Waw magazine

Waw magazine

Menu

HET TIJDPERK VAN DE GROTE MANNEN

De Luikse Sébastien Colen, een groot vrijheidslievend reiziger, is medeoprichter van Col&MacArthur, een merk van collector’s horloges waarvan hij nu de enige dirigent is. Een terugblik op een buitengewoon parcours.

 


Sébastien Colen

Wat is een collector’s horloge ? Een technisch juweeltje met een goed geolied mechanisme ? Een uitzonderlijk ontwerp waardoor het zonder kleerscheuren de decennia kan doorstaan ? Waarschijnlijk, een beetje allebei. En niet te vergeten, natuurlijk, de emotionele dimensie van het horloge in kwestie. Datgene wat niet echt kan worden uitgelegd en dat elk exemplaar een beetje extra ziel geeft. Als deze laatste definitie goed past bij de modellen van het Luikse merk Col&MacArthur, dan past ze als gegoten bij Sébastien Colen, de medeoprichter van het merk. Omdat je wel een beetje gek moet zijn om een nieuw horlogemerk te lanceren. Vooral als je niet uit de horlogesector komt en niet in Zwitserland geboren bent.

Voor deze ingenieur uit Luik, gepassioneerd door reizen, zou niets mogelijk zijn geweest zonder zijn ontmoeting met Iain Wood-McArthur, een Engelse horlogemaker die in België is gevestigd. Hun eerste gemeenschappelijke droom : een horloge opgedragen aan de Scots Guards van de Britse Royal Guard, het vroegere regiment van de horlogemaker. De wegen van de mannen scheidden al in 2018, nog voor hun eerste commerciële succes. Sébastien Colen had toch niet voor niets zijn benijdenswaardige functie in de oliesector opgegeven nog voor zijn project van de grond zou komen. In tegenstelling tot
de goliaths van de horloge-industrie, opereert Col&MacArthur in een nichemarkt. De doelgroep : geschiedenisfanaten, liefhebbers van erfgoed en gepassioneerde horlogeverzamelaars die zichzelf willen trakteren op een horloge met een verbluffend design. Maar voordat het merk
aansloeg en de Luikse horloges uitverkocht raakten in België, Frankrijk en Engeland, moest Sébastien Colen nog lef en heel wat vastberadenheid aan de dag leggen.

Je moet wel een beetje gek zijn om een nieuw horlogemerk te lanceren. Vooral als je niet uit de horlogesector komt en niet in Zwitserland geboren bent.


Aan de pols van de president

Het minste wat we kunnen zeggen is dat de jongen gevoel heeft voor storytelling ; maar hij heeft ook een behoorlijke voorliefde voor buzz. “Als je grote dromen hebt, heb je vaak geen andere keuze dan de sprong te wagen, ” zegt hij. In 2018, wanneer het merk het publiek nog steeds niet weet te overtuigen, bedenkt de jonge ondernemer Armistice 1918, een horloge ter herdenking van de Eerste Wereldoorlog. “Dit was het horloge van de laatste kans. Als het geen succes was geweest, had ik geen andere keuze gehad dan terug te keren naar mijn eerste baan.” Het was tijdens een reis naar Frankrijk dat de gelukkige aanleiding zich voordeed. “Ik wist dat ter gelegenheid van de herdenkingen die later in het jaar zouden plaatsvinden, Emmanuel Macron door Compiègne zou komen. Dus nam ik contact op met het gemeentehuis om een afspraak te maken. Omdat ze het horloge mooi vonden, bood ik aan het aan de president te geven.” Een mooie publiciteitsstunt die het Luikse merk een primetime reportage op de Franse televisie opleverde. De Col&MacArthur machine was vertrokken.


Het horloge 'Armistice 1918' geschonken aan president Emmauel Macron. Een mooie buzz.

Een Luikenaar op de maan

Met de verschillende collecties die sinds 2018 zijn gelanceerd, heeft Sébastien Colen getracht de verzamelgeest, maar ook de erfgoedvezel van liefhebbers van mooie horloges te prikkelen. Van de Lunar uit 1969, gemaakt ter herdenking van de 50ste verjaardag van Neil Amstrongs eerste stappen op de maan, tot het zeer speelse Smurf Collector model, over de Da Vinci 1519 die de 500ste verjaardag van het overlijden van Leonardo da Vinci viert, vertelt elke creatie een klein stukje van onze grote geschiedenis.

Voor elk nieuw model begin ik met onderzoek naar het historische feit, dan vertrouw ik mijn ideeën toe aan een designer. De meer technische stadia, zoals de complicaties, worden toevertrouwd aan een Zwitserse fabrikant. De horloges worden in Luik geassembleerd door onze horlogemaker. Al ben ik alleen aan boord, ik kan rekenen op een team van onafhankelijke medewerkers die me bijstaan wanneer ik dat nodig heb. Dankzij dit volledig digitale beheer, met inbegrip van de distributie van horloges via onze e-shop, kan ik blijven reizen. Op dit moment is mijn doel om het merk een duurzame toekomst te geven. Afgelopen december hebben we een witte versie van het Lunar-model gelanceerd, mijn favoriet wat puur design betreft. De komende maanden zullen rijk zijn aan nieuwe producten (zie kader), maar mijn ultieme droom is niet gebonden aan een bepaald product. Uiteindelijk hoop ik genoeg winst te kunnen maken om een NGO te financieren en sociale en humanitaire projecten te steunen, ” besluit hij.

De Luikenaar lijkt op de goede weg want in 2020, gepusht door zijn aanwezigheid op de Belgische en Franse televisie, registreerde Col&MacArthur een omzetstijging van 300 % ! Een groei die veel goeds belooft voor deze fanaat die aan onze diepe wens om een zekere welvaart te bereiken, wil voldoen aan de hand van zijn collecties van horloges die ontworpen zijn om van generatie op generatie te worden doorgegeven.



TOEKOMSTIGE COLLECTOR’S ITEMS

Liefhebbers van ruimtevaart zullen komend voorjaar een herdenkingsmodel ontdekken ter gelegenheid van de 60ste verjaardag van de eerste man in de ruimte. In 2021 zal Col&MacArthur ook de 500ste verjaardag van het overlijden van de grote ontdekkingsreiziger Magellaan vieren. Een model in het teken van avontuur op zee, te ontdekken in april. Sébastien Colen droomt ervan om volgend jaar verzamelaars uit te nodigen achter de schermen van de Slag om Stalingrad. In feite heeft hij zijn onderzoek al zowel in Berlijn als in Rusland gepland. En als hij erin slaagt de vele obstakels in verband met intellectuele eigendomsrechten te overwinnen, zal hij ook een horloge lanceren ter ere van de vijfde verjaardag van de dood van Johnny Halliday.

 

colandmacarthur.com

Yves Deneyer kiest niet

In zijn werkplaats in La Bouverie, een deelgemeente van Frameries, schept Yves Deneyer evenveel genoegen in het maken van een ijzeren trapdeel dat het dertig jaar zal uithouden, als van een houten muurbekleding voor een huis. Hij vindt het even prettig op zijn draaibank schotels van verscheidene houtsoorten samen te stellen, als een stalen loopbrug in elkaar te lassen.

Het was heel toevallig dat hij met die twee materialen ging werken en zo van zijn hobby zijn beroep maakte. “Van opleiding ben ik softwareanalist-programmeur … Iets helemaal anders dus ! Als autofanaat heb ik twaalf jaar in de automobielsector gewerkt.” Reden genoeg om een van de geheimen te onthullen waardoor hij zich alle dagen kan onderscheiden : “Dat ik vandaag mijn metalen werkstukken kan afwerken met verf, is te danken aan mijn verleden in de autosector. Ik werk met de hoogwaardige verf die in de auto- branche wordt gebruikt en niet met die uit het bouwbedrijf ! 

Geen stukje braam, geen snede die ook maar één millimeter afwijkt en geen enkele naar buiten stekende bout ...

