Waw magazine

Waw magazine

Menu
  • /

Het tussen wouden, weiden en wegels verscholen Torgny ligt op een boogscheut van Frankrijk en is een oase van vrede en rust.

Enkele morgen wijngaard, een wonderlijk bewaarde wasplaats en de zonovergoten gevels van een van onze mooiste dorpen... vlak bij de Semois.

 

Clément Petitjean en Monia, die zich acht jaar geleden op deze bevoorrechte plaats vestigden, verwachten u in de “Grappe d’Or”, een eethuis dat befaamd is om zijn Michelinster en de lovende commentaren van zijn gasten. “Hedendaagse keuken met haar wereld van smaken en geuren in een kader van weleer”, zoals de chef het met trots uitdrukt. Respect voor originele producten (zoals meel, vlees, groenten, fruit en kaas) is het credo, de gulden regel waaraan de chef en zijn team zich houden. De menu’s en de beperkte kaart worden om de twee maanden vernieuwd naargelang het seizoenaanbod op de markt. Clément, die dol is op versheid en overvloed, serveert dan ook opmerkelijke gerechten, waarbij de aantrekkelijkheden van de streek altijd worden benadrukt.

Drie kleine versnaperingen zijn heerlijke voorboden van het genoegen dat de maaltijd zal verschaffen. De keuze van de smaken is de eerste zorg van Clément, die zijn verbeelding overtreft met een vuurwerk zonder kunstgrepen of valse schijn. Alles is echt en degelijk! Verleidelijke verrassingen volgen elkaar op. Om die schatten te ontdekken, zijn er drie menu’s (“Inspiration” met vier gangen en “Composition” met vijf, tegen respectievelijk € 57 en 68 of € 86 en 101, met een mooie keuze aan wijnen), terwijl het derde, “Réflexion” (volgens het humeur van de chef en naargelang de markt en de seizoenen, om de basis van zijn werk te leren kennen, aangeboden wordt tegen € 110 of, met inbegrip van de wijn, € 161). Voor de lunch is er een “Menu du marché” met drie gangen tegen € 35. Vergeet echter niet dat u ook aan de kaart kunt eten.

 

Het menu

Clément verwent u eerst met verbluffend smeuïge ganzenlever, slagroom met mierikswortel, gestoomd brood dat gevuld is met geroosterde ganzenlever, tzatzikisaus en gebrande sucrine of geroosterde kreeft die heel origineel vergezeld is van pens met saus en gebraden tomaten (een verrassende combinatie die zelfs de meest veeleisende in vervoering zal brengen), tenzij u carpaccio van rode biet met rozenwater, vergezeld van met grof zout en chioggiasap gekonfijte gele biet op uw bord krijgt. Als tweede gang wordt u met een samenzweerderig glimlachje een gulle gestoofde plaatselijke kalfsschenkel opgediend, verzegeld van perzikmosterd van de Maaskant, cantharellen, uien en blauwe aardappelen. Een pietermanfilet uit de Noordzee wordt aangevuld met paprika, Spaanse peper en een courgette, dat alles op een fricassee van bulgur met schaaldieren. Verrukkelijk! Wanneer het moment voor het dessert en de delicatessen aangebroken is, zult u nog beter beseffen in welke uitzonderlijke gelegenheid u zich bevindt. Heel de maaltijd door kunt u bovendien genieten van de huisgebakken broodjes.

De even hoffelijke als efficiënte bediening is in de deskundige handen van een door Monia met de glimlach geleid team. De wijnkaart wordt kundig gepresenteerd door een jonge wijnkelnerin, die perfect weet welke wijn er bij een gerecht past.

Aangezien het lang rijden is naar Torgny, kunnen wij u alleen maar aanbevelen daar te blijven overnachten. U zult er genieten van een vreedzame nachtrust in een middenin de tuin gelegen moderne en comfortabele kamer, met een privéterras dat uitziet op het dal dat de scheiding tussen België en Frankrijk vormt. Het ontbijt kan naar wens op het terras of in de rustieke zaal worden geserveerd. Er is een zeer ruime keuze aan huisgemaakt brood, yoghurt en confituur. U krijgt er zelfs de befaamde plaatselijke Ardense hesp van bij Maréchal. Op de verdieping boven het restaurant is er een gerestaureerde hotelafdeling met vijf mooie kamers in de typische stijl van de Gaumestreek.

 

 

INLICHTINGEN
La Grappe d’Or
Rue de l’Ermitage, 18
B-6767 Torgny
+32 (0)63 57 70 56
  • /

Loïc Pierard heeft er altijd van gedroomd een eigen restaurant te hebben.

Vier jaar geleden creëerde hij “LO’riginal”, een verfijnde eetgelegenheid die vandaag in een historisch bijgebouw van het kasteel van Chimay huist.

Gastronomie, streekgerechten en een jonge keuken zijn daar aan de orde.

 

Wie aan Chimay denkt, ziet de abdij in de verte, waar monniken bier brouwen en kaas maken. Maar daar houdt het cliché op. Vier jaar geleden besloot Loïc Pierard, een jonge chef van 31 jaar, een gastronomisch restaurant te openen in het centrum van de stad, een stad die volgens hem een beetje “aan het uiteinde van de wereld” ligt. “In Chimay kom je niet toevallig!” Dat niet, maar misschien wel om er te gaan dineren in LO’riginal, dat hoog op de kasteelhelling ligt, in wat hier “de benedenstad” wordt genoemd, en dat uitziet op het domein en de uitgestrekte bossen van de streek. “Toegegeven, dat is uniek in Chimay, of het nu om de keuken of de omgeving gaat.” De toon blijft bescheiden, zonder aanmatiging ... er is enkel de wens de klant te verrassen – in alle eenvoud. “De kaart verandert elke maand. Ze biedt een seizoenskeuken aan, zodat er geen sprake is van een eigen gerecht dat men onder de aandacht wil brengen. De chef wil zich alleen maar vernieuwen, verrassingen brengen en een frisse wind laten waaien door een traditionele keuken. Een klassiek gerecht nemen en daar een nieuwe versie van maken.” Enkele gerechten naar keuze, vier menu’s (van de “Lunch” tegen € 22 tot het “Plaisir” tegen € 45), met een prijs-kwaliteitsverhouding die onlangs met een “Bib Gourmand” in de Michelingids werd bekroond. Deze winter kun je hier bijvoorbeeld terecht voor een “Haspengouwse kwartel met rode kool, hazelnoten en Granny-appelen”, je laten verrassen door “sint-jakobsvruchten, linzen, witte beuling en gezouten boter” of wegsmelten bij “grand cru-chocolade, karamel, pindanootjes en kwark”.

De jonge chef kreeg zijn opleiding als leerling en chef bij grote namen en in restaurants zoals “Au Prieuré” in Solre-Saint-Géry en “Bruneau” te Brussel. Maar hij heeft vooral indruk gemaakt door een jaar geleden te verhuizen naar dit bijgebouw van het Kasteel van de Prinsen van Chimay, een prachtige plaats met middeleeuwse allures. “Dat past beter bij mijn keuken en bij mijn oorspronkelijke bedoeling.” Met een veertien op twintig in de “Gault et Millau”, blijkt dat een juiste beslissing.

