Waw magazine

Waw magazine

Menu
Image (62x44 OBLIGATOIRE !!): 
Image rose (taile : 62x44px OBLIGATOIRE): 

aromatherapie voor iedereen

Gelbopharma in Louvain-la-Neuve verkoopt een groot aantal verschillende biologische en natuurlijke producten, zoals plantaardige en essentiële oliën, unieke verstuivers en cosmetica van hoge kwaliteit. De oprichters, Régine en Guido Geloen, delen hun passie zowel met professionals uit de wellnesssector als met particulieren.

 

Gelbopharma

Régine en Guido Geloen, die allebei in Waals-Brabant zijn geboren, hadden eerst een winkel aan de Belgische kust, maar volgden daarna een opleiding tot natuurgeneeskundige. Ze zijn niet alleen elkaars levenspartners, maar vullen elkaar ook zakelijk aan. In 2004 begonnen ze daarom met Gelbopharma, een kleinschalige onderneming waar alles om wellness draait. Met hun passie voor aromatherapie zetten Régine en Guido zich tegenwoordig in om werkzame biologische producten van uitstekende kwaliteit te verkopen, die pijn verlichten en schoonheid bevorderen. Ze selecteren zorgvuldig hun leveranciers, met wie ze rechtstreeks samenwerken.

Régine en Guido zijn vooral gespecialiseerd in bloesemwaters, zepen en plantaardige, essentiële, verzorgings- en massageoliën. Ze werken met name samen met Astérale, een Frans ambachtelijk bedrijf dat zijn producten in Madagaskar maakt. Met de oprichters van het merk, Simon en Kelly Lemesle, onderhouden ze een vertrouwensrelatie.

Oliën uit Madagaskar

“Simon en Kelly, die helemaal weg zijn van Madagaskar, zijn betrokken bij de teelt en pluk van de inheemse planten”, vertelt Régine.“De essentiële oliën die ze maken, hebben uitzonderlijke olfactorische eigenschappen. Dankzij hun veldwerk kunnen we dus fantastische geuren ontdekken die bij ons onbekend zijn. Zodra je de producten gebruikt, voel je hoe verfijnd en authentiek ze zijn. Deze indrukken worden bevestigd doordat ze echt werken en goed verdragen worden. De producten zijn van hoge kwaliteit, combineren innovatie met fair trade, en dragen het keurmerk ‘Nature et Progrès’. We kennen dit zakelijke duo persoonlijk en de hele keten, van de teelt van de planten tot de distillatie in de nabije omgeving, staat onder controle. Dat vinden we heel belangrijk.

Via het brede assortiment van Astérale presenteren Régine en Guido planten uit Madagaskar die bijzonder interessante eigenschappen bezitten, zoals de famonty. “De famonty, die op het hoogtepunt van de bloei wordt geoogst, is typisch voor het zuidwesten van Madagaskar. Het gaat om een heester van twee tot drie meter, die ontegenzeglijk een huidbeschermend effect heeft. De famonty vormt een echte beschermlaag en kan worden gebruikt om een reactieve huid tegen invloeden van buitenaf te beschermen en uitdroging van de huid te verminderen. Maar de plant heeft niet alleen een preventieve werking. Ze is ook een waardevolle remedie bij brandwonden, bloeduitstortingen en huidallergie.

Gelbopharma
Een verstuiver met Provençaalse geuren

Omdat Régine niet alleen natuurgeneeskundige maar ook medisch pedicure is, heeft ze met de hulp van Simon Lemesle ook een aantal eigen producten ontwikkeld. Het gaat dan met name om een specifiek voetverzorgingsproduct. “Deze melange op basis van plantaardige en essentiële oliën heeft een voedende, ontstekingsremmende en schimmeldodende werking en ruikt heel aangenaam om de weldadige invloed van de verzorging langer te laten duren”, verduidelijk Régine.

Bij het selecteren van hun leveranciers hebben de oprichters van Gelbopharma zich ook gewend tot Marcus Petrucci, een Franse ontwerper die een verstuiver voor essentiële oliën heeft gemaakt. “Marcus komt uit Cannes en heeft vanaf zijn prilste jeugd in een kunstzinnige omgeving geleefd. Hij heeft in Vallauris, de bakermat van de pottenbakkerskunst, en daarna in Grasse, de parfumstad, gewoond. Het is dus bijna vanzelfsprekend dat hij in zijn carrière op het idee kwam om de Marcus-verstuiver te ontwerpen. Een uniek voorwerp in zijn soort, met lijnen die doen denken aan de zee, de strandkeien, de bergen en de zoete Provençaalse geuren. Het is een volledig ambachtelijk product en het bijzondere van deze verstuiver is dat hij tot 3 tot 4 uur met één vulling doet.”

Maar daar laten Régine en Guido het niet bij. Ze verkopen ook verschillende soorten biologische thee en kruidenthee, voedingssupplementen, superfoods (met name vers ingevroren pollen van L’Abeille heureuse) en biocosmetica (zie kadertekst).

Online verkoop

Gelbopharma is op afspraak en tijdens workshops geopend voor het publiek, maar richt zich ook op therapeuten en professionals uit de wellnesssector. Daarvoor maakt het bedrijf gebruik van een online webshop en een groot netwerk van distributeurs in Wallonië (Rixensart, Waver, Namen enzovoort). Met hun twee werknemers zijn Régine en Guido er trots op dat ze niet alleen goede producten en service leveren, maar hun klanten ook adviseren. “We proberen altijd nieuwe oplossingen te vinden en onze klanten tevreden te stellen. We willen hen graag de geuren van de planten laten opsnuiven en een moment van ontdekking en welzijn laten beleven!”

Gelbopharma

Cosmetica op basis van de Chileense muskusroos
Régine, die nooit uitgepraat raakt over de producten die ze in haar magazijn in Louvain-la-Neuve heeft liggen, benadrukt graag de biologische producten die ze zelf gebruikt, zoals cosmetica op basis van de Chileense muskusroos. “Mosqueta’s is het eerste merk dat een assortiment biologische cosmetica op basis van muskusroosolie heeft ontwikkeld. De producten bevatten geen alcohol, maar zijn net zo dynamisch”, legt ze uit. “Tijdens een reis door Chili raakte Nathalie Gueneau ernstig verbrand. Wegens haar grote belangstelling voor planten onderzocht ze daarna persoonlijk de therapeutische en herstellende mogelijkheden van de olie van de Rosa affinis rubiginosa. Dat is een soort egelantier die in een wilde omgeving op de hoogvlakten in het zuidelijke midden van Chili groeit. De plant is daar bekend onder de naam muskusroos (niet te verwarren met de Europese Rosa canina, red.). Uit de bottels van deze roos wordt een olie gewonnen, die van nature een ongekend hoog gehalte aan essentiële vetzuren bevat. De cosmetica die door Nathalie wordt gemaakt, is bovendien van hoge kwaliteit en zeer werkzaam dankzij de dynamisering van de olie en de volledige controle van de productieketen, van de oogst tot de droging en van de extractie tot de transformatie. De producten voldoen aan al onze behoeften en ondersteunen de mens in elke levensfase.” Régine geeft een opsomming: “Het begint met de muskusroosolie die op de buik van de aanstaande moeder wordt gemasseerd. Verder zijn er een balsem voor baby’s, een crème voor pubers, een peeling, een masker, een serum en sterk hydraterende crèmes voor elk huidtype: zacht voor de gevoelige en couperosehuid en anti-aging voor de behoeften van de rijpe huid.”

 

www.gelbopharma.com

Divino Gusto, traiteur, wijnkelder en gastronomisch restaurant, gerenommeerd voor zijn aangepaste wijnen en hoogstaande lunchformules, verwent al meer dan acht jaar drukke zakenmannen, maar ook gezinnen. Het restaurant ligt aan de square des Nations Unies in Nijvel en heeft 24 couverts.

 

Sommelier Gaëtan Poels en chef Amine Mechmech bedachten het concept van dit gastronomische restaurant in Nijvel, dat vanaf het begin gezellig, familiaal en laagdrempelig moest worden. “Divino Gusto staat in de eerste plaats voor de ontmoeting tussen lekker eten en wijnen. Het is ook een gezellige plek waar het goed toeven is”, benadrukt Gaëtan. Op het menu staan vis van de dag, foie gras, wilde eend of filet pur in een nieuw jasje.

De kaart, die de seizoensproducten volgt, besteedt veel aandacht aan smaken uit het zuiden, een knipoogje naar de Zuid-Franse wortels van de chef. Ook een aantal klassiekers uit de streek zijn goed vertegenwoordigd. Kalfszwezerik, een belangrijk gerecht op de kaart, wordt op Libanese wijze bereid en geserveerd met taboulé. De kippenbouillon wordt dan weer bereid met dadels en kurkuma. “De kwaliteit van de producten is uiteraard essentieel. We gebruiken nooit diepgevroren ingrediënten, dat is een keuze. Ik werk graag met kruiden en texturen”, verduidelijkt Amine. Zijn keuken werd zes jaar geleden al eens bekroond met de Michelin bib gourmand. “Hoewel we erin geslaagd zijn onze naam als restaurant te vestigen, moeten we onszelf toch blijven heruitvinden, van het onthaal tot de decoratie, om de klanten te kunnen blijven verrassen”, benadrukt Gaëtan. “We hebben al verschillende werken uitgevoerd, het meubilair vervangen, het team uitgebreid… Eten in een gastronomisch restaurant is een totaalervaring, die niet tot de keuken beperkt blijft.”