 


© Fred Guerdin

Om tevreden klanten te maken

In de periode die hij in de autosector doorbracht, nu veertien jaar geleden, begon Yves Deneyer al aan zijn reconversie te werken. Zijn huis – dat hij zelf heeft gebouwd in 2005 en dat meer bepaald opvalt door de binnenmuren van MDF, vormt het eerste tastbare bewijs van het talent van deze man uit de Borinage. Net zoals de tafel van Mortex en de zeer mooie, naar de verdieping leidende metalen trap, die ook van zijn hand zijn – “Sindsdien heb ik er 200 gemaakt ! ”. Geen stukje braam, geen snede die ook maar één millimeter afwijkt en geen enkele naar buiten stekende bout…

Mijn architect zei me dat ik gouden handen heb en dat ik me op die markt moest toeleggen. Zo ben ik in 2007 begonnen met de hulp van een halftijdse arbeider want ik delegeer niet graag. Zolang ik het lichamelijk aankan, wil ik alles zelf doen. Ik werk overal in België, maar het project moet me boeien. Ik doe wat technisch mogelijk is, maar het moet me inspireren. Ik werk niet louter voor het geld, maar om mijn klanten en ook mezelf tevreden te stellen ! Behalve de grote stukken die in mijn atelier worden gemaakt, gebeurt alles direct op de bouwplaatsen.

De nu bijna vijftigjarige ondernemer voert een brede waaier werken uit. En daar is een goede reden voor : “Ik heb een afkeer van eentonigheid. Ik stap graag over van het maken van meubilair naar een houten gevelbekleding en daarna bijvoorbeeld naar een terras.” Doordat hij zowel met hout als met metaal werkt en hij niet van anderen afhankelijk is, kan hij tijd winnen, zoals bij het maken van zijn televisiemeubel, waarvoor hij eerst een metalen geraamte maakte, dat hij daarna bekleedde met hout.

Het was heel toevallig dat Yves Deneyer met die twee materialen ging werken en zo van zijn hobby zijn beroep maakte.


Geen kunstenaar, maar ambachtsman !

Je moet een beetje verder kijken om te begrijpen dat zijn talent niet zomaar is komen aanwaaien. “Mijn vader en mijn beide grootvaders hadden werkplaatsen waarin ik naar hartenlust kon knutselen. Op mijn 12e begon ik te lassen ! ”, vertelt Yves Deneyer, die al in zijn kindertijd aan de behendigheid van zijn tien vingers begon te werken, hoewel hij toen nog niet wist dat zijn kinderspel van hem de nu veelgevraagde vakman zou maken. Negen van de tien klanten ondertekenen zijn bestekken zonder zelfs maar elders te zijn gaan kijken.

Zijn stijl ? Zijn creaties voldoen aan sommige codes uit de 21e eeuw. “Alles wat ik maak, is heel eigentijds. Heel lineair en geraffineerd”… Maar zeg hem niet dat hij een echte kunstenaar is, want die benaming wijst hij ook af voor de andere activiteiten waarin hij uitblinkt, zoals fotograferen, meer bepaald van XXL-opnamen van grote ruimten aan de Amerikaanse westkust, waar hij graag met zijn gezin gaat kamperen. “De foto’s zijn mooi, maar niet ik ben de kunstenaar, doch de natuur”, zegt hij nadrukkelijk. In plaats van kunstenaar, noemt Yves Deneyer zich liever ambachtsman. “Ik heb gevochten om dat officiële statuut te verkrijgen. Met mijn vele unieke stukken en met mijn zin voor manuele afwerking beoefen ik een ambacht.

Bomen van overledenen worden onsterfelijke voorwerpen

Pennen van magnolia, pepermolens van berkknoesten, onderleggers van notelaar, decoratieve appels van Japanse kerselaar … Liefst zesenvijftig houtsoorten hebben al een nieuw leven gekregen dankzij zijn handigheid. “Het meeste komt van bomen die in de streek werden gerooid. Ik probeer zoveel mogelijk plaatselijk hout te gebruiken”, legt Yves Deneyer uit, die soms ook planken van gerecycleerde skateboards gebruikt.

Allemaal stukken hout die ongelooflijk veel emoties losweken wanneer er kunstwerken en zelfs geschenken van worden gemaakt. De ambachtsman herinnert zich bijvoorbeeld nog hoe het hout van een appelboom van een overleden grootmoeder een opbergbakje van haar kleindochter werd. Ook herinnert hij zich hoe iemand de schotels wilde kopen die hij van een notelaar van zijn moeder had gedraaid en die dan de pennen, die uit het overschot van hetzelfde hout gemaakt waren, aan al zijn familieleden had uitgedeeld. Onze ambachtsman denkt ten slotte aan die tulpenboom uit Virginia, een houtsoort met een aangename geur die hij graag bewerkt. “Die kwam voort van een familiale eigendom waar de kinderen een hutje hadden gebouwd toen ze klein waren. Opdat de familie de boom en de geschiedenis ervan niet zouden vergeten, had de dame die er woonde me gevraagd om schotels te maken die ze wilde uitdelen aan haar naaste familieleden.” Hoe treffend zijn dergelijke verhalen.

 

Pennen van magnolia, pepermolens van berkknoesten, onderleggers van notelaar, decoratieve appels van Japanse kerselaar ... Liefst zesenvijftig houtsoorten hebben al een nieuw leven gekregen dankzij zijn handigheid.

 

DRIE TENTOONSTELLINGEN OM TE ZIEN TOT 16 MEI 2021

LE GRAND ATELIER VAN JOËL-PETER WITKIN

De tentoonstelling, samengesteld rond zijn geliefkoosde thema’s, de dood, de religie, de mythe en de allegorie, toont heel het technisch en atypisch meesterschap van deze unieke foto- graaf aan, die in 1939 in Brooklyn (New York) werd geboren. Fascinatie en weerzin, medeleven en voyeurisme zijn even zovele mogelijke reac- ties ten aanzien van de foto’s van Joel-Peter Witkin. Deze lijken de beelden te zijn van een “monsterlijke parade” die een wereld van lijden, van verminkingen, van onttakelingsprocessen, van in stukken gesneden lijken, belichten zonder een vorm van hoon uit te sluiten. Kreupelen, hermafrodieten, transseksuelen, in stukken gesneden lijken ontleend aan de mortuaria, her- interpreteren mythologische of Bijbelse guren, verheerlijkt door het artisanale werk als van een edelsmid, een werkwijze die elke digitale mani- pulatie uitsluit.


Cupid and Centaur in the Museum of Love, Marseille, 1992 © JP Witkin, Baudoin Lebon

Joël-Peter Witkin geeft blijk van een grondige kennis van zowel schilder en beeldhouwkunst, als van fotogra- fie en mythologie. Wie zijn foto’s bekijkt, kan enkel maar denken aan Dürer of Goya, aan Picasso of Marey, als Botticelli, Vélasquez of Man Ray niet direct aangehaald worden. Witkin eigent zich de iconografie toe met verbluffende combinaties van tijd en kunsttakken, naar het voor- beeld van die dubbelzinnige Galatea’s met geërotiseerde licha- men waarvan hij de Pygmalion werd.


Anna Akhmatova, Paris, 1998 © JP Witkin, Baudoin Lebon

PETER H. WATERSCHOOT

SUNSET MEMORY

 
© 
PH. Waterschoot

Peter H. Waterschoot nodigt ons uit op een bewegingsloze reis, in wat het opnieuw samengestelde verhaal zou kunnen zijn van een vreemde nacht die zich afspeelt in afgesloten ruimtes, met gedimde lichten zoals ook in de stad die ze herbergt.

Tijdens verblijven van drie of vier opeenvolgende dagen in Oostende, Brussel, Venetië, Osaka of Berlijn, heeft Peter Waterschoot, als een kluizenaar, de tekens van de tijd en van de afwezigheid gefotografeerd in kamers, gangen, salons, ontvolkte dancings... Hier en daar merken we verlaten bedden en zetels, verbleekt behang, achtergelaten glazen en wekkers die gestopt zijn. Peter H. Waterschoot onthult ons niet enkel het hypothetische verhaal van mysterieuze verwachtingen in die gesloten plaat- sen, hij is eveneens het indiscrete oog van verlaten straten, enkel bezield door een zwakke verlichting.



