Waw magazine

Waw magazine

Menu
Image (62x44 OBLIGATOIRE !!): 
Image rose (taile : 62x44px OBLIGATOIRE): 

Met zijn 264 kamers, 37 vergaderzalen en 300.000 geserveerde maaltijden per jaar zou hotel Dolce in La Hulpe al snel op een fabriek kunnen gaan lijken. Toch is dit een verrassend vredige plek. Dat heeft waarschijnlijk alles te maken met het omliggende bosgebied. Wij hadden een gesprek met manager Erik Jansen.

Dolce La Hulpe wordt beschouwd als een van de beste conferentiehotels van Europa. Het hotel is gelegen op de vroegere opleidingslocatie van IBM België, niet ver van het Solvaypark en het daar gelegen kasteel. In 2005 kwam het terrein in handen van Banimmo, een vastgoedconcern gespecialiseerd in de renovatie van omvangrijk onroerend goed. Uiteindelijk werd het complex in februari 2007 verbouwd tot hotel-congrescentrum.

Vandaag de dag bestaat het hotelcomplex uit zeven gebouwen met 264 viersterrenkamers en -suites, 37 vergaderzalen, twee auditoriums met een capaciteit van respectievelijk 500 en 150 personen, drie restaurants, een zwembad, een fitnesszaal en een spa ‘Cinq Mondes’. Het klinkt gigantisch, maar wekt niet die indruk. De gebouwen tellen maar één verdieping en alle kamers kijken uit op het bos. Dankzij de grote ramen bieden ze een verbluffend zicht op de natuurpracht. Het hotel heeft twee gezichten, vertelt directeur Erik Jansen. “Doordeweeks komen hier vooral zakenmensen. Vanaf vrijdagavond of in de schoolvakanties verandert het publiek, en komen stelletjes, gezinnen en recreanten hier het weekend doorbrengen, genieten van het zwembad en de spa. Maandag is het weer de beurt aan mannen in pak en vergaderingen.”

Buiten de stad

De Dolce-keten werd in 1981 opgericht door Andy Dolce, zoon van Italiaanse migranten in de Verenigde Staten. Tegenwoordig behoren de 24 hotels (waarvan zes in Europa) tot de top van de conferentiehotels. Uniek aan het keten is dat ze altijd plaatsen buiten de stad kiezen, die toch goed bereikbaar zijn met auto, trein of vliegtuig. Dat is ook wat de Brabantse Dolce zo aantrekkelijk maakt. “Onze ligging is ons grote geluk”, geeft Jansen toe. “Een privépark van 70 hectare in het hart van het Zoniënwoud, op slechts 15 kilometer van de hoofdstad. Nu zou je geen toestemming meer krijgen om een complex als het onze te bouwen in het midden van het bos. En gelukkig maar. Maar voor ons maakt dat wel het verschil op de congresmarkt. De meeste hotels liggen immers in het centrum van de grote steden. Onze andere troeven? Een infrastructuur waar je alle kanten mee uit kunt, 650 gratis parkeerplaatsen en wifi in het hele hotel, ook voor congressen.”

Ecologie en economie

Dolces bijzondere ligging bracht de directie ertoe een beleid voor rationeel energiegebruik te ontwikkelen: leds in plaats van gloeilampen, bewegingsdetectoren, biologisch afbreekbare onderhoudsproducten, afvalsortering, zuinige douchekoppen en kranen… Het hotel zoekt in alles naar groene initiatieven.

En dat is niet alles: in november 2011 kocht Dolce 1.069 zonnepanelen. “Voor de plaatsing hebben we rekening gehouden met de blootstelling aan de zon en met de bomen rondom. Nu kunnen we 8 à 10% van de elektriciteit die we verbruiken zelf produceren. Jammer genoeg vreet onze infrastructuur veel energie. Maar we hebben veel geld geïnvesteerd en inspanningen gedaan om deze groene aanpak te lanceren. Zo willen we het bos beschermen, maar natuurlijk ook energie besparen.” In 2012 werden die inspanningen beloond met een ‘Groene Sleutel’-certificaat (1) . In Wallonië beschikken slechts vijf hotels (2) over het label, tegenover 60 tot 70 in Vlaanderen en bijna 300 in Nederland.

1. “Groene sleutel” is een ecolabel dat meer dan 2.100 toeristische bedrijven over de hele wereld onderscheidt voor de inspanningen die ze leveren voor het milieu. www.cleverte.be
2. Herberg de Lanterfanter, B-4782 Saint-Vith www.lanterfanter.be - Park Inn by Radisson, B-4460 Liège www.parkinn.com - Radisson Blu Palace Hotel, B-4900 Spa www.radissonblu.com/palacehotel-spa - Radisson Blu Balmoral Hotel, B-4900 Spa www.radissonblu.com/balmoralhotel-spa

“Doordeweeks komen hier vooral zakenmensen. Vanaf vrijdagavond of in de schoolvakanties verandert het publiek, en komen stelletjes, gezinnen en recreanten hier het weekend doorbrengen, genieten van het zwembad en de spa.” 

 

“Verder besproeien we onze tuinen niet”, gaat de manager verder, “en gebruiken we geen pesticiden.” “We hebben ons eigen waterzuiveringsstation en we planten nieuwe bomen als dat nodig is. We zijn ook van plan om vier bijenkorven te installeren en onze eigen honing te gaan produceren. Een van die bijenkorven zal bij de ingang van het gebouw komen te staan, achter een glazen wand. Zo willen we onze gasten bewustmaken van de milieuproblematiek. We kiezen misschien niet altijd voor de goedkoopste oplossing, maar we doen er alles aan om het bos rondom ons te beschermen.”

Die aanpak zou de Dolce-groep graag voortzetten in andere landen, in samenwerking met investeerder Banimmo. Hun hoofddoel is nochtans om gerenoveerde gebouwen met een meerwaarde te verkopen, maar ze lijken gewonnen voor dit avontuur en zouden hun portefeuille graag uitbreiden met andere hotels in Europa. Erik Jansen: “Op dit moment hebben we een langlopend huurcontract met Banimmo en werken we samen aan een project in Lissabon. We hebben veel vertrouwen in hen als investeerder en dat draagt natuurlijk bij aan een goede samenwerking.”

 

informatie

Dolce La Hulpe Brussels
Chaussée de Bruxelles, 135
B-1310 La Hulpe
+32 (0)2 290 98 00
www.dolcelahulpe.be

Het bedrijf John Martin is sinds 1909 actief in België en groeide uit tot een grote naam in de drankensector. Maar daar bleef het niet bij. De kleinzoon van de oprichter, John C. Martin, staat intussen aan het hoofd van een keten van tien hotels, met het Château du Lac in Genval als zenuwcentrum.

In 1909 ruilt de jonge John Martin zijn thui shaven Engeland in voor Antwerpen. Daar lanceert hij de beroemde Schweppes Indian Tonic en de Globe-limonades. Al snel importeert hij verschillende bieren, zoals de Guinness uit Dublin, de Bass Pale Ale en later de Gordon Scotch Ale en Martin’s Pale Ale. Die laatste twee worden tegenwoordig in België gebrouwen. Dan komen er werken aan het Albertkanaal, die het grondwater verontreinigen waarmee de dranken gemaakt worden. Martin besluit daarop om zijn activiteiten naar Genval te verplaatsen. In 1934 koopt hij het Château du Lac en de bijbehorende bronnen, die het etiket ‘natuurlijk mineraalwater’ kregen van de Koninklijke Academie voor Geneeskunde. De weg naar een nieuw avontuur ligt open.

Congrescentrum

Tijdens de tweede wereldoorlog vlucht de familie Martin naar Londen. Na hun terugkeer in Genval bereikt de productie van Schweppes nieuwe hoogten. De Martingroep koopt de Franse licentie van de bekende limonade en palmt ook de Duitse markt in. De fabriek bij het kasteel van Genval wordt stilaan te klein. Ze verhuizen daarom naar een nieuwe locatie, 500 meter verderop. “Op dat moment”, vertelt John C. Martin, “had ik net een jonge vrouw ontmoet die seminars organiseerde voor een Amerikaans bedrijf, gespecialiseerd in beloningssystemen. We besloten om een congrescentrum met 38 kamers op te starten. In die tijd was dat een echt gat in de markt.”

