Waw magazine

Waw magazine

Menu
Image (62x44 OBLIGATOIRE !!): 
Image rose (taile : 62x44px OBLIGATOIRE): 
  • /

Hoe kun je design, comfort, korte keten, herbronning en afwisseling met elkaar verzoenen? Antwoord van Pascal Marcin, de chef, en Bernadette van Empel, de onderneemster. Samen maken ze van Koru Hotel een rustige uitwijkhaven.

 

Ik heb altijd graag gereisd”, zegt Bernadette van Empel, een uit Nederland afkomstige horeca‑ en toerismespecialiste. “Al die jaren heb ik tijdens mijn zwerftochten meubelen, decoratiematerieel, voorwerpen enz. bijeengezocht. Eigenlijk waren het al die mettertijd bijeengebrachte schatten die me er toe hebben aangezet zo’n project te bedenken. Toen ik besloot om hierin te investeren, wilde ik dus al die sferen en culturen tot hun recht doen komen in thematische kamers.” De zeven kamers, waarvan men slechts de goede smaak en het comfort kan onderstrepen, verwijzen naar verblijven in Azië, Australië en Nieuw-Zeeland, maar ook naar het zuiden van Frankrijk. Kunstmatig? Oppervlakkig? Zeker niet. Men voelt het ernstige denkwerk dat samen met Vincent Verheggen, de architect uit Gembloers, werd verricht om elke kamer een echte samenhang mee te geven, waaruit tamelijk spontaan een gevoel van rust ontstaat. Die mooie samenhang vindt men ook terug in de integratie van die nachtruimten in de rest van het gebouw en de tuinen. “We hebben veel gewerkt aan het reliëf van het park”, luidt de commentaar van Serge Scheers, een landschapsarchitect. “We hebben de beplantingen en de niveaucurven opnieuw aangelegd om zuivere ruimten te creëren, die wel zelfstandig zijn, maar toch op elkaar inspelen.” En waarop ook de verre reizen van Bernadette Van Empel invloed hebben. “Elke ruimte is een herinnering. De grote rozentuin brengt ons terug naar Nieuw-Zeeland, want daar waren er overal. De terrasdelen, de waterpartijen en de rotstuinen herinneren ons aan de reizen naar Cambodja en Thailand. En de drogere stukken van het park roepen Australië op.”Zo gaan we van het ene continent naar het andere langs enkele paden die slingeren door heel natuurlijk lijkende valleitjes… Van de kamer naar het park, van het park naar de kamer: je hoeft echt niet ver te reizen om er even uit te zijn.

 

 

Welzijn en smaken

Wat onmiddellijk opvalt wanneer men de spa’s ziet, zijn de perfect bij elkaar passende uitrustingen, zowel naar schoonheid als naar kwaliteit. De ruimten zijn zo comfortabel en knus, dat je je haast thuis waant. De thermen bieden sauna, hammam, infraroodbanken, aromatische douche, twin bath, ice fall, relaxruimte, massages en verzorging. Een zeer mooie plaats om te rusten, of je nu als buur komt of voor een seminar. Want het Koru Hotel is ook een ruimte voor ondernemingen die van groen houden. “We beginnen bekend te worden bij topmanagers, die hier komen om zich af te zonderen en na te denken.” En om hun ogen op het groen laten rusten. In dit mooie deel van de Brabantse Haspengouw is dat een zacht eufemisme.

Voor het restaurant heeft Pascal Marcin, die zijn sporen in andere instellingen verdiende, besloten de uitdaging aan te gaan en te werken met een hele reeks plaatselijke leveranciers en ambachtslieden. “Dat is omdat ik deel wil uitmaken van het plaatselijk economisch weefsel en de streek‑ en seizoensproducten zoveel mogelijk tot hun recht wil laten komen, maar ook omdat ik natuurlijk ecologisch ben ingesteld.” “Ik heb zes jaar bij de Dolce in Terhulpen gewerkt”,vertrouwt Bernadette van Empel ons toe. Daar heb ik Pascal ontmoet, die er negen jaar werkte. We hebben een zeer goede verstandhouding bewaard. Tijdens de vijf jaar die nodig waren om het project uit te werken, had ze tijd genoeg om na te denken hoe ze zich het best kon omringen.

Bernadette wilde zich in de omgeving vestigen en vond het ideale gebouw. Van geluk gesproken! Het huis was wel bewoonbaar, maar de rest bleek niet stabiel genoeg. “Ik moest dus bijna alles slopen en heropbouwen. De aankoop gebeurde in 2011 en de eerste klant kwam op 10 september 2015. Het project is dus gespreid geweest over vijf jaar!” Maar het was het wachten waard!

 
Koru Hotel
Rue du Piroy 67
B-1367 Autre-Église
+ 32 (0)81 36 03 00

De eeuwenoude ruïnes van de abdij van Villers-la-Ville kregen onlangs een nieuw bezoekerscentrum en een nieuwe toegang tot de site, waardoor men heel de grootsheid van deze gotische parel in zijn natuurlijk schrijn kan ontdekken.

 

Deze ruïnes behoren ongetwijfeld tot de mooiste van de christelijke wereld en vormen de volledigste cisterciënzersite van Europa. De abdij van Villers, die Victor Hugo fascineerde, kwam aan het einde van de 19de eeuw opnieuw onder de aandacht dankzij de romantische belangstelling voor ruïnes. Deze ruïnes, die zo ambivalent zijn als de ijdelheid, getuigen evenzeer van de verwoestende tand des tijds als van de weerstand daartegen.

Onder impuls van de heilige Bernardus van Clairvaux beginnen de cisterciënzermonniken in 1146 een romaanse abdij te bouwen in de Thylevallei. De pragmatische pijdragers beslissen zich boven de waterloop te vestigen, in plaats van op een van de oevers ervan, zodat de abdij het stromend water kan gebruiken voor haar huishoudelijke behoeften en haar werkplaatsen. In de 13de eeuw beleeft de abdij een eerste bloeitijd, op het hoogtepunt van de gotische pracht. In de 18de eeuw worden de middeleeuwse gebouwen in neoklassieke stijl gerenoveerd en worden het abtenhuis en de tuinen eraan toegevoegd. De abdij, die toen door 100 monniken en 300 lekenbroeders werd bewoond, beleefde een nieuw hoogtepunt, dat echter bruusk werd afgebroken door de Franse Revolutie. In 1796 werd het domein in drie kavels verkocht. De eerste kavel bevat de resten van de abdij, de tweede de bijgebouwen met de molen en de vijver, en de derde de heuvel en de hoeve. Die splitsing gaat duren tot in de moderne tijd, waarin de ruïnes nog steeds eigendom zijn van de federale staat, terwijl de andere kavels toebehoren aan het Waals Gewest. Een typisch Belgische toestand, die het beheer van de hele site gelukkig niet te veel bemoeilijkt.

 

 

Anders denken

Een van de voornaamste problemen van de site is de lange asfaltweg die er van het ene uiteinde naar het andere doorheen slingert. Die nog uit de tijd van de Franse Revolutie daterende weg doet afbreuk aan het homogene karakter van het geheel en is een element van onveiligheid voor de bezoekers. “Er wordt al twintig jaar gesproken over het omleggen van de weg, maar dat bleek niet doenbaar om budgettaire redenen en wegens de vele onteigeningen die daarvoor nodig zouden zijn. Daardoor zijn we op den duur anders gaan denken”, zegt Corinne Roger, Directrice van de dienst Vastgoedopdrachten van het Waalse Erfgoedinstituut. Beetje bij beetje werd duidelijk dat het bouwen van een loopbrug over de weg om de verschillende delen met elkaar te verbinden, de beste manier zou zijn om de site op te waarderen en om de zichtbaarheid ervan en de veiligheid van het publiek te verbeteren.

Voortaan is de site toegankelijk via een nieuw Bezoekerscentrum dat werd ondergebracht in de oude molen, een gebouw dat in de loop der eeuwen veel veranderingen onderging, maar sinds de 13de eeuw altijd in gebruik is gebleven. Daarin bevinden zich nu de kantoren van de vzw Abdij van Villers-la-Ville, twee didactische zalen en de onthaalboetiek.

Toen men afkwam met het voorstel voor een loopbrug, stond ik een beetje weigerachtig tegenover het idee om zo'n breuk te maken in een oud gebouw. Maar het is waar dat de molen in de tijd van de monniken veel kleiner was en dat hij pas later grondig werd verbouwd. Die loopbrug vertrekt vanuit een verdieping die niet bestond in de tijd van de abdij. Ze maakt de verbinding met de heuvel en biedt een weergaloos uitzicht op de site”, vernemen we van Michel Dubuisson, historicus en adjunct-directeur van de vzw.

Eerst komt men langs het onthaal en de bijbehorende boetiek, die uitpuilt van artikelen en producten die in cisterciënzer‑ en andere abdijen werden gemaakt. Van daaruit gaat men naar de twee zalen op de hogere verdiepingen. Deze vleugel van het gebouw was buiten gebruik sinds 1858, maar onderging aan het einde van de 19de eeuw een eerste reeks conservatiewerken, waarbij architect Charles Licot al van plan was er een museum in onder te brengen! De renovatie met haar verfijnde lijnen doet de panelen van cortenstaal, het natuurlijke hout en de eerbiedwaardige muren van afgebikte baksteen, heel sober op elkaar aansluiten. In de eerste zaal krijgt men een inleiding tot de cisterciënzerwereld. Zo ziet men er de ligging van de abdijen in Europa, het plan en het organogram voor de werking ervan, alsook het verbazend ingewikkelde uurrooster dat het leven van de monniken naargelang de jaargetijden regelde. Met behulp van een reeks aanraakschermen kan men die informatie verder uitdiepen. De tweede zaal wordt bijna helemaal in beslag genomen door een groot leistenen schaalmodel van de abdij in haar glorietijd. Het materiaal verwijst natuurlijk naar de steen waaruit de abdij voor 95 % werd opgetrokken en die gewonnen werd in twee nabijgelegen steengroeven. Vóór de herinrichting van de oude molen werden er verscheidene restauratie‑, uitrustings‑ en landschapswerken uitgevoerd, waarbij in 2010 de deur van de hoeve en de schuur met de huidige technische werkplaatsen werden gerestaureerd, en in 2011-2012 de wasserij waarin nu een ambachtelijke microbrouwerij is ondergebracht.

 

 

Alles sober houden

Vóór ze het eens werden over de definitieve inrichting van het bezoekerscentrum, hebben Michel Dubuisson en andere leden van de vzw enkele van de 200 Europese cisterciënzersites bezocht om er ideeën op te doen. Een van de markantste was de abdij van Fountains in Yorkshire. “Na die bezoeken waren we vastbesloten alles sober te houden en ons niet te bezondigen aan een overdreven scenografie. De inleiding mocht niet belangrijker worden dan het bezoek. Wat telt, is dat de bezoekers alle sleutels in handen hebben wanneer ze op de site zelf rondgaan.

De heuvel bestaat uit een soort natuurlijke opeenvolging van terrassen. Van daaruit heeft men uitzicht op het hele domein en beseft men dat de monniken de site echt in de diepte van het dal hebben gebouwd. “Men ziet veel beter heel de natuurlijke omgeving en veel mensen hebben me al gezegd dat ze bij het doorlopen van de ruïnes niet beseften hoe groot de site eigenlijk is.” Sinds 1146 is de heuvel altijd een levendig landbouwgebied geweest. Ook vandaag nog ziet men er schapen en paarden grazen in de weiden die tot aan de top reiken, wat past in de conserveringsprogramma’s die perfect aansluiten op het erfgoedkarakter van de site. In de eveneens gerestaureerde hoeve bevindt zich nu een integratie- vzw en een natuurcentrum. De beheerders van de site hebben ook geprofiteerd van de aanleg van het nieuwe parcours en van de inrichting van het bezoekerscentrum om de bewegwijzering en de weinige informatiepanelen langs het parcours op te frissen en te harmoniseren. Nadat men de ruïnes vanuit de hoogte heeft gezien, is men nog gevoeliger voor de verheven schoonheid ervan. Hier en daar zijn er enkele discrete moderne ingrepen zichtbaar: een muurtje, een betonnen koker met daarin een lift voor personen met beperkte mobiliteit. De altijd even indrukwekkende middenbeuk doet de mensen omhoog kijken. Ze getuigt van de restauratiewerken van Charles Licot, die aan het einde van de 19de eeuw zonder aarzelen trouw bleef aan de gotische stijl. Hier staat een zuil om een stuk muur te ondersteunen; daar zien we boven ons twee van de drie gewelven die niet van monastieke oorsprong zijn.

