Waw magazine

Waw magazine

Menu

Modelbouwer, schrijnwerker, timmerman, kunstenaar… omschrijvingen genoeg voor deze meester-ambachtsman, met zijn verrassend gamma houten badkamermeubelenModelbouwer, schrijnwerker, timmerman, kunstenaar… omschrijvingen genoeg voor deze meester-ambachtsman, met zijn verrassend gamma houten badkamermeubelen

Kunstenaar of ambachtsman? Op zijn 54ste stelt Walthère Ceccato zich die vraag niet meer. Niet omdat het te laat zou zijn, maar omdat hij niet wil kiezen. Alles lijkt wel een beetje dubbel, als het over hem gaat. Zijn Italiaanse afkomst wordt vertroebeld door zijn Luiks accent, zijn nederigheid als vakman staat in schril contrast met zijn succes, tot en met zijn blauw atelier in Seraing, dat het visitekaartje van een kunstenaar zou kunnen zijn. Ongrijpbaar, mysterieus… Walthère Ceccato is een man die leeft voor zijn werk en zijn gevoeligheid ten dienste van zijn werkstukken stelt.

Eerst arbeider, dan kunstenaar

Walthère Ceccato is Italiaan van geboorte, maar koos de streek rond Luik als zijn tweede thuis. Zoals veel van zijn landgenoten begon hij te werken in de Waalse gieterij, waar hij adembenemend precieze maquettes maakte. ‘Modelbouwers werken altijd tot op de tiende millimeter’, verduidelijkt hij. Zijn maquettes worden gebruikt om industriële mallen te maken. In 1991 is er door de opkomst van nieuwe technologieën minder werk en aarzelt hij niet om zich alleen nog op modelbouw in hout en de realisatie van prototypes toe te leggen. Zijn carrière neemt een onverwachte wending en de bestellingen volgen elkaar op. Walthère Ceccato kan zich eindelijk wijden aan dat waarvoor hij een absolute voorkeur heeft: houtbewerking, want daarvoor was hij voorbestemd. Op zestienjarige leeftijd repareert deze kunstenaar in de dop immers in zijn eentje het kapotte houten plafond van de ouderlijke woning. Enkele jaren later, wanneer hij in het Institut Saint-Laurent in Luik start, wordt hij opgemerkt door ‘oude’ modelbouwers die deze jonge belofte de grondbeginselen bijbrengen. Vandaag is het grote liefde tussen Walthère Ceccato en hout. Hij werkt uitsluitend met iroko, een bleke houtsoort met onopvallende nerven uit Afrika. Hij tekent zijn plannen eerst op brede panelen en kiest vervolgens elk stuk, dat hij nummert en zaagt. Dan volgt de assemblage. De stukken worden op elkaar gelijmd met behulp van onzichtbare zwaluwstaarten en een uiterst krachtige lijm - een puzzel, waarvoor hij al zijn knowhow van industrieel modelbouwer aanwendt. Hij combineert inderdaad schrijnwerk en modelbouw, twee competenties die zelden samen worden gebruikt en waardoor hij zijn productiemethode heeft kunnen patenteren. De laatste fase is die van de afwerking. Walthère Ceccato schuurt het hout en strijkt het vervolgens in met een vernis die het hout een buitengewone glans geeft en bestand maakt tegen chemische producten en waterdamp. Elk stuk dat zijn atelier verlaat is uniek, genummerd en getekend, zoals dat vaak het geval is bij kunstwerken.

Kwaliteit boven alles

Reken ongeveer drie maanden voor de realisatie van een badkuip. Walthère Ceccato werkt alleen, van ontwerp tot afwerking van een product. Als professional legt hij veel geduld en zin voor detail aan de dag, de sleutel van zijn succes. ‘Ik ben nauwkeurig, precies en systematisch, dat heeft de modelbouw mij geleerd.’ Het prototype van zijn bad werd bekroond op de Designwedstrijd van de elfde editie van de beurs Bois & Habitat, het kostte hem vijf jaar van nadenken, ontwerpen en finetunen. Aan weerskanten zijn de streelzachte stukken iroko waaruit het bad is opgebouwd identiek en symmetrisch. Zijn werk, dat door iedereen wordt geprezen, heeft een prijs die zijn klanten bereid zijn te betalen. Qatar, de koninklijke familie van Marokko… Zijn werkstukken op maat worden naar de vier windstreken verzonden, zo uniek zijn ze. ‘Ik ben wereldwijd bekend’, zegt hij trots. De meeste van zijn stukken worden geëxporteerd, vooral ‘omdat we in België bang zijn voor het contact van water met hout. Die combinatie behoort niet tot onze ambachtscultuur. Toch wordt alles hydrometrisch strikt gecontroleerd en is elk stuk hout dat wordt gebruikt het resultaat van een zorgvuldige selectie.’ Die terughoudendheid van de Belgen brengt Walthère Ceccato ertoe de meest prestigieuze designbeurzen te bezoeken (Marseille, Monaco, Milaan), ook al is hij discreet van aard en zoekt hij de publiciteit niet op. Hij is bekend van mond-tot-mondreclame. ‘Mijn klanten worden vaak vrienden; ik breng veel tijd met hen door om te luisteren naar hun wensen. Eerlijk gezegd maak ik mijn bestellingen alsof ze voor mezelf zouden zijn.’

Modellen bouwen, een bedreigd bestaan

Als hij succesvol is, komt dat omdat hij schrijnwerk combineert met fabricageprocessen. Die knowhow is uniek. Voor de meerderheid van de modelbouwers zijn de dagen echter geteld. Doordat ze voortdurend worden ingehaald door de spitstechnologie en steeds minder werkzaamheden nog manueel werk vereisen, worden ze in steeds minder domeinen gevraagd. De Waalse gieterij kreeg concurrentie van de landen uit het oosten, die minder dure mallen produceren ten koste van eerlijke lonen. Maar nog erger is dat er geen opvolging is. Walthère Ceccato beseft het: als hij zijn onderneming wil uitbouwen, moet hij een beroep op gekwalificeerde arbeiders, maar in het technisch en beroepsonderwijs is de afdeling ‘modelbouw’ verdwenen. Bovendien, ‘waarom wilt u dat ik een jongere opleid als die naar alle waarschijnlijkheid geen enkel toekomstperspectief heeft?’ betreurt de kunstenaar. Momenteel legt hij zich volledig toe op het perfectioneren van zijn techniek. Hij heeft zich trouwens net een precisie-instrument aangeschaft, fabrieksmateriaal voor de bescheiden prijs van € 200.000. Het is een machine die de stukken voorbewerkt, wat hem in staat stelt nieuwe creatieve mogelijkheden te onderzoeken. Een noodzakelijke investering als hij de golf van bestellingen wil kunnen opvangen. Dus kunstenaar of vakman − Walthère Ceccato is ongetwijfeld beide. Bovenal is hij een fenomeen, een ufo in de wereld van de modelbouw. Op zijn eentje incarneert hij de opleving van het Waalse ambacht. Een kunstnijverheid, een luxe ambacht, een nijverheid die innoveert en eeuwenoude knowhow ten dienste stelt van prestigieuze producten.

 

Walthère Ceccato

Rue de la Province 83

B-4100 Seraing

+32 (0)4 337 38 27 i

[email protected] www.ceccato.be

  • /

Ze woont in Waterloo maar is geboren in Rio en droomt ervan naar haar geboortestad terug te keren en mee te doen aan de Olympische Spelen van 2016. Het ziet er goed uit. Op haar 24ste is Chloé Leurquin de nummer 1 van het Belgische golf en ze is niet van plan het daarbij te laten. Een ontmoeting met een wereldburger, die droomt van de LPGA in de Verenigde Staten, het belangrijkste circuit. 

Rio de Janeiro. Zijn stranden, zijn Suikerbrood, zijn Christus de Verlosser, maar vooral: Rio en zijn Olympische Spelen in 2016. Over iets meer dan een jaar. Deze prachtige Braziliaanse metropool is ook de geboortestad van Chloé Leurquin, momenteel de beste Belgische golfspeelster. De OS beleven in haar geboortestad? Het is meer dan een droom. Het is een doel dat in augustus 2016 wel eens werkelijkheid zou kunnen worden.