Het succes laat niet op zich wachten, ook al is niet iedereen te spreken over de 20 kilometer tussen Genval en Brussel. Het vijfsterrenkasteel van Genval groeit uit tot dé locatie voor seminars. Al snel volstaat één hotel niet meer. Martin gaat met de jaren dus op zoek naar nieuwe locaties en renoveert die telkens met stijl. Dat brengt het huidige aanbod op 800 kamers en heel wat vergaderzalen in 10 hotels, verspreid over Vlaanderen en Wallonië. “Door de indexatie van de lonen en de stijging van de grondstofprijzen zijn we genoodzaakt om voortdurend nieuwe kamers te creëren”, vertelt de manager. “Zo kunnen we de vaste lasten en de lonen opvangen. Die kunnen we immers niet meer verhalen op de klant zoals vroeger. We letten goed op en halen geen gekke dingen uit. Om te kunnen overleven, moet je alles goed onder controle hebben. Wij zijn een familiebedrijf. Door nieuwe hotels te openen, kunnen we ons personeel ook laten doorgroeien binnen de groep. Zo bieden we hen telkens nieuwe uitdagingen. Daardoor lopen ze niet snel over naar de concurrentie en zitten ze zich niet te vervelen na drie jaar op dezelfde plek. We weten allemaal hoe dat gaat.”

Sociaal engagement

Sinds 1981 is Martin’s Hotels volledig onafhankelijk van de ‘drankentak’ van de familie. Ze zijn bovendien de eerste hotelgroep met een EMAS-certificaat (Eco-Management and Audit Scheme), het strengste in Europa op milieugebied. Dat betekent dat al het personeel meewerkt aan de bescherming van het milieu en dat het beheer is aangepast aan de verschillende locaties. “Wat ons erg verrast heeft, was de grote interesse bij ons personeel, nochtans een mix van 37 nationaliteiten met grote mentaliteitsverschillen. Ook de klanten waren meteen gewonnen voor het idee. Zij kunnen helpen met eenvoudige dingen. Als ze niet langer dan drie nachten blijven, vervangen we de lakens niet; bij twee nachten zijn dat de handdoeken enz. Voor die eenvoudige zaken krijgen ze punten, die hen recht geven op kortingen bij hun volgende verblijf.”

Maar het bedrijf doet meer dan dat. Al 25 jaar steunt het humanitaire en sociale goede doelen. Concreet gaat € 0,50 per verkochte kop koffie of thee naar ‘En avant les enfants’, een vereniging zonder winstoogmerk die weeskinderen in Afrika helpt. Elke nieuwe klant wordt bovendien uitgenodigd om een euro te storten voor een sociaal project. Om hun CO2-uitstoot te compenseren, steunt Martin’s Hotels ten slotte de bouw van fabrieken in India die methaan omzetten in elektriciteit. Het programma ‘Tomorrow needs today’ (zie kader) voorziet ook nog andere acties.

Nieuwe kansen voor toerisme

Tien hotels onderhouden én voortdurend nieuwe locaties zoeken om te renoveren, in tijden van crisis vraagt dat om een gewiekste marketingstrategie. Toch blijft John C. Martin optimistisch. “De hotelmarkt heeft het niet makkelijk, want wij zijn de eersten die de crisis voelen. In onze sector spreken we van ‘yield management’ (rendementsbeheer), een combinatie van de bezetting en de gemiddelde prijs. Het klinkt goed om te zeggen dat er 80% bezetting is, maar als de kamers weggegeven worden voor € 30 per nacht, is er een probleem. De concurrentie is moordend in onze sector. Je moet je echt onderscheiden door een onberispelijke service, een hartelijke ontvangst, vriendelijk personeel enzovoort. Die dingen maken nu het verschil. België is helaas nog altijd weinig bekend bij het grote publiek, behalve misschien bij de Nederlanders. Sinds kort zien we wel weer meer Japanners. Dat doet ons plezier, want ze hebben het de laatste jaren niet makkelijk gehad. Er komen wel minder Russen dan vroeger. En de Chinezen investeren liever in hun eigen hotels. Tegenwoordig worden veel hote ls opgekocht door Amerikaanse pensioenfondsen. Dat is een teken dat er weer schot in de zaak zit. Als je de klok van de hotelsector bekijkt, kun je zeggen dat het net 6 uur geweest is en dat we stilaan richting 12 uur gaan. Het zijn vreemde tijden, maar toerisme zal de grootste wereldeconomie blijven en er zijn mogelijkheden om verder te groeien. Ik denk zeker dat er hoop is, maar het zal tijd vragen.”

 

Tomorrow needs today

Tien hotels in Genval (2), Rixensart, Waterloo (2), Brussel, Leuven, Mechelen en Brugge (2), 350 personeelsleden, 177.842 gasten en 63.237 maaltijden in 2011: Martin’s Hotels is op dit moment het grootste familiebedrijf in de Belgische hotelsector. Waarschijnlijk zijn ze ook het meest bezig met duurzame ontwikkeling dankzij hun programma ‘Tomorrow needs today’, dat zich richt op gasten, personeel, humanitaire acties en de aarde.

Drie concrete initiatieven ondersteunen die laatste pijler:

 de Carbon Zero-seminars, waarbinnen bedrijven de CO2 -uitstoot van hun seminars kunnen compenseren door projecten voor schone energie te steunen in opkomende landen en ontwikkelingslanden. Met die nieuwe aanpak kunnen bedrijven een duidelijk signaal geven, maar ook hun personeel stimuleren om anders om te springen met het milieu;

 de Eco-Bons: een puntensysteem dat inspanningen voor het milieu beloont bij de gasten; en

 de invoering van een milieumanagementsysteem, EMAS , voor alle personeelsleden: zaal, administratie, keuken, techniek en onderhoud.

In dezelfde geest heeft Martin’s Hotels een verklaring opgesteld over de gevolgen van de activiteiten van de groep voor het milieu, naast een reeks doelstellingen om die impact op het milieu te verminderen. Voor 2013 heeft de groep drie milieudoelstellingen vastgelegd ten opzichte van de resultaten van 2010: 5% minder waterverbruik, stimulering van ecologische en verantwoorde aankopen (producten van Belgische oorsprong en duurzame onderhoudsproducten) en vermindering van het totale afvalvolume. Duurzaamheid is hier duidelijk geen loze kreet.

 

informatie

Martin’ s Hotels
www.martins-hotels.com

Golf Château de La Tournette in Nijvel ligt op het domein van een indrukwekkende kasteelboerderij. Het is wellicht een van de mooiste clubs van het land. Was golf vroeger het privilege van de hogere klasse, dan geldt dat principe hier steeds minder. Geliefde of gehate sport? Wij gingen op ontdekking…

“Wie een golfstok in zijn handen neemt, krijgt sowieso de smaak te pakken. Maar het omgekeerde is ook waar”, zegt Bart van Stokkum, wiens familie eigenaar is van het domein. Het adellijke domein dateert uit de 16de eeuw en kwam in 1993 in handen van de familie Snijders. De golfclub viert dit jaar haar 25ste verjaardag. Investeerders richtten ze op in 1988 en kwamen daarmee tegemoet aan een groeiende vraag in België. Heel wat clubs zagen het levenslicht in die tijd.

De eerste golfbaan op het oude jachtdomein is ‘l’Anglais’, een open baan op een breed plateau dat blootgesteld is aan weer en wind en uitkijkt over het omliggende landschap. Daarna volgt ‘l’Américain’, een beboste en smalle baan. De green of aankomstplaats ligt verscholen achter natuurlijke en artificiële hindernissen, zoals water of bunkers (putten met zand). De twee golfbanen tellen elk achttien holes en zijn prachtig vormgegeven door speciale ‘golfarchitecten’. Samen met de Orival beslaan ze maar liefst 160 hectare. De heuvelige grasvelden worden perfect onderhouden door de green keepers. De laatste baan ten slotte is bestemd voor beginners en telt negen holes. Het domein van Château de La Tournette wordt het hele jaar door bezocht door spelers van alle niveaus. Maar dat is niet altijd zo geweest.

Een opvallende evolutie

Sinds enkele jaren weet golf naast de gegoede klasse ook een ander publiek te bereiken. Toch staan Belgische clubs nog altijd niet echt open voor het grote publiek, in vergelijking met andere landen. “Die openheid verschilt van club tot club. Golfclubs trekken inderdaad nog altijd een bepaald publiek aan, maar de sport zit wel in de lift”, benadrukt van Stokkum. “Golf wordt steeds populairder bij alle lagen van de bevolking. En dat is uiteraard een goede zaak, want zonder nieuwe spelers heeft de sport geen toekomst.” Iedereen is dus welkom. De club van La Tournette wil echter een referentie zijn en hecht dan ook veel belang aan de tradities en het prestige van de sport. Respect voor de etiquette en de dresscode is daarbij essentieel. Hoe prestigieus ook, de club gaat er prat op open te staan voor iedereen. “Golf draait bij ons niet om snobisme. Onze spelers komen hier om te oefenen en uit liefde voor het spel.”

Handicap, practice, driving range, green, swing… Het golfjargon is een wereld apart. Waar de sport juist vandaan komt, is niet zo duidelijk, maar vast staat dat ze al eeuwenlang beoefend wordt.


