Waw magazine

Waw magazine

Menu
  • /

Een boeiende tentoonstelling tot 19 januari 2020

SANDRINE LOPEZ. ARKHÊ

SANDRINE LOPEZ

Wat ligt er aan de basis van de foto’s van Sandrine Lopez ? Welk is hun vertrek- en convergentiepunt ? Een fascinatie voor een silhouet, een houding, een gelaat ? Een verlangen om er zo dicht mogelijk bij te komen, de essentie zelf ervan te begrijpen ?

Arkhê toont in een dertigtal foto’s het resultaat van zoektochten, van beklijvende, opwindende, angstaanjagende, maar altijd fascinerende ontmoetingen die moeten uitmonden in een portret, een beeld, met de nacht als gemeenschappelijk punt.

Arkhê, een confrontatie met het lichaam, tegelijkertijd subliem en angstaanjagend, de persistentie van een blik op de afgronden van het zijn.

Sandrine Lopez, Franse fotografe en videokunstenaar, werd geboren in 1982. Zij woont en werkt in Brussel. Na een Master Sociologie in Bordeaux, wijdt zij zich aan de foto- grafie en gaat studeren aan de Ecole Supérieure des Arts de l’image “Le 75” in Brussel. Na haar diploma in 2011 zet zij een onderzoek verder waarbij zij diverse vormen ontleent en ruimtes doorkruist waarin de menselijke figuur centraal staat. Tussen fotografie, video en tekst, deelt zij sinds 2012 regelmatig de vorderingen van haar werk tijdens lezingen die zij geeft in het kader van haar onderwijsopdrachten. Actueel voltooit zij de realisatie van een documentaire film met als titel Demain c’était Dimanche, waarin zij het portret schetst van een man zonder geheugen van wie zij het dagelijks leven heeft gedeeld.

Sandrine Lopez
Uit de Arkhê-serie
© Sandrine Lopez

René Magritte. De onthulde beelden 
Te zien van 25 januari tot 10 mei 2020

Na Melbourne, Hong Kong, Taiwan en Seoul, heeft het ‘Musée de la Photographie’ het genoegen de tentoonstelling René Magritte, Les images Révélées, in België te organiseren onder het commissariaat van Xavier Canonne.

De tentoonstelling bestaat uit 131 originele foto’s, waarvan de meeste werden gemaakt door René Magritte, en uit een hoofdstuk met amateurfilms die hij met zijn kompanen maakte. De tentoonstelling onderzoekt de verhouding tussen Magritte en machinaal gemaakte beelden door het verband met zijn werk te schetsen en een intieme Magritte te tonen.

La marchande d’oubli
©2019-2020,
Charly Herscovici c/o SABAM.

Een droom die uitkwam

arc majeur

Je ziet hem eerst van ver, een beetje vaag. Je wrijft je de ogen uit en wil niet denken dat het misschien de opgegraven resten van de borstkast van een prehistorisch monster zijn. Dan wordt het fenomenale voorwerp geleidelijk beter zichtbaar naarmate de weg omhoog loopt en je de ankerplaats ervan nadert, aan kilometerpaal 99, ter hoogte van Lavaux-Sainte-Anne.
Het is een 200 ton zwaar beeldhouwwerk van cortenstaal, dat het landschap elegant omsluit en waarvan de twee aan weerszijden van de E411 geplaatste bogen elkaar onder die autosnelweg virtueel ontmoeten. Je had dus wel reden om je de ogen uit te wrijven, want het gaat om een kunstwerk en wel om een droom, de droom van de Fransman Bernar Venet, die werd verwezenlijkt op de grens tussen de provincies Namen en Luxemburg, op een van de drukste autosnelwegen van Europa.

Natuurlijk heeft de kunstenaar heel wat kilometers moeten vreten vooraleer hij in ons land een stuk weg vond zonder een of ander gebouw en vooral zonder middenbermverlichting die nadelig zou geweest zijn voor zijn beeld.

Hoewel de op 23 oktober ingewijde Grote Boog het verhaal is van een man en zijn passie, is hij toch ook het resultaat van een overpeinzing die 35 jaar eerder werd begonnen op vraag van Jack Lang, de toenmalige Franse Minister van Cultuur. Vroegere, maar niet uitgevoerde projecten waren gepland geweest voor de groene autosnelwegen in Bourgondië en de Moezelstreek, maar de ontmoeting die Bernard Vernet had met Bernard Serin, de voorzitter van de Cockerill-groep, was beslissend, aangezien die hem aanbood het werk te financieren via zijn stichting en met de hulp van mecenassen, het uit te voeren in zijn werkplaatsen te Seraing en het dan aan het Waals Gewest te schenken als symbool van de eeuwenoude knowhow van die regio.

Kunstwerk, technische uitdaging en menselijk avontuur: de Grote Boog heeft heel wat pijlen!

Drie tentoonstellingen te ontdekken tot 12 mei.

 

L’expérience photographique

Wanneer men de naam van Jacques Meuris voor de geest haalt denkt men eerder spontaan aan de schrijver dan wel aan de fotograaf of de theoreticus. Als atypische figuur in de naoorlogse Belgische culturele kring is hij de auteur van talrijke zowel literaire als poëtische of kritische teksten.

De fotografische ervaring van Jacques Meuris geeft aanleiding tot een consequent œuvre, gevoelig voor de invloeden en ideeën van zijn tijd en meer bepaald, op een duurzame wijze, voor de nieuwe energie die uitgaat van het surrealisme.

Bij het overlijden van Jacques Meuris, in 1993, heeft zijn echtgenote een deel van heel zijn productie en van zijn afdrukken geschonken aan het Musée de la Photographie in Charleroi. De tentoonstelling presenteert de meest gekende of verwachte beelden van Jacques Meuris, maar besteedt eveneens heel wat aandacht aan een selectie van sequenties uit zijn contactafdrukken.

 

Hoewel bewezen is dat slapen een weldadige invloed op de lichamelijke en geestelijke gezondheid heeft, blijft een middagdutje op het werk taboe in onze streken. Toch kunnen mensen op die manier snel hun stressniveau verlagen en eenvoudig hun batterijen opladen. Bedrijven die zo’n powernap aanmoedigen, zien hun productiviteit stijgen.

 

In de ogen van Sophie Geilenkirchen is het middagdutje een wapen tegen burn-outs. Als vurige ambassadrice steekt ze daarom al haar energie in de ontwikkeling van WorkInJoy. Dit op welzijn gerichte totaalconcept is een combinatie van herbronningsruimtes in bedrijven, thematische workshops en een mobiele app met gezondheidstips. De oprichtster van het in Luik gevestigde mkb-bedrijf, die daarnaast les in yoga, tai chi en pilates geeft, is afgestudeerd aan HEC Liège en werkte eerder als HR-directeur bij BEA en als financieel directeur bij Neuroplanet Group en Invest Minguet Gestion. Een ontmoeting met een vrouw die gefascineerd is door menselijke contacten.

Hoe is WorkInJoy ontstaan?

Als workaholic, globetrotter en jonge moeder ontdekte ik de powernaps. Die zeer korte rustmomentjes deden me heel goed en hielpen me om de dag door te komen. Mijn persoonlijke ervaring en mijn verlangen om het welzijn te verbeteren, hebben iets meer dan drie jaar geleden tot het ontstaan van WorkInJoy geleid. Het concept, dat op gezondheid is gericht, was eerst een aanvullende activiteit naast mijn baan voordat het mijn dagelijkse werk werd. Hoewel de trein inmiddels rijdt, blijft het mijn grote uitdaging om de pelgrimsstaf ter hand te nemen en bedrijven te bekeren.