Ik geloof dat Villers uniek is om drie redenen”, gaat Michel Dubuisson verder. “Vooreerst heeft de abdij de suggestieve kracht van een romantische ruïne. Vervolgens heeft ze een wateropvangsysteem dat in die tijd uniek was. Ten slotte en vooral treft men heel zelden op één en dezelfde site sporen aan van de plaatsen waar de monniken leefden en werkten rond het kloostervierkant.

www.villers.be


Mikken op 60.000 bezoekers

Een nieuw parcours, een nieuwe dynamiek, nieuwe ambities! Tegenwoordig trekt de site van Villers 35.000 tot 40.000 bezoekers per jaar aan. Wanneer men daar nog evenementen bij optelt, zoals de zomervoorstellingen, de Koornacht en de Circusnachten, komt men aan 100.000. “We willen ons niet vastpinnen op becijferde doelstellingen, maar we denken toch dat we 60.000 bezoekers per jaar kunnen halen”, voert Michel Dubuisson aan. “Daarvoor moeten we geregeld de belangstelling weer opwekken door nieuwe dingen aan te bieden.” Gesloten zones werden weer geopend, zoals het netwerk van kelders dat uit de 18de eeuw stamt en zich uitstrekt onder het abtenpaleis. Begin 2017 zullen de bezoekers gebruik kunnen maken van een videogids met een reconstructie van de abdij in aangevulde werkelijkheid.


Mirakel in de kapel

Op de hoogten van de Garenneheuvel, die achter de bogen van de spoorweg oprijst, staat de kapel van Onze-Lieve-Vrouw van Scherpenheuvel. Naar aanleiding van de 400ste verjaardag van de wijding ervan, komt een tentoonstelling terug op enkele buitengewone gebeurtenissen. In 1614 werd Robert Henrion, de 48ste abt van Villers, naar de “abbaye du Verger” in de buurt van Douai geroepen om er voorzitter te zijn van een heksenproces waarbij zes ongelukkige monialen op de brandstapel eindigden. De voortvarende leiding van de abt werd achteraf bekritiseerd. Gelukkig voor hem werd, na zijn terugkeer in Villers, de Scherpenheuvelkapel het toneel van verscheidene mirakels, zoals een klok die uit zichzelf begon te luiden om middernacht. Een teken van God? Men zou van minder staan te kijken, te meer daar er 400 jaar later een ogenschijnlijk gezonde boom vlak naast de kapel uit zichzelf omviel…

“Mirakels en toverij in de Abdij…”

tot 30 december 2016 in de tuinen van de abt


Herfst in de Abdij
 
24 en 25.09
Festival van de microbrouwerijen “Carrément Bières”
 
09.10
Planten‑ en Gezondheidsworkshop
U leert er volgens recepten van de middeleeuwse geneeskunde een siroop, een zalf en een alcoholisch plantenaftreksel maken.
 
29.10
Gezongen wandeling
Zangeres Marie Fripiat neemt u met middeleeuwse a‑capellaliederen mee op een wandeling vanuit het kerkkoor naar de Scherpenheuvelkapel.
 
05.12.16 > 31.03.17
Tentoonstelling over de kindertijd in de middeleeuwen
 
22, 26, 27 en 30.12
Het ongelooflijke ballet van Mijnheer Peppernote
Een paardenopvoering door de “Compagnie Tempo d’Éole”

 

  • /

EASI, dat in 2015 en 2016 werd uitgeroepen tot Best Workplace, is het bedrijf waar werknemers zich het gelukkigst voelen. Navraag leert dat (materieel) welzijn en geluk op het werk hier niet met elkaar worden verward. Zou dat de sleutel zijn tot arbeidsontplooiing? CEO Salvatore Curabaonthult ons de ingrediënten van zijn succes.

 

Zijn kantoor is helemaal van glas en even groot als dat van zijn medewerkers. De deur staat altijd open. Salvatore Curaba is de oprichter en baas van EASI, het bedrijf waar een formele dresscode samengaat met een vriendelijke sfeer. Wanneer hij over zijn levensloop en de geschiedenis van zijn bedrijf vertelt, laat de CEO meerdere malen het woord ‘geluk’ vallen. Een begrip waarover hij blijkbaar lang heeft nagedacht. “Het is beslist een aandachtspunt, maar vooral een vorm van beschaafdheid. Ik zou niet willen dat het als berekening wordt gezien. Ik redeneer niet in de trant van:als ik gelukkige werknemers heb, zijn ze productiever, win ik wedstrijden enzovoort. Zo zit ik niet in elkaar. Voor mij is het gewoon belangrijk om gelukkig te zijn en met gelukkige mensen te werken.”

 

De pijlers  

Maar wat maakt de werknemers van EASI zo gelukkig? “Twee jaar geleden had ik die vraag niet kunnen beantwoorden. Ik wist niet waarom mijn werknemers gelukkig waren en evenmin waarom wij zo’n goed presterend bedrijf waren.” Salvatore Curaba, die tal van lezingen over dit onderwerp heeft gegeven en onlangs nog een gesprek met koning Filip had, heeft zijn eigen succes onderzocht om een theorie te formuleren. Hij schrijft het toe aan de vijf pijlers waarop EASI rust.

De eerste pijler wordt gevormd door menselijke waarden. “Ik wil vooral werken met mensen die onze waarden delen: respect (voor anderen of voor je verplichtingen), positiviteit en gelijkheid. Ik zou niet kunnen werken met mensen die alleen problemen zien of met directeuren die zich beter voelen dan anderen. Het is net als met voetbal: het heeft geen zin om een speler te contracteren die 30 goals kan maken als hij daarnaast de sfeer in de ploeg verziekt.”

De tweede pijler is de organisatie. “Omdat EASI een ontzettend gestructureerd bedrijf is, lijden we aan organisatiezucht. Alles moet onder controle zijn. We hebben overal procedures voor, maar zijn tegelijkertijd flexibel en bieden de mogelijkheid om het systeem ter discussie te stellen. Dat behoorttrouwens tot de diensten die we aan onze klanten verlenen.” Dat lijkt misschien tegenstrijdig, want de gangbare definitie van geluk op het werk is gebaseerd op het concept van de ‘bevrijde onderneming’, maar volgens Salvatore Curaba kan vrijheid, die onontbeerlijk is voor geluk (zoals we verderop zullen zien) zich alleen ontwikkelen binnen een duidelijk afgebakend kader.

Het vermogen om inspanningen te leveren wanneer dat nodig is, vormt de derde pijler. “Mensen moeten verantwoordelijkheidsgevoel hebben, deadlines respecteren, tot het uiterste gaan zonder dat hun dat gevraagd hoeft te worden. Dat moet vanzelfsprekend zijn. Net als in de sport behaal je geen resultaten als je niet hard werkt.”

De vierde pijler is delen. “In een bedrijf moet je de zaken zo organiseren dat er enorm veel kennis en ervaring wordt gedeeld. Altijd andere mensen helpen. Dat is het enige waar mijn directeuren voor dienen: de werknemers tot ontwikkeling brengen. En ik om mijn directeuren tot ontwikkeling te brengen.” De grote baas heeft zo geleerd om een stapje opzij te doen. “Ik wil geen werkgever zijn die zijn bedrijf afremt, want dat gebeurt vaak wanneer een CEO denkt dat hij overal aanwezig moet zijn en dat alles via hem moet lopen. Ik moet zorgen dat mijn directeuren zich kunnen ontwikkelen en moet het lef hebben om op de achtergrond te blijven, zodat zij nog hoger kunnen klimmen.”

Welzijn en geluk

De vijfde pijler is natuurlijk het geluk zelf, waarvoor om te beginnen een goed definitie nodig is. “Geluk wordt vaak verward met welzijn, dat verband houdt met de beschikbaarheid van diensten en materieel comfort (bv. verlichte kantoren, een bedrijfsrestaurant met een breed aanbod). Bij EASI is dat welzijn er voor de werknemers. We organiseren volop activiteiten en hebben speel- en ontspanningsruimtes. Dat is goed, maar het blijft oppervlakkig en onvoldoende, want om mensengelukkig te maken, moet je tegemoetkomen aan behoeften die veel dieper zitten.”

Voor Salvatore Curaba lijken die behoeften vanzelfsprekend. Het gaat allereerst om erkenning. “Erkenning is een universele levensbehoefte van de mens. Hoe vaak zeggen we dankjewel tegen onze medewerkers? Bij ons bedanken en feliciteren we elkaar voortdurend. Er heerst een echte erkenningscultus, die we bewust in stand houden via een jaarlijkse ceremonie.” Vervolgens gaat het om vrijheid. “We willen allemaal op een vrije en zelfstandige manier werken en laten zien wat we kunnen zonder de hele tijd gecontroleerd te worden. Managementtechnieken die uitgaan van controle, zijn volledig achterhaald en ondoeltreffend. In een gestructureerde omgeving met zeer duidelijke procedures heeft iedereen bij ons de vrijheid om zijn capaciteiten te ontwikkelen, initiatieven te ontplooien en verantwoordelijkheid te dragen.”

 

Geheimen en mislukkingen bestaan niet

De derde behoefte is transparantie. “Iedere werknemer heeft de behoefte om toekomstplannen te maken. Wat betreft salaris, moet hij weten wat hij kan doen om meer te verdienen en die weg moet duidelijk en objectief zijn. Wat betreft ondernemingsplannen, moet hij weten of zijn bedrijf het goed doet, of er een overname aan zit te komen enzovoort. Als de directie niet transparant communiceert, begint iedereen zich vragen te stellen, ontstaat er wantrouwen en neemt het vertrouwen af. Je komtdan in een negatieve spiraal, die het geluk aantast.” Bij EASI bestaan er geen taboes tussen personeel en directie. Elke derde donderdag van de maand organiseert Salvatore Curaba een vergadering waarop hij de resultaten van EASI presenteert en de nieuwe plannen bekendmaakt aan alle werknemers, die gerust vragen mogen stellen.

Een andere behoefte is uitdaging. “Het geldt misschien niet voor iedereen, maar uiteindelijk moet je een opdracht hebben om gelukkig te zijn. We zijn namelijk niet op aarde om te werken, maar om ons te ontplooien. Sommigen willen de wereld veranderen, anderen willen de eersten zijn en kunstenaars hebben de behoefte om te scheppen. Als je mensen een uitdaging geeft, hebben ze niet meer het idee dat ze komen werken, maar dat ze een opdracht uitvoeren.” De uitdaging waar EASI op dit moment voor staat, is trouwens niet gering: met zijn nieuwe emailoplossing InboxZerowil het bedrijf Google van de troon stoten. Is dat alles? “Ik realiseer me dat het idioot klinkt, maar ergens geloof ik erin. Waarom zou ons dat niet kunnen lukken? Het is iets waar we samen van dromen en wat ons goed doet!” Maar riskeer je geen mislukking en teleurstelling wanneer je te veel droomt? “Ik zal een werknemer nooit verwijten dat hij zijn doel niet heeft bereikt, maar wel dat hij niet zijn uiterste best heeft gedaan om het te bereiken. Zolang je hebt gestreden, is er geen sprake van mislukking. Bij ons zijn we niet bang om te doen, omdat we geen mislukking hoeven te vrezen.”

