Waw magazine

Waw magazine

Menu
Image (62x44 OBLIGATOIRE !!): 
Image rose (taile : 62x44px OBLIGATOIRE): 
  • /

In de Griekse oudheid was de agora het openbare plein, dat bepalend was voor het leven in de stad.

De invulling die het Resort urbain Agora in Louvain-la-Neuve aan die bestemming en rol wil geven, gaat verder dan zijn naam suggereert.

Thibault Van Dieren, algemeen directeur van Eckelmans Immobilier, praat met ons over dit gedurfde project. 

 

Midden in het centrum van Louvain-la-Neuve is in september 2015 begonnen met een omvangrijk bouwproject. De fundamenten van het Resort urbain Agora zijn al gestort. Op de plek waar nu slechts een groot gat te zien is, verrijst op termijn, dat wil zeggen in 2018, het eerste geïntegreerde, stedelijke complex van België met hotelkamers en wooneenheden in de duurdere prijsklasse. Dit uitgesproken moderne en baanbrekende project op basis van een toegankelijk serviceaanbod is een initiatief van de groep Eckelmans Immobilier.

Aan de start van de werkzaamheden ging een lange projectontwikkeling in voorzichtige stappen vooraf. We gaan terug naar 2007. Eckelmans Immobilier, dat als specialist op het gebied van studentenhuisvesting bekend is met de situatie in Louvain-la-Neuve, stelt het universiteitsbestuur voor om een vernieuwend huisvestingsproject voor senioren te ontwikkelen. In de stad is er wel vraag maar vrijwel geen aanbod op dat gebied. Hoewel de Université Catholique de Louvain (UCL) interesse heeft, geeft ze alleen toestemming als tegelijkertijd een voordelig tweesterrenhotel wordt gebouwd voor klanten uit met name de universitaire wereld. Met andere woorden, comfortabele en praktische accommodatie voor haar onderzoekers en gasten, want ook die ontbreekt in het stadscentrum. 

 

©Eckelmans Immobilier
 
Opgescheept met een hotel

Projectontwikkelaar Eckelmans is geen hotelhouder, maar gaat toch akkoord. “We waren toen zo naïef om te denken dat we een totaalproject konden ontwikkelen. Daarin zouden we een hotel opnemen, dat we na de oplevering zouden verkopen”, legt Thibault Van Dieren uit. Nadat de eerste contacten met een aantal internationale hotelketens zijn gelegd, beseft Eckelmans Immobilier dat de hotelbranche niet meer in vastgoed investeert. Hotelbedrijven presenteren zich als managers, maar kopen geen gebouwen meer. “Dat was een tegenvaller voor ons. Wij zijn geen hotelhouders, dus wat konden we met een hotel? Naast het feit dat hotelbedrijven niet in vastgoed investeren, willen ze ook het personeel niet meer zelf in dienst nemen.” Daarmee dient zich het eerste probleem aan.

Het tweede probleem is de seniorenhuisvesting. Eckelmans Immobilier betreedt een markt waarmee men weinig bekend is. In het begin overweegt de projectontwikkelaar om een centrum te bouwen dat medische diensten levert, maar dat concept bestaat al in de regio en lijkt te veel op een traditioneel bejaardencentrum. “Zodra het om medische zorg gaat, gelden bovendien strenge wettelijke eisen en dat was niet wat we in gedachten hadden. We wilden een klantenkring van actieve senioren bereiken. De achterliggende gedachte was om een modern centrum voor zelfstandige senioren te bouwen, die van dagelijkse voorzieningen en diensten gebruik zouden maken.”

Het derde probleem is dat de UCL besluit om een jeugdherberg in de stad te vestigen. Dit nieuwe gegeven brengt het project opnieuw aan het wankelen. “Voor ons was het uitgesloten om door te gaan met een tweesterrenhotel. Jeugdherbergen zijn niet meer zoals vroeger, want tegenwoordig bieden ze leuke en goede accommodatie. Maar twee aanbieders van vergelijkbare accommodatie, dat is dodelijk in een stadje als Louvain-la-Neuve.” Om de bij voorbaat verloren concurrentiestrijd te vermijden, voegt Eckelmans Immobilier extra sterren aan zijn toekomstige hotelcomplex toe. De vastgoedgroep richt zich bovendien meer op zakelijke klanten, die talrijk zijn door de aanwezigheid van bedrijventerreinen en onderzoekscentra in de universiteitsstad en het nabijgelegen Waver. Drie problemen en drie vragen, die Eckelmans in een kans en een creatief voordeel ombuigt. 

 ©Eckelmans Immobilier

 
Uitbreiding van het voetgangersgebied 

Terug naar het universiteitsbestuur van Louvain-la- Neuve. Eckelmans Immobilier stemt in met de voorafgaande voorwaarde om een terrein te verkrijgen (het bouwen van een hotel naast seniorenhuisvesting) als dat voldoende uitgestrekt is om een ambitieus en rendabel vastgoedproject te ontwikkelen. De UCL is de projectontwikkelaar gunstig gezind en kent hem een terrein van 30.000 m2 tussen het meer, de Aula Magna en de Grand-Place toe, daar waar de betonplaat nog niet af is. Het hele voetgangersgebied in het centrum van Louvainla- Neuve bevindt zich namelijk op een plaat met parkeergarages eronder, die via liften toegankelijk zijn. De verlenging van die plaat staat al heel lang gepland en wachtte als het ware op een project als dit. Nu de plaats en de omvang van het project vastliggen, tekent zich het idee van een ‘urban resort’ af. Een originele vorm van onderdak, bestaande uit een tweeledige hotelstructuur (drie en vier sterren) en een groter wooncomplex (traditionele en seniorenappartementen) met een gemeenschappelijk serviceaanbod.

 

Belgisch en bekwaam 

“Als vastgoedbedrijf in Louvain-la-Neuve beseften we dat er een mogelijkheid was om verblijfsaccommodatie voor middellange en lange duur te ontwikkelen en dat in Waals-Brabant bijna geen professioneel aanbod op dit gebied bestond. In 2011 hebben we een stuk of tien ingerichte flats opgeleverd, die voor periodes van vijftien dagen tot een jaar werden verhuurd”, vervolgt de algemeen directeur. Alle flats worden snel verhuurd en zitten altijd vol. Op basis daarvan wordt het aanbod van het hotelcomplex, dat oorspronkelijk uitging van één driesterrenhotel, uitgebreid met een viersterren-appartementenhotel. En het beheer van het hotelcomplex Martin’s Agora wordt toevertrouwd aan de Belgische groep Martin’s Hotels. “We bespeurden aan hun kant een oprechte interesse voor het project. John Martin, die sinds 2014 bij het project betrokken is, kent Louvain-la-Neuve zelf heel goed en wilde er altijd al een hotel openen, hoewel de gelegenheid zich nooit heeft voorgedaan. Net als wij is Martin’s Hotels een Belgisch familiebedrijf.” Ook voor hen is het belangrijk om een lokaal project te verdedigen waarvoor ze hun geloofwaardigheid op het spel zetten. “Wij waardeerden hun meegaandheid in de benadering van het project. We vroegen hun niet alleen om een hotel te runnen – dat is hun vak – maar ook om service te leveren. Martin’s Hotels was de enige hotelketen die ja zei.” Martin’s Agora wordt het eerste stedelijke hotelcomplex. “In de regio is er één hotel dat belangrijker is, namelijk Dolce La Hulpe, maar dat is geen stadshotel. Ons project heeft juist zo’n sterke positionering doordat het midden in de stad ligt” De exploitatie- en investeringsmaatschappij Agora Hospitality, die voor de gelegenheid is opgericht en door Thibault Van Dieren wordt geleid, zorgt voor de financiering van het hotel en zijn dienstverlening, terwijl het commerciële en operationele management aan Martin’s Hotels is toevertrouwd. 