Wat zijn de voordelen van een middagdutje voor bedrijven?

Dat zijn er heel veel! Geschat wordt dat een goed uitgeruste werknemer gemiddeld twee keer minder vaak ziek en zes keer minder vaak afwezig is. Hij is ook 55% creatiever, 12% productiever en 9 keer zo loyaal. Powernaps zijn voor bedrijven een middel om werknemers te behouden en aan zich te binden. Het is altijd rendabel om in je medewerkers te investeren. Naast deze statistieken is het zo dat een werknemer die voldoende slaapt, meer energie en motivatie krijgt, wat uiteraard afstraalt op het team. Soms zijn we allemaal net robots. We zijn vermoeid en blijven dankzij koffie op de been. Met een echte pauze kun je vermoeidheid voorkomen en de dag anders beleven. Het is een positieve spiraal.

Welke diensten biedt u aan?

Met mijn twee medewerksters pas ik de volgende methode toe: inventarisatie van de situatie, analyse op basis van een vragenlijst aan de werknemers, aanbevelingen en implementatie in het bedrijf. WorkInJoy wil een holistische, kant-en-klare en gemakkelijke service op alle niveaus bieden. Zo ontwerpen we ontspanningsruimtes met aandacht voor onder meer inrichting, verlichting, geluid en aromatherapie. In ruil voor een maandabonnement zorgen we voor alles: de kosten zijn dus voor onze rekening. Via een app die we samen met een partner hebben ontwikkeld (en waarvan binnenkort een nieuwe versie uitkomt), kun je in real time zien of de ruimte beschikbaar is en dan een bepaald tijdstip reserveren. Met de verzamelde gegevens kunnen we vervolgens nauwkeurig controleren en rapporteren hoe de ruimte wordt gebruikt. We organiseren ook thematische workshops over bijvoorbeeld voeding en relaxworkshops om mensen te leren hoe ze zich moeten ontspannen. Welzijn en evenwicht vormen altijd de rode draad in al onze activiteiten.

Wat zijn de voorwaarden voor een goed middagdutje?

Dingen loslaten is verre van vanzelfsprekend, zeker op het werk. Daar zijn we vaak het contact met ons gevoel kwijt. Het is belangrijk om je te heroriënteren en naar je lichaam te leren luisteren. Net als dagelijks een bepaalde hoeveelheid groente en fruit eten, kun je dat leren en oefenen. Een middagdutje moet kort zijn, ongeveer twintig minuten, om een oppepper te geven. Het is niet de bedoeling om in een diepe slaap te vallen, maar om je hoofd leeg te maken, contact met je gevoel te maken en op adem te komen. De gekozen ruimte moet daarvoor geborgenheid bieden en nieuwe energie geven. Wij adviseren een ergonomische ligstoel of een zitzak in plaats van een bed. Voor degenen die dat willen, hebben we ook hoofdtelefoons.

Wie zijn momenteel uw klanten?

Onder andere het Centre d’Affaires Natalis, Afelio en Le Pôle Image de Liège. Onze klanten zijn verschillend van omvang en in meerdere economische sectoren actief. Sommige, creatievere sectoren zijn vanouds natuurlijk ontvankelijker dan andere voor dit soort methoden. In kleinere bedrijven is mijn gesprekspartner meestal de CEO en in grotere organisaties de HR-directeur of Facility Manager. Ik spreek hun taal en heb gewerkt in het bedrijfsleven. Dat stelt ze gerust. Een vast gegeven is dat ik onze samenwerking als een langdurig partnerschap beschouw. Het is vooral een menselijke relatie. Om de drie maanden gaan we op bezoek om de vinger aan de pols van het bedrijf te houden. Het contract loopt minimaal twee jaar, maar strekt zich soms uit tot vier of vijf jaar.

Wat kunnen bedrijven doen om het welzijn van hun werknemers snel te verbeteren?

Ze moeten zich eerst afvragen wat ze willen en wat hun prioriteiten zijn en daarbij altijd naar een win-winsituatie streven. Ze kunnen kleine, eenvoudige dingen doen, zoals fruit uitdelen, workshops over mindfulness of voeding organiseren en mogelijkheden tot sportbeoefening bieden. Langzamerhand ontstaat er dan een vriendelijke cultuur zonder schuldgevoel. Welzijn is iets wat zich ontwikkelt. Het wordt niet eens en voor altijd opgelegd. 

Hoe heeft het WorkInJoy-concept zich ontwikkeld?

Onze waaier van diensten is breder geworden. Naast onze relaxruimtes heeft zich een trainingscentrum ontwikkeld. We verzorgen korte en praktische trainingen, bijvoorbeeld in stressmanagement of sofrologie, om snel zo veel mogelijk direct bruikbare informatie aan te beiden. Tijd is geld voor bedrijven! De andere activiteiten zijn verder uitgebreid met evenementen. 

Hoe stelt u zich uw concept over vijf jaar voor?

Er zijn nog veel dingen die ik tot ontwikkeling wil brengen. Ik denk met name aan het verbeteren van change management met een vriendin die coach is. Tussen nu en vijf jaar hoop ik het aantal klanten met vijf te hebben vermenigvuldigd! Omdat in ons model alles reproduceerbaar is, kan ik me ook een franchiser in Frankrijk of een ander land voorstellen.

Wat vindt u leuk aan uw werk?

Ik zou onder geen beding mijn oude baan terug willen, ook al draai ik heel veel uren en verdien ik nog maar de helft! Ik heb me zonder vangnet maar met veel passie en energie erin gestort. Ik houd van mensen. In dit werk heb je leuke ontmoetingen. Als ik zie dat mensen zich ontspannen en zich beter voelen, is mijn dag goed.

www.workinjoy.be

Deze onderneming uit Trois-Ponts is een van de partners van de Francofolies de Spa, waarvoor het de volledige technische regie verzorgt. Jean-Marc Closjans, die sinds 1991 aan het hoofd van het bedrijf staat, is een echte duizendpoot.


Plicploc. Een belgicisme dat iedereen begrijpt : iets wat geïmproviseerd is, ineengeflanst, een rommeltje. Maar om een onderneming die zoveel precisie vergt zo te noemen, dat wijst toch op heel wat zelfspot en zelfvertrouwen.

Soms biedt het lot je een kans aan die je niet mag laten liggen. Sinds 1991 staat Jean-Marc Closjans aan het hoof van PlicPloc, een bedrijf dat de regie backstage van een aantal van de grootste culturele evenementen in Wallonië en daarbuiten voor zijn rekening neemt. Alles begon met de Frères Taloche, een komisch duo, voor wie hij de klank en het licht verzorgde. Al heel snel bouwde hij een stevige reputatie in en liepen de contracten binnen. Niet veel later volgde de Francofolies de Spa, die in 1994 ontstonden naar het voorbeeld van de Francofolies de La Rochelle (1985). Slechts weinig mensen weten dat dit event verwijst naar het Superfrancofête de Québec van 1974. Deze grote momenten van de francofonie bestaan nog steeds en tonen aan dat het Franse chanson generatie na generatie creatief en dynamisch is gebleven. 