Een lekkere pauze

Divino Gusto is gelegen op het kruispunt van verschillende grote verkeersaders en heeft een ruime parking. Het restaurant trekt dan ook al vanaf het begin klanten uit heel Waals-Brabant aan. Met verschillende bedrijven in de buurt ontwikkelde het verschillende menuformules. De businesslunch met twee gangen, snel maar met mooie producten, begint bij 23 euro.  Daarnaast is er nog het ‘ontdekkingsmenu’ het ‘pleziermenu’ en de ‘grote degustatie’, afhankelijk van hoeveel honger, zin en tijd de gasten hebben. “Een goede prijs-kwaliteitsverhouding is erg belangrijk voor ons. Mijn keuken is klassiek, maar gewaagd. Mijn sterkte zijn de sauzen: ik werk er graag mee en vind er regelmatig nieuwe uit. De lunchmenu’s bieden me de kans om nieuwe recepten uit te testen, waarop ik onmiddellijk een reactie krijg”, vertelt Amine. Hij baseert zich op Franse chefs als Yannick Alléno of Jean-François Piège, maar haalt zijn inspiratie uit de omgeving. “Ik kook graag op het gevoel, afhankelijk van wat ik op de vroegmarkt vind. Trendy producten interesseren me niet. Het belangrijkste blijft om nieuwe dingen uit te proberen, je af en toe te vergissen en te corrigeren. Een geslaagd gerecht is lekker en evenwichtig.” En Gaëtan besluit: “Divino Gusto is het resultaat van teamwerk. We willen het onze gasten graag naar de zin maken en hen een uniek moment bezorgen.”

Divino Gusto
Square des Nations Unies 4A
B-1400 Nivelles
+32 (0) 67 55 58 09
www.divinogusto.be

Het Naamse bedrijf Bibmatic heeft een nieuwe automaat ontwikkeld om wijn per glas te schenken. Vijfentwintig prototypes van de ‘Invineo’, die het resultaat is van vier jaar onderzoek, worden momenteel getest.

 
Bibmatic SA, dat in Andenne is ingeschreven, maar thans gevestigd is in een bedrijfshal in Court-Saint-Etienne (Waals-Brabant), wordt geleid door Thierry Tacheny. Deze zoon van Jules Tacheny, de Belgische motorcoureur die met name het Circuit van Mettet beheerde, is niet in de voetsporen van zijn vader getreden, maar heeft zich vanaf 1983 met hart en ziel op reclame en media gestort. Hij is een van de oprichters van reclameregiebedrijf IP, waarvan hij adjunct-directeur was. In die hoedanigheid werkte hij mee aan de financiering van RTL-TVi in België. Na vijf jaar hetzelfde te hebben gedaan in Frankrijk, keert hij in 2002 terug naar België om leiding te geven aan de mediagroep SBS Belgium, die de Vlaamse zenders VT4, Vijf en Zes in handen heeft. In 2014 verdwijnt hij uit het medialandschap, omdat hij besloten heeft om een andere wending aan zijn leven te geven.

“Na 35 jaar zijn er altijd een paar wilde ideeën die je nooit hebt uitgewerkt”, legt Thierry Tacheny uit. “Invineo is er daar één van. Het is echt een creatief, spontaan idee, zoals dat laat op de avond ontstaat... We waren met een aantal mensen wijn aan het proeven, toen we ons afvroegen of het mogelijk is om een technologie te ontwikkelen waarmee je een glas kwaliteitswijn op de juiste temperatuur kunt schenken en zo een originele manier bedenkt om de wijn te serveren.”

De 3 F’s

Dat lijkt misschien een vreemde gedachte, want in de horeca bestaan al andere machines van dit type. Maar daaraan zitten bepaalde nadelen. Zo moet er voedingsgas of stikstof geïnjecteerd worden om de getapte wijn te vervangen en oxidatie van de overgebleven wijn te voorkomen. Na een aantal specialisten en technici te hebben geraadpleegd, besluit Thierry Tacheny dat hij eerst in de ontwikkeling van een prototype moet investeren voordat hij octrooi kan aanvragen.

“Ik heb een beroep gedaan op het bedrijf WOW Technology in Namen (in 2017 failliet gegaan, red.). Mijn ambitie is om een service te bieden die veel weg heeft van die beroemde koffiemachine waar je alleen maar een capsule in hoeft te stoppen om een kop koffie op de juiste temperatuur te krijgen. Een soort sommelier aan huis. Na een rondgang langs de drie F’s (Friends, Family and Fools) hebben we een budget van 750.000 euro verzameld. Daarnaast hebben we van het Waals Gewest een lening van 350.000 euro gekregen via zijn hulpprogramma voor prototypeontwikkeling. Daarmee konden we de haalbaarheid van het project onder goede omstandigheden toetsen en een toonbaar prototype ontwikkelen, dat het mogelijk maakte om de wijn te koelen, serveren en bewaren en bovendien op afstand te bewaken.”

Wijn in kokers

Concreet ziet de Invineo eruit als een grote koffiemachine zoals die in de horeca wordt gebruikt. Daarin bevinden zich drie wijnkokers met een kunststof deksel ter bescherming. Op de kokers zit een groot etiket, dat groter is dan op een ‘echte’ fles. Van veraf lijkt het op een magnum. Bij deze nieuwe machine zit de wijn namelijk niet in flessen, maar in containers van karton en kunststof waarin zich een bag-in-box (BIB) bevindt. Deze BIB kan van bovenaf geplaatst worden, zodat geen kraantje aan de buitenkant nodig is.

De wijn wordt uit de koker geperst via een mechanisme dat tegelijkertijd voor koeling zorgt. Omdat er geen voedingsgas wordt toegevoegd, wordt de wijn niet aangetast door oxidatie. Elke koker bevat twee liter wijn en blijft ongeveer negen weken goed. Op elke koker zit een chip waarmee de machine de verkopen kan analyseren en controle op afstand door Bibmatic mogelijk is.

“We willen niet alleen onze machines aan de man brengen en onderhouden, maar vooral kokers verkopen en het assortiment in de loop der jaren uitbreiden”, vervolgt de ex-reclameman. “De volgende stap is de inrichting van een logistiek centrum, waar de wijnen worden opgeslagen en de kokers worden samengesteld.”

Voor zijn eerste assortiment gebruikt Invineo de zestig wijnen die het Franse bedrijf BiBoViNo een tijdje in België heeft verkocht in de vorm van BIB’s. BiBoViNo heeft zich teruggetrokken van de Belgische markt, maar zet zijn activiteiten voort in Frankrijk. Voorlopig komen de wijnen in BiBoViNo-zakken bij Bibmatic aan, waarna ze in Invineo-containers worden overgegoten. Op middellange of lange termijn moet Bibmatic zijn eigen wijnen gaan importeren, maar dat is zorg voor later.

In maart 2018 hebben de initiatiefnemers 2,7 miljoen euro extra opgehaald en nieuwe aandeelhouders in de wijnsector gezocht, zoals Cinoco/Le Palais du Vin en Jean-François Baele, in wiens magazijn op het Domaine du Ry d’Argent in La Bruyère momenteel de BIB’s worden gevuld. De Société régionale d’investissement de Wallonie (SRIW) heeft daarnaast 750.000 euro op tafel gelegd, terwijl Namur Invest 250.000 euro heeft voorgeschoten.

Welke markten?

Invineo heeft niet de bedoeling om gastronomische restaurants te benaderen, want die hebben meestal al een sommelier van vlees en bloed, maar mikt juist op kleinere zaken, die zo drie wijnen (of zes met twee machines) kunnen schenken en zich op hun core business kunnen concentreren. Maar het is ook voorstelbaar dat dergelijke machines in hotels worden geplaatst: in de bar of – waarom niet? – in de kamers. Vijfentwintig machines worden momenteel in diverse zaken getest. Twee daarvan, met zes Waalse wijnen, zijn zelfs in het Waalse parlement geplaatst.

Voor Fabrizio Bucella, mede-eigenaar van wijnbar Wine Club die aan de test meedoet, heeft de machine drie voordelen: “De serveertemperatuur, de exacte overeenstemming van de gekozen dosering op het bedieningspaneel en de zeer eenvoudige bevoorrading door Invineo. Voor wijn die per glas wordt geserveerd, zijn kokers veel eenvoudiger te beheren dan flessen, waarvan je aan het einde van de dag of de dag erna vaak een groot deel weggooit. Op termijn stel ik me een hoek met vijf machines voor, waar vijftien wijnen probleemloos worden getapt.”

