Waw magazine

Waw magazine

Menu

EEN STERKE DRAAD TUSSEN WALLONIË EN HET OOSTEN

Bausol is een familiebedrijf dat prestigieuze, op maat gemaakte tapijten aanbiedt die door de beste wevers in India, Nepal en China vervaardigd worden.
Het bedrijf is in Blégny gevestigd en werkt samen met Waalse ontwerpers en kunstenaars om exclusieve en originele collecties aan te bieden.


Robert Schinckus, afgestudeerd in bedrijfskunde en reserveofficier in het Belgische leger, trad in 1974 toe tot het familiebedrijf dat zo'n twintig jaar eerder door zijn vader was opgericht. Een ontmoeting met de CEO van Bausol, die nauwe banden heeft geweven tussen Europa en Azië, van oosterse tapijten tot uitzonderlijke tapijten.

Waarom hebt u zich tot het Oosten gewend ?

Zodra ik klaar was met mijn universitaire studies, wilde ik reizen en ik vertrok liftend naar het Oosten, om uiteindelijk in Katmandu te belanden. Drie maanden lang ontdekte ik een vredig, geduldig en hartelijk volk met een onvergelijkbare beheersing van het weefgetouw. Ik bezoek deze fabrikanten en de dorpelingen nog steeds twee of drie keer per jaar. India is levendig, dynamisch, en zijn ambachtslieden produceren er in recordtijd werk van uitstekende kwaliteit. China daarentegen heeft een zeer hoog kwaliteitsniveau ontwikkeld, dat het mogelijk maakt complexe tapijten te vervaardigen. Natuurlijk passen wij ethische milieu- en sociale normen toe, met respect voor de uitzonderlijke knowhow van de wevers.


Hoe is deze samenwerking met de Waalse kunstenaars tot stand gekomen ?

Toen ik van mijn reis terugkwam, en na mijn militaire dienstplicht vervuld te hebben, begon ik met mijn vader te werken. Het concept van op maat gemaakte tapijten ontstond op natuurlijke wijze toen de klanten zich geleidelijk van de traditionele tapijten afwendden. En, op avant-gardistisch advies van Fernand Flausch, heb ik in 1993 een beroep gedaan op het talent van Luikse kunstenaars om de collectie nieuw leven in te blazen. Het plan, hoewel het zeer geprezen werd, heeft helaas niet het verwachte succes gehad. Wij zijn dus blijven werken aan projecten op maat voor grote namen uit de modewereld, 5-sterrenhotels en particulieren, zowel in België als in het buitenland. Pas in 2018 werd dit verlangen naar artistieke samenwerking weer aangewakkerd en kwam het eindelijk van de grond. Als kunstliefhebber omringde ik mij met een grote gemeenschap van kunstenaars wier werk mij raakte. Tijdens bezoeken aan tentoonstellingen aarzelde ik niet om deze kunstenaars te benaderen om banden te leggen. In de loop der jaren is deze lijst met namen gegroeid. In het algemeen is de feedback zeer positief wanneer ik een samenwerking voorstel.

Hoe worden de ontwerpen van de kunstenaars doorgegeven aan de wevers ?

Het is zeer boeiend om een bestaand werk op een doek over te zetten of om voor de gelegenheid iets geheel nieuws te creëren. De uitdaging ligt in het feit dat een tapijt de nuances en kleurgradaties van de verf niet kan reproduceren. Het oorspronkelijke schilderij moet dus aangepast worden om met deze dimensie rekening te houden. Wij voeren het ontwerp in een computerprogramma in dat in Nepal werd ontwikkeld en door alle fabrikanten wordt gebruikt om een uitvoerbaar project te verkrijgen. De knoopspanning wordt bepaald, evenals de 10, 12 of 15 garenkleuren die gebruikt zullen worden. Kunstenaars zijn vaak verrast door het eindresultaat. Dan beslissen we welke textuur we gaan gebruiken : zijde, wol, linnen of bamboe-viscose ? Ten slotte kunnen we met onze software het tapijt visualiseren in een compleet virtueel interieur. Aan het eind van deze vier stappen vertrouwen wij de uitvoering toe aan een van onze werkplaatsen in India, China of Nepal.

Wat zijn de productiefasen in Azië ?

Het ontwerp wordt aan de uitgekozen fabrikant verstrekt om de productie te beginnen op een even oude als indrukwekkende machine. In Nepal zitten soms negen mensen naast elkaar, met de hand draad na draad te knopen, met een nauwgezetheid en een know-how die van generatie op generatie wordt doorgegeven. De meester verver, de spil van het werk, stelt geheimzinnige recepten samen op basis van pigmenten, om kleuren op maat te verkrijgen. Met een theelepeltje als uitrusting oefent hij zijn toverkunsten uit in een ketel die boven een houtvuur hangt. Eenmaal geknoopt, geweven of getuft, wordt het werk gewassen, geborsteld en lange tijd gedroogd in de zon en de wind. Wij verwachten dus altijd tragere leveringen tijdens de moessontijd ! Deze stappen zorgen voor zachtheid, glans en soepelheid in het tapijt. Deze wordt dan geschoren, en soms gebeiteld, om de scherpte van de tekeningen te onthullen.

Mogen wij de prijs van deze tapijten weten ?

Voor de verwezenlijking van een luxueus, uniek en handgemaakt tapijt moet men rekenen op enkele maanden wachttijd en een prijs die gaat van 300 tot 900 euro per vierkante meter. Dat kan overdreven lijken, maar een Tibetaans tapijt kan tot 230.000 knopen per vierkante meter hebben ! Maar de wereld van op maat gemaakte producten is grenzeloos, en mijn team gaat graag nieuwe uitdagingen aan …

Met een theelepeltje als uitrusting, de meester verver, de spil van het werk, oefent zijn toverkunsten uit in een ketel die boven een houtvuur hangt.

 

Vier Luikse kunstenaars

Anne Truyers


Haar universum bestaat uit geknoopte tapijten met plantaardige en organische motieven, verstrengelde lijnen, afdrukken, een kronkelig pad naar zichzelf toe. Een oneindig aantal paden, vezels en groeven, uitgesneden in levendige en rustgevende natuurtinten.

