Waw magazine

Waw magazine

Menu

Parijs komt naar Luik

 Met zijn 8,7 miljoen bezoekers in 2015 is het Louvre het drukst bezochte museum ter wereld. En dat Louvre komt nu naar Luik! De Boverie verwelkomt die Parijse instelling in het kader van een artistieke adviesopdracht die van 2016 tot 2018 loopt. De tijdelijke tentoonstelling ‘En Plein Air’ opent het bal.

 

La Boverie stelt zich open voor de wereld en voor haar buitenlandse confraters. In deze optiek deed de culturele instelling een beroep op die prestigieuze partner. De samenwerking past in een beleid om samen met internationale partners dichter bij het publiek te komen. Een publiek dat grotendeels bestaat uit Belgen die het Louvre-Lens bezoeken, dat in 2012 in het departement Nord-Pas-de- Calais werd geopend, vlak bij ons.

Parijs en Luik onderhouden al verscheidene jaren een wetenschappelijke en culturele relatie met elkaar, die meer bepaald vorm kreeg door toedoen van Vincent Pomarède, algemeen erfgoedconservator en directeur Bemiddeling en Culturele Programmatie bij het Louvre en de musea van de Stad Luik.

 

In de Openlucht

De Adviestak van het Franse museum zorgt samen met La Boverie voor de artistieke begeleiding. Hij brengt ook zijn deskundigheid in op het gebied van publieksbeleid, pedagogische actie enauditoriumprogrammering. Op het programma van 2016-2018 staan drie tentoonstellingen: om te beginnen En Plein Air, in 2017 een die Le Voyage en Italie zou kunnen heten, en een derde waarvanhet thema nog niet bekend werd gemaakt.

Vanaf de opening kunt u een overzicht krijgen van de samenwerking tussen beide centra. De eerste tijdelijke tentoonstelling, En Plein Air, handelt logischerwijze over schilderen in de openlucht.Bewegingen zoals de pre-impressionisten, de impressionisten en de School van Barbizon verlaten hun ateliers om zich te laten doordringen van de eenvoud en de inspirerende sfeer van de natuur. De tentoonstelling geeft een chronologisch overzicht aan de hand van een honderdtal werken. Op de achtergrond daarvan “twee esthetische en technische problemen: de praktijk van schilderen in de openlucht en het zoeken naar onderwerpen en motieven die toen hedendaags waren”, schrijftGrégory Desauvage, conservator bij het Museum voor Schone Kunsten en coördinator aan de Luikse kant. Doeken van schilders zoals Claude- Joseph Vernet en Louis-Gabriel Moreau geven in de 18de eeuw de aanzet tot belangstelling voor het onmiddellijke en voor een realistische kijk. In de 19de eeuw wordt het werk van de schilders vergemakkelijkt door de opkomst van verf in tubes. Daardoor kunnen anderen de voetsporen drukken van voorlopers zoals Cézanne, Monet, BonnardCorot en de Belg Evenepoel.

De verhouding tot de natuur bestaat niet enkel uit contemplatie, maar ook – en vooral – uit hetopslaan van vermakelijke herinneringen. Plezier, ontspanning en gezelligheid zetten de toon voor de taferelen uit die tijd. Aan de oevers van de Seine en op de kades van de Maas en de Ourthe koestert men dezelfde ambitie. De schilders zetten zich in parken om te genieten van die plaatsen voor ontmoeting en sociale omgang.

 

INLICHTINGEN:
La Boverie
Parc de la Boverie 
B-4020 Liège
+32 (0)4 221 93 02
 

KUNST ONDER HOGE BESCHERMING

Om bestand te zijn tegen de tand des tijds, vergt kunst heel wat aandacht. Temperatuur,luchtvochtigheid en blootstelling worden streng gecontroleerd. De conservering houdt rekening met het materiaal.

Schilderijen worden bijvoorbeeld bewaard op een temperatuur van 21 tot 23°C en een vochtigheidsgraad van 50 %, zoals in La Boverie. Natuurlijk licht schijnt er niet rechtstreeks op, maar wordt gefilterd door tegen het plafond gespannen doeken. Er moet ook speciale aandacht worden besteed aan ultraviolet- en infraroodstraling. Kwetsbare werken, zoals tekeningen en etsen van de16de tot de 21ste eeuw, worden bewaard in een ruimte met zwart geschilderde muren. Die in het donker bewaarde werken worden enkel belicht op verzoek, wanneer iemand de ruimte binnenkomt.De onveranderlijkheid van de parameters is een van de belangrijkste elementen. Hout kan bijvoorbeeld heel slecht tegen verandering. Het zwelt en het schilderij wordt langer bij een te hoge vochtigheid, wat de verflagen beschadigt. Is de lucht daarentegen te droog, dan barst het hout en droogt het werk uit. Sommige werken, zoals die van Chagall, Monet en Gauguin, worden zelfsgeplaatst in beschermingskasten met een vertragingssysteem en UV-werende ruiten.


EEN MUSEUM IN EEN TUIN

Het Boveriepark is altijd een ontspannings en wandeloord geweest. Vanaf de 18de eeuw is La Boverieeen deftige buurt waar de burgerij komt rondslenteren en waar ze in landhuizen wonen. Ver van destedelijke drukte ademen de Luikenaars er de zuivere lucht van hun paradijselijk hoekje in. Ruiters doorkruisen de lanen en sportbeoefenaars komen er zwemmen (het zwembad verdwijnt in 1903 voor de Wereldtentoonstelling) of kanovaren op de Maas.

In 1853 doen de werken voor de aanleg van de Dérivation’, de aftakking van de Maas, de Luikenaars vrezen dat ze hun groene ontspanningszone gaan verliezen. De Stad schrijft dan een wedstrijd uit voor het aanleggen van een openbaar park. In 1862 wordt het Boveriepark, vlak voor de opening ervan, het slachtoffer van een petitie. De Koninklijke Vereniging voor Tuinbouw en Natuurbehoud wil op die grond een tuin aanleggen.

Uiteindelijk staat de Stad iets meer dan 3 ha af in het noordelijke deel van het park. In ruil daarvoor moet de Vereniging een reeks werken uitvoeren: wegen, gazons, vijvers, aanplantingen, bruggen, rustplaatsen enz. De meeste daarvan bestaan tot op vandaag. In 1865 wordt er een didactische tuin aangelegd voor exotische soorten, zowel fauna als flora. Men kan zich nog moeilijk voorstellen dat ertoen wilde dieren in het park huisden! De stad nam de gronden terug voor de Wereldtentoonstelling en de dierentuin verdween.

Evenmin kan men zich inbeelden dat er in 1892 een velodroom in het park werd gebouwd. Op de plaats van de huidige rozentuin ging de eerste wielerwedstrijd Luik-Bastenaken-Luik van start. De Royal Football Club de Liège (1892-93) en daarna Standard (1900-04) zouden nog op diezelfde grasmat spelen. Net zoals andere gebouwen zou de velodroom de Wereldtentoonstelling van 1905 niet overleven.

Vier verzamelingen die eindelijk verenigd zijn

Na 50 jaar gemeenschappelijke geschiedenis, zijn vier verschillende maar elkaar aanvullende verzamelingen uiteindelijk samengebracht op één en dezelfde plaats. Het is in La Boverie dat de bezoekers het beste van de Schone Kunsten van Luik zullen vinden: de vier verzamelingen, van de renaissance tot op heden.

 

Het Museum voor Schone Kunsten (BAL), het Museum voor de Waalse Kunst (MAW), het Prenten- en Tekeningenkabinet (CED) en het Fonds voor Oude Kunst zijn eindelijk samengebracht na meer dan vijftig jaar afwisselende verenigingen en scheidingen. Er was meer dan anderhalf jaar werk nodig om de werken te kiezen, deskundigen te raadplegen, teksten te schrijven en, ten slotte, de catalogus te publiceren. Régine Remon, eerste conservatrice van het Museum voor Schone Kunsten van de Stad Luik, is daar heel verheugd over: “We wilden al een hele tijd een gezamenlijke catalogus maken voor de vier verzamelingen. De moeilijkheid bestond erin belangrijke meesterwerken samen te brengen en tegelijk de Luikse kunstenaars tot hun recht te doen komen, zonder ze te verzwakken.” Een aantalwerken dat niet beschikbaar is in La Boverie, kan op afspraak door de bezoekers worden bekeken in de museumreserves van het ‘Îlot Saint-Georges’.

De 2500 m2 grote kelder van La Boverie werd speciaal ingericht om plaats te bieden aan de permanente verzamelingen die van Schone Kunsten komen. De ruimte is voorbehouden aan de kostbaarste werken, die niet aan natuurlijk licht mogen worden blootgesteld.

 

De Luikenaars

Lambert Lombard (1506-1566), een erkende renaissanceschilder en humanist, heeft een belangrijke rol gespeeld voor de toenmalige ontsluiting van de streek van Luik. “Wij hebben een verzameling van 800 unieke en in goede staat verkerende tekeningen van de kunstenaar en zijn atelier. Om de drie maanden gaan we daar vijf of zes van tentoonstellen. We moeten met een rotatiesysteem werken,want het papier vergeelt en de inkt verbleekt”, legt Régine Remon uit.

Naast Lambert Lombard is er Gérard de Lairesse (1641-1711), een andere 17de eeuwse schilder uit de Vurige Stede. Deze kunstenaar van bij ons verdient het om in de belangstelling te worden geplaatst; hij was immers vooral bekend in Nederland. Toen hij pas 22 jaar oud was, maakte hij meer bepaald een beroemd schilderij, La Descente d’Orphée aux Enfers.

Gilles-François-Joseph Closson (1798-1842), een Luikse schilder en tekenaar, dient ook te worden vermeld. Hij verbleef vier jaar in Rome, in dezelfde periode als de Franse schilder Jean-Baptiste Camille Corot, en hij maakte meer dan 600 werken, waarvan de meeste in de openlucht werden geschilderd (zie de bijdrage over de tentoonstelling En Plein Air hier).

 Lambert Lombard Lambert Lombard et sa famille. © Ville de Liège – Musée des Beaux-Arts

Lambert Lombard. Lambert Lombard et sa famille. © Ville de Liège – Musée des Beaux-Arts 

De buitenlandse kunstenaars

Onder de voornaamste stukken die door de Stad Luik werden verworven, vindt men een van de beroemdste werken van Pablo Picasso, Familie Soler (1903). Om te vernemen hoe dat belangrijke werk in de Vurige Stede geraakte, moeten we verscheidene decennia teruggaan in de tijd, meer bepaald tot 30 juni 1939. Die dag organiseerde het naziregime in Luzern, Zwitserland, een grote veiling van kunstwerken die als ‘ontaard’ werden beschouwd. Een Luikse delegatie die daarbij aanwezig was, kocht negen uitzonderlijke schilderijen1. Die verzameling wordt vandaag als een ‘schat’ beschermd door de Federatie Brussel-Wallonië. Aangezien Luik zijn budget niet volledig had besteed in Luzern, ging de delegatie op 1 augustus 1939 ook naar Parijs. Daar kocht de Stad nog negen andere doeken2.

