Waw magazine

Waw magazine

Menu
Image (62x44 OBLIGATOIRE !!): 
Image rose (taile : 62x44px OBLIGATOIRE): 
  • /

Ze woont in Waterloo maar is geboren in Rio en droomt ervan naar haar geboortestad terug te keren en mee te doen aan de Olympische Spelen van 2016. Het ziet er goed uit. Op haar 24ste is Chloé Leurquin de nummer 1 van het Belgische golf en ze is niet van plan het daarbij te laten. Een ontmoeting met een wereldburger, die droomt van de LPGA in de Verenigde Staten, het belangrijkste circuit. 

Rio de Janeiro. Zijn stranden, zijn Suikerbrood, zijn Christus de Verlosser, maar vooral: Rio en zijn Olympische Spelen in 2016. Over iets meer dan een jaar. Deze prachtige Braziliaanse metropool is ook de geboortestad van Chloé Leurquin, momenteel de beste Belgische golfspeelster. De OS beleven in haar geboortestad? Het is meer dan een droom. Het is een doel dat in augustus 2016 wel eens werkelijkheid zou kunnen worden.

We hebben afgesproken in een etablissement in Waterloo. Bij een kop thee praat ik met deze jonge vrouw van 24 met stralende ogen. Met een enthousiasme dat haar passie verraadt, vertelt ze over haar eerste ‘drives’ op twaalfjarige leeftijd en hoe ze in maart 2013 haar debuut maakte in het professionele circuit. Deze vrouw is zowel energiek als kalm, klein en fijn, maar wel in staat om de bal meer dan 220 meter ver te slaan. Kortom, achter haar zachte blik en fragiele indruk gaat een ware atlete schuil (zie verder) die nog maar aan het begin van haar carrière staat en ondanks haar ongespeelde bescheidenheid uiterst vastberaden is.

‘Met een papa en ooms die golf spelen, kreeg ik al gauw een club in handen. Ik was twaalf en meteen verkocht. Mijn mama zette me ’s morgens aan het golfterrein af en ik bracht er de dag door,’ herinnert ze zich. ‘Ik heb altijd van balsporten gehouden. Dat heeft me wellicht ontvankelijk gemaakt, waardoor ik erg snel vorderingen heb gemaakt. Tijdens mijn eerste seizoen had ik handicap 36. Op het einde van het seizoen was die al 24 en het volgende jaar ging ik van 24 naar 8!’ Die snelle vooruitgang maakt dat Chloé al snel mag aantreden op juniorentoernooien in België. In haar leeftijdsgroep (meisjes geboren in 1990) wordt ze geconfronteerd met veel speelsters van een goed niveau. ‘Die rivaliteit is erg belangrijk geweest. De ene verhoogde het niveau van de andere. Op mijn 15de werd ik voor het eerst geselecteerd voor de nationale ploeg.’

Het meisje heeft talent: op haar 16de doet ze mee aan het Europees Kampioenschap, op haar 18de aan het WK golf in het Australische Adelaide en vier jaar later, in maart 2013, wordt ze prof. ‘Dat was niet per se een doel. Ik zat op de universiteit en dacht niet dat mijn niveau goed genoeg was voor een carrière op de greens.’ Toch slaagt de golfspeelster van Royal Waterloo erin studie en topsport te combineren. Ze studeert aan de UCL en zou dit jaar haar diploma handelsingenieur moeten behalen. Ze moet alleen nog haar eindwerk afmaken dat over fiscaliteit in de sport gaat. Nadien zal ze zich helemaal aan haar sport wijden. ‘Aangezien ik de helft van het jaar in het buitenland verbleef, moest ik me organiseren. Niet gemakkelijk, maar het was een fantastische ervaring’, erkent de protegee van Arnaud Langenaeken, haar technische coach. Chloé geeft toe dat ‘de eenzaamheid, wanneer je na een slechte dag weer in je hotel bent, soms zwaar om te dragen is. Als het niet goed gaat, als ik slecht speel, dan zou ik bij mijn familie willen zijn om mijn zinnen te verzetten.’

Topsport is dus niet alleen glitter en glamour. En ook al zijn golfspelers niet de minst bedeelden, golf is niet de kip met de gouden eieren. Voor één seizoen wordt het budget voor vliegtuigreizen en hotels op € 50.000 geraamd. ‘Bij de meisjes moet je al een toernooi winnen om zoveel geld te krijgen’, merkt de jonge vrouw op. ‘Dankzij verschillende partners red ik het momenteel.’

Bij gebrek aan middelen moet de jonge vrouw echter vaak alleen reizen. ‘Ik heb niet het geld om een caddie of een trainer mee te nemen. Ik heb trouwens geen vaste caddie. Soms is mijn zus mijn caddie, dan weer mijn coach of mijn vader… Als er niemand is, doe ik een beroep op lokale caddies. In China of India is dat altijd het geval. Tot nu toe heb ik veel geluk gehad. Ik werd steeds bijgestaan door gemotiveerde caddies die echt zin hadden om mij te helpen. Sommige meisjes hebben het wel eens slechter getroffen.’

Maar de opofferingen zijn niet vergeefs en Chloé Leurquin zou haar leven voor niets ter wereld willen ruilen. ‘Ik zie mezelf dit nog vijf of zes jaar doen. Daarna zal alles afhangen van mijn evolutie. Als ik het financieel niet red, zal ik iets anders moeten doen. Ik sta niet met lege handen, ik heb een diploma. Maar momenteel boek ik nog vooruitgang en speel ik steeds beter. Bovendien hou ik van wat ik doe.’ ‘Ik heb veel geluk’, geeft ze toe als ze het over de vele reizen heeft die van haar een wereldburger met vrienden op alle continenten maken. ‘Het is soms frustrerend om ver te reizen en de hele dag in een hotelcomplex vast te zitten, maar over het algemeen stellen de organisatoren van toernooien ons bezoekjes voor’, vertelt ze. Van de tempels in China tot de baai van Sydney over de stranden van Agadir, Chloé Leurquin kijkt zich de ogen uit. ‘Ik ben dol op Australië, Sydney. Het seizoen begint daar, in de warmte. Drie weken voor het eerste toernooi ga ik naar daar om mee te doen aan de ProAm, bij wijze van oefening. We logeren dan bij gastgezinnen. Het is veel leuker dan de officiële toernooien.’ Ze zal dus ongetwijfeld graag het zand van Copacabana onder haar voeten voelen in augustus 2016. ‘Er zullen twee golfspelers per land zijn, in totaal 60 concurrenten. Op dit moment ben ik 53ste. Als de selectie vandaag zou gebeuren, zou ik dus van de partij zijn. Ik moet goed blijven spelen om in de running te blijven. Pas in mei 2016 zullen we het weten’, legt ze uit. Eind april heeft het Belgisch Olympisch Comité laten weten dat de Belgische delegatie uit 120 atleten zal bestaan.

‘Van jongs af aan heb ik de Spelen gevolgd. Het is een fantastisch event. Al die sporters die samenkomen, dat is zo uitzonderlijk. Bovendien vinden ze plaats in Rio, een exotische plek en mijn geboorteplaats. Dat is tof. Voor elke atleet is dit een groots gebeuren.’ De aanwezigheid van Chloé op de OS zou ook goed zijn voor wat erkenning door de media. Behalve Nicolas Colsaerts zijn er weinig golfspelers die regelmatig de Belgische pers halen (nvdr: ontdek het portret van deze speler in ons nummer 21, dat online gratis beschikbaar is). ‘Sinds Nicolas heeft meegedaan aan de Ryder Cup (n.v.d.r. in 2014) krijgt golf wat meer aandacht in de pers’, zegt ze tevreden. Met een charmante ambassadrice die blijft verbeteren, kan die belangstelling alleen maar toenemen.

COMPLETE ATLETE MET EEN WINNAARSMENTALITEIT

Werd golf ooit beschouwd als een sport voor de gepensioneerde bourgeoisie, dan is daar de laatste jaren wel verandering in gekomen. Atleten zoals Tiger Woods hebben het beeld van het grote publiek bijgesteld. Het imago van de dikbuikige golfer is vervaagd en vervangen door een veel positievere voorstelling. Golfers die op hoog niveau spelen zijn complete, atletische sporters. Chloé Leurquin is daarop geen uitzondering. Ze wordt bijgestaan door een technische coach, Arnaud Langenaken, een fysieke coach, Thierry Noteboom, en binnenkort misschien ook door een mentale coach. Ze stelt alles in het werk om haar doelstellingen op middellange termijn te bereiken: toegelaten worden tot de prestigieuze LPGA (het Amerikaanse circuit) en een major winnen.

TECHNISCH

‘Mijn sterk punt is de lange afstand, de approach, de “driving”. Ik behoor tot de middengroep van de beste speelsters. Toen ik prof werd, is mijn “putting” (de korte afstand) lang een enorme zwakte geweest, maar ik heb hier hard aan gewerkt. Je kunt dus niet meer zeggen dat het een zwak punt is, maar het is ook nog geen troef. Mijn vooruitgang zal sterk afhangen van de mate waarin ik op dit gebied nog vorderingen kan maken. Ik moet nog verbeteren, want in beslissende toernooien kun je zo het verschil maken.’

FYSIEK

‘Sinds ik prof ben, ben ik sterker geworden. In de gym doe ik veel explosieve krachttraining (sprint, lopen, medicine ball, enz.). We werken op het hele lichaam, niet alleen de armen. Ook de benen moeten sterk zijn. Het is veeleisend. Kijk naar de golfspelers tegenwoordig, iedereen is fit. Ook mijn hobby’s helpen mij om in vorm te blijven. Als ik niet golf, daag ik mijn vriendinnen uit voor een tennismatch. Ik hou van lopen en wandelen, en overweeg ook yoga te gaan doen. Dat is ontspannend en erg interessant wat stretching betreft.’

