Waw magazine

Waw magazine

Menu
Image (taile : 44x40px OBLIGATOIRE): 
Image rose (taile : 44x40px OBLIGATOIRE): 
  • /
  • /

In aansluiting op de technologische en economische missie die in oktober jongstleden in de USA werd georganiseerd, kondigde Vésale Pharma de oprichting van een Onderzoeksfiliaal aan in Texas, namelijk Vesale Pharma Probiotics R&D, dat voor 100% eigendom van de firma is en zich in Bryan/College Station bevindt, op de site van de Texas A&M University.

Dat filiaal vertegenwoordigt Vésale Pharma in Texas en op heel het Amerikaans grondgebied voor O&O-activiteiten, met het oog op het verbeteren of verkennen van nieuwe onderzoekspistes voor fundamenteel en toegepast onderzoek naar galenische en therapeutische oplossingen die door de Naamse firma worden ontwikkeld. Als houdster van verscheidene wereldwijde octrooien, waaronder Intelicaps® en Bifidobacterium Animalis Lactis® die al in de USA werden verkregen, beleefde Vésale Pharma onlangs de publicatie van een derde octrooi, namelijk voor een oliecondensaat  voor probiotica, de door haar ontwikkelde DROPS-technologie.

Het oprichten van een onderzoeksfiliaal in Texas was door de Naamse firma al in maart jongstleden op het programma gezet; het ligt direct in het verlengde van de prinselijke economische missie die in december 2016 in Texas werd georganiseerd en van het akkoordprotocol dat toen door dhr. Jehan Liénart, de stichter van de Naamse firma, werd ondertekend met  de Texas A&M University in College Station.

Primordiaal zijn de samenwerking en de synergieën die werden verwezenlijkt met de Texas A&M University in het algemeen en meer bepaald met het Health Science Center en het Center for Micro-encapsulation and Drug Delivery, twee instellingen die door professor Dr. Alison Ficht worden geleid, aangezien ze ons in staat zullen stellen om de door ons ontwikkelde oplossingen beter tot hun recht te doen komen. Als we ons huidig leiderschap willen versterken, moeten we internationale partnerschappen smeden. Wat we hier verwezenlijken, zal ons hoe dan ook geloofwaardiger maken en onbetwistbare meerwaarde creëren voor de toekomstige verkoop van onze producten in de Verenigde Staten in 2019”, luidt de commentaar van Jehan Liénart, CEO-Stichter van de firma.

 

Vésale Pharma
Rue Louis Allaert, 9
5310 Noville-sur-Mehaigne
+32 (0) 81 56 00 06
[email protected]

  • /
  • /

Iets minder dan een jaar geleden had de firma een vertegenwoordiging gevestigd in New Delhi. Dat kantoor moest de markt voor probiotica in Indië verkennen. Het is dus dankzij zijn werk van lange adem dat Vésale Pharma in november jongstleden, in het kader van het Staatbezoek van de Belgische koning en de koningin aan India, een belangrijk exclusief distributiepartnerschap heeft aangegaan met het Indisch geneesmiddelenbedrijf Morepen Laboratories  (omzet: 82 miljoen euro) in New Delhi. “In de 20 landen waar we aanwezig zijn, werken we hoofdzakelijk met distributeurs”,zegt CEO en stichter Jehan Liénart. We werken voornamelijk B2B, waarbij onze plaatselijke verdeler instaat voor de verkoop aan de consument. Uiteraard heel belangrijk!

Het partnerschapscontract gaat dus over de exclusieve distributie, de marketing en de wetenschappelijke promotie gedurende 5 jaar van vier van haar voornaamste producten. Dat contract vertegenwoordigt een eerste omzet van bijna 4,5 miljoen euro voor de eerste 3 jaar, een bedrag dat, op basis van de vooruitzichten van de Indische partner, de volgende jaren kan worden verhoogd met 20% per jaar.

 “We sluiten dit jaar 2017 af met een bijzonder positieve noot, die in de lijn ligt van de resultaten van het eerste halfjaar, waarin onze omzet aanzienlijk steeg”, vervolgt Jehan Liénart. “Probiotica vertegenwoordigen in India een groeimarkt van ongeveer 135 miljoen euro. En dat met een toename van liefst 15% per jaar! De met de Indische laboratoria gesloten overeenkomst vormt dus een zeer mooie opportuniteit voor ons en ze past perfect in onze internationale ontwikkelingsstrategie. Het is voor ons ook een primeur in dat immense land en het lijdt geen twijfel dat dit slechts het begin vormt van een avontuur dat nog veel andere successen zal opleveren, meer bepaald op het vlak van O&O”, besluit hij.

 

Vésale Pharma
Rue Louis Allaert, 9
5310 Noville-sur-Mehaigne
+32 (0) 81 56 00 06
[email protected]

  • /
  • /

Een nieuw octrooi voor Vésale Pharma in de Verenigde Staten

 

De firma Vésale Pharma in Eghezée is een pionierster op het gebied van onderzoek en innovatie voor probiotica, die levende micro-organismen die meer bepaald de darmtransit kunnen bevorderen. De jongste jaren heeft de firma verscheidene wereldwijde octrooien ingediend, waaronder het Intelicaps®-octrooi voor een revolutionaire micro-inkapselingsmethode voor probiotica, waardoor bacteriën tijdens hun transfer naar de dikke darm bestand kunnen zijn tegen aanvallen van maagzuur en aalvleeskliersap.

Begin oktober 2017 heeft de Naamse firma een nieuw octrooi verworven in de Verenigde Staten – het derde in dat land – voor de oliehoudende oplossingen die hoofdzakelijk worden gebruikt voor het toedienen van probiotica aan zuigelingen en zeer jonge kinderen. Ten aanzien van de andere Drops-oplossingen die momenteel in de handel zijn, kunnen die tijdens heel de geldigheidsduur van het product stabiel blijven zonder neerslag of agglomeraat, wat de bescherming van de probiotica aanzienlijk verbetert.

