Waw magazine

Waw magazine

Menu
Image (62x44 OBLIGATOIRE !!): 
Image rose (taile : 62x44px OBLIGATOIRE): 

Horeca, cultuur, lokale economie en teamgeest samenbrengen op één locatie: dat is de uitdaging van Citizen Concept, bedacht door twee broers uit Gembloux, Romain en Raphaël Guillitte. Eerst in Waver en nu ook in Louvain-la-Neuve.

 

Op de borden in Citizen Kane, een café-restaurant in het centrum van Waver, liggen de salades La Vita è bellaVolver of La Strada naast een entrecote of burger Le Parrain. Voor elk wat wils ! De muren zijn bekleed met hout in al zijn vormen – planken, stukjes stam, schors, pallets, wijnkisten, … afgewisseld met groene planten.

Ik heb veel gereisd en ook gewerkt in verschillende Brusselse restaurants”, vertelt Romain Guillitte, mede-eigenaar van de locatie, samen met zijn broer Raphaël. “Daar ontdekte ik dat horeca veel meer kan zijn dan een gastronomisch restaurant of een buurtsnackbar. Sommige etablissementen zijn gespecialiseerd in Belgische bieren, andere bieden hun klanten workshops aan, gezelschapsspellen, kranten, boeken, strips …

Dat idee begon te rijpen in het hoofd van beide broers uit Gembloux. “Ons oog was gevallen op een klein voetgangerssteegje in Waver, de rue Charles Sambon …”. Samen ontwikkelden ze in 2014 ‘Citizen Concept’. “Het is niet zozeer het personage van Charles Foster Kane, persmagnaat, als wel dat van Orson Welles, de kunstenaar, regisseur en producer van dit meesterwerk van de zevende kunst, dat ons inspireerde”, verduidelijken deze filmliefhebbers. Het plan : op eenzelfde locatie verschillende etablissementen openen met elk hun eigen specialiteit, er ontmoetingen tussen klanten en artiesten mogelijk maken en banden tussen ondernemingen en lokale verenigingen smeden.

Citizen Kane, Vertigo en Caligari : drie zustermerken

De start verliep niet zonder slag of stoot, maar vandaag telt het concept drie vestigingen in Waver. Het café-restaurant Citizen Kane is elke dag geopend van 7.00 tot 01.00 u en biedt verse gerechten aan die bij voorkeur afkomstig zijn van lokale producenten. Bij brouwer Jandrain-Jandrenouille in Ramillies bestelden de eigenaars een gamma bieren dat inmiddels ook online wordt verkocht met namen die ook weer verband houden met de cinema : Coming soon, een licht koperblond bier met aroma’s van bloemen en fruit, Flashback, een bruine stout met aroma’s van chocolade en koffie, Slow motion, een witbier met tarwe en Blockbuster, een blonde tripel. Vlak tegenover Citizen Kane kan je in snackbar Vertigo terecht voor culturele quizavonden en spelletjesnamiddagen. Daarnaast worden in cocktailbar Caligari liveconcerten met artiesten uit de streek georganiseerd.

Concerten op het terras

“De klanten kunnen dus eerst een hapje komen eten en vervolgens de straat oversteken om de avond voort te zetten met een glas, vertelt Romain Guillitte. “Sommigen komen in groep om deel te nemen aan de culturele quiz. Wij bieden op het terras van Cagliari concerten aan met een aanvaardbaar geluidsniveau : jazz, folk, sologitaar, duo piano-zang. We ontvangen hier een heterogeen publiek : vriend (inn) en, collega’s die na het werk een betaalbaar hapje komen eten en/of Belgische bieren komen proeven, families die elkaar hier opzoeken, mensen die telewerken, maar ook gewoon passanten … Dat we hier alle lagen van de samenleving en alle leeftijdsgroepen kunnen samenbrengen, dat vinden we nog het allermooiste. We proberen dan ook bij ons personeel, dat zo’n vijftien personen telt, een soort van teamgeest te creëren. Ze kunnen initiatieven nemen of wijzigingen voorstellen. Bovendien heeft niet iedereen een vaste rol.”

De bedenkers van Citizen Concept willen ook deel uitmaken van het lokale verenigingsleven. Ze stellen hun lokalen dan ook er beschikking van het team dat aan de basis lag van de coöperatieve kruidenier Macavrac en leveren drank en voeding aan “Wavre sur herbe”, de tuin die de stad in augustus aanlegde op het naburige plein Cardinal Mercier.

 

Episode 2 : Louvain-la-Neuve

Een paar maanden geleden openden de twee broers, die inmiddels worden omringd door een sterk team, een nieuwe vestiging die veel groter is in het voormalige restaurant Longeatude, op wandelafstand van de Ferme du Biéreau, in Louvain-la-Neuve. Het concept bleef ongewijzigd : café-resto Citizen Kane is geopend van ‘s ochtends tot ‘s nachts en beschikt binnen over 130 plaatsen en nog eens 100 op het terras. In de kelder bevindt zich de culturele bar Xanadu – de naam die Welles gaf aan het fort waar miljardair Kane woont – waar artiesten uit alle domeinen (muziek, humor, improvisatie, …) kunnen optreden. De oproep voor geïnteresseerde kandidaten werd gelanceerd.

Er werd een team van zo’n veertig personen in dienst genomen. “Ondanks de pandemie bleven we er toch in geloven en het team steunde ons daarin, vervolgt de eigenaar. We stelden een businessplan op en trokken investeerders aan. Een lokale bankier overwon alle moeilijkheden en bleef vechten voor het project.

Citizen Gazette

Om de tweede Citizen Kane meer naamsbekendheid te geven, komt er een driemaandelijks tijdschrift, de Citizen Gazette, dat ondernemingen uit de streek ertoe moet aanzetten het project te steunen en er ook concreet aan deel te nemen. “In Louvain-la-Neuve en in Waver brengen we ambachtslieden, lokale producenten en Belgische artiesten onder de aandacht via de verschillende activiteiten van het Citizen Concept”, besluit Romain Guillitte. “Heeft de recente crisis niet aangetoond hoezeer mensen dergelijke locaties nodig hebben om elkaar te ontmoeten? 

Samenwerken met de Ferme du Biéreau

Door hun café-restaurant vlak over de Ferme du Biéreau te vestigen, gaven de bedenkers van Citizen Concept duidelijk aan dat ze van plan zijn om nauw samen te werken met deze muzikale trekpleister in Louvain-la-Neuve.

Op 24 juli organiseerde Citizen Kane samen met hen in het kader van het initiatief “Place aux artistes”, gesteund door de stad en de provincie, een openluchtconcert van de groep SKarbone 14, met een mix van ska, rock, wereldmuziek, punk en Franse chansons.

Een eerste ervaring die nog vaak zal worden herhaald”, aldus Romain Guillitte. “De Ferme du Biéreau beschikt immers over een budget om muziek ook buiten de eigen muren te laten weerklinken en samen te werken met lokale partners. Op die manier kan het zijn expertise bij het organiseren van concerten inbrengen. Citizen Kane biedt dan weer een zaal en dienstverlening aan. We stemmen ons aanbod af op de programmatie van onze buur : na een concert dat door hen wordt georganiseerd, bieden we er mogelijk nog eentje aan, in hetzelfde genre. Geen concurrentie dus, maar samenwerking.

www.citizenconcept.be

We hebben niet vaak de kans om eenvoudig en actief bij te dragen aan een project waar iedere betrokkene intellectueel en economisch beter van wordt

Wanneer u de kans krijgt om een actor van de lokale economie te worden, wanneer u de kans krijgt om voordelen en kortingen te genieten bij Waalse producenten, wanneer uw gedrag een gunstig effect heeft op uzelf en op uw omgeving. Dan bent u zeker WAW!

Bij de eerste editie, in 2008, klonk het als een uitroep. Wat zegt iemand die verbaasd is, zich verwondert of versteld staat ? Waw ! Dat is het Waw-effect.