Philippe Waxweiler

De kunstenaar weigert banaliteit en gaat er prat op dat hij doet wat hij wil. Zijn scheppingen springen met beide voeten in de wereld van betovering, dagdromen, het spel van licht en textuur, humor en ironie.

Moshi Moshi

Philippe Knoops creëert getufte, geknoopte of geweven tapijten, vlak of in reliëf, unieke stukken of in beperkte oplagen, die totaal niet alledaags zijn. Een knotsgekke tekening, net zo overdadig als meesterlijk, in een nogal stedelijke, stripachtige stijl die er vrij en uitgelaten uitziet.

Françoise Gresse

Als schilderes, beeldend kunstenares en binnenhuisarchitecte creëert zij diepe, getextureerde en boeiende ontwerpen, waarbij zij zich uitdrukt door middel van repetitieve geometrische plantenmotieven, met een voorliefde voor natuurlijke tinten, Chinese kalligrafie en ruwe pigmenten.

EEN TENTOONSTELLING OM TE ZIEN TOT 19 SEPTEMBER

NOOR/PULSE


© Yuri Kozyrev / NOOR

Wij zijn een onafhankelijk collectief van auteurs, journalisten, fotografen, kunstenaars en cineasten. Met integriteit, passie en respect documenteren en onderzoeken wij onze wereld en getuigen we ervan om tot actie te inspireren. Wij vertellen geschiedenissen die een impact hebben op onze mensheid. Met kracht benadrukken wij de macht van ons visuele verhaal om bij te dragen aan een betere kennis van de wereld, sociale veranderingen uit te lokken en ons begrip van de huidige wereld en zijn uitdagingen aan te passen.

 

NOOR, wat Licht betekent in het Arabisch, werd in 2007 opgericht. Met Amsterdam als basis, heeft deze collectief de wil fotografen te verenigen (maar eveneens cineasten, visuele kunstenaars, enz.) die gemeenschappelijke waarden delen om te getuigen van de toestand van de wereld door visuele reportages te maken – die vaak weerklinken als klokkenluiders – en door collectief en actief promotie te maken voor het werk van zijn leden.

NOOR is verenigd door het verlangen samen te werken rond kritische vragen zoals de klimaatwijziging, de overconsumptie, de gedwongen migratie, de toename van het autoritarisme of ook nog het onrecht van het patriarchaat. De onderliggende uitdagingen van de actualiteit grondig trachten te begrijpen, het levendige en het menselijke in het centrum van de vraagstelling behouden, aanklagen om, geconfronteerd met het onrecht, te handelen, zijn enkele van de door NOOR genomen paden.


Alixandra Fazzina, Al-Baida, Yemen, Mei 2007, uit de serie Million Shilling © Alixandra Fazzina / NOOR

In het licht van een fakkel wordt het levenloze lichaam van een man gevonden in het ondiepe water aan het strand van Al-Baida. Uit de bloedsporen rond zijn gezicht blijkt dat hij zwaar werd geslagen voor hij in zee werd gegooid.

De tentoonstelling NOOR/PULSE stelt een overzicht voor van de werken van veertien fotografen van het collectief, terwijl het een van de primordiale ideeën uit het Manifest van zijn oprichting voor ogen houdt : “Some things simply need to be seen” (“Sommige dingen moeten eenvoudigweg gezien worden”), Stanley Greene


Stanley Greene,Tchétchénie, Grozny, Januari 1995, uit de serie Open Wound © Stanley Greene / NOOR

www.museephoto.be

TWEE BOEIENDE TENTOONSTELLINGEN TOT 17 JANUARI 2021

Yves Auquier

L’INSTANT QUI FUIT

De Belgische fotograaf Yves Auquier werd in 1934 in Brussel geboren. Hij groeit op in “le Pays Noir” en ver- trekt daarna naar Brussel waar zijn professionele car- rière start. In 1965 richt hij samen met andere belgische fotografen de groep “Photo Graphie”op. In 1969 wordt Yves Auquier docent aan de Ecole Supérieure des Arts “Le 75” in Brussel. Naast conferenties, geschreven bijdragen aan boeken en tentoonstellingscurator, sticht hij in 1980 ook nog “Le Patrimoine photographique” voor het beheer van de fotocollecties van de staat.

De tentoonstelling “L’instant qui fuit” schetst het par- cours van Yves Auquier. Als fotograaf van het intieme interesseert hij zich voor wat leeft, voor de tijd die voor- bijgaat, voor het vertrouwde en het vluchtige moment. Gedurende heel zijn carrière werkt hij in zwart - wit en op een seriële manier. Minutieus klasseert hij zijn nega- tieven in thematische classeurs en hiervan vertrekkend stelt hij nieuwe overzichten samen. Zijn reeksen publi- ceert hij voornamelijk onder vorm van portfolio’s die hij zelf analoog afdrukt.


Uit de serie Bruxelles 1974 © Yves Auquier

In zijn portfolio Bruxelles, gepubliceerd rond 1970, dompelt hij ons onder in een stedelijk universum : de lichtsaturatie op de wegen, de snelheid, de massa, de alomtegenwoordige beweging. De beelden volgen elkaar op en nodigen uit doorheen de stad te reizen gezeten op de voorste zetel van een auto verloren in het verkeer of zich vastgrijpend aan de verticale stang van een tram.


« Rassemblement wallon », uit de serie Pays Noir 1968-1970 © Yves Auquier

In Pays Noir, zijn eerste boek, gepubliceerd in 1970, schetst hij het portret van de streek van Charleroi. Hij ziet er grandeur en schoonheid terwijl anderen, de inwoners van “Le Pays Noir” inbegrepen, er donkerte en ruïne zien. Hij wil zijn visie overbrengen, deze delen via het beeld, en hij slaagt daarin dank zij de subtiele eenvoud en de gevoeligheid van zijn benadering.

De reeks Les Mineurs, in 1975 gepubliceerd onder vorm van een bundel, plaatst de Mens in het centrum van de foto’s. De eenzaamheid, de camaraderie, de mijn, de donkerte en de hardheid van het werk zijn even zovele onderwerpen van zijn foto’s. Yves Auquier maakt enerzijds spontane beelden terwijl andere meer geposeerd zijn.