Naar serieproductie wordt nu onderzoek gedaan en de eerste Invineo-automaten zullen halverwege 2019 op de markt komen. Thierry Tacheny en zijn compagnon Etienne Mertens hopen er binnen drie tot vijf jaar zo’n 2000 tot 3000 van te verkopen, terwijl het break-evenpoint bij 1500 stuks ligt. De assemblage ervan moet in Wallonië gebeuren, wat nog eens een vijftigtal arbeidsplaatsen zal opleveren.

 www.invineo.com

 

« Te koop, in de gemeente Orp Jauche (Waals-Brabant), drie hectare ondergrondse ‘grotten’, op een diepte van 13 tot 18 meter. Uitstekende staat. Stabiele temperatuur in winter en zomer. Ideaal voor het bewaren van wijn of het kweken van champignons. »

 

 

Deze aankondiging is echt! De familie Racourt is al vele generaties eigenaar van die «grotten» en stelt ze nu met spijt te koop. Eigenlijk zijn het geen natuurlijke grotten, maar een ondergrondse groeve waarvan de ontginning teruggaat op de middeleeuwen en werd stopgezet in de 19e eeuw. Het is een labyrint van gewelfde gaanderijen die rusten op merkwaardige pijlers van turfkrijtsteen. Dus niet «ongewoon» ? Toch wel, want tijdens de Terreur (1793-1797) verborgen religieuzen zich in die gangen om aan de revolutionaire razernij te ontsnappen en ze hakten er twee altaren in uit om de heilige Mis op te dragen. Die ‘grotten’ werden op veel manieren gebruikt. Als groeve hebben ze in de loop der tijden en gedurende gewapende conflicten, zoals in de Tweede Wereldoorlog (de slag van Jandrain) als schuilplaats gediend. Volgens de legende was er omstreeks 1750 een bekende bandiet, Pierre Colon, een soort plaatselijke Robin Hood, die aan de hem achtervolgende politiemannen kon ontsnappen door ze verloren te laten lopen in de duistere ondergrondse doolhof. Op een meer swingende wijze organiseerde het dorp er op Pinksteren, vóór 1910 (met kaarsen) en van 1952 tot 1989 (met elektrische verlichting), bals in een zaal die speciaal was betegeld om te voorkomen dat de dansers hun enkels zouden verstuiken. 

200 kilogram champignons per dag  !

Van 1886 tot 1975 werden ze als champignonkwekerij gebruikt door de familie Racourt. Het idee om champignons te kweken op stroken mest die op de vloer waren gelegd, kwam van de eigenaar van de grotten, die toen herbergier in Folx-les-Caves was. Die ambachtelijke kwekerij beleefde haar hoogdagen tijdens het interbellum, meer bepaald dankzij de overvloed aan paardenmest die van de legerstallen en de omliggende hoeven kwam, alsook dankzij de goedkope arbeidskrachten. Omstreeks 1948 produceerde de familie Racourt tot 200 kilogram per dag, die soms per fiets werden geleverd aan de Belgische hotels. 

Een in meer dan één opzicht ongewone plek, die men op afspraak kan bezoeke.

De broederschap van de champignons  

Ze werd in 1985 door een groepje vrienden opgericht voor het promoten van de champignons van Folx-les-Caves, met hun vulling op basis van witte ham, champignonstengeltjes, sjalot, peterselie, look en paneermeel. Gekruid met peper en zout en in de oven gebakken kan die vulling gebruikt worden als warm of koud voorgerecht en in de hoofdschotel. De Broederschap houdt haar kapittel op de laatste zaterdag van juni in de grotten van Folx-les-Caves en verenigt zich dan met de dorpelingen rond een met myceten versierde tafel.

 

Folx-les-caves
Rue A. Baccus 35
B - 1350 Folx-les-Caves (Orp-Jauche)
+32 81 81 36 20
 
www.folx-les-caves.com

In het dorp Thorembais-Saint-Trond (Perwez), koesteren zes are grond de kostbare bollen van een legendarische bloem.
Een bloem die geen prijs heeft en gekweekt wordt door een echtpaar dat de tijd ervoor genomen heeft.

 

 

Anthony Minet en zijn echtgenote Pauline zijn door die bloem gefascineerd en kweken ze in hun tuin, die de enige saffraankwekerij van Waals-Brabant is. Ze doen dat volgens de regels van de kunst, zonder machines en zonder fytosanitaire producten te gebruiken.

De Crocus sativus is een elegante lilakleurige bloem die een schat verbergt : drie scharlaken en geurige stigmata die worden gebruikt voor het produceren van een begeerde specerij, namelijk saffraan. Anthony Minet en zijn echtgenote Pauline zijn door die bloem gefascineerd en kweken ze in hun tuin, die de enige saffraankwekerij van Waals-Brabant is. Ze doen dat volgens de regels van de kunst, zonder machines en zonder fytosanitaire producten te gebruiken. Want de Crocus sativus is een plant met karakter : opdat zijn filamenten aan het begin van de herfst rood zouden worden, heeft hij niet enkel gezonde grond nodig, maar ook zorgvuldige en geregelde verzorging.

Wanneer de bloemen bloeien, worden ze dagelijks met de hand geplukt, wat zeer vermoeiend is. Daarna worden ze gesnoeid, een ingreep waarbij de stigmata één voor één worden verwijderd en dan gedroogd om het kruid de tijd te geven om zijn aroma te ontwikkelen. Om één gram saffraan te verkrijgen, zijn er ongeveer tweehonderd bloemen nodig. Een zeldzame en veeleisende kweek, die verklaart waarom de specerij zoveel kost : 40.000 euro per kilogram. En denk nu niet dat u slimmer bent door tegen dumpingprijzen tot poeder vermalen saffraancapsules te kopen : de specerij zou dan wel eens naar bedrog kunnen smaken ! «Om reden van doorzichtigheid en om de consument ervan te verzekeren dat hij een uitzonderlijk product koopt, heb ik mijn saffraan in 2015 laten ontleden door een laboratorium dat gecertificeerd is voor expertises inzake de kwaliteit van producten», legt Anthony uit. «Ik ben er trots op dat mijn product scores haalde waardoor het als een saffraan van topkwaliteit wordt beschouwd.» 

Keuken en natuurgeneeswijze

Saffraan heeft veel kwaliteiten en wordt zuinig gebruikt. In de keuken zijn saffraanstrengen een uitstekende smaakverbeteraar en een natuurlijke (goudgele) kleurstof voor voedingswaren. Kenners laten saffraanstrengen trekken in water, melk, bouillon en zelfs champagne, vooraleer ze aan een bereiding toe te voegen, opdat de speciale smaak en de kleur ervan een perfecte combinatie zouden vormen met de ingrediënten van het gerecht.

Anthony en Pauline verkennen de gebruiksmogelijkheden van hun kruid en de lijst van producten met saffraan groeit naargelang hun experimenten vorderen: zuivere saffraanstrengen, gelei van kweeperen, van appelen en peren, frambozenconfituur, wafels en, als jongste, een ambachtelijk bier «La 4 Pistils». Een witbier dat wordt gearomatiseerd met sinaasappel  en citroenschillen en gemaakt door de Brasserie coopérative de la Lesse, in Éprave (Rochefort). Door saffraan toe te voegen bij het bottelen, maakt men het verschil met hetzelfde witbier zonder saffraan. Aan de geur, de smaak en de kleur is de aanwezigheid van de specerij in «La 4 Pistils» merkbaar en ze sublimeert de citrusvruchtensmaak van de verfrissende en aangenaam zurige drank.

Saffraan is niet enkel een aromatische kleurstof, maar heeft ook verbluffende geneeskrachtige eigenschappen, namelijk fytotherapeutische krachten die al in de tijd van de farao’s waren gekend en die helpen in geval van overspanning, angst, spijsverteringproblemen, te veel cholesterol en seksuele asthenie. Saffraan in honing zou zelfs wonden en brandwonden kunnen genezen. 

Kortom, een universeel middel dat we allemaal zouden willen kweken. «Dat is doenbaar in kleine hoeveelheden. Daarom verkopen we trouwens bollen, want meer en meer nieuwsgierigen willen zich aan dat kweekavontuur wagen. Zelfs in de stad volstaat een pot op een terras om enkele stampers te verkrijgen», verzekert Anthony ons. Op afspraak organiseert hij bezoeken en degustaties voor groepen.

 

L'histoire d'Anthony 
+32 473 77 47 13
[email protected]
 
www.lhistoiredanthony.be

 

Waar kun je ervaren hoe het is om met meer dan 300 km/u over de mooiste circuits ter wereld te rijden zonder risico op materiële schade of lichamelijk letsel? In Waterloo, in de professionele simulators van Exype, een bedrijf dat is opgezet door Benoît Laurent, een jonge ingenieur uit Bergen.

 

 

Benoît Laurent, die middelbaar onderwijs aan het SHAPE volgde, als civiel ingenieur in de informatica en bedrijfskunde afstudeerde aan de Université de Mons en daarna tot ondernemer werd opgeleid, droomde al snel na zijn studie van een attractiepark voor extreme sporten : «Extreme Urban Sport». «Het was een project van 15 miljoen euro. Ik was jonger dan 25 jaar en had tegen mezelf gezegd dat het me zou lukken om het benodigde kapitaal bijeen te brengen. Maar dat project heeft niet op die manier gestalte gekregen.» Benoît wordt namelijk aangenomen bij de IT-dienstverlener EASI, die in Nijvel is gevestigd. EASI is opgericht door Salvatore Curaba, een oud-voetballer die ondernemer is geworden. «Ik heb één jaar in België gewerkt. Het jaar daarop vertrok ik naar Luxemburg om te proberen de markt voor EASI te ontwikkelen. Tegelijkertijd ging ik door met mijn project om een eigen bedrijf te beginnen. In 2013 besloot ik om me fulltime daarmee bezig te gaan houden.»