Melting pot

De perfecte mix is het nog niet, maar toch: op het kortgeknipte gazon slaan zowel gezinnen, ouderen als jongeren graag een balletje. Er zijn bijna 200 junioren, van zes tot achttien jaar. Ook de kledingsstijl ontsnapt niet aan die mix: van klassiek tot hypermodern. De Britse invloed is nog merkbaar op het terrein: de eeuwige geruite broek, truien met ruiten en traditionele poloshirts met een kraagje, tweekleurige schoenen en een pet op het hoofd, zonder de onvermijdelijke handschoenen te vergeten die golfspelers blijkbaar niet kunnen missen.

Oorspronkelijk was golf vooral een mannensport, maar stilaan komt ook daar verandering in. Ook de ladies zijn hier immers goed vertegenwoordigd. De laatste jaren ontdekken steeds meer vrouwen van alle leeftijden de golfsport. “De laatste tien jaar zijn de Ladies van La Tournette goed bezig. Ze hebben wel drie keer de Belgische interclubkampioenschappen gewonnen”, vertelt een trotse Bart van Stokkum, die ook in het directiecomité van de club zit.

Een echte sport

Petje af voor de winnende dames, want golf mag dan de perfecte ontspanning zijn, het blijft ook een sport die een behoorlijke conditie vereist. Naast precisie, beheersing, concentratie en techniek moeten de spelers ook over uithoudingsvermogen beschikken. “Een partij golf spelen betekent ook minstens zes kilometer stappen. Maar je moet ook sterk zijn, want een golfstok weegt zo’n vierhonderd gram en kan een slagkracht van meer dan een ton hebben. Het is geen krachtsport, maar je moet de bal toch zo’n 200 meter ver slaan. Dat vergt techniek en concentratie.” Ook de heuvelachtige golfbanen maken het de spelers niet makkelijk.

Initiatie voor iedereen

Wie een balletje wil slaan op de championshipbanen van achttien holes moet eerst een bepaald niveau halen. Dat wordt berekend naargelang de handicap. Voor de groentjes er te laten swingen aan de zijde van de beste spelers, besloot La Tournette om middagen te organiseren waarop geïnteresseerden kunnen proeven van de golfsport. Beginnelingen die zich helemaal willen verdiepen in de sport, kunnen ook een stage volgen. De driving range is de ideale plek om te leren lange ballen te slaan. Met 70 tot 500 meter tussen vertrek- en aankomstplaats is het wel handig om dat te kunnen. Wie wil oefenen, kan altijd terecht op de practice. Daar vind je toestellen om alle andere aspecten van je spel te verbeteren. Nadien kunnen beginnelingen het terrein van de Orival bestormen. En na inspanning volgt natuurlijk ook ontspanning. Op de kaart van het Club House staan er snacks en meer verfijnde gerechten en bij mooi weer kun je er op het terras zitten.

 

Informatie

Golf Château de La Tournette
Chemin de Baudemont, 21
B-1400 Nivelles
www.tournette.com

 

Golfkalender

• 1 en 2 juli 2013: Senior Championship AFG in de golfclub van Pierpont
• 19 augustus 2013: Super Seniors Interclub Kampioenschap, Golf du Bercuit
• 7 september 2013: finale van de ‘Challenge de la Francophonie’, in de Royal Golf Club des Fagnes-Spa
• 3 oktober 2013: finale van de AFG Ladies Cup, in de Golf Château de la Tournette

 

Golf en zaken, de perfecte combinatie

Voor heel wat bedrijven betekent de golfwereld ook een kans om hun zakenrelaties te onderhouden. De Corporate Club van Golf Château de La Tournette telt zo’n 140 leden. Ze brengt multinationals, kmo’s en zelfstandigen samen en biedt hen de juiste omkadering, met golf als thema. “Geloof me, hier worden grote beslissingen genomen”, vertelt Bart van Stokkum, een van de beheerders van La Tournette. Het kasteel van La Tournette herbergt niet minder dan zeven vergaderzalen. Er is voor ieder wat wils: groots en imposant of net klein en gezellig. De Belgische interieurarchitect die de zalen ontwierp, slaagde erin om het adellijke karakter van de oorspronkelijke ruimtes te behouden. Schilderijen in goudkleurige kaders, felrood vasttapijt, een grote ouderwetse bibliotheek… Alles is voorzien om de bezoeker onder te dompelen in de 16de eeuw, waaruit het gebouw dateert. La Tournette kan bogen op een ideale ligging, op een paar kilometer van Brussel. Naast een natuurlijk landschap biedt de club ook een platform en interessante diensten voor bedrijfsleiders: bekendheid voor hun bedrijf, networkingevenementen, golfinitiaties en -toernooien, toegang tot het speelterrein, maar ook goed uitgeruste conferentiezalen en een evenemententeam dat niets aan het toeval overlaat. Dat alles maakt van de Corporate Club een boeiende plek voor wie zijn netwerk wil uitbreiden en zijn (nieuwe of bestaande) professionele contacten wil onderhouden.

Nicolas Colsaerts is 30 en schuimt al bijna 12 jaar de professionele golfcircuits af. Het Belgische wonderkind met het witte balletje kende er zowel ups als downs. Een beetje zoals het begin van zijn seizoen. Toen eindigde hij drie keer in de top 10 (Volvo Champions in Zuid-Afrika, Accenture Match Play Championship in Arizona en Zurich Classic in Louisiana), maar sleepte geen enkele overwinning meer in de wacht en miste de cut drie keer op een rij door een paar fouten, onder andere bij de putting. Dat was het geval op de Masters, het eerste grote toernooi van het jaar. Toch krabbelt Colsaerts altijd weer overeind. Hij staat er weer helemaal voor de volgende wedstrijden, waaronder de US Open (13-16 juni in Ardmore, Pennsylvania) en de British Open (18-21 juli in Muirfield, Schotland). We ontmoetten hem op 8 mei, bij de voorstelling van het toernooi ‘Kings of Golf’, dat op 29 september plaatsvindt op de golfbaan van Knokke. Colsaerts zal er aanwezig zijn samen met twee andere internationaal bekende golfspelers, de Spanjaard Sergio Garcia en de Schot Sam Torrance. Een hele uitdaging, want tot nu toe is dit de enige Belgische demonstratiewedstrijd voor het grote publiek waaraan de globetrotter dit jaar deelneemt. Op het moment van het interview was hij trouwens al vijf jaar niet meer thuis geweest, in Waterloo. De liefde voor zijn vlakke thuisland blijft echter groot.

Nicolas, u bent net terug uit de Verenigde Staten. Daar noemen ze u de ‘Belgian Bomber’. Is dat een terechte bijnaam?
Nicolas Colsaerts — Zeker. In de States noemen ze me ook ‘The muscles from Brussels’. Dat doet hen denken aan Jean-Claude Van Damme, die dezelfde bijnaam had. Maar hij mag hem houden van mij. (lacht) Dan hoor ik liever ‘The Belgian Bomber’. Dat verwijst naar mijn slagkracht (Colsaerts is de speler met de langste drive op het circuit, met een gemiddelde van meer dan 280 meter, nvdr) en naar mijn afkomst. In een land waar ze België alleen kennen voor zijn wafels, chocolade en bier, is het al een hele eer om bekend te zijn.

Beperkt u zich zo niet snel tot een bepaalde speelstijl, die van ‘altijd zo hard mogelijk slaan’, met het risico dat ze u gek verklaren?
NC — Nee, je moet ook niet overdrijven. Uiteindelijk doe ik wat ik wil wanneer ik voor de bal sta. Ik ben al uitgefloten door het Amerikaanse publiek omdat ik een houten golfstok gebruikte in plaats van een driver bij het vertrek aan een hole. Dat slaat je in het begin wel een beetje uit je lood. Maar intussen ben ik zoiets wel gewoon.

U speelt tegenwoordig vooral in de Verenigde Staten, maar u woont er nog altijd niet. Hoe komt dat?
NC — Ik zie het niet zitten om de hele tijd in de States te zijn. Ik heb er altijd het gevoel dat alle plaatsen er hetzelfde uitzien, met dezelfde wegen en dezelfde restaurants. Daarom heb ik het nodig om af en toe naar Europa terug te komen. Niet alleen om te spelen op toernooien die ik uit het hoofd ken en om mijn speelrecht te behouden in het circuit, maar ook voor de cultuur. Ik voel me Europeaan en ik ben er trots op om Belg te zijn. Ook al ben ik er niet vaak, ik blijf wel officieel hier gedomicilieerd, bij mijn ouders in Rixensart. Als ik wat langer hier blijf, kan ik bij een vriend slapen, die een kamer voor mij vrij houdt bij hem thuis in Waterloo. Dat vind ik fijner dan in Brussel wonen, met al dat verkeer van ’s morgens tot ’s avonds.