Uit de serie Les Mineurs 1972-1973 © Yves Auquier

Peter Mitchell

Nouveau démenti de la mission spatiale Viking 4

In 1943 geboren in Eccles, Greater Manchester, begint Peter Mitchell als tekenaar op het Ministerie van Huisvesting. Enkele jaren later wordt hij toegelaten op het Hornsey College of Art van Londen en vestigt hij zich in Leeds, waar hij werkt als graficus en typograaf. In 1973 vindt hij in een onderneming werk als vracht- vrachtwagenchauffeur en doorkruist hij regelmatig de stad Leeds en beslist hij die te fotograferen. “Nouveau démenti sur la mission spatiale Viking 4” groepeert deze beelden, opgenomen tussen 1974 en 1979, en ontsluiert een stad die zich tracht te handhaven door-heen de economische veranderingen en het bouwen en afbreken dat daar het gevolg van is. Peter Mitchell fotografeert de kleinhandel, de verwaarloosde winkel- panden, de mislukte bedrijven en de gewone mensen van wat eerder een arbeidersklasse is. Geen ironie noch minachting in zijn beelden; wel integendeel, op een zeer formele manier gefotografeerd met de hulp van een trapladder, poseren de eigenaars of de bedien- den er voor hun handelszaak en toont Mitchell hen als helden van een modern sprookje.


“Edna, George en Pat. Zaterdag 30 april 1977. Middag. Waterloo Road, Leeds. Drie vrolijke slagers die de vandalen en het onweer trotseren.” © Peter Mitchell / RRB Photobooks

Die foto’s van Leeds vormen uiteraard een bijzondere echo van de industriële land- schappen van de stad Charleroi. Maar welk is het verband tussen beelden en een ruimtemissie Viking? De britse humor ? Inderdaad, Peter Mitchell wordt geïnspireerd door de samenzweringstheorieën die toen in zwang waren en presenteert zijn reeks als resultaat van een missie op Mars als reactie op de sondes Viking I en Viking 2, die respectievelijk gelanceerd werden op 20 augustus en 9 september 1974. De foto’s van Mitchell worden toegeschreven aan kleine groene mannetjes die een stad zouden ontdekken met een vergelijkbare indruk als die van de Mens (met een hoofdletter “M”) die de Rode Planeet ontdekt.


“ Dhr. en Mevr. Hudson. Woensdag 14 augustus 1974. 11 uur. Seacroft Green, Leeds. Ik houd van de manier waarop het kraampje tegen de ladder leunt. Ze zijn zopas verhuisd naar een nieuw winkeltje op dezelfde plaats en de kerkgevel wordt opgekalefaterd om beter bij het geheel te passen.” © Peter Mitchell / RRB Photobooks

www.museephoto.be

MODE IN KNITWEAR

Begin dit jaar sleepte het knitwearmerk ‘Valentine Witmeur Lab’ een van de twee prijzen van het Fashion Programme 2020 van Wallonie-Bruxelles Design Mode in de wacht. Een verdiende beloning voor een exemplarisch parcours !

 


© Victoria Nossen

De knitwearcollectie van de Brusselse Valentine Witmeur wordt vervaardigd van kwaliteitsvol Italiaanse wol, in een familiaal atelier in Portugal. De collectie is een heuse weerspiegeling van haar eigen uitstraling : beweeglijk en spraakzaam ! Basic items in één maat, die soepel en comfortabel aanvoelen en grappig en vrouwelijk ogen. Naar smaak te combineren !

Tempo prestissimo

Valentine Witmeur is een jonge vrouw die je goed moet volgen. Om te beginnen spreekt ze uitermate snel, wel 300 woorden per minuut, en dat is een hele prestatie ! Dat geldt ook voor haar carrière. Na haar studie aan het IHECS (Brussel), een master in Italië in luxemanagement en mode, een stage in de conceptstores van het huis Smets, een korte passage in de bijlage Lifestyle van de krant ‘Le Soir’, waarvoor ze de Victoires de la beauté organiseerde, kreeg Valentine zin om ‘haar eigen ding te doen’, zoals ze zelf vertelt. En haar eigen ding, dat was haar eigen merk. De eerste collectie zag het licht in 2016. “Ik wilde geen volledige collectie lanceren : dat is te ingewikkeld, te duur en te riskant. Ik begon met zes gebreide truien, vervaardigd in Italië in kleine hoeveelheden. Een test als het ware. Die eerste collectie deed het lokaal erg goed, en er volgde dan ook een tweede, en een derde. Inmiddels zit ik al aan mijn elfde collectie ! ” Een succes dat Valentine grappig lijkt te vinden. Haar uitdaging ? Zich seizoen na seizoen blijven heruitvinden zodat de klanten haar nooit beu worden en hun toevlucht niet hoeven te zoeken tot fast fashion en impulsaankopen.


© Micha Margo

One size, dat werkt !

De zomercollectie 2020 innoveert met de introductie van oversized hemden van satijn (betaalbare variant van zijde) die perfect kunnen worden gecombineerd met de pulls of broeken uit de collectie.

Ik heb de zomercollectie samengesteld met mezelf in het achterhoofd. Ik speel graag met kleding met verschillende texturen. One size blijft behouden, en dat werkt eerlijk gezegd erg goed ! Onze klanten houden van het principe en de winkels hoeven geen risico te nemen, want de modellen passen iedereen. Er wordt slechts 3 % teruggestuurd via onze website.

Internationale erkenning

Valentine mikt op internationale uitbreiding en erkenning van het merk. Vandaag is haar merk vertegenwoordigd in acht landen, waaronder Nederland, Frankrijk, Duitsland, de VS en Zuid-Korea. 70 % van haar omzet is afkomstig van de Belgische markt, waar ze veertien verkooppunten heeft. “Meer willen we er niet ! Zowel hier als in het buitenland willen wij ons graag positioneren in het high-end-gamma waarvan wij de basisitems aanleveren. We willen het merk hogerop brengen, dat is essentieel.


