ratatouille opwarmen, Bonaparte en zijn adviseurs de komende troepenbewegingen plannen, de paarden rusten, een mammeluk de wacht houdt en een paar straathonden naar eten zoeken. Het leger van Napoleon, dat tot 600.000 man telde, was een echte oorlogsmachine. Alleen de officieren hadden een paard, de soldaten moesten lopen. Voor de ogen van de dorpelingen, die verdeeld waren tussen angst en bewondering, kon het voorbij-
trekken van de troepen verscheidene uren duren. Talrijke stukken van hun uitrustingen en wapens stellen het leger tijdens hun mars voor. Aan de ene kant hebben we de rugzak van de soldaat, een goede vijfentwintig kilo, aan de andere kant de velduitrusting van de keizer, met zijn opklapbed, toiletartikelen, draagbare bibliotheek, verrekijkers en landkaarten. Tussen 1792 en 1815 voerde Napoleon het zwaard en het kanon door Europa in zeven veldtochten tot de nederlaag bij Waterloo. Er zijn wapens en uniformen te zien, waaronder die van de Waalse Garde die in 1808 tegen de troepen van Napoleon vocht in de Slag bij Burgos.

Napoleon was op 30-jarige leeftijd meester van Frankrijk en werd vier jaar later tot keizer gekroond. De kroning, die onder het gewelf van de Notre-Dame plaatsvond, ging over communicatie en propaganda voor het eigen volk en voor de buitenlandse vorstenhuizen. Dit is het moment om de pracht en praal van het Keizerrijk op te roepen met het servies, de meubels en garderobe, met een mix van antieke stukken en reconstructies.

Velen zien in het Burgerlijk Wetboek en al de openbare instellingen die het oprichtte, de kwintessens van de Napoleontische erfenis. Een gedeelte is hieraan gewijd in een neo-klassiek decor dat vooral naar een gesublimeerde oudheid verwijst.

 

© Collection Bruno Ledoux

Tussen 1792 en 1815 voerde Napoleon het zwaard en het kanon door Europa in zeven veldtochten tot de nederlaag bij Waterloo.


Twee “Luikse” erelegioenen

Napoleon kwam tweemaal naar Luik, vanwaar Franse troepen in 1794 de Oostenrijkers verdreven hadden. Bij zijn terugkeer vroeg hij een jonge winnaar van de Prijs van Rome, Jean-Auguste-Dominique Ingres, om hem te schilderen in het gewaad van een consul tegen de achtergrond van de toen vervallen kathedraal Saint-Lambert. Wij vermelden ook de twee ‘Luikse’ erelegioenen. De eerste werd gegeven aan André Modeste Gretry, een musicus die Napoleon erg waardeerde en die ook eregast was bij de kroning. De tweede wordt toegeschreven aan Hubert Goffin, een bescheiden mijnwerker die met zijn 12-jarige zoon het leven redde van 70 arbeiders die door een overstroming in de val waren gelopen.

Een badkuip op het platteland

Een van de opmerkelijke stukken in deze sectie is de zinken badkuip die Jean-Jacques Dony aan Napoleon schonk. De stichter van de firma La Vieille Montagne was een kanunnik en scheikundige en had een octrooi aangevraagd voor een procedé van zinkproductie. Hij schonk de keizer deze badkuip om de waterafstotende eigenschappen en de vormbaarheid van zijn nieuwe legering aan te tonen. Hij kon de keizer overtuigen en die zou een identiek exemplaar hebben meegenomen tijdens zijn Russische veldtocht.

De tentoonstelling eindigt met tekeningen van de laatste reis van de Belle Poule, een fregat met zestig kanonnen dat in 1840 de as van Napoleon naar Frankrijk terugbracht.

Uiteindelijk zal iedere bezoeker ongetwijfeld de Napoleon vinden waarvoor hij of zij gekomen is. Bonaparte was er van meet af aan op bedacht zijn imago te controleren en begreep de propagandamogelijkheden ervan, maar de tentoonstelling bevat ook talrijke voorwerpen die helpen om het personage en zijn daden in hun historische context te plaatsen.

Van Waterloo naar Sint-Helena


Schilderij van Maurice Dubois, waarop een jong meisje bij zonsondergang bloemen legt bij de Gewonde Adelaar, het monument ter ere van de keizerlijke garde.

Dit jaar, waarin de tweehonderdste verjaardag van de dood van Napoleon Bonaparte wordt gevierd, is het Museum Memoriaal van Waterloo 1815 natuurlijk een plaats die u niet mag missen. Tot 17 oktober is er een nieuwe tentoonstelling te zien. Onder de titel Van Waterloo tot Sint-Helena, de geboorte van de legende, concentreert het zich op de cruciale periode tussen de nederlaag bij Waterloo in 1815 en de dood van Napoleon op Sint-Helena in 1821. Zes jaren om van Napoleon een legende te maken. Verbannen en zonder wapens bleef de keizer strijden met zijn woorden en zijn pen, en bracht hij zijn waarheid, zoals die in zijn beroemde memoires ‘Mémorial de Sainte-Hélène’ is opgenomen.

Het eerste deel behandelt de periode tussen de terugkeer van Napoleon in Parijs en het vertrek naar zijn eindbestemming. Een van de meesterwerken is het grote schilderij van Paul Delaroche, om precies te zijn een kopie van het doek, waarop Napoleon, gelaarsd en onderuitgezakt in een stoel, in 1814, een paar dagen voor zijn troonsafstand in Fontainebleau, overweldigd lijkt door zijn lot.

Daarna wordt zijn ballingschap op Sint-Helena getoond. Het bergachtige eiland is te zien zoals het eruitzag voor de passagiers van de HMS Northumberland, op een gravure gemaakt door een Britse scheepsofficier. Er is ook de koperen badkuip waar hij 's morgens negentig minuten in lag, en zijn beker waarmee hij zijn maagzweer behandelde en waaraan hij uiteindelijk zou bezwijken.

 

Het bronzen dodenmasker, dat zijn arts Antommarchi maakte.

Tussen de nederlaag in Waterloo in 1815 en het overlijden van Napoleon op Sint-Helena in 1821, liggen zes jaar die gaan bijdragen tot het ontstaan van de napoleontische legende.


De constructie van de mythe

De derde ruimte is gewijd aan de literaire constructie van de mythe, gevoed door zijn memoires die hij aan zijn verbanningsgenoten dicteerde. We kunnen er verschillende originele werken uit de bibliotheek van Sint-Helena zien, die door het Museum van Châteauroux uitgeleend zijn.

Het laatste gedeelte gaat over de held, toen Napoleon na zijn dood tot een mythische figuur verheven werd. De voorwerpen hier vereeuwigen de glorie van Napoleon, als keizer en martelaar. We kunnen er het bronzen dodenmasker zien, dat zijn arts Antommarchi maakte, of het beroemde schilderij van Maurice Dubois, waarop een jong meisje bij zonsondergang bloemen legt bij de Gewonde Adelaar, het monument ter ere van de keizerlijke garde. De legende was geboren …

BEROEP : LICHTONTWERPSTER

Het Luikse bureau Radiance 35, dat gespecialiseerd is in stedenbouwkundige verlichting, bekijkt steden door een technische en artistieke bril. Wij spraken met architect en stedenbouwkundige Isabelle Corten, de oprichtster en directrice van het bureau. Het werd een verhelderend gesprek.