MENTAAL

‘Wat de psychologische aanpak betreft, heb ik de juiste persoon nog niet gevonden. Ik ben niet tegen. Het is misschien niet noodzakelijk, maar het zou me wellicht helpen bepaalde punten te verbeteren. Wat mijn putting betreft, heb ik last van een gebrek aan vertrouwen. Ik zou iemand moeten vinden met wie het klikt en die me echt iets bijbrengt. Ik heb geen zin om alleen maar mentale oefeningen te doen. Ik ben van nature niet gestrest. Om me te ontspannen, doe ik vaak een beroep op een fysiotherapeut of een masseur. Dat helpt me om los te laten. Ik heb vaak een dipje in het midden van het seizoen. Vorige zomer vroeg ik me af wat ik daar deed. Ik was teruggevallen tot nummer 110 in het circuit, terwijl je in de top 80 moet blijven om je plaats te behouden. Maar ik ben het seizoen goed geëindigd en haalde verschillende keren de top 20. Ik heb me hersteld. Waarschijnlijk heb ik die druk nodig.’

www.chloeleurquin.com

 

FAVORIETE ADRESJES VAN CHLOÉ LEURQUIN
  1. Kobo Resto Waterloo ‘Een echte ontdekking. Hier serveren ze de Afrikaanse keuken en dat is echt heel anders dan wat we gewoonlijk eten. Bovendien is het heerlijk. Ik heb dit adres pas onlangs ontdekt. De sfeer is er echt goed. Eigenaars en personeel zijn uiterst vriendelijk. Je bevindt je echt in een totaal andere wereld.’ Rue François Libert 4 – B-1410 Waterloo www.kobo-resto.be
  2. De bar van l’Amusoir Waterloo ‘Wanneer ik met vrienden een glas ga drinken, is het vaak in deze bar in het centrum. Cosy. Een begrip in Waterloo.’ Ch. de Bruxelles 121 –B-1410 Waterloo www.lamusoir.be
  3. La Ferme du Hameau du Roy Vieux-Genappe ‘Ik ben dol op deze bakkerij in Lasne (Vieux-Genappe). Het brood is er heerlijk, maar ik smelt vooral voor hun gebakje met frambozen.’ Chaussée de Bruxelles 70 B-1472 Vieux-Genappe www.fermeduhameauduroy.be
  4. Het terras van de Royal Waterloo Golf Club ‘Als ik in België ben, breng ik hier al mijn tijd door… en ik ben het nog steeds niet beu. Je eet hier erg lekker. De omgeving is prachtig en de sfeer in het club house ontspannen. Het is een beetje mijn tweede thuis.’ Vieux chemin de Wavre 50 B-1380 Lasne www.royalwaterloogolfclub.be
  5. La Pâte et Ose Waterloo ‘Ga er heen, proef hun beroemde trio van pasta en zeg me wat je ervan vindt!’ Ch. de Bruxelles 526 – B-1410 Waterloo www.lapateetose.be

Laurence Vanhée en Joëlle Huaux kennen elkaar niet en toch hebben ze iets gemeen, al waren ze daar liever aan ontsnapt: een burn-out. Ze zijn uit het bedrijfsleven gestapt en sporen vandaag werknemers en werkgevers aan om in te zetten op een groeicurve van… geluk. ‘Ik wil gelukkig zijn op mijn werk’, verklaart Laurence Vanhée.

‘Ik heb het niet over welzijn op het werk en niet over voldoening, ontplooiing of betrokkenheid. Nee, ik heb wel degelijk het woord “gelukkig” gebruikt.’ Na een hardnekkige burn-out van een jaar gaat Laurence Vanhée in 2010 opnieuw aan het werk als HRdirecteur van de FOD Sociale Zekerheid. Wat op haar visitekaartje staat, bevalt haar niet. Ze laat er nieuwe drukken met de tekst ‘Algemeen directeur van het geluk – ontwikkelaar van menselijk erfgoed’. Je moet maar durven. In die tijd was geluk op het werk een taboe of een grap; het werd (nog) niet ernstig genomen, maar zij geloofde erin.

Happyformance

Enkele jaren later geniet Laurence Vanhée van haar overwinning. Het personeelsbeleid van de FOD is gereorganiseerd en een groot succes gebleken, en in 2013 is bij uitgeverij Die Keure het boek Happy RH - le bonheur au travail, rentable et durable gepubliceerd, vertaald als Happy HR – geluk op het werk, langdurig lonend. Laurence neemt ontslag en richt de firma Happyformance op, die algauw een succes wordt. Het streven naar geluk op het werk, het eigen geluk en dat van de medewerkers, is geen lachertje meer, vooral omdat intussen is aangetoond dat geluk organisaties meer ‘opbrengt’ dan het respectloos uitbuiten van de human resources. De cijfers zijn er: in termen van het bbp levert geluk op het werk miljarden euro’s winst op. Uit universitair onderzoek is ook gebleken dat een gelukkige werknemer twee keer minder vaak ziek is, zes keer minder vaak afwezig, negen keer loyaler, 31% productiever en 55% creatiever. Dat stemt tot nadenken, maar dan moeten zowel werknemer als werkgever gelukkig willen zijn. De verantwoordelijkheid ligt immers bij elk van hen. ‘Had iemand mij voor mijn burn-out gezegd dat ik het langzamer aan moest doen, dan zou ik niet geluisterd hebben’, geeft Laurence Vanhée toe. Ook grenzen stellen is iets wat je moet leren.

Sinds 1 september 2014 is de nieuwe wetgeving in verband met psychosociale risico’s op het werk van kracht. De wettelijke bepalingen gaan over de preventie van al die risico’s en focussen niet meer uitsluitend op de preventie van geweld, pesten of ongewenste intimiteiten op het werk. Psychosociale risico’s op het werk moeten deel uitmaken van het preventiebeleid van de onderneming, net zoals alle andere risico’s die de gezondheid en de veiligheid van werknemers in het gedrang kunnen brengen

 

Be Happy Day

Happyformance helpt vandaag ondernemingen een geluksbeleid uit te stippelen, met name in de afdeling human resources, een departement dat Laurence vanbinnen en vanbuiten kent. Drie actiepunten. Het eerste is het organiseren van bijeenkomsten binnen de onderneming. Op die manier kan het management de nieuwe paradigma’s in verband met de evolutie van de arbeidswereld uitleggen. Wat is geluk op het werk en hoe kan het worden gecultiveerd? Dat is de taak  van Happy HR. Tweede element: de invoering van concrete projecten binnen de onderneming om de HR-strategieën te verbeteren en op termijn de organisatie te transformeren. Ondernemingen begrijpen dat de klassieke aanpak van al te prestatiegericht functioneren niet langer werkt en dat je daarmee waarde vernietigt in plaats van creëert. Bedrijven vragen dan ook hulp om te veranderen. Happy HR dus. Derde aspect: events. ‘Samen met Jean-Paul Erhard, CEO van Peoplesphere, het tijdschrift voor HR-managers in België, heb ik ter gelegenheid van de eerste Internationale Dag van het Geluk (20 maart) de gemeenschap “Happy Organisations”opgericht. Op die symbolische dag brengen we alle organisaties samen die geloven dat geluk op het werk een duurzame prestatiehefboom is. Omdat we moeilijk iedere keer tot 20 maart kunnen wachten, hebben we de “Happy lunch” in het leven geroepen, speciale dagen waarop we één keer per trimester op een unieke locatie een politicus, academicus of iemand uit het bedrijfsleven uitnodigen om te komen praten over geluk op het werk.’ Ten slotte, en dat is een wereldpremière, start Laurence Vanhée in samenwerking met de Business School van Luik (HEC) met het Executive Master Class Program over geluk op het werk, een initiatief voor bedrijfsleiders, één dag per maand. Van september 2015 tot maart 2016 gaan de CEO’s terug naar de schoolbanken, om over geluk te leren!

 

Happyformance

Laurence Vanhée

+32 (0)475 50 06 04 l

[email protected] www.happyformance.com 

 

BURN-OUT, ZUIVER VERLIES VOOR DE ONDERNEMING

Joëlle Huaux, die als coach gespecialiseerd is in burn-outs, was zelf ook het slachtoffer van professionele uitputting. Ze maakte een vliegende start als reclamevrouw en keek niet op een uurtje meer of minder. Samen met haar vennoten propte ze twee werkdagen in één. Het ene deel werd besteed aan de voorbereiding van wedstrijden waaraan haar agentschap deelnam. Het andere deel werkte ze aan haar klantendossiers. Vijf en zelfs zes dagen per week spendeerde ze 13 à 16 uur aan zittend kantoorwerk. Kortom, haar loopbaan volgde hetzelfde traject als dat van zoveel entrepreneurs, de drijvende krachten van het bedrijfsleven. Na jarenlang over haar grenzen te zijn gegaan, volgde de diagnose. Burn-out! Vandaag is ze niet alleen. Uitgerekend de meest performante en betrokken werknemers, de workaholics, lopen het grootste risico. Waardoor het bedrijf zijn beste krachten dreigt te verliezen. En dat twee keer. Verlies aan rendement tijdens de periode waarin de eerste symptomen opduiken. En in de volgende fase verlies door afwezigheid. De rentabiliteit krijgt zo een serieuze klap!

Is burn-out een modeverschijnsel? Zeer zeker niet. Het is een ernstige lichamelijke storing en niet zomaar een gemoedstoestand. Het is een lang, verraderlijk proces dat maar al te vaak te laat wordt opgespoord en soms uitgroeit tot een ernstige ziekte. Vandaag engageert Joëlle haar ervaring en kennis binnen ‘Business & Life Coaching’. Haar klanten zijn ‘welzijnsexperts’ in bedrijven, haar programma heet ‘Stop burn-out’. Dat legt zich toe op drie pijlers: sensibiliseren, burn-out opsporen en binnen de perken houden. Dankzij het instrument Strat’nGoTM kan men de organisatorische en relationele risico’s op burn-out binnen de onderneming evalueren en er een oplossing voor zoeken, meer bepaald door de ontwikkeling van ‘co-creatief leiderschap’. Stap voor stap begeleidt Joëlle ook personen in hun genezingsproces. Ze stuurt hen om gedragingen die aanleiding kunnen geven tot uitputting te veranderen en helpt hen om opnieuw betekenis en welzijn te vinden, om op een andere manier te presteren. Op die manier schept een burn-out misschien nieuwe kansen...

Joëlle Huaux Coaching

+32 (0)476 67 16 16

[email protected] www.joellehuaux.be 

Venster op het platteland en Waterloo

We zijn op het Waals-Brabantse platteland, ergens tussen Waterloo, Nijvel en Louvain-la-Neuve, op de weg naar de abdijruïnes van Villers-la-Ville. Als je even rondkijkt, valt het meteen op dat Genappe een regio van kastelen, boerderijen, kapellen en golfterreinen is. Maar is het ook de streek van Godfried van Bouillon? Fransen en Belgen zijn bereid om opnieuw een kruistocht te voeren opdat voor de eersten Boulogne-sur-Mer, en voor de tweeden Baisy-Thy erkend zou worden als geboorteplaats van de bekende hertog. Niemand betwist echter dat er op 16 juni 1815, aan de vooravond van de Slag bij Waterloo, een hevig treffen plaatsvond tussen de Franse troepen van maarschalk Ney en een deel van het geallieerde leger onder aanvoering van de Hertog van Wellington – dat gebeurde in het gehucht ‘Les Quatre Bras’, aan een kruising van wegen in Baisy-Thy. Maar geen angst. Dankzij de installatie van verkeerslichten is het hier vandaag veel minder gevaarlijk om het kruispunt over te steken!