Jean-Marc Closjans, die trots is op die referentie, haalt contract na contract binnen en wordt regisseur van de Anthisnoises, het Festival du Rire de Rochefort (23 edities), het Festival du Rire in Luik en de Foire de Châlons-en-Champagne. De trouw van zijn klanten is het beste bewijs van de kwaliteit van zijn diensten. Het merendeel van de technische aspecten voor, tijdens en na de voorstelling, festival of show besteedt hij uit en coördineert hij. Samen met zijn team verzorgt en coördineert hij verlichting, klank, opbouw van het podium, de tent… maar ook de logistiek, uurroosters voor artiesten en technici, werking van de microfoons… Hij controleert de podiumplannen, de planning van de technische interventies, veiligheid van de tenten en canopy’s, plaatsing van de containers, offertes van elke dienstverlener en staat zelfs in voor de catering voor het technisch personeel. PlicPloc neemt de volledige organisatie en coördinatie van het evenement voor zijn rekening.

De podiumberoepen 

Elk evenement in de openlucht vergt een specifieke organisatie vanaf een aantal dagen voor tot een aantal dagen na de voorstelling. Eerst moeten de tenten worden geplaatst en wordt het podium opgebouwd. Die zware structuren bestaan uit bruggen, stellingen, banken en verhogingen. Vervolgens moeten de verlichtings-, klank- en projectie-elementen worden gemonteerd. Tot slot is het decor aan de beurt. Bij dat alles wordt een beroep gedaan op verlichtingstechnici die de kabels plaatsen, de verlichtingsapparatuur installeren en bevestigen, de kabels op de verlichtingsuitrustingen aansluiten, de lichtinstallaties testen, de aansluitingen controleren, het geheel onder spanning plaatsen en de werking van de installaties testen (projectoren, dimmers, console).

De podium- en klanktechnici hebben dezelfde taak. Zij werken samen met de elektro-machinisten, installeren het podiummateriaal en sluiten het aan, en breken het vervolgens met dezelfde nauwkeurigheid ook weer af.

Het opbouwen van een tent is een indrukwekkend gebeuren en vergt doorgedreven technische vaardigheden. Het materiaal moet geladen en gelost worden en vervolgens moeten de onderdelen van de tent, de palen, platen, horizontale raveelbalken enz. op de grond worden gemonteerd. Daarna wordt de vloer geplaatst volgens een vaststaand montageplan. Na elk evenement moeten de opbouwers van de tent de verschillende onderdelen en zeilen schoonmaken en herstellen. Soms moeten ze bepaalde onderdelen zelf vervaardigen. Ze zijn immers in staat om zeilen te versnijden, te monteren, banken te maken, enz. Dat alles gebeurt volgens erg strenge veiligheidsnormen.

 

Plicploc
Mont de Fosse 4
B-4980 Trois-Ponts
+32 487 02 16 27
 
http://plicploc.be/regie/
© Province de Liège - Musée de la Vie

De voormalige Saroléa motorenfabrieken waren ondergebracht in wat nu het Motorium Saroléa is. Dat pand was het toneel van alle technische, sociale en arbeidsontwikkelingen in Herstal. In de loop der tijd heeft de plaats zich ontpopt tot een museum en restaurant met een maatschappelijke doel.

 

De vier lettergrepen Saroléa vormen de grondslag van een dol avontuur op twee wielen. De wanden van het oude gebouw trillen van emotie als ze terugdenken aan de dag van 1850 waarop Matthias Joseph Saroléa zich in deze wijk, toen Hayeneux genoemd, vestigde om er een kleine wapenfabriek te openen. Ook al trotseerde het kleine wapenarsenaal met moeite de Frans-Pruisische oorlog, toch moest het snel zijn koers zien te wijzigen want aan het einde van de 19e eeuw was de fiets in opkomst, die op zijn beurt al snel werd ingehaald door de motorfiets. 

Vanaf 1901 kon je het eerste geknetter van de Saroléa-motorfiets horen in de straten van Herstal. Al snel gevolgd door uitspattingen van vreugde : in 1912 werden er maar liefst 10.000 motorfietsen verkocht. In datzelfde jaar was er ook de overwinning in de motorrace Parijs-Nice en werden er zes gouden medailles binnengesleept in de race Parijs-Luik. In de twintiger jaren stelden de fabrieken Saroléa, FN en Gillet in Herstal meer dan tweeduizend werknemers tewerk. Op Saroléa renden toen de Belgische kampioenen Mineur (1923), Lambert (1935) en Grégoire (1938). Een prachtteam !

Inmiddels is de rust in de wijk teruggekeerd. De sterke groei van de automobielmarkt voor kleine voertuigen (Renault 4 HP, Citroën 2 HP) na de tweede wereldoorlog en de concurrentie van de Japanse motorfietsen, dwongen Saroléa ertoe, na een sterke terugval in de jaren zeventig, om haar deuren te sluiten.

 

Een begeleidingscentrum

Nadat een papierfabriek zich erin had gevestigd, werden de oude gebouwen aangekocht door de AIGS (Association Interrégionale de Guidance et de Santé), waarvan de bestuurders overtuigd waren van de behoefte om er een begeleidingscentrum te stichten. Het ging daarbij om het verhogen van het sociaal-culturele niveau van de bevolking, en meer bepaald dat van kinderen en risicogezinnen, in een dynamiek van gelijkheid, vrijheid en rechtvaardigheid.

Zo bracht de AIGS, onder impuls van haar secretaris-generaal Marc Garcet, een aantal van haar diensten onder binnen de muren van de voormalige Saroléa-fabrieken : ondersteunende diensten (begeleidingscentrum, spelotheek, dagcentrum...), culturele en educatieve activiteiten (tentoonstellingen, wandelingen, kunstgalerijen, conferentieruimte...) en een restaurant met een socio-professioneel doel.

Dit overblijfsel van het rijke, industriële verleden van de regio heet nu Motorium. In het museum wordt de geschiedenis uiteengezet van Herstal en de Saroléa-fabrieken, vanaf 1830 tot op heden, waarbij een parallel getrokken wordt met de geschiedenis van de werknemers, de sociaal-economische omwentelingen van mei 1968, de emancipatie van de vrouw enzovoort. Via een rondleiding - enkel op reservatie – ontdekt u er de werktuigen van de smederijen en wapenwerkplaatsen, de sfeer van de cabarets «Belle Epoque»en de motorfietsen die de roem aan de naam Saroléa hebben gegeven. Naast het museum worden er geregeld tentoonstellingen georganiseerd door de provincie Luik, bibliotheken, en zo meer.

 

De elektrische renaissance 

Met de sluiting van de fabriek in 1973 is het verhaal van de Saroléa-motorfiets nog niet af. In 2009 besloot de tweeling Bjorn en Torsten Robbens, ondernemers en gepassioneerde motorliefhebbers - de laatste won de 24 uur van Le Mans in 2004 - het historische, iconische merk "Demoiselles de Herstal" over te kopen en de productie ervan in een werkplaats in de buurt van Gent opnieuw te lanceren. Hun inzet daarbij was Saroléa nieuw leven in te blazen om hoogwaardige elektrische motorfietsen op de markt te brengen, niet alleen voor racers maar ook voor particulieren. De SP7 (204 pk, 190kg, 270 km/u max.) heeft al een interessant debuut gemaakt op circuits, terwijl er al sinds 2017 een twintig Manx-7 zijn verkocht aan gepassioneerde afficionados in België, Australië, de Verenigde Staten en Thailand... De twee broers hebben de ambitie om in 2019 zo’n 250 motorfietsen per jaar te produceren en een tweede model te presenteren, weliswaar meer 'sport touring‘ en comfortabeler, met een actieradius tot 400 kilometer.