 

Toegankelijk voor de stad 

Het creatieve proces nadert zijn einde. Na tien jaar van intens nadenken heeft Resort urbain Agora eindelijk gestalte gekregen: een multifunctioneel project, dat een hotel‑ en een wooncomplex omvat. Beide complexen profiteren van hoogwaardige diensten (inbegrepen in de servicekosten van de huurappartementen voor senioren of op afnamebasis voor de eigenaren van de koopappartementen), zoals een conciërgeservice, lobby, restaurant, wijnbar, City Spa en mobiliteitsaanbod.

Het project moet vooral ook voorkomen dat het resort een veilige muur om zijn bewoners vormt. Hoewel ze een tuin voor privégebruik hebben gepland, willen de ontwerpers dat de diensten toegankelijk zijn voor het grote publiek. “Vooral geen getto! In de eerste plaats om economische redenen. De service-infrastructuur en exploitatie kost veel geld, dat de huurders of hotelgasten niet alleen kunnen opbrengen. Het zou bovendien niet passen bij de mentaliteit van Louvain-la-Neuve!” Het is de bedoeling dat de dienstverlening van het resort zich ook op klanten van buiten richt. “Wij willen dat onze bewoners en gasten eten, sporten en zich ontspannen in het gezelschap van zakenmensen, studenten en toeristen”, voegt Thibault Van Dieren eraan toe. Eckelmans Immobilier neemt de verantwoordelijkheid op zich om generaties en functies bijeen te brengen. 

 ©Eckelmans Immobilier

Design en personalisering 

Een andere troef van het project is dat vanaf de eerste tekeningen wordt samengewerkt met de binnenhuisarchitecten van Kyo-Co. De seniorenappartementen (merendeels gekocht door investeerders en verhuurd door bemiddeling van Eckelmans Immobilier) hebben relatief hoge huurprijzen vanwege de geleverde service. De afwerking en kwaliteit van het interieur moeten dus zeer goed zijn. De appartementen met een oppervlakte van 60 tot 80 m2 grenzen aan een terras en zijn van tevoren ingericht, maar er is voor gezorgd dat de bejaarde huurders een plekje kunnen vinden voor persoonlijke meubels waar ze aan gehecht zijn. “Voor de koopappartementen (bewoning door de eigenaar) geldt het omgekeerde, want die zijn volledig personaliseerbaar.” 

 

www.agora-resort.net

www.eckelmans.net


 DUURZAME WIJKEN 

Het Resort urbain Agora past in het kader van het referentiesysteem ‘Duurzame wijken’ van het Waals Gewest. Dat is gebaseerd op vijf thema’s, waarvoor 25 criteria zijn opgesteld. Een wijk sluit aan bij de ontwikkelingsmethode voor een ‘duurzame wijk’ als aan minstens 20 van de 25 criteria van het referentiesysteem wordt voldaan. Daartoe behoren de voorwaarde ten aanzien van de ligging van de wijk (er moet worden voldaan aan minstens twee van de eerste drie criteria, te weten treinverbinding, bus-, tram- en metroverbinding en functionele gemengdheid) en de vijf criteria die als essentieel worden beschouwd (te weten dichtheid, gemeenschappelijke muren, groene ruimtes, verbindingen van de wijk en gemengdheid van de woningen).

www.wallonie.be


 HET PROJECT IN CIJFERS 
10

het vereiste aantal jaren om het project te bedenken en te ontwikkelen (van 2007 tot 2017).

 
200

het totale aantal banen dat direct en indirect ontstaat, eerst in de bouwfase (100) en daarna in de exploitatiefase (100), hoofdzakelijk via het hotelcomplex.

 
211

het aanbod van het hotelcomplex (driesterrenhotel met 108 kamers en viersterrenappartementenhotel met 103 kamers) 450.

 
450
het aantal nieuwe bewoners op het terrein (van wie een groot deel uit het zakenleven, dat momenteel weinig vertegenwoordigd is).
 
4000 € / m2

(vaste prijs exclusief btw): de verkoopprijs van de woon- en serviceappartementen (verhuur of bewoning). “Wij voelen ons prettig bij dat bedrag, want de gemiddelde verkoopprijs in Louvain-la-Neuve bedraagt € 3.850/m2 voor een verouderende woningvoorraad”, verduidelijkt Thibault Van Dieren.

 
100 %

55% van de serviceappartementen en 45% van de traditionele appartementen zijn al verkocht, terwijl de werkzaamheden net zijn begonnen.

 

GOED OM TE WETEN 

Een bijzonderheid in Louvain-la-Neuve is dat de universiteit alle terreinen in eigendom heeft. Ze verkoopt deze terreinen nooit, maar geeft ze in erfpacht (maximaal 99 jaar). Een fundamenteel gegeven, waaraan niemand kan ontkomen. De universiteit is heer en meester over alles wat er in de stad gebeurt en wanneer een terrein wordt afgestaan, moet daar een goede reden voor zijn. Om grond in erfpacht te krijgen, is toestemming van de universiteit onvermijdelijk. Het gevolg is dat Louvain-la-Neuve zich homogeen ontwikkelt, omdat de UCL een samenhangende stedenbouwkundige toekomstvisie heeft. Een voordeel voor de stad, maar een uitdaging voor projectontwikkelaars. 


BIO EXPRESS
1970 — Hij wordt geboren in Zaïre.
1993 — Hij behaalt een diploma aan de School of Management van de UCL. 
1994 — Hij begint te werken voor de groep Eckelmans Immobilier. 
2005 — Opstart van het project Agora. 
2015 — Thibault Van Dieren wordt algemeen directeur van de nv Agora Hospitality.

De vroegere abdij van Heylissem, met haar befaamde koepel, vormt de historische kern van een domein van 40 hectaren, dat een ambitieus programma voor de volgende decennia kreeg.

 

De mensen uit de streek noemen de abdij “het kasteel”. Met zijn symmetrische opbouw en zijn klassiek uitzicht lijkt het gebouw, dat het ereplein van het domein van Heylissem afsluit, immers meer op een adellijke woonst dan op de oorspronkelijke abdij. In de tweede helft van de 18de eeuw werd de abdij van Heylissem beschouwd als “de mooiste parel van de streek”, terwijl de norbertijnerkannuniken, die er al sinds de 12de eeuw verbleven, een van de machtigste en rijkste kloostergemeenschappen uit Haspengouw vormden. Het neoklassieke gebouw dat vanaf 1768 werd opgetrokken, was ontworpen door Laurent-Benoît Dewez, de toenmalige hoofdarchitect van de Oostenrijkse Nederlanden, die veel kerken en abdijen bouwde, waaronder het kasteel van Seneffe. Dé blikvanger is de centraal geplaatste oude abdijkerk met haar breed fronton van Gobertangesteen en haar majesteitelijke koepel. Aan weerszijden daarvan bevinden zich beide vleugels van de prelatuur met hun leistenen dak. Het vroegere klooster aan de achterzijde van het gebouw bestaat vandaag niet meer, maar het spoor van de bogen ervan is nog zichtbaar op de buitenmuren. Als gevolg van de Franse Revolutie, de religieuze vervolging en het Concordaat, konden de premonstratenzers niet lang profiteren van de macht die ze wilden verheerlijken.