«Door aanhoudend over mijn revolutionaire ‘superproject’ te praten, kwam ik steeds meer mensen tegen die me wilden helpen. Gaandeweg verzamelde ik een groep adviseurs om me heen. Om de twee maanden nodigde ik ze uit voor een etentje in een restaurant om te vergaderen en over het project te praten.» Onder de adviseurs die Benoît weet aan te trekken, bevinden zich de IT-directeur van AXA België, de algemeen directeur van Walibi en de huidige directeur van Fair Trade Belgium, maar ook ingenieurs van zijn leeftijd, IT’ers, architecten en een vrouw. In totaal een stuk of tien mensen, allemaal echte experts op hun gebied, die Benoît met hun waardevolle adviezen in staat stellen om de juiste keuzes te maken. «Ik dacht dat ik in één jaar een eigen bedrijf kon opzetten, maar uiteindelijk heeft het vier jaar geduurd.»

In samenwerking met Sébastien Loeb

De startup wordt uiteindelijk in 2015 opgericht in Bergen. Met de eerste investering – een racesimulator – is veel geld gemoeid. Het project van Benoît Laurent is namelijk duidelijker geworden: hij wil een plek creëren waar mensen kunnen ervaren hoe het is om een autocoureur te zijn. Door achter het stuur van een professionele simulator te kruipen, kun je met meer dan 300 km/h over de mooiste circuits ter wereld racen !

«Hoewel het oorspronkelijke idee van een attractiepark is aangepast wegens gebrek aan benodigde financiële middelen, blijft het principe hetzelfde: een sensationele activiteit met een adrenalinekick aanbieden in een hoogstaande omgeving om unieke momenten te kunnen delen», legt de jonge ondernemer uit. «Met de mensen in mijn omgeving heb ik besproken en gekeken wat op andere plaatsen, in andere landen werkt. Zo hebben we ons gericht op een autoraceactiviteit met professionele simulators die door echte coureurs worden gebruikt om te trainen. We gebruiken zesassige dynamische rijsimulators die in samenwerking met Sébastien Loeb door het Franse bedrijf Ellip6 zijn ontwikkeld.»

Deze state-of-the-art simulators dragen bij aan het succes van Exype. Het is wel zo dat de beroemde rallyrijder de simulatorinstellingen heeft verbeterd, zodat de ervaringen zo veel mogelijk de realiteit benaderen. Sébastien Loeb heeft onlangs ook de nieuwe attractie in het themapark Futuroscope geopend, die op exact dezelfde technologie gebaseerd is.

« Een plek waar je na het werk een uurtje of twee doorbrengt, wat drinkt en plezier beleeft aan dezelfde vrijetijdsbesteding. Om iets anders te delen dan de dagelijkse problemen en bijvoorbeeld over auto’s te praten.»

Plezier beleven met vrienden en collega’s

Het bijzondere van Exype is dus dat bezoekers dankzij de simulators echt kunnen ervaren hoe het is om in GT-auto’s, Formule 1-bolides, personenauto’s, rallywagens en zelfs prototypes te rijden. «Toen ik mijn bedrijf oprichtte, wilde ik vooral een buitengewone activiteit aanbieden, iets wat je met vrienden en collega’s samen kunt doen. Net als iedereen beleef ik graag plezier, maar ik vind het nog leuker om de mensen ontspanning te bieden. Het idee was dus om een concept te bieden waardoor mensen een band met elkaar kunnen krijgen. Een plek waar je na het werk een uurtje of twee doorbrengt, wat drinkt en plezier beleeft aan dezelfde vrijetijdsbesteding. Om iets anders te delen dan de dagelijkse problemen en bijvoorbeeld over auto’s te praten.»

In april 2017 heeft Exype zich in Waterloo gevestigd. Tegenwoordig heeft zijn bedrijf tien aandeelhouders. Zijn vennoot Frédéric Hambye werkt er parttime en de rest van het team bestaat uit vier medewerkers. Er zijn vier rijsimulators aanwezig, die keuze bieden uit een stuk of vijftig auto’s en ongeveer honderd circuits. Ze zijn bovendien voor iedereen toegankelijk. «We hebben enthousiaste liefhebbers en coureurs die de circuits bij ons komen verkennen. Daardoor zijn ze beter in conditie wanneer ze op bestaande circuits, zoals Spa, gaan racen. Er is geen leeftijdseis, je moet alleen minimaal 1,40 meter zijn. Constantin, een jongen van acht jaar, is een van de besten! Dat is een beetje verwarrend en zelfs frustrerend.»

Naast de simulators wilde Benoît er een gezellig centrum van maken. Er is een bar aanwezig en onlangs is een nieuwe zaal van meer dan 120 m2 voltooid, waar onder meer verjaardagen, conferenties en gastronomische diners gehouden kunnen worden. De ondernemer heeft overal aan gedacht. Hij heeft samenwerkingsverbanden opgezet met mkb-bedrijven uit de regio, waaronder met name twee traiteursdiensten : «La Toque Blanche» en «Cook For You». «We bieden ook de mogelijkheid om wat te drinken door ons zowel aan het budget als aan de vraag aan te passen. We willen een gezellige plek creëren in Waterloo. We werken ook samen met andere mensen, zoals Jean-Philippe Watteyne, om een gastronomische maaltijd te organiseren. We willen graag de liefhebbers van autoraces aantrekken, maar ook mensen die daar minder interesse in hebben en gewoon samen iets leuks willen beleven.»

Investeren in Vlaanderen ?

De huidige klanten komen uit de streek, maar ook uit Henegouwen, Luik, Bastenaken, Namen en Vlaanderen : het voor België unieke concept trekt steeds meer mensen. «We hebben ook een samenwerking met ‘Come to you racing’ en we organiseren challenges.»

De bedenker van Exype lonkt tegenwoordig steeds meer naar Vlaanderen. «Antwerpen en Gent zijn steden waar we al aan hebben gedacht. En als we een kans zien in Barcelona, waarom niet? Het belangrijkste is om gemotiveerde mensen te vinden die hoogstaande rijsimulatorcentra willen ontwikkelen.»

Eind 2016 had Benoît een campagne opgezet met Hello Crowd, het crowdfundingplatform van Hello Bank BNP Paribas. «We slaagden erin om 16.000 euro op te halen en hadden 200 backers achter ons staan.» In 2018 doen Benoît en zijn bekwame team mee aan een «tour on bus» als voorbeeld van een crowdfundingcampagne.

Testimonials

• Didier Franz, een klant van het eerste uur

«Ik heb Benoît en zijn project leren kennen dankzij een collega. Omdat ik van autosport houd, ben ik het concept gaan bekijken. Ik werd meteen heel goed ontvangen. Er werd een challenge georganiseerd en ik heb de finale gewonnen. Ik had wel eens simulators getest, maar die waren veel statischer. De ervaringen, vooral wanneer je remt, zijn heel indrukwekkend. Jonge F1-coureurs die nog nooit op alle wedstrijdcircuits hebben gereden, kunnen dankzij de simulator een nieuw circuit leren kennen. Het is dus een uitstekende eerste kennismaking, die bovendien minder duur is dan het huren van een auto, vooral als je crasht. Exype is ook een heel aangename plek om met vrienden samen te zijn, zelfs voor mensen die geen gebruikmaken van de simulators.»

• Jonathan Robberechts, een competitierijder

«Ik had nog nooit de gelegenheid gehad om simulators uit te proberen. Vanuit mijn huiskamer deed ik mee aan online kampioenschappen met zeer elementaire apparatuur, waarmee ik toch heel behoorlijke resultaten behaalde. De professionele simulators staan veel dichter bij de werkelijkheid dan alles wat ik hiervoor heb geprobeerd, zowel op console als op pc. Het minste verlies van grip wordt doorgegeven via de simulator: een bocht, een blokkerend wiel enzovoort. Alles is opmerkelijk goed voelbaar. Dankzij de simulator kun je de wereld echt buitensluiten wanneer je een run maakt ... Wat er om je heen gebeurt, is niet meer van belang. Het enige wat telt, is de tijd en het gedrag van de auto om zo veel mogelijk snelheid te kunnen houden.»

 

Exype 
Chaussée de Louvain 7
B-1410 Waterloo
+32 2 386 00 60
www.exype.be

In iets minder dan tien jaar is dit bedrijf uit Waals-Brabant er dankzij een open-source managementsoftwarepakket in geslaagd om zich op de veelbelovende mkb-markt te doen gelden. En om een speler te worden die meetelt in de wereld. We richten de schijnwerpers op een boerderij in Grand-Rosière. 

 

 

In 2002 ontwikkelde Fabien Pinckaers op een studentenkamer in Louvain-la-Neuve de eerste versie van een managementsoftware die toen nog Open ERP heette. De opvolger daarvan, Odoo, telt nu bijna 4 miljoen gebruikers en wordt ontwikkeld in een voormalige boerderij in Grand-Rosière (Ramilies) in de provincie Waals-Brabant. De jonge onderneming, die een wereldtournee (Europa, Zuid-Amerika en Azië) heeft gemaakt om de elfde en nieuwste versie van haar eigen pakket te presenteren, wilde haar tweehonderd medewerkers graag de ruimte geven en heeft haar kantoren daarom onlangs uitgebreid naar een andere, nabijgelegen boerderij om in die idyllische omgeving een digitale campus op te zetten die met de hele wereld verbonden is. «Economisch gezien is dat interessant, omdat tegenwoordig niemand meer een boerderij wil en het is ook een voordeel voor het comfort van de werknemers», zegt de CEO van Odoo, die in 2015 door Le Soir werd uitgeroepen tot topmanager van het jaar.