 

Een gezamenlijke onderneming van werkgever en werknemers

Het is te merken dat Salvatore Curaba van zijn medewerkers houdt. “Liefde! Persoonlijk voel ik een welwillende, tribale liefde voor mijn werknemers en omgekeerd voel ik me bemind door mijn werknemers. Ik weet niet of veel werkgevers hetzelfde kunnen zeggen.” De CEO zegt ook bijzonder trots te zijn op de mensen die al lang voor hem werken. “Ik ben even trots op mijn directeuren als op mijn kinderen. Ze zijn sterker dan ik en trekken het bedrijf omhoog. Dat is puur geluk!” Tussen nu eneind 2016 gaat EASI nog 30 tot 40 mensen in dienst nemen en binnenkort telt het bedrijf 40 aandeelhouders, want alle directeuren en 5 werknemers hebben aandelen in EASI. Ongeveer 20 andere werknemers worden eerstdaags aandeelhouder van het bedrijf. “Ze krijgen die aandelen niet, maar kopen ze. Dat betekent dat ik EASI niet meer als mijn bedrijf kan beschouwen, maar dat het ons bedrijf is. Dat schept een heel sterke band. Je deelt iets met elkaar. Binnenkort heb ik trouwens nieteens meer een meerderheidsbelang en als ik stop met werken, moet ik mijn eigen aandelen weer verkopen, want alleen mensen die binnen het bedrijf actief zijn, mogen aandelen bezitten.”

EASI is dus een bedrijf waar iedereen zich belangrijk, vrij en bemind voelt en regelmatig een bedankje krijgt. Een bedrijf waar de werknemers toekomstplannen kunnen maken, mee kunnen beslissen en hun omgeving kunnen vertrouwen. “Alle stukjes vallen dan op hun plaats. Wanneer iemand tevreden is op zijn werk, is hij positiever, gedienstiger. Dat werkt als een opwaartse spiraal.”

En deze spiraalbeweging gaat maar door. “Ik heb veel vertrouwen in de middellange en lange termijn. We kunnen alleen maar groeien.” Wat valt er nog te doen voor de grote baas nu zijn directeuren geleidelijk het stokje overnemen en dezelfde filosofie uitdragen? Een boek schrijven? “Misschien voor het 20-jarig jubileum van EASI in 2019. We zullen zien.”

 

www.easi.net


 

BIO EXPRESS

Salvatore Curaba, de oprichter van EASI, is niet van plan om een eigen bedrijf te stichten wanneer hij op 20-jarige leeftijd zijn informaticadiploma behaalt. Als beroepsvoetballer combineert hij een sportieve carriere in klasse D1 met een baan in de IT-sector, waar hij 5 jaar als programmeur werkt. Op 30-jarige leeftijd is hij zowel voetbaltrainer als salesmanager bij een internationaal bedrijf. “Toen ik 35 was, zou ik algemeen directeur worden van mijn vestiging, maar vreemd genoeg was ik niet erg gelukkig. Op dat moment had ik de moed om alles op te geven en EASI te stichten.” De jonge ondernemer, die gewend is om meerdere projecten tegelijk te leiden, neemt het risico, sluit een lening af en waagt het erop. “Het was stressvol en lastig, maar wanneer je er helemaal voor gaat en op uitmuntendheid mikt, kan het niet fout gaan!”


EASI IN HET KORT

EASI is een IT-bedrijf dat sinds 1999 bestaat en nu een jaaromzet heeft van 25 miljoen euro. EASI heeft tegenwoordig 150 mensen in dienst, die werkzaam zijn in Nijvel, Leuven, Frankrijk, Luxemburg en Luik. Het bedrijf legt zich toe op vier soorten activiteiten voor middelgrote en groteondernemingen, variërend van zeer traditionele IT-werkzaamheden tot supergeavanceerde diensten. Salvatore Curaba aarzelt niet om zijn bedrijf de nummer één van de wereld op het gebied van e-mailbeheer” te noemen dankzij SmartMail (oplossing voor professionals) en InboxZero (business-toconsumer oplossing die in september uitkomt). Deze software biedt een geheel nieuwe manier om mailboxen te beheren.

EASI was finalist van de wedstrijd Onderneming van het Jaar van Ernst & Young, die de best draaiende bedrijven beloont, was acht keer Trends Gazelle en is twee keer uitgeroepen tot Best Workplace (in 2015 en 2016). Tot de klanten van EASI behoren zeer uiteenlopende bedrijven, zoals Proximus, Burger King, Exki, Honda, Groupama, Artsen zonder Grenzen en Pfizer.


BENJAMIN BARTHELEMI

Verkoopmedewerker, 7 maanden werkzaam bij EASI

“EASI is een open bedrijf. Je merkt dat er naar je geluisterd wordt, dat je steun krijgt en dat je met het bedrijf meegroeit. Dat is heel belangrijk, want daardoor kunnen we ons ontwikkelen en uiteindelijk het bedrijf ontwikkelen. Veel vrienden van me zeggen dat ze na twee jaar weggaan bij hun huidige werkgever, omdat hun toekomst daar niet ligt. Dat is bij mij niet het geval. Ik denk dat ik hier over vijf jaar nog zit, omdat ik goedetoekomstperspectieven heb. We zijn een groot bedrijf, maar hebben nog steeds een mkb-mentaliteit. We tutoyeren elkaar en zijn close met iedereen. Je kunt zonder problemen aankloppen bij de baas. We hebben niet echt een hiërarchische organisatie, maar alles is wel in hoge mate in categorieën verdeeld, gestructureerd en duidelijk. We hebben halfjaarlijkse evaluaties, zodat we onze menselijke ontwikkeling ten opzichte van de bedrijfswaarden en onze professionele ontwikkeling ten opzichte van onze doelen kunnen beoordelen. Daardoor weten we heel precies waar en hoe we ons ontwikkelen bij EASI. Daarnaast is er aandacht voor ons welzijn. Sinds kort hebben we bijvoorbeeld een stomerijservice, waar we onze kostuums kunnen afgeven. In alle opzichten wordt ervoor gezorgd dat we ons prettig voelen.”


SALVATORE CONTI 

Hoofd R&D EASI Financials, 12 jaar werkzaam bij EASI

“In 2001 kreeg ik de kans om stage te lopen bij EASI. Wat me opviel, was dat ik een lang gesprek had met de grote baas. Een werkgever die een half uur de tijd neemt om met een stagiair te praten, dat vind ik geweldig. Bij EASI voelde ik dat ze mevertrouwen wilden geven. Helaas was het een slecht jaar voor de IT-sector, waardoor ik niet werd aangenomen. Ik kwam terecht bij een ander bedrijf, waar ik snel begreep dat ik het er niet fijn zou vinden, want hoewel ik niet bijzonder streberig ben, had ik geen zin om 15 jaar lang hetzelfde te doen.Ik kwam Salvatore opnieuw tegen op een bruiloft en de maandag daarna heb ik mijn contract getekend bij EASI! Ik begon als consultant. Er was veel stress, maar de uitdaging was elke dag anders. We zijn voortdurend op zoek naar nieuwe uitdagingen voor onszelf of een ander. Is er een probleem, dan is dat ieders probleem, zonder enige hiërarchie. De waarden die we delen, vormen onze kracht. We proberen altijd samen te werken met mensen die zich daarin vinden. De enige keer dat ik iemand moest ontslaan, was dat geen verrassing voor hem en hebben we bovendien alles gedaan om een baan te vinden die beter bij hem paste. In mijn werk probeer ik eerder een leader dan een manager te zijn: samen met de anderen roeien in plaats van op de trom te slaan. Want voor mij is een gelukkige werknemer iemand die zich niet meer hoeft af te vragen wat er van hem gaat worden binnen hetbedrijf, omdat we samen met hem over zijn toekomst hebben nagedacht.”

  • /

David, Benjamin en Ludovic vormen een trio van geniale autodidacten. Wat bindt hen? Zich samen op het bedrijfsleven storten en hun eigen onderneming stichten. In amper twee jaar tijd zijn al ruim 200.000 gebruikers wereldwijd gewonnen voor Speaky. Wat motiveert hen? Lachend opstaan, zich goed in hun vel voelen en zien dat hun project lekker loopt.

 

In de kantoren van Creative Spark, een soort kweekvijver voor start-ups, is er geen tekort aan creatieve geesten. Dagelijks leven die zich uit achter hun computerschermen. De broers David en Benjamin Defrenne, en hun vriend Ludovic Chevalier, medeoprichters van Speaky SPRL, vormen daarop geen uitzondering. Amper 25 en 26 jaar, en pas afgestudeerd aan de UCL laten de drie jonge ingenieurs (in informatica, toegepaste wiskunde en management) zich leiden door hun instinct. Ze willen een eigen zaak oprichten. Dankzij een omweg via NEST’up, een start-up accelerator, komen ze erachter welke weg ze precies moeten volgen. Het doel is zo snel mogelijk nagaan of hun idee kans op slagen heeft en het daarna op de markt brengen.

 

Een vliegende start

De spreekwoordelijke eerste steen voor hun zaak wordt gelegd op 1 september 2014. Gedurende enkele maanden kamperen de hoofdfiguren op de bank van de familieveranda. Met de steun van hun ouders vestigen ze al hun aandacht op hun project. Een maand later is het platform Speaky versie 1.0 een feit. “Als kind en als puber volgden we taallessen op school, maar we leerden ze niet echt gebruiken, legt medestichter David uit. “Toen we dan met Erasmus een uitwisselingsprogramma volgden in Sevilla, Valencia en Shanghai, beseften we alle drie vrij snel dat het makkelijker is om een vreemde taal te leren als je omgaat met plaatselijke bewoners die belang stellen in dezelfde dingen als jezelf. Spreken over een onderwerp dat je interesseert, stimuleert. Dat zijn echte situaties. Deze ervaring wilden we doen herleven via ons volledig gratis platform: in contact treden met mensen dietalen willen leren en gemeenschappelijke interesses hebben.

Uiteindelijk maakt het eigenlijke project niet zoveel uit, het ondernemerschap primeert, meer in het bijzonder de zin om een probleem op te lossen. “Als we op ons niveau geen problemen kunnen oplossen, hebben we gewoon geen bestaansreden. Dat geeft ons leven zin.” Bolt, een Spaanse start-up accelerator, selecteert hen en ze trekken naar Malaga, in Andalusië. “We bleven vier maanden ter plaatse en dat was zowel op menselijk als op professioneel vlak een geweldige ervaring. We hadden geen verplichtingen en konden ons dus dag in dag uit toeleggen op Speaky. We hebben enorm veel geleerd, grote vooruitgang geboekt, maar ook veel fouten gemaakt. En toch ging alles met rasse schreden vooruit. Mentors onderwierpen ons project aan een kritisch onderzoek, want het eindresultaat moest toch wel uitmuntend zijn.

De kmo die zich lanceert in het domein van het onderwijs krijgt in april 2015 een toelage van de Europese Unie. In ruil voor de beurs verplicht men ons om enkele jaren lang huncomputerprogramma’s te gebruiken. De deal bestaat er dus in om op de technologische producten de EU een zekere zichtbaarheid te geven. Heel toepasselijk heb ik het hier over een video chat-systeemwaarmee men kan skypen via een navigator.