We hebben afgesproken in een etablissement in Waterloo. Bij een kop thee praat ik met deze jonge vrouw van 24 met stralende ogen. Met een enthousiasme dat haar passie verraadt, vertelt ze over haar eerste ‘drives’ op twaalfjarige leeftijd en hoe ze in maart 2013 haar debuut maakte in het professionele circuit. Deze vrouw is zowel energiek als kalm, klein en fijn, maar wel in staat om de bal meer dan 220 meter ver te slaan. Kortom, achter haar zachte blik en fragiele indruk gaat een ware atlete schuil (zie verder) die nog maar aan het begin van haar carrière staat en ondanks haar ongespeelde bescheidenheid uiterst vastberaden is.

‘Met een papa en ooms die golf spelen, kreeg ik al gauw een club in handen. Ik was twaalf en meteen verkocht. Mijn mama zette me ’s morgens aan het golfterrein af en ik bracht er de dag door,’ herinnert ze zich. ‘Ik heb altijd van balsporten gehouden. Dat heeft me wellicht ontvankelijk gemaakt, waardoor ik erg snel vorderingen heb gemaakt. Tijdens mijn eerste seizoen had ik handicap 36. Op het einde van het seizoen was die al 24 en het volgende jaar ging ik van 24 naar 8!’ Die snelle vooruitgang maakt dat Chloé al snel mag aantreden op juniorentoernooien in België. In haar leeftijdsgroep (meisjes geboren in 1990) wordt ze geconfronteerd met veel speelsters van een goed niveau. ‘Die rivaliteit is erg belangrijk geweest. De ene verhoogde het niveau van de andere. Op mijn 15de werd ik voor het eerst geselecteerd voor de nationale ploeg.’

Het meisje heeft talent: op haar 16de doet ze mee aan het Europees Kampioenschap, op haar 18de aan het WK golf in het Australische Adelaide en vier jaar later, in maart 2013, wordt ze prof. ‘Dat was niet per se een doel. Ik zat op de universiteit en dacht niet dat mijn niveau goed genoeg was voor een carrière op de greens.’ Toch slaagt de golfspeelster van Royal Waterloo erin studie en topsport te combineren. Ze studeert aan de UCL en zou dit jaar haar diploma handelsingenieur moeten behalen. Ze moet alleen nog haar eindwerk afmaken dat over fiscaliteit in de sport gaat. Nadien zal ze zich helemaal aan haar sport wijden. ‘Aangezien ik de helft van het jaar in het buitenland verbleef, moest ik me organiseren. Niet gemakkelijk, maar het was een fantastische ervaring’, erkent de protegee van Arnaud Langenaeken, haar technische coach. Chloé geeft toe dat ‘de eenzaamheid, wanneer je na een slechte dag weer in je hotel bent, soms zwaar om te dragen is. Als het niet goed gaat, als ik slecht speel, dan zou ik bij mijn familie willen zijn om mijn zinnen te verzetten.’

Topsport is dus niet alleen glitter en glamour. En ook al zijn golfspelers niet de minst bedeelden, golf is niet de kip met de gouden eieren. Voor één seizoen wordt het budget voor vliegtuigreizen en hotels op € 50.000 geraamd. ‘Bij de meisjes moet je al een toernooi winnen om zoveel geld te krijgen’, merkt de jonge vrouw op. ‘Dankzij verschillende partners red ik het momenteel.’

Bij gebrek aan middelen moet de jonge vrouw echter vaak alleen reizen. ‘Ik heb niet het geld om een caddie of een trainer mee te nemen. Ik heb trouwens geen vaste caddie. Soms is mijn zus mijn caddie, dan weer mijn coach of mijn vader… Als er niemand is, doe ik een beroep op lokale caddies. In China of India is dat altijd het geval. Tot nu toe heb ik veel geluk gehad. Ik werd steeds bijgestaan door gemotiveerde caddies die echt zin hadden om mij te helpen. Sommige meisjes hebben het wel eens slechter getroffen.’

Maar de opofferingen zijn niet vergeefs en Chloé Leurquin zou haar leven voor niets ter wereld willen ruilen. ‘Ik zie mezelf dit nog vijf of zes jaar doen. Daarna zal alles afhangen van mijn evolutie. Als ik het financieel niet red, zal ik iets anders moeten doen. Ik sta niet met lege handen, ik heb een diploma. Maar momenteel boek ik nog vooruitgang en speel ik steeds beter. Bovendien hou ik van wat ik doe.’ ‘Ik heb veel geluk’, geeft ze toe als ze het over de vele reizen heeft die van haar een wereldburger met vrienden op alle continenten maken. ‘Het is soms frustrerend om ver te reizen en de hele dag in een hotelcomplex vast te zitten, maar over het algemeen stellen de organisatoren van toernooien ons bezoekjes voor’, vertelt ze. Van de tempels in China tot de baai van Sydney over de stranden van Agadir, Chloé Leurquin kijkt zich de ogen uit. ‘Ik ben dol op Australië, Sydney. Het seizoen begint daar, in de warmte. Drie weken voor het eerste toernooi ga ik naar daar om mee te doen aan de ProAm, bij wijze van oefening. We logeren dan bij gastgezinnen. Het is veel leuker dan de officiële toernooien.’ Ze zal dus ongetwijfeld graag het zand van Copacabana onder haar voeten voelen in augustus 2016. ‘Er zullen twee golfspelers per land zijn, in totaal 60 concurrenten. Op dit moment ben ik 53ste. Als de selectie vandaag zou gebeuren, zou ik dus van de partij zijn. Ik moet goed blijven spelen om in de running te blijven. Pas in mei 2016 zullen we het weten’, legt ze uit. Eind april heeft het Belgisch Olympisch Comité laten weten dat de Belgische delegatie uit 120 atleten zal bestaan.

‘Van jongs af aan heb ik de Spelen gevolgd. Het is een fantastisch event. Al die sporters die samenkomen, dat is zo uitzonderlijk. Bovendien vinden ze plaats in Rio, een exotische plek en mijn geboorteplaats. Dat is tof. Voor elke atleet is dit een groots gebeuren.’ De aanwezigheid van Chloé op de OS zou ook goed zijn voor wat erkenning door de media. Behalve Nicolas Colsaerts zijn er weinig golfspelers die regelmatig de Belgische pers halen (nvdr: ontdek het portret van deze speler in ons nummer 21, dat online gratis beschikbaar is). ‘Sinds Nicolas heeft meegedaan aan de Ryder Cup (n.v.d.r. in 2014) krijgt golf wat meer aandacht in de pers’, zegt ze tevreden. Met een charmante ambassadrice die blijft verbeteren, kan die belangstelling alleen maar toenemen.

COMPLETE ATLETE MET EEN WINNAARSMENTALITEIT

Werd golf ooit beschouwd als een sport voor de gepensioneerde bourgeoisie, dan is daar de laatste jaren wel verandering in gekomen. Atleten zoals Tiger Woods hebben het beeld van het grote publiek bijgesteld. Het imago van de dikbuikige golfer is vervaagd en vervangen door een veel positievere voorstelling. Golfers die op hoog niveau spelen zijn complete, atletische sporters. Chloé Leurquin is daarop geen uitzondering. Ze wordt bijgestaan door een technische coach, Arnaud Langenaken, een fysieke coach, Thierry Noteboom, en binnenkort misschien ook door een mentale coach. Ze stelt alles in het werk om haar doelstellingen op middellange termijn te bereiken: toegelaten worden tot de prestigieuze LPGA (het Amerikaanse circuit) en een major winnen.

TECHNISCH

‘Mijn sterk punt is de lange afstand, de approach, de “driving”. Ik behoor tot de middengroep van de beste speelsters. Toen ik prof werd, is mijn “putting” (de korte afstand) lang een enorme zwakte geweest, maar ik heb hier hard aan gewerkt. Je kunt dus niet meer zeggen dat het een zwak punt is, maar het is ook nog geen troef. Mijn vooruitgang zal sterk afhangen van de mate waarin ik op dit gebied nog vorderingen kan maken. Ik moet nog verbeteren, want in beslissende toernooien kun je zo het verschil maken.’

FYSIEK

‘Sinds ik prof ben, ben ik sterker geworden. In de gym doe ik veel explosieve krachttraining (sprint, lopen, medicine ball, enz.). We werken op het hele lichaam, niet alleen de armen. Ook de benen moeten sterk zijn. Het is veeleisend. Kijk naar de golfspelers tegenwoordig, iedereen is fit. Ook mijn hobby’s helpen mij om in vorm te blijven. Als ik niet golf, daag ik mijn vriendinnen uit voor een tennismatch. Ik hou van lopen en wandelen, en overweeg ook yoga te gaan doen. Dat is ontspannend en erg interessant wat stretching betreft.’