Wat weten ze van België op het Amerikaanse circuit? En van Wallonië?
NC — België en Brussel doen nog een bel rinkelen bij sommige Amerikanen, maar Wallonië en Vlaanderen zijn volstrekt onbekend. Je moet bedenken dat er 25 Amerikaanse staten zijn die 10 keer groter zijn dan Wallonië. België is maar net zo groot als een van hun kleinste staten, dus ik ben al blij als ze ervan gehoord hebben. Dat betekent niet dat ik niet trots ben op mijn nationaliteit. Als ik de Belgische vlag zie wapperen tijdens een wedstrijd zoals vorig jaar op de Ryder Cup in Medinah (Chicago), dan geeft me dat de energie om nog een tandje bij te steken.

U komt uit Brussel, maar bent uitgeweken naar Wallonië, waar u in de Brabantse clubs van Rigenée en Waterloo hebt gespeeld. Waarom?
NC — Simpelweg omdat er in Brussel geen golfcompetitie bestaat. Een grote stad als Brussel die geen professionele golfbaan heeft, dat is jammer. Het is toch de hoofdstad van Europa! De Ravensteinbaan in Tervuren blijft een van mijn favorieten in België, maar noch de baan noch de practice zijn lang genoeg voor het pro-circuit. Waals-Brabant daarentegen heeft een hele hoop banen, waardoor golf groot is kunnen worden in ons land. Waals-Brabant is echt de wieg van de moderne golfsport in Wallonië en België.

“Luikenaren zijn absoluut de meest internationale Walen. Als je een Waal tegenkomt in het buitenland, is er veel kans dat hij uit de Vurige Stede komt.”

 

Wat zijn uw favoriete golfbanen in Wallonië?
NC —
Ik kom graag in de koninklijke clubs zoals die van Spa, Sart Tilman, Waterloo met la Marache of Henegouwen (Erbisoeul). En natuurlijk bewaar ik ook goede herinneringen aan de club van Rigenée.

Hebt u familie of vrienden in Wallonië?
NC — Familie niet. Ik ben opgegroeid in Brussel centrum. Mijn eerste ballen sloeg ik in de club van Watermaal-Bosvoorde, en ik oefende thuis verder. Mijn vader had er een net gespannen op de binnenplaats van het gebouw waar we woonden. Maar ik heb veel vrienden in Luik, nog een golfstad waar mensen zich weten te amuseren. Luikenaren zijn absoluut de meest internationale Walen. Als je een Waal tegenkomt in het buitenland, is er veel kans dat hij uit de Vurige Stede komt.

Waar gaat u graag uit?
NC — Ik toer al een paar jaar de hele wereld rond, dus ik ben niet meer echt op de hoogte en heb geen favoriete uitgaansplekken. Wanneer ik in België ben, eet ik wel graag typisch Belgisch, een lekkere tong à la meunière of garnaalkroketten. Vooral vis eigenlijk. In de Verenigde Staten is er niet veel naast steaks en hamburgers. Vroeger kende ik ook een paar goede nachtclubs, vooral in Brussel, maar ondertussen ben ik totaal niet meer mee.

Is er iets waaraan u zou willen meewerken in Brussel of Wallonië?
NC — Op dit moment ben ik bijna alleen met mijn carrière bezig. Ik heb weinig tijd om aan iets anders te denken. Ik heb wel net het Nicolas Colsaerts Coaching Team (NCTT) opgezet samen met mijn sponsor 2pm, mijn coach Michel Vanmeerbeek en mijn manager Vincent Borremans. Vorig jaar hebben we het evenement Colsaerts & Friends georganiseerd. Toen zag ik dat heel wat kinderen naar me opkeken en enthousiast golf speelden. Hun ogen straalden. Dat deed me zin krijgen om iets voor hen te doen. Daarom hebben we twee selectiedagen op touw gezet voor kinderen van 10 tot 12 jaar. Negen spelers worden opgenomen in het NCTT. Daar krijgen ze gratis tips van Mich om nog beter te spelen. Het is immers op die leeftijd dat je veel bijleert. Ik ben heel blij met het initiatief. Maar of de kinderen nu uit Vlaanderen, Brussel of Wallonië komen, maakt mij weinig uit. We zijn een te klein landje om ons daarover zorgen te maken.

www.nicolascolsaerts.com

 

Bio Express

Naam: Colsaerts
Voornaam: Nicolas
Geboortedatum: 14.11.1982
Domicilie in Rixensart

Clubs (amateur)
Watermaal-Bosvoorde (1989), Rigenée (Villers-la-Ville) en Royal Waterloo (Ohain)
Professioneel golfspeler sinds 2000

Proftitels
Omnium van België (2003),
Open van Bordeaux (2005),
Challenge van Finland en Challenge van Nederland (2009),
Open van China (2011) en Volvo World Match Play Championship in Finca Cortesin (2012)

Ryder Cup
1 selectie (2012), overwinning 13,5-14,5 van Europa in de Verenigde Staten
1pt van Colsaerts (met Lee Westwood) tegen Tiger Woods/Steve Stricker

 

Chloé Leurquin Van Waterloo naar Rio

De 22-jarige Chloé uit Waterloo werd afgelopen maart prof. Haar eerste streefdoel: zich kwalificeren voor de Olympische Spelen in Brazilië in 2016.

Chloé Leurquin is momenteel een van de grote namen bij de vrouwen in de Belgische golfsport. Een mogelijke opvolgster voor de Brabantse Florence Descampe, de enige speelster van ons land die een toernooizege behaalde op het Amerikaanse circuit begin jaren 90. Met haar 22 jaar besloot Chloé afgelopen maart om professioneel golfspeelster te worden. Een dappere beslissing, want ze moet haar studies beheersingenieur aan de UCL nog afmaken. “Ik zit in mijn eerste Master en heb nog een jaar tijd, waarin ik ook mijn scriptie moet schrijven. Ik wil graag golf spelen op topniveau en ook mijn studie afronden. Mijn topsportstatuut helpt me daarbij. Zo kan ik mijn uurrooster flexibel aanpassen in overleg met mijn profs”, vertelt ze. “Ik heb goed nagedacht over deze beslissing, samen met mijn ouders en mijn coach van Royal Waterloo, Arnaud Langenaeken. Ik heb beslist om me te concentreren op het LET Access Series circuit, de Europese Divisie 2 voor vrouwen. Mijn streefdoel is om de top vijf te halen aan het eind van het seizoen en zo een volledige kaart te hebben voor het Europees vrouwencircuit in 2014. Daarna kan ik hoger mikken, wie weet op een kwalificatie voor de Olympische Spelen in Rio in 2016.”

Het is haar grote droom, zeker omdat de jonge golfspeelster geboren is in Rio de Janeiro. Niets wees er toen op dat ze later een golfcarrière zou hebben. Op haar 11de begon ze te spelen op de greens van Louvain-la-Neuve, onder impuls van haar vader, directeur van drukkerij Evadix in Doornik. “Ik was meteen verkocht. Door alle dagen te spelen werd ik al snel een van de besten van mijn leeftijdsklasse. Daarna ging ik naar de club van Royal Waterloo. Ik kwam terecht bij de Franstalige golfvereniging en later bij het Belgian Team. De meisjes van 1990 waren heel competitief (bv. Laura Gonzales Escallon uit Waterloo, Valentine Gevers uit Antwerpen, Manon Vanmol uit Brabant en Stéphanie Dony uit Luik, nvdr). Daardoor boek je snel vooruitgang.” De laatste jaren veroverde Chloé heel wat titels, zoals die van Belgisch kampioen bij de amateurs (in 2007, 2008 en 2012). In 2010 won ze ook een match-play (een-tegen-een-toernooi). Eind vorig jaar stond ze op de eerste plaats in de Belgische ranking. Haar recentste zege betekende meteen haar eerste internationale amateurtitel. In maart won ze het Italiaans amateurkampioenschap in Castel Gandolfo, mede dankzij haar indrukwekkende kalmte en stalen wilskracht. Met zo’n karakter zou ze het wel eens ver kunnen schoppen.

www.chloeleurquin.com

Joomla, Java, php… Bij Tesial weten ze alles van het ontwikkelen van webplatforms. Pascal Alberty en Jean-Marc Peterkenne namen ontslag als consultant bij BEWEB met slechts één doel voor ogen: een eigen bedrijf beginnen.

 

Een webplatform, wat is dat?

Voor alle duidelijkheid: een webplatform is geen site. Het is veel meer dan dat. Het is een toolbox waarvan de website zelf alleen de drager is. Je kunt het vergelijken met Gmail, de berichtendienst van Google. Wie die gebruikt, beschikt over verschillende instrumenten: e-mail, het sociale netwerk Google+, opslagruimte, enz.