Marketingverantwoordelijke Ludovic legt uit. “We zijn begonnen aan een mooie uitdaging, want we willen van ons platform een sociaal netwerk maken waarop iedereen die een taal wil leren, in verbinding kan treden met personen met hetzelfde doel. Dat is onze visie op de zaken. In theorie hebben we het hier over twee miljard mensen. De grote vraag is dus hoe we zonder financiële middelen zoveel mensen kunnen bereiken en hoe we er kunnen voor zorgen dat de website gratisblijft.” In juli 2015 wordt een overeenkomst ondertekend met Altissia, dé referentie voor online-taalcursussen en de bedenker van WallanguesSpeaky is in die zin een innovatief instrument dat alle cursisten met elkaar in contact brengt. Door de overeenkomst bezit Altissia een exclusieve licentie om Speaky te gebruiken. “Wij genereren bijgevolg geen geld met ons platform, maar wij bieden Altissiaeen licentie aan en de taaltrainer vergoedt ons daarvoor. Naast de EU-beurs beschikken we daardoor over een inkomen en kunnen we onze medewerkers betalen.

 

Een reeks kleine wendingen

Sinds de start heeft het project geen grote keerpunten gekend. De bedenkers zijn veeleer van mening dat het geleidelijk een reeks kleine wendingen genomen heeft. Er zijn geen beperkingen aan het principe van language exchange. Om zich te onderscheiden van de concurrentie hebben de drie schalkse vrienden niet veel keuze: ze moeten een groot marktaandeel bemachtigen. “Steeds meer zien we hier en daar virtuele gemeenschappen opduiken die sterk op ons gelijken. Om dat verschijnsel vóór te zijn, moeten we absoluut de besten in ons domein worden.” Logischerwijze is de tijd ook rijp om een plaatsje te veroveren op de mobiele markt en het leren van talen uit te breiden op smartphone. “Op dat vlak bezitten onze concurrenten voorsprong op Android en iOS. Onze apps werden nog maar pas gelanceerd. Het is nog heel nieuw, we zijn nog niet droog achter de oren,” relativeert David, die belast is met de ontwikkelingen op Android.

Om te voldoen aan de grote vraag hebben ze de hulp ingeroepen van Matthieu, de jongste telg van het gezin Defrenne, en van een van hun vrienden, Arnaud De Backer. De vijf jonge autodidacten vullen elkaar aan en steunen elkaar. David verduidelijkt: “In het informaticawereldje is tijd de enige beperking. Op dit moment is het aantal oplossingen en dragers nagenoeg eindeloos. Door heel veel teoefenen, leert men zijn vak in de praktijk. Door zo veel mogelijk deskundigheid bijeen te brengen binnen de groep besparen we tijd en geld, en vermijden we langdurige discussies. Op dit moment is alles wat we nodig hebben intern beschikbaar.”

Het team kan rekenen op het advies van de leden van het netwerk Ondernemen Brussel, waar het zich sinds kort heeft bij aangesloten, alsook op de andere huurders van Creative Spark“Het product maakt eigenlijk niet uit, want we hebben vaak dezelfde vragen en problemen. Door ervaringen te delen of om raad te vragen, kunnen we bepaalde stappen overslaan. Het zou echt jammer zijn om dezelfde fout te maken die iemand al eens eerder gemaakt zijn. Dat proberen we dus te vermijden.”

 

Nadruk op ontplooiing

Op 25-jarige leeftijd een carrière starten in de ondankbare, selectieve wereld van het ondernemerschap is zeker geen gemakkelijkheidsoplossing. Maar sinds de start van het avontuur lijkt het geluk de drie moedige kerels toe te lachen. “Geluk is wellicht niet het juiste woord, maar wehebben wel mooie kansen gekregen en die hebben wij op het goede moment met beide handen aangegrepen. Verder zijn we voortdurend op zoek naar opportuniteiten om het product verder te ontwikkelen. Maar voor we één kans kunnen grijpen, hebben we eerst al talloze zaken uitgeprobeerd, die allemaal op niets zijn uitgedraaid,” herinnert David zich.

In amper twee jaar tijd is er veel gebeurd, maar de motivatie is nog altijd ongeschonden en even groot. Om zich te onderscheiden van de concurrentie moet Speaky opvallen. Met dat doel voor ogen zetten alle teamleden hun beste beentje voor. Net als zijn makkers is David een sportman in hart in nieren: “Ons avontuur blijft een marathon, het is geen korte sprint. We moeten ook nog tijd hebben om uit te blazen. In het begin werkten we minstens 10 tot 12 uur per dag. Na enkele maanden tegen dat tempo kwamen we snel tot de vaststelling dat een dergelijk hoog werkritme per dag onze productiviteit afremde. Op dit moment proberen we het dan ook wat kalmer aan te doen. We startennog altijd om 7.30 u, maar stoppen vroeger, zo rond 16 u. We werken nu minder, maar toch liggen onze productiviteit en ons concentratievermogen hoger. En we zijn ook beter afgestemd op het ritme van de rest van de bevolking, meer bepaald onze vrienden. Bovendien doen we allemaal graag aan sport, in de eerste plaats aan krachttraining. Op die manier blijft er nog tijd over om ons uit te leven. Dat is onze bedrijfscultuur in een notendop,” glimlacht David. “Na gemeenschappelijk overleg besloten we om ons aan dat werkritme te houden. We praten moeiteloos over onze individuele behoeften ten opzichte van de zaak. En we streven vooral evenwicht na: wij zorgen voor onze bijdrage aan Speaky, maar Speaky brengt ons ook iets bij.” Persoonlijke ontplooiing is een cruciale factor in de ontwikkeling van de jonge onderneming en de al even jonge medewerkers die niet bang zijn voor detoekomst.

 

www.gospeaky.com 


SPEAKY, HET RESULTAAT VAN GEMEENSCHAPPELIJK OVERLEG
DAVID

“De hiërarchie die we toepassen, is zo vlak’ mogelijk. De leden van ons team worden niet onderverdeeld in ‘bazen’ en ‘werknemers’. Iedereen staat op gelijke voet. Niet iedereen bezitdezelfde graad van verantwoordelijkheid, maar toch heeft ieder van ons iets te zeggen! Als men zijn noden uitdrukt, is het heel makkelijk om te brainstormen en om oplossingen te vinden die iedereen bevallen. Zo lezen Benjamin, Ludovic en ik veel over ondernemerschap en persoonlijke ontwikkeling. We hebben alleen het beste voor met onze zaak, en daar laten we ons door leiden.”

BENJAMIN

“Op het vlak van strategische keuzes zijn alle leden van het team betrokken partij. Ieders mening telt. Dat is een essentieel element voor de samenhang en de ontwikkeling van de onderneming.”

ARNAUD

“Hiervoor werkte ik voor een bedrijf dat aan IT-consultancy deed. Ik was er gewoonsoftwareontwikkelaar. Ik wil daarmee zeggen dat men mij nooit vroeg om meer te doen dan datgene wat ik al kon – dat leek me toch ietwat simplistisch. Men liet mij niet deelnemen aan de strategische besprekingen over de software die ik installeerde. Ik had er een veel kleinere inbreng dan bij Speaky.Hier voel ik me volledig betrokken bij het project en dat was al zo van bij de start. Daardoor krijg je de indruk dat het werk dat je doet een volwaardige investering is. Ik zie mezelf groeien en elke dagopnieuw bijleren.”


SPEAKY IN Cijfers
2014
Op 6 oktober 2014 wordt het platform gelanceerd. Sindsdien is de website nog nauwelijks herkenbaar, want ze ontwikkelt zich voortdurend.
 
113
Vandaag zijn er 113 talen beschikbaar, waaronder Sanskriet, Berbers, Zoeloes, Latijn … en zelfsKlingon
 
1000
Elke dag telt Speaky circa 1000 nieuwe inschrijvingen en dat cijfer stijgt onophoudelijk.
 
200 000
Op dit moment heeft Speaky 200.000 gebruikers. Tegen eind september mikt men op maar liefst 400.000 inschrijvingen. 
 
 
  • /
  • /

ToonYou werkte sinds 2014 aan de ontwikkeling van een innovatieve animatieserie voor deallerkleinsten. Dat doel is nu moeiteloos bereikt. Maar de start-up heeft nog heel wat ambitieuzeprojecten achter de hand. We ontmoeten Alexandre Touret, de medeoprichter van het bedrijf.

 

Alexandre Touret heeft alle reden om trots te zijn. De app ‘ToonYou: My Dream Jobs’ die zijn bedrijf heeft uitgebracht, gaat het voor de wind. De eenvoudig te downloaden app, die beschikbaar is in een versie voor smartphone (iOS, Android en Windows Phone) en pc/Mac, heeft in korte tijd veel ouders voor zich gewonnen. ‘ToonYou: My Dream Jobs’ oogt als een televisieserie en geeft kinderen van 2 tot 6 jaar in elke aflevering uitleg over een ander beroep. “In de leeftijd van 2 tot 5 kijken ze samen met hun ouders naar de afleveringen, die 3 minuten duren. Als ze 5 of 6 jaar zijn, kunnen ze zelfstandig kijken”, verduidelijkt de jonge ondernemer.  

Het bijzondere van de app is dat het een tv-animatieserie is die dankzij de ouders (één of allebei) wordt gepersonaliseerd. Vóór het begin van de ‘experience’ – zoals dat in het jargon heet – kunnen ze namelijk een foto van hun gezicht en dat van hun kind uploaden.

 

Kinderen aandachtiger maken

Uit een enquête van Nickelodeon in 2012 bleek dat 90 procent van de kinderen hun ouders als de grootste helden beschouwen. Waarom zou je ze dan geen hoofdrol laten spelen? ‘ToonYou: My Dream Jobs wil kinderen allerlei beroepen laten ontdekken via hun eigen ouders, die de hoofdpersonen worden van de betreffende aflevering, zoals astronaut, trapezewerker, brandweerman, postbode of IT’er. Door middel van grappige en leerzame avonturen maken ze dan een ontwikkeling door. “Ons werk is gebaseerd op overleg met kinderpsychiaters en de zogeheten neurofysiologische reflex: kinderen hebben een instinct waardoor ze de unieke combinatie van neus, mond en ogen van hun ouders kunnen onthouden. Daarom luisteren ze meer naar hun ouders dan naar andere volwassenen.” Elke aflevering – er zijn er al zeventig gemaakt – biedt het kind (en de ouders) daardoor de mogelijkheid om echt in het verhaal op te gaan.

Kinderen van 2 of 6 jaar nemen de wereld natuurlijk anders waar. “Door de personalisering is de tekenfilm al interessant voor kinderen vanaf 2 jaar. Zij zien hun mama een limonadekraampje openen, waarna de ene ramp na de andere plaatsvindt. Grotere kinderen begrijpen het verband met het beroep van ondernemer, dat lastig kan blijken in het dagelijks leven.” Alexandre Touret spreekt uit ervaring, want hij heeft thuis zelf twee proefkonijnen: “Mijn kinderen zijn 2 en 5 jaar oud. Zij maakten me duidelijk dat ik een glimlach en een flinke dosis humor moest toevoegen. We hebben voor grapjes gekozen om het educatieve aspect van de serie te ondersteunen.”

 

Kinderlijke werkelijkheid

De bedenkers van ‘ToonYou: My Dream Jobs’ zochten inspiratie bij hun doelgroep. Zo keken ze naar de relatie die sommige kinderen met papier en karton hebben: deze knutselmaterialen zijn als basis voor de serie gebruikt. Ook de manier waarop de scenario’s tot stand komen, is afgekeken van kinderen. “We wilden letterlijk binnenkomen in hun wereld en verbeelding. Kinderen hebben een merkwaardige gave om elkaar verhalen te vertellen. Ze nemen twee willekeurig voorwerpen om zich heen en latendie samen spelen. Die spontaniteit wilden we weergeven door ons animatiefiguurtje te laten bewegen en buitengewone dingen te laten doen zoals alleen een kind dat kan verzinnen.”