De aangekochte werken bleven niet beperkt tot Luzern en Parijs. In de loop der jaren verwierf Luik nog heel wat andere schilderijen. “We hebben indrukwekkende verzamelingen uit de moderne en de hedendaagse tijd: Picasso, GauginChagall, Monet, KokoshkaEnsorIngres. En dat is ook dankzij de schenking die Fernand Graindorge in 1981 deed”, legt Régine Remon uit. De verzamelaar en industrieel Fernand Graindorge heeft immers 70 werken uit zijn verzameling (Toulouse-Lautrec, Matisse, Arp, MagnelliDufyPoliakoff, Picasso, Vasarely) aan de vroegere Franse Gemeenschap geschonken voor Luik.

 

Paul Gauguin, Le Sorcier d'Hiva Oa. © Ville de Liège – Musée des Beaux-Arts 

Een radicale keuze

De selectie van de werken was geen gemakkelijke stap. Er moest worden gekozen uit duizenden doeken, beeldhouwwerken, tekeningen en etsen. Een vijftiental medewerkers van het museum en de wetenschappelijke instellingen hebben het werk onder elkaar verdeeld en teksten opgesteld. Hoe moest men de werken kiezen? Régine Remon gaf enkele criteria: de representativiteit van de kunstenaar (periode, beweging) en van het werk in zijn loopbaan, de goede staat van bewaring, de beschikbare documentatie en de aanwezigheid van verschillende kunsttakken (etsen, tekeningen en foto’s).

Van de eigen manifestaties van het Museum voor Schone Kunsten bleven de ‘Biennale de la Gravure’(12e editie) en de ‘Espace Jeunes Artistes’ behouden in La Boverie. Naast die evenementen, wordt er elk seizoen een (gerestaureerd, geleend of geïdentificeerd) werk onder de aandacht gebracht door het wetenschappelijk personeel. “Zopas werd er een doek van de Luikse schilder Léonard Defrancegerestaureerd. Onderaan het schilderij ontdekten we een hond, die onder het vernis verborgen zat”,vertelt Régine Remon.

 

INLICHTINGEN:
La Boverie
Parc de la Boverie 
B-4020 Liège
+32 (0)4 221 93 02
 

PICASSO MET ESCORTE IN JAPAN

Wereldwijd wordt er veel uitgeleend tussen musea. En het Museum voor Schone Kunsten van Luik maakt daarop geen uitzondering. “Het BAL is vrijgevig. Wij leggen vertrouwenscontacten en vormen partnerschappen. Le Port du Havre van Claude Monet is in het Musée Marmettan in Parijs, terwijl het portret van Napoleon Bonaparte van Ingres in het Prado in Madrid is.” Zo zat Régine Remon eens in een vrachtvliegtuig naar Japan... met als enig gezelschap de twee piloten, de conservator van hetPicassomuseum en Familie Soler van Pablo Picasso dat naast automotoren was gezet. Een reis van bijna 36 uur, via Alaska!


 

— La Maison bleue van Marc ChagallDe dood en de maskers van James EnsorLe Sorcier d’Hiva-Oa van Paul GauguinMonte-Carlo van Oscar Kokoschka, Grazende paarden van Franz Marc, Portrait de jeune fille van Marie LaurencinRuiter op het strand van Max LiebermanLe déjeuner van Jules Pascinen en Familie Soler van Pablo Picasso.

— Schelpen van James Ensor, Le Port d’Anvers van Othon Friesz, Paysan au fagot van MarcelGromaire, L’écluse du moulin Bouchardon à Crozant van Armand Guillaumin, Nu van Charles Picart le Doux, Le château de Comblat van Paul Signac, Le moulin de la Galette van Maurice Utrillo, De violiste van Kees Van Dongen en Fleurs rouges van Maurice de Vlaminck.

 
 
  • /

Lood in goud of water in wijn veranderen kan helaas niet. Maar zou je wel geld kunnen maken van makarons? Een student van 23 jaar heeft dat voor elkaar gekregen. Michaël Labro, arts in opleiding en sinds zijn kinderjaren bezeten van gebak, is de hoofdpersoon van een succesverhaal dat naar amandelen smaakt.

 

Michaël Labro wordt geboren onder een gelukkig gesternte. Samen met zijn ouders, die allebei ingenieur zijn, hangt hij als kind vaak rond op een manege, waar hij al het talent heeft om zijn hobby te combineren met gevoel voor zaken. Elk weekend maakt hij zoetigheid, die hij aan de ruiters verkoopt. “Ik verkocht mijn gebakjes voor een paar euro’s. Het doel was niet om winst te maken,maar alleen om de kosten van de grondstoffen terug te verdienen, zodat ik elke week verder kon”, herinnert hij zich. In 2010 krijgt hij een FNACcadeaubon van 20 euro, die hij besteedt aan een boek over makarons. Die lekkernijen zijn een trend aan het worden, zodat Michaël een waardige uitdaging vindt voor zijn ambities. Zelf experimenteren is niet meer genoeg om een bevredigend resultaat tehalen en omdat de jonge Labro een perfectionistische durfal is, wendt hij zich tot de culinair journaliste Mercotte om zijn producten te verfijnen. De Franse gastronome, die het tv-programma ‘LeMeilleur Pâtissier’ presenteert, reageert op het verzoek van de Luikenaar en geeft hem enkele tips.

Door zijn volharding en nieuwsgierigheid lukt het Michaël om de makarons van zijn dromen temaken. Michaëls beste vriend Antoine is helemaal weg van deze makarons en komt op het idee om ze te gaan verkopen. De jongens zitten in het laatste jaar van de middelbare school wanneer ze met hun lekkernijen langs de deuren gaan. Samen bereiden en verpakken ze de makarons, en leveren en beheren ze de bestellingen, die direct een stijgende lijn vertonen. Buren, kennissen en mensen die het van anderen hebben gehoord, zijn zodanig gecharmeerd van hun producten dat het aantal klanten in de honderden loopt.

Als gevolg van dit onverwachte succes moet Michaël Labro snel een alternatief vinden voor de ouderlijke keuken, die inmiddels te klein is geworden. Op 18-jarige leeftijd opent hij daarom in Grivegnée zijn eerste werkplaats voor de vervaardiging van makarons. In deze ruimte van 80 m², die aan alle eisen van het FAVV voldoet, kan hij enkele honderden makarons per week maken. Dat is het begin van M&A Macarons, het eigen bedrijfje van Michaël en Antoine.

 

Toekomstige arts en jonge ondernemer

Michaël is een van die zeldzame mensen bij wie altijd alles lukt. Zo doorloopt hij zonder moeite in één ruk de eerste vier jaar van zijn geneeskundestudie, terwijl hij daarnaast M&A Macaronsopbouwt. In die periode besluit Antoine uit het bedrijf te stappen, omdat hij zich volledig aan zijnstudie wil wijden. Michaël blijft echter zijn weg vervolgen, zonder te weten dat het lot hem kortdaarna opnieuw een duwtje in de rug zal geven. In 2014 erkent het college van bestuur van deUniversiteit van Luik (ULg) namelijk officieel de status van studentondernemer. Na de UniversiteitGent, die drie jaar eerder hetzelfde heeft gedaan, biedt ook de ULg bepaalde studenten op die manier de mogelijkheid om hun universitaire studie gemakkelijker te combineren met een eigen bedrijf. Dat is een zegen voor Michaël, die daardoor in aanmerking komt voor aangepaste college- en examenroosters en spreiding van zijn studie. In het academisch jaar 2015- 2016 begint hij zo aan het tweede deel van zijn artsenopleiding, die hij over twee jaar mag uitsmeren. Naast aangepaste roosters kunnen Michaël en andere studentondernemers van de ULg tegenwoordig hulp krijgen bijhun ondernemingsplan. Aan iedere ondernemer in opleiding worden tutors uit de academische wereld en het bedrijfsleven toegewezen, die hen bij hun economische en commerciële ontwikkeling helpen. Omdat Michaël voor het vervolg van zijn studie voornamelijk praktijkstages moet lopen, zet de jonge ondernemer zijn artsenopleiding voorlopig even in de ijskast. Wettelijk gezien heeft hij vijf jaar de tijd om met zijn stages te beginnen voordat zijn theoretische kennis niet meer geldig is. Hij gaat zich dus vijf jaar inzetten om M&A Macarons volledig tot ontwikkeling te brengen. En we hebben zo’n vermoeden dat hij al aardig op weg is…

 

Groot worden

Terwijl Michaël zijn derde reeks examens aan het einde van het jaar afsluit, tekent hij een samenwerkingsovereenkomst met de Belgische tak van de keten Point Chaud. Door deze voordelige zet kan zijn bedrijfje zich ontwikkelen en kan hij het productieapparaat met eigen middelen versterken. Datzelfde jaar laat Philippe Lhoest, die tot dan toe levensmiddelenadviseur is, zich doorMichaël overhalen. Samen beginnen ze in 2014 met PMSweet SPRL en brengen ze het productieapparaat over naar een groter pand. Tegenwoordig hebben ze 280 m² aan kantoren en werkplaatsen aan de rue de la Brasserie in Luik, waar dertien fulltime werknemers alle fasen van de productie verzorgen, inclusief het handmatig verpakken van de makarons.

Dankzij de inspanningen van beide partners blijft PMSweet SPRL maar groeien. Alleen al in België heeft het bedrijf momenteel zo’n honderd klanten, waaronder de keten Delhaize. Maar de Belgische markt volstaat niet meer voor de ambitieuze fijnproevers. Hongkong, China, de Verenigde Staten en het Filmfestival van Cannes – alleen dat al – vechten tegenwoordig om de makarons uit Luik. Met een orderboek dat elk jaar beter gevuld is, boekte PMSweet SPRL een omzet van 250.000 euro in 2014 en 1.300.000 euro in 2015.

 

Jezelf onderscheiden

Hoewel Michaël Labro zijn succes voor een deel te danken heeft aan zijn banketbakkerstalent, is de marketingstrategie ook belangrijk. Hij heeft er namelijk voor gekozen om als groothandel te fungeren. Zo kan hij zijn distributeurs concurrerende prijzen bieden. Hij hoeft niet voor merkbekendheid te zorgen en beperkt zich ertoe om zijn producten rechtstreeks aan te bieden aan grote internationale winkelketens, die grote hoeveelheden afnemen. Ook particulieren kunnen producten op bestelling rechtstreeks bij de werkplaats betrekken.