MENTAAL

‘Wat de psychologische aanpak betreft, heb ik de juiste persoon nog niet gevonden. Ik ben niet tegen. Het is misschien niet noodzakelijk, maar het zou me wellicht helpen bepaalde punten te verbeteren. Wat mijn putting betreft, heb ik last van een gebrek aan vertrouwen. Ik zou iemand moeten vinden met wie het klikt en die me echt iets bijbrengt. Ik heb geen zin om alleen maar mentale oefeningen te doen. Ik ben van nature niet gestrest. Om me te ontspannen, doe ik vaak een beroep op een fysiotherapeut of een masseur. Dat helpt me om los te laten. Ik heb vaak een dipje in het midden van het seizoen. Vorige zomer vroeg ik me af wat ik daar deed. Ik was teruggevallen tot nummer 110 in het circuit, terwijl je in de top 80 moet blijven om je plaats te behouden. Maar ik ben het seizoen goed geëindigd en haalde verschillende keren de top 20. Ik heb me hersteld. Waarschijnlijk heb ik die druk nodig.’

www.chloeleurquin.com

 

FAVORIETE ADRESJES VAN CHLOÉ LEURQUIN
  1. Kobo Resto Waterloo ‘Een echte ontdekking. Hier serveren ze de Afrikaanse keuken en dat is echt heel anders dan wat we gewoonlijk eten. Bovendien is het heerlijk. Ik heb dit adres pas onlangs ontdekt. De sfeer is er echt goed. Eigenaars en personeel zijn uiterst vriendelijk. Je bevindt je echt in een totaal andere wereld.’ Rue François Libert 4 – B-1410 Waterloo www.kobo-resto.be
  2. De bar van l’Amusoir Waterloo ‘Wanneer ik met vrienden een glas ga drinken, is het vaak in deze bar in het centrum. Cosy. Een begrip in Waterloo.’ Ch. de Bruxelles 121 –B-1410 Waterloo www.lamusoir.be
  3. La Ferme du Hameau du Roy Vieux-Genappe ‘Ik ben dol op deze bakkerij in Lasne (Vieux-Genappe). Het brood is er heerlijk, maar ik smelt vooral voor hun gebakje met frambozen.’ Chaussée de Bruxelles 70 B-1472 Vieux-Genappe www.fermeduhameauduroy.be
  4. Het terras van de Royal Waterloo Golf Club ‘Als ik in België ben, breng ik hier al mijn tijd door… en ik ben het nog steeds niet beu. Je eet hier erg lekker. De omgeving is prachtig en de sfeer in het club house ontspannen. Het is een beetje mijn tweede thuis.’ Vieux chemin de Wavre 50 B-1380 Lasne www.royalwaterloogolfclub.be
  5. La Pâte et Ose Waterloo ‘Ga er heen, proef hun beroemde trio van pasta en zeg me wat je ervan vindt!’ Ch. de Bruxelles 526 – B-1410 Waterloo www.lapateetose.be
  • /
Nieuwe tentoonstellingen
23/05 – 06/12/2015

 

Stephan Vanfleteren, Charleroi

 

Laatste tentoonstelling van een cyclus van vijf fotografieopdrachten die in 2010 aangevat werd. Na Bernard Plossu, Dave Anderson, Jens Olof Lasthein en Claire Chevrier heeft het Musée de la Photographie aan Stephan Vanfleteren gevraagd zijn visie op Charleroi te pre­senteren.

Voor Vanfleteren was deze oefening niet helemaal nieuw vermits hij de stad reeds sinds et­telijke jaren bezocht heeft : Charleroi is inderdaad terloops aanwezig op de pagina’s van zijn inmiddels beroemde Belgicum via fotografie of via teksten die de stad verbinden met die an­dere plaatsen, Brussel, Antwerpen, Luik of Oostende. Steden die in zwart-wit de routebeschri­jving vormen van dit vreemde land, om beurten somber en opgewekt, triviaal en schroomvallig, irritant en aandoenlijk.

Charleroi ontsnapt niet aan die indruk, tussen onbehagen en empathie. Het zou elders kun­nen zijn en nochtans is het hier, in die stad die niet ophoudt te herleven, die Vanfleteren tracht te bevatten van boven op een terril of onder de neonlichten van een café waar de vereen­zaamden elkaar uitgeleide doen op het einde van de nacht : Vanfleteren, zowel medeplichtige als getuige, duikt er in onder maar neemt niets mee zonder toestemming. Al die foto’s zijn de vrucht van lange omzwervingen, geduldige gesprekken, uitgewisselde blikken.

Geen beschuldigend portret noch een pleidooi, het Charleroi van Vanfleteren geeft de kwet­suren weer, de weerstand en de solidariteit van een stad die weet dat ze weldra een afspraak heeft met zichzelf.

 

Stephan Vanfleteren (1969, Kortrijk)

Studeerde fotografie in Sint-Lukas Brussel (1988-1992).

Werkte van 1993 tot 2009 als freelance fotograaf voor de krant De Morgen maar bleef veel tijd investeren in eigen projecten. Hij is gespecialiseerd in zwart-witportretten en langdurige reportages in binnen- en buitenland. Hij werkt momen­teel vooral voor buitenlandse kranten en tijdschriften. Stephan Vanfleteren is medeoprichter van Uitgeverij Kannibaal/Hannibal en werkt er als artdirector. Sinds 2010 is hij ook gastdocent aan het KASK (Koninklijke Academie voor Schone Kunsten) in Gent.

 

MICHEL COUTURIER,

Il y a plus de feux que d’étoiles (er zijn meer lichtjes dan sterren)

 

Commerciële centra in de periferie van grote steden, parkings en industriële zones, gebeton­neerde plaatsen tussen gebouwen in de randstad, zijn de plaatsen die de overpeinzingen van Michel Couturier voeden.

Met beton overdekte steriele ruimtes, banaal tussen de verticalen van de straatlantarens en de horizontalen van de geëffende plekken met gesnoeide vegetatie, niets lijkt minder natuurlijk dan deze utilitaire, vaak provisorische ruimtes, gelieerd aan een consumentistische activiteit. In hun nachtelijke of zondagse zinledigheid lijken ze nog beter symbool te staan voor een verlor­en sociaal weefsel van de 21° eeuwse mens: agora’s waar geen debat meer zal plaatsvinden, centrum van een verwoeste en getemde natuur. Deze beveiligde ruimtes getuigen ‘s nachts paradoxaal genoeg van een blijvende angst zoals destijds het woud voor onze voorouders.

“Misschien heb ik de malaise in vraag willen stellen die ik ervaar wanneer ik me er bevind. Of eerder het gevoel dat op dergelijke plekken, meer dan elders, met meer intensiteit vragen gesteld worden, vragen die betrekking hebben op de persoonlijke band met de ruimte of ook nog met het gevoel van vrijheid, alsof de maatschap­pij, maar vooral ons lot, onze levenswijze, zich daar op een helderder en heftiger manier open­baren” schrijft Michel Couturier in dit verband.

Daarom isoleert hij zinnen in een mythologisch verhaal*, herwerkt ze en, zoals de ondertiteling van een film, plaats hij ze, als een contrapunt, op de beelden. Het zijn ook werktuigen, wapens om de malaise te bezweren en de plaatsen te naderen.

Er zijn meer lichtjes dan sterren riep de zeevaarder zonder kompas uit met voor zich de licht­en van onze steden die hem beroofden van de sterrenbeelden om hem op de kliffen te doen stranden.

Michel Couturier (1957) woonde respectievelijk in Luik en Rijsel en heeft actueel zijn uitvalsbasis in Brussel. Voor zijn artistiek werk gebruikt hij fotografie, video en tekening in relatie tot beeldhouwkunst, architectuur en de pub­lieke ruimte. Sinds 2001 behandelt hij kwesties met betrekking tot de stad en haar buitenwijken, vaak in verband met de mythologie en haar overblijfselen in het hedendaagse landschap. Hij heeft tentoongesteld in Brussel, Gent, Antwerpen, Rijsel, Roubaix, Tourcoing, Marseille, Parijs, Genève, Montre­al, Rotterdam, Berlijn en Valencia. Werken van hem zijn opgenomen in meerdere openbare collecties waaronder die van de BNF, het Stedelijk Museum, de Federatie Wallonië-Brussel, de Provincie Henegouwen.