 


Verlichting van de Hallepoorttunnel in Brussel (2019)
Het concept benadrukt de grafische sequenties die langs de tunnel zijn aangebracht. De verlichting bestaat uit twee lagen : de achtergrond, met een cyaanblauwe verlichting om de grafische vorm te verlichten en de artistieke sequenties te doen uitkomen, en de accenten, die door blauwe en magenta schijnwerpers worden aangebracht om de tekeningen en de tunnel tot leven te brengen.

« Zoals de meesten van mijn collega’s ben ik toevallig bij mijn specialisatie uitgekomen tijdens mijn werk voor een Brussels architectenbureau dat een stedenbouwkundige afdeling had. Ik had het geluk dat ik mijn eerste lichtplan mocht ontwerpen met een meester in het vak: Roger Narboni van het Franse bureau Concepto. Die eerste poging vond ik bijzonder interessant”, herinnert Isabelle Corten zich.

Wanneer ze in 2001 haar eigen bureau opricht, beschouwt ze de openbare ruimte nog vanuit het oogpunt van dag en nacht. Maar na de omvorming van het bureau ‘Isabelle Corten urbaniste lumière’ tot Radiance 35 in 2010 hebben de projecten steeds vaker betrekking op de nacht. Een ecosysteem dat mij erg boeit en interesseert, net als de stad, die mij aanspreekt door zijn multidimensionale karakter. De nacht heeft veel, bijna symbolische betekenissen: het verbodene, de angst, de verwondering, het ontdekken van de sterren en ook de fauna. Maar de vraag die het vaakst terugkomt in de steden, betreft een gevoel van onzekerheid. Dat is een complex probleem en licht is niet het enige antwoord. Maar we doen ons best om een oplossing aan te dragen, te luisteren, van gedachten te wisselen, gerust te stellen en op de een of andere manier aan die angst tegemoet te komen.

Een economische, ecologische en sociale rol

Nadenken over de nacht betekent ook moeite doen om deze te beschermen. “Dat is ook de basis van onze manier van denken. We hebben een verantwoordelijkheid tegenover toekomstige generaties en in 2021 kunnen we ons daar niet meer gemakkelijk van afmaken”, vindt Isabelle Corten. “Duurzame ontwikkeling berust op drie pijlers : economie, ecologie en maatschappij. Hoewel de eerste pijler nog zeer aanwezig is, moeten we ons, afhankelijk van de locaties en momenten van de nacht, bewust zijn van het evenwicht tussen de twee andere. In een openbare ruimte waar weinig elementen verlicht hoeven te worden, maar waar het voor de sociale cohesie wel belangrijk is dat mensen zich kunnen oriënteren, kun je bijvoorbeeld ervoor kiezen om een boom te verlichten. We hebben trouwens de keuze gemaakt om een deel van het Fort van Hoei niet te verlichten, omdat daar een kolonie vleermuizen woont.

Wie bezoekt de locaties en hoe worden ze ervaren ? Wie beweegt en op welk moment ? Wat zijn de ecologische verbindingszones en biodiversiteitsgebieden ? Al deze informatie wordt verzameld tijdens participatierondes en verlichtingsanalyses. “Het is een voortdurend proces, dat ons denken beïnvloedt en vormt. Na gesprekken met de instanties voor bossen en natuur houden we sinds een jaar of vijf ook rekening met de begrippen ecologische verbindingszones en onverlichte zones. Ons werk berust op een subtiele balans tussen economie, ecologie en maatschappij. We moeten ons bewust zijn van onze keuzes en voor harmonie zorgen.


Intelligente lichtbakens 
voor voetgangers in de Citadel van Namen.
Via intelligent beheer houdt de verlichting rekening met de integratie in een natuurgebied : afnemende intensiteit richting de beboste gebieden, gebruik van oranje schakeringen op plekken waar meer vleermuizen aanwezig zijn, inschakeling 45 minuten na zonsondergang en gedeeltelijke uitschakeling tot volledige duisternis, met voorrang voor gevoelige zones.
Opdrachtgever : stad Namen.

Nachtelijk stadsleven

Maar hoe ziet het leven in een stad er ’s nachts uit ? “Er zijn zoveel dingen die maken dat een stad na zonsondergang blijft leven ! Met name economische en culturele activiteiten, die we zo goed mogelijk proberen te ondersteunen. Het gaat erom dat we voor iedereen een comfortabele omgeving creëren, dat iedereen zich kan blijven oriënteren. Sommige dingen maken we duidelijker zichtbaar en andere juist minder, zodat mensen zich via een herkenbare route door de stad kunnen verplaatsen en een doeltreffende geheugenkaart van hun omgeving kunnen maken. Soms zijn heel kleine dingen en kleine budgets al voldoende om mensen een beter gevoel te bezorgen. Als wij daarna schoonheid en verwondering aan die route kunnen toevoegen, is dat nog beter”, zegt de architecte met een glimlach.

Schoonheid en verwondering hebben Isabelle Corten en bureau Radiance 35 volop om zich heen verspreid. Van België tot Zwitserland stort het team zich telkens even enthousiast op nieuwe projecten en thema’s, of het nu gaat om de Grote Markt of de Hallepoorttunnel in Brussel, de grotten van Goyet of de stad Luik. “We worden natuurlijk ingeschakeld om kerken en stadhuizen te verlichten. Daarnaast krijgen we allerlei andere, fascinerende opdrachten, waarvoor we telkens een volledige analyse moeten maken om de meest geschikte oplossing te bieden. Elke ervaring maakt ons rijker. Er zijn zo veel aspecten waar je rekening mee moet houden. Soms moet je licht toevoegen, maar soms moet je het juist wegnemen !

Weten wat juist is en voor wie. Dat is het motto van Isabelle Corten. “Door het comfort van de mens af te wegen tegen het leven van andere bewoners van onze planeet, realiseren we ook een kleinschalige vorm van bescherming. Dat is niet tegenstrijdig : steeds meer gebruikers willen ook een rol spelen bij de bescherming van het milieu. Wil je helemaal niet vervuilen, dan zou je niet moeten verlichten. Dat is niet overal en altijd mogelijk, maar we stellen vast dat er steeds meer oplossingen worden ontwikkeld die het bijvoorbeeld mogelijk maken om de verlichting ’s nachts op bepaalde momenten helemaal te doven en zo andere soorten een kans te geven.


Verlichting van de grotten van Goyet 
in Gesves (2013-2020)
Om de diversiteit en rijkdom aan stemmingen langs de route zo goed mogelijk te ondersteunen, is gekozen voor een aantal duidelijke thema’s, zoals clair-obscur, trompe-l’œil, sporen en natuurlijke kleuren. Hierbij is een pedagogische, speelse maar ook sobere benadering gevolgd, die rekening houdt met de natuurlijke omgeving.
Opdrachtgever : gemeente Gesves.

Dromen en projecten

Het laatste project waarvan de uitvoering veel indruk op me heeft gemaakt, is dat van de grotten van Goyet. Dat was een uitdaging, omdat we nog nooit grotten hadden verlicht. Daarnaast draait het om de drie pijlers: ecologisch omdat de fauna wordt ontzien, economisch omdat het budget tamelijk beperkt was en maatschappelijk omdat hierdoor het Waalse erfgoed kan worden opgewaardeerd voor een gevarieerd gezinspubliek. En in de breuken en rotsspleten van de grotten zit bovendien iets geheimzinnigs.”