Tweehonderd aanvragen per dag

Odoo, dat als een suite van applicaties werkt, is een multifunctionele gereedschapskist voor bedrijven. Odoo kan worden ingezet voor het beheer van websites, e-mails, servers en klantrelaties, de ontwikkeling van gepersonaliseerde apps, kostenbeheersing, boekhouding en tal van andere taken. De softwaresuite is gratis te downloaden op de site. De kleinste bedrijven kunnen kiezen voor een hostingpakket van 20 euro, terwijl bedrijven met meer dan vijftig werknemers een abonnement moeten nemen waarbij ondersteuning en onderhoud in de service zijn inbegrepen. 

Bij concurrerende producten, zoals SAP en Microsoft Dynamics, is sprake van propriëtaire software, die vaak zwaar en duur is voor het mkb, terwijl Odoo zich juist onderscheidt door zijn toegankelijkheid en veelzijdige inzetbaarheid. Een van de kenmerken van Odoo is dat het open source is. Fabien Pinckaers heeft om ethische redenen daarvoor gekozen. «Ik wilde een transparant en toegankelijk project om het mkb een geïntegreerde en goedkope managementsoftware te bieden.»

Met open source moest wel een verdienmodel bedacht worden. «Tien jaar lang hebben we geld verloren en moesten we doorzetten totdat we het juiste evenwicht hadden gevonden. Nog maar twee jaar geleden verloren we 500.000 euro per maand, terwijl we nu zover zijn dat we 500.000 euro winst maken», zegt de jonge directeur verheugd. «We krijgen momenteel tweehonderd aanvragen van klanten per dag, maar we zijn een piepkleine speler in een reusachtige markt. Voor ons is het probleem om efficiënt te groeien, de juiste medewerkers aan te trekken en ze te trainen.»

De kracht van Odoo is dat het kan rekenen op een netwerk van dienstverlenende bedrijven over de hele wereld. Partners die toezien op het hele onderhouds- en personaliseringstraject in de bedrijven die een abonnement afsluiten. Verspreid over 140 landen zijn er nu duizend van deze partners, die door het moederbedrijf getraind en ondersteund worden. Ze genereren 65% van de winst van het bedrijf.

Internationale expansie

In maart 2017 heeft Odoo een joint venture-overeenkomst gesloten met Inspur, de grootste aanbieder van internetservers en op twee na grootste aanbieder van managementsoftware in China. Het doel was om de oplossingen van Odoo door te verkopen op de reusachtige mkb-markt in het «Rijk van het Midden».

Odoo concentreert iets meer dan de helft van zijn personeel in België, waar 224 mensen werken, en heeft 95 medewerkers in India, 90 in de Verenigde Staten, 31 in Hongkong en 7 in Luxemburg. De internationale expansie is heel vroeg en heel natuurlijk gekomen. «We hebben snel bekendheid gekregen via internet en we hebben gereageerd op aanvragen uit de hele wereld. Onze concurrenten hebben meestal moeite om klanten te vinden, maar bij ons is dat het tegenovergestelde. We hebben te veel aanvragen en niet genoeg partners.»

Odoo is een voorbeeld van een bedrijf dat niet los kan worden gezien van zijn enige product, maar Fabien Pinckaers beschouwt dat niet als een rem op de ontwikkeling. «We hebben een team van zeven mensen die naar de behoeften en verwachtingen van de gebruikers luisteren. Dat is al een eerste indicatie om onze ontwikkeling op te richten. We verbeteren onze software voortdurend en introduceren daarnaast twee tot drie belangrijke doorbraken waardoor we stappen vooruit kunnen zetten. We hebben te maken met alle bedrijfsaspecten en er is nog enorm veel te doen, zelfs op die gebieden waar we de indruk hebben dat we alles al hebben bekeken.» 

Salariscalculator

Odoo, dat opviel door spectaculaire fondsenwervingen (4 miljoen dollar in 2010 en 10,4 miljoen in 2014), kan tegenwoordig op eigen vermogen draaien, maar zorgt ervoor dat het gericht investeert en zorgvuldig zijn doelen uitkiest. Dat gebeurt door de toegevoegde waarde van het product – kwaliteit, ergonomie en doeltreffendheid – te versterken, ook al gaat dit ten koste van de marketing.

Deze benadering is uiteraard terug te zien in het wervingsbeleid. Onder de circa tweehonderd mensen die dit jaar in België bij het bedrijf worden aangenomen, bevinden zich 120 ontwikkelaars. Aangezien de UCL er nauwelijks enkele tientallen en de Université de Namur nog iets minder aflevert, gaat het om een ambitieuze doelstelling. Om die te halen, rekent het bedrijf op vijf fulltime recruiters, die een rondgang langs de universiteiten maken en in bedrijven op jacht gaan om met interessante kandidaten terug te komen.

Odoo is niet alleen vernieuwend qua producten, maar ook op het gebied van management en personeelszaken. De aanwezigheid van een salariscalculator op de site heeft veel kandidaten aangetrokken. Met enkele muisklikken kunnen ze hun salarispakket berekenen door te spelen met de aanpassingsvariabelen: verlofdagen, vervoer, auto van de zaak en bijdrage in de internetkosten. Daarna kunnen alle sollicitatie-gesprekken in drie uur worden afgerond. Hieruit blijkt dat Odoo niet alleen met zijn software uitblinkt in transparantie en snelheid.

Afgezien van zijn economische resultaten en technologische innovaties heeft elk bedrijf altijd een moment waarop de legende begon. Voor Odoo was dat niet in een garage in Waals-Brabant, maar in een feestzaal van de UCL, waar Fabien Pinckaers een programma ontwikkelde om de stroom bierfusten optimaal en rationeel te beheren. De jonge directeur kan nu al met tevredenheid terugkijken op de weg die hij heeft afgelegd. Op dertienjarige leeftijd ontwikkelde hij zijn eerste professionele programma, maar daar heeft hij tegenwoordig niet veel tijd meer voor. Dat is de keerzijde van het succes. «Het ontwikkelen is vaak veel leuker en intellectueel stimulerender dan het managen, maar het is ook heel belangrijk om de koers en identiteit van Odoo te bewaken.»

Waar ziet Fabien zijn bedrijf over vijf of zes jaar ? «Ik ben altijd heel slecht geweest in voorspellingen», zegt hij lachend. «Het enige wat ik weet, is dat we over een jaar of tien een consolidatie in de markt voor managementsoftware kunnen verwachten, net zoals we dat bij de computers hebben gezien. Er blijven dan nog maar drie of vier spelers over. En Odoo zal er daar één van zijn.»

De kracht van Odoo is dat het kan rekenen op een netwerk van dienstverlenende bedrijven over de hele wereld.

 

Odoo S.A. 
Chaussée de Namur 40
B-1367 Grand-Rosière
+32 81 81 37 00

www.odoo.com
 

 

  • /

Als geliefde kinderen van Waals-Brabant kraken de Girls in Hawaii al meer dan 15 jaar de Belgische radio. In september jongstleden brachten ze «Nocturne», hun 4e opus, nog altijd even zweverig, maar met meer synthetische en elektro-accenten. Na het doorkruisen van Frankrijk en België zal de groep deze zomer optreden in Dour, tijdens de Francofolies, in Ronquières…

 

 

De dromerige Belgische pop-rockgroep die zeven jaar vroeger in Eigenbrakel ontstond, prijkte in september 2008 bovenaan op de affiche van de tweede editie van WAW Magazine en heeft sindsdien heel wat weg afgelegd. Indertijd bracht de groep “Plan your escape”, zijn tweede album na het veelbelovende “From here to there”, waarmee het zijn debuut op de Belgische scene maakte. “Everest” volgde in 2013, een soort renaissance na de brutale schok die werd veroorzaakt door het verdwijnen van Denis Wielemans, de drummer van de groep, die in 2010 omkwam in een verkeersongeval. In september jongstleden ontstond: “Nocturne”, een album dat door de groep van zes was opgevat als een “nacht”-album. Het nog steeds even melancholische en etherische werk heeft ditmaal meer nadrukkelijke en deskundig gedistilleerde elektrotoetsen. Je herkent daarin de stijl van de Girls in Hawaii, maar met een twist. We hadden een gesprek met Lionel Vancauwenberghe, zanger, gitarist en een van de denkers van de band die een van de parels van de Belgische rock is geworden. 

Hoe kijkt u terug op het afgelopen decennium ? 

Lionel: Die tien jaar waren in alle opzichten onverwacht, zowel ten goede als ten kwade. We verloren Denis, een onbeschrijflijk menselijk verlies. Dat heeft de groep veranderd, muzikaal en in zijn werkwijze. Dat zette een koers voor ons uit. In een band zoals de onze heeft elk element zijn belang. Er werd een nieuw evenwicht gevonden. Juist voor de dood van Denis, had Christophe besloten ons te verlaten. Dat is steeds een breuk. We moesten ons opnieuw uitvinden. Een groep is altijd het product van een onverklaarbare en onherhaalbare alchemie. Er waren ook verscheidene platen. De jongste daarvan, «Nocturne», leidde ons naar een akoestische tournee, een van de mooiste. Op persoonlijk vlak zijn we vader geworden, wat ook een avontuur is. Natuurlijk zijn we veranderd, maar misschien minder dan we denken. 

Hoe werd «Nocturn» ontvangen ?