 

Bakkersoven, fanfare en gastronomie

Het restaurant bestaat uit twee zalen: de eetzaal op de benedenverdieping, die met zijn intiem en gezellig kader plaats biedt aan 25 personen, en “Le Relais des Princes”, een ontvangstzaal (die met “Les Princes de Chimay” wordt gedeeld) op de verdieping, die een weergaloos uitzicht biedt op de streek.

Héél, héél lang geleden, was dit gebouw beneden aan het kasteel, in een steegje dat neerdaalt van de Markt van Chimay, een bijna 1000 jaar oude middeleeuwse stad, een broodoven. Later werd het een stal en, na jaren van leegstand, het onderkomen van de “Loupards”, de prinselijke fanfare van Chimay, die het een tiental jaren lang nieuw leven inblies, er een uitgelezen plek van maakte en er haar naam aan gaf. Het stenen gebouw, waarin nu LO’riginal huist, werd volledig gerenoveerd door Anne Deroover, de binnenhuisarchitecte van het kasteel. Zij deed dat in dezelfde stijl, zoals blijkt uit het meubilair van het “Relais des Princes”, dat haast identiek is aan dat van de wapenzaal van het kasteel. De persoonlijke toets van de binnenhuisarchitecte past goed bij de naam van het restaurant: met kurk beklede muren, een ketel als wasbak en kleuren die doen denken aan steen, maar dan met de warmte van goud. Een mooi kader voor tafelgeneugten, die past bij de wens van de Prinsen om met dit bijgebouw de economische en toeristische ontwikkeling van Chimay te steunen.

 

Naast zijn keuken en zijn uitzonderlijk kader, is LO’riginal vooral een goed draaiend familiebedrijf. Samen met zijn vrouw, Marie Rémy (in de zaal), zijn zus (voor de boekhouding), zijn moeder en zijn schoonouders als gelegenheidshulp, is Loïc erin geslaagd zijn restaurant tot bloei te brengen in een streek waar een gastronomische gelegenheid haar strepen moet verdienen en vooral moet kunnen voortduren. Hier in dit land van jagers, weidse vergezichten en wilde natuur, moet je de mensen veroveren. De geest van de Ardennen laat zich niet zo gemakkelijk vangen. Maar met meesterschap en geduld heeft LO’riginal indruk gemaakt en zelfs de tijd getrotseerd.

     

INLICHTINGEN
LO’riginal
Rue du Four, 30 (La Rampe)
B-6460 Chimay
+32 (0)60 21 46 16

Alpaca’s zijn niet alleen maar mooie dieren. Het kweken ervan is geen kinderspel.

Geavanceerde genetische selectie en strikte wetenschappelijke criteria komen erbij kijken.

De eisen en het geheim van deze verbazende productie.

 

Het goddelijke garen voelt zacht aan en is zacht om te dragen. Om het te maken, werd er 8000 jaar geleden, op de hoogvlakte van de Altiplano, midden in het Andesgebergte, een diersoort gecreëerd, de alpaca. Zijn voorouder, de vicuña of wilde lama, is het dier met de vacht waarvan het fijnste en het meest luxueuze garen ter wereld wordt geproduceerd (met een diameter van 14 micron – ter vergelijking: een menselijk haar is ongeveer 60 micron dik). Het is juist de fijnheid die dat garen zo zacht maakt. Alpacagaren was een van de kostbaarheden van de Incabeschaving en werd het “garen der goden” genoemd, waardoor het voorbehouden was aan het koningshuis. Dit kameelachtige dier beschikt dus over het dubbele erfelijke voordeel dat zijn vacht enerzijds van uitzonderlijke kwaliteit is, een goede isolatie biedt (zevenmaal beter dan wol), sterk en licht is en, anderzijds, in grote hoeveelheden verkrijgbaar (tot 2 kg wol van eerste keus per dier). Twee kenmerken die, naast het rustige karakter van het dier, Éric en Laurence Varlet ertoe hebben aangezet alpaca’s te gaan kweken en garen te spinnen van de vacht ervan.

 

Vreselijk “macho”

De eerste alpaca’s (van het huacayas-type) kwamen in 2011 op de Maquis-hoeve aan. De volgende jaren breidde de fokkerij aanzienlijk uit door aankopen en geboorten. De streng geselecteerde kudde omvat nu dieren met een uitzonderlijke stamboom, die het nakomelingschap vormen van uitlopende generaties uit Nieuw-Zeeland, Australië, Amerika en Peru, waarvan de dekhengst, die – hoe kan het anders – “macho” wordt genoemd, de gelukkige vader is van “crias” van allerlei kleur. De volgende geboortes worden verwacht tegen de zomer van 2016, waarbij men moet weten dat een moeder of “hembra” slechts één jong per jaar draagt. Momenteel telt de kudde een veertigtal alpaca’s en er is geen sprake van ze groter te maken. “Wij willen geen volume of rendement, maar kwaliteit”, zegt Éric Varlet.

In de met bomen begroeide weiden van het landgoed lopen de volgens hun leeftijd over verschillende kralen gespreide alpaca’s rustig het vette gras te kauwen. De dieren zijn trots, nieuwsgierig en verrassend met hun “pompon” op de kop en hun uitdagende amandelvormige ogen. Alpaca’s zijn de dieren waarvan de vacht de meest uiteenlopende natuurlijke kleuren ter wereld heeft. Er bestaan 16 officieel erkende kleuren, maar er werden er ongeveer 200 vastgesteld. Ze vormen een heel subtiel kleurenpalet, dat van zwart tot wit gaat, via grijs, bruin en beige. “In het begin selecteerden we wijfjes met lichte kleuren, want de wereldwijde industriële fokkerij heeft in genetisch opzicht jarenlang de voorkeur gegeven aan wit, dat fijner en dus zachter, langer en sterker haar oplevert. Door het haar te verven, kon men daarna gemakkelijk kunstmatige kleuren maken. Tegenwoordig zijn er opnieuw meer gekleurde alpaca’s in de fokkerijen en dat is maar goed ook. De natuurlijke kleuren kunnen niet worden nagemaakt. Onze hengst is trouwens gekleurd. Grijs is de enige kleur die we niet hebben, want het reproduceren ervan is ingewikkeld en goede grijze vachten zijn zeldzaam. Bij het spinnen mengen we soms vachten om een kleur te verkrijgen. In onze microspinnerij mag overigens geen verf worden gebruikt om de vachten te bewerken, net zomin als chemische producten, zuren en verzachters.