Kijkend naar de toekomst zegt Isabelle: “In dit jaar waarin ik het 20-jarig bestaan van mijn eigen bureau vier, is het mijn droom om de opdracht rond het station van Antwerpen binnen te slepen. Ook dit project draait om de drie pijlers: ecologisch door een gematigde verlichting in warme kleurtemperaturen, economisch omdat het ontwerp binnen een heel krap budget past en maatschappelijk omdat het alle aankomende reizigers plus de bewoners een goed gevoel geeft. Het gaat hier om de opwaardering van een opmerkelijk stukje Vlaams erfgoed van internationaal belang. Een beetje de tegenhanger van de Grote Markt in Brussel, een project waar we bijna vijftien jaar geleden mee begonnen!

“Er is geen licht zonder schaduw”
Als lid van ‘Concepteurs lumière sans frontières’, een humanitaire organisatie die voorrang geeft aan duurzame oplossingen, onderschrijft Isabelle Corten deze uitspraak van de Franse dichter Louis Aragon. “In Haïti zetten we ons sinds tien jaar in om kennis over te dragen. Want voor diegenen die dagelijkse ontberingen of natuurrampen kennen, voor diegenen die midden in de duisternis leven, is verlichting noodzakelijk ! 
Vanaf het academisch jaar 2021 zal zij deze kennisoverdracht ook bewerkstelligen in de collegezalen van de Faculteit Architectuur La Cambre Horta (VUB). “Het gebrek aan opleidingen tot lichtontwerper is een onderwerp waarover ik al jarenlang discussieer met de decaan. We leven de helft van het jaar in het donker en België telt maar drie à vier gespecialiseerde bureaus, terwijl er enorm veel werk is ! We willen een ernstig debat en een degelijke specialisatie bieden in plaats van alleen de kers op de taart plaatsen in een bestek.
Na een tweejarige studie kan dus het diploma van Executive Master en Génie Lumière worden behaald onder leiding van Isabelle Corten, Georges Berne, Elettra Bordonaro, Emmanuel Mélac, Bénédicte Collard en Agnès Bovet-Pavy. Op de site van de faculteit wordt uitgelegd dat de studie als doel heeft om professionals op te leiden die het productieproces in verband met de verlichting van binnen- en buitenruimtes in stedelijke en landelijke omgevingen kunnen volgen. De studie is vooral gericht op methoden, waarbij rekening wordt gehouden met innovatie op diverse, eveneens met verlichtingstechnologie samenhangende gebieden.

 


Lichtplan voor de stad Carouge in Zwitserland (2014-2017)
Het lichtplan ondersteunt en herstelt de nachtelijke omgeving door de kenmerken ervan te benadrukken. De mens staat centraal in het project. Door licht op specifieke manieren in te zetten, wordt de gebruiker begeleid op zijn tocht langs scholen, over pleinen en door overdekte passages in de stad.
Opdrachtgever : stad Carouge.

TEN AANVAL TEGEN GLAUCOOM

EyeD Pharma, gevestigd op het terrein van het CHU de Liège, ontwerpt intraoculaire implantaten tegen glaucoom, de tweede oorzaak van blindheid in de wereld. Deze implantaten bevinden zich nu in de preklinische onderzoeksfase, maar zouden tegen 2028 op de markt kunnen komen in Europa en Amerika.

 


Mélanie Mestdagt

EyeD Pharma werd in 2012 opgericht door Jean-Marie Rakic, hoofd van de afdeling Oogheelkunde van het CHU de Liège, en Jean-Michel Foidart, medeoprichter van Mithra, om de noodzaak tot voortdurende behandeling van glaucoompatiënten weg te nemen. Glaucoom is een onomkeerbare ziekte die het gezichtsveld verkleint, wat tot blindheid kan leiden als de ziekte niet tijdig wordt behandeld. “Glaucoom wordt meestal veroorzaakt door een verhoging van de oogboldruk”, zegt Mélanie Mestdagt, doctor in de biomedische wetenschappen en CEO sinds oktober 2013. “De ziekte wordt nu behandeld met oogdruppels, die levenslang noodzakelijk zijn. Het implantaat dat wij ontwikkelen, maakt het mogelijk om drie jaar lang dagelijks een constante hoeveelheid geneesmiddelen in het oog af te geven. De patiënt krijgt daardoor meer rust en wordt minder met zijn ziekte geconfronteerd. Hij is verzekerd van de toediening van zijn medicatie, terwijl bijwerkingen, zoals oogirritatie en aantasting van het gezichtsvermogen, worden vermeden. De aanbrenging van het implantaat is niet invasief en vereist slechts een sneetje van twee millimeter. De ingreep duurt ongeveer vijftien minuten en gebeurt op de dagpoli.

Het farmaceutisch bedrijf werkt sinds zijn oprichting nauw samen met de medische sector om de ontwikkeling van zijn prototypes voortdurend bij te stellen. “Al onze producten hebben als doel om de patiënten een comfortabeler leven te bezorgen. Het duurt heel lang om ze te ontwikkelen. De ontwerpcyclus ligt tussen de tien en twaalf jaar. We moeten zeker weten dat ze altijd zo goed mogelijk aan de behoeften van de patiënten voldoen. We staan voortdurend in contact met Belgische oogartsen, maar ook met oogspecialisten in het buitenland.

“ Wij richten ons op heel kleine delen van het menselijk lichaam. Onze technologie kan ook interessant zijn voor andere toepassingen en ziekten.”

 

Wetenschappelijke uitmuntendheid

Dankzij een aantal fondsenwervingen kon het team van EyeD Pharma zich ontwikkelen en verschillende competenties toevoegen die essentieel zijn voor de groei van het bedrijf. “Toen ik hier kwam werken, waren we met zijn vieren. Het omslagpunt werd bereikt in 2017. Tegenwoordig vormen we een team van 65 mensen en zijn we op zoek naar twintig nieuwe medewerkers. De essentiële deskundigheid is volledig aanwezig. In ons vakgebied zijn bepaalde profielen zeldzaam en lastig te vinden. Het is een sector die lijdt onder een tekort aan talent, hoewel er initiatieven zijn om hier iets aan te doen, met name binnen Forem.

Het management staat onder andere voor de uitdaging om de teamgeest te bevorderen en een bedrijfscultuur tot stand te brengen die gericht is op het uitwisselen en delen van informatie. “Om onze ambitieuze doelstellingen te halen, moet we een groep vormen en ons verenigen. We zitten in hetzelfde schuitje. We hoeven het niet per se met elkaar eens te zijn, maar moeten wel op een welwillende en respectvolle manier met elkaar omgaan. Die waarden, dat gevoel van verbondenheid en die samenhang moeten we dagelijks uitdragen.

Om zich van andere inkomsten te verzekeren, ontwikkelt EyeD Pharma sinds 2018 een commerciële activiteit die draait om de distributie van chirurgisch materiaal voor oogoperaties. Door een nieuwe kapitaalverhoging in 2019 kon het bedrijf 28 miljoen euro ophalen om de technologische ontwikkeling van zijn implantaat te versnellen. Door de innovatieve toedieningswijze zou deze behandeling later nieuwe toepassingen voor andere oogaandoeningen mogelijk kunnen maken. “We moeten eerst zeker weten dat onze producten reproduceerbaar zijn. Jaarlijks worden wereldwijd ongeveer 30 miljoen mensen getroffen door glaucoom. Het potentieel is enorm.