 

Een sociaal en solidair restaurant 

Met het onderbrengen van een restaurant in een oud industriegebouw waar cultuur en gastronomie samensmelten ter gelegenheid van tijdelijke tentoonstellingen wordt aan een belangrijke vraag van de bevolking voldaan. Maar het is nog sterker wanneer dit restaurant een sociaal doel heeft. Het restaurant «Le Saroléa» is immers één van de locaties van het Centrum voor Sociaal-Professionele Integratie (CISP) van de door Wallonië erkende vennootschap Work'inn. Het pedagogische doel van het programma is stagiairs de kans geven in een reële werkomgeving een technische stage of algemene opleiding te volgen, zodat zij een vak aanleren en zich in het beroepsleven kunnen herintegreren. 

Om er te komen moet men een lange gang door waar expo’s van de ArCaché-galerie en tijdelijke evenementen plaatsvinden. Het restaurant ademt de sfeer van zowel de Parijse bistro als de Italiaanse cantinetta. Je wordt er bediend aan een imposante bar waar het cliënteel van stamgasten bestaat uit plaatselijke winkeliers, bekende advocaten, scherpe fijnproevers en mensen die het beroepsherinschakelingsprogramma volgen.

Twee ervaren chefs

Het restaurant wordt gerund door twee vrienden, twee grote namen uit de Luikse restaurantsector met een rijke ervaring : Patrick Marée en Frédéric Pelzer. Alle producten zijn vers en seizoensgebonden en worden door hen geselecteerd volgens hun inspiratie.

We kennen Patrick Marée, met zijn rugbylook en legendarische «glimlach» van Robert Lesenne's restaurants (voornamelijk de Bistrot d'en Face) en zijn eigen Luikse restaurant, «Le Pancione». Afgepeigerd door de onzekerheid in het dagelijkse horecaleven, besloot hij zijn vakkennis door te geven aan mensen die het moeilijk hebben.

Wat streekproducten aangaat, kent de chef het klappen van de zweep. Ook al kan hij je een meesterlijke vertolking van niertjes op Luikse wijze of een bloedworst met plaatselijke compote serveren, samen met een aardappelpuree op Joël Robuchon’s wijze, waagt hij zich ook graag aan Franse streekgerechten zoals een rijkelijke cassoulet of een overheerlijk vijf uur lang gestoofd lamsboutje met boterboontjes. 

Kortom, Patrick is gepassioneerd en heeft een hart voor gastronomie. Hij staat alom bekend voor zijn onthaal. Met vaak dat kleine glimlachje dat lijkt te zeggen : «Als je bij mij aan tafel gaat zitten, word je als een vriend onthaald. Geniet van dit moment en dan zien we wel, basta cosi ! ».

Hoewel de twee kompanen erin slaagden een verscholen juweeltje voor fijnproevers op te zetten, is het aangeraden vooraf te boeken omdat het restaurant slechts 32 zitplaatsen telt. Prijzen zijn schappelijk (alle dagschotels komen op 10 euro) en de porties rijkelijk.

In het restaurant van Patrick Marée en Frédéric Pelzer, wordt je er bediend aan een imposante bar waar het cliënteel van stamgasten bestaat uit plaatselijke winkeliers, bekende advocaten, scherpe fijnproevers en mensen die het beroepsherinschakelingsprogramma volgen.

 
 
 
 
Work’inn asbll
Rue Saint Lambert 84
B-4040 Herstal
+32 4 248 48 18
 

De gebruikelijke regels breken en 100% Waalse meubels maken, dat was de uitdaging die twee neven uit de streek van Luik met succes aangingen en die aan de basis lag van het merk BANDI. In 2017 werd er al een vijftigtal combinaties (tafel en stoelen) verkocht en dit jaar zou de productie moeten verdubbelen.

 

Soms leidt frustratie tot het ontstaan van mooie dingen. Omdat Thomas Crucifix het vier jaar geleden beu was showrooms af te dweilen om banken voor zijn salontafel te vinden, tekende hij zelf het geschikte meubel en liet het door een ambachtsman uit zijn buurt maken. «Ik vond alles ofwel te duur ofwel niet naar mijn zin», legt hij uit. «Ik wilde iets lichts dat uit één stuk bestond». De man is nochtans helemaal geen ontwerper, doch handelsingenieur. Maar iets heel persoonlijks ontwerpen, is verleidelijk. «Al vlug vroegen vrienden en familieleden me waar ik die bank gevonden had. Ze wilden er ook zo een. En bovendien een tafel voor hun terras. Toen vroeg ik me af of er misschien iets te doen viel...». 

Om zijn plan ten uitvoer te brengen, deed Thomas een beroep op zijn neef Olivier Collette, een architect. Beiden vullen elkaar aan. De ene barst van de ideeën terwijl de andere zakelijker is. «Toen er moest worden nagedacht over technische oplossingen voor een grootschalige productie, of toen we sommige lijnen moesten verfijnen om het product te verbeteren en de kosten te drukken, bleken de kennis en kunde van Olivier zeer belangrijk», legt Thomas uit. Er ontstond al snel een ontwerp. Een tafel en een bank die zowel binnen  als buitenshuis konden worden gebruikt. Het BANDI-gamma was geboren. «Een terras met mooie meubelen verfraait alles en geeft persoonlijkheid aan het geheel. Ik kan u verzekeren dat onze witte tafel (de meest verkochte kleur, NVDR) in de zomerzon een prachtig effect heeft!»

In Wallonië gemaakt

Maar beide mannen denken al veel verder. Ze willen dat die creaties betaalbaar en duurzaam zijn en – heel belangrijk – in Wallonië worden gemaakt. «Alles wordt dicht bij ons gefabriceerd en hier niet enkel afgewerkt, zoals bij sommige van onze concurrenten», benadrukt Olivier. «We bevinden ons in een streek, namelijk Luik, die door en voor metaal heeft geleefd. Het gereedschap bestaat en de kennis is er ook nog. Die industrie en dat ambacht moeten opnieuw worden uitgevonden. Waarom iets in het buitenland fabriceren, terwijl we hier een echt potentieel bezitten?» 

Verscheidene maanden lang tekenen, verbeteren en verfijnen de twee neven het concept. Meerdere onderaannemers sluiten zich bij hen aan en brengen ook hun vakmanschap in. «Het is ongelooflijk te zien wat je hier allemaal kunt doen», vervolgt Olivier. «Een voorbeeld: een van onze leveranciers heeft nog een oude pers om platen te plooien. Met die machine kunnen we doen wat we willen. Onze concurrenten hebben die flexibiliteit niet meer». 

Maar al vlug krijgen de neven te maken met de werkelijke toestand op de markt en met de productiekosten in België. Ze laten zich echter niet ontmoedigen, doch passen hun product en hun productiecriteria aan. «Wij bieden industrieel vakmanschap aan», legt Olivier uit. «We moeten voldoende produceren om de kosten te verlagen en tegelijk ‘ambachtelijk werk’ te blijven leveren.» En Thomas geeft meer uitleg : «Het is duidelijk dat 2.500 euro voor een tafel en 1.000 euro voor een bank veel geld blijft. Daarom moeten we een tijdeloos design aanbieden, dat het terras of de tuin echt zal verfraaien. En dat heel lang meegaat!»