 

 

Alpacavacht en huskyhaar

Éric en Laurence fokken niet alleen alpaca’s, maar ze scheren ze ook en maken in hun microspinnerij garen van de vacht. “Het scheren (er zijn heel weinig scheerders in België) is een dienst die we uitsluitend voorbehouden aan onze klanten (dat wil zeggen aan de bezitters van alpaca’s die bij hen werden aangekocht). We willen heel wat meer zijn dan alpacafokkers. In de lente, wanneer de kudden van onze klanten moeten worden geschoren en de vacht moet worden bewerkt, dan staan wij klaar,” legt Éric Varlet uit. De microspinnerij, daarentegen, staat open voor alle bezitters van alpaca’s, schapen, geiten, konijnen of lama’s, die van de vacht breigaren willen maken. “Wij kunnen alle partijen bewerken en zorgen voor een perfecte naspeurbaarheid.” De klanten zijn zeker dat ze enkel garen krijgen dat van hun dieren afkomstig is. Van eender welk dier, op voorwaarde dat de haren minstens 5 cm lang zijn. Dat was het geval bij een bezitter van een husky, die zeventien jaar lang 6 kg haar van zijn hond had bijgehouden om er 3 kg garen van te laten spinnen! Een textielontwerper liet dan weer bizonvacht verwerken.

De machines van de microspinnerij bevinden zich in een bijgebouw en komen uit Canada. Er is in heel de wereld slechts één enkele fabrikant die de volledige reeks machines aanbiedt (spinmachine, kaardmachine, machine voor het verwijderen van stekelhaar, twijnmachine, kegeloprolmachine enz.), die nodig zijn voor alle stadia van het omvormen van de vezels tot garen. Éric kreeg ter plaatse een eerste opleiding van een Canadese technicus en Laurence ging naar een Schotse microspinnerij om de basiswerking van de machines te leren kennen en kostbare informatie in te winnen over hun werkwijze. “Door de dagelijkse praktijk verfijnen we onze kennis van de machines en kunnen we ze steeds nauwkeuriger afstellen. Wij zijn in Europa de enigen die voor alpaca’s de kring sluiten: selectie en kweek, scheren en het maken van garen uit de vacht.

Op termijn zou er nog een boetiek voor afgewerkte producten moeten worden geïnstalleerd in de microspinnerij. Vandaag is er al een onlineboetiek die een idee geeft van wat men allemaal kan maken met 100 % alpacagaren (truien, sjaals, sjerpsen, kousen en mutsen). In de microspinnerij werken drie Waalse ambachtsvrouwen (twee breisters en een spinster) en dat is nog maar een begin. Éric en Laurence zoeken ambachtslui die een “bepaalde opvatting” hebben. Zoals de stilist en modeontwerper Bernard Depoorter.

 

 

INLICHTINGEN
Alpagas du Maquis
Bois des Tailles, 1
B-5560 Ciergnon
+32 (0)82 22 57 18

 


 

GOED OM WETEN

Er bestaan heel wat verschillende soorten alpacagaren, waaronder:

Royal Baby Alpaca:

Een zeldzame kwaliteit van minder dan 19 micron. Slechts 1 % van de wereldproductie van alpacahaar staat geboekt als Royal Baby.

Baby Alpaca:

Uitstekende kwaliteit, van 19 tot 22 micron.

Fine Alpaca:

Een meer courante kwaliteit bij gefokte dieren, van 23 tot 26 micron dik. Dankzij de grote zachtheid, kunnen van dat garen gemaakte kleren op de blote huid worden gedragen, zonder dat men een stekelig gevoel krijgt. Kleren die gemaakt worden met garen van meer dan 30 micron dik, zijn kleren die prikken! Telkens de alpaca’s in de lente geschoren worden, bewaart het fokkerskoppel een monster dat op dezelfde plaats van de vacht werd genomen. Die monsters worden naar een Engels laboratorium gestuurd. Dankzij de resultaten van de uitgevoerde analyses kunnen Eric en Laurence de evolutie van de kwaliteit van de vacht van hun alpaca’s volgen. Op die manier kunnen ze er zeker van zijn dat de voor het fokken uitgevoerde selectie doelmatig is en kunnen ze streven naar een uitmuntende kwaliteit, zoals Baby of Royal Baby Alpaca.

 

                                                                         


 

ALPACAGAREN IN DE HAUTE COUTURE

Via krantenartikels kwamen Eric en Laurence in contact met modeontwerper Bernard Depoorter. “We zagen bij hem een echte gevoeligheid voor natuurlijk materiaal, voor lokale producten en ambachtelijke knowhow. We hebben hem dus voorgesteld om samen te werken aan een project voor gebreide kledij. Dankzij zijn unieke kwaliteiten is alpacagaren immers een luxeproduct in de textielsector. Je kunt het vergelijken met kasjmier, maar dan zachter en driemaal sterker dan wol en tweemaal sterker dan mohair (angorawol).”

Voor Les Alpagas du Maquis ontwierp de stilist Bernard Depoorter twee originele couturemodellen, waarin het goddelijke garen de hoofdrol speelt. In het eerste model zit alleen breiwerk, terwijl het tweede model speelt met de afwisseling tussen breiwerk en daim. Het kleurenpalet van de natuurlijke tinten van alpacavacht stemmen overeen met de kleurencodes van Maison Depoorter.

 

 

 

                                                                      

 

De mode verandert, de wandelstok blijft.

Zowel in de handen van de groten der aarde als van de meest bescheidenen getuigen wandelstokken van een discreet raffinement.

 

Van Winston Churchill tot Charles Baudelaire en van Sint-Jakob tot Rocambole kunnen wandelstokken een indrukwekkende palmares voorleggen. Niet de kleren maken de man, wel de wandelstok! Dandy’s en wijzen, elegante burgers en Engelse gentlemen, kortom iedereen die goed wil voorkomen, zou een derde been moeten gebruiken. Raffinement en tijdeloosheid, dat is de combinatie die Pierre Vanherck sinds 2004 met succes in het vaandel voert.

In het amper bekende dorp Lillois woont een internationaal befaamde ambachtsman. Deze schrijnwerker en houtdraaier onderscheidt zich sinds een tiental jaar door de creatie van prestigieuze wandelstokken. In 2013 bracht Pierre Vanherck zijn nieuw gamma uit, waarvan het meesterstuk liefst € 30.000 kost! Pierre Vanherck wordt echter niet gedreven door die enorme bedragen, maar door zijn echte hartstocht, namelijk die voor hout.