Thans, na dertien jaar van ontdekkingen, geloof ik zonder valse bescheidenheid dat dit magazine, waarmee we Wallonië van zijn mooiste kanten willen laten zien, heeft bijgedragen aan een mentaliteitsverandering. We zijn allemaal trotser en ons meer bewust van het feit dat onze regio rijk is aan mensen van hoog aanzien en aan uitzonderlijke historische, toeristische, culturele en economische locaties.

In 52 nummers heeft Waw talenten ontdekt, voorgesteld en aanbevolen. Nu gaat Waw u de mogelijkheid bieden om te bestellen ! Om te kopen wat wij u al jarenlang adviseren. De coronacrisis heeft aangetoond dat we echt anders willen consumeren. Iets positiefs willen doen. De producenten, bedrijven en diensten in kwestie steunen omwille van hun ecologische impact. Omdat ze behoorlijk bestuur, korte kringlopen, contact, transparantie, nabijheid, rechtvaardigheid enzovoort bevorderen.

Waw wordt nu een acroniem. WAll Win, oftewel iedereen wint. Telkens wanneer u iets koopt bij een van onze partners, krijgt u een voordeel. Voor onze partner wordt die korting automatisch omgezet in naamsbekendheid, zowel redactioneel als publicitair, in de media van het merk Waw (magazine, website, sociale media, push on smartphone, evenementen enz.). Binnen dit merk behoudt het magazine uiteraard zijn redactionele inhoud die op ontdekking is gericht.

Hoe meer Waalse producten u koopt, hoe zichtbaarder onze producenten worden. Zij belonen u hiervoor met voordelen, die hen uiteindelijk meer zichtbaarheid opleveren. Een positieve spiraal waar iedereen bij wint ! Daar komt bij dat Waw de voordelen in uw portefeuille automatisch verdubbelt wanneer u uw account hebt gecrediteerd. We All Win !

Om dit alles te realiseren, beginnen we dit voorjaar met een crowdfundingcampagne. Ik nodig u uit om uw steentje bij te dragen, zodat we de toepassing kunnen ontwikkelen.

May the 4th

Ik hoop dat u, net als wij, heel snel een deelnemer en begunstigde zult zijn van deze positieve spiraal. 

Wilt u meer weten over onze crowdfunding ? Klik hier om U in te schrijven !

May the force be with We All Win !

dertig kaarsjes uit

Cypres, een onafhankelijk label dat gespecialiseerd is in hedendaagse muziek, maar dat openstaat voor muziek uit alle periodes en van alle oorsprong, blaast 30 kaarsjes uit.

 


Cédric Hustinx

In januari werd een Internationale Prijs voor Klassieke Muziek uitgereikt voor de opname van Missa pro mortuis, op het label Cypres, door het Belgische ensemble Huelgas, gebaseerd op een partituur uit 1578. Vorig jaar werd een dergelijke prijs toegekend aan Penthesilea, een hedendaagse opera van de Franse componist Pascal Dusapin, opgenomen in de Munt. Dit is een goed voorbeeld van de zogenaamde “grand écart” die het repertoire van Cypres kenmerkt.

In 2005 nam Cédric Hustinx uit Genval het label over dat gespecialiseerd is in het uitgeven van hedendaagse Belgische muziek (Cypres ontving een beurs van de Federatie Wallonië-Brussel). “Ik leidde toen Musica Numeris, een platenmaatschappij voor klassieke muziek die in het voormalige Maison de la Radio gevestigd was, ” legt hij uit. “Aangezien onze klanten Belgische en buitenlandse labels zijn, kreeg ik er belangstelling voor en toen Cypres ten onder ging, besloot ik het opnieuw te lanceren.

De “grand écart”

Het label heeft zich opengesteld voor muziek uit alle tijdperken en van alle oorsprong. Vandaag hebben wij een repertoire van meer dan tweehonderd titels, van middeleeuwse polyfonie tot hedendaagse creaties en jazz. Cypres omvat vijf collecties. Archives brengt, in samenwerking met de Munt, portretten van zangers en opnames van opera's door Frans- en Nederlandstalige radiostations samen. Cypres open richt zich op jazz en wereldmuziek ; de kern hiervan bestaat uit oude muziek, barok, romantiek en muziek uit het begin van de 20e eeuw, die door lokale artiesten wordt gebracht. Cypresessentiel is een verzameling themadoosjes die u mee zou nemen naar een onbewoond eiland. Waaronder Loreille de Mélanie, een muzikale reis als eerbetoon aan Mélanie Defize, een medewerkster met passie voor muziek en slachtoffer van de aanslagen van 2016. De nieuwste uitgave, Soundfulness, bevat twee platen van het Ensemble Musiques Nouvelles, Sound meditation en New Shamanic Music.

Cypres, dat in het Brusselse Maison des Musiques is gevestigd, is een van de voornaamste centra van het Belgische muziekleven. Op de cd A wake of music staat een concerto voor orkest en orgel die bij de Belgische componist Benoît Mernier besteld werd voor de restauratie van het orgel in 2017 in het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten. Er zijn boxsets uitgegeven ter gelegenheid van de 50e verjaardag van het Orchestre de Liège in 2010 en de 50e verjaardag van het Ensemble Musique nouvelles in 2012.

Het label heeft zich opengesteld voor muziek uit alle tijdperken en van alle oorsprong. Vandaag hebben wij een repertoire van meer dan tweehonderd titels, van middeleeuwse polyfonie tot hedendaagse creaties en jazz.


Wereldwijde distributie

Cédric Hustinx, die een HR opleiding genoot, is de artistiek directeur. Hij wordt bijgestaan door Denis Guerdon, pianist en geluidstechnicus, en Valérie Depauw, verantwoordelijk voor de boekhouding, het beheer, …

Mijn rol bestaat erin alle ingrediënten samen te brengen om een project mogelijk te maken, ” legt hij uit. “Ik geef het idee liever een duwtje in de rug. Maar wij worden vaak overspoeld door voorstellen van artiesten en concerten. We moeten keuzes maken die niet altijd gemakkelijk zijn. Wij omkaderen dan het oorspronkelijke idee van de productie van een plaat tot aan de distributie en promotie ervan. We verzorgen zowel de opname als het redactionele werk dat het ontwerp van de cover en het boekje omvat, de vertaling, het opstellen van de persmap, …

De weg die we hebben afgelegd is indrukwekkend. Cypres gaf de carrières van vele artiesten een boost, waaronder de Belgische sopraan Sophie Karthaüser, voor wie het drie albums opnam. Het label wordt wereldwijd verspreid. De artistiek directeur vertelt het volgende : "De digitale verspreiding brengt niet veel op, maar zorgt voor veel publiciteit. We worden het meest beluisterd in New York, en onze producties zijn ook zeer aanwezig in Japan.

Een militantenwerk

De viering van de dertigste verjaardag begint in september en eindigt eind volgend jaar. Op het programma van Cédric Hustinx staat voorlopig een minifestival van kleine concerten op ongewone podia : industrieterrein, schuur, kasteel, …

Dit label is een echt militantenwerk ! Wij willen bepaalde muziek die ten onrechte als elitair wordt beschouwd een kans blijven geven en populariseren, maar ook nieuwe talenten op het gebied van schrijven en vertolking aanmoedigen, de nieuwsgierigheid van een zo groot mogelijk aantal luisteraars wekken en mogelijkheden bieden om levende muziek te beleven.

Heeft de cipres, met zijn eeuwig groen gebladerte, alomtegenwoordige vruchten en rotbestendig hout, niet, althans sinds de Griekse Oudheid, de smaak van de eeuwigheid te pakken ?

 

Lutgardis waakt …

Bijna zes eeuwen lang leefde er in de abdij van Aywiers, in Couture-St-Germain, een communiteit van cisterciënzerzusters die hun eigen brouwerij hadden. In 2017 bracht die legendarische plaats de van bier bezeten broers Augustin en Victor Limauge op het idee van een gedurfd ondernemersproject met historische allures.