© Elodie Gérard

“ Waarom de eerste prijs Wallonie Bruxelles Design Mode ? In slechts vier jaar tijd ben ik er, samen met mijn vennoot Arthur Spaez, in geslaagd mooi werk af te leveren, met een sterke internationale uitstraling en positionering. Dat wordt gewaardeerd en beloond.”


‘Biokleding’

Voor Valentine Witmeur is de Covid-19-pandemie een noodsein. “De modesector is de tweede meest vervuilende sector ter wereld. Dat moet veranderen. Net als ook voor hun voeding willen de mensen steeds meer transparantie over de manier waarop hun kleding wordt vervaardigd. Als je een trui verkoopt voor 39 euro, dan betekent dat altijd dat er iemand wordt uitgebuit in de productieketen. In vergelijking met die middelmatige kwaliteit, worden wij gezien als duur (vanaf 215 euro per trui). Het is een investering waarover je nadenkt. Ik wil graag dat de mensen minder kopen, maar beter. Mijn kleding is Made in Europe en afkomstig uit het korte circuit. De zomercollectie 2021 zal een breuklijn vormen in mijn werk. Ik ben van plan om 80 % biologische wol, gerecycleerde en biologische garens, te gebruiken. Dat zal een grote stap vooruit zijn. We moeten allemaal verantwoordelijker worden. Ik heb geen keuze meer en het maakt deel uit van mijn waarden.

Covid-19, een rem op de overconsumptie

Het seizoensritme van de mode is hels. “Op dit moment werken we aan en investeren we in de ontwikkeling van de zomercollectie 2021, terwijl de wintercollectie 2020 pas over een paar maanden in de winkels ligt. Ik sluit nu af wat over een jaar uitkomt en wat in september van dit jaar had moeten worden getoond op de Fashion Week in Parijs.” Door Covid-19 wordt de tijd even bevroren, en dat vindt Valentine niet eens zo erg, al moet ze zich erdoor wel heruitvinden. “Alle schijnwerpers waren gericht op de modesector, omdat die niet ecologisch genoeg werkt. We zetten aan tot overconsumptie, sommige merken maken tot acht seizoenen per jaar … dat is niet langer mogelijk, het is belachelijk en het moet trager. De pandemie stuurt ons de goede kant uit. We moeten afstand nemen en minder produceren.

“ We moeten allemaal verantwoordelijker worden. Ik heb geen keuze meer en het maakt deel uit van mijn waarden.”


www.valentinewitmeurlab.com

DE VOORNAAMHEID VAN HET VLINDERDASJE

In de natuur houden we van hun onhandige vlucht en lentekleuren. Als we ze om onze hals dragen, brengen deze zijden vlinderdasjes een heuse metamorfose teweeg.

 

We hebben het hier niet over rupsen, geen zorgen ! Een vlinderdasje is een beperkte stilistische ingreep, maar wie er eentje draagt, stelt zonder fout vast dat zijn of haar aantrekkingskracht toeneemt. In die mate zelfs dat politieke of openbare figuren van het vlinderdasje hun visuele identiteit, ja zelfs hun handelsmerk hebben gemaakt !

Een Manneken-Pis van chocolade !

Stéphanie Dewitte, 40 jaar oud, is afkomstig uit Roubaix en woont in Estaimpuis. Ze werd geboren in een familie die al vijf generaties modeontwerpers en couturiers voortbrengt. Toch kwam ze in het vak terecht via een omweg, namelijk een chocoladen beeld van twee meter hoog. Met die exuberante Manneken-Pis zette ze zich op de kaart en creëerde ze heel wat buzz ! “Dankzij die uitdaging kreeg ik meer vertrouwen in mezelf”, vertelt ze. “Ik wilde graag mijn eigen activiteit vinden, en dat is gelukt. Ik koos voor een heel speciaal modeaccessoire : het 

Geklapwiek dat het verschil maakt

Het vlinderdasje is niet echt een obsessie, maar ik liep er al wel een tijdje over na te denken. Toen ik mijn chocoladen Manneken-Pis maakte, droeg ik al schorten waarop ik vlinders had ‘vastgemaakt.” Een poëtische toets, een leuk en creatief ‘folietje’. “Vervolgens liet ik mijn merk registreren en maakte ik een mannen- en vrouwenversie van het accessoire. De vrouwelijke versie is kleiner, met wat meer fantasie, soms wat strass, maar ik moet toegeven dat vrouwen nog niet vaak een vlinderdasje durven te dragen. Het accessoire wordt nog al te vaak als iets exclusiefs mannelijks gezien. Dat is jammer, want het staat chic, en een basic outfit wordt er meteen bijzonder door.

“ Zijde is een uitzonderlijk materiaal, met eigenschappen die te weinig bekend zijn. Ik maak er ook ascot-dassen voor heren van. Een stukje stof dat warmte en bescherming biedt.”

 

Drie soorten

In verschillende verkooppunten in België en Frankrijk kan de clientèle kiezen tussen drie soorten vlinderdasjes, hoofdzakelijk van zijde, unieke stukken of in beperkte oplage : het effen basisexemplaar, de moderne vlinderdas met print, en de individuele optie die kan inspelen op specialere wensen, met doodskoppen bijvoorbeeld, of van papier, in een zilveren of gouden uitvoering … Er is voor elk wat wils.

Er worden de klanten drie soorten vlinderdasjes aangeboden : het effen basisexemplaar, het modernere met print en het buitenissige.


www.stephaniedewitte.com

EEN TENTOONSTELLING OM TE ZIEN TOT 20 SEPTEMBER

René Magritte

DE ONTHULDE BEELDEN

De ontdekking van de foto’s van René Magritte in de jaren‘70, tien jaar na het overlijden van de schilder, heeft een nieuw licht geworpen op zijn creatieproces en de nauwe banden die hij heeft met “het mechanische beeld”, het zij fotografisch of cinematografisch. Sindsdien zijn andere beelden, afkomstig uit albums van zijn verwanten, opgedoken die de studie van de relaties schilderkunst-fotografie in het oeuvre van René Magritte vervolledigen, maar eveneens de invloed van de film, een kunstvorm waarop Magritte dol was, zoals ook op de populaire literatuur.