© PH. Waterschoot

DEBI CORNWALL

WELCOME TO CAMP AMERICA


Compliment Detainee Media Room, Camp 5, 2014 © Debi Cornwall

Met uitzondering van de oranje pakken doen er weinig beelden de ronde van wat er zich wer- kelijk afspeelt achter de muren van Guantanamo, de Amerikaanse militaire basis op de oostelijke punt van Cuba, berucht als plek van folteringen en detentie.

Gedurende drie verblijven, tussen maart 2014 en januari 2015, kreeg de New Yorkse fotografe Debi Cornwall toelating om zich binnen de muren van Guantanamo te begeven – de bewoners gaven het de bijnaam Gitmo – om er

een fotoreportage te realiseren, onder de dwingende voorwaarde strikt bepaalde regels te respecteren. Verbod om het gezicht van de soldaten te fotograferen, om het minste beeld van de bewakingssystemen te maken en elke dag de opnames op de SD kaart van haar toestel te laten verifiëren en... direct erna de negatieven te ontwikkelen zodat die konden gecontroleerd worden. Dat deed zij op de badkamer van haar hotelkamer onder het toeziend oog van haar begeleider.

www.museephoto.be

Twee tentoonstellingen van jonge Belgische fotografen met wie u tot 31 januari 2021 kennis kunt maken

Sarah Joveneau

GALERIE DU SOIR

Sinds reeds heel wat jaren nu doorkruist zij de wereld als fotografe, als videaste en misschien nog fundamenteler als mens, Sarah Joveneau, auteur van de reeks Piel de Lucha, gaat de meest diverse mensen opzoeken en tracht verslag uit te brengen van de strijd van de enen, van de levenskeuzes van de anderen …


© Sarah Joveneau


© Sarah Joveneau

Bewegen ? Dat is sinds altijd al een levenswijze, zegt zij geamuseerdReeds tijdens mijn studies op Saint-Luc heb ik mij toegelegd op een lange reportage over nomaden die leven in hun vrachtwagen die naar zowat overal op weg zijn. Meestal reis ik per autostop want ik heb niet veel centen.

De betrokken weg kiest zij in functie van haar projecten, van haar aandachtsgebied, van de informatie die zij hier en daar opvangt in verband met bewegingen die haar interesse opwekken.

Zo werd Sarah Joveneau aangetrokken tot die feministische betoogsters in Valparaiso en Santiago. Van oktober tot december 2018 heeft ze die voor hun vrouwelijkheid opkomende vrouwen en transgenders gevolgd, die op straat samenschoolden om hun hoop uit te schreeuwen, het verkeer te blokkeren, hun pijn op de muren te schilderen en hun eisen over de stoep te laten rollen …


© Sarah Joveneau

In Chili manifesteren die vrouwen met lichaam, dans, zang. Omdat het er tegenwoordig niet enkel over gaat zich te bevrijden van de macht van de mannen. Voor die vrouwen die ik gevolgd heb, is het een manier om zich te bevrijden van de kolonisatie van het lichaam die hun een veeligheid aan zaken ontzegd heeft. Voor de komst van de Europeanen werden de vrouwen, maar ook de homoseksuelen en de travesties, beschouwd als magische wezens, zij fungeerden als sjamaan en hadden een essentiële rol in de gemeenschap. De komst van de Europeanen en van het christelijk geloof heeft dat alles verstoord door een binaire visie van de maatschappij te creëren en alle macht aan de mannen toe te kennen.

Terwijl zij een twintigtal van die vrouwen, die zich tegelijkertijd willen onttrekken aan de macht van de mannen en de magie terug willen inbrengen in de gemeenschap, gevolgd heeft, heeft Sarah Joveneau die lichamen, die huiden gefotografeerd, terwijl zij in een dialoog treedt van co-creatie met elk van hen, teneinde hun stem te laten horen ver over de grenzen van hun land.

Jean-Marie Wynants (Le Soir)

MICHAËL DANS

WHEN THE WATER CLOUDED OVER


© Michaël Dans

Gediplomeerd aan de Ecole Supérieure des Arts Saint-Luc in Luik en aan de Rijksakademie van Amsterdam, drukt Michaël Dans zich uit met even zovele technieken als de installatie, de performance, de beeldhouwkunst, de tekenkunst of de fotografie. Die diversiteit vindt men eveneens terug in zijn onderwerpen (dood, eenzaamheid, erotiek, kindertijd) en de gebruikte formaten. Sinds zijn begin laat dat eclecticisme hem toe te ontsnappen aan elke vorm van categorisering en met gemak te surfen doorheen de codes van de hedendaagse kunst.


© Michaël Dans

In Charleroi worden de muren van het museum versierd met een vijfen-
veertigtal composities over bloemen. Alles is begonnen met een foto van een stilleven, gefotografeerd bij zijn grootmoeder. 
Gedurende meer dan twee jaren heeft Michaël Dans botanische installaties gecreëerd en gefotografeerd vertrekkend van vazen, stof en of behangpapier, gevonden op vlooienmarkten of hier en daar geleend, met een methodologie en een zorg voor het detail en de mise-en-scène identiek aan die van een schilder van stillevens.

En het is in het geheim van zijn fotolabo dat de natuur haar rechten terug opeist ; alles wordt dan terug levend. Natuurlijk of niet, nauwelijks ontloken, in volle bloei of verwelkt, worden de bloemen gesublimeerd.

www.museephoto.be

in de kijker

De winnaars in 2020 van de persprijs die door Wallonie-Bruxelles Design Mode wordt toegekend, Jérémy Perpète en Sarah Van Overstraeten, respectievelijk afgestudeerden aan de HELMo Mode en het IFAPME, belichamen verschillende facetten van een sector die in volle omwenteling is. Portret van een dubbele en beloftevolle prestatie.


Wallonie-Bruxelles Design Mode blijft trouw aan haar eerste roeping, namelijk het ondersteunen van talent in de mode- en designsector actief in Wallonië en Brussel, en heeft daarom de eindejaarscollecties bekeken van de in 2020 afgestudeerde studenten uit de twee modescholen van de Vurige Stede : HELMo Mode met een bachelor in textiel en een sterke focus op de technische knowhow van haar studenten, en IFAPME Château Massart, een opleidingsprogramma met een resoluut artistieke aanpak. Hoewel de twee laureaten elk een collectie hebben ontworpen waarin hun identiteit duidelijk naar voren komt en waardoor beide collecties dus resoluut van elkaar verschillen, staat bij deze indrukwekkende silhouetten een inclusieve mode centraal, met aandacht voor kunst en ambacht. Er wordt gewerkt met ecologische materialen en aandacht besteed aan thema's die onder andere de notie van vrouwelijkheid en geslacht in vraag stellen. 


Sarah Van Overstraeten

Voor de twee jonge ontwerpers, die volledig ondergedompeld werden in de grote ecologische vraagstukken van onze tijd, is er geen sprake van “nog een extra collectie.” Zij willen vooral kleding herstellen, recyclen en transformeren. Deze generatie, die vaak wordt geassocieerd met de virtuele wereld, plaatst ook het concept van samenwerking in het middelpunt van haar denken. Ze besteden aandacht aan het begrip 'samen'. Voor hun collecties hebben Sarah en Jeremy beide samengewerkt met jonge grafische ontwerpers. Uit deze tekeningen ontstond een schilderij op textiel, maar ook op borduurwerk, beide met een heftig verlangen om menselijkheid en authenticiteit terug te brengen in het modebeeld.

Deze twee jonge ontwerpers willen vooral kleding herstellen, recyclen en transformeren.