Alexandre Touret denkt er trouwens over om de paper toys’ te ontwikkelen tot een gepersonaliseerd boek in gedrukte vorm. “De voor een deel gepersonaliseerde boeken die je in de boekhandel kunt kopen, brachten ons op dat idee. De ouders verstrekken de noodzakelijke gegevens in de app en wij sturen hun het boek dat op basis daarvan wordt gemaakt. In de Verenigde Staten heeft de site LostMy.Name miljoenen boeken verkocht door kinderen te laten spelen met hun verdwenen voornaam. De ouders voeren die naam op de site in en het kind moet hem daarna opzoeken in zijn gepersonaliseerde boek. Tegenwoordig hebben we andere tools om kinderen te amuseren, dus moeten we ze ook gebruiken!”

 

Meedogenloze concurrentie

Het succes van ToonYou is des te opmerkelijker omdat de concurrentie op de tekenfilmmarkt zeer groot is. “Een animatieserie is heel duur. De productiebehoeften zijn groot en de samenwerking aan een productie is vaak ingewikkeld. De belangrijkste bedrijven in de markt zijn echte giganten. Maar we wisten dat we voor onze doelgroep, de allerkleinsten, ook met minder middelen iets konden bieden wat tegemoetkwam aan een nieuwe verwachting.” De aanpak van ToonYou om beroepen – het centrale thema – onder de aandacht te brengen, was zeer vernieuwend. “We wilden kinderen op zijn minst nieuwsgierig maken en de beroepen vollediger en op een moderne manier uitleggen. We moesten het dus niet alleen hebben over brandweermannen, politieagenten en verpleegsters, maar ook laten zien dat de keuze veel breder en interessanter is!” Zo zet ‘ToonYou: My Dream Jobs’ ook nieuwe of minder populaire beroepen in het zonnetje, zoals dj, IT’er, leraar, chocolademaker, beeldhouwer, vredessoldaat en vuilnisophaler.

De start-up streeft ernaar om een andere vorm amusement en animatie voor kinderen aan te bieden. “Wij zijn ervan overtuigd dat er enorm veel apps zijn die kinderen overvoeren met interactie, terwijl artsen juist zeggen dat kinderen behoefte hebben aan passief amusement, waardoor ze tot rust kunnen komen. Ze worden namelijk veel meer belast dan vroeger (school, hersenoefeningen, videogames enzovoort). Wij zitten ertussenin: een passieve tekenfilm, maar wel met een menselijk accent.”

 

Een technologisch hoogstandje

De sleutels tot het succes van ToonYou zijn dus de educatieve inhoud en de visuele innovatie die het mogelijk maakt om de tekenfilm te personaliseren. Maar dat niet alleen. De bedenkers wisten dat ze innovatieve korte films voor andere media dan televisie moesten maken om bekendheid te verwerven. “Van de jonge kinderen kijkt 40 procent via een tablet of smartphone naar amusement.Daarom hebben we ons product in de vorm van een app en een website gegoten”, legt Alexandre Touret uit.

Zeven mensen hebben in totaal achttien maanden fulltime aan de app en zijn digitale verlengstuk gewerkt. “Wat is technisch mogelijk? Welk visueel procedé is geschikt? We hebben ervoor gekozen om deze serie als ‘paper toys’ en in ‘stop-motion’, naar het voorbeeld van ‘Wallace en Gromit’, te maken. Die techniek hadden we al eens gebruikt en kenden we dus. Voor de trucage hebben we gewerkt met visuele vormveranderingen, rook, wolken enzovoort.” Maar het fraaiste hoogstandje blijft de personalisatiemachine. “We hebben een personalisatiemachine ontwikkeld die meer dan honderdgezichtsuitdrukkingen maakt op basis van één geüpload portret. Daardoor kunnen we tranen, een glimlach of verbazing op het gezicht van het figuurtje laten verschijnen. Die emoties komen overeen met het verhaal en maken het echter, geloofwaardiger.”

ToonYou is nu beschikbaar op Google Play en iTunes, maar ook in de Windows Store. “We bestrijken de volledige app-markt omdat Microsoft ons heeft geholpen om een applicatie te ontwikkelen die je als een echt programma op je pc of tablet kunt installeren.” Gezien de leeftijd van de doelgroep zijn het de apparaten van de ouders die worden gebruikt. “We wilden een ATAWAD-tool (Any Time Any Where Any Device). Dat wil echter niet zeggen dat we de ouders hun verantwoordelijkheid ontnemen. Er komt een online modus die het mogelijk maakt om zonder onderbreking alle afleveringen achter elkaar te bekijken. We laten dus de ouders beslissen om te stoppen wanneer ze vinden dat hun kind voldoende tijd voor het scherm heeft doorgebracht.”

 

RTBF, Amélie Nothomb en de oprichter van Google

Om de figuren voor de tv-versie te maken, heeft ToonYou een aantal bijzondere gasten ingeschakeld.“Amélie Nothomb wilde wel haar gezicht lenen voor de aflevering over het beroep van schrijver, Larry Page, de oprichter van Google, wordt onze IT’er en we wachten nog met de bekendmaking van een andere belangrijke Amerikaanse persoonlijkheid …”zegt Alexandre Touret glimlachend.

Het eerste samenwerkingsverband van ToonYou kwam zeer vlug tot stand. “Toen we eind 2014 beseften dat het project technisch mogelijk was, hebben we ons product ontwikkeld en erover gepraat met de RTBF, die binnen de kortste keren onze partner werd. Voor de RTBF was het vanbelang dat we ons niet met gadgets bezighielden. Bij ons geen kattenanimaties of wenskaarten die je met Kerstmis naar je oma kunt sturen. Als entertainmentprofessionals bieden we hoogwaardige content met een stevig fundament, die amusement met opvoedkunde combineert.” Dankzij een uitzendovereenkomst met de RTBF verschijnen de ‘paper toys van ToonYou met hun vierkante hoofden nu tweemaal per dag op La Trois en zijn de afleveringen allemaal beschikbaar op de site van OUFtivi.

Maar dat is nog niet alles. “Bij dezelfde gelegenheid hebben we de Franse groep Lagardère, die actief is op het gebied van programmaverspreiding, ervan overtuigd om ons te vertegenwoordigen. Dat betekent dat we in hun catalogus zijn opgenomen en dat we aangekocht kunnen worden door zendersover de hele wereld.” Zo wordt ToonYou vanaf september uitgezonden door Unis/TV5 in Canada en door Majid Kids TV in het Midden-Oosten. Verder lopen er nog gesprekken met Zuid-Korea.

 

Het avontuur… begint

Daarnaast heeft ToonYou in enkele maanden diverse prijzen in de wacht gesleept, die het succes van het bedrijf bevestigen: de juryprijs tijdens MIPJunior, de grootste inkoopbeurs voor audiovisuele content in Cannes, en de Crossmedia-prijs van de Société des Auteurs et Compositeurs Dramatiques(SACD). De bedenkers zijn ook winnaars van Boost up! en zijn in de top twaalf geëindigd van de wereldwijd erkende Creative Business Cup in Kopenhagen, waar ze België te midden van honderdenconcurrenten vertegenwoordigden.

Met content die nu al in twee talen (Frans en Engels) beschikbaar is, heeft ToonYou geen gebrek aan internationale ambities, maar het bedrijf blijft zeer actief in Wallonië. “De investeringsfondsen in Wallonië zijn zeer doeltreffend en begeleiden onze strategie heel proactief door echt mee te helpen bij de ontwikkeling. We bevinden ons bovendien op een bijzondere locatie in Mont-Saint-Guibert: de‘Creative Spark’ is een soort starterscentrum met andere bedrijven, zoals ilooove.it en Speaky, waar we ons heel goed voelen”, zegt Alexandre Touret.

ToonYou heeft zich bewezen. “Naar aanleiding van de ontwikkeling en het exportsucces van de app hebben we een versie 2.0 gemaakt, die deze zomer beschikbaar zal zijn! Van de website, www.toonyou.com, hebben we net een nieuwe versie online gezet, die nog vloeiender, dynamischer en gebruiksvriendelijker is”, zegt Alexandre Touret vol trots. “En we werken al aan een vervolg: My Dream Pets’ is bestemd voor iets grotere kinderen en is gericht op dieren. Ik zal je alvast een geheim verklappen: het wordt een bijzondere serie, want elke ochtend bij het opstaan krijgt het kind de taak om zijn dagelijkse problemen op te lossen met de hulp van dieren.” Eind dit jaar organiseert ToonYoueen fundraising waaraan ook particulieren kunnen meedoen. Wordt vervolgd!

 

www.toonyou.com


De app ‘ToonYou’ is gratis en biedt Premium-toegang vanaf € 0,99. 
Beschikbaar voor iOS, Android enWindows Phone. Ook voor pc en Mac.

 

Videos

  • /

Een hoogwaardig opleidingscentrum voor muziektheater opent zijn deuren in Lessines. 

Uniek in Europa!

 

“Passie, harmonie, uitmuntendheid, talent. Vinden die woorden weerklank in u? You are on the Way! ” Dat is de slagzin van dit hoger opleidingsinstituut voor musical dat in april in Lessines werd ingehuldigd. Het biedt een volledig opleidingsprogramma aan voor zang, dans en toneelspel. Way toStage zal zijn deuren officieel openen aan het begin van het nieuwe schooljaar en ongetwijfeld veelkunstenaars lokken, die dikwijls moeten vaststellen dat er geen hogere beroepsopleidingen bestaan die beantwoorden aan hun verwachtingen. Way to Stage zal openstaan voor studenten vanaf de leeftijd van 16 jaar, die een musicalopleiding willen volgen. Na drie jaar studeren onder de hoede van hooggekwalificeerde leraren, zullen ze klaar zijn om internationaal op te treden. Te meer daar het programma ook zal voorzien in opvoeringen in andere talen (Nederlands en Engels).

Er zullen dus mooie ontmoetingen plaatsvinden in die klassen vol jong talent, dat meer dan ooit gemotiveerd is en er een multidisciplinaire wereld zal aantreffen, waarin het leert zingen, dansen en toneelspelen... Slechts een dertigtal leerlingen zullen toegang krijgen tot dat kwaliteitsonderwijs en aan de voorbereidende klassen kunnen beginnen. Voor zo’n uitdaging zal een stevige motivatiedoorslaggevend zijn!

Het plan om die ongewone kunstschool op te richten, ontsproot uit een eenvoudige vaststelling. Er bestaat in Franstalig Europa gewoonweg geen enkele school die beroepskunstenaars een volledige opleiding geeft in de technieken van het muziektheater. Dat soort volledig en hoogwaardig onderwijs, dat in Amerika en de Angelsaksische landen sterk ontwikkeld is, wordt tot op vandaag in onze Franstalige contreien nergens aangeboden. Dat gebrek aan geschoolde professionele profielen laat zich des te meer voelen, wanneer er grote opvoeringen moeten worden georganiseerd. Als grote Amerikaanse maatschappijen prestigieuze schouwburgen zoals het theater Mogador in Parijs opkopen, dan valt er op die vaststelling niets af te dingen zodra de rollen moeten worden verdeeld. Eén keer op twee blijkt dat de producties niet kunnen doorgaan omdat er te weinig opgeleidekandidaten zijn. In Frankrijk is het al gebeurd dat een verscheidene maanden op voorhand aangekondigd schouwspel moest worden geannuleerd, terwijl eenzelfde blijspel dat in Londen werd opgevoerd, probleemloos zijn sterren en artiesten vond! Dat wijst op het belang en de noodzaak om meer kunstenaars te vormen in onze Franstalige gebieden (Zwitserland, Luxemburg, België, Frankrijk), die allemaal te lijden hebben onder hetzelfde gebrek aan een geschikte beroepsopleiding voor muziektheater.