De publicatie van ons Drops-octrooi in de Verenigde Staten is een bijkomend teken van erkenning, dat de geloofwaardigheid van onze producten niet enkel in dat land versterkt, maar ook elders in de wereld”, meent Jehan Liénart, de CEO van Vésale Pharma.

De firma exporteert haar producten immers naar een twintigtal landen. Nadat ze anderhalf jaar geleden een vertegenwoordigingskantoor had geopend in Brazilië, heeft ze in juni van dit jaar hetzelfde gedaan in New Delhi, in India.

  

Vésale Pharma
Rue Louis Allaert, 9
5310 Noville-sur-Mehaigne
Tel. : +32 (0) 81 56 00 06
[email protected]

  • /
  • /

De firma Vésale Pharma werd in 1997 opgericht en is gevestigd in Noville-sur-Mehaigne (Eghezée). Sinds 2008 is zij een pionierster inzake onderzoek en innovatie op het gebied van probiotica, namelijk kleine levende micro-organismen voor het bevorderen van het voedseltransport in het maag-darmkanaal. De Naamse firma heeft meer bepaald het Intelicaps®-octrooi gedeponeerd, een revolutionair procedé dat de bacteriën beschermt tegen maagzuuraanvallen en ze dus veel efficiënter maakt. Vésale Pharma, die zijn producten naar een twintigtal landen uitvoert, is vandaag een van de marktleiders op dat gebied en wil wereldwijd absoluut toonaangevend worden inzake Onderzoek en Ontwikkeling op het gebied van probiotica. Nadat de firma anderhalf jaar geleden een eerste kantoor opende in Brazilië, heeft ze zich nu, met de steun van het Waalse Exportagentschap (Awex) ook in New Delhi, in India, gevestigd.

Om te beginnen zal dat vast vertegenwoordigingskantoor de mogelijkheden onderzoeken voor het aangaan van samenwerkingsakkoorden en partnerschappen, zowel inzake onderzoek en ontwikkeling – de voornaamste pijlers van onze firma – als structureel en commercieel. India is een ontzaglijk grote markt, die we omzichtig moeten aanpakken door ons aan de plaatselijke gebruiken en gewoonten aan te passen”, aldus Jehan Liénart, de stichter en CEO van Vésale Pharma. 

De volop in ontwikkeling verkerende firma heeft in juni 2016 een nieuwe proefproductiesite geopend in Ghlin. Maar dat is slechts een voorlopige vestiging, aangezien ze eind 2018 een groter gebouw in gebruik zal nemen in Gosselies, in het Biopark van de Aéropole. De onderneming zou haar huidig personeelsbestand van een veertigtal medewerkers dan uitbreiden met tien nieuwe medewerkers.

 

Vésale Pharma
Rue Louis Allaert, 9
5310 Noville-sur-Mehaigne
Tel. : +32 (0) 81 56 00 06
[email protected]

  • /

De Grand Prix Wallonie à l’Exportation is een tweejaarlijkse wedstrijd die door het Agence wallonne à l’Exportation et aux Investissements étrangers (Awex) wordt georganiseerd om bedrijven te onderscheiden die door een verhoging van hun exportvolume of de verovering van lastige markten hebben bijgedragen aan de promotie van de Waalse kwaliteit en knowhow in het buitenland. De zestiende editie van deze wedstrijd heeft geleid tot de aanwijzing van zes winnaars, die op 31 mei 2018 zijn onderscheiden : UCB, Lasea, Euresys, Thales Alenia Space, Ampacimon en Pollet.

 

 

Uitzonderlijke vermelding van de jury

UCB, innovatieve geneesmiddelen en oplossingen

UCB, dat in 1928 werd opgericht, is een biofarmaceutisch bedrijf dat zich toelegt op onderzoek en ontwikkeling om nieuwe geneesmiddelen en innovatieve oplossingen te vinden voor mensen met ernstige aandoeningen van het immuunsysteem of het centrale zenuwstelsel. De onderneming heeft 7500 werknemers in ongeveer veertig landen. Bijna 2000 van hen zijn werkzaam in de vestiging te Eigenbrakel, waar de werkgelegenheid de laatste drie jaar met 12% is gestegen en waar UCB onlangs circa 100 miljoen euro heeft geïnvesteerd in zijn biotechnologische proeffabriek. Sinds de eeuwwisseling vormt biotechnologie namelijk het nieuwe speerpunt van het bedrijf.

UCB investeert jaarlijks ruim 1 miljard euro in R&D om nieuwe oplossingen te vinden voor zijn drie miljoen patiënten, die bijna overal ter wereld wonen. Het bedrijf uit Waals-Brabant exporteert namelijk meer dan 99 % van zijn productie! De belangrijkste markten zijn de Verenigde Staten, Duitsland, Engeland, Frankrijk, Spanje, Italië, Japan en China.

In 2017 bereikte de omzet van UCB een nieuw record: 4,5 miljard euro.  

 

Grand Prix Wallonie à l’Exportation 

Lasea, de specialist op het gebied van microlaserbewerking

Lasea is een bedrijf met 68 medewerkers dat gespecialiseerd is in het bouwen van uiterst nauwkeurige microlaserbewerkingsmachines (tot 0,2 µm, dat wil zeggen 250 keer minder dan de diameter van een haar). Het in Luik gevestigde bedrijf is sinds 2012 ook aanwezig in Bordeaux en heeft onlangs twee dochtermaatschappijen in de Verenigde Staten en Zwitserland geopend. Lasea, dat 250 machines in 27 landen en vier werelddelen heeft geïnstalleerd, stelt zijn innovatieve technologieën ter beschikking aan de farmaceutische, medische, elektronische en uurwerkindustrie. De onderneming exporteert haar machines met name naar Australië voor de productie van elektronische gehoorimplantaten, naar de Verenigde Staten voor intra-oculaire implantaten en naar Zwitserland voor de vervaardiging van horloges (versieringen en uurwerkonderdelen). Onder haar klanten bevinden zich bekende namen uit Silicon Valley en verschillende bedrijven uit de top vijf van de Zwitserse uurwerkindustrie. De export vertegenwoordigt 95% van de omzet van het bedrijf, waarvan 88% buiten de EU. Lasea had in 2014 al de Prix Tremplin à l’Exportation gewonnen. Sindsdien heeft het Luikse bedrijf meer dan drie keer zoveel werknemers (72 mensen exclusief overname Ciseo), terwijl zijn omzet meer dan verdubbeld is (7 miljoen euro).