 

IN/OUT, Ontmoeting tussen architectuur en fotografie

Maud Faivre, Pierre Liebaert, Rino Noviello, Zoé van der Haegen

De architectuur, getuige van een stad in verandering, is aanwezig in het hart van Mons 2015, en zal er een van de meest langdurende sporen van blijven. Sinds 2012 doorkruisen Maud Faivre, Pierre Liebaert, Zoé Van der Haegen, fotografen, en Rino Noviello, videokunstenaar, met als coördinator de architect Marc Mawet, de bouwwerven om verslag uit te brengen van de urbanistische, landschappelijke en architecturale wijzigingen in Bergen.

In/Out schenkt ons een blik op de artistieke dimensie van hun werk via een selectie beelden die, bevrijd van hun verwijzingen naar de werven die werden opgevolgd, bij elkaar passen en op elkaar inspelen om zo aanspraak te maken op een sterk, autonoom en gemeenschappelijk verhaal.

In dit verband preciseert Marc Mawet, curator van de tentoonstelling: “Eerder dan de beelden te kiezen per bouwwerf en deze te groeperen per artiest, hebben wij bij de opstelling geopteerd voor het samenstellen van reeksen waarbij de onderwerpen en de auteurs door elkaar lopen.

Het “zich op de achtergrond plaatsen” betekent niet het zichzelf wegcijferen maar verduidelijkt in tegendeel het engagement.”

Maud Faivre (Saint-Claude, Frankrijk, 1986) woont en werkt in Brussel. Aan de école La Martinière de Lyon be­haalde zij een diploma in de toegepaste kunsten, specialisatie textieldesign, waarna zij fotografie studeerde aan de Ecole Supérieure des Arts “Le 75” in Brussel. Zij is lid van het fotografencollectief La Grotte.

Pierre Liebaert, geboren in Bergen in 1990, behaalt in 2011 het diploma fotografie aan de Ecole Supérieure des Arts “Le 75” in Brussel. Hij woont en werkt in Brussel.

Geboren in 1977 in Cambridge (G.B.), woont en werkt Zoé Van der Haegen in Brussel. Zij behaalt een licentie Pol­itieke Wetenschappen aan de ULB en werkt daarna in de sociale sector in Brussel. In 2011 behaalt zij een Master in de fotografie aan La Cambre (Ecole Nationale Supérieure des Arts Visuels) te Brussel.

Sindsdien streven deze drie fotografen een persoonlijk artistiek werk na en participeren zij aan verschillende fotografieopdrachten. Hun werk wordt regelmatig tentoongesteld in diverse Belgische en buitenlandse steden.

Rino Noviello, beroepsfotograaf en oprichter van het agentschap Picturimage, verdeelt zijn tijd tussen artistieke projecten en opdrachten (portret, architectuur, reportage en studio). De kern van zijn werk is poëzie, mysterie en engagement. Zijn belangrijkste preoccupaties zijn strijden voor een levende en vrije kunst, de diversiteit van de blik en van de onderwerpen exploreren. Regelmatig is hij de drijvende kracht achter vormingssessies die de gelegenheid bieden kunst in contact te brengen met technologie en cultuur en realiseert hij documentaires waarbij hij maximaal gebruik maakt van de videofunctie van fototoestellen.

www.noviello.be

De daling van het tentoonstellingsritme als gevolg van de opgelegde besparingen ontzegt fotografen de ontmoeting met het publiek. Om het effect van deze lacune te verzachten, kunt u vanaf nu in La Boîte Noire het werk ontdekken van een door ons geselecteerde fotograaf. Op de eerste verdieping zal zijn werk getoond worden op een projectiescherm. Voor deze eerste editie is onze keuze gevallen op Régis Defurnaux. Reden te meer om het museum te bezoeken!

RÉGIS DEFURNAUX
Maiko no hikari
TE ZIEN TOT 17 MEI 2015

 

MEER INFO

Maiko no hikari is een werk van zes jaar over de wereld van de leerling-Geisha’s van Kyoto, de Maiko. Gevangenen van de clichés verbonden met de wereld van de prostitutie en gezien als instrumenten met toeristische doeleinden, zijn deze jonge vrouwen iets totaal anders: het zijn volwaardige artiesten.

Inderdaad, deze vrouwen getuigen van zeer oude artistieke vaardigheden (dans, zang, voordracht, instrumenten) die intens verbonden zijn met de seizoenen – en daardoor zelfs met de cycli van de plantaardige wereld. Zij voeren ons eveneens mee tot de animistische oorsprong van de Japanse samenleving, door hun wortels onder te dompelen in de hoofse kunst, het kabuki-toneel en de verzoeningsdansen uit het landleven.

Als levende kunstwerken bevinden zij zich nochtans op de voorposten van de Japanse vrouwelijkheid door het statuut van de vrouw binnen het sociaal weefsel te herdefiniëren via het model van onafhankelijkheid dat zij incarneren. Ver boven de simplistische tegenstelling tussen traditie en moderniteit zijn het moderne vrouwen op zoek naar een ander leven. Maiko no hikari kan vertaald worden als het licht van de leerling-geisha’s, maar het licht (hikari) kan ook gezien worden als hoop. Om die reden toont deze fotoreeks op een heel aparte wijze de aan de gang zijnde evolutie binnen de kunstvormen in Japan en de manier waarop dat zo bijzondere land zijn identiteit weer samenstelt in de vroege 21ste eeuw.

Sterk verbonden met de geleidelijk aan verdwijnende wereld van de bloemen, stellen deze jonge vrouwen onze condition humaine in vraag: een levend evenwicht tussen een intieme sensatie van directheid en een vreemd gevoel van bestendigheid – zoals in de fotografie.

‘Vurig’ is het adjectief dat vaak gebruikt wordt om Luik en zijn bewoners, echte fuifnummers, te omschrijven. Maar daarnaast is de stad ook bijzonder dynamisch en creatief! Zo ondergingen sommige wijken een complete gedaanteverwisseling: het werden architecturale pareltjes met een eigen levensritme dat elke dag een beetje hipper wordt. Een markant voorbeeld is de rue Souverain-Pont. We nemen een kijkje.

Een straatje dat er op het eerste gezicht niet uitziet – dat is vóór de facelift. Verlaten winkels, lege panden, verweerde en verwaarloosde gevels. Maar wel met een enorm potentieel, en dat beseft Luik. Heel wat façaden hebben namelijk een beschermd statuut. Bovendien grenst de wijk aan de Place Saint-Lambert, een perfecte ligging om woningen en handelszaken te ontwikkelen. Nu is er alleen nog nood aan bezieling en inzet om het straatje een eigen cachet te geven.

In het kader van het stadsproject ‘2012-2022’ besluit de stad Luik om geld vrij te maken om de bestaande gebouwen te saneren en om te vormen tot woningen en handelsruimten. In bredere zin gaat het erom om de wijk nieuw leven in te blazen als commerciële en economische trekpleister. De panden in deze straat heten een ‘hoog erfgoedkundig potentieel’ te hebben. Voor de grootschalige renovatie wordt een budget van € 6.000.000 uitgetrokken. In samenwerking met Job’In wordt het project opgestart in 2007, en dat in het kader van de operatie ‘Créashop’.

In de praktijk worden 23 nieuwe wooneenheden ingericht, naast vier handelszaken op de nummers 7, 13, 15 en 17 van de straat. ‘Créashop’ staat voor innovatie én voor de wil om jonge Belgische ontwerpers en designers kansen te geven. In oktober 2012 wordt een aanbesteding gelanceerd. De bonus is een voorkeurcontract voor de huur, uitgerekend een zetje dat jonge ondernemers nodig hebben, en projectbegeleiding door Job’in. Uiteindelijk krijgen vier winnaars een toegangskaartje om in de rue Souverain-Pont hun ding te doen: Emmanuelle Wégria en haar boetiek die exclusief gewijd is aan Waalse ontwerpen; de modeontwerper Fabrice Bertrang; Séverine Langhor en haar textielcreaties met (wereld)stoffen; en de juwelenontwerpster Lara Malherbe.

Wattitude, 100 % Waals

Wattitude is een bij uitstek Waalse boetiek. De naam zegt het al, het is de verheerlijking van de Waalse attitude. In een periode waarin ‘Made in France’ stilaan weer in de belangstelling komt, is het wellicht niet slecht om hetzelfde te doen voor ‘Made in Wallonia’ of toch zeker ’Made by Walloons’. Bij Wattitude is dan ook alles Waals! Bij de keuze van haar producten is Emmanuelle Wégria bijzonder streng, want ze laat alleen toe wat ontworpen of geproduceerd wordt in Wallonië.