 


Jérémy Perpète

Twee scholen en veel talent

De Luikse HELMo Mode en IFAPME genieten nog niet de bekendheid die academies als La Cambre en Antwerpen wel hebben, maar ze hebben beide wel ontwerpers en stylisten boordevol talent en ambitie opgeleid. De bekendste is ongetwijfeld Jean-Paul Lespagnard. Als afgestudeerde van het IFAPME Château Massart heeft deze atypische en compromisloze ontwerper in 2008 het prestigieuze Festival van Hyères gewonnen. Sindsdien heeft hij zijn projecten op het gebied van kleding, maar ook op het gebied van kostuums, verveelvoudigd. Zo lanceerde hij de boetiek Extra-Ordinaire in het centrum van Brussel. Deze winkel is een pure en gedurfde weerspiegeling van zijn universum. En heel recentelijk heeft Silversquare hem de ontwikkeling van de toekomstige co-working space in de wijk Guillemins toevertrouwd (gepland voor de opening in 2022).

HELMo Mode heeft heel wat docenten, stylisten en talentenjagers voor modelbureaus opgeleid … maar ook prominentere profielen zoals Timour Desdemoustier, finalist op het Festival van Hyères in 2020. Sommigen zijn een carrière begonnen in België of in het buitenland. Dit is met name het geval voor Rachel Cornet, die zich met succes heeft gelanceerd in de sector van de ambachtelijke lederwaren (zie p.77), en Maxime Cordier, productmanager van het jonge Parijse merk Marine Serre, dat bekend staat om zijn avant-gardistische en toegewijde benadering van kleding.


Jeremy Perpète en de kunstnijverheid

Met zijn collectie Too Much is Never Enough heeft Jérémy Perpète (22), student aan de HELMo Mode, ervoor gekozen om de essentie van het traditionele gezin in twijfel te trekken door de plaats van de vrouw en de klassieke visie op het geslacht in vraag te stellen. Deze jonge ontwerper is zeer geëngageerd en de precisie van zijn werk onthult het doorzettingsvermogen van iemand die aan het begin van zijn studie meer gericht was op creëren dan op techniek. “Ik heb er altijd van gedroomd om naar de modeschool te gaan. De uitgebreide aanpak van HELMo sprak mij aan, maar ik moet toegeven dat een van mijn docenten in mijn eerste jaar niet geloofde in mijn vermogen om mijn gebrek aan praktijkervaring te overwinnen. Tijdens mijn opleiding heb ik ervoor gezorgd om het tegendeel te bewijzen.

Voor deze succesvolle barokcollectie heeft de ontwerper ervoor gekozen een eerbetoon te brengen aan de kunstambachten en verschillende technieken uit te proberen : borduren, breien, kralen … “Deze aanpak maakt deel uit van mijn persoonlijke wens om verschillende facetten van de kunsten en ambachten te verkennen. Via het Textlab van het Design Station in Luik (een plek om te onderzoeken en experimenteren op het gebied van textieldesign, n.v.d.r.) kwam ik in contact met een studente van Saint Luc. Zij bedacht de motieven waarop ik mijn twee borduurwerken baseerde : de kleurrijke wapenschilden die op het jasje werden aangebracht om het bestaande brokaat te verrijken en zo een nieuwe stof te creëren, en de religieus geïnspireerde stof die de voorkant van een overhemd siert. Het resultaat : een reeks silhouetten tussen het mannelijke en het vrouwelijke in, gemaakt van stoffen uit oude voorraden, die de technische knowhow van Jérémy en de wens van de Luikse school om creatieve mensen, maar vooral ook geduchte technici op te leiden, onderstrepen. “Met deze collectie kon ik een blik werpen op mijn technische kennis en bepaalde boodschappen overbrengen. Ik ben zelf erg verlegen en voor mij is kleding een prachtig middel om mezelf uit te drukken.

    

Een reeks silhouetten tussen het mannelijke en het vrouwelijke in, gemaakt van stoffen uit oude voorraden, die de technische knowhow van Jérémy en de wens van de Luikse school om creatieve mensen, maar vooral ook geduchte technici op te leiden, onderstrepen.


Textielontwerp door Sarah van Overstraeten

De andere bekroonde collectie van dit jaar, die van Sarah van Overstraeten (24), is weliswaar heel anders, al was het maar vanwege haar onderzoek naar materialen, maar bevat toch ook heel wat vraagtekens en subliminale boodschappen. De ontwerpster met een diploma van het IFAPME en die nu een bachelor in textiel aan de Academie voor Schone Kunsten in Brussel begint, heeft een reeks stukken gecreëerd die ook het begrip geslacht overstijgen. “Ik ben toevallig in de mode terechtgekomen nadat ik een studie interieurarchitectuur was begonnen, die ik na een paar jaar heb opgegeven. Wat me fascineerde aan mode was het contact met het materiaal. Mijn leerkrachten hebben me aangespoord om te experimenteren met verschillende technieken om stoffen te transformeren of te verven. Het leek soms alsof ik in een labo werkte.

“Wat me fascineerde aan mode was het contact met het materiaal. Mijn leerkrachten hebben me aangespoord om te experimenteren met verschillende technieken om stoffen te transformeren of te verven. ”

 


© Michael Briglio

In overeenstemming met de eisen van de school raakte Sarah geïnteresseerd in gebreide kledingstukken die ze met behulp van de shibori-techniek verfde, maar haar onderzoek leidde haar ook tot het uit elkaar halen van verschillende kledingstukken. “In het kader van deze experimenten heb ik een spijkerjasje en een overall vergroot. Dit leidde er vervolgens toe dat ik de kunst van het plooien ging uitproberen”. Net als Jeremy koos Sarah ervoor om samen te werken. Ze deed beroep op Keita, een beeldend kunstenares uit Luik. Het denim T-shirt dat uit deze samenwerking ontstond, is verrijkt met een originele tekening van de kunstenares.

TASSEN VOLGENS RACHEL CORNET

Ze had stylist kunnen worden of ver weg kunnen blijven van een baan die weinig ruimte laat voor het gezinsleven en het leven zelf. Maar Rachel lijkt geboren te zijn voor het geluk. In 2015 lanceerde ze Kokko, een merk van leren tassen dat traditionele knowhow, maar ook een zekere joie de vivre op de voorgrond plaatst.

 

© Alessandro Volders

Wanneer u het atelier van Rachel Cornet binnenkomt, een warme ruimte in een rustige straat vlak buiten het centrum van de Vurige Stede, ziet u eerst haar werkbank, waar de jonge vrouw het leer bewerkt. Deze tafel is gemaakt door haar broer, een timmerman. Want voor het gezin Cornet is familie heilig. Een goed voorbeeld daarvan is de steun die Rachel van haar man krijgt, een ervaren communicatiespecialist. Hij helpt haar met haar Instagram-pagina. Op sociale netwerken toont Kokko duidelijk haar ambitie, maar ook haar waarden : vakmanschap uiteraard, want Rachel ontwerpt en maakt alle Kokko-tassen zelf, maar eveneens de menselijke benadering van een label dat nooit compromissen heeft gesloten. “Mijn werk heb ik beetje bij beetje opgebouwd. Eerst door een cursus naaien te volgen als deel van mijn bacheloropleiding modeontwerp aan de HELMo Mode in Luik, daarna door mijn vaardigheden te perfectioneren. Wat voor mij belangrijk was, was dat ik de nauwkeurigheid en technische kennis die ik tijdens mijn studie had opgedaan, kon combineren met een meer praktische aanpak.


© Alessandro Volders

“ Tachtig procent van mijn tassen zijn unieke stukken die ik bedenk en vorm geef na een ontmoeting met de klant of het uitwisselen van berichten via sociale netwerken.”


