Waw magazine

Waw magazine

Menu
Image (62x44 OBLIGATOIRE !!): 
Image rose (taile : 62x44px OBLIGATOIRE): 

De kleinzoon van Ernest Solvay liet in de jaren 60 een schitterend kasteeldomein na aan de Belgische staat. Vandaag is het een van de mooiste visitekaartjes van het Waals Gewest, op een boogscheut van Brussel.

Hoeveel vreemde talen hoor je tijdens een middagwandeling in het prachtige park van Terhulpen? “Veel!”, zegt Olivier Vanham beslist. De directeur-conservator van het ‘Solvaydomein’, zoals het bekend staat bij het grote publiek, herhaalt trots: “Heel veel, en het worden er almaar meer.” Tellen lukt niet, aangezien het park vrij toegankelijk is, dus we gaan af op ons gevoel. En dat bevestigt Vanhams woorden. De ligging vlak bij de hoofdstad van Europa vormt duidelijk een troef voor dit stukje Wallonië aan de rand van het Zoniënwoud. Heel wat expats en weekendtoeristen brengen een bezoek aan het 227 hectare grote park rond het kasteel. In de hoeve huist sinds 2000 de Stichting Folon.

Een bijzondere plek dus, die zelfs beschermd werd als Uitzonderlijk erfgoed van Wallonië. Wat veel bezoekers echter niet weten, is dat ze hier van de idyllische rust kunnen genieten dankzij de gulle familie Solvay. Maar laten we bij het begin beginnen…

1842

Terhulpen werd in de 16de eeuw genoemd naar de Helpe, de stroom die door het dorp slingert, en maakte lange tijd deel uit van het Hertogdom Brabant. Pas in de 19de eeuw werd het grondgebied van Terhulpen verdeeld in grote eigendommen.

In de jaren 1820 maakte het grootste daarvan, met 851 hectare, deel uit van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Maar dan wordt België onafhankelijk en worden de kaarten opnieuw geschud. Het Koninkrijk valt uit elkaar en verkoopt heel wat van zijn eigendommen.

In 1833 koopt de markies van Béthune, lid van de raad van bestuur van het Koninkrijk, een deel van het domein om er een kasteel te laten bouwen. De werken beginnen in 1840 en eindigen twee jaar later. Decennialang was een windhaan met het jaar ‘1842’ daar stille getuige van, maar vandaag is hij nergens meer te bekennen. Zeggen dat het kasteel volledig origineel is, zou niet helemaal eerlijk zijn. Maar klasse heeft het zeker. Het rechthoekige gebouw van 25 op 18 meter, ontworpen door de Franse architect Harveuf, bestaat uit rode baksteen op een ondermuur van blauwsteen. Het is gebouwd in François I-stijl en pronkt met een achthoekige toren op elke hoek. De hoofdingang ligt in het westen, terwijl het statige bordes in het oosten naar een enorm grasveld leidt.

In 1871 veranderden kasteel en domein van eigenaar, maar de nieuwe eigenaar, baron Antoine de Roest d’Alkemade, bracht geen grote wijzigingen aan.

Heel wat expats en weekendtoeristen brengen een bezoek aan het 227 hectare grote park rond het kasteel. In de hoeve huist sinds 2000 de Stichting Folon.


Het Solvay-tijdperk

Het nieuwe leven van het kasteel begint op 9 december 1893. Op die dag koopt de Waalse industrieel Ernest Solvay het kasteel om er zijn zomerverblijf van te maken. Als inwoner van Elsene is hij verliefd geworden op de groene oase. De 55-jarige, briljante scheikundige werd geboren in Rebecq-Rognon, een klein dorp in Waals-Brabant. Hij verdiende een fortuin door een nieuwe procedé uit te vinden om soda te maken. De nieuwe eigenaar van het prestigieuze domein is dus een rijk en bekend man, maar ook een man met smaak. Hij wendt zich immers tot architect Victor Horta om enkele wijzigingen aan te brengen in het interieur van het gebouw.

De overigew ijzig ingen aan het ‘Solvaykasteel’, zoals het vanaf dan genoemd wordt, zijn echter vooral het werk van zoon Armand en kleinzoon Ernest-John. Vanaf 1932 veranderen grote werken het algemene uitzicht van het gebouw. Zo worden de bakstenen bedekt met cement die lijkt op Franse steen en die de klassieke uitstraling van het gebouw nog versterkt.

 

Een ‘Gouden Palm’ voor de stilte

Het Kasteel van Terhulpen is wereldwijd bekend sinds Le Maître de musique er zijn hoofddecor van maakte. Dat was in 1988. De film van Gérard Corbiau zou niet alleen het talent van José Van Dam bevestigen, hij zou ook het kasteel en het hele domein doen schitteren. Sindsdien doet de plek het opvallend goed bij bedrijven die gespecialiseerd zijn in ‘locatiehunting’ voor audiovisuele producties. Langspeelfilms, tv-series, reclame, alle genres vinden er hun ding. Het kader van het kasteel weet kandidaatproducenten dan ook snel te charmeren. Directeurconservator Olivier Vanham somt verheugd de troeven van het domein op. “Ten eerste hebben we veel ruimte, waardoor alle wagens van een productie zonder problemen kunnen parkeren, en dat zonder goedkeuring van de politie te moeten vragen. Dat lijkt misschien onbelangrijk, maar het zijn een heleboel administratieve zorgen minder. Daarnaast is er de absolute stilte, die je niet vindt in de stad. Tijdens opnames zijn storende geluiden uit den boze. Zelfs in een groot stadspark is er echter altijd achtergrondlawaai. Ten slotte is er het natuurlijk het kasteel, dat met al zijn pracht en praal een ongelooflijk decor vormt.”