 

Prix à l’Exportation « Grande exportation »

Euresys, frame grabbers en software

Euresys, gevestigd in het Parc Scientifique du Sart Tilman in Luik, is een mkb-bedrijf dat sinds 1989 elektronische frame grabbers en beeldbewerkingssoftware ontwikkelt. Met de eerste kan een HD- of hogesnelheidscamera op een pc worden aangesloten, terwijl de Open eVision-software uit een groot aantal beeldbewerkingsbibliotheken bestaat die het mogelijk maken om tekens uit te lijnen, te meten en te herkennen en om barcodes of QR-codes te lezen.

De producten van Euresys zijn bestemd voor de machine vision-markt, die camera’s, sensoren, verlichting, objectieven en computers omvat. Deze onderdelen worden gebruikt in productielijnen in de medische, elektronische, farmaceutische, grafische, auto- en levensmiddelenindustrie en maken twee- of driedimensionale identificatie, controle en meting mogelijk.

Euresys, dat tegenwoordig met Amerikaanse, Duitse en Japanse multinationals wedijvert, exporteert 99% van zijn productie vanuit het moederbedrijf en dochterondernemingen in Singapore, Tokio, Shanghai en Californië. In 2017 was 92% van de export bestemd voor landen buiten de Europese Unie, waarvan 80% in Azië. 

Euresys heeft zich sterk ontwikkeld in Zuid-Korea en Taiwan, waar groeicijfers van 124% en 190% over een periode van drie jaar zijn gehaald. Zuid-Korea vormt tegenwoordig de belangrijkste markt van het bedrijf.

 

Prix Wallonie à l’Exportation « Europe »

Thales Alenia Space, nr. 1 in elektronische ruimtevaarttoepassingen

En Belgique, Thales Alenia Space est représentée par sa filiale Thales Alenia Space Belgium (700 collaborateurs), à In België wordt Thales Alenia Space vertegenwoordigd door zijn dochterbedrijf Thales Alenia Space Belgium (700 medewerkers) in Charleroi, Leuven en binnenkort Hasselt. Deze onderneming is niet alleen de grootste aanbieder van elektronische ruimtevaarttoepassingen voor satellieten en draagraketten in België, maar ook een wereldleider in de opslag en distributie van energie voor satellieten en een belangrijke leverancier van elektronica voor de Europese draagraketten. 

Thales Alenia Space Belgium, dat bijna 100% van zijn omzet uit de export haalt, heeft zich met name onderscheiden door zijn dynamische rol binnen de Europese ruimtevaartsector. De onderneming levert niet alleen 50% van de elektronica van de Ariane 5, maar werkt ook mee aan de ontwikkeling van het veiligheidssysteem en de systemen om de straalbuizen van de Ariane 6-draagraket in te schakelen. Daarnaast is Thales Alenia Space Belgium binnenkort het enige bedrijf in Europa dat automatisch zonnepanelen voor satellieten produceert.

 

Prix Tremplin « Grande exportation »

Ampacimon, intelligent beheer van elektriciteitsnetten

Ampacimon, dat in 2010 werd opgericht naar aanleiding van onderzoek dat sinds 2003 aan de Universiteit van Luik werd gedaan, heeft innovatieve systemen ontwikkeld die het mogelijk maken om elektriciteitsnetten in de hele wereld uit te rusten met de zogeheten Dynamic Line Rating-technologie (DLR) in het kader van een intelligent netbeheer (smart grid). De technologie omvat autonome sensoren die op de hoogspanningslijnen worden geplaatst en software die verbonden is met het dispatchingcentrum van een netbeheerder. De installatie bestaat uit een lijnbewakingssysteem, waarmee in realtime verschillende parameters (trillingen, doorbuiging en windsnelheid) gemeten kunnen worden die bepalend zijn voor het maximale vermogen dat in verhouding tot de thermische limiet door de lijn getransporteerd kan worden. Met andere woorden, hiermee wordt de belastingscapaciteit van de hoogspanningslijn bepaald. In 2014 is de onderneming begonnen met het ontwikkelen van een netwerk van vertegenwoordigers in het buitenland: eerst in Azië, de Golfstaten en Zuid-Amerika, daarna in Duitsland, Oost-Europa, de Verenigde Staten, India en Zuidoost-Azië. In drie jaar tijd heeft Ampacimon zo vrijwel overal ter wereld een handelsvertegenwoordiging opgebouwd. Tegenwoordig is 57% van de export van het bedrijf bestemd voor de landen van de Europese Unie. Daarvan gaat 30% naar Frankrijk, 10% naar Nederland en 10% naar Duitsland. Dankzij een doeltreffende ontwikkelingsstrategie (producten en diensten), nieuwe samenwerkingsverbanden en technisch-commerciële verdragen heeft het bedrijf de laatste drie jaar een gemiddelde groei van meer dan 50% per jaar gerealiseerd.

 

Prix Tremplin « Europe »

Pollet, milieuvriendelijke reinigingsmiddelen

Het bedrijf Pollet uit Doornik is gespecialiseerd in het onderzoek naar en de productie en verkoop van professionele reinigingsmiddelen die efficiënt, milieuvriendelijk en biotechnologisch zijn.

De onderneming heeft nu 50 medewerkers en is wereldwijd in zeventien landen aanwezig. Meer dan 60% van de verkoop vindt in het buitenland plaats en die trend wordt elk jaar voortgezet. Frankrijk, de Verenigde Staten, Nederland, Italië, Roemenië, Canada en Spanje zijn de zeven belangrijkste landen waar het marktaandeel stijgt. De productlijnen en innovaties van Pollet die furore maken in het buitenland, hebben betrekking op vloeronderhoud en -bescherming, biotechnologische bestrijding van geurtjes en reiniging in de levens-middelenindustrie. 