Maar terug naar ons verhaal. Dat speelt zich af in dat eeuwenoude dorp met zijn fraaie kerk, die opgesmukt is met een opmerkelijke klokvormige toren en een koor voorzien van een gedenksteen voor de voornoemde Godfried. Op circa 500 m van het centrum lieten Joël en Isabelle Tumerelle ongeveer vijftien jaar geleden een complex van drie aan elkaar grenzende gebouwen optrekken. Sinds twee jaar biedt één van die panden onderdak aan een vakantiewoning, ondertussen erkend door de ‘Fédération des Gîtes de Wallonie’ (3 sleutels).


Sinds twee jaar een modern vakantiehuisje

De familie van mijn man is afkomstig uit Baisy-Thy,” legt de vrouw des huizes uit. “Ze heeft zich overal in het dorp gevestigd en toen we het perceel wilden aankopen, kwamen we tot de vaststelling dat zijn grootouders het bezaten!” Dat gaf de architecten de moed om er stevig in te vliegen. Het huis werd voltooid in 2000 en een tijdje later kwam er aan de overkant een gelijkaardige constructie voor het architectenbureau. Vervolgens werd de derde, haakse vleugel ontworpen. Hij paalt aan de eerste twee en deed dienst als kleine feestzaal en tweede kantoor, al kreeg hij op de verdieping ook nog eens een gastenkamer. “Pas toen kwamen we op het idee om een vakantiewoning te openen. We hadden al een slaapkamer, een badkamer en een piekfijn uitgeruste keuken. Het enige wat we nog moesten doen, was een woonkamer inrichten en de inrichting wat bijschaven.

Die inrichting is modern, eenvoudig en functioneel. Er is één kamer met toilet en douchehoek, en die is bedoeld voor twee personen, maar de bank in de salon kan snel worden omgevormd tot een tweepersoonsbed. “Perfect geschikt voor een gezin met kinderen”, voegt Isabelle eraan toe. Zelf ging ze met veel plezier snuffelen in tweedehandszaken om de salon een rustieke toets te geven met houten meubelen (een tafel, een commode, een oude koffer…). Haar echtgenoot is dan weer een hevige fan van tekeningen en strips, wat hem ertoe bracht om enkele schetsen van de te vroeg gestorven tekenaar Philippe Delaby op te hangen. Samen met de scenarist Jean Dufaux maakte die de stripreeks De Klaagzang van de Verloren Gewesten. Misschien een knipoog naar het platteland dat zich hier schijnbaar eindeloos uitstrekt ...

Werkende gasten!

Maar ook al loont het de moeite om deze serene regio te ontdekken, de gasten komen hier zelden om toeristische redenen logeren. Wellicht uit bewondering voor Alfred Hitchcock gaven de eigenaars hun vakantiewoning de naam ‘Fenêtres sur cour’, dat is de Franse naam voor ‘Rear Window’. Want gewoonlijk wordt het pand gebruikt als optrekje voor Belgen die in het buitenland wonen en gedurende een paar weken op bezoek komen bij hun familie. Of het wordt verhuurd aan mensen die een korte periode in de regio komen werken. “Zo kregen we twee Duitse ingenieurs over de vloer die hier enkele maanden verbleven om een opdracht bij Glaxo SmithKline, in Rixensart, uit te voeren. En een andere keer was het de beurt aan een Franse stagiair landbouwkunde. Om maar te zeggen dat we onze vakantiewoning zelden verhuren voor één nacht. Vreemd genoeg kregen we nog geen enkele aanvraag in het kader van de feestelijkheden rond Waterloo 2015.

 

Rue Longchamps 12

B-1470 Baisy-Thy (Genappe)

+32 (0) 470 58 67 50

[email protected]

 

WAT IS ER TE ZIEN EN TE DOEN ?

Wandeltochten en streekproducten

De Abdij van Villers-la-Ville of de site van de Slag bij Waterloo? Isabelle Tumerelle weigert te kiezen uit de twee bezienswaardigheden die jaar na jaar horden toeristen lokken. De eigenares van ‘Fenêtres sur cour’ geeft zelf de voorkeur aan rustige excursies door het omliggende platteland. “Het Toerismebureau heeft een kaart van de omgeving gepubliceerd met daarop een reeks bewegwijzerde wandelroutes,” legt ze uit. “Mijn lievelingswandeling gaat voorbij de kapel Le Try-au-Chêne, het hoogste punt van de gemeente in Bousval, en biedt een grote verscheidenheid aan landschappen en opmerkelijke monumenten, zoals de Ēglise Saint-Barthélemy en het kasteel van Bousval. Men kan ze combineren met een stukje van de RAVeL tussen Nijvel en Court-Saint-Etienne...” Verder telt de gemeente ook nogal wat ambachtslui die maar al te graag hun streekproducten aanprijzen. Daarmee kun je aan de slag in de goed uitgeruste keuken van de vakantiewoning. Enkele lekkernijen zijn de kazen van de Ferme de la Baillerie in Bousval, de hartige taarten van de Ferme de la Tourelle in Ways, het brood van de Ferme du Hameau du Roy in Vieux Genappe en de biogroenten van de Ferme du Passavant in Vieux Genappe. Vóór de ingang van laatstgenoemde boerderij staat er trouwens een aardappelautomaat!

 

Met de steun van het Algemeen Commissariaat voor Toerisme

Aan de slag met : 

Na werkzaamheden die meer dan twee jaar geduurd hebben, is het slagveld van Waterloo klaar om te blijven herinneren aan een gebeurtenis die het lot van Europa bepaald heeft. Er is een nieuw museum, ondergronds, zodat het landschap en het uitzicht op de Leeuwenheuvel beter tot hun recht komen. En in aansluiting op de tweehonderdste verjaardag laat Wallonië ook andere plekken tot hun recht komen die te maken hebben met de napoleontische veldtocht.

Amper enkele jaren na de slag al kwamen de eerste Engelse toeristen de site bezoeken. Toch was er niets anders te zien dan een vlakte vol verschrikkelijke herinneringen. Sinds 1826 is de leeuw dan op de heuvel gaan staan, om te vermijden dat de kanonskogel opnieuw over een al gekneusd Europa zou rollen. In 1912 werd het Panoramagebouw opgetrokken om plaats te bieden voor het 360-gradendoek van Louis Demoulin. In 2015 zijn deze getuigen van het verleden er nog altijd, maar ze komen niet meer aan de oppervlakte, want om het landschap van het slagveld te beschermen is het gebouw van het Memoriaal volledig ondergronds gebouwd. De muur langs de helling die toegang biedt tot de site wordt bedekt met een plantentapijt dat uit elf soorten bestaat, waaronder vijfbladige wingerd, clematis, klimhortensia en kamperfoelie. Dit project is een van de grootste toeristische investeringen ooit in de Waalse regio (40 miljoen euro) en werd in goede banen geleid door La Belle Alliance, een consortium van zeven ervaren bedrijven en partners. De wetenschappelijke begeleiding van alles wat in dit Memoriaal staat, werd toevertrouwd aan een comité van Napoleonkenners uit de vijf oorlogvoerende landen van toen.

Voor de bezoeker begint aan het parcours door 1.700 m² tentoonstellingsruimte, kiest hij een virtuele gids uit veertig personages van de slag bij Waterloo. Of het nu Fransen zijn, Engelsen, Pruisen of Nederlanders, al deze personages zijn reëel en hun notities en geschriften zijn bewaard gebleven. Om de verschillende legers die deelnamen te leren kennen, trekt de bezoeker langs een galerij waar geüniformeerde soldaten klaar staan om naar het front te trekken. Deze slag kan je maar begrijpen als je de geschiedkundige en politieke achtergrond hebt ontcijferd.

De wetenschappelijke begeleiding van alles wat in dit Memoriaal staat, werd toevertrouwd aan een comité van Napoleonkenners uit de vijf oorlogvoerende landen van toen.


Ten tijde van Napoleon, die als een outlaw werd beschouwd, was Europa ideologisch diep verscheurd. De militaire inzet hing vaak af van het type wapens waarover de soldaten in elk kamp beschikten en dat hun strategie bepaalde. Symbolische voorwerpen uit die tijd of kopieën ervan bakenen de route af. Er is een ereplaats voor de mooiste stukken uit de beroemde collectie Brassine (zoals we al bespraken in WAW nummer 25). Verschillende interactieve, viertalige schermen zorgen voor boeiende informatie, die niet langdradig is. ‘We stellen vier niveaus voor, die almaar gedetailleerder worden. De bezoeker heeft de keuze om er uit te pikken wat hem interesseert, eerder dan een overvloed aan onverteerbare informatie te moeten slikken die op het scherm verschijnt’, verduidelijkt Philippe Chiwi van het audiovisuele bedrijf Pinxi, dat de interactieve inhoud heeft ontwikkeld. Deze Brusselse firma, die 3D-films maakt voor ontspanning of voor de inrichting van musea, heeft een stevige reputatie opgebouwd bij een groot publiek in België en in het buitenland. Zo heeft Pinxi voor het Bagacum van Bavay in Frankrijk een interactief archeologisch verhaal gemaakt, voor het olympisch museum in Lausanne interactieve modules rond de bestaande collectie, maar ook de virtuele multimedia-omgeving van de tentoonstelling Golden Sixties in Luik.

Een kwartier lang de ervaring meemaken van de veldslag is ongetwijfeld een van de hoogtepunten van het bezoek. Om de toevloed van bezoekers in de hand te houden is er een wachtzone. Die heeft de vorm van een bivak bij een stormachtige nacht. In de projectieruimte zorgt een scherm van 25 meter lang bij 4,5 meter hoog voor een meeslepende en originele ervaring. Met zijn panoramische 3D-camera zuigt regisseur Gérard Corbiau de 90 bezoekers meteen mee in het heetst van de strijd. Legers vallen aan, mannen en paarden sneuvelen, kogels vliegen rond, bloed vloeit. Na al dat tumult moet je proberen om weer bij je zinnen te komen, terwijl je het resultaat aanschouwt van wat een bloedbad echt was. Een tijdlijn maakt de bezoekers bewust van de impact die Waterloo had op het lot van de verschillende oorlogvoerende landen. Via zijn persoonlijke audiogids laat de bezoeker langs het parcours dat hij koos digitale ‘kiezelsteentjes’ achter, waarmee hij op het einde van zijn bezoek een multimediamozaïek kan samenstellen – een blijk van ‘zijn’ bezoek die hij een paar dagen later in zijn mailbox ontvangt.