Opleiding in Finland

Op geen enkel moment sinds haar opleiding in het Finse Kokkola, waar ze tijdens een Erasmusreis in 4 maanden tijd leerbewerking onder de knie kreeg, heeft de ontwerpster zich overgegeven aan de verleiding om te snel te groeien of tijd met haar gezin op te offeren. De ontwerpster, moeder van twee kinderen, is zich bewust van het belang om vrouwen een product aan te bieden dat met liefde is gemaakt en geeft de voorkeur aan een volledig gepersonaliseerde benadering van vrouwentassen. Door zich te richten op een handvol modellen, allemaal vernoemd naar deze Finse stad, biedt de ontwerpster haar klanten de mogelijkheid om alles te personaliseren : de grootte, het leer, de kleuren en de afwerkingen : lengte van de handgrepen, binnenvoering, franjes, kettingen, studs … “Vijf jaar geleden werd vakmanschap weinig gewaardeerd. Ondertussen zijn de mensen van mening veranderd. Onze vakkennis wordt erkend. Daarom ben ik nog trotser op wat ik heb bereikt. In mijn privéleven geef ik de voorkeur aan het lokale. En eigenlijk ook in mijn werk. Hoewel ik leer niet in België kan inkopen, probeer ik zoveel mogelijk gebruik te maken van lokale partners. Voor mijn laatste campagne heb ik, in plaats van te kiezen voor professionele modellen, vriendinnen met een eigen onderneming uitgenodigd om met mijn tassen te poseren. Dat was de perfecte kans om hen te ondersteunen en mooie samenwerkingen tussen vrouwen tot stand te brengen”.

Eerste collectie in de lente

Afgelopen mei, net na de lockdown, lanceerde Rachel haar eerste collectie om het leven en haar passie voor het vak te vieren. Dit was een vanzelfsprekende aanvulling op haar service op maat. Terwijl klanten die ervoor kiezen om een volledig gepersonaliseerd accessoire te kopen ongeveer twee maanden moeten wachten voordat ze hun tas in hun handen kunnen nemen, hebben degenen die vertrouwen op de modellen die worden aangeboden in de e-shop het genoegen om ze onmiddellijk te kunnen ontvangen. “Tachtig procent van mijn tassen zijn unieke stukken die ik bedenk en vorm geef na een ontmoeting met de klant of het uitwisselen van berichten via sociale netwerken. Over het algemeen zijn ze zich goed bewust van de tijd die nodig is om zo'n accessoire te kunnen ontwerpen en te produceren : ongeveer tien uur voor de productie, bijvoorbeeld. Ze zoeken een handige tas met een mooie twist. Mijn bestseller ? De Mattoa, een model dat gemakkelijk kan worden gepersonaliseerd en dat, zelfs in een felle kleur, toch van een klassieke look geniet”, zegt Rachel. Haar eigen collectie is niet ontstaan uit de wens om het label ongelofelijk hard te zien groeien. “Het is eerder een kans voor vrouwen die moeite hebben om een keuze te maken uit de vele mogelijkheden die op maat gemaakte producten bieden, om de combinatie te vinden die hen echt aanspreekt”, voegt ze eraan toe.


Tas Mattoa
© Alessandro Volders

Een reactie op fast fashion

Onder de eerste modellen die dit najaar zijn gelanceerd ontdekken we onder andere Anola, een heuptasje waarvan het praktische aspect is geïnspireerd op haar leven als ontwerpster en moeder, maar ook Halila, een handtas met franjes die net zo functioneel als leuk is, en Parola, een clutch om om de hals te dragen. Met deze collectie drukt de ambachtsvrouw meer dan ooit haar eigen stijl uit : die van een merk dat de voorkeur geeft aan unieke stukken en zeer kleine collecties, maar ook aan een ethische en duurzame aanpak. In een tijd waarin steeds meer vrouwen zich van wegwerpmode afkeren om het plezier van accessoires, gemaakt van mooie materialen, te herontdekken, slaagt het merk Rachel Cornet erin om het mooiste antwoord op fast fashion te zijn. Een klein winstgevend bedrijf dat zich niet laat verleiden tot de dwaasheid van grootsheid. De glimlach van Rachel nemen we er graag bij !

 

Soppi,  perfect voor vrouwen




Deze rugzak, een van de populairste modellen van Rachel Cornet, is, net als alle andere modellen, verankerd in haar dagelijks leven als vrouw en moeder. Het werd kort na de lancering van het merk als tennistas gecreëerd en vervolgens voor het eerst herwerkt voor een lange reis naar Australië.
Toen ze moeder werd, bedacht ze naast de klep en het grote vakje aan de voorkant ook nog een variant in de vorm van een stoere en praktische kraamtas met een grote rits die gemakkelijk aan een kinderwagen kan worden bevestigd. Vandaag gaat de Soppi overal met haar mee. Laptops passen er trouwens ook perfect in. Dit leuke en praktische accessoire vat perfect de waarden van een merk samen dat perfect begrijpt wat vrouwen belangrijk vinden.


kokkobags.com

rockmuziek IN het bloed 


© JC Guillaume

De getalenteerd rockster Gaëlle Mievis fladdert vrij door het leven. Op het programma van haar band, "The Banging Souls”, staat het volgende: rock, bier ... en een vleugje revolutie !


Ook al werd Gaëlle in Brussel geboren, toch voelt ze zich vooral thuis in Namen. Ze woonde er van de kleuterschool tot de middelbare school. Ze begon als danseres, maar haar passie lag toch bij het zingen. Op 16-jarige leeftijd richtte ze haar eerste project “Velvet Shine” op met “LUD Et PITT”, een rockband vol boze tieners met wie ze op tournee ging in cafés en op festivals in België. Drie jaar later trad ze toe tot de groep “La Teuf” onder leiding van Alec Mansion en maakte ze haar eerste opnames in studio's, op tv en op de radio.

Ze leidt dit trio met Ludwig Pinchart en Pierre Abras, met wie ze al 20 jaar bevriend is en met wie ze haar eerste scènes en haar eerste composities deelde.


Beverly Jo Scott

In 2002, na het behalen van haar diploma public relations, stelde Beverly Jo Scott aan Gaëlle voor om zich aan te sluiten bij haar koor. “Ik werk nog steeds samen met deze grote zangeres die me alles heeft geleerd, van het correct gebruiken van mijn stem tot de artistieke intentie. Ik heb nooit notenleer gevolgd, maar door op het ritme te slaan en op mijn dijen te tikken, heeft ze me naar de drums geleid. Ik heb haar begeleid op de tournee van het Franse album ‘Dix vagues’. Het is dankzij haar dat ik dit instrument heb ontdekt. Ik heb mezelf ook keyboard en gitaar leren spelen, waarop ik
trouwens mijn liedjes componeer.
” Joe Cocker, Toto,
Sinclair … Gaëlle kan terugdenken aan heel wat openingsacts op mythische plekken (Olympia, Bataclan …), maar ook aan fantastische artistieke ontmoetingen en prachtige ervaringen.

In 2010, na een ontmoeting die geregeld werd door haar goede vriendin BJ Scott, kwam er een keerpunt in het leven van Gaëlle : samen met de twee Franse artiesten Claire Joseph en Skye vormde ze het ruige maar elegante trio “Sirius Plan”. Na drie albums, concerten in België, Frankrijk en de Verenigde Staten, samenwerkingen met Rick Hirsch, Sophie Tith, Aldebert, openingsacts voor Laurent Voulzy, Emmanuel Moire, Bertignac en Alex Lutz, stopte “Sirius Plan” in 2018. Gaëlle ging alleen verder.

Een album “Rock'n Roll Terroir”

Daarnaast neemt Gaëlle als zangeres ook deel aan vele projecten voor de televisie (The Voice Belgium, Télévie) ; ze is ook de stem van vele jingles op onze radio's en probeerde het zelfs als Belgische columniste op TV5 Monde voor het Franse programma “300 millions de critiques”.

Vandaag kunnen we haar met “The Banging Souls” horen of op het podium zien. Ze leidt dit trio met Ludwig Pinchart en Pierre Abras, met wie ze al 20 jaar bevriend is en met wie ze haar eerste scènes en haar eerste composities deelde. Hun muziek gaat over loslaten, over de gevechten die we in ons eentje voeren, over de kalmte na de storm, over revolutie, over de schoonheid die in ieder van ons zit. Hun eerste album Rich to the bone, is echt “Rock'n Roll Terroir”.