Na het revolutionaire geweld werd de abdij ontwijd en omgevormd tot een kasteel dat van hand tot hand ging. Aan het einde van de 19de eeuw deed eigenaar Gustave van den Bossche, de latere baron van Heylissem, een beroep op Alphonse Balat om enkele verbouwingen aan zijn weelderige woonst uit te voeren. De beroemde architect, die de favoriet was van de toenmalige jetset, verhoogde de granaatvormige spitsboogkoepel en voegde er een door een balustrade afgesloten terras aan toe. Hij gaf de op de vijver uitziende zijgevel ook een neoklassieke stijl. In 1962 werd het kasteel, samen met de bijgebouwen en het park, aan de provincie Brabant verkocht.

Beide kasteelvleugels werden opnieuw ingericht in de jaren 1970-1990 en aan het begin van de jaren 2000, waarbij ze veel van hun binnendecoratie en inrichting verloren. Enkel de monumentale eiken trap uit de 18de eeuw en de versieringen die Balat had ontworpen voor de plaatsen op de benedenverdieping, zijn bewaard gebleven. De indrukwekkende koepel, die het koor van de vroegere abdijkerk vormde, heeft een haast duizelingwekkende hoogte van 40 m. Het vroegere plaveisel werd vervangen door beige marmeren tegels, met in het midden een ster uit wit marmer van Carrara. In een van de tegenover elkaar liggende bijgebouwen aan weerszijden van de binnenplaats bevindt zich het museum voor archeologische interpretatie. Het is bedoeld voor kinderen en gewijd aan het dagelijks leven van rendierjagers en aan het gereedschap van de prehistorische jagers-verzamelaars. Kleuters en kinderen uit de basisschool leren het daar na te maken en te gebruiken.

 
Een nieuwe zaal

Om het klaar te maken voor de toekomst werden er over de jaren heen heel wat projecten op het domein van Heylissem gestart: een hotel, een microbrouwerij en een koekjesdozenmuseum. Vandaag heeft het domein een concreter kader gekregen. Het Stedenbouwkundig en Milieureglement dat in juni jongstleden bij de gemeente werd ingediend, legt de richting vast die de bevoegde overheden willen geven aan de uitbating van het domein, dat jaarlijks al ongeveer 180.000 bezoekers trekt. “Het domein van Heylissem is een beschermde erfgoedsite van neoklassieke stijl met een romantisch park. Wij willen ervoor zorgen dat het een familiaal en multifunctioneel gebied voor ontspanning en vrije tijd blijft”, stelt bestendig gedeputeerde Mathieu Michel. Het 38 ha grote domein werd uitgebreid door de aankoop van een bijkomend perceel van 12 ha. De voornaamste verandering zal de bouw zijn van een nieuwe zaal die rechtstreeks met het kasteel verbonden is. “Vandaag is de koepel een doel op zich; wij willen die herinrichten als toegangshal tot een polyvalente zaal voor 500 personen. We zullen ervan profiteren om het landschapskarakter van het park te veranderen en om visuele verbindingen te maken tussen de verschillende zones.” Op de verdieping van de kasteelvleugels komen zalen voor seminars en een logeerruimte. In de buurt van het kasteel zijn er nog overblijfselen van de vroegere boerderij en de mooie paardenstallen, waarvan de renovatie vragen doet rijzen, omdat er geen goede bestemming voor is. Het domein zal ook de sportuitrustingen voor tennis en ruiterij versterken, en in ‘La Bascule’ onderkomen aan scholen verschaffen. Dankzij de grote werkzaamheden voor het heraanleggen van het park, zal er tussen de oever van de derde vijver en de rand van het speelplein een cafetaria kunnen worden gebouwd. De grote grondwerken zullen dienen om nieuwe verbindingswegen tussen de verschillende zones van het domein aan te leggen. Indien alles volgens plan verloopt, zullen de werken eind 2016 - begin 2017 van start gaan. Het is natuurlijk niet de bedoeling elke vierkante meter van het terrein in beslag te nemen. De ontwerpers willen integendeel ruimte scheppen en de zones en soorten activiteiten in een nieuw kader plaatsen naargelang de behoeften en de evolutie van de aangrenzende gebieden.

 

Inlichtingen:

Het Provinciaal Domein van Hélécine

Rue Armand Dewolf, 2

B-1357 Helecine

+32 (0)19 65 54 91

www.domainehelecine.be

 

  • /

Benuts, dat gespecialiseerd is in speciale effecten en motion design, krijgt een stevige reputatie in de sector.

 

Op enkele zeldzame uitzonderingen na zijn speciale effecten altijd een wezenlijk onderdeel geweest van de filmindustrie. Voor het werk buiten de set worden talenten en middelen aangetrokken om een film te verrijken en te vervolmaken, of het nu gaat om de klassiekers van George Méliès of de nieuwste Star Wars. Sinds een jaar of twintig en de opkomst van digitale technologieën wordt een audiovisueel project nog maar zelden uitgevoerd zonder visuele effecten, zelfs wanneer het budget beperkt is.

 

Van een vliegend tapijt tot de daken van Parijs

Benuts, dat in Terhulpen is gevestigd, heeft in nauwelijks vijf jaar tijd een stevige reputatie opgebouwd op dit gebied. In de bedrijfsruimtes, waar een leger van grafisch ontwerpers, 3D animators en motion design-specialisten rondloopt, worden verschillende elementen bewerkt, uitgewist en toegevoegd om de opnames en scènes van films en tv-series echter dan echt te maken. “Het beste visuele effect is tenslotte het effect dat je niet ziet”, waarschuwt directeur Michel Denis meteen al. “Het lastige – en tegelijkertijd mooie – van ons vak is dat we een weergave willen bereiken die voldoende realistisch is, maar die in de ogen van de toeschouwer onzichtbaar wordt.” Wat is er immers beter dan een historische film in een natuurlijke omgeving opnemen? Maar hoewel dit soort locaties betrekkelijk eenvoudig te vinden is in bijvoorbeeld Europa, zijn er nog maar weinig die hetzelfde zijn gebleven als tientallen jaren geleden (of nog langer). “Bij dat soort projecten bestaat een groot deel van ons werk uit het weggummen en uitwissen van allerlei anachronismen, die het overrompelende effect van de film teniet zouden doen. We moeten dus de antennes op de daken, de dakramen en de zonnepanelen uit elke opname verwijderen. Kortom, alle elementen die de aandacht van de toeschouwer kunnen trekken en hem uit de filmillusie kunnen halen.” Dat lijkt misschien saai monnikenwerk, maar heeft als voordeel dat het veel goedkoper en praktischer is dan een directe ingreep in het eigenlijke decor. “We kunnen ons bemoeien met tal van parameters, zoals het corrigeren van decorelementen, het creëren van voorwerpen, het laten aansluiten van voorwerpen in een scène en het invoegen van acteurs tegen een groene achtergrond. Dat wordt bijvoorbeeld veel gedaan bij opnames in een auto. We kunnen ook een voorwerp waarmee een acteur interageert, van a tot z animeren.” In Les Nouvelles Aventures d’Aladin heeft het team van Michel Denis zich onder andere ingespannen om het vliegende tapijt volledig te animeren.

 

En als de film toevallig toch in de studio wordt opgenomen, kan Benuts zonder probleem het decor uitbreiden om de actie aan de kunstmatige omgeving te laten ‘ontsnappen’. “We hebben onlangs meegewerkt aan een film waarbij het verhaal zich grotendeels afspeelde op de daken van Parijs. Gezien de technische en logistieke bijkomstigheden was het veel vanzelfsprekender voor de filmploeg om de scènes in de studio op te nemen, met decors die door een gespecialiseerd team waren gemaakt. Als de opnames eenmaal zijn ingeblikt, gaan wij aan de slag om ze volgens de wensen van de regisseur samen te voegen met echte filmbeelden van de stad.” Het team van Benuts moest dus de karakteristieke daken en architectuur van Parijs reconstrueren om het verhaal geloofwaardig en realistisch te maken. Bij een ander project spande het Waalse bedrijf zich in om voor een grotere menigte te zorgen. “Om een volle zaal te filmen, heb je maar een stuk of tien figuranten nodig. Die zet je op verschillende plekken neer, waarna je ze vermenigvuldigt om de indruk te geven dat de zaal bomvol is.” Simpel en doeltreffend!