 

 

Van de bossen van Lillois tot baron Rothschild

De smaak krijgt hij te pakken in 1991, kort nadat een storm de Waalse wouden had gegeseld. Pierre Vanherck, die van beroep elektromecanicien is, gebruikt zijn vrije tijd om hout te hakken en zo een frisse neus te halen. Is het de aanblik van gevelde boomstammen die zijn vindingrijkheid prikkelt? Enkele jaren later neemt hij ontslag uit zijn betrekking en volgt hij een opleiding bij de beste ambachtslieden uit Frankrijk, de “Compagnons du Devoir”. Dat wordt de springplank naar het schrijnwerkersvak. Maar hoogwaardige meubels maken schenkt hem toch niet echt voldoening. Pierre Vanherck wil de platgetreden paden verlaten. De gelegenheid daartoe diende zich een eerste keer aan toen hij toevallig een houtvoorraad kocht waarin ook latten van exotisch hout uit de 19de eeuw zaten, die uitgerekend dienden om... wandelstokken te maken! Jammer genoeg zijn houtdraaiers een uitstervend ras in België, zodat die kostbare latten bleven liggen bij gebrek aan vakkennis. Niettemin broedde hij voort op het idee. In 2004 maakte Pierre Vanherck zijn eerste wandelstok. Zoals hij zelf toegeeft, dacht hij niet onmiddellijk aan de handelswaarde van zijn werkstuk. Maar tegen alle verwachting in krijgt hij er een mooie prijs voor tijdens het salon van de kunstambachten en de oprichting van ArtisanArt te Namen. Zo kreeg Pierre Vanherck de kans om wandelstokken te maken, waaraan hij al vlug zijn eigen signatuur zou geven. Na zes financieel moeilijke maanden brengt zijn atelier wandelstokken met een weergaloze stijl uit, waarvan de palissanderhouten schachten bekroond zijn met een met zilver ingelegde knop van banksianoot waarin diamanten zijn gezet.

Maar dat is nog niet buitensporig genoeg. Pierre Vanherck wordt slechts beperkt door de verbeelding van zijn klanten en die vroegen hem onlangs om “Systeemstokken” te maken, waarvan de knop een pen, een flesje whisky, een mes, een horloge of een sigaar bevat.

 

 

                  

 

Erkenning van het Vaticaan

Eind 2009 wordt Pierre Vanherck gecontacteerd door het Waals agentschap voor export en buitenlandse investeringen (Awex), dat bij hem een bestelling plaatst voor een prestigieuze maar sobere wandelstok voor een “hooggeplaatst persoon”, van wie de naam nog geheim wordt gehouden. Als het contract ondertekend is, verneemt de ambachtsman de naam van de mysterieuze klant: paus Benedictus XVI! Na dertig uur handwerk kan het resultaat aan de verwachtingen van de opperherder beantwoorden. De Vaticaanse wandelstok, die bestaat uit palissanderhout uit India en ebbenhout uit Gabon, is van een zeldzame verfijning. Als discrete versiering is er op de knop een bleke marmerstructuur te zien, die eigen is aan die houtsoort en doet denken aan het pauselijk zegel. Onder een toevloed van verzoeken en bestellingen gaat Pierre Vanherck rustig zijn gang.

Aansluitend op tentoonstellingen in Tokio en Monaco, heeft de aan de Parijse Place Vendôme gelegen luxeboetiek “Lo And Lo” nu de exclusieve verkoop van het jongste model met een met diamanten bezette knop. Met zijn opvallende creaties wil de meester-schrijnwerker het verband verbreken dat tussen een stok en een handicap wordt gelegd: hij wil het dandyeske gebruik ervan nieuw leven inblazen en de wandelstok zijn vooroorlogse glamour teruggeven. En de ambachtsman deed weer een nieuwe vondst: een geurstok, die zijn parfum afgeeft bij meer dan 20 °C.

Toch verloochent de man zijn afkomst niet. “Het belang, het succes en de welvaart van Wallonië hangen af van de mensen die er werken en van de ambachtslui die er de knowhow in stand houden”, zegt hij. “Maar terwijl de titel van kunstambachtsman in Frankrijk dikwijls de deur naar succes en erkenning opent, moet daarvoor bij ons fel worden gevochten. Dat is dan ook helemaal zijn verdienste. We kunnen dus trots zijn op onze creatieve ambachtslieden, die hun knowhow exporteren en bijdragen tot de uitstraling van onze regio in de wereld.”

 

 
INLICHTINGEN
Pierre Vanherck®
Avenue de la Grande Closière, 8
B-1428 Lillois
+32 (0)2 384 64 21
+32 (0)498 73 38 73

De wereld van Jacques Charlier is een immens en uiteraard parallel sterrenstelsel dat voortdurend evolueert. Deze veelzijdige Luikse kunstenaar is een echte artistieke alien. Van 28 februari tot 22 mei 2016 stelt hij tentoon in het MAC’s. “Peintures pour tous” (Schilderijen voor allen) biedt de kans om met deze vooraanstaande Belgische kunstenaar opnieuw kennis te maken.

 

“Zijn ironische manier van werken, zijn kritische en realistische kijk op het kunstsysteem, zijn jeugdigheid (ondanks zijn leeftijd!), zijn vitaliteit, zijn energie, zijn ongelooflijke productiviteit, zijn eclecticisme, zijn mengeling van genres, zijn historische waarde in België… Kortom, hij is een zeer volledige kunstenaar. Om al die redenen heb ik besloten een grote tentoonstelling aan hem te wijden”, zegt Denis Gielen, de nieuwe directeur van het MAC’s. Beter kun je het niet zeggen. Jacques Charlier is zeker een van die geheel autodidacte kunstenaars: hij probeerde een hele reeks disciplines uit die elkaar aanvullen maar die tegelijk ook tegenstrijdig zijn. In de lijn van een Vian, een Picabia en een Magritte heeft de nog altijd zeer jonge zeventiger op amper 12-jarige leeftijd voor God gezworen dat hij later alleen maar voor de kunst zou leven, en vooral dat hij alleen zou doen wat hij graag doet. Hongerend naar kennis en informatie in alle vormen, heeft hij zijn werk gericht op zijn verbeelding en op zijn ervaring van en verbinding met het universum. Eén zin volstaat al om hem op een idee te brengen. “Alle kunstenaars zoeken hun stijl; de mijne bestaat erin al mijn dromen te verwezenlijken. Ik verander voortdurend. Ik probeer alle uitdrukkingsmiddelen en behoud daarbij mijn vrijheid. Dat is paradoxaal. Het lijkt wel een rollenspel: voor elk idee schrijf ik een scenario, waarvoor spelers en een decor nodig zijn… De techniek komt naargelang het idee, voor het effect dat hij zal sorteren. »

 

Schilderijen voor allen

“Italiaanse schilderijen”, “kannibalistische schilderijen”, “fractale schilderijen”, “onkwalificeerbare schilderijen”... Allemaal artistieke thema’s en benaderingen die men door heel de tentoonstelling terugvindt. “Van ‘bloedige’ kritiek op de kunstwereld, via het wegmoffelen van de billenkoek en van het Franse rijbewijs met punten, tot de herinnering aan het glasramenatelier van zijn ambachtelijke vader, voert de overvloedige verbeelding van de kunstenaar de bezoeker mee naar zoveel verschillende werelden, waar men haast onbewust doorheen loopt. “Dat gebeurt allemaal spontaan. Eens ik begin, ga ik voort tot ik het beu word. Als ik zie wat ik 20 jaar geleden deed, heb ik de indruk dat het iemand anders is die dat heeft gemaakt. 99 % van de kunstenaars vindt voor zichzelf een stijl uit. En zo sluiten ze zichzelf op. Ze zitten allemaal vast in hun personage. Maar ik blijf altijd verschillende wegen nemen, ik kan niet anders”, vertelt Jacques Charlier haast guitig.