 

Het ontstaan van Way to Stage

Achter die uitdaging gaat Christophe Godfroid schuil, de directeur van Way to Stage, die boven alles dat gebrek aan kwalitatief hoger onderwijs wil verhelpen. Gelet op de toenemende vraag vanuit hetartistieke milieu, waren de ambities van Christophe heel aantrekkelijk en kreeg hij er veel positieve reacties op. Zelfs al geeft hij glimlachend toe dat hij niet meer gelooft in het lot, toch lijkt het mooie verhaal dat aan de basis van Way to Stage ligt, tamelijk goed op een van die magische vertelsels die je soms in boeken aantreft. Vanaf de eerste stadia van het project, kon hij rekenen op het enthousiasmeen de steun van heel wat instellingen en bekende personen... Voor dit avontuur heeft Christophe zich weten te omringen met een professorenkorps dat bestaat uit internationaal befaamde kunstenaarszoals Fabrice Pillet (Les Misérables, Phantom of the Opera), Audrey Levêque (Sister Act), Florence Wiot (sterdanseres van het Koninklijk Ballet van Wallonië) en de Belgische regisseur Franck VanLaecke, die bekend werd door zijn grote creaties, zoals Kuifje en de Zonnetempel en, recenter, 14-18 the Musical, die meer dan 335.000 toeschouwers trok in België. Uiteindelijk zullen de studenten, tijdens hun opleiding aan Way to Stage en wanneer ze hun eerste stappen in het beroepslevenzetten, dankzij die hoogwaardige omkadering kunnen profiteren van de verschillende professionele netwerken van hun leraars.

 

Een ideaal kader om te leren

De school vond een onderkomen in een volledig gerenoveerde oude watermolen. De charme van dat prachtige gebouw, dat binnenkort dat jonge talent zal verwelkomen, laat zich voelen zodra je er binnengaat. Hoewel het gebouw helemaal op het platteland rond Aat ligt, profiteert Way to Stage toch van de nabijheid van de grote verkeersaders en is de school vanuit Brussel gemakkelijk te bereiken met het openbaar vervoer. Een gedroomd kader voor deze nieuwsoortige academie, waar al een inspirerende sfeer heerst en waar het gewoonweg aangenaam leven is. Net zoals in een school zal er voor de cursussen gebruik worden gemaakt van drie ruimtes, die voortdurend toegankelijk zijn: een klas voor groepszang, een klas voor toneelrepetitie en een rustruimte waar de studenten zich tussen de lessen door kunnen ontspannen. Op basis van een uurrooster met 26 lesuren op vier dagen zullen de studenten worden onderverdeeld in groepen van tien tot maximum twaalf. Ze zullen veel aandacht krijgen van de professoren, die hun zullen onderdompelen in een geschikte opleiding, die zal worden aangepast aan eenieders niveau. En, als kers op de taart, zullen er gedurende één uur per week ook individuele zanglessen worden gegeven. Zoals we kunnen vaststellen, wil Way to Stage een uitmuntende opleiding verstrekken, door meer bepaald die geïndividualiseerde aanpak te bieden, vooral bij het aanleren van vocale technieken die zeer specifieke verfijningen vergen.

Terwijl directeur Christophe Godfroid de nadruk legt op de eisen die deze kunsttak stelt, wijst hij ook op alle verschillen die er bestaan tussen het Franse en het Angelsaksische muziektheater. “De kunstvan het muziektheater is veeleisend en technisch. Ze vergt specifieke uitmuntendheidskwaliteit op drie essentiële gebieden, namelijk zang, dans en toneelspel. Het gaat om een volwaardige kunst en wij willen beroepsartiesten vormenVerder onderstreept hij dat men goed moet beseffen welke verschillen er bestaan tussen Franstalig muziektheater en musicals in het Engels. “Inzake schriftuur zijn er fundamentele verschillen. Muziektheater in het Frans levert mooi pop– en variététoneel op, terwijl de kwaliteit van de uitvoering niets te maken heeft met de musicals die je bijvoorbeeld op Broadway kunt zien. In Franse voorstellingen kan je makkelijk een danser van een zanger of toneelspeler onderscheiden. Dat is helemaal niet het geval bij voorstellingen in Amerika of in Londen,waar een en dezelfde kunstenaar alle disciplines tot in de perfectie beheerst”.

Het lijdt absoluut geen twijfel dat dit mooie project van Christophe Godfroid en zijn team toekomst heeft. De motivering kent geen grenzen, zelfs niet letterlijk, aangezien dit buitengewone avontuurzich ook zal afspelen aan de andere kant van de landsgrens, namelijk in Perpignan, met “Way to Stage Méditerranée”.

 

www.waytostage.com

  • /

Waals-Brabant is een mooie en aantrekkelijke streek, waar je heel wat goede restaurants kanontdekken. Daar heeft ook Jacques Marit zich in 1991 met zijn gezin gevestigd. 

 

Dit aantrekkelijke restaurant bevindt zich in een knusse villa in moderne stijl, met een terras en een tuin waar je in het mooie seizoen kan genieten van kalmte en rust. Een damherten– en schapenkwekerij voltooien de bucolische indruk die de omgeving nalaat.

Aan het fornuis staan vader en zoon die de handen in elkaar slaan en vooral één van hart werken aan een keuken waarin structuren, kleuren, smaken en geuren samen opgaan in een perfect beheerst repertoire. Voor vader Jacques was de aha-erlebnis het bladerdeeggebak met rivierkreeftjes dat zijn ouders, die fijnzinnige gastronomen waren, hem leerden kennen tijdens zijn jeugd. Zoon Dimitri kwam bij het team in 1998, na enkele vruchtbare jaren die hij doorbracht in de “Bergerie” in Lives-sur-Meuse en in de “Comme chez soi”, in die tijd onder de veeleisende hoede van Pierre Wynants. En of die ervaringen verrijkend waren! Samenhorigheid en respect zijn goede begrippen voor het beschrijven van het beroepsleven van beide mannen en de kwaliteit van de gerechten die uw gehemelte verrassen en strelen. Moed, passie en veeleisendheid vullen hun credo aan. Het is een voortdurend feest, mede dankzij het voorkomende en charmante onthaal door de echtgenotes, Dany en Emmanuelle, die zich uitputten in attenties. Echt professioneel werk, dat ondersteund wordt dooreen mooie wijnkaart!

 

Streekgerechten

De eigen streek staat dikwijls op de voorgrond. Exclusiviteiten zijn bijvoorbeeld de lammeren (van de Franse Swifter en Texelrassen) die vader Jacques ter plaatse en in de beste omstandigheden kweekt om altijd te kunnen beschikken over een beredeneerde keuze aan smakelijke en verse producten. De escargots komen van S’Lognes, uit Seloignes, in de laars van Henegouwen, een slakkenkwekerij die gespecialiseerd is in de voor hun zacht en smakelijk vlees zo gegeerde ‘Petit Gris’- escargots. De Lambada-aardbeien, die bekend staan als een unieke lekkernij, komen uit de fruitgaarden van Lilloisen Ittre. De chefs gebruiken hoofdzakelijk groenten van Bio Lefèvre uit Sombreffe. En als kroon op het werk is er een groot aanbod aan Waalse bieren en kazen.

De zaal baadt in het licht en is groot genoeg voor banketten met 120 disgenoten. Er zijn ook twee privésalons (een met 10 en een met 60 plaatsen) voor studiedagen, zakendiners en familiefeesten. Zo kunt u in alle beslotenheid enkele prettige uren beleven. Aan de maaltijden gaat een hele reeks bereidingen vooraf, die grotendeels rekening houden met de seizoenen en de markt. Om de culinaire meesterwerkjes van beide chefs naar hun juiste waarde te kunnen schatten, kiest u bij voorkeur het Degustatiemenu, dat heel terecht Seizoensgenoegen” heet en dat uit vier of vijf gangen bestaat (€ 68 of 85 en € 93 of 115 met goed gekozen wijnen). Van woensdag tot vrijdagmiddag kunt u zich laten bekoren door de “Maritlunch” met drie gangen (€ 40 of € 55 met de wijn). U kunt ook “Seizoen aan de kaart” nemen, drie gerechten met verrassende keuzes die u heel wat laten ontdekken: langoustines met amandelen en oude Parmezaanse kaas, Moskouse aardappel met kaviaar, knapperige varkenspootjes en ganzenlever, een op lage temperatuur bereid homardine’-hoentje, knapperige kalfszwezerik, varkenspluma… Smakelijk!

 

INLICHTINGEN:
Maison Marit
Chaussée de Nivelles, 336
B-1420 Braine-l’Alleud
+32 (0)2 384 15 01

Gesloten op zondagavond, maandag en dinsdag 


WEETJE

Vader en zoon Marit werden al vele malen gelauwerd, onder andere met de heel prestigieuze Prosper Montagnéprijs (beste kok van België) die, uitzonderlijk genoeg, zowel te beurt viel aan de vader in 1991 als aan de zoon in 2006. De Gastronomische Club Prosper Montagné werd in 1952 opgericht. Sindsdien telt de vzw de grootste namen van de culinaire beroepen in België onder haar leden. De voornaamste doelstellingen zijn nog altijd dezelfde: jonge vakmensen steunen in hun ambitie, alsook de Belgische gastronomie en het gebruik van onze streekproducten verdedigen en promoten. Naast bovengenoemde onderscheidingen wonnen de Marits ook de Cointreau, de Taittinger en de Escoffier-prijs. Sinds 2001 wordt hun jaarlijks een welverdiende Michelinster toegekend.

  • /

Hij komt uit het Zuiden. Zijn keuken is een mengeling van Belgische en Baskische inspiratie. Zij komt uit het Noorden. Ze is dol op wijn en haalt er betaalbare hoogstandjes mee uit op een ongewone plaats. Een geslaagd koppel autodidacten.

 

De mythe van de uit de dood opgewekte Lazarus en de uitgesproken “christelijke” versiering verlenen een speciale sfeer aan dit in het licht badende restaurant met zijn vele vensters. Je voelt je er als bij vrienden, met wie je de wereld zou willen verbeteren rond een glas wijn. Zowat overal neergepote heterocliete voorwerpen spreken je aan en houden je blik vast: een verlicht Christusbeeld, een reeks gekleurde tuinkabouters, koeienhuiden op de vloer. Het meubilair van hout, steen en rotan steekt af tegen de gedurfde, modernistische en binaire gok van zwarte muren onder een stralend wit plafond. “Die naam is niet enkel gekozen voor de mooie klanken”, vertrouwt Isabelle Verstraeten, dewijnkelnerin ons toe. “Het is een echte opstanding rond een gemeenschappelijk project”. Behalve op Jean-Charles Barthélémy, is deze charmante dame ook “dol op wijn”. Alle landen ter wereld staan op haar kaart. Isabelle over haar ontdekkingen horen vertellen, is al een avontuur op zich. De chef is danweer de verpersoonlijking van de onver-moeibare passie voor koken. Hij bereidt hier een authentiekegezinskeuken, een terugkeer naar het wezenlijke. Jean-Charles Barthélémy voert dezelfde strijd alswij. Net zoals zijn schoonbroer, Michel Guérard, komt hij sinds zijn kindertijd in de mooisterestaurants van Frankrijk en Navarra. Michel Guérard pronkt immers al vele jaren met zijn driesterren op de fries van de ‘Prés dEugénie’, in de Landes. Zou al het lekkers van vroeger in de Lazarus verrijzen?