In 2009 lanceert Emmanuelle Wégria, van opleiding architecte en decorontwerpster, ‘Madame Manu’, een pittige kledinglijn voor kinderen, al is dat op dat moment maar een nevenactiviteit. In 2011 stopt ze haar samenwerking met het Théâtre Arsenic, een van de grootste reizende toneelgezelschappen in ons land. Het is een keerpunt in het leven van de jonge Luikse, want onverwacht moet ze zich vragen stellen en wordt ze geconfronteerd met nieuwe levenskeuzen. Moet ze haar bijberoep verder ontwikkelen? Een winkel openen om haar ontwerpen te tonen? Geen tekort aan ideeën. ‘Door mijn activiteiten voor “Madame Manu” kreeg ik de kans om deel te nemen aan heel wat designerbeurzen en kwam ik in aanraking met ongelooflijk veel Belgische en Waalse ontwerpers met schitterende ideeën’, verduidelijkt Emmanuelle. Dankzij die vaststelling krijgt ze steeds meer zin om een boetiek met haar eigen creaties te openen, al wil ze evenmin voorbijgaan aan andere Waalse ontwerpers. ‘Ik heb nogal wat creatieve vriendinnen en ik besloot om hen ook een plek te geven.’ Stilaan ziet ze het concept ruimer en denkt ze ook aan design – wellicht zit haar architectuuropleiding daar voor iets tussen. Vervolgens suggereert haar partner om ook Waalse bieren en levensmiddelen onder de aandacht te brengen. Het concept ‘Wattitude’ is een feit.

Een strenge selectie

De pittige brunette is heel enthousiast: ‘Al die producten hebben mijn hart gestolen. Aanvankelijk gingen mijn partner en ik overal op zoek naar ontwerpers of producenten met wie we onze zaak konden vullen. Maar vrij snel moesten we afremmen, want er zijn nogal wat getalenteerde Walen en zo groot is onze winkel nu ook weer niet.’ Emmanuelle volgt haar hart bij de keuze van de ontwerpen, al hecht ze minstens evenveel belang aan vakkundigheid. ‘We proberen de nadruk te leggen op al wie professioneel bezig is met ontwerpen, al hebben we eveneens oog voor wie een kwaliteitsvolle ambachtelijke nevenactiviteit heeft.’ Bij gebrek aan ruimte moet ze nu al sommige ontwerpers weigeren, want haar winkelruimte bedraagt slechts 100 m2.

Vier ruimten

Omdat de boetiek opgedeeld is in afdelingen krijgt elke ontwerper de nodige zichtbaarheid. ‘De ruimte is zodanig georganiseerd dat iedereen fraai voorgesteld wordt. Op de website van de winkel probeer ik ook iedereen weer te geven en geef ik meer uitleg over de aanpak’, verduidelijkt Emmanuelle. Bij elk voorwerp staat een kaartje met daarop de naam van de ontwerper en de plaats waar hij of zij vandaan komt: Amandine Jehin – Namen; Florence Beauloye – Engis; Jean-François D’Or – Luik… En uiteraard zijn ze allemaal Walen. De voorwerpen kregen een plaatsje in vier ruimten: om te beginnen, zijn dat Waalse bieren en voedingswaren. Dan heb je design, met daarbij een selectie boeken die een plaatsje kregen in de rekken van de Luikse ontwerper Alix Welter. Vervolgens is er de kinderhoek, met haar eigen ontwerpen van ‘Madame Manu’. En tot slot heb je de afdeling ‘Juwelen en modeaccessoires’. De achterkant van de winkel is ingericht als atelier, waar Emmanuelle elke maand allerlei creatieve workshops houdt. ‘Het zijn de ontwerpers zelf die de workshops bedenken en organiseren.’ Voor de deelnemers een mooie gelegenheid om creatief uit de hoek te komen onder het toeziend oog van enthousiaste pro’s. Daarnaast organiseert het koppel ook regelmatig evenementen, telkens met hetzelfde doel: getalenteerde Walen voorstellen aan het publiek. Op de binnenplaats houden ze bijvoorbeeld showcases met jonge muziekgroepen die net een eerste album uitbrachten. Feestelijke gelegenheden die de kans bieden om de nieuwste Waalse bieren uit de winkel te proeven. Om de twee maanden staat er ook een nieuwe kunstenaar in de kijker. De winkel zelf is te klein om nog nieuwe voorwerpen te plaatsen, maar er zijn nog altijd de wanden! ‘We zullen dat bij toerbeurt doen! Sophie Vanghor stelt als eerste tentoon, van 3 april tot 30 mei.’

De jonge onderneemster heeft geen spijt van de keuzes die ze gemaakt heeft. Haar winkel is een groot succes, zowel op persoonlijk als op professioneel vlak. ‘Het is een enorme meevaller. Ik vind het heel interessant om rechtstreeks in contact te komen met ontwerpers en producenten, om hun verhaal te horen en te zien hoe ze werken. En ik denk dat het publiek het ook wel fijn vindt om het resultaat van zoveel Waalse kunstzin samen onder één dak te vinden.’ Elk voorwerp is een echte ontdekking en de ruimte is een pareltje. Inderdaad een samenvatting van Waals talent. WAW!

 

informatie

Wattitude
Rue Souverain-Pont, 7
B-4000 Liège
+32 (0)497 62 53 53
[email protected]
www.wattitude.be

 

LOONT EVENEENS DE MOEITE

De rue En Neuvice, want deze Luikse straat heeft haar oorspronkelijke middeleeuwse structuur bewaard. Je vindt er:
het bevallige Hotel Neuvice, waar de eigenaars je warm onthalen;
REstore, een boetiek met als basisconcept slow design, of de kunst om mooie dingen te maken met huishoudelijk of industrieel afval;
kaasmaker Uguzon, waar je zorgvuldig geselecteerde kazen en wijnen kunt proeven én kopen;
het atelier van Salvador Renzo, een luitenbouwer die zich gespecialiseerd heeft in de bouw en de restauratie van tokkelinstrumenten.

‘We moeten plaatsen creëren die bewoond worden door gevoelens’, vertelde Alain Ducasse, de beroemde Franse chef en maker van het Carnet Gourmand. Jean-Philippe Watteyne neemt die uitdaging twee keer aan, in zijn twee restaurants in Mons. ‘Onze Jean-Phi’, die zwaar gemediatiseerd werd door het televisieprogramma Top Chef, gaat uit van een eenvoudig en vrijgevig uitgangspunt, dat helemaal geworteld is in zijn liefde voor de grond en de streek.

In januari laatstleden verhuisde Jean-Philippe Watteyne iCook, zijn bekendste restaurant, naar de lanen van Mons. De mooie villa was vroeger van een bekende dokter uit de streek. Het gebouw werd onder handen genomen door interieurarchitecte Charlotte Esquenet, die mee de vennootschap EXSUD heeft opgericht. Al bij de receptie is de eerste indruk heel hartelijk. Het gebouw heeft ook vier suites, kamers waar je hedendaagse beelden vindt van aapjes. Het zijn replica’s van de Singe du Grand Garde, het symbool van Mons dat op de gevel van het stadhuis staat en de geluksbrenger is van de stad van Doudou.

Ingericht met comfortabele zetels zijn de ruimtes heel zen. Diffuus licht zorgt voor een vertrouwelijke sfeer waarin je de heel betaalbare wijnkaart kan raadplegen. Het restaurant heeft de vorm van een glazen kubus. Een mooie grote gastentafel in helder hout, waaraan een twaalftal gasten kan zitten, staat recht tegenover de open keuken.

Puur natuur

‘Ik wil in mijn keuken in de eerste plaats aandacht besteden aan het product’, verzekert de chef ons, ver weg van alle glitter, media en kookprogramma’s op tv. Hij is een heel eenvoudige en vriendelijke chef, bijna verlegen, met een glimlach die aan Jacques Brel doet denken. Zijn liefde voor de keuken heeft hij eigenlijk van zijn grootmoeder. Als kleine jongen ontwikkelde hij al een passie voor taartjes en stoofschotels. Het is niet moeilijk om hem voor te stellen terwijl hij zijn producten kiest op het ritme van de seizoenen en volgens de goesting van de dag, of terwijl hij een recept uitwerkt aan de hand van zijn culinaire vondsten. Het product, de versheid en de geur ervan zijn de pijlers onder de emoties waarvan zijn kaart getuigt. Zijn palmares toont aan dat hij meekan op het niveau van de grootsten, maar vooral dat hij mensen gelukkig kan maken met een opmerkelijke prijs-kwaliteitverhouding.