Intussen is het kasteel zelfs vereeuwigd op YouTube. Wereldwijde roem gegarandeerd dankzij het reclamefilmpje Virgin Mobile Massimo dat in de zomer van 2011 werd opgenomen in het kasteel. Maar het domein is ook bekend van andere opnames, vertelt Vanham ons. “Op het grote scherm was het te zien in ‘Mortelle randonnée’ en op tv in een episode van de serie Femme de loi met Ingrid Chauvin.” De laatste ster die er kwam draaien was Michael Caine, in Mr. Morgan’s Last Love. Die film komt in september in de zalen.

Echte adel hoeft echter niet altijd op de voorgrond te staan. In sommige producties die in Terhulpen werden gedraaid, is de plek volledig onherkenbaar, zoals in het reclamefilmpje voor de Franse keten Auchan. “Verder gaan niet alle locatiehunters meteen met ons in zee”, geeft de conservator toe. “Maar ook als er opnames doorgaan, blijft het domein toegankelijk voor het publiek.” Nee, u droomt niet, het is de enige echte Michael Caine die u daar ziet!

 

Maar ook de tuin wordt niet vergeten. Ernest-John Solvay reorganiseert het park grondig en geeft het grotendeels zijn huidige vorm. Hij plant exotische bomen, bouwt het belvedère, legt de vijver van de hoeve aan…

Het pronkstuk beschermen

Ernest-John maakt zich echter ongerust over de toekomst van zijn eigendom. Hij vreest dat het prachtige domein zou opgesplitst worden en en verkrijgt in 1963 dat het beschermd wordt. In 1968 schenkt hij het domein zonder omwegen aan de staat. Zijn bedoeling? “Het domein van Terhulpen en zijn goederen, zowel roerend als onroerend, samenhouden en het huidige karakter bewaren van zowel het geheel als van elk van de elementen.”

Het vruchtgebruik blijft wel bij de gulle schenker, die in maart 1969 tot de adelstand wordt verheven. Zo kan graaf Ernest-John Solvay de la Hulpe in het kasteel blijven wonen tot aan zijn dood, op 17 oktober 1972. Op die datum wordt het domein volledig eigendom van de Belgische Staat.

Aangezien België nu eenmaal niet het meest ‘stabiele’ land is, werd de plaats sinds 1973 beheerd door een vzw, onder toezicht van de Franstalige minister van Cultuur. Daarna ging de bevoegdheid over naar de Franstalige Gemeenschap, die het domein tot in 1995 beheerde. Toen werd na een overeenkomst met de Solvay-erfgenamen de fakkel doorgegeven aan het Waals Gewest.

Waals prestige

Als beheerder van het uitzonderlijke domein heeft het Gewest de nodige investeringen gedaan om er culturele activiteiten en prestigieuze recepties te organiseren. “Geef toe,” zegt een enthousiaste Olivier Vanham “dat dit domein en het kasteel een prachtige toegangspoort vormen tot Wallonië. Een bijzonder visitekaartje!” Politieke recepties zien er hier inderdaad behoorlijk elegant uit. Het kasteel deed trouwens ook vaak dienst tijdens het Belgische voorzitterschap van de Europese Unie. Voor het imago van het kasteel zijn zakenlui echter de beste ambassadeurs. Het kasteel kan immers niet worden bezocht, maar dient wel als kader voor privé- evenementen. Door het steeds grotere aanbod aan kwaliteitsvolle seminarie- en vergaderzalen in Waals-Brabant, is het domein wat naar de achtergrond verschoven. Maar authentieke decors doen het nog altijd goed. Heel wat eersteklas seminaries en vergaderingen in het nabijgelegen, ultramoderne Dolce-complex voorzien tegenwoordig dan ook een of ander feest of vergadering in het kasteel. Je kunt met je tijd meegaan en toch genieten van een roemrijk verleden. Met of zonder Waals accent, een win-winoperatie is het sowieso.

 

informatie

Kasteel van Terhulpen
Chaussée de Bruxelles, 111
B-1310 La Hulpe
+32 (0)2 634 09 30

Het domein (Solvay-park)
Ouvert tous les jours
de 8h à 21h du 01/04 au 30/09
et de 8h à 18h du 01/10 au 31/03

Museum Folon
Ferme du Château
Drève de la Ramée, 6
B-1310 La Hulpe
+32 (0)2 653 34 56
Du mardi au vendredi de 9h à 17h
Week-end de 10h à 18h

In 2009 was de filmploeg van Potiche te vinden op diverse plekken in Waals-Brabant, meer bepaald in de Ferme du Bois Planté in Ophain-Bois-Seigneur-Isaac.