 

Het proeven

Munt, cava en limoen: een aperitief dat een andere kijk geeft op de alomtegenwoordige Cubaanse mojito. De frisse munt en de zure citroen, samen met de bruisende cava, geven pit en een snuifje aromatherapie aan deze gekende cocktail, net zoals de gulle vitello tonnato (€ 17) die als voorgerechtwordt aangeboden. Een andere specialiteit van de chef is een op 64 °C gekookt ei, dat wordt opgediend met een duo van groene asperges en kalfszwezerik (€ 22). De hoofdschotel van Schotse zalm met tartaarsaus (€ 23) is een echte delicatesse en een van de favoriete gerechten van de chef. Als wijnen stelt Isabelle Verstraeten mooie vondsten tegen een zacht prijsje voor, zoals een RocParabelle, Bordeaux Entre-deux-mers 2014, een efficiënte wijn als aperitief en bij de zalm met tartaar.Maar waarom zou je je niet eens laten verleiden door een Libanese wijn of een Columbia Crest Real Estate 2012 uit de Verenigde Staten? Liefde op het eerste gezicht? Een volledig gefruite Cabernet Sauvignon met vanillesmaak en kersengeur, die ondanks de dure aankoopprijs van de Amerikaansewijnen, slechts € 35 kost. En als je echt een topwijn wenst, dan vind je op de kaart een mooie verzameling edele flessen van overal ter wereld.

 

INLICHTINGEN:
Lazarus
Restaurant et Bar à vin
Bld du Centenaire, 2
B-1325 Chaumont-Gistoux
+32 (0)10 23 90 78
 

www.resto-lazarus.be

Open van dinsdag tot vrijdag (’s middags en ’s avonds) en op zaterdagavond

De ‘Comptoir des Créateurs’ breidt uit.

Na de boetiek in Terhulpen is het aan de opgewaardeerde site van de papierfabriek van Genval

om plaats te bieden aan een centrale voor ontwerpers made in Belgium.

 

Laetitia Paternoster is dapper. En werkt hard. In één jaar, namelijk 2015, opent ze in Waals- Brabant twee ‘Comptoirs des Créateurs’, die bedoeld zijn om werk of producten te verspreiden van Belgische ontwerpers en van enkele anderen uit de aangrenzende landen zoals Frankrijk en Nederland. De recentste, de ‘Comptoir des Papeteries de Genval’, bevindt zich volledig gelijkvloers en wordt verlicht door grote vensters, in de stijl van Amerikaanse lofts. Die inrichting en decoratie doet denken aan de industriële voorgeschiedenis van de plaats waar de ‘Comptoir’ gevestigd is. Zichtbaar beton, baksteen en metaal, gerecycleerd hout om de te verkopen stukken, waaronder enkele unieke werken, beter tot hun recht te doen komen. Om de vier maanden (of om de drie in Terhulpen), wordt de centrale volledig leeggemaakt en gevuld met het werk van een twintigtal andere ontwerpers. Sommigen krijgen het voorrecht om er nog een periode langer te blijven, naargelang het succes dat ze oogsten. Ondanks de strenge selectie die Laetitia doorvoert, kunt u in de ‘Comptoir des Créateurs’ (bijna) alles vinden: modeartikelen en -accessoires, siervoorwerpen, juwelen, cosmetica, Design&Art, feestwijnen en zeldzame voedingswaren. Laetitia laat in haar centrales slechts dingen toe die op een andere manier kunnen worden geconsumeerd, op zijn Belgisch, exclusief, creatief, duurzaam en genietend. Want de jonge onderneemster is er zeker van dat het succes van het concept afhangt van een combinatie van verscheidene factoren: de creatieve dynamiek in België, het zoeken naar tentoonstellingsruimte en een klantenkring die graag verantwoord, plaatselijk en duurzaam koopt. “Mijn verkooppunten zijn een ontmoetingsplaats en wanneer de vonk overslaat, is mijn opdracht vervuld!”

 

Waalse ondernemingszin

Het idee achter de ‘Comptoir des Créateurs’ viel niet uit de lucht. Het is het resultaat van een persoonlijke ontwikkeling. Er was om te beginnen de geboorte van Nathan, haar zoon die nu tweeënhalf jaar is. Toen was het tijd om van richting te veranderen. Van evenementen stapte Laetitia over naar binnenhuisinrichting, ze volgde een etalagistenopleiding en richtte haar eigen merk van maatkledij voor kinderen op, Les Ateliers de Nathan (te koop in de centrale van Terhulpen). Haar poëtische creaties van hout bood ze aan in pop-up stores. Ze bestudeerde daar de werking van, merkte de gebreken op en dacht na over het verbeteren van de werking van dat ‘vluchtige’ verkoopsysteem. In februari 2015 opende ze vastbesloten de eerste ‘Comptoir des Créateurs’ in Terhulpen en in november een tweede in Genval. Kunstenaars en ontwerpers begrepen al vlug hoe belangrijk die originele verkooppunten waren en namen contact met haar op. “Ik vul de boetiek door zelf andere ontwerpers te zoeken om tot een gevarieerd aanbod te komen. Ik werk met een consignatiesysteem en een win-win samenwerking met ontwerpers wier beroepsstatuut in orde is (N.V.D.R.: die een BTW-nummer hebben). Ik aanvaard enkel kwaliteitsartikelen die tegen de tijd bestand zijn. Ik let op alles: afwerking, materialen en gebruikte producten. Meestal gaat het om stukken die uniek zijn of die weinig of niet worden verkocht in de streek. Geen dingen die je ook in de winkel hiernaast kunt vinden.” Laetitia heeft nu twee verkoopsters die ze opleidingen bij de ontwerpers laat volgen, om die beter te leren kennen en over hen te kunnen vertellen aan de klanten. Nog een pluspunt.

 

Slimme handel

In de boetiek word je heel wat slimmer (maar ook wat minder rijk, want kopen doe je zeker). Een culturele uitstap! Elke ontwerper is je bezoek en je aandacht waard. De rasechte vestiaire van stylistes zoals Valérie Moreau en Éléonore de Lichtervelde, de humoristische sweats en T-shirts van het merk ‘Belge une fois’ (met opgedrukte slogans zoals “Je suis belge, don’t be jealous”), de kussens die gemaakt zijn van oude kelims van Cortil12, de Be-Burlintassen voor elegante fietsters en die van Lilu die uit edel materiaal zijn gemaakt, de bio-verzorgingsproducten van Belle Bulle, het Vlawa-bier van brouwerij Grain d’Orge uit Hombourg en de Cocoricojuwelen van Laura Placucci, nog een jonge vrouw die weet wat ze wil (zie verder).

Terwijl Laetitia Paternoster vooral mikt op uitmuntendheid, voert ze de klantendienst ook hoog in het vaandel. “Wat je ook koopt, als er een probleem is, nemen we het terug. We zijn geen supermarkt, maar luisteren naar onze klanten. We kunnen bijvoorbeeld een sweatshirt op aanvraag laten maken. Samen met de ontwerper zien we wat er mogelijk is.” De prijzen? “Die hangen af van de gebruikte materialen en van het aantal werkuren. Het zijn correcte prijzen. Dat is ook een kwestie van evenwicht: onze prijzen gaan van 15 euro tot soms meer dan 1500 euro voor een schilderij of een uniek werkstuk. Lage prijzen staan niet voor ‘rommel’ bij ons! De ontwerpers moeten niet alleen kwaliteit leveren – daar ben ik heel streng op – maar ook het debiet kunnen volgen en op verzoek kunnen bijleveren tijdens een sessie. De ‘Comptoir’ mag nooit leeg zijn.” Laetitia lacht er dus duidelijk niet mee en hobbyisten maken bij haar geen kans. Het gaat immers om de geloofwaardigheid die het voortbestaan en het succes van beide centrales moet garanderen.


 

 

INLICHTINGEN:

Le Comptoir des Créateurs

Boutique 14, Square des Papeteries de Genval

Avenue Franklin Roosevelt, 100

B-1332 Genval

[email protected]

www.lecomptoirdescreateurs.be


 

COCORICO, EEN VOGELNAAM VOOR CREATIES VOL PLUIMEN

Voor haar eerste collectie fantasiejuwelen heeft Laura Placucci het bij eenvoudige dingen gehouden. De jonge vrouw bedenkt en maakt haar luchtige juwelen in een minimalistisch atelier in het dorp Incourt, in een hoekje van wat eens haar meisjeskamer was. Ze werd door Laetitia Paternoster opgemerkt tijdens het jongste ‘Côté Campagne’-salon van de ‘Comptoir des Créateurs’. Laura begon etnisch geïnspireerde fantasiejuwelen te maken. Kleurrijke en gevlamde pluimen en verouderd messing voor creaties die niet zouden worden afgewezen door de vroegere opperhoofden van Amerikaanse indianenstammen. Haar juwelen, die worden verkocht in de ‘Comptoir des Créateurs des Papeteries de Genval’, vliegen letterlijk de deur uit. Met zachte prijzen en een zigeunerachtig design heeft Laura goed gemikt: de oorbellen en halssnoeren van de eerste lijn zijn verleidelijk door hun natuurlijke kant. Op haar Facebook-pagina doken al vlug honderden fans van haar pluimen op.

 

Lichte sierraden

Met haar 26 jaar staat Laura aan het begin van haar leven en van haar loopbaan. Na haar humaniora studeerde ze ruimtelijke kunst en behaalde dan een bachelor in binnenhuisinrichting aan ‘Sint-Lucas’ (Brussel). Laura begreep al vlug dat het creëren van hedendaagse juwelen een kolfje naar haar hand was. Haar eindwerk maakt ze over het ontwerpen van een ‘wervelend juweel’. Daarna volgt ze aan het ‘Institut de Bijouterie’ in Saumur (Frankrijk) een jaar lang een beroepsopleiding voor het maken van juwelen. Na haar terugkeer in België vindt ze werk als binnenhuisarchitecte en begint daarnaast, in 2014, als zelfstandige een handel in fantasiejuwelen. Hoewel ze op basis van haar opleiding veel geavanceerder creatief werk zou kunnen verrichten, biedt ‘fantasie’ haar de gelegenheid om de sector zonder al te veel risico uit te testen. “Fantasiejuwelen kunnen gemakkelijker worden gemaakt, want ze vergen geen zware investeringen, eisen minder tijd op en kunnen tegen redelijke prijzen worden verkocht.” Met hun prijzenvork van 15 tot 39 euro werden de Cocorico-juwelen trouwens het voorwerp van een echte geschenkenjacht tijdens de jongste eindejaarsfeesten. Voor Laura was de test dus geslaagd. Nu wil ze Cocorico diversifiëren en haar gamma ook uitbreiden tot de arm‑ en hoofdbanden die tijdens de hippiejaren in de mode waren.

Laura zelf ziet er echter niet als een hippie uit, ook al doen de pluimen van haar oorbellen en haar lange blonde haar u misschien het tegendeel zeggen. Laura is immers meer van het sjieke genre. Ze vertelt heel gestructureerd en met zichtbaar genoegen over haar beginperiode en lijkt verbaasd dat ze aandacht van journalisten trekt. “Het was niet met een vooropgezet doel dat ik op het internet pluimen kocht. Het is een natuurlijk en licht materiaal, dat me wel bevalt. Daarna heb ik ze gebruikt tijdens een zuiver creatief proces”, vertelt Laura. Pluimen van hanen, ganzen, pauwen, fazanten en ander pluimvee maken sindsdien de Cocorico-lijn van ambachtelijke juwelen uit, waarvoor de inspiratie uit verre culturen komt. “Nu wil ik pluimen verwerken in een andere stijl, die meer design is, en met ander materiaal, zoals zilver. De modellen zullen gevarieerder worden.” Aangezien de vraag er is, doet Laura voort. “Ik hoop binnenkort een internetsite voor onlineverkoop te kunnen opstarten en – waarom niet? – te zien dat jonge kunstenaars van mijn generatie mijn juwelen dragen. Ik werd al aangesproken door juweliers die belangstelling hebben voor mijn juwelen...” Laura hoopt ook dat haar juwelen hun weg kunnen vinden in de distributiekanalen naar Italië, waaruit zij voor de helft stamt. Cocorico: de haan kraait bij het ochtendgloren!

