Waw magazine

Waw magazine

Menu

Martin Dellicour, een 100 % natuurlijke fotograaf

  • ,
  • ,

Wanneer het gaat om de geschiedenis van het woud, van de natuur en van de mens, dan is men geneigd zijn verhaal te beginnen met “Er was eens...”. Want het is precies in die van magie en legenden doordrongen wereld dat fotograaf Martin Dellicour ons binnenvoert.

Hij genoot een opleiding als graficus. In 2001, aan het einde van zijn studies richtte hij in Luik zijn studio op. Een jaar geleden besloot hij zijn leven te veranderen, de stad te verlaten en zich aan zijn grafische projecten te wijden, maar ook en vooral aan het in beelden vastleggen van de onvermoede rijkdommen van zijn Ardense geboortestreek. Die keuze leverde hem trouwens al verscheidene bekroningen op, waaronder, dankzij zijn kortfilm “Gnomes”, de Grote Prijs van het 20e Internationaal Natuurfestival van Namen.

De roep van het woud

De Ardennen. Kent u die wel? Eens u ze ontdekt hebt door de ogen van Martin en zijn poëtische wereld, zal u beseffen hoe ze eindeloos emoties in u kunnen opwekken.

De fotograaf werkt nu aan een online-documentatieproject, “Ardenne Sauvage”, waarin hij de streek oproept die hem altijd heeft geboeid. Waarover gaat dat verhaal? Over de mens, het landschap en het wilde leven. Talloze ontmoetingen buiten de platgetreden paden, een interactieve reis die de verborgen schatten van onze wouden openbaart aan de hand van verhalen en beelden van een intense schoonheid.

In 2017 zou er ook een boek moeten uitkomen.

Citaten over het plezier van natuurfoto’s maken

“Het geheim van een geslaagde foto? Geduld en volharding...”

“Een geslaagd beeld vertelt altijd een verhaal. Later leest iedereen het zoals hij het begrijpt.”

 “Het wilde leven fotograferen houdt altijd wat onzekerheid in. Je kunt je terrein en de fototechniek goed kennen. Maar het hangt helemaal niet van ons af of we op het goede moment op de juiste plaats met het goede licht en het juiste onderwerp zijn. Dat is het opwindende van mijn beroep.”

www.martindellicour.be

+32 (0)496 54 65 23

[email protected]

  • /

Hoe kun je design, comfort, korte keten, herbronning en afwisseling met elkaar verzoenen? Antwoord van Pascal Marcin, de chef, en Bernadette van Empel, de onderneemster. Samen maken ze van Koru Hotel een rustige uitwijkhaven.

 

Ik heb altijd graag gereisd”, zegt Bernadette van Empel, een uit Nederland afkomstige horeca‑ en toerismespecialiste. “Al die jaren heb ik tijdens mijn zwerftochten meubelen, decoratiematerieel, voorwerpen enz. bijeengezocht. Eigenlijk waren het al die mettertijd bijeengebrachte schatten die me er toe hebben aangezet zo’n project te bedenken. Toen ik besloot om hierin te investeren, wilde ik dus al die sferen en culturen tot hun recht doen komen in thematische kamers.” De zeven kamers, waarvan men slechts de goede smaak en het comfort kan onderstrepen, verwijzen naar verblijven in Azië, Australië en Nieuw-Zeeland, maar ook naar het zuiden van Frankrijk. Kunstmatig? Oppervlakkig? Zeker niet. Men voelt het ernstige denkwerk dat samen met Vincent Verheggen, de architect uit Gembloers, werd verricht om elke kamer een echte samenhang mee te geven, waaruit tamelijk spontaan een gevoel van rust ontstaat. Die mooie samenhang vindt men ook terug in de integratie van die nachtruimten in de rest van het gebouw en de tuinen. “We hebben veel gewerkt aan het reliëf van het park”, luidt de commentaar van Serge Scheers, een landschapsarchitect. “We hebben de beplantingen en de niveaucurven opnieuw aangelegd om zuivere ruimten te creëren, die wel zelfstandig zijn, maar toch op elkaar inspelen.” En waarop ook de verre reizen van Bernadette Van Empel invloed hebben. “Elke ruimte is een herinnering. De grote rozentuin brengt ons terug naar Nieuw-Zeeland, want daar waren er overal. De terrasdelen, de waterpartijen en de rotstuinen herinneren ons aan de reizen naar Cambodja en Thailand. En de drogere stukken van het park roepen Australië op.”Zo gaan we van het ene continent naar het andere langs enkele paden die slingeren door heel natuurlijk lijkende valleitjes… Van de kamer naar het park, van het park naar de kamer: je hoeft echt niet ver te reizen om er even uit te zijn.

 

 

Welzijn en smaken

Wat onmiddellijk opvalt wanneer men de spa’s ziet, zijn de perfect bij elkaar passende uitrustingen, zowel naar schoonheid als naar kwaliteit. De ruimten zijn zo comfortabel en knus, dat je je haast thuis waant. De thermen bieden sauna, hammam, infraroodbanken, aromatische douche, twin bath, ice fall, relaxruimte, massages en verzorging. Een zeer mooie plaats om te rusten, of je nu als buur komt of voor een seminar. Want het Koru Hotel is ook een ruimte voor ondernemingen die van groen houden. “We beginnen bekend te worden bij topmanagers, die hier komen om zich af te zonderen en na te denken.” En om hun ogen op het groen laten rusten. In dit mooie deel van de Brabantse Haspengouw is dat een zacht eufemisme.

Voor het restaurant heeft Pascal Marcin, die zijn sporen in andere instellingen verdiende, besloten de uitdaging aan te gaan en te werken met een hele reeks plaatselijke leveranciers en ambachtslieden. “Dat is omdat ik deel wil uitmaken van het plaatselijk economisch weefsel en de streek‑ en seizoensproducten zoveel mogelijk tot hun recht wil laten komen, maar ook omdat ik natuurlijk ecologisch ben ingesteld.” “Ik heb zes jaar bij de Dolce in Terhulpen gewerkt”,vertrouwt Bernadette van Empel ons toe. Daar heb ik Pascal ontmoet, die er negen jaar werkte. We hebben een zeer goede verstandhouding bewaard. Tijdens de vijf jaar die nodig waren om het project uit te werken, had ze tijd genoeg om na te denken hoe ze zich het best kon omringen.