Een kwartier lang de ervaring meemaken van de veldslag is ongetwijfeld een van de hoogtepunten van het bezoek. Om de toevloed van bezoekers in de hand te houden is er een wachtzone. Die heeft de vorm van een bivak bij een stormachtige nacht.


Het Memoriaal 1815 is ontworpen om jaarlijks zowat 700.000 à 800.000 bezoekers te ontvangen. Voor het ondergrondse museum van Waterloo rekent men op een gemiddelde van 500.000, waardoor het niet lang verborgen zal blijven en geen enkele moeite zal hebben om de aandacht te vestigen op deze erfgoedplaats, die de belangrijkste Europese site is geworden voor herdenkingstoerisme.

Een paar honderd meter verder wordt ook het Hôtel du Musée grondig gerenoveerd. De hongerige en dorstige bezoekers kunnen terecht in restaurant Wellington (90 couverts) of brasserie Le Bivouac de l’Empereur (138 couverts), die allebei weer over alle elementen beschikken om te kunnen fungeren als historisch decor.

Ook de boerderij van Hougoumont, de laatste authentieke getuige van de strijd, wordt gerestaureerd. Hier worden de cruciale momenten van de slag uitgebeeld. Dit wordt een plaats voor bezinning en verzoening. Het hoofdgebouw, ook wel ‘huis van de tuinman’ genoemd, heeft op de eerste verdieping een gîte met twee kamers. Ondanks het verschrikkelijke bloedbad waarop dit gebouw twee eeuwen geleden uitkeek, is het hier rustig slapen.

www.waterloo1815.be

DE MOOIE AFTOCHT

Op 19 juni 1815 vernam maarschalk Grouchy de nederlaag van de keizer toen hij met zijn 35.000 manschappen van het derde en vierde leger Waver verliet. Het was warm die dag. De mannen waren vuil en uitgeput. Ze hadden dorst en ze hadden vier dagen lang nauwelijks geslapen toen ze zich vechtend terugtrokken langs de weg naar Namen, achtervolgd door het leger van Blücher. Vandaag is het aangenamer om de Route de l’Armée Grouchy te nemen, de toeristische weg die Wallonië doorkruist van Waver via Namen tot Givet. ‘We hebben de Route Napoleon die door het Waals Gewest werd ontwikkeld, als voorbeeld genomen’, legt Josette Champt uit, directrice van de Toeristische dienst voor de Brabantse Ardennen. ‘Met dezelfde bedoeling, Erfgoed dus het napoleontische spoor volgen om alle elementen te waarderen die te maken hebben met de Belgische campagne.’ Natuurlijk zijn het grondgebied en de straten niet meer dezelfde als in 1815, maar helemaal onherkenbaar zijn ze niet geworden. De deelnemende gemeenten hebben geprobeerd om een route uit te stippelen die zo trouw mogelijk blijft aan de historische feiten. Het eerste gedeelte van de route, van Waver naar Namen, stelt twee mogelijkheden voor die elk overeenkomen met de weg die een colonne volgde om het terugtrekken zo vlot mogelijk te laten verlopen. De eerste loopt langs Gembloux, de andere langs Grand-Leez. Tegenwoordig zie je geen karren meer die voortgetrokken worden door uitgehongerde paarden en over aarden wegen hobbelen. De Route de l’Armée Grouchy heeft zich aangepast aan de moderne transportmiddelen en biedt over de hele lengte een traject dat je met de wagen kunt afleggen, en een andere route voor de zwakkere weggebruikers. Sommigen willen zo snel mogelijk de opmerkelijke plekken bezoeken, terwijl anderen de reis belangrijker vinden dan de bestemming. Zij willen genieten van de landschappen, te voet of met de fiets.

Op 15 april begint de Campagne 2015 met verschillende evenementen in Waver en in Namen rond de plaatsen die gelinkt zijn aan de napoleontische veldtocht. Naast de herdenkingen van het tweehonderdste jaarfeest zal de route vereeuwigd worden door de toeristen voor te stellen om gedurende enkele uren de streek te ontdekken en te proeven van het erfgoed en de landschappen, om even geraakt te worden door de geschiedenis en dan weer verder te gaan.

Vanaf april 2015:
napoleon-grouchy-1815.com

 

ZO DICHT MOGELIJK BIJ DE STRIJD

‘Als ik in Ligny op het slagveld wandel, dan weet ik waar welk regiment stond opgesteld, ik weet vanwaar de kanonnen schoten en als ik naar de molen van Naveau kijk, dan kan ik bijna Napoleon zien die naar me kijkt’. Als kind droomde Léon Bernard ervan om archeoloog te worden, of politieman. Hij werd politieman en commissaris bij de gerechtelijke politie. Toen hij 35 was, is hij een verzameling begonnen van objecten en souvenirs in verband met de doortocht van Napoleon in België. Hij noemt zichzelf veldhistoricus en is de onbetwiste specialist van de slag bij Ligny, de laatste overwinning van de keizer. Hij kent de hele topografie van dit slagveld, dat twee keer zo groot is als dat van Waterloo en dat hij in alle seizoenen onderzocht heeft. Nu hij geniet van een welverdiend pensioen heeft hij meer tijd om zich te wijden aan het kleine privémuseum waar hij een deel van zijn schatten tentoonstelt. Kanonskogels langs de muur, kisten boordevol kogels, scherven van obussen, granaten die opgegraven werden op het slagveld. In de uitstalkasten staan loden soldaatjes naast knopen, zwaarden, pistolen, stukken van een pijp, vingerhoedjes, of een brief in gezwollen taal die gericht was aan meneer Février, keizerlijk notaris in Sombreffe.

‘Wat mij interesseert is hoe de mensen toen leefden en wat er gebeurd is in dat kleine stukje België, toen 160.000 soldaten hier neerstreken met hun wapens en kanonnen. Hoe wil men het heden begrijpen, als men het verleden niet kent?’ Léon Bernard heeft in eigen beheer een geschiedenis van de veldslag in vijf boekdelen uitgegeven en begeleidt op aanvraag bezoeken aan de sites van Ligny en Fleurus.

Léon Bernard
+32 (0)476 73 67 12

Na zijn ervaringen aan het hoofd van de pretparken Bellewaerde en Plopsaland had Paul van Havere zin in een nieuwe uitdaging. Hij begon opnieuw van voren af aan en lanceerde ‘Loungeatude’ in Louvain-la-Neuve. Het unieke restaurant in de universiteitsstad straalt gezelligheid uit en is het resultaat van een bewogen loopbaan.

Had je hem verteld dat hij ooit een kwaliteitsrestaurant zou opstarten in Louvain-la-Neuve, hij had je nooit geloofd. Voor hem was het een studentenstad met vuile straten en luidruchtige kroegentochten. Na een kort bezoek moest hij dat beeld echter bijstellen. Vandaag is Paul van Havere een enthousiaste ambassadeur van de Waals-Brabantse stad, waar studenten in de minderheid zijn en de commerciële, stedenbouwkundige, wetenschappelijke en economische ontwikkelingen duidelijk hoogtij vieren. Op deze plek stak Paul van Havere zeven jaar geleden voor de zoveelste keer de handen uit de mouwen. Als 53-jarige moet je over de nodige dosis lef beschikken om je alleen in zo’n avontuur te storten. En over de nodige strijdlust. Maar vandaag is Loungeatude – spreek uit als ‘Longitude’ – een plek waar je je met plezier neervlijt, op slechts enkele meters van de Ferme du Biéreau. ‘Ik wou niet een zoveelste doorsneerestaurant,’ vertelt hij. ‘Ik wou een sfeer creëren, een plek waar mensen niet snel hun eten opslokken, maar waar ze rustig kunnen genieten.’ Het traject dat hem tot hier bracht, is er geen van dertien-in-een-dozijn. Of wat dacht u hiervan?

Deze Franstalige Vlaming werd geboren in Waasmunster. Hij komt uit een familie die actief is in de textielindustrie en hij heeft het ondernemerschap in het bloed. Na zijn studie industrieel design aan het Saint-Luc in Luik, stort hij zich begin jaren 70 in het beroepsleven. Na een jaar bij Kleber vertrekt hij naar Philip Morris. Het zijn gouden tijden: de Amerikaanse sigarettenfabrikant heeft Weltab overgenomen, de eigenaar van de Belgische merken Visa en Armada, en wil nu Marlboro op de Belgische markt lanceren. Paul van Havere staat in voor de promotie van het rood-witte pakje. ‘Het waren ongeloof lijke jaren,’ herinnert hij zich. ‘We beschikten over heel wat middelen. Bovendien had ik een fantastische baas, Jean Célis.’

De koningen van de zandbak

Wanneer die laatste de multinational verlaat, wacht van Havere niet tot ook hij moet opstappen, zoals zo vaak gebeurt als de baas vertrekt. Hij wordt vennoot van de groep City7, die in de jaren 80 een echt fenomeen was in de reclame- en evenementensector. ‘Ook dat waren mooie tijden. We waren de koningen van de zandbak!’, lacht hij. Niet zonder reden. De groep neemt het Sportpaleis in Antwerpen over en organiseert het ECCtennistoernooi (met het beroemde gouden racket, bezet met diamanten), de Hard Cross Motorcross indoor, de Ladies European Masters (golf voor vrouwen) op het terrein van Bercuit… Maar dan slaan ze de bal mis. De overname van Donnay rackets mislukt en gaat naar een zekere Tapie. City7 laat daarna zijn oog vallen op dat andere grote Belgische tennismerk, Snauwaert, maar ook die episode loopt slecht af. Om Snauwaert nieuw leven in te blazen is er veel geld nodig en City7, dat tot dan toe altijd op eigen middelen kon rekenen, maakt zijn debuut op de beurs. Het wordt een mislukking.

Deze Franstalige Vlaming werd geboren in Waasmunster. Hij komt uit een familie die actief is in de textielindustrie en hij heeft het ondernemerschap in het bloed. Na zijn studie industrieel design aan het Saint- Luc in Luik, stort hij zich begin jaren 70 in het beroepsleven.