Potiche

van François Ozon (2010) Met Jérémie Renier, Catherine Deneuve, Gérard Depardieu, Fabrice Luchini, Judith Godrèche en Karine Viard.


aaAbdij van Bois-Seigneur-Isaac

In de abdij, waar vroeger norbertijnen huisden, wonen sinds 2010 jonge maronieten van de ‘Ordre libanais maronite’. De nieuwe naam van het klooster luidt ‘Monastère de Saint-Charbel’. De monniken brachten de relikwie van het Heilig Bloed mee en nu wordt ze vereerd in de gelijknamige kapel, samen met de reliek van de H. Charbel. De Heilig-Bloedkapel uit de late 16de eeuw bevat prachtige siervoorwerpen, zoals oorstoelen en biechtstoelen.


Informatie

Monastere de Saint-Charbel vzw
Rue Armand De Moor, 2
B-1421 Ophain-Bois-Seigneur-Isaac
www.olmbelgique.org


Het kasteel van Bois-Seigneur-Isaac

Het kasteel van Bois-Seigneur-Isaac, dat in 1993 werd opgenomen op de lijst van uitzonderlijk Waals erfgoed, was vroeger een feodale vesting, maar werd in de 18de eeuw omgebouwd tot buitenhuis. Aan de achterzijde van het kasteel strekt zich een bevallige Franse tuin uit, die doorloopt in een 7 ha groot, aangenaam park in Engelse stijl. Men ontdekt er talrijke opmerkelijke boomsoorten, naast een romantisch prieel van vormgesnoeide haagbeuken. Het kasteel is toegankelijk voor het publiek en kan gehuurd worden voor evenementen.


informatie

www.bois-seigneur-isaac.be

Marie Kremer is een elegante en frisse verschijning – een beetje zoals Wallonië. De jonge actrice kan bogen op een ruime ervaring, zowel op de planken als op het grote scherm, en is duidelijk niet bang van nieuwe uitdagingen. Ze geniet van de natuur en is gesteld op haar vrijheid. Niet het type dus om zich op te sluiten in een rol of ruimte! Tijd voor een gesprek.

Een glimlach speelt om haar lippen zodra ze het Kasteel van Terhulpen betreedt. De plek doet haar terugdenken aan haar kindertijd. Ook nu nog heeft ze iets van een dromerig, vrolijk kind wanneer ze vertelt en poseert. De hele dag blijft ze haar spontane zelf en neemt ze ons mee in haar wereld vol lichtheid en magie. Marie Kremer staat met haar voeten stevig op de grond, maar haar hoofd zweeft ergens in de wolken…

Marie, wat deed je hier in het kasteel van Terhulpen toen je klein was?
Marie Kremer — Wanneer er een huwelijksfeest was, mengde ik mij onder de gasten samen met mijn vriendinnen. We deden alsof we ook uitgenodigd waren en deden ons tegoed aan al wat er op de tafels stond! (lacht) Het kasteel van Terhulpen was ook de plek waar ik naartoe ging om alleen te zijn in de natuur. Het is niet zomaar een kasteel, het is een park dat uitloopt in het bos. Ik heb altijd de behoefte gehad om alleen de natuur in te trekken.

Je bent geboren in Ukkel, maar toch ben je blij dat je op de voorpagina van een Waals magazine mag staan. Wallonië zit in je genen, en vooral je grootvader zou trots geweest zijn…
MK — Ja, ik was dol op mijn grootvader. Hij wou dat we Waals spraken. Ik heb heel mooie herinneringen aan de tijd die ik doorbracht met mijn grootouders. Ze woonden tussen Sivry en Rixensart en ze hebben me Wallonië leren kennen. We gingen vaak nieuwe plekken bezoeken. Dan namen we onze picknick mee. Mijn grootvader was erg gehecht aan Wallonië en trots om Waal te zijn. Hij nam ons overal mee naartoe, naar Charleroi, naar Le Grand-Hornu, naar La Louvière, naar Namen om musea te bezoeken… Hij was afkomstig uit Zinnik. Mijn hele familie is Waa ls, a l leen mijn vader komt u it Luxemburg. Ikzelf ben opgegroeid tussen Limal en Terhulpen.

Tegenwoordig woon je hoofdzakelijk in Parijs, maar je komt regelmatig terug naar Terhulpen.
MK — Eigenlijk woon ik aan beide kanten, en ik ontsnap naar Brussel via Terhulpen. Ik laad er mijn batterijen weer op als ik in de natuur ben en de bomen zie. Maar het is vooral de herinnering aan mijn kindertijd die me doet terugkomen naar Terhulpen.

Van welk typisch aspect van Wallonië hou je het meest?
MK — Het accent! Mijn hele familie heeft dat typische accent dat ik nergens elders vind. En dan zijn er alle herinneringen aan mijn kindertijd. Het klinkt misschien gek, omdat velen erover klagen, maar ik hou ook van de regen, van de wolken. Alles wat typisch Belgisch is. Ook de manier van leven van de mensen.

Zijn er plekken waar je altijd naartoe gaat wanneer je in België bent, als een soort ritueel?
MK — Dit park natuurlijk, maar ook de Abdij van Villers-la-Ville. Dat is een schitterende plek!

Tien jaar geleden heb je meegespeeld in J’ai toujours voulu être une sainte (Ik heb altijd een heilige willen zijn). Zou je zelf graag een heilige zijn?
MK — Absoluut niet. En trouwens, niemand is heilig.

Gaat er achter dat engelengezicht een rebel schuil die je graag aan de buitenwereld zou tonen?
MK — Ja. Over bepaalde dingen kan ik erg kwaad worden. Die kwaadheid kanaliseer ik door te sporten en te acteren, maar ik heb nog niet de goede manier gevonden om ze er echt uit te krijgen.