 

Augustin studeerde voor handelsingenieur en verbleef daarna enige tijd in China en in de Verenigde Staten, terwijl Victor marketing en bedrijfsbeheer studeerde, gevolgd door een jaar in Engeland. De broers, die behoren tot de vijfde generatie van de Limauge-familie, dewelke eigenaar is van de gebouwen van de abdijsite van Aywiers en zeer gehecht is aan die plek te Lasne, beslissen er een project op te starten.

De abdij, die uit 1215 stamt en in 1794 gedeeltelijk werd verwoest tijdens de Franse Revolutie, heeft geen kerk en geen klooster meer”, leggen ze uit. “Maar zodra je de grote toegangspoort binnengaat, zie je aan de rechterkant een gebouw waarin de vroegere brouwerij was ondergebracht. Bijna 600 jaar lang brouwden de cisterciënzerzusters er bier voor hun eigen consumptie, en verkochten er ook hun overproductie. In die tijd was het, dankzij de aseptische eigenschappen ervan, minder gevaarlijk bier te drinken dan water uit de rivier, ook al scheen dat van Aywiers goed te zijn voor de gezondheid.”

Een blond, een wit, een amberkleurig en een biologisch bier

Om de geschiedenis van de abdij weer tot leven te wekken, bestudeerden Augustin en Victor, die al amateurbrouwers waren, de Belgische markt. Ze besloten de eertijdse recepten, die weinig alcohol bevatten, niet te gebruiken, maar veeleer moderne bieren te creëren. In 2017 beginnen ze hun avontuur met de ‘Lutgarde blonde’, als verwijzing naar de meest bekende zuster van de abdij. “Ons eerste bier was licht gehopt en verfrissend. Met twee hopsoorten – Mosaic en witte Hallertau – worden de bloemen en fruittoetsen versterkt dankzij de ‘dry hopping’ of ruwe hopping. We hebben het bier uitgebracht naar aanleiding van het Feest van de Planten en de Tuin van Aywiers, dat onze moeder elk jaar organiseerde. Daarna hebben we het witbier met natuurlijke cactusextracten gemaakt. Met zijn verfijnde citroentoets en een nasmaak van appel, is het een zeer dorstlessend bier. De IPA is dan weer een amberkleurig bier met een mooi evenwicht tussen bitterheid en de smaak van citrusvruchten. De aroma’s van exotisch fruit maken er een bijzonder bier van, met een alcoholgehalte van 6,5°. Onze drie bieren werden bekroond tijdens de European Beer Challenge 2020.

Dat succes en die medailles (goud, dubbel goud en zilver) zijn beide broers niet naar het hoofd gestegen want ze blijven ondernemen. “Ons nieuwste bier is een pils, een gewaarborgd biologisch bier van hoge gisting met 5 % alcohol, dat we hebben ontworpen voor onze Brusselse bar.” ‘Chez Lutgarde’, aan het Sint-Katelijneplein, werd geopend in juli 2020, in volle Coronacrisis.We hebben in september moeten sluiten, maar we blijven onze bieren verkopen via onze gebruikelijke kanalen.

Met lokale producten

Vandaag heeft de jonge onderneming een vrij stabiele omzet, ook al werd de groei vertraagd door het sluiten van de horeca. Het duo en zijn drie medewerkers blijven optimistisch. Ze geven de voorkeur aan korte ketens en willen vooral aanwezig zijn op de Belgische markt, meer bepaald in Waals-Brabant, en zich dan ontwikkelen in Wallonië en Brussel. “We hebben sommige bieren in beperkte oplage verkocht en die gingen heel vlot van de hand. Het laatste bevatte honing van de abdijbijen. Het volgende zal gemaakt zijn met het sap van onze beuken en we willen er nog een ander brouwen met water van de abdij of met bloemen, om de dichtstbijzijnde ingrediënten te gebruiken. Op termijn willen we niet enkel onze brouwsels maken, maar – ook al vergt dat veel investeringen – onze eigen brouwerij uitbreiden en hop, mout enz. kweken. En op de site ook een winkeltje voor andere plaatselijke producten openen en zelfs evenementen organiseren om gezellige momenten met onze bieren te delen.

www.lutgarde.eu

 

Brasserie Lutgarde
Rue de l’Abbaye 14
B-1380 Lasne

+32 (0) 476 60 49 75

De heilige Lutgardis
Op het logo staat een dappere kloosterzuster, zoals de heilige Lutgardis, met de vinger op de lippen als verwijzing naar haar zwijggelofte en met op de achtergrond een ets van de abdij. De heilige Lutgardis (1182-1246), patrones van Vlaanderen, was een christelijke mystica. Toen ze 17 was, zou Christus haar zijn verschenen en haar hebben overtuigd om naar het klooster te gaan. Ze weigerde abdis te worden in Tongeren en besloot naar de abdij van Aywiers te verhuizen om daar in gebed en nederigheid te leven. De heilige Lutgardis mocht haar leven dan wel in stilte en vasten aan Christus hebben gewijd, dat verhinderde haar niet haar dorst te lessen met bier dat door haar goede zorgen was gebrouwen…

De familie Volkaerts


© Antoine Melis

Vooreerst is er vader Marc’O, die de zijnen de weg wees door in 1992 een eerste restaurant te openen in Genval. Dan is er zijn vrouw Stéphanie, die een wijnkelnerin werd met een fijne neus. En ten slotte is er zoon Martin, die al 16/20 kreeg van Gault&Millau ... Bij de Volkaerts slaapt men niet, mijnheer, daar kookt men als een chef !

 
Waals-Brabant, januari 2020. De familie Volkaerts is actief op twee fronten. In Genval, niet ver van het meer, hijst zoon Martin elke dag de vlag van ‘L’Amandier’ met de hulp van moeder Stéphanie, die de klanten op hun gemak stelt en goede flessen op tafel zet. Een paar kilometer verder, op het schitterende plein van Céroux, is vader Marc’O druk in de weer aan het fornuis van ‘Les Tilleuls’, samen met zijn jongste dochter Margaux, terwijl schoonzoon Sébastien de zaal in het oog houdt.

De twee restaurants hebben niet alleen een familiale band, maar ook het type keuken van beide is complementair : gastronomisch in Genval, bistronomisch in Céroux. Tot grote tevredenheid van Marc’O, die aan de basis ligt van dit mooie avontuur.

Mijn vrouw en ik openden ‘L’Amandier’ in 1992, toen Martin 1 jaar oud was”, vertelt Marc’O, afkomstig uit Waterloo, die zijn vak leerde aan de hotelschool van Ceria in Anderlecht. “Ik werkte in de horeca en Stéphanie was verpleegster. Onze uurroosters waren dus niet compatibel en we zagen elkaar nauwelijks. We gingen dan ook op zoek naar een klein huisje om samen van thuis uit te kunnen werken.

Een restaurant openen, samen met haar man ? Stéphanie was snel overtuigd : “Ik ben een levensgenieter : ik hou van gastronomie en van het contact met de klanten. Alleen kende ik nog niets van wijn : ik volgde dan ook een opleiding sommelier in avondschool.

‘L’Amandier’. In 2012 beslist het echtpaar om het huis te vergroten en een open keuken te installeren om dichter bij de gasten te kunnen zijn.

 


© Antoine Melis

Een succesverhaal

Het succes blijft niet uit. In 2012 beslist het echtpaar om het huis te vergroten en een open keuken te installeren om dichter bij de gasten te kunnen zijn. Voortaan kunnen die de garde in de potten horen kloppen, de filets in de pan horen knisperen en de borden horen kletteren. Gault&Millau blijft bij zijn mening : nogmaals een 16/20 met felicitaties voor het hele team van het beste restaurant van Waals-Brabant !