Van Bellewaerde naar Plopsaland...

Daarop besluit van Havere het geweer van schouder te veranderen. Gérard Constant, algemeen directeur van de Walibigroep, duidt hem aan als nieuwe directeur van Bellewaerde Park. ‘Ik nam de functie over van Luc Florizoone, de stichter van Bellewaerde. Mijn taak bestond erin om de mentaliteit te veranderen en een strategie op 5 jaar uit te werken. Een familiale bedrijfsvoering omvormen tot die van een beursgenoteerd bedrijf, dat was niet niks,’ zegt hij met enige trots. ‘Ik heb er 5 jaar over gedaan, van 1995 tot 2000. Toen ben ik vertrokken. Een mens moet trouw blijven aan zijn principes. Op een bepaald moment kun je niet langer je ziel aan de duivel verkopen.’ De duivel, hier is dat de Amerikaanse groep Six Flags, die Walibi en Bellewaerde heeft overgenomen. Hun doelstelling? ‘Geld en niets anders,’ benadrukt de oud-directeur. ‘We moesten kost wat kost de aandeelhouders tevreden houden.’ Paul van Havere pakt zijn koffers en vertrekt naar andere oorden. Hij belandt aan het hoofd van het vroegere Melipark, dat werd omgedoopt tot Plopsaland. De personages komen recht uit Studio 100 en veroveren vele harten in Vlaanderen en Nederland. Ze heten Plop en Kwebbel, Wizzy en Woppy, Big en Betsy… In tweeënhalf jaar hertekent de nieuwe directeur het volledige park, stelt een team samen waaraan hij zijn ervaring doorgeeft en doet het vuur weer branden. Missie volbracht. En nu?

… en van Groenendaal naar Louvain-la-Neuve

‘Ik had lange tijd plannen voor een project, maar uiteindelijk is dat niet doorgegaan. De NMBS had bepaalde terreinen te koop gezet, van stations die niet meer in gebruik zijn. Dat van Groenendaal en de hectare grond erbij interesseerden me wel. Ik wou er een groot indoorpark maken rond het thema “bos”. Er waren 27 kandidaat-kopers, maar ik maakte veel kans. Alleen kon de NMBS mij en mijn investeerders niet garanderen dat het terrein snel genoeg zou vrijkomen door de werken aan het GEN (Gewestelijk ExpresNet). Mijn project werd geweigerd. Als ik nu de vertraging zie die het GEN heeft opgelopen, ben ik daar niet rouwig om.’ En zo belanden we in Louvain-la- Neuve, voor het vervolg van het avontuur. ‘Een van mijn contactpersonen tijdens het Groenendaalproject was Brouwerij Moortgat, de producent van Duvel en Vedett. Zij stelden me voor om een verlaten ruimte die ze hadden in Louvain-la-Neuve nieuw leven in te blazen. Ik ben eens gaan kijken, maar verwachtte er niet veel van.’ Het vervolg is bekend.

Drie ruimtes met dezelfde sfeer

Op deze zonnige middag baadt de salon van Loungeatude in een kalme, rustige sfeer. Alsof de tijd even stilstaat. ‘We hebben alles van nul opgebouwd,’ legt de eigenaar uit. ‘Alles opnieuw bedacht. Op deze plek was vroeger het restaurant van Nino, de allereerste pizzeria van Louvain-la-Neuve. Voor de ruimte verlaten werd, had ze al een chaotisch parcours achter de rug. Die uitdaging sprak me wel aan. Toen ik een pretpark leidde, wou ik mensen gelukkig maken. Ook hier ben ik met die instelling aan de slag gegaan.’

Alles werd ontworpen met een sfeer van rust en ontspanning in gedachten: de open haard en de piano maken de salon helemaal af en in het restaurant zorgt de zorgvuldige schikking van de tafels voor een gevoel van ruimte en discretie.


En dat merk je. Als je hier komt eten of een professionele afspraak hebt, is dat ook om te genieten van het moment, in een hedendaags maar ontspannen kader: een vloer in glad beton, evenwichtige kleuren, comfortabele meubels die de patron deels zelf ontworpen heeft. Alles werd ontworpen met een sfeer van rust en ontspanning in gedachten: de open haard en de piano maken de salon helemaal af en in het restaurant zorgt de zorgvuldige schikking van de tafels voor een gevoel van ruimte en discretie. Ook hier brengt een open haard gezelligheid. In de zomer biedt het terras een warm welkom. De ruimte op de kelderverdieping doet dienst in alle seizoenen: van Havere noemde ze BAB’L (Business After Business Lounge) en voorzag ze van bar en dansvloer voor bedrijfsevents en privéfeesten. Aan de muren hangt werk van hedendaagse kunstenaars te pronken. Werkgroep of privéfeestje, beneden- of kelderverdieping, keuze genoeg om het nuttige aan het aangename te koppelen. Het motto van de ceremoniemeester is alvast niet mis te verstaan: ‘Doe alsof je thuis bent!’

 

De keuken

‘Ik hecht veel belang aan een gezonde keuken met weinig vet, aan stabiele en duurzame gerechten. Eigenlijk hou ik van een intelligente keuken waarbij zo weinig mogelijk moet worden weggegooid,’ zegt Paul van Havere. Dat verklaart waarom je hier traditionele gerechten vindt die niet op de kaart mogen ontbreken, maar dan met een originele toets.

De vaste kaart: jambonette van gevogelte met scampi’s, kokosroom en exotische risotto, carpaccio van filet pur met foie gras, sintjakobsschelp à la Tartufata…

De suggesties: ze veranderen om de 3 weken. Apart te bestellen of in een driegangenmenu.

BAB’L-ruimte: in principe zonder traiteurservice. Er is een eetformule mogelijk die garant staat voor gezelligheid, flexibiliteit, kwaliteit, creativiteit en ontspanning.

 

informatie

« Espace Loungeatude »
Place Polyvalente (achter de La Ferme du Biéreau)
1348 Louvain-la-Neuve.
+32 (0)10 45 64 62
Gesloten op zaterdagmiddag en zondag.
www.loungeatude.be

Limelette, rakend aan het bos van Lauzelle. Een ruraal dorpje met prachtige wandelpaden en verrassend veel kerken en boerderijen, misschien wel de mooiste van de hele streek. En waar Lhoist is gevestigd, de grootste producent van kalk en dolomiet ter wereld. Het familiebedrijf heeft wereldwijd ruim 5.500 werknemers en een omzet van € 1,9 miljard, maar is nagenoeg onbekend bij het grote publiek.

Wie voor een dubbeltje geboren is, zal nooit een kwartje worden. Zijn het niet de mooiste verhalen, die laten zien dat het spreekwoord niet altijd klopt? Waargebeurde sprookjes die bewijzen dat je niet met een gouden lepel in de mond geboren hoeft te worden. Dat je met hard werken, inzet en doorzettingsvermogen heel ver kunt komen, verder nog dan de meeste kwartjes. Van ‘rags to riches’, van lompen naar rijkdom, zoals de Amerikanen zeggen. De geschiedenis van Lhoist begint met precies zo’n verhaal.

Hyppolyte, roepnaam Léon

De wortels van Lhoist Group reiken terug tot het einde van de 19de eeuw. In 1861 werd Hippolyte, roepnaam Léon, Dumont geboren in een gezin van zeven kinderen. Na slechts twee jaar lagere school begon hij te werken in de steengroeven van Chainaye en Lhoist. Op zijn twintigste was hij al opgeklommen tot voorman en in 1886 nam hij de exploitatie van de gemeenschappelijke steengroeve van Ampsin voor zijn rekening, het plaatsje waarvan hij later burgermeester werd. In 1889 trouwde hij een jonge hoedenmaakster genaamd Caroline Wautier. In datzelfde jaar stichtte hij de steengroeve die hun beider naam droeg: Carrières et Fours à Chaux (steengroeven en kalkovens) Dumont-Wautier.

Clairette, één van de dochters van het echtpaar, trouwde in 1920 met een telg uit het geslacht Lhoist. Inderdaad, de steenhouwers die ook de groeve bezaten waar Dumont zijn eerste werkervaring opdeed. Toen Dumont daar begon met werken, gunde de familie Lhoist hem – een knulletje van lage komaf en met slechts twee jaar lagere school – waarschijnlijk nog geen blik waardig. Maar nu trouwde zijn dochter met een Lhoist! Tegenwoordig is dat misschien moeilijk voor te stellen, maar in de vooroorlogse klassenmaatschappij moet dat behoorlijk wat indruk hebben gemaakt. En de maatschappelijke opmars die Dumont had ingezet begon pas.

Met 90 productie-installaties in 24 landen en een omzet van 1,9 miljard euro is het bedrijf uit het kleine Limelette internationaal marktleider in kalk- en dolomietproducten.

 

OP WEG NAAR ’S WERELDS GROOTSTE

Deze schoonzoon Léon Lhoist richtte in 1924 een steengroeve op die hij naar zichzelf noemde en die de directe voorloper is van de huidige Lhoist Group. Twee jaar later breidde hij al uit naar Frankrijk. De depressie van de jaren 30 ging over in de Tweede Wereldoorlog en voorlopig kwam de expansie tot een halt. Dit veranderde onder leiding van de jonge Lhoist, net als zijn vader en opa Léon genaamd. In 1981 raakte de internationale groei op stoom met de overname van de Amerikaanse groep Chemical Lime uit Texas. In hoog tempo volgden uitbreidingen naar Oost-Europa, Duitsland, Mexico, Engeland, Brazilië, Maleisië, Rusland en Oman. Tegenwoordig zijn mensen van 30 verschillende nationaliteiten werkzaam bij Lhoist. Met 90 productie-installaties in 24 landen en een omzet van 1,9 miljard euro is het bedrijf uit het kleine Limelette internationaal marktleider in kalk- en dolomietproducten. Wereldwijd heeft het net zoveel werknemers als Limelette inwoners heeft: ruim 5.500. Hiermee is het waargebeurde sprookje dat begon in 1861 met de geboorte van Hyppolite Dumont tot een voorlopig hoogtepunt gekomen.