Bernadette wilde zich in de omgeving vestigen en vond het ideale gebouw. Van geluk gesproken! Het huis was wel bewoonbaar, maar de rest bleek niet stabiel genoeg. “Ik moest dus bijna alles slopen en heropbouwen. De aankoop gebeurde in 2011 en de eerste klant kwam op 10 september 2015. Het project is dus gespreid geweest over vijf jaar!” Maar het was het wachten waard!

 
Koru Hotel
Rue du Piroy 67
B-1367 Autre-Église
+ 32 (0)81 36 03 00
  • /

Slapen in een vogelnest… een droom die werkelijkheid wordt! Slaapkoppen komen tot rust in Les Cabanes de Rensiwez, op een steenworp van Houffalize, en dat in volle natuur. Maar vergis u niet, hier in de ‘hutten’ gaat de natuur hand in hand met comfort.

 

Het avontuur gaat van start in een schuur. Olivier Berghmans bedenkt er het prototype van een hut en maakt die samen met een bevriende timmerman. “Ik heb altijd al graag hutten gebouwd,”grapt de ontwerper. Een goed bedacht padvinderskamp is soms beter dan een hotel. Vandaar dat ik op het idee kwam om scoutskampen voor toeristen te maken! Natuurlijk met ietwat meer comfort, maar toch vertrekkend van dezelfde basis.” In augustus 2012 wordt de ‘hut van Werner’ verplaatst naar een tijdelijke camping. “Ik sprong een gat in de lucht van blijdschap! De eerste hut die ik ontworpen heb. Ze heeft best wel ambachtelijke trekjes.

Vier jaar later is het domein ingrijpend veranderd. Momenteel strekt het zich uit over een oppervlakte van 6 ha en bestaat het uit een twintigtal verblijfsmogelijkheden: twee gerestaureerde chalets, twee gemeubileerde lodgetenten, een huis van steen bij het water, naast dertien paalhutten en één boomhut. Alle verblijfplaatsen werden ontworpen volgens hetzelfde principe, als een droom die telkens weer opduikt en er op elke plek anders uitziet. De ligging is een beetje als de hutten zelf, helemaal niet rechtlijnig en zonder meetkundige of rationele logica. Wel altijd hetzelfde trefwoord: waar u ook bent, u kunt kijken zonder zelf bekeken te worden.

De geest van de ruwe, eenvoudige houthakkershut valt hier samen met een knusse, aantrekkelijke ligging. En alles is er aanwezig: stromend water, elektriciteit, een houtkachel en bijverwarming, een badkamer, keuken, terras, noem maar op. “Elke hut heeft bovendien haar eigen trekjes, soms ligt ze bij een rivier of te midden van het kreupelhout. We proberen het beste te halen uit wat de natuur ons te bieden heeft.

 

Een warm bad te midden van de natuur

De huisjes die Olivier Berghmans van a tot z ontworpen heeft, zijn ecologisch qua opzet. Ze werden opgetrokken door een professionele timmerman samen met een vennoot die toezicht hield op de bouw. Geen funderingsplaten, houtwol als isolatiemateriaal, een draagconstructie in oude stijl met hout dat op traditionele manier in elkaar gezet werd, zonder spijkers of schroeven. “Uiteraard betekende die manier van werken een meerkost, maar ze zorgt voor een apart cachet en voor een langere levensduur, iets wat men niet heeft bij moderne techniek. Een dergelijk hut is een duurzaam bouwwerk. Bovendien leeft en beweegt het hout mee met de seizoenen. Men kan de hele constructie ook recycleren. Op een dag tijd kan men de hut uit elkaar halen en het landschap zijn oorspronkelijke uitzicht teruggeven.” In de oude molen die momenteel gerenoveerd wordt, komt weldra een waterturbine die ongeveer 75 % van de elektriciteit zal produceren. Bovendien bezit elke hut haar eigen houtkachel. “Op jaarbasis verbruiken we flink wat kubieke meter brandstof, alsof het niets is – maar hout is toch wel het Ardense equivalent van aardolie.” Anderzijds overweegt men nu ook de installatie van een pelletketel om het water op te warmen. Uiteindelijk moet er op de site gebruikt worden gemaakt van 80 % groene energiebronnen.

Binnen vormt één centraal element altijd het uitgangspunt voor de inrichting: dat kan een bed in de vorm van een vogelnest zijn, of een bedstee bij een houtkachel, of een kingsize bed op een centrale plek in de hut. “Soms kan een badkuip bijna dienstdoen als sofa. Waarom zouden we die in een apart, afgesloten kamertje plaatsen? Het is een plek waar men zich ontspant, beslist een van de aangenaamste stekken in een huis. We kunnen het bad dus net zo goed in de zitkamer opstellen, voor het vuur, waar iedereen het ziet. Onze klanten zijn aangenaam verrast over die originele aanpak, want in het gewone leven vindt men dat soort opstelling niet terug in een klassieke woning. Het interieur is dus helemaal gericht op een kort verblijf.” Verschillende hutten zijn al uitgerust met een sauna of een Noors bad, de voorloper van de jacuzzi. Dat is een grote kuip met een diameter van 1,40 m en een ingebouwde kachel. Een flink houtvuur brengt het water op de gewenste temperatuur. Zowel ’s zomers als ’s winters een heerlijke ontdekking!