In 2017 heeft de onderneming 38 verbeteringen of nieuwe producten op de markt gebracht en twee innovatieprijzen gewonnen dankzij een nieuwe productlijn (Cap’s), waarvoor octrooi is aangevraagd. In dat jaar vormden de milieuvriendelijke reinigingsmiddelen meer dan 56% van de totale productie van Pollet. Het bedrijf heeft de ambitie om tussen nu en 2020 op 70% uit te komen.

Zero emission of mobiliteit? Binnenkort hoeft u niet meer te kiezen. Pioniers ontwikkelen een netwerk van oplaadstations voor elektrische auto’s en verhuren gedeelde auto’s en fietsen. De verandering is bezig.

De beginsituatie? Een bedrijvenpark dat net te ver van het centrum van Louvain-la-Neuve ligt om er tussen de middag te voet of met de fiets heen te kunnen gaan. Zeker wie in driedelig pak gestoken uit werken gaat, heeft geen zin om bezweet aan de middag te beginnen. Het eerste idee? Gedeelde elektrische fietsen ter beschikking stellen van het ‘corporate’ publiek, zodat het snel naar het centrum zou kunnen fietsen en zonder inspanning naar het Axis Parc in Mont-Saint-Guibert zou kunnen terugkomen. Het concept? Het aanbod van elektrische fietsen uitbreiden met gedeelde auto’s en een netwerk van elektrische oplaadstations uitbouwen. ‘Het idee is gegroeid door te kijken en te luisteren naar de werknemers van het Parc, waarvoor ik overigens de commerciële ontwikkeling voor mijn rekening neem’, zegt Charles Caprasse, medeoprichter van Ze-Mo. ‘Er is een toenemende vraag naar korte, snelle, gemakkelijke, goedkope en milieuvriendelijke verplaatsingen.’ Maar ook al denken de constructeurs (1) steeds vaker aan de ontwikkeling van alternatieven voor de verbrandingsmotor, toch moeten we toegeven dat het netwerk van ‘elektrische pomphouders’ nog in zijn kinderschoenen staat. ‘Het is slechts een kwestie van tijd’, gaat Charles Caprasse verder. ‘We hebben de opdracht in de wacht gesleept voor de uitrusting van de gemeenten Mettet, Andenne, Rumes, Viroinval en Oheye. We hebben een zekere geestdrift opgemerkt bij het Ideta (2) dat aandeelhouder wordt. Op termijn zullen ook andere intercommunales om de tafel gaan zitten.’ Pierre Vanderdonck, medeoprichter van Ze-Mo en gedelegeerd bestuurder van Steel nv, voegt daaraan toe: ‘Momenteel is er een plan om ongeveer zestig palen te plaatsen voor zo’n veertig gemeenten. Begin volgend jaar zouden de contracten getekend moeten worden… wanneer de nieuwe gemeenteraden worden geïnstalleerd. Zo gaat dat nu eenmaal met verkiezingen. Ons ‘business model’ ligt overigens vast voor vijf jaar. Maar alleen de werkelijkheid van de cijfers zal ons zeggen of onze droom juist was.’ Voor de realisatie van deze doelstelling om in een dekkend netwerk van elektrische oplaadpunten te voorzien, ging Ze-Mo een partnership aan met het voor 90% door de Vla amse overheid gesubsidieerde BlueCorner dat ernaar streeft een homogeen netwerk van ongeveer 200 laadpalen op te zetten. ‘Liever dan een dorp zoals dat van Asterix te blijven, hebben we met BlueCorner een omvattender project opgezet, zodat de voor onze neus wordt weggekaapt. Aangezien de markt niet met een opgedeeld België bezig is, moesten wij het breder zien. Daarom hebben we opnieuw over het concept nagedacht en hebben we aan de AIE G voorgesteld mee te werken aan de ontwikkeling van laadpalen met uitgebreidere toepassingen. Doel is ons net per gemeente te ontwikkelen via het gemeenteplein, sportcentra, culturele centra, bedrijventerreinen, enz.’ 

Hoe werkt het?

De procedure is zowel voor fietsen als voor auto’s heel eenvoudig. Zoals bij het huren van een gedeelde auto bij Cambio (zie elders) of ‘bij onze partner Avis die onze emissievrije auto’s verhuurt, zal het gebruik worden gefactureerd op basis van de geplande gebruiksduur of het oplaadvermogen (met het abonnement ‘Business’ kan overigens ook gebruik worden gemaakt van het net E-Laad in Nederland en Ladenetz in Duitsland)’, licht Charles Caprasse toe. Maar hoewel de prestaties van elektrische auto’s steeds meer die van hun voorgangers op benzine evenaren – zelfs met hogere koppels en acceleratievermogen –blijft de autonomie een cruciaal probleem. ‘Momenteel kunnen met een standaard elektrische auto afstanden van maximaal 250 km worden afgelegd. We moeten dus zowel ons gedrag als onze infrastructuur aan die beperking aanpassen. Er moet worden gewerkt aan de installatie van laadpalen over het hele grondgebied. Maar we moeten nog verder kijken en samenwerken met onze buren zoals Nederland en Duitsland. Het idee is om op termijn op Europees niveau een volledig distributienetwerk te ontwikkelen dat zal werken zoals de roaming die we kennen van de mobiele telefonie.’ Met het abonnement is het nu reeds mogelijk gebruik te maken van het net E-Laad in Nederland en Ladenetz in Duitsland. Ook voor de steden is het principe eenvoudig. De gemeente stelt een plaats ter beschikking waar de operator oplaadpalen mag installeren. Om voor de hand liggende redenen van onderhoud en technologische updates blijven de palen eigendom van Ze-Mo. Deze verwisselbare palen kunnen ter beschikking worden gesteld van zowel personeel als publiek, met een chip die vergelijkbaar is met de chip in een bankkaart. 