En wat deed Martin ondertussen ? Na te zijn opgegroeid in de heerlijke geuren van de keuken van zijn ouders, was hij er op 15-jarige leeftijd klaar voor : “Ik wil hotelschool volgen ! ”. Zijn ouders : “Ben je wel zeker ? Het is niet overal even fijn als hier hoor ! ” En hij : “100 % zeker ! ” In de hotelschool van Namen deed de jongeman tal van ervaringen op en hij kreeg de kans om stage te lopen bij Sang Hoon Degeimbre, in Eghezée (hij had het slechter kunnen treffen). Een openbaring. “Om te leren, moet je reizen en bij de beste chefs solliciteren”, fluistert de meester hem in. Als een van de drie wijzen, maar dan op een roze wolk gezeten, volgt de jongeman de restaurants die van Michelin twee sterren kregen : hij vervolmaakt zich achtereenvolgens bij ‘Nuance’ in Duffel, ‘De Pastorale’ in Rumst, ‘Noma’ in Kopenhagen (toen ‘het beste restaurant ter wereld’), ‘Quique Dacosta’ in Denia (Spanje), houdt vervolgens halt in ‘L’Air du Temps’, waarna hij weer terechtkomt in de ouderlijke stal.

“Less is more”

Nu ik terug ben, wil ik graag werken voor mezelf en mijn familie”, vertrouwt Martin ons toe, die net als Odysseus blij is weer thuis te zijn na een lange reis en ‘L’Amandier’ van zijn ontdekkingen te kunnen laten genieten. Marc’O : “Allemaal goed en wel, maar er is werk aan de winkel ! ” Martin : “En als we het nu eens zelf deden ? ” Dat was al een eerste goed idee ! De terugkeer van de trots van de familie laat een nieuwe wind waaien in het familiale restaurant. Vader en zoon werken zij aan zij en vullen elkaar perfect aan. Marc’O maakt graag sauzen en bereidt graag alles wat uit het water komt (kreeft uit de Schelde, limoen, zeekraal) en Martin werkt graag met regionale producten (kip met witloof, saus op basis van bier). Houdt Marc’O vooral van edele producten ? Dan is het voor Martin minder het product dat het gerecht maakt dan wel de wijze waarop het wordt bereid. “Ik vind ook dat er niet te veel variëteit op een bord moet liggen. Ik concentreer me liever op het hoofproduct, benadrukt de jonge chef, die zich aansluit bij de uitspraak van Ludwig Mies van der Rohe, vader van de moderne architectuur (die hij vergelijkt met de gastronomie) : “Less is more”.

“Top Chef”, mooie reclame !

In 2015 deed Martin nog een nieuwe ervaring op : de confrontatie in de keuken of de ‘strijd tussen chefs’. “Al viel ik af, toch was ‘Top Chef ‘een fijne menselijke ervaring en … ongelooflijke reclame voor het restaurant ! ”, geeft hij toe.

Martin doet het zo goed dat zijn vader in 2018 beslist zich terug te trekken zodat zoonlief zijn eigen keuken kan ontwikkelen. “We kregen de kans om het restaurant in het oude gemeentehuis van Céroux over te nemen, in Ottignies-Louvain-la-Neuve. Dat was niet makkelijk, want er lagen grote brasserieën op de loer. Maar de gemeente gaf de voorkeur aan een kleinschalig project. En we slaagden er al snel in om een trouw publiek naar ‘Les Tilleuls’ aan te trekken.

Alles gaat dus volledig naar wens in de wereld van de Volkaerts. Toch tot in maart 2020, toen de windvlaag van de pandemie alle tafels omverblies en de kaarten opnieuw schudde. Beide restaurants sluiten de deuren en in Genval wordt een traiteurdienst uit de grond gestampt. Het personeel zit zonder werk tot de heropening in de zomer. “Toen de tweede golf voelbaar werd, wilde we ons geen tweede keer laten vangen en beslisten we een kruidenierswinkel te openen”, vertelt Stéphanie. “In drie dagen tijd werd de zaal van het restaurant omgevormd tot winkel”, vervolgt Martin. “Op die manier konden we onze hele ploeg opnieuw halftijds in dienst nemen. En daar draaide het voor ons om.

Epicéa ‘Made in BW’

Zo gebeurde het dus dat de klanten in de schaduw van ‘L’Amandier’, die donderdag, vrijdag en zaterdag nog steeds een traiteurdienst aanbiedt, in de herfst van 2020 plots een nieuwe naam zagen verschijnen : ‘L’Epicéa’. Op de kaart niets dan lokale producten. Om hun leveranciers niet te laten vallen – dat is voor de Volkaerts duidelijk essentieel – beslisten ze hun producten te koop aan te bieden. “We werken al een aantal jaar samen met ‘Made in BW’, een provinciaal platform dat de producenten uit de streek samenbrengt, vertelt Marc’O. Vlees, boter, kaas, fruit, groente en … bier. We bestellen wekelijks, afhankelijk van de beschikbare lokale producten.

De nu 30-jarige Martin is niet van plan te rusten voor hij de 1001 projecten heeft gerealiseerd die hij uit zijn kokshoed tovert. De jonge chef (gehuwd met Laurence en papa van Jade en Louis) wil het allerliefst een derde vestiging openen met chambres d’hôtes, gekoppeld aan een restaurant. Bij het ontbijt kan Stéphanie dan de honing van haar bijen aanbieden, nog een lokale specialiteit “Als iemand in Rixensart ergens een vierkantshoeve te koop weet staan …

“We werken al een aantal jaar samen met ‘Made in BW’, een provinciaal platform dat de producenten uit de streek samenbrengt.”

 


© Antoine Melis

L’Amandier – L’Epicéa
Rue de Limalsart 9
B-1332 Genval
+32 (0) 2 653 06 71

amandier.be

Les Tilleuls
Place Communale 2
B-1341 Céroux
+32 (0) 10 45 35 85

tilleuls.be


© Pep’s Studio

Onder de welluidende naam ‘Capucine à table’ biedt Stéphanie de Bellefroid eetbare verse, maar ook gedroogde bloemen aan, evenals aromatische kruiden, die ze teelt in haar wonderlijke tuin in Rosières.


Wist je dat het in onze tuin krioelt van de eetbare bloemen en planten? Uiteraard moet je goed weten welke soorten je kunt opeten en gebruiken om gerechten op te vrolijken. Cosmos, spinbloem, korenbloem, goudsbloem … er zijn tal van prachtige, heerlijke variëteiten. Sommige bloemen eet je beter zo, en andere zijn dan weer uitermate geschikt voor allerhande bereidingen. Steeds meer chefs maken dan ook gebruik van bloemen. Naast het esthetische aspect hebben ze vaak ook een interessante smaak en maken ze deel uit van het gerecht. Zo is de Oost-Indische kers bijzonder in trek, evenals het afrikaantje en de dropplant.

Heel wat kruiden hebben een geconcentreerde, maar toch subtiele smaak. Denken we maar aan de bekende klassiekers, zoals basilicum, munt, tijm, oregano, koriander en salie, maar ook de bloemen van rucola, bonenkruid, anijs, venkel, enz. Bij het begin van het seizoen zijn wilde planten als lievevrouwebedstro, moerasspirea, hondsdraf, roomse kervel, vlier, sering en viooltje een streling voor de tong en een plezier voor het oog als decoratie op het bord. Net als bloemen hebben ook aromatische kruiden bepaalde eigenschappen. Sommige kunnen zelfs als medicinaal worden omschreven. Het zijn heuse vitamineconcentraten en ze zijn ook rijk aan minerale elementen.

In Rosières werkt Stéphanie volgens het ritme van de seizoenen, en daarbij gebruikt ze geen chemische hulpmiddelen. Voor haar zijn het ritme van en het respect voor de natuur en de grond een evidentie. Bloemen zijn fragiel, en je hoeft ze dan ook niet te wassen. Ze worden na het plukken meteen opgegeten of gedroogd. De droger werd ambachtelijk vervaardigd en gebruikt geen energie, omdat hij op natuurlijke wijze opwarmt en ventileert. Van het zaaien tot het planten en het oogsten, Stéphanie doet het allemaal met passie, en maakt ook kruidendrankjes van haar gedroogde bloemen.