Een fabriek van 6.500 m2

Een aantal maanden geleden is het Luikse biotechnologiebedrijf begonnen met het ontwerp van een gloednieuwe fabriek van 6500 m2, die op het technologiepark van Sart-Tilman zal verrijzen. Ook dit is een keerpunt in zijn geschiedenis. Deze fabriek, waaraan tot november 2021 wordt gebouwd, maakt een grootschaligere productie mogelijk. De ruimte wordt gedeeld met UniD Manufacturing, een zusterbedrijf met dezelfde aandeelhouders dat zich richt op de productie van micro-implantaten voor andere toepassingen. “Al onze afdelingen, van productie tot HR en R&D, worden op dezelfde plek samengebracht. Dat is een groot voordeel voor de teamgeest, maar stimuleert ook de innovatie, die een centrale rol speelt in ons vakgebied”, legt Mélanie Mestdagt uit. “In de farmaceutische sector is het vaak zo dat de productieteams de andere teams nooit tegenkomen. Wij willen die situatie omdraaien en breken met de traditie.

De directie van EyeD Pharma wilde daarom dat de fabriek niet alleen in technologisch opzicht vooroploopt en aan de zeer strenge eisen van de farmaceutische sector voldoet, maar ook een gezellige plek is die zich leent voor contacten. “Het gebouw is zodanig ontworpen dat de medewerkers verplicht zijn om met elkaar te communiceren. Iedereen moet elkaar tegenkomen op de centrale binnenplaats, of het nu gaat om directeuren, arbeiders of administratief medewerkers. Bij de koffieautomaat kom je veel te weten. Die momenten van uitwisseling zijn ook nuttig voor de projecten. Hoe beter we elkaar kennen, hoe beter we samenwerken. Die visie komt tot in de stenen van het gebouw tot uitdrukking.

2021, een beslissend jaar

De nieuwe fabriek, waarvan de bouw op 30 miljoen euro is begroot, is ontworpen met hulp van ingenieursbureau Coceptio in Bergen en zal ook dienen als productiecentrum voor andere biomedische spelers. “Op termijn is het de bedoeling om de verworven knowhow rendabel te maken. Wij richten ons op heel kleine delen van het menselijk lichaam. Onze technologie kan ook interessant zijn voor andere toepassingen en ziekten, met name op het gebied van KNO, oncologie en psychische aandoeningen. De volledige toediening van geneesmiddelen is bij uitstek geschikt voor ouderen of patiënten met mentaal lijden.

In november van dit jaar wordt een beslissende stap gezet met de introductie van de eerste implantaten bij de mens. De voorbereidingen in verband met de regelgeving, documentatie en medische handelingen zullen intensief zijn. De komende maanden worden ingewikkeld voor alle teams. “2021 wordt inderdaad een beslissend jaar voor EyeD Pharma”, zegt Mélanie Mestdagt tot besluit. “Persoonlijk wil ik na de coronaperiode snel weer meer contact met andere mensen. De gezondheidscrisis heeft onze materiaaldistributie moeilijker gemaakt. De betrokkenheid en solidariteit van de teams waren daarentegen geweldig. Iedereen heeft alles gegeven wat hij had. In dat opzicht is de balans van het jaar heel positief.

“Al onze afdelingen, van productie tot HR en R&D, worden op dezelfde plek samengebracht. Dat is een groot voordeel voor de teamgeest, maar stimuleert ook de innovatie, die een centrale rol speelt in ons vakgebied.


www.eyedpharma.com

 

Een kruisgesprek tussen Giovanna Massoni, artistiek directeur van ‘Reciprocity Design.Liège’, en Cyrielle Doutrewe, projectleider van Wallonie Design, over de betekenis van de woorden design en designer: volgens de één verkwanseld, volgens de ander miskend en teruggebracht tot een kunstzinnig beroep.

 

 

Is de designer een kunstenaar?

Cyrielle Doutrewe: Ik ben diep bezorgd wanneer de designer als kunstenaar wordt aangeduid. De designer is geen kunstenaar. De kunstenaar voert een monoloog. Hij wil iets zeggen over de samenleving of uiting geven aan zijn gevoel en maakt daarom een kunstzinnig gebaar, dat het publiek begrijpt of niet. Dat kan de kunstenaar niet schelen. De designer wordt niet gemotiveerd door zijn eigen gevoel of verlangen. Hij luistert naar de samenleving, voert een dialoog en komt met passende antwoorden die overeenkomen met de uitdagingen. Laten we een voorbeeld nemen. De kunstenaar kan een urinoir maken dat aan één kant scheef is of niet op een afvoerbuis is aangesloten. De designer moet juist kijken naar de eerste functie van het urinoir: hoe kunnen mensen hun behoefte doen? Zijn antwoord moet dus functioneel zijn.

Giovanna Massoni: Ik zou niet zeggen dat de monoloog het kenmerk van de kunstenaar is, want in de hedendaagse kunst wordt gestreefd naar participatie van het publiek en een manier van vragen stellen die soms aan provocatie doet denken. Ik zou zeggen dat de kunstenaar vragen oproept en de designer naar oplossingen zoekt.

Valt het station Luik-Guillemins, dat door Santiago Calatrava is gebouwd, onder design en architectuur?

CD: Het station van Luik is een schitterend wit bouwwerk van glas en metaal. Maar het is geen design. Is het slim om in een klimaatzone als België een station te bouwen dat helemaal is blootgesteld aan de wind? Niet echt. Ik denk dat Calatrava het designgedeelte van zijn werk heeft verprutst.

GM: Design levert ook een dienst. De bouw van een station moet niet alleen de gebruikers dienen, maar ook de bewoners van de wijk waar het is gevestigd. Een goed ontworpen station moet immers voor een ‘aangename ervaring’ zorgen. Bij design hebben de aspecten nut, ergonomie en ervaring zowel betrekking op de esthetiek als op het gebruik. Design zorgt voor een beter bestaan.

CD: Ik kom altijd terug op de Thonet-caféstoel als ik duidelijk over design wil praten. Dat is het meest overtuigende voorbeeld van het geslaagde werk van een designer. Deze stoel heeft geen ‘designlook’ als we uitgaan van de formele beoordelingen van interieurmagazines. Dit ontwerp van rond 1860 is het optimale antwoord op een bestelling van meubilair voor een café. De ontwerper heeft overal aan gedacht: de esthetiek, het materiaal, de techniek, het gereedschap, het vervoer, de opslag en de montage. Deze stoel is gaandeweg een icoon op het gebied van meubeldesign geworden.

Design verandert dus ons dagelijks leven?

CD: Design houdt zich bezig met vorm, functie en gebruik. De ontwerpen van designers zouden idealiter ons gedrag en onze manier van leven moeten beïnvloeden. De designer zoekt, analyseert, vernieuwt, maakt prototypes, experimenteert en begint opnieuw als zijn werk niet aan de eisen voldoet om in de behoeften van de gebruikers te voorzien. Aan het einde van het proces is het zijn doel om een zaak te dienen. Dat is design!