Uitgebreide dienstverlening

Ze-Mo wil een aantal samenhangende diensten aanbieden. Het verhuren van elektrische auto’s en fietsen, evenals het opladen aan oplaadpunten op maximaal 63 ampère (met de 16 ampère thuis kan onvoldoende snel worden opgeladen). ‘Maar we willen ook beveiligde ruimten aanbieden waar de auto’s veilig kunnen worden gestald. En voor potentiële kopers ontwikkelen we ook een systeem voor de tijdelijke huur van auto’s, zodat ze met kennis van zaken een keuze kunnen maken. Het gebruik dat van dergelijke voertuigen wordt gemaakt, is immers verschillend. Het gekozen model moet dan ook goed afgestemd zijn op de behoeften van de koper, vooral in het geval van een wagenpark.’ 

En morgen?

Het is duidelijk dat door de stijgende brandstofprijzen (hoofdzakelijk aardolieproducten) en de toenemende congestie van het verkeer de mobiliteitsvraag verandert. Het aanbod zal zich dus moeten aanpassen. Maar was is oorzaak en wat is gevolg? Een ding is zeker, de auto zal niet verdwijnen, maar wel veranderen wat vorm en gebruik betreft. Indien de elektrische auto met zijn ‘zero emission’ zijn impact aanzienlijk kan verminderen, dan is dat waarschijnlijk een oplossing voor de toekomst waarmee rekening moet worden gehouden. Of het nu alleen voor korte verplaatsingen dan wel in een intermodaal concept voor lange afstanden zal zijn. We houden u in elk geval op de hoogte… ■   

 

Ze-Mo scrl, in het kort

Ze-Mo scrl begon met een startkapitaal van € 20.000 en heeft vier bestuurders van het eerste uur. In juli werd een kapitaalverhoging van € 160.000 doorgevoerd en vandaag heeft de vennootschap een kapitaal van bijna € 800.000 met de nieuwe aandeelhouders:

• Pierre Vanderdonck, Gedelegeerd bestuurder van Steel nv

• Charles Caprasse, Wimesh, onderneming bedrijvig op het gebied van draadloze netwerken

• Jean-Paul Gaspard, Werkzaam op het gebied van industriële elektrische installaties

• Guy Geleuze, Algemeen directeur van AIE G, de ‘association intercommunale d’étude et d’exploitation d’électricité et de gaz’ voor de provincie Namen

 

Cambio, eerste operator van de verandering

Cambio is een dienst voor autodelen die in België werd gelanceerd door Optimobil Belgium in 2000, zegt directeur Frederic Van Malleghem. De eerste inschrijvingen en verhuur gebeurden in Wallonië tijdens de Week van de Mobiliteit in september 2002. In 2003 volgde Brussel en in 2004 Vlaanderen. Cambio bevindt zich hoofdzakelijk in grote en middelgrote stedelijke centra en heeft niet zozeer bedrijvenparken als doelgroep. Het concept is ook gebaseerd op variabele kosten, wat betekent dat u een auto reserveert als u er een nodig hebt en slechts voor uw gebruik betaalt. Het is niet langer nodig een auto te kopen. Als u weet dat de productie van een auto 70% van de ecologische voetafdruk uitmaakt (onder andere door het gebruik van 150.000 liter water per eenheid!) en dat een Cambio gemiddeld 10 auto’s vervangt, is het ecologische voordeel van gedeelde auto’s dus ongelofelijk groot.De feiten tonen aan dat veel nog actieve gebruikers hun tweede wagen opgeven en een Cambio-abonnement nemen. We zien ook dat sommigen hun enige wagen inruilen voor een Cambio-abonnement. Een omwenteling op gebied van mobiliteit. Maar wat met de elektrische mobiliteit? Enkele jaren geleden heeft Cambio een uitgebreide enquete ingesteld bij zijn klanten naar alternatieve voertuigen. LPG, waterstof, elektriciteit. Vandaag loopt er in Gent een concreet proefproject met elektrische autos. Volgens Frederic Van Malleghem is de vaststelling dat de mentaliteit nog niet rijp is voor elektrisch rijden. Om die reden zijn initiatieven zoals dat van Ze-Mo interessant, gaat de directeur van Cambio verder. Deze investeerders zijn ernstige ondernemers en ze komen met nieuwe ideeën en een nieuwe visie. Aangezien ze zich hoofdzakelijk op bedrijvenparken richten is hun aanbod eerder aanvullend dan concurrerend.Op een rijpe markt zoals de onze kunnen we ons natuurlijk wel voorstellen dat ze op een dag in dezelfde vijver zullen vissen, maar het zou stom zijn om alleen voor de confrontatie te gaan, aldus Pierre Vanderdonck. Ons land is te klein en de vraag te beperkt om vijanden te zijn.Terwijl Cambio en Ze-Mo hun eigen kenmerken hebben, middelgrote en grote stedelijke centra en carsharing van hoofdzakelijk benzine- en dieselwagens voor de ene, bedrijvenparken en elektrische autos en fietsen voor de andere, zal de consument daarentegen kunnen kiezen voor een mix van beide. De twee vennootschappen hebben overigens dezelfde concurrent: het blijvende verlangen van de burger om een eigen auto te hebben. Hadden we het niet over een mentaliteitsverandering?

 www.cambio.be

  • /
  • /

En als de ontwikkeling van de omloop van Francorchamps nu ook eens via elektriciteit zou gebeuren? Niet voor Formula E-wedstrijden, maar voor tests door de constructeurs. Nathalie Maillet, de directrice van Francorchamps, is daarvan sterk overtuigd. Een ontmoeting.

 


Nathalie Maillet
CEO van het Circuit van Spa-Francorchamps

 

Voor 100% gedigitaliseerd. Organisatie en koersen in toegevoegde werkelijkheid. Gratis wifi. Nieuwe camera’s. Heringerichte controlezaal. Het organiseren van evenementen. Wedergeboorte van een Business Club. Nathalie Maillet heeft geen tekort aan ideeën voor de Omloop van Spa-Francorchamps, waarover zij de leiding heeft sinds mei 2016. Ze loopt over van ambitie en wil van de omloop van Spa  een “uitmuntendheidscircuit ten dienste van het publiek” maken.