© Pep’s Studio

Opdrachten in het buitenland

Als kind al droomde Stéphanie ervan om bloemiste te worden. In 2009 studeerde ze af als bio-ingenieur aan de UCL in Louvain-la-Neuve, met als specialisatie natuurbeheer, water en bos. Ze begon te werken in het onderwijs en deed een stage in Kameroen. “Gedurende meer dan zes maanden lang stampte ik er als hoofdtuinder een boomkwekerij met alsems uit de grond”, vertelt ze, waarna ze op missie vertrok naar Vanuatu, een archipel in Oceanië, en vervolgens naar Montpelier, waar ze aan de slag ging in een privéonderneming die actief is op het vlak van bosbeheer in tropische landen. “Nadat ik consultancy-opdrachten had aanvaard voor de FAO (Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties) begon ik te werken bij Valbiom, een vzw gespecialiseerd in de valorisatie van biomassa. In 2017, toen mijn zoon geboren werd, had ik er stilaan genoeg van om te werken aan projecten die steeds minder concreet werden, en besliste ik uit de vereniging te stappen en een praktische opleiding te volgen in biologische groenteteelt bij de vzw voor volwassenenopleiding Crabe te Jodoigne”.

Bloemen zijn fragiel, en je hoeft ze dan ook niet te wassen. Ze worden na het plukken meteen opgegeten of gedroogd.


Samenwerking met chefs

Stéphanie bezocht exploitaties en volgde stages. Haar liefde voor bloemen flakkerde weer op in de tuinen van het sterrenrestaurant ‘L’air du temps’ waar haar project vorm kreeg. “Ik wilde graag de tuin zijn die de chefs thuis niet hebben.” Na een marktonderzoek en verschillende gesprekken met chefs, kreeg Stéphanie de bevestiging dat er wel degelijk vraag naar is. Nadat ze uit Crabe was gestapt en terwijl ze een stage volgde bij een groentekweker waar ze haar eigen gewassen verbouwde, richtte ze ‘Capucine à table’ op. Eerst in Waver, en vervolgens in Rosières, waar ze een stuk grond vond en ze zich in de loop van 2019 vestigde, samen met Magali, die op haar beurt ‘Les fleurs de Mag’ oprichtte. Sindsdien werkt Stéphanie samen met chefs van verschillende gastronomische restaurants in Waals-Brabant.

Ik heb een clientèle op mensenmaat, en er vindt heel veel uitwisseling plaats. De chefs komen naar het veld en bespreken hun menu. Met sommigen van hen heb ik al kruidenthees getest, mengsels van gedroogde bloemblaadjes om gerechten te aromatiseren of gebak te versieren, boter en andere derivaten zoals azijn met verse bloemen en zout. Dankzij dat unieke contact kunnen we samen evolueren”. Al heeft ze al tal van vaste klanten, toch droomt ze ervan de directe verkoop aan particulieren nog uit te breiden, via team building of workshops rond de ontdekking van bloemen en kruiden.

barst van de energie

Met zijn elektronische systemen die het mogelijk maken om teruggewonnen energie in batterijen op te slaan, biedt e-peas, een start-up uit Mont-Saint-Guibert, innovatieve oplossingen om de autonomie van verbonden apparaten te vergroten.

 

Een groenere toekomst voor de planeet vereist natuurlijk een beter beheer van het energieverbruik en een grotere duurzaamheid van de apparatuur. Deze twee doelen staan centraal in de activiteiten van e-peas. De innovatieve start-up in halfgeleiders is voortgekomen uit het onderzoek van Geoffroy Gosset en Julien De Vos naar zeer energiezuinige oplossingen in het laboratorium voor micro-elektronica van de UCL. Het bedrijf levert apparatuur en oplossingen voor de terugwinning van omgevingsenergie, of het nu gaat om fotovoltaïsche, thermische, trillings- of radiofrequentie-energie. Hierdoor kan met name de autonomie van een hele reeks – al dan niet verbonden – apparaten aanzienlijk worden vergroot. Dat gebeurt door de levensduur van de batterijen te verlengen of, in sommige gevallen, helemaal geen batterijen te gebruiken.

Met onze oplossingen kan de omgevingsenergie die door een warmteterugwinningsinstallatie wordt gegenereerd, optimaal aan een batterij worden overgedragen. Onze systemen worden gebruikt door fabrikanten van energiezuinige apparaten, die vervolgens aan andere bedrijven of aan consumenten worden verkocht”, legt Geoffroy Gosset uit.

Twee clusters in Europa

e-peas heeft nu 28 mensen in dienst, van wie er zeven in de kantoren in Neuchâtel (Zwitserland) en Palo Alto (Californië) werken. Met deze vestigingen brengt e-peas een koppeling tot stand tussen de twee Europese competentieclusters voor energiezuinige elektronica. De eerste omvat Delft, Louvain-la-Neuve en Leuven en de tweede Neuchâtel, Grenoble en Bologna. Het grootste deel van de productie wordt allereerst naar Europa en daarnaast naar de Verenigde Staten geëxporteerd. In Azië, waar de eerste commerciële acties op touw worden gezet, is ook sprake van een grote vraag.

Zowel door hun prestaties als door hun kwaliteit onderscheiden de producten van het bedrijf uit Mont-Saint-Guibert zich van de concurrentie. “De komende jaren staan we voor twee uitdagingen. We willen in de eerste plaats onze bekendheid verder vergroten en vervolgens de ontwikkeling van het bedrijf voortzetten door de introductie van nieuwe energieterugwinningsproducten en nieuwe productlijnen waar we momenteel al aan werken.

GEVEN TOEGANG TOT ALLE MARKTEN

Automatic Systems is een van de wereldleiders op het gebied van automatische toegangscontrolesystemen voor voetgangers en voertuigen. 
In 2019 vierde het bedrijf uit Waver zijn vijftigste verjaardag.

 

Bedrijf

In 1969 richt industrieel ingenieur Michel Coenraets uit Rixensart in Brussel de vennootschap Automatic Systems op, die gespecialiseerd is in de productie van automatische toegangscontrolesystemen voor voetgangers en voertuigen. De eerste slagbomen van het bedrijf worden geplaatst op de parkeerterreinen van de Innovation en Passage 44 in Brussel. Twee jaar later levert Automatic Systems slagbomen voor de internationale luchthaven van Frankfurt. De ontwikkelingsmogelijkheden zijn ontelbaar en het bedrijf, dat op het industrieterrein Wavre Nord is gevestigd, wordt in korte tijd zeer succesvol. Algauw is het de nummer één van de wereld op zijn gebied.

In 2002 wordt Automatic Systems, dat inmiddels in Frankrijk, Spanje, Canada en Groot-Brittannië is gevestigd, overgenomen door de Groupe Bolloré (Franse multinational op het gebied van transport en logistiek, communicatie en elektriciteitsopslag).

Naar schatting heeft Automatic Systems nu bijna 300.000 producten over de hele wereld geïnstalleerd, zowel voor de toegangscontrole van gebouwen als voor het openbaar vervoer.

 


© Automatics-Systems

Producten

De systemen die Automatic Systems ontwerpt en vervaardigt, kunnen in drie categorieën worden ingedeeld :

• Producten voor voetgangers : doorloopstraten, tourniquets (toegangspoortjes met draaipennen die het mogelijk maken om kwetsbare zones te beveiligen), veiligheidsdeuren en veiligheidssluizen.

• Producten voor voertuigen : slagbomen om de toegang tot tolwegen en in- en uitritten van parkeergarages te controleren en bepaalde zones te beveiligen, extra lange slagbomen en vandalisme-bestendige slagbomen met hekwerk.

• Producten voor extra beveiliging : inklapbare obstakels, vaste en inklapbare zuilen, en inbraakwerende slagbomen (waaronder een model dat een botsing met een voertuig van 3,5 ton bij een snelheid van 112 km/h kan opvangen) zorgen voor bescherming van risicozones en maken een strenge doorgangsselectie mogelijk. 

 
Naar schatting heeft Automatic Systems nu bijna 300.000 producten over de hele wereld geïnstalleerd, zowel voor de toegangscontrole van gebouwen als voor het openbaar vervoer.