 

Het idee om ondernemer te worden, ontstond toen ze een reclameformat ontwikkelden voor hun werkgever. BEWEB, gespecialiseerd in de online verkoop van reclameadvertenties, was op zoek naar een IT-team. Tijdens de realisatie van het format beseften ze dat er veel toekomstmuziek zat in het maken van webplatforms. Pascal Alberty, een van de oprichters, vertelt: “In het begin waren we met z’n drieën, maar nu zijn we nog maar met z’n tweeën. De derde persoon is weer in loondienst gegaan. Samen hebben we onze baan opgezegd bij BEWEB en vervolgens Tesial opgericht.” Het platform Click Box is ontstaan uit die samenwerking. Het product is vooral bedoeld om reclame te maken op websites van de grote Belgische uitgevers. Zo kunnen adverteerders de statistieken bekijken en kan de regie de advertenties controleren en valideren of een campagne opzetten.

Maar het bleef niet bij Click Box. Tesial breidde het platform uit met Proxistore, een reclametool met geolocatie. “In plaats van te adverteren op alle sites, kijkt Proxistore waar je je bevindt. Zo krijg je alleen reclame te zien van bedrijven in je buurt. We plaatsen lokale advertenties op grote sites van uitgevers met een nationaal publiek, zoals La Libre Belgique, La Dernière Heure, enz. Zo stemmen we advertenties op de lokale sector af ”, legt Pascal Alberty uit.

CrawlForMe

De bedrijven die zich door Tesial laten adviseren, komen hoofdzakelijk uit de mediahoek, de (online) reclame en de retailsector. Een van hun opmerkelijke klanten is consumentenorganisatie Test-Aankoop. De marketingafdeling deed een beroep op hun diensten. Test-Aankoop merkte immers dat er een aantal zaken fout liepen op hun website: ontbrekende beelden, de bekende Not Found-melding die soms op het scherm opdook. Alberty legt uit hoe ze te werk gingen: “We hebben een geautomatiseerd scenario ingeschakeld om te zien of de gebruikers zich correct konden inschrijven. Daarbij wordt er een rapport verstuurd als er iets fout gaat. We hebben ook een instrument ontworpen waarmee je de volledige site kan doorlopen, alsof iemand voor zijn plezier alle links aanklikt.” Het lijkt zo simpel, maar die fouten vormden een groot probleem omdat de site niet beschikbaar was.

Het platform op maat voor Test-Aankoop groeide uit tot een volwaardig product. CrawlForMe werkt als een octopus die zijn tentakels uitstrekt. De tool verkent alle lagen van een website om de gebreken op te sporen die een goede werking in de weg kunnen staan. Volgens Alberty is het van groot belang om een site in topconditie te houden. “Zoekmachines houden niet van sites die fouten vertonen. Als er veel zijn, scoort de site niet hoog op de Google-ranking.” Tesial heeft de tool ook aangepast voor een andere klant.

Die wilde geen fouten, maar informatie opsporen op de site van het Centrum voor Informatie over de Media, dat de kijkcijfers meet. Het bedrijf gebruikte een aangepaste CrawlForMe om na te gaan of de code van het CIM op alle pagina’s van de website stond. IT is overal

De juiste oplossing vind je door de tijd te nemen om er achter te komen wat je echt nodig hebt. Tesial heeft dat goed begrepen. Hun filosofie? De klant begeleiden van A tot Z. En hem uitleggen dat het daarbij cruciaal is om zijn behoeftes opnieuw te bekijken. “We hebben methodes ontwikkeld om de klant opnieuw te laten ontdekken wat hij echt mist. We volgen en begeleiden de klant van dichtbij, zodat hij luistert naar zijn behoeftes. Afhankelijk van het project kan dat enkele weken tot enkele maanden duren”, aldus een van de medeoprichters. Gelukkig hoeven ze niet elke keer van nul opnieuw te beginnen. Het bedrijf ontwikkelde een framework, een soort gereedschapskist die als gemeenschappelijke basis dient om makkelijker van start te gaan. En die verandert met de ervaring.

Wanneer we vragen of Tesial last heeft gehad van de crisis, is het antwoord nee. Het gaat de kleine onderneming vanaf de start voor de wind. Intussen zijn ze al bijna acht jaar bezig en staan er steeds weer nieuwe projecten op stapel. Je kunt tegenwoordig dan ook niet zonder informatica. De stroom aan vacatures in de IT-sector lijkt niet op te drogen. Het bedrijf wil aantonen dat het echt de moeite loont om sommige instrumenten te automatiseren en dat de klant er alleen maar bij kan winnen – tijd en dus ook geld.

 

RueDuWeb: een collectief van internetfans

Tesial is gehuisvest in het collectief RueDuWeb. Zo’n vijftig mensen zitten op een verdieping van 600 m² in het Axisparc van Mont-Saint- Guibert. Het zou een coworkingruimte kunnen zijn, maar dat is het niet. Het is wel degelijk een collectief, waarbij iedereen zijn kennis en ervaringen met elkaar deelt. Iedereen is aandeelhouder en verantwoordelijk voor het beheer ervan. De cvba ontstond in 2009 in Court-Saint-Etienne uit de samenwerking tussen drie bedrijven: Akimedia, JournalisteWeb.be en Tesial. Ze merken dat ze samen grootse dingen kunnen doen. Ieder heeft zijn eigen specialisatie op het gebied van internet, zodat ze elkaar dus perfect aanvullen. Door nauw samen te werken, kunnen ze hun klanten een gemeenschappelijk aanbod doen. Op basis van dezelfde gedachte werd in mei 2010 Tweetwall Pro geboren. Dat is een webapplicatie waarmee je tijdens een evenement de berichten op sociale netwerken rechtstreeks op een scherm kunt projecteren. Intussen werken er al zo’n tien medewerkers aan het project van Akimedia en Tesial dat al op bijna alle continenten wordt gebruikt.

Volgende bedrijven en zelfstandigen maken deel uit van het collectief :

Akimedia, Alin1, Auctelia, Café Numérique, Catcheur.be, Lexicom, NOW.be, Orchestraaa, PointBen, Secretaire on web, Selinko, Tesial, Tweetwall Pro, Wekipa en Steve Fontaine. Tesial / 2 oprichters: Pascal Alberty en Jean-Marc Peterkenne / 2 werknemers

Waals-Brabant zet zich steeds meer op de kaart als economische regio. Startende ondernemers kunnen er alle steun gebruiken. De dertig mensen die in november 2005 de Cercle du Lac oprichtten in universiteitsstad Louvain-la-Neuve, hebben dat goed begrepen. De zin om te ondernemen staat uiteraard centraal. Daarnaast wou de vereniging bruggen slaan tussen de academische wereld, de politiek en het bedrijfsleven, uitwisseling stimuleren tussen de wereld van onderzoek, financiën en management, en een springplank bieden voor toekomstige en jonge managers. Missie geslaagd: in acht jaar tijd groeide de Cercle du Lac uit tot een echte ‘ontmoetingsplaats voor ondernemers’. Ze organiseerden meer dan 1.600 evenementen en tellen intussen meer dan 850 leden. Die komen niet alleen uit Waals-Brabant, maar ook uit Brussel, Namen enz.

Ter plaatse blijven trappelen is er echter niet bij. De lokalen van de Aula Magna werden wat te krap en daarom zocht de Cercle een nieuw gebouw. Dat kwam er in Parc Einstein, op een terrein van de UCL. De investering van 7,2 miljoen euro kreeg de steun van het Waalse Gewest en van een financiële groep. Het gebouw staat op palen en beslaat een oppervlakte van 3.260 m². Er werd gekozen voor een resoluut moderne architectuur met aandacht voor duurzaamheid. Dat is het werk van Patrick van der Straeten en Alberto Fernandez-Goas (Group Sigma, Waver).

“Het ontwerp moest aan twee eisen beantwoorden”, zegt Serge Verhaegen, voorzitter van de Cercle du Lac. “Ten eerste moest het flexibel zijn, zodat we het voor verschillende doeleinden kunnen gebruiken. Uit respect voor de natuur wilden we ook dat het over 20 of 30 jaar een tweede leven kan krijgen, mocht onze vereniging er dan niet meer zitten. Ten tweede wilden we een duidelijke scheiding tussen het ‘rumoerige’ deel en het ‘stillere’ deel. In het eerste deel is de Cercle du Lac gehuisvest, met onze administratieve kantoren, ontmoetingsruimtes, conferentiezalen en het restaurant. Het tweede deel is gewijd aan ons nieuwe zakencentrum, met werkruimtes in alle maten en volgens de laatste technologische normen, volledig uitgeruste vergaderzalen en een team dat allerlei diensten levert aan jonge ondernemers. Zo kunnen zij meteen aan de slag gaan en zich concentreren op hun projecten, zonder eerst alle administratieve rompslomp te moeten doorstaan.”

Begin november was het zakencentrum van 1.350 m² al voor 40% bezet. Het bewijs dat het initiatief beantwoordde aan een grote vraag in de regio. “Maar we zijn geen kantoorverhuurders”, verklaart de voorzitter. “Starters kunnen hier twee of drie jaar blijven, daarna is het tijd om hun eigen weg te gaan.”