Je kunt vandaag moeilijk het effect van een release beoordelen. Ik denk dat sommigen verrast waren door de koudere, meer elektro-kant ervan. We wilden de volmaakte en synthetische kant benadrukken – een beetje artificieel. We waren er supertevreden over. Op het podium is het een goed live-album. Het brengt ons iets anders, iets meer elektrisch. Daardoor konden we ons palet verruimen. Op commercieel vlak bleef onze verkoop tamelijk constant. Wij hebben nooit grote schommelingen gekend.  

Is jullie werkwijze veranderd sinds jullie zorgeloze debuut ? 

Geleidelijk leerden we onze energie beter te gebruiken. Een kwestie van ervaring. We worden ook beter omringd. Ik zou niet meer kunnen schrijven zoals vroeger, en we zouden ook geen plaat meer kunnen maken gelijk toen, op zulk een intense wijze. Dat was chaotisch. We konden zes nachten na elkaar in de studio blijven, bier drinken en discussiëren. Het had iets van knutselwerk. Wat we verloren aan frisheid en kwetsbaarheid, wonnen we aan efficiëntie.  

Bleef  uw professionele omgeving dezelfde ? 

In de muzieksector verandert alles heel vlug. Dat geldt vooral voor Frankrijk, het land waar we het meeste succes hebben. Om de twee jaar verandert het team van een label volledig. Wij hebben het geluk dat we een zekere stabiliteit rondom ons konden behouden. Pierre Van Braekel, onze manager, is al vanaf het begin bij ons. Hij weet waar we vandaan komen en helpt ons te weten waar we naartoe gaan. Dat is een ijkpunt. Girls in Hawaii ontstond als een familietje en we zijn dat gebleven. 62 TV Records, ons eerste label, bestond uit tien personen. Door haar vluchtige en onmiddellijke kant is muziek niet gemaakt om te blijven. Groepen die lang bestaan, vallen buiten het normale. In de Belgische golf van tien of vijftien jaar geleden verdwenen er veel groepen die samen met ons ontstonden. Loopbanen zijn dikwijls kort, zeker vandaag.     

« We verloren Denis, een onbeschrijflijk menselijk verlies. Dat heeft de groep veranderd, muzikaal en in zijn werkwijze. Dat zette een koers voor ons uit. In een band zoals de onze heeft elk element zijn belang.»

Hoe verklaart u deze lange levensduur in een sector die steeds op nieuwigheden uit is ?

Antoine (Wielemans, nvdr) en ik schreven altijd samen. Dat verkleinde de hoeveelheid werk maar verdubbelde de creativiteit en de ideeën. Tijdens het eerste deel van de geschiedenis van de band schreef ik meer. Nu is er meer evenwicht. Er zijn fasen. In de 15 jaar dat we bestaan, hebben we slechts vier albums uitgebracht. Daardoor geraakten we zelf niet buiten adem en begonnen we het publiek niet te vervelen. We hebben een trouw publiek in Frankrijk, Zwitserland en België. Sommigen volgen ons al vanaf de eerste plaat. Ze zijn met ons opgegroeid. «From here to there» had een ietwat onverklaarbare generatiegebonden en nostalgische kant. Vandaag roept dat herinneringen op bij hen.

Deze zomer treedt Girls in Hawaii op tijdens verscheidene festivals. Is dat een andere ervaring dan een klassiek concert? Hoe bereidt de groep zich daarop voor ?

Festivalpubliek is een beetje anders. Festivalgangers komen naar veel verschillende groepen kijken. Sommigen landen per toeval voor het podium. Van de 50.000 personen zijn er soms maar 1.000 die ons kennen. Er heerst geen speciale verwachting en ook geen druk, maar je moet er wel voor zorgen dat ze blijven. Dat is een opwindende uitdaging. Het optreden is tweemaal korter. Als toeschouwer is dat voor mij de ideale lengte. Dat dwingt ons ertoe meer geconcentreerde, sterkere en brutalere nummers te spelen om er onmiddellijk de spanning in te brengen en ook te houden. We hebben het voordeel dat we al dikwijls hebben gespeeld. De data voor deze zomer liggen in de lijn van onze huidige tournee. We zullen voor de 4e keer optreden op de Francofolies. Dat blijft voor ons een zeer intens moment, een leuke ontmoeting. De geest van de avond is altijd verrassend.  

Wat is uw beste concertherinnering ?

Onze eerste keer in Dour blijft een beetje magisch. Om 10u30 traden we op het grote podium op, zes maanden na het uitbrengen van onze vijf titels. Het veld lag vol blikjes en wrakken. De meesten sliepen nog, maar onze families waren er en de vakmensen ook. Het was ongelooflijk, we stonden te trillen op onze benen... Een andere sterke herinnering is een concert dat we in 2009 gaven op het Paleizenplein in Brussel, tijdens het Irisfeest. We hadden onverwachts de groep Aaron moeten vervangen en er waren 65.000 toehoorders, dat was geweldig! Als toeschouwer ga ik heel graag naar kleine groepen kijken. Ze zijn dikwijls ontroerend fris en naïef. Ze kennen dikwijls momenten van onzekerheid. Ik vind dat superprachtig. Een groep met ervaring onderbreekt zichzelf nooit en weet hoe hij weer moet opveren. Hij verliest iets van zijn aanvankelijke gekte, van zijn ruwe energie.  

Welke groepen volgt u momenteel op ?

Ik luister dikwijls naar Mortalcombat, een Franse groep die naïeve pop brengt. Hij doet ons een beetje denken aan de jaren 1980 van Jacno. Ons nummer «Indifference» was er trouwens door geïnspireerd, meer bepaald tijdens zijn oranje periode. Naar andere groepen gaan kijken blijft leuk, ook al doe ik dat minder dan toen ik 25 jaar was. Ik bracht mijn tijd door in de Rotondes van de Botanique en in de AB. En ook op festivals.  

Wat gaat u deze zomer zoals doen, afgezien van de festivals ? 

We gaan vooral trachten uit te rusten! Met een veertigtal concerten is het jaar 2018 al heel druk geweest. We zijn een tamelijk ambachtelijke groep. Aangezien we veel intern doen en we er allemaal sterk bij betrokken zijn, hebben we altijd activiteiten in het vooruitzicht. Dat is ons leven... Bovendien gaat mijn vriendin bevallen : dat is niet niks voor mij !  

Girls in Hawaii ontstond en groeide op in Waals-Brabant. Bent u nog verankerd in die regio ? 

Zelf ben ik geboren in Waterloo. Hoewel ik niet meer in Waals-Brabant woon, staat die streek toch voor mijn kindertijd, mijn ouders, mijn familie. Ze is mijn speeltuin. Wanneer ik aan het componeren ben, komen veel beelden daar vandaan. Toen ik jonger was, ging ik dikwijls fietsen en componeerde ik graag in de natuur. Ik werd meer bepaald geïnspireerd door de Chemin des Cochons, in Waterloo. Ik kwam op een liedje, ik schreef de tekst en dan rende ik naar mijn auto om ze op te nemen. Ik deed hetzelfde in het Hallerbos. We hebben ook sterke banden behouden met het Cultureel Centrum van Eigenbrakel, waar ik al met mijn eerste band kwam en waar we onze eerste concerten hebben gegeven. We bereiden altijd onze verblijven daar voor en tijdens elke uitstap geven we er een privéconcert voor onze kring. We keren ernaar terug om de plek te ondersteunen. Dat is belangrijk voor ons.  

Waar gaat u naartoe wanneer uw Brusselse vrienden op bezoek komen ? 

Ik breng ze graag naar het kasteel van Terhulpen, een heel chique plaats, maar ook een beetje onconventioneel en excentriek of zelfs surrealistisch.  

Zomertournee

Na op 1 mei in het kader van de Aralunaires een concert te hebben gegeven in Aarlen, zal Girls in Hawaii in juni een goed gevuld festivalseizoen aanvatten. De band treedt op drie belangrijke data in België op : 

15/07 : Dour Festival
19/07 : Francofolies de Spa
05/08 : Ronquières Festival
  • /

"Ik heb mijn eigen wereld gecreërd, mijn eigen bolwerk om me op mijn creaties te kunnen storten, mijn huis is mijn laboratorium."

Dat instinct kwam al in zijn kindertijd te boven. “Ik hield van de geur en het gevoel van de stukjes satijn die mijn moeder op mijn teddyberen naaide. Rond mijn negende was ik in de ban van kastelen en sierlijk geklede dames. In mijn zoektocht op zolder stuitte ik op kleren en foto’s van mijn overgrootmoeder Léonie, een bijzonder elegante vrouw.” Ook op school zat hij elders met zijn gedachten. In zijn rapporten staat vaak te lezen dat “Bernard zit te dromen”. Gelukkig leert hij in een zeven jaar durende opleiding voor knippen, naaien en kleding aan het Institut de la Providence in Waver het virus koesteren dat al sinds zijn prille adolescentie in hem sluimert zodat hij zich helemaal kan toeleggen op zijn passie. In zijn schriften creëert hij al zijn eigen haute-couturecollecties. Tijdens zijn laatste jaar organiseert hij een modeshow en vindt hij een stijl tussen mystiek en soberheid en zijn muze ‘Sissi’, keizerin Elisabeth van Oostenrijk. En dan? Omdat hij zich niet in een vorm wil laten persen door een academie, trekt Bernard Depoorter met zijn schetsboeken naar Parijs, vastbesloten om aan alle deuren aan te kloppen. En het geluk lacht hem toe… of misschien is het gewoon zijn lef dat de deur voor hem opent. Na een tijdje te hebben gewerkt als assistent in de haute-couturestudio van Dominique Sirop belandt hij bij Stéphane Rolland van modehuis Jean-Louis Scherrer. Daarna volgt hij een stage in borduurwerk en prêt-à-porter bij Stella Cadent. Op zijn weg ontmoet hij prinses Anna van Bourbon-Beide Siciliën die hem voorstelt om haar naam te verbinden aan zijn eerste defi lé in Parijs. Bernard Depoorter bouwt een groot - en nuttig - netwerk uit van relaties in de wereld van de bekendheden en de aristocratie. Intussen doet hij ervaring op en ontwikkelt hij zijn kritische geest. “De wereld van de haute couture heeft een magische kant met zijn enorme podia en zijn schitterende decors… Het is heel bijzonder om te kunnen binnenstappen in het atelier van Lesage, de planken te horen kraken en die miljoenen parels en lovertjes te zien die daar liggen te wachten om gebruikt te worden. Maar het is ook een heel gesloten en individualistische wereld waar het moeilijk is om een plaatsje in de zon te bemachtigen. Een groot modehuis ontvangt dagelijks tussen 300 en 1000 cv’s!”  