 

 

Een overvloed aan creativiteit

Hij durft niet alleen van figuratief naar abstract gaan, maar ook, zoals een acrobaat, heel natuurlijk van de ene naar de andere kunstvorm springen. Stripverhalen, punk en rockmuziek, tv-reportages, foto’s, krantenartikelen, collages, pastiches, spotprenten... het zijn allemaal hoofdstukken uit een lang verhaal waarvan men jaren later de omvang kan bewonderen. “Men vond mij altijd een komiek, dat was een persoonlijk spel. Heel mijn werk is beetje bij beetje gegroeid, zoals een kathedraal, stukje voor stukje. Vandaag begrijpt en ziet men al die verbanden, nu al die werken bijeen komen.” Zijn Luiks atelier is een soort grot van Ali Baba, vol herinneringen, allerlei verzamelingen, stapels papier, posters, boeken, foto’s, afbeeldingen, nieuwe technologieën... Daar zet Jacques Charlier onvermoeibaar zijn creatieve zoektocht voort, met de dynamiek en de vitaliteit van zijn blijkbaar eeuwige jeugd.


 

 

Renseignements : 

Tentoonstelling van 28 februari tot 22 mei 2016

Het MAC's – Grand-Hornu
Rue Sainte-Louise, 82
B-7301 Boussu
+32 (0)65 65 21 21

www.jacquescharlier.be

 


 

BIO EXPRESS

Jacques Charlier werd in 1939 te Luik geboren. Op 17-jarige leeftijd gaat hij werken bij de technische dienst van de provincie Luik, waar hij heel zijn loopbaan zal blijven en waar hij, vooral, leert tekenen. In 1962 maakt hij zijn eerste schilderijententoonstelling in de Kunstkamer te Antwerpen. Dat is de start van zijn artistieke loopbaan. In 1975 begint hij met muziek, met heel wat projecten zoals het oprichten van de groep “Terril” en met “regressieve” muziek. Tijdens zijn hele loopbaan neemt hij deel aan honderden individuele en groepstentoonstellingen in Europa en de hele wereld. Zijn werken zijn opgenomen in de verzamelingen van verscheidene Belgische musea voor moderne kunst, in Antwerpen, Brussel, Gent, Oostende en van de Franse Gemeenschap van Belgie, maar ook in Franse musea en in het Mudam te Luxemburg. Hij is de maker van een integratie in het CHU, het universitair ziekenhuiscentrum van Luik, waarvan Charles Vandenhove de architect is. In 2009 creeert hij CLArtvision met Utte Willaert en ook een posterproject 100 sexes d’artistes. In mei 2009 publiceert hij La Courbure de l’Art, een stripverhaal dat een portret schetst van de Frans-Amerikaanse hedendaagse kunstwereld.

 

 

De Biéreauhoeve blijft bezig. Tegen eind 2017 zullen de oude paardenstallen, die net zoals de rest van het gebouw beschermd zijn, worden verbouwd tot een evenementenzaal. Met haar 100 zitplaatsen en ongeveer 150 staanplaatsen, zal zij de sociale en culturele band bevestigen en voortzetten, die de Biéreauhoeve al sinds tien jaar heeft aangeknoopt. De “Paardenstallen” zullen een ontmoetingsplaats zijn in de vorm van een moderne en polyvalente zaal die voor allerlei evenementen kan worden gehuurd. Niet enkel de paardenstallen, maar ook het plein zal worden gerestaureerd om nog beter plaats te bieden aan openluchtfeesten en meer bepaald aan het Kidzik-festival. Sinds haar daadwerkelijke openstelling in 2008 is de Biéreauhoeve een onmisbaar centrum voor muziekuitvoeringen in Wallonie geworden. Heel het jaar door treedt er een keur van kunstenaars uit alle muziekgenres op, van de meest klassieke ( jazz, rock, klassieke muziek) tot de meest experimentele. Op 19 februari 2016 zal onze WAW-vedette Alice on the roof haar eerste album, Higher, voorstellen in de Bieréauhoeve.

 

  
©ARC

 

www.fermedubiereau.be

 

Nieuwe tentoonstellingen
12/12/2015 – 22/05/2016

 

Fotografieopdrachten van de Lhoist Groep

Roy Arden, Bernd & Hilla Becher, Elliott Erwitt, Rodney Graham, Jan Henle en Josef Koudelka

 

Naast haar internationaal gerenommeerde permanente fotocollectie, plaatst de Lhoist Groep al verscheidene jaren bestellingen bij bekende fotografen om haar wereldwijde activiteiten te illustreren. Zo werden de fotografen Roy Arden, Bernd & Hilla Becher, Elliott Erwitt, Rodney Graham, Jan Henle en Josef Koudelka aangezocht om het menselijke, industriële en landschappelijke gelaat van de Lhoist Groep uit te drukken. Een selectie van deze werken zal van 12 december 2015 tot 22 mei 2016 in het Musée de la Photographie tentoon worden gesteld. Daarnaast bezit de Lhoist Groep ook een collectie van de meest representatieve foto’s van persagentschap Magnum, met werk van onder meer Robert Capa, Henri Cartier-Bresson, Martin Parr, René Burri, Harry Gruyaert, Raymond Depardon en David Seymour. Deze foto’s brengen een pakkende getuigenis van historische gebeurtenissen uit de twintigste eeuw, vanaf 1930 tot nu. Een selectie uit dit “journalistieke” geheel zal aansluitend ook binnen de permanente collectie van het Musée de la Photographie tentoon worden gesteld.

 

De Lhoist Groep is gevestigd in Limelette (Waals-Brabant) en is een familiebedrijf waarvan de oorsprong tot de negentiende eeuw teruggaat. De onderneming is een van de wereldleiders op het gebied van de kalk, dolomiet en andere minderalen en is met meer dan 90 vestigingen in 25 landen aanwezig.