Deze ongewone cocons zijn het hele jaar door toegankelijk en worden best geboekt voor minstens twee overnachtingen, want één nacht is te kort om ten volle genieten van het aanbod. Klanten van alle leeftijden verblijven hier bij voorkeur vier nachten – het zijn voornamelijk koppels die behoefte hebben aan stilte en ontspanning. Ze komen er uitrusten, lezen en wandelen in het natuurpark Les Deux Ourthes. Voor de huismussen bereidt een plaatselijke chef een driegangenmenu (ongeveer € 25 per persoon). Verrines en andere dagverse bereidingen worden meteen na het klaarmaken geleverd in een mand.

Tegen de helling of op de rivier

Bij de ingang van het domein, in de oude molen, worden appartementen ingericht in dezelfde stijl als de hutten. Elk verblijf krijgt een unieke toegang tot de natuur. In de glooiing die schuin oploopt naar de molen wordt momenteel een half ingegraven hut van steen en eik gebouwd, met een plantendak en een achthoekige glazen koepel met uitzicht op de rivier. Hier zit u dus letterlijk met de voeten in het water! Binnen is het het hele jaar door 11 °C warm, de temperatuur van de grond. Centraal komt een stenen badkuip, een indrukwekkend uniek stuk dat ruim een ton weegt en afkomstig is uit Indonesië. Naast deze enorme natuurlijke, uitgeholde kei worden er weldra ook nog andere grote stenen troggen in de molen geplaatst. Die stammen uit de Carrières du Hainaut en werden bewerkt door een steenkapper uit Rijsel.

Verder voorziet men nog extra accommodatie op een prachtige helling in Rensiwez, die soms wel 80 m boven de Ourthe uitsteekt. Daar worden volledig demonteerbare hutten van onbehandelde lork opgenomen in het landschap – in werkelijkheid worden ze als het ware vastgehaakt aan de rotsen. We verheugen ons nu al op het adembenemende uitzicht!

 

Les Cabanes de Rensiwez
Moulin de Rensiwez, 1
B-6663 Houffalize
+32 (0)61 28 90 27
 
Prijsindicatie:
Tussen € 80 en € 200 per nacht, afhankelijk van het seizoen en de dag van de week.

 

 

NIET TE MISSEN

De omgeving van Houffalize heeft bezoekers en verblijfstoeristen heel wat activiteiten te bieden. Tochten met de mountainbike, gegidste natuurwandelingen, verkenningstochten in het bos, een bezoek aan de brouwerij van Achouffe, restaurants, om dan nog maar te zwijgen van de vele mogelijkheden om te kajakken. “Mijn belangrijkste tip is een tochtje met de kajak vanuit Rensiwez… tijdens de winter. In de zomer kan dat niet meer, omdat er te weinig water is. Men kan de afvaart alleen maken van oktober tot maart. De tocht gaat van start in Rensiwez en eindigt bij het meer van Nisramont. Onderweg is de natuur woest en indrukwekkend. Hier bespeur je geen huizen, elektriciteits- of verlichtingspalen! Drie uur kajakken in een waanzinnige natuurlijke omgeving tot het bijna 50 ha grote meer van Nisramont, dat zich uitstrekt te midden van de bossen. Wie dat wil, kan zijn kajak opnemen en naar de overzijde van de stuwdam dragen om door te varen tot La Roche.

Aan de oppervlakte van die befaamde en nog steeds smeulende slakkenbergen is er in Charleroi dag en nacht een intens bruisend cultuurleven, met avant-gardisme en participatie als boegbeelden. Volgend overzicht van de culturele topplaatsen in de stad kan uiteraard nooit volledig zijn.

 

Le Rockerill

The Rockerill Art Industry is een in de vroegere Forges de la Providence gevestigde alternatieve concertzaal en tentoonstellingsruimte. Sinds 2007 werkt een kunstenaarscollectief vlijtig aan de reconversie van die charismatische resten van de vroegere regionale staalnijverheid. Onder impuls van het team van de vzw Rockerill Production is deze in 1832 gebouwde kathedraal van staal en beton geen verlaten erfgoed meer, doch een stedelijk centrum voor populaire, sociale en alternatieve cultuur. Daar vinden nu ongeveer 60 evenementen per jaar plaats, waarbij meer dan 200 nationale en internationale kunstenaars betrokken zijn. De muziekprogrammatie van Rockerill is belangrijk en draait hoofdzakelijk rond rock en elektro. Volgens Jean-Christophe Gobbe, die instaat voor de coördinatie van de elektroprogrammatie, is “muziek een factor die mensen bij elkaar brengt. En ons stokpaardje vanaf het begin is een positief beeld te geven van de stad, ervoor te zorgen dat de inwoners van Charleroi weer buitenshuis komen en dat we ook mensen van buiten de stad aantrekken. Dit is een heel speciale, zelfs magische plaats. Het moeilijkste is de mensen voor de eerste keer over de drempel te krijgen, maar eens ze de ‘kathedraal’ hebben gezien, zijn ze gelukkig. Wat de programmatie betreft, zijn we alternatief, ja, maar we trachten niet elitair te zijn. Le Rockerill, dat is op de eerste plaats een levensproject en er is nog veel te doen. We evolueren en we ontwikkelen ons elk jaar.

Le Rockerill telt vier grote polyvalente ruimten. De inkomhal, die ook de kathedraal wordt genoemd, en de Forges zijn tentoonstellingszalen, terwijl de “Rockerill”-ruimte bestaat uit een concertzaal met 250 plaatsen. De “Grote Zaal” is dan weer bestemd voor de belangrijkste evenementen. De vereniging organiseert niet enkel het hele jaar door concerten en avonden, maar geeft in de zomer en tot oktober ook elke donderdag “Apéros Industriels” met concerten beneden en dj’s boven (van 21 tot 4 u). Twee festivals dienen bovendien als anker voor de Rockerill-kalender: het Rockerill Roots Festival (eind augustus) en het Uzine Festival (begin september).

 

Le Rockerill
Rue de la Providence, 136
B-6030 Marchienne-au-Pont

 

 

BPS22

“Bâtiment Provincial du Boulevard Solvay n°22”, dat is de naam die schuilgaat achter het acroniem BPS22. Men noemt het ook het Kunstmuseum van de Provincie Henegouwen en het huist in de vroegere turnzaal en ateliers van de Arbeidsuniversiteit van Charleroi, die naar aanleiding van de Wereldtentoonstelling van Charleroi in 1911 werden gebouwd.