© JC Guillaume

Rock en hop

Elke titel verwijst naar een moment, een anekdote overgoten met hop die geassocieerd wordt met een ambachtelijk Belgisch bier.

De bandleden zijn gek op bier. Een frisse pint mag zeker niet ontbreken wanneer ze elkaar zien. Het is dan ook niet meer dan normaal dat de band Madame in hun LP wou opnemen. Elke titel verwijst naar een moment, een anekdote overgoten met hop die geassocieerd wordt met een ambachtelijk Belgisch bier. “Brouwers zijn ambachtslieden zoals wij, het zijn dromers en enthousiastelingen”, zegt Gaëlle. Tien Belgische bieren, tien rocknummers en evenveel anekdotes, hier leest u er twee.

De eerste CO2-neutrale groep in België

“The Banging Souls” houden zich niet alleen bezig met het verdedigen van alles wat lokaal is, ze zijn ook uitgeroepen tot de eerste koolstofneutrale Belgische groep. “In augustus 2019 hebben we met behulp van de CO2 Strategy, die bedrijven en gemeenschappen aanspoort om een actieplan op te stellen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, besloten om na de release van ons album onze ecologische voetafdruk te berekenen. We hadden bijna 12 ton CO2 uitgestoten, wat overeenkomt met twee keer de wereld rondrijden, vijf retourvluchten van Brussel naar New York of 17.700 pinten bier van 25 cl ! Deze CO2-voetafdruk heeft ons geholpen te begrijpen wat belangrijk is als we onze uitstoot willen verminderen. Maar we wilden nog verder gaan en de planeet teruggeven wat we haar hebben afgenomen. Twaalf ton CO2 komt overeen met wat 1.400 bomen kunnen opnemen. Het planten hiervan, via de NGO "Graine de vie", compenseert onze CO2-uitstoot.”


• Seeds

La IV Saison
(Brasserie de Jandrain Jandrenouille)

We delen dit nummer met Beverly Jo Scott die de meter van de band is ! We zijn beiden heel rechtuit en draaien niet rond de pot, net als dit natuurlijk blond bier van 100 % gerstemout, ongefilterd, ongepasteuriseerd, enkel gebrouwen met de vier basisingrediënten (water, mout, hop, gist) en verkozen tot favoriet van het Belgische label “La Bière des Femmes”. Alexandre, die de brouwerij in het Waals-Brabantse Jandrain runt, is een kunstenaar die echt een bezoekje waard is. We denken nog vaak terug aan ons uitzonderlijk concert in zijn schuur, vlak naast de vaten ! 

• Rage Racer

La Houppe
(Brasserie L’Echasse, in Namur)

We konden dit album niet maken zonder in één van onze liedjes te verwijzen naar een bier uit onze woonplaats, La Houppe. Het is een blond bier met koperen accenten en een alcoholgehalte van 7,5°. La Houppe staat synoniem voor finesse, perfect dus om Rage Racer te illustreren. François Collard, die de brouwerij runt, is een echte muziekliefhebber en een groot fan van rock en vinyl. Achter dit bier ontdekten we een geweldige kerel die klaar staat om het lokale talent te verdedigen ; hij werd onze partner voor onze ‘Rock 'n beers home sessions’, concerten die we thuis organiseren en waarbij we lokale producten en natuurlijk ook bier proeven.


© Mitch

“ Tijdens de coronacrisis voelde ik het leed van de culturele gemeenschap. De geannuleerde contracten, het gebrek aan zichtbaarheid, de onzekerheid over onze toekomst, het gevoel dat we in de steek worden gelaten door de overheid ... 


Solidariteit tussen artiesten

Als geëngageerd milieuactiviste is Gaëlle ook begaan met haar eigen sector die momenteel in gevaar is. Tijdens de coronacrisis voelde ik het leed van de culturele gemeenschap. De geannuleerde contracten, het gebrek aan zichtbaarheid, de onzekerheid over onze toekomst, het gevoel dat we in de steek worden gelaten door de overheid ... Ik moest gewoon iets doen. Ik maakte een video op YouTube waarin ik artiesten opriep om solidair met elkaar te zijn, elkaar te ontdekken, zich te abonneren op elkaars accounts. Karin Clercq deed dit al, ze deelde één Belgische artiest per dag op haar Facebook-pagina. Van het ene op het andere moment besloten we een gemeenschap te creëren die we ‘Solidarité entre artistes’ hebben genoemd.

www.facebook.com/solidariteentreartistes

een poëtische smeltkroes 

Geneviève Levivier pendelt tussen kunst en textielvernieuwing. Haar creaties, die erg geliefd zijn in de Haute Couture, vallen op door hun uitzonderlijke look en artistieke invalshoek.


Geneviève werd in 1963 geboren in Brussel. Na haar kindertijd waarin schilderen centraal stond, begon de jonge vrouw aan een klassieke academische carrière. Ze besloot filosofie te gaan studeren en zei daarover : “volgens mijn vader zou een goed diploma heel wat deuren voor me openen”. Ze beschikte wel over de nodige intellectuele bekwaamheden, maar haar hart helde al naar de beeldende kunst. Geneviève zat in de knoop met zichzelf en besloot daarom haar artistieke opleiding (schilderkunst, zeefdruk, keramiek, textieldesign) verder te zetten om aan haar eigen behoeftes te voldoen. Ze combineerde dat met haar carrière als journaliste, een weg die zich aan haar opdrong. Deze periode heeft haar gevormd tot wie ze is. Het was de perfecte kans om te netwerken en te leren hoe culturele en artistieke kringen functioneren. Op haar veertigste, als getrouwde vrouw en moeder, werd ze opnieuw betoverd door de schoonheid van het ontwerpen. Dit kan gezien worden als haar grote intellectuele omwenteling en het begin van haar artistieke carrière.

Tapijtwerk Synesthesia. Installatie in situ in de boomgaard van het museum Van Buuren – in het kader van het project ‘Van Buuren Solidair’ – als onderdeel van vier, speciaal voor die plaats gemaakte textiel en plantaardige werken, die de bomen een ander uitzicht geven.


Als journaliste maakte Geneviève kennis met textielontwerp. “Ik wist toen nog niet dat textiel op zichzelf een artistieke sector kon zijn.” Het was liefde op het eerste gezicht ! “Ik dacht, dit is het, ik heb mijn roeping gevonden. Ik zag dit medium als een smeltkroes waarin ik vrij zou kunnen experimenteren. Textiel is sensueel, materialistisch, picturaal en grafisch. Ik kan het ophangen, er sculpturen mee maken, ruimtes mee decoreren en ik kan het als een commercieel ontwerp of als een kunstwerk benaderen. De diversiteit en de vele toepassingen betoverden me.” Een ontdekking die de weg vrijmaakte voor heel wat zakelijke kansen. “Ik ging terug naar La Cambre en ging studeren aan een technische hogeschool om mijn kennis bij te schaven.

Chemie en textielkunst, een bijzondere en milieuvriendelijke combinatie

Geneviève deed, terwijl ze bezig was met haar omscholing, beroep op de expertise van haar man, Pierre-Yves Herzé, een chemisch ingenieur gespecialiseerd in polymeren. Hij ontwikkelde en testte nieuwe formules zodat zij nieuwe creatieve effecten kon creëren. “Het was meer dan gewoon verf op stof aanbrengen ! 

De innovatieve producten die dankzij de geavanceerde wetenschap van polymeren werden ontwikkeld, werden vervolgens door de ontwerpster gebruikt op haar favoriete materiaal.

Chemie, ja, maar wel zuivere chemie. “Mijn man ontwikkelde de polymeeringrediënten milieuvriendelijk, zonder solventen, zonder weekmakers en niet-allergeen. Op die manier kon er niemand giftige producten aanraken of inademen. Samen hebben we een nieuwe niche gecreëerd, een mix van hoogwaardig traditioneel textiel, versterkt met innovatieve chemische technieken. Ik wilde uiteraard mijn kost hiermee kunnen verdienen, dus stelde ik mezelf de vraag hoe ik de stof op een creatieve en innovatieve manier kon gebruiken. Voor wie is het bedoeld ? Welke sector ? Het antwoord lag voor de hand : Haute Couture.