 

Permanente dialoog

De visuele effecten kunnen alleen op deze manier verzorgd worden als de opnameteams perfect op elkaar zijn afgestemd. “Een klus van deze omvang is uiteraard niet mogelijk zonder volledige samenwerking tussen ons en de diverse teams ter plaatse. Hoewel wij hoofdzakelijk na afloop van het scheppingsproces aan de slag gaan, wanneer de montage bijna rond is, zijn we vanaf de eerste opnamedagen betrokken bij de organisatie.” De rol van Benuts bestaat vooral uit het begeleiden en aan de regisseur uitleggen wat de mogelijkheden zijn van speciale effecten zonder zijn artistieke vrijheid te beperken. “We proberen zo soepel en losjes mogelijk om te gaan met de gegevenheden, zodat we de filmploeg niet in zijn bewegingsruimte belemmeren, of het nu gaat om de camerabeweging, de superpositie van elementen of de weergave.”

 

Zoals vaak in dit soort sectoren worden de grenzen niet gesteld door de machine maar door de mens. In dit geval hebben we het dan over budgetbeperkingen. “Zoals vaak is alles een kwestie van kosten. Een deel van ons werk bestaat dan ook uit het maken van een nauwkeurige raming van wat we binnen een voor de productie aanvaardbaar prijsbereik kunnen realiseren. Hoewel de sector het dankzij de tax shelter en verschillende institutionele partners betrekkelijk goed doet, kan de Frans-Belgische filmwereld op deze gebieden niet echt concurreren met het Engelse of Amerikaanse geweld.” Je moet dus de juiste formule kunnen bieden. De kracht van Benuts ligt in zijn flexibiliteit, waardoor het bedrijf meerdere grote projecten kan leiden in samenwerking met tal van freelance grafisch ontwerpers, die het team komen versterken wanneer daar behoefte aan is. “Bij bepaalde films zetten we misschien wel 30 grafisch ontwerpers in, maar bij andere films zijn het er minder. Deze flexibiliteit stelt ons in staat om ons zonder dwang aan de eisen van de regie aan te passen.” In 2015 hebben bijna vijftien films op deze manier gebruikgemaakt van de gouden handjes van Benuts. En hoewel film en tv goed zijn voor 95 % van zijn activiteiten, kan het bedrijf door een klein maar zeer opvallend uitstapje naar de muziekwereld nu een veel groter publiek bereiken. “Onze samenwerking met Stromae is echt bijzonder en inspirerend”, glimlacht Michel Denis. “In het begin hoefden we alleen een clip te maken, maar vanwege het succes werd ons daarna gevraagd om alle visuele effecten voor zijn tournee Racine Carrée te verzorgen.” Door deze prestatie kon de Belgische zanger een overwinning behalen voor de muziek met de beste show! “Vervolgens hebben we de volledige productie gedaan van een andere clip, Quand c’est, die binnen drie dagen meer dan zes miljoen keer werd bekeken!” Een klein uitstapje dus, maar wel met grote gevolgen, dat Benuts misschien op ideeën kan brengen voor toekomstige projecten.

 

www.benuts.be

 


 

DE TAX SHELTER, EEN ONMISBAAR HULPMIDDEL

 

Alle professionals uit de Belgische filmwereld weten van het bestaan ervan. Sinds de invoering in 2004 is deze fiscale stimulans rechtstreeks ten goede gekomen aan de sector als geheel. Net als andere bedrijven kon Benuts de kans aangrijpen om zijn activiteiten te ontwikkelen en de Belgische filmindustrie mee op de kaart te zetten. In de praktijk komt elk bedrijf dat in de productie van audiovisuele werken investeert, in aanmerking voor een fiscale vrijstelling van 150 % van het geinvesteerde bedrag. Een buitenkansje voor veel investeerders, die vorig jaar zo bijna € 200 miljoen in de sector hebben geinjecteerd! Deze financiele bijdrage is onmisbaar voor de gezondheid van de Belgische filmwereld, maar is uiteraard wel gebonden aan een aantal voorwaarden:

1. het productiebedrijf moet in Belgie zijn gevestigd of er een filiaal hebben;

2. de investeerder moet in Belgie wonen of er een filiaal hebben;

3. het totale investeringsbedrag mag niet hoger zijn dan 50 % van de totale productiebegroting;

4. het audiovisuele werk moet erkend zijn door de bevoegde diensten (te weten de verschillende gemeenschappen van Belgie);

5. het productiebedrijf moet minstens 150 % van de investeringen voor de productierechten op het audiovisuele werk binnen 18 maanden in Belgie uitgeven.

 

De mode verandert, de wandelstok blijft.

Zowel in de handen van de groten der aarde als van de meest bescheidenen getuigen wandelstokken van een discreet raffinement.

 

Van Winston Churchill tot Charles Baudelaire en van Sint-Jakob tot Rocambole kunnen wandelstokken een indrukwekkende palmares voorleggen. Niet de kleren maken de man, wel de wandelstok! Dandy’s en wijzen, elegante burgers en Engelse gentlemen, kortom iedereen die goed wil voorkomen, zou een derde been moeten gebruiken. Raffinement en tijdeloosheid, dat is de combinatie die Pierre Vanherck sinds 2004 met succes in het vaandel voert.

In het amper bekende dorp Lillois woont een internationaal befaamde ambachtsman. Deze schrijnwerker en houtdraaier onderscheidt zich sinds een tiental jaar door de creatie van prestigieuze wandelstokken. In 2013 bracht Pierre Vanherck zijn nieuw gamma uit, waarvan het meesterstuk liefst € 30.000 kost! Pierre Vanherck wordt echter niet gedreven door die enorme bedragen, maar door zijn echte hartstocht, namelijk die voor hout.

 

 

Van de bossen van Lillois tot baron Rothschild

De smaak krijgt hij te pakken in 1991, kort nadat een storm de Waalse wouden had gegeseld. Pierre Vanherck, die van beroep elektromecanicien is, gebruikt zijn vrije tijd om hout te hakken en zo een frisse neus te halen. Is het de aanblik van gevelde boomstammen die zijn vindingrijkheid prikkelt? Enkele jaren later neemt hij ontslag uit zijn betrekking en volgt hij een opleiding bij de beste ambachtslieden uit Frankrijk, de “Compagnons du Devoir”. Dat wordt de springplank naar het schrijnwerkersvak. Maar hoogwaardige meubels maken schenkt hem toch niet echt voldoening. Pierre Vanherck wil de platgetreden paden verlaten. De gelegenheid daartoe diende zich een eerste keer aan toen hij toevallig een houtvoorraad kocht waarin ook latten van exotisch hout uit de 19de eeuw zaten, die uitgerekend dienden om... wandelstokken te maken! Jammer genoeg zijn houtdraaiers een uitstervend ras in België, zodat die kostbare latten bleven liggen bij gebrek aan vakkennis. Niettemin broedde hij voort op het idee. In 2004 maakte Pierre Vanherck zijn eerste wandelstok. Zoals hij zelf toegeeft, dacht hij niet onmiddellijk aan de handelswaarde van zijn werkstuk. Maar tegen alle verwachting in krijgt hij er een mooie prijs voor tijdens het salon van de kunstambachten en de oprichting van ArtisanArt te Namen. Zo kreeg Pierre Vanherck de kans om wandelstokken te maken, waaraan hij al vlug zijn eigen signatuur zou geven. Na zes financieel moeilijke maanden brengt zijn atelier wandelstokken met een weergaloze stijl uit, waarvan de palissanderhouten schachten bekroond zijn met een met zilver ingelegde knop van banksianoot waarin diamanten zijn gezet.