KUNST OM TE VERBINDEN

Lhoist Group staat bekend om zijn ongeëvenaarde discretie: Lhoist communiceert nooit naar buiten. Zo kan het gebeuren dat één van de grootste Belgische privémultinationals zo goed als onbekend is bij het publiek. Wat we wel weten van Lhoist Group is dat het een grote sponsor is van culturele en sociale activiteiten. In de jaren 90 begon de jonge Lhoist met de aanleg van een belangrijke collectie foto’s en beeldhouwwerken. De kunstverzameling, die helaas niet toegankelijk is voor het publiek, heeft als doel de werknemers van Lhoist te verbinden. De speciale website van de collectie meldt: ‘Kunst is een geweldige manier om de wereld om ons heen op andere wijze te bekijken. Met onze collectie, de tentoonstellingen en de culturele bezoeken die we organiseren voor onze collega’s en hun kinderen, streeft Lhoist naar een meer ruimdenkende en cultureel gevoelige organisatie.’

De kunstwerken worden niet alleen tentoongesteld in het hoofdkantoor in Limelette, maar ook in verschillende regionale kantoren. Iedere werknemer mag zijn of haar kantoor opfleuren met een kunstwerk uit de collectie en zo vaak als gewenst een nieuw werk kiezen. Jaarlijks organiseert een bekende persoonlijkheid uit de kunstwereld een expositie op basis van de collectie. Voor alle medewerkers van het bedrijf, van arbeider tot directielid, en hun gezin zijn er daarnaast geregeld culturele evenementen. Hier brengen medewerkers uit verschillende landen en lagen van het bedrijf op informele wijze de dag met elkaar door en leren zij elkaar kennen in een educatieve context.

Kunstige screensaver

Ook leuk en origineel is de screensaver die op de computer van iedere werknemer is geïnstalleerd. Door middel van de screensaver worden foto’s uit de kunstverzameling getoond wanneer de computer een vijftal minuten niet in gebruik is. Iedere foto bevat een geschreven commentaar. De beelden worden op alle computers wereldwijd tegelijkertijd getoond, natuurlijk alleen als een medewerker op dat moment niet bezig is. Medewerkers die zich op verschillende continenten bevinden en totaal verschillende functies hebben, worden zo verbonden door de foto’s die op hetzelfde moment op hun beeldscherm verschijnen.

Naast de kunstcollectie is Lhoist als sponsor betrokken bij een scala aan culturele evenementen. Een mooi voorbeeld hiervan is de ondersteuning van vereniging Entr’Ages, coördinator van de tweede editie van het Festival du Film Intergénérationnel (FFI) in Louvain-La-Neuve, het filmfestival waarover u elders in deze WAW kunt lezen. Deze kalk- en dolomietgigant kan met recht een grote vriendelijke reus genoemd worden.

www.lhoist.com

 

Lhoist, kort samengevat

Wat produceert Lhoist Group?

Lhoist Group bezit mijnen in 24 landen waar het kalk en dolomiet delft. De 90 productie-installaties van het bedrijf zetten deze grondstoffen om in verschillende producten. De ruwe grondstof wordt verwerkt tot poeder of brokken van verschillende groottes. Deze brokken worden bij temperaturen boven 900 °C omgevormd tot ongebluste kalk. Dit wordt bijvoorbeeld bij de fabricage van staal gebruikt om verontreinigingen uit het erts te verwijderen. Door water aan ongebluste kalk toe te voegen, ontstaat een poeder dat gebluste kalk heet. Dit is een ingrediënt van cement, maar bijvoorbeeld ook van was- en voedingsmiddelen. Als er nog meer water wordt toegevoegd, ontstaat kalkmelk waarmee de zuurgraad en hardheid van drinkwater wordt geregeld.

Kalk en dolomiet: belangrijker dan u denkt

Kalk is toch niet interessant? En dolomiet, wat is dat eigenlijk? Dit zijn begrijpelijke vragen. We staan in ons dagelijks leven niet vaak stil bij de grondstoffen waarmee de moderne wereld is gebouwd. De vele toepassingen van deze bouwstoffen zullen u verrassen.

Dolomiet of bitterspaat is een vorm van kalk die ontstaat in kalksteen met een bepaald gehalte aan magnesium. Het wordt onder meer gebruikt als natuursteen en als grondstof voor cement. Kalk wordt gebruikt in het fabricageproces van staal, papier en tal van chemische producten. Het is de basis van een mengsel dat Portlandcement wordt genoemd, wat wordt gebruikt voor geprefabriceerd beton en onderwaterbeton. Dus eigenlijk zijn kalk en dolomiet een essentieel onderdeel van vrijwel ieder bouwwerk. Door klei en leem te vermengen met kalk wordt de bodem verstevigd. Hierdoor wordt deze geschikt gemaakt voor bouwplaatsen en als fundering van bebouwde terreinen en wegen. Ook baggerspecie van uitgebaggerde waterwegen en slib uit afvalwaterzuiveringen kunnen zo op milieuvriendelijke wijze worden hergebruikt. Naast de bouw wordt kalk ook toegepast in de landbouw. Het neutraliseert kwalijke zuren in de bodem en voorkomt zo plantvergiftiging. Verder zorgt het ervoor dat planten gemakkelijker voedingsstoffen kunnen opnemen. Kalk wordt ook gebruikt in schoorstenen van industriële installaties om de rook te zuiveren zodat het milieu bespaard blijft.

Essentieel voor drinkwater

Zoals de bovenstaande voorbeelden laten zien, hebben kalk en dolomiet zeer belangrijke toepassingen in de industrie en landbouw. Maar de belangrijkste toepassing is misschien wel drinkwater. De hoeveelheid kalk die drinkwater bevat – dit wordt de hardheid genoemd – is wettelijk vastgelegd. Een te hoge hardheid, te veel kalk in het drinkwater, is schadelijk voor apparaten en het milieu. Een te lage hardheid heeft tot gevolg dat bijvoorbeeld giftige stoffen gemakkelijker in het drinkwater kunnen oplossen. Om deze nadelige gevolgen te voorkomen, wordt te hard drinkwater onthard en te zacht drinkwater juist aangevuld met kalk.

In 1986 bouwde Ion Beam Applications (IBA) zijn eerste cyclotron in Louvain-la-Neuve. Sindsdien is het hard gegaan. Momenteel heeft het in 15 landen 1.300 mensen in dienst en is het wereldleider op gebied van protontherapie.

‘Weten dat je een bijdrage levert aan het redden van mensenlevens, dat geeft een warm gevoel. En helemaal als het om kinderen gaat…’ Yves Jongen weet waarover hij het heeft. Hij is de Chief Research Officer van IBA, het bedrijf dat hij in 1986 oprichtte. Op dit moment werken er 1.300 medewerkers, verspreid over vijftien landen en een zestigtal vestigingen. Daarvan werken er zo’n 500 in België, hoofdzakelijk in Louvain-la-Neuve. De onderneming produceert radiofarmaceutische tracers waarmee tumoren vroegtijdig kunnen worden opgespoord. Toch heeft het zijn reputatie vooral te danken aan de cyclotrons die speciaal voor radiotherapie worden ontworpen, en met name voor het diagnosticeren en behandelen van kanker. Sterker nog, IBA is wereldwijd marktleider op het gebied van protontherapie. Een techniek die kankercellen vernietigt door ze te bestralen met een bundel protonen in plaats van fotonen. Het voordeel? Met deze techniek kan er beter op de tumoren worden gericht en kunnen de bijwerkingen ervan, die bijzonder gevaarlijk zijn bij kinderen, worden beperkt.

Ondanks de grote concurrentie van Amerikaanse en Japanse researchers heeft de onderneming uit Louvain-la-Neuve 50% van het marktaandeel op dit gebied in handen. ‘We hebben een ruime voorsprong, dat klopt, maar de wedloop gaat onverminderd voort’, vertelt de ingenieur ons in de kelderverdieping van een van de vier sites van de onderneming in Louvain-la-Neuve. Hier worden de activiteiten op gebied van onderzoek & ontwikkeling verzameld. ‘Nog niet zo lang geleden moest een ziekenhuis dat zalen voor protontherapie wilde inrichten 100 à 120 miljoen euro investeren. Dankzij onze ontwikkeling van een nieuwe generatie kleinere cyclotrons die gebruikmaken van het principe van supergeleiding, zijn de kosten gedaald tot ongeveer 20 miljoen euro’, benadrukt hij. Ondertussen toont hij aan de ene kant het traditionele model van 200 ton en 4,70 meter diameter, dat op het punt staat naar Dresden te worden vervoerd. En aan de andere kant een cyclotron van 50 ton en 2,50 meter diameter. Zodra ‘deze jongste telg’ helemaal gemonteerd is en uiterst accuraat is afgesteld, krijgt deze een mooie bestemming: het centrum voor protontherapie in Nice.

Op dit moment doen al 22 ziekenhuizen of therapiecentra over de hele wereld voor hun protontherapie een beroep op de Belgische onderneming (zie kader). De tijd van de eerste cyclotron, die in 1986 in een containerpark in Louvain-la-Neuve werd ontworpen, ligt inmiddels ver achter ons. Yves Jongen was in die tijd directeur van het Centre de recherche du cyclotron, dat deel uitmaakte van de UCL (Université catholique de Louvain). Toen kwam hij op het idee kleinere deeltjesversnellers te ontwerpen en te bouwen. Niet meer voor nucleaire, maar voor medische toepassingen. ‘We weten bijvoorbeeld dat suiker zich bij voorkeur aan tumoren of metastasen hecht. Door hem met radioactieve tracers te merken, kunnen we hem volgen en de kankercellen opsporen. We hebben nagedacht over de eigenschappen die een ideale cyclotron moest hebben voor de productie van radio-isotopen en radiotherapie, en hebben hem vervolgens ontworpen. Maar omdat dit systeem te revolutionair werd bevonden, was geen enkele onderneming bereid hem te bouwen. Uiteindelijk heeft het Waalse Gewest ons geholpen. Het deed de suggestie een vennootschap op te richten om dit project tot een goed einde te brengen en was bereid 75% van het benodigde startkapitaal voor te schieten. Onze spin-off ontstond in de schoot van de UC L en kende een snelle start, want al in het eerste jaar kregen we vier orders.’