René Magritte schildert La clairvoyance, Jacqueline Nonkels (fotograaf), Brussel, 4 oktober 1936

Samengesteld uit 131 originele foto’s, de meeste gemaakt door René Magritte, en een hoofdstuk met zijn amateurfilms waarin hij zichzelf met zijn medeplichtigen in scène zet, bevraagt de tentoonstelling “René Magritte. Les images révélées” de verhouding van Magritte tot het mechanische beeld door verbanden met zijn werk te schetsen, terwijl zij bovendien een intieme Magritte onthult.


L’Ombre et son ombre, Georgette en René Magritte, Brussel, 1932

Deze tentoonstelling vertrekt van drie grote privé collecties, samengesteld door gepassioneerden die in de loop der jaren foto’s verworven hebben, van de collectie van het Musée de la Photographie en van het Fonds J. Nonkels dat er gedeponeerd werd. Zij vertelt evenveel over de schilder als over de gebruiker van fotografie. Men ziet er het familiealbum van Magritte met foto’s uit zijn kindertijd, beelden van zijn ouders en echtgenote. Vervolgens ziet men de intellectuele familie van de schilder, degene die hem gevoed heeft, de groep Brusselse surrealisten die vanaf 1925 de ontwikkeling van zijn oeuvre ondersteunden. De tentoonstelling toont eveneens een René Magritte als grappenmaker, terwijl hij speelt en zich amuseert met zijn medeplichtigen. Tenslotte vindt men er de foto’s terug die als model dienden voor zijn schilderijen en degene die hij nooit gebruikt heeft. Misschien de meest creatieve van Magritte die zich niet meer fotograaf beschouwde als dat hij schilder wilde zijn …

Le Bouquet Georgette en René Magritte Brussel - Esseghemstraat, 1937

De tentoonstelling onthult ook de invloed van de film op de kunstenaar, de surrealisten zijn immers opgegroeid met de Zevende kunst.

www.museephoto.be

  • /

Twee boeiende tentoonstellingen tot 10 mei 2020

Diana Matar

My America

Eind 2015 begint de fotografe Diana Matar de plaatsen op te zoeken waar de politie burgers gedood heeft. In haar studio maakt zij gedetailleerde kaarten en verzamelt informatie over elk dodelijk geval van politiegeweld dat de voorbije twee jaren gebeurd is. Diana Matar wijdt dan twee jaar aan rondreizen en aan het fotograferen van de meeste van de 2.200 sites waar die moorden hebben plaats gevonden.

Alhoewel haar foto’s een eerder klassieke stijl hebben, gebruikt zij nochtans enkel een iPhone. Zij verduidelijkt het zo : “Zonder smartphones zouden wij niets weten over de moorden van de politie. De mensen zijn die beginnen te gebruiken om het onrecht te documenteren en het te delen via het web. Ik dacht dat het belangrijk was om dezelfde methode te gebruiken bij het realiseren van deze stilstaande beelden.

Voor het Musée de la Photographie heeft Diana Matar een selectie gemaakt van 99 beelden uit een geheel van 300. De schaal van het project getuigt van die van het probleem, maar vereist ook dat men elke gedode persoon herdenkt. De titel van elke foto herneemt enkel de naam, de geboorte- en sterfdatum, en de stad waar de persoon gedood werd.

“Voor mij vertegenwoordigt elk beeld van “My America” niet enkel een gewelddaad, maar ook het verlies van een individu – een individu met een familie. Het is daarom dat ik geen angst heb een zekere schoonheid in die voorstellingen te gebruiken, een concept dat neigt naar de controverse bij de weergave van geweld.”


Laurence Bibot

Studio Madame

Sinds enkele jaren, bij het begin van de televisiearchieven, heeft Laurence Bibot een reeks korte video’s gerealiseerd die vrouwelijke archetypes vertolken, shampoomeisje, schooldirectrice, nimfje, huisvrouw ouder dan 50 jaar, depressieve of geëxalteerde vrouw, maar ook gekende personages, Barbara, Juliette Gréco, Sœur Sourire of recenter Amélie Nothomb, van wie de vervaardiging van de hoge hoed een grote vindingrijkheid zal vereist hebben.

Hier gaat het niet meer over imitaties maar over playbacks. Laurence Bibot reproduceert het bewegen van de lippen van de geïnterviewden van wie zij het kostuum en de decorelementen heeft overgenomen. Tot nu toe enkel vertoond via de sociale media, zullen deze video’s voor de eerste maal getoond worden in het Musée de la Photographie.

Pruiken, sjaals, anachronistische brillen, bloemrijke bloezen of Chanel pakjes, zullen op de afspraak zijn van die parodieën waarbij men soms enige moeite moet doen om de actrice
te herkennen.

Musée de la photographie
Avenue Paul Pastur, 11
6032 Charleroi

www.museephoto.be

Openbare bibliotheekproject in het kader van een onderzoek naar de revalorisatie van de stad Borlänge (Sweden) - Herinterpretatie van de klassieke stijl gemengd met de lokale stijl die bekend staat als “Swedish Grace”.

Nadia Everard, afgestudeerd in architectuur, reist door Europa om er de kiemen van een esthetische renaissance te vinden. De jonge vrouw houdt een krachtig discours over hedendaagse architectuur en stelt voor om opnieuw aansluiting te vinden met duurzame, traditionele en populaire architectuur.

 

Nadia, vierentwintig en temperamentvol, groeide op in Ambly (Ardennen) waar het familiedomein haar herinnert aan een rustieke en tedere vrijplaats. Was het door het beklimmen van de oude balken van het ouderlijk huis dat ze de smaak voor het beroep van architect te pakken kreeg? Niet echt. De passie voor gebouwen kwam er, vertelt ze ons, door het tekenen en schilderen. “Tekenen uit de vrije hand is essentieel voor mijn werk omdat het geen grenzen kent behalve die van de ruimte van het blad en mijn eigen verbeelding. Als een gebouw uit een tekening wordt geboren, is het per definitie ontroerender, idealer en vrijer dan wanneer het uit een computer ontstaat.