Maar dat is nog niet buitensporig genoeg. Pierre Vanherck wordt slechts beperkt door de verbeelding van zijn klanten en die vroegen hem onlangs om “Systeemstokken” te maken, waarvan de knop een pen, een flesje whisky, een mes, een horloge of een sigaar bevat.

 

 

                  

 

Erkenning van het Vaticaan

Eind 2009 wordt Pierre Vanherck gecontacteerd door het Waals agentschap voor export en buitenlandse investeringen (Awex), dat bij hem een bestelling plaatst voor een prestigieuze maar sobere wandelstok voor een “hooggeplaatst persoon”, van wie de naam nog geheim wordt gehouden. Als het contract ondertekend is, verneemt de ambachtsman de naam van de mysterieuze klant: paus Benedictus XVI! Na dertig uur handwerk kan het resultaat aan de verwachtingen van de opperherder beantwoorden. De Vaticaanse wandelstok, die bestaat uit palissanderhout uit India en ebbenhout uit Gabon, is van een zeldzame verfijning. Als discrete versiering is er op de knop een bleke marmerstructuur te zien, die eigen is aan die houtsoort en doet denken aan het pauselijk zegel. Onder een toevloed van verzoeken en bestellingen gaat Pierre Vanherck rustig zijn gang.

Aansluitend op tentoonstellingen in Tokio en Monaco, heeft de aan de Parijse Place Vendôme gelegen luxeboetiek “Lo And Lo” nu de exclusieve verkoop van het jongste model met een met diamanten bezette knop. Met zijn opvallende creaties wil de meester-schrijnwerker het verband verbreken dat tussen een stok en een handicap wordt gelegd: hij wil het dandyeske gebruik ervan nieuw leven inblazen en de wandelstok zijn vooroorlogse glamour teruggeven. En de ambachtsman deed weer een nieuwe vondst: een geurstok, die zijn parfum afgeeft bij meer dan 20 °C.

Toch verloochent de man zijn afkomst niet. “Het belang, het succes en de welvaart van Wallonië hangen af van de mensen die er werken en van de ambachtslui die er de knowhow in stand houden”, zegt hij. “Maar terwijl de titel van kunstambachtsman in Frankrijk dikwijls de deur naar succes en erkenning opent, moet daarvoor bij ons fel worden gevochten. Dat is dan ook helemaal zijn verdienste. We kunnen dus trots zijn op onze creatieve ambachtslieden, die hun knowhow exporteren en bijdragen tot de uitstraling van onze regio in de wereld.”

 

 
INLICHTINGEN
Pierre Vanherck®
Avenue de la Grande Closière, 8
B-1428 Lillois
+32 (0)2 384 64 21
+32 (0)498 73 38 73

De Biéreauhoeve blijft bezig. Tegen eind 2017 zullen de oude paardenstallen, die net zoals de rest van het gebouw beschermd zijn, worden verbouwd tot een evenementenzaal. Met haar 100 zitplaatsen en ongeveer 150 staanplaatsen, zal zij de sociale en culturele band bevestigen en voortzetten, die de Biéreauhoeve al sinds tien jaar heeft aangeknoopt. De “Paardenstallen” zullen een ontmoetingsplaats zijn in de vorm van een moderne en polyvalente zaal die voor allerlei evenementen kan worden gehuurd. Niet enkel de paardenstallen, maar ook het plein zal worden gerestaureerd om nog beter plaats te bieden aan openluchtfeesten en meer bepaald aan het Kidzik-festival. Sinds haar daadwerkelijke openstelling in 2008 is de Biéreauhoeve een onmisbaar centrum voor muziekuitvoeringen in Wallonie geworden. Heel het jaar door treedt er een keur van kunstenaars uit alle muziekgenres op, van de meest klassieke ( jazz, rock, klassieke muziek) tot de meest experimentele. Op 19 februari 2016 zal onze WAW-vedette Alice on the roof haar eerste album, Higher, voorstellen in de Bieréauhoeve.

 

  
©ARC

 

www.fermedubiereau.be

 

Laurent Martin heeft les gevolgd aan de hotelschool in Saint-Ghislain en leerde het klappen van de zweep in enkele gerenommeerde huizen, waar hij zichzelf traag en geduldig de grondbeginselen van het vak eigen maakte.

In 2008 nam hij met zijn echtgenote Nathalie zijn intrek in een boerderijtje in Perwez, Waals- Brabant, op de grens met Namen. De lichte, gezellige en warme zaal is een van de mooie troeven van dit gastvrije eethuis. Het verrast en verleidt ons met zijn warme tinten en moderne inrichting, een prachtige sierschouw in Franse zandsteen en grote ramen, waardoor het zonlicht royaal binnenvalt. Een nieuw terras maakt het plaatje af en zorgt voor nog meer comfort en gezelligheid, reden genoeg om de charme van het omringende landschap te komen ontdekken. Achter zijn fornuis legt Laurent de nadruk op het product, hij doet dat met talent, originaliteit en zin voor vernieuwing. Deze chef draait op enthousiasme en heeft een mooie kaart opgesteld die streekproducten succesvol afwisselt met royale gerechten of met de lichtere bereidingen die vandaag in trek zijn. Elk gerecht, elke bereiding bezorgt je een nieuwe verrassing met uitgesproken smaken, maar altijd zonder overbodige uitspattingen. Distinctie en verfijning ten voordele van een smaakexplosie en dat van bij de aperitiefhapjes.

Zonder uitleg en ook zonder reden verloor La Frairie de Michelinster die het sinds negen jaar had. Die onterechte straf heeft het koppel hard getroffen, vooral ook omdat ze veel hadden geinvesteerd in uitbreidings- en verfraaiingswerken. Geconfronteerd met die beproeving hebben ze de mouwen opgestroopt en zetten ze hun inspanningen voort, om te bewijzen dat ze niets aan talent en creativiteit hebben ingeboet. La Frairie staat voor plezier en lekker eten. Dat zijn Laurent en Nathalie niet vergeten en hun enthousiaste bezoekers evenmin!

Vriendelijkheid, levendigheid en snelheid zijn de kernwoorden van de bediening, zonder de aangename en vlotte suggesties te vergeten die bijzonder op prijs worden gesteld. In het Frans of in het Nederlands (Nathalie is perfect tweetalig) worden de verschillende gerechten met liefde en kennis van zaken toegelicht en wordt u ingewijd in de geheimen van de kaart en de bereidingen.