Wat betreft smaak en kwaliteit, onderscheiden de lekkernijen van Michaël zich van de producten die je in de supermarkt vindt. De gebruikte chocolade is rechtstreeks afkomstig van Valrhona. In plaats van jam wordt uitsluitend ganache gebruikt en er wordt alleen gewerkt met natuurlijke kleurstoffen. De eindproducten hebben allemaal een mooi formaat en met uitzondering van de speculaasmakaron worden alle varianten zonder gluten gemaakt. Maar de jonge ondernemer-banketbakker-arts heeft vooral de enige techniek ter wereld ontwikkeld die het mogelijk maakt om het suikergehalte van de makaron te verlagen. En dat is uitstekend nieuws voor de liefhebbers van zoute makarons.

 

www.macaronsma.com


STUDENTONDERNEMERS, EEN RAS IN OPKOMST

M&A MacaronsFirstFace, Easy-NoteNote Campus, Constellar en Copy Sim zijn enkele voorbeeldenvan start-ups die studentondernemers van de Universiteit van Luik sinds 2014 hebben opgericht. Zestuderen om arts, handelsingenieur, IT’er, dierenarts of boekhandelaar te worden en zetten ondertussen hun eigen bedrijfje op poten. Maar marktleider word je niet door in de schoolbanken te gaan zitten. Bijna twintig jaar geleden startte de Université catholique de Louvain (UCL) met een programma dat destijds uniek was in de wereld. Sinds 1997 verzorgt de UCL namelijk een interdisciplinaire ondernemersopleiding. En in 2011 voerde de Universiteit Gent voor het eerst inBelgië de status van studentondernemer in. De ULg volgde dit voorbeeld in 2014 en de UCL inseptember 2015. Tijdens de opening van het voorbije academische jaar heeft de UCL haar ‘Projetpour Étudiants a Profil Spécifique’ (PEPS) uitgebreid naar studentondernemers. Tot die tijd was de PEPS-status voorbehouden aan studenten die op hoog niveau aan kunst of sport deden en aan studenten die een handicap of bijzonder ernstige gezondheidsproblemen hadden. De PEPS-status bood deze studenten de mogelijkheid om hun roosters en studieprogramma’s aan hun verplichtingen en beperkingen aan te passen. Sinds september vorig jaar kent de UCL deze status dus ook toe aan studentondernemers en activiteitenontwikkelaars. Twintig studenten hebben in dit verband een concreet ondernemingsplan met een sociaal of commercieel doel gepresenteerd. Dertien van hen zijn geselecteerd voor het proefproject van het afgelopen jaar. Deze dertien ambitieuze jongeren vertegenwoordigen elf ondernemingsplannen (sommigen werken namelijk met zijn tweeën). Enkele studenten vormen bovendien teams die verdeeld zijn over Bergen en Louvain-la-Neuve, de twee locaties van de UCL.

“De keuze is gevallen op goed uitgewerkte plannen, die het stadium van idee al zijn gepasseerd”, zegt Léa Eeckhout, trainingsmanager van de UCL. “De aanvraag moet gebaseerd zijn op een activiteit die al groei vertoont. Belangrijk is ook dat wordt gekeken naar de universitaire loopbaan van elke student, zodat hij de nodige bagage heeft om eventueel iets anders te gaan doen.” Zestig verdiende studiepunten zijn dus noodzakelijk. Aan het einde van het eerste jaar constateert de UCL dat de beste ideeën afkomstig zijn van multidisciplinaire teams. “De winnende teams bestaan vaak uit meerdere studenten van verschillende faculteiten. We zijn opmerkelijke en bijzonder vernieuwende projecten tegengekomen op basis van de combinatie van zeer uiteenlopende capaciteiten”, zegt Léa Eeckhoutblij. Hoewel de studenten over het algemeen wel belangstelling hebben voor de status van studentondernemer, lijken ze vooral te streven naar officiële erkenning. Een aangepast rooster of studiespreiding is dus niet hun voornaamste doel. “Studentondernemers zijn vaak heel dapperejongeren, die hun uren niet tellen en die gemotiveerd en ambitieus zijn. Ze zijn zonder meer in staat om alles tegelijk aan te pakken. We hebben trouwens maar heel weinig studiespreidingsaanvragengekregen. Wat ze vooral willen, is erkenning van hun status, zowel door hun faculteit als door hunzakelijke contactpersonen of toekomstige werkgever”, verzekert Léa Eeckhout. De Waalse economielijkt dus mooie tijden tegemoet te gaan. Onderwijs, ambitie en goede ideeën beloven binnenkort eengeduchte drie-eenheid te vormen. En de glazen toren met 1500 makarons van Labro op hetFilmfestival van Cannes spreekt dat niet tegen.

  • /

De oren vol noten en de ogen vol sterren. Het Koninklijk Filharmonisch Orkest van Luik (OrchestrePhilharmonique Royal de Liège of OPRL) maakt elk publiek enthousiast, ook het jongste. 

 

Het OPRL is het enige professioneel symfonisch orkest van de Federatie Wallonië-Brussel. Buiten zijn “klassieke” concerten (die niet altijd even klassiek zijn) positioneert het zich ook als een echt resource centre. Het stelt zijn muzikale middelen immers ter beschikking van al wie cultuur voor iedereen toegankelijk wil maken. Dit orkest munt uit in alle genres en vertegenwoordigt ons land in de grootste internationale muziekzalen. Het brengt ook kinderen – alle kinderen! – in aanraking met muziek.

L’Orchestre à la portée des enfants” (Het orkest op kindermaat), “Music Factory”, “Samedis en famille (Gezinszaterdagen) staan op het programma van het volgende seizoen. Achter de schermen komt daar nog een hele reeks pedagogische producties voor scholen bij, voor heel jonge kinderen en voor tieners. Daarnaast heeft het orkest een educatief muziekproject ter bevordering vanmaatschappelijke diversiteit.

 

El Sistema

Dit concept ontstond in Venezuela, onder impuls van een economist en musicus die straatkinderen een betere opvoeding en toekomst wilde bieden. Het verhaal begon in 1975, met twaalf kinderen in een garage in Caracas. Ze konden er gratis enkele uren per dag een instrument leren bespelen of leren zingen, op voorwaarde dat ze de rest van de dag terug naar school zouden gaan. Het aanleren gebeurde altijd collectief, door als een orkest te spelen of volgens de instrumentengroepen. Mettertijd heeft dit gedurfde project schitterende muzikanten voortgebracht. Een van de beroemdste is Gustavo Dudamel, die muziekdirecteur is geworden van het prestigieuze Filharmonisch Orkest van Los Angeles, het LA Phil. Tegenwoordig zijn er wereldwijd 700.000 kinderen betrokken bij El Sistema!

In Luik krijgen 160 kinderen met de steun van de Stad muzieklessen onder de bescherming van de vzw ReMuA en het OPRL. Het avontuur begon in oktober 2015 en de voorbije maand mei vond er al een concert plaats, dat werd uitgevoerd door kinderen en muzikanten van het orkest.

Sociale diversiteit krijgt een concrete vorm wanneer men anderen begint te ontmoeten buiten de culturele context. Wanneer men steun krijgt van de overheid, dan heeft men verplichtingen tegenover de samenleving. We moeten ons werk toegankelijk maken voor zoveel mogelijk mensen, voor personen die minder in aanraking komen met cultuur, die minder bevoorrecht zijn, en voor kinderen...”. Voor Daniel Weissmann, de nieuwe directeur van het OPRL, is klassieke muziek er niet enkel voor een elite! Daar is hij echt van overtuigd. Zelf is hij altviolist van opleiding. 

Vroeger bracht hij zelf muziek naar de scholen en werd hij aan het denken gezet door de reacties van de kinderen. “ ‘Dat hebben we al in de bioscoop gehoord!’ Kinderen vergeten dikwijls dat de muziek al vóór de film bestond”. Daniel Weissmann spreekt heel bescheiden maar scherpzinnig over wat er in de toekomst op het spel staat voor zijn orkest. “Klassieke muziek is niet populair. Wanneer we ze niet voor elk soort publiek spelen, is ze gedoemd om te verdwijnen. Dankzij de nieuwe media hebben we nu de middelen om ze beter en op een meer internationale schaal bekend te maken en dichter bij de mensen te brengen… Ik heb niets uitgevonden, ik zet gewoon voort wat er vóór mijn komst begonnen was. Wat wel veranderde, is de wijze waarop wij communiceren”. En hij voegt er glimlachend aan toe: “Ik heb gewoon vorm gegeven aan het idee van El Sistema”.

Bij het Luikse orkest wordt dit project ook gesteund door de teams achter de schermen: de programmatie, de productie, de administratie, de communicatie en, natuurlijk, de pedagogie. Iedereen is verheugd over de positieve weerslag van het initiatief. Marie-Caroline Lefin, de pittige chef van de pedagogie bij het OPRL en zelf moeder van drie jongens, is diep getroffen door ditproject. “Eerst was ik verbaasd over de snelheid waarmee die kinderen iets leren. Je moet weten dat sommigen vóór oktober jongstleden nog nooit een instrument hadden gezien! Maar wat me het meeste raakt, is de positieve houding die ze snel binnen de groep aannemen. Op school zijn het ettertjes die zich verzetten tegen de leraar. Hier gehoorzamen ze de dirigent, leren ze luisteren en respect opbrengen. Natuurlijk, als ze niet goed naar hun buren luisteren, lopen ze verloren in hun partituur, maar hier hoeft niemand hun te zeggen dat ze moeten zwijgen of zich goed gedragen. Dat komt vanzelf, omdat ze weten dat ze deel uitmaken van een groot project. Ik ben verrast door de discipline die ze aan de dag leggen, zonder enige dwang”.

De bij het project betrokken kinderen komen uit alle Luikse wijken, ook uit de meest verpauperde. Om het avontuur mogelijk te maken, wordt er op het terrein gewerkt met scholen en buurthuizen. Dat leidt tot sterke en heel verschillende emoties. Séverine Meers, de persattachée van het OPRL, is ontroerd. “De ene dag komt een meisje aan het team zeggen dat ze met het project stopt. Ze leeft in een gezin met zeven kinderen en heeft geen tijd meer om samen met de groep les te volgen. Een andere keer is het een jongen van twaalf die vertelt dat hij moest kiezen tussen basket en viool en dat hij voor viool heeft gekozen”.