De nadruk op kwaliteit

Elke tafel en elke bank van BANDI is gemaakt van aluminium, een materiaal dat in grafisch opzicht even fijn is als robuust in het gebruik. Ook de schildering is van het industriële type en staat borg voor een lange levensduur. «We hebben echt de nadruk willen leggen op kwaliteit. Die verf is zeer sterk. Kijk maar eens hoe sommige minder dure houten tafels er na enkele jaren uitzien. Zoiets willen wij absoluut vermijden», besluit Olivier. 

Vandaag kent BANDI meer en meer succes. In 2017 werd er een vijftigtal combinaties (tafel en banken) verkocht en dit jaar zou de productie dubbel zo groot moeten worden. «Er bestaat een echte trend om bij ons geproduceerde topproducten te kopen», gaat Thomas voort. «Men is er trots op een stuk ‘made in Wallonia’ te bezitten. Het zijn onze klanten zelf die dat zeggen. Ze zoeken plaatselijke producten, zowel voor hun eten als voor de andere aspecten van het dagelijks leven. En wat maakt daar meer deel van uit dan het huis en de inrichting ervan?» 

Vlaanderen overtuigen ?

Een andere reden waaraan het merk zijn succes misschien te danken heeft, is het verkoopcircuit met een korte keten en zonder tussenpersonen. «Met de marge die tussenpersonen nemen, hadden we geen betaalbaar prijzengamma kunnen aanhouden», geeft Olivier toe. «We werken dus anders. De sociale netwerken en de mond-tot-mondreclame zijn vandaag onze beste bondgenoten». En Thomas voegt daaraan toe : «We amuseren ons met een beetje uit de toon vallende campagnes. Als je iemand aan het lachen brengt, win je waarschijnlijk een klant. Maar het is ook heel belangrijk dat die klant de tafel kan aanraken en op de banken kan zitten. Daarom werken we met regionale ambassadeurs. Firma’s en merken, maar ook particulieren die van onze producten houden en ze tonen». 

Gezeten op het terras van hun kantoor en leunend op de jongste versie van hun tafel, zien beide vennoten de toekomst met een zekere opwinding tegemoet. «We zouden met ‘made in Wallonia’ heel graag gaan prospecteren in Vlaanderen», bevestigt Thomas. «De markt is veel groter voor topproducten», legt Olivier uit. «We zouden ook graag onze eigen productiewerkplaats oprichten. Door het werk aan onderaannemers uit te besteden, hebben we tot nu toe niet veel risico genomen, maar binnenkort zullen we wel een keuze moeten maken».

In gedachten zien beide mannen het BANDI-gamma al anders evolueren. Meer komen we daar echter niet van te weten. «Daarover zullen we het te zijner tijd hebben», zeggen ze met een brede glimlach.

«Met de marge die tussenpersonen nemen, hadden we geen betaalbaar prijzengamma kunnen aanhouden. We werken dus anders. De sociale netwerken en de mond-tot-mondreclame zijn vandaag onze beste bondgenoten»

 

 
 
 
 
 
 
 
 WADD sprl
Zone industrielle d'Awans
Rue de la Chaudronnerie 2
B-4340 Awans
+32 4 290 29 30

www.bandi.design
  • /

"Ik heb mijn eigen wereld gecreërd, mijn eigen bolwerk om me op mijn creaties te kunnen storten, mijn huis is mijn laboratorium."

Dat instinct kwam al in zijn kindertijd te boven. “Ik hield van de geur en het gevoel van de stukjes satijn die mijn moeder op mijn teddyberen naaide. Rond mijn negende was ik in de ban van kastelen en sierlijk geklede dames. In mijn zoektocht op zolder stuitte ik op kleren en foto’s van mijn overgrootmoeder Léonie, een bijzonder elegante vrouw.” Ook op school zat hij elders met zijn gedachten. In zijn rapporten staat vaak te lezen dat “Bernard zit te dromen”. Gelukkig leert hij in een zeven jaar durende opleiding voor knippen, naaien en kleding aan het Institut de la Providence in Waver het virus koesteren dat al sinds zijn prille adolescentie in hem sluimert zodat hij zich helemaal kan toeleggen op zijn passie. In zijn schriften creëert hij al zijn eigen haute-couturecollecties. Tijdens zijn laatste jaar organiseert hij een modeshow en vindt hij een stijl tussen mystiek en soberheid en zijn muze ‘Sissi’, keizerin Elisabeth van Oostenrijk. En dan? Omdat hij zich niet in een vorm wil laten persen door een academie, trekt Bernard Depoorter met zijn schetsboeken naar Parijs, vastbesloten om aan alle deuren aan te kloppen. En het geluk lacht hem toe… of misschien is het gewoon zijn lef dat de deur voor hem opent. Na een tijdje te hebben gewerkt als assistent in de haute-couturestudio van Dominique Sirop belandt hij bij Stéphane Rolland van modehuis Jean-Louis Scherrer. Daarna volgt hij een stage in borduurwerk en prêt-à-porter bij Stella Cadent. Op zijn weg ontmoet hij prinses Anna van Bourbon-Beide Siciliën die hem voorstelt om haar naam te verbinden aan zijn eerste defi lé in Parijs. Bernard Depoorter bouwt een groot - en nuttig - netwerk uit van relaties in de wereld van de bekendheden en de aristocratie. Intussen doet hij ervaring op en ontwikkelt hij zijn kritische geest. “De wereld van de haute couture heeft een magische kant met zijn enorme podia en zijn schitterende decors… Het is heel bijzonder om te kunnen binnenstappen in het atelier van Lesage, de planken te horen kraken en die miljoenen parels en lovertjes te zien die daar liggen te wachten om gebruikt te worden. Maar het is ook een heel gesloten en individualistische wereld waar het moeilijk is om een plaatsje in de zon te bemachtigen. Een groot modehuis ontvangt dagelijks tussen 300 en 1000 cv’s!”  

Mijn wortels liggen in Waver

Na vier jaar bij de crème van de Parijse modewereld te hebben doorgebracht, keert Bernard Depoorter terug naar huis met een rijke ervaring. Zijn wortels liggen in Waver, in het grote landgoed dat al generaties lang in handen van zijn familie is. Het was achtereenvolgens een begijnhof, een stadsboerderij van de nonnen van het karmelietenklooster en een hotel. Ten slotte was het bedrijf Charlier-Niset er gevestigd: een soort grot van Ali Baba waar je terecht kon voor ansichtkaarten, servies, linnengoed en houten speelgoed. De ongebruikte gebouwen bieden plaats aan de zware rollen met stoffen, de traditionele naaimachines (met een ongeëvenaarde precisie) en de oude hoedenvormen die de jonge stylist bij antiquairs op de kop tikt. De hele familie zet zich in voor het kleine bedrijfje met vader die de geldzaken regelt, moeder die de public relations verzorgt, de oudere zus die de defi lés organiseert en de jongere zus achter de camera. Zelfs oude nichten komen lovertjes op de jurken naaien… “Ik hou van Parijs, dat me de droom, het zelfvertrouwen en de wil heeft gegeven; ik heb er de zeer gesloten wereld van de haute couture ontdekt en de extravagante luxueuze leefwereld van de klanten. In Waver heb ik mijn eigen wereld gecreëerd, mijn eigen bolwerk om me op mijn creaties te kunnen storten. Mijn huis in de Rue du Béguinage is mijn laboratorium.”  