De wijnkaart is niet bekrompen en omvat verschillende streken, met mooie buitenkansjes tegen erg slimme prijzen. Op woensdag, donderdag, vrijdag en zaterdag kunt u ’s middags genieten van de Express Frairie: voorgerecht, hoofdgerecht en koffie met versnaperingen voor de prijs van € 32. U hebt de keuze uit verschillende menu’s. Een driegangenmenu (behalve op zaterdagavond) bestaat uit voorgerecht, hoofdgerecht en dessert (€ 45). Het ‘menu équilibre’ serveert u vijf overvloedige gangen voor de prijs van € 65. Voor de echte fijnproevers en lekkerbekken is er het ‘menu vertige’ met zeven gangen, met voorgerechten, hoofdgerecht en desserts, een ware wervelwind van smaken voor € 90. Een van de aantrekkelijke bijzonderheden van het huis is dat u op het eind van de avond een heerlijke kaasschotel wordt aangeboden (vanaf € 7): wat een keuze, wat een aanbod! Op woensdag-, donderdagen vrijdagavond kunt u zich laten verleiden door het ‘menu épicurien’, samengesteld overeenkomstig het marktaanbod en de inspiratie van de chef: aperitief, wijnen, water, voorgerecht, hoofdgerecht, dessert, koffie en versnaperingen voor € 85.


Inlichtingen :

La Frairie

Avenue de la Roseraie, 9

B– 1360 Perwez

+32 (0)81 65 87 30

www.lafrairie.be

Het Kasteel van Limelette ligt in een residentiële buurt aan de andere kant van Waver, op een steenworp van Walibi en de tennisclub van Justine Henin. Via een lange, smalle weg komen we aan bij het uitgestrekte domein in Anglo- Normandische stijl. Sales Manager Nicolas Lemajeur: ‘We gebruiken de oude stallen, garages en schuren van het vroegere Sint-Janskasteel, dat vernield werd in de jaren 1960. Waar vroeger het vee stond, zijn nu onze kantoren.’ In 1987 werd het kasteel omgevormd tot wellnesscentrum. Een groep Belgische investeerders kocht het in 2014 en knapte het helemaal op. De ligging tussen Brussel en Namen is uiteraard een grote troef. De week in Limelette verloopt op het ritme van de vier hoofdactiviteiten.

Van maandag tot vrijdag wordt het hotel druk bezocht: 80 kamers, 16 vergaderzalen en een restaurant maken van de plek het ideale adres voor seminaries. Het publiek: Belgische ondernemingen uit de streek met internationale contacten, tal van farmaceutische bedrijven, businesscenter Axisparc in Gembloux, maar ook de Europese instellingen in Brussel. Het wellnesscentrum trekt vooral klanten aan tijdens het weekend of op feestdagen zoals Valentijn of Moederdag. Tijdens de week komen er ook veel vriendinnengroepjes, bij wijze van leuk uitje, maar ook voor de thermaalbaden van 35 °C. Niets beter dan het warme water om de poriën te openen en de huid te verzorgen, of om daarna nog meer te genieten van een massage. Als derde pijler trekt het kasteel de kaart van de gastronomie, met kwaliteitsproducten uit de hele wereld. Tijdens bedrijfsevenementen, de laatste activiteit van Limelette, wordt die troef volop uitgespeeld.

‘Naar een wellnesscentrum gaan is een beetje als golfen: je trekt je terug uit de wereld en komt even los van de tijd. Wellness en ontspanning in een puur en authentiek decor, daar staan we voor’, zegt Nicolas Lemajeur. Een wellnesscentrum verbruikt uiteraard veel water en energie. Toch proberen ze hun ecologische voetafdruk zo veel mogelijk te beperken en het afval te recyclen. Een duurzame aanpak betekent ook kiezen voor isolerende materialen, traditionele verlichting vervangen door lampen met bewegingssensoren, die minder verbruiken, en zo weinig mogelijk documenten printen. ‘Lang verblijf’-klanten wordt gevraagd de handdoeken te hergebruiken en ook het personeel wordt hiervan bewust gemaakt. ‘We zijn een kleine organisatie die niet afhangt van een nationale of internationale groep. Dat maakt ons erg flexibel’, besluit de Sales Manager. ‘We willen meegaan met onze tijd en we hebben een passie voor dienstverlening, onthaal en traditie, maar we blijven met beide voeten op de grond staan.’

www.chateau-de-limelette.be

Het golfterrein van het Kasteel van la Bawette ligt aan weerskanten van Waver. Hun bedoeling: rust en welzijn laten samengaan met respect voor het milieu. En dat lukt wonderwel.

Het is nog geen 10 uur in de voormiddag, maar de parking van Golf du Château de la Bawette in Waver staat al halfvol. Meer dan 75 wagens in alle soorten: grote bakken, maar ook kleine stadsautootjes. In de verte klinkt het geluid van grasmaaiers en kwetterende vogels. Ondanks de dichte mist en de frisse temperatuur – het is amper 7 °C – laden tientallen vijftigplussers zware golftassen uit hun koffer en stappen ze naar de receptie van het Club House. Zoals elke donderdag komen ze een vriendschappelijk wedstrijdje spelen, ieder op zijn eigen tempo. Voorzitter en stichter van de club Jean Le Hardÿ de Beaulieu speelt zelf geen golf meer wegens tijdgebrek, maar bevestigt: ‘We hebben leden van alle leeftijden. De junioren beginnen al op 6 of 7 jaar, maar we krijgen vooral oudere spelers over de vloer. Het is geen geheim dat zij over de meeste middelen en de tijd beschikken. Zolang mensen gezond zijn, is golf de perfecte sport om in vorm te blijven. Maar het is ook gewoon een sociaal en gezellig samenzijn, ook al komt een van onze leden hier al 25 jaar en speelt hij altijd alleen...’

ecologie

Het Kasteel van la Bawette is een uitgestrekt domein dat geschiedenis ademt. Vroeger was het in handen van de gelijknamige familie, maar 150 jaar geleden kocht de familie Le Hardÿ de Beaulieu het. Zij wonen er nog steeds. Hier zou maarschalk Grouchy het nieuws over de Franse nederlaag in Waterloo te horen hebben gekregen. Het golfterrein werd in 1988 aangelegd in het park van het kasteel. Doordat het werd afgestemd op het oorspronkelijke landschap, waren er nauwelijks werkzaamheden nodig. ‘Net voor de opening hebben we zelfs nog meer dan 40.000 bomen en struiken geplant naast de eeuwenoude eiken, beuken en acacia’s op het domein’, vertelt de eigenaar. ‘Vaak wordt golfterreinen verweten water te verspillen, maar dat is hier echt niet het geval. We hebben verschillende bronnen op het terrein, die zo’n 8 m3 water per uur produceren. Dat water vangen we op in vijvers, waarna we het gebruiken om onze gazons te besproeien. Anders zou het water in de goot belanden, vervuild worden en later weer gefilterd in een zuiveringsstation.’ Ook voor het onderhoud van het terrein staat een ecologische aanpak voorop. ‘We gebruiken maar heel weinig meststoffen en zo weinig mogelijk pesticiden. De boer hiernaast heeft minder strenge regels dan wij’, lacht Le Hardÿ. ‘We werken samen met een consultant in groene ruimtes, die alternatieve, biologisch afbreekbare producten voor ons uitzoekt.”

van 6 tot 77 jaar

Een golfbaan met 18 holes, in twee lussen van 9 holes, loopt over het terrein. Op sommige plekken is er wel 40 m hoogteverschil, wat een verrassend landschap oplevert, zo vlak bij Brussel. ‘Een golfterrein is eigenlijk een van de mooiste manieren om gebruik te maken van de natuur, zelfs als er huizen rond het terrein worden gebouwd. In de Verenigde Staten worden er zelfs geen golfterreinen aangelegd zonder woningen errond, want het zijn die huizen die het terrein financieren. Maar daar staan geen kasten van huizen, zoals je die soms bij ons ziet, want dat creëert andere problemen. Het is een vorm van ruimtelijke ordening die vaak verkeerd begrepen wordt en soms een negatief imago heeft. Golf wordt gezien als een sport voor de rijken, maar dat klopt niet.’