 

Pedagogische projecten

Wie een orkest live hoort spelen, ervaart een hele waaier aan emoties. Sommigen krijgen tranen in de ogen bij het horen van de violen in het Adagio van Barber of in Le fabuleux destin d’AméliePoulain. Anderen houden van de luide klanken van het koper en het slagwerk, zoals in de muziek van Star Wars. Nog anderen krijgen dan weer kippenvel wanneer het koor de Carmina Burana van CarlOrff krachtig opent met O Fortuna.

Klassieke muziek is dikwijls onbekend. Bij het OPRL zegt men luid en duidelijk dat ze voor iedereen toegankelijk is. Het pedagogische team wil ze dus concreter maken. Door middel van aftelrijmpjes, het verhaal van het droevige beertje, sprookjes en filmmuziek, leren de kinderen voelen hoeveel impact de muziek heeft. Séverine Meers legt uit dat, wanneer muziek een verhaal ondersteunt, ze er de emotionele kracht van vergroot, zonder die ooit in een vast kader op te sluiten. Het gaat om een echte aansporing tot creativiteit. Een recent project, dat Wanneer muziek vorm(en) krijgt, werd gedoopt, illustreert dat verschijnsel. Aan studenten van kunstscholen werd gevraagd een beeldend werk te maken op een thema zoals de Dodendans van Saint-Saëns. Ze moesten een bijkomende dimensie geven aan een schilderij of een beeldhouwwerk. “Het is heel mooi om te zien”, zegt Marie-Caroline Lefin vol bewondering. “Je staat tegenover jongvolwassenen die al keuzes hebben gemaaktin hun leven en klassieke muziek maakt daar niet echt deel van uit. Toch hebben ze het spel meegespeeld en hebben ze zich laten inspireren”. En wanneer ze de sterren telt in de ogen van peuters van tweeënhalf jaar, dan geniet ze van de enthousiaste reacties van de kleintjes bij hun ouders. Wat een genoegen als men weet dat ze er thuis heel positief over praten en dat ze weten wat een cello en wat een dirigent is! ”. Die activiteiten, die momenteel enkel in scholen plaatsvinden, kennen steeds meer succes. De ene na de andere klas verschijnt op de orkestvloer. Ja, op het toneel!Zo kan het jonge publiek de trillingen voelen, de instrumenten aanraken en de muzikanten leren kennen. Ook voor deze laatsten is het een leerrijke ervaring. Marie-Caroline merkt dat die pedagogische activiteiten de waarneming veranderen. “Vroeger vonden muzikanten pedagogie tamelijk vervelend. Ze hadden niet het gevoel dat ze echt muziek speelden voor een echt publiek. Later hebben we voorstellen gedaan die steeds kwalitatiever werden. De Directie gaf ons de middelen daarvoor. De scholen worden er ook meer bij betrokken. Nu vinden de muzikanten het plezant! Ze merken hoe er wordt gekeken en geglimlacht, horen de spontane bedenkingen en de onthutsende vragen en beschouwen die als kansen om een band te scheppen tussen hun nieuwe publiek en hun passie. Die emoties verrijken ook hun werk”.

Wanneer u het kind dat in u sluimert, wilt wekken en de kracht van uw emoties versterken door muziek, ga dan naar de zaal van de filharmonie. En als u nog aarzelt, denk dan aan wat u voelde toen u de soundtrack van 2001 A Space Odyssey hoorde. En wat ervoer u bij de eerst noten van de celesta uit de filmmuziek van Harry Potter! Of bij de generiek van Game of Thrones… Classic is coming!

 

INLICHTINGEN: 
Orchestre Philharmonique Royal de Liège
Boulevard Piercot, 25-27
B-4000 Liège
+32 (0)4 220 00 00
 
 

 

NIET TE MISSEN DATA

MUSIC FACTORY 

Once Upon a Time 

28 september — Luik 

GEZINSZATERDAGEN 

Ciné-concert Le voyage dans la lune

1 oktober — Luik

HET ORKEST OP KINDERMAAT

Merlin l’enchanteur

14 oktober — Luik

15 oktober — Brussel

MUSIC FACTORY

Viva la libertà

9 november — Luik

GEZINSZATERDAGEN

Un Noël à Buenos Aires 

17 december — Luik 

Voor het volledige programma: www.oprl.be


KLEINE GIDS VAN DE CONCERTEN VOOR EEN JONG PUBLIEK 

Het OPRL geeft niet enkel traditionele concerten waarbij de muzikanten een rokkostuum of een lange jurk dragen. Behalve de klassieke concerten, tijdens dewelke u misschien schrik hebt dat u zultmoeten niezen of op het verkeerde moment zult applaudisseren (en beschaamd zult zijn, hoewel u toch alleen maar uiting gaf aan uw groot enthousiasme), biedt het OPRL drie concertreeksen waarbij u minder gestresseerd zult zijn wanneer uw kind er in zijn onbekommerde onschuld zomaar uitflapt wat het te binnen schiet. “Hé, als de triangel zijn noot vergeet te spelen, dan is dat slecht!

 

Het orkest opent zijn deuren voor de kinderen

Onder de leiding van een verteller kunnen kinderen vanaf vier jaar aan de hand van een boeiend verhaal kennismaken met het orkest. Tijdens het seizoen 2016-2017 staan Merlijn de Tovenaar en DeKleine Prins op het programma. Door de regie en het lichtspel kunnen de kleuters direct in het verhaal stappen. Die concerten worden georganiseerd in samenwerking met de Jeunesses Musicales’ (de Franstalige tegenhanger van ‘Jeugd en Muziek’), die als taak heeft kinderen vertrouwd te maken met muziek.

 

Gezinszaterdagen

Het is de bedoeling het publiek met behulp van een video kennis te laten maken met een groot muziekstuk. Het beeld stelt de toehoorders in staat om de door het orkest gespeelde melodieën beter aan te voelen. Deze concertreeks is bedoeld voor gezinnen ( ja, op zaterdagen!) en wordt aangeboden tegen een nogal merkwaardig tarief: € 36 voor één plaats, maar € 39 voor drie plaatsen. Zoals dat het geval is tijdens heel het “klassieke” concertseizoen, zijn de uitvoeringen gratis voor jongeren van minder dan 16 jaar.

 

Music Factory

Deze concertreeks mikt speciaal op tieners. Er wordt heel ontspannen muzikaal gezapt onder leiding van dirigent Fayçal Karoui. Het filharmonisch orkest maakt daarbij duidelijk hoezeer muziek de emoties versterkt: angst, vreugde, verrassing, heimwee… De dirigent schept er genoegen in met zijn publiek te spelen en bijvoorbeeld uit te leggen hoe je met een viool een sfeer kunt scheppen zoals in Psycho van Hitchcock. Echt bloedstollend!


EEN BEETJE GESCHIEDENIS

Het Orkest van Luik werd in oktober 1960 opgericht door Fernand Quinet, directeur van het Conservatorium van Luik. Aanvankelijk bestond het uit 71 muzikanten. Bij de oprichting ervan speelde het hoofdzakelijk voor de Concertvereniging van het Conservatorium en verkende het de klassieke en romantische repertoires (van Mozart tot Brahms), de Franse muziek en de componisten uit het Oosten. Dankzij Pierre Bartholomée (1977-1999) laat het ook de voornaamste werken uit de 19de en de 20ste eeuw tot hun recht komen. In 1983 wordt het omgedoopt tot “OrchestrePhilharmonique de Liège”. In oktober 2010 krijgt het officieel de titel van “Société Royale” (Koninklijke Maatschappij) en verandert het zijn naam in Orchestre Philharmonique Royal de Liège”. 

Vanaf 2001 zoeken de opeenvolgende muziekdirecteurs, Louis Langrée, Pascal Rophé, François- Xavier Roth en Christian Arming, nieuwe concertformules en streven ze naar een uitbreiding van het repertoire. De in 1971 in Wenen geboren Christian Arming kent een schitterende internationaleloopbaan en wordt in 2011 muziekdirecteur van het orkest. In juni 2014 stopt Jean-Pierre Rousseau als directeur van het OPRL en wordt hij vervangen door Daniel Weissmann, die er prat kan op gaan dat hij zijn doelstellingen heeft verwezenlijkt door een jaarlijkse toename van het publiek met 25%, dankzij een voortdurend zoeken naar dynamiek, een betere toegankelijkheid voor het “publiek vanmorgen” en een rijke verbeelding die tot veel nieuwe muzikale aanbiedingen leidde. Als enigprofessioneel symfonisch orkest van de Federatie Wallonië- Brussel, treedt het OPRL overal op en herbekijkt daarvoor zijn productiewijzen: concerten met een kleine bezetting en meer pedagogische producties. Het OPRL is een hart dat klopt in het hart van de Vurige Stede. Sinds 2000 beheert het orkest ook de “Salle Philharmonique de Liège”, waarbij het zijn concertaanbod uitbreidt. Jaarlijksworden er meer dan zestig concerten in uiteenlopende stijlen gegeven, die door ongeveer 45.000 personen per seizoen worden bijgewoond. De uit 1887 daterende filharmoniezaal heeft 1129 zitplaatsen en werd gebouwd naar het model van het Italiaanse theater. Ze heeft een symfonisch orgel. De zaal heeft een uitzonderlijk goede akoestiek en is zeer gegeerd voor het maken van opnames.

  • /

Carat Duchatelet, een specialist in de bepantsering, verlenging en interieuraanpassing van luxewagens, is een sieraad voor de stad Luik.

De strategie van de oorspronkelijke oprichter wordt tegenwoordig voortgezet door de ondernemer Jean-Paul Rosette.

De reputatie van dit schitterende bedrijf berust op een hoge ballistische bescherming, ambachtelijke kwaliteit en bijna volmaakt maatwerk.

 

Wie zijn blik laat rusten op de auto’s die in de Luikse fabriek staan, ziet geen verschil met de oorspronkelijke modellen. Pas als je van dichterbij kijkt, besef je de omvang van het werk dat is verricht. Zo is een Mercedes S 600 eerst gedemonteerd en daarna volledig opnieuw opgebouwd. De auto is daarbij 60 cm langer en 10 cm hoger gemaakt. De ruiten zijn 50 mm dikker geworden. Als de banden van het type Michelin Pax lek raken, kan de auto nog 80 tot 100 km doorrijden om aan zijn belagers te ontkomen. De luxueuze interieuraanpassing en nieuwe technologieën zorgen voor een optimaal comfort. De Mercedes, die voor € 60.000 was gekocht, is dankzij deze voorzieningen nu € 700.000 waard. Binnenkort gaat hij op transport naar het Midden-Oosten.