Met 2500 m² tentoonstellingsruimte is het gebouw een van de grootste kunstmusea van Franstalig België. Het bewaart bovendien de 6000 werken van de verzameling van de Provincie Henegouwen, die de 19e, de 20e en het begin van onze 21e eeuw bestrijkt. Bovendien heeft het BPS22 zijn eigen verzameling aangelegd, die op de Belgische visuele punkcreatie gericht is.

Sinds het begin van de jaren 2000 programmeert het BPS22 tijdelijke tentoonstellingen (twee per jaar), die aandacht besteden aan kunstvormen die vragen stellen bij de actualiteit en de aan onze tijd inherente verschijnselen. Samen met de tentoonstellingen vinden er geregeld muziekevenementen plaats en worden er toneelstukken en dansvoorstellingen opgevoerd.

Het BPS22 heeft een lange renovatie gekend tussen 2014 en 2015. Vandaag is het een hybride plaats. De Grote Zaal van 1000 m² heeft haar industriële kant bewaard om plaats te bieden aan hedendaagse experimentele kunstvormen. De White Box (of Pierre Dupont-zaal) van 800 m² beantwoordt aan de internationale museumnormen om meer kwetsbare werken te kunnen tonen.

In de herfst van 2016 brengt het BPS22 twee tentoonstellingen die van 24 september 2016 tot 22 januari 2017 zullen duren. De eerste heet “Panorama” en bestaat uit een reeks hedendaagse werken die, op basis van de verzamelingen de Provincie Henegouwen, een nieuwe kijk willen geven op het genre van de landschapsschilderijen. Ze stellen met andere woorden vragen over de verhouding tussen mens en natuur en architectuur. De tweede tentoonstelling, “Metamorphic Earth”, dompelt de toeschouwer door middel van videobeelden onder in de nieuwe theorieën over de evolutie van de planeet.

 

BPS22
Boulevard Solvay, 22
B-6000 Charleroi

 

©Donald Van Cardwell

 

L’Eden

L’Eden, dat is het Cultureel Centrum van Charleroi en het speelt een centrale rol in de stad”, verklaart Fabrice Laurent, die er de directeur van is. In dat uit 1885 daterende gebouw, dat de eerste schouwburg van de streek was, kan het publiek zich nu vermaken met een hele reeks activiteiten, gaande van kinderconcerten over workshops voor uiteenlopende kunsttechnieken, toneelvoorstellingen, elektroavonden en roller disco of slam, tot danswedstrijden enzovoort. “Hier vinden we dat cultuur iets te maken heeft met antropologie. Wij zijn niet alleen programmakers, maar veeleer dragers van projecten, begeleiders en gangmakers. L’Eden, dat is meer een plaats om te leven, dan een schouwburg”,meent Fabrice Laurent. “De burger is hier aan de eer. Wij zijn van oordeel dat cultuur door de mensen wordt gemaakt. Wat ons speciaal maakt, is onze participatieve kant en onze talrijke partnerschappen met andere instellingen.

Naar aanleiding van het 350-jarig bestaan van de stad kreeg L’Eden opdracht om een nieuwe reus – of juister: een reuzin – te maken ter aanvulling van de huidige groep, die er elf telt, waarvan tien mannen. Om het uitzicht van de nieuwelinge te bepalen, heeft L’Eden, helemaal in de geest van openheid naar de burgers, deze laatsten hun mening gevraagd. Zo kreeg Julia kort zwart haar en is haar huid versierd met tatoeages. “Typisch een figuur uit het multiculturele Charleroi,” vindt de directeur.

Deze zomer keert ook de “Charleroi Academy” terug (met zes bijeenkomsten tussen 15 oktober 2016 en 20 mei 2017). Ditmaal brengt ze een reeks ontmoetingen rond het stadsproject, voordrachten over stedelijke ontwikkeling, bezinningsmomenten enz. “Charleroi op de bank,” zegt Fabrice Laurent, “zoals een psychoanalyse van het Zwarte Land.

 

 
L’Eden
Centre culturel de Charleroi
Boulevard Jacques Bertrand, 1-3
B-6000 Charleroi

 

©Simon Gastout

 

Le Vecteur

Het is in het oude Vaudevilletheater dat de atypische cultuur, die in het Zwarte Land blijkbaar zozeer wordt gewaardeerd, haar tenten heeft opgeslagen via de activiteiten van de vzw Orbitale en, vooral, er haar project “Le Vecteur” een onderkomen geeft. Het instituut ontstond in 1998 uit het brein en door de handen van jonge afgestudeerden in de communicatie. Le Vecteur heeft een beetje rondgezworven in Charleroi, tot het zich in 2007 in het stadscentrum vestigde. Het instituut wenst zichtbaarheid te geven aan cultuur die atypisch is, dat wil zeggen avontuurlijk, buiten de normen en multidisciplinair. In feite organiseert Le Vecteur filmvoorstellingen en concerten (soms beide tegelijk), letterkundige workshops, tentoonstellingen van beeldende en digitale kunst, pedagogische ateliers enz. Ze heeft ook een appartement voor inwonende kunstenaars, een brouwerij en een openbare bibliotheek die gewijd is aan opkomende kunsten en transversale culturen. In Charleroi, de underground-plaats bij uitstek (die wordt aanbevolen door zangeres Mélanie De Biasio)!

Le Vecteur
Rue de Marcinelle 30
B-6000 Charleroi
 
©Mélanie Vancraesbeeck
 

De toekomstige Stedelijke Manufactuur (SM) (of Manufacture Urbaine [MU]) zal tegelijkertijd microbrouwerij, bakkerij, bar, restaurant en tentoon-stellings‑ en concertruimte, ontmoetings- en leefruimte zijn. Midden in het centrum van Charleroi zal ze, op het moment van de derde industriële revolutie, de basis leggen voor een groene economie. De in opbouw zijnde SM zal haar deuren openen in februari 2017.