Begin november was het zakencentrum van 1.350 m2 al voor 40% bezet. Het bewijs dat het initiatief beantwoordde aan een grote vraag in de regio.

 

 

Een probleem met logistiek of productie? Synthetis werkt uitsluitend voor de industriële sector en levert u in recordtijd een duurzame en pasklare IT-tool om uw productieproces nog vlotter te laten verlopen. Interview met CEO Antoine Vekemans en salesmanager Alain Bolyn.

Synthetis bestaat al meer dan twintig jaar. Tijd dus om het roer om te gooien en de positie van het bedrijf in de industriële sector opnieuw te bekijken. In twintig jaar tijd zijn de behoeften en verwachtingen van de industrie immers veranderd. Synthetis moest zich daaraan aanpassen. In 2012 kwam het bedrijf in handen van de huidig CEO’s Antoine Vekemans en Marc Mauroy, twee mannen die het bedrijf door en door kennen. Zij werden de grootste aandeelhouders. Toen werd duidelijk dat de waarde van Synthetis ’m vooral zit in de mensen die er werken en niet zozeer in de software waarop het bedrijf de rechten heeft. De mensen bij Synthetis komen uit de praktijk en kunnen met een klant praten over zijn beroep in zijn eigen vakjargon, of die nu bandenfabrikant, soepproducent of fabriekseigenaar is. De kracht van Synthetis is ook “dat we klanten kunnen geruststellen. We zijn in staat om tegen ze te zeggen: ‘We begrijpen de moeilijkheden van uw sector, we gaan ons concentreren op uw problemen en samen een simpele en praktische oplossing zoeken om uw productie in realtime te optimaliseren.’”

Een MKB-bedrijf dat u bij de hand neemt

Synthetis omschrijft zich dus niet langer uitsluitend als een softwareontwikkelaar, maar als een dienstenbedrijf dat industriële klanten kan begeleiden in de zoektocht naar pragmatische oplossingen voor hun specifieke behoeften. Het sterke van Synthetis is dat het een MKB-bedrijf is (met zo’n dertig werknemers) dat “flexibel en snel genoeg is om in te spelen op vragen van grote internationale groepen.” Voor industriëlen die kennis willen overdragen, beschikken ze over een niet onbelangrijke troef. “We maken ons nooit onmisbaar. Als de klant de IT-tool zelfstandig wil gebruiken, kan Synthetis hem op weg helpen om alles zelf te doen. Soms zeggen we klanten ook dat het geen zin heeft om hun productieproces te informatiseren als ze daar niet klaar voor zijn. We raden ze aan om eerst intern alles op orde te brengen, zodat het bedrijf ook zonder informatica kan draaien. Informatica dient altijd slechts om het beslissingsproces te versnellen, om zaken te kunnen traceren en om informatie te delen. Het doet niets meer dan wat mensen doen!”

Het paard van Troje

PeopleForce is software voor de aanstelling van personeel en een van de topproducten van Synthetis. In Europa is het de enige IT-tool voor personeelsplanning in de industriële sector (in het bijzonder de voedingsmiddelenindustrie). Zelfs in Quebec zijn er al geïnteresseerden. Het idee ontstond tijdens een gesprek met de commercieel directeur van Knorr (Unilever), marktleider in poedersoep. Zijn probleem: de dagelijkse planning van de arbeiders in een productieproces met veel verschillende stappen en vaardigheden. Wie doet wat, wanneer en hoe in de productielijn? “Het personeel regelmatig een andere taak geven zodat ze niet afgestompt raken, niet altijd dezelfde ‘toppers’ gebruiken die daardoor dure overuren opstapelen, rekening houden met de wetten en lokale regels zoals de rusttijden, vakanties, opleidingsperiodes… Dat is een moeilijke balans. Vroeger waren tabellen in Excel de enige oplossing.” Om het probleem van de personeelsbezetting op te lossen, ontstond er het computerprogramma PeopleForce. Dat kan een zo eerlijk mogelijke planning opstellen op basis van bepaalde vereisten en de meest competente persoon aanwijzen voor elke plaats in de productielijn. “Peopleforce is een soort paard van Troje voor ons.” De bedrijven die met de software werken, zijn er zo tevreden over dat ze het MKB-bedrijf hebben gevraagd om ook andere problemen op dit gebied op te lossen. Gebruikers van PeopleForce zijn onder andere de Franse champagne van Moët & Chandon, boter van Balade of banden van Goodyear en de Nederlandse drukkerij Roto Smeets. 

Een MKB-bedrijf dat zorgt dat andere bedrijven prijzen winnen

Agrana Fruit maakt de fruitbereidingen voor de verse zuivelproducten van Danone en kreeg twee keer op rij de titel ‘topleverancier’ van het bekende Franse merk. Die erkenning dankt Agrana deels aan Synthetis. Zij ontwikkelden immers voor drie van hun fabrieken (in Frankrijk en in Egypte) een tool om de productie te optimaliseren en af te stemmen op de behoeften van de voedingsindustrie. Zo kan Agrana tijd en energie winnen, de productieketen controleren op de kritieke punten (pasteurisatie, sterilisatie van de bassins…), het aantal fouten verminderen en de klanten een elektronisch partijnummer en een volledige traceerbaarheid bieden.

Een MKB-bedrijf dat de wereld verovert

Ook ArcelorMittal is klant bij Synthetis. Het MKB-bedrijf beheert de materiaalstroom en de voorraden van de fabriek. Bij de fabricatie van stalen producten worden de voorraden voortdurend aangesproken. Synthetis helpt niet alleen bij het beheren ervan, maar ook bij het traceren van het afgewerkte product. Een verkoper van ArcelorMittal die een bestelling krijgt, moet niet alleen zeker weten dat er genoeg staal in voorraad is om het product te fabriceren. Maar ook dat de stalen spoel die hij aan het eind van het productieproces op de vrachtwagen legt de juiste is. Een stalen spoel voor een auto is immers heel anders als die voor een blikje. Sinds eind 2012 heeft Synthetis voor ArcelorMittal een competentiecentrum gecreëerd waar de nodige kennis over de nieuwe instrumenten wordt doorgegeven.Voor Synthetis betekent het een grote zichtbaarheid binnen de internatonale groep in het bijzonder en binnen de staalindustrie in het algemeen. Onlangs ging Synthetis mee op handelsmissie naar Brazilië met AWEX (Waals agentschap voor export en buitenlandse investeringen). De CEO ontmoette er industriëlen die niet tot de Arcelor-groep behoorden en die geïnteresseerd waren in de tools voor het beheer van voorraden en materiaalstromen. Noord- en Zuid-Amerika zijn twee interessante markten voor het MKB-bedrijf, dat graag wil groeien, maar op een gecontroleerde manier.

Amerikanen, Fransen en Duitsers zijn er al helemaal voor gewonnen: sportwedstrijden filmen zonder cameraman of regisseur. De technologie is bedoeld voor internet en tablets en zou de wereld van de sportopnames wel eens op zijn kop kunnen zetten. Dat belooft wat!

Keemotion werd opgericht in maart 2012, na drie jaar onderzoek en ontwikkeling. CEO Georges Caron is terecht trots op zijn project. De 39-jarige telecomingenieur met een MBA van de Solvay Business School weet dat hij een product met potentieel in handen heeft. Hij werkte vier jaar bij Mobistar en stond aan de wieg van drie kleine start-ups, waaronder Citendo, een outsourcingbedrijf voor de telecomsector. Maar zijn liefde voor sport en video gaf de doorslag. Nu maakt hij zijn dromen waar.

Dankzij hun ‘gepatenteerde en volstrekt unieke’ methode – aldus de gedelegeerd bestuurder – levert Keemotion verrijkt, realtime beeldmateriaal van sportwedstrijden. Met een unieke technologie en slechts drie kleine HD-camera’s kan het bedrijf spelmomenten vastleggen en ze omvormen tot specifieke instrumenten voor fans (Keecast) en sportcoaches (Keecoach). De dynamische cameravoering spoort automatisch de gebeurtenissen tijdens de wedstrijd op. Het resultaat moet op het eerste gezicht niet onderdoen voor het werk van professionele technici. “Met dit systeem kun je automatisch wedstrijden opnemen in realtime. Het is zo intelligent dat het de belangrijke momenten uit een wedstrijd kan halen en er persoonlijk commentaar aan kan toevoegen.”

Een revolutie?

Keemotion is het resultaat van het werk van twee onderzoekers aan de Université Catholique de Louvain. Christophe De Vleeschouwer, hoogleraar wiskunde met een specialisatie in informatica, ontwikkelde een algoritme voor geautomatiseerde beeldproductie. Damien Delannay, ingenieur en onderzoeker aan de UCL, maakte voor zijn onderzoeksproject een prototype van de toepassing. Een kleine structuur van zo’n 50 centimeter, waarop een digitale camera rust, eenvoudiger kan het niet. Het vernieuwende van het Keemotion-product springt niet meteen in het oog. Toch zou het de komende jaren wel eens een revolutie kunnen betekenen voor sportopnames en voor coaching bij teamsporten. Basketbal is daarbij de eerste doelmarkt.