 
©DOC Carat Duchatelet
Vakwerk

De hele ‘customizing’, van demontage tot assemblage, wordt in eigen huis gedaan. Dertien specialismen werken onder één dak samen op het gebied van ontwerp, techniek, metaalbewerking en bepantsering (chassis en portieren), lakwerk, elektriciteit, elektronica, schrijnwerk, paneelwerk, leren bekleding, keuze van composietmaterialen en aanpassingen. Echt edelsmeedwerk. Het is trouwens lastiger om goede vaklui te vinden dan het orderboek vol te krijgen.

Frédéric Duchatelet, oprichter en momenteel adviseur voor de Aziatische markt, heeft wel geprobeerd om samen te werken met onderaannemers, maar de vereiste mate van precisie en kwaliteit is niet voor iedereen haalbaar. “In de loop der jaren heb ik specialisten aangetrokken om alles in eigen huis te kunnen maken. Dat is een sterk punt ten opzichte van onze concurrenten, die wel werk uitbesteden. Zo bereiken we een hoog kwaliteitsniveau.” De grootste concurrenten zijn overigens voornamelijk autofabrikanten. “Onze afwerking is perfect, de bepantsering volgt precies de vorm van de wagen”, verzekert Jean-Paul Rosette, de huidige president-directeur van Carat Duchatelet. Dat verklaart waarom het vier tot zes maanden duurt voordat een wagen gereed is. Hier wordt beslist niet aan de lopende band gewerkt. Alles is mogelijk volgens de wensen van de klant, maar de auto’s blijven altijd onopvallend: er is geen sprake van uiterlijk vertoon.

 ©DOC Carat Duchatelet

Kogelwerende betrouwbaarheid

Deze verfijnde juweeltjes zijn voornamelijk bestemd voor regeringsleiders, staatshoofden en leden van koninklijke families in Azië, Afrika en het Midden-Oosten. Deze bijzondere klanten, die als VVIP’s (Very Very Important Persons) worden aangeduid, nemen geen loopje met hun veiligheid en bezuinigen daarom niet op de kosten. Het bedrijf biedt een hoge mate van ballistische bescherming. “Carat Duchatelet loopt voorop als het om precisie gaat”, verzekert Frédéric Duchatelet. De kogelwerende materialen worden door en door getest. Een schietbaan maakt het mogelijk om de werkzaamheid ervan te controleren. Een ruit die bestand is tegen pantserdoorborende kogels, heeft een gewicht van 47 kg, terwijl een normale ruit niet meer dan 3 kg weegt.

 

Een schitterende gedaanteverwisseling

Frédéric Duchatelet heeft altijd al een passie gehad voor prestigewagens. Als eigenaar van een plaatwerk- en spuitbedrijf en getalenteerd monteur begint hij in de jaren 1960 te knutselen aan een oude Porsche, die hij zowel van binnen als van buiten volledig renoveert. Hij blaast de auto nieuw leven in. Omdat hij trots is op zijn werk, wijdt hij de Porsche in gezelschap van een vriend in aan de Côte d’Azur. Hij besluit de auto voor grote hotels in Cannes en Saint-Tropez te parkeren, naast exclusieve Ferrari’s en Rolls-Royces. Zijn bijzondere werk wekt de aandacht en bewondering van voorbijgangers. “Het was een enorm succes en ik zei tegen mijn vriend dat ik daar absoluut iets mee moest doen. Ik heb een stuk of dertig Porsches onder handen genomen en nog meer veranderingen en aanpassingen doorgevoerd”, vertelt de oprichter van het Luikse bedrijf in vertrouwen. Er is dus een gat in de markt voor exclusieve, op maat gemaakte luxeauto’s.

Tijdens een zakenreis naar het Midden-Oosten krijgt hij een nieuw idee. In die tijd werd de Mercedes S-klasse, die minder prestigieus was dan een Porsche, een Rolls of een Bentley, als ‘de beste reisauto ter wereld’ beschouwd. Sommige klanten gebruikten door de week de Mercedes voor hun werk, terwijl ze in het weekend de Rolls uit de garage haalden. Frédéric Duchatelet besluit daarom de Mercedes te personaliseren om er een superde- luxe auto van te maken. Hij presenteert zijn eerste resultaat eind jaren 1970 op de Autosalon van Genève. Daar ontdekt hij ook dat er een levendige belangstelling bestaat voor nieuwe diensten, namelijk het pantseren en verlengen van auto’s. “Ik wilde wagens met een zekere klasse bouwen voor klanten die een bijzondere maar onopvallende auto wilden. Ik voerde aanpassingen door die Mercedes destijds niet deed.” Frédéric Duchatelet boorde als pionier een nieuwe markt aan, waar daarna ook anderen zich op begaven. “Ik wil niet opscheppen, maar die hadden niet dezelfde strategie. Onze strategie gaat uit van kwaliteit en klanttevredenheid. Op die manier heb ik het imago van Carat Duchatelet opgebouwd.” En daarbij heeft het merk een internationale uitstraling gekregen.

 J-P Rosette, PDG, et F. Duchatelet, fondateur - ©DOC Carat Duchatelet

Continuïteit

Vlak na de eeuwwisseling verkoopt de oprichter zijn bedrijf aan een groot Amerikaans concern, dat slecht op de zaak past, waarna de Luikse onderneming in mei 2014 failliet wordt verklaard. Via zijn bedrijf Capital People begint de Luikse zakenman Jean-Paul Rosette aan een reddingspoging. Met name dankzij de inbreng van overheidsgeld en de steun van het Waals Gewest via de Société de gestion et de participation (Sogepa) komt Carat Duchatelet weer in goede en bovendien Waalse handen.

De overname van Carat Duchatelet is voor Jean- Paul Rosette een “grote kans”. Als autosportfanaat en snelheidsliefhebber vergelijkt hij mooie auto’s met kunstvoorwerpen. Als ondernemer heeft hij al ervaring met de overname van bedrijven in moeilijkheden. Zijn bedrijf FleXos Holding heeft eind 2011 het Franse softwarehuis ClariLog overgenomen. In het zakenleven bestaan volgens hem geen wonderen. “Door de problemen die de onderneming had gekend, moesten we van voren af aan beginnen. Sommige mensen geloofden er niet in, ik was vrijwel de enige. Als je succes wilt hebben, moet je erin geloven en vertrouwen hebben in de mensen met wie je werkt. Je moet je bewust zijn van je verantwoordelijkheden.” Frédéric Duchatelet is erg opgetogen over het management. “De nieuwe eigenaren volgen de strategie waarmee ik Carat Duchatelet groot heb gemaakt in de hele wereld. Dat was daarvoor niet het geval. Het geeft mij veel voldoening om met dit nieuwe team samen te werken.”

“Het opstijgen is gelukt, nu moeten we hoogte blijven winnen”, zegt Jean-Paul Rosette. Bijna twee jaar na de overname staat de onderneming er dus zeer goed voor nu ze haar activiteiten in twee richtingen wil diversifiëren. Naast de auto’s die op bestelling worden gemaakt, wil het bedrijf een voorraad gepantserde wagens uit het topsegment aanleggen om het effect van de lange productietijd te verzachten. Daarnaast keert Carat Duchatelet terug naar de eerste liefde van zijn oprichter: het restaureren en aanpassen van bijzondere oude auto’s.

De lijn ‘Carat Duchatelet Classic’ is bedoeld om Belgische eigenaren – en Europese eigenaren in het algemeen – te laten profiteren van de knowhow waarmee de onderneming een wereldwijde reputatie heeft opgebouwd. Jean-Paul Rosette licht de werkwijze van het huidige management toe: “Zo kunnen we ook de taken stroomlijnen en werk verschaffen aan het personeel wanneer er gaten in de planning zijn. De lijn is gericht op eigenaren van waardevolle auto’s met een zekere standing.” Sommige eigenaren willen een oldtimer op exact dezelfde wijze laten restaureren, maar anderen geven liever meerwaarde aan hun auto. Het doel is dus om van de klassieke basis uit te gaan en er een ‘neo-retro’ look aan te geven. Het model wordt opnieuw geïnterpreteerd in de stijl van Carat Duchatelet, legt de ambitieuze president-directeur uit. Voorlopig wordt er nog gewerkt aan de kleuren, de bedrukte stoffen en de materialen voor de interieuraanpassing om met name het Luikse karakter te beklemtonen.

Het bedrijf uit Luik klimt dapper en vastberaden uit het dal en beschikt over de middelen om zijn ambities waar te maken. Het orderboek is al gevuld tot het einde van het jaar. Van de € 16.000.000 omzet die voor 2016 wordt verwacht, is al € 12.000.000 binnengehaald. Tussen nu en 2020 hoopt Carat Duchatelet uit te komen op een omzet van € 50.000.000 en een winst van € 5.500.000.

 ©DOC Carat Duchatelet

www.caratbyduchatelet.com


 

ANEKDOTE: DE AUTO VAN ALBERT

Herinnert u zich nog het huwelijk van prins Albert van Monaco en Charlene Wittstock in juli 2011? Het ultramoderne prinselijk paar had in plaats van een koets gekozen voor een Lexus Hybride. Dankzij de LS 600h Landaulet uit de werkplaats van Carat Duchatelet konden de tortelduifjes door het vorstendom paraderen. Een bijzonder kenmerk van de auto was vooral het afneembare dak van plexiglas, dat ontworpen was voor als het zou regenen.


 

CARAT DUCHATELET IN ENKELE CIJFERS
13

Specialismen onder één dak: ontwerp, techniek en productie

49

Bij de overname werden 29 mensen in dienst genomen. Na 21 maanden werken er momenteel 49 mense

120

Aanpassing van wagens tot 120 cm in de lengte en 10 cm in de hoogt

1 000 k

Een auto kost gemiddeld € 1.000.000

20

Het duurt 4 tot 10 maanden om een wagen te maken Per jaar verlaten ongeveer 20 auto’s de fabriek

  • /
  • /

Een vierdaagse metamorfose

Honderden kunstenaars zullen vier dagen op acht unieke plaatsen optreden.

Les MétamorphoseS staan voor de ambitieuze vernieuwing van Luik, dat zich wil omvormen tot een wereldstad die mensen samenbrengt.

 

Les MétamorphoseS, initiatief van LiègeTogether, vormen een topevenement voor de metropool en de nieuwe ontplooiing ervan, die al enkele jaren bezig is. Van 5 tot 8 mei zullen de Luikenaars een groots festijn beleven met allerlei gratis toegankelijke kunstmanifestaties. Een kijk op wat u tijdens dat lange feestweekend mag verwachten.