GM: Om dat doel te bereiken, moet de designer de samenleving begrijpen. Hij is verplicht om nauw samen te werken met allerlei disciplines, zoals psychologie, sociologie, filosofie, ingenieurswetenschappen en biochemie. Wist je dat bedrijven op het gebied van digitaal design filosofen inschakelen om hun producten te bedenken?

CD: De designer heeft een enorm potentieel als bemiddelaar, want hij kan het technische verhaal van de ingenieur, het sociale verhaal van de antropoloog en zelfs het commerciële verhaal van de ondernemer begrijpen. Ontwerpen die niet gepubliceerd of verkocht worden, zijn inderdaad niet het doel dat wordt nagestreefd.

Associeert Reciprocity zich daarom ook met ‘maatschappelijke innovatie’?

CD: Reciprocity is geen kunstenaarstentoonstelling en ook geen kunstgalerie. We laten een werkwijze zien. En die werkwijze is van toepassing op alle designsectoren.

GM: Reciprocity is een laboratorium dat de resultaten toont van werk dat gemiddeld één tot zes jaar heeft geduurd en dat in verschillende workshops voorafgaand aan de triënnale is verricht. Dit jaar is ‘kwetsbaarheid’ de thematiek (en ethiek) die is gekozen om al deze onderzoekingen te presenteren.

WalloniË (in the) Design Station

Het Design Station is een modernistisch gebouw dat onderdak biedt aan twee belangrijke Luikse spelers op designgebied: Job’In Design en Wallonie Design. Job’In Design is een starterscentrum voor designbedrijven en een structuur voor maatwerkbegeleiding van designers en modeontwerpers.

Wallonie Design brengt designers in contact met ondernemingen, stimuleert samenwerkingsverbanden en brengt goede resultaten of interessante trajecten onder de aandacht door evenementen te organiseren of artikelen te schrijven die met name via een website en een newsletter worden gepubliceerd. De vereniging steunt designers ook bij hun productie- en verkooppogingen. Wallonie Design speelt echter geen rol in de export, want daarvoor is Wallonie-Bruxelles Design Mode de bevoegde instantie.

 

 

© SPI-Houet

Editie 2018 van Reciprocity opent met een gevoelige noot om design in dienst van kwetsbaarheid te onderzoeken, of die kwetsbaarheid nu betrekking heeft op lichaam, geest, maatschappij, werk of milieu. Aandacht voor empathisch design via twee belangrijke exposities: ‘Fragilitas’ in La Boverie en ‘Face A - Face B’ in het Design Station.

FRAGILITAS

“Het exposeren van design in La Boverie, een museum voor schone kunsten, is een verrassende ontmoeting tussen twee werelden die niet gewend zijn om met elkaar om te gaan” (Giovanna Massoni, artistiek directeur van Reciprocity). Een uitnodiging aan het gebruikelijke publiek van La Boverie om de creatieve mogelijkheden en toepassingsgebieden van design met nieuwsgierigheid te bekijken. In drie exposities, die onder de titel ‘Fragilitas’ vloeiend in elkaar overlopen door het gemeenschappelijke decorontwerp van Designwithgenius (zie pagina 65), wordt design zichtbaar in de vorm van objecten, meubels, foto’s, grafische ontwerpen en architectonische installaties, die nu eens monumentaal zijn en dan weer verkleind zijn tot maquettes. 

‘Fragilitas’ laat zien dat design niet alleen om productie en rendement draait, maar ook een instrument is om menselijke waarden uit te drukken. Dat geldt ook voor de meest gevoelige: lichamelijke, geestelijke of sociale kwetsbaarheid. Een drieledige expositie om ons ervan te overtuigen dat de parameters veranderd kunnen worden, want kwetsbaarheid, of die nu zichtbaar is of niet, is geen onoverkomelijke situatie. De resultaten van het onderzoekswerk op designgebied tonen aan dat mensen hun handicaps kunnen overwinnen om normaal of op een andere manier normaal te leven. De gezondheidszorg is in die zin een gebied waar men een bijzonder dringend beroep doet op design. Van het industrieel vormgegeven voorwerp dat het suikergehalte in het bloed meet tot de organisatie van de thuiszorg worden onderzoeken en antwoorden van de dienstdoende designers verwacht .

 Design for (every)one © Lieven De Couvreur.

Dit object (en dat op pagina 57) is gemaakt tijdens workshops van studenten en mensen met een handicap. Het onderzoek van Lieven De Couvreur, curator van het onderdeel Design for every(one) van ‘Fragilitas’, aan de Hogeschool West-Vlaanderen (Howest) berust op de algemene opvatting dat we bestaande voorwerpen via een co-design methode kunnen aanpassen aan de ontwikkelingsbehoeften van gehandicapten. 

Handle with care  © Davide Farbegoli

Kwetsbaarheid wordt gezien als een positief thema, een uitdaging die we moeten aangaan, een kans om de voorwerpen en diensten om ons heen te analyseren en verbeteren. Waarom geen wandelstokken?

In 1971 heette dit restaurant “Le Bergerue”. Vandaag voert “Chez Silvano” de Italiaanse kleuren hoog in het vaandel. Het ligt verscholen achter de gevel van een herenhuis in de Luikse “Carré”. Maar daar wacht het geluk u op!


Om het niveau van een restaurant te beoordelen, hoeft men slechts de wijnkaart te overlopen. Zo kan men zich een idee vormen van de creativiteit, het zoeken en het oprechte verlangen om echte keukenliefhebbers te verleiden. Een klassieke “standaard”-kaart zal slechts karakterloze gerechten bevatten. Maar als ze keuzes durft maken, dan betekent dit dat ze wil tonen dat ze “het verschil kan maken”. De wijnkaart van “Chez Silvano” neemt u mee op reis doorheen het Italië van de uitmuntende ambachtslieden. Normaal, aangezien de wijnkelner die zijn tijd grotendeels steekt in het zoeken naar de zeldzame parels van de Italiaanse wijnproductie, Silvano zelf is. Hij werkt uitsluitend met de firma Vignalpi, die voor de import zorgt.  

Een kleine terugblik vóór we aan tafel gaan. Het waren de ouders van Silvano, Domenico en Adelma, die het avontuur begonnen met de Luikse nachtraven als klanten. Die kwamen er genieten van de befaamde ‘pasticcio San Martino’ of de ‘panzerotti à la truffe’. Een traditionele en zeer authentieke streekgebonden Italiaanse keuken.

In 1989, toen Silvano zes maanden op stage in Italië was geweest, verdiende hij zijn eerste sporen met nieuwe ideeën. Het restaurant werd toen “Chez Silvano”. In 2006 trokken zijn ouders zich terug en nam zijn echtgenote, Anne Varrasso, het fornuis over. Tien jaar later werd ze tot vrouwelijk chef van het jaar 2016 verkozen door Gusto Cultura.be. De metamorfose brengt de nieuwe Italiaanse keuken naar Luik. Die licentiate in de economische wetenschappen kiest voor creativiteit en verfijning om zin te geven aan deze veeleisende kunst. De kaart verandert natuurlijk met de seizoenen en wordt beperkt tot enkele creaties die zonder enige voorkeur geïnspireerd zijn door de Italiaanse streektradities. Door er te gaan lunchen kan men te weten komen of men er goed aan doet er terug te keren met degenen die dat waard zijn. Aan de klanten, namelijk Luikse personaliteiten, te zien, heeft dit restaurant zijn doelgroep gevonden, ook al gaat het schuil in een herenhuis in een straat van de “Carré”.