Deze nieuwe directrice heeft de Franse nationaliteit, maar ze verliet Frankrijk om architectuur te gaan studeren in Londen. Daarna ging ze een ecologisch architectuurbureau leiden in Luxemburg. Aangezien haar vader en echtgenoot in de kringen van de automobielkoersen verkeren, begint ze zelf ietwat laat (ze was al in de dertig) een pilotenloopbaan. Het kon niet anders dan een voorteken zijn: haar eerste koers reed ze in 2004 in... Francorchamps in de BTCS of Belgian Touring Car Series, een sterwedstrijd voor de Belgische kampioenen. Nathalie Maillet heeft ook gereden in de Roadster Cup, de Nascar Euro Series en in de VW Fun Cup, de legendarische 25-urenkoers (nvdr.: de wedstrijd duurt echt 25 uur!) van Spa-Francorchamps, waaraan ze 7 keer deelneemt, 5 keer op het podium staat en in 2006 kampioen wordt. Aansluitend op een aanwervingsprocedure die wordt uitgevoerd door een internationaal kantoor, wordt Nathalie Maillet in 2016 aangeworven voor het beheren van het circuit dat ze zo goed kent. 

Troeven en uitdagingen

Het Circuit van Spa-Francorchamps heeft aan troeven geen tekort. Voor piloten van overal ter wereld is het een van de legendarische circuits van de autosport, net zoals Monza en Suzuka. Het tracé van iets meer dan 7 km is zelfs het langste van het wereldkampioenschap. De snelle bochten, de beroemde en unieke ‘Raidillon de l’Eau rouge’ en de natuurlijke groene omgeving ervan worden zowel op prijs gesteld door de piloten als door de liefhebbers, die soms  van heel ver komen om de wedstrijden bij te wonen. Het circuit (dat helemaal niet door Spa loopt) werd in 1921 ontworpen over 14 km op de wegen tussen Francorchamps, Malmedy en Stavelot. Al spoedig werden er de 24u van Spa-Francorchamps en de Grote Prijs Formule 1 van België op gereden. Het circuit werd verscheidene keren gewijzigd en aangepast. Momenteel is het nog 7 km lang en werd het aangepast aan de normen van de FIA, de Internationale Automobielfederatie.

Sinds 2007 werd het circuit versterkt als belangrijke Waalse economische pool. Aangezien het organiseren van Formule 1 niet meer tot zijn bevoegdheid behoort (dat gebeurt nu door de NV Spa Grand Prix), bestaat de opdracht van de firma ‘Circuit de Spa-Francorchamps’ uit het organiseren en promoten van de activiteiten op het circuit, maar vooral uit het beheren ervan met het oog op de economische ontwikkeling. De bedrijfsvergunning, die door het Waals Gewest werd afgeleverd, legt, naast andere voorschriften, de verplichting op om jaarlijks alle koersen tussen 16 maart en 14 november te organiseren en voorziet in zeer strenge geluidscontroles. En de omwonenden zorgen voor het dagelijks toezicht!

Nieuwe uitdagingen

Vandaag, zo legt Nathalie Maillet uit, “willen we een nieuw, op het digitale gerichte economisch model ontwikkelen, en gezinnen en de jeugd aantrekken. Liever dan videogames te gebruiken, willen wij de jongeren de mogelijkheid bieden om in reële tijd op onze banen te rijden met virtual-realitybrillen. Om dat mogelijk te maken, hebben we 15 km zwarte kabel getrokken, die ons onder andere in staat zal stellen een aangesloten tribune te hebben, het publiek gratis wifi aan te bieden  enz. Aangezien wij niet alles zelf kunnen doen, zullen we het nodige uiteenlopende talent bijeenbrengen om het beste te bieden. Alles verandert zo snel, dat men voortdurend de techniek moet aanpassen.

100% aangesloten

De ontwikkeling van de omloop gaat dus uit van een totaal nieuwe visie, die natuurlijk rond de autosport draait, maar ook rond het toerisme. De strategie bestaat uit drie krachtlijnen. “Ons doel, gaat de CEO voort, “is het best aangesloten circuit ter wereld te zijn om het publiek een echte dienstverlening te bieden, met doelmatige systemen voor de promotors en een spelbasis in reële tijd. Het digitale sloopt de grenzen en het zal zorgen voor het ontwikken van het toerisme en voor het scheppen van ruimte waar er geen is...

Dankzij nieuwe digitale infrastructuren zullen wij het publiek meer diensten kunnen aanbieden dan het thuis heeft, opdat het massaal zou terugkeren naar het Circuit, meer bepaald via een toepassing. We hebben ook de communicatie en de interacties met het publiek via de sociale netwerken versterkt. Ook de baan zal worden aangesloten, want met interactieve of LED-panelen willen we de informatie waarover het publiek op de site zal beschikken, versterken, zodat het de koersen beter kan volgen op een reusachtig scherm. Dat zal eveneens de veiligheid op de baan vergroten. Met de live games, in volle expansie, zullen we een nieuw publiek kunnen aantrekken.

Om in 2021 zijn honderdjarig bestaan te vieren, zal het Circuit reusachtige helmen met een diameter van 6 tot 7 m maken, namelijk één helm per decennium. “We zullen afbeeldingen bij de mensen zoeken. Het plan omvat een culturele uitstap voor gezinnen, die om te beginnen 7 km en later 14 km lang zal zijn en langs het Museum van Stavelot zal lopen. De mensen zullen te voet beginnen en dan overstappen op een elektrische fiets of een golfwagentje.” Nathalie Maillet mikt op 300.000 bezoekers dankzij die attractie!