Al gauw voelde de onderzoeker Yves Jongen de noodzaak zich te laten bijstaan door iemand met een commerciële achtergrond. Dat werd Pierre Mottet, handelsingenieur (UCL) en toekomstig directeur (CEO) van de onderneming. Afgelopen mei werd hij benoemd tot vicevoorzitter van de raad van bestuur. Pierre ging met Yves een lange en vruchtbare samenwerking aan en werd in 1997 ‘Manager van het jaar’. ‘In 1989 nam IBA een cruciale wending, toen het diensthoofd radiotherapie van het ziekenhuis Cliniques universitaires de Saint-Luc me opbelde. Hij zette me op het spoor van de protontherapie’, vervolgt Yves Jongen. ‘We hebben tot 1994 moeten wachten om onze eerste order binnen te halen. Die kregen we van het therapiecentrum in Boston. Sindsdien is het hard gegaan. Zelfs zo hard, dat we vier jaar later besloten naar de beurs te gaan…’

‘We weten bijvoorbeeld dat suiker zich bij voorkeur aan tumoren of metastasen hecht. Door hem met radioactieve tracers te merken, kunnen we hem volgen en de kankercellen opsporen. We hebben nagedacht over de eigenschappen die een ideale cyclotron moest hebben voor de productie van radioisotopen en radiotherapie, en hebben hem vervolgens ontworpen. Maar omdat dit systeem te revolutionair werd bevonden, was geen enkele onderneming bereid hem te bouwen.’


Het ging niet altijd over rozen. In het begin van de jaren 2000 moet de groep opboksen tegen de gevolgen van de zaak Lernout & Hauspie en het wantrouwen van de banken. Maar cyclotrons begeven het niet zo snel, en tegenwoordig neemt IBA weer personeel aan: 120 nieuwkomers in 2011. In 2012 worden dat er waarschijnlijk 150… ‘Hoofdzakelijk voor onze afdelingen Onderzoek & Ontwikkeling in Louvain-la-Neuve’, zegt de personeelsdirecteur Didier Cloquet. Hij benadrukt dat de onderneming fysici, ziekenhuisfysici, chemici, elektronici, elektriciën- werktuigkundigen en vertegenwoordigers zoekt, maar dat het hen toch vooral aan ingenieurs ontbreekt. ‘Dit is een boeiend project voor jongeren die willen reizen: één of twee jaar met een team naar het buitenland gaan om er een ziekenhuis bedrijfsklaar te maken. Een project waarvoor je zelfstandig en besluitvaardig moet zijn, want je mag de patiënten niet laten wachten!’

Een centrum voor protontherapie in Wallonië?

‘IBA is geen dividendenkanon, want wij investeren onophoudelijk in nieuwe producten en diensten. Daarom stijgt en daalt de koers van het aandeel regelmatig’, zegt Yves Jongen. Het hoofd van het onderzoek verbergt niet dat een nieuw idee, een nieuwe uitdaging, maar door zijn hoofd bleef malen en zijn grijze cellen bleef teisteren: de bouw van een onderzoekscentrum voor protontherapie in België! ‘Dat is onze grote hoop. Zo’n centrum is gerechtvaardigd voor een bevolking van 10 miljoen inwoners. Het project bestaat al tien jaar in ons land, maar zoals zovele andere tegenwoordig, vindt het moeilijk aansluiting op federaal niveau. Met de steun van de UC L, de Cliniques universitaires Saint-Luc, het Waalse Gewest en IBA zou het in Wallonië kunnen worden opgericht.’

De eerste inwoner van Louvain-la-Neuve

Yves Jongen komt uit Nijvel, waar hij zijn jeugd doorbracht. Hij studeerde af aan de Université catholique de Louvain en kende de universiteitsstad al toen het nog niet meer was dan een modderveld tussen een handvol Brabantse hoeves en enkele oude gebouwen. ‘Ik heb mijn opleiding ingenieur elektronica afgesloten met een specialisatie in nucleaire fysica. Daardoor nam de UC L me aan om het Centre de recherche du cyclotron te leiden’, legt hij uit. ‘Ik kon wonen in een huis aan de rue Basse, dicht bij het toekomstige centrum van de nieuwe stad. In 1970 ben ik erin getrokken en werd zo de eerste inwoner van Louvainla- Neuve. Stukje bij beetje zag ik het uit de modder oprijzen. Letterlijk. Ik herinner me dat ik laarzen moest aantrekken om de bouwplaatsen over te steken als ik in een rechte lijn van mijn woning naar de cyclotron wilde gaan.’

www.iba.be

 

Wereldwijd

Tweeëntwintig ziekenhuizen hebben al voor Ion Beam Applications gekozen voor de installatie van hun centrum voor protontherapie. Twaalf zijn al in gebruik en tien bevinden zich in de bouw- of installatiefase:

• Sites in werking : Boston, Chicago, Princeton, Hampton, Philadelphia, Bloomington, Jacksonville en Oklahoma (Verenigde Staten), Kashiwa (Japan), Zibo (China), Ilsan (Zuid-Korea) en Parijs.

• Sites in de installatiefase : Praag (Tsjechië), Essen (Duitsland), Trente (Italië) en Seattle (VS).

• Sites in de bouwfase: Dresden (Duitsland), Dimitrovgrad (Rusland), Uppsala (Zweden), Krakau (Polen), Shreveport en Knoxville (VS).

Bruggen bouwen tussen de generaties, dat is het doel van het ‘Festival du Film Intergénérationnel’ van Louvain-la-Neuve. De jongste der steden wil het centrum worden waar alle leeftijden met elkaar in interactie gaan.

In april 2010 lanceert de vzw Atoutage in samenwerking met de UCL (Université catholique de Louvain) en het kot-à-projet Cinéforum een prestigieus project: een filmfestival dat het grote publiek de kans wil geven om samen te komen rond eenzelfde thema: solidariteit tussen generaties. De fundamentele doelstelling is de bewustwording van en de strijd tegen het isolement van bepaalde generaties. Steunend op het succes van deze ‘eerste poging’ programmeren de organisatoren natuurlijk een tweede editie van het Festival du Film Intergénérationnel (FFI). Een editie die precies samenvalt met de visie van de Europese Commissie, die 2012 heeft uitgeroepen tot ‘Europees jaar van het actief ouder worden en de solidariteit tussen de generaties’. Voor de oprichters is het een gedroomde kans om het solidaire avontuur voort te zetten en hun horizon te verruimen. Begrijpen wat de uitdagingen zijn als je ouder wordt, de toenadering tussen generaties bevorderen, uitstijgen boven de stereotypes van het ouder worden… Film is een middel zoals een ander om de boodschap over te brengen en stelt ons in staat om het grote publiek bewust te maken van wat er tussen generaties speelt. Op termijn willen de initiatiefnemers van het project dat het FFI ‘een visitekaartje (wordt) van de solidariteit tussen de generaties.’

Voor deze editie worden de universitaire aula’s vervangen door de Cinéscope, een echte bioscoop. Het FFI verandert ook van seizoen en hoopt van de druilerige herfst te kunnen profiteren om meer bezoekers aan te trekken. De organisatoren omringen zich met nieuwe medewerkers, de Brusselse vzw’s Entr’âges en Courants d’Âges, en opnieuw Cinéforum, een echte brug naar de studentenwereld van Louvain-la-Neuve. De programmatie, communicatie, logistiek, financiering, animatie en alle andere taken worden verdeeld tussen in totaal een veertigtal vrijwilligers.

Stadsbreiwerk

‘Het zou ondenkbaar zijn dat we het FFI organiseren zonder externe activiteiten,’ vertelt Jérôme Poloczek, die de communicatie van het festival verzorgt. ‘Het hoofdevent wordt voorbereid met een aantal acties waarmee we banden breien tussen de generaties. Ik zeg wel degelijk “breien”, met breinaalden en bollen wol.’ Sinds juni komen jonge en minder jonge mensen geregeld samen op collectieve breibijeenkomsten. Half november zullen stroken van 30 cm lang in heel Louvain-la-Neuve bomen, banken en standbeelden versieren. ‘Het stadsbreiwerk is een soort “wollen graffiti”, een andere manier om je mening te uiten dan de klassieke graffiti en om de openbare ruimte op te vrolijken. De symboliek die ervan uitgaat is die van een lappendeken die wordt gemaakt door mensen uit alle generaties, in diverse stijlen, waar op termijn een onverwachte eenheid uit tevoorschijn komt.’

Het stadsbreiwerk en andere activiteiten zijn uiteindelijk maar aanleidingen om de mensen bewust te maken van de solidariteit tussen generaties. Goed idee? Beslist. Verspilling? Zeker niet. Na het event worden de bomen uitgekleed, het breiwerk wordt gewassen en een jongerenvereniging maakt van de stroken dekens waarmee daklozen de winter iets warmer kunnen doorbrengen. De stroken die niet te recupereren zijn, worden verwerkt in geluidsisolatiepanelen.

Op de affiche

Op de officiële opening is er een gala-avond met de vertoning van een onuitgegeven film. De vzw’s kunnen op die avond ook fondsen werven, wat het grootste deel van de werking van het event bekostigt. Het festival is heel erg toegankelijk, wat essentieel is, door de vele inspanningen die zijn geleverd op het vlak van prijzen, mobiliteit en programmatie. De promotoren hechten veel belang aan de mobiliteit van de festivalgangers die zich moeilijk kunnen verplaatsen. Creatieve, alternatieve transportmiddelen die het milieu respecteren, brengen de deelnemers naar het festival en nodigen uit om na te denken over deze dagelijkse problematiek die bepalend is voor onze sociale contacten. De toegangsprijs is resoluut democratisch (€ 3 per voorstelling en € 10 voor een Pass). Tijdens de vier dagen van het event willen de organisatoren niet noodzakelijk winst maken. Het doel is dat erover gesproken wordt en dat de mensen ernaartoe komen.

Het programma moet dus samenhangend en vooral aantrekkelijk zijn. De programmatiecel heeft een dozijn films geselecteerd die ‘opmerkelijk zijn door de manier waarop ze naar de verschillende aspecten van de problematiek tussen de generaties kijken.’ De organisatoren besteden er opnieuw veel aandacht aan dat alle films toegankelijk zijn voor mensen van 7 tot 77 jaar… en ouder. Bij een aantal films zullen de regisseurs, acteurs en mensen die professioneel met de aangesneden thematiek bezig zijn na de (dag)voorstelling het debat aangaan met leerlingen van het lager en secundair onderwijs.

 

Op de affiche

2e Festival du Film intergénérationnel
Cinéscope van Louvain-la-Neuve
14 → 17.11.2012

Couleur de peau Miel, Jung et Laurent Boileau
La tête en friche, Jean Becker
Le Havre, Aki Kaurismaki
Dans la forge de l’âge, Juliette Senik
De leur vivant, Géraldine Doignon
Io Sono Li, Andrea Serge
Le Cahier, Hana Makhamalbaf
La guerre est déclarée, Valérie Donzelli
Le premier jour du reste de ta vie, Rémy Bezançon
Mia et le Migou, Jacques-Rémy Girerd
Benda Bilili, Renaud Barret & Florent de La Tullaye

 
informatie

Festival du Film Intergénérationnel
Du 14 au 17 novembre
Avenue de l’Espinette, 15
B-1348 Louvain-la-Neuve
+32 (0)10 45 20 61
[email protected]
www.ffi2012.be

Het Festival du Film Intergénérationnel wordt samen georganiseerd door drie vzw’s: Atoutage, Courants d’Âges, Entr’âges en het kot-à-projet Cinéforum

Sinds een paar jaar siert het originele stadsmeubilair van Lucile Soufflet onze steden en parken. Strakke en eenvoudige vormen als antwoord op enkele basisbehoeften..