Mijn wortels liggen in Waver

Na vier jaar bij de crème van de Parijse modewereld te hebben doorgebracht, keert Bernard Depoorter terug naar huis met een rijke ervaring. Zijn wortels liggen in Waver, in het grote landgoed dat al generaties lang in handen van zijn familie is. Het was achtereenvolgens een begijnhof, een stadsboerderij van de nonnen van het karmelietenklooster en een hotel. Ten slotte was het bedrijf Charlier-Niset er gevestigd: een soort grot van Ali Baba waar je terecht kon voor ansichtkaarten, servies, linnengoed en houten speelgoed. De ongebruikte gebouwen bieden plaats aan de zware rollen met stoffen, de traditionele naaimachines (met een ongeëvenaarde precisie) en de oude hoedenvormen die de jonge stylist bij antiquairs op de kop tikt. De hele familie zet zich in voor het kleine bedrijfje met vader die de geldzaken regelt, moeder die de public relations verzorgt, de oudere zus die de defi lés organiseert en de jongere zus achter de camera. Zelfs oude nichten komen lovertjes op de jurken naaien… “Ik hou van Parijs, dat me de droom, het zelfvertrouwen en de wil heeft gegeven; ik heb er de zeer gesloten wereld van de haute couture ontdekt en de extravagante luxueuze leefwereld van de klanten. In Waver heb ik mijn eigen wereld gecreëerd, mijn eigen bolwerk om me op mijn creaties te kunnen storten. Mijn huis in de Rue du Béguinage is mijn laboratorium.”  

Mengeling van tijdperken, culturen en beschavingen

In zijn ‘laboratorium’ creëert de jonge modeontwerper – die nooit om ideeën verlegen zit – een klassieke stijl met een sobere, stijlvolle snit en een vleugje raffiement. Zijn creaties belanden wel 1000 keer weer op zijn werktafel. Zijn modellen zijn vrouwen met een koninklijke houding, fragiel, sober, een beetje mystiek, met een ingesnoerd middel en eindeloos lange benen. Hij kiest zijn kleurenpalet zorgvuldig uit oude, nevelige, subtiele en rijke tinten: paars, grijsgroen, olijfgroen, geoxideerd zilver, honing, brons, cognac, kastanjeglans… en zwart, zijn lievelingskleur. Natuurlijke stoffen – satijn, zijdefluweel, mousseline, brokaat, wol, Brugse kant… – worden gecombineerd met kristal, haaienleer, Corduaans leer, parels en passement. De jonge stylist mengt culturen, religies, tijdperken en beschavingen. Hij haalt zijn inspiratie uit uniformen – van militairen en dienstmeisjes – maar ook uit antieke beschavingen, charlestonjurken, art nouveau, art deco, de glamour van de Hollywoodsterren van de jaren 30, de sobere snit van de Hitchcock- actrices uit de jaren 50… Hij koestert het mysterieuze en maakt rijkelijk gebruik van symbolen: kruisen, rozen, tulpen, amuletten… “Ik vind mijn inspiratie overal en op elk moment van de dag, zowel overdag als ‘s nachts: een vrouw die op straat wandelt, het smeedwerk van een balkon, een tegelvloer, een sierlijst, de sensualiteit van een stof, de weerspiegeling in een glas water, films (‘The Piano’, ‘La banquière’), muziek, reizen, vlinders, oude foto’s… Ik stel mijn eigen rariteitenkabinet samen, ik verzamel kunstboeken, ik zie schoonheid in lelijkheid zoals de subtiele kleuren van een rotte appel. Alles kan het begin van een collectie betekenen.” 

Combinatie van haute couture, erfgoed en ambachtskunst

Hij showt zijn collecties in defi lés die vaak op schitterende locaties worden gehouden: in het kasteel van Chimay, met de steun van prinses Elisabeth de Riquet, zijn ‘Belgische meter’, in het kasteel van Terhulpen… Op die manier combineert hij haute couture en erfgoed. En regelmatig laat hij zich vergezellen door kunstenaars of ambachtslieden. “Haute couture is ook mecenaat. Ambachten en ambachtslieden die aan het verdwijnen zijn, moeten geherwaardeerd worden. Het is onmogelijk om in België bijvoorbeeld nog iemand te vinden die veren versieringen kan maken of leer op een ambachtelijke manier kan bewerken.” In het buitenland zijn Londen, Deauville, Monaco, Genève en Rome enkele van de steden waar Bernard Depoorter zijn collecties voorstelde. Er staan ook al andere projecten op stapel, zoals een defilé onder de koepel van het Domaine Hélécine in het kader van de tweede editie van ‘Créations en Brabant wallon’ op 25 oktober. De Waverse ontwerper zal er acht jurken uit zijn nieuwe haute-couturecollectie voor het eerst voor-stellen. In 2009 staat een defi lé voor haute couture en prêt-à-porter in Brussel op het programma (met de steun van een lid van de koninklijke familie) en een in Parijs, gesteund door prinses Anne van Bourbon-Beide Siciliën, en ten slotte een in Milaan. Voorts zijn er privédefi lés in het kader van grote evenementen. “Ik ga touren, een beetje zoals zangers.”  

Visitekaartje

Bernard Depoortere brengt ook een semicouturecollectie uit, ‘van Brussel tot Parijs’, en een prêt-à-portercollectie, ‘Depoorter Prestige’, die in Europa wordt gemaakt en die zal worden verkocht in Parijs, Milaan, misschien vooraf in Waver, en in Antwerpen, Luxemburg, Monaco en Genève. “Haute couture is een visitekaartje, ze geeft de ontwerper en andere vaklieden (bijvoorbeeld een antiquair die een element van het decor leent) de kans om naam te maken maar brengt niet op. Het duurt tien jaar om de kosten te dekken en een clientèle op te bouwen. Haute couture en prêt-à-porter vullen elkaar dan ook aan. In mijn prêt-à-portercollectie komen alle elementen uit mijn werk terug, maar tegen een betaalbare prijs en in klassiekere varianten. Ik wil dat elke vrouw met beperkte financiële middelen zich elegant kan kleden. Eigenlijk maak ik dromen waar.” Met zijn 27 jaar koestert Bernard Depoorter nog een andere droom: de oude familiewoning, waar hij zijn atelier, zijn woonruimte en zijn ontvangstzaal heeft ondergebracht, in haar vroegere luister herstellen. Onder de betontegels van de binnenplaats liggen nog stenen uit de 18de eeuw en de keuken, die uit het einde van de 19de eeuw dateert, is de laatste tegelkeuken van Waver. De ontwerper zou er graag een ‘klein luxecentrum’ inrichten met een showroom voor prêt-à-porter, een decoratielijn en een haute-coutureatelier. “Het is mijn droom om ambachtslieden de oude pleisteren plafonds opnieuw te laten maken. Ik zou er regelmatig mijn deur openzetten en er handelaars en andere kunstenaars en vakmensen samenbrengen. Zoals een beeldhouwster die dat doet met het huis Cremers, de oudste kaarsenmaker in België. Mensen met talent samenbrengen tijdens evenementen om hen de kans te geven bekend te worden en elkaar te ontmoeten.”

 

Zero emission of mobiliteit? Binnenkort hoeft u niet meer te kiezen. Pioniers ontwikkelen een netwerk van oplaadstations voor elektrische auto’s en verhuren gedeelde auto’s en fietsen. De verandering is bezig.