De architect? Een groot filosoof!

Sommige beslissingen laten ons nieuwe dimensies van het leven ontdekken. Voor Nadia was het de beslissing om haar Master of Architecture

in Engeland te voltooien. Aan de overkant van het Kanaal ontdekt ze dat architectuur niet alleen een technische discipline is, maar ook een wetenschap van de geest, een authentieke opvatting van de wereld. “De architect is een filosoof-koning! Hij kan de wereld creëren en zijn opvattingen daar laten regeren. En die grote macht geeft hem een grote verantwoordelijkheid: die van het verlengen van de schoonheid van de wereld.” Er zijn echter valkuilen, zoals Nadia in een artikel verklaarde dat gepubliceerd werd door Le Monde Diplomatique. “Architecten kunnen twee zonden begaan. De eerste is de zonde van hoogmoed, als ze geobsedeerd zijn door het idee om hun stempel op de stad te drukken, als ze bouwen zonder oog te hebben voor wat er voorheen was. In dat geval verbetert hun bijdrage aan de algemene architectuur de steden niet zoals het hoort. De andere is de zonde tegen de creatieve geest: als ze zich laten domineren door de tools die ze gebruiken, de architectuursoftware, die nu volstaat om de plannen van een standaardgebouw in één twee drie te tekenen”.

“Dit is het bewijs dat we door het bouwen van harmonieuze steden, met respect voor de lokale stijlen die hun inwoners niet bruuskeren, noch qua grootte, noch qua aantal, iets bereiken dat de formele schoonheid ver overtreft: welzijn.”


De Ronde Tafel

Nadia Everard, die in België gevestigd is, werkt aan de oprichting van een adviesbureau voor stadsplanning dat al de naam de Ronde Tafel draagt, een verwijzing naar de eenheid waarvan de architectuur de standaard moet zijn. “Overheidsinstanties en projectontwikkelaars zijn de sleutel tot een beslissende doorbraak in stedenbouwprojecten. Vaak vertrouwen ze mij toe in onze discussies dat ze moeite hebben om een algemene visie na te streven, om hun projecten te vullen met de menselijkheid die steden eeuwige architectuur verleent. Het doel van de Ronde Tafel is om hen te adviseren over het pad van krachtige, populaire en duurzame actie ten dienste van de renaissance van stadsplanning.

Respect voor de habitat van de mens

Pas afgestudeerd kan Nadia niet wachten om eraan te beginnen. “Ik heb hard gewerkt om mijn hand te laten stoppen met trillen wanneer ik mijn eerste plannen ga ondertekenen.” Tot nu toe tonen haar projecten een voor de hand liggende finesse, een scherp bewustzijn van populaire en historische aspecten van architectuur en de link die een stijl, een plaats, een tijdperk kruist.

De jonge vrouw voltooide trouwens ook haar studies door te leren over klassieke en traditionele architectuur. “De ontdekking van de regels van de klassieke architectuur, beperkte mijn werk helemaal niet, het gaf me veel gemak. Het classicisme structureert mijn manier van bouwen, het geeft me esthetische benchmarks en verhoudingen, en het laat me vrij om te bouwen zoals ik wil, of liever, zoals de bewoners het fijn vinden!”

Populaire architectuur beoefenen komt in de eerste plaats neer op respect voor de huizen van mensen, zegt ze. “Ik wil niet zeggen dat het heilig is, maar steden kunnen - moeten - veranderen, maar alleen als ze hun esthetische eenheid behouden. Of je het nu leuk vindt of niet: torens zien groeien waar ooit een landhuis stond, is een trauma.” Nadia noemt als voorbeeld Poundbury (Verenigd Koninkrijk), een stad die oprijst onder de impuls van Prins Charles in een traditionele Engelse stijl. “Poundbury is ongeëve-naard populair bij zijn inwoners en heeft recordtevredenheidsscores behaald. Ik geloof graag dat architectuur er iets mee te maken heeft.

[email protected]
Instagram: @natyganeve

Een architecte - fotograaf


Sousse, Tunesië, 2017

De daden van de vrouw worden gestuurd door vrijheid. “Toen ik naar de universiteit ging, begreep ik al snel dat de dogmatiek daar wijdverbreid was: bepaalde ideeën konden niet in vraag worden gesteld, bepaalde auteurs waren goeroes ... We werden aangespoord innovatiever, moderner, moediger te zijn! En wat hebben we gedaan met het millennium aan architectuur dat ons voorafgaat? Niets. Geschiedenis, tradities, beproefde technieken ... weg ermee!

Naast haar studie, richt ze zich op fotografie. Met een bescheiden apparaat reist ze door bouwplaatsen in Brussel en elders. “De foto's van bouwplaatsen waren mijn eerste protesten, een manier om te zeggen: wacht even, kijk wat ze met onze steden doen!” Haar foto's tonen ons ruwe vormen, betongrijs van kleur, enorme doeken waarachter de kranen het stedelijke weefsel insnijden, steigers, rauwe gevels en gapende gaten.

Geleidelijk aan krijgt de jonge vrouw naam in de wereld van artistieke en architecturale fotografie. Haar Instagram-account, gevolgd door zo'n veertienduizend mensen, wordt een plaats van een verhelderende discussie waarin architecten, vaklui, promotors, studenten of nieuwsgierigen samenkomen. We becommentariëren, bekritiseren en geven onze mening over de evolutie van de steden. “Het was daar dat ik besefte dat het architecturale debat niet beperkt moest blijven tot de muren van de universiteit, maar dat het iedereen moest betreffen omdat het iedereen aangaat”, zegt ze. Het succes viel al snel op bij bouwbedrijven. “Ik moet zeggen dat ik verrast was toen een bedrijf me een eerste fotocontract op zijn bouwplaatsen aanbood.” Zeer snel liepen de contracten binnen, net als expositievoorstellen (InsideOut Gent, Londen).

Nu werkt Nadia aan een foto-essay over de hedendaagse Russische traditionele architectuur.