 

©Bénédicte Vanderreydt - I am 14

Bénédicte Vanderreydt - I am 14

Boîte Noire                   - 23.05 > 06.12.15

 

Portretten van drie adolescenten van 14 jaar die elkaar kruisen. Valentine woont in België, in Brussel. Ru’a woont in het vluchtelingenkamp van Dheisheh, in Palestina. Loraine woont in Lubumbashi, Katanga, in de DR Congo. Tegenwoordig fotografeert men elkaar op 14 jaar. Men kijkt bijna dwangmatig naar elkaar. Wat toont de jeugd via deze door de sociale media verspreide beelden? De fotografe, Bénédicte Vanderreydt, tracht dat complexe spel van spiegels, waarbij men niet meer weet wie kijkt en wie bekeken wordt, te ontcijferen. De stemmen van die drie jonge meisjes, die op onderscheiden plaatsen op de planeet wonen, verlopen parallel door hun waarheidsgetrouwheid. “Alles is begonnen toen ik op een dag ben blijven stilstaan bij het profiel op facebook van Valentine, een jonge Belgische van 14 jaar. In dat nieuwe intiem-publieke dagboek dat facebook is, vertelt men dingen aan elkaar. Men leeft, men bemint, men drijft de spot, men zegt het tegen elkaar, men friend, men defriend... De honderden foto’s van haar sociale netwerk hebben mij ertoe gebracht dingen in vraag te stellen. Wat toont de jeugd via deze door de sociale media verspreide beelden? Vandaag, op 14 jaar, fotografeert men elkaar. Kijkt men naar elkaar. Is het via die spiegel dat zij zichzelf vormen? Wat gaat er aan de klik vooraf in die cultus van zichzelf en die overexposure? Door gebruik te maken van een stijl tussen die van de publiciteit en die van de mode, heb ik de codes van Valentine, Ru’a en Loraine willen overnemen. Voor mijn objectief stellen zij hun dagelijks leven terug samen. Die aanpak van het in beeld brengen heeft hen gebracht tot een in vraag stellen van hun praktijk. Tussen hun vriendinnen en mijn objectief nemen Valentine, Ru’a en Loraine hun plaats in in dat niemandsland van de werkelijkheid. Hun blik richt een breekbaarheid tot de camera. Hun blik gaat door de spiegel heen en doorbreekt hun zo geoliede codes. De toepassing van het fotografische droste-effect zal deze adolescenten uiteindelijk niet ongedeerd hebben gelaten.”

 

©Laurence Gondon - Yunaika

Laurence Gondon - Yunaika

Galerie du Soir - 23.05 > 06.12.15

 

In het kader van hun partnerschip hebben Le Soir en het Musée de la Photographie het initiatief genomen tot de Galerie du Soir. Gelijktijdig met elke nieuwe grote tentoonstelling in het museum presenteert de Galerie du Soir een te ontdekken jonge kunstenaar. Deze inzet op de toekomst bestaat uit vier luiken: een beperkte maar significante tentoonstelling in het museum, een portfolio in het tijdschrift Photographie ouverte, een voorstelling van de fotograaf op de pagina’s van Le Soir en een selectie van zijn werk op de site www.lesoir.be. Voor deze nieuwe editie van de Galerie du Soir is onze keuze gevallen op Laurence Gondon. Laurence Gondon brengt in haar werk hulde aan de vrouwelijkheid. Als een contrapunt bij de tentoonstelling van Garry Winogrand, “Woman are beautiful”, die de laatste maanden in het museum getoond werd, wordt ons dit keer de visie van een jonge vrouw op haar eigen sekse voorgesteld. Als inleiding op dit aparte werk schrijft zij: “Elke dag bekijkt een vrouw zich in de spiegel en telt de buikspieren die zij mist. Een andere droomt van glamour, maar ondergaat de onfatsoenlijke blikken van de mannen die haar weg kruisen; of, erger nog, die van hun vrouw...”. In dit universum duiken nog heel wat andere vrouwen op: de eeuwig verliefde, de moeder verlaten door haar kinderen, degene die wacht op de terugkeer van haar echtgenoot en zij die alles achtergelaten hebben om hun leven te leiden... Met als titel “Yunaika” (fonetisch voor het Griekse de vrouw) leidt deze reeks van Laurence Gondon ons binnen in een zowel persoonlijke als individuele wereld. Des te meer persoonlijk omdat elk van die vrouwen niemand minder is dan zijzelf. Inderdaad, het betreft hier enkel zelfportretten. En des te meer universeel omdat de vragen die zij aansnijdt van alle tijden zijn en overal op onze planeet gesteld worden. Een vrouw, wat is dat? Aan welke criteria moet zij beantwoorden om de functie te bekleden die de maatschappij haar toebedeelt? Hoe zich daaraan onttrekken en haar eigen weg volgen? In een wereld waarin men beweert dat iedereen vrij is om op zijn eigen manier te leven, blijft de plaats van de vrouw problematisch, opgesloten in stereotypen die teruggaan tot lang vervlogen tijden en waarbij een veelheid aan kleine feiten, handelingen, ideeën deze blijven bestendigen. Geplaatst tegenover die haar toegewezen rol kruipt Laurence Gondon in de huid van die vrouwen om misschien te trachten hen beter te begrijpen maar ook om ons ertoe te brengen naar hen te kijken en onszelf te in vraag te stellen. En om die vrouwen een spiegel voor te houden waarin zij zich ongetwijfeld zullen herkennen. Geboren in 1989 en gevormd aan “le 75”, gaat deze jonge vrouw ook bij zichzelf te rade door die rollen te vertolken binnen een universum waaraan zij bijzonder gehecht is. Al die beelden zijn inderdaad gerealiseerd in een zelfde ruimte: het familiehuis waarin vier generaties vrouwen elkaar opgevolgd hebben. Een huis waarvan het veelkleurige behang een niet te verwaarlozen rol speelt in haar composities. Ongetwijfeld vindt men doorheen deze zelfportretten de houdingen van de ene en de andere terug. Men is inderdaad ver weg van het werk van een Cindy Sherman waarmee men dit werk verkeerdelijk zou kunnen associëren zonder haar beelden te kennen. Laurence Gondon speelt geen enkele rol. Haar gezicht wordt niet getransformeerd met behulp van maquillage en diverse kledingstukken. Vaak biedt zij van zichzelf enkel een reflectie, een houding waarbij haar gezicht niet in beeld komt. Daarentegen hervindt zij stemmingen, gebaren, poses, gevoelens die zij vertaalt door middel van een tegelijkertijd kleurrijke en ingehouden fotografie, nu eens doordrenkt van melancholie of poëzie, dan weer rakelings scherend langs tragiek.

Jean-Marie Wynants

 

In 2013 kregen twee jongeren uit Bergen het idee om verrines op basis van aardappelen te maken. Vandaag verkopen deze ecologische producten als zoete broodjes.

Studeren leidt tot alles, als je maar genoeg ideeën hebt. Hélène Hoyois is graficus en webdesigner, Thibaut Gilquin is binnenhuisarchitect. Deze jongeren uit Bergen leerden elkaar kennen op de banken van de hogeschool Arts au Carré (Arts2). De twee hebben geen internetsites of ingenieuze, comfortabele ruimtes bedacht, getekend of ontworpen, maar wel… eetbare verrines. Gedaan met de kleine plastic recipiënten waarmee u niet weet wat te doen nadat u het vruchtvlees van een avocado, de verse kaas en de reepjes zalm bedekt met foreleitjes hebt opgeslokt. Hun ‘Do Eat’- verrines zijn gemaakt van aardappel en water, en worden samen met de hapjes waarmee ze zijn gevuld, opgegeten. Zo kunt u uw glaasje champagne in de hand houden.

Weg met de afwas!