 

www.facebook.com/cocoricobijouxfantaisie


 

FASTOCHE

Laetitia Paternoster opende niet alleen twee boetieks op minder dan één jaar tijd. Onlangs nam ze ook het door Ornella Marcella gecreëerde merk ‘Fastoche’ over. “Het product is zo sympathiek – en bovendien biologisch en plaatselijk – dat ik het niet kon laten vallen, toen ik vernam dat Ornella het om persoonlijke redenen niet zou voortzetten. Ik behoud dezelfde Luikse leveranciers, met wie ik het gamma zou willen uitbreiden.” Fastoche is een gamma van gebruiksklaar deeg voor het maken van heerlijke koekjes (zachte chocoladegebakjes, speculoos, graanrepen, cookies...). Je hoeft er op het laatst enkel eieren en verse boter aan toe te voegen. “Het is prachtig voor ouders die samen met hun kleine kinderen koken. De vervelende stappen, zoals het klaarmaken van de ingrediënten, het wegen... kun je overslaan. Zo verliezen de kokjes in de dop hun aandacht voor het eindresultaat niet.”

Preis: 9 euro per fles voor zes tot acht personen

www.fastoche.be 

  • /

Door een complexe en veranderlijke realiteit in vergelijking om te zetten, biedt N-Side een innovatie tool om bedrijven te ondersteunen bij het nemen van beslissingen.

 

We leven al in een andere wereld. De energiemarkt is begonnen aan een omwenteling die nog lang niet is voltooid. De opkomst van hernieuwbare energie (ook al vormt deze nog maar 27 % van het aanbod) heeft de regelmaat en omvang van de productie ingrijpend gewijzigd. Hoewel de particulier het niet echt beseft, wordt dit een essentieel gegeven voor het bedrijfsleven, dat met grote kostenschommelingen wordt geconfronteerd. 

Nog geen tien jaar geleden was de elektriciteitsproductie constant en voorspelbaar: het aanbod paste zich aan de vraag aan en de prijzen schommelden lineair. De opkomst van hernieuwbare energie heeft geleid tot een onregelmatig aanbod en weinig opslagmogelijkheden, waardoor de situatie totaal is veranderd. Als het een tijdje hard waait of erg zonnig is, wordt vrijwel zonder kosten een grote hoeveelheid energie opgewekt, die direct verbruikt moet worden. De prijs wordt aan de beschikbaarheid aangepast, wat grote gevolgen heeft voor bedrijven die heel veel energie verbruiken. Vijf jaar geleden ging het nog om dagelijkse maar matige schommelingen. Inmiddels gaat de prijs voortdurend op en neer. In de herfst van 2015 was de prijs bijvoorbeeld twintig keer hoger dan normaal als gevolg van een onverwachte weersverandering. De producenten van windenergie verwachtten veel wind, maar konden de beloofde elektriciteit niet aan hun klanten leveren, zodat ze die op de markt moesten inkopen. Deze trend kan in de toekomst alleen maar toenemen. De prijs van zonne- energie zal waarschijnlijk blijven dalen, omdat zonnepanelen steeds krachtiger en goedkoper worden. In landen waar de zon vaak schijnt, is de prijs per kWh van zonne-energie lager dan die van energie uit kerncentrales, kolencentrales of stoom- en gascentrales. “Voor het bedrijfsleven leidt deze volatiliteit van de marktprijzen tot een risico en een kans. Dankzij onze tools en analysecapaciteiten kunnen wij het risico ombuigen in een kans”, verzekert Philippe Chevalier, bestuursvoorzitter van N-SIDE. 

 

De juiste vergelijkingsvorm 

De geschiedenis van dit innovatieve bedrijf uit Louvain-la-Neuve begint in 2000, wanneer Philippe Chevalier, hoogleraar wiskunde gespecialiseerd in operationeel onderzoek aan de Louvain School of Management, en Yves Pochet, specialist op het gebied van bedrijfsfunctioneren, samen een spin-off oprichten. Het duo werkt op dat moment in het Center for Operations Research and Econometrics (CORE), dat casussen van bedrijven bestudeert op basis van concrete optimalisatiebehoeften. “Na een van die projecten meldden we ons weer bij de opdrachtgever met een code om zijn productieproces te optimaliseren. Het probleem was dat het bedrijf zelf niemand in dienst had om de software te installeren en te interpreteren. We beseften dat er een schakel tussen het onderzoek en het bedrijfsleven ontbrak om dit soort technieken toe te passen.” Hoewel operationeel onderzoek geen nieuwe wiskundige richting is, biedt de ontwikkeling van de informatietechnologie hun enorme mogelijkheden. N-SIDE behoort tot de jonge ondernemingen die van het benutten van big data hun kernactiviteit hebben gemaakt. Het idee is om verspreide kwantitatieve en meetbare gegevens te verzamelen en deze na omzetting voortdurend in een beslissingsondersteunende tool in te voeren. Omdat we met wiskundigen en IT’ers te maken hebben, berust deze ondersteuning vaak op een algoritme of vergelijkingen die op maat worden gemaakt of al beschikbaar zijn. N-SIDE is actief in de farmaceutische en staalindustrie, maar is ook maatgevend voor de Europese elektriciteitsmarkt dankzij Euphemia. Dit algoritme wordt gebruikt door de Price Coupling of Regions (PCR), een overkoepelende instelling van negentien Europese elektriciteitsbeurzen, waardoor het mogelijk is om elke dag de elektriciteitstarieven en hoeveelheden voor de komende 24 uur te berekenen voor het hele Europese net. “Onze voornaamste competentie is niet zozeer het ontwikkelen van algoritmes als wel het vermogen om een probleem te formuleren. De hoofdzaak van ons werk is dat we de behoeften van het bedrijf begrijpen en in de juiste vergelijkingsvorm omzetten”, verduidelijkt Philippe Chevalier. 

 

Enorme behoeften 

Het feit dat we nu de verplichtingen van COP 21 in praktijk moeten brengen, maakt de relevantie van de tools van N-SIDE alleen maar groter. “In 2050 zijn we naar schatting met 9 miljard mensen op aarde. Als die dezelfde levensstandaard als wij willen zonder dat er iets verandert, loopt het geheid mis. Ofwel worden we gedwongen om ‘primitiever’ te leven, ofwel hoeven we veel minder hulpbronnen te gebruiken om even comfortabel te leven. De behoeften zijn enorm, maar de technieken zijn er. We moeten alleen de sprong wagen.” De energiemarkt bevindt zich op een kruispunt. Er tekenen zich twee trends af. Ofwel hebben we lokale onderdelen waarbij de huishoudens die over zonnepanelen beschikken, meer opwekken dan ze verbruiken. Waals-Brabant zou bijvoorbeeld zelfvoorzienend en met de andere provincies verbonden kunnen zijn om plaatselijk bij te springen. Ofwel worden er grote installaties in de Afrikaanse woestijn gebouwd om hernieuwbare energie via hoogspanningslijnen naar Europa te transporteren. “Niemand weet welke trend de overhand krijgt, maar één ding is zeker: de markten worden steeds complexer en volatieler.” 

N-SIDE heeft momenteel ongeveer dertig mensen in dienst. Het personeel bestaat voor 50% uit masters in de toegepaste wiskunde of informatica, voor 25% uit civiel ingenieurs en voor 25% uit commercieel ingenieurs. Omdat die zeer specialistische medewerkers niet gemakkelijk te vinden zijn, werken er tien verschillende nationaliteiten, van wie ruim de helft is afgestudeerd aan de UCL. 

Het bedrijf is met zijn activiteiten begonnen in de staalindustrie. Het doel was om staal tegen de laagst mogelijke prijs te produceren door het verbruik van alle grondstoffen te optimaliseren en het hele industriële proces te integreren. N-SIDE heeft nu een ondersteunende tool voor strategische beslissingen ontwikkeld op basis van een geïntegreerde benadering, waarbij de technische aspecten (chemisch en thermodynamisch evenwicht) met de economische aspecten (grondstoffen-inkoop en productiekosten) worden gecombineerd. N-SIDE heeft ook nieuwe oplossingen voor het logistieke beheer bedacht die een snellere en vlottere aanpassing van de distributieketen en het voorraadbeheer mogelijk maken. Het bedrijf is ook stevig verankerd in de farmaceutische industrie en biedt voor deze sector met name wiskundige modellen om de logistiek rond klinische onderzoeken te optimaliseren. Deze oplossingen worden momenteel door twaalf van de twintig grootste farmaceutische bedrijven gebruikt. 

 

Vroege geografische expansie 

N-SIDE biedt zijn klanten drie verschillende diensten: advies op het gebied van strategische optimalisatie, ondersteuning op basis van maatwerksoftware met gebruikerssupport en gebruik van maatwerksoftware door een zelfstandig team na aanschaf van een vergunning. Het bedrijf, dat onlangs zijn vijftienjarig bestaan vierde, behaalt 90% van zijn omzet in het buitenland, waarvan 50% buiten Europa. Deze vroege geografische expansie komt zowel door een bewuste wens als door een samenloop van omstandigheden. “We begrepen al heel gauw dat we in de staalindustrie verder moesten kijken dan Charleroi en Luik. Na de publicatie van een artikel in een wetenschappelijk tijdschrift werden we benaderd door Braziliaanse staalfabrikanten, waardoor we de Amerikaanse markt konden betreden.” In de farmaceutische industrie lukte het N-SIDE om Eli Lilly and Company als eerste klant binnen te halen. Toen Lilly zich terugtrok naar de Verenigde Staten, werd het jonge Belgische bedrijf gevraagd om zijn optimalisatieprogramma op het hoofdkantoor in Indianapolis te implementeren. Lilly kon namelijk geen gelijkwaardige oplossing in eigen land vinden. Daarna volgden contracten met andere Amerikaanse ondernemingen. 

Het volgen van een wiskundige benadering om strategische beslissingen te ondersteunen, is een onontgonnen gebied, waar nog veel moet gebeuren. Gezien de goede vooruitzichten is N-SIDE niet bang voor de concurrentie, maar het bedrijf moet nog veel moeite doen om mensen over de streep te trekken. “Het is een nieuwe manier om beslissingen te nemen en sommige ondernemingen die we als klanten proberen te werven, snappen het belang er niet van.” Veel prospects twijfelen aan de kracht van cijfers en de mogelijkheid om alles in wiskundige modellen te integreren, alsof hun een beslissingselement ontgaat. Het betreft een nieuw soort diensten, waarvoor geen referenties bestaan. “We moeten de mensen nog opvoeden. Er zijn maar weinig bedrijfsleiders die meteen zeggen: ‘Ik heb een goed operationeel management nodig.’ Ons antwoord is een maatwerktool ontwikkelen, want niet alle ondernemingen werken op dezelfde manier. Dat blijkt meer voor de hand te liggen wanneer je eerst een computermodel van de onderneming maakt om de stromen te bestuderen. In sommige opzichten is deze benadering dus niet natuurlijk en ook niet goedkoop. Toch zijn de voordelen enorm en de payback is eerder in maanden dan in jaren te tellen!” 

 www.n-side.com


 

N-SIDE IN CIJFERS 
4 000 k

€ 4 miljoen omzet in 2015 met een groei van 40%. 90% internationaal, waarvan 50% buiten Europa 

 
35

In 2016 wordt gemikt op 25% groei en 35 extra personeelsleden 

 

PHILIPPE CHEVALIER BESTUURS - VOORZITTER

Afgestudeerd als civiel ingenieur in de toegepaste wiskunde (UCL) en als master in Operations Research (MIT). Hij is bestuursvoorzitter van N-SIDE, dat hij in 2000 mee oprichtte, maar blijft operationeel onderzoek doceren aan de Louvain School of Management.

JACQUES PRALONGUE CEO

Als civiel ingenieur (VUB) werkte hij mee aan de commerciële ontwikkeling van een aantal universitaire spin-offs (Leuven Measurement Systems, Numeca International). In 2014 trad hij in dienst van N-SIDE om er de functie van CEO te vervullen.

Your opinion counts