Chanel Kapitanj

Laspost, aardingsklem, slijpmachine, slijpschijf, lintzaag … Welkom in de creatieve wereld van Chanel Kapitanj, een jonge ontwerpster van decoratieve metalen meubels. Ze kreeg de titel “Talent de Wallonie 2019” in de categorie ambacht. De 27-jarige Luikse had, eind april, op het meubelsalon te Milaan, op de eerste lijn moeten staan.


Chanel Kapitanj is net verhuisd naar Sambreville waar ze te midden van haar nieuwste meubelcreaties woont. Als aanhangster van “less is more”, wil ze van haar huis een showroomworkshop maken, een ervaring voor haar bezoekers die ze direct confronteert met haar minimalistisch geïnspireerde creaties. Niets opzichtigs, maar pure en sobere lijnen die onze ogen strelen, zoals het boekenrek in de woonkamer dat op buisvormige poten is gemonteerd. Het is aan de muur van de eetkamer bevestigd en bestaat uit vier metalen planken met afgeronde vormen. Een heerlijk ontwerp met schitterende poederachtige reflecties. Ertegenover staat een messing-kleurige tafel.

De jonge Venetiaans blonde vrouw met licht opgemaakte ogen verdeelt haar tijd tussen haar atelier dat een deel van de garage en de kelder in beslag neemt, de werven die ze afwerkt voor een architectenbureau en haar deeltijds werk als lasinstructrice voor de IFAPME van Namen en Dinant.

Verkozen tot Waals talent 2019 in de categorie ambacht, heeft de Luikse ontwerpster al verschillende prijzen gewonnen. In Nederland won ze op de wedstrijd 2017 van het merk Pastoe met haar schets van “het dressoir van de toekomst” die ze had uitgedacht. Bij de Blue Stone Awards van de steengroeven van Henegouwen behaalde ze de overwinning met haar project rond demonteerbare scheidingswanden en stalen banken waarin ze blauwe steen integreert.

Een draaier-frezer als vader en een moeder in de mode

Al op zeer jonge leeftijd raakte Chanel geïnteresseerd in decoratieve objecten en meubels. Na artistieke studies in het secundair waar ze leerde tekenen, begon het jonge meisje een master in industrieel ontwerp aan het ESA Saint-Luc, in Luik. Die studies voltooide ze met een opleiding tot lasser. Haar vader was een draaier-frezer in de bewapeningssector bij het arsenaal van Rocourt. Daar ontdekte ze het mannelijke universum van de staalbewerking. Haar door mode gepassioneerde moeder werkte in de prêt-à-porter. Die twee werelden konden niet mooier samenkomen dan in het ontwerp van voorwerpen. “Meubels, dat was meteen duidelijk”, zegt ze. “Ik zag mezelf geen auto's of mobiele telefoons ontwerpen.

De jonge vrouw wil zichzelf niet beperken tot binnenhuisinrichting; straatmeubilair interesseert haar net zo veel. Ze zou graag banken of schermen voor de openbare ruimte heruitvinden. Chanel wil ze niet alleen op papier ontwerpen, ze wil gaan tot de derde dimensie. “Omdat ik van volume hou”, zegt ze. Haar handen geven de modellen vorm: kaptafel, kruk, opbergruimte. Ze heeft er plezier in.

Chanel Kapitanj verdeelt haar tijd tussen haar atelier dat een deel van de garage en de kelder in beslag neemt, de werven die ze afwerkt voor een architectenbureau en haar deeltijds werk als lasinstructrice voor de IFAPME van Namen en Dinant.


Gefascineerd door lassen

Voor haar creaties gebruikt ze verschillende technieken. Etsen inspireerde haar bijvoorbeeld tot een metaalplaatbehandelingsproject dat elk stuk uniek maakt. Ze gebruikt ook bichromatage, dat buiten wordt uitgevoerd: de elementen van haar installaties worden gedrenkt in een bad dat ze beschermt tegen corrosie terwijl ze een gouden uitstraling krijgen, met een blauwgroene weerschijn. Roesten, schilderen, vernissen, monteren: ze bespeelt alle aspecten, zonder af te wijken van de soberheid. Zodra de plannen zijn opgesteld, worden de metaalplaten, platen en buizen vóór hun verwerking naar Luik gestuurd om te worden uitgesneden. Ze worden vervolgens geassembleerd in de werkplaats. Ze houdt ervan materialen te mengen, zoals staal, gepolijst roestvrij staal en messing, maar heeft nog geen aluminium getest. Als ze haar kans zou wagen in de smidse, dan kon ze dat zeker ook. Lassen fascineert haar, opent oneindige horizonten.

Zoals elke zichzelf respecterende kunstenaar heeft Chanel (p)referenties. Philippe Starck, niet zozeer voor haar. De Luikse haalt eerder inspiratie bij Dieter Rams, een hedendaagse Duitse ontwerper die de tien principes van wat hij 'goed ontwerp' noemt, oplijst: innovatie, gebruiksgemak, esthetiek, soberheid, eerlijkheid, ecologie, duurzaamheid, minimalisme, veeleisendheid, intuïtiviteit. “Minder, maar met de beste uitvoering”: dat is de handtekening van Chanel Kapitanj, die al van haar passie kan leven.

Haar droom: uitgegeven worden

Met zes andere kunstenaars werd Chanel gekozen om de stand “Belgium is design” op dat Meubelsalon te leiden. Ze is zich bewust van die buitengewone kans om deel te nemen aan deze mondiale van designmeubels. Het professionele kruim wordt verwacht, te beginnen met uitgevers die op zoek zijn naar nieuw talent om hun collecties uit te breiden. Voor deze “Salone del mobile” ontwierp ze een rek, een fauteuil en een lamp. Indien het salon plaatsvindt, zullen ze tentoon worden gesteld (1). “Het zou een droom zijn om te worden uitgegeven”, zegt ze. Niet door een kaskraker zoals de Zweedse reus van pakketmeubels, maar door een van de grote namen in high-end design.”

 


(1) Op het moment dat we ter perse gaan, werd het voor 21 tot 26 april geplande Meubelsalon twee maanden uitgesteld (van 16 tot 21 juni).

met een knipoog! 