‘Het was na een avondje televisie met ons bord op de knieën, dat Hélène met het idee kwam om een eetbaar bord te ontwerpen, zodat je de vaat niet meer hoeft te doen’, vertelt Thibaut die toegeeft dat luiheid vaak de katalysator voor grote uitvindingen is geweest. ‘Van een bord zijn we overgestapt op verrines nadat we tijdens vernissages – want we zijn kunstliefhebbers – zagen hoeveel afval er na afloop van recepties ontstond door wegwerpservies.’

Na enkele tests en probeersels kreeg het prototype van Thibaut gestalte als een verrine gemaakt van aardappelzetmeel, een krokant en knapperig recipiënt, erg handig tijdens recepties en walking dinners. ‘Ik had al eerder met aardappel gewerkt en wist dat de textuur van dat zetmeel verschillende voordelen had in vergelijking met zetmeel van tarwe, maïs of bananen’, legt Thibaut uit.

Ondersteund door NEST’up

Begin 2013 beslist het koppel zijn project ter goedkeuring voor te leggen aan NEST’up, het accelerator-programma voor start-ups, ondersteund door Creative Wallonia. De begeleiders die hen adviseren, overtuigen hen dat het idee kan leiden tot de oprichting van een onderneming als het beter wordt uitgewerkt. En zo sluiten Hélène en Thibaut zich drie maanden op in het Axisparc van Mont-Saint-Guibert in een ruimte die gereserveerd is voor de opleiding van jonge oprichters. ‘We hadden totaal geen idee van het commerciële aspect van een onderneming’, zegt Hélène. ‘Het team van NEST'up heeft ons dus geleerd hoe we een businessplan en een financieel plan moesten opstellen, hoe we ons product kunnen commercialiseren (naam, logo,…) en hoe we het konden verdedigen bij partners en financiers.’

Het resultaat van deze intensieve coaching was dat in september 2013 ‘Do Eat’ boven de doopvont werd gehouden. Sinds anderhalf jaar zijn hun producten te koop in de winkel. Ze worden aangeboden in verpakkingen van 25 verrines in verschillende vormen: een lotus, een lepel, een kano of een tulp. ‘Het aardappelzetmeel wordt ons geleverd door een voedingsmiddelenbedrijf in Nederland’, legt Thibaut uit. De verrines worden gemaakt en geïmpregneerd door Les Ateliers de Tertre in Saint-Ghislain, een beschermde werkplaats die personen met een handicap in staat stelt een beroepsactiviteit uit te oefenen. Ondertussen denkt het koppel na over het ontwerp van een specifieke machine, want zowel in Wallonië en Brussel als in de buurlanden blijft de vraag toenemen.

Génération W

De nieuwe onderneming, gevestigd in het Axisparc in Mont-Saint-Guibert, is er niet alleen in geslaagd particulieren te verleiden via de verkoop in gespecialiseerde winkels en andere delicatessenzaken, maar heeft ook grote chefs overtuigd, zoals Jean-Philippe Watteyne (iCook, Mons), Clément Petitjean (La Grappe d’Or, Torgny) en Ludovic Vanackere (L’Atelier de Bossimé), zonder de alomtegenwoordige Sang Hoon Degeimbre (L’Air du Temps, Liernu) te vergeten. Verschillende chefs dus die Waalse streekproducten promoten binnen ‘Génération W’. ‘Van klanten zijn ze partners geworden,’ aldus Thibaut, ‘aangezien ze ermee hebben ingestemd ons enkele recepten voor onze verrines te geven die we in de verpakkingen stoppen.’

Hélène schrijft het succes van de verrines toe aan hun originaliteit en handigheid, maar ook aan het recept ervan. Ze zijn gezond en natuurlijk, en worden zonder vetstoffen of additieven gemaakt, waardoor de smaak van de bereidingen die ze bevatten behouden blijft, of dat nu zoete of zoute hapjes zijn. ‘Bovendien is het een ecologisch product’, onderstreept de jonge onderneemster, die aankondigt dat binnenkort de kit ‘Do Eat Yourself’ op de markt komt, om zelf verrines te maken. ‘In een bepaald gaan de mensen dus toch voor afwas zorgen’, grapt Thibaut.

www.doeat.com

CHARLIE’S CAPITAINERIE

Na jarenlang wereldwijd rondgereisd te hebben tussen droombestemmingen voor surfers, besluit Bertrand Loute om een vaste stek te zoeken in België, meer bepaald in Namen. Al is het niet de bedoeling om op zijn lauweren te rusten. Want deze liefhebber van extreme watersporten is een echte energiebom. Van tijd tot tijd slaat hij zelfs een beetje tilt. Met de overname van het havenkantoor van Jambes – eigenlijk een drijvend etablissement – heeft hij zich recent op een ongewone uitdaging gestort: een nieuwe boost geven aan de Maaskant. Zowel de buitenkant als het interieur van het enorme vaartuig kreeg een complete opknapbeurt en draagt nu de stempel van Bertrand Loute, met de nadruk op smaakvol retrodesign. En La Capitainerie ligt nu rustig te dobberen op de rivier.

Watersporters van meer dan twintig verschillende nationaliteiten komen elk jaar opnieuw naar de aanlegplaats van Jambes, in de eerste plaats een jachthaven. Sommige schippers zijn gewoon op doorreis, terwijl anderen profiteren van de haveninstallaties om Namen te gaan verkennen. “De plek is best wel aantrekkelijk voor toeristen. Zo ontdekken Australiërs, Duitsers, Nederlanders en Italianen Namen via de haven. Er heerst hier een gezellige, kameraadschappelijke sfeer. La Capitainerie is uitgegroeid tot een ontmoetingsplaats waar bezoekers hun verhaal kwijt kunnen. Het is een echt dorp in de stad,” zegt Bertrand Loute, de manager van het etablissement. Met een capaciteit van 60 boten telde de haven in het voorbije jaar tussen 8000 en 9000 overnachtingen, dat is het equivalent van de traditionele hotelaccommodatie. Het feit dat La Capitainerie deels beheerd wordt door privépersonen draagt bij aan dat succes. “Het is niet zomaar een beroep, maar een echte passie,” voegt Bertrand Loute er nog aan toe. Samen met zijn team organiseert hij dynamische, vernieuwende events.