Waarvoor zou je bereid zijn om te vechten als een leeuw?
MK — Voor rechtvaardigheid, voor mijn werk, voor een gezin dat ik nog moet opbouwen. Vechten om eerlijk te zijn tegenover mezelf. Pas daarna kan je stelling nemen in de wereld. Ik ben op de goede weg, ik boek vooruitgang maar soms voel ik me als een wolf…

Ben je een feministe?
MK — Nee, nu ja, het hangt ervan af. Ik ben geen feministe als dat betekent tegen mannen zijn, want ik heb hen nodig, hun raad. Ze geven me essentiële dingen die wij niet hebben. Ze zitten eenvoudig in elkaar en dat heb ik nodig. Ze zijn minder ingewikkeld dan vrouwen.

Een feministe zijn, heeft niet meer dezelfde betekenis als vroeger. Het feminisme is geëvolueerd en komt nu vooral op voor gelijkheid.
MK — In die zin ben ik wel feministisch. Ik vind dat we veel vooruitgang geboekt hebben en dat we onze rechten moeten blijven opeisen waar het nodig is. Als ik zie wat er elders gebeurt, vind ik dat we niet te klagen hebben, ook al kunnen er altijd dingen beter. We hebben het goed hier. Ik besef maar al te goed dat ik kan gaan en staan waar ik wil, me kleden zoals ik wil en doen wat ik graag doe.

Zou je graag in een matriarchale maatschappij leven waar vrouwen het voor het zeggen hebben?
MK — Nee, absoluut niet! We hebben mannen en vrouwen nodig. Ook in de politiek is er een evenwicht nodig.

Marie Kremer onthult

Je acteert al 11 jaar, aan een stevig ritme van zo’n 4 films per jaar en toch zeg je dat je blijft twijfelen? Waarover dan?
MK — Twijfelen is belangrijk om steeds beter te worden. Je leert elke dag bij en je moet elke keer opnieuw beginnen. Elke rol is anders. En bij elke opnamesessie moet je je weer helemaal geven, maar telkens anders.

Je volgt je gevoel. Wil dat zeggen dat je alleen maar in films meespeelt die je echt aanspreken?
MK — Nee, absoluut niet. Eerst en vooral omdat ik werk nodig heb. Tegenwoordig kan ik het me veroorloven om een beetje selectiever te zijn, maar het beroep van acteur is niet gemakkelijk. Je hebt niet iedere dag werk op de plank. Rollen weigeren is een kwestie van keuzes maken, maar ik denk dat een acteur zo veel mogelijk moet werken, zolang hij maar eerlijk blijft tegenover zijn principes. Sommige mensen zeggen bijvoorbeeld dat je niet voor tv moet acteren. Ik ben het daar niet mee eens. Ik heb veel geleerd tijdens al mijn opnames. Op dit moment ben ik trouwens met opnames bezig voor de Franse tv.

Mogen we daar meer over weten?
MK — Ik speel mee in Caïn, een reeks van 8 afleveringen die wordt geregisseerd door Bertrand Arthuys en uitgezonden op France 2.

Toen je amper 17 was, zette je je eerste stappen op het toneel bij het gezelschap Baladins du miroir. Nadien deed je straattheater bij de Compagnie des Bonimenteurs in Namen. Wat doe je liever, theater of film?
MK — Allebei… Ik heb veel straattheater gedaan, maar ik ben ook blij met waar ik nu sta.

Je bent discreet en wat verlegen. Zou je uit liefde voor de film bereid zijn om ook een intieme scène te spelen?
MK — Als dat in het verlengde ligt van het verhaal, ja. Maar discretie is belangrijk in film.

Wat vind je van de Belgische film?
MK — Van een hoog niveau. We hebben goede films, zowel in Wallonië als in Vlaanderen.

Regisseur Joachim Lafosse zei op de persconferentie van de Magrittes dat films niet goed zijn omdat ze Belgisch, Waals of Vlaams zijn, maar omdat ze juist zijn. Wat is voor jou een juiste film?
MK — Hij heeft helemaal gelijk. Een juiste film is zoals een acteur die juist speelt. Het is de juiste toon vinden voor alles, ook in de boodschap die de film wil meegeven.

Wat is er belangrijk voor jou als actrice?
MK — Het is belangrijk om je met de juiste mensen te omringen, ook mensen die niet noodzakelijk hetzelfde beroep hebben. Met de voeten op de grond blijven, niet kwaad worden op het systeem, ook al is het niet eenvoudig. Jezelf blijven heruitvinden. Opkomen voor jezelf.

In november komt de dvd uit van Sous le figuier, een prachtige film van Anne-Marie Étienne. Hij werd deels voor België geproduceerd, door Tarantula production. De film benadert de dood op een tactvolle en serene manier. Denk je dat niets echt eindigt daar aan de overkant?
MK — Ik weet het niet. Ik denk dat niemand echt sterft omdat we verder leven in wat we hebben doorgegeven tijdens ons leven. Mijn grootvader bijvoorbeeld leeft verder in mij door alle schoonheid en kracht die hij mij heeft gegeven.

Is je kijk op de dood veranderd door de film?
MK — Misschien wel, ja. Selma (Gisèle Casadesus, n.v.d.r.) heeft een heel zachte, geruststellende uitstraling. Ze heeft haar eigen manier om graag te zien. Ze geeft veel.