Het lidgeld varieert van € 190 per jaar voor junioren tussen 6 en 12 jaar tot € 1900 voor veertigplussers. Er worden ook lessen voor beginners georganiseerd, zodat opvolging verzekerd is. ‘Elk jaar krijgen we duizenden buitenlanders over de vloer. Steden en provincies zouden moeten investeren in de promotie van golfterreinen, want na een partijtje golf moeten de mensen ook ergens terechtkunnen.’ Regelmatig belanden hier toeristen via de hotels van de groep John Martin’s, waarmee la Bawette een exclusieve overeenkomst heeft. Maar er komen ook toeristen naar andere adressen in de streek, zoals het Kasteel van Limelette, de tweede halte op onze tocht door Waals-Brabant.

 

www.labawette.com

Sinds 2012 is er een nieuwe rustgevende plek voor de bezoeker die de Abdij van Villers binnengaat. In een tuin van 700 m2 staan niet minder dan 100 geneeskrachtige planten, geselecteerd op basis van de werken van Hildegard van Bingen.

Eerst wandel je tussen de indrukwekkende overblijfselen van de cisterciënzerkerk en de gebouwen (dormitoria, refectoria, auditorium…) waarin de monniken vanaf de 13de eeuw dag in dag uit vertoefden, en daarna kun je voortaan een medicinale tuin ontdekken zoals die in middeleeuwse kloosters werd aangelegd, naast moestuinen en boomgaarden. ‘Normaal werd dit soort tuin in de buurt van de ziekenzaal van de monniken aangelegd, maar dat kon niet omdat daar nu een spoorlijn doorheen loopt’, legt Geneviève Claes uit, pr-medewerker van de dienst promotie van de abdij. ‘Daarom hebben de bestuurders van de vzw die de site beheert hun oog laten vallen op een locatie buiten het normale bezoekcircuit. De plek leent er zich uitstekend toe, want het is er zonnig en de plaats is omringd door muren, beschermd tegen wind en voorzien van bronwater.’ In 2001 kwam de vzw Abbaye de Villers-la-Ville met het plan om opnieuw een tuin aan te leggen in de ruïnes, nadat in 1997 een soortgelijke tuin in de buurt van de Porte de Bruxelles (westkant van de abdij) werd gesloten voor archeologische opgravingen. Toch was het wachten tot 2005 voor het plan vorm kon krijgen dankzij de Stichting Yves Rocher - Institut de France, die niet alleen haar expertise op het gebied van middeleeuwse tuinen aanbood, maar ook bijdroeg tot de concrete realisatie ervan. De tuin van 700 m2 die nu kan worden bewonderd en die het hele jaar open is, is evenwel geen identieke reconstructie, maar eerder een evocatie van hoe een medicinale abdijtuin er in de middeleeuwen uitzag.

Het nuttige aan het aangename paren

‘De monniken wilden in hun eigen onderhoud voorzien en hebben er dus altijd naar gestreefd om alles te produceren wat ze nodig hadden voor hun verbruik’, vertelt abdijgids Dominique Sartiaux. ‘Door die planten te kweken, hadden ze voedingsmiddelen binnen handbereik die ook als basisgeneesmiddel konden dienen. Medicinale kloostertuinen waren niet alleen nuttig, maar hadden ook een symbolische en meditatieve functie, aangezien ze aanzetten om de geest te verheffen en het evenwicht en welzijn terug te vinden.’ De tuin bestaat uit twee delen: de vierkante tuin en de wilde tuin. Het eerste stuk is rechtlijning en omvat acht vierkante perken, afgezet met vlechtwerk uit kastanjehout. In het midden troont een fontein in blauwe steen, gemaakt door de steenhouwers van de steengroeve van Sclayn (Andenne). Ze heeft vier stralen die de vier rivieren van het Paradijs moeten voorstellen. Voor de monniken was de tuin immers de weerspiegeling van het Paradijs en moest alles naar de goddelijke perfectie en schoonheid verwijzen. Het tweede stuk, met veel rondingen, verwijst naar de wilde natuur. Je vindt er bomen, struiken, een vijvertje en… een insectenhotel. De planten in de tuin van Villers-la-Ville zijn voornamelijk uitgekozen op basis van het werk van Hildegard van Bingen, een abdis uit de 12de eeuw die in de Rijnstreek leefde en in 2012 door Paus Benedictus XVI heilig werd verklaard. ‘Aangezien deze abdis uit de Rijnvallei afkomstig was, beschrijft ze in haar medische werken planten die ook geschikt zijn voor onze streken’, legt de gids uit. ‘Bovendien heeft ze regelmatig brieven geschreven naar de monniken van de Abdij van Villers. Die hebben haar niet minder dan 38 filosofische en religieuze vragen gesteld.’

Hildegard en de leer van de lichaamssappen

Hildegard van Bingen was een geleerde vrouw aan wie we naast wetenschappelijke werken ook gebeden en liederen te danken hebben. Ze geloofde in de leer van de lichaamssappen, die op de geschriften van Hippocrates was gebaseerd en waarop de hele geneeskunde tot de 17de eeuw steunde. Volgens deze leer, die Baudelaire inspireerde tot het schrijven van Les Fleurs du mal (De bloemen van het kwaad), werd het gedrag van de mens gekenmerkt door vier lichaamssappen die overeenkwamen met de vier elementen: gele gal en vuur (warm en droog), bloed en lucht (warm en vochtig), zwarte gal en aarde (koud en droog), en slijm en water (koud en vochtig). ‘Een onbalans tussen die “humores” veroorzaakte ziekte’, licht Dominique Sartiaux toe. ‘Het evenwicht kon worden hersteld door een aangepast dieet en bereidingen met planten die het teveel of het tekort aan een bepaald lichaamssap herstelden.’ Zo werden de eerste zes vierkanten van de abdijtuin – in de laatste twee staan planten bedoeld om textiel te vervaardigen en te kleuren – ingedeeld volgens de mate van warmte en vochtigheid. In het vierkant ‘warme en droge planten’ vind je bijvoorbeeld stinkend nieskruid, dat Hildegard gebruikte om koorts, jicht, maagzuur en geelzucht te behandelen. In de categorie ‘koude en vochtige planten’ adviseert de abdis dan weer longkruid gekookt in wijn ‘wanneer men gezwollen longen heeft en het gevoel heeft te zullen stikken en men moeite heeft met ademhalen.’ Nu kun je denken dat we met zo’n eenvoudige remedies toch geen artsen meer nodig hebben, maar probeer dat maar eens te verkopen aan Argan, de malade imaginaire van Molière. Deze zomer zal hij komen zeuren in de abdij. Wanneer hem wordt gezegd dat hem niks mankeert, wordt hij razend. ‘Wie neigt tot kwaadheid, neme een roos en een iets mindere hoeveelheid salie en male deze tot poeder. Wanneer de kwaadheid opwelt, houde men het poeder voor de neusgaten’, beveelt Hildegard van Bingen aan. Ze weet duidelijk op alles het antwoord.