 


© Automatics-Systems

In cijfers
8 vestigingen: België, Frankrijk, Groot-Brittannië, Spanje, Canada, Verenigde Staten, Nederland en Duitsland
4 productiebedrijven: 2 in België, 1 in Frankrijk en 1 in Canada
400 werknemers, waarvan iets meer dan 200 in België
Meer dan 100 landen waar toegangs- controlesystemen voor het openbaar vervoer zijn Meer dan geïnstalleerd


Ondernemer in hart en nieren

Als iemand een geboren ondernemer mag worden genoemd, is het wel Michel Coenraets. Samen met zijn oudere broer begint hij in 1961 zijn eerste bedrijf, Portomatic. Langs die weg ontwerpt hij de eerste automatische deuren met hydraulische reminrichting voor supermarkten, luchthavens, ambassades enzovoort. Om aan de vraag van zijn klanten te voldoen, breidt hij zijn onderzoek in 1969 uit naar de automatisering van slagbomen en toegangspoortjes. Het succes van Automatic Systems is wereldwijd. Het bedrijf uit Waals-Brabant is een voorbeeld voor de Waalse economie en ontvangt met name de Belgische Oscar voor de Export (1986) en de Grand Prix wallon de l’innovation technologique (1988).

In 1999 besluit Michel Coenraets op 67-jarige leeftijd om de leiding aan anderen over te dragen. Iedereen denkt dat hij het rustig aan gaat doen, maar niets is minder waar, want in 2002 koopt hij een Belgische licentie voor grasmaaiers op en begint hij Belrobotics, een bedrijf dat eveneens een stralende toekomst tegemoet gaat.

In 2012 viert hij zijn tachtigste verjaardag. Is dat het einde van het avontuur ? Welnee ! Omdat hij zelfstandige ondernemers en mkb-bedrijven wil helpen, richt hij het CreActivCenter op, een organisatie die modulaire kantoorruimtes biedt voor jonge ondernemingen die daar wegens verhuizing of groei behoefte aan hebben. Al vanaf 1987, toen hij voorzitter van de Union wallonne des Entreprises was geworden, had hij geprobeerd om jonge ondernemers een steuntje in de rug te geven. “Met name voor hen heb ik het maandblad ‘Dynamisme wallon’ opgericht”, zegt hij terugkijkend. “In die tijd sloot de ene na de andere historische onderneming in Waals-Brabant haar deuren. Denk bijvoorbeeld aan de papierfabriek van Genval, de Henricot-fabrieken in Court-Saint-Etienne en Le Thermogène in Gastuche. We moesten de jongeren motiveren en overtuigen om een nieuwe richting in te slaan, zoals Automatic Systems heeft gedaan en na ons bedrijven als IBA en Iris, in Louvain-la-Neuve.

Met ingenieur Philippe Dejaegere als assistent stort de onvermoeibare en onstuitbare Michel Coenraets zich in 2016 nog op het ontwerpen van windmolentjes voor huishoudelijk gebruik. Het eerste prototype bouwen ze met behulp van een 3D-printer in zijn garage. Van 1977 tot 1988 was hij overigens schepen en van 1992 tot 1994 burgemeester van Rixensart. Op zijn 88ste is hij daar nog steeds gemeenteraadslid. “Gisteren heb ik mijn handtekening gezet onder de verkoop van mijn bedrijf Phileole en zijn octrooien”, vertrouwde hij ons op 20 oktober jl. toe.Ik ben geen ondernemer meer. Ditmaal is het echt gedaan ! ” Wedden ?

De laatste jaren werkt het bedrijf uit Waals-Brabant wereldwijd aan tal van grote projecten, waaronder de luchthavens van Parijs en de Verenigde Arabische Emiraten. Daarnaast levert het de toegangspoortjes voor stations in Florida en Frankrijk.


Export

In België, de oorspronkelijke markt, zijn de producten van het bedrijf alomtegenwoordig, maar in minder dan dertig jaar heeft Automatic Systems met zijn slagbomen, tourniquets en poortjes ook toegang gekregen tot de rest van Europa (o.a. Disneyland Parijs, Olympische Spelen van Barcelona, metro van Milaan) en zelfs tot China, Zuid-Amerika (tolsnelwegen), Noord-Amerika en Azië (o.a. metro’s van Toronto, San Francisco en Kuala Lumpur). De laatste jaren werkt het bedrijf uit Waals-Brabant wereldwijd aan tal van grote projecten, waaronder de luchthavens van Parijs en de Verenigde Arabische Emiraten. Daarnaast levert het de toegangspoort-
jes voor stations in Florida en Frankrijk.

Deze markt kon zich met name ontwikkelen doordat het bedrijf via diverse dochterondernemingen en verkoopkantoren over de hele wereld aanwezig is en een groot netwerk van lokale en internationale distributeurs heeft.

Sterke punten

Automatic Systems heeft altijd ingezet op innovatie en technologische beheersing om zijn leidende positie bij elke nieuwe markttrend te handhaven. Het bedrijf beschikt over drie R&D-centra (in België, Frankrijk en Canada), waar zijn ingenieurs als opdracht hebben om nieuwe producten te ontwerpen, bestaande producten doeltreffender te maken, systemen aan de behoeften van klanten aan te passen (onder andere in verband met de toenemende terroristische dreiging) en nieuwe technologieën onder de knie te krijgen.

Wij profiteren van een wereldwijd erkende knowhow die gebaseerd is op vijftig jaar ervaring”, benadrukt Tanguy du Parc, die binnen het bedrijf verantwoordelijk is voor de communicatie. “Als onze klanten voor onze producten kiezen, doen ze dat vooral omwille van de kwaliteit en robuustheid. Wij zijn geen low-cost aanbieder : aan onze installaties hangt een prijskaartje, maar onze klanten weten dat ze betrouwbaar zijn en voor een goed investeringsrendement zorgen.

Safeflow, een oplossing in tijden van corona


© Automatics-Systems

In verband met de coronacrisis is het uiterst belangrijk dat individuele beschermingsmaatregelen worden nageleefd. Automatic Systems heeft daarom sinds maart een oplossing voor temperatuurmeting en controle op het dragen van een mondmasker in zijn toegangscontrolesystemen geïntegreerd. Deze is ontworpen in samenwerking met IER, een bedrijf dat eveneens deel uitmaakt van de Groep Bolloré en zich toelegt op het optimaliseren van goederen- en mensenstromen. Deze SafeFlow-oplossing kan ook tellen, zodat het daarnaast mogelijk is om het aantal mensen te beheren dat een locatie mag betreden.


©Mabamiro

De Ferme du Biéreau in Louvain-la Neuve is een muziekcentrum voor Waals-Brabant en ver daarbuiten, en heeft net twee nieuwe zalen en een volledig gerenoveerde binnenplaats in gebruik genomen. Dankzij deze veelzijdige uitbreiding bevestigt de Ferme du Biéreau haar bijzondere status in het Franstalige cultuurlandschap.


Biéreau is met zijn oude 18e eeuwse boerderij, waarvan de oudste delen teruggaan tot de 12eeuw, sinds meer dan 15 jaar de ontmoetingsplaats geworden voor alle muziekliefhebbers. De site ligt vlakbij het centrum van de universiteitscampus en verwelkomt zijn publiek dit najaar met twee nieuwe zalen en een volledig gerenoveerde binnenplaats. De twee afzonderlijk ontwikkelde projecten werden gelijktijdig uitgevoerd en dat heeft de nodige voordelen opgeleverd.

De binnenplaats, een geplaveide ruimte van 1200 m², bevond zich nog in de oorspronkelijke staat. De renovatie was dus zeker nodig. “We kunnen de binnenplaats het best vergelijken met een stadsplein. We willen er een gastvrije plek van maken, maar ook een plek die gebruikt kan worden voor evenementen”, zegt Gabriel Alloing, directeur. Men koos deze keer niet voor de ouderwetse manier van bestrating met “halsbrekende” straat-stenen, maar voor een eigentijdse bekleding met zeventig cortenstaal platen die uit silhouetten van muziekinstrumenten zijn gehouwen. Deze platen zijn niet alleen mooi om te zien, ze dienen ook als ondersteuning van een originele crowdfunding. De platen kunnen namelijk gesponsord worden door particulieren of bedrijven. Elke donateur, of in het Frans “articulteur”, kon een instrument kiezen dat op de plaat gegraveerd werd. Op de binnenplaats staat er trouwens een paneel met alle namen van de donateurs erop. De historische straatstenen worden gelukkig niet helemaal vergeten, ze worden nu gebruikt in de rand die de metalen platen omkadert.