Ze is al lang gestopt met egoïstisch zijn. Gisèle Casadesus speelt een oude dame die kaarten legt en pendelt. Geloof jij in helderziendheid?
MK — Ik denk dat sommige mensen echt dingen aanvoelen, maar je moet altijd voorzichtig blijven, want er zijn ook veel bedriegers.

Gisèle Casadesus is met haar 99 jaar de oudste Franse actrice. Wat heeft je het meest getroffen tijdens jullie samenwerking?
MK — Haar levenswijsheid, haar humor over de dingen van het leven, zelfs over seks. Ook haar blik. Ze kijkt je aan zonder frustraties, kwaadheid of minachting. Ik zou heel graag ook zo willen oud worden. Ik wil dat onthouden. Oude mensen zijn vaak getekend door het leven op een niet zo mooie manier. Maar zij straalt liefde uit.

Wat zijn je projecten voor de nabije toekomst?
MK — Er staan een aantal filmprojecten op stapel, maar die zijn nog niet heel concreet. En ik ben een kortfilm aan het schrijven die ik graag zelf zou regisseren.

 

Bio Express

15 april 1982 — Marie Kremer wordt geboren in Ukkel

2001 — start met acteerlessen aan het INSAS

Juni 2012 — Marie ontvangt de Suzanne Bianchettiprijs (SACD)

Juni 2012 — de actrice treedt in het huwelijk

 

Selectieve filmografie

Film
J’ai toujours voulu être une sainte (2002)
Saint-Jacques… La Mecque (2003)
Les Toits de Paris (2006)
Dikkenek (2006)
Soeur Sourire (2008)
Au cul du loup (2011)
Louise Wimmer (2012)
Chez nous c’est trois ! (2012)

Televisie
L’Arche de Babel (2007)
Chez Maupassant, saison 1 (2007)
Un Village français, saison 1 à 5 (2008-2013)
La Solitude du pouvoir (2011)

De Stichting Folon stelt nog tot 9 november Explorations voor. Een reis naar het universum van de Catalaanse kunstenaar Josep Riera i Aragó.

Riera i Aragó s’inscrit dans une génération de sculpteurs catalans qui, dans les années 1980, donne une nouvelle dimension à l’art. À partir de matières traditionnelles comme le bois, le bronze ou le fer, il bouscule les codes, bouleverse les prérequis et traduit ses obsessions spirituelles en œuvres d’art. « Enfant, j’avais un certain intérêt pour l’art, mais ce n’est réellement qu’à l’adolescence que cet intérêt s’est converti en passion », confie-t-il. En effet, alors qu’il n’avait que 18 ans, le jeune Barcelonais expose pour la première fois ses créations à l’École Supérieure des Beaux-arts Sant Jordi à Barcelone, sa ville natale. Il vit alors les premiers balbutiements de son art, avec succès, mais avec le besoin de maturer encore et encore avant de parvenir à trouver sa particularité.

LA FONDATION FOLON

Située au cœur du Parc Solvay, la Ferme du Château de la Hulpe abrite la Fondation Folon. Créée en 2000, à l’initiative de Jean-Michel Folon, la fondation accueille des centaines d’œuvres de l’artiste belge. Plus de 40 ans de création sont présentés au public. La scénographie particulière de cette exposition permanente, son parcours alliant musique et effets d’optique et la qualité des œuvres présentées en font un lieu d’exception.

 

 

 

 

 

 

Navigateur de l’esprit, aviateur de l’art

Ce n’est que dix ans plus tard, lorsqu’il participe au IIe Salon d’automne organisé par l’Hôtel de Ville de Barcelone, qu’il présentera ses premières sculptures d’avions, de zeppelins et de machinerie ; caractéristiques indéniables de son œuvre aujourd’hui. Riera i Aragó se fascine très vite pour les machines, les engins, la physique, l’air, l’eau, les figures anthropomorphiques... « Dans les années 1980, j’ai développé une fascination figurative autour de deux intérêts : le monde sous-marin et le cosmos, et les machines », confie l’artiste.

Riera i Aragó invente, crée, décompose et recompose des engins. Ces machines dénaturées sont des invitations au voyage, entre réel et imaginaire.

 

Ces deux mondes créent un environnement inconnu dans l’esprit de l’artiste ; des sphères inaccessibles et inatteignables. Cette obsession le pousse alors à rêver de voyages vers ces mondes. « Il s’agit d’effectuer un voyage intérieur lors duquel on laisse ces univers affleurer à la surface. » Et pour voguer vers ces au-delàs imaginaires, Riera i Aragó invente, crée, décompose et recompose des engins. Ces machines dénaturées sont des invitations au voyage, entre réel et imaginaire. Il transforme les objets et les poétise sous la forme de sculptures et d’installations. L’artiste peut parfois assembler des centaines d’objets dans une même composition. Son œuvre 111 avions est constituée de 111 engins volants ou encore Colors 2U, qui est composée de milliers de petits sous-marins de couleur. Chaque composition représente l’esprit de son œuvre globale. « J’ai créé des milliers d’œuvres, je ne pourrai jamais en préférer une plutôt qu’une autre, poursuit l’artiste. L’une entraîne l’autre et, ensemble, elles créent une sorte de cosmologie. En fait, chacune de mes œuvres est une note de musique qui forme une symphonie ».