 

 

Is de Stedelijke Manufactuur een drieledig concept?

Sébastien Biset, bestuurder van de SM In zekere zin wel. Momenteel worden er inderdaad drie gebouwen in gebruik genomen. Uiteindelijk zullen ze alle drie deel uitmaken van hetzelfde project. Het Atelier van de SM is het hoofdgebouw, namelijk enerzijds een “voedsel”-productieruimte – een microbrouwerij zal er bier brouwen, een bakkerij brood bakken en wij zullen er koffie branden – en anderzijds een consumptieruimte. Niet enkel voor het (in de vorm van snacks) consumeren van de ter plaatse gemaakte etenswaren, maar ook van uiteenlopende culturele producten. Het Atelier zal een open ruimte zijn voor concerten, conferenties, debatten, workshops en ontmoetingen. Een culturele ruimte in een zeer ruime zin.

 

Charleroi gaat dus ruiken naar hop, vers gebakken brood en gemalen koffie? De nieuwe geuren van de derde industriële revolutie...

SB Zeer juist, aangezien het Atelier van de SM zich in een oude manufactuur (drukkerij) in het stadcentrum zal bevinden, aan de Rue du Brabant, die bij alle inwoners van Charleroi goed bekend is, doordat ze vroeger plaats bood aan de verzamelingen van de Mediatheek, vóór die naar het Museum voor Schone Kunsten verhuisde. De geschiedenis van het gebouw is interessant, net zoals de architectuur ervan. Het gebouw heeft drie verdiepingen die met elkaar in verbinding staan rond een atrium, wat aan onze opvatting van het project beantwoordt.

 

©Iwert Timmermans

En wat is die opvatting?

SB Het Atelier van de SM zal niet enkel een consumptieruimte zijn. De initiatiefnemers van het project willen dat de SM in alle opzichten openstaat voor een ethische dimensie. Economisch beschouwd, willen we ons toeleggen op micro-economie en lokale productie – met andere woorden: het “van-consument-naar-verbruiker”-concept. We zullen onze producten ook niet buiten "Charleroi en omstreken" verdelen. En die eventuele verdeling zal met een elektrisch voertuig gebeuren. De SM zal dus produceren voor de streek van Charleroi. Dat is een manier om de CO2-uitstoot van de producten in de hand te houden, aangezien we allemaal weten dat de distributielogistiek die uitstoot doet toenemen. De SM wil bovendien een prototype zijn dat ook in andere steden kan worden uitgebouwd.

 

Wie financiert dat project?

SB De initiatiefnemers van het project komen uit de industrie, meer bepaald uit de productie en de verkoop van productie‑ en verpakkingsmachines voor dranken (we hebben het hier over de constellatie Krones, Kosme, SPS, IBBH). Die drie investeerders (van wie één, Jurgen Dewijn, afkomstig is uit Charleroi, wat de vestigingsplaats verklaart) zijn vertrouwd met de brouwerijwereld en het installeren van brouwzalen en ze wilden, liefst vandaag, iets verwezenlijken in deze stad. Micro-economie is in de mode. Ze vinden dus dat ze zich moeten aanpassen aan die vorm van uitwisseling en verkeer, aan die nieuwe marktconfiguratie. Volgens sommigen bevinden we ons door de ontwikkeling van de nieuwe informatie‑ en communicatietechnologieën in een nieuwe industriële en economische revolutie, met een trend ten voordele van zijdelingse macht (de overgang van hiërarchische of verticale macht naar horizontale, gedecentraliseerde en gedemythologiseerde macht). Aangezien de financiering vanuit het bedrijfsleven gebeurt, krijgt het project volledige vrijheid, ook al werken we nauw samen met de operatoren van de Stad Charleroi (onder meer met Charleroi Bouwmeester en met de culturele wereld), omdat we willen handelen in de geest van de stad. We wensen een band te creëren, bruggen te slaan en de synergieën te versterken.

 

En wat zal uw rol zijn?

SB Ik werd door de initiatiefnemers van het project benaderd omdat ik niet de kijk van een industrieel heb. Ik ben doctor in de kunstgeschiedenis, kunstprofessor en cultureel programmamaker. Ik heb overigens belangstelling voor zythologie (of bierwetenschap). Mijn aanpak is geschiedkundig, ethisch (in de oorspronkelijke betekenis van “gewoonten” en “zeden”) en haast sociaalantropologisch. Ik moet zorgen voor de samenhang van het hele project en voor het imago ervan (visuele communicatie, activiteiten, culturele programmatie enz.). De ontmoeting tussen de culturele wereld en het bedrijfsleven lijkt me heel interessant. We kunnen veel doen, want gesubsidieerde cultuur wordt alsmaar problematischer wegens de ineenstorting van de overheidsfinanciën. Er zijn meer en meer hefbomen nodig om cultuur te doen vooruitgaan en volgens mij is dit er één van. We kunnen dus spreken van cultureel en creatief ondernemerschap, dat wil samenleven en ‑werken met de verenigingsdynamiek die de cultuur van de stad maakt. U dient te begrijpen dat hier niets “institutioneels” aan is.

 

Welke zijn de andere twee gebouwen die deel uitmaken van het project?

SB Het tweede gebouw ligt op amper 500 m van het eerste. Het is de vroegere vestiging van Randstad, aan de Place Buisset – als u het station verlaat en de Samber oversteekt, komt u op dat plein, waar binnenkort overwegend horecazaken zullen gevestigd zijn. Daar gaan we een restaurant openen, namelijk La Table de la Manufacture Urbaine, die zal worden uitgebaat door chef Thierry Robinski (ex-Taverne Prince Baudouin). U zult daar de producten van de SM kunnen consumeren, alsook lokale en streekproducten. We blijven dezelfde logica volgen door plaatselijke kwaliteitsproducten te promoten.