Het duo ontwikkelde vervolgens een reeks textielproducten met opvallende materialen, met reliëf- en kleureffecten. Ze gooiden al hun troeven op tafel en presenteerden het resultaat aan de bekendste namen uit de sector. De polymeer borduurwerken waren een schot in de roos. Eén van de meest gerenommeerde Franse Haute Couture huizen in Parijs was meteen overtuigd. “Mijn droom werd werkelijkheid : ik kon eindelijk mijn passie voor beeldkunst uitdrukken op de edelste materialen, zoals zijde en wollen tule, kasjmier, zuivere vezels … door samen te werken met de allergrootsten. Ik voelde me bevrijd. Onze technische kennis gaf ons meteen voet aan wal ! 

“ Geneviève, je bent een kunstenares ”

De eerste bestellingen voor capsulecollecties stroomden binnen. Het koppel huurde meteen drie tijdelijke productiewerkplaatsen, nam personeel in dienst en registreerde de naam van hun bedrijf, A+ZDesign®, waarvan de werkplaats zich nu in Genappe bevindt. “We deden alles zelf van onderzoek & ontwikkeling, testen, het maken van collecties en de productie tot de aanlevering.

Geneviève bleef acht jaar lang gefocust op Haute Couture en nam sporadisch deel aan projecten voor tentoonstellingen of beurzen voor textielinnovatie en -design. Dit was de periode van de polymeer-wandtapijten en houten kantwerk. “De uitdaging bestond erin om op beide fronten aan de top te staan, zowel in de Haute Couture als op tentoonstellingen. In 2016 nam ik de beslissing om mijn artistieke werk een kans te geven onder mijn eigen naam. Ik werd begeleid door het Waalse Gewest op het gebied van de positionering van ondernemers. Aan het einde van de training vertrouwde de groep mij het volgende toe : “Geneviève, je bent een kunstenares, je maakt geen stof, je maakt kunstwerken, je moet ze dus als zodanig presenteren en jezelf zichtbaar maken.

In 2017 werd Geneviève voor het eerst als kunstenares tentoongesteld in een Zwitserse galerij. Er volgden heel wat uitnodigingen van andere galerijen en musea, waaronder onlangs het Van Buuren Museum in Bruss

“ Op deze manier slaag ik erin om de voorbijgaande aard van de natuur vast te leggen. Het is mijn doel om die momenten te vereeuwigen.”

 


© GenevieveLevivier
Beeldende jurk geselecteerd in 2015 voor de Wereldtentoonstelling in Milaan door het Franse Paviljoen. Op verzoek van TextiFood heeft Geneviève Levivier een innovatieve vezel afgeleid van restjes uit de voedingsindustrie, gewonnen uit maïs en bieten.

“ De Abdij van Villers-la-Ville is een waanzinnige plek, ik bood hun de mogelijkheid om mijn nieuwste werken in situ te exposeren. In die tijd maakte ik grote textiele panelen van gerecupereerde eierschalen.”

 


© GenevieveLevivier

Textielramen in Villers-la-Ville

“Kunstenares” is geen zelfverklaarde status. Ondanks oprechte aanmoediging en sterke stimulansen had Geneviève tot 2018 nog steeds twijfels over haar uitzonderlijke creatieve kwaliteiten. Tot aan haar ontmoeting met de Abdij van Villers-la-Ville tijdens de Incidences Trophies, die in Waals-Brabant vernieuwende en milieuverantwoorde praktijken beloont. “De Abdij van Villers-la-Ville is een waanzinnige plek, ik bood hun de mogelijkheid om mijn nieuwste werken in situ te exposeren. In die tijd maakte ik grote textiele panelen van gerecupereerde eierschalen. Een monumentaal kunstwerk in de ruïnes van de abdij ! Ze gingen akkoord en gaven me carte blanche. Dankzij hen nam ik eindelijk mijn rol als beeldend kunstenares op me. De ‘textielramen van de abdij’ zorgden ervoor dat ik mezelf helemaal bloot durfde geven. Dit was het begin van een lopend proces. Mijn werken gaan een wisselwerking aan met de natuur en hun omgeving, ik werk meer en meer in situ en op maat. Mijn abstracte wandtapijten of sculpturen in textiel bestaan uit bloemen, planten, eierschalen, natuurlijke of biologische vezels. Op deze manier slaag ik erin om de voorbijgaande aard van de natuur vast te leggen. Het is mijn doel om die momenten te vereeuwigen.

In 2018 werd een groot werk van de kunstenares, dat in de Abdij van Villers-la-Ville werd tentoongesteld, aangekocht door de Kunstcollectie van de Provincie Waals-Brabant. Andere werken maken deel uit van privécollecties over de hele wereld, waaronder recentelijk een op maat gemaakt werk in New York.

www.apluszdesign.be

Water, dat zo lang uit de gratie was, vormt in Wallonië tegenwoordig een richtinggevend element voor stedelijke opwaarderingsprojecten. Staat water centraal in hedendaagse steden? Het wekt alleszins veel geestdrift op. Om water duurzaam te gebruiken, moeten we echter goed rekening houden met de gevolgen ervan.

 

Water heeft altijd ambivalente gevoelens opgewekt. Enerzijds vormt het een last, een breuk, een probleem of een gevaar. Maar anderzijds, wanneer we het water kunnen beheersen, wordt het een formidabele troef voor economische ontwikkeling, meer bepaald voor sectoren zoals toerisme en cultuur. Hier volgt een gesprek met Yves Rahir, een stedenbouwkundige van het agentschap Agua (Association du Groupe Urbanisme & Architecture) uit Louvain-la-Neuve en voorstander van een functionele en esthetische re-integratie van allerlei vormen van water in de Waalse steden.

Is er opnieuw belangstelling voor water in het stadsleven?

We hebben water lang beschouwd als een technisch instrument om handelsbetrekkingen te bevorderen en als iets dat we ongestraft konden vervuilen, als een openluchtriool. Stromen, rivieren en beken waren iets negatief geworden, waar we ons van afkeerden. Vandaag – en mede dankzij onze reiscultuur – ontdekken we opnieuw de schoonheid van steden waarin water een hoofdrol speelt. Nu kijken we anders naar water.

Maar de Waalse steden zijn niet allemaal Venetië of Brugge!

Natuurlijk niet! Maar er valt altijd iets te halen uit water, zeker wanneer het gaat om een stedelijke omgeving die opgewaardeerd wil worden. Lessen (Lessines), waaraan we nu werken, is daarvan een mooi voorbeeld. Het is het typische geval van een stad die haar rivier tientallen jaren lang heeft miskend. Water werd er niet meer als een waarde beschouwd, de stad leed onder het verlies van haar industrie en bleef maar verarmen. Hoe kon die trend worden omgekeerd? We moesten de inwoners een spiegel voorhouden: de Dender, het kanaal, het industrieel erfgoed, het groots historisch verleden, het jaagpad, de bruggen, de groefputten, de eilandjes, de waterlandschappen... Agua kreeg de opdracht stadsplannen te ontwerpen die rekening houden met de waterloop en die duurzaam te gebruiken plaatsen bevatten. Hier kunnen toeristenschepen aanleggen, daar kunnen nieuwe woningen worden gebouwd in een uitzonderlijk landschap. In Lessen is water een geweldig marketinginstrument voor het aantrekken van investeerders die inzien dat de opgewaardeerde stad een ideale woonplaats is. Er zijn scholen, een station, een nabijgelegen wegennet, werkgelegenheid (Baxter), een unieke culturele infrastructuur (het ‘Notre-Dame à la Rose’-ziekenhuis) en een bucolische omgeving.

Wallonië kent een algemene toename van de belangstelling voor ‘watermilieus’, waaraan trouwens geen gebrek is. We denken ook na over het ontwikkelen van een ecologische wijk in het centrum van Seneffe, langs het kanaal. Kijk maar wat er gebeurde met de kaden van de Samber in de benedenstad van Charleroi en met de Scheldekaden in Doornik. Dat is schitterend! Ja, water heeft aantrekkingskracht.