Design is tegenwoordig een discipline die erkend wordt om haar dienstbaarheid. Een designer is een creatieve vernieuwer die een bepaald doel wil dienen. Wij spraken met Céline Poncelet uit Eigenbrakel, die als designer-interieurarchitect verbonden is aan Atelier Blink (Anderlecht) en daarnaast les geeft aan de École de la Cambre.

 

Céline Poncelet

Bent u de nieuwe ‘toverfee’ die haar huis in een oogwenk een ander interieur geeft?

U zinspeelt vermoedelijk op het woord ‘blink’. Helaas heb ik meer tijd nodig dan een oogwenk om mijn projecten tot een goed einde te brengen! De naam Atelier Blink wil zeggen dat achter de eenvoud in mijn werk altijd een bepaalde ‘twist’ zit: een draai die tot uiting kan komen als een staaltje van humor of poëzie of als een verhaal dat verband houdt met het gebruik of de plek. Het werk van Atelier Blink berust op onderlinge afhankelijkheid en samenwerking en bevindt zich op het raakvlak van industriële vormgeving, architectuur, decorontwerp, kunst enz. Om een unieke plek te creëren, moet je een verhaal vertellen en dat vloeit voort uit de ruimte, de architectuur, de wijk en het gebruik. Het concept moet in een specifieke context passen. Dat is ook de reden waarom ik graag samen met wijkbewoners, scholen en andere belanghebbenden projecten opzet, zoals die in Jette, Sint-Joost-ten-Node en ‘La Condition Publique’ in Roubaix.

“Ik houd van uitdagingen. Dat is voor mij een drijfveer om heel gevarieerde projecten aan te nemen. Bij het decorontwerp voor exposities is er sprake van een interessante kruising tussen verschillende disciplines, tussen de begrippen ruimte en decor en de presentatie van de werken. In België liggen de kansen helaas niet altijd voor het oprapen.”

 

Is uw beroep het gevolg van een roeping?

Ik heb altijd de behoefte gevoeld om dingen via kunst, tekeningen en video’s onder woorden te brengen. Op mijn vijftiende schreef ik mezelf in voor een avondcursus tekenen. We kunnen dus wel spreken van een roeping! Atelier Blink is een resultaat, maar geen eindstation. Mijn werk verandert voortdurend. Ik ben begonnen met het tekenen van voorwerpen die bestemd waren om te worden uitgegeven. Het ging om ontwerpen ‘zonder context’, zoals meubilair of behang, die bedoeld waren om uitgegeven en in elke willekeurige ruimte geïmporteerd te worden. Gaandeweg vond ik dat soort onderzoeken steeds minder logisch. Het tekenen van een stoel om weer een stoel aan te treffen in een winkel, was voor mij niet meer interessant. Wanneer ik tegenwoordig een meubel ontwerp, doe ik dat in een dwingende en duidelijke context, zoals een locatie, een doelgroep of een technisch kenmerk, en niet meer uitsluitend om een uitgever te vinden, zodat het in een winkel wordt verkocht.

Céline Poncelet

Is dat wat functioneel of gebruiksmatig design wordt genoemd?

Of ik nu voorwerpen of ruimtes ontwerp, mijn antwoorden zijn altijd functioneel. Ik zoek naar algemene oplossingen die aan de behoeften van de gebruikers zijn aangepast. Het design moet dienstbaar zijn, maar de esthetische, ecologische en andere nevenaspecten zijn ook essentieel.

Kunt u een voorbeeld geven?

Het Préhistomuseum in Ramioul, een superinteressant project waarvoor Atelier Blink is ingeschakeld om samen met een architectenbureau (AIUD) het interieurontwerp en de bewegwijzering van de bezoekersruimtes, waaronder de receptie, de shop, de cafetaria en het restaurant, te verzorgen. Een boeiend project, waarvoor we veel van gedachten hebben gewisseld met alle betrokkenen. En daarbij roerden we soms praktische problemen aan. Hoe gaan de bezoekers door de ruimte lopen? Waar moet de kassa komen? Deze vragen lieten ons nadenken over de manier waarop de bezoekers de ruimte zouden vullen en de antwoorden waren zowel van invloed op de te ontwikkelen bewegwijzering als op het ontwerp van de meubels en hun opstelling, op basis van de eisen en de sfeer die ze moesten uitstralen.


In het kader van de vernieuwing van het Préhistomuseum in Ramioul kreeg Atelier Blink de opdracht om de ontvangstruimtes in te richten en speciale meubels te ontwerpen die aan de eisen en identiteit van het gebouw voldoen.

Bent u op dezelfde manier te werk gegaan voor Delitraiteur?

Precies, hoewel elk project zijn eigen bijzonderheden heeft. Delitraiteur heeft besloten zijn horizon te verbreden en zich op bedrijfskantines te gaan richten. Atelier Blink heeft voor dat project een Deli-restaurantconcept op basis van de nieuwe arbeidstrends ontworpen. Een plek waar mensen niet alleen komen om te eten, maar ook om te werken, klanten te ontmoeten en zich te ontspannen. Een plek die de waarden en identiteit van het bedrijf uitstraalt. Dit concept wordt naar gelang de behoeften en mogelijkheden aangepast aan elk bedrijf en elke ruimte.

Céline Poncelet
Voor Delitraiteur ontwikkelde Atelier Blink een fictieve ruimte, die daardoor toegepast kan worden in bedrijven die interesse hebben in het concept.

Kunt u ons iets vertellen over een project in verband met de inrichting van een stedelijke ruimte?

In het kader van het KIKK in Namen, een digitaal cultuurfestival, kreeg Atelier Blink in 2018 de opdracht om de bewegwijzering en wegmarkering van het parcours door de stad te ontwerpen en uit te voeren. Het was het eerste jaar dat dit festival een parcours langs deels ongewone plekken in Namen had uitgestippeld. We hadden een modulair, eenvoudig buiten op te stellen en tijdelijk element nodig om de verschillende onderdelen van het parcours te markeren. De installatie werd uitgevoerd door een andere draai te geven aan de pvc-stroken voor vriesruimtes.

 

www.atelierblink.com

Your opinion counts