 

Donderdag 5 mei

‘Boverie en musique’, van 13 tot 18u in het Boveriepark in Luik

Eindelijk onthult de Boverie zich, tot eenieders genoegen. Het Koninklijk Filharmonisch Orkest van Luik zal deze openingsnamiddag muzikaal opluisteren.

‘Carabosse met le feu’, van 21u tot middernacht, in het Hausterpark in Chaudfontaine

De ‘Compagnie Carabosse’, een collectief van diverse kunstenaars, zet het Hausterpark een avond in vuur en vlam met een groot schouwspel.

 

Vrijdag 6 mei

‘Métalu A Chahuter’, van 15 tot 20u op het Robinsoneiland in Wezet

Spektakelfabrikant ‘Métalu A Chahuter’ is een gezelschap van artiesten, uitvinders, acteurs, muzikanten en beeldende kunstenaars. Sousbois is een uit droom en werkelijkheid bestaand kijk‑ en luisterspel.

‘Les Fous de Bassin’, 6 en 7 mei, 21u aan de Dérivation, in het Boveriepark in Luik

Er wordt een rivieropera aangeboden door het Franse kunstenaarsgezelschap ‘Ilotopie’, dat gebruik maakt van artistieke uitvindingen en ingrepen. Een nachtelijke wateropvoering die u zeker niet mag missen.

‘Méga Park’, van 21u tot middernacht, place Saint-Étienne in Luik

Voor de fans van Pac-Man en andere retrogames wordt de Place Saint-Étienne die avond een ongelooflijk interactief speelplein.

 

Zaterdag 7 mei

‘Boverie envahie’

Een vijftiental Luikse kunstenaarsgezelschappen zullen het Boveriepark in beslag nemen van 13 tot 18u. Die unieke dag biedt een programma vol artistieke, muzikale en andere optredens, zoals de robot Klug en de Ganzenfanfare.

‘Les Fous de Bassin’: 2e editie

 

Zondag 8 mei

Een artistieke picknick op de Quais de Meuse in Luik, van 12 tot 16u

Alle Luikenaars kunnen deelnemen aan een enorme picknick rond een reuzentafel. Die maaltijd wordt opgeluisterd door liedjes, toneel, dans, schilderkunst en dergelijke.

Slot van de MétamorphoseS, van 16 tot 22u, Place Kuborn in Seraing

Op de nieuwe Place Kuborn in Seraing wordt dit lange kunst‑ en cultuurweekend in schoonheid afgesloten. Een gezinsfeest met muzikale verrassingen.

 

www.liegetogether.be

Als precisiechauffeur en opleider stelt Pierre-Yves Rosoux zijn expertise en talenten ten dienste van ondernemingen… en het witte doek!

Met zijn elegantie, een vrijmoedige blik en een glimlach om de mond boezemt Pierre- Yves Rosoux automatisch vertrouwen in. Meer nog, hij straalt sympathie en professionalisme uit. Met zijn scherp silhouet en vastberaden tred komt hij erg zelfverzekerd over en maakt hij op zijn gesprekspartner meteen een onuitwisbare indruk. Niet zo verwonderlijk dus dat deze Luikenaar bedrijfsleiders van grote ondernemingen weet te verleiden. Want onder de stadskleding van Pierre-Yves zit het pak van een professionele autocoureur. Controle, veiligheid, zuinigheid, dat is zijn handelswaar. Risico ook, maar enkel indien nodig. Zijn vaardigheid en zijn ervaring biedt hij op verschillende manieren aan ondernemingen aan: van zuinig en defensief leren rijden, tot de eerste beginselen van het rijden met een raceauto op een circuit.

Ontstaan van een passie

Zijn familie was niet rijk en niet geïnteresseerd in autosport maar Pierre-Yves, die van jongs af aan verzot was op auto’s, kiest voor de wereld van de motorsport. Op drieëntwintigjarige leeftijd begint hij aan kartingwedstrijden deel te nemen ‘in een tijd waarin een sponsor je nog betaalde, zelfs al was het maar het loontje van een kelner’. Op zijn palmares staan 200 wedstrijden, hij was zes keer kampioen van België. Om in zijn levensonderhoud te voorzien volgt hij een cursus defensief en offensief rijden om vervolgens zelf les te geven, naast zijn presentaties voor grote automerken, demonstraties, circuitdopen, enz. Zijn wedstrijden en jarenlange ervaring zijn onmiskenbaar troeven in een wereldje dat steeds meer door het geld wordt beheerst en waarin amateurs welig tieren. ‘Toen ik begon, waren alleen professionele coureurs aan de slag, maar nu doen sommige “gentlemen drivers” zich ten onrechte voor als beroepslui. De meeste onder hen zijn correct, maar sommigen breken niet alleen de markt open; door hun gebrek aan ervaring verwonden ze bovendien anderen. Het is hoog tijd dat België deze sector reguleert. Raceauto’s besturen is geen spelletje.’

Zuinig en dynamisch rijden

Precies omdat het geen spel is, is Pierre-Yves zijn eigen opleidingen beginnen opzetten. Hij geeft onder meer een opleiding eco-driving, die heel wat succes kent bij grote Belgische en Luxemburgse ondernemingen. Deze opleiding is bedoeld voor werknemers die in veel gevallen dagelijks de wagen gebruiken. ‘Ik vond de klassieke methoden nogal vervelend en lastig, onmogelijk ook om dagelijks toe te passen. Daarom heb ik mijn eigen techniek ontwikkeld, gebaseerd op de principes van de autosport. Mijn methode is juist niet lastig en gemakkelijk te begrijpen. Ik probeer niet iemands rijstijl te veranderen, maar wel zijn mentaliteit.’ Pierre-Yves rijdt als passagier mee met zijn ‘leerling’ op een vooraf vastgelegd traject, dicht bij de werkplek en in de wagen van de werknemer. Hij zelf observeert, maakt aantekeningen, vermeldt genummerde herkenningstekens. Dan volgt een les theorie die in de praktijk wordt gebracht wanneer hetzelfde traject opnieuw wordt afgelegd. ‘In 2014 had ik een grote Luxemburgse verzekeringsgroep als klant. Ik heb 51 kaderleden opgeleid. Twee en een halve maand na de opleiding kreeg ik de resultaten van een enquête hierover. Een interessante en waardevolle feedback. Volgens 64% van de deelnemers is hun verbruik met 1 à 1,5 l verminderd. Velen onder hen hebben vastgesteld dat − in tegenstelling tot wat ze dachten − hun gemiddelde snelheid is gestegen, terwijl ze toch zuiniger rijden. Voor de onderneming betekent dat een besparing van 13.000 euro per jaar. Na zes maanden had de onderneming de kostprijs van de opleiding terugverdiend (nvdr: ongeveer 110 euro per persoon).’ Dat zegt genoeg, zeker als je weet dat deze opleiding een score van 4 op 5 behaalde tijdens een audit door de firma PWC (die nadien overigens zelf klant werd). Waar Pierre-Yves bijzonder trots op is, is dat het theoretische gedeelte – a priori het meest vervelende onderdeel – uitsluitend positieve beoordelingen krijgt. De humor, de vriendelijkheid en het totale gebrek aan arrogantie van deze man dragen wellicht bij tot die enthousiaste reacties.

Veiligheid voor alles

Naast het aspect zuinigheid heeft Pierre-Yves natuurlijk ook aandacht voor het aspect veiligheid. Ook voor ondernemingen organiseert hij een cursus safety driving om enkele noodzakelijke reflexen aan te leren om ongelukken te vermijden. Net zoals bij eco-driving past hij zich aan het dagelijkse traject van de cursisten aan, maar niet uitsluitend. Dat is trouwens een van zijn troeven: een soepel eendagsprogramma dat aanpasbaar is, maatwerk dus. Het hele jaar is hij consultant bij Baloise Luxembourg en hij houdt een blog bij waarop hij regelmatig rijtips voor de werknemers post. Het is trouwens na een vraag van de CEO van Baloise Luxembourg dat Pierre-Yves over een nieuw concept is beginnen na te denken dat hij nu aan het ontwikkelen is. Het betreft het geven van theoretische en praktische lessen aan ouders die hun kinderen leren rijden. Een manier om een zekere angst weg te nemen die sommigen kunnen ervaren wanneer ze voor deze uitdaging staan. Met als bonus een les safety driving voor de jonge bestuurders.

Privé-evenementen

De privé-evenementen die Pierre-Yves organiseert voor de kaderleden of partners van een bedrijf zijn waarschijnlijk wat ludieker, maar minstens even informatief. Hij huurt dan een circuit af – gewoonlijk dat van Spa- Francorchamps – en leert een GT (de afkorting van Gran Turismo, luxueuze en erg sportieve auto’s) besturen. Een typische dag ziet er als volgt uit: na een seminarie komen de deelnemers tegen 15 u naar het circuit. Daar hebben ze de keuze tussen een slipcursus op een piste of karting. Tussen 18 en 20 u mogen ze tijdens de rijopleiding een Aston Martin, Porsche of BMW besturen. Wanneer de deelnemers uitgehongerd en opgewonden zijn na al hun avonturen, wacht hen om 20 u een goed restaurant in de buurt. In Spa is dat vaak het Hôtel de la Source, dat zich naast de piste bevindt.

De organisator heeft ook een heel eigen roadbook te koop: het ‘Roadbook Golf Challenge’ dat uit een aantal precisieproeven bestaat die op zijn minst origineel te noemen zijn en waarin hij zijn twee passies, rijden en golfen, heeft gecombineerd.

Cinema, cinemaaaa !