Het derde gebouw bevindt zich tussen de andere twee, op de Quai N° 11, langs de Samber. Dat zal binnenkort het hoofdkantoor van de SM worden, maar ook een plaats waar we mogelijke partners zullen ontvangen. We zullen daar ons “laboratorium” vestigen, waar we recepten zullen uitproberen met onze medewerkers, want we gaan bier brouwen (beperkte hoeveelheden, voor een of andere gelegenheid) voor de culturele operatoren zelf en in de geest van de SM (wij willen de logica van “bier tegen maakloon” en “etiketbier” vermijden, omdat die voor veel mensen authenticiteit missen). De eerste twee bieren van de SM, die door onze Meester-Brouwer Jonathan Blondiau werden ontwikkeld, zullen trouwens aanstaande 28 en 29 oktober op het “Festival Asphalte” worden voorgesteld.

 

 

La Manufacture Urbaine
Rue de Brabant, 2
B-6000 Charleroi
 

 
Bio express VAN Sébastien Biset

Sébastien Biset is doctor in de kunstgeschiedenis en zythosoof. In dien hoofde denkt hij na over zythologie als bierwetenschap en stelt hij vragen bij de begrippen omtrent dronkenschap. Als gecertificeerd Meester-Bierschenker ligt hij aan de basis van verscheidene voorlopige “situatie”-bars en brouwt hij zijn eigen bier. Zijn werken over kunst en zijn parcours op het gebied van wijsbegeerte, geschiedenis en letteren, werden aangevuld met een horecaopleiding en met ervaring in culturele programmatie en bemiddeling. Hij stichtte het Instituut voor Zythosofie, dat “Le Cloître” heet. Zijn betrokkenheid bij het project van de Stedelijke Manufactuur is de voortzetting van een persoonlijke culturele ontwikkeling.

  • /

Nieuw-Berlijn of de lelijkste stad ter wereld. Charleroi is zo verbazingwekkend, dat er een bizarre zoektocht werd georganiseerd om even ongewone als uitdagende plaatsen te ontdekken, zoals een verlaten fabriek, de top van een slakkenberg, een spookmetro of de brug van waarop de moeder van Magritte in het water sprong. Stereotypen die goed verkopen en die een beeld geven van een postindustriële stad met hallucinante contrasten. Clichés die vooral de Carolo’s eens goed doen lachen – de echte Carolo’s, degenen die van hun stad houden zoals ze is en vooral zoals ze zou kunnen worden. De vernieuwing van Charleroi zal een zaak zijn van jeugd en talent of ze zal niet slagen. Een ontmoeting met vier WonderCarolo's is een remedie tegen depressie en zelfs tegen economische crisis.

 
Nicolas

Van ironische communicatie maakt hij een business. Op textiel trekt hij de clichés door tot het uiterste. Als baas van de onlineboetiek T-shirt Mania, heeft Nicolas zijn weerga niet om maffe en opvallende slogans op T‑shirts af te drukken. Zijn bestseller is “Sons of Barakis”, een parodie op de tv‑reeks “Sons of Anarchy”. “Het begon met iets waanzinnigs: de titel en het logo van de cultreeks wijzigen. De kalashnikov en de sikkel werden een fles bier en de hand die de wereldbol draagt, een pak frieten. Niemand had een cent durven verwedden op het succes van een T‑shirt dat je ‘baraki’ noemt, een scheldwoord! Maar het is juist de combinatie van de afbeelding en de woordspeling die maakt dat je het kunt dragen,” zegt Nicolas nog met plezier en verbazing. Hetzelfde succes kent de T‑shirt “Back to Charlouze”, vrij naar “Back to the future”, of “Carolo et bien élevé” (Van Charleroi en toch welopgevoed). Want zodra er een nieuwe slagzin verschijnt, wordt er in de media en op de sociale netwerken heftig over gepraat en schiet de verkoop de hoogte in. Dat zou ook moeten gelden voor de jongste collectie, die gericht is op Charleroi en Wallonië en die baarddragers (Nicolas draagt er een heel mooie) en Disney-prinsessen opvoert in T-shirt Mania-stijl. Nicolas, die Carolo is en slim, heeft zelfs beperkte reeksen gemaakt met meer algemene thema’s of gewoon met tekeningen, om de verzamelaars er zin in te geven.

www.tshirtmania.be

©Tshirt Mania
 
Isabelle et Caroline

Nicolas is nog niet erg bekend. Daarom hebben zijn T‑shirts buiten zijn website een onderkomen gevonden in twee stedelijke concept stores, waaronder de Wonderfriends-boetiek die door Isabelle en Caroline wordt gerund. Twee rasechte Carolo’s die al sinds de kleuterklas luchtkastelen bouwen. Tot op een dag in 2011, als de twee hartsvriendinnen in de Rue de Montigny op de benedenverdieping van een elegant herenhuis een winkel te huur zien staan en onmiddellijk toehappen. Het is voor mekaar. “We gingen samen iets doen in Charleroi, iets met binnenhuisinrichting en design”, weet Isabelle nog. Ze hadden al voldoende salons en beurzen van Belgische en internationale ontwerpers en designers bezocht om voldoende over het onderwerp te kennen. Een boetiek openen: oké. Maar een boetiek in Charleroi? “Onze familieleden en vrienden waren bang”, voegt Caroline daaraan toe. En dat was geen wonder. In Charleroi leek een plan dat in een slecht economisch klimaat al gevaarlijk scheen, tot mislukken gedoemd. “Het was niet de zwarte kant van de fabrieken die ons schik aanjaagde. Die zijn we gewend. We zijn trots omdat we van Charleroi zijn en vandaag laten we ons daar zelfs op voorstaan”, stelt Isabelle.