Pas de faux pas. Chaque pièce est réfléchie et apprivoisée. Assemblées en nombre, elles semblent former un essaim vrombissant ; une orchestration massive qui laisse l’observateur sans voix et le plonge paradoxalement dans un vide intérieur. L’auteur confie qu’il aspire, dans chacune de ses œuvres, à produire cette aura de silence. Car c’est bien là la particularité de l’œuvre de Riera i Aragó. De ses assemblages et de ce bruit graphique naît un silence magistral...

Na vijf jaar onderzoek heeft een team van de Université Catholique de Louvain (UCL) een stof gevonden die in staat is om uitzaaiingen van kanker tegen te gaan. Er is veel hoop in de strijd tegen deze meedogenloze moordenaar.

Op 24 juli kondigde de UCL op een persconferentie aan dat een van haar onderzoeksteams, onder leiding van professor Pierre Sonveaux, de uitzaaiing van een bijzonder agressieve vorm van kanker heeft kunnen tegengaan bij muizen. Deze ontdekking, een wereldprimeur, schept hoge verwachtingen. Het is een grote stap in de behandeling van een verschrikkelijke ziekte die in België alleen al zorgt voor 27.000 doden per jaar (cijfers van 2008). Negentig procent daarvan is een gevolg van uitzaaiingen. Die secundaire tumoren verschijnen vaak op plaatsen die ver verwijderd liggen van de oorspronkelijke tumor.

Bij aanvang van dit onderzoek stelde men vast dat van de miljoenen tumorcellen die dagelijks door ons bloed stromen maar een klein aantal in staat is om uitzaaiingen te ontwikkelen.Om te begrijpen op welke manier die uitzaaiingen ontstaan, hebben we van een kwaadaardige tumor een superkwaadaardige gemaakt, en onderzocht wat daarbij precies gebeurde. Op dezelfde manier hebben we in een tweede fase de tumor opnieuw goedaardig gemaakt, vat professor Sonveaux samen.

Huidkankercellen werden ingespoten bij muizen. Aanvankelijk waren er weinig uitzaaiingen, maar dat breidde snel uit tot superuitzaaiingen na de versnelling door het proces van natuurlijke selectie. De vergelijking van de cellen uit het beginstadium met die van de latere fase toonde de belangrijke rol aan van de mitochondriën (de energiecentrales van de cel) in de ontwikkeling van de uitzaaiing, door de aanmaak van de ‘afvalstof’ superoxide. Dat was een eerste grote stap in de ontdekking. De tweede stap was het tegengaan van de productie van die superoxide met behulp van een inactivator, in de hoop op die manier de spontane ontwikkeling van uitzaaiingen te stoppen. Er was wat geluk mee gemoeid toen ze in MitoQ, een geneesmiddel in de testfase voor de behandeling van parkinson en hepatitis C, een inactivator vonden die superoxide kon uitschakelen. Bij bepaalde experimenten bleek die stof bijzonder doeltreffend. De stof werd dagelijks toegediend aan muizen die besmet waren met borstkankercellen en hield de verspreiding van de uitzaaiingen bij de knaagdieren in alle gevallen tegen.

Dit ontegenzeggelijke succes, dat al besproken werd in het tijdschrift Cell Reports, heeft veel te danken aan het uitzonderlijke werk dat gedaan wordt door het Instituut voor experimenteel en klinisch onderzoek (IREC) van de UCL. Dit instituut geniet wereldwijde erkenning voor zijn expertise op het gebied van stofwisselingsmechanismen. Het laboratorium onderscheidt zich ook door zijn constante drive om ontdekkingen zo nuttig mogelijk temaken. Als een ontdekking belangrijk is, wacht de hele wereld terecht op de toepassing ervan in de geneeskunde. “Het doel van ons onderzoek is vooral om zo snel mogelijk levens te redden, maar voordat we hier kunnen beginnen met de behandeling van kanker bij de mens, zullen we waarschijnlijk moeten wachten op de volgende generatie patiënten.” Mensen en knaagdieren zijn niet hetzelfde en er moeten nog veel zaken getest worden. Zo is het belangrijk om na te gaan of een behandeling even doeltreffend is bij verschillende soorten kanker. In het bijzonder moet er ook getest worden of deze behandeling verenigbaar is met andere kankerbehandelingen, zoals chemotherapie of radiotherapie. In een laatste fase zullen er nog extra tests moeten worden uitgevoerd op muizen en als die succesvol zijn, moet er klinisch onderzoek gedaan worden in samenwerking met farmaceutische bedrijven.

“Het doel van ons onderzoek is vooral om zo snel mogelijk levens te redden, maar voordat we hier kunnen beginnen met de behandeling van kanker bij de mens, zullen we waarschijnlijk moeten wachten op de volgende generatie patiënten.”


De onderhandelingen zijn opgestart. Het is nooit eenvoudig om therapeutische doelstellingen van een onderzoek te laten samenlopen met de financiële belangen van farmaceutische bedrijven en hun investeerders. Pierre Sonveaux heeft in zijn team onderhandelingsspecialisten die hem ter beschikking zijn gesteld door de universiteit. Hij is er gerust op:
Wij hebben de farmaceutische bedrijven nodig en zij hebben ons vakmanschap nodig. We moeten hen alleen nog overtuigen dat onze aanpak degelijk is en dat de risico’s klein zijn ten opzichte van de mogelijke voordelen.