Naast al die activiteiten kan hij ook bogen op een mooi cv als precisiechauffeur (niet te verwarren met een stuntman) in de filmwereld. In september vorig jaar stond hij nog in Nice voor de opnamen van ‘Transporter 4’. In 2014 konden we zijn prestaties bewonderen in ‘Lucy’, de laatste film van Luc Besson. ‘Het is een achtervolgingsscène in gewoon verkeer. Lucy (Scarlett Johansson gedoubleerd door de Franse stuntman David Julienne) komt aangestoven, we kunnen elkaar pas op het laatste nippertje ontwijken.’ Voordien zagen we hem al aan het werk in ‘Mister Bean 2’, ‘Rush Hour 3’, ‘Taxi 4’, ‘Transporter 3’, ‘Eyjafjallajökull, le volcan’, ‘Red 2’ en ‘3 days to kill’ met Kevin Costner. De voorbije maanden heeft Pierre-Yves meegewerkt aan de tv-film ‘L’Emprise’ met Fred Testot (van het duo ‘Omar et Fred’), waarin hij de dochter van Isabelle Huppert, Lolita Chammah, doubleert. Ook in ‘Belles familles’ is hij te zien, deze keer als doubleur van Mathieu Amalric. Hij voerde ook stunts uit voor de tv-film ‘La Route des Lacs’ van Rachid Bouchareb (regisseur van ‘Indigènes’ in 2006). In voorbereiding: een kortfilm van Stéphane Hénocque, ‘Hold- Bus’, waarin naast Pierre-Yves als buschauffeur ook Renaud Ruten en Arnaud Tsamère zijn gecast. Verder kun je onze coureur ook ontdekken op de RTBF in het programma ‘Ça n’arrive pas qu’aux autres’ waarin hij deelneemt aan verborgencameragrappen. Het succes van de eerste drie afleveringen heeft hem ertoe aangezet te tekenen voor toekomstige afleveringen. Grote en middelgrote producties dus voor deze Luikenaar die per toeval in de jaren 2000 in de filmwereld rolde. ‘Om 21 u belde een bevriende coureur me. Hij stond op de set van “Michel Vaillant” in Le Mans. Ze hadden gekwalificeerde coureurs nodig om racewagens op het circuit te besturen. Hij vroeg me: ‘Wil jij Michel Vaillant zijn?’. Ik heb de hele nacht gereden. Toen ik daar ‘s morgens aankwam, haalden ze mij uit mijn wagen, trokken mij een pak aan en zetten mij meteen in een Porsche RSR op de piste. Een gevaarlijk beestje wanneer de motor koud is… en bovendien had ik niet geslapen! In de eerste bocht, terwijl ik 140 km/u reed, zag ik een helikopter recht op mij af komen. Ik kon hem ternauwernood ontwijken. Nog nooit was ik zo bang geweest! Zo ben ik in de filmwereld terechtgekomen.’ Hij kwam voor twee dagen, maar werd uiteindelijk gevraagd acht dagen langer te blijven. ‘Ik word verondersteld alles te kunnen met een auto op het gebied van “car-control”. Mensen denken dat wij gek zijn, maar dat is niet zo, anders blijf je niet meegaan. Het is waar dat ik graag een beetje bang ben, maar ik moet die angst kunnen beheersen. Ik ben moedig, maar niet stom! Ik neem geen risico’s alleen maar voor de kick.’

www.pyrosoux.com

Séverine Langhor – Koxinel’s

Knopen, draad, vilt, kant… Trekken dezen jou aan? Dan zal je niet het project van Séverine Langhor kunnen weerstaan, de 2012-laureaat van de oproep voor projecten die tijdens de handeling « Créashop » gelanceerd werd. Garen-en-bandwinkel en scheppingsatelier tegelijkertijd ontvangt het winkeltje « Koxinel’s » jou rue Souverain-Pont in een gezellige sfeer. Je hebt een scheppingsproject maar je weet niet waar te beginnen? Dit is precies de situatie die Séverine Langhor wel kent. Neem plaats rond de tafel van textielschepping en verdeel jouw naaienliefde.

Koxinel’s

Rue Souverain-Pont, 17

B-4000 Liège

+32 (0)498 79 61 90

[email protected]

www.koxinels.be


 

Fabrice Bertrang

Hoewel hij een opleiding van historicus heeft, lanceert Fabrice Bertrang zich in 2012 in het gekke project van de naaienschepping. Als vurige autodidact stelt hij voor zijn eerste collectie in een Luikse café en was heel succesvol. Dan neemt hij deel aan een oproep voor projecten die door de Ville de Liège gelanceerd werd in het kader van de handeling « Créashop » en hij krijgt dus de mogelijkheid om zijn atelier-winkel te openen in rue Souverain-Pont, die gerenoveerd word.

Zijn creaties tonen zuivere lijnen, vloeiende silhouetten en een 100% handmade in Liège werk. Fabrice Bertrang is duidelijk een Luikenaar te volgen!

Fabrice Bertrang Couturier Créateur

Rue Souverain-Pont, 15

B-4000 Liège

+32 (0)4 237 05 61

[email protected]

www.fabricebertrang.be


 

Lara Malherbe

Luikse ambachtsvrouw Lara Malherbe opent haar atelier-winkeltje in rue Souverain-Pont. Haar eerste doel: het onthullen van het geheim dat rond het beroep van juwelierster bestaat en het kennis ervan voor het brede publiek. Als verbond tussen op maat creaties, reparaties, maar ook thema’s collecties voor vrouwen en kinderen voeren haar juwelen aan de sensualiteit en elegantie van het vrouwelijke lichaam. Deze juwelen worden ook in de traditie vervaardigd. 100% Luiske accessoires!

Atelier boutique Lara Malherbe

Rue Souverain Pont, 13

B-4000 Liège

+32 (0)477 75 80 77

[email protected]

www.laramalherbe.be

Dit Luikse bedrijf is gespecialiseerd in software-engineering voor de ruimtevaart. Een van de activiteiten is het ontwikkelen van een satelliet voor Vietnam.

De beelden van de Hubbletelescoop zetten ons aan het dromen. Zo kunnen we de zon van alle kanten bekijken. Dat levert ons allerlei inzichten op over hoe de zon evolueert en functioneert. De technologische monsters die ver boven onze hoofd rondcirkelen, verzamelen massa’s cruciale gegevens. En toch geeft maar een klein deel van alle satellieten die rond onze wereldbol draaien een beeld van de ruimte. De meeste zijn gericht op die kleine blauwe planeet van ons en brengen communicatieverbindingen tot stand of scannen op nauwkeurig voorgeprogrammeerde wijze het aardoppervlak. Want als de baan rond de aarde doorkruist wordt door een zwerm satellieten van diverse pluimage, kan dat alleen omdat het perfect wordt gecoördineerd, met precisie en meesterschap. Dat vergt specifieke knowhow. Het wordt vaak vergeten, maar de ontwikkeling en vervolmaking van de software voor de controle of navigatie van die ruimtevaartuigen zijn net zo fundamenteel als de bouw ervan. Het heeft geen zin om de allernieuwste, astronomisch dure satelliet te lanceren als het bijhorende computersysteem niet perfect is.

Sinds het ontstaan heeft het bijna 25 jaar tellende Luikse bedrijfje Spacebel een stevige reputatie opgebouwd in deze sector. Onder leiding van Thierry du Pré-Werson heeft de Waalse onderneming zich gespecialiseerd in het bestuderen, bedenken, realiseren en onderhouden van geavanceerde informaticasystemen voor de lucht- en ruimtevaartindustrie. Bovendien is het bedrijf actief in de snel groeiende markt van de microsatellieten. Het heeft namelijk een softwareplatform ontwikkeld dat de toegang tot de observatiegegevens van de aarde aanzienlijk heeft verbeterd. Spacebel heeft een omzet van ongeveer negen miljoen euro en meer dan 70 mensen in dienst in drie productiesites: Luik, Hoeilaart en Toulouse. Een firma met een bescheiden bezetting dus, maar boordevol projecten.

Europese bekendheid

“We zijn actief op het gebied van ruimtevaart en applicaties van aardobservatie. Dat betekent een heleboel verschillende klanten”, legt marketing manager Michel Gruslin uit. “Of het nu gaat om klassieke ruimtevaartagent schappen, Europese instellingen of grote luchten ruimtevaartbedrijven, door die veelheid aan profielen blijven we zelfstandig ten opzichte van de grote concerns.” Omdat Spacebel aan geen enkele overheidsorganisatie gebonden is, kan het bedrijf zijn competenties aanbieden aan verschillende klanten, zelfs als dat elkaars concurrenten zijn. “Onze oplossingen bestrijken een breed gamma van diensten om satellieten en ruimtevaartuigen te controleren. Dat houdt in dat we het geheel van operaties moeten ondersteunen dat nodig is voor een missie. Denk aan het tot stand brengen van communicatieverbindingen, de elektrische voeding, bijsturing van de baan rond de aarde… Dat is een veeleisende maar boeiende job.” En een job waaraan het Luikse bedrijf zijn reputatie te danken heeft, aangezien Spacebel behoort tot de Europese top 3 in deze hightechsector. In de afgelopen 25 jaar werden meer dan 30 ruimtemissies tot een goed einde gebracht dankzij de teams van Spacebel.

“Intussen simuleren we alle parameters in verband met de bouw van het toestel, voordat de bouw daadwerkelijk begint. Wij zijn in staat alle types modellen te simuleren, zelfs een groep van satellieten die in formatie varen.»

 

Om er zeker van te zijn dat die missies onder optimale omstandigheden kunnen verlopen, heeft de firma ook geïnvesteerd in het segment modelvorming en simulatie. Bij de ontwikkeling van een satelliet vindt een belangrijk deel van het werk plaats in cleanrooms, wat nog altijd bijzonder kostbaar en tijdrovend is. “Intussen simuleren we alle parameters in verband met de bouw van het toestel, voordat de bouw daadwerkelijk begint. Wij zijn in staat alle types modellen te simuleren, zelfs een groep van satellieten die in formatie varen. Als de constructie eenmaal klaar is, houdt ons werk niet op. Want de simulatoren blijven de ingenieurs bijstaan tijdens het werkingsproces. Dat betekent aanzienlijke tijdwinst”, verduidelijkt Michel Gruslin.

Maar zelfs wanneer al die operaties hebben plaatsgevonden, stopt het werk van Spacebel niet. “We hebben bijgedragen aan de lancering van de satellieten, aan het simuleren ervan tijdens de ontwikkelingsfase en toen ze gebruikt werden. Al die tijd hebben we het controlecentrum ondersteund dat de satellieten bestuurt. Het logische vervolg zit in één vraag: wat gebeurt er met al die informatie?” Het verzamelen van die aanzienlijke hoeveelheid gegevens is inderdaad maar de eerste stap; ze moeten ook nog gelezen en gedecodeerd kunnen worden en naar de eindgebruiker worden gestuurd. Wat bijvoorbeeld bosbouw betreft, kunnen de gebieden veel nauwkeuriger worden beheerd dan vroeger, dankzij oplossingen die het team uit Luik heeft geleverd. “Met de gegevens van verschillende toestellen kunnen we ziektes in de gaten houden, kijken hoe gezond een bepaalde teelt is en zelfs oogstcycli controleren. Elk botanisch element laat sporen na in het lichtspectrum en die kunnen we observeren vanuit de ruimte. We kunnen dus grote oppervlakken vegetatie nauwkeurig in kaart brengen.” Of in zekere zin een diagnose stellen, want uitgerekend dat wordt één van de opdrachten van de satelliet Végétation die in mei jl. werd gelanceerd (zie kaderstuk).