Maar La Capitainerie is meer dan dat: het is ook een centrum voor vrijetijdsbesteding, culturele activiteiten, sport en feesten. Heel bijzonder en werkelijk uniek voor België is het drijvende terras. “Wij bezitten een drijvend terras van 300 m2, waarvan 200 m2 helemaal aangepast kan worden”, legt de manager uit. Die variabele oppervlakte kan dienstdoen als oversteekplaats tussen de twee oevers, als petanquebaan, basketterrein, tafeltennisruimte of ook nog als dancefloor. Het aanbod aan mogelijke evenementen is bijzonder uitgebreid. Naast het vlaggenschipevent ‘Happy Summer Festival’ (zie kadertekst) organiseert Charlie’s Capitainerie afwisselend concerten en dj-sets op donderdag, naast ‘Happy Sundays’ op zondag tijdens de zomer... Van juli tot september is het feest in La Capitainerie. Hier speelt men geen commerciële muziek, maar alleen soul uit de jaren 1960 en 1970, “Iedereen vindt het leuk om wakker te worden of een glaasje te drinken op de tonen van Nina Simone! ”, beweert Bertrand Loute. Privéevenementen op maat zijn hier ook mogelijk, bijvoorbeeld een ‘Kapiteinsdag’ voor de verjaardag van de allerkleinsten, naast schooluitstappen en teambuildings voor bedrijven. Omdat de binnenruimte 100% geluiddicht werd gemaakt, kan men er doorfeesten tot de vroege ochtenduren zonder de nachtrust van de overige jachtsporters te verstoren. “Zowel binnen als buiten beschikken we over meerdere ruimten en daardoor kunnen we diverse privé-evenementen organiseren. Tegelijk kunnen we onze gewone jachtsporters in optimale omstandigheden onthalen en rekening houden met iedereen. En met het drijvende terras zijn de mogelijkheden bijna eindeloos.” Misschien zien we binnenkort wel een tafel in het midden van de Maas verschijnen! Een drijvend banket, zeker weten! 

www.lacapitainerie.be

Namen een spookstad? Alleen een slechtgehumeurde nachtvogel kan zoiets beweren … Op het eerste gezicht lijkt het misschien of de fraaie, bevallige Waalse hoofdstad vooral overdag tot leven komt. Enkele ondernemende figuren hebben nochtans goed begrepen dat Namur by night heel wat te bieden heeft!

 

HAPPY SUMMER FESTIVAL

19 28 juni

Het Happy Summer Festival is stilaan uitgegroeid tot een niet te missen evenement. Al vier jaar lang wagen de Namenaren zich op en rond de Maas aan allerlei watersporten. Vanaf La Capitainerie hebben ze trouwens een schitterend uitzicht op de Citadel. Wat staat er allemaal op het programma? Wat met de Blob Jump? Tijdens deze sensationele activiteit springt men van een ponton en landt men op een reuzegroot drijvend opblaaskussen. Of wat dacht je van Slackline, waarbij men als  een koorddanser balanceert op een strak gespannen touw tussen twee oevers. En dan zijn er ook nog de Hawaïaanse prauw en de ondertussen beroemde Stand up Paddle, waarbij men rechtop staat op een surfplank en zich voortbeweegt met een peddel. Bertrand Loute is altijd al een onvoorwaardelijke fan van het peddelsurfen geweest. In 2012 organiseerde hij de eerste competitie voor stand up paddle in België. Dit jaar werd zijn race geselecteerd als een van de zes Europese wedstrijdonderdelen voor het wereldkampioenschap! Een competitie die kan rekenen op de aanwezigheid van grote kampioenen. En ondertussen mag ook het publiek het peddelsurfen uitproberen

NAMUR EVENTS

We kiezen een plein, plaatsen er een bar en serveren iedereen een drankje ...” Af en toe krijgen mensen briljante invallen die achteraf het internet veroveren. In dit specifieke geval zaten enkele studiegenoten te keuvelen tussen pot en pint, en kwamen ze op het idee om stadsborrels te organiseren! De drie vrienden herinneren zich leuke tijden, gevuld met kroegentochten en studentengein … “Na onze universitaire studies kwamen we allemaal in de omgeving van Namen wonen. We waren betrokken bij de organisatie van evenementen of actief in studentengroepen”, vertelt Nicolas Bonomi, voorzitter en algemeen manager van Namur Events, “Toen we nog studeerden, waren er vrijwel dagelijks evenementen en activiteiten in Louvain-la-Neuve. In Namen was dat helemaal niet het geval. Namen had de reputatie een spookstad te zijn. Wij wilden de publieke ruimte in de binnenstad nieuw leven inblazen. We dachten aan een gratis, laagdrempelig gebeuren, waar de Namenaren gezellig met elkaar konden babbelen en gewoon een glaasje drinken.” Een op en top Naams event, bestemd voor de Namenaren. Met die ambitie voor ogen stichten de drie jonge mensen in 2010 de vzw Namur Events. De eerste Apéros namurois lokken een publiek van 500 à 600 personen. Ondertussen is er al lang geen sprake meer van een simpele bar op een plein … Zo kwamen er tijdens het seizoen 2014 gemiddeld 3000 belangstellenden naar elke apéro! Voor veel Namenaren is het dan ook een vaste afspraak geworden.

Vandaag telt Namur Events al negen managers. Het bedrijf groeit en bloeit, en ontplooit voortdurend nieuwe activiteiten. “In de loop der jaren wilden we blijven groeien en ons aanbod uitbreiden. Toen we van start gingen met Namur Capitale de la bière et du terroir hebben we onze structuur flink vergroot. Voortaan werken we projectmatig”, verduidelijkt Nicolas Bonomi. Tijdens ‘Namen hoofdstad van het bier en de streekproducten’ kan men drie dagen lang proeven van speciaalbieren. De openbare ruimte is dan een verzamelplaats voor notoire brouwerijen, maar ook van kleinere initiatieven. Ontdekken is hier wel degelijk het ordewoord, en dat slaat niet alleen op het bier, maar ook op allerlei happenings errond, zoals een wedstrijd voor de beste bierschenker en culinaire bereidingen met bier door gerenommeerde chefs als Benoît Van den Branden van restaurant Cuisinémoi.

Ideeën rijpen beter als men de hoofden bij elkaar steekt. Stel je dan eens voor wat er gebeurt wanneer de negen managers samenzitten om te brainstormen … Soms toveren ze daarbij heel bizarre of compleet geschifte ideeën uit hun hoed, die achteraf toch uitgewerkt worden en de catalogus van het kleine bedrijf vullen. En ook lanceren ze snel afgeleide producten van hun meest succesvolle events, zoals Namur Capitale de la bière de saison. Tijdens deze manifestatie worden de zogenaamde seizoensbieren voorgesteld, die maar een beperkte tijd verkrijgbaar zijn in de handel. De komende winter vindt bijvoorbeeld de eerste editie van Namur Capitale de la bière de Noël plaats, een festival van het kerstbier. Een ander project is de Namur Beer Tour, een zoekspel rond bier waaraan twee teams meedoen. De deelnemers trekken daarbij door de straten van de stad en gaan van het ene café naar het andere om raadsels op te lossen. In Namen neemt het toerisme inderdaad vreemde vormen aan… Ook op het programma staan de Old School avonden, waar het publiek, onder het nuttigen van een speciaalbier, kan genieten van een aparte film. Tot slot kwamen de organisatoren in maart 2015 op de proppen met Awake, een uit de VS afkomstig concept waarbij men ’s ochtends vroeg een feestje bouwt. In dat geval drinkt men geen bier, maar vruchtensapjes en softdrinks. Meteen na het opstaan dansen en plezier maken, dat is ongetwijfeld een prima manier om de hele dag goedgezind te blijven!

www.namurevents.be

Your opinion counts