Het probleem had veeleer te maken met de grond van de zaak: was de vernieuwing van Charleroi werkelijkheid of een utopie? “Een deel van de stad werd inderdaad gesloopt en de wederopbouw daarvan is bezig. Er is een enorm handelscentrum gepland. Maar is dat voldoende om Charleroi opnieuw leven in te blazen?” vraagt Isabelle zich af. “Zelf doen we slechts een deeltje van het werk, maar dat zou iedereen ook moeten doen”, dragen Nicolas van Tshirt Mania en Jérôme van Pays Noir bij aan het gesprek. De meisjes geven bevestigende hoofdknikjes. Carolo’s en filosofen!

Het is zaterdag en het is druk bij Wonderfriends. Ze haalden hun slag thuis: de boetiek is een succes. Men komt er een leuk geschenk van een van de vele trendy merken kopen. En waarom voor de baby geen body met het opschrift “Made in Charleroi with love” van Tshirt Mania en met het etiket van Wonderfriends? Te laat! Het artikel had zoveel succes dat het uitverkocht is (tot er een nieuwe oplage komt). Een vruchtbare samenwerking.

 

Wonderfriends
Rue de Montigny, 13
B-6000 Charleroi
+32 (0)491 07 62 16

 

©Carole Depasse

Jérôme

Iedereen kent en omhelst elkaar hartelijk in Charleroi. Na de “Bisou M’chou”, wordt er spontaan samengewerkt, vooral door een generatie van ondernemende dertigers. Jérôme, alias Pays Noir, is één daarvan. Pays Noir is een creatief label dat zich bezighoudt met videoclips, culturele evenementen, concerten, foto’s, gevoelige teksten en dat bij (weeral) T-shirt Mania zelfs een T‑shirt heeft laten maken in het kader van een partnerschap tussen Pays Noir en Kid Noize. “Pays Noir, dat is een branding die allerlei kan omvatten. Zelfs het maken van een hoes voor de vinylplaat van een kunstenaar (n.v.d.r. Vladimir Platine). In het begin was Pays Noir om te lachen. Het begon domweg met het simpele verlangen om de kleur van Charleroi te dragen,” legt Jérôme uit. Waarom weeral zwart? “Pays Noir is een bestaande uitdrukking. Wij hebben die niet uitgevonden, maar ze maakt deel uit van onze woordenschat. Steenkool, slakkenbergen (die vandaag veeleer groen zijn), dat is de identiteit van Charleroi. Zwart is niet pejoratief. We hebben in onze familie allemaal iemand die in de mijn of de industrie heeft gewerkt. Mijn grootvader was arbeider bij de kabelfabriek”, vertelt Jérôme.

www.facebook.com/paysnoir

 ©Pays Noir

 


 

Baraqui en sloppenwijken

“Baraqui” of “baraki” is een pejoratieve Waalse uitdrukking voor een ongecultiveerd en veeleer vulgair persoon uit sociaal minderbedeeld milieu. Dat trieste woord heeft een moeilijke geschiedenis, aangezien het verwees naar de Italiaanse gastarbeiders die vanaf 1946 door de Belgische overheid werden aangeworven om in de mijnen te werken. Wegens de naoorlogse woningcrisis werden de eerste duizenden Italiaanse mijnwerkers ondergebracht in ongezonde barakken (vandaar de naam “baraqui”), vroegere kampen die door de Duitsers waren gebouwd voor de Russische gevangenen die in de mijnen werkten.

  • /
  • /

De dj met het apenmasker werd in Brussel geboren, maar is door Charleroi geadopteerd. Hij kwam er wonen toen de stad zich al volledig aan het vernieuwen was. Het surrealistische, raadselachtige en dynamische ervan past bij hem. Kid Noize mengt muziek met beeld en werkt met plaatselijke kunstenaars en creatievelingen samen via zijn label Black Gizah Records. Dream Culture, zijn eerste album, komt eind september uit.

 

Kunt u uw parcours in het kort uitleggen?

Kid Noize – Eigenlijk ben ik graficus van opleiding. In het middelbaar heb ik vier jaar grafische kunsten gedaan aan Sint-Lucas in Brussel en dan nog eens vier jaar hetzelfde aan de ERG (school voor grafisch onderzoek), waar ik een licentie haalde. Ten slotte heb ik enkele jaren bij verschillende grafische kantoren gewerkt. Tegelijk maakte ik natuurlijk muziek. Ik was begonnen op mijn 13de, met hardcore. Mijn toenmalige groep, Negate, heeft trouwens in 1996 zijn eerste cd uitgebracht. Ik was toen 16 jaar. Zoals u weet, raakte ik vervolgens betrokken bij de beter bekende Joshua-band. We publiceerden in totaal drie albums. Vandaag werk ik niet meer als graficus, wat ik tegelijk met mijn muziek altijd gedaan had om te kunnen leven. Ik heb me met hart en ziel op het Kid Noize-project geworpen, een grote sprong en een groot risico. Maar muziek is mijn passie. Het visuele aspect en de muzikale visie blijven echter heel belangrijk. Moest ik overigens op een dag kiezen tussen doof of blind worden, dan zou ik kiezen voor doof!

Wat betekent de Joshua-periode nu nog voor u?

Kdnz – Daar heb ik gedebuteerd! Maar ik heb nooit kunnen… Hoe moet ik dat zeggen? Het was een groep en wij moesten het over alles met elkaar eens geraken. We moesten onszelf op de voorgrond plaatsen, ons persoonlijk imago tot zijn recht doen komen. Dat was zo, dat waren de regels van het spel en ik nam die aan, maar dat was niet echt mijn manier van doen, dat lag me van nature niet.

Daarom vandaag die “avatar” van Kid Noize…

Kdnz Ja. Dat is mijn alter ego! Dankzij die list heb ik niet de indruk hypernarcistisch te zijn. Wat men ziet, ben ik niet, hij is het! Hij verschijnt in elke clip, hij vormt tegelijk een geluids- en beeldproject. Hij is evengoed het ene als het andere. Kid Noize is een veelzijdige inhoudsvector.

Maar hoe kwam u op het idee van die apenkop?