Het restaurant heeft de vorm van een glazen kubus. Een mooie grote gastentafel in helder hout, waaraan een twaalftal gasten kan zitten, staat recht tegenover de open keuken. 


De dienst in de zaal blijft op mensenmaat, met een capaciteit van 34 couverts. De wijn wordt discreet en zonder al te veel franje gepresenteerd. Maureen, zijn vrouw, doet de bediening en wordt daarbij uitstekend bijgestaan door Frédéric en Pauline, allebei om ter vriendelijkst.

Waarom iCook verhuizen?

‘Een restaurant hebben in het centrum van de stad is goed, maar ik wou evolueren. Sommige klanten maakten af en toe een opmerking dat de omgeving niet helemaal meer overeenstemde met hun verwachtingen. Ik wou dus meer comfort, maar het moest toch eenvoudig blijven.’ iCook werd trouwens samen met een aantal vrienden, een goed team en goede leveranciers gerealiseerd. ‘Het team is heel belangrijk voor mij. En natuurlijk ook de producten. Ik wil vooral meer eerlijkheid in mijn keuken leggen. De mensen moeten hier echt goede producten kunnen eten. Ik maak het live klaar in mijn open keuken. Dat is een toneelstukje dat zo transparant Tendens en zo echt mogelijk moet zijn. Mijn leveranciers moesten medeplichtigen worden, maar ook vrienden. Zo is er Yves, mijn visboer, die me elke dag het beste van de zee levert en vooral de dagverse vangst uit Bretagne. Voor het welzijn van de klant heb je een decor en wat sfeer nodig. In die zin kan ik interieurarchitecte Charlotte Esquenet niet genoeg bedanken. Ze is een gepassioneerde vrouw, altijd bereid om te luisteren en altijd op zoek naar elegantie, naar een modern karakter en comfort.’

Oog voor detail op het bord en in de kamer

Chef Jean-Philippe was niet van plan om kost én inwoning te geven aan de gasten in zijn nieuwe etablissement. Het idee was er wel, maar dat was iets voor later. Veel later. Maar de ruimte was er toch al. Plaats zat zelfs. Bijna te veel voor de zaak op mensenmaat die hij van zijn tweede restaurant wil maken. Al snel krijgt het idee vorm, met enige aanmoediging van zijn vriendin. En jawel, na een heerlijke maaltijd op de benedenverdieping kunnen de gasten nu boven genieten van een deugddoende nachtrust.

De eerste verdieping vormt het perfecte decor voor de vier kamers, elk met een eigen badkamer en een eigen stijl. Twee van de kamers gaan terug naar de roots van de twee tortelduifjes. “La Bretonne” verwijst naar de wortels van Maureen, de vriendin van de chef. De verschillende grijstinten geven een robuuste, maar gezellige indruk. Daarnaast zijn er details in metaal zoals de geometrische verlichtingstoestellen, de koperkleurige keien en de stenen wastafels, die ook naar Bretagne verwijzen. In “La Belge” was het de beurt aan Jean-Philippe om zijn roots te eren. De ruimte is ingedeeld in verschillende kleuren, maar van een overdreven patriotisme is geen sprake. Zwart domineert, met gele en rode toetsen.

De twee andere kamers zijn geïnspireerd op belangrijke momenten in het leven van Jean-Philippe. “La Chef ” is gebaseerd op zijn verschijning in het programma Top Chef in 2013, dat een onbetwistbaar keerpunt vormde in zijn leven. Jean-Philippe geeft bescheiden toe dat het programma een echte springplank voor zijn carrière heeft betekend. Deze kamer is waarschijnlijk een van de meest gedurfde. Aan het plafond, boven het bed, hangen tientallen kookpotten en -pannen die oranje en bruin geschilderd werden en nu een immens tapijt van metaal vormen. De kranen in de badkamer werden vervangen door de industriële douchekoppen die je gewoonlijk vindt aan de wasbakken van grote keukens. Elk detail telt, net als in de gastronomie. Ook de inrichting van het restaurant werd met smaak en zin voor detail gekozen. De laatste kamer, “La tropicale”, staat symbool voor de ontmoeting tussen Jean-Philippe en zijn vriendin in Club Med. Alles in de kamer staat in het teken van rust en ontspanning. Een nachtlampje in de vorm van een vis, een bontgekleurde divan met papegaaienprint, bamboestokken die de slaapkamer scheiden van de badkamer... Hier waan je je ver weg van huis! En wie zich nog niet genoeg kan ontspannen, laat zich languit zakken in de immense badkuip met plaats voor twee personen.

“La Chef ” is gebaseerd op zijn verschijning in het programma Top Chef in 2013. een echte springplank voor zijn carrière, dat geeft Jean-Philippe bescheiden toe. Deze kamer is waarschijnlijk een van de meest gedurfde. Aan het plafond, boven het bed, hangen tientallen kookpotten en -pannen die oranje en bruin geschilderd werden en een immens tapijt van metaal vormen.


De klanten van het restaurant zullen ongetwijfeld de bijzondere inrichting van de kamers op prijs stellen. Genieten van een lekkere maaltijd, eventueel met de nodige wijn, en je niet druk hoeven te maken over de terugrit... heerlijk!

 

informatie

iCook
Avenue Reine Astrid, 31
B-7000 Mons
+32 (0)65 33 40 33
www.restaurant-icook.be

 

BIO EXPRESS

 Afgestudeerd aan de hotelschool Ilon Saint Jacques in Namen in 1997
 Twee keer finalist van de Prosper Montagné in 2010 en 2011
 Finalist van de wedstrijd Meilleur Artisan-Cuisinier van België 2012
 Kandidaat bij het programma Top Chef in 2013. Datzelfde jaar publiceerde hij het boek iCook for you samen met culinaire fotograaf Anthony Florio. In dit boek staan recepten van Jean-Philippe Watteyne en vijf vrienden: Florent Ladeyn (‘Le Vert Mont’), Christophe Thomaes (‘Château du Mylord’), Sang-Hoon Degeimbre (‘L’Air du Temps’), Pierre- Yves Gosse (‘La Cinquième Saison’) en Chi Tien-Chin (‘L’Esprit Bouddha’).
Gouden Garde voor de meest inventieve chef (Gids van LeVif 2013-2014)
Een koksmuts en 14/20 in de Gault & Millau 2015

 

À LA CARTE

Er staan mooie gerechten op de kaart. Zo heb je makreelfilets in escabèche, met een trio van uitjes (pickles van rode ui, gebrande ui en een crème van ui met karamel). Sint-jakobsnootjes van Erquy in de pan gebakken, met twee bereidingen van dezelfde groente: gekonfijte prei en een granité van dezelfde plant. Op de kaart vind je ook de zogeheten ‘plats canailles’, echte volkse schotels: een mooie gehaktschotel van rundswangen, of een varkensborst die 24 uur gestoofd werd met een ratatouille van oma’s andijvie, of een waterzooi van vis met groentjes. Alles op een schitterende manier klaargemaakt. Subliem. Laten we zeker ook de zoete gerechten niet vergeten, zoals de méringuebol, de tiramisu of het dessert met bietjes en manjarichocolade uit Madagaskar.

 

DE GOEDE ADRESJES EN TIPS VAN JEAN-PHILIPPE

La Cinquième Saison

‘Pierre-Yves Gosse is zowat mijn geestelijke vader en mijn coach. Hij heeft me begeleid in het programma Top Chef, maar hij is vooral een vriend. Hij kan kortaf zijn, maar ook heel verdraagzaam. Hij legt alles goed uit’. La Cinquième Saison, vlak bij de Grote Markt, blijft inderdaad een van de beste restaurants van Mons. Lekkerbekken werpen een blik op de gevel met een fantastisch uitzicht op de keuken.

Rue de la Coupe, 25
B-7000 Mons
+32 (0)65 72 82 62

Mimolette Cacahuète

‘Een klein, leuk plekje. Stéphanie Deghilage, mijn kaasboerin, is ook een van die medeplichtigen. Zij rijpt zelf sommige kazen, vooral Belgische, maar ze kan ook op bestelling werken en levert me dan bijvoorbeeld een prachtig blokje Comté.’ Dit is een mooi adresje voor lekkerbekken waar Stéphanie Deghilage de kaasliefhebber in Mons al bijna vijftien jaar lang verwent. Ze heeft een mooi assortiment kazen, fijne vleeswaren, mosterd, confituur en lekker in een houtskooloven gebakken brood van bij Jean- Sébastien Demeyer waarvan je geweldige boterhammen kan maken. En ze maakt ook nog eens fantastische dagsoepen.