Ten slotte zal een “Virtueel centrum voor mechanische en toeristische sporten” de grenzen kunnen opheffen om buitenlanders naar de site te brengen en, omgekeerd, mensen vanop het Circuit naar buiten te brengen. Bijvoorbeeld om een concert in de USA of  een wereldbeker bij te wonen of een aangesloten fabriek van een constructeur te bezoeken. Alles is mogelijk. In dezelfde geest blijkt het met de Japanse Suzuka-omloop gesloten ‘Vriendschapsakkoord’ veelbelovend te zijn.

Tests

Maar wat heeft elektriciteit met dat alles te maken? Er zal geen enkele Formula E-koers plaatsvinden in Francorchamps, want die formule is vooral bestemd voor steden, aangezien het de bedoeling is de plaatselijke mandatarissen en de bewoners ervan te overtuigen dat de toekomstige mobiliteit van de stad elektrisch zal zijn, en niet enkel om zich te verplaatsen. Daarentegen ontwikkelen veel autobouwers nieuwe hybride of elektrische modellen en hebben ze daarvoor testcircuits nodig. Aangezien elektrische motoren zo goed als geruisloos zijn, zal het Circuit zijn installaties heel het jaar door kunnen uitbaten. Als tenminste de exploitatievergunning wordt gewijzigd. “We moeten werken in een geest van uitmuntendheid”, besluit de manager, “en de streek laten profiteren van de directe en indirecte weerslag van onze activiteiten. In 2018 zullen we nieuwe sportactiviteiten met uitzonderlijke bolides hebben, die de toeschouwers in verrukking zullen brengen. Het is van belang show en innovatie te bieden. 2017 was het jaar van de invoering, 2018 zal een jaar zijn van de werkelijk voor het publiek bestemde dienstverlening en in 2019 zullen we volledig operationeel zijn.

  • /
  • /

Het frame van de Formula E-wagens voor elektrische autokoersen worden samen geleverd door de Franse firma Spark en de Luikenaars van Sodaphi. Een portret.


Het avontuur begint in oktober 2012 in Frankrijk.  Frédéric Vasseur, gewezen directeur van de F1‑stal van Renault, richt de firma Spark Racing Technology (SRT) op met de bedoeling hybride en elektrische aandrijvingsystemen te ontwikkelen. Er is niets onbeduidends aan het oprichten van de firma, aangezien ze samenvalt met het ontstaan van Formula E, een onuitgegeven wereldwijde competitie voor racewagens die enkel elektrisch worden aangedreven.

In Formula E rijdt iedereen met hetzelfde model. De eerste uitdaging voor Spark bestaat dus uit het leveren van de 40 Spark-Renault SRT_01E die worden besteld door de promotor en organisator van het kampioenschap, Formula E Holdings (FEH), en die bestemd zijn voor de tien renstallen die zullen deelnemen aan die nieuwe competitie. Elke team beschikt over twee wagens voor de koers zelf en over twee reservewagens. Het feit dat men één enkel model heeft, dat met dezelfde batterij is uitgerust, die door McLaren voor rekening van de FIA werd gefabriceerd, voorkomt dat de kosten de pan uitswingen en zorgt voor een zekere duurzame ontwikkeling van de competitie. Spark gaat al snel samenwerken met Sodaphi en Alexandre Dallemagne, die de noodzakelijke kapitalen zal inbrengen, voor het ontwikkelen van de auto, die in de buurt van Parijs wordt geassembleerd. 


Alexandre Dallemagne
CEO van Sodaphi Group en medestichter van Spark Racing Technology

De in Beaufays, niet ver van Luik, gevestigde Sodaphi Group is een investeringsmaatschappij die de vorm van een familieholding heeft. Ze is hoofdzakelijk in vijf sectoren actief: de residentiële dienstverlening (aankoop, renovatie en verhuur op medisch gebied, toerisme, studentenwoning enz.), reiniging en catering (maar vooral voor zijn eigen bezittingen), vastgoedbeheer, nieuwe medische technologieën en ten slotte op het gebied van elektrische mobiliteit. “In 2013 hebben we samen met Spark de opdracht binnengehaald voor de eerste 42 Formula E-wagens”, legt Alexandre Dallemagne uit. “We bieden ondersteuning voor het ontwikkelen van het prototype, voor het organiseren van de crashtesten en voor het assembleren en integreren van die eerste wagens. In 2016 hebben we opnieuw de opdracht gekregen voor het nieuwe frame voor het 5e seizoen 2018-2019, maar deze keer is er nog maar één wagen per piloot en bijstand.

In Formula E is de batterij het grootste onderdeel van de auto. Ze wordt geproduceerd door McLaren, maar heeft slechts een autonomie van 25 minuten. Eens die tijd voorbij is, moet men van wagen veranderen. “Aangezien er nog slechts één auto per piloot zal zijn, moet men proberen het dubbel zo lang uit te houden en dus meer plaats in te ruimen voor de batterij. Om u een idee te geven: de batterij is  ongeveer één meter op 80 centimeter groot. Ze heeft ook een zeker gewicht…

De ingenieurs van SPARK hebben met de eerste jaren van het kampioenschap hun voordeel gedaan om de prestaties van dat nieuwe model te verbeteren. Het heeft nu beduidend meer vermogen en zal worden voorzien van een futuristisch aerodynamisch design dat dicht bij F1 ligt.

Uitstalraam

Bovenop de competitie, wil Spark Racing Technology profiteren van het uitstalraam die ze vormt om te tonen hoe groot haar knowhow is op het gebied van elektrische wagens, gaande van de tractieketen over de versnellingsbak tot aan de batterij. Dit met het oog op toepassingen die verder reiken dan de automobielsport. “Van seriewagens tot luchtvaart zijn er veel ontwikkelingsmogelijkheden met een immens potentieel, waarvan sommige al aandachtig worden bestudeerd”, vertelt Frédéric Vasseur.