Hoger echelon

Spacebel beheerst alle fases bij de ondersteuning en controle van een satelliet. Het enige dat nog ontbrak was een compleet project, van A tot Z. Tot nu toe, want de onderneming heeft net een precontract gesloten voor de levering van een microsatelliet voor Vietnam. Michel Gruslin is enthousiast. “In dit geval is het echt onze opdracht om een volledig toestel te leveren met uitstekende prestatiekenmerken. Het zal een belangrijke rol spelen bij het beheer van het grondgebied, het leefmilieu en de natuurlijke hulpbronnen van het land, en met name bij de cruciale kwestie, water.” Natuurlijk verandert de Waalse onderneming nu niet van de ene dag op de andere in een groot industrieel bedrijf. Om deze nieuwe uitdaging tot een goed einde te brengen, heeft Spacebel de leiding genomen van een 100% Belgisch consortium. Dit verenigt de competenties van diverse actoren uit de sector, zoals het Vlaamse QinetiQ Space, of – dichterbij – Amos en het Centre Spatial van Luik. Met een contract dat naar schatting bijna 60 miljoen euro waard is, zal het project minstens drie jaar lang een 40-tal personen aan de slag houden. Dat wordt de eerste grote referentie voor het bedrijf als merk in dit domein. “We zijn heel trots dat we dit project mogen dragen. Het is ook de bedoeling dat het andere markten voor ons opent, waar de vraag naar dit type satellieten groot is, zoals Afrika of Latijns-Amerika.” Met evenveel sterren als berekeningen en evenveel barcodes als melkwegstelsels, grenst het universum van het onmetelijk grote voortdurend aan dat van het virtuele en het digitale, maar niet zonder een Luiks tintje.

 

Bij het ziekbed van de planeet

Sinds 7 mei 2013 is de hemel een beetje ‘Waalser’, want toen werd een satelliet in een baan rond de aarde gebracht die nauwlettend zal toezien hoe de flora op aarde evolueert. Als jongste minisatelliet uit de PROBA-familie (Project for On-Board Autonomy) van het ESA , zal PROBA-V instaan voor het opnemen van de ‘vegetatiebeelden’. Die worden al meer dan tien jaar gemaakt door instrumenten aan boord van de Franse satellieten SPOT-4 en SPOT-5, die bijna aan het einde van hun loopbaan zijn. Met een gewicht van 160 kg en een volume van minder dan 1 kubieke meter, zal dit miniobservatorium om de twee dagen een compleet beeld geven van de vegetatie op onze planeet. Met de gegevens die worden verzameld kunnen niet alleen de rijkdommen van de landbouw en de plantengroei op de hele aarde worden gevolgd, maar wordt ook een bijdrage geleverd aan de studie van de klimaatveranderingen. Als deelnemer aan dit project van QinetiQ Space, heeft Spacebel hiervoor alle software ontwikkeld. Zowel voor boordprogramma’s en controle vanaf de grond als voor simulatie. De expertise van Spacebel gaat zelfs verder dan satellieten alleen. Want het Luikse bedrijf heeft ook de software ontwikkeld voor de geleiding, navigatie en controle van Vega, de draagraket van het ESA .

 

informatie

Spacebel
Rue des Chasseurs Ardennais, 6
Liège Science Park
B-4031 Angleur
+32 (0)4 361 81 11
[email protected]
www.spacebel.com

Het dataverkeer in de industrie blijft toenemen. Hoe sorteer je die gegevens in het hart van de big data? DATAmaestro®, een intelligent analyse- en databeheerprogramma biedt het antwoord.

In 2002 richtte Philippe Mack het bedrijf PEPITe op, dat de grote industriëlen sindsdien helpt om hun informaticagegevens optimaal te benutten. DATAmaestro®, het superintelligente softwareprogramma dat PEPITe ontwikkelde, stelt ons in staat om in databases de witte raaf, de edelsteen, de goudklomp (pépite) terug te vinden. De analyse van de immense hoeveelheid big data brengt aan het licht welke verbeteringen mogelijk zijn in het productieproces. Hierdoor kunnen kosten worden bespaard op het gebied van arbeidstijd, grondstoffen en energie.

Philippe Mack is ingenieur elektromechanica, afgestudeerd aan de Universiteit van Luik. Voor zijn afstudeerproject bedenkt hij het softwareprogramma PEPITO®, waarvan hij een model opstelt, bouwt en test. Het is de voorloper van DATAmaestro®. In de eerste plaats ontwerpt hij het softwareprogramma voor een mkb-bedrijf uit Verviers dat gespecialiseerd is in beeldproductie, maar later test hij het in de onderzoekslaboratoria van de universiteit.

Aan het eind van zijn doctoraat (2002) richt hij het bedrijf PEPITe op, een spin-off van de universiteit. Op dit moment werken er tien mensen in het kantoor in Luik en twee in het bijkantoor in het Canadese Montreal. Ook werken er in verschillende landen lokale agenten aan de internationale commerciële uitbouw van ENERGYmaestro®, een afgeleid product van DATAmaestro®.

Duizend miljard kilobytes

Tegenwoordig heeft iedereen het over big data. We kenden al kilobytes en gigabytes. Vandaag de dag worden data gemeten in petabytes, oftewel duizend miljard kilobytes. Die exponentiële massa aan gegevens ontstaat enerzijds uit de diverse activiteiten van een bedrijf, maar komt ook voort uit het ongelooflijke aantal informatie-uitwisselingen binnen het bedrijf zelf, en tussen het bedrijf en zijn klanten, leveranciers en partners. We maken een bijna dramatische toename van digitale informatie mee, die niet of nauwelijks wordt geëxploiteerd. Uit dat idee is data mining voortgekomen, een zeer geavanceerde methode die het mogelijk maakt om grote volumes data automatisch te analyseren.

DATAmaestro® steunt op deze technologie. Dat is ook het geval voor ENERGYmaestro ®, het kleine ecologische broertje van het programma. “Je zou het idee kunnen vergelijken met een auto waarvan de boordcomputer aangeeft hoe je moet rijden om zo weinig mogelijk brandstof te verbruiken en toch even efficiënt en met evenveel vermogen en wegligging te rijden. ENERGYmaestro® laat het bedrijf zien wat ze moeten wijzigen of aanpassen aan hun manier van ‘rijden’ en op welk moment ze van versnelling moeten veranderen”, legt Philippe Mack uit. Het is een krachtig beeld en Philippe heeft het al vaak aangehaald.

Het systeem is gebaseerd op DATAmaestro ®, maar ook - en vooral - op meer dan tien jaar ervaring in de industrie en is perfect afgesteld op de markt. Het gaat niet alleen om een product of software, maar om een totaaloplossing: een dienst die voor het bedrijf op maat is gemaakt. Binnen het bedrijf neemt het project drie maanden in beslag, opgesplitst in verschillende fasen. In de eerste fase is er een ‘flash’-audit: gedurende vijf dagen worden de data die het bedrijf bij het productieproces genereert permanent geanalyseerd. In een tweede fase wordt er gebrainstormd over deze processen. “Die meetings zijn superbelangrijk, omdat ze de mensen die het productieproces sturen het project helpen te doorgronden en te begrijpen waarom zij hun manier van werken moeten aanpassen”, legt Philippe Mack uit. De operatoren krijgen dan opdrachten en er worden realtime meetmodules geïnstalleerd. Meteen al zijn de resultaten zichtbaar, en de besparingen op de energiefactuur zijn indrukwekkend. Klanten als Prayon, Arcelor, Total of Valeo hebben ervaring met de PEPITe-oplossing en hebben er jaar na jaar profijt van.

PEPITe In cijfers

Green impact

Grote industriële concerns breken zich nog niet vaak het hoofd over energiebesparingen. Heel vaak is de enige manier om de energie- uitgaven te meten de factuur die ze ontvangen. Ze kunnen hun productieprocessen dus niet aanpassen aan de hand van maandelijkse of kwartaalaudits. “Er wordt niet genoeg gepraat over mogelijke besparingen. Energiebesparingen hebben een directe impact op de industriële rentabiliteit”, benadrukt Philippe Mack.

Als er over energie wordt nagedacht, wint de ecologische gevoeligheid het vaak van financiële besparingen. Het lijkt op het eerste gezicht meer ecologisch om een windmolenpark te bouwen dan om het energieverbruik te verminderen. Maar een windmolen produceert maar 10% van de tijd energie en de investering is enorm hoog. Verstandig energie verbruiken is een heel jaar door doeltreffend en de resultaten zijn het eerste jaar al merkbaar. Philippe Mack: “Economisch gezien hebben de grote lobby’s er natuurlijk geen belang bij dat er minder energie wordt geconsumeerd. Maar de industriëlen wel.”

PEPITe is redelijk uniek op de markt van big data en data mining. Het bedrijf vindt steeds meer nieuwe klanten en partners en vaart mee op de golf van greenpower om zijn topproduct te ontwikkelen. Sinds de oprichting in 2002 is PEPITe constant gegroeid, van een omzet van € 100.000 in 2003 tot € 1,2 miljoen in 2013. De Waalse economie is een goudmijn voor technologische innovatie en PEPITe is daar maar weer eens een bewijs van.

 

Oh ! Green

Het adviesbureau McKinsey & Company toonde in 2009 in een studie aan dat de mogelijke energiebesparing in België aanzienlijk is. In 2005 bedroeg het bruto binnenlands energieverbruik 368 miljoen BOE; voor de industrie alleen al was dat 144 miljoen BOE. Volgens McKinsey kan er 75 miljoen BOE (of 28%) energie worden bespaard, wat voor België neerkomt op een besparing van € 5,2 miljard op de energierekening tegen 2030.

 

PRAYON : een schoolvoorbeeld

Het Luikse bedrijf Prayon is al meer dan een eeuw wereldleider op het gebied van de productie van voedingsfosfaten. Het productieproces is enorm energieverslindend. Het is dan ook niet verwonderlijk dat hun energiefactuur in de duizenden euro’s loopt. In 2010 verminderde de hoofdvestiging in Engis de ecologische voetafdruk aanzienlijk: het verbruik van gas en elektriciteit werd beperkt, het verbruik van olie werd geëlimineerd en de CO2-uitstoot werd verminderd. Het waren bevredigende resultaten, maar ze wilden meer en deden een beroep op PEPITe. In amper zes maanden ging de energiefactuur van de vestiging in Engis met € 250.000 naar beneden. Het heeft maar drie maanden geduurd om ENERGYmaestro® te implementeren en het heeft geen extra investering gekost. Op dit moment bespaart Prayon bijna € 1 miljoen per jaar.

 

informatie

PEPITe
Avenue de l'Obervatoire, 347
B-4000 Liège
+32 (0) 4 225 58 10
www.pepite.be

Your opinion counts