Isabelle Leblans studeerde kunstgeschiedenis en is een deskundige in edelsteenkunde. Al meer dan 25 jaar deelt ze haar liefde voor juwelen en edelstenen met anderen. Een ontmoeting met deze zeldzame parel.
![]() |
De boetiek van Isabelle Leblans is in het centrum van Terhulpen gelegen en werkelijk toonaangevend op het gebied van juwelierskunst en juwelen. Over de afgelopen 25 jaar heeft Isabelle een trouwe klantenkring verworven dankzij haar weergaloos onthaal, maar ook door haar dienstverlening, ervaring en deskundigheid. «Mijn opleiding tot gemmologe en mijn licentie in kunstgeschiedenis vormen een troef voor het vakkundig en gepassioneerd beoefenen van mijn beroep. Daardoor kan ik gemakkelijker klanten begeleiden bij hun aankopen, maar ook bij het creëren van een geïndividualiseerd juweel.» Voor deze aan WaalsBrabant verknochte handelaarster gaat de absolute tevredenheid van haar klanten boven alles. «Mijn kennis deed ik zowel op bij andere juweliers, bij wie ik meer dan twintig jaar geleden begon, als tijdens mijn opleiding in de gemmologie. Ik vind het van essentieel belang dat ik op de wensen van mijn klanten let. Ik maak er een erezaak van naar ieders verlangen te luisteren, iedereen een juweel voor te stellen of er een te ontwerpen dat volledig past bij wie het genoegen en geluk zal hebben het te dragen. Over een juweel wordt dikwijls diep nagedacht vooraleer het te kopen of te schenken. Men stelt zich er allerlei vragen bij, men beeldt zich in hoe het zal gedragen worden... Eigenlijk is een juweel gedeeld geluk.»
Veel mensen houden van juwelen: een trouwring, een ring, halssnoer, armband, horloge... We geven en krijgen er graag een. Een juweel is niet zomaar een geschenk, maar het sluit dikwijls aan bij de mooiste momenten uit een leven. Het wordt soms van generatie op generatie doorgegeven... «De aankoop van een trouwring is bijvoorbeeld zeer emotioneel geladen. Ook andere geschenken vergen speciale aandacht. Ze verwijzen naar een onvergetelijk moment of heel bijzondere gebeurtenis.»
Hoewel de juwelierskunst de jongste jaren geëvolueerd is, houdt men nog steeds van tijdloze juwelen. Klassieke juwelen worden niet verdrongen door veel modernere, wel zijn de lijnen hedendaagser. Isabelle Leblans biedt merken aan die zij zorgvuldig uitkiest. Altijd is ze op zoek naar creativiteit, ambachtelijk werk en onberispelijke kwaliteit. Ze doet nooit toegevingen op het vlak van de vervaardiging. Isabelle koos ook voor enkele grote befaamde namen (waarvan sommige in exclusiviteit), zoals Nanis en Annamaria Cammili, met bloemen en plantenmotieven die getuigen van uitgekiend tekenwerk. Davice en zijn «Moving Diamond»-concept, een systeem van bewegende steentjes die leven geven aan het voorwerp. Die fabrikant gebruikt onder elke briljant een techniek van gedreven goud waardoor het licht wordt weerkaatst en de straling geoptimaliseerd. Pesavento, eveneens een Italiaans merk, is gespecialiseerd in zilveren juwelen. Het is trouwens het enige merk van dat genre dat Isabelle in haar vitrines aanvaardt, omdat Pesavento iets aanbiedt dat echt het verschil maakt. Hun juweelontwerpen zijn creatief en zeer geavanceerd, de materialen zijn onuitgegeven en grondig bewerkt. Bij sommige creaties wordt bijvoorbeeld keramiekpoeder gecombineerd met zilver dat in een bad van roze goud of leder is gedompeld. Cascia is een merk dat zich sinds 1929 gespecialiseerd heeft in parels. De parels, die onder andere in oorbellen worden gebruikt, geven een fijne glans aan het gezicht. Ze zijn tijdloos.
Voor haar horloges heeft Isabelle gekozen voor het sublieme gamma van Michel Herbelin, een Franse horlogemaker sinds 1947. Prachtige uurwerken voor ieders smaak, zowel voor dames als voor heren, met verfijnd design, elegantie, details en natuurlijk het binnenwerk. De kracht van het merk ligt in de perfecte kennis van horloges in combinatie met een innoverende creativiteit.
![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() |
Geïndividualiseerde creaties
Omdat een mooi juweel een prijs heeft en omdat het dikwijls drager is van een boodschap, heeft Isabelle Leblans sinds enkele jaren het werk in haar atelier ontwikkeld. Door een tussenpersoon uit te schakelen, laat ze haar klanten profiteren van een tarief dat zeer interessant is in vergelijking met dat van andere boetieks. Die boeiende stap op creatief vlak gaat voor haar gepaard met een financieel voordeel voor de klanten. «Wanneer ik geluisterd heb naar de wensen en de ideeën van degene die een geïndividualiseerd juweel wil, begeleid ik hem of haar stap voor stap vanaf het ontstaan van het ontwerp. Dankzij mijn gemmologische kennis kan ik de meest geschikte stenen kiezen. Nog vóór het begin van de productie kan de klant een 3D-schets zien. Zo neemt hij vanaf het begin zelf deel aan de creatie: een uniek juweel, naar zijn persoonlijk beeld en smaak. Wanneer klanten het resultaat zien, is hun reactie soms ontroerend.»
Het voordeel van in het eigen atelier te werken, is ook dat men aanpassingen op basis van andere juwelen kan doen of een juweel maken dat op een ander lijkt, door slechts enkele details te wijzigen. Bovendien zijn de edelstenen en de diamanten geïdentificeerd en voorzien van een certificaat van een internationaal laboratorium, dat borg staat voor kwaliteit. Dankzij haar ervaring en haar geïndividualiseerde werkwijze, geeft Isabelle Leblans echt een ziel aan haar juwelen. Om zeker kennis mee te maken.