Mengeling van tijdperken, culturen en beschavingen

In zijn ‘laboratorium’ creëert de jonge modeontwerper – die nooit om ideeën verlegen zit – een klassieke stijl met een sobere, stijlvolle snit en een vleugje raffiement. Zijn creaties belanden wel 1000 keer weer op zijn werktafel. Zijn modellen zijn vrouwen met een koninklijke houding, fragiel, sober, een beetje mystiek, met een ingesnoerd middel en eindeloos lange benen. Hij kiest zijn kleurenpalet zorgvuldig uit oude, nevelige, subtiele en rijke tinten: paars, grijsgroen, olijfgroen, geoxideerd zilver, honing, brons, cognac, kastanjeglans… en zwart, zijn lievelingskleur. Natuurlijke stoffen – satijn, zijdefluweel, mousseline, brokaat, wol, Brugse kant… – worden gecombineerd met kristal, haaienleer, Corduaans leer, parels en passement. De jonge stylist mengt culturen, religies, tijdperken en beschavingen. Hij haalt zijn inspiratie uit uniformen – van militairen en dienstmeisjes – maar ook uit antieke beschavingen, charlestonjurken, art nouveau, art deco, de glamour van de Hollywoodsterren van de jaren 30, de sobere snit van de Hitchcock- actrices uit de jaren 50… Hij koestert het mysterieuze en maakt rijkelijk gebruik van symbolen: kruisen, rozen, tulpen, amuletten… “Ik vind mijn inspiratie overal en op elk moment van de dag, zowel overdag als ‘s nachts: een vrouw die op straat wandelt, het smeedwerk van een balkon, een tegelvloer, een sierlijst, de sensualiteit van een stof, de weerspiegeling in een glas water, films (‘The Piano’, ‘La banquière’), muziek, reizen, vlinders, oude foto’s… Ik stel mijn eigen rariteitenkabinet samen, ik verzamel kunstboeken, ik zie schoonheid in lelijkheid zoals de subtiele kleuren van een rotte appel. Alles kan het begin van een collectie betekenen.” 

Combinatie van haute couture, erfgoed en ambachtskunst

Hij showt zijn collecties in defi lés die vaak op schitterende locaties worden gehouden: in het kasteel van Chimay, met de steun van prinses Elisabeth de Riquet, zijn ‘Belgische meter’, in het kasteel van Terhulpen… Op die manier combineert hij haute couture en erfgoed. En regelmatig laat hij zich vergezellen door kunstenaars of ambachtslieden. “Haute couture is ook mecenaat. Ambachten en ambachtslieden die aan het verdwijnen zijn, moeten geherwaardeerd worden. Het is onmogelijk om in België bijvoorbeeld nog iemand te vinden die veren versieringen kan maken of leer op een ambachtelijke manier kan bewerken.” In het buitenland zijn Londen, Deauville, Monaco, Genève en Rome enkele van de steden waar Bernard Depoorter zijn collecties voorstelde. Er staan ook al andere projecten op stapel, zoals een defilé onder de koepel van het Domaine Hélécine in het kader van de tweede editie van ‘Créations en Brabant wallon’ op 25 oktober. De Waverse ontwerper zal er acht jurken uit zijn nieuwe haute-couturecollectie voor het eerst voor-stellen. In 2009 staat een defi lé voor haute couture en prêt-à-porter in Brussel op het programma (met de steun van een lid van de koninklijke familie) en een in Parijs, gesteund door prinses Anne van Bourbon-Beide Siciliën, en ten slotte een in Milaan. Voorts zijn er privédefi lés in het kader van grote evenementen. “Ik ga touren, een beetje zoals zangers.”  

Visitekaartje

Bernard Depoortere brengt ook een semicouturecollectie uit, ‘van Brussel tot Parijs’, en een prêt-à-portercollectie, ‘Depoorter Prestige’, die in Europa wordt gemaakt en die zal worden verkocht in Parijs, Milaan, misschien vooraf in Waver, en in Antwerpen, Luxemburg, Monaco en Genève. “Haute couture is een visitekaartje, ze geeft de ontwerper en andere vaklieden (bijvoorbeeld een antiquair die een element van het decor leent) de kans om naam te maken maar brengt niet op. Het duurt tien jaar om de kosten te dekken en een clientèle op te bouwen. Haute couture en prêt-à-porter vullen elkaar dan ook aan. In mijn prêt-à-portercollectie komen alle elementen uit mijn werk terug, maar tegen een betaalbare prijs en in klassiekere varianten. Ik wil dat elke vrouw met beperkte financiële middelen zich elegant kan kleden. Eigenlijk maak ik dromen waar.” Met zijn 27 jaar koestert Bernard Depoorter nog een andere droom: de oude familiewoning, waar hij zijn atelier, zijn woonruimte en zijn ontvangstzaal heeft ondergebracht, in haar vroegere luister herstellen. Onder de betontegels van de binnenplaats liggen nog stenen uit de 18de eeuw en de keuken, die uit het einde van de 19de eeuw dateert, is de laatste tegelkeuken van Waver. De ontwerper zou er graag een ‘klein luxecentrum’ inrichten met een showroom voor prêt-à-porter, een decoratielijn en een haute-coutureatelier. “Het is mijn droom om ambachtslieden de oude pleisteren plafonds opnieuw te laten maken. Ik zou er regelmatig mijn deur openzetten en er handelaars en andere kunstenaars en vakmensen samenbrengen. Zoals een beeldhouwster die dat doet met het huis Cremers, de oudste kaarsenmaker in België. Mensen met talent samenbrengen tijdens evenementen om hen de kans te geven bekend te worden en elkaar te ontmoeten.”

 

Hoe kun je spreken over een levende legende die geprezen werd door Jack Lang, Jean Edern-Hallier, Depardieu, Charles Dumont, Catherine Lara, Salvatore Adamo, David Copperfield, Michel Drucker, Christian Lacroix… Een legende die samenwerkte en van gedachten wisselde met César et Buffet?


Die legende is José Chapellier. Een kunstenaar afkomstig uit Luik, die zich na een drie decennia durende internationale loopbaan in Henegouwen vestigde. Zijn stijl? Neem een stevige portie Chagall, bestrooi die luchtig met wat Léger, voeg er een theelepeltje Somville en een snuifje Picasso aan toe… Meng dat langzaam en lang. Dan verschijnen er scherpe, vastbesloten en krachtige trekken. Giet alles in diep koningsblauw en laat José Chapellier dan bovendrijven. De kleur ontsteekt het licht, en het omgekeerde natuurlijk ook.

Hij staat in de «Bénézit, Dictionnaire des peintres, sculpteurs, dessinateurs et graveurs» (Uitgeverij Gründ) en in de «Who’s Who in International Art». Het heilig vuur dat hij ontving, geeft hij door. Gefascineerd als hij is door het werk van de Vlaamse expressionistische schilder Rik Slabbinck, zoekt José Chapellier zijn bronnen in de grote kunstcatalogus en zoals alle grote scheppende kunstenaars vindt hij zijn eigen taal uit. Hij begint in de twijfel en de treurigheid van een leven dat uit noodoplossingen bestaat. Interieurontwerper, huisschilder, pistoolschilder, fabrieksarbeider en publiciteitsdirecteur. Hij koopt rommel op om die te verkopen op de brocantemarkt van het Vossenplein in de Brusselse Marollen. Hij doet klusjes en de fantasie ontstaat uit het voortdurend samengaan van de blik en de hand. Toen hij dertig werd, besloot hij naar buiten te treden. Toevallige ontmoetingen deden de rest.