 

Inlichtingen:


Abdij van Villers

Rue de l’Abbaye 55

B-1495 Villers-la-Ville

+32 (0)71 88 09 80 [email protected] www.villers.be

 

WELZIJNSTUIN

Sinds drie jaar biedt de Abdij van Villers-la-Ville tal van ‘natuur en welzijn’-activiteiten aan in haar middeleeuws geïnspireerde tuin: natuurwandelingen, rondleidingen en kruidenworkshops (zie www.villers.be voor het programma). In 2015 is het hoogtepunt van de zomeractiviteiten gepland in het weekend van 26 en 27 september. Gedurende dat weekend zal de site veranderen in een ‘welzijnstuin’ waar van alles te ontdekken valt. In het centrum van de abdij komen stands over natuurlijk welzijn (etherische oliën, cosmetica, voetreflexologie, coaching, gezond koken,…). In een andere ruimte zal er plaats zijn voor tuinaanleg en de inrichting van groene ruimten, terwijl herboristen en producenten van aromatische planten workshops, proeverijen en gratis initiaties zullen aanbieden. En dan zijn er ook nog eens wandelingen om aromatische kruiden te leren kennen en kookworkshops. Zonder de markt met streekproducten te vergeten…

 

900 JAAR GESCHIEDENIS

De Abdij van Villers is een oude cisterciënzerabdij op het grondgebied van de gemeente Villers-la-Ville in Waals-Brabant. Ze werd onder impuls van Bernardus van Clairvaux gesticht in 1146 door een abt en monniken die van Clairvaux (Champagne) kwamen. De site had verschillende voordelen (de vallei lag voldoende afgelegen, er was voldoende water – de Thyle – en er was constructiemateriaal binnen handbereik). Toch werd de abdij in de 13de eeuw, ten tijde van haar spiritueel en wereldlijk hoogtepunt, volledig herbouwd. Ze telde toen een honderdtal monniken en nog eens drie keer zoveel lekenbroeders. Het domein stond onder de bescherming van de machtige hertogen van Brabant en bezat enkele tienduizenden hectaren, verspreid in het gebied tussen Antwerpen en Namen. Van de 16de tot het einde van de 17de eeuw kende de abdij afwisselend rustige en bewogen perioden, waarin de monniken het oord tot negen keer toe moesten verlaten om veiligheidsredenen.

In de 18de eeuw daarentegen beleefde de abdij haar tweede bloei. Nadat ze in 1789 door het Oostenrijkse leger en in 1794 door het Franse leger was geplunderd, werd ze in 1814 door de plaatselijke bevolking leeggeroofd. In de 19de eeuw verviel de abdij, wat romantici als Victor Hugo aantrok. In 1892 werd ze eigendom van de Belgische staat, die snel met de restauratie startte. In 1972 werden de ruïnes beschermd als site en historisch monument. In 1985 begonnen omvangrijke instandhoudingswerkzaamheden, gevolgd door opwaarderings- en herenigingswerkzaamheden in 2010. Vandaag behoren de ruïnes tot het uitzonderlijke erfgoed van het Waalse Gewest.

 

 

In 2013 kregen twee jongeren uit Bergen het idee om verrines op basis van aardappelen te maken. Vandaag verkopen deze ecologische producten als zoete broodjes.

Studeren leidt tot alles, als je maar genoeg ideeën hebt. Hélène Hoyois is graficus en webdesigner, Thibaut Gilquin is binnenhuisarchitect. Deze jongeren uit Bergen leerden elkaar kennen op de banken van de hogeschool Arts au Carré (Arts2). De twee hebben geen internetsites of ingenieuze, comfortabele ruimtes bedacht, getekend of ontworpen, maar wel… eetbare verrines. Gedaan met de kleine plastic recipiënten waarmee u niet weet wat te doen nadat u het vruchtvlees van een avocado, de verse kaas en de reepjes zalm bedekt met foreleitjes hebt opgeslokt. Hun ‘Do Eat’- verrines zijn gemaakt van aardappel en water, en worden samen met de hapjes waarmee ze zijn gevuld, opgegeten. Zo kunt u uw glaasje champagne in de hand houden.

Weg met de afwas!

‘Het was na een avondje televisie met ons bord op de knieën, dat Hélène met het idee kwam om een eetbaar bord te ontwerpen, zodat je de vaat niet meer hoeft te doen’, vertelt Thibaut die toegeeft dat luiheid vaak de katalysator voor grote uitvindingen is geweest. ‘Van een bord zijn we overgestapt op verrines nadat we tijdens vernissages – want we zijn kunstliefhebbers – zagen hoeveel afval er na afloop van recepties ontstond door wegwerpservies.’

Na enkele tests en probeersels kreeg het prototype van Thibaut gestalte als een verrine gemaakt van aardappelzetmeel, een krokant en knapperig recipiënt, erg handig tijdens recepties en walking dinners. ‘Ik had al eerder met aardappel gewerkt en wist dat de textuur van dat zetmeel verschillende voordelen had in vergelijking met zetmeel van tarwe, maïs of bananen’, legt Thibaut uit.

Ondersteund door NEST’up

Begin 2013 beslist het koppel zijn project ter goedkeuring voor te leggen aan NEST’up, het accelerator-programma voor start-ups, ondersteund door Creative Wallonia. De begeleiders die hen adviseren, overtuigen hen dat het idee kan leiden tot de oprichting van een onderneming als het beter wordt uitgewerkt. En zo sluiten Hélène en Thibaut zich drie maanden op in het Axisparc van Mont-Saint-Guibert in een ruimte die gereserveerd is voor de opleiding van jonge oprichters. ‘We hadden totaal geen idee van het commerciële aspect van een onderneming’, zegt Hélène. ‘Het team van NEST'up heeft ons dus geleerd hoe we een businessplan en een financieel plan moesten opstellen, hoe we ons product kunnen commercialiseren (naam, logo,…) en hoe we het konden verdedigen bij partners en financiers.’

Het resultaat van deze intensieve coaching was dat in september 2013 ‘Do Eat’ boven de doopvont werd gehouden. Sinds anderhalf jaar zijn hun producten te koop in de winkel. Ze worden aangeboden in verpakkingen van 25 verrines in verschillende vormen: een lotus, een lepel, een kano of een tulp. ‘Het aardappelzetmeel wordt ons geleverd door een voedingsmiddelenbedrijf in Nederland’, legt Thibaut uit. De verrines worden gemaakt en geïmpregneerd door Les Ateliers de Tertre in Saint-Ghislain, een beschermde werkplaats die personen met een handicap in staat stelt een beroepsactiviteit uit te oefenen. Ondertussen denkt het koppel na over het ontwerp van een specifieke machine, want zowel in Wallonië en Brussel als in de buurlanden blijft de vraag toenemen.

Génération W

De nieuwe onderneming, gevestigd in het Axisparc in Mont-Saint-Guibert, is er niet alleen in geslaagd particulieren te verleiden via de verkoop in gespecialiseerde winkels en andere delicatessenzaken, maar heeft ook grote chefs overtuigd, zoals Jean-Philippe Watteyne (iCook, Mons), Clément Petitjean (La Grappe d’Or, Torgny) en Ludovic Vanackere (L’Atelier de Bossimé), zonder de alomtegenwoordige Sang Hoon Degeimbre (L’Air du Temps, Liernu) te vergeten. Verschillende chefs dus die Waalse streekproducten promoten binnen ‘Génération W’. ‘Van klanten zijn ze partners geworden,’ aldus Thibaut, ‘aangezien ze ermee hebben ingestemd ons enkele recepten voor onze verrines te geven die we in de verpakkingen stoppen.’

Hélène schrijft het succes van de verrines toe aan hun originaliteit en handigheid, maar ook aan het recept ervan. Ze zijn gezond en natuurlijk, en worden zonder vetstoffen of additieven gemaakt, waardoor de smaak van de bereidingen die ze bevatten behouden blijft, of dat nu zoete of zoute hapjes zijn. ‘Bovendien is het een ecologisch product’, onderstreept de jonge onderneemster, die aankondigt dat binnenkort de kit ‘Do Eat Yourself’ op de markt komt, om zelf verrines te maken. ‘In een bepaald gaan de mensen dus toch voor afwas zorgen’, grapt Thibaut.

www.doeat.com

Your opinion counts