Dankzij haar stille motor is Formula E niet bestemd voor de traditionele automobielomlopen. U zult ze dus nooit op Francorchamps zien. De koersen worden gereden in steden: Rome, Santiago, São Paulo sluiten zich aan bij steden zoals Hong Kong, Mexico, Parijs, New York en Montréal. In Brussel, heeft de bevoegde minister jammer genoeg het voorstel om de competitie te verwelkomen, afgewezen. “Steden moeten elektrisch gaan rijden”, besluit Alexandre Dallemagne. “De koers moet een sociale gebeurtenis zijn en naar de bevolking komen. In Parijs werd ze niet ver van de Eiffeltoren gereden en trok ze meer dan 10.000 toeschouwers. Het is een andere manier om aan toerisme te doen en ook de culturele impact is heel belangrijk. We moeten de auto opnieuw uitvinden voor een groene mobiliteit: binnen 20 jaar zal de auto niet meer dezelfde effecten hebben. Zoveel te beter.

  • /
  • /

Zuivere, zeer zuivere snelheid: het verbruik van een Smart met het vermogen van een Ferrari. Is het plan om de Imperia weer op te starten nog altijd actueel?

 

Green Propulsion werd in 2001 opgericht als spin-off van de Universiteit van Luik en is vandaag een onafhankelijke specialist in steeds properder aandrijvingen. Er is veel vraag naar haar deskundigheid inzake alternatieve brandstoffen, elektrische en hybride voertuigen, brandstofcellen en de koolstofbalans van elektrische motoren. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Dankzij 15 jaar ervaring en meer dan 15 unieke prototypes die al werden gebouwd”,vertelt directeur Yves Toussaint, “werkt Green Propulsion, in méér dan een onderaannemingsverband nauw samen een groot aantal Europese constructeurs, hoofdzakelijk op het gebied van stadsvervoer en automobielsport. Wij hebben verscheidene partnerschappen inzake hybride en elektrische aandrijving en we leveren ook motoren voor kleine reeksen, bijvoorbeeld voor de twee treinen van de Grotten van Han.

Enkele jaren geleden deed Green Propulsion zich opmerken door het plan om de Imperia weer op te starten in hybride vorm. De geschiedenis van die auto begon in werkelijkheid in de 19e eeuw in Jupille, waar Adrien G. Piedboeuf zich in 1830 vestigde. Geboeid als hij was door de opkomst van de eerste auto’s, bouwde de man in 1904 een eerste motorfiets en in 1906 een auto, die hij de naam Imperia gaf ter ere van Karel de Grote, die afkomstig was uit dezelfde stad. De fabriek werd een van de belangrijkste van België en zou veel ups en downs kennen vooraleer ze in 1958 de deuren sloot. 

Enkele jaren geleden besloot de firma Green Propulsion een haast identiek model van de Imperia uit te brengen, maar dan met een hybride motor. Onder het gewicht van de schulden voor dat project en tegenover haar onderaannemers, ging Green Propulsion failliet en werd ze in die toestand overgenomen door de Luikse zakenman Laurent Minguet. “Vandaag is er een nieuw businessplan”, geeft Yves Toussaint toe, “maar iets tastbaar is er nog niet. Van het project werd niet afgestapt, maar er is niets dat een bekendmaking waard is.” Maar zijn stilzwijgen is ongetwijfeld veelzeggend. Er is nog niets definitiefs.

  • /
  • /

Carsharing is een markt in volle expansie, zelfs voor elektrische auto’s. Zen Car heeft dat goed begrepen en breidt zijn netwerk uit naar Luik.


Meer en meer stedelingen zien af van de aankoop van een auto die meer dan 90% van de tijd stilstaat. En dan hebben we het nog niet over opstopping en de milieu-impact. Maar stedelingen zijn ook meer en meer bezorgd om het milieu en kiezen, zelfs voor gedeelde wagens, elektrische voertuigen. Dat is wat al heel vlug werd begrepen door de firma Zen Car, die een netwerk van elektrische auto’s aanbiedt in Brussel en voortaan ook in Luik. Zen Car is de eerste onderneming voor ‘carsharing’ of gedeelde auto’s die voor 100% elektrisch zijn. Ze werd in 2001 opgericht door Régis Leruth, op basis van een overweging aangaande de 3 grote problemen waarmee men in de hoofdstad van het land te maken heeft.

Vooreerst luchtvervuiling, die alsmaar erger wordt door het verkeer. Dan de opstoppingen. Rijden in Brussel is nog nooit zo moeilijk geweest. En ten slotte is er het gebrek aan parkeerruimte. Wanneer men die drie factoren bij elkaar optelt, wordt het delen van elektrische auto’s voor de hand liggend! Dat was de oplossing bij uitstek voor de mobiliteitsproblemen in de stad. Er sloten zich al snel partners aan bij het project: Interparking, de GIMB (Gewestelijke Investeringsmaatschappij voor Brussel) en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Maar Régis Leruth had te vroeg gelijk! Bij gebrek aan voldoende steun van politieke kant, staat de firma op de rand van het bankroet. Ze werd overgenomen door een nieuw management, ze veranderde van economisch model en hervatte haar expansie met een meer op ondernemingen gerichte strategie. En ook op de beheerders van gebouwen met voertuigen die door alle bewoners worden gebruikt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoe werkt het?

Je hoeft je slechts in te schrijven op de site zencar.eu en een voertuig te boeken. Na het te hebben gebruikt, breng je het ofwel terug naar het vertrekpunt, ofwel naar een aan Zen Car voorbehouden parkeerplaats, met ‘free floating’-optie. De gebruiker betaalt slechts de huur.

En de prijs? Reken op € 36 voor een halve dag, op € 69 voor een volledige en op € 119 voor een weekend. Er zijn voor het ogenblik 43 stations, hoofdzakelijk in Brussel, maar ook een in Waterloo en weldra een in Luik en op de luchthaven van Bierset: in het centrum van de Vurige Stede zal er een twaalftal stations beschikbaar zijn in de eerste 6 maanden van het jaar 2018. Meer bepaald aan het station van Luik Guillemins, aan de Val Benoît, aan de Esplanade Saint-Léonard of aan de Place Saint- Lambert. 

zencar.eu


En de prijs?
Reken op € 36 voor een halve dag,
op € 69 voor een volledige 
en op € 119 voor een weekend.

 

Your opinion counts