Op een dag staan ze daar, op pleinen, in parken. We bekijken ze onverschillig of nieuwsgierig. Soms fronsen we de wenkbrauwen bij het zien van hun vreemde vormen. En dan proberen we ze uit en we bedenken dat ze eigenlijk best goed zitten. Openbaar meubilair heeft tijd nodig. Het is ten prooi aan weer en wind en moet langzaam opgaan in het landschap, versmelten met de gewoontes van de stads- of dorpsbewoners. Sinds 2006 staat er op de Grote Markt in Bergen een groepje banken in fijne stangen van gelakt staal, die rond elkaar kronkelen als plantenstengels. Ze zijn het werk van designer Lucile Soufflet. Het model past in iedere omgeving. Soufflet ontwierp het enkele jaren eerder op vraag van de Stad Brussel, die iets zocht voor een pleintje in het centrum. “In het begin dacht de gemeente aan een kunstwerk, terwijl de inwoners liever een boom wilden planten. Zo kwamen we op het idee om een rooster te maken rond een boom. Dat werd een ronde bank die de vorm van de boom volgt.”

Soufflet woont in het Waals-Brabantse Sart- Dames-Avelines, waar ze een oud huis in groene baksteen volledig herinrichtte. Haar bureau ligt op een mezzanine, net onder het dak. Voorlopig werkt ze daar op haar computer, zolang haar atelier nog niet klaar is. “Ik werk inderdaad meer en meer met de computer”, zegt ze. “Maar de meeste van mijn projecten beginnen nog altijd met een potloodschets.” Een project komt tot stand door een voortdurende wisselwerking tussen potloodtekeningen, 3D-beelden en soms maquettes. Wanneer haar meubilair geproduceerd wordt, krijgt de ontwerpster hulp van de programmeurs van de producent. Zij beschikken over echte 3D-specialisten. Een groot deel van haar meubilair wordt geproduceerd door Urbastyle, een bedrijf uit Doornik. “Met dit soort partners hoef ik niet meer alles te doen van A tot Z. Daardoor kan ik elke fase in detail uitvoeren.” De ronde banken worden tegenwoordig geproduceerd door TF in Frankrijk, maar het heeft tien jaar geduurd voor het gamma te verkrijgen was. Door die productie beschikt ze nu over een reeks profielen die ze bij elke bestelling aanpast volgens het budget en de plaats. “Ik heb niet altijd genoeg tijd of middelen om helemaal van nul te beginnen. Het gebeurt ook vaak dat klanten iets bestellen op basis van een bestaand meubel dat ze ergens gezien hebben.”

Lucile Soufflet studeerde industrieel design aan La Cambre, maar haar interesse voor design ontstond al in haar kindertijd. “Ik heb vooral een grote drang naar autonomie, veel zin om zelf dingen te maken. Ik naai, ik kook, ik werk in de moestuin. Ik voelde me aangetrokken tot voorwerpen die we echt gebruiken. Voor mij vertrekt design eerst en vooral vanuit de functie.” De interesse voor stadsmeubilair kwam er in Londen. Als uitwisselingsstudente op Erasmus studeerde ze aan de Middlesex University, voor ze als technisch assistente aan de slag kon in het Royal College. “Ik dompelde me onder in die vreemde stad en zat met mijn neus in de kaarten en de plannen. Ik liep de hele stad door, keek om me heen en bestudeerde hoe de mensen de stad en de objecten daarin gebruiken.” Haar eerste werken ontstonden uit die reflectie over de stad en de openbare ruimte. Dat leidde tot de eerste bestellingen en andere projecten. “Ik sloeg een nieuwe weg in en werd daarbij gesterkt door het feit dat dit een relatief onbekend terrein is voor design. Er is dus nog veel mogelijk.”

Voor haar meubels maakt ze gebruik van hout, beton of inox. Het zijn materialen die tegen een stootje kunnen en waarvan kleine oplages gemaakt kunnen worden. Door haar artisanale aanpak kan ze flexibel en persoonlijk tewerk gaan. “Ik volg nauwgezet alle productiefases. Elk materiaal heeft bepaalde technische eigenschappen en daar moet je rekening mee houden van bij het ontwerp. Zo heeft beton een bepaalde stroomrichting. Als je daar niet aan denkt, kunnen er luchtbellen ontstaan die naar de oppervlakte drijven en er onregelmatigheden creëren.” Ze bewondert het werk van ontwerpers zoals Charles Eames of de broers Bourrelec, maar analyseert andere designers liever niet te veel om niet overdonderd te geraken. “Ik vertrouw meer op het observeren van mensen, de manier waarop ze zich gedragen in de openbare ruimte. Indirecte inspiratie haal ik uit de vormen van oude voorwerpen die ik vind op de rommelmarkt. Ik ben graag bezig met geschiedenis. Het voegt een narratieve dimensie toe aan het project en daar hou ik wel van.”

Porselein en keramiek

In het begin van haar carrière maakte Lucile Soufflet verschillende reeksen objecten in porselein en keramiek. Daar was ook een bestel l ing bij van het Museum van Mariemont, dat haar vroeg om een nieuwe interpretatie te geven aan enkele stukken uit hun collectie. In een andere reeks met Royal Boch gaf ze aan een zelfde kop verschillende oren, allemaal afkomstig uit de rijke Bochtraditie. Enkele jaren geleden maakte ze de overstap van keramiek en kleine voorwerpen naar stadsmeubilair. “Zodra de interesse van de mensen is gewekt, volgen de aanvragen en ga je verder in dezelfde richting. Maar soms is een ontmoeting of een bestelling genoeg om daaraan te ontsnappen en een andere weg in te slaan.”

“Project 105” is het perfecte voorbeeld van een bestelling die de ontwerpster aanzette om nieuwe creatieve wegen in te slaan. Huisvestingsmaatschappij SLRB wilde een groep sociale woningen in Brussel nieuw leven inblazen en vroeg haar om de gemeenschappelijke gangen naar de appartementen opnieuw aan te kleden. “Het was iets heel anders dan wat ik normaal deed. Het was ook een van de eerste projecten waarbij ik samenwerkte met anderen. Het was een hele uitdaging om iedereen tevreden te stellen: de bewoners, de opdrachtgevers en mezelf. Het vraagt een pedagogische aanpak en tegelijk moet je de hele tijd luisteren. Als je laat zien waar alles vandaan komt, kun je uitleggen dat je niet aan alle eisen kunt voldoen. Maar door samen te werken kun je elke leefruimte een persoonlijke toets geven en ervoor zorgen dat iedereen er zich goed voelt.” Bij dit project en bij het volgende, project 48, kreeg Soufflet de kans om zich opnieuw uit te leven met keramiek. Ze bedekte de muur van de gangen met tegels, die met hun kleur en structuur de ruimte van elk appartement afbakenen.

Voor 2013 staan er heel wat projecten op stapel, met meubilair zoals dat voor het park van Vier Winden en Zwarte Vijvers in Molenbeek, of voor de gemeente Schaarbeek. Ook op kleinere schaal krijgt ze opdrachten. Zo maakt ze regelmatig objecten voor privépersonen, zoals een bank of een ander accessoire voor buiten. Tijd om stil te zitten is er voor Soufflet dus niet bij.

 

informatie

Lucile Soufflet
Rue de la Hutte, 7
B-1495 Sart-Dames-Avelines
+32 (0)71 95 45 53
[email protected]
www.lucile.be

 

Scherven brengen geluk

In het centrum van La Louvière lopen voorbijgangers langs een enorm gebroken bord dat in stukken op het trottoir ligt. Het is moeilijk om ernaast te kijken. Het beeldhouwwerk in gelakt staal werd The Plate gedoopt. Lucile Soufflet ontwierp het samen met kunstenaar Bernard Gigounon en het Luikse bedrijf Ortmans stond in voor de realisatie. De hulde aan het industriële verleden van La Louvière laat niemand onverschillig.

Dit werk wijkt een beetje af van de rest van uw parcours. Het is een hommage aan het ter ziele gegane Royal Boch, met wie u hebt samengewerkt?
L.S. — Boch bezit een fantastisch erfgoed. Bijna alle Belgische gezinnen hadden vroeger wel een servies van hen in de kast staan. Toen ik de fabriek bezocht, voelde je al dat er iets op zijn einde liep. De installaties waren verouderd, maar het was de moeite geweest om alles weer nieuw leven in te blazen. Ik had zin om vanuit mijn gevoel te vertrekken en de getuigenis van een tijdperk te maken.

Hoe waren de reacties?
L.S. — I n de artistieke media heeft het werk zijn weg al gevonden. Ik heb commentaar en lof gekregen van overal ter wereld via internet. In de stad waren de reacties heel uiteenlopend. Het zet de mensen aan het denken en dat is goed. Sommigen begrijpen het, anderen zijn geshockeerd omdat het werk iets gewelddadigs uitstraalt. Als je met de mensen praat, kunnen ze de dingen beter plaatsen. Ook al komt een einde hard aan, toch doen er zich altijd nieuwe kansen voor. Wanneer je een kunstwerk in het stadsweefsel plaatst, moet je de mensen een kader bieden en goed communiceren.

Hoe bedoelt u?
L.S. — J e moet ter plaatse zijn en met de mensen praten. Ik ben er twee of drie weekends geweest. Dat was heel verrijkend. Sommigen zeiden me: “Ik ben ook onhandig, ik zou er zo een willen in mijn tuin.” Iemand anders vroeg me of ik het bord ter plaatse gebroken had bij het uitladen. Toen ik antwoordde: “Ja, stom hè!”, moest hij lachen. Het werk moet nog tot ontwikkeling komen. Het hoort toe aan de stad en haar inwoners. Het zal zijn weg wel vinden. Zoals alle stadsmeubels, zal het bedekt worden met tags, krassen en voetafdrukken. Op een of andere manier hebben mensen het nodig om zich voorwerpen eigen te maken.

Your opinion counts