Chez Silvano
Bergerue 13
B-4000 Liège
+32 04 223 40 60
www.chez-silvano.be

 

  • /
  • /

Monumentaal werk van Roger Jacob komt weer tot leven in Luik dankzij CMI

Roger Jacob werd in 1924 geboren in Aarlen en volgde een opleiding aan de Brusselse Academie voor Schone Kunsten. Hij droomde ervan dat de kunst de ateliers zou verlaten om op straat te komen en bezit te nemen van fabrieken en openbare gebouwen. Zo sieren zijn waterspuwers de fonteinen op de Kunstberg in Brussel en was een van zijn monumentale werken in cortenstaal tot voor kort te zien bij de ingang van de zinkfabriek Prayon in Engis. We gebruiken bewust de onvoltooid verleden tijd, daar het beeld, dat dateert van 1972, zwaar was geërodeerd onder invloed van de tand des tijds. Er diende dus kordate actie te worden ondernomen. De onderneming schonk het werk aan de stad Luik die, in het kader van een cultuurbeleid dat oog heeft voor stadskunst, besliste, in samenwerking met de stichting “Les amis de Roger Jacob”, om het werk te verplaatsen, te renoveren en opnieuw op te stellen langs de boulevard Frère Orban, aan de voet van de nieuwe voetgangers- en fietsbrug. In het kader van zijn 200ste verjaardag was de groep CMI, die in Seraing is gevestigd op de historische site van de fabriek John Cockerill, bereid de renovatie en het vervoer voor zijn rekening te nemen en te financieren; de groep deed daarbij een beroep op verschillende ondernemingen in de regio (het Bureau Greisch, de firma Renory, MB Transports, Somef en de Ateliers Melens-Dejardin). Het werk van Roger Jacob, die in het begin van de jaren zeventig van de vorige eeuw naar de streek rond Luik verhuisde, werd opnieuw ingehuldigd op dinsdag 24 oktober in het bijzijn van de Luikse overheden en ook van Bernard Serin, gedelegeerd bestuurder van de Groupe CMI, en leden van de stichting Roger Jacob .

In ‘PointCulture Liège’ (Cultuurpunt Luik) staat een rare fotoautomaat. Er komt betoverende muziek uit. De nieuwsgierige die erin stapt, gaat iets even lachwekkends als buitengewoons beleven. De LoveBot, de robot met de verleidelijke glimlach, neemt u mee voor een avontuur dat u in amper enkele minuten zal doen nadenken over liefdes en vriendschapsrelaties, over datingsites en over sociale netwerken in het algemeen.

 

Eli, kunt u ons uw levensloop in enkele woorden vertellen?

Eli — Tot 2014 studeerde ik aan het IHECS. Die studies bestonden uit een bachelor in communicatie, gevolgd door een master in permanente opvoeding met mediaopvoeding als specialisatie. Dat is veeleer een leerschool, een volwassenenopleiding in sociocultureel groepswerk. Daarna ben ik mij beroepshalve gaan specialiseren in productiehuizen en in agentschappen die meer gefocust waren op alles wat te maken had met interactieve productie en webdocumentaires. Ik volgde dat spoor omdat ik dacht dat dergelijk groepswerk zeer belangrijk en zinvol is, maar er zijn ook middelen om een groter publiek te bereiken of een publiek dat niet noodzakelijk banden heeft met het verenigingsleven. Je kunt hun een boodschap doorgeven of ze minstens doen nadenken over de maatschappij, en wel met tools die zelfstandig kunnen worden gebruikt, dus niet noodzakelijk in het kader van groepswerk. Dat is het, wat mij deed afwijken van mijn academische aanpak, die toch meer gericht was op sociocultureel groepswerk. Tijdens mijn master werkte ik voor de vzw Switch, die pedagogische tools maakte die vooral voor verenigingen waren bedoeld. Ik heb ook in Canada gewerkt, in Montreal, in een agentschap dat onder meer de heel grote webdoc ‘Fort McMoney’ produceerde, die gaat over de petroleumontginning in Alberta. Een grote productie met zeer grote budgetten! Onvoorstelbaar bij ons… Op het ‘Liège Web Fest’ in 2015 had ik het geluk dat ik de ‘Voix de Femmes’prijs won. Die gaf me vrij spel voor wat we momenteel en tot eind 2017 met Flo en Camille van de vzw Voix de Femmes (Vrouwenstemmen) doen over “digitale intimiteiten”. Dat wil uitdrukken op welke manier onze voorstelling van gender, seksualiteit en liefdesrelaties evolueert met onze digitale praktijken. Ook omgekeerd rijst de vraag hoe onze voorstellingen van gender vorm geven aan het Web zoals men dat vandaag kent. Dat is echt auteurswerk en meer artistiek dan pedagogisch.

Uw ‘LoveBot’-project zoals het er nu uitziet, werd dat zo bekeken vanaf het begin van het denkwerk?

Eli — In het begin kwamen er verschillende thema’s aan bod. Maar het project ging al vlug de richting van een welbepaald onderwerp uit: de kwestie van opvoeding tot relationeel, affectief en seksueel leven. Mijn eindwerk ging over dat onderwerp, meer bepaald over de hinderpalen om een waardevol programma te maken voor scholen. Dat onderwerp blijft taboe. Er moet al een hele deconstructie gebeuren in hoofde van de mensen die worden geacht die programma’s te leiden. Kortom, het is ingewikkeld om een echte cursus op te stellen, die naam waardig. Het is daar dat mijn interesse voor dat onderwerp vandaan komt. Om een oplossing te vinden voor die moeilijkheid, was ik mij gaan buigen over YouTubezenders met YouTubesters of YouTubers die over seksualiteit praten, over seksuele voorkeur, over gender enz. Ik zei bij mezelf dat dit een perfect voorbeeld was van een opvoeding door gelijken, die een alternatief biedt voor de school en waar jonge mensen toch antwoorden op hun vragen kunnen vinden. Het is een digitale praktijk die tien jaar geleden niet bestond en die nu bijdraagt tot de vorming van onze genderidentiteit en onze seksuele voorkeur. Dat vormt de basis van ons denken. Vervolgens hebben we dat uitgebreid tot de manier waarop het digitale invloed heeft op al die voorstellingen. In het begin beoogde ik dus een jonger publiek, veeleer adolescenten. Daarna ben ik me gaan interesseren voor datingsites. Ik schreef me in op een massa datingsites, maar stelde in mijn profiel duidelijk dat ik daar was in het kader van een project. Ik probeerde gewoonweg verhalen over ervaringen te krijgen.

En heeft dat gewerkt? Kreeg u die verhalen?

Eli — Jazeker! Een massa mensen zijn naar me toegekomen! Ik besefte al vlug dat er veel geweld was op die sites. En ook veel frustratie! Dat is een vaststelling, want de vrouwen en mannen op die sites hebben helemaal niet dezelfde ervaringen. In het kader van heteroseksuele relaties blijkt uit de ervaringen van de vrouwen dat ze geweldig veel reacties krijgen. Zoveel zelfs, dat ze niet eens meer antwoorden op de tientallen berichten die ze ontvangen. De mannen van hun kant, sturen heel veel berichten, maar krijgen daar weinig of geen reacties op. Bijgevolg leidt dat tot meer gewelddadige berichten, die men gebruikt als provocatie om een reactie te krijgen, meer dan om iemand te ontmoeten. Dat is misschien een onderwerp voor een volgend project...