Het onderzoek, dat nu een fundamentele stap heeft gezet, is in 2009 van start gegaan met een beurs van € 1,5 miljoen van de Europese Onderzoeksraad (ERC). Die beurs maakte het voor Pierre Sonveaux mogelijk om een team samen te stellen en goede onderzoekers aan te nemen. In zijn laboratorium werken momenteel vijftien mensen, waaronder postdoctoraal onderzoekers, doctoraalstudenten, technici en student-onderzoekers uit Spanje, Frankrijk, Italië en België. De financiering van onderzoek is altijd een mozaïek van verschillende fondsen in een precair evenwicht. Zo worden Pierre Sonveaux en twee van zijn onderzoekers volledig betaald door het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek. Télévie, de Waalse tegenhanger van Levenslijn, financiert een derde van de teamleden. Daarnaast hebben de Stichting tegen Kanker, de Federatie Wallonië-Brussel (hun programma voor gezamenlijk onderzoek) en BELSPOfederaal wetenschapsbeleid) ook veel bijgedragen aan de werking van het laboratorium. De Fondation Louvain, ten slotte, is het contactorgaan dat door de UCL in het leven is geroepen om de giften, erfenissen en alle donaties te ontvangen voor onderzoek in het algemeen of, als de schenkers dat willen, rechtstreeks voor laboratoria zoals dat van professor Sonveaux.

De bekendmaking van deze spectaculaire wetenschappelijke doorbraak heeft veel reacties losgemaakt in de internationale wetenschappelijke wereld. Gelukkig heeft nog geen enkele prestigieuze universiteit tot nog toe geprobeerd om een teamlid naar hen te doen overlopen. Integendeel, professor Sonveaux heeft al heel wat aanvragen gekregen van buitenlandse onderzoekers met de vraag of ze bij hem mogen komen werken. Als we in België en Wallonië kunnen profiteren van zo’n competitieve omgeving als die van de UCL, waarmee we toch een belangrijke stap gezet hebben in de strijd tegen kanker, waarom zouden we hier dan vertrekken? Laten we liever de meest talentvolle onderzoekers verwelkomen. De wetenschap kent immers geen grenzen.

Inlichtingen

Institut de Recherche Expérimentale et Clinique (IREC)
www.uclouvain.be/420397.html

Fondation Louvain
www.uclouvain.be/fondation-louvain

In de natuurkunde is de Griekse letter lambda het symbool van het licht en staat x voor het onbekende. In de Waalse ondernemerswereld is Lambda-X een bedrijf dat optische systemen ontwikkelt voor de industrie, maar ook voor ruimteonderzoek, en soms op zoek is naar het onbekende.

Om over Lambda-X te kunnen praten, moeten we de ruimte in. Want het verhaal van dit bedrijf begint in 1996 als een spin-off van het laboratorium voor microzwaartekracht aan de Vrije Universiteit Brussel (ULB), dat vooral onderzoek verricht naar ruimtetechnologie. In 2004 wordt het lab volledig onafhankelijk van de ULB en installeert het zich in Nijvel, waar het nu nog steeds is gevestigd. Lambda-X is door het Europese ruimteagentschap ESA en een aantal gerelateerde privé-instellingen al erkend voor zijn technologische knowhow op het gebied van de mechanica van vloeistoffen, en richt zich nu ook op metrologisch onderzoek en de studie van het licht. “Dat is ons stokpaardje en het is belangrijk, want de optische instrumenten die elke dag worden gebruikt, komen voort uit dat onderzoek”, verduidelijkt Laurent Malfaire, commercieel directeur van Lambda-X. De kwaliteit van optische instrumenten en hun nut voor de maatschappij meet je aan de manier waarop ruimtevaartontdekkingen gebruikt worden in ons dagelijks leven. Dat is heel wat waard en rechtvaardigt op zich al de kosten die de maatschappij betaalt voor ruimteonderzoek.

De wereld rond

Tussen 1996 en 2014 breidde Lambda-X uit van drie naar vierentwintig werknemers, vooral wetenschappers, fysici en ingenieurs. Alleen al in de laatste drie jaar is het aantal werknemers verdubbeld. De overdracht van de technologische knowhow uit de ruimtevaart naar de optische industrie heeft het bedrijf een serieuze impuls gegeven. Sinds 2003 worden veel technologieën die ontwikkeld en uitgewerkt zijn in de laboratoria in Nijvel, en waarvan Lambda-X de techniek volledig beheerst, toegepast in de industrie. Er was al de wil om te diversifiëren, maar de ruimtevaartsector werd dooreen geschud na de ramp met het ruimteveer Columbia. “Dat keerpunt stelde ons in staat om andere markten te betreden en optische toepassingen te ontwikkelen die niets met ruimtevaart te maken hadden. Dat is nu goed voor de helft van onze activiteiten. Brillenglazen, contactlenzen, oogimplantaten voor de behandeling van staar enzovoort. De kwaliteit van deze producten wordt over de hele wereld door onze instrumenten gecontroleerd. Wij ontwikkelen nieuwe optische meet- en controlesystemen of we komen tussenbeide als consultant om systemen die al bestaan of verouderd zijn te verbeteren of aan te passen.” Internationaal gezien is Lambda-X overal vertegenwoordigd. “Op de sterk groeiende markt van de contactlenzen werken we onder andere samen met twee van de vier toonaangevende producenten van wegwerplenzen. En wat betreft de oogimplantaten controleren onze instrumenten momenteel de helft van de wereldproductie. We zijn aanwezig op vier continenten en zorgen voor de uitrusting van de marktleider en bijvoorbeeld ook voor die van Physiol in Luik, de enige Belgische fabrikant van implantaten.”