Veelbelovend of niet, spin-offs zonder efficiënte marketingstrategie komen niet ver. Dat beseffen de twee wetenschappers maar al te goed. Ze gingen dan ook in zee met een kenner van het bedrijfsleven om hun ‘kindje’ te laten floreren. “Ik heb Christophe De Vleeschouwer bij toeval ontmoet op een interuniversitaire bijeenkomst. Hij vertelde me over zijn project. Het stond toen nog maar in de kinderschoenen, maar ik was meteen overtuigd van het potentieel van het concept. We hebben een businessplan opgesteld en Keemotion was geboren”, vertelt Georges Caron.

De stap ‘van het lab naar de markt’ kreeg een duwtje in de rug van het Louvain Technology Transfer Office (LTTO) en van industriële sponsors. Voor de grote test liet Keemotion zijn oog vallen op de Spiroudôme, thuishaven van de Spirous uit Charleroi, een van dé Belgische basketbalploegen. Christophe De Vleeschouwer wilde graag beginnen met een sportdiscipline die hij goed kent. Als basketballiefhebber lag de keuze dus voor de hand. Intussen is de Spiroudôme al ruim een jaar uitgerust met drie vaste camera’s, die vanaf september fulltime gebruikt zullen worden. Ze zijn verbonden met een server, die specifieke, vooraf bepaalde handelingen kan opsporen (driepunters, fouten, positiespel…) of een bepaalde speler kan volgen. De nieuwigheid, die beschermd is met een patent, schuilt in de algoritmes die het beeld analyseren en verwerken om daarna de verschillende bewegingen te reconstrueren. De voorgeprogrammeerde beelden zijn in realtime te zien via internet of op een tablet.

“Met een dergelijk systeem kunnen trainers tijdens de pauze makkelijk bepaalde spelmomenten tonen aan de spelers om fouten te analyseren of tactische opties te bespreken”, vertelt Georges Caron enthousiast. “Keemotion is een onmiskenbare troef voor coaches. Vanaf dit seizoen zullen onze trainers de beelden gebruiken bij de wedstrijden. Charleroi is een echte pionier”, zegt een verheugde Jacques Stas, general manager van de Spirous met een welbekend verleden als internationale speler.

De technologie van het bedrijf uit Louvainla- Neuve is niet alleen eenvoudig te installeren, maar ook relatief goedkoop. Een gewone videoproductie met materiaal en mensen (technici, cameramannen, regisseurs) kost voor een basketbalwedstrijd al snel € 15.000. Met de Keemotion-technologie zijn die kosten aanzienlijk lager. Voor een investering van € 8.000, materiaal inbegrepen, kan een basketbalcoach de Keecoach-tool een heel seizoen gebruiken.

Vooruitzichten

De oorspronkelijke doelstelling was om zo’n twintig sporthallen uit te rusten met camera’s. Dat aantal is intussen voorbijgestreefd. De eerste klanten (Spirous, Antibes, Harvard, de Spurs van San Antonio) kregen al snel navolging. “Vanaf dit seizoen worden alle wedstrijden van de Franse basketbalcompetitie gefilmd door Keemotion. Dat betekent bijna 600 wedstrijden per jaar. En we hebben recent eenzelfde contract getekend met de Duitse competitie”, vertelt Caron niet zonder trots. Op dit moment lopen er onder-handelingen met de NCAA, het bekende Amerikaanse universitaire kampioenschap. “We zitten op het goede spoor met verschillende clubs”, verzekert hij ons. Bij de NBA maken ze echter geen kans. Die wordt al tot in detail opgenomen door alle aanwezige camera’s.

“We streven ernaar om competities te filmen die niet per se op tv komen. Wij voegen content toe. We zijn dus niet van plan om de concurrentie met televisie aan te gaan”, verduidelijkt Caron. Keemotion wil zich evenmin op het terrein van andere spelers begeven, zoals de Belgische broadcastspecialist EVS. De markt van Keemotion bevindt zich eerder in de ‘long tail’ van minder bekende sportevenementen. Ook richten ze zich op professionals die de beelden nodig hebben voor uiteenlopende doeleinden. “Basketbal vertegenwoordigt een potentiële markt van 5 of 6 miljard euro. We focussen ons dus eerst op wat zeker werkt”, beklemtoont de baas van Keemotion.

Het project krijgt € 1,5 miljoen financier ing van het fonds Vives II (UCL), Nivelinvest en het Waalse Gewest (in de vorm van een terugvorderbaar voorschot). Voor dit jaar gaat Keemotion uit van een omzet van € 350.000, ruim boven de oorspronkelijke doelstelling. Het bedrijf heeft tien mensen in dienst en zou een steile groeicurve moeten kennen, gezien het gebrek aan concurrentie (vooral als gevolg van het patent) en het aantal mogelijke toepassingen. Tegen eind 2014 wil Keemotion ook de voetbalwereld veroveren. Zo is er al een overeenkomst met Club Brugge. En ook volleybal, tennis en handbal staan nog op het programma.

 

informatie

Keemotion s.a.
Rue Louis de Geer, 6
B-1348 Louvain-la-Neuve
www.keemotion.com

Dame Blanche is het neusje van de zalm voor de postproductie van films. Het bedrijf biedt een totaalpakket aan Franstalige én buitenlandse regisseurs.

Op nummer 6 in de rue de la Station in Genval ligt een bijzondere plek verscholen. Een moderne, industriële en gezellige omgeving waar technici met beeld en geluid in alle rust aan de kwaliteit van een film of tv-serie kunnen schaven.

Van rockgroep tot postproductiebedrijf

Dame Blanche is het verhaal van drie studenten van het Institut des Arts de Diffusion (IAD) in Louvain-la-Neuve. Uit hun passie voor muziek ontstond Glacier George, een pop-rockgroep die op bescheiden schaal succesvol was in de jaren 80. IJsjes vonden ze altijd al lekker, en zo ontstond twintig jaar geleden Dame Blanche. Étienne Dontaine, een van de oprichters, vertelt: “Het begon als een samenwerking tussen drie zelfstandigen: componist Pierre Gillet, geluidsingenieur Philippe Van Leer en ik. We hadden een kleine studio in Brussel voor geluidseffecten. Mathieu Cox is er daarna bij gekomen als geluidstechnicus.” Later breidden de vier compagnons ook de afdeling ‘beeld’ uit in Genval door het Luikse Hoverlord over te nemen.

Dame Blanche groeide uit tot een studio voor de volledige postproductie van beeld en geluid. Alles zit onder één dak, alleen de nasynchronisatie gebeurt nog op de oorspronkelijke locatie in Brussel. Dankzij hun verhuizing naar Wallonië konden ze gebruikmaken van de steun van het fonds Wallimage-Entreprises, dat voor 20% aandeelhouder is van het bedrijf. “Hoewel we in het begin geen vastomlijnd plan hadden, zijn we van meet af aan gegroeid”, zegt Étienne Dontaine. Op dit moment telt het bedrijf 20 werknemers en werken er gemiddeld zo’n twintig freelancers.

De vier vennoten proberen hun werk ambachtelijk en kunstzinnig te houden, met de juiste persoon op de juiste plaats. Ze werven hun personeel via casting: zo kiest de regisseur een geluidstechnicus vanwege zijn talent en zijn artistieke kwaliteiten, net zoals hij een acteur kiest. “Het is geen fabriek. We proberen een goede band te hebben met iedereen”, aldus Dontaine.

Iedereen doet zijn best om tot een zo natuurlijk mogelijk product te komen. Zodat de kijker er helemaal in opgaat. Valeine werkt als cutter aan het geluid van de film Morrocan Gigolos, van Ismaël Saidi. “De uitdaging is om het natuurlijk te laten overkomen. Als je het niet hoort, is het goed, ook al klinkt dat misschien tegenstrijdig. De kijker weet het niet, maar hoort het onbewust.”

De aantrekkingskracht van made in Belgium

Dame Blanche doet het goed op de Belgische markt. Alleen al voor de geluidseffecten deden meer dan 190 producenten van speelfilms een beroep op het bedrijf. Vaak zijn het Belgische producties, maar niet altijd. Zo werkte Dame Blanche aan Largo Winch 2, Le Petit Nicolas en Mr Nobody. La fée, van Abel, Gordon en Romy, was bijvoorbeeld de eerste film die een scan kreeg met 4K-resolutie, of ultra high definition, met een breedte van wel 4096 pixels. Volgens Dontaine “kun je zo sneller en fijner kleuren aanpassen”. 2K, het meest gebruikte formaat, betekent een beeld van zo’n drie miljoen pixels. 4K daarentegen heeft er maar liefst tien miljoen! 