En het huidige project, de LoveBot…

Eli — De LoveBot is veeleer het voorwerp van een bezinning over de controle die op die datingsites wordt uitgeoefend. De bestaande controle ligt op veel verschillende niveaus. De eerste controle is degene die men zichzelf oplegt. Wanneer men een profiel aanmaakt, wil men zijn beeld echt zoveel mogelijk in de hand houden en wil men “goed voorkomen”. Op de foto moet een sympathiek persoon staan, we geven informatie die ons interessant moet doen lijken enz. De tweede controle bestaat uit het vergelijken van de persoonlijke gegevens die men over zijn gesprekspartner krijgt, met degene die op andere sociale netwerken verschijnen, om te zien of ze coherent zijn. Er is ook de controle van de ontmoeting als dusdanig, dat wil zeggen dat men alle voorwaarden wil scheppen opdat ze goed zou verlopen. Van de kant van de ontwerpers is er de hele kwestie van de aanbevelingsalgoritmen. Men stelt alles in het werk opdat de ontmoeting zou kunnen plaatsvinden, ongeacht of ze tot een liefdesverhaal leidt of niet. Dat is allemaal zeer ideologisch gekleurd, want het vertrekt van het “soort zoekt soort”-beginsel en van de veronderstelling dat mensen met gemeenschappelijke interesses noodzakelijkerwijze goed met elkaar zullen overeenkomen… Kortom, het contact komt tot stand tussen mensen die in dezelfde sfeer leven! Men beweegt zich altijd in lauwe baden, met mensen die het altijd eens zijn met ons. Er ontstaat een soort consensus die bevestigt wat men al wist, maar waardoor men nooit iets bijleert. Om iets te kunnen bijleren, moet men op een zeker moment evenwel een kortsluiting doen ontstaan. In de wereld van de datingsites vinden er echter nooit dergelijke kortsluitingen plaats.

Kortsluiting, is dat dus de werkwijze van de LoveBot?

Eli — Ja, absoluut. Zonder te spoilen wat er tijdens de belevenis in de fotoautomaat gebeurt – want alles is juist gebaseerd op het verrassingseffect en de frustratie – is het de bedoeling een profiel aan te maken in de LoveBot. Men gaat je er wat afgezaagde vragen stellen, zoals op de datingsites: je leeftijd, je seksuele voorkeur enz. Maar als je antwoordt dat je hetero bent, dan kan de machine je evengoed een persoon van hetzelfde geslacht voorstellen. Met andere woorden: het profiel dat je maakt heeft geen enkele invloed op de persoon die je zal worden gesuggereerd. De bedoeling is dat, al is het maar twee seconden, je je afvraagt of die persoon je bevalt. Zo kun je een ogenblik uit je seksuele identiteit treden om mee te gaan in een bevraging, om je te bezinnen en om wat afstand te nemen van jezelf. Met de LoveBot proberen we het tegendeel te zeggen van het “soort zoekt soort”-concept. De ervaring is leuk en leerzaam. Je wordt er een beetje ongemakkelijk van, maar eigenlijk blijft het heel ludiek. Ze plaatst de gebruiker in een kwetsbare positie, omdat hij er niet in slaagt het beeld van zichzelf in de hand te houden. Het principe is hier heel egalitair: er is geen enkel klassenverschil en iedereen wordt op dezelfde voet van gelijkheid behandeld, omdat iedereen zich in dezelfde omstandigheden bevindt. Je moet hier wel spontaan zijn.

Zullen al die ervaringen samen leiden tot een resultaat, tot een analyse?

Eli — Ja, tot een onderzoek waaruit de grote trends zullen blijken. Hoeveel gebruikers zullen bijvoorbeeld het heleproces hebben afgewerkt? Welke passages waren problematisch? Wat er nu al uit blijkt, is nieuwsgierigheid: men wil de persoonsgegevens van anderen kennen, zonder zichzelf bloot te geven. Indien we die mogelijkheid om “te zien zonder te worden gezien” zouden afschaffen, dan zou het meteen gedaan zijn met de nieuwsgierigheid. Enerzijds zullen de analyses betrekking hebben op de statistieken en anderzijds op het kwalitatieve aspect. Op de inhoud van de berichten bijvoorbeeld, op het al dan niet gewelddadige karakter ervan (nadat de term werd gedefinieerd). Onder gewelddadigheid begrijp ik de woorden die worden gebruikt (expliciet seksueel, beledigend enz.). Er kan een uitgebreide reeks kwesties van sociologische aard aan bod komen. Dat onderzoek zal wellicht worden uitgevoerd in partnerschap met de universiteit van Namen en met die van Montreal. Het is heel leuk dat men deel kan uitmaken van een transmediaal project dat zowel betrekking heeft op digitale kunst, als op onderzoek en volwassenenvorming. Dat is trouwens het belang van digitale kunst, die zorgt voor samenwerking tussen verschillende milieus die dat niet noodzakelijk gewend zijn.

De LoveBot is begonnen in Luik. Zou hij naar andere steden kunnen verhuizen, zoals Namen, Brussel en Montreal?

Eli — Jazeker. De vraagstelling is heel “universeel” – althans in de ontwikkelde landen die toegang hebben tot het Web. We kijken ook naar Quebec, omdat daar al jaren bewustwordings- en vormingsprogramma’s over genderkwesties en seksuele voorkeur worden ontwikkeld. De cabine ginder laten draaien, de daar verzamelde resultaten bestuderen en ze vergelijken met die van de Belgische gebruikers, zou sommige verschillen aan het licht kunnen brengen. Het project zal nog een tijdje duren, minstens tot eind 2017!

www.voixdefemmes.org

Doe-het-zelver met beeld en klank

Digitaal kunstenaar Ronald Dagonnier werd reeds meermaals bekroond door en opgevoerd in de media dankzij zijn originele manier om ons te verrassen. Hij vindt dat hij moeilijk onder één noemer te vangen is. Een kennismaking.

 

Ronald Dagonnier Crédit photographique Dominique Houcmant

Ronald Dagonnier werd in 1967 geboren te Messancy, in de provincie Luxemburg. Hij studeerde fotografie en video in Luik, waarna hij werd toegelaten tot het Institut Supérieur des Arts (INSAS) in Brussel. Zijn studie verveelde hem, en dat is een paradox, geeft hij toe, nu hij zelf video en digitale kunst doceert aan de Ecole Supérieur des Arts de la Ville de Liège (ESAVL). Hij stelt alles in het werk om dat onbehagen van zijn jeugd en de onaangename herinnering aan een te etherische opleiding niet aan zijn studenten door te geven. “Ik probeer mijn lessen zo in te richten dat ze zowel theoretisch als praktisch zijn en ik werk met voorbeelden. Een docent moet, ongeacht zijn vak, een voorbeeld zijn. Tonen dat kunst geen abstract iets is, dat je kunt exposeren, performances organiseren, dingen kunt realiseren en dat kunst wel degelijk een toekomst heeft.”