Twee zalen in de oude stallen

De stallen waarin vroeger al evenementen werden georganiseerd, zijn nu uitgerust met twee zalen. Op de begane grond bevindt zich een ruimte met gewelfd plafond en onder de daken ligt een tweede, meer intieme ruimte die wordt gekenmerkt door een indrukwekkend 17e eeuws gebint. Deze multifunctionele ruimtes, die respectievelijk plaats bieden aan 180 en 60 personen, worden ook ter beschikking gesteld van het publiek voor evenementen, recepties, concerten, voorstellingen of dansfeesten. “Dit is het antwoord op een reële vraag van private, publieke en semipublieke ondernemingen of particulieren.” Dankzij de transformaties die van meet af aan in samenwerking met de technische teams zijn ontworpen, is het mogelijk om ruimte te besparen en tegelijkertijd het comfort van het publiek te verbeteren. In de onderste kamer, onder de emblematische bakstenen gewelven, blijven de prachtige voederbakken in blauwe hardsteen aanwezig, evenals de ruiven die de bedrading op een slimme manier verbergen.

Een crowdfundingcampagne

De twee renovatieprojecten werden uitgevoerd in samenwerking met de stad Ottignies-Louvain-la-Neuve en de UCL, met de steun van de provincie Waals-Brabant en het Waals Gewest. Op een totaal budget van 1,25 miljoen euro heeft de Ferme du Biéreau 250.000 euro uit eigen middelen en uit de crowdfundingcampagne bijgedragen. Een financiële draagkracht die wordt gevoed door een goed beheer, maar vooral door de unieke plaats die de Ferme du Biéreau inneemt in het Franstalige cultuurlandschap. “We worden erkend als culturele dienstverlener. Ongeveer 45 % van onze omzet is afkomstig uit subsidies, terwijl de resterende 55 % uit eigen vermogen wordt gehaald zoals ticketverkoop, zaalverhuur, de marge op coproductie van shows en sponsoring. Het is een systeem van gemengde economie in een KMO-dynamiek, maar dan wel met doelstellingen op het gebied van openbare dienstverlening en bijbehorende subsidies.

Men koos deze keer niet voor de ouderwetse manier van bestrating met “halsbrekende” straatstenen, maar voor een eigentijdse bekleding met zeventig cortenstaal platen die uit silhouetten van muziekinstrumenten zijn gehouwen.


Tevens een coproductielocatie

Sommigen kennen de Ferme du Biéreau van de concerten in de grote schuur en het tien jaar partnerschap met “D6bels On Stage”. Maar de Ferme du Biéreau is meer dan dat. De oude boerderij produceert geluiden, ritmes en melodieën in al hun vormen. Afhankelijk van het project wordt het gebruikt om te creëren of voor opnames van optredens of uitzendingen. Bovendien wordt de Ferme du Biéreau gebruikt voor de coproductie van muziekshows. “Vlaanderen telt een tiental culturele spelers, wij zijn de enige Franstalige die dit soort activiteiten ontwikkelt.” Tot de meest recente creaties behoort NinaLisa, van Thomas Prédour, over de relatie tussen Nina Simone en haar dochter Lisa, of Peter en de Wolf, van Prokofjev, verteld door Alex Vizorek en live geïllustreerd door Karo Pauwels. “Natuurlijk werken we niet alleen, we zijn eerder een uitvoerend producent of lijnproducent zoals we dat zien in de filmwereld.

“ Om echt te kunnen begrijpen hoe het is om als kunstenaar aan de slag te zijn, is het altijd beter om er zelf ook één te zijn.”
 

© Samuel Szepetiuk

Gabriel Alloing, de directeur van de Ferme du Biéreau

Theater in het bloed

Gabriel Alloing werd geboren in Avignon, maar verhuisde op jonge leeftijd met zijn ouders naar Louvain-la-Neuve, meegesleept door de unieke sfeer die er in de universiteitsstad heerste. Hij zag de stad groeien terwijl hij er opgroeide. Hij studeerde voor burgerlijk ingenieur en toonde interesse voor theater, met name tijdens de Son-Corps-Voix workshops van Jean Mastin. Hij had zelfs toen al gebruik gemaakt van de stallen van de Ferme du Biéreau voor een experimentele versie van Ruy Blas waarbij hij aan een ruif hing. Achteraf gezien een bijzondere speling van het lot. Nadat hij was afgestudeerd, werkte hij twee jaar als ingenieur. Maar tijdens zijn missie in Thailand kwam zijn liefde voor theater weer naar boven. Hij besloot terug te keren naar België om zich in te schrijven aan het Koninklijk Conservatorium van Luik in de richting acteur-ontwerper. Zijn profiel wekte al snel interesse en hij kreeg verschillende voorstellen om een cultureel centrum te runnen. Hij wees ze allemaal af tot hij in 2008 werd gevraagd om de Ferme du Biéreau onder zijn hoede te nemen. “Dit project kwam op een interessant moment in mijn carrière en het was vooral een plek waar alles nog moest worden uitgevonden.” Twaalf jaar later is hij er nog steeds en zit zijn hoofd vol met projecten. Hij heeft een hekel aan routine en regels. “Zolang er nieuwe uitdagingen moeten worden ontwikkeld, blijf ik hier. Maar wanneer dat wegvalt, geef ik de fakkel liever door.

Hij is een echte workaholic en heeft het podium nog zeker niet verlaten. Hij verdeelt zijn tijd tussen zijn werk als acteur, regisseur en auteur. "Ik moet gewoon kunnen creëren, dan pas voel ik me goed. Ik zou nooit een kantoorjob kunnen doen.” Hij ziet het ook als een onmisbare aanvulling op zijn culturele managementactiviteiten. “Om echt te kunnen begrijpen hoe het is om als kunstenaar aan de slag te zijn, is het altijd beter om er zelf ook één te zijn.

Inhuldiging op 8 oktober

De Ferme du Biéreau is permanent in ontwikkeling en de renovatie is nog lang niet afgerond. Gabriel Alloing droomt van een uitbreiding en het openen van een foyer van 100 vierkante meter groot aan beide zijden van de parkeerplaats. “Het is de eerste ruimte die mensen zien als ze aankomen en het zou dus mooi zijn als we een hedendaagse architecturale parel zouden kunnen maken die perfect bij het geheel past.” Het hoofdgebouw van 800 m² zal nog gerenoveerd worden wanneer de middelen daarvoor beschikbaar zijn. De invulling ervan moet nog vastgelegd worden maar het is zeker dat het een combinatie zal zijn van horeca, opslag en repetitieruimte.

Voorlopig kunt u op 8 oktober de nieuwe ruimtes van de Biéreau ontdekken tijdens een vierdaags minifestival. Het programma blijft trouw aan zijn principes en draait om eclecticisme, met in het bijzonder de iconische “Gangsters d'Amour”, nu onder leiding van Philippe Résimont, en een akoestische siësta met “La Crapaude”, het vrouwelijke polyfone kwartet dat traditionele poëtische liederen uit Wallonië herinterpreteert en weer vanonder het stof haalt.

 
La Ferme du Biéreau
Place Polyvalente
B-1348 Louvain-la-Neuve
+32 (0) 70 22 15 00

 

 

een poëtische smeltkroes 

Geneviève Levivier pendelt tussen kunst en textielvernieuwing. Haar creaties, die erg geliefd zijn in de Haute Couture, vallen op door hun uitzonderlijke look en artistieke invalshoek.