Creativiteit

Maar voor hem is alles eenvoudig en evident. Hij beslist zelf over zijn werk, zonder te wachten op de waardering van de «gevestigde» kritiek van gediplomeerden die zelf niets verwezenlijken en niets van het scheppingsproces kennen. Het oeuvre is werk en geen openbare ejaculatie van gulzige en gretige schijnkunstenaars. Wat zie je daar ? – Een hoop stenen – Maar ik zie een muur, een kathedraal, een huis... Het beeldhouwwerk van Chapellier heeft iets van een geniale recuperatie. Hij bewondert de Afrikaanse kunst van het recupereren. De echte prestatie is het afgewerkte voorwerp te zien vanuit een lege spuitbus, een leeg blikje, een stukje ijzerdraad… Het voorwerp wordt losgemaakt van zijn oorspronkelijke functie. De verrassing verleidt, de symboliek wordt evident en brengt de kunstkritiek in verlegenheid. José Chapellier gaat verder en bundelt de overvloed – hier betreed je het terrein van Kris Kuksi en Stéphane Halleux, die ook afkomstig is uit Chênée bij Luik.

Bevestiging

Jean Edern-Hallier schets van hem een profiel in een tekst vol wervelende aforismen: «Als Vlaming en Luikenaar werd hij geboren in de klei waaruit de grootste kunstenaars komen. Zoals Jezus in de apocriefe evangeliën kon hij van een kluitje slijk een vogeltje maken. Zijn onuitputtelijke vindingrijkheid gebruikt techniek, versiering en natuur in een spontaan verband. Bij hem bootst de natuur de kunst niet na, net zomin als de kunst de natuur imiteert, maar speelt de diepe complementariteit die de kunstenaar nu eens uitlokt en dan weer verijdelt. Aan de dikke boomschors voegt hij een tweede schors toe. Aan de wortel een tweede wortel en aan een eenvoudig blad het geruis van het denkbeeldige blad dat we in onszelf ontdekken wanneer we de ogen sluiten en ons het zintuiglijke woud inbeelden. José Chapellier is groot in de eenvoudigste betekenis van het woord – hij is eenvoudigweg groot». Zijn vrijheid heeft een prijs. Hij is niemand rekenschap verschuldigd. Als de kathedralenbouwers trouwens een budget hadden moeten voorleggen en zich contractueel aan een businessplan en een strategie hadden moeten binden, zou er in heel het Westen geen kathedraal te bespeuren zijn…

In de Grote Tijdgalerij

Ons tijdperk telt meer dan 4000 jaar kunstwerken. In de Grote Tijdgalerij van het Louvre in Lens kan iedereen een beknopt overzicht maken van de creativiteit van de verschillende beschavingen. Dankzij dit unieke museum ter wereld kunnen we de evolutie van de kunstgrammatica begrijpen. Die taal is niet vastgeroest in een perfecte weergave van de werkelijkheid, de levende tijd, het gebaar, het ogenblik, het licht en de indruk. Kunst geeft ons een andere kijk... Onze tijd zoekt iets anders… José Chapellier past in dit moment van de Kunstgeschiedenis. Modern schilder, beeldhouwer, figuratief kunstenaar? Hedendaags? Etiketten vallen af en vergelen, want het werk van José Chapellier zal binnen 50 of 100 jaar anders worden bekeken en geplaatst in het kader van hetgeen waardoor het werd gevoed en van de inspiratie die andere scheppende kunstenaars er zullen in vinden. Dat is voor iedereen evident. Het volgt de beweging van de tijd. Andere kunstenaars hebben hem als een van de hunnen erkend. In 2006 zingt José Van Dam voor zijn 60e verjaardag tijdens een gala-avond in de Albert Hall in Brussel. Beide vrienden zijn medeplichtigen. (cf. kaderstuk).

José Chapellier en José Van Dam: medeplichtigen  en vrienden in het leven en de kunst

De twee Josés

Er waren eens twee Belgische kunstenaars  die elkaar ontmoetten op een avond  in het zuiden van Frankrijk.  Meer dan twintig jaar later werd die band nooit verbroken door routine of afstand en evenmin verzwakt op de sociale netwerken…  Niets heeft die vriendschap aangetast,  die van het ene liefdadigheidsgala naar de andere vernissage steeds sterker werd en uiteindelijk  door allebei als een artistieke medeplichtigheid  werd beschouwd. Beide internationaal befaamde kunstvedetten hebben altijd  een of ander plan of idee waardoor ze hun wederzijdse verstandhouding versterken. 

Op 25 maart 2018 organiseren beide spitsbroeders een liefdadigheidsgala ten voordele van twee verenigingen voor hulp aan kansarme kinderen, «Les enfants de Calcutta» en de vereniging «Papillons», die opkomt voor verlaten kinderen in de streek van Charleroi. Die galalunch zal op de middag van 25 maart plaatsvinden in de Acacia-zaal van het kasteel van Edingen. Voor € 100 krijgt u een tweegangenmenu met champagne, dessert, koffie en... wijn. Maar de hoofdschotel zal het door Daniel Frostroy (Jackadi) gepresenteerde optreden zijn van José Van Dam… ja, José van Dam in hoogsteigen persoon, die aan de piano wordt begeleid door niemand minder dan Abdel Rahman El Bacha en Patrick D’heur. Celliste Suzanne Vermeyren zal er een hemelse toets aan toevoegen. Dat veelbelovende evenement, dat zeker intens, elegant en beschaafd zal zijn (wat tegenwoordig al te zeldzaam is), wordt omkaderd door een retrospectieve met de jongste werken van José Chapellier.

Verplichte boeking op het nummer +32 475 93 77 92.

Filosoferen

Creativiteit leer je niet, ze ontstaat uit noodzaak. Ze is een vervorming van de geest die door noodzaak wordt veroorzaakt. Misschien is ze een storend en hinderlijk gebrek, dat anderen ervaren als een afwijkend gedrag, een wanordelijkheid. Orde houdt van kunst die op haar lijkt. Techniek kun je leren, maar ze is enkel een instrument om te kunnen werken met gereedschap. Zonder behoefte creëert men niets, men kopieert alleen maar. Uit zijn tentoonstellingsbrochures blijkt dat José Chapellier stenen gooit in de kikkerpoel van de kunsthandel. Hij komt immers uit Luik, wat zijn felle en directe toon verklaart. «Vroeger namen galerijen risico’s. Nu telt enkel geld, net zoals voor musea. Niemand zal ook maar één cent geven voor een jonge scheppende kunstenaar, wanneer die niet reeds gewaardeerd wordt… Geen enkel meesterwerk is zulk een gok waard, zelfs Picasso niet, voor wie men nu 1,5 miljard neertelt. (…) Net als beeldhouwen is schilderen echt een vak dat werk vraagt. Ik blijf dan ook altijd sceptisch wanneer ik hoor van jonge wolven die bluffen dat ze het gemaakt hebben. Succes (dat iets heel vluchtigs is) hangt van zoveel dingen af… en staat jammer genoeg niet altijd in verband met de kwaliteit van het werk. Te veel galerijen doen eender wat met eender wie. Ze hebben slechts één doel: geld, de drijfveer van de oorlog. ‘Hedendaags’ is voor kunst het ideale adjectief om het ondefinieerbare te definiëren, waarbij enkel een buitensporig snobistische «jetset»-intelligentsia met veel geld voordeel heeft bij het promoten van een of andere X... Succes is iets heel kwetsbaar en bedrieglijk». Salvator Dali ligt aan de basis van dat soort kunstmanagement, een vulgaire en provocerende «peepshow», terwijl de kunstenaar echt getalenteerd en geniaal was. Maar wie aan het standbeeld van de heerser raakt, wordt verbannen naar de vergeetputten van de massa en naar de definitieve anonimiteit. 