Daar is Dagonnier zelf het levende bewijs van. Een snelle blik op zijn museografie doet ons duizelen! Sinds 1999 – een niet toevallig gekozen jaar, want het moment waarop hij met zijn digitale experimenten begon – is Dagonnier op artistiek vlak onverminderd actief gebleven: persoonlijke en collectieve tentoonstellingen, video- en digitaal werk, multimedia-installaties en dan hebben we het nog niet gehad over wat we in de rubriek ‘Varia’ zouden kunnen onderbrengen. Een lange, lange museografische lijst. Op de leeftijd van 53 jaar heeft Dagonnier zijn belofte waargemaakt: deze doe-het-zelver met beeld en klank is uitgegroeid tot erkend voorbeeld, misschien zelfs mentor voor een generatie die online is geboren. 

De kunst van het mogelijke
De eerste intentie van het werk van Dagonnier is zonder enige twijfel artistiek. Dat doet echter op geen enkele wijze afbreuk aan de tweede intentie ervan, namelijk het concept of idee dat aan zijn werk ten grondslag ligt. De kunstenaar laat een afgewerkt project los en legt de verantwoordelijkheid voor de interpretatie ervan bij zijn publiek. “Ik stel mijn publiek vragen en geef het kleine tips mee om de communicatie tot stand te brengen, maar het eind blijft open.” Alleen de eigen emoties van het publiek kunnen een antwoord bieden. Hij vergelijkt het met een voorbeeld uit de cinema: “Neem nu een film van David Lynch. Nadat je die hebt bekeken, blijf je met heel uiteenlopende gevoelens en een soort van nieuwsgierige verwachting achter. Ik hou veel meer van kunst die vragen stelt en geen antwoorden geeft, kunst die interactie tussen twee breinen teweegbrengt: het jouwe en het mijne, zodat er verschillende interpretaties kunnen aan worden gegeven”, besluit hij.

Die manier van werken zou Dagonnier zeker niet als filosofisch en nog minder als politiek willen bestempelen, want hij wil op geen enkele manier in een vakje geduwd worden. “Ik geef les zoals ik creëer: het is een uitnodiging om de platgetreden paden te verlaten, over de complexiteit van de wereld na te denken in beelden, klanken, voorwerpen, op welke manier ook, als mijn studenten maar een standpunt innemen en dat meedelen.” En hij maakt van de gelegenheid gebruik om het verouderde model van de academie op de korrel te nemen, dat gebaseerd is op een strikte categorisering, terwijl hedendaagse kunst “daar niets meer mee te maken heeft, kunstenaars drukken zich immers op verschillende manieren uit”.

“Ik stel alles in het werk om de toeschouwer te verbazen wanneer hij kennismaakt met een werk. Ik sta daar niet alleen in, tal van andere hedendaagse kunstenaars doen net hetzelfde”

 

De mens graaft zijn eigen put

Je wilde emoties? Emoties zal je krijgen! In zijn installatie Maelstrom(digitale film van 4min 40) laat Ronald Dagonnier ons verwonderd kijken naar een vloeibare massa die beweegt, opborrelt, schuimt, bruist, goudblauw kleurt, dan weer mercurochroomrood wordt, en vervolgens een zwarte, bedreigende afgrond graaft. Gaat het om het oog van de cycloon, de stilte voor de storm? Of is het een verwijzing naar de Chaos van de Genesis? Een beeld van het stijgen van de oceanen? Of de grote leegte van ons dagelijks leven? Wie zal het zeggen … Weet Ronald Dagonnier het zelf wel? “Dit werk is ontstaan uit een bespiegeling over een ‘mise en abîme’, een duik in de dieptes. Daaruit volgde een complexe ontwikkeling van steeds evoluerende ideeën. Ik zou mezelf moeten analyseren om je uit te leggen hoe ik erbij ben gekomen!” Het antwoord heeft verder geen enkel belang, want alleen de vraag is van tel.  Op de tentoonstelling afgelopen november tijdens de 54e Fêtes de la Saint-Martin de Tourinnes-la-Grosse, en in de Space Collection te Luik met zijn geluidsinstallatie Maelstrom wordt Dagonnier voorgesteld als “een geëngageerd kunstenaar met een kritische kijk op de vedettes van onze tijd en op de uitwassen van een economisch systeem dat geen rekening houdt met de Mensheid”. Op de affiche lezen we verder: “Lichtprojecties, 3D-druk, hologrammen … een verkenning van de ijdelheid van onze geschiedenis.” Denk daarbij aan de ledigheid van de menselijke passies en activiteiten, die hij kundig en met een vleugje oneerbiedigheid voor het voetlicht plaatst, vooral wanneer ze hem choqueren.

De wereld als speeltuin
Geloofsovertuigingen, religie, politiek, conflicten, ecologie, allerhande driften, er is materiaal voorhanden. Zelfs het statuut van het kunstwerk, van kunst in het algemeen, is een van zijn favoriete onderwerpen. En Dagonnier heeft het geluk te leven in een millennium waarin de vooruitgang van de digitale technologieën hem ongelooflijke fictieve mogelijkheden biedt om de realiteit uit te beelden, een uniek gebruiksgemak en de kans om voor elk nieuw project weer een nieuw experiment op te starten. “Ik ben geëvolueerd van video naar digitale kunst naar interactiviteit. Soms zet ik weer een stapje terug en kom ik weer bij de video terecht. Misschien ga ik op een dag wel weer tekenen!” gekscheert hij.

Gekscheren? Spelen? Ja, daar is Dagonnier een groot voorstander van. Zijn multimedia-installatie, Play it again Marcel,kon in 2005, bij de installatie ervan op de Biënnale van Venetië (Festival Off), op heel wat aandacht rekenen. Een virtuele schaakwedstrijd waarbij politieke figuren met internationale uitstraling (en uitstekende demagogen) geformateerde waarheden debiteren aan een in gedachten verdiepte Marcel Duchamp. Op het plateau, als gevangen tussen de gesprekken, lopen de bezoekers rond.

Het beeld weer heilig verklaren
Nog buitengewoner: in 1999 gaf Ronald Dagonnier, in de expositie La faim de l’image, uitdrukking aan de overdaad aan beelden. Is het voor een kunstenaar die zelf beelden creëert dan niet alsof hij in eigen voet schiet wanneer hij de overdosis aan dagelijkse afbeeldingen aan de kaak stelt? “Nee, verre van! Voor La faim de l’image selecteerde ik 1024 beelden uit video’s die ik tijdens reizen had gemaakt en die ik op een reeks monitors in 40 seconden tijd liet afspelen.” Daar word je echt misselijk van. “Het was, en is nog steeds de bedoeling om aan te tonen dat je die beelden niet meer kunt bekijken omdat de opeenvolging ervan vaag is geworden. Ik denk dat er op dit moment al 3000 YouTube-video’s per seconde worden gedownload! Dat geldt trouwens ook voor Instagram. Die beelden uit het dagelijkse leven hebben geen betekenis. Het beeld moet weer heilig worden verklaard.” 

“Een digitale installatie, dat is een soort van non-voorwerp. Door de korte levensduur van de onderdelen ervan, verstoort het digitale het kunstwerk als marktwaarde. Moet kunst verkocht worden om te kunnen bestaan?”


www.ronalddagonnier.be

Your opinion counts