De beginsituatie? Een bedrijvenpark dat net te ver van het centrum van Louvain-la-Neuve ligt om er tussen de middag te voet of met de fiets heen te kunnen gaan. Zeker wie in driedelig pak gestoken uit werken gaat, heeft geen zin om bezweet aan de middag te beginnen. Het eerste idee? Gedeelde elektrische fietsen ter beschikking stellen van het ‘corporate’ publiek, zodat het snel naar het centrum zou kunnen fietsen en zonder inspanning naar het Axis Parc in Mont-Saint-Guibert zou kunnen terugkomen. Het concept? Het aanbod van elektrische fietsen uitbreiden met gedeelde auto’s en een netwerk van elektrische oplaadstations uitbouwen. ‘Het idee is gegroeid door te kijken en te luisteren naar de werknemers van het Parc, waarvoor ik overigens de commerciële ontwikkeling voor mijn rekening neem’, zegt Charles Caprasse, medeoprichter van Ze-Mo. ‘Er is een toenemende vraag naar korte, snelle, gemakkelijke, goedkope en milieuvriendelijke verplaatsingen.’ Maar ook al denken de constructeurs (1) steeds vaker aan de ontwikkeling van alternatieven voor de verbrandingsmotor, toch moeten we toegeven dat het netwerk van ‘elektrische pomphouders’ nog in zijn kinderschoenen staat. ‘Het is slechts een kwestie van tijd’, gaat Charles Caprasse verder. ‘We hebben de opdracht in de wacht gesleept voor de uitrusting van de gemeenten Mettet, Andenne, Rumes, Viroinval en Oheye. We hebben een zekere geestdrift opgemerkt bij het Ideta (2) dat aandeelhouder wordt. Op termijn zullen ook andere intercommunales om de tafel gaan zitten.’ Pierre Vanderdonck, medeoprichter van Ze-Mo en gedelegeerd bestuurder van Steel nv, voegt daaraan toe: ‘Momenteel is er een plan om ongeveer zestig palen te plaatsen voor zo’n veertig gemeenten. Begin volgend jaar zouden de contracten getekend moeten worden… wanneer de nieuwe gemeenteraden worden geïnstalleerd. Zo gaat dat nu eenmaal met verkiezingen. Ons ‘business model’ ligt overigens vast voor vijf jaar. Maar alleen de werkelijkheid van de cijfers zal ons zeggen of onze droom juist was.’ Voor de realisatie van deze doelstelling om in een dekkend netwerk van elektrische oplaadpunten te voorzien, ging Ze-Mo een partnership aan met het voor 90% door de Vla amse overheid gesubsidieerde BlueCorner dat ernaar streeft een homogeen netwerk van ongeveer 200 laadpalen op te zetten. ‘Liever dan een dorp zoals dat van Asterix te blijven, hebben we met BlueCorner een omvattender project opgezet, zodat de voor onze neus wordt weggekaapt. Aangezien de markt niet met een opgedeeld België bezig is, moesten wij het breder zien. Daarom hebben we opnieuw over het concept nagedacht en hebben we aan de AIE G voorgesteld mee te werken aan de ontwikkeling van laadpalen met uitgebreidere toepassingen. Doel is ons net per gemeente te ontwikkelen via het gemeenteplein, sportcentra, culturele centra, bedrijventerreinen, enz.’ 

Hoe werkt het?

De procedure is zowel voor fietsen als voor auto’s heel eenvoudig. Zoals bij het huren van een gedeelde auto bij Cambio (zie elders) of ‘bij onze partner Avis die onze emissievrije auto’s verhuurt, zal het gebruik worden gefactureerd op basis van de geplande gebruiksduur of het oplaadvermogen (met het abonnement ‘Business’ kan overigens ook gebruik worden gemaakt van het net E-Laad in Nederland en Ladenetz in Duitsland)’, licht Charles Caprasse toe. Maar hoewel de prestaties van elektrische auto’s steeds meer die van hun voorgangers op benzine evenaren – zelfs met hogere koppels en acceleratievermogen –blijft de autonomie een cruciaal probleem. ‘Momenteel kunnen met een standaard elektrische auto afstanden van maximaal 250 km worden afgelegd. We moeten dus zowel ons gedrag als onze infrastructuur aan die beperking aanpassen. Er moet worden gewerkt aan de installatie van laadpalen over het hele grondgebied. Maar we moeten nog verder kijken en samenwerken met onze buren zoals Nederland en Duitsland. Het idee is om op termijn op Europees niveau een volledig distributienetwerk te ontwikkelen dat zal werken zoals de roaming die we kennen van de mobiele telefonie.’ Met het abonnement is het nu reeds mogelijk gebruik te maken van het net E-Laad in Nederland en Ladenetz in Duitsland. Ook voor de steden is het principe eenvoudig. De gemeente stelt een plaats ter beschikking waar de operator oplaadpalen mag installeren. Om voor de hand liggende redenen van onderhoud en technologische updates blijven de palen eigendom van Ze-Mo. Deze verwisselbare palen kunnen ter beschikking worden gesteld van zowel personeel als publiek, met een chip die vergelijkbaar is met de chip in een bankkaart. 

Uitgebreide dienstverlening

Ze-Mo wil een aantal samenhangende diensten aanbieden. Het verhuren van elektrische auto’s en fietsen, evenals het opladen aan oplaadpunten op maximaal 63 ampère (met de 16 ampère thuis kan onvoldoende snel worden opgeladen). ‘Maar we willen ook beveiligde ruimten aanbieden waar de auto’s veilig kunnen worden gestald. En voor potentiële kopers ontwikkelen we ook een systeem voor de tijdelijke huur van auto’s, zodat ze met kennis van zaken een keuze kunnen maken. Het gebruik dat van dergelijke voertuigen wordt gemaakt, is immers verschillend. Het gekozen model moet dan ook goed afgestemd zijn op de behoeften van de koper, vooral in het geval van een wagenpark.’ 

En morgen?

Het is duidelijk dat door de stijgende brandstofprijzen (hoofdzakelijk aardolieproducten) en de toenemende congestie van het verkeer de mobiliteitsvraag verandert. Het aanbod zal zich dus moeten aanpassen. Maar was is oorzaak en wat is gevolg? Een ding is zeker, de auto zal niet verdwijnen, maar wel veranderen wat vorm en gebruik betreft. Indien de elektrische auto met zijn ‘zero emission’ zijn impact aanzienlijk kan verminderen, dan is dat waarschijnlijk een oplossing voor de toekomst waarmee rekening moet worden gehouden. Of het nu alleen voor korte verplaatsingen dan wel in een intermodaal concept voor lange afstanden zal zijn. We houden u in elk geval op de hoogte… ■   

 

Ze-Mo scrl, in het kort

Ze-Mo scrl begon met een startkapitaal van € 20.000 en heeft vier bestuurders van het eerste uur. In juli werd een kapitaalverhoging van € 160.000 doorgevoerd en vandaag heeft de vennootschap een kapitaal van bijna € 800.000 met de nieuwe aandeelhouders:

• Pierre Vanderdonck, Gedelegeerd bestuurder van Steel nv

• Charles Caprasse, Wimesh, onderneming bedrijvig op het gebied van draadloze netwerken

• Jean-Paul Gaspard, Werkzaam op het gebied van industriële elektrische installaties

• Guy Geleuze, Algemeen directeur van AIE G, de ‘association intercommunale d’étude et d’exploitation d’électricité et de gaz’ voor de provincie Namen

 

Cambio, eerste operator van de verandering

Cambio is een dienst voor autodelen die in België werd gelanceerd door Optimobil Belgium in 2000, zegt directeur Frederic Van Malleghem. De eerste inschrijvingen en verhuur gebeurden in Wallonië tijdens de Week van de Mobiliteit in september 2002. In 2003 volgde Brussel en in 2004 Vlaanderen. Cambio bevindt zich hoofdzakelijk in grote en middelgrote stedelijke centra en heeft niet zozeer bedrijvenparken als doelgroep. Het concept is ook gebaseerd op variabele kosten, wat betekent dat u een auto reserveert als u er een nodig hebt en slechts voor uw gebruik betaalt. Het is niet langer nodig een auto te kopen. Als u weet dat de productie van een auto 70% van de ecologische voetafdruk uitmaakt (onder andere door het gebruik van 150.000 liter water per eenheid!) en dat een Cambio gemiddeld 10 auto’s vervangt, is het ecologische voordeel van gedeelde auto’s dus ongelofelijk groot.De feiten tonen aan dat veel nog actieve gebruikers hun tweede wagen opgeven en een Cambio-abonnement nemen. We zien ook dat sommigen hun enige wagen inruilen voor een Cambio-abonnement. Een omwenteling op gebied van mobiliteit. Maar wat met de elektrische mobiliteit? Enkele jaren geleden heeft Cambio een uitgebreide enquete ingesteld bij zijn klanten naar alternatieve voertuigen. LPG, waterstof, elektriciteit. Vandaag loopt er in Gent een concreet proefproject met elektrische autos. Volgens Frederic Van Malleghem is de vaststelling dat de mentaliteit nog niet rijp is voor elektrisch rijden. Om die reden zijn initiatieven zoals dat van Ze-Mo interessant, gaat de directeur van Cambio verder. Deze investeerders zijn ernstige ondernemers en ze komen met nieuwe ideeën en een nieuwe visie. Aangezien ze zich hoofdzakelijk op bedrijvenparken richten is hun aanbod eerder aanvullend dan concurrerend.Op een rijpe markt zoals de onze kunnen we ons natuurlijk wel voorstellen dat ze op een dag in dezelfde vijver zullen vissen, maar het zou stom zijn om alleen voor de confrontatie te gaan, aldus Pierre Vanderdonck. Ons land is te klein en de vraag te beperkt om vijanden te zijn.Terwijl Cambio en Ze-Mo hun eigen kenmerken hebben, middelgrote en grote stedelijke centra en carsharing van hoofdzakelijk benzine- en dieselwagens voor de ene, bedrijvenparken en elektrische autos en fietsen voor de andere, zal de consument daarentegen kunnen kiezen voor een mix van beide. De twee vennootschappen hebben overigens dezelfde concurrent: het blijvende verlangen van de burger om een eigen auto te hebben. Hadden we het niet over een mentaliteitsverandering?

 www.cambio.be

Your opinion counts