Agua heeft heel wat jaren gewerkt aan het toerisme in Durbuy. Stond water daar ook centraal?

Durbuy, dat is een avontuur dat in 1989 begon. Het is nu al bijna 30 jaar dat de ‘kleinste stad ter wereld’ haar vertrouwen in ons stelt. Om Durbuy te begrijpen, moet je naar het verleden kijken en je over de oude stadsplannen buigen. In de middeleeuwen lag Durbuy opgesloten binnen verdedigingsmuren, was het volledig omringd en werd het beschermd door de Ourthe. Die rivier is altijd het element geweest dat de stad vorm gaf, ook al veranderde haar loop mettertijd. Agua heeft onderzocht op welke wijze het water opnieuw kon worden geïntegreerd, bedwongen en gebruikt binnen en rond de oude stad, om het erfgoed ervan tot zijn recht te doen komen. Het was een ingewikkeld onderzoek, want er moesten verkeers‑ en voetgangersbruggen worden gebouwd om de verschillende delen van de stad met elkaar te verbinden, er moesten externe parkeerruimten worden gecreëerd, parken als groenzones langs het water worden aangelegd en, vooral, moest de aandacht op de Grote Anticlinaal, de geologische plooi die het hoogste punt van de oude stad vormt, worden gevestigd door een vijver met waterspelen. Die stadsplanning was des te complexer omdat we in Durbuy rekening moesten houden met een voortdurend gevaar voor overstroming. Om de stad tegen de grillen van de Ourthe te beschermen, hebben we, in samenwerking met het Ministerie voor Uitrusting, een stenen beschermingsmuur rond de stad opgetrokken, met daarnaast wachttorentjes die doen denken aan de defensieve architectuur van de oude stad. Het was een manier om een louter technische ingreep te verzoenen met een esthetisch verantwoorde planning, die ook prettig zou zijn, aangezien de muur een aangenaam en veilig wandelpad langs het water is geworden. Het water, dat voor Durbuy een gevaar was, is nu een troef voor de plaatselijke ontwikkeling geworden.

Om het nog even over de Grote Anticlinaal te hebben: hoe hebt u die aangelegd?

We hebben het water weer aan de voet van de rots gebracht in de vorm van een kunstmatige vijver die profiteert van een subtiel natuurlijk milieu met planten, vissen, zoetwatermosselen en eenden. Het water wordt in beweging gebracht door een waterval rond stukken arduin die doen denken aan oude molenstenen. Die waterpartij heeft een voordien aan haar lot overgelaten ruimte verrijkt. Een minigolf, restaurants en een auditorium hebben zich daarrond gevestigd. Dankzij de aanleg van het water en de verlichting van de rots begon de plek weer te leven in al haar schoonheid. Die ruimtelijke ordening is heel belangrijk omdat die plaats straks een toegang tot de stad wordt. In Durbuy heet het water u welkom!

Vergen die installaties geen duur onderhoud?

Zoals elke technische installatie die kan lijden aan defecten en slijtage. U weet ook dat water invreet. In Durbuy en andere Waalse gemeenten is water nodig om het erfgoed op te waarderen. Waarom houden Nederlanders, Duitsers en Fransen zoveel van die plek? Omdat het een mooie stad is. En om ze mooi en aantrekkelijk te houden, hebben die prachtige installaties onderhoud nodig. Fonteinen, waterpartijen, watervallen, pompen... zijn toeristische investeringen. Verscheidene fonteinen die Agua in Wallonië heeft geplaatst, zijn nu defect en worden niet hersteld. Voor ons is dat een grote tegenvaller. Soms is dat een probleem van technisch beheer, soms van deskundigheid, van gezag of van standvastigheid. Wanneer de promotor van een project verdwijnt, verliezen we soms degene die in de fontein een essentieel element voor het imago van de stad zag. Maar voor zijn opvolger is ze misschien slechts een bron van problemen. Wellicht zouden we bij de offerteaanvraag garantie inzake het latere onderhoud kunnen eisen. Want wanneer een fontein niet meer werkt, terwijl ze door een ‘toeristisch label’ als trekpleister wordt aangeduid, dan is dat een ramp. Dat is bezoekers bedriegen!

Met welk ander project bent u begin 2019 bezig?

Bij Agua ligt er voor Barvaux-sur-Ourthe, in de fusiegemeente Durbuy, ook een project ter studie voor het opwaarderen van de waterloop. Tijdens geschiedkundig onderzoek hebben we ontdekt dat Barvaux 600 jaar lang een rivierhaven is geweest, die een aanlegplaats was voor met erts beladen platbodemschuiten, die men ‘betchés’ noemde. Toen de haven niet meer werd gebruikt, bleef de stad groeien, maar keerde zich af van het water. In dit geval bestaat onze bijdrage erin het collectieve geheugen op te frissen en de haven en de kaden ervan geleidelijk op te waarderen. Opnieuw aanlegplaatsen maken voor kajakken, het restaureren van de oude molen waarvan het wiel werd verwijderd, het opkuisen van het gemeentepark waar hoge en te talrijke bomen het zicht op de rivier belemmeren, en het opwaarderen van de oevers over minstens 400 meter.

Wat zou uw droomproject zijn?

Het aanleggen van het tracé van de Maas tussen Givet en Namen of zelfs tot Maastricht! Een doorlopend pad creëren voor wandelaars, fietsers en toeristenboten, een samenhangend traject met plaatsen waar je kan eten, een douche nemen, je fiets herstellen of je boot aanmeren.

www.agua-online.be

Als ik over het viaduct van Beez rijd, beeld ik me in dat een buitenlandse toerist daar zou langskomen en vanuit zijn auto zou genieten van dat unieke uitzicht op de Maasvallei en op de rotsen van Marche-les-Dames. Hij zou dat een prachtig landschap vinden!”

De waterslang van de Papierfabrieken van Genval

De vestiging van de Papierfabrieken van Genval, die in 1980 werd gesloten, bood het droevige uitzicht van een verlaten en braakliggende industriegrond, die gebruikt werd voor wildparkeren. Op initiatief van Equilis worden de papierfabrieken sinds 2015 omgebouwd tot een nieuw ‘stadscentrum’ met handelszaken, woningen en groenzones. De Agua-­groep, die werd aangezocht om het volumeplan op te stellen, dat voorafgaat aan en nodig is voor het verkrijgen van de bouwvergunning, heeft onmiddellijk begrepen wat voor een potentieel er schuilde in het weer openleggen van de rivier, die over een groot deel van haar tracé was afgedekt door een betonplaat. “Het was een heel voluntaristische stap vanwege Agua, dat die vinnig verdedigde bij investeerders. En nu zien we met eigen ogen het resultaat! Op sommige plaatsen, waar zich cafés bevinden boven het water, zou je nog kunnen denken dat je je in een Vlaamse of Nederlandse stad bevindt. De openliggende Lasne is een van de meest structuurgevende elementen van het renovatieproject”. (Yves Rahir)

Songs of the Walés

Patrick Willocq, als fotograaf autodidact, werd in 1969 geboren in Straatsburg. Het grootste deel van zijn leven heeft hij in het buitenland doorgebracht, waarvan 23 jaar in Azië en 7 jaar in de Democratische Republiek Congo. “Songs of the Walés” is het resultaat van diverse verblijven die hij leidde in dit land. In de wouden van de equatoriale regio leven de Ekondas en de Ntombas, die beoefenen het Walé, de “zogende moeder”, ritueel, oorspronkelijke viering van het moederschap. De tentoonstelling is een visuele en sonore onderdompeling in dit universum. Zij is niet enkel samengesteld uit fotografische tableaus, portretten, wall papers, installaties, beelden van de making of, een documentaire film, maar wordt ook kracht bijgezet door gezangen van de Walés .

© Patrick Willocq / courtesy Project 2.0 / Gallery

Your opinion counts