Rue des Fripiers, 15
B-7000 Mons
+32 (0)65 84 54 00

Le 44 Rue des Fripiers

‘Ik hou van de sfeer en van de chef, die ook Jean-Philippe heet. Dit restaurant heeft een heel coole kant. Het is een mooie ontmoetingsplaats, waar je met vrienden afspreekt, al dan niet gasten die ook in het vak staan’. De zaak van Chef Ransquin ligt in het historische hart van Mons. Wijn is hier erg belangrijk, want de baas is een grote liefhebber van deze godendrank. Aanvankelijk was hij hier begonnen met een wijnbar waar ook tapas geserveerd werden, om dan later meer aandacht te gaan schenken aan een uitgebreidere restauratie.

Rue des Fripiers, 44
B-7000 Mons
+32 (0)65 31 37 94

Esprit Bouddha

‘Tien Chi is een vriend geworden. Hij is trouwens bevriend met vele restauranthouders. We wisselen geregeld recepten uit: hij voor Aziatische culinaire bereidingen en ik voor de desserts. Af en toe gebeurt het dat we samen iets klaarmaken.’ Het restaurant L’Esprit Bouddha, het vroegere Palais Impérial, opende zijn deuren in september 2002. Het werd overgenomen door Tien-Chin Chi en Ajing Xiang, de dochter van de vorige eigenaars. Tien Chi kreeg zijn opleiding in de CERIA in Anderlecht, en is de derde generatie van een familie van restauranthouders. Hij kiest de beste producten. Het restaurant heeft een heel degelijke wijnkelder en ook een grote keuze aan whisky’s en verschillende theesoorten. Dit is een uitverkoren plekje omwille van de loungy sfeer van dit restaurant.

Place des Martyrs, 30
B-6041 Gosselies
+32 (0)71 37 22 05

Maga-Vins

‘Wijnspecialist Didier Gendarme staat aan het hoofd van de firma Maga-Vins in Marcinelle. Hij komt hier vaak langs om me mee te laten genieten van zijn ontdekkingen. Dan laat hij een selectie wijnen uit de noordelijke Rhônevallei of van elders proeven. Hij is bezeten van goede flessen en hij telt ook nogal wat vrienden onder de restauranthouders.’

Rue Constantin Meunier, 115
B-6001 Marcinelle
+32 (0)71 37 25 30

Nieuwe tentoonstellingen in het Musée de la Photographie tot 15 september 2013

Nikon Press Photo Awards 2013

Via deze wedstrijd wil Nikon de mooiste persfoto’s van Belgische persfotografen of van persfotografen die in België resideren, op de voorgrond stellen. De Nikon Press Photo Awards is bedoeld voor professionele persfotografen die in het bezit zijn van een officiële perskaart en die hun activiteit kunnen bewijzen door middel van een commerciële publicatie. Dit jaar kunnen de deelnemers kiezen uit vier categorieën: actualiteit, sport, portret en stories. Voor deze editie van 2013 zal de Nikon Press Photo Awards meer fotografen bekronen. Behalve de Nikon Press Photo Award, de traditionele eerste prijs, zal de jury enerzijds de Promising Young Photographer Award toekennen aan de meest talentvolle fotograaf die jonger is dan 30 jaar. Anderzijds zal Nikon in elke categorie die foto bekronen die het best de filosofie en de kwaliteit van deze Awards weerspiegelt. De diverse prijzen zullen bestaan uit Nikon-materiaal: voor de laureaat van de Nikon Press Photo Award ter waarde van ongeveer € 6.000 en ongeveer € 2.000 voor de winnaar van de Promising Young Photographer Award. De prijzen toegekend in elke categorie zullen een waarde hebben van ongeveer € 1000.

Nikon Press Photo Awards is een organisatie van Nikon Belux in samenwerking met het FotoMuseum Antwerpen [www.fotomuseum.be] en het Musée de la Photographie in Charleroi [www.museephoto.be].

Jens Olof Lasthein - Charleroi

Na de tentoonstelling ‘White Sea, Black Sea’ in 2010 stelde het Musée de la Photographie aan Jens Olof Lasthein voor een fotoreportage te maken over Charleroi. Daarmee werd hij de volgende fotograaf in de reeks van fotografieopdrachten die het museum geeft om een stad in verandering in beeld te brengen.

De Zweedse fotograaf Jens Olof Lasthein maakte twee reizen en bracht weken door in Charleroi om de stad en haar omgeving te doorkruisen. Hij ontmoette de inwoners, deelde hun dagelijkse leven met hen en legde de belangrijke momenten vast.

Van deze onderdompeling in de stad van de Carolorégiens levert hij ons, in een veertigtal panorama’s in kleur, een opmerkelijke reeks scènes uit het dagelijkse leven. Sterke beelden, getint door melancholie, triestheid en ernst, waarmee hij getuigenis aflegt van het dagelijkse leven van eenvoudige mensen. Het licht verrast en Lasthein toont zich een compositorisch meester. Mannen, vrouwen en kinderen vertellen hun verhaal, al dan niet geposeerd, in de bocht van een straat, op een braakliggend terrein of in een bistro. Het is een verhaal dat niemand onverschillig zal laten.

En Xavier Cannone voegt eraan toe: “De panoramische visie, die het handelsmerk van Lasthein is en aanleunt bij het filmische verhaal, maakt van elk van zijn foto’s middeleeuwse schilderijen waarin elk detail telt, waarin van links naar rechts, vooraan en in de achtergrond, verhalen worden geschetst. Verhalen die verteld moeten worden in een landschap waarin ze naadloos opgaan en dat ze samenbrengt.”

CV

Jens Olof Lasthein werd in 1964 in Zweden geboren en groeide op in Denemarken. Vandaag woont en werkt hij in Stockholm. Hij doceert occasioneel fotografie in Zweden, terwijl hij voortdurend persoonlijke projecten uitwerkt en persopdrachten uitvoert.

Een fotoboek vergezelt deze tentoonstelling.

Met de steun van Ores, de Stad Charleroi, Wallonië en de Fondation Mons 2015

 

Frédéric Pauwels - L’envers du décor (De achterkant van het decor)

leven in een precaire omgeving. Ze hebben geen aanzien, de wetgeving is vaag en er rust een taboe op hun beroep. Daardoor worden ze ondergedompeld in een paradoxaal ‘no man’s land’. Dat is de reden waarom de vereniging ‘Espace P…’ vecht om hun rechten te laten erkennen, om aan de prostituees een wettelijk beschermingskader te bieden, maar eveneens om de publieke opinie en de politici op de problemen te wijzen. Via 43 foto’s, gepresenteerd en afgedrukt met een heel nieuw procédé, richten Frédéric Pauwels, fotojournalist, en de ‘Espace P…’ de spots op het milieu van de Belgische prostitutie. Frédéric Pauwels wil het beroep niet met schande overladen of de consumenten van deze ‘economie’ aan de kaak stellen. Hij heeft zich in het milieu begeven en het vertrouwen gewonnen van een aantal prostituees. Het resultaat is een respectvol en gevoelig werk dat de focus minder richt op de prostituee dan op de vrouw die dit beroep uitoefent. De getuigenis is des te sterker omdat ze de steun geniet van sommigen onder hen, die niet alleen bereid waren duidelijk herkenbaar gefotografeerd te worden, maar zich ook uitspraken over hun intieme verhouding tot de prostitutie. Een sociaal beroep, diep menselijk voor de enen, onaanvaardbare overlevingsstrategie voor de anderen. Hun woorden zijn sterk, onverwacht, en brengen ons in de war. Anderzijds is er ook de soms gore realiteit van vrouwen die door de stedelijke herinrichting werden verdreven en verplicht worden te werken in echte zwijnenstallen, waar de vloer bezaaid ligt met vuilnis en condooms. In dit verband heeft ‘Espace P...’ eveneens de getuigenissen van verschillende vrouwen gebundeld. De bezoeker kan die, als hij dat wil, ontdekken in een boekje dat ter beschikking ligt tijdens de tentoonstelling.