De 34jarige Antoine Limbourg en de 27jarige Peter Gerard zijn allebei bio-ingenieurs die aan de UCL hun masterdiploma in de bierbrouwkunst haalden en zich waagden aan het grote concurrentieavontuur in de microbrouwerijwereld. Maar is er nog plaats in het immense aanbod dat nu al bestaat? Alles hangt ervan af of iedereen juist onder zijn schuldenniveau wil blijven en zijn productie op een “verantwoordelijke” manier wil beheren. Na 2 jaar onderzoek en het uitproberen van 200 recepten, maakten beide partners eindelijk hun eerste “levensgrote” brouwsel. Er moesten natuurlijk nog enkele technische probleempjes worden opgelost. Peter heeft dus op 24 uur voldoende Italiaans geleerd om de technici van Meccanica Spadoni te raadplegen, hun leverancier in de buurt van Orvieto…
Het laboratorium en de vergaderzaal liggen boven de warme kamer en profiteren dus van de opstijgende warmte. Boven de verwarmingsketel bevinden zich de kantoren. Dankzij die slimme configuraties hoefde de onderneming geen bijkomende verwarming te installeren. De door het koudecircuit gebruikte energie wordt teruggewonnen om de gistingszaal te verwarmen... De coöperanten zorgen dus hoofdzakelijk voor het beperken van hun ecologische voetafdruk (investering in zonnepanelen, windmolen, water). De brouwerij biedt overigens ook bezoeken en opleidingen aan: bier tegen maakloon en diverse evenementen zijn marketingargumenten die men in alle brouwerijen van die omvang aantreft.
Brasserie Valduc-Thor
Alles berust op een vaststelling. Elke onderneming bezit een massa aan informatie die ze op eender welk moment nodig kan hebben. Een groot deel van die gegevens was tot in de jaren ´90 op papier genoteerd. Met de veralgemening van de informatica moest men een middel vinden om die gegevens te digitaliseren en ze door tekstverwerking toegankelijk te maken. Uitgerekend dat was het voorwerp van het onderzoek van beide ingenieurs. Met de hulp van de UCL en van een privé-investeerder ontwikkelden ze een prototype van een elektronische kaart waarmee gedrukte teksten konden worden gelezen. Wel moesten ze de wereld er nog van overtuigen dat dit de goede oplossing was. De moeilijkheid is dat er bij tekstverwerking verschillende soorten lettertekens verschijnen. Dat maakt optische herkenning ingewikkeld.
Een vriendelijk overnamebod
Een volledig ecosysteem
Het was “het” emblematische gebouw van een nieuwe stad die door de oprichting van de nieuwe universiteit ontstond. Het gedurfde gebouw van André Jacqmain, dat op ansichtkaarten staat en zichtbaar is vanop de autosnelweg, was een icoon van moderniteit. Het was ook de wetenschapsbibliotheek van de UCL, waar ontelbare boekenrekken de binnenruimte, lijkend op een kathedraal van wetenschappelijke kennis, verduisterden. In de loop der jaren ging het gebouw schuil achter zijn studiefunctie en werd het slechts door een deel van de studenten bezocht. 2017 wordt het jaar van de wedergeboorte. Het zal voortaan het L-Museum zijn. Sinds jaren zocht het uit zijn voegen barstende universiteitsmuseum een andere ruimte om alle werken te tonen, die wegens de vele schenkingen in de voorraden moesten worden opgeslagen.

Cultuur is geen laagje vernis





Het laatste deel van het leven van de baron is tot slot gewijd aan… hobby’s. Want geloof het of niet, ondanks alles vindt deze man tijd om bezig te zijn met wijnbouw en privéjets. In het begin van de jaren 90 brengt Pierre Rion een honderdtal wijnstokken mee uit de Elzas en plant die in zijn tuin. Al snel gaat hij samenwerken met twee buren uit zijn dorp, Etienne Rigo, die de boerderij van Mellemont uitbaat en François Vercheval, technisch tekenaar die zich al toegelegd heeft op fruitwijnen. De drie mannen besluiten in 1994 om een hectare Pinot noir en Müller-Thurgau (of Rivaner) te planten achter de grote boerderij van Thorembais en daarna nog eens drie hectare in de loop der jaren. Vandaag produceert de wijngaard 15.000 tot 20.000 flessen per jaar. En ook al was hij niet de eerste die in Wallonië werd geplant, toch was het jarenlang het grootste Waalse wijngoed, voor er sprake was van Raymond Leroy (cuvée Ruffus) en Philippe Grafé (Domaine du Chenoy), twee wijnbouwers die echt een invloed zouden uitoefenen op een volledige jonge generatie wijnbouwers door meteen elk 10 hectare te planten.