Kdnz Dat is mijn kinderdroom, zo zag ik mijzelf als kind. Het is een mengsel van de “Apenplaneet”, Michael Jackson, Star Wars… Kortom, van veel emblematische elementen uit de cultuur van de jaren 1980 en 1990. Dat geldt ook voor de auto van Kid Noize, een Ford Mustang uit die tijd. Ik ben erg gehecht aan die periode uit mijn kindertijd en mijn jeugd. Daar vind ik mijn inspiratie. Als kind was ik bijvoorbeeld geobsedeerd door de albumhoezen van Iron Maiden. Niet door de muziek, enkel door de hoezen. Vandaag koop ik trouwens nog steeds hun albums als ik er op de rommelmarkt vind, gewoon voor de esthetiek. Ik geef toe dat ik altijd muziek heb gekocht op basis van de hoes; die is het die mij op de eerste plaats aantrekt. Verder heb ik mijn referenties ook gevonden bij Gorillaz, Daft Punk, Die Antwoord… Op filmgebied gaat mijn voorkeur uit naar David Lynch, Jim Jarmusch, Wim Wenders, maar ook naar Steven Spielberg, vooral naar zijn “E.T.”-periode. “Dream Culture” is terecht de titel van mijn eerste album dat binnenkort uitkomt. Ik heb zes jaar nodig gehad om het Kid Noize-project samenhang te geven. Het is een heel concept.


©G. Kayacan

 

Naast Kid Noize hebt u drie jaar geleden ook een label gecreëerd…

Kdnz Ja, dat is “Black Gizah Records”. Dat label wil tegelijk een lanceerplatform zijn voor Kid Noize en voor de andere Waalse artiesten. Ik doe dat niet om er geld mee te verdienen – ik weet dat dit niet het geval zal zijn – maar om vrij te kunnen zijn van plannings, van artistieke visies, van communicatie… naargelang mijn standpunt en dat van de andere kunstenaars. Wij ontwikkelen kunstenaars, wat de majors niet doen. Ik heb « Black Gizah Records » opgericht uit noodzaak, ik blijf de baas, ik ben eigenaar en artistiek directeur, en rondom mij werken er ongeveer twintig mensen aan het label.

Hebben de “labelmensen” momenteel succes? Wie zijn ze?

Kdnz We kunnen er prat op gaan dat we nu vier singles hebben die op de radiozenders in Wallonië worden gedraaid, waarvan drie in hoog tempo: Mustii, Goldaze, Evernest en Kid Noize. Dat is veel voor een klein label. En vandaag beginnen de majors contact met ons te zoeken! Ik ben voortdurend op uitkijk, want we krijgen veel demo’s. In de begintijd van het label waren dat er tien per jaar. Nu zijn het er meer dan tien per maand. Jammer genoeg kunnen we niet alles uitbrengen; we moeten keuzes maken. Het label streeft naar een mix van commercieel en onafhankelijk. Het is een combinatie die maakt dat het werkt.

Het label investeert dus hoofdzakelijk in Waalse kunstenaars...

Kdnz Ja, ik wil mij 100 % voor Wallonië inzetten. Daar leg ik me op toe, want wat voor mij belang heeft, is dat ik me op de eerste plaats in mijn regio kan ontwikkelen. Er is hier een plaats in te nemen. Ik heb iets te verdedigen. Dat betekent niet dat we export weigeren, maar dat is niet de voornaamste doelstelling. Kid Noize gaf concerten in Parijs, in Japan, als voorprogramma van Stromae, van Prodigy, van Die Antwoord… Maar dat zijn veeleer internationale experimenten dan een werkelijke ontwikkeling in het buitenland. Laten we “ja” zeggen tegen export, maar niet tegen eender welke prijs. Het sop moet de kool waard zijn, want dat betekent ook veel tijd ver van huis en van familie en vrienden doorbrengen. Het is een moeilijk en vermoeiend vak; je leeft altijd tussen twee vluchten in. Ik ken Belgische dj’s die superbekend zijn in het buitenland en helemaal niet bij ons. U kunt zich inbeelden hoezeer ze daar onder lijden. Zelf wacht ik tot ik een goed draaiend team heb en tot alle projecten goed gelanceerd zijn. Dan zullen we zien voor het internationale, dat zal beheerd worden in functie van elke artiest.

U bent afkomstig van Brussel, maar u leeft en werkt nu in Charleroi… Waarom bent u verhuisd? Men zou denken dat Brussel bevorderlijker is voor een artistieke ontwikkeling, of niet?

Kdnz Het is waar, ik ben in Brussel geboren en heb er 30 jaar gewoond. Maar nu woon ik al vijf jaar in de buurt van Charleroi. Ik had ruimte en groen nodig, en er waren ook familiale reden voor die verhuizing. In cultureel opzicht is hier een plaats in te nemen, die ik niet of niet meer in Brussel vond. Daar waren veel mensen, veel buren, maar niet veel ruimte. Muzikaal gesproken, moet u ook weten dat ik mijn wortels in Charleroi heb. In mijn jeugd ging ik er elke week naartoe om te repeteren met mijn band. En in het begin... ging ik niet graag naar Charleroi, dat geef ik toe. Later heb ik er mensen ontmoet en heb ik ze leren kennen. Nu heb ik gekozen om daar te leven. Dat zegt veel!

Wat hebt u daar artistiek en cultureel gevonden?

Kdnz Sinds een tiental jaar komt er een reeks interessante culturele instellingen tot ontwikkeling. Ik denk aan het Théâtre de l’Ancre, aan L’Eden, aan BPS22, aan Rockerill, aan Charleroi-Danses… Er is vandaag een nieuwe generatie, een hele jeugd die het beu is te horen zeggen dat “Charleroi niks voorstelt” en die haar best doet om het tegendeel te bewijzen. Charleroi is zich zeker aan het vernieuwen, op een uit de toon vallende wijze, met aandacht voor een onafhankelijke en atypische cultuur.

 

 

  

Het album “Dream Culture” van Kid Noize komt uit op 30 september.

http://kidnoize.com/

Videos

Your opinion counts