Geneviève werd in 1963 geboren in Brussel. Na haar kindertijd waarin schilderen centraal stond, begon de jonge vrouw aan een klassieke academische carrière. Ze besloot filosofie te gaan studeren en zei daarover : “volgens mijn vader zou een goed diploma heel wat deuren voor me openen”. Ze beschikte wel over de nodige intellectuele bekwaamheden, maar haar hart helde al naar de beeldende kunst. Geneviève zat in de knoop met zichzelf en besloot daarom haar artistieke opleiding (schilderkunst, zeefdruk, keramiek, textieldesign) verder te zetten om aan haar eigen behoeftes te voldoen. Ze combineerde dat met haar carrière als journaliste, een weg die zich aan haar opdrong. Deze periode heeft haar gevormd tot wie ze is. Het was de perfecte kans om te netwerken en te leren hoe culturele en artistieke kringen functioneren. Op haar veertigste, als getrouwde vrouw en moeder, werd ze opnieuw betoverd door de schoonheid van het ontwerpen. Dit kan gezien worden als haar grote intellectuele omwenteling en het begin van haar artistieke carrière.

Tapijtwerk Synesthesia. Installatie in situ in de boomgaard van het museum Van Buuren – in het kader van het project ‘Van Buuren Solidair’ – als onderdeel van vier, speciaal voor die plaats gemaakte textiel en plantaardige werken, die de bomen een ander uitzicht geven.


Als journaliste maakte Geneviève kennis met textielontwerp. “Ik wist toen nog niet dat textiel op zichzelf een artistieke sector kon zijn.” Het was liefde op het eerste gezicht ! “Ik dacht, dit is het, ik heb mijn roeping gevonden. Ik zag dit medium als een smeltkroes waarin ik vrij zou kunnen experimenteren. Textiel is sensueel, materialistisch, picturaal en grafisch. Ik kan het ophangen, er sculpturen mee maken, ruimtes mee decoreren en ik kan het als een commercieel ontwerp of als een kunstwerk benaderen. De diversiteit en de vele toepassingen betoverden me.” Een ontdekking die de weg vrijmaakte voor heel wat zakelijke kansen. “Ik ging terug naar La Cambre en ging studeren aan een technische hogeschool om mijn kennis bij te schaven.

Chemie en textielkunst, een bijzondere en milieuvriendelijke combinatie

Geneviève deed, terwijl ze bezig was met haar omscholing, beroep op de expertise van haar man, Pierre-Yves Herzé, een chemisch ingenieur gespecialiseerd in polymeren. Hij ontwikkelde en testte nieuwe formules zodat zij nieuwe creatieve effecten kon creëren. “Het was meer dan gewoon verf op stof aanbrengen ! 

De innovatieve producten die dankzij de geavanceerde wetenschap van polymeren werden ontwikkeld, werden vervolgens door de ontwerpster gebruikt op haar favoriete materiaal.

Chemie, ja, maar wel zuivere chemie. “Mijn man ontwikkelde de polymeeringrediënten milieuvriendelijk, zonder solventen, zonder weekmakers en niet-allergeen. Op die manier kon er niemand giftige producten aanraken of inademen. Samen hebben we een nieuwe niche gecreëerd, een mix van hoogwaardig traditioneel textiel, versterkt met innovatieve chemische technieken. Ik wilde uiteraard mijn kost hiermee kunnen verdienen, dus stelde ik mezelf de vraag hoe ik de stof op een creatieve en innovatieve manier kon gebruiken. Voor wie is het bedoeld ? Welke sector ? Het antwoord lag voor de hand : Haute Couture.

Het duo ontwikkelde vervolgens een reeks textielproducten met opvallende materialen, met reliëf- en kleureffecten. Ze gooiden al hun troeven op tafel en presenteerden het resultaat aan de bekendste namen uit de sector. De polymeer borduurwerken waren een schot in de roos. Eén van de meest gerenommeerde Franse Haute Couture huizen in Parijs was meteen overtuigd. “Mijn droom werd werkelijkheid : ik kon eindelijk mijn passie voor beeldkunst uitdrukken op de edelste materialen, zoals zijde en wollen tule, kasjmier, zuivere vezels … door samen te werken met de allergrootsten. Ik voelde me bevrijd. Onze technische kennis gaf ons meteen voet aan wal ! 

“ Geneviève, je bent een kunstenares ”

De eerste bestellingen voor capsulecollecties stroomden binnen. Het koppel huurde meteen drie tijdelijke productiewerkplaatsen, nam personeel in dienst en registreerde de naam van hun bedrijf, A+ZDesign®, waarvan de werkplaats zich nu in Genappe bevindt. “We deden alles zelf van onderzoek & ontwikkeling, testen, het maken van collecties en de productie tot de aanlevering.

Geneviève bleef acht jaar lang gefocust op Haute Couture en nam sporadisch deel aan projecten voor tentoonstellingen of beurzen voor textielinnovatie en -design. Dit was de periode van de polymeer-wandtapijten en houten kantwerk. “De uitdaging bestond erin om op beide fronten aan de top te staan, zowel in de Haute Couture als op tentoonstellingen. In 2016 nam ik de beslissing om mijn artistieke werk een kans te geven onder mijn eigen naam. Ik werd begeleid door het Waalse Gewest op het gebied van de positionering van ondernemers. Aan het einde van de training vertrouwde de groep mij het volgende toe : “Geneviève, je bent een kunstenares, je maakt geen stof, je maakt kunstwerken, je moet ze dus als zodanig presenteren en jezelf zichtbaar maken.

In 2017 werd Geneviève voor het eerst als kunstenares tentoongesteld in een Zwitserse galerij. Er volgden heel wat uitnodigingen van andere galerijen en musea, waaronder onlangs het Van Buuren Museum in Bruss

“ Op deze manier slaag ik erin om de voorbijgaande aard van de natuur vast te leggen. Het is mijn doel om die momenten te vereeuwigen.”

 


© GenevieveLevivier
Beeldende jurk geselecteerd in 2015 voor de Wereldtentoonstelling in Milaan door het Franse Paviljoen. Op verzoek van TextiFood heeft Geneviève Levivier een innovatieve vezel afgeleid van restjes uit de voedingsindustrie, gewonnen uit maïs en bieten.

“ De Abdij van Villers-la-Ville is een waanzinnige plek, ik bood hun de mogelijkheid om mijn nieuwste werken in situ te exposeren. In die tijd maakte ik grote textiele panelen van gerecupereerde eierschalen.”

 


© GenevieveLevivier

Textielramen in Villers-la-Ville

“Kunstenares” is geen zelfverklaarde status. Ondanks oprechte aanmoediging en sterke stimulansen had Geneviève tot 2018 nog steeds twijfels over haar uitzonderlijke creatieve kwaliteiten. Tot aan haar ontmoeting met de Abdij van Villers-la-Ville tijdens de Incidences Trophies, die in Waals-Brabant vernieuwende en milieuverantwoorde praktijken beloont. “De Abdij van Villers-la-Ville is een waanzinnige plek, ik bood hun de mogelijkheid om mijn nieuwste werken in situ te exposeren. In die tijd maakte ik grote textiele panelen van gerecupereerde eierschalen. Een monumentaal kunstwerk in de ruïnes van de abdij ! Ze gingen akkoord en gaven me carte blanche. Dankzij hen nam ik eindelijk mijn rol als beeldend kunstenares op me. De ‘textielramen van de abdij’ zorgden ervoor dat ik mezelf helemaal bloot durfde geven. Dit was het begin van een lopend proces. Mijn werken gaan een wisselwerking aan met de natuur en hun omgeving, ik werk meer en meer in situ en op maat. Mijn abstracte wandtapijten of sculpturen in textiel bestaan uit bloemen, planten, eierschalen, natuurlijke of biologische vezels. Op deze manier slaag ik erin om de voorbijgaande aard van de natuur vast te leggen. Het is mijn doel om die momenten te vereeuwigen.

In 2018 werd een groot werk van de kunstenares, dat in de Abdij van Villers-la-Ville werd tentoongesteld, aangekocht door de Kunstcollectie van de Provincie Waals-Brabant. Andere werken maken deel uit van privécollecties over de hele wereld, waaronder recentelijk een op maat gemaakt werk in New York.

www.apluszdesign.be

Your opinion counts