Het geheim van erkenning

Toeval dat ander toeval veroorzaakt, de aandacht van de op publiek en sensatie beluste media wordt altijd gevolgd door slappe periodes. Hoe bekender men is, hoe langer de media-aandacht krachtig en langdurig zal zijn, of het nu gaat om kristal, dan wel om hout, brons of marmer – daar is niets tegen bestand. De prestatie is nooit gratuit; hij maakt «eglomisés» (hij is een van de weinigen die gebruikt maakt van deze techniek, die bestaat uit het omgekeerd schilderen op glas of op plexiglas) op cello’s van plexiglas en hij vraagt aan elf beroemde cellisten (Justus Grimm, Jean Helling, Pieter Wispelwey, Heinrich Schiff, Yo-Yo Ma...) een tekst te schijven die hun emoties uitdrukt. Zo schept hij een prachtige combinatie van muziek en schilderkunst. Zijn werk werd internationaal bekend en opgenomen in prestigieuze collecties zoals die van Savaltore Adamo, Mohamed Ali, François Mitterrand, Jean Marais, Grégory Peck, Jean Edern Hallier, Western Union International, het  Museum van Schone Kunsten van Doornik en Luik, de Bank Paribas…  

 

 

Isabelle Leblans studeerde kunstgeschiedenis en is een deskundige in edelsteenkunde. Al meer dan 25 jaar deelt ze haar liefde voor juwelen en edelstenen met anderen. Een ontmoeting met deze zeldzame parel.

 

De boetiek van Isabelle Leblans is in het centrum van Terhulpen gelegen en werkelijk toonaangevend op het gebied van juwelierskunst en juwelen. Over de afgelopen 25 jaar heeft Isabelle een trouwe klantenkring verworven dankzij haar weergaloos onthaal, maar ook door haar dienstverlening, ervaring en deskundigheid. «Mijn opleiding tot gemmologe en mijn licentie in kunstgeschiedenis vormen een troef voor het vakkundig en gepassioneerd beoefenen van mijn beroep. Daardoor kan ik gemakkelijker klanten begeleiden bij hun aankopen, maar ook bij het creëren van een geïndividualiseerd juweel.» Voor deze aan WaalsBrabant verknochte handelaarster gaat de absolute tevredenheid van haar klanten boven alles. «Mijn kennis deed ik zowel op bij andere juweliers, bij wie ik meer dan twintig jaar geleden begon, als tijdens mijn opleiding in de gemmologie. Ik vind het van essentieel belang dat ik op de wensen van mijn klanten let. Ik maak er een erezaak van naar ieders verlangen te luisteren, iedereen een juweel voor te stellen of er een te ontwerpen dat volledig past bij wie het genoegen en geluk zal hebben het te dragen. Over een juweel wordt dikwijls diep nagedacht vooraleer het te kopen of te schenken. Men stelt zich er allerlei vragen bij, men beeldt zich in hoe het zal gedragen worden... Eigenlijk is een juweel gedeeld geluk.»

Veel mensen houden van juwelen: een trouwring, een ring, halssnoer, armband, horloge... We geven en krijgen er graag een. Een juweel is niet zomaar een geschenk, maar het sluit dikwijls aan bij de mooiste momenten uit een leven. Het wordt soms van generatie op generatie doorgegeven... «De aankoop van een trouwring is bijvoorbeeld zeer emotioneel geladen. Ook andere geschenken vergen speciale aandacht. Ze verwijzen naar een onvergetelijk moment of heel bijzondere gebeurtenis.»

Hoewel de juwelierskunst de jongste jaren geëvolueerd is, houdt men nog steeds van tijdloze juwelen. Klassieke juwelen worden niet verdrongen door veel modernere, wel zijn de lijnen hedendaagser. Isabelle Leblans biedt merken aan die zij zorgvuldig uitkiest. Altijd is ze op zoek naar creativiteit, ambachtelijk werk en onberispelijke kwaliteit. Ze doet nooit toegevingen op het vlak van de vervaardiging. Isabelle koos ook voor enkele grote befaamde namen (waarvan sommige in exclusiviteit), zoals Nanis en Annamaria Cammili, met bloemen en plantenmotieven die getuigen van uitgekiend tekenwerk. Davice en zijn «Moving Diamond»-concept, een systeem van bewegende steentjes die leven geven aan het voorwerp. Die fabrikant gebruikt onder elke briljant een techniek van gedreven goud waardoor het licht wordt weerkaatst en de straling geoptimaliseerd. Pesavento, eveneens een Italiaans merk, is gespecialiseerd in zilveren juwelen. Het is trouwens het enige merk van dat genre dat Isabelle in haar vitrines aanvaardt, omdat Pesavento iets aanbiedt dat echt het verschil maakt. Hun juweelontwerpen zijn creatief en zeer geavanceerd, de materialen zijn onuitgegeven en grondig bewerkt. Bij sommige creaties wordt bijvoorbeeld keramiekpoeder gecombineerd met zilver dat in een bad van roze goud of leder is gedompeld. Cascia is een merk dat zich sinds 1929 gespecialiseerd heeft in parels. De parels, die onder andere in oorbellen worden gebruikt, geven een fijne glans aan het gezicht. Ze zijn tijdloos.

Voor haar horloges heeft Isabelle gekozen voor het sublieme gamma van Michel Herbelin, een Franse horlogemaker sinds 1947. Prachtige uurwerken voor ieders smaak, zowel voor dames als voor heren, met verfijnd design, elegantie, details en natuurlijk het binnenwerk. De kracht van het merk ligt in de perfecte kennis van horloges in combinatie met een innoverende creativiteit.

Geïndividualiseerde creaties

Omdat een mooi juweel een prijs heeft en omdat het dikwijls drager is van een boodschap, heeft Isabelle Leblans sinds enkele jaren het werk in haar atelier ontwikkeld. Door een tussenpersoon uit te schakelen, laat ze haar klanten profiteren van een tarief dat zeer interessant is in vergelijking met dat van andere boetieks. Die boeiende stap op creatief vlak gaat voor haar gepaard met een financieel voordeel voor de klanten. «Wanneer ik geluisterd heb naar de wensen en de ideeën van degene die een geïndividualiseerd juweel wil, begeleid ik hem of haar stap voor stap vanaf het ontstaan van het ontwerp. Dankzij mijn gemmologische kennis kan ik de meest geschikte stenen kiezen. Nog vóór het begin van de productie kan de klant een 3D-schets zien. Zo neemt hij vanaf het begin zelf deel aan de creatie: een uniek juweel, naar zijn persoonlijk beeld en smaak. Wanneer klanten het resultaat zien, is hun reactie soms ontroerend.»

Het voordeel van in het eigen atelier te werken, is ook dat men aanpassingen op basis van andere juwelen kan doen of een juweel maken dat op een ander lijkt, door slechts enkele details te wijzigen. Bovendien zijn de edelstenen en de diamanten geïdentificeerd en voorzien van een certificaat van een internationaal laboratorium, dat borg staat voor kwaliteit. Dankzij haar ervaring en haar geïndividualiseerde werkwijze, geeft Isabelle Leblans echt een ziel aan haar juwelen. Om zeker kennis mee te maken.

www.leblans.be

Your opinion counts