VORTEX

Het belangrijkste kenmerk van Lambda-X is dat alles binnenshuis wordt ontwikkeld, van het concept van een instrument tot de massaproductie. “Wij verzorgen de hele productie, met uitzondering van de onderdelen. Neem nu bijvoorbeeld een lens, veelgebruikt in optische instrumenten. Die lens wordt door onze ingenieurs ontworpen, maar wij maken die niet zelf. Dat gebeurt door onderaannemers. Maar het monteren van de verschillende onderdelen en de productie van het uiteindelijke instrument doen we dan weer zelf.” Er zijn veel industriële toepassingen van optische meetinstrumenten, maar die zijn niet bekend bij het grote publiek. Zo heeft Lambda-X een systeem ontwikkeld dat op een luchthaven de zogeheten vortex aan het eind van de startbaan analyseert. Wanneer een vliegtuig opstijgt, veroorzaakt dat een zogturbulentie of vortex in de luchtstroom achter het toestel. Het kan heel gevaarlijk zijn als een achteropkomend vliegtuig in die turbulentie terechtkomt. Lambda-X heeft het optische gedeelte ontwikkeld van een systeem waarmee die zogturbulentie zichtbaar kan worden gemaakt. Aan het eind van de startbaan controleert het systeem de luchtstabiliteit voordat er weer een vliegtuig opstijgt.

MEDUSA

Op ruimtevaartgebied werkt Lambda-X aan de ontwikkeling van twee reeksen instrumenten, bedoeld om te observeren of om wetenschappelijke experimenten aan boord uit te voeren. In het eerste geval gaat het om toestellen die de hemel (vanuit een satelliet) of de aarde (vanuit een satelliet, drone of ruimtesonde) observeren. “We hebben in samenwerking met het Vlaams Instituut voor Technologisch Onderzoek (VITO) MEDUSA ontwikkeld. Dat is het optische systeem van een camera, de lenzen dus, dat als een soort torpedo is geplaatst op een observatiedrone, aangedreven door zonnepanelen.” Hier kwamen twee uitdagingen bij kijken: het gewicht (het hele systeem mocht niet zwaarder zijn dan 2,5 kilo) en de grote temperatuursverschillen (het systeem moest optimaal blijven werken bij temperaturen tussen min 55 en plus 20 °C). De keuze van het materiaal was dus heel belangrijk. Dat moest kunnen uitzetten of krimpen op zo’n manier dat de afstand tussen de lenzen van het systeem ondanks die thermische uitzetting toch hetzelfde zou blijven. Lambda-X is de uitdaging aangegaan en leverde VITO in 2012 een hoogwaardig optisch systeem dat een haarscherp beeld levert van twee punten op de grond, amper 30 centimeter van elkaar, gefilmd van 18 kilometer hoogte. Die camera kan nuttig zijn om bijvoorbeeld overlevenden terug te vinden na een bosbrand, of om te kijken naar de begroeiing in een gebied waar een tornado is voorbijgeraasd of naar de boomlaag van het regenwoud. “Men had MEDUSA ook kunnen gebruiken om zonder enig risico over Fukushima te vliegen”, voegt Laurent Malfaire toe. Voor de toekomst wordt er gedacht aan hyperspectrale beelden, die veel meer informatie kunnen geven dan het blote oog en waarvoor ontelbare toepassingen mogelijk zijn, bijvoorbeeld in de biomedische sector voor microscopische analyses. “We hebben ideeën, en hebben een onderdeel in ontwikkeling waarvoor we een patent hebben aangevraagd.”

De ruimte in en nog verder

In het tweede geval gaat het om instrumenten voor het analyseren, controleren en registreren van wetenschappelijke experimenten die ruimtereizigers tijdens een vlucht hebben gedaan. Voor een van die experimenten heeft Lambda-X een gepatenteerde technologie gelanceerd, wereldwijd bekend onder de commerciële naam NIMO (Nouveaux Instruments de Mesure Optique – Nieuwe optische meetinstrumenten). Dat is een mooi voorbeeld van de overdracht van technologische knowhow uit de ruimtevaart naar de industrie, in dit geval de oogheelkunde. Lambda- X verdeelt zijn tijd dus tussen Nijvel en de ruimte. Binnenkort is er weer een reis naar Mars. Het bedrijf is immers verantwoordelijk voor de ontwikkeling van UVIS* (Ultraviolet &VISible), een van de drie instrumenten die aanwezig zullen zijn bij NOMAD, de eerste missie van het programma Exomars Trace Gas Orbiter. Het is de eerste gezamenlijke missie van het Europese ruimteagentschap ESA en het Russische agentschap Roscomos.

* UVIS is een kleine spectrometer die de aanwezigheid moet meten van moleculen zoals ozon en zwavelzuur in de atmosfeer van Mars (ultraviolet en zichtbaar). NOMAD zal het mogelijk maken om de samenstelling van de verschillende elementen van de atmosfeer van Mars in kaart te brengen door het werk van UVIS, samen met twee andere instrumenten die in het infrarood werken.

Your opinion counts