Alleen al voor de geluidseffecten deden meer dan 190 producenten van speelfilms een beroep op het bedrijf. Vaak zijn het Belgische producties, maar niet altijd. Zo werkte Dame Blanche aan Largo Winch 2, Le Petit Nicolas en Mr Nobody.


Momenteel is het bedrijf op zoek naar exportmogelijkheden. Vooral Luxemburg en Frankrijk staan op het verlanglijstje. Le Goût des Myrtilles van Thomas De Thier is trouwens de eerste film waarvan het geluid werd verzorgd in Luxemburg. Dame Blanche zou dus graag dezelfde internationale kant op gaan als de coproducties waarmee ze samenwerken. “Het voordeel in België is dat we hier niet alleen goed en vakkundig personeel hebben, maar ook werken voor een scherpe prijs.”

 

Dame Blanche In cijfers

 

informatie

Dame Blanche
Rue de la Station, 6
B-1332 Genval
[email protected]
www.damebanche.com

 
De verschillende stappen bij postproductie

Nadat een film is opgenomen, is hij verre van klaar. Postproductie is hard werken en vormt een cruciale stap voor het succes van een film.

Beeld

35mm film wordt haast niet meer gebruikt. De opnames worden gedigitaliseerd en opgeslagen op servers. Vervolgens worden de beelden stofvrij gemaakt. De kleuren van de digitale beelden worden aangepast of er worden artistieke effecten aan toegevoegd. Dat is de basis waarmee de beeldmonteur aan de slag gaat. Samen met de regisseur kiest hij welke opnames in de film komen. Ook speciale effecten zijn mogelijk. Voor de laatste afwerking wordt het product nog eens verschillende keren nagekeken. Bij film speelt de montage een cruciale rol. Sterker nog: de montage kan een film maken of breken.

Geluid

De geluidsmonteur brengt alle geluidsopnames samen. Hij monteert ze en voegt geluidseffecten en nuances toe. Alle geluiden worden bewerkt. Een componist kan een soundtrack schrijven. Ook nasynchronisatie in een andere taal is mogelijk. Door het geluid te mixen, worden de verschillende geluiden beter op elkaar afgestemd. De regisseur en de geluidstechnicus luisteren naar het eindproduct om te horen of alles goed zit. De geluidstechnicus kan dan de geluidsband nog aanpassen. Het geluid wordt afgewerkt volgens de gebruikelijke formaten in de film- of tv-wereld

Vroeger was het een abdij, vandaag een seminariecentrum en een plek om te ontspannen. De hoeve van La Ramée is niet alleen mooi, ze heeft ook heel wat te vertellen.

Midden in een oceaan van wuivende tarwe, maïs- en bietenvelden, ligt een groot, stenen schip aangemeerd langs de Grote Gete. De grote toren en die boven de poort dienen als masten, maar het pronkjuweel is ongetwijfeld de enorme schuur in de vorm van een boot. Met zijn twintig meter hoog is de tiendenschuur (waar de boeren uit de omgeving een ‘tiende’ van hun oogst kwamen brengen) de meest indrukwekkende van België. De kolossale constructie rust op stenen pilaren en beslaat een oppervlakte van 800 m². Ze dateert van 1713, zoals alle andere nog zichtbare gebouwen. Het complex werd in 1216 gesticht als cisterciënzerabdij voor zusters – alweer een bewijs dat religieuze ordes altijd de beste plekken weten te vinden.

Jauchelette was zo’n plek. Het dorp ligt aan de Grote Gete, tussen Namen, Brussel en Leuven, en is omringd door de vruchtbare Haspengouwse bodem. Geen betere plaats voor de zusters om zich terug te trekken in hun gebeden. Net als de rest van het land, leed ook de abdij heel wat schade onder de verschillende bezetters. De gebouwen werden geplunderd en de bewoners moesten uitwijken naar veiliger oorden. Toen de Spaanse Successieoorlog Europa teisterde, deed La Ramée zelfs dienst als militair hospitaal. Zo kreeg de abdij ook de winnaar van de slag bij Ramillies in 1706 over de vloer, de hertog van Malborough, die het leger van Lodewijk XIV versloeg.

In de 17de eeuw beleefde de abdij een tweede en ultieme periode van voorspoed onder Oostenrijkse heerschappij. Alle oude gebouwen die we vandaag nog kunnen bewonderen, dateren uit deze periode en vormden een kasteelhoeve naast de congregatie. Na de Franse Revolutie, in 1796, werd de abdij uitgeroepen tot nationaal bezit. De kloostergebouwen, met inbegrip van kerk en klooster, werden helaas volledig vernield. Maar het lot was La Ramée gunstig gezind: in 1903 werden de zusters van het Heilig Hart verdreven uit Frankrijk, ze vestigden zich in La Ramée en bliezen het klooster nieuw leven in. Tot in 2007 bleven ze in het abdijgedeelte wonen, achter de binnenplaats van de sinds 1980 beschermde hoeve. In 1990 kocht Jacques Mortelmans het agrarische gedeelte. De zorgvuldige renovatie die hij op touw zette, leverde hem een Caïus-prijs van Promethea op en het gebouw werd erkend als ‘Uitzonderlijk erfgoed van Wallonië’. Toen de zusters in 2007 hun gedeelte te koop zetten, was Mortelmans de logische kandidaat. Zo werden abdij en hoeve voor de eerste keer sinds 1789 weer herenigd.

Ook de productie van het Ramée-bier is trouwens in handen van de nieuwe eigenaar, uiteraard op een ander terrein. Hij kon nu de renovatie afronden van het bijzondere complex. Naast de monumentale schuur, bestaat dat uit een vierkantshoeve in rode baksteen, met dakvensters in bepaalde delen, een bolvormige hoektoren en een erg mooie poort met een toren erboven. De vroegere mesthoop werd omgetoverd tot een grasperk met een prachtige rode beuk. In het gedeelte achter de hoeve bevonden zich vroeger het klooster, de kerk, de oude school en het gastenverblijf, waar de familie Solvay ooit woonde. Nu ligt er een schitterend park. De vijver in het midden weerspiegelt de hemel die a lt ijd anders i s in dit deel van Waals-Brabant.

De kolossale constructie rust op stenen pilaren en beslaat een oppervlakte van 800 m2. Ze dateert van 1713, zoals alle andere nog zichtbare gebouwen. Het complex werd in 1216 gesticht als cisterciënzerabdij voor zusters – alweer een bewijs dat religieuze ordes altijd de beste plekken weten te vinden.


De keuze van Trigano

De plek straalt nog steeds een vredige rust uit en heeft iets spiritueels. Sinds 2008 verhuurt Jacques Mortelmans het hele complex (behalve het gedeelte dat hij zelf gebruikt) aan het bedrijf Châteauform. Oprichter daarvan is Jacques Horovitz, die samen met Jacques Trigano aan de basis lag van Club Med, en ondertussen meer dan 35 bijzondere locaties in Europa verhuurt (in Frankrijk, Italië, Spanje, Zwitserland, Duitsland, Engeland). Hij knapt ze op en tovert ze om, net zoals La Ramée, in prestigieuze seminariecentra. Met dakvensters versierde stallen bieden zo plaats aan meer dan dertig seminariezalen, uitgerust met het nodige kwaliteitsmateriaal voor een geslaagde vergadering. Onder het prachtige, zichtbare gebinte van het hoofdgebouw genieten de deelnemers van alle comfort en van het perfecte decor voor een teambuilding. Ook kloosterordes zijn tenslotte een soort van teams. De plek is smaakvol en gezellig ingericht, net als de slaapkamers en de 110 oude cellen. Zij beschikken over alle hedendaagse comfort, behalve televisie. Draait een seminarie immers niet om persoonlijk contact? Ontspanningsmogelijkheden zijn er genoeg: biljart, flipper en tafelvoetbal, sauna’s, hammams en massagebedden evenals twee restaurants. De schuur en de oude stallen met hun brugpilaren en gewelven vormen ook het ideale kader voor huwelijksrecepties. Onlangs vond in de schuur zelfs een klassiek concert plaats, met een indrukwekkende akoestiek volgens de dirigent.

Maar de rust en de landelijke omgeving brengen ons uiteindelijk toch weer terug bij het rijke verleden van deze plek. De zusters trouwden zelden, maar vormden een hechte groep die ijverig samenwerkte. Van een plaats voor gebed veranderde La Ramée zo in een plaats voor reflectie, waar enthousiaste deelnemers tijdens de seminaries veranderen in echte… ‘seminaristen’.

 

informatie

Abdij van la Ramée
Rue de la Ramée, 19
B-1370 Jauchelette
(Jodoigne)
+32 (0)10 23 71 71
www.ramee.be

Your opinion counts