CV

Frédéric Pauwels (°1974) is een Belgische fotograaf. Als stichtend lid van het internationale collectief Luna, fotograaf in vast dienstverband bij Vif-L’Express en docent aan het atelier Contraste, heeft hij samen met Gaëtan Nerincx en Virginie Nguyen Hoang het nieuwe collectief Huma opgericht. Hij is ervan overtuigd dat de fotografie, beter dan woorden, dingen aan de kaak stelt en brengt, sinds meer dan twaalf jaar, verslag uit van de situaties die hem raken: de daklozen, het einde van de paardenrenbanen in België, muziek in het ziekenhuis, de Brusselse Noordwijk, de verwoesting van Doel voor de uitbreiding van de Antwerpse haven en het dagelijkse leven van de vrouwelijke prostituees in België. In 2008 werd hij genomineerd voor de Dexia Prijs en in 2010 was hij laureaat van de 16de Prix National Photographie Ouverte met de Prix du Patrimoine / Amis de l’Unesco. In april laatstleden heeft hij eveneens een fotoschool, waarin hij les geeft, opgericht: l’atelier Obscura. Deze tentoonstelling is het resultaat van een samenwerking tussen het Musée de la Photographie van Charleroi, Espace P… en Frédéric Pauwels.

 

Les études de Monsieur Gaspar (De studies van meneer Gaspar) - Charles Gaspar (1871-1950)

Het Musée de la Photographie is in zijn collectie ondergedoken om het werk van Charles Gaspar te ontsluieren. Charles Gaspar is een Belgische fotoamateur uit de 19de eeuw van wie de foto’s, verworven in 2003, nog nooit werden vertoond. Als lid van de ABP [Association Belge de Photographie] beoefende Charles Gaspar de fotografie tussen 1892 en 1915, waarbij hij zich aansloot bij de picturalistische stroming, aan de zijde van Belgische fotografen zoals Léonard Misonne en Gustave Marissiaux. Bij hen heeft hij zich kunnen vervolmaken, deelnemen aan talrijke salons en zijn oog van beginnend fotograaf kunnen oefenen. Hij heeft een kwaliteitsniveau bereikt waarvan het dertigtal foto’s getuigen die binnenkort in het museum te zien zullen zijn. Door met het licht te spelen en zijn foto’s manueel te verfraaien, getuigen de studies van Charles Gaspar, volledig in de lijn van de picturalisten, van een verfijnd werkstuk over compositie, licht en pose. En met het platinumprocédé (platinotypie) dat Gaspar gebruikt, goochelt hij nog meer met die begrippen dankzij de verschillende tinten grijs die deze techniek oplevert. De lelie, symbool van onschuld en zuiverheid, komt als een zuiverend thema terug in zijn foto’s, die getint zijn door prerafaëlitische invloeden, zoals de modellen met zwevende gebaren, gekleed in antieke gewaden.

Les études de Monsieur Gaspar bieden tijd voor reflectie en rust in deze tijd van het automatische gebaar en de instamatic.

 

Een paar kilometer van Bergen, verscholen in het midden van een bos, ademt een nieuw designhotel rust en behaaglijkheid, aan de rand van de toekomstige culturele hoofdstad van Europa.

Hotel Utopia gaat perfect op in het omringende boslandschap, waar het ineens opduikt aan het eind van een bocht in de oude Romeinse weg die nu Chaussée Brunehaut heet en vanuit Nimy naar Jurbise loopt. De witte muren zijn bekleed met hout en kubusvormen verlenen het geheel een vleugje zen. Het doet haast Japans aan. Toch haalde architect Michel Duquaine zijn inspiratie niet zozeer uit het Oosten, toen hij afgelopen herfst zijn voormalige woning omvormde tot hotel. Hij heeft de mosterd gehaald bij de utopische beweging van de 18de en 19de eeuw, en met name bij Claude Nicolas Ledoux, de bedenker van de opmerkelijke Koninklijke zoutziederij van Arc-et-Senans (1778), in Franche-Comté. In die mate zelfs dat het restaurant, gedomineerd door de blankheid van het witte goud dat zout destijds was, de naam “Les salines” draagt, de zoutziederij. Voor de vlakbij gelegen site van Grand Hornu heeft architect Henri De Gorge zich trouwens ook laten inspireren door de plannen van Ledoux.

Heden

Vandaag toont Utopia zich als een hotel dat borg staat voor het welzijn van zijn gasten. Als je binnenkomt in het hotel, dat vorig jaar op 21 september in gebruik werd genomen, heb je de receptie met een bar ernaast. Op de vloer liggen geblokte tegels in zwart en wit, de dominante kleuren in de andere publieksruimtes van het gebouw: zoutkristalwit voor het smetteloze restaurant, dat uitgeeft op een terras met een schitterend panorama van het omliggende bos; en zwart voor de gang, de chique kleur die de aandacht vestigt op het hedendaagse design en het gevoel van luxe dat hier heerst.

De kamers bieden diezelfde kleurpatronen en diezelfde hang naar avant-garde. Een open en kubistische juwelendoos die wat doet denken aan Frank Lloyd-Wright, maar altijd met de ambitie om klassiek te zijn zonder in snobisme te vervallen.

Doordeweeks is de clientèle zakelijk, met Shape vlakbij, het wetenschapspark Initialis in Bergen of ook nog het Data Center van Google in Saint-Ghislain, en de gasten komen er zowel voor het comfort als het prijsniveau van de kamers. Die variëren van loft tot klassiek, comfort en suite. Binnen die laatste drie zijn er ook nog eens variaties: zen (meer afgerond), tonisch (met uitgesproken kleuren), wit of zwart. Door die verscheidenheid is elke kamer uniek. De tarieven blijven erg redelijk en schommelen tussen € 75 voor een klassieke kamer en € 320 voor de prestigieuze suite.

Ook de prijzen in het restaurant getuigen van degelijke soberheid. De keuken is half open en op het menu vind je creatieve gerechten met veel verse producten van de markt, stukken beter dan een eetcafé maar zonder de arrogantie van de nouvelle cuisine of de moleculaire mode.

Om het geweten van lekkerbekken te sussen, beschikt het hotel op één verdieping over een binnenzwembad, waar hetzelfde zengevoel hangt als in de rest van het gebouw, en twee individuele wellnessruimtes met sauna, Turks bad en jacuzzi. Zoals dat past te midden van de natuur, is het hotel als gebouw helemaal passief. Het heeft een systeem om water te recyclen en er is enkel een verwarmingsketel met pellets voor het sanitair en het prachtige zwembad. Kortom, zowel zakenlui als klanten die hier wat welverdiende verpozing komen zoeken, zullen in hotel Utopia een atmosfeer van luxe, rust en welbehagen vinden die niks… utopisch heeft.

 

informatie

Utopia hôtel
Chaussée Brunehault, 32B
B-7050 Masnuy-saint-jean
+32(0) 65 848 785
[email protected]
www.utopia-hotel.com

 

Cultuur in de buurt

Omringd door bos is hotel Utopia de ideale vertrekplaats om het culturele terrein in de buurt te verkennen. Zelf voert Hotel Utopia cultuur ook hoog in het vaandel, met tijdelijke tentoonstellingen waarvan de recentste gewijd was aan kunstenaar Jefta Hoekendijk, en door zijn ligging in hartje Henegouwen zijn er belangrijke toeristische en culturele attracties in de omgeving.

Le Grand Hornu
Dit juweel van industriële archeologie ligt ongeveer 15 kilometer van het hotel. Je vindt er de collectie hedendaagse kunst van de Franstalige gemeenschap en ook Grand Hornu Images, dat aan beelden is gewijd, twee onderwerpen waarmee hotel Utopia graag uitpakt.
www.grand-hornu.eu *

Pairi Daiza
Het wonderlijke dierenpark, dat intussen al meer bezoekers (7 miljoen) heeft dan de Antwerpse Zoo, ligt maar een paar kilometer van Masnuy-Saint Jean.
www.pairidaiza.eu *

Le Pass
Een wereld van ervaringen voor klein en groot. 
www.pass.be *

Het Centrumkanaal met zijn scheepsliften
De site plaatst deze kunstwerken opnieuw in hun historische, geografische, industriële en toeristische context. Staat op de werelderfgoedlijst van de UNESCO.* De scheepslift van Strépy-Thieu, de imposantste ter wereld.

Het archeologische park van Aubechies
gewijd aan de Gallo-Romeinse beschaving.
www.archeosite.be

Museum van Mariemont
museum voor kunst en geschiedenis, gebaseerd op de collecties van Raoul Waroqué.
www.musee-mariemont.be

*

Wat de attracties betreft, heeft hotel Utopia een pakketformule met kamer, ontbijt, toegang tot de wellness en tot één attractie, boven op een korting van 15% in